CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-11-07 Concept Verslag openbare raadsvergadering Wijchen

Raad openbaar Wijchen 17 december 2024, gemeente wijchenBij agendapunt: Vaststellen lijst besluiten en toezeggingen en concept verslag20.525 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Mevrouw Loermans geeft namens Kernachtig Wijchen aan dat er mogelijk moeilijke keuzes moeten gaan worden gemaakt en ze ziet dat een groot deel van de raad zich hiervan bewust is. De partijen moeten met elkaar in gesprek om de oplossingsrichtingen die er zijn met elkaar te Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 15 van 34

bespreken en af te wegen. Bij de Perspectiefnota 2025 moet er met deze keuzes aan de slag worden gegaan. Ze ziet graag dat daarmee op een constructieve manier verder wordt gegaan. De heer Lukkezen vraagt waarom alleen recente besluiten worden geschrapt. Mevrouw Loermans antwoordt dat het meer toeval is dat recente besluiten worden geschrapt en dat nieuw beleid makkelijker kan worden uitgesteld. Mevrouw Kuipers vraagt hoe het kan dat er nu anders wordt besloten over het gelijkheidsmonument, terwijl er door Kernachtig Wijchen eerder wel mee is ingestemd. Mevrouw Loermans geeft aan dat de huidige financiële situatie andere keuzes vereist. Dit staat los van de inhoudelijke steun voor de nota. De heer Tiemessen vraagt of een gedifferentieerde verdeling van de OZB-lasten voor Kernachtig Wijchen een no-go is. Mevrouw Loermans verwijst naar het amendement dat later behandeld zal worden en geeft aan dat ze daar nu niet op kan reageren. De heer Lukkezen geeft aan het gevoel te hebben tijdens het afgelopen halfjaar voor de gek te zijn gehouden met de stemmingen. Mevrouw Loermans benadrukt dat tijdens de beraadslagingen duidelijk is aangegeven dat Kernachtig Wijchen de definitieve financiële afweging pas bij de behandeling van de begroting zou maken en dat dit inderdaad voor een ander besluit kan zorgen.

De heer Tiemessen vraagt Kernachtig Wijchen zich realiseert dat door het uitstellen van het gelijkheidsmonument ook de subsidie voor ongeveer de helft van deze kosten verloren gaat. De voorzitter geeft aan dat dit onderdeel is van het amendement en dat hier later op gereageerd zal worden. De heer Derksen geeft namens het CDA aan dat zes van de zeven partijen hebben aangegeven dat de broekriem aangehaald moet worden, terwijl één partij lijkt te zeggen dat er niet bezuinigd hoeft te worden. De heer Tiemessen geeft aan dat er ook een partij is die vindt dat de OZB best omhoog mag en vraagt of de heer Derksen dit is vergeten. De heer Derksen antwoordt dat het gebruiken van de OZB-knop om niet te hoeven bezuinigen mijlenver van het CDA af staat, al is dit een keuze die kan worden gemaakt. De heer Tiemessen vraagt daarop wat het effect is van de OZB-verhoging en bijbehorende stijgingen van de woningwaarde en de WOZ in het algemeen en op de minder rijke inwoners van Wijchen in het bijzonder. De heer Derksen verwijst naar de door het CDA mede-ingediende motie 1, die alternatieven voor de OZB-verhoging voorstelt. De heer Burgers vraagt wat het verschil is tussen leges en andere belastingen, omdat leges in zijn beleving een lastenverzwaring is, vaak ook voor bedrijven.

De heer Derksen legt uit dat leges gekoppeld zijn aan grote energieprojecten, zoals het hoogspanningsstation, en door de gemeente worden ontvangen zodra de vergunning definitief wordt gepubliceerd. Hij benadrukt dat deze leges, die om grote bedragen gaan, al meegenomen kunnen worden in de begroting, eventueel met een risicofactor erbij. De heer Derksen gaat verder en complimenteert de VVD voor hun diepgaande analyse en het aandurven om verder te kijken naar onderhoud van kunstwerken, discriminatie, de WMO, en klimaatadaptatie. De heer Burgers vraagt of het niet gevaarlijk is om uitspraken te doen over de WDW zonder een fatsoenlijke discussie. De heer Derksen geeft aan dat jaarlijks 30 miljoen naar de WDW gaat. Daarmee is de WDW bij zijn weten de GR’en waar het meeste geld naartoe gaat, dus ook de WDW zal een bijdrage moeten leveren aan de totale bezuinigingsoplossing. Mevrouw Kuipers vraagt of de heer Derksen de zorgen over de financiële situatie in Druten deelt en verwijst naar de motie “Samen trap af” die aldaar op 5 november 2024 is ingediend. De heer Derksen vindt dat de WDW onderdeel moet zijn van de totale oplossing en benadrukt dat ook partners zoals Druten gezamenlijk een brede bijdrage moeten leveren. De heer Tiemessen haalt de eerdere uitspraak van de heer Derksen aan dat iedereen in de spiegel moet kijken, terwijl verenigingen moeten blijven worden gesteund.

Hij vraagt of verenigingen niet in de spiegel hoeven te kijken bij bezuinigingen. De heer Derksen antwoordt dat verenigingen voor het CDA erg belangrijk zijn en dat zij de laatste groep zijn waarnaar gekeken moet worden bij bezuinigingen, gezien hun rol in de samenleving. Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 16 van 34

Mevrouw Kuipers bedankt namens Wijchen Lokaal alle fractievoorzitters voor hun sterke algemene beschouwingen en benadrukt dat de boodschap duidelijk is: er moet een pas op de plaats gemaakt worden. Ze hoort van meerdere partijen dat gekeken moet worden naar bezuinigingsmogelijkheden bij de GR’en. Wijchen Lokaal is het daarmee eens. Ze vindt het ook goed dat de OZB door meerdere partijen ter sprake is gebracht, al zal niemand de OZB graag laten stijgen. Daarnaast vindt ze het prettig te horen dat in ieder geval een partij haar zorgen deelt over de financiële situatie in Druten en de WDW. Tot slot geeft ze mee dat Wijchen Lokaal het gevoel van GroenLinks dat trots is op het azc niet deelt. De heer Burgers vraagt waarop de zorgen van Wijchen Lokaal over de WDW in Druten zijn gebaseerd. Mevrouw Kuipers antwoordt dat deze zorgen zijn gebaseerd op wat in Druten bij de begroting voor 2024 is gebeurd, alsook op wat in de krant en in de Drutense motie ‘Samen trap af’ staat. De heer Tiemessen vraagt of Wijchen Lokaal denkt dat twee gebiedscoördinatoren de beoogde werkzaamheden niet aankunnen, aangezien de partij een nadrukkelijk voorstander van drie coördinatoren is. Mevrouw Kuipers antwoordt dat zij vindt dat met twee coördinatoren niet het hele gebied wordt beslagen, waardoor het beleid niet volledig start.

De heer Lukkezen vindt het namens D66 ook fijn dat onder andere de VVD een niveau dieper kijkt, iets wat in zijn beleving ook is gedaan door de indieners van de tegenbegroting. Hij benadrukt dat de tegenbegroting niet alleen over bezuinigingen gaat, maar ook over het vinden van ruimte voor belangrijke doelen zoals de Global Goals. Hij drukt zijn dankbaarheid uit voor de vooruitziende blik van alle aanwezigen en benadrukt dat er richting 2026 moeilijke keuzes gemaakt moeten worden, die uiteindelijk structureel geld opleveren om structurele problemen op te lossen. De heer Burgers is namens de PvdA onder de indruk van de reactie van het college op de tegenbegroting, die volgens hem vooral te maken had met welke andere keuzes er voor 2025 kunnen worden gemaakt, oftewel als een soort richtlijn richting de Perspectiefnota. Hij verduidelijkt dit, omdat het college de eigen begroting naar zijn idee al een beetje op een dergelijke manier aan het invullen was. Beide begrotingen hadden dus meer overeenstemming dan hij van tevoren had verwacht. De heer Derksen vraagt of de PvdA een nieuwe tegenpartij is, gezien het ingenomen standpunt per definitie tegen de huidige begroting lijkt te zijn. De heer Burgers antwoordt dat de PvdA geen tegenpartij is, maar een partij die vanuit visie en beleid alternatieven wil bieden.

