CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

22 10 04 brief college Herziene nota bodembeheer bijlage

Gemeenteraad 19 oktober 2022, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Ingekomen stukken24.736 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

afvalstoffen is te vinden in de brochure 'Transport van Afval" (Stichting Vervoeradres: www.beurtvaartadres.nl/Lists/Media/4601 info.pdf).

Blad 29 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

4.3

Tijdelijke opslag Tijdelijke opslag van grond en baggerspecie is in het kader van het Besluit bodemkwaliteit niet vergunningsplichtig op grond van de Wet milieubeheer en de Waterwet, mits voldaan wordt aan de voorwaarden uit de volgende tabel. Ook moet bij tijdelijke opslag de zorgplicht in acht worden genomen. Tabel 4.2: Vormen van tijdelijke opslag en bijbehorende voorwaarden Vorm van tijdelijke opslag

Voorwaarden van het Besluit bodemkwaliteit Maximale duur opslag Kwaliteitseisen

Meldingsplicht

Kortdurende opslag

6 maanden

-

Ja

Tijdelijke opslag op landbodem

3 jaar

Kwaliteit moet voldoen aan de kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem

Ja, met voorziene duur van opslag en eindbestemming

Weilanddepot (opslag van baggerspecie met het doel om die na rijping te verspreiden over de aangrenzende percelen)

3 jaar

Alleen baggerspecie die voldoet aan de normen voor verspreiding over aangrenzende percelen

Ja, met voorziene duur van opslag en eindbestemming

Opslag bij tijdelijke uitname

Looptijd van de werkzaamheden

-

Nee

Opgemerkt wordt dat, voorafgaand aan de tijdelijke opslag van grond of baggerspecie, naast een check op de milieuhygiënische eisen die vanuit het Besluit bodemkwaliteit worden gesteld, ook een toets op het bestemmingsplan dient plaats te vinden. Dit teneinde te kunnen uitsluiten dat de tijdelijke opslag overlast (te denken valt aan geluid, geur, stof, etc.) voor de omgeving oplevert.

4.4

Toepassen Grond kan op de volgende manieren worden toegepast: 1. via tijdelijke uitname; 2. in een standaard bodemtoepassing; 3. in een grootschalige bodemtoepassing. Deze toepassingsmogelijkheden worden in de volgende paragrafen nader toegelicht.

Blad 30 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

4.4.1

Tijdelijke uitname Van tijdelijke uitname is sprake als aan beide onderstaande voorwaarden wordt voldaan: 1. De grond niet wordt bewerkt. Voorbeelden van bewerken zijn het mengen met grond van elders of met bouwstoffen. Zeven wordt niet als bewerken gezien. 2. De grond wordt op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde condities hergebruikt. Op of nabij dezelfde plaats is in het Besluit niet gedefinieerd als afstand. Aangezien lokale omstandigheden van invloed zijn, beoordeelt de gemeente per geval of sprake is van 'op of nabij'. Voorbeeld van tijdelijke uitname is het graven van een leidingsleuf en het vervolgens terugzetten van de grond. In het geval van tijdelijke uitname hoeft de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende bodem en van de terug te plaatsen grond of baggerspecie niet te worden aangetoond. Het is echter mogelijk dat er, op basis van andere wet- en regelgeving zoals Arboregels of Wet bodembescherming (vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging), toch een onderzoeksverplichting geldt.

Wanneer uit deze onderzoeken blijkt dat sprake is van een verontreiniging waardoor de lokale bodemkwaliteit zou kunnen verslechteren als gevolg van bijvoorbeeld uitloging/uitspoeling, mag de grond of baggerspecie niet zomaar worden teruggeplaatst. Dit in verband met de zorgplicht van artikel 13 Wet bodembescherming. Er moeten dan maatregelen worden getroffen om verslechtering te voorkomen. Bij overschrijding van de interventiewaarden dient het saneringsspoor te worden gevolgd (zie hoofdstuk 8). Naast het niet hoeven aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit in het kader van het Besluit bodemkwaliteit, hoeft het tijdelijk uitnemen, eventueel op de locatie opslaan en terugplaatsen van grond of baggerspecie ook niet te worden gemeld.

4.4.2

Standaard bodemtoepassing Bij een standaard bodemtoepassing wordt grond die vrijkomt elders op of in de bodem toegepast. Dit mag alleen als:  sprake is van een functionele en nuttige toepassing ÉN  de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen grond voldoet aan toepassingseis zoals aangegeven op de toepassingskaart.

Blad 31 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Functionele en nuttige toepassing Het toepassen van grond als bodem is alleen toegestaan indien sprake is van een functionele en nuttige toepassing zoals bedoeld in respectievelijk artikel 5 en artikel 35 van het Besluit bodemkwaliteit. Hiermee wordt bedoeld dat het om een toepassing moet gaan in een hoedanigheid en hoeveelheid die nodig is voor het functioneren van de betreffende toepassing. In artikel 35 van het Besluit worden voorbeelden genoemd van wat onder een nuttige toepassing wordt verstaan. Aangezien een deel van deze toepassingen betrekking heeft op het toepassen in oppervlaktewater, zijn hieronder alleen de nuttige toepassingen weergegeven die zich binnen de regio (op landbodem) kunnen voordoen: • bouw- en wegconstructies (wegen, spoorwegen en geluidswallen); • ophoging van industrieterreinen, woningbouwlocaties en landbouw- en natuurgronden; • afdekken van saneringslocaties of het aanvullen van ontgravingsputten; • tijdelijke opslag van grond (voorafgaand aan het toepassen hiervan). Op de toepassingskaart in bijlage 1 zijn de mogelijkheden voor de standaard toepassing in de regio weergegeven. De kwaliteit van de grond moet kunnen worden aangetoond met één van de bewijsmiddelen die genoemd zijn in paragraaf 12.3.

Melden De initiatiefnemer moet voorafgaand aan de toepassing nagaan of aan de genoemde voorwaarden wordt voldaan en is in de meeste gevallen verplicht om de toepassing minimaal 5 dagen van te voren te melden bij het bevoegde gezag (zie paragraaf 12.4). Witte vlekken Van een aantal gebieden binnen de regio is de kwaliteitsklasse van de ontvangende landbodem niet bekend (zoals bijvoorbeeld ter plaatse van de slibophogingen). Deze gebieden zijn als witte vlekken op de kaarten aangegeven. Wanneer hier grond of baggerspecie wordt toegepast, kan de toepassingskaart niet worden gehanteerd voor het bepalen van de vereiste kwaliteitsklasse. In deze uitgesloten gebieden mag alleen schone grond worden toegepast, tenzij:  op de toepassingslocatie bodemonderzoek conform NEN-5740 is uitgevoerd dat uitwijst dat de ontvangende bodem in een andere bodemkwaliteitsklasse valt (wonen of industrie), ÉN  op de bodemfunctieklassenkaart (zie bijlage 1) de toepassingslocatie in de functieklasse wonen of industrie valt. In de volgende tabel kan worden afgelezen welke kwaliteit grond maximaal kan worden toegepast.

