22 10 04 brief college Herziene nota bodembeheer bijlage
Tekst van het document
Inhoudsopgave
Blz.
Inleiding I. II. III. IV. V. VI.
Beheersgebied Reikwijdte Nota bodembeheer Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid Vastlegging en geldigheidsduur Bodem onder de Omgevingswet Leeswijzer
2 2 3 4 4 6
Deel 1: Bodem in het tijdelijke deel van het omgevingsplan
7
1
Toepassingseisen
8
1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4 1.4.1 1.4.2 1.4.3 1.4.4 1.4.5 1.4.6 1.5 1.6
Toepassen van grond met bijmengingen LMW (Lokale Maximale Waarden) voor buitengebied met landbouwbestemming LMW poly- en perfluoralkylstoffen Achtergrondwaarden PFAS Lokale Maximale Waarden voor PFAS-verbindingen Voorwaarden bij toepassen van PFAS-houdende grond LMW-bodemlood Gebiedsspecifieke beleidsregels lood LMW bodemfunctieklasse 'Wonen' LMW bodemfunctieklasse 'Industrie' LMW gevoelige locaties Gebruik van de Bodemkwaliteitskaart voor grondverzet Samenvatting toepassingseisen lood Grond met asbest Grondstromen wegbermen buiten bebouwde kom (klasse 'Industrie')
8 9 11 11 12 14 14 15 16 17 17 18 18 19 20
2
Acceptatie andere bodemkwaliteitskaarten
23
3
Bodemfunctieklassenkaart
24
Deel 2: Huidige beleid
25
4
Spelregels hergebruik van grond
26
4.1 4.2 4.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3
Ontgraven Transport Tijdelijke opslag Toepassen Tijdelijke uitname Standaard bodemtoepassing Grootschalige toepassingen
26 29 30 30 31 31 33
4.5
Opbulken van partijen grond
35
5
Spelregels hergebruik van baggerspecie
36
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit Hergebruik op aangrenzende percelen Hergebruik op niet-aangrenzende percelen Generiek beleid voor het overige deel van het beheersgebied Hergebruik in een grootschalige bodemtoepassing
36 37 39 39 39
6
Bodemtoets
41
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Bodemtoets bij omgevingsvergunning voor bouwen Bodemtoets bij ruimtelijke plannen Bodemonderzoek bij grondtransacties, (ver)huur of pacht Verhoogde gehalten metalen in grondwater Kwalibo
41 42 42 43 43
7
Gebruik ‘Vragenformulier NEN 5725’
44
7.1 7.2
Onderbouwing Huidige stelsel
44 45
8
Saneren van bodemverontreiniging
46
8.1 8.1.1 8.1.2 8.2 8.2.1 8.2.2 8.2.3 8.3
Saneren van historische bodemverontreiniging ontstaan vóór 1987 Gevallen van ernstige bodemverontreiniging Gevallen van niet-ernstige bodemverontreiniging Saneren van nieuwe gevallen van bodemverontreiniging Nieuwe gevallen binnen Wm-inrichtingen Nieuwe gevallen buiten Wm-inrichtingen Calamiteiten (ongewone voorvallen) Saneren van asbest
46 46 46 47 48 49 49 50
9
Toepassen van gereinigde grond
52
9.1 9.2
Onderbouwing Huidige stelsel
52 53
10
Grondstromenbeleid Plas van Heenvliet (informatief)
54
11
Beheer en toepassing grond met Aziatische duizendknoop (informatief)
55
11.1 11.2
Onderbouwing Beheermaatregelen
55 55
Deel 3: Wet- en regelgeving
58
12
Wet- en regelgeving
59
12.1
Wet bodembescherming
59
12.2 12.3 12.3.1 12.3.2 12.3.3 12.4 12.5
Besluit bodemkwaliteit Bewijsmiddelen Gebruik van de bodemkwaliteitskaart Overige erkende bewijsmiddelen Bewijsmiddelen voor met PFAS-verontreinigde grond of baggerspecie Meldingen en procedures Toezicht en handhaving
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Kaarten bodemkwaliteitskaart Vragenformulier NEN 5725 t.b.v. vrij grondverzet Lijst met PFAS-verdachte activiteiten Formulier Historische Toets t.b.v. vrijstelling onderzoek Kaarten PFAS bodemkwaliteitskaart Onderbouwing Lokale Maximale Waarden buitengebied Stappenschema's melding grondverzet Herkenningsblad Aziatische duizendknoop
60 61 61 62 64 66 67
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
Inleiding Voor u ligt de Nota bodembeheer voor het beheersgebied van de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee, waarin het beleid ten aanzien van het hergebruik en toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem is beschreven. De gemeente Voorne aan Zee wordt op 1 januari 2023 gevormd uit de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne. In de Nota bodembeheer staat het bodembeleid van de toekomstige gemeente beschreven. Het is een praktische richtlijn voor het omgaan met vrijkomende grond en baggerspecie en geeft invulling aan het lokale grondstromenbeleid. De betrokken wet- en regelgeving voor onder andere het tijdelijk opslaan en toepassen van grond en baggerspecie is beschreven in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de Wet bodembescherming (Wbb) en na de inwerkingtreding van de Omgevingswet in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het gewijzigde Bbk en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De aanleiding voor het opstellen van de Nota bodembeheer is in principe de naderende inwerkingtreding van de Omgevingswet, welke naar verwachting op 1 januari 2023 van kracht zal worden (bekende datum op moment van opstellen van dit document). Op 18 december 2012 is de Nota bodembeleid opgesteld voor Regio Voorne-Putten, waarin de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee een onderdeel uitmaakte.
Dit bodembeleid is recentelijk (in 2021) geactualiseerd door het opstellen van het Addendum op de Nota bodembeheer. Destijds was echter minder bekend over het onderwerp bodem in de Omgevingswet. Dit huidige bodembeleid is eind 2013 vastgesteld en zal eind 2023 vervallen, omdat de 10-jarige geldigheidsduur verloopt. Om optimaal gebruik te maken van het overgangsrecht heeft de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee daarom Antea Group gevraagd het bodembeleid in een nieuwe Nota te vatten. Deze nieuwe Nota is afgestemd op zowel de huidige, als de toekomstige wet- en regelgeving. Doordat deze nieuwe Nota vlak voor de verwachte inwerktredingsdatum van de Omgevingswet wordt vastgesteld, wordt maximaal gebruik gemaakt van de geldigheid van de documenten welke in het tijdelijk deel van het omgevingsplan terecht komen. Hiermee heeft de gemeente de maximale tijd om het nieuwe deel omgevingsplan op te stellen, waarin maatwerkregels dienen te worden opgenomen. Het voorgaande bodembeleid was beschreven in de volgende documenten: ”Nota Bodembeleid Regio Voorne-Putten”, kenmerk 238400.17, d.d. 18 december 2012, opgesteld door Oranjewoud, het huidige Antea Group; “Addendum op de Nota bodembeheer (Toekomstige) gemeente Voorne aan Zee”, kenmerk 0455748.103, d.d. 29 april 2021, opgesteld door Antea Group.
De Nota die voor u ligt is volledig gebaseerd op de voorgaande Nota en de aanvulling op de Nota die in de drie fusiegemeenten reeds van kracht waren en vervangt deze. Het voormalige bodembeleid is samengevoegd in één document en beoordeeld in het kader van de Omgevingswet. Er is een onderscheidt gemaakt tussen regels die automatisch terecht komen in het tijdelijk deel van omgevingsplan en de overige regels. Het in dit document opgenomen beleid is daarmee beleidsneutraal.