Hij benadrukt dat het college serieus met de tegenbegroting is omgegaan, maar anders had de PvdA sowieso tegen de begroting gestemd. Hij geeft aan dat iets als ‘richtlijnen richting de Perspectiefnota’ qua naam de lading beter dekt dan ‘tegenbegroting’. Mevrouw Loermans vraagt of de tegenbegroting niet beter omgebouwd kan worden tot een motie. De voorzitter geeft aan dat dit niet nodig is, aangezien de tegenbegroting als amendement besproken wordt. De heer Burgers vervolgt zijn betoog met dat goed moet worden gecommuniceerd naar inwoners dat bezuinigen en het verhogen van belastingen komt doordat de gemeente geen keus heeft, maar dat de oorzaak hiervoor ligt bij de partijen die het in Den Haag voor het zeggen hebben. Mevrouw Loermans vraagt hoe de heer Burgers de gemeentelijke verantwoordelijkheid ziet met een sluitende begroting te komen. De heer Burgers antwoordt dat de tegenbegroting voor 2025 bewust ook sluitend is gemaakt en dat paniek zaaien over bezuinigingen niet nodig is. Hij stelt dat de gemeente hard moet werken om haar standpunt duidelijk te maken aan Den Haag en dat de omvang van het gat voor 2026 pas bij de Perspectiefnota 2025 duidelijk wordt. De voorzitter kondigt aan dat het tweede deel van de tweede termijn begint, waarin de amendementen en moties worden besproken.

Ze legt uit dat de volgorde van behandeling wordt bepaald door de verstrekkendheid van de amendementen en moties, waarbij de eerste indiener als laatste het woord krijgt. Na de behandeling van elk ingediend stuk wordt gevraagd of het Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 17 van 34

college feitelijke onjuistheden heeft gehoord, alsook of de eerste indiener de tekst wenst te wijzigen. Tweede termijn – amendement 1, “Tegenbegroting: het redelijke alternatief” Mevrouw Peters-Vroom uit haar waardering voor de voorstellen van de oppositie. Ze benadrukt dat de VVD echter andere keuzes heeft gemaakt in de verdeling van de middelen en dat haar fractie daarom niet instemt met de tegenbegroting. Ze stelt voor de discussie over bepaalde punten, waarin de VVD zich wel kan vinden, voort te zetten bij de behandeling van de Perspectiefnota. De heer Lukkezen vraagt welke punten uit de tegenbegroting de VVD kan ondersteunen, zodat deze als richting meegegeven kunnen worden voor de Perspectiefnota. Mevrouw Peters-Vroom antwoordt dat het niet handig is om het hele lijstje af te gaan en urenlang hierover te discussiëren. Ze noemt specifiek de risicodekking van de starterslening als een technisch onhaalbaar punt en de kasteeltuin als een punt waar de VVD niet achter staat. De VVD ondersteunt het amendement zelf dus niet, maar de gedachte erachter wel. Mevrouw Loermans spreekt haar complimenten uit voor het werk dat is verricht aan de tegenbegroting, maar geeft aan dat Kernachtig Wijchen zich niet herkent in het beeld dat er geen redelijke begroting ligt.

Ze benadrukt dat haar partij zelf ook voorstellen doet om richting te geven aan de Perspectiefnota van 2025 en dat de tegenbegroting slechts een andere verdeling van de middelen voorstelt. Ze waarschuwt voor het nemen van onomkeerbare beslissingen zonder de consequenties goed in kaart te hebben. Kernachtig Wijchen gaat daarom niet mee met de tegenbegroting. De heer Oomen is blij met de gegeven complimenten op de tegenbegroting. Hij geeft aan dat de tegenbegroting laat zien dat met lastenverhogingen en slimme desinvesteringen een groot deel van de bezuinigingen kan worden opgevangen. Hij stelt dat de tegenbegroting laat zien waar in 2025 aan knoppen gedraaid kan worden om in 2026 zwarte cijfers te schrijven. Ondanks dat er in de ogen van GroenLinks al een redelijke begroting ligt en dat het college de input wil meenemen richting de Perspectiefnota, benadrukt de heer Oomen dat de begroting nog socialer, groener en eerlijker kan. De heer Derksen vraagt hoe GroenLinks beleidsmatig omgaat met het feit dat sommige voorstellen in de tegenbegroting, zoals het onderhoudsniveau C voor de openbare ruimte, nog niet volledig onderbouwd zijn. De heer Oomen antwoordt dat de tegenbegroting financieel is doorgerekend, waarvoor hij de ambtelijke organisatie dankbaar is.

Qua beleid geeft hij aan dat in andere gemeentes goede ervaringen zijn opgedaan met onderhoudsniveau C voor het IBOR en dat dit in Wijchen ook mogelijk moet zijn. Mevrouw Loermans vraagt of de beleidsconsequenties inzichtelijk zijn als voor de tegenbegroting zou worden gekomen. De heer Oomen antwoordt dat niet alle beleidsmatige consequenties in de tegenbegroting zijn opgenomen, omdat dit niet praktisch was, maar dat deze wel zijn overdacht. De heer Derksen spreekt zijn waardering uit voor het werk aan de tegenbegroting en de ambtelijke inzet voor het beantwoorden van de ambtelijke vragen. Het heeft de CDA-fractie geholpen te doorgronden hoe tot de punten in de tegenbegroting is gekomen. De heer Derksen vindt dat er goede, oftewel rijpe, en minder goede, oftewel groene, voorstellen in staan en dat de CDA-fractie daarom niet kan instemmen met de tegenbegroting als geheel. De heer Burgers vraagt welke voorstellen de CDA-fractie rijp vindt. De heer Derksen antwoordt dat het voorstel over de kasteeltuin een rijp voorstel is, omdat daarover binnen de raad al uitgebreid is gesproken, terwijl de starterslening en het onderhoudsniveau C juist minder rijp zijn en daarover dus nog vragen zijn.

De heer Lukkezen stelt voor om een motie in te dienen waarin het college wordt gevraagd de raad te informeren over de voorstellen in de tegenbegroting, zodat hierover concreet kan worden gesproken. De heer Derksen antwoordt dat motie 1 een soortgelijke motie betreft. Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 18 van 34

Daarnaast geeft hij aan dat zijn fractie geen directe aanleiding ziet deze beleidsuitgangspunten te wijzigen. Het CDA wil het totaalpakket aan voorstellen afwegen bij de Perspectiefnota vanwege de financieel zware tijden die eraan komen. Hij benadrukt dat de CDA-fractie terughoudend is in het wijzigen van beleidsuitgangspunten op dit moment. De heer Lukkezen vraagt daarop of de CDA-fractie een groot deel van de voorstellen in de tegenbegroting wel of niet als alternatieven ziet en of het CDA deze in de toekomst verder uitgewerkt wil hebben. De heer Derksen bevestigt dat het CDA sommige voorstellen in de toekomst verder uitgewerkt wil zien. De heer Burgers vindt het vreemd dat er nu over het IBOR wordt gesproken, omdat dit onderwerp niet eerder uitgebreid is besproken. Hij wijst erop dat alle dossiers die nu worden besproken, zoals het parkeerterrein in de kasteeltuin, eerder uitgebreid zijn behandeld. Hij geeft aan dat, met de woorden van mevrouw Loermans, de integrale afweging nu plaatsvindt. De heer Derksen vraagt wanneer de raad het heeft gehad over de inhuur van de WDW en het percentage in de starterslening. De heer Burgers antwoordt dat deze onderwerpen op verschillende momenten zijn besproken, soms als hamerstukken, en dat de raad regelmatig over de inhuur van de WDW heeft gesproken. Hij geeft aan dat een bedrag op de begroting in feite een schatting is.