Blad 32 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

de kwaliteit van de ontvangende bodem, moet de uitloging voldoen aan de geldende emissiewaarden. Leeflaag: de toepassing moet worden afgedekt met een leeflaag van minimaal 0,5 meter dikte. De kwaliteitsklasse van deze leeflaag moet voldoen aan de kwaliteit zoals aangegeven op de toepassingskaart. Uitzondering hierop vormen grootschalige toepassingen onder wegen (deze worden afgedekt met een verhardingsconstructie) en bermen en taluds bij rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen (tot maximaal 10 m uit de weg mag grond/baggerspecie van maximaal de kwaliteitsklasse industrie worden toegepast). Beheer: de toepassing moet blijvend worden beheerd. Dit betekent dat er een aanwijsbare beheerder moet zijn die de toepassing in stand houdt in de vorm en hoeveelheid waarin deze is toegepast en staat geregistreerd.

grond/bagger als leeflaag

Toepassing:  laagdikte > 2 m* ÉN  omvang > 5000 m3  % bodemvreemd ≤ 20% * uitzondering voor (spoor)wegen: laagdikte ≥ 0,5 m)

toepassing oorspronkelijke bodem

Leeflaag van minimaal 0,5 meter  toetsing aan kwaliteitsklasse ontvangende bodem  toetsing aan bodemfunctieklasse Toepassing  maximaal klasse industrie  geen toetsing aan kwaliteit of functie ontvangende bodem

Figuur 4.1: Grootschalige bodemtoepassing

Melden De initiatiefnemer is verplicht om de toepassing minimaal 5 dagen van te voren te melden bij het bevoegde gezag (paragraaf 12.4).

Blad 34 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

4.5

Opbulken van partijen grond Het opbulken van grond c.q. samenvoegen, zoals dat gebeurt in (gemeentelijke) gronddepots, mag uitsluitend worden uitgevoerd door een bedrijf dat is erkend voor de BRL 9335. Opbulken kleine partijen (< 25 m3) In de praktijk is echter gebleken dat het voor veel hoveniersbedrijven, gemeentewerven en kleine aannemers vanuit economisch oogpunt niet haalbaar is om een erkenning voor de BRL 9335 te behalen. Daarom is voor het opbulken van kleine partijen een uitzondering gemaakt. Deze uitzondering houdt in dat het bij elkaar brengen van partijen grond of baggerspecie met verschillende herkomst is toegestaan indien de omvang van de opgebulkte partij niet groter is dan 25 m3. Deze partij moet vervolgens worden afgevoerd naar een inrichting die erkend is voor de BRL 9335.

Blad 35 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

5

Spelregels hergebruik van baggerspecie Vrijkomende baggerspecie kan op vier manieren worden hergebruikt: 1. op aangrenzende percelen: via het toetsingskader voor verspreiden; 2. op niet-aangrenzende percelen: in een standaard toepassing op landbodem; 3. in de waterbodem: in een standaard toepassing in waterbodem; 4. in een grootschalige bodemtoepassing. Deze nota bodembeleid beperkt zich tot de opties 1, 2 en 4. Optie 3, het toepassen in de waterbodem, valt buiten het bevoegde gezag van de gemeenten.

5.1

Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit Voordat baggerspecie mag toegepast of verspreid, is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit noodzakelijk. De milieuhygiënische kwaliteit kan worden aangetoond door middel van één van de volgende bewijsmiddelen:  Waterbodemkwaliteitskaart8  Bodemonderzoek conform NEN 5720  Partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit In de meeste gevallen kan de waterbodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel worden gebruikt. De waterbodemkwaliteitskaart mag echter niet als bewijsmiddel worden gebruikt indien de watergang verdacht is vanwege de nabijheid van:  een voormalige stortplaats  een saneringslocatie  een lozingspunt of riooloverstort  vulpunten t.b.v. het sproeien met bestrijdingsmiddelen  asbestverdachte beschoeiingen  een calamiteit Ook mag geen gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als op de locatie van herkomst een partijkeuring of waterbodemonderzoek conform NEN 5720 is uitgevoerd,. In dat geval moet worden uitgegaan van de resultaten van het lokaal uitgevoerde onderzoek.

8

Voorwaarde is dat het waterschap Hollandse Delta de kart bestuurlijk heeft vastgesteld

Blad 36 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Betrouwbaarheid waterbodemkwaliteitskaart De waterbodemkwaliteitskaart is opgesteld conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten en bevat meer dan voldoende geografisch verspreid gelegen waarnemingen. Uit de statistische analyse blijkt dat:  >95% van de bagger uit de watergangen voldoet aan de generieke verspreidingsnorm;  >95% van de bagger voldoet aan de normen voor een grootschalige bodemtoepassing;  de heterogeniteit binnen een acceptabele bandbreedte ligt, waardoor het gemiddelde als maat voor de bepaling van de kwaliteit mag worden gebruikt. De waterbodemkwaliteitskaart is hiermee een betrouwbaar bewijsmiddel voor het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit. De gemeenten in de regio accepteren de waterbodemkwaliteitskaart als erkend bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring) zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit.

5.2

Hergebruik op aangrenzende percelen Baggerspecie uit watergangen mag over de aangrenzende percelen worden hergebruikt. Dit valt onder het generieke kader voor verspreiden. Baggerspecie mag op aangrenzende percelen worden verspreid als de milieuhygiënische kwaliteit voldoet aan de generieke verspreidingsnorm. Op basis van de waterbodemkwaliteitskaart voldoet de baggerspecie uit alle onverdachte watergangen en watergangen die alleen verdacht zijn vanwege ligging in de bebouwde kom, ligging langs wegen met verkeersintensiteit > 500 voertuigen per dag en/of ligging nabij glastuinbouwwatergangen, aan de generieke verspreidingsnorm. Alvorens te worden verspreid, mag de baggerspecie op een aangrenzend perceel in een weilanddepot worden gezet om te laten ontwateren. Opgemerkt wordt dat het toetsingskader niet geldt voor het verspreiden van baggerspecie afkomstig vanuit de omgeving van riooloverstorten (tot 250 meter aan weerszijden van de riooloverstort). Deze baggerspecie wordt als puntbron aangemerkt en dit valt buiten de reikwijdte van het Besluit.

Voorwaarden Voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen gelden de volgende voorwaarden:  voor baggerspecie waarvan de milieuhygiënische kwaliteit voldoet aan de generieke verspreidingsnorm geldt de ontvangstplicht;  de baggerspecie mag tot aan de perceelsgrens worden verspreid;  er hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteitsklasse of functieklasse van de ontvangende bodem;  het verspreiden van baggerspecie hoeft niet te worden gemeld

Blad 37 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

In de normstelling voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen is rekening gehouden met de landbouwfunctie die deze percelen vaak hebben. De bovengrens voor de kwaliteit van baggerspecie die mag worden verspreid is gebaseerd op de zogenaamde msPAF toets (msPAF = meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie van lagere organismen)9. Verspreiding van de bagger op de kant moet voldoen aan de msPAF-toetsing zoals beschreven in het Besluit bodemkwaliteit. In figuur 5.1 is de normstelling voor verspreiding over aangrenzende percelen schematisch weergegeven.

Figuur 5.1: Normstelling verspreiden baggerspecie

Binnen het Besluit bodemkwaliteit bestaat de mogelijkheid voor tijdelijke opslag van baggerspecie in weilanddepots, waarvoor geen vergunning op grond van de Wet milieubeheer en Wet verontreiniging oppervlaktewateren nodig is. Een weilanddepot is een vorm van tijdelijke opslag. Bij dit type opslag is een voorziening aangebracht die voorkomt dat de opgebrachte baggerspecie wegvloeit van het perceel waar het is opgebracht. Voor de kwaliteitseisen bij het verspreiden van baggerspecie inclusief weilanddepots is het generieke beleid van toepassing Besluit- en Regeling bodemkwaliteit én het landelijke Handelingskader PFAS van toepassing. Voor het verspreiden van baggerspecie in grondwaterbeschermings- en Natura 2000 gebieden wordt teven aangesloten bij de generieke normen en voorwaarden Bbk, Rbk én het landelijke Handelingskader PFAS en provinciale omgevingsverordening. Voor weilanddepots gelden dezelfde normen als voor verspreiding over aangrenzende percelen. Boven op de bovengenoemde normenkaders kunnen aanvullende normen gesteld zijn door de provincie (in bijvoorbeeld de omgevingsverordening) Opgemerkt wordt dat het beschreven toetsingskader niet geldt voor het verspreiden van baggerspecie afkomstig vanuit de omgeving van riooloverstorten (tot 250 meter aan weerszijden van de riooloverstort).

