CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

621_PDFsam_Agendabundel

Raad openbaar Wijchen 29 januari 2026, gemeente wijchen22.217 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

B+O

ZONERING

dorpse zone zoekt aansluiting bij dorpse bebouwing landelijke zone zoekt aansluiting bij bebouwing buitengebied

9

B+O

TYPOLOGIEËN

4)

C(

5)

C(

2)

B( 2)

B(

A

A

A A

A D (4)

A

10

Typologieën

A

vrijstaande woning

B

geschakelde woningen

C

rijwoningen

D (4)

rijwoningen senioren (aantal eenheden)

HOOFDGEVEL ORIËNTATIE

‘Hoofdhuis’

Hoofdgevel oriëntatie

B+O

11

VOORSCHRIFTEN BEELDKWALITEIT ALGEMEEN ■

■

Uitgangspunt is dat de nieuwe bouwvolumes een samenhangend geheel vormen, maar ook weer niet teveel op elkaar lijken. Dit om te voorkomen dat het plangebied een uitbreidingswijk wordt waar telkens dezelfde woning wordt herhaald. Dit betekent dat wanneer er een woning ontwikkeld wordt met bepaalde materialen, het de voorkeur verdient dat deze materialen niet bij een ander bouwblok in dezelfde verschijningsvorm terug komen. Hierbij kan worden aangemerkt dat het gebruik van pannen als dakbedekking en baksteen of hout als gevelbekleding vaker voor mogen komen. Doel van de uitgangspunten is daarom om eenheid te creëeren met een natuurlijke verscheidenheid, die tegelijk ook een duidelijke binding uitstraalt. Uitzondering is het hof achter de katholieke kerk. Hier is sprake van een gebied met een extra hoge beeldwaarde. Van belang is om de impact op de monumenten en directe omgeving zo gering mogelijk te houden. De woningen in het hofje dienen daarom een sterk samenhangend beeld op te roepen.

Vormgeving ■ Het plangebied heeft een overwegend landelijk karakter, waarbij aangrenzend aan de monumentale kerk en begraafplaats een meer dorpse zone is aangeduid. De ontwikkeling vormt daarmee de overgang van het dorp naar het landelijk gebied. ■

12

Het merendeel van de woonhuizen krijgt een landelijk karakter. Deze sfeer en uitstraling komt tot uiting in de materialisatie en detaillering. Ook vertaalt zich dit in de proporties van het ontwerp waarin dakvlakken de overhand hebben over het gevelvlak. Hout kan hier in toenemende mate als gevelmateriaal worden toegepast. De detaillering is modern, doch sober en refereert naar de agrarische bebouwingstypologie van het buitengebied. Woningen in de landelijke zone mogen zich juist van elkaar onderscheiden, waardoor er een natuurlijke variatie in het plan ontstaat.

■

De zone aangrenzend aan de katholieke begraafplaats krijgt een meer dorps karakter. De huizen vormen een hof en krijgen een eenduidige kleurstelling en materialisatie, waardoor zij een ensemble vormen en in sfeer en uitstraling aansluiten op de monumentale beeldkwaliteit van de kerk en pastoriewoning. Het hoofdmateriaal dat hier wordt toegepast is rode baksteen, zodat de kleurstelling nauw verwand is aan de kleuren die elders in Bergharen voorkomen. De woonhuizen zijn rijker gedetailleerd en hebben verfraaiingen in het metselwerk.

■

Speciale aandacht gaat uit naar de woning met de landelijke aanduiding dicht bij het hof. Deze dient duidelijke landelijke uitstraling te krijgen en zich daarmee te onderscheiden van het dorpse ensemble. Dit kan worden bereikt door het veelvuldig toepassen van hout met bijvoorbeeld een rieten kap of vlakke grijze dakpan.

■

Het meest zuidelijke huis aan de Veldsestraat dient door zijn ligging een ingetogen karakter te hebben. Dankzij de terugliggende rooilijn laat het woonhuis de ruimte voor de bestaande ruimtelijke structuur. Deze hierarchie kan worden versterkt middels het toepassen van een gedekte kleurstelling. De ingetoge materialisatie van het woonhuis bevestigd de ondergeschikte rol aan de Veldsestraat.

Hardheidsclausule Een plan van bovengemiddelde kwaliteit dat voldoet aan de geest van het beeldkwaliteitsplan, maar niet letterlijk voldoet aan de regels van dit beeldkwaliteitsplan, kan van een positief advies worden voorzien. Dit wordt beoordeeld door de supervisoren, de welstandscommissie en de gemeente.

B+O

B+O

VOORSCHRIFTEN BEELDKWALITEIT SPECIFIEK Landelijke zone Materiaal en kleur ■ De toegestane materialen en kleuren zijn vermeld op de matrix zoals opgenomen in dit beeldkwaliteitsplan. ■

■

■

Hout en baksteen worden als hoofdmateriaal afgewisseld, als verwijzing naar de ligging op de overgang van landelijk naar bebouwd gebied. Er moeten landelijke materialen met een natuurlijke uitstraling en kleur worden toegepast. (dus geen blauw, geel of paars, maar wel donkerrood, bruin, donker groen, grijs en zwart. Wit alleen voor goed geproportioneerde kozijnen en windveren) Aan de randen van het plangebied met het buitengebied dienen geen grote lichte en/of reflecterende vlakken te worden toegepast.

Gevels ■ Vergrijzend hout, geschilderd hout, zwart of groen. ■

Baksteen in de nuanceringen rood tot rood/bruin.

■

Zink, cortenstaal, beton en glas zijn toegestaan voor ondergeschikte bouwdelen.

■

Kunststof materialen, alleen als die een natuurlijke uitstraling en landelijk beeld opleveren.

■

De gevelopeningen / kozijnen moeten passen bij de typologie en architectuur van het betreffende bouwblok.

Dorpse zone Materiaal en kleur ■ De toegestane materialen en kleuren zijn vermeld op de matrix zoals opgenomen in dit beeldkwaliteitsplan. ■

Baksteen dient de overhand te krijgen in het algehele beeld.

■

Er moeten landelijke materialen met een natuurlijke uitstraling en kleur worden toegepast. (dus geen blauw, geel of paars, maar wel donkerrood, bruin, donker groen, grijs en zwart)

Gevels ■ Overwegend baksteen in de nuanceringen rood tot rood/bruin. ■

Zink, cortenstaal, beton en glas zijn toegestaan voor ondergeschikte bouwdelen.

■

Kunststof materialen, alleen als die een natuurlijke uitstraling en landelijk beeld opleveren.

■

De gevelopeningen / kozijnen moeten passen bij de typologie en architectuur van het betreffende bouwblok.

Daken ■ Gebakken dakpannen, bij voorkeur vlakker en van groter formaat, ongeglazuurd, aardewerk oranje, grijs of blauw gesmoord. ■

Incidenteel kan er zink worden toegepast.

Daken ■ Gebakken dakpannen, bij voorkeur vlakker en van groter formaat, ongeglazuurd, aardewerk oranje of grijs gesmoord. ■

Riet, met mogelijkheid riet ook door te trekken als gevelbekleding.

■

Incidenteel kan er zink en sedum worden toegepast.