Hoe de werkelijkheid eruitziet, is dan weer een uitwerking van die begroting. Mevrouw Kuipers bedankt alle raadsleden voor de wijze waarop zij met de tegenbegroting zijn omgegaan. Wijchen Lokaal had gehoopt dat de tegenbegroting niet direct zou worden afgewezen en dat er mogelijkheden in aparte beslispunten zouden worden gezien. Zij benadrukt dat de oppositie met de tegenbegroting een andere richting en geluid heeft willen laten horen door het maken van andere keuzes. De heer Lukkezen geeft als eerste indiener aan dat D66 een hand heeft uitgestoken om te kijken waar de raad elkaar breed in kan vinden. Hij begrijpt dat niet elk punt voor iedereen verteerbaar is, zoals de parkeerplaatsen in de kasteeltuin. De heer Lukkezen vindt het makkelijk om te zeggen dat groen en rijp door elkaar zitten en dat dit als gelegenheidsargument wordt gebruikt om tegen het amendement te stemmen. Hij benadrukt dat zijn fractie actief de hand uitsteekt naar andere partijen en hoopt op samenwerking. Hij stelt voor het amendement zodanig te wijzigen dat de aangedragen punten niet nu als zodanig in de begroting worden verwerkt, maar als zodanig op te nemen in de begroting dat de punten tijdens de behandeling van de Perspectiefnota 2025 worden voorgelegd, zodat er gedegen over kan worden gesproken. De heer Lukkezen vraagt daarom vijf minuten te schorsen, zodat dit formeel kan worden gemaakt.

De voorzitter vraagt of het college feitelijke onjuistheden heeft gehoord. Dit is niet het geval. De vergadering wordt kort geschorst. De voorzitter vraagt de heer Lukkezen als eerste indiener of de tekst van het amendement moet worden gewijzigd. De heer Lukkezen geeft aan dat het amendement, naast tekstuele wijzigingen, wordt omgezet naar een motie die als oplossingsrichting bij de Perspectiefnota 2025 kan worden gezien. De voorzitter geeft daarop aan dat amendement 1 wordt ingetrokken en wordt vervangen door motie 10. Over deze motie wordt daarom niet meer gedebatteerd. Tweede termijn – amendement 2, “Pas op de plaats” De voorzitter geeft de raad mee dat het presidium misschien om half elf bijeenkomt als de agenda op dat moment nog niet dusdanig gevorderd is.

Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 19 van 34

De heer Oomen geeft aan dat GroenLinks veel moeite heeft met dit amendement. Met het eerste beslispunt van een OZB-stijging van maximaal 7,5% kan zijn fractie nog wel wat. Zo zou GroenLinks dat liever willen differentiëren. De uitbreiding van de griffie is echter wenselijk en noodzakelijk, omdat daarvan niet alleen de raad, maar ook de hele Wijchense samenleving profiteert. Met betrekking tot de gebiedscoördinatoren, alsook het gelijkheidsmonument, geeft hij aan dat recent is besloten dat deze er zouden komen en hij vreest dat van afstel uitstel komt. Bij uitstel van het gelijkheidsmonument raakt de gemeente bovendien een deel van het budget definitief kwijt. De heer Derksen onderbreekt de heer Oomen met de vraag of deze bekend is met het concept van een vriezer, waarbij producten niet bederven en later opnieuw gebruikt kunnen worden. Hij vergelijkt dit met het budget voor de gebiedscoördinatoren dat volgens hem niet wordt weggehaald, maar slechts tijdelijk wordt bevroren. De heer Oomen is het oneens met deze vergelijking. Hij stelt dat de situatie meer lijkt op een vriezer waarvan de stroom door Den Haag is uitgetrokken, waardoor de producten bederven. Hij benadrukt dat het uitstellen van het beleid tot 2025 geen oplossing biedt, aangezien het financiële ravijnjaar 2026 daarmee nog steeds niet is opgelost en de argumenten voor uitstel dus niet veranderen.

De heer Derksen vraagt of de heer Oomen erkent dat dit een aanname is, omdat in 2025 gewoon kan worden besloten dat de coördinatoren er alsnog komen. De heer Oomen antwoordt dat een uitstel nu hem niet de zekerheid geeft dat dit in 2025 anders gaat zijn. Het uitstellen van dit beleid betekent dat de gemeente verder van de inwoners komt te staan. Hij heeft zowel vanuit het college als de werkgeverscommissie signalen gehoord dat dit niet verstandig is. Wat hem betreft, wordt het amendement omgezet in een motie over alleen de hoogte van de OZB, en zonder te bezuinigen op deze bestedingen. De heer Derksen benadrukt dat niemand het leuk vindt om noodzakelijke zaken te schrappen, maar dat er ondanks de pijn keuzes gemaakt moeten worden. De heer Oomen interrumpeert door te vragen of deze keuzes nu al nodig zijn, aangezien ze eigenlijk gaan over 2026. De heer Derksen antwoordt dat als nu wordt gekozen voor de gebiedscoördinatoren, dat dit een onomkeerbare beslissing is, omdat volgend jaar niet ineens met deze mensen kan worden gestopt. Over de griffie ontkent hij niet dat daar hard wordt gedrukt en dat zij het drukker hebben, maar hij vindt dat hierover eerst een kerntakendiscussie gevoerd moet worden, voordat er over het budget wordt beslist. Van het gelijkheidsmonument heeft het CDA in een eerdere vergadering al aangegeven dat nu niet hierover moet worden besloten.

De heer Lukkezen vraagt waarom het geld voor de griffie nu uit de begroting gehaald moet worden en niet gewacht kan worden op de discussie die nog gevoerd moet worden. De heer Derksen antwoordt dat als er nu geen kanttekening bij geplaatst wordt, mensen dan geworven kunnen worden en het budget uitgebreid kan worden zonder dat duidelijk is hoeveel nodig is. De heer Lukkezen geeft aan dat nu geen kanttekening bij de begroting wordt geplaatst, maar dat het benodigde geld van de begroting wordt gehaald. Hij vraagt hoe de heer Derksen dit ziet. De heer Derksen legt uit dat op het moment dat als vanavond niks over dit geld wordt gezegd, dat het dan in de begroting staat en daarmee een situatie ontstaat dat geld voor de griffie is gereserveerd dat dan kan worden uitgegeven. De heer Burgers stelt dat de discussie omgedraaid wordt. Als na een kerntakendiscussie besloten wordt dat er geen uitbreiding nodig is, dan kan het geld terug altijd nog naar de algemene reserves. Hij vraagt of de heer Derksen het met hem eens is dat de discussie omgedraaid wordt. De heer Derksen antwoordt dat hij het hier niet mee eens is. Mevrouw Kuipers vraagt of de heer Derksen niet van mening is dat het nu parkeren van het geld de afweging in 2025 nog moeilijker maakt.

De heer Derksen antwoordt dat als er vanuit de werkgeverscommissie zaken worden aangeleverd zoals een benchmark, dat het CDA Wijchen daar niet voor zal liggen als blijkt dat een bepaald bedrag nodig is. Nu is dat bedrag echter onbekend, dus lijkt het hem gezond financieel beleid als een dergelijke uitgave wordt geparkeerd.

Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 20 van 34

De heer Lukkezen vraagt of het CDA begrijpt dat D66 dit punt anders leest en vindt dat het anders kan. De heer Derksen antwoordt dat hij dit begrijpt, maar dat het CDA het anders ziet. De heer Burgers vraagt zich af waarom nu al besloten moet worden de OZB te verhogen met maximaal 7,5% in 2026. De PvdA vindt het onlogisch om dit nu al vast te leggen, omdat nu nog niet bekend is hoe groot het financiële gat er precies gaan uitzien, terwijl een amendement uitgevoerd moet worden. De PvdA is daarom tegen dit amendement. Mevrouw Peters-Vroom vraagt of de heer Burgers vindt dat de zakken van de gemeente oneindig diep zijn. De heer Burgers antwoordt dat hoe meer belasting er is, hoe dieper de zakken worden en dat er een balans moet worden gevonden in te maken bezuinigingen. Hij vindt het onlogisch om met het vastzetten van de 7,5% nu al een ding op deze balans vast te zetten, terwijl later onverhoopt kan blijken dat meer nodig is. Mevrouw Peters-Vroom vraagt daarop of de gemeente betrouwbaar zou zijn als de OZB ineens verdubbeld wordt. De heer Burgers antwoordt dat het hem beter lijkt om mogelijkheden tot bezuinigen niet nu al vast te zetten. Als bij de behandeling van de Perspectiefnota 2025 blijkt dat er gekke dingen zijn gebeurd, dan lijkt het hem beter als de discussie over bezuinigen en hoeveel op dat moment wordt gevoerd.