Deze baggerspecie wordt als puntbron aangemerkt en dit valt buiten de reikwijdte van het Besluit.

https://www.bodemrichtlijn.nl/Bibliotheek/bodemsaneringstechnieken/h-behandelen-en-bestemmen-va9446/h1algemene-aspecten-van-behandelen-en-bestemmen-van-baggerspecie/behandelen-en-bestemmen-van-baggerspeciewettelijk-kader-voor-bes9467 9

Blad 38 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Acceptatieplicht Het Besluit bodemkwaliteit geeft alleen de milieuhygiënische randvoorwaarden, met de bijbehorende reikwijdte, waarbinnen mag worden verspreid. Het Besluit staat verder los van de bevoegdheden, eigendomsverhoudingen en ‘ontvangstplichten’ die rondom het verspreiden van baggerspecie in andere regelgeving zijn geregeld. Het Bkk geeft daarnaast ook geen maat voor de laagdikte of hoeveelheden. In de Handreiking Besluit bodemkwaliteit is hierover alleen vermeld dat de hoeveelheid, en de daarmee samenhangende laagdikte, in overleg met de eigenaar van het perceel wordt bepaald.

5.3

Hergebruik op niet-aangrenzende percelen Het heeft de voorkeur om vrijkomende baggerspecie te hergebruiken op de aangrenzende percelen. Regelmatig komt het echter voor dat vrijkomende baggerspecie niet op het aangrenzende perceel kan worden verspreid omdat er onvoldoende ruimte is. Dit speelt met name binnen de bebouwde kom, waar verharding en bebouwing de mogelijkheden sterk beperken. In het verleden werd dergelijke baggerspecie vaak naar een verwerkingslocatie afgevoerd. Het Besluit bodemkwaliteit maakt het echter ook mogelijk om deze baggerspecie op verder weg gelegen percelen te hergebruiken. Dit valt dan onder de noemer 'toepassen'.

5.4

Generiek beleid voor het overige deel van het beheersgebied Voor de toepassing van baggerspecie in het overige deel van het beheersgebied, dus buiten de landbouwgebieden waarvoor het gebiedsspecifieke beleid geldt zoals uitgewerkt in hoofdstuk 5, gelden de generieke regels voor toepassen uit paragraaf 4.4.2. Hier moet dus worden voldaan het principe van stand-still. Voorwaarden  Voor het toepassen van baggerspecie buiten de landbouwgebieden gelden de volgende voorwaarden:  de kwaliteit van de baggerspecie moet worden getoetst aan de toepassingskaart voor de landbodem;  voor de bepaling van de kwaliteit mag gebruik worden gemaakt van de bewijsmiddelen zoals genoemd in paragraaf 12.3;  het toepassen van baggerspecie moet worden gemeld conform de eisen uit paragraaf 12.4

5.5

Hergebruik in een grootschalige bodemtoepassing Voor het hergebruik van baggerspecie in een grootschalige bodemtoepassing gelden dezelfde regels als voor grond, zie hiervoor paragraaf 4.4.3. De kwaliteitsgegevens van de baggerspecie moeten hiertoe worden omgerekend naar de klasse-indeling voor landbodem. Uit de statistische onderbouwing van de waterbodemkwaliteitskaart blijkt dat de 95-percentielwaarde van de bagger uit alle zones aan de normen voor een grootschalige bodemtoepassing voldoet. Dit betekent dus dat alle bagger uit de onverdachte watergangen, zoals opgenomen op de waterbodemkwaliteitskaart, geschikt is voor toepassing in een grootschalige bodemtoepassing.

Blad 39 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Voorwaarden  Voor het toepassen van baggerspecie in een grootschalige bodemtoepassing gelden de volgende voorwaarden:  de toepassing moet voldoen aan de regels uit paragraaf 4.4.3;  de kwaliteit van de baggerspecie moet voldoen aan de kwaliteitsklasse 'Industrie';  voor de bepaling van de kwaliteit mag gebruik worden gemaakt van de bewijsmiddelen zoals genoemd in paragraaf 12.3;  het toepassen van baggerspecie moet worden gemeld conform de eisen uit paragraaf 12.4.

Blad 40 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

6

Bodemtoets Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, de wijziging van een bestemming of bij gemeentelijke grondtransacties is in veel gevallen bodemonderzoek vereist. Dit hoofdstuk beschrijft wanneer bodemonderzoek daadwerkelijk nodig is en hoe de gegevens worden getoetst.

6.1

Bodemtoets bij omgevingsvergunning voor bouwen In artikel 8 van de Woningwet is aangegeven dat een gemeente in de gemeentelijke bouwverordening regels moet opnemen om het bouwen op verontreinigde grond tegen te gaan. De gemeente heeft de taak om alleen een omgevingsvergunning (aspect bouwen) te verlenen als de kwaliteit van de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Als de bouwlocatie daaraan niet voldoet, dan kan de gemeente een aanvraag voor een omgevingsvergunning weigeren, of nadere eisen in de vergunning opnemen. Conform de Ministriële regeling omgevingsrecht (Mor) moet bij het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning een onderzoeksrapport inzake de gesteldheid van de bodem worden overgelegd. Vrijstelling van bodemonderzoek In de volgende gevallen kan de gemeente vrijstelling verlenen voor het uitvoeren van een bodemonderzoek: 1. Het bouwwerk raakt de grond niet of het bestaande feitelijk gebruik blijft gehandhaafd; 2. Het te bebouwen oppervlak is kleiner dan 50 m2; 3. Het bouwwerk heeft geen woon- of verblijfsfunctie, dat wil zeggen dat in het gebouw minder dan twee uur per dag mensen aanwezig zijn; 4. Op de bodemkwaliteitskaart (ontgravingskaart) valt de locatie binnen de zone 'AW2000'.

Toelichting: aangezien in de Bouwverordening is vastgelegd dat ontheffing verleend kan worden bij een omgevingsvergunning (aspect bouwen) omdat er voldoende gegevens bekend zijn met betrekking tot de bodemkwaliteit, wordt de bodemkwaliteitskaart in combinatie met de nota bodembeheer geaccepteerd bij bouwaanvragen op onverdachte locaties. Historische toets In de situaties 2 t/m 4 geldt de vrijstelling alleen indien de locatie onverdacht is met betrekking tot bodemverontreiniging (puntbronnen of diffuus verspreide verontreiniging). Hiertoe wordt een historische toets uitgevoerd. In de situaties 2 en 3 wordt dit door de gemeente gedaan. In situatie 4 vult de aanvrager van de vergunning het formulier 'Vragenformulier NEN 5725 t.b.v. vrij grondverzet' (zie bijlage 2) in. Op basis hiervan beoordeelt de gemeente of vrijstelling verleend kan worden. Als dit niet het geval is, moet de aanvrager alsnog een bodemonderzoek uitvoeren. Toch bodemonderzoek nodig? Als de gemeente geen vrijstelling voor de onderzoeksverplichting verleent, moet de aanvrager van de vergunning een bodemonderzoek overleggen. Het onderzoeksrapport moet voldoen aan de NEN 5740. Het onderzoek mag niet ouder zijn dan 5 jaar.

Als de initiatiefnemer beschikt over een bodemonderzoek van meer dan 5 jaar maar maximaal 10 jaar oud, mag worden volstaan met een aanvullend bodemonderzoek van alleen de bovengrond (aantal boringen en analyses conform NEN 5740). Voorwaarde is wel dat de inrichting en/of het gebruik van de locatie sinds de uitvoering van het bodemonderzoek niet zijn veranderd.