Blad 1 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
I.
Beheersgebied
Het regionale bodembeleid is tot stand gekomen in samenwerking met de drie gemeenten die de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee vormen. Het bodembeleid dat in deze Nota is beschreven, is van toepassing op het beheersgebied van de gemeente Voorne aan Zee, zie figuur 1.
Figuur 1.1: Deelnemende gemeenten Nota bodembeheer
II. Reikwijdte Nota bodembeheer Deze Nota bodembeheer is opgesteld als een uitvoeringsdocument waarin is beschreven op welke wijze moet worden omgegaan met grondstromen. In de Nota zijn regels en procedures voor het binnen de gemeente toepassen van (licht verontreinigde) grond en baggerspecie als bodem nader toegelicht. Daarnaast is in de Nota beschreven wanneer gebruik kan worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als erkend bewijsmiddel voor de bepaling van de milieuhygiënische kwaliteit van een te ontgraven partij grond en/of de ontvangende bodem. Naast grondverzet binnen het grondgebied van de gemeente (zie figuur 1.1) is in deze Bodembeheernota ook beschreven hoe moet worden omgegaan met het toepassen van een partij grond of baggerspecie die afkomstig is van een locatie die buiten het beheersgebied is gelegen (introduceren van grond en/of baggerspecie van buiten het beheersgebied).
Blad 2 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
Relatie met andere beleidsdocumenten Dit bodembeleid en de bijbehorende beleidsregels zijn een aanvulling op al diverse andere, lokale beleidsregels binnen de gemeente. Initiatiefnemers wordt vooraf gevraagd om kennis te nemen van deze lokale regels, zoals gemeentelijke verordeningen, beleidsregels, niet gesprongen explosieven, Provinciale Omgevingsverordening, Natura 2000-gebieden, cultureel erfgoed en aardkundige waarden. Samen met de bodemkwaliteitskaart(en) is de Nota bodembeheer de basis voor het lokale bodembeleid. De bodemkwaliteitskaarten geven een beeld van de algemene kwaliteit van de bodem in een gebied. De Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaarten zijn niet van kracht op locaties die verdacht zijn op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen. Verdachte locaties zijn locaties waar in het verleden (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die mogelijk een negatieve invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit. Voor deze locaties dient altijd door middel van bodemonderzoek de milieuhygiënische kwaliteit te worden bepaald. De eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van een te ontgraven of toe te passen partij ligt altijd bij de initiatiefnemer.
III. Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid De verantwoordelijkheid voor naleving van de regels bij het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond ligt in eerste plaats bij de initiatiefnemer. De verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer voor het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en daarna van eenieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie ligt verankerd in de wettelijke zorgplicht: Algemene zorgplicht in het kader van de Wet milieubeheer (artikel 1.1.a): achterwege laten van handelingen, die nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. Zorgplicht uit de Wet bodembescherming (artikel 13): eenieder die handelingen verricht, die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, is verplicht preventieve en zo nodig herstellende maatregelen te treffen. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt niet meer de zorgplicht uit de Wet bodembescherming maar de zorgplicht onder de Omgevingswet, welke is geregeld in onder meer: o Artikel 2.11 Omgevingswet (Specifieke zorgplicht). De specifieke zorgplicht stelt dat ieder die een milieubelastende activiteit of lozingsactiviteit verricht, is verplicht nadelige gevolgen te voorkomen, ongedaan te maken of anders de activiteit niet uit te voeren. o Artikelen 1.6 en 1.7 van de Omgevingswet (Algemene zorgplicht).
De algemene zorgplicht stelt dat overheden, bedrijven en burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Deze algemene zorgplicht is daarmee een vangnet voor het geval er geen specifieke decentrale of rijksregels zijn. Zorgplicht voor handelingen inzake afvalstoffen. Met afvalstoffen wordt gedoeld op bijlage 1 van EU-richtlijn afvalstoffen van 1975. In de Wet milieubeheer wordt hierop ingegaan in de artikelen 10.1 en 10.2. Bij bodemsanering gaat het dan om verontreinigd puin, sintels, teerresten et cetera.
Blad 3 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
De Nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaarten zijn met grote zorgvuldigheid opgesteld. De bodemkwaliteitskaarten bieden in geen enkel geval harde garanties voor de kwaliteit van een partij grond. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De eindverantwoordelijkheid voor de toepassing van grond blijft bij de initiatiefnemer en daarna bij eenieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie. Als twijfel bestaat over de kwaliteit van de grond, wordt geadviseerd een onderzoek te laten uitvoeren. Als er twijfel bestaat over de geldende bodemregels op de ontgravings- of toepassingslocatie, wordt geadviseerd contact op te nemen met de gemeente.
IV. Vastlegging en geldigheidsduur De herziene Nota bodembeheer wordt door de gemeenteraden van de gemeente vastgesteld voor een periode van maximaal 10 jaar, conform artikel 53 van het Besluit bodemkwaliteit. Voor de vaststelling zijn de regels uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Geldigheid bodembeleid na inwerkingtreding van de Omgevingswet Na inwerkingtreden van de Omgevingswet wordt deel 1 van de voorliggende Nota bodembeheer van rechtswege onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente en blijft daarmee onverwijld van kracht. In deel 2 van de Nota zijn de andere bodem-gerelateerde onderwerpen van de gemeente uitgewerkt als beleid onder het huidige stelsel van de Wet bodembescherming (Wbb) en/ of het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en beleidsregels. Door de Nota bodembeheer en deze beleidsregels vast te stellen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft het huidige (lokale) bodembeleid op basis van de Wbb en het Bbk van toepassing. Zo wordt een beleidsneutrale overgang gewaarborgd. De bodemkwaliteitskaarten blijven ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet als milieuhygiënische verklaring geldig als opzichzelfstaande documenten.
Deze kunnen derhalve tevens na inwerkingtreding van de Omgevingswet gebruikt blijven worden om de kwaliteit van de ontvangende bodem of de kwaliteit van binnen het beheersgebied toe te passen grond vast te stellen. Hiervoor is geen overgangsrecht nodig. Wel dienen deze elke 5 jaar te worden geactualiseerd om de geldigheid te behouden.
V. Bodem onder de Omgevingswet Op het moment dat de Omgevingswet van kracht wordt, worden verschillende gemeentelijke regels en verordeningen onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente. De bruidsschatregels worden ook onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het omgevingsplan omvat alle ruimtelijke regels, waaronder ook een deel van de regels voor onder andere grondverzet uit de Nota bodembeheer. Tijdens de overgangsfase (tot eind 2029) heeft de gemeente de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan om te zetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan.
Blad 4 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het bodembeleid dat reeds was vastgesteld op basis van artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit, gelijkgesteld aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Deze regels, verwerkt in deel 1 van deze Nota, betreffen de vastgestelde lokale maximale waarden én de vastgestelde afwijkende percentages bodemvreemde bijmengingen. Ook de eerder vastgelegde acceptatie van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten/regio’s en de bodemfunctiekaart gaan om dezelfde reden van rechtswege over naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Overig lokaal bodembeleid in de (voorgaande) Nota’s bodembeheer verliest onder de nieuwe regelgeving zijn grondslag, tenzij de regels op een andere manier zijn vastgelegd. Om te voorkomen dat een deel van het lokale bodembeleid zijn grondslag verliest bij inwerkingtreding van de Omgevingswet, is in deze herziene Nota het overige lokale bodembeleid uitgewerkt als beleidsregels op basis van de Algemene wet bestuursrecht (zie artikel 1:3 lid 4 Awb). Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met de haar toegekende bevoegdheid omgaat1. Deze regels kunnen mogelijkerwijs in de toekomst nog worden opgenomen in het gemeentelijke omgevingsplan als regels in het omgevingsplan of elders. Maatwerkregels worden opgenomen in het omgevingsplan en wijzigen de algemene regels binnen het beheersgebied.
