CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

22 10 04 brief college Herziene nota bodembeheer bijlage

Gemeenteraad 19 oktober 2022, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Ingekomen stukken24.736 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

12.1

Wet bodembescherming Hoe in Nederland de bodem en het grondwater beschermd wordt, is beschreven in de Wet bodembescherming (Wbb). Zo is in de Wbb beschreven wanneer en hoe sanering van (ernstig) verontreinigde bodem en grondwater dient te worden verricht of wanneer bijvoorbeeld voor beheer van de verontreiniging moet worden gekozen. Ook lozingen in of op de bodem kunnen op grond van de Wbb worden gereguleerd. De waterbodemregelgeving die voorheen was opgenomen in de Wbb is overgegaan naar de Waterwet. Essentieel onderdeel van de bodembescherming in Nederland is de zorgplicht, welke is beschreven in artikel 13 van de Wbb. Deze bepaling verplicht ieder die handelingen uitvoert die effect kunnen hebben op de bodem, om ervoor te zorgen dat door die handelingen de bodem niet verontreinigd raakt. Indien er een verontreiniging is ontstaan, dient de veroorzaker op grond van deze zorgplicht de verontreiniging voor zo ver als redelijkerwijs mogelijk is, ongedaan te maken. Gedeputeerde Staten zijn conform de Wbb bevoegd gezag voor alle nieuwe gevallen van bodemverontreiniging. In het geval de verontreiniging vóór 1987 is ontstaan, is het bevoegd gezag afhankelijk van de omvang van de verontreiniging. Tot 25 m3 grond/100 m3 grondwater niet-ernstige bodemverontreiniging is de betreffende gemeente het bevoegd gezag.

Bij verontreinigingen met een grotere omvang, is de provincie het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag bij nieuwe bodemverontreinigingen binnen een inrichting is vaak het bevoegd gezag Wet milieubeheer. Zie voor meer informatie Bodemplus.nl14 De noodzaak voor sanering en de aard van de te nemen saneringsmaatregelen wordt bepaald door de spoedeisendheid. Of een verontreiniging als spoedeisend wordt beschouwd, is afhankelijk van de humane, ecologische en verspreidingsrisico's. Een groot deel van de saneringen handelt de provincie af via het Besluit Uniform Saneren (BUS) waarbij volstaan kan worden met een melding voorafgaand aan de sanering. De grotere en meer gecompliceerde gevallen lopen via het Wbb-spoor waarvoor een saneringsplan moet worden opgesteld. De Wet bodembescherming is daarnaast de grondslag voor een aantal besluiten en bepalingen die inhaken op het gebruik van de bodem. Voorbeeld hiervan is het voorgenoemde Besluit Uniform Saneren in het geval er sprake is van verontreinigingen in de bodem. Voor het 14

https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/wbb/vragen/wbb-algemeen/faq/bevoegdgezag/

Blad 59 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

hergebruik van (licht) verontreinigde grond en baggerspecie en voor hergebruik van bouwstoffen is het Besluit bodemkwaliteit in 2008 in werking getreden. Dit besluit wordt in navolgende paragraaf verder toegelicht.

12.2

Besluit bodemkwaliteit In juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden voor het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen. Uitgangspunt bij het toepassen van partijen grond en baggerspecie is dat deze definitief onderdeel gaan uitmaken van de bodem (een zogenoemde bodemtoepassing). Er wordt ook wel gesproken over het 'beheer van grondstromen', oftewel het op die plaats toepassen van grond (of baggerspecie) waar dit geen risico's oplevert voor enerzijds de actuele bodemkwaliteit ter plaatse (standstill-principe) en anderzijds de functie die de bodem heeft. Met de actuele bodemkwaliteit wordt de diffuse bodemkwaliteit bedoeld, ook wel achtergrondkwaliteit. Deze diffuse bodemkwaliteit is kenmerkend voor een bepaald gebied en is niet gerelateerd aan een specifieke en herkenbare bron zoals in het geval van puntverontreinigingen. Voor deze laatste vorm van verontreinigingen is het saneringsbeleid van kracht (Wet bodembescherming voor de landbodem en de Waterwet voor de waterbodem) tot het inwerking treden van de Omgevingswet. Bij het (opnieuw) toepassen van bouwstoffen is het Bbk met name gericht op het voorkomen van een nieuwe bodemverontreiniging. In figuur 12.1 is de positie van het Besluit bodemkwaliteit binnen het bodembeleid aangegeven.

Figuur 12.1: Positie van het Besluit bodemkwaliteit binnen het bodembeleid

Relatie met saneringsbeleid In figuur 12.1 is aangegeven dat het Bbk niet van toepassing is op het saneren van bodemverontreinigingen. Dit is immers geregeld in de Wet bodembescherming. Echter, wanneer

Blad 60 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

wordt gekozen voor functiegericht saneren, heeft het saneringsbeleid wél een koppeling met het Besluit bodemkwaliteit. De in de bodemkwaliteitskaart bepaalde toepassingskaart bepaalt namelijk de concentratie tot waar minimaal dient te worden gesaneerd (de terugsaneerwaarde). Het gaat hierbij om de maximale waarden voor de functieklasse landbouw/natuur, wonen of industrie. Indien door de gemeente Lokale Maximale Waarden zijn vastgesteld, gelden deze als terugsaneerwaarde.