13

B+O

INSPIRATIEBEELDEN LANDELIJKE ZONE

eenvoudig volume met sobere detaillering

landelijke agrarische typologie

14

envoudige volumes met lagere goten geven een landelijke uitstraling

hout en baksteen als hoofdmaterialen

B+O

hout als hoofdmaterialen

moderne sobere detaillering

rieten dak als landelijke accent

hout en baksteen als hoofdmaterialen

15

B+O

INSPIRATIEBEELDEN DORPSZONE

uniforme materialen en kleuren zorgen voor en ensemble

detaillering zorg voor verfijning in het ontwerp

16

baksteen als hoofdmateriaal

baksteen als hoofdmateriaal, traditionele vorm met moderne details

B+O

extra krachtige gevelelementen zorgen voor herkenbaarheid

bescheiden rijkdom in zorgvuldige verhoudingen en details overhoeks kozijn

fraaie gevelplastiek past in een dorpse setting

rollaag

17

B+O

MATRIX BEBOUWING OMSCHRIJVING MATERIAAL/KLEUR

Dorpse

ZONE

Situering (in landschap) X Haaks Evenwijdig X

baksteen rood

rieten daken pannen blauw gesmoord houten gevelbekleding

windveren wit golfplaat antraciet houten gevelbekleding

Massa’s X Groot X Gemiddeld Klein Gevels Baksteen

Hout

Anders (enkel ondergeschikt) houten gevelbekleding zwart

houten gevelbekleding vergrijzend naturel

baksteen grijs

baksteen bruin/rood

Goot

stucwerk

houten gevelbekleding zwart

vlakke dakpan

baksteen bruin met witte details

18

houten gevelbekleding

sedum dak

pannen blauw gesmoord

X X X X

X

Wit Bruinzwart Grijs Anders2 Draaiende delen Wit Bruinzwart Grijs Anders

X X

X X

X1 X1 X1

X X X X X1

X1 X1

X1 X1

X X

X X

Daken Riet X Keramische dakpan Grijs X Rood X Blauw X Schoorstenen Metselwerk Staal Sedum Kozijnen Kozijnen

dakpannen rood

Rood Bruin/ Rood Zwart Grijs Geel Wit Anders2 Vergrijzend naturel Bruinzwart Anders2 Stucwerk Staalconstructie verzinkt Stalen beplating antraciet Cortenstaal Beton Kunststof Vezel cementplaat Mastgoot zink Hout

Landelijke

X X X X

X X X

X X

X X X X X

1) Als ondergeschikt materiaal 2) Andere materialen mogelijk mits goedkeuring door Dorpsbouwmeester. Alleen materialen met ‘x’ zijn toegestaan, materialen zonder ‘x’ zijn dus niet toegestaan.

B+O

ZONNEPANELEN

Om duurzaam te kunnen wonen zijn diverse ingrepen vereist. Een gangbare technische ingreep is het toepassen van zonnepanelen. Om verrommeling te voorkomen zijn hiervoor in het beeldkwaliteitsplan randvoorwaarden benoemd. ■

Bij voorkeur gericht in zuidelijke of zuidwestelijke richting.

■

Integraal in het ontwerp opnemen.

■

Heldere vlakken maken die esthetisch in het dakvlak zijn geplaatst, met voldoende afstand tot de rand.

■

Kleurstelling van zonnepanelen afstemmen op kleur en type van de dakbedekking.

■

In bepaalde situaties kan het, bijvoorbeeld door het type dakbedekking van het hoofdgebouw, de voorkeur hebben om het dak van het bijgebouw te gebruiken ten behoeve van pv-panelen, Dit bijvoorbeeld in het geval van rode pannen óf riet.

■

Indien er voldoende ruimte is kunnen pv-panelen ook in de tuin worden gesitueerd, bij voorkeur in een verlaagd maaiveld.

19

B+O

VOORSCHRIFTEN BIJGEBOUWEN

Het uitgangspunt is erop gericht om bijgebouwen als onderdeel van het hoofdgebouw te laten zijn. Aansluitend op een behoefte kan er op eigen perceel ook een (extra) bijgebouw gerealiseerd worden. Deze bijgebouwen dienen een passende uitstraling te krijgen die passend is bij de architectuur van het hoofdgebouw en niet op een storende plekken te staan. Massa en vorm ■ Per hoofdgebouw maximaal 1 bijgebouw. ■ Rechthoekige grondvorm als basis. ■ Nokrichting vrij te bepalen. Materiaal en kleurgebruik ■ Materialisering ofwel gelijk aan het hoofdgebouw, ofwel donker of vergrijzend hout, danwel glas in het geval van een kas. ■ Dak kan worden bedekt met pv-panelen als dit de voorkeur verdient over pv-panelen op het hoofdgebouw, bijvoorbeeld bij rode pannen óf riet. Detaillering ■ Sobere en subtiele details en/of aansluitend bij hoofdgebouw

20

LANDSCHAPSPLAN

B+O

21

B+O

ERFINRICHTING COLLECTIEF GROEN

Om ook in de toekomst de kwaliteit van het landschapsplan te borgen zijn hiervoor een aantal voorschriften opgenomen. Leidend is het landschapsplan zoals omsloten in het beeldkwaliteitsplan.

22

■

Veel open, groene ruimte met informele paden. Voor een soepele overgang van de kern van Bergharen naar het buitengebied is deze openheid, het groene karakter en de informele inrichting van het plangebied van essentieel belang

■

Fruitbomen en bloeiende planten dragen bij aan de biodiversiteit van het gebied, het toepassen van extensief beheer kan daarnaast bijdragen aan een meer divers karakter.

■

Waar mogelijk wordt halfverharding toegepast om de oppervlakte aan verharding zoveel mogelijk te beperken en hemelwaterinfiltratie mogelijk te maken.

■

Geen hoge erfafscheiding grenzend aan publieke buitenruimte, maar hagen, die geen visuele barrière vormen door hoogte en dichtheid.

B+O

MATRIX ERFINRICHTING OMSCHRIJVING MATERIAAL/KLEUR

ERFINRICHTING

Bestrating Gebakken klinkers bruin/rood X Grind/split X Zwerfkeien X Graskeijen X (Beton) tegels palen en draad

bestating gebakken klinkers

inlandse eiken

Beplanting Grote bomen (solitair)

Middelgrote bomen elzensingel

bloemborders

rode beuk

fruitbomen

Struiken

Ilex aquifolium (hulst) Amelanchier lamarckii (krent) Corylus avellana (hazelaar) Sambucus nigra (vlier) Frangula alnus (vuilboom) Viburnum opulus (gelderse roos) Prunus spinosa (sleedoorn) Crataegus monogyna (meidoorn) Acer campestre (veldesdoorn)

Hagen

Crataegus monogyna (meidoorn) X1 Carpinus betulus (beuk) X1 Acer campestre (veldesdoorn) X1 Prunus spinosa (sleedoorn) X1 Ligustrum (liguster) X1 Sambucus nigra (vlier) X1 Trachelospermum jasminoides (jasmijn) X1 Rosa canina (hondsroos) X1

Houtsingels

Populus tremula (populier) Alnus glutinosa (els)

beukenhaag

Erf afscheiding

boomgaard

grind

linde

Fagus sylvatica (rode beuk) X Quercus robur (inlandse eik) X Fraxinus excelsior (es) X Alnus glutinosa (els) X Salix alba (wilg) Tilia ×europaea (linde) X Castanea sativa (kastanje) X Tilia ‘Pallida’ (leilinden) X Juglans regia (notenboom) X Betula pubescens (berk) X Fruitbomen X Sorbus aucuparia (lijsterbes) X X X X X X X X X X

steenachtinge afscheiding X hagen X1 hout X gaaswerk+hedera X 2 1) bij voorkeur wordt er een gemengde haag toegepast, vanwege natuurinclusiviteit 2) niet aan de buitenranden, enkel tussen de woningen Alleen materialen met ‘x’ zijn toegestaan, materialen zonder ‘x’ zijn dus niet toegestaan.

23

B+O

24

COLOFON

B+O

B+O Architectuur en Stedenbouw Pieter Brink I Architect / Directeur Bastiaan Vennink I Stedenbouwkundig projectleider Karolina Fonfara I Stedenbouwkundig ontwerper

LS21720 Beeldkwaliteitsplan Kerkenweide Bergharen

17 juli 2023 25

Aanvraagformulier Aanvraag ingediend op 26-07-2022

Normale procedure in Waterschap Rivierenland ALGEMENE INFORMATIE e-mail: cas per@bjz.nu aanvraagnummer: 00006088 naam aanvraag: Normale procedure bevoegd gezag: Waters chap Rivierenland

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

26-07-2022, 07:59

P agina 1 van 9

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE AANVRAAG 1.