Deze regels kunnen direct bindend zijn voor derden, hetgeen niet het geval is voor beleidsregels. Er kan uitsluitend maatwerk plaatsvinden zolang een hoger bestuursorgaan daar de ruimte toe geeft. Naast maatwerkregels kan een gemeente decentrale regels in het omgevingsplan opnemen voor onderwerpen die niet door het Rijk geregeld zijn. Daarnaast wijzigt met de overgang van de Wet bodembescherming naar de Omgevingswet voor een aantal thema’s de bevoegd gezag-taak. In de Nota bodembeheer maakt de gemeente haar eigen beleidsmatige keuzes op deze thema’s, binnen de kaders die de Omgevingswet stelt. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigt de wettelijke basis van het lokale bodembeleid. Waar tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Wet bodembescherming en het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit het normenkader vormen voor lokaal bodembeleid, zijn onder de Omgevingswet nieuwe beleidskaders van kracht. Met betrekking tot bodembeleid worden de volgende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) relevant: Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Tevens worden een gewijzigd Besluit bodemkwaliteit en een nieuwe Regeling bodemkwaliteit van kracht. Het Bal is gericht aan burgers, bedrijven en bestuursorganen en omvat algemene regels over de leefomgeving, activiteiten, vergunningen en meldingsplichten.
In het Bkl, welke gericht is aan bestuursorganen, worden regels opgenomen welke met name betrekking hebben op normen en instructies voor milieu en veiligheid. Bij het opstellen van dit document is gebruik gemaakt van de volgende besluiten en documenten met bijbehorende versienummers: 1
Meer info over beleidsregels: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/beleidsregels/
Blad 5 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
Besluit activiteiten leefomgeving, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 03-06-2022, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/; Besluit kwaliteit leefomgeving, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 06-05-2022, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/; Besluit bouwwerken leefomgeving, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 03-06-2022, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/; Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet en bijbehorende Nota van Toelichting, publicatiedatum 25-02-2021, beschikbaar via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb2021-98.html. Hierin is onder meer de wijziging van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen; Bruidsschat Omgevingsplan Artikelen, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 15-12-2021, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/totstandkoming/hoofdlijneninvoeringsbesluit/bruidsschat/
VI. Leeswijzer De Nota bodembeheer is ingedeeld in drie delen. Deel 1 bevat de onderwerpen die, na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van rechtswege in het tijdelijk deel van het gemeentelijk omgevingsplan terechtkomen. Het gaat hierbij om lokaal afwijkende toepassingseisen (alternatieve percentage bijmengingen, Lokale Maximale Waarden). In hoofdstuk 2 is beschreven welke bodemkwaliteitskaarten geaccepteerd worden als erkend bewijsmiddel, in het geval grond wordt geïmporteerd van buiten het beheersgebied en hoofdstuk 3 geeft de bodemfunctieklassekaart weer. Deel 2 van de Nota omvat een verscheidenheid aan regels die te maken hebben met het thema bodem en reeds gehanteerd worden door de gemeente. Hoofdstuk 4 en 5 behandelen de regels die van toepassing zijn bij het hergebruik van grond en baggerspecie. Hoofdstuk 6 behandelt in welke specifieke situaties een bodemonderzoek noodzakelijk is en de eisen waaraan deze moet voldoen. Hoofdstuk 7 behandelt het gebruik van het ‘Vragenformulier NEN 5725’. Daarna wordt in hoofdstuk 7 en 8 het gemeentelijk beleid in specifieke situaties beschreven, namelijk natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties in grondwater en omgang met gereinigde grond.
Hoofdstuk 10 en 11 zijn informatief van aard en behandelen het grondstromenbeleid voor de Plas van Heenvliet en het beheer en de toepassing van grond met Aziatische Duizendknoop wordt benoemd. Deel 3 van de Nota omvat uitleg van de huidige wet- en regelgeving omtrent het thema bodem. Hierin wordt het huidige generieke kader (Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit) uitgelegd, evenals de bijbehorende bewijsmiddelen en procedures van het gemeentelijke bodembeleid.
Blad 6 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
Deel 1: Bodem in het tijdelijke deel van het omgevingsplan Omgevingswet en overgangsrecht Het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit stelt normen met betrekking tot de toepassing van grond en baggerspecie op basis van een landelijk geldend normenkader. Op grond van het Besluit bodemkwaliteit artikel 44 heeft de gemeente de ruimte om af te wijken van dit generieke kader voor zover het lokale toepassingseisen (lokale maximale waarden, LMW), inclusief afwijkend percentage bijmengingen, betreft. De gemeente heeft ervoor gekozen om van deze mogelijkheid voor gebiedsspecifiek beleid gebruik te maken. De toepassingseisen worden in de volgende hoofdstukken en paragrafen nader uitgewerkt. De mogelijkheid tot gebiedsspecifiek beleid blijft na inwerkingtreding van de Omgevingswet bestaan. Dit is mogelijk door middel van het opnemen van maatwerkregels in het gemeentelijk omgevingsplan. Via de Aanvullingswet bodem Omgevingswet is er overgangsrecht voor lokaal beleid dat op grond van artikel 12a, lid 5 Wet bodembescherming is vastgesteld. Het gaat hierbij om regels ten aanzien van de kwaliteit, waaronder de samenstelling en emissie, van grond of baggerspecie en de wijze van toetsing aan de kwaliteit en het gebruik van de bodem waarop of waarin grond of baggerspecie wordt toegepast (Wbb, artikel 12a, lid 3).
Hieruit volgt dat er overgangsrecht is voor de bodemfunctieklassenkaart en gebiedsspecifiek beleid dat volgt uit artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit. De bodemfunctieklassenkaart valt ook onder het overgangsrecht. Gedurende de overgangsperiode (tot en met 31 december 2029) heeft de gemeente de tijd om de onderwerpen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan over te zetten naar maatwerkregels in het nieuwe deel van het omgevingsplan.
Blad 7 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
1
Toepassingseisen Inleiding Een belangrijk doel van de Nota bodembeheer is het hergebruik van grond zoveel mogelijk te stimuleren zonder daarmee de duurzame eigenschappen van de bodem te belemmeren. Dit wil zeggen dat partijen grond op plaatsen worden toegepast waar deze de minste risico’s opleveren. Dit uitgangspunt past in de nieuwe landelijke beleidsontwikkelingen. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar één specifiek milieuthema, bijvoorbeeld de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit, maar breder naar de impact op de directe omgeving. De Omgevingswet is hiervan een goed voorbeeld, waarbij een balans wordt gezocht tussen enerzijds de ruimte die nodig is voor maatschappelijke activiteiten op de bodem en anderzijds de bescherming en functionele eigenschappen van de bodem. Voor het toepassen van grond en bouwstoffen is het Besluit Bodemkwaliteit dan wel de Regeling Bodemkwaliteit de basis.