Blad 41 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Indien bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden na uitvoering van het bodemonderzoek, dient het bodemonderzoek geactualiseerd te worden. De opzet van het actualiserend bodemonderzoek is afhankelijk van de aard en omvang van de bodembedreigende activiteiten. Afbakening onderzoekslocatie Minimaal moet het bouwvlak in het bodemonderzoek worden betrokken. De gemeente hanteert als definitie voor het bouwvlak het gehele voor woning bestemde perceel, dus inclusief de tuin. Bodemonderzoek en slopen Als een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd én er is sprake van sloop, dan verdient het de voorkeur om het bodemonderzoek ná de sloop uit te voeren. Indien toch voor het slopen een bodemonderzoek conform NEN 5740 is uitgevoerd, dan dient ná de sloop een tweede bodemonderzoek uitgevoerd te worden ter controle op bodemverontreiniging als gevolg van de sloopactiviteiten. Onder andere asbest is hierbij een aandachtspunt als het gebouw vóór 1994 is gebouwd.

6.2

Bodemtoets bij ruimtelijke plannen Het doel van bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan of projectbesluit. Het stappenplan van de bodemtoets en de uitwerking daarvan staat vermeld op de website: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ordening/toetsen-ruimtelijkeplannen/bodemtoets

6.3

Bodemonderzoek bij grondtransacties, (ver)huur of pacht Bij gemeentelijke grondtransacties is in veel gevallen bodemonderzoek vereist. Deze paragraaf beschrijft wanneer bodemonderzoek daadwerkelijk nodig is en hoe de gegevens worden getoetst. Aan- en verkoop door de gemeente Bij aan- of verkoop van grond door de gemeente dient in principe een onderzoek inzake de gesteldheid van de bodem te worden uitgevoerd, tenzij er gegronde redenen zijn om hiervan af te wijken, bijvoorbeeld vanwege de geringe omvang van de locatie. Huur, verhuur of erfpacht Bij huur, verhuur of erfpacht door de gemeente is het wenselijk minimaal een vooronderzoek conform de NEN 5725 uit te voeren. De noodzaak voor verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 moet per situatie worden bepaald. Bij huur, verhuur of erfpacht van percelen waar in

Blad 42 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

de toekomst sprake is van bodembedreigende activiteiten, moet altijd een bodemonderzoek conform NEN 5740 plaatsvinden, zowel voorafgaand als na afloop van de huur-/erfpachtperiode.

6.4

Verhoogde gehalten metalen in grondwater In de regio komen verhoogde gehalten aan zware metalen in het grondwater voor. Bij matig tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen dient per situatie bekeken te worden of sprake is van een bodemverontreiniging of natuurlijk verhoogde achtergrondgehalten. Indien verhoogde gehalten aan zware metalen kunnen worden gerelateerd aan bedrijfsactiviteiten op of in de omgeving van het onderzochte perceel dient altijd een herbemonstering plaats te vinden. Op basis van de resultaten van de herbemonstering dient per geval bepaald te worden of nader onderzoek noodzakelijk is. Indien de verhoogde gehalten niet gerelateerd kunnen worden aan bedrijfsactiviteiten en er geen sprake is van een verontreiniging van de grond, is mogelijk sprake van een natuurlijk verhoogd achtergrondgehalte. Herbemonstering is, mits voldoende onderbouwd, dan niet noodzakelijk.

6.5

Kwalibo Kwalibo staat voor kwaliteitsborging in het bodembeheer. Dit onderdeel van het Besluit bodemkwaliteit regelt de kwaliteits- en integriteitseisen waaraan uitvoerders van bodemwerkzaamheden moeten voldoen. Werkzaamheden die alleen mogen worden uitgevoerd door gecertificeerde en erkende bedrijven zijn onder meer:  Monsterneming bij partijkeuringen - erkenning SIKB BRL 1000 verplicht  Veldwerk bij bodemonderzoek - erkenning SIKB BRL 2000 verplicht  Milieukundige begeleiding bij bodemsanering - erkenning SIKB BRL 6000 verplicht  Uitvoering bodemsanering - erkenning SIKB BRL 7000 verplicht Een overzicht van erkende instanties en personen is te vinden op de site van Bodem+: http://www.Bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/?form=persoonhistorie Bij de toetsing van bodemonderzoeken en partijkeuringen moet de gemeente controleren of aan de Kwalibo-eisen wordt voldaan. Als dit niet het geval is, moet de gemeente dit melden bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). https://e-loket.ilent.nl/formulier/nlNL/DefaultEnvironment/MMi 001.aspx/CB Authenticatie/CB Inleiding

Blad 43 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

7

Gebruik ‘Vragenformulier NEN 5725’

7.1

Onderbouwing Teneinde uit te sluiten dat de locatie van herkomst als 'verdacht' ten aanzien van bodemverontreiniging moet worden bestempeld, dient voorafgaand aan grondverzet altijd een historisch onderzoek overeenkomstig de NEN 5725 te worden uitgevoerd. Om de procedure te vergemakkelijken werkt de gemeente met het ‘Vragenformulier NEN 5725’. Dit formulier kan zowel worden ingevuld door een bodemadviesbureau, als door bijvoorbeeld een initiatiefnemer, eigenaar of de gemeente. Het formulier wordt volledig ingevuld en ondertekend en wordt als bijlage bij de melding ingediend. In bijlage 2 is het formulier opgenomen. Het formulier is zodanig ingericht dat deze voldoet aan alle eisen aan vooronderzoek die zijn gesteld in de NEN 5725. Onder een verdachte locatie wordt het volgende verstaan:  Locaties waar in het verleden (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die mogelijk een bodemverontreiniging hebben veroorzaakt;  Bekende lokale gevallen van bodemverontreiniging, niet behorende tot de diffuse bodemverontreiniging;  Lokaal aanwezige (historische) ophooglagen, dempingen en puinpaden;  Bodemsanering in uitvoering;  Restverontreiniging na bodemsanering c.q. lokaal aangebrachte leeflagen; In de bijlage is het ‘Vragenformulier NEN 5725’ opgenomen (voorheen: ‘Toets Herkomst’).

Om gebruik te kunnen maken van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel dient dit volledig ingevulde formulier bij de melding te worden gevoegd. Het formulier is alleen geldig indien dit door de bodemambtenaar van de gemeente van herkomst is ondertekend (lees: vrijgegeven). Uiteraard kan een onderzoek conform de NEN 5725 ook gebruikt worden, tezamen met de bodemkwaliteitskaart, als onderbouwing van de milieuhygiënische kwaliteit. Volgt uit het vooronderzoek dat sprake van een situatie als hierboven beschreven, dan kan de betreffende bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel worden gebruikt voor de milieuhygiënische kwaliteit van de vrijkomende grond (en/of de ontvangende bodem). In dat geval dient de milieuhygiënische kwaliteit op een andere wijze te worden aangetoond. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van één van de bewijsmiddelen zoals beschreven in paragraaf 12.3.

Blad 44 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

7.2

Huidige stelsel De gemeente toetst bij de melding toepassen van grond of baggerspecie op basis van de kwaliteitskaart of het bijgevoegde NEN 5725-vooronderzoek dan wel het ingevulde ‘Vragenformulier NEN 5725’ correct en compleet is. Het onderzoek/het formulier is bijgevoegd als onderdeel van de melding. In het geval het formulier is aangeleverd als zijnde vooronderzoek, controleert de gemeente of: 1. Het formulier door de initiatiefnemer correct en volledig is ingevuld ; 2. Het formulier door de initiatiefnemer is ondertekend; 3. Aan de overige voorwaarden voor het toepassen op grond van de bodemkwaliteitskaart wordt voldaan. Als aan de bovenstaande voorwaarden wordt voldaan kan worden ingestemd met de toepassing. Het ‘Vragenformulier NEN 5725’ is tezamen met de bodemkwaliteitskaart te gebruiken als bewijsmiddel voor de kwaliteit van de toe te passen partij en de ontvangende bodem. Het ‘Vragenformulier NEN 5725’ is opgenomen in bijlage 2 van deze Nota.