Doe je de aanvraag voor een bedrijf, vereniging/s tichting of voor jezelf? Bedrijf

2.

Gegevens bedrijf. kvk: 54111471 contactpers oon: Michiel Dekker ves tigings nummer: 000023927070 handels naam: ErfGoed B.V.

3.

Telefoonnummer contactpers oon van de aanvraag. 06 30433526

4.

E-mailadres contactpers oon van de aanvraag. Michiel@erf-goed.nl

5.

Wat is je adres ? een adres in Nederland

6.

Adres in Nederland. huis nummer: 12 huis letter: huis nummertoevoeging: pos tcode: 1850AB s traatnaam: Commandeurs laan woonplaats : Heiloo

7.

Wat is de naam van het plan? Bergharen, Kerkenweide

8.

Geef een korte oms chrijving van het plan. Realis atie 23 grondgebonden woningen in een groene s etting. Z ie bijgevoegde tekeningen.

9.

Wat is de toename aan verharding (bes trating en bebouwing) binnen het plangebied in m2? 2000

10.

Wat is het adres van het plan? Dorps s traat ong, Bergharen

11.

Wilt u een bijlage toevoegen van het plan? Ja

26-07-2022, 07:59

P agina 2 van 9

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier 12.

Voeg een bijlage toe. bes tands naam: Bergharen 10-12-2021 005 met riool.jpg

13.

Wilt u nog een bijlage toevoegen? Ja

14.

Voeg een bijlage toe. bes tands naam: Bergharen 10-12-2021 001.jpg

26-07-2022, 07:59

P agina 3 van 9

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN IN DE CHECK IS ONDERSTAANDE NODIG: 1.

Normale procedure

2.

persleidingen

3.

rioolgemaal

DETAILS 1.

Normale procedure Wateradvies Normale procedure Uit de watertoets blijkt dat u de gangbare watertoets procedure moet volgen. Dit betekent dat er nader overleg plaats moet vinden met Waters chap Rivierenland. Het waters chap wil vroegtijdig met u meedenken, u informeren en u advis eren over de waterhuis houdkundige as pecten van uw plan. Het waters chap beoordeelt of het waterbelang voldoende gewaarborgd is . Deze uitgangs puntennotitie is onderdeel van de watertoets procedure.

Wat moet ik doen? Deze uitgangs puntennotitie vormt de s tart voor uw overleg met het waters chap. De notitie is automatis ch opges teld op bas is van uw antwoorden en uw ingetekende plangebied. Waters chap Rivierenland geeft in deze uitgangs puntennotitie aan welke wateras pecten van belang zijn voor uw ruimtelijke plan. De gemeente draagt ook zorg voor as pecten van de waterhuis houding. Daarom is het belangrijk om uw plan ook met hen af te s temmen. U kunt contact opnemen met uw accountmanager van Waters chap Rivierenland voor overleg. U vindt deze contactgegevens hier: https ://www.waters chaprivierenland.nl/accountmanagers -waters chap-rivierenlandgemeente

Beleid Waterschap Rivierenland Het waterbeheerprogramma is bepalend voor het beleid van Waters chap Rivierenland en wordt iedere zes jaar geactualis eerd. Het plan omvat alle watertaken van het waters chap op gebied van waterveiligheid, afvalwaterzuivering, s choon en voldoende water. Daarnaas t bes chikt het waters chap over een verordening: de Keur. In de Keur s taan regels voor de bes cherming van onder andere waterkeringen, watergangen en bijhorende kuns twerken. In de Alblas s erwaard en de Vijfheerenlanden beheert het waters chap ook wegen buiten 26-07-2022, 07:59

P agina 4 van 9

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier de bebouwde kom (geen Rijks - of provinciale wegen). Hier is de Keur ook op van toepas s ing. De werkzaamheden in of nabij de watergangen, waterkeringen en wegen in beheer bij het waters chap worden getoets t aan de regels in de Keur. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn.

Klimaatadaptatie Water en ruimtelijke ordening zijn onlos makelijk met elkaar verbonden, zeker in ons veranderende klimaat. Extreme buien worden s teeds vaker afgewis s eld met perioden van droogte. We blijven ernaar s treven om voldoende water van voldoende kwaliteit bes chikbaar te hebben. Het waters chap heeft s amen met de gemeenten de taak om te zorgen voor een klimaatbes tendige inrichting van onze leefomgeving. Dit kunnen we niet alleen. U kunt een bijdrage leveren door uw plan zo klimaatbes tendig mogelijk in te richten. Denk bijvoorbeeld aan groene daken of natuurvriendelijke oevers . De kwaliteit van de leefomgeving of de biodivers iteit kan zo worden vergroot. Op de webs ite https ://bouwadaptief.nl/ kunt u zich laten ins pireren door klimaatadaptatieve projecten en vindt u een overzicht van mogelijke maatregelen.

Grondwater Waters chap Rivierenland is verantwoordelijk voor het waterpeil in s loten en vaarten. Dit peil heeft indirect effect op het grondwaterpeil. Gemeenten moeten overlas t door te veel of te weinig grondwater beperken. Particulieren zijn verantwoordelijk voor het grondwater op hun perceel.

Drooglegging Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het s traatniveau of het bouwpeil boven het oppervlaktewaterpeil ligt. We advis eren voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het s traatpeil een drooglegging van 1,00 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,30 meter. Z o voorkomt u overlas t door grondwater. We advis eren om onderzoek te doen in gebieden waar overlas t door grondwater bekend is of waar hoge grondwaters tanden voorkomen. U kunt maatregelen nemen om overlas t te voorkomen. Voorbeelden van maatregelen zijn het ophogen van het maaiveld of bouwen zonder kruipruimte.

Infiltreren Het is wens elijk dat uw plan grondwaterneutraal is . Dit kan door hemelwater te infiltreren. U houdt zo water vas t voor drogere perioden. Dit kan alleen in gebieden waar de grondwaters tanden en de bodemopbouw dat toelaten. Het zijn de hogere gronden met een goede doorlatendheid. Onze accountmanager kan u hierover advis eren. Met een infiltratieonderzoek kunt u (laten) onderzoeken of en op welke wijze infiltratie kan plaats vinden.

Watercompensatie 26-07-2022, 07:59

P agina 5 van 9

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot vers nelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlas t onts taat, kan aanleg van extra waterberging noodzakelijk zijn. Z o wordt het verlies van berging in de bodem gecompens eerd. Het is mogelijk dat u voor een eenmalige vrijs telling van de compens atieplicht in aanmerking komt. De eenmalige vrijs telling geldt bij een toename in verharding van minder dan 500 m² in s tedelijk gebied en minder dan 1500 m² in landelijk gebied. Z o voorkomen we dat individuele bewoners moeten compens eren voor voorzieningen zoals s erres , tuins chuurtjes , etc. Op s ommige locaties is het onwens elijk om de vrijs telling in te zetten, omdat bijvoorbeeld de waterhuis houdkundige s ituatie dan zou vers lechteren. Compens erende waterberging is dan wel nodig. Bes preek dit met de betreffende accountmanager van het waters chap. Is de toename in verharding groter dan 500 m² in s tedelijk gebied of groter dan 1500 m² in landelijk gebied dan is het mogelijk dat de vrijges telde oppervlaktes in mindering worden gebracht. Neemt in uw plan de verharding bijvoorbeeld toe met 600 m² in s tedelijk gebied, dan hoeft u met de vrijs telling maar voor 100 m² te compens eren. We gaan ervan uit dat gemeenten en organis aties deze vrijs telling op een eerder moment binnen ons beheergebied hebben ingezet.