1.1
Toepassen van grond met bijmengingen Landelijk beleidskader In het Besluit bodemkwaliteit is bepaald dat grond en baggerspecie niet meer dan 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal, bestaande uit stenige of houtige materialen zoals puin, mogen bevatten. Het is voor werkzaamheden zoals woningbouw of voor verkoop van gronden vaak niet wenselijk dat er (veel) bijmengingen in de bovengrond aanwezig zijn. Dit percentage kan desgewenst door het bevoegd gezag om milieuhygiënische redenen lager worden vastgesteld. Ook mogen regels worden gesteld aan de soorten bodemvreemd materiaal in grond of baggerspecie. Regionale afweging Het voornemen van de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee is om verslechtering van de bodemkwaliteit in het gebied te voorkomen. Daarom stelt de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee vast dat in gebieden met de bodemfunctieklasse 'Wonen' een maximaal percentage aan bijmengingen aanwezig mag zijn van 5%. Dit om te voorkomen dat bij de realisatie van woongebieden tuinen worden opgehoogd met een “grote” bijmenging aan puin. Voor de overige functies wordt aangesloten op het maximumpercentage van 20 gewichtsprocent zoals opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Als blijkt dat de toe te passen grond een bijmenging heeft van meer dan de hierboven genoemde gewichtspercentages, dan is het niet toegestaan deze grond (ongezeefd) toe te passen.
Voor partijen met overige bodemvreemde materialen (dus anders dan steenachtig materiaal en hout),bijvoorbeeld plastic, glas of piepschuim, wordt aangesloten op de generieke toepassingsregels. Een partij met dergelijke bijmengingen mag uitsluitend worden toegepast indien de bijmengingen sporadisch voorkomen én als de bijmengingen al voorafgaand aan het ontgraven of bewerken in de grond of baggerspecie aanwezig was, voor zover redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat het uit de grond of baggerspecie wordt verwijderd voordat het wordt toegepast.
Blad 8 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
Het is toegestaan om middels civieltechnisch zeven de vracht aan bijmengingen te verlagen. Het vrijgekomen rest materiaal (geen grond) dient daarna te worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Kan de massa aan bijmengingen niet worden verlaagd, dan dient een alternatieve acceptant gevonden te worden. Wanneer het wenselijk is, binnen een gebied met de functie 'Industrie' of 'Landbouw/Natuur' om grond met een lagere concentratie aan bijmengingen toe te passen, kan dit privaatrechtelijk worden opgelost. Samenvatting Toepassingseis bodemvreemde bijmengingen Binnen het gehele beheersgebied geldt de volgende toepassingseis: de toe te passen grond mag maximaal 5 gewichtsprocent bodemvreemde bijmengingen bevatten bij de bodemfunctie 'Wonen'. Bij de overige bodemfuncties mag de toe te passen grond maximaal 20 gewichtsprocent bodemvreemde bijmengingen bevatten.
1.2
LMW (Lokale Maximale Waarden) voor buitengebied met landbouwbestemming Onderbouwing Bij het op diepte houden van de vaarwegen binnen het beheersgebied van (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee komt veel baggerspecie vrij. Niet alle vrijkomende bagger kan op de kant worden gezet. Vooral in het stedelijk gebied is hier te weinig ruimte voor beschikbaar. Tegelijkertijd hebben agrariërs regelmatig behoefte aan baggerspecie voor de ophoging van percelen of voor het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid of grondtextuur. Verder zorgen de landbouwkundige bewerkingen voor een forse daling van de concentraties aan organische verontreinigingen. Omdat de baggerspecie uit de bebouwde kom met name verhoogde gehalten aan organische parameters bevat (minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)), mag verwacht worden dat deze specie bij toepassing op een landbouwperceel na verloop van tijd aan de eisen voor schone grond zal voldoen. Door het mogelijk maken van het toepassen van de vrijkomende baggerspecie in landbouwgebieden kan een nuttige toepassing worden bereikt bij zo laag mogelijke maatschappelijke kosten, zonder afbreuk te doen aan het milieu.
De gemeente heeft er om deze reden voor gekozen om gebiedsspecifiek beleid op te stellen voor het buitengebied met een landbouwbestemming: voor het buitengebied met een landbouwbestemming zijn Lokale Maximale Waarden (LMW) afgeleid. Baggerspecie uit het beheersgebied die aan deze LMW voldoet, mag op landbouwpercelen worden toegepast. De LMW zijn samengevat in tabel 1.1.
Blad 9 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
1.3
LMW poly- en perfluoralkylstoffen
1.3.1
Achtergrondwaarden PFAS PFAS is een verzamelnaam voor gefluoreerde koolwaterstoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. PFAS is sinds de jaren ’50 in Nederland veel gebruikt in diverse industriële toepassingen als blusschuim, coatings (o.a. teflon), verf, kleding en cosmetica. Het heeft de eigenschappen persistent, mobiel en niet tot nauwelijks biologisch afbreekbaar te zijn. Regionaal en landelijk wordt steeds meer kennis en inzicht verkregen over PFAS en de onderliggende perfluoralkyl-verbindingen. Zo staan PFOS (perfluoroctaansulfonzuur), PFOA (perfluoroctaanzuur) en GenX op de lijst van Zeer Zorgwekkend stoffen (ZZS). Een aantal andere stoffen uit de PFASgroep staat op de lijst van potentiële ZZS. PFAS is niet opgenomen in bestaande regelgeving, aangezien de stof “nieuw” is ten aanzien van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. In juli van 2019 is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een ‘Tijdelijk Handelingskader PFAS’ uitgebracht, waarna verschillende actualisaties zijn gepubliceerd. In de handelingskaders zijn de kaders aangegeven om hergebruik van PFAS-houdende grond te stimuleren en waarbij tegelijkertijd voldaan wordt aan de zorgplicht.
Tot op heden zijn de volgende handelingskaders gepubliceerd: ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’, 8 juli 2019; Geactualiseerde versie ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’, 29 november 2019; Geactualiseerde versie ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’, 2 juli 2020; Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, 13 december 2021. Berekende achtergrondwaarden PFAS Recentelijk is een bodemkwaliteitskaart PFAS voor de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee opgesteld2 (zie ook bijlage 5). De PFAS-bodemkwaliteitskaart is de basis voor het toepassen van PFAS-houdende grond en baggerspecie in het grondgebied van de gemeente. Het doel van de bodemkwaliteitskaart PFAS en bijbehorend beleid (toepassingseisen) is om het grondverzet binnen het beheersgebied van de gemeente te vereenvoudigen voor wat betreft de stofgroep PFAS. Voor het toepassen van grond of baggerspecie dient naast de toetsing op PFAS, separaat getoetst te worden aan de lokaal vastgestelde reguliere bodemkwaliteitskaart. Voor het bepalen van de achtergrondwaarden heeft de gemeente in overeenstemming met de DCMR gekozen om de 80-percentiel waarden aan te houden.
Dit komt overeen met het uitgangspunt voor het bepalen van achtergrondwaarden uit het Handelingskader van december 2021. Het hanteren van de P80 betekent dat 80% van de waarnemingen onder deze waarde ligt en 20% erboven. Het voordeel van de P80 ten opzichte van de P95 is dat hiermee wordt voorkomen dat metingen (uitbijters) van locaties die mogelijk beïnvloed zijn door lokale bronnen en tot nu toe niet bekend zijn, tot een overschatting leiden van de achtergrondwaarden.
Actualisatie bodemkwaliteitskaart PFAS (Toekomstige) gemeente Voorne aan Zee, kenmerk 0455784.102, d.d. 29 april 2021, door Antea Group 2
Blad 11 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
(https://www.risicotoolboxbodem.nl/tools/sanscrit/). Naar verwachting zullen in de (nabije) toekomst aangepaste INEV-waarden dan wel interventiewaarden worden vastgesteld. Bij wijziging van de landelijke normen, zullen deze landelijke normen de hierboven genoemde normen vervangen.