Blad 45 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

8

Saneren van bodemverontreiniging

8.1

Saneren van historische bodemverontreiniging ontstaan vóór 1987 Bij bodemverontreiniging ontstaan vóór 1987 moet worden vastgesteld of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging als meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 bodemvolume grondwater sterk verontreinigd is. Asbest vormt een uitzondering op deze regels. Voor asbest is niet 1987 het ijkpunt voor een historische bodemverontreiniging, maar 1993. Indien de asbestverontreiniging is ontstaan vóór 1993 moet worden vastgesteld of sprake is van een geval van ernstige asbestverontreiniging. Hiervoor geldt geen volumecriterium. Er is sprake van een geval van ernstige asbestverontreiniging als de bodem meer dan 100 mg/kg aan (gewogen) asbest bevat, ongeacht het verontreinigd bodemvolume.

8.1.1

Gevallen van ernstige bodemverontreiniging De provincie Zuid-Holland is conform de Wet bodembescherming bevoegd gezag voor besluiten over gevallen van ernstige bodemverontreiniging en heeft de uitvoerende taken uitbesteed aan de DCMR. De noodzaak tot sanering en de aard van de saneringsmaatregelen wordt bepaald door de spoedeisendheid. De spoedeisendheid wordt vastgesteld op basis van de humane, ecologische en verspreidingsrisico's. Eenvoudige saneringen met conventionele technieken die alleen op het eigen perceel plaatsvinden, handelt de DCMR af via het Besluit Uniform Saneren (BUS) waarbij volstaan kan worden met een melding voorafgaand aan de sanering. De grotere en meer gecompliceerde gevallen lopen via het Wbb-spoor waarvoor een saneringsplan moet worden opgesteld. Het aanvullen van een saneringsput valt onder het Besluit bodemkwaliteit, aangezien dit het toepassen van grond betreft. Hiervoor is de gemeente het bevoegde gezag. De initiatiefnemer moet de toepassing van de aanvulgrond melden conform de regels uit paragraaf 12.4.

8.1.2

Gevallen van niet-ernstige bodemverontreiniging Gevallen van niet-ernstige bodemverontreiniging worden afgehandeld door de gemeente. De initiatiefnemer moet de sanering melden bij de gemeente en overlegt daarbij een bodemonderzoek en een globaal plan van aanpak. De gemeente houdt toezicht op de uitvoering. Na afloop van de sanering moet de initiatiefnemer een evaluatieverslag overleggen.

Blad 46 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Eisen aan bodemonderzoek Het bodemonderzoek mag niet ouder zijn dan 5 jaar. De verontreiniging moet zodanig zijn afgeperkt dat uitgesloten kan worden dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Bodemonderzoek van ná 1 juli 2008 moet voldoen aan de BRL2000. De instantie die het onderzoek heeft uitgevoerd, moet in het kader van de Kwalibo-regeling erkend zijn door Agentschap NL/Bodemplus. Eisen aan plan van aanpak en melding voorafgaand aan sanering Minimaal 5 weken voorafgaand aan de sanering meldt de initiatiefnemer de voorgenomen werkzaamheden bij de gemeente. De melding gebeurt via een plan van aanpak. De gemeente heeft 5 weken om de melding te toetsen en geeft schriftelijke goedkeuring. Eisen aan uitvoering De sanering van niet-ernstige gevallen valt niet onder de Kwaliboregelgeving. Dat betekent dat de aannemer en de milieukundige begeleiding niet gecertificeerd hoeven te zijn voor de BRL7000 respectievelijk BRL-6000. Dit wordt echter wel sterk aanbevolen. Aangezien de gemeente een voorbeeldfunctie heeft, zal zij voor gemeentelijke saneringen altijd gebruik maken van conform BRL 6000 en BRL 7000 erkende bedrijven. Eisen aan evaluatieverslag Binnen 6 weken na afronding van de sanering overhandigt de initiatiefnemer een evaluatieverslag aan de gemeente. De gemeente heeft 5 weken om het evaluatieverslag te beoordelen en geeft schriftelijke goedkeuring.

8.2

Saneren van nieuwe gevallen van bodemverontreiniging Bodemverontreiniging ontstaan na 1 januari 1987 wordt als een nieuw geval beschouwd en moet direct worden gemeld. Bij de aanpak van nieuwe bodemverontreiniging kunnen zowel provincie als gemeente het bevoegde gezag zijn:  voor nieuwe gevallen binnen Wm-inrichtingen is de gemeente het bevoegde gezag, tenzij sprake is van een provinciale inrichting;  voor nieuwe gevallen buiten Wm-inrichtingen is de provincie het bevoegde gezag; de taakuitvoering gebeurt door DCMR.

Blad 47 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

8.2.1

Nieuwe gevallen binnen Wm-inrichtingen Inrichtingen beschikken over een vergunning in het kader van de Wet milieubeheer (Wm) of vallen onder het Activiteitenbesluit of het Besluit landbouw milieubeheer. Vaak zijn in de vergunning bepalingen opgenomen over bodemverontreiniging en het uitvoeren van nulsituatieen eindsituatiebodemonderzoek. Verder kan het bevoegde gezag in de zin van de Wet milieubeheer terugvallen op de algemene zorgplichtbepaling uit de Wet bodembescherming (art. 13). Binnen gemeentelijke inrichtingen is de gemeente bevoegd om handhavend op te treden op grond van artikel 13 van de Wbb. Op meerdere manieren kan een nieuwe bodemverontreiniging aan het licht komen:   

De handhaver constateert de bodemverontreiniging, bijvoorbeeld na de uitvoering van een nul- of eindsituatiebodemonderzoek of tussentijdse (grondwater)monitoring. De veroorzaker meldt zelf dat sprake is van bodemverontreiniging, bijvoorbeeld na het uitvoeren van bodemonderzoek op eigen initiatief. Melding door derden.

De gemeente bepaalt de randvoorwaarden voor de aanpak van de geconstateerde bodemverontreiniging. Volgens artikel 1.1a uit de Wet milieubeheer en artikel 13 van de Wbb is de veroorzaker verplicht om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd. In principe betekent dit dat de verontreiniging volledig wordt verwijderd, waarbij als terugsaneerwaarde de maximale waarde bij de lokale bodemfunctieklasse uit de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart mag worden gehanteerd. Complexe gevallen, bijvoorbeeld onder bebouwing, kunnen echter maatwerk vereisen. De initiatiefnemer moet de sanering melden bij de gemeente en overlegt daarbij een bodemonderzoek en een globaal plan van aanpak. De gemeente houdt toezicht op de uitvoering. Na afloop van de sanering moet de initiatiefnemer een evaluatieverslag overleggen. Eisen aan bodemonderzoek Het bodemonderzoek mag niet ouder zijn dan 5 jaar. In principe moet het geval worden afgeperkt tot de bodemfunctieklasse zoals weergegeven op de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart, of het niveau zoals vastgesteld bij eerder nulsituatiebodemonderzoek. De mate van afperking moet dusdanig zijn dat een oplossingsrichting voor de verontreinigingsproblematiek kan worden bepaald. Bodemonderzoek van ná 1 juli 2008 moet voldoen aan de BRL2000.