Z ij hebben hier dan geen recht meer op hebben. U kunt contact opnemen met de afdeling vergunningen (vergunningen@ws rl.nl) van het waters chap om deze vrijs telling aan te vragen. U moet compens erende maatregelen nemen als u niet in aanmerking komt voor de vrijs telling of als u de vrijges telde oppervlaktes overs chrijdt. U zult daarover nadere afs praken moeten maken. Bes preek dit met uw accountmanager van het waters chap. Berekenen benodigde watercompens atie De benodigde ruimte voor waterberging wordt berekend op bas is van de toename van verhard oppervlak, maatgevende regenbuien en de maximaal toelaatbare peils tijging in de watergangen. De vuis tregel is dat er 436m³ waterberging nodig is per hectare nieuw verhard oppervlak. De maximaal toelaatbare peils tijging bedraagt 0,20 meter in het gebied Alblas s erwaard en Vijfheerenlanden. In de res t van het beheergebied van Waters chap Rivierenland geldt een maximaal toelaatbare peils tijging van 0,30 meter. Dit geldt voor plannen met een toename van verhard oppervlak tot 5.000 m2. De vuis tregel geldt alleen bij waterberging in open water en als er geen s prake is van complicerende zaken (bijvoorbeeld kwel). In s tedelijk gebied kan waterberging ook worden gerealis eerd via een waterbergings bank (indien bes chikbaar).

Plannen met een toename van het verhard oppervlak in s tedelijk gebied tot 1500 m2 komen hiervoor in aanmerking. Voor plannen met meer dan 5000m² extra verharding wordt een aparte berekening gevraagd. Dit geldt ook voor plannen die waterhuis houdkundig complex zijn. Hierbij worden de volgende berekenings uitgangs punten gehanteerd: • De maatgevende afvoer door de watergangen is 1,5 l/s /u. Dit is ook de afvoer die de watergangen in het landelijk gebied nog net aankunnen. • Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% ops lag vanwege de klimaatverandering (T=100+10%) mag er geen inundatie optreden. • Bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% ops lag vanwege klimaatverandering (T=10+10%) moet er voor het s traatpeil nog een drooglegging van 1,00 m zijn ten opzichte van zomerpeil. Voorkeurs volgorde aanleg watercompens atie Bij de keuze van het s oort bergings voorziening hanteert het waters chap de voorkeurs volgorde vas thoudenbergen-afvoeren: • Hergebruik en/of vas thouden Hierbij wordt het hemelwater binnen het plangebied verzameld en komt niet (direct) in het oppervlaktewater terecht. Dit kan bijvoorbeeld 26-07-2022, 07:59

P agina 6 van 9

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier met groene polderdaken en wadi’s . Het ontwerp-, beheer- en onderhouds as pect s pelen een belangrijke rol bij deze voorzieningen. De initiatiefnemer dient aantoonbaar te maken dat de gerealis eerde berging kan blijven functioneren. Op hoge zandgronden met een lage grondwaters tand heeft infiltratie onze voorkeur. De gemiddelde hoogs te grondwaters tand (GHG) komt niet hoger dan 50 cm onder het maaiveld. U kunt de attentiekaart infiltratie met daarop kans rijke gebieden voor infiltratie bij onze accountmanager opvragen. Buiten deze gebieden is infiltratie ook mogelijk, zolang de gemiddelde hoogs te grondwaters tand niet hoger komt dan 50 cm onder maaiveld. In kwelgevoelige gebieden hanteren we de gemiddeld hoogs te s tijghoogte, omdat het grondwater in de winter (als de riviers tanden hoog zijn) hoger onder het maaiveld komt. De gemiddeld hoogs te s tijghoogte mag niet hoger komen dan 50 cm onder maaiveld. Infiltratie vindt bij voorkeur plaats in de openbare ruimte (openbaar groen, bermen, etc.). In overleg met de accountmanager kan hiervan worden afgeweken. • Bergen Onder bergen vers taan we de opvang van hemelwater in het oppervlaktewater. Het hemelwater van het plangebied wordt opgevangen in het oppervlaktewater. Hier heeft het graven van nieuw oppervlaktewater de voorkeur boven het vergroten van bes taand water.

Bij gebruik van bes taand water gaat de voorkeur uit naar watergangen die niet door Waters chap Rivierenland worden onderhouden. In het algemeen geldt dat compens atie in B-watergangen de voorkeur heeft boven compens atie in A-watergangen. Als de aanvrager kan aantonen dat compens atie in een B- of A-water redelijkerwijs niet mogelijk is , kan het waters chap ook compens atie in bes taande of nieuwe C-wateren toelaten. Bij aanleg of aanpas s ing van watergangen is het van belang rekening te houden met de bereikbaarheid voor onderhoud, in- en uitlaatplaats en voor maaiboten en ops lagmogelijkheden voor s lootvuil en kroos . Om water van voldoende waterkwaliteit te houden (of krijgen), is ook het zelfreinigend vermogen van het waters ys teem van belang. Dit wordt bevorderd door rekening te houden met voldoende waterdiepte (s treven is 1 meter of juis t droogvallend) en voldoende oevervegetatie (taluds chuinte minimaal 1:2 of flauwer). Hierbij wordt hemelwater afgevoerd via de riolering. • Afvoeren Hierbij wordt hemelwater afgevoerd via de riolering. Waterkwaliteit Hieronder volgt een aantal algemene aandachts punten die gelden voor vers chillende ruimtelijke ontwikkelingen: • Gebruik geen uitlogende materialen zoals zink of koper. Z o komen deze materialen niet in de s loot terecht.

Gebruikt u wel uitlogende materialen, dan mag het dakwater niet rechts treeks op de s loten worden geloos d. • Bladeren van bladverliezende bomen langs het water komen vaak in het water terecht. Dit kan de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. U kunt de hoeveelheid bladafval in de watergang beperken door rekening te houden met de plaats ing van bomen. • Neem de ecologis che waarde mee in het ontwerp van een watergang, wadi, etc. Door aandacht te hebben voor de ecologis che waarde, vergroot u deze zonder al te veel moeite.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

26-07-2022, 07:59

P agina 7 van 9

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier

2.

persleidingen In of nabij het plangebied ligt een rioolwaterpers leiding van het waters chap. Op of rondom de gronden waar een rioolpers leiding ligt, mag in principe niet worden gebouwd. Er is mees tal s prake van een bes chermings zone met zakelijk recht. De exacte ligging en afmetingen van de zone kunt u opvragen bij het waters chap via vergunningen@ws rl.nl. In het bes temmings plan dient zowel de rioolwaterpers leiding als de bijbehorende bes chermings zone de dubbelbes temming Leiding - Riool te krijgen.

Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

26-07-2022, 07:59

P agina 8 van 9

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier

3.

rioolgemaal In of nabij het plangebied ligt een rioolgemaal van het waters chap. We advis eren om nabij het rioolgemaal geen geurgevoelige functies te realis eren. Bes preek met uw accountmanager wat de mogelijkheden zijn binnen uw plan.

Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

26-07-2022, 07:59

P agina 9 van 9

Aanvraagformulier

Waterhuishoudkundig plan deel 1 met infiltratieonderzoek Kerkenweide te Bergharen

Waterhuishoudkundig plan deel 1 met infiltratieonderzoek Kerkenweide te Bergharen

Aeres Milieu Projectnummer

: AM23193

Status rapport

: Definitief (versie 1)

Datum

: 31 oktober 2023

Opdrachtgever

: Erfgoed Landelijk Bouwen Commandeurslaan 12 1851 XP Heiloo

Opgesteld door

: J. Martens, MSc.

Paraaf

:

Gecontroleerd door

: dhr. M. Vrolix bc.

Paraaf

:

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl Pagina | 2

AM23193

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

3.