1.3.3
Voorwaarden bij toepassen van PFAS-houdende grond Van alle partijen toe te passen grond binnen de gemeentegrenzen van de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee moeten de PFAS-gehalten bekend zijn. Dit kan door middel van:
De eigen vastgestelde bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen. De bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen kan alleen worden gebruikt in combinatie met een ingevuld formulier ‘Vragenformulier NEN 5725’ (zie bijlage 2) of een historisch bodemonderzoek conform de NEN 5725 waaruit blijkt dat de ontgravingslocatie niet verdacht is op het voorkomen van PFAS-verbindingen als gevolg van een (bedrijfsmatige) activiteit. Activiteiten die als verdacht op de verspreiding van PFAS in het milieu worden beschouwd, zijn opgenomen in de lijst in bijlage 3; Een partijkeuring met analyse op de stofgroep PFAS, volgens de eisen die volgen vanuit het Besluit bodemkwaliteit; Een bodemonderzoek volgens de NEN 5740 met gepaste strategie en met analyse op de stofgroep PFAS.
Grond afkomstig uit de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee die elders binnen het de gemeente wordt toegepast, moet voldoen aan de Lokale Maximale Waarden voor PFAS zoals aangegeven in tabel 1.3. Indien voor de toe te passen grond de Bodemkwaliteitskaart PFAS als bewijsmiddel wordt gebruikt, dient de initiatiefnemer het formulier ‘Vragenformulier NEN 5725’ in te vullen en bij de melding te voegen. De regels rondom deze melding en het formulier ‘Vragenformulier NEN 5725’ zijn opgenomen in hoofdstuk 7 van deze Nota. Grond afkomstig van buiten het grondgebied van toekomstige gemeente Voorne aan Zee, mag toegepast worden binnen de grenzen van de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee, onder voorwaarde dat er een erkend opgestelde PFAS-bodemkwaliteitskaart aanwezig is én de melding voorzien is van een ‘Vragenformulier NEN 5725’. Voorwaarde hierbij is dat grond die wordt toegepast voldoet aan de Lokale Maximale Waarden van Voorne aan Zee, zoals aangegeven in tabel 1.3.
1.4
LMW-bodemlood Landelijk beleidskader De schadelijkheid van lood in de bodem voor de gezondheid is al geruime tijd bekend. Recentelijk is gebleken dat lood, ook bij blootstelling aan lage concentraties, al een beperkend effect kan hebben op de ontwikkeling van de hersenen van een kind. Vooral bij kinderen in de leeftijd van 0 tot 6 jaar kan dit op lange termijn leiden tot een verlies van enkele IQ (intelligentiequotiënt) punten. Dit inzicht geeft aanleiding om de blootstelling aan lood via de bodem te verminderen, met name blootstelling bij jonge kinderen. In het RIVM-rapport “Diffuse loodverontreiniging in de bodem”
Blad 14 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
Dit betekent dat voor de contactzone in deze gebieden Lokale Maximale Waarden (LMW) voor lood van toepassing zijn. Gemeten concentratie lood in toe te passen grond Wanneer grond wordt toegepast binnen het toepassingsgebied, dient uit de gehanteerde kwaliteitsbepaling te blijken dat de gemeten loodconcentratie de Lokale Maximale Waarde niet overschrijdt. Er dient hierbij getoetst te worden aan de LMW voor lood die in de volgende paragrafen worden beschreven. Het betreft hierbij de gemeten loodconcentratie en niet de gecorrigeerde waarde naar standaardbodem op basis van humus- en lutumgehalten. Alleen gecertificeerd materiaal dat aantoonbaar voldoet aan de achtergrondwaarde kan worden toegepast zonder aanvullende kwaliteitsbepaling.
1.4.2
LMW bodemfunctieklasse 'Wonen' Het is de verwachting dat met name in gebieden met de functie 'Wonen', (jonge) kinderen in contact kunnen komen met de bodem. Blootstelling aan bodemlood vindt met name plaats door lood in de contactzone (tot 50 cm -mv., zie ook verderop). Om deze reden wordt de norm voor bodemlood in toe te passen grond in de contactzone in de bodemfunctieklassezone 'Wonen' aangescherpt. Volgens het generieke beleid kan binnen een zone met bodemfunctie 'Wonen' grond met de maximale kwaliteitsklasse 'Wonen' worden toegepast. Hieraan wordt de uitzonderingsregel toegevoegd voor lood: een partij grond die in de contactzone binnen een zone met functieklasse 'Wonen' wordt toegepast, mag een maximaal gemeten gehalte aan lood bevatten van 90 mg/kg d.s. Contactzone Als contactzone wordt het traject van 0,0 tot 0,5 meter onder maaiveld gehanteerd. Wanneer er geen contact met de bovengrond mogelijk is door een bovenafdichting, is er ook geen sprake van een contactzone.
Onder gesloten bovenafdichtingen worden verstaan: Een aaneengesloten verharding (asfalt, beton) inclusief doorgroeitegels en speeltuintegels; Een half-verharding van ten minste 20 cm dikte; Kunstgras met een funderingsmateriaal (van grond of bouwstof) Andere vormen van bodembedekking zoals grind, gras of boomschors verminderen het risico op contact met de grond in de contactzone, maar worden bij beoordeling door het bevoegd gezag niet beschouwd als een gesloten bovenafdichting. De Lokale Maximale Waarde voor lood, 90 mg/kg d.s., ligt lager dan de maximale (gecorrigeerde) waarde binnen het generieke beleid voor de functieklasse 'Wonen', te weten 210 mg/kg d.s. De concentratie van 90 mg/kg d.s. biedt voldoende bescherming voor jonge kinderen, binnen het toepassingskader, zie tabel 1.5. Door deze waarden te hanteren, wordt de bodemloodconcentratie in de loop van de tijd lager. Hierdoor neemt op den duur het blootstellingsrisico af.
Blad 16 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
1.4.3
LMW bodemfunctieklasse 'Industrie' Indien woonhuizen met tuinen gerealiseerd worden binnen een gebied met de functieklasse 'Industrie', wordt tevens een lagere toepassingswaarde voor bodemlood gehanteerd. De maximale toepassingswaarde binnen de bodemkwaliteitsklasse 'Industrie' op basis van het generieke beleid (530 mg/kg d.s.) is volgens de GGD onvoldoende om de gezondheid van kinderen te beschermen. Om toch voldoende bescherming te bieden, wordt de maximale waarde voor een gezondheidskundige voldoende bodemkwaliteit conform het RIVM-rapport gehanteerd, evenals in gebieden met de functie 'Wonen'. Dit betekent dat in het geval van nieuwbouwlocaties binnen een zone met bodemfunctieklasse 'Industrie', dezelfde toepassingsregels gelden als bij het toepassen binnen bodemfunctieklasse 'Wonen'. De Lokale Maximale Waarde voor lood bij toepassing van een partij binnen de bodemfunctieklasse 'Industrie' in combinatie met de functie 'Wonen met tuin' is 90 mg/kg d.s. (ongecorrigeerd). Ook hier is de LMW van toepassing bij toepassing van een partij grond binnen de contactzone (tot 50 cm -maaiveld en zonder bovenafdichting). Algemene gebruiksadviezen Indien reeds de functie 'Wonen met tuin' plaatsvindt binnen een gebied met de bodemfunctie 'Industrie', worden algemene gebruiksadviezen geadviseerd.