De instantie die het onderzoek heeft uitgevoerd, moet in het kader van de Kwalibo-regeling erkend zijn door Agentschap NL/Bodemplus. Eisen aan melding voorafgaand aan sanering Minimaal 5 weken voorafgaand aan de sanering meldt de initiatiefnemer de voorgenomen werkzaamheden bij de gemeente. De melding gebeurt via een plan van aanpak. Voor complexe gevallen kan het bevoegde gezag aanvullende eisen stellen. De gemeente heeft 5 weken om de melding te toetsen en geeft schriftelijke goedkeuring.

Blad 48 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Eisen aan uitvoering De sanering van nieuwe gevallen valt onder de Kwaliboregelgeving. Dat betekent dat de aannemer en de milieukundige begeleiding gecertificeerd en erkend moeten zijn voor de BRL7000 respectievelijk BRL-6000. Eisen aan evaluatieverslag Binnen 6 weken na afronding van de sanering overhandigt de initiatiefnemer een evaluatieverslag aan de gemeente. De gemeente heeft 5 weken om het evaluatieverslag te beoordelen en geeft schriftelijke goedkeuring.

8.2.2

Nieuwe gevallen buiten Wm-inrichtingen Nieuwe bodemverontreiniging buiten inrichtingen, niet zijnde calamiteiten, komen minder vaak voor dan binnen inrichtingen. Voorbeelden van dergelijke gevallen zijn:  Verontreiniging van wegbermen na 1 januari 1987.  Verontreiniging van de bodem als gevolg van de aanleg van een werk in het kader van het Besluit bodemkwaliteit (door onverwacht hoge uitloging of vermenging met de bodem). In tegenstelling tot situaties binnen inrichtingen is een vergunning in het kader van de Wet milieubeheer niet van toepassing. Hierdoor blijven de gevallen vaak onopgemerkt tot het moment dat er bodemonderzoek in een ander kader plaatsvindt of er een vermoeden bestaat dat er iets aan de hand is. Er is ook niet altijd een duidelijke veroorzaker aan te wijzen. Wanneer de veroorzaker niet bekend is, kan worden teruggevallen op de saneringsparagraaf uit de Wet bodembescherming. De DCMR is namens de provincie het orgaan voor het beoordelen en handhaven van deze bodemverontreiniging.

8.2.3

Calamiteiten (ongewone voorvallen) Wanneer door een ongeval of een ander ongewoon voorval de bodem verontreinigd raakt of dreigt te raken, dient de veroorzaker onverwijld maatregelen te nemen om (verspreiding van) de verontreiniging te voorkomen. Als de bodem al verontreinigd is geraakt, moet hij deze zo snel mogelijk ongedaan maken. Dit is vastgelegd in artikel 13 van de Wet bodembescherming, het zorgplichtbeginsel. Direct handelen is nodig als:  de verontreiniging zich snel verspreidt;  de verontreiniging kort geleden is ontstaan;  de verontreiniging eenvoudig is op te ruimen door ontgraving. In principe moet de veroorzaker in de gelegenheid worden gesteld om de benodigde acties te ondernemen. Als de geboden spoed zich hiertegen verzet, kan het bevoegde gezag de acties (laten) uitvoeren en deze in rekening brengen bij de veroorzaker. Er is dan sprake van rauwelijkse bestuursdwang, zoals vastgelegd in artikel 5.24 van de Awb ('geen termijn als de geboden spoed dit eist'). De veroorzaker moet wel zo spoedig mogelijk schriftelijk aansprakelijk worden gesteld.

Blad 49 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Het bevoegd gezag is:  Binnen Wm-inrichtingen: de overheidsinstantie die, net als bij de reguliere nieuwe gevallen van bodemverontreiniging, vergunningverlener is.  Buiten Wm-inrichtingen: het bevoegd gezag in het kader van de Wet bodembescherming (provincie met taakuitvoering door DCMR). Eisen aan bodemonderzoek Indien direct handelen vereist is, is het zaak dat de verontreiniging direct wordt ontgraven. Voorafgaand bodemonderzoek kan dan achterwege worden gelaten. De ontgravingsgrenzen worden tijdens de sanering vastgesteld. Indien sprake is van een situatie waar direct handelen niet nodig is, is het beter om eerst een bodemonderzoek uit te voeren. Eisen aan melding De veroorzaker moet de calamiteit melden aan de gemeente of via de Milieuklachtenlijn. De gemeente bepaalt of zij zelf bevoegd gezag is of de provincie. In het laatste geval geeft de gemeente de melding door aan de DCMR die voor verdere afhandeling zorgt. Indien sprake is van een situatie waar direct handelen niet nodig is, moet de veroorzaker een schriftelijke melding doen, zoals beschreven in paragraaf 12.4. Eisen aan uitvoering sanering Het saneren van bodemverontreiniging als gevolg van calamiteiten valt onder de Kwaliboregelgeving. Dat betekent dat de aannemer en de milieukundige begeleiding gecertificeerd en erkend moeten zijn voor de BRL-7000 respectievelijk BRL-6000.

Uitzondering vormen situaties waarin direct handelen is vereist. In dat geval hoeft de aannemer niet gecertificeerd te zijn voor de BRL-7000. Indien geen bodemonderzoek is uitgevoerd, bepaalt de milieukundig begeleider in het veld de ontgravingsgrenzen van de sanering. Eisen aan evaluatieverslag Binnen 6 weken na afronding van de sanering overhandigt de initiatiefnemer een evaluatieverslag aan de gemeente. De gemeente heeft 5 weken om het evaluatieverslag te beoordelen en geeft schriftelijke goedkeuring.

8.3

Saneren van asbest Asbest in grond Als uit asbestonderzoek blijkt dat er sprake is van grond waarin de interventiewaarde van 100 mg/kg (gewogen) asbest wordt overschreden, spreken we van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Deze gevallen worden behandeld overeenkomstig het gestelde in de paragrafen 10.1 (asbest-verontreiniging ontstaan voor 1993) en 10.2 (asbestverontreiniging ontstaan na 1993).

Blad 50 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Asbestwegen Onder asbestwegen wordt verstaan een weg, een pad of een erf, alsmede andere grond die bestemd is om door rij en ander verkeer gebruikt te worden. Het is sinds 1 januari 2000, op basis van het Besluit asbestwegen milieubeheer, verboden om een asbesthoudende weg in eigendom te hebben. Wanneer er meer dan 100 mg/kg gewogen asbest in een weg zit, is de eigenaar verplicht een melding te doen bij het ministerie van I&M en maatregelen te nemen die strekken tot het tegengaan van blootstelling van gebruikers van die weg aan asbest. Hierbij zijn twee opties:  Weg aangelegd vóór 1 juli 1993: de asbestverontreiniging mag worden geïsoleerd door middel van het aanbrengen van een verharding;  Weg aangelegd na 1 juli 1993: de asbestverontreiniging moet worden verwijderd. Wegen die voor 1 juli 1993 zijn aangebracht en waarvan het asbest reeds is afgeschermd door een verharding die geen asbest bevat, vallen niet onder de meldplicht. De VROM-inspectie ziet toe op de handhaving van het Besluit asbestwegen milieubeheer. Overige situaties Overige situaties zijn bijvoorbeeld (sloot)dempingen met asbest. Allereerst moet worden nagegaan of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Als de hoeveelheid bodemvreemd materiaal kleiner is dan 50%, is de Wbb en daarmee de saneringsregeling van toepassing.