BESCHRIJVING PLANGEBIED................................................................................................................................................................................4 1.1

Plangrenzen.....................................................................................................................................................................................................4

1.2

Doel ....................................................................................................................................................................................................................5

1.3

Leeswijzer ........................................................................................................................................................................................................5

WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM ..............................................................................................................................................................6 2.1

Bodemopbouw................................................................................................................................................................................................6

2.2

Grondwater ......................................................................................................................................................................................................7

2.3

Oppervlaktewater ..........................................................................................................................................................................................8

STEDELIJK WATERSYSTEEM ................................................................................................................................................................................9 3.1

Type watersysteem .......................................................................................................................................................................................9

3.2

Afvalwaterbelasting .................................................................................................................................................................................. 10

3.3

Hemelwaterbelasting................................................................................................................................................................................ 10

4.

WET- EN REGELGEVING...................................................................................................................................................................................... 11

5.

UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN .......................................................................................................................................... 13

6.

GEVOLGEN EN MAATREGELEN ONTWIKKELING....................................................................................................................................... 14

7.

6.1

Toekomstig watersysteem ...................................................................................................................................................................... 14

6.2

Peilen .............................................................................................................................................................................................................. 14

6.3

Afvalwater ..................................................................................................................................................................................................... 14

6.4

Hemelwater .................................................................................................................................................................................................. 14

OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ................................................................................................................... 19

Bijlage 1: Topografische overzichtskaart Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen en bepaling verhard oppervlak Bijlage 3: Situatietekening met boor- en fotostandpunten Bijlage 4: Foto’s plangebied Bijlage 5: Boorprofielbeschrijvingen Bijlage 6: Korrelverdelingsanalyses Bijlage 7: Infiltratie onderzoek Bijlage 8: concept waterparagraaf

Pagina | 3

AM23193

1. BESCHRIJVING PLANGEBIED In opdracht van Erfgoed Landelijk Bouwen heeft Aeres Milieu een waterhuishoudkundig plan opgesteld ter onderbouwing van een nieuwbouwproject te Bergharen.

1.1

Plangrenzen

Momenteel is het plangebied onverhard (grasland) en heeft het perceel een agrarische bestemming. Het gebied ligt westelijk aansluitend aan de bestaande bebouwde kern van Bergharen. Grenzend aan de noord- en oostzijde van het plangebied zijn er woningen aanwezig. In het westen is een akkerland aanwezig. In het zuiden ligt de Veldsestraat en centraal oostelijk loopt de Dorpsstraat tot aan het plangebied. Afbeelding 1 geeft de ligging van de onderzoekslocatie weer en in bijlage 1 is een topografisch overzicht opgenomen. In bijlage 3 is een situatietekening opgenomen met in bijlage 4 foto’s van het plangebied.

Adres onderzoekslocatie

: Kerkenweide te Bergharen

Gemeente

: Wijchen

Waterschap

: Rivierenland

Kadastrale registratie

: Bergharen, sectie G, nrs. 373, 375, 701, 732 en sectie H, nrs. 1116 en 690 (ged.)

Oppervlakte

: circa 1,4 ha

Peil maaiveld

: circa 7,2 - 8,5 m +NAP

Peil grondwater

: circa 5,5 m +NAP

Afbeelding 1: Begrenzing onderzoekslocatie (rood omlijnd). Bron luchtfoto en kadastrale situatie: PDOK-viewer

Pagina | 4

AM23193

Afbeelding 2 geeft het planvoornemen weer. Een grote tekening is opgenomen in bijlage 2. Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie.

Afbeelding 2: Voorgenomen planontwikkeling d.d. 14/07/2022 (bron: opdrachtgever)

1.2

Doel

Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven van de huidige bodemkundige en (geo)hydrologische situatie, de gehanteerde uitgangspunten en de randvoorwaarden en het toekomstig waterhuishoudkundig ontwerp van de inrichting en de voorzieningen.

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie. Hoofdstuk 3 gaat in op van toepassing zijnde weten regelgeving. In hoofdstuk 4 staan de uitgangspunten en randvoorwaarden voor het toekomstige watersysteem en hoofdstuk 5 beschrijft het toekomstige watersysteem van het plangebied.

Pagina | 5

AM23193

2. WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM 2.1

Bodemopbouw

2.1.1

Maaiveldhoogten

Binnen het plangebied is enig hoogteverschil aanwezig. Het noordelijk deel van het plangebied is lager gelegen met een gemiddelde maaiveldhoogte van ca. 7,2 m +NAP. Het zuidelijk deel van het plangebied is hoger gelegen met een gemiddelde maaiveldhoogte van ca. 7,8 m +NAP met zuidwestelijk het hoogst gelegen maaiveld op ca. 8,5 meter +NAP. De zuidelijk gelegen Veldsestraat ligt ter hoogte van het plangebied op circa 7,5 m +NAP. De woningen oostelijk liggen op ca. 7,8 m +NAP. Afbeelding 3 geeft de genoemde maaiveldhoogten visueel weer.

7,1 7,3

7,2

7,2 7,9

7,6

7,8

8,5 7,6

Afbeelding 3: Uitsneden hoogtekaart met aanduiding ligging plangebied (bron: AHN Nederland)

Voor de beschrijving van het lokale watersysteem is informatie geraadpleegd bij onder meer het Dinoloket, provincie Gelderland, waterschap Rivierenland, bodemdata Nederland en ons eigen archief.

2.1.2

Bodemopbouw en -samenstelling

Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (2019) ligt het plangebied op een rivierduin. Dit blijkt ook uit de relatief hogere ligging van het plangebied en directe omgeving binnen het rivierengebied. Uit de bodemkaart van Nederland (2021) blijkt dat de bodem binnen het plangebied naar verwachting een vorstvaaggrond betreft bestaande uit grof zand (Zb30). Dit bodemtype vertoont weinig bodemvorming en is vaak humusarm. Westelijk van het plangebied is een rivierkomvlakte te verwachten en zuidelijk van de Veldsestraat een terrasvlakte (kleiige toplaag).

Pagina | 6

AM23193

Uit (model)gegevens van het Dinoloket blijkt dat de bodem tot circa 24 m-mv. tot zandige eenheid van de Formatie van Kreftenheye behoort. Dit laagpakket bestaat hoofdzakelijk uit midden en grof zand met grindbijmenging, met weinig zandige klei en fijn zand. In de ondiepe ondergrond kan een dunne kleilaag voorkomen (Formatie van Echteld). Uit een uitgevoerd karterend booronderzoek van ADC ArcheoProjecten ter plaatse van het plangebied (6028 d.d. januari 2023) blijkt dat in het zuidelijk plandeel in de ondergrond een rivierduin aanwezig is. De rivierduin is afgedekt door de Laag van Wijchen (zandige leem). De Laag van Wijchen is vervolgens weer afgedekt geraakt door een rivierduin in twee fases. In het centrale en het noordelijke deel is het Wijchens Maasje actief geweest. In deze zones zijn drie fases van bedding-, crevasse-, en oeverafzettingen waargenomen, die langzaam naar het noordelijk deel van het plangebied is getrokken. De toplaag betreft een laatste fase van de rivierduin en bouwvoor.

2.1.3

Bodemdoorlatendheid

Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een infiltratie onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 7. Uit de veldmetingen in de onverzadigde zone blijkt dat de toplaag en de ondiepe ondergrond tot ca. 1,0 m-mv een goede tot plaatselijk (meetpunt 1) zeer goede verticale infiltratiesnelheid vertoont. Bij de meetpunten is een goede tot zeer goede (meetpunten 3 en 4) horizontale doorlatendheid waargenomen. De gemeten waardes komen overeen met de verwachting voor de aangetroffen bodemopbouw en -samenstelling. Zoals blijkt uit de metingen laat de lokale bodem het goed toe om ter plaatse een infiltratievoorziening aan te leggen. In de ondergrond is plaatselijk (boring 5) een dunne infiltratie belemmerende bodemlaag aangetroffen met een kleiige bodemlaag op ca. 1,8-2,8 m-mv. Deze heeft een invloed op de verticale infiltratiesnelheid maar gezien de diepteligging, het dieper gelegen grondwater en het planvoornemen met bovengrondse infiltratie vormt dit geen directe belemmering. Voor de leegloop van een voorziening bedraagt de kv-waarde 0,5 en plaatselijk 0,9 meter per dag en kan behoudens de lagere horizontale doorlatendheid van meetpunt 2 met een kh-waarde van 4,0 meter per dag gerekend worden.