In dit geval zijn voor het bevoegd gezag de volgende gebruiksadviezen/ aanvullende regels van toepassing: Brede communicatie (door middel van posters, folder, website e.d.) over algemene gebruiksadviezen voor bewoners, zie hieronder; Sanering bij herstructureren. De algemene gebruiksadviezen voor bewoners zijn terug te vinden in de genoemde rapporten van het RIVM en GGD. Samenvattend betreft het hierbij extra aandacht voor hygiëne (o.a. handen wassen en regelmatig stofzuigen) en gebruik van schone grond (moestuin) en zand (zandbak).
1.4.4
LMW gevoelige locaties De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee is van mening dat op specifieke gevoelige locaties extra maatregelen moeten worden genomen om blootstelling aan bodemlood bij jonge kinderen te voorkomen. Met gevoelige locaties worden openbare gebieden bedoeld waar een verhoogde kans bestaat dat (jonge) kinderen in contact komen met de bodem, zoals speeltuinen of recreatieterreinen. Indien deze gebieden gelegen zijn in een gebied met de functieklassen 'Wonen' of 'Industrie', dient hier de maximale waarde van 90 mg/kg d.s. (ongecorrigeerd) lood in de bodem aangehouden te worden.
Blad 17 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
1.4.5
Gebruik van de Bodemkwaliteitskaart voor grondverzet Toepassen van grond binnen de toepassingskwaliteitszone 'Wonen' en op gevoelige locaties is mogelijk op basis van de bodemkwaliteitskaart. Hier zijn wel de volgende voorwaarden aan verbonden: De toe te passen grond is afkomstig uit provincie Zuid-Holland en voldoet op basis van de lokaal vigerende bodemkwaliteitskaart aan de kwaliteitsklasse 'Achtergrondwaarden'; De toe te passen grond is afkomstig uit de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee en voldoet aan de kwaliteitsklasse 'Achtergrondwaarden' of 'Wonen' (zie toelichting hieronder); Indien de grond afkomstig is uit Brielle (zone A2) is aanvullend bewijs noodzakelijk. Uit de gegevens dient te blijken dat de Lokale Maximale Waarde voor lood niet wordt overschreden. Indien de partij niet aan één van bovengenoemde eisen voldoet, is aanvullend bewijs voor het gehalte lood noodzakelijk. In de praktijk betekent dit dat voor grond afkomstig uit Voorne aan Zee (Zone a2) of uit een andere gemeente binnen provincie Zuid-Holland, aanvullend bewijs noodzakelijk is bij een kwaliteitsklasse vanaf klasse 'Wonen', indien de partij wordt toegepast binnen de gebieden waarvoor de LMW voor lood van toepassing is, zie hiervoor de voorgaande paragrafen.
Uit de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart van de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee blijkt dat grond met de ontgravingskwaliteit 'Achtergrondwaarden' geen gemeten gehalten aan lood bevat dat de LMW voor lood overschrijdt. Voor grond van de kwaliteitsklasse 'Wonen' uit de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee is dit uitsluitend het geval voor grond afkomstig uit Brielle (zone A2). Voor de Plas van Heenvliet geldt afwijkend bodembeleid. Voor grond afkomstig uit dit gebied is altijd aanvullend bewijs noodzakelijk.
1.4.6
Samenvatting toepassingseisen lood Voor lood worden Lokale Maximale Waarden gehanteerd. Het loodgehalte wordt niet gecorrigeerd voor standaardbodem. De toepassingseisen zijn afhankelijk van de toepassingslocatie: Binnen bodemfunctieklasse 'Wonen': 90 mg/kg d.s. Voor wonen met tuin binnen bodemfunctieklasse 'Industrie': 90 mg/kg d.s. Ter plaatse van gevoelige locaties: 90 mg/kg d.s.
Blad 18 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
1.5
Grond met asbest Landelijk beleidskader In Nederland is tot 1993 asbest toegepast. Asbest kan in de bodem terecht zijn gekomen op locaties waar asbest is gebruikt in gebouwen of tijdens het ver-/bewerken van asbestplaten. Asbest in de bodem wordt geregeld aangetroffen in combinatie met bijmenging van puin. De bodemkwaliteitskaart geeft geen uitsluitsel of er sprake is van asbesthoudende grond of bodem. De aanwezigheid van asbest in de bodem kan risico’s opleveren voor de volksgezondheid. Om deze reden is onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem in sommige gevallen verplicht. Door een uitspraak van de Raad van State (kenmerk 201508764/1/A1, d.d. 16-11-2016) betekent dit dat bij het aantreffen van puin, nader onderbouwd moet worden of er sprake is van een asbestverdachte locatie of partij. Hieronder zijn de verschillende typen asbest-onderzoeken kort beschreven: Historisch vooronderzoek conform de NEN5725; Bodemonderzoek volgens onderzoeksprotocol NEN 5707 (bij minder dan 50% (v/v) puin in de bodem); Bodemonderzoek volgens onderzoeksprotocol NEN 5897 (bij meer dan 50% (v/v) puin in de bodem). De interventiewaarde/restconcentratienorm voor asbest is 100 mg/kg d.s. Hieronder is formeel geen sprake van een bodemverontreiniging met asbest. Wanneer echter asbest is aangetoond onder deze norm, kan alsnog blootstelling optreden.
Het gehalte dient te worden vastgesteld aan de hand van een asbestonderzoek. Gehalten boven deze norm kunnen aanleiding geven om de bodem te saneren. Door de genoemde restconcentratienorm aan te houden, vermindert in de loop van de tijd de hoeveelheid asbest dat in de bodem in de regio aanwezig is. De aanwezigheid van asbesthoudende grond op locaties waar veelvuldig contact met de grond kan optreden is ongewenst. Om deze reden stelt de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee een aangepaste restconcentratienorm voor gebieden met bodemfunctie 'Wonen' vast. Binnen gebieden met de bodemfunctieklasse 'Wonen' moet de toe te passen grond minder dan 50 mg/kg d.s. bevatten. Dit is in afwijking van het landelijk beleid, waarin genoemd is dat de maximale toepasbare concentratie onder de 100 mg/kg d.s. is. Met een concentratie van 50 mg/kg d.s. wordt aangesloten bij de NEN-norm. Indien het gehalte niet hoger is dan 50 mg/kg d.s. is de er een verwaarloosbare kans op het aantreffen van een sterke asbest verontreiniging. Door deze lagere concentratie wordt de kans verkleint dat in woongebieden mensen in aanraking komen met asbest in de bodem in gebieden met een woonfunctie, waar meer contact is met de bodem.
Blad 19 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
Regionale afweging Pas wanneer asbesthoudende grond/materiaal is afgedekt of afgevoerd kan blootstelling niet plaatsvinden. De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee stelt hierom als voorwaarde voor de toepassing van grond, dat op gevoelige locaties zoals moestuinen en plaatsen waar kinderen spelen, géén zintuiglijk waarneembaar puin of asbest op het maaiveld zichtbaar mag zijn. Dat wil zeggen dat de grond die wordt toegepast, ófwel zintuiglijk vrij moet zijn van asbestverdachte bijmengingen, óf er moet uit asbestonderzoek conform NEN 5707/5897 blijken dat de zintuiglijk verontreinigde grond/materiaal in het geheel niet asbesthoudend is, óf er moet voldoende gemotiveerd worden dat het puin/puingranulaat gezien de typering, ouderdom, bijmengingen of historisch onderzoek niet kan worden gerelateerd aan asbest. Deze eis is derhalve tevens opgenomen in het ‘Vragenformulier NEN 5725’, zie bijlage 2. Samenvatting Toepassingseis grond met asbesthoudend materiaal Voor het beheersgebied geldt het volgende: Bij toepassen binnen de bodemfunctie 'Wonen' bevat de grond of baggerspecie maximaal 50 mg/kg d.s.; De restconcentratienorm binnen bodemfunctie 'Wonen' is 50 mg/kg d.s.; Asbest mag niet op het maaiveld zichtbaar zijn op gevoelige locaties.