Bij meer dan 50% bodemvreemd materiaal is de Wbb niet van toepassing en betreffen de werkzaamheden, juridisch gezien, geen bodemsanering. In dat geval is geen verplichte procedure noodzakelijk voor het ontgraven. Het is gebruikelijk dat de gemeente via een plan van aanpak geïnformeerd wordt over de voorgenomen werkzaamheden. Uiteraard zijn de afvalstoffenwetgeving en regels omtrent veiligheid en gezondheid wel van toepassing. Bevoegde gezag In de volgende tabel is een samenvattend overzicht gegeven van de bevoegde gezagen en de meldingsplicht bij de gemeente. Tabel 6.1 Bevoegd gezag bij saneren asbest Situatie

Bevoegd gezag

Meldingsplicht gemeente

Erfverharding/asbestwegen Asbest in bodem Overige situaties - binnen inrichtingen - buiten inrichtingen

Rijk Provincie

Ja Ja

Vergunningverlener (gemeente/provincie) Gemeente/provincie

ja nee

Blad 51 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

9

Toepassen van gereinigde grond

9.1

Onderbouwing De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee heeft zich met de Nota bodembeheer tot doel gesteld hergebruik van grond zoveel mogelijk te stimuleren zonder daarmee de duurzame eigenschappen van de bodem te belemmeren. Dit wil zeggen dat partijen grond op plaatsen worden toegepast waar deze de minste risico’s opleveren. Dit uitgangspunt past in de nieuwe landelijke beleidsontwikkelingen. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar één specifiek milieuthema, bijvoorbeeld de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit, maar breder naar de impact op de directe omgeving. De Omgevingswet is hiervan een goed voorbeeld, waarbij een balans wordt gezocht tussen enerzijds de ruimte die nodig is voor maatschappelijke activiteiten op de bodem en anderzijds de bescherming en functionele eigenschappen van de bodem. Het toepassen van gereinigde grond past binnen dit beleidskader. Door het toestaan van gereinigde grond op vooraf geselecteerde locaties wordt op een duurzame en verantwoorde manier omgegaan met grondstromen. Voor het toepassen van grond en bouwstoffen is het Besluit Bodemkwaliteit dan wel de Regeling Bodemkwaliteit de basis. Gereinigde grond is soms geschikt voor hergebruik als bodem. In het algemeen kan gereinigde grond nuttig worden toegepast in werken zoals geluidswallen, wegenbouw, verwerking in de beton- en asfaltindustrie of als afdeklaag op stortplaatsen.

Om hergebruik van bewerkte grond verder te bevorderen mag gereinigde grond met de maximale kwaliteitsklasse 'Industrie' worden toegepast. Zorgplicht en thermisch gereinigde grond Onder alle omstandigheden moet bij het toepassen van grond de wettelijke zorgplicht bodem (art. 13 Wbb) en de zorgplicht oppervlaktewater (art. 7 Bbk) in acht worden genomen. In de Kamerbrief en het rapport van het RIVM10 is aangegeven dat het bestaande normeringskader voor thermisch gereinigde grond (TGG) niet voldoet en ook dat aanpassingen in het toepassingskader en kwaliteitsverbetering van het product noodzakelijk zijn. Hiermee valt de toepassing van TGG onder de zorgplicht. Dit betekent dat toepassing van TGG niet mag leiden tot kwaliteitsvermindering van onderliggende bodem, grondwater en oppervlaktewater. De Gemeente is bevoegd voor handhaving van de zorgplicht oppervlaktewater en voor handhaving van de zorgplicht bodem bij toepassing van TGG binnen hun beheersgebied.

10

Kamerbrief 4-11-2021 (IenW/BSK-2021/287238) en Rapport RIVM (2021): Toepassing van thermisch gereinigde grond. Een evaluatie en opties voor een toepassingskader (rivm.nl)

Blad 52 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

9.2

Huidige stelsel Voor toepassing van gereinigde partijen gelden onderstaande voorwaarden:  Het reinigen is uitgevoerd onder BRL 7500, conform protocol 7510;  Extractief gereinigde partijen mogen na reiniging binnen de grenzen van de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee toegepast worden;  Biologisch grond, gereinigd onder BRL 7500, kan worden toegepast binnen de grenzen van de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee, indien is aangetoond dat de gehele partij afkomstig is uit dit gebied en dat er geen uitloging plaatsvindt;  Indien de biologisch gereinigde grond afkomstig is van buiten de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee, moet de grond voldoen aan de kwaliteitsklasse 'Achtergrondwaarden' (AW2000). Thermisch gereinigde grond (TGG), gereinigd onder BRL 7500, kan worden toegepast binnen de grenzen van de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee, indien:  Is aangetoond dat de gehele partij afkomstig is uit dit gebied;  De kwaliteit van de grond wordt aangetoond met partijkeuringen conform de BRL SIKB 1001. Hierbij dient de grond onderzocht te zijn op alle parameters die in thermische gereinigde grond te verwachten zijn;  Is aangetoond dat er geen uitloging plaatsvindt;  Vooraf een plan van aanpak ter beoordeling is ingediend en goedgekeurd.

In dit plan dient de omvang, ligging en beheer van de toepassing te zijn uitgewerkt;  De eigenaar en de eventuele toekomstige eigenaar van de toepassingslocatie expliciet instemmen met de toepassing. In alle gevallen levert de toepasser/initiatiefnemer de bewijsmiddelen met betrekking tot de herkomstlocatie(s) van de partij grond en zorgt dat deze gegevens worden toegevoegd aan de melding Besluit bodemkwaliteit.

Blad 53 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

10

Grondstromenbeleid Plas van Heenvliet (informatief) Binnen de gemeente Brielle is de grootschalige bodemtoepassingslocatie “Plas van Heenvliet’ gelegen. De Plas betreft een voormalige zandwinplas die in opdracht van de gemeente Brielle heringericht wordt tot recreatiegebied. Voor deze locatie is separaat beleid opgesteld door de gemeente Brielle om toepassing van grond en baggerspecie mogelijk te maken. Deze regels zijn maatgevend ten opzichte van de regels uit onderhavige nota. Om toepassing van grond en baggerspecie in het herinrichtingsproject te versoepelen, is in 2016 de bodemfunctiekaart van de gemeente Brielle aangepast (kenmerk GG/GRO 16.0016871, d.d. 9 november 2016). Voorheen was de Plas van Heenvliet op de bodemfunctiekaart aangeduid als uitgesloten gebied. Aan de Plas van Heenvliet is de bodemfunctieklasse 'Wonen' toegekend, waardoor grond/baggerspecie met de bodemkwaliteitsklasse 'Wonen' of beter boven de waterlijn kan worden toegepast. Bevoegd gezag Voor toepassing van grond en baggerspecie zijn door de combinatie aanleveringsvoorwaarden opgesteld, waaronder maximale waarden voor de stofgroep PFAS. Deze voorwaarden kunnen worden opgevraagd via de site van de aannemerscombinatie11.

Het bevoegd gezag voor het toepassen van de grond op landbodem is de gemeente Brielle (onderdeel van de toekomstige gemeente Voorne aan Zee), die deze taak gemandateerd heeft aan de DCMR Milieudienst Rijnmond. Daarnaast is het Waterschap Hollandse Delta bevoegd gezag betreffende het toepassen van grond en baggerspecie op de oevers en onder de waterlijn van de Plas. Tevens heeft het Waterschap Hollandse Delta de rol van toezichthouder op de waterkwaliteit in de plas. Bij voorgenomen toepassing dient voorafgaand altijd contact opgenomen te worden met de combinatie Plas van Heenvliet.