2.2

Grondwater

Binnen Bergharen zijn er enkele langdurige grondwatermeetreeksen bekend bij het Dinoloket waardoor het mogelijk is om de optredende grondwaterstanden binnen Bergharen beter in te schatten. De freatische grondwaterstroming is zuidwestelijk gericht. Uit de gekende meetgegevens komt naar voren dat de gemiddelde grondwaterstand ter hoogte van het plangebied op ca. 5,4 m +NAP te verwachten is. De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) is nabij het plangebied op circa 6,0 m +NAP te verwachten. Deze GHG komt overeen met een diepte van 1,2 tot 2,5 m-mv. afhankelijk van de maaiveldhoogte. Het grondwater is bij de uitvoering van het veldwerk in mei 2023 aangetroffen op ca. 1,5 m-mv. Dit komt overeen met een diepte van ca. 6 m +NAP. Binnen of vlakbij het onderzoeksgebied zijn geen grondwateronttrekkingen bekend. De onderzoekslocatie ligt niet in een (grond)waterbeschermingsgebied. Het plangebied ligt wel binnen het intrekgebied van het op ca. 5 kilometer noordwestelijk gelegen drinkwaterwingebied Druten. Dit houdt in dat verontreiniging van het grondwater niet toegestaan is. Deze grondwaterstand en bodemopbouw laat naar verwachting infiltratie in de bodem toe.

Pagina | 7

AM23193

2.3

Oppervlaktewater

Het plangebied ligt binnen peilgebied Quarles van Ufford, Voor peilvak QVU 176 wordt een zomerpeil aangehouden van 5,35 m +NAP en een winterpeil van 5,10 m +NAP met een marge van -/+ 0,15 meter. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, zie afbeelding 4. Zuidelijk aan de overzijde van de Veldsestraat (ca. 25 meter afstand) en ca. 62 meter westelijk van het plangebied zijn een B-waterloop met een 1 meter brede beschermingszone aanwezig. Deze stromen in zuid- en westelijke richting van het plangebied weg.

Afbeelding 4: Uitsnede leggerkaart met aanduiding ligging plangebied (bron: waterschap Rivierenland)

Door de ontwikkeling vinden er zover bekend geen wijzigingen in het bestaand oppervlaktewatersysteem plaats.

Pagina | 8

AM23193

3. STEDELIJK WATERSYSTEEM 3.1

Type watersysteem

Ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt momenteel geen afvalwater geproduceerd (grasland). Het plangebied ligt aan de westzijde van het woongebied van Bergharen. Het stedelijk watersysteem van het woongebied van Bergharen bestaat uit een verbeterd gemengd rioolstelsel, met een berging van 10,6 mm en een pompovercapaciteit van 0,8 mm/h. Dit stelsel loost op het eindgemaal van het waterschap, dat zich centraal aan de westzijde van het plangebied bevindt. Het gemaal heeft een geïnstalleerde pompcapaciteit van 170 m3/h. De totale hoeveelheid afvalwater (DWA) voor Bergharen bedraagt ca. 47 m3/uur. Centraal door het plangebied in oost-westelijke richting ter hoogte van de Dorpsstraat ligt de transportleiding van de openbare riolering met een diameter van 400 mm op diepte (b.o.b.) van 3,76-3,84 m +NAP. Vanaf het eindgemaal loopt een transportpersleiding in zuidelijke richting door het plangebied. De transportpersleiding loost op de rioolwaterzuivering aan de Oude Schaarsestraat op ca. 1,5 km ten westen van het plangebied. Bebouwing is ter plaatse van de persleidingen niet toegestaan. Ter bescherming van de leiding is en dient de dubbelbestemming Leiding opgenomen te worden in het bestemmingsplan. In verband met het risico op geur wordt geadviseerd om voor geurgevoelige bebouwing om een vrije zone van minstens 10 en bij voorkeur 30 meter rondom het gemaal aan te houden.

Verder is van belang dat het in het plangebied aanwezige rioolgemaal te allen tijde goed bereikbaar moet zijn. Bij de planinvulling wordt hiermee rekening gehouden te worden.

Afbeelding 5: Uitsnede kaart met aanduiding rioolleidingen wsrl (paars) en gemeenteriool (oranje) (bron: KLIC en PDOK)

Pagina | 9

AM23193

3.2

Afvalwaterbelasting

Door het planvoornemen met woningbouw zal bijkomend afvalwater geproduceerd worden dat via een gemeentelijk rioolstelsel getransporteerd dient te worden naar de rioolwaterzuivering. Het afvalwater van de nieuwbouwwoningen zal via een DWA-stelsel aangesloten worden op het gemeentelijk stelsel. Door de voorgenomen ontwikkeling worden 23 bijkomende woningen gerealiseerd waarvoor de verwachte vuilvracht ca. 0,575 m3/uur bedraagt. Dit afvalwater wordt aangeboden op het bestaand gemeentelijk stelsel. Hiervoor dient te zijner tijd bij de gemeente een aansluiting aangevraagd te worden. Bij overname van het openbaar gebied door de gemeente dient de nadere invulling in overeenstemming en in overleg met de gemeente opgemaakt te worden.

3.3

Hemelwaterbelasting

Momenteel is het plangebied geheel onverhard en kan hemelwater op natuurlijke wijze wegzijgen in de bodem. Ter plaatse is momenteel geen wateroverlast bekend (grasland) en er zijn geen aangelegde hemelwatervoorzieningen aanwezig.

Pagina | 10

AM23193

4. WET- EN REGELGEVING Wettelijk kader Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro).

Watertoets Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het Rijksbeleid om door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem. Het waterbeleid van de provincie Gelderland staat omschreven in het Regionaal Waterprogramma 2021-2027. Daarnaast heeft de provincie een omgevingsvisie opgesteld Gaaf Gelderland waarin onder meer de doelen voor de omgevingsverordening zijn vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft als doel om Gelderland gezond, veilig, schoon en welvarend achter te laten voor de volgende generatie. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van het binnendijkse oppervlaktewater, de zuivering van het afvalwater en de hoogwaterkering van de grote rivieren.

De waterbeheerder werkt om de doelstellingen te halen daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de lokale ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben. De locatie ligt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. De doelen van het waterschap voor de periode 20222027 staan beschreven in het waterbeheerprogramma. Dit beleid is gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Daarnaast beschikt het waterschap Rivierenland over een verordening, de Keur met beleidsregels voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op activiteiten of werkzaamheden binnen het watersysteem. Het waterschap draagt zorg voor het onderhoud van A-watergangen. Voor lozing van (schoon) hemelwater op oppervlaktewater (A-, B- en C-water) of binnen 100 meter uit een oppervlaktewater heeft de perceeleigenaar een vergunning van het waterschap nodig (Waterwet art. 6.2 / Keur).