1.6
Grondstromen wegbermen buiten bebouwde kom (klasse 'Industrie') Regionale afweging Wegbermen die niet binnen de bebouwde kom zijn gelegen, vallen per definitie in de bodemfunctieklasse 'Industrie'. Wegbermen zijn in zijn algemeenheid heterogeen verontreinigd als gevolg van verkeersactiviteiten (o.a. depositie als gevolg van uitlaatgassen, gladheidbestrijding, olielekkages) en onderhoud (o.a. teerhoudende kleeflagen) en de keuze voor de gebruiksfunctie 'Industrie' maakt het mogelijk om vrijkomende bermgrond weer elders in bermen toe te passen. NOOT: De wegbermen zijn niet ingetekend in de bodemfunctieklassenkaart, maar zijn een virtuele zone op de kaart. Dit om versnippering van ruimtelijke eenheden te voorkomen en de leesbaarheid van de bodemfunctieklassenkaart te bevorderen. Uit onderzoeksgegevens van het waterschap Hollandse Delta7 valt op te maken dat de bodemkwaliteit van de toplaag sterk varieert en gemiddeld in de klasse 'Industrie' valt. De ervaring leert dat dit ook voor de bermen van andere wegbeheerders (provincie, spoorwegen) in het buitengebied geldt. Het verontreinigingsbeeld is te heterogeen om de bermen op een betrouwbare manier te zoneren. Daarom zijn de bermen als virtuele zone in de ontgravingskaart opgenomen. Op de toepassingskaart zijn de wegbermen buiten de bebouwde kom als virtuele zone opgenomen.
De gemiddelde bodemkwaliteit voldoet naar verwachting aan de eisen voor de klasse 'Industrie'. Ook op de bodemfunctieklassenkaart vallen de bermen in de klasse 'Industrie'. Omdat voldaan wordt aan het principe van stand-still, mag binnen deze wegbermen gebiedseigen grond tot en met de bodemkwaliteitsklasse 'Industrie' worden toegepast.
7
Bodemkwaliteitskaart Wegbermen Hollandse Delta, Tauw bv, projectnummer 4370580, 9 oktober 2006
Blad 20 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
Blad 21 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
Samengevat houdt het wegbermenbeleid in dat: Aangewezen wegen en wegbermen apart virtueel zijn gezoneerd en de functie 'Industrie' krijgen toegewezen; De wegen en wegbermen van de aangewezen wegen voor de bovengrond (traject 0,00,5 m -mv.) de ontgravingskwaliteit 'Industrie' krijgen toegewezen. Uitgangspunten grondverzet in wegbermen buiten de bebouwde kom Onder de wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- en asfalt-) wegen. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 m -mv. en heeft een maximale breedte (gerekend uit de kant verharding) van respectievelijk 10 meter (voor rijks-, provincie en spoorwegen) en 5 meter (overige wegen). De strook wordt begrensd door: De erfgrens of De meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of De meest nabij gelegen insteek van een natte sloot of Als voorgaande niet aanwezig zijn de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor dijkwegen geldt dat de wegberm vanaf de rand van de verharding een maximum van 2 meter beslaat of tot aan de bovenkant van het talud of een fysieke afscheiding. Gezien de natuurfunctie van het talud valt deze niet onder de wegberm.
Als buiten de bebouwde kom grond uit wegbermen wordt ontgraven en vervolgens weer als aanvulgrond in een andere, buiten de bebouwde kom gelegen, wegberm wordt toegepast, hoeft geen partijkeuring te worden uitgevoerd, maar kan worden volstaan met een indicatief bodemonderzoek conform NEN 5740 (strategie VED-HO). Hierbij wordt alleen de te ontgraven bodemlaag onderzocht; onderzoek van grondwater is niet nodig. Als de kwaliteit van de grond gelijk is aan de klasse 'Industrie' of beter mag de grond in een andere berm buiten de bebouwde kom worden toegepast. Met de bovenstaande uitgangspunten is het mogelijk om grond die uit de aangewezen wegen en wegbermen vrijkomt, ook weer binnen wegen en wegbermen toe te passen op basis van de bodemkwaliteitskaart en een indicatief bodemonderzoek. Indien de vrijkomende bermgrond niet in een andere berm buiten de bebouwde kom kan worden toegepast, moet een partijkeuring worden uitgevoerd.
Blad 22 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
2
Acceptatie andere bodemkwaliteitskaarten De gemeente accepteerd de bodemkwaliteitskaarten voor landbodem van de gehele provincie Zuid-Holland als bewijsmiddel voor de kwaliteit van een partij grond, indien de bodemkwaliteitskaart voldoet aan de volgende voorwaarde: De bodemkwaliteitskaart is opgesteld conform de actuele versie van de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten en is bestuurlijk vastgesteld in de betreffende gemeente. Een bodemkwaliteitskaart is in alle gevallen uitsluitend een erkend bewijsmiddel als deze gepaard gaat met een historisch vooronderzoek overeenkomstig de NEN 5725. De gemeente accepteert tevens een volledig ingevuld en correct ondertekend ‘Vragenformulier NEN 5725’ als alternatief voor het vooronderzoek. Uit de toets/het vooronderzoek moet blijken dat de grond onverdacht is met betrekking tot bodemverontreiniging. PFAS-houdende grond, afkomstig uit de provincie Zuid-Holland, mag toegepast worden binnen de grenzen van de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee, onder voorwaarde dat er een erkend opgestelde PFAS-bodemkwaliteitskaart aanwezig is én de melding voorzien is van een ‘Vragenformulier NEN 5725’. Voorwaarde hierbij is dat grond die wordt toegepast binnen het grondgebied van de (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee voldoet aan de Lokale Maximale Waarden van gemeente Voorne aan Zee, zoals aangegeven in tabel 1.3.
Blad 23 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
3
Bodemfunctieklassenkaart Op de bodemfunctieklassenkaart is het gemeentelijk grondgebied op basis van het huidige en bekende toekomstige grondgebruik ingedeeld in de klassen: Industrie Wonen Overig, of Landbouw/Natuur De bodemfunctieklassenkaart speelt een belangrijke rol bij het toepassen van partijen grond of baggerspecie op de landbodem. Eén van de uitgangspunten van het Besluit bodemkwaliteit is namelijk dat de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen partij grond of baggerspecie geschikt moet zijn voor het gebruik van de ontvangende bodem (de bodemfunctieklasse). Hiertoe is de bodemfunctieklassenkaart verwerkt op de toepassingskaart. Voor saneringen geldt dat de bodemfunctieklassenkaart een rol speelt bij het vaststellen van de terugsaneerwaarden en de kwaliteit van de aanvulgrond of leeflaag bij saneringen. Omgang met tussentijdse functiewijzigingen Bij het opstellen van de bodemfunctieklassenkaarten is rekening gehouden met ruimtelijke ontwikkelingen die de komende 5 jaar plaatsvinden. Desondanks is het mogelijk dat de functie van een locatie wijzigt als gevolg van een bestemmingsplanwijziging. Als gevolg van een dergelijke wijziging kan het voorkomen dat de functieklasse, zoals aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart, niet meer correspondeert met de actuele functie van de locatie.