Mevrouw Kuipers geeft aan dat er van Wijchen Lokaal geen gelijkheidsmonument hoeft te komen. Het wegschuiven van het budget hiervoor vindt de fractie dan ook prima. Met het bevriezen van het budget voor participatie en cocreatie kan de fractie echter niet mee. Wijchen Lokaal is weliswaar kritisch geweest op dit voorgestelde beleid, maar ziet inmiddels de meerwaarde hiervan in en vreest ook dat van uitstel afstel komt. Ze vraagt zich af of dit nieuwe voorstel al met de leefbaarheidsgroepen is besproken. In het amendement wordt namelijk gesteld dat deze bezuinigingen weinig pijn doen, maar mevrouw Kuipers betwijfelt dit en vreest dat de kaderstellende en controlerende rol van de raad als volksvertegenwoordiger in het geding kan komen. Met betrekking tot de uitbreiding van de griffie geeft ze aan dat van Wijchen Lokaal hierover niet per se een kerntakendiscussie hoeft te worden gehouden. Ze vindt het daarbij niet netjes naar de werkgeverscommissie toe dat de formatie van de griffie uit de programmabegroting wordt gehaald. Wijchen Lokaal steunt dit amendement dan ook niet. De heer Lukkezen geeft aan dat bijna elk punt in dit amendement voor D66 onverteerbaar is, terwijl hij graag ziet dat de raad tot een gezamenlijk gedragen begroting komt.

Zo vindt D66 een OZB-stijging van maximaal 7,5% voorbarig, omdat dit kan betekenen dat straks een zwembad moet worden gesloten als het financiële ravijn dieper blijkt te zijn. Hij vraagt zich af of het woord ‘maximaal’ per se moet worden meegenomen richting de Perspectiefnota. Daarnaast vindt hij de formatie van de griffie een voorbeeld van iets dat groen is en niet rijp. Doordat het geld voor de griffie ongelabeld teruggaat naar de schatkist, kan het zomaar aan iets anders worden uitgegeven. Wat de heer Lukkezen betreft, geldt hetzelfde voor het gelijkheidsmonument. Omdat deze punten veel pijn doen, kan D66 niet instemmen met de begroting. De heer Derksen vraagt de heer Lukkezen om, los van de inhoud, te reflecteren op de inspanning die is verricht voor deze begroting. De heer Lukkezen antwoordt dat hij de vraagtekens begrijpt, maar benadrukt dat het amendement, zoals het nu voorligt, een bepaalde harde beslissing lijkt, die daardoor voor D66 onverteerbaar is. Hij hoopt dat er op een manier aanpassingen kunnen worden gedaan. Mevrouw Loermans vraagt welke aanpassingen nodig zijn om D66 mee te krijgen. De heer Lukkezen stelt voor beslispunt 1 als oplossingsrichting richting de Perspectiefnota op te nemen en de formatie van de Griffie en het gelijkheidsmonument te blijven labelen om te voorkomen dat het geld weglekt.

Beslispunt 3 over het budget voor participatie en cocreatie ziet hij graag volledig geschrapt. Mevrouw Peters-Vroom geeft aan dat de VVD geen verdere reactie heeft op dit amendement.

Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 21 van 34

Mevrouw Loermans benadrukt als eerste indiener namens Kernachtig Wijchen dat het amendement niet lichtvaardig is opgesteld. Zij geeft aan dat het belangrijk is om geen onomkeerbare besluiten te nemen De heer Burgers vraagt of het amendement met de OZB-verhoging van maximaal 7,5% niet een onomkeerbaar besluit is. Mevrouw Loermans antwoordt dat de OZB-verhoging officieel pas bij de begroting voor 2026 wordt vastgesteld, maar dat dit amendement een duidelijke richting geeft voor het uitwerken van de oplossingsrichtingen voor die begroting. De heer Burgers stelt daarop het geen richting is, maar een harde rode lijn, omdat het een amendement is waarin wordt gesproken over ‘maximaal’ en niet over een woord als ‘richtlijn’ of iets dergelijks. Mevrouw Loermans geeft aan dat dit de duidelijke richting is die Kernachtig Wijchen wil meegeven. Haar partij heeft de afweging gemaakt nu geen structureel beleid in te zetten met het financiële tekort in aantocht. Daarnaast is het personeelsbudget niet bevroren, waardoor tijdelijk iemand kan worden ingehuurd en er in de tussentijd kan worden gewerkt aan beleid. Ze hoopt dat uitstel niet leidt tot afstel, maar dat dit nu nog onbekend is. Kernachtig Wijchen wil dit weloverwogen integraal afwegen bij de Perspectiefnota 2025. De discussie gehoord te hebben, denkt mevrouw Loermans dat tegenpartijen niet nog overtuigd gaan worden van dit amendement.

De heer Lukkezen vraagt of er wat mevrouw Loermans betreft op geen enkel punt ruimte is voor aanpassingen aan het amendement. Mevrouw Loermans denkt van niet, daarbij lettende op de zojuist door de heer Lukkezen aangedragen wijzigingen. De voorzitter vraagt of het college of de voorzitter van de werkgeverscommissie feitelijke onjuistheden hebben gehoord. Het college heeft dit niet. De heer Albersnagel geeft als de voorzitter van de werkgeverscommissie aan dat is gezegd dat het bedrag voor de formatie van de griffie niet in de begroting moet blijven staan, omdat er dan geworven zou kunnen worden. Hij benadrukt dat op geen enkel moment is gesuggereerd dat dit daarmee aan een orde zou zijn. Hij herhaalt dat het debat over de benchmarks in januari 2025 plaatsvindt. De voorzitter vraagt of de indieners de tekst willen aanpassen. Dit is niet het geval. De voorzitter brengt amendement 2 ‘Pas op de plaats’ ter stemming. De heren Oomen en Albersnagel vragen ieder daarop de beslispunten gescheiden in stemming te brengen. De voorzitter stemt hiermee in en geeft aan dat er vier keer gestemd zal worden over dit amendement. Met 21 stemmen voor en 6 stemmen tegen is beslispunt 1 aangenomen. Met 17 stemmen voor en 10 stemmen tegen is beslispunt 2 over begrotingsbijlage 6 aangenomen. Met 21 stemmen voor en 6 stemmen tegen is beslispunt 2 over begrotingsbijlage 8 aangenomen.

Met 18 stemmen voor en 9 stemmen tegen is beslispunt 3 van dit amendement aangenomen. Besluit: De raad stemt in met het geheel van amendement 2 “Pas op de plaats”, aangaande zaaknummer 264410. Tweede termijn – amendement 3, “Een eerlijke verdeling van de OZB-verhoging” De voorzitter geeft aan dat de eerste twee amendementen vanwege hun grootte logischerwijs meer tijd nodig hadden en spreekt richting de hoop uit dat de raad bij de komende stukken meer kijkt naar de tijd. De heer Peters Sengers geeft aan dat het CDA niet blij is met de forse verhogingen van de OZB, maar wijst erop dat een eerlijke verdeling van de OZB-verhoging subjectief is. Het CDA vindt het voorstel, zoals het nu is voorgesteld, niet voldoende. De heer Oomen vraagt of de heer Peters Sengers zich ervan bewust is dat het automatisme van de OZB-verhoging voor woningen met dit amendement wordt doorbroken. De heer Peters Sengers antwoordt dat hij een verhoging tot 9% ziet en dat de index daar nog Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 22 van 34

bovenop komt, waardoor hij niet ziet wat wordt doorbroken. De heer Peters Sengers gaat verder met zijn betoog. Zo zijn de extra uitgaven voor nieuw gewenst beleid dat vanaf 2025 moet worden gefinancierd. Dit zijn uitgaven waarvan inwoners profiteren. Hij vindt dat een verhoging evenwichtig moet zijn, terwijl volgens het amendement de OZB voor pandeigenaren met 37% moet worden verhoogd. De heer Peters Sengers vindt dit onevenredig hoog en vindt dat belastingen alleen werken als ze rechtvaardig zijn en op draagvlak kunnen rekenen. Het CDA denkt dat dit hier niet het geval is en vindt dat sprake is van geen goede verdeling. Mevrouw Muller vraagt of de heer Peters Sengers heeft gehoord dat de wethouder van plan is om differentiatie aan te brengen in de loop van 2025. De voorzitter grijpt in en geeft aan dat dit niet is toegezegd, maar dat het college heeft aangegeven dat dit meegewogen kan worden. De heer Peters Sengers vervolgt dat het CDA altijd voor evenwichtige voorstellen openstaat. Het argument dat kleine ondernemers het al lastig genoeg hebben een gelegenheidsargument, omdat pandgebruikers die daar huurder zijn zelf bijvoorbeeld net zo goed eigenaar van een ander niet-woonpand kunnen zijn die dat verhuren voor hun pensioen. Daarnaast kunnen eigenaren een OZB-verhoging ook weer doorbelasten, waardoor het alsnog bij bewoners of gebruikers terechtkomt.