Een perceeleigenaar (of aanliggende perceeleigenaar) is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater (B- en C-water volgens de legger van het waterschap) dat op eigen terrein ligt. Pagina | 11

AM23193

Gemeenten hebben de wettelijke zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast hebben gemeenten een zorgplicht voor niet-primaire watergangen die in eigendom zijn. Het Beleidsplan water en riolering 2023-2027 (Bwr) beschrijft op welke wijze de gemeente Wijchen invulling geeft aan deze zorgplichten. Het Bwr is gezamenlijk opgesteld met de gemeenten Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en West Maas & Waal. Bij het uitoefenen van de zorgplichten is het beleid gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. De volgende documenten zijn voor het plangebied van toepassing: -

Beleidsplan water en riolering 2023-2027 (Tauw, 15 december 2022)

-

Systeemoverzicht Stedelijk Watersysteem Bergharen (Tauw, 21 juli 2022)

-

Proces watertoets bij ruimtelijke ontwikkelingen, inclusief Basisopzet waterparagraaf (WDW, 6 mei 2022)

-

Samen door één buis II (Haskoning, 15 januari 2019)

Zorgplicht afvalwater Een perceeleigenaar moet het huishoudelijk afvalwater of het bedrijfsafvalwater op de openbare riolering lozen (Besluit lozing afvalwater huishoudens art. 7 en 10 en Activiteitenbesluit art. 2.1 en 2.2). Als dit niet mogelijk (doelmatig) is, zorgt de perceeleigenaar voor een zo milieuvriendelijk mogelijke manier van verwerking of verwijdering van het afvalwater. De gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wm art 10.33). Zorgplicht hemelwater Een perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater op het eigen terrein of voor het eventueel lozen van hemelwater op oppervlaktewater. Als dit niet mogelijk is zorgt de gemeente voor het inzamelen, transporteren en verwerken van het hemelwater, mits doelmatig (Waterwet art. 3.5). Een toekomstige ontwikkeling dient hydrologisch neutraal ontwikkeld te worden zodat geen verhoogd risico op overlast ontstaat. Hemelwater dient indien mogelijk door middel van infiltratie verwerkt te worden. Zorgplicht grondwater Een perceeleigenaren is zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken.

Als dit niet mogelijk is, treft de gemeente maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet art 3.6). Deze plannen dienen als uitgangspunten en randvoorwaarden voor de uitvoering van water- en ruimtelijke projecten. Water en bodem zijn bij ruimtelijke ontwikkeling sturend. De waterhuishouding legt daarmee een ruimteclaim vast. Voor een planontwikkeling dient de watertoetsprocedure doorlopen te worden. De eisen en voorwaarden in de waterparagraaf vormen de basis voor de nadere uitwerking van de Waterparagraaf in het Bestemmingsplan. De initiatiefnemer toetst zijn planvoornemen in samenspraak met de waterbeheerders (beleid, uitgangspunten en randvoorwaarden) in een onderbouwing/waterhuishoudkundig plan. Hierop wordt een advies verstrekt door de waterbeheerders. De ontvangen aandachtspunten en opmerkingen zijn verwerkt in voorliggende rapportage.

Pagina | 12

AM23193

5. UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Voor de nieuwbouw van woningen dient vroegtijdig naar de optredende grondwaterstanden gekeken te worden zodat het risico op wateroverlast in de toekomst zoveel mogelijk beperkt wordt. Hiervoor dient rekening gehouden te worden met onderstaande aspecten: -

Ontwateringsdiepte (GHG) ≥ 1,00 m onder vloerpeil begane grond; ≥ 0,70 m beneden straatpeil en ≥ 0,50 m beneden groenvoorzieningen

-

Drooglegging ≥ 1,30 m onder vloerpeil begane grond; ≥ 1,00 m beneden straatpeil en ≥ 0,70 m beneden groenvoorzieningen

-

Geen hemelwater in gebouwen bij T=100+10% (Buishand & Velds)

-

Infiltreren hemelwater op eigen perceel

-

Afvoer hemelwater naar buurpercelen of riolering is niet toegestaan

-

Afvoer hemelwater openbare ruimte over oppervlak naar openbare infiltratievoorziening (wadi) en daar vanaf maaiveld infiltreren

-

Vanuit de gemeente mag een wadi volledig gevuld zijn bij T=10+10% en tot 0,10 meter onder insteek bij T=5+10%. Deze hoeveelheid dient binnen 24 uur verwerkt te zijn.

-

Dimensionering infiltratievoorziening op basis van bui T=100+10% (Buishand & Velds) met als vuistregel 664 m3 per hectare verhard oppervlak. Deze kunstmatige voorziening mag dan tot maaiveld gevuld zijn en dient een ledigingstijd van 48-96 uur te hebben. Aan de strengste eis dient voldaan te worden.

-

Bodempeil infiltratievoorziening ≥ 0,50 m boven GHG

-

Diepte wadi ≤ 0,50 m

-

Talud wadi ≤ 1 : 3

-

Afvoer afvalwater naar riolering ≤ 10 liter/inwoner per uur gedurende 12 uur

-

Diameter openbare vrijverval riolering ≥ 250 mm

-

Bodemverhang openbare vrijverval riolering 1 : diameter in mm

-

Obstakelvrije zone ≥ 4,00 m boven openbare vrijverval riolering en ≥ 1,00 m boven openbare druk- of vacuümriolering

-

Gronddekking op openbare vrijverval riolering ≥ 1,10 m

-

Bij lozing op oppervlaktewater dient ter plaatse een bui van T=10+10% geborgen te worden (peilstijging 30cm).

Voor de leidingstelsels op particulier terrein zijn de voorschriften uit het Bouwbesluit en NEN 3215 van toepassing. Aan de hemelwatervoorzieningen op particulier terrein stelt de gemeente geen nadere voorschriften. Overige uitgangspunten zijn opgenomen in de publicaties van Stichting RIONED en STOWA en het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) van de Werkorganisatie Druten Wijchen d.d. 7 maart 2023.

Pagina | 13

AM23193

6. GEVOLGEN EN MAATREGELEN ONTWIKKELING 6.1

Toekomstig watersysteem

Bij de planontwikkeling met nieuwbouw wordt een gescheiden stelsel aangelegd. De woningen zullen aangesloten worden op een aan te leggen DWA-stelsel binnen het plangebied en hemelwater wordt ter plaatse verwerkt.

6.2

Peilen

Uitgangspunt is (geo)hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de huidige grondwaterstanden en het oppervlaktewatersysteem in het gebied worden gehandhaafd. Voor de toekomstige woonontwikkeling wordt gezien de bestaande hoogteligging en optredende grondwaterstanden ruimschoots voldaan aan de benodigde ontwateringsdiepte voor het beoogde gebruik (GHG > 1,0 m onder vloerpeil begane grond, > 0,7 m onder straatpeil en > 0,5 meter onder groenvoorzieningen). Daarnaast wordt gezien de bestaande hoogteligging en het zomerpeil van het oppervlaktewater van 5,35 m +NAP voldaan aan de benodigde drooglegging voor het beoogde gebruik (zomerpeil > 1,3 m onder vloerpeil begane grond, > 1,0 m onder straatpeil en > 0,7 meter onder groenvoorzieningen). In verband met de archeologische waarde van het gebied zal mogelijk het perceel verder opgehoogd worden. Dit advies volgt uit het nog nader uit te voeren archeologisch onderzoek. De toekomstige bouwpeilen dienen derhalve nog vastgesteld te worden, maar de tuinen zullen aansluiten op de huidige omgeving. Door de toekomstige woningen minimaal 20 cm boven het bestaand maaiveld en/of de toekomstige kruin van de weg (minimaal 6,65 m +NAP voor bebouwing) aan te leggen wordt tevens het risico op instroom zoveel mogelijk beperkt (afstroom naar voorzieningen en groen). Bij de nadere planuitwerking zal een nadere maaiveldprofilering opgemaakt worden.

6.3

Afvalwater

Het afvalwater van de nieuwbouwwoningen zal via een DWA-stelsel aangesloten worden op het gemeentelijk stelsel. Door de voorgenomen ontwikkeling worden 23 bijkomende woningen gerealiseerd waarvoor de verwachte vuilvracht ca. 0,575 m3/uur bedraagt. Dit is een verwachte toename aan afvalwater (DWA) van 1,22% ten opzichte van de bestaande situatie (47 m3/uur). Dit afvalwater wordt verzameld en aangeboden op het bestaand gemeentelijk stelsel dat centraal binnen het plangebied ligt (betonbuis rond 400 mm). Hiervoor dient te zijner tijd bij de gemeente een aansluiting aangevraagd te worden. Bij overname van het openbaar gebied door de gemeente dient de nadere invulling in overeenstemming en in overleg met de gemeente opgemaakt te worden. Op het planontwerp in bijlage 2 is het afvalwaterstelsel opgenomen.