In dat geval kan de gemeente besluiten om de bodemfunctieklassenkaart op dit punt aan te passen. De gemeente bepaald ten minste éénmaal per vijf jaar of het noodzakelijk is om de bodemfunctieklassenkaart aan te passen en opnieuw vast te stellen. De bodemfunctieklassenkaart wordt automatisch, bij het inwerking treden van de Omgevingswet onderdeel van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. Na vaststelling blijft de kaart 5 jaar geldig. Wanneer de kaart verloopt, dient de kaart opnieuw te worden op- en vastgesteld. Als op dat moment de Omgevingswet van kracht is dient de kaart opgenomen te worden in het nieuwe deel van het Omgevingsplan. Wegbermen buiten de bebouwde kom Wegbermen die niet binnen de bebouwde kom zijn gelegen, vallen per definitie in de bodemfunctieklasse 'Industrie'. De wegbermen zijn niet ingetekend in de bodemfunctieklassenkaart, maar zijn een virtuele zone op de kaart. Dit om versnippering van ruimtelijke eenheden te voorkomen en de leesbaarheid van de bodemfunctieklassenkaart te bevorderen. Zie paragraaf 1.6 van deze Nota voor het grondstromenbeleid voor wegbermen.
Blad 24 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
Deel 2: Huidige beleid
Blad 25 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
4
Spelregels hergebruik van grond Deze paragraaf beschrijft de spelregels voor het ontgraven en toepassen van schone grond en grond van de klasse wonen en industrie (licht tot matig verontreinigde grond). Voor grondverzet van sterk verontreinigde grond wordt verwezen naar het saneringsspoor in hoofdstuk 8. De regels voor het toepassen van baggerspecie staan in hoofdstuk 5. De spelregels voor grondverzet zijn vastgelegd in het Besluit bodemkwaliteit. Bij het toepassen van grond is het uitgangspunt dat de bodem zijn functie duurzaam kan blijven vervullen. Het besluit biedt gemeente de mogelijkheid om te kiezen tussen het generieke en het gebiedsspecifieke spoor. Voor het grondverzet volgt de gemeente deels het generieke en deels het gebiedsspecifieke kader. De gebiedsspecifieke aspecten betreffen: Het regionale karakter van het beleid: de regiogemeenten accepteren elkaars bodemkwaliteits-kaarten. Daarnaast is gebiedsspecifiek beleid gemaakt voor het omgaan met baggerspecie; dit staat uitgewerkt in hoofdstuk 5. In de keten van grondverzet zijn de volgende schakels te onderscheiden: Ontgraven; Transport; evt. tijdelijke opslag; toepassen. In de volgende paragrafen wordt het generieke kader behandelt en nader ingegaan op de keten van grondverzet.
4.1
Ontgraven Hoe toon ik de kwaliteit aan? Voordat grond wordt ontgraven, moet de initiatiefnemer nadenken over de afvoerbestemming. De afvoerbestemming bepaalt namelijk of en hoe de grond moet worden onderzocht. Voor grond die wordt ontgraven, zijn de volgende afvoerbestemmingen mogelijk: hergebruik in/nabij hetzelfde werk; toepassingslocatie binnen de regio; toepassingslocatie buiten de regio; tijdelijke opslag; inrichting (grondbank, aannemer). In de volgende tabel is per afvoerbestemming een overzicht gegeven van de mogelijke manieren waarop de kwaliteit kan worden aangetoond. Dit zijn de zogenaamde bewijsmiddelen. Vervolgens is per bewijsmiddel een toelichting gegeven.
Blad 26 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
Lokaal bodemonderzoek Een bodemonderzoek of partijkeuring geeft meer zekerheid over de milieuhygiënische kwaliteit van een te ontgraven partij grond dan de bodemkwaliteitskaart. Dit betekent dat wanneer op de locatie van herkomst een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit of verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 is uitgevoerd, er GEEN gebruik mag worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel. In dat geval moet worden uitgegaan van de resultaten van het lokaal uitgevoerde onderzoek. Partijkeuring Aan een partijkeuring worden de volgende eisen gesteld: een partij kan worden gekeurd in depot of in-situ; de partij grond (of baggerspecie) dient door een erkende monsternemer te worden bemonsterd conform SIKB BRL 1000: VKB-protocol 1001 ; de voorbewerking van de monsters alsmede het laboratoriumonderzoek moeten worden verricht conform het accreditatieprogramma AP04 door een hiervoor erkend laboratorium. Erkende kwaliteitsverklaring De meest voorkomende vorm van de erkende kwaliteitsverklaringen zijn kwaliteitscertificaten op grond van de BRL 9335 (de BRL voor grondbanken, zandwinningen en grond uit projecten). Een erkende kwaliteitsverklaring bestaat uit twee delen: Het eerste deel is het productcertificaat dat wordt afgegeven door een erkende certificerende instelling.
Op dit productcertificaat staan de (civieltechnische) eigenschappen van de grond of baggerspecie vermeld, alsmede de milieuhygiënische classificatie (voldoet aan achtergrondwaarden, klasse 'wonen' of klasse 'industrie'). Het tweede deel betreft de afgegeven erkenning. Een overzicht van afgegeven erkende kwaliteitsverklaringen is gepubliceerd op de website van Bodem+. Fabrikant-eigenverklaring Dit is een milieuhygiënische verklaring die door een producent zelf kan worden afgegeven. In tegenstelling tot een erkende kwaliteitsverklaring, vindt bij een fabrikant-eigenverklaring geen periodieke externe controle door een certificerende instelling plaats en is er ook geen erkenning noodzakelijk. Voorbeeld van een fabrikant-eigenverklaring zijn die voor tarragrond van aardappelen of suikerbieten. Een overzicht van afgegeven fabrikant-eigenverklaringen is gepubliceerd op de website van Bodem+. Bodemonderzoek Bodemonderzoeken moeten voldoen aan de eisen uit de NEN 5740. Aandachtspunten zijn: Het veldwerk bij het bodemonderzoek moet zijn uitgevoerd door een bureau dat erkend is voor de BRL SIKB 2000. De voorbewerking van de monsters alsmede het laboratoriumonderzoek moeten worden verricht conform het accreditatieprogramma AS3000 door een hiervoor erkend laboratorium.
Blad 28 van 65
Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01
4.2
Transport Voor het transport van (vrijkomende) grond moet worden voldaan aan de Wegenverkeerswet, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens en de wetgeving met betrekking tot het transporteren van afvalstoffen. Als de grond wordt hergebruikt, al dan niet via tijdelijke opslag, of rechtstreeks van de leverancier komt, zijn voor het transport de volgende documenten vereist: 1. een vrachtbrief in het kader van transportwetgeving (de standaard begeleidingsbrief is ook als vrachtbrief te gebruiken); 2. een gewaarmerkt kopie van het certificaat voor vervoer (NIWO: Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie)); 3. een verwijzing naar kwaliteitsgegevens. In het geval de grond niet kan worden hergebruikt, maar wordt afgevoerd naar een verwerkingsinrichting, is sprake van een afvalstof en dienen de volgende documenten bij het transport aanwezig te zijn: 1. een volledig ingevulde en ondertekende ‘standaard begeleidingsbrief; het vermelden van een afvalstroomnummer is afhankelijk van de bestemming (gaat de partij wel of niet naar een inrichting) 2. een gewaarmerkt kopie van het certificaat voor vervoer (NIWO) 3. een verwijzing naar kwaliteitsgegevens (deze kwaliteitsgegevens moeten op de locatie van herkomst of de locatie van toepassing aanwezig zijn). 4. Meer informatie over het transport van grond/bagger c.q.