Mevrouw Muller vraagt of de heer Peters Sengers naar de tarieven in de regio heeft gekeken en of hij zich bewust is dat de verhoging in Wijchen niet gek is vergeleken met de regio. De heer Peters Sengers antwoordt dat hij zich richt op de inwoners van Wijchen en niet automatisch de regio volgt. Mevrouw Kuipers legt uit dat het uiteindelijke doel van het amendement is om de OZB eerlijker te verdelen over de drie groepen, waarbij de sterkste schouders de hoogste lasten dragen. Dit resulteert voor 2025 in een verhoging van € 12 per jaar in plaats van een verhoging van € 43 voor woningbezitters op de betaalbaarheidsgrens. Ze wijst erop dat de verhoging voor 2026 nog groter is. Met deze andere manier van heffen blijft Wijchen regionaal gezien nog steeds laag zitten voor alle drie groepen. Ze erkent dat de wethouder heeft aangegeven dat dit nu niet handig is om te doen, maar Wijchen Lokaal staat achter het idee en steunt daarom het amendement. Mevrouw Peters-Vroom geeft aan dat de VVD al afhaakt bij de titel van het amendement. Zij vindt het voorstel niet eerlijk, omdat de eerlijkheid al zit in het feit dat de grondslag de waarde van het object is. Daarom is de VVD tegen het amendement. Mevrouw Loermans sluit zich aan bij de VVD en vindt dat dit amendement niet eerlijk aanvoelt. Ze stelt dat het een flinke stijging voor andere gebruikers zou betekenen.

Wel kan het een oplossingsrichting zijn die onderzocht kan worden richting de Perspectiefnota van 2025. Nu lukraak invoeren gaat Kernachtig Wijchen echter te ver. Daarbij lijkt het haar beter een oplossing als deze op een getrapte of andere wijze uit te voeren. Ze vraagt of de indieners of andere partijen bereid zijn om dit als een oplossingsrichting in een motie op te nemen en het mee te nemen in de beraadslaging bij de Perspectiefnota. Kernachtig Wijchen staat in ieder geval niet achter dit amendement. De heer Burgers vraagt mevrouw Loermans of zij het idee goed vindt, maar het nu te hard vindt om het als amendement in te dienen. Mevrouw Loermans geeft aan zich niet te kunnen vinden in de manier waarop het wordt voorgesteld, maar dat er wel als een oplossingsrichting naar gekeken kan worden. De heer Burgers merkt op dat de wethouder eerder heeft gezegd dat de OZB altijd met hetzelfde percentage wordt verhoogd en dat differentiëren een goed idee is, maar dat er nog gekeken moet worden hoe dit ingevuld kan worden voor 2026 en 2027. De voorzitter corrigeert hem en benadrukt dat het college geen waardeoordeel heeft gegeven, maar het als een denkrichting heeft genoemd. Ze verzoekt de raadsleden om het college geen woorden in de mond te leggen en namens zichzelf en de eigen fractie te spreken.

Mevrouw Loermans vervolgt dat het wat haar betreft geen no-go is om hiernaar te kijken, maar dat ze liever ziet dat het in het totaalpakket wordt ingebracht, in plaats van het meteen per

Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 23 van 34

amendement vast te stellen, zodat eerst kan worden gekeken wat de voorgestelde verdeling betekent, inhoudt en doet. Mevrouw Muller geeft aan dat D66 voorstander is van het amendement en voor zal stemmen. Ze benadrukt dat er gekeken moet worden naar de lasten voor inwoners en bedrijven en dat een verhoging mogelijk is om het meer in lijn te brengen met de regio zonder dat sprake is van buitensporige verhogingen. De heer Oomen, als eerste indiener, bedankt iedereen voor de input en legt uit dat het amendement is ingediend om te kijken naar een eerlijke OZB-verdeling vanaf 2025. Hij wil er geen motie van maken en is blij dat het college met de denkrichting van het amendement in 2025 wil verdergaan. In plaats van er bij de Perspectiefnota over verder praten, wil hij dit al voor 2025 hebben geregeld. De Wijchenaar is namelijk geschrokken van de OZB-verhoging vanaf 2025. Mevrouw Peters-Vroom stelt dat bedrijven met de verhoging zelfs van hun stoel vallen van schrik en vraagt hoe de heer Oomen hiernaar kijkt. De heer Oomen antwoordt dat bedrijven in Wijchen al jaren voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, terwijl ze daarvoor goede infrastructuur terugkrijgen, en dat ze ondanks de verhoging ze nog steeds minder betalen dan bij omliggende gemeentes. Mevrouw Peters-Vroom vraagt daarop of het eerlijk is om de kosten ineens duurder te maken onder het mom van dat het al goedkoop is.

De heer Oomen vindt het raar dat bedrijven in Wijchen net zoveel huur berekenen als in Nijmegen, terwijl ze in Nijmegen meer belasting betalen. De heer Peters Sengers vraagt of de heer Oomen bekend is met de andere uitdagingen waarmee pandeigenaren te maken hebben. De heer Oomen geeft aan dat hurende ondernemers juist minder gaan betalen met dit voorstel. Hij maakt zich over hen dus geen zorgen en noemt daarnaast een verhoging van € 12 in plaats van € 43 een cadeau van € 31. Daarmee zit dit amendement onder de 7,5% die Kernachtig Wijchen voorstelt, dat met inflatie 9,8% wordt, terwijl dat met dit amendement bij 3,8% blijft. Mevrouw Peters-Vroom vraagt of de heer Oomen het met haar eens is dat met dit amendement geen sprake is van minder OZB heffen, maar van een verdeling van de ene naar de andere. De heer Oomen is het hiermee eens en geeft aan dat de inwoners van Wijchen minder hoeven te betalen, terwijl het grote kapitaal meer kan en gaat betalen. De heer Peters Sengers vraagt of de heer Oomen bekend is met de problematiek van leegstand en gedwongen huurverlagingen voor pandeigenaren. De heer Oomen antwoordt hiermee bekend te zijn, maar dit geen groter probleem is dan elders. De voorzitter constateert dat het college geen feitelijke onjuistheden heeft gehoord en dat de tekst van het ingediende amendement ongewijzigd blijft.

De voorzitter brengt amendement 3 “Een eerlijke verdeling van de OZB-verhoging” ter stemming. Niemand legt hierover een stemverklaring af. Met 9 stemmen voor en 18 stemmen tegen is dit amendement verworpen. Tweede termijn – amendement 4, “Leven en opgroeien in armoede in Wijchen, een steun in de rug voor eenoudergezinnen” De heer Tiemessen doet als eerste indiener namens GroenLinks en de PvdA een ordevoorstel en trekt met pijn in het hart het voorstel in. Hij geeft aan dat de wethouder heeft aangegeven dat het aangekaarte onderwerp zijn aandacht heeft en dat het college eerst wil wachten op het onderzoeksrapport van de Rekenkamer. Hij benadrukt dat het voorstel zeker niet uit beeld is voor deze kwetsbare groep.

Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 24 van 34

Tweede termijn – amendement 5, “Handhaven budget voor deelname aan Gemeenten4GlobalGoals” Mevrouw Kuipers geeft aan dat Wijchen Lokaal als mede-indiener volledig achter dit amendement staat. Het was een verrassing dat er in de begroting geen geld wordt vrijgemaakt voor de Global Goals, terwijl de raad in oktober 2024 nog achter de informatienota stond. Ze wijst erop dat inwoners en instanties de raad hebben benaderd met het verzoek om Wijchen aan te laten sluiten bij de Gemeenten4GlobalGoals en dat dit te doen zonder hiervoor budget vrij te maken niet wenselijk is. Hiermee wordt de inwoner tekortgedaan en daarnaast wilde een groot deel van de raad echt iets uitdragen met deelname aan dit initiatief. Daarvoor is dan ook geld nodig. De heer Krale geeft aan dat de VVD het niet ziet zitten om dit budget toe te voegen aan de begroting en daarmee € 10.000 uit te geven aan de Global Goals. De VVD stemt daarom tegen. Mevrouw Hoogteijling geeft aan dat volgens de wethouder de Global Goals ook zonder geld kunnen worden nagestreefd, waardoor het amendement volgens haar overbodig is geworden. Het CDA vraagt zich namelijk af wat er feitelijk verandert door mee te doen aan de Global Goals, aangezien veel zaken al worden gedaan en gerealiseerd.