11

Aanleveringsvoorwaarden Plas van Heenvliet: https://www.plasvanheenvliet.nl/contact/route-en-voorwaarden.html

Blad 54 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

11

Beheer en toepassing grond met Aziatische duizendknoop (informatief)

11.1

Onderbouwing De Aziatische duizendknoop (ook genoemd Japanse duizendknoop) is in de 19e eeuw naar Nederland gehaald als tuin- en huisplant. Er zijn meerdere soorten duizendknoop in Nederland, waaronder de Sachalinse duizendknoop (Fallopia Sachalinensis) en de Boheemse duizendknoop (Fallopia x Bohemia). Ze vallen gezamenlijk onder de naam Aziatische duizendknoop, maar de meest voorkomende is veruit de Aziatische duizendknoop. Deze naam wordt in de meeste gevallen in de volksmond gebruikt en zal daarom ook in deze Nota zo worden benoemd. De Aziatische duizendknoop wordt gerekend tot de invasieve exoten. Invasieve exoten zijn zowel planten als dieren, die vanuit het buitenland naar Nederland zijn genomen door menselijk handelen. Door afwezigheid van natuurlijke vijanden, kunnen ze razendsnel groeien en verspreiden. Door de zeer krachtige groei van met name de wortels treedt schade op in zowel natuurgebieden (verdrukking inheemse flora) en het stedelijk gebied (schade aan infrastructuur, oevers, waterkeringen en funderingen). Bovendien onttrekt het grote wortelstelsel erg veel water, waardoor nabijgelegen sloten sneller kunnen uitdrogen. Verspreiding van de duizendknoop dient derhalve voorkomen te worden. Verspreiding van de duizendknoop is met name gerelateerd aan menselijk handelen zoals maaien en onzorgvuldig grondverzet.

De plant is namelijk zeer sterk in vegetatieve vermeerdering: losgekomen plantdelen zoals de stengels en de wortels lopen eenvoudig uit wanneer deze in contact komen met grond en vormen een nieuwe plant. De gemeente Hellevoetsluis beschikt over een beheersplan invasieve exoten12 waarin ook de aanpak van de Aziatische duizendknoop is beschreven. Het document geeft inzicht in de actuele groeilocaties en wat de kosten en baten zijn van verschillende beheerstrategieën.

11.2

Beheermaatregelen Verspreiding van de Aziatische duizendknoop kan voorkomen worden door maatregelen te nemen tijdens (onderhouds)werkzaamheden op en nabij groeilocaties. Door het herkennen van de Aziatische duizendknoop (zie bijlage 8) kan een groot deel van de verspreiding voorkomen worden. Bij de melding van werkzaamheden, waarbij grond (tijdelijk) wordt verplaatst, dient expliciet opgenomen te worden of er op of in de directe omgeving van de locatie Aziatische duizendknoop wordt aangetroffen. Indien nieuwe groeiplaatsen worden ontdekt dient dit gemeld te worden bij de betreffende gemeente. Bij uitvoering van maaiwerkzaamheden of bij andere (grond)werkzaamheden op groeizones, dienen de uitvoerenden de duizendknoop te kunnen herkennen in het veld. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van het herkenningsblad Aziatische duizendknoop in bijlage 8. Bij

12

Beheersplan invasieve exoten Gemeente Hellevoetsluis, kenmerk 460308, d.d. 3 november 2020, door Antea Group

Blad 55 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

(onderhouds)werkzaamheden worden de groeiplaatsen in het veld gemarkeerd door middel van piketpaaltjes, afzetlint of bouwhekken, met een bufferzone van 2 meter rondom de groeizone. Indien groeizones gemaaid worden, dient het maaisel zeer zorgvuldig te worden verzameld, afgedekt en afgevoerd naar een Erkende Verwerker Invasieve Exoten (zie het register op www.bvor.nl/invasieve-exoten). Na afloop van (maai)werkzaamheden op een groeizone, dient al het materieel (machines, gereedschappen, kleding, etc.) zorgvuldig op locatie schoongeborsteld te worden. Gebruik voor het maaien van duizendknoop bij voorkeur een maai-zuigcombinatie. Een maaibalk met directe afvang, een bosmaaier met zaagblad en handmatig maaien met een zeis zijn ook toegestaan. Klepelen is ongeschikt en niet toegestaan omdat hierbij versnippering optreedt. Grond waarin de Aziatische duizendknoop aanwezig is en grond binnen een bufferzone van 2 meter rondom de groeizone, wordt in principe niet verplaatst om zo verspreiding te voorkomen.

Indien deze grond toch verplaatst moet worden, dan is dit uitsluitend mogelijk onder de volgende voorwaarden:  Grond ter plaatse van de groeizone van de Aziatische duizendknoop én binnen 2 meter rondom de groeizone wordt zorgvuldig verplaatst naar een apart ingericht depot;  Het depot wordt van het maaiveld gescheiden door middel van geotextiel;  Het depot wordt aan het eind van de dag overdekt met geotextiel om verwaaiing te voorkomen. Het verwerken van de grond is niet toegestaan bij harde wind (Beaufort 7 of hoger);  Het depot wordt duidelijk gemarkeerd;  Betrokken machines worden bij verlaten van de groeizone/depot op de groeizone of boven het depot schoongeborsteld. Verspreiding van plantenresten moet worden voorkomen. De vrijgekomen grond van een groeilocatie van de Aziatische duizendknoop kan uitsluitend onder de volgende voorwaarden binnen de grenzen van de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee worden toegepast:  Op dezelfde locatie tenzij er voor volledige verwijdering van de groeizone gekozen is;  Onder minimaal 3 meter grond. Op deze diepte raken de wortels verstikt, waardoor ze uitsterven;  Na een thermische behandeling gericht op het steriliseren van de grond;  Afgedekt voor minimaal 3 jaar onder een stevig folie met daarop een laag grond van minimaal 30 cm;  Indien na toepassing wordt behandeld met glyfosaat (Roundup).

Hierbij dienen opkomende scheuten te worden geïnjecteerd met glyfosaat tijdens de groeiperiode. De behandeling dient over het algemeen meerdere keren te worden herhaald. Bedrijven en beheerders dienen voor het gebruik van glyfosaat een ontheffing aan te vragen bij het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden). Indien een initiatiefnemer een andere behandelmethode wil toepassen om duizendknoop uit de partij te verwijderen dan de hierboven genoemde methodes, dient overleg plaats te vinden tussen het bevoegd gezag en de initiatiefnemer.

Blad 56 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Nationaal handelsverbod Aziatische duizendknoop In Nederland geldt vanaf 1 januari 2022 een nationaal handelsverbod voor de Aziatische duizendknoop. Dit is geregeld in het besluit van 14 juli 2021, wijziging van het Besluit natuurbescherming en het Besluit activiteiten leefomgeving13. Doel van de maatregel is het beperken van nieuwe introducties en verspreiding in het milieu als gevolg van handel. Het handelsverbod op de Aziatische duizendknoop geldt ook voor het transport/ toepassen van grond waarin zich duizendknoopresten bevinden. De gemeente ziet toe op het verbod op handel en transport van de Aziatische duizendknoop in partijen grond of baggerspecie.

13

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-381.html

Blad 57 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Deel 3: Wet- en regelgeving In de volgende hoofdstukken worden onderwerpen beschreven die wel bij het thema bodem horen, maar geen directe impact hebben op het lokale beleid. Het gaat hierbij om een uitleg of beschrijving van het generieke beleid onder de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit.

Blad 58 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

12

Wet- en regelgeving Inleiding In de volgende hoofdstukken worden onderwerpen beschreven die wel bij het thema bodem horen, maar geen directe impact hebben op het lokale beleid. Het gaat hierbij om een uitleg of beschrijving van het generieke beleid, begrippen en procedures die geen plaats hebben in het omgevingsplan, maar bijvoorbeeld wel in een Omgevingsprogramma. Naast deze toelichting op het generieke beleid (Wbb, Bbk) van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is er ook een uitwerking opgenomen over het generieke beleid onder de Omgevingswet (Bal, Bkl, Bbk).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11914350/1