6.4

Hemelwater

6.4.1

Verhard oppervlak

Door het planvoornemen wordt er verhard oppervlak aangebracht wat leidt tot versnelde afstroom van hemelwater. Dit hemelwater is door de juiste milieuhygiënische maatregelen, zie hoofdstuk 6, als schoon te beschouwen en kan rechtstreeks verwerkt worden. Hiervoor dient binnen de ontwikkeling ruimte gereserveerd te worden tenzij dit fysiek niet mogelijk is door een te hoge grondwaterstand of te slecht doorlatende bodem (Beleidsplan water en riolering 2023-2027).

Pagina | 14

AM23193

In onderstaande tabel is een overzicht van de toekomstige verhardingen opgenomen welke bepaald zijn op basis van het planontwerp en kengetallen (maximaal mogelijk volgens BP). Voor de bepaling op basis van kengetallen is voor vrije kavels een verhardingspercentage van 70% aangehouden, voor de twee-aaneen 80% en voor de aaneen gebouwde kavels 90% van het bruto terreinoppervlak. De plantekeningen en oppervlakteberekening zijn opgenomen in bijlage 2. Soort oppervlak

Uitgeefbaar

terrein:

Dakoppervlak

Verharding tuinen Overige

verharding

Toekomstige situatie op basis van

Toekomstige

situatie

op

basis

ontwerp 12-2022 [m2]

bestemming en kengetallen 70-90% [m2]

1.985

5.814

van

2.680 (openbaar):

3.215

3.215

7.880

9.029

Rijvlak en parking Totaal verhard

Tabel 2: Overzicht toename verhard oppervlak binnen het plangebied

Voor de berekening van de verwachte toekomstige verharding is vooralsnog uitgegaan van de maximale variant om vast te stellen of het hemelwater ter plaatse verwerkt kan worden zonder overlast te veroorzaken. De uiteindelijk benodigde retentiehoeveelheid is afhankelijk van het toekomstig verhard oppervlak. Ter borging wordt een voorwaardelijke verplichting voor de aanleg van waterberging opgenomen in de planregels. Op grond van de vastgestelde doorlatendheid van de bodem en de GHG moet het hemelwater op het eigen terrein worden verwerkt (Waterwet artikel 3.5 en Beleidsplan water en riolering 2023-2027). Omdat alle infiltratie (particulier en openbaar) binnen 100 m uit oppervlaktewater ligt, geldt dat: - op particulier terrein 5.814 m2 verhard oppervlak x 664 m3 berging per ha verhard oppervlak = 386 m3 aan berging gerealiseerd moet worden; - op openbaar gebied 3.215 m2 verhard oppervlak x 664 m3 berging per ha verhard oppervlak = 214 m3 aan berging gerealiseerd moet worden.

6.4.2

Afstroming

Door de toekomstige ophoging van het plangebied kan en zal het maaiveld zo aangelegd worden dat hemelwater oppervlakkig kan afstromen naar een voorziening. Gezien de afwezigheid van een rechtstreekse (nood)overloop naar het oppervlaktewater dient hiermee bij de maaiveldprofilering rekening gehouden te worden. Het openbaar gebied wordt zo aangelegd dat hemelwater onder afschot afstroomt naar de geplande wadi’s. Hemelwater kan door de vastgestelde goede infiltratiesnelheid en voorgenomen ophoging met zand ter plaatse in de bodem kunnen infiltreren. Bij een extreme bui groter dan T=100+10% mag er hinder en zelfs tijdelijk overlast zijn, maar geen letsel of schade ontstaan binnen of buiten het plangebied door afstroming.

6.4.3

Klimaatbestendigheid

Het plangebied wordt in de nieuwe situatie een stedelijke omgeving en is hierdoor gevoeliger voor klimaatverandering. In eerste instantie dient nieuw verhard oppervlak zoveel mogelijk beperkt te worden. Hergebruik kan op de particuliere percelen overwogen worden. Het opvangen van hemelwater in groendaken en wadi’s draagt bij aan de bewustwording door de zichtbare verwerking van het hemelwater en vermindering van lokale hittestress. Pagina | 15

AM23193

Voorts kan men aanvullend waterpasserende bestrating of halfverharding toepassen. Vanuit de gemeente is de toepassing van waterpasserende bestrating niet wenselijk geacht. Dit wordt derhalve niet toegepast in het openbaar gebied. Het voorkomen van hittestress door o.a. aanplant van voldoende bomen en groen is een belangrijk ontwerpuitgangspunt. Bij de uitwerking van het groenplan zal bij de soortkeuze en (bio-)diversiteit rekening worden gehouden met de veranderende omstandigheden door de klimaatverandering, zoals afwisselende perioden van extreme neerslag en droogte. Een groene en ruime inrichting binnen het plangebied maken dat er voldoende ruimte is om binnen het plangebied te voorzien in deze bergingscapaciteit. Het hemelwater wordt op het eigen perceel aan het oppervlak geborgen en in de bodem geïnfiltreerd. Waar er onvoldoende ruimte is, wordt het hemelwater op het eigen perceel ondergronds geborgen en in de bodem geïnfiltreerd. Door de gemeten goede infiltratiesnelheid kan hemelwater binnen het plangebied in de bodem te infiltreren. Er zal geen rechtstreekse lozing vanuit het plangebied plaatsvinden naar het oppervlaktewater. Bij bovengrondse berging van hemelwater in wadi’s wordt de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn versterkt.

De planlocatie en het ruimtebeslag van de ontwikkeling maakt het mogelijk dat de infiltratievoorzieningen grotendeels bovengronds worden aangebracht. Voor de hemelwaterverwerking op eigen perceel gaat de voorkeur uit naar bovengrondse verwerking maar plaatselijk (bij de kleinere percelen) zal naar verwachting een ondergrondse voorziening ingepast dienen te worden. Voor de woonkavels zal te zijner tijd een aangevulde onderbouwing vastgesteld worden zodat aantoonbaar een bui van T=100+10% lokaal verwerkt wordt. Ten aanzien van klimaat robuust ontwikkelen mag geen onaanvaardbare wateroverlast ontstaan. Hiervoor kan een gevoeligheidsanalyse plaatsvinden. Het ontwerpcriterium 664 m3 berging per ha verhard oppervlak is voor klimaatbui T=100+10%. Maar om klimaatbestendig te zijn, gaat het om meer dan alleen de bergingscapaciteit. Naast de waterberging moeten de profielen van de trajecten, waarover het hemelwater tot afstroming komt, voldoende ruim gedimensioneerd te zijn. Voor de profielen van de openbare ruimte geldt dat bij T=10+10% géén hemelwater vanaf de openbare ruimte op particulier terrein mag komen te staan (zie WDW proces watertoets). Rekening houdend met de toekomstige terreinophoging en de aanwezige grondwaterstanden wordt voldaan aan de eisen voor klimaatbestendigheid en ontwaterings- en droogleggingseisen.

Door de toekomstige percelen minimaal 20 cm boven het bestaand maaiveld en/of de toekomstige kruin van de weg aan te leggen wordt bij een bui van T=10+10% het risico op instroom vanuit het openbaar gebied beperkt (afstroom naar voorzieningen en groen). Bij de nadere planuitwerking zal een nadere maaiveldprofilering opgemaakt worden. Door met de genoemde aspecten rekening te houden, wordt hydrologisch gezien neutraal ontwikkeld en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten door het planvoornemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=92eb4e26-36ca-44d3-b493-e6aceb8dc30c