De heer Burgers geeft aan dat de € 10.000 niet aan niks wordt uitgegeven en vraagt of het CDA het ermee eens is dat het de gemeente belachelijk maakt naar de externe partijen die hiermee bezig zijn wanneer de raad moeilijk doet over een klein bedrag. Mevrouw Hoogteijling antwoordt het hiermee oneens te zijn. De heer Tiemessen geeft aan dat in de oorspronkelijke informatienota een nog nader in te vullen expliciete rol voor de fairtradestichting was weggelegd met een structurele tegemoetkoming van € 4000. Hij vraagt of de nader te bepalen expliciete rol voor de stichting zonder structurele middelen dan toch bij de stichting terecht moet komen. Mevrouw Hoogteijling benadrukt dat niemand staat te juichen bij de bezuinigingen. Als geld nu geen issue was geweest, dan had het CDA meegestemd, maar doet dat nu niet, omdat nu kritisch naar de uitgaven moet worden gekeken en feitelijk niet veel verandert als Wijchen zich aansluit bij de Global Goals. De heer Burgers geeft in zijn betoog namens de PvdA aan dat de gemeente zich belachelijk maakt als hierover nog langer wordt gepraat. De gemeente moet trots zijn op het zijn van een Global Goals-gemeente en dit zo moet communiceren naar de gemeenschap. Mevrouw Driessen-Slingerland geeft aan blij te zijn dat de wethouder zonder extra middelen Wijchen toch kan aansluiten als de Global Goals-gemeente.

Toch kan Kernachtig Wijchen het amendement helaas niet steunen. De heer Lukkezen geeft aan dat D66 zich inhoudelijk aansluit bij de woorden van Wijchen Lokaal en geeft aan dat D66 het amendement steunt. De heer Tiemessen geeft als eerste indiener aan dat deelname aan de Global Goals een positieve stimulans is voor de samenleving en het bedrijfsleven en dat het de gemeente scherp houdt. GroenLinks vindt het jammer dat er niet meer steun voor het amendement is, omdat het de expliciete wens was van de samenleving om met de uitgewerkte voorstellen aan de slag te gaan. Door niet structurele middelen daarvoor in te zetten, wordt aan deze wens voorbijgegaan. De voorzitter vraagt of het college feitelijke onjuistheden heeft gehoord. Wethouder Schouten geeft aan steeds gehoord te hebben dat zonder structurele middelen niks kan. Tot nu toe heeft het college de fairtradewerkgroep telkens ondersteund met incidentele middelen en zij wil dit graag op dezelfde wijze voortzetten. De voorzitter vraagt of de indieners de tekst willen wijzigen. Dit is niet het geval.

Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 25 van 34

De voorzitter brengt amendement 5 “Handhaven budget voor deelname aan Gemeenten4GlobalGoals” ter stemming. Niemand legt hierover een stemverklaring af. Met 9 stemmen voor en 18 stemmen tegen is dit amendement verworpen. Tweede termijn – motie 1, “Alternatieven voor OZB-verhoging” Mevrouw Kuipers geeft aan dat Wijchen Lokaal zich bewust is van de financiële situatie en dat haar partij liever ziet dat de OZB in 2026 niet stijgt met 7,5%. Voor de steun van haar partij vraagt ze de indieners het punt over het verhogen van de niet-subsidie-inkomsten, bij partijen als het theater, zwembad en kasteel, uit de motie te halen. De heer Derksen legt uit dat het CDA goed wil kijken naar de toekomst van Wijchen en zorgvuldig met de financiën wil omgaan. Hij vergelijkt de situatie met het afremmen voor een ravijn en benadrukt dat het belangrijk is om tijdig maatregelen te nemen. Hij stelt dat de motie de denkrichtingen van het college laat zien en dat er nog ruimte is voor aanpassingen. Hij wijst op de noodzaak om zowel aan de uitgavenkant als aan de inkomstenkant te kijken, bijvoorbeeld door bouwprojecten en de bijbehorende leges. De heer Burgers stelt dat de motie onduidelijk is over de OZB-verhoging van 7,5% in 2026. de PvdA vindt het onverstandig om dit nu al vast te leggen. Mevrouw Peters-Vroom verduidelijkt dat de motie juist oproept om te onderzoeken of de OZB-verhoging niet nodig is.

De heer Burgers blijft bij zijn standpunt en benadrukt dat de PvdA vooruitziend was door eerder al te waarschuwen voor de huidige situatie. De heer Derksen vraagt welke punten onbespreekbaar zijn voor de PvdA en of de PvdA echt niets ziet in de andere punten van de motie, zoals het onderzoeken van legesinkomsten. De heer Burgers antwoordt dat hij tegen verhogingen van kaartjes voor het zwembad, kasteel en theater is, omdat deze bovenop landelijk opgelegde verhogingen komen. Daarnaast ziet hij overlap met andere moties en amendementen. Mevrouw Muller geeft aan dat D66 constructief wil meedenken over alternatieven voor de OZB-verhoging in aanloop naar het ravijnjaar 2026. De OZB is geen sluitpost voor de begroting en ze benadrukt dat er ook naar andere inkomstenbronnen moet worden gekeken, zoals horeca bij het zwembad en theater. Hier liggen meer mogelijkheden dan dat er nu worden benut en deze mogelijkheden ziet ze graag tegemoet. Mevrouw Muller hoopt dat iedereen daarbij over de eigen schaduw kan stappen, want er zullen zaken toch bespreekbaar moeten worden die wellicht buiten de eigen partijprogramma’s zitten. De heer Oomen stelt dat het belangrijk is om nieuwe inkomstenbronnen te identificeren en aanvullende besparingen te vinden. Desondanks heeft GroenLinks moeite met enkele keuzes in de motie, zoals verhogingen voor het zwembad en theater.

Mevrouw Peters-Vroom vraagt of de heer Oomen het met haar eens is dat het van belang is uit verschillende dingen te kunnen kiezen wanneer een moeilijke politieke afweging moet worden gemaakt. De heer Oomen antwoordt ook te hebben willen voorstellen de lijst aan keuzemogelijkheden politiek breder te maken. Dit kan bijvoorbeeld door onderzoek te doen naar het doorrekenen van parkeerkosten aan gebruikers, omdat parkeren nu ook onder de kostprijs ligt. Met een breder verhaal zou GroenLinks deze motie wel interessant genoeg vinden om te steunen. Mevrouw Loermans vindt dat deze motie past in de betoogde lijn dat het van belang is dat bij de Perspectiefnota 2025 het totale plaatje moet kunnen worden bezien. Kernachtig Wijchen zal deze motie dan ook steunen. Mevrouw Peters-Vroom geeft als eerste indiener aan dat de VVD de motiepunten ziet als voorbeelden of denkrichtingen, waarmee de Perspectiefnota 2025 een meer uitgebalanceerd

Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 26 van 34

beeld geeft met waaruit kan worden gekozen. Ze hoopt dat de meerderheid met deze motie meegaat, zodat het goede gesprek hiertoe kan worden aangegaan. De heer Oomen vraagt of het mogelijk is de motie aan te passen en daarbij een onderzoek naar de parkeerkosten mee te nemen. Mevrouw Peters-Vroom geeft aan dat ze dit een belangrijk punt vindt, maar dat het haar zo laat om half elf ‘s avonds onhandig lijkt dit nog met de mede-indieners te bespreken. Mevrouw Kuipers het motiepunt over theater, zwembad en kasteel anders kan worden vormgegeven. Mevrouw Peters-Vroom antwoordt dat ze dit niet wil aanpassen, maar dat het belangrijk is om te onderzoeken of er meer mogelijkheden zijn voor horeca-inkomsten. Blijkt zoiets niet te kunnen, dan kan het niet. De heer Oomen vraagt waarom het doorrekenen van de parkeerkosten aan de gebruiker niet gewoon kan worden toegevoegd aan de motie, omdat het juist alleen het onderzoeken daarvan door het college betreft. Mevrouw Peters-Vroom meent in een eerdere vergadering te hebben gehoord dat het toepassen van betaald parkeren zoveel incidentele middelen kost, dat dit niet zomaar zou moeten worden ingevoerd, ongeacht of betaald parkeren an sich wel of niet wenselijk wordt bevonden. Ze vindt het jammer dat de heer Oomen dit punt niet eerder heeft aangedragen, want dan had dit nog kunnen worden gecontroleerd.

Daarom is ze nu geneigd de motie te houden zoals deze is. De voorzitter constateert dat het college geen feitelijke onjuistheden heeft gehoord en dat de tekst van de ingediende motie ongewijzigd blijft. De voorzitter brengt motie 1 “Alternatieven voor OZB-verhoging” ter stemming. Niemand legt hierover een stemverklaring af. Met 21 stemmen voor en 6 stemmen tegen is deze motie aangenomen. Besluit: De raad stemt in met motie 1 “Alternatieven voor OZB-verhoging”, aangaande zaaknummer 264410. De vergadering wordt kort geschorst voor een overleg met het presidium gezien de tijd en de hoeveelheid resterende moties. Tweede termijn – motie 2, “Den Haag is aan zet” De voorzitter deelt mee dat in overleg met het presidium niet is gekozen voor het op de volgende dag doorgaan met de vergadering, maar voor het ingrijpen in de spreektijden. Dit betekent dat alle fracties nog vijf minuten spreektijd hebben en dit is inclusief interruptie en beantwoording van een interruptie. Het is aan de raadsleden om te kijken waar zij echt nog op politiek vlak een statement willen maken of op willen ingaan. De heer Krale geeft aan dat er al meerdere keren aandacht is gevraagd in Den Haag voor het financiële ravijnjaar 2026. Hij noemt het moedwillig niet sluitend maken van de begrotingen een kamikazeactie en tegen de adviezen van de VNG in. De VVD is daarom tegen de motie. De heer L.

Herms geeft namens Wijchen Lokaal aan dat het ravijnjaar sowieso op Wijchen, alsook op alle andere gemeentes afkomt. Hij vindt dat niet nu eenmaal niet de halve wereld kan worden binnengehaald en asiel kan worden gegeven, want iemand moet dat betalen en het geld daarvoor moet ergens vandaan komen. Ook al zou er een krachtig signaal aan Den Haag worden afgegeven; de gemeente moet toch betalen. Mevrouw Hoogteijling geeft aan dat het CDA ten aanzien van de begroting dezelfde zorgen deelt als de heer Burgers, maar dat het CDA het onverstandig vindt om als oplossing een niet-sluitende begroting te krijgen. Ze verwijst naar de situatie in Beuningen, waar de provincie ingreep. Ze noemt de motie spelen met vuur. D66, GroenLinks en Kernachtig Wijchen maken bij deze motie geen gebruik van hun spreektijd. Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 27 van 34

De heer Burgers geeft als eerste indiener namens de PvdA aan blij te zijn met de toezegging van de wethouder om bij de VNG en de M50 aandacht te vragen voor het probleem. Hij hoopt dat er stevig wordt ingezet bij de VNG en dat duidelijk wordt gecommuniceerd naar de bewoners van Wijchen waarom de gemeente niks kan doen aan deze bezuinigingen. De voorzitter constateert dat het college geen feitelijke onjuistheden heeft gehoord en dat de tekst van de ingediende motie ongewijzigd blijft. De voorzitter brengt motie 2 "Den Haag is aan zet" ter stemming. Niemand legt hierover een stemverklaring af. Met 5 stemmen voor en 22 stemmen tegen is deze motie verworpen. Tweede termijn – motie 3, “Bellen bij negatieve beschikking” De heer Grobbe geeft aan dat Kernachtig Wijchen de motie steunt en hoopt dat met name gekeken wordt hoe naar het zich ontwikkelt. De heer Haerkens noemt het een sympathiek voorstel dat kan leiden tot meer tevredenheid bij de inwoners, betere communicatie, minder afgewezen procedures en minder bezwaarschriften. De VVD steunt dus de motie. De heer D. Herms sluit zich aan bij de vorige sprekers en geeft aan dat Wijchen Lokaal de motie steunt. De heer Van Wanroij geeft aan dat het CDA de motie steunt en het met de heer Grobbe eens is dat een score van 100% geen doel op zich moet zijn en dat het per situatie moet worden bekeken.

De PvdA en GroenLinks geven aan geen gebruik te maken van hun spreektijd. De heer Lukkezen bedankt namens D66 als eerste indiener de sprekers voor hun steun en heeft hieraan weinig toe te voegen. De voorzitter constateert dat het college geen feitelijke onjuistheden heeft gehoord en dat de tekst van de ingediende motie ongewijzigd blijft. De voorzitter brengt motie 3 "Bellen bij negatieve beschikking" ter stemming. Niemand legt hierover een stemverklaring af. Met 27 stemmen voor en 0 stemmen tegen is deze motie aangenomen. Besluit: De raad stemt unaniem in met motie 3 “Bellen bij negatieve beschikking”, aangaande zaaknummer 264410. Tweede termijn – motie 4, “Sociale-innovatiehackathon” De voorzitter geeft aan dat motie 4 over de sociale hackathon is ingetrokken. Tweede termijn – motie 5, “Jongerenadviesraad van alle Wijchense middelbare scholieren” De voorzitter wijst de raad erop dat de tekst van deze motie is aangepast en in iBabs staat. GroenLinks geeft aan geen gebruik te maken van de spreektijd. Mevrouw Eijkemans: geeft aan dat Kernachtig Wijchen de motie overbodig vindt, omdat jongeren al betrokken worden. Het opstellen van een plan van aanpak is dus niet nodig.

Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 28 van 34

De heer Haerkens geeft aan dat de VVD de motie in de huidige vorm steunt, omdat het past bij het bestaande beleid en de werkwijze van de wethouder. Het is goed dat de jeugd wordt betrokken om te participeren. De heer D. Herms geeft aan dat Wijchen Lokaal mede-indiener is en graag meer jongeren bij de politiek wil betrekken. Het is goed als hiermee aan de slag wordt gegaan. Mevrouw Joosse-de Visser geeft aan dat het CDA de motie overbodig vindt, omdat ambtenaren al bezig zijn met jongerenparticipatie en dat haar partij zuinig wil omgaan met tijd en middelen. Inhoudelijk is het CDA voor, maar mevrouw Joosse-de Visser had graag gezien dat de werkgroep Inwonersparticipatie hiermee aan de slag zou gaan. Mevrouw Muller reageert op de opmerking over zuinigheid en benadrukt dat de motie oproept om het budgetneutraal in te richten, waardoor er weinig beroep wordt gedaan op financiële middelen. Mevrouw Joosse-de Visser is zich hiervan bewust, maar wil de werkgroep niet voor de voeten lopen met deze motie. Ze vindt dat het proces dan beter gelopen had moeten worden. Mevrouw Muller vraagt daarop of het CDA de motie toch wil overwegen met deze aanvullingen, aangezien het CDA heeft aangegeven meer jongeren te willen betrekken.

Mevrouw Joosse-de Visser antwoordt dat ze de wethouder heeft horen zeggen dat hij de vorm graag vrij wil laten om met initiatieven te komen in samenwerking met de werkgroep, terwijl deze motie vraagt om een plan van aanpak. Mevrouw Jamin geeft aan dat de PvdA mede-indiener is van de motie en benadrukt dat het belangrijk is om alle inwoners, inclusief jongeren, bij het beleid te betrekken en hiervoor enthousiast te maken. De werkgroep Inwonersparticipatie is weliswaar hiermee bezig, maar deze motie kan daarbij een steun in de rug zijn en het proces versnellen. Ze vertelt over haar positieve ervaring bij een recente bijeenkomst waar scholieren een raadsvergadering naspeelden en benadrukt dat het belangrijk is dat niet alleen vwo’ers, maar alle middelbare scholieren kennismaken met de Wijchense politiek. Mevrouw Muller bedankt namens D66 als eerste indiener voor de steun van bepaalde fracties en hoopt dat andere fracties hun mening zullen heroverwegen om meer Wijchense jongeren bij de politiek te betrekken. De voorzitter constateert dat het college geen feitelijke onjuistheden heeft gehoord en dat de tekst van de ingediende motie na deze behandeling ongewijzigd blijft. De voorzitter brengt gewijzigde motie 5 "Jongerenadviesraad van alle Wijchense middelbare scholieren" ter stemming. Niemand legt hierover een stemverklaring af.

Met 12 stemmen voor en 15 stemmen tegen is deze motie verworpen. Tweede termijn – motie 6, “Opnemen potentie miniwarmte-/koudenetten in Warmteplan” De heer Kersten geeft aan dat Kernachtig Wijchen de ontwikkelingen rondom warmtenetten met grote interesse volgt, maar zeer kritisch is, omdat 90% van de warmtetrajecten stil ligt. De haalbaarheid in veel gemeenten is onbekend en het draagvlak is laag en dalende. Over de betaalbaarheid geeft hij aan dat de kosten voor aardgasvrij in Amsterdam bijvoorbeeld op € 40 miljard worden geraamd. Hij geeft aan dat Kernachtig Wijchen de motie steunt, omdat de wethouder heeft aangegeven dat deze motie wordt meegenomen in lopende onderzoeken. De heer Krale geeft aan dat de VVD geen fan is van warmtenetten, maar dat zijn partij door de reactie van de wethouder instemt met de motie.

Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 29 van 34

De heer D. Herms geeft aan dat Wijchen Lokaal openstaat voor dit idee en blij is een positief geluid van de portefeuillehouder hierover te horen. Wijchen Lokaal steunt dit sympathieke voorstel. De heer Van Wanroij geeft aan dat het CDA voor verduurzaming is en dat alle initiatieven daartoe moeten worden meegenomen. Het CDA is daarom voor deze motie. De PvdA en D66 geven aan geen gebruik te maken van hun spreektijd. De heer Tiemessen geeft namens GroenLinks als eerste indiener aan verheugd te zijn over de reacties en heeft hieraan niks toe te voegen. De voorzitter constateert dat het college geen feitelijke onjuistheden heeft gehoord en dat de tekst van de ingediende motie ongewijzigd blijft. De voorzitter brengt motie 6 "Opnemen potentie miniwarmte-/koudenetten in Warmteplan" ter stemming. Niemand legt hierover een stemverklaring af. Met 27 stemmen voor en 0 stemmen tegen is deze motie aangenomen. Besluit: De raad stemt unaniem in met motie 6 "Opnemen potentie miniwarmte-/koudenetten in Warmteplan", aangaande zaaknummer 264410. Tweede termijn – motie 7, “Verbetering luchtkwaliteit door minder houtstook” De voorzitter wijst de raad erop dat de tekst van deze motie is aangepast en in iBabs staat.

De heer Tiemessen licht toe dat een streep is gezet door het tweede deel van het eerste punt over het verbieden van naar buiten voerende rookkanalen voor houtkachels, openhaarden en allesbranders voor nieuwbouwwoningen. De heer L. Herms roept namens Wijchen Lokaal het college op om niet te zwichten voor klimaatdrammers en geen enkele vorm van houtstook te verbieden. Wijchen Lokaal wil onder geen beding de gezellige sfeer en warmte ontnemen van inwoners. Daarnaast kan de houtkachel de gas- en stroomprijs flink reduceren. Hij benadrukt dat de nadelen van houtstook niet opwegen tegen de voordelen en dat de fractie de motie niet zal steunen. Mevrouw Joosse-de Visser geeft aan het CDA de motie niet steunt. Alhoewel de fractie schone lucht belangrijk vindt, denkt het CDA dat de woorden van de wethouder voldoende zijn. Zij benadrukt dat de belangrijkste oorzaak van luchtvervuiling het gebruik van fossiele brandstoffen is. De gemeente moet breder voorlichten en informeren hoe belangrijk het is welke keuzes mensen maken en houtstook is daar een klein onderdeel van. De heer Tiemessen vraagt of de gemeente invloed kan uitoefenen op het verkeer op de snelweg of op het geven van goede stookadviezen. Mevrouw Joosse-de Visser denkt dat de gemeente veel invloed kan uitoefenen, maar vindt dat deze motie aandacht vraagt voor maar een klein onderdeel.

De lucht in Wijchen moet weliswaar schoner, maar daarvoor zijn andere maatregelen nodig dan die in deze motie. Mevrouw Jamin geeft aan dat zij zelf ook een houtkachel heeft en deze niet wil missen. Zij ziet namens de PvdA graag dat de gemeente meer aandacht besteedt aan voorlichting over houtstook. De heer Lukkezen geeft aan dat D66 akkoord kan gaan met de gewijzigde motie, omdat zijn partij het verbod te rigoureus vond. De heer Klinkhamer benadrukt dat schone lucht essentieel is en dat de gemeente Wijchen hier aandacht voor heeft. Hij geeft aan dat de gemeente verwijst naar hulpmiddelen zoals de

Verslag openbare raadsvergadering (jaarbegroting) d.d. 7 november 2024

pagina 30 van 34

stookwijzer. Kernachtig Wijchen zal de motie niet steunen, omdat het college al wil aansluiten bij het SLA. De heer Haerkens geeft aan dat de VVD tegen de motie is, omdat de fractie deze overbodig vindt en omdat de wethouder al bezig is met de problematiek. De heer Tiemessen is namens GroenLinks als eerste indiener blij met de antwoorden van de wethouder. Hij is tevreden dat de wethouder met het SLA aan de slag wil gaan. Hij wijst erop dat 118 gemeenten, inclusief de omringende gemeenten, al bezig zijn met dit akkoord en dat veel houtstokers het stookalert gebruiken, maar dat er nog ruimte is voor verbetering. Hij benadrukt dat overlast door houtstook serieus genomen moet worden, vooral in periodes zonder wind, en roept op tot meer aandacht voor dit probleem. De voorzitter constateert dat het college geen feitelijke onjuistheden heeft gehoord en dat de tekst van de ingediende motie na deze behandeling ongewijzigd blijft. De voorzitter brengt gewijzigde motie 7 "Verbetering luchtkwaliteit door minder houtstook" ter stemming. Niemand legt hierover een stemverklaring af. Met 6 stemmen voor en 21 stemmen tegen is deze motie verworpen. Tweede termijn – motie 8, “Aangesterkte aanpak afval” De heer Tiemessen vindt de motie goed, maar vraagt waarom de aanpak pas in de Perspectiefnota wordt genoemd en pas in 2026 wordt gerealiseerd. Hij benadrukt dat afvaldumping nu een probleem is.

GroenLinks vindt het jammer dat dit pas over veertien maanden kan worden aangepakt. De heer Burgers geeft aan dat de PvdA de motie niet zal steunen, omdat de fractie dit als repressie ziet en het een kansloze missie vindt. Hij complimenteert de wethouder wel voor het goed onderhouden van de gemeente, want hij ziet op straat weinig rommel rondslingeren. De heer Kersten vraagt of het beleid gebaseerd moet worden op gevoel of op harde cijfers, en wijst op een toename van 40% in afvaldumping. De heer Burgers antwoordt dat de cijfers over meldingen van afvaldumping relatief laag zijn en dat repressie een zinloze weg is. Hij pleit voor een focus op preventie en sociale invloed. De heer L. Herms vraagt of de heer Burgers op de hoogte is van de rommel bij kleding- en glasbakken. De heer Burgers bevestigt dit en vindt volle bakken een organisatorisch probleem, want inwoners zetten hun afval wel gewoon naast de volle bakken en gooien het bijvoorbeeld niet in struiken. Mevrouw Joosse-de Visser geeft aan dat ze in het buitengebied wel veel afval ziet liggen. Als alles op alles wordt gezet om rondslingerend afval te verminderen, dan is dat volgens het CDA winst voor de hele gemeente. De VVD geeft aan niet het woord te hoeven voeren bij deze motie. De heer D. Herms complimenteert de heer Kersten voor de motie en geef aan dat Wijchen Lokaal deze motie mede indient.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=52e4c463-48f9-4049-8cff-88fae09edfde