12.3

Bewijsmiddelen Om grondverzet binnen het beheersgebied van de gemeente te vergemakkelijken, mag bij het binnen de gemeente opnieuw toepassen van vrijgekomen grond, de bodemkwaliteitskaart als grondslag voor de afgifte van een milieuverklaring bodemkwaliteit worden gebruikt, mits de bodemkwaliteit op de locatie van herkomst (naar verwachting) niet afwijkt van de achtergrondwaarden in de betreffende bodemkwaliteitszone. Daarom moet, voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie, worden nagegaan of sprake is van een verdachte situatie, bijzondere omstandigheden en onverwachte situaties. Dit historische onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de eisen die zijn gesteld in de NEN 5725. De voorwaarden in deze paragraaf gelden voor zowel de bodemkwaliteitskaart van de deelnemende gemeenten (zoals opgenomen in deze Nota) als voor de bodemkwaliteitskaart van een andere gemeente.

12.3.1

Gebruik van de bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart kan niet als bewijsmiddel worden gebruikt als: A. De toe te passen partij grond afkomstig is van een verdachte locatie; B. Als sprake is van bijzondere omstandigheden; of C. Als de grond zintuiglijk opvallende afwijkingen vertoont (onverwachte situaties). A: Verdachte locaties Onder 'verdachte locaties' worden verstaan: locaties waar (bedrijfs-)activiteiten hebben plaatsgevonden waarvan bekend is, of het vermoeden bestaat, dat de bodemkwaliteit op de betreffende locatie (mogelijk) afwijkt van die van de omgeving. Voorbeelden hiervan zijn (de lijst is niet uitputtend):  Bekende en potentiële lokale gevallen van bodemverontreiniging (Wbb-locaties), niet behorende tot de diffuse bodemverontreiniging;  Bodemsanering in uitvoering;  Restverontreiniging na bodemsanering;  De ondergrond ter plaatse van saneringslocaties;  Lokaal aangebrachte leeflagen;  Tanklocaties;  Erven in het buitengebied;  Slootdempingen;  Lokaal aanwezige (historische) ophooglagen.

Blad 61 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

12.3.2

Overige erkende bewijsmiddelen Wanneer er geen gebruik mag worden gemaakt van een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel, dient de milieuhygiënische kwaliteit van een partij grond (of baggerspecie) en/of van de ontvangende bodem op een andere wijze te worden aangetoond: a. Partijkeuring; b. Erkende kwaliteitsverklaring; c. Fabrikant-eigen-verklaring; d. (water)bodemonderzoek (waaronder in-situ partijkeuring); e. Bodemkwaliteitskaart van andere gemeente (zie hiervoor hoofdstuk 2 van deze Nota). In de navolgende paragrafen volgt per bewijsmiddel een korte toelichting. A. Partijkeuring Een partijkeuring betreft een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit en daarmee de toepassingsmogelijkheden van de partij grond of (gerijpte) baggerspecie. Eisen Aan een partijkeuring worden de volgende eisen gesteld (artikel 4.3.3 van de Regeling bodemkwaliteit 2021):  Een partij kan worden gekeurd in depot of in-situ;  De partij grond (of baggerspecie) dient door een erkende monsternemer te worden bemonsterd conform BRL SIKB 1000: VKB-protocol 100115;  De voorbewerking van de monsters alsmede het laboratoriumonderzoek moeten worden verricht conform het accreditatieprogramma AP04 door een hiervoor erkend laboratorium.

Te onderzoeken parameters Is de herkomstlocatie van de grond of baggerspecie onverdacht, en is in het geval van baggerspecie deze afkomstig uit regionale watergangen, dan dienen de monsters van de partij te worden onderzocht op tenminste de parameters van het vigerend standaard analysepakket conform het SIKB. Het standaardpakket is na inwerkingtreding van de Omgevingswet terug te vinden in de bijlage van de Regeling bodemkwaliteit 2021 Ten tijde van het tot stand komen van deze Nota bodembeheer bestond het standaardpakket uit:  9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink);  Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (som 10 PAK);  Polychloorbifenylen (som 7 PCB);  Minerale olie (GC). Wanneer de grond of baggerspecie afkomstig is van een verdachte locatie dan dient de partij, naast de parameters van het standaard analysepakket, tevens op de desbetreffende kritische parameters te worden onderzocht.

Beoordelingsrichtlijn, met bijbehorend protocol, voor de monsterneming van partijen grond en baggerspecie (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer) 15

Blad 62 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

B. Erkende kwaliteitsverklaring Een erkende kwaliteitsverklaring bestaat uit twee delen:  Het eerste deel is het productcertificaat dat wordt afgegeven door een erkende certificerende instelling (zoals bijvoorbeeld KIWA, Intron of BMC). Op dit productcertificaat staan de (civieltechnische) eigenschappen van de grond of baggerspecie vermeld, alsmede de milieuhygiënische classificatie (klasse landbouw/natuur, klasse wonen of klasse industrie);  Het tweede deel betreft de afgegeven erkenning. De eisen die aan een erkende kwaliteitsverklaring voor grond of baggerspecie worden gesteld, staan beschreven in artikel 4.3.6 van de Regeling bodemkwaliteit en na het inwerkingtreden van de Omgevingswet in paragraaf 5.4 van de Regeling bodemkwaliteit 2021. Een overzicht van afgegeven erkende kwaliteitsverklaringen is te vinden op de website van Bodem+. C. Fabrikant-eigen-verklaring Dit is een milieuhygiënische verklaring die door een producent zelf kan worden afgegeven. In tegenstelling tot een erkende kwaliteitsverklaring, vindt bij een fabrikant-eigen-verklaring geen periodieke externe controle door een certificerende instelling plaats en is er ook geen erkenning noodzakelijk. De verantwoordelijkheid voor de milieuhygiënische kwaliteit van het product ligt dus volledig bij de fabrikant.

Echter, voordat een producent een fabrikant-eigen-verklaring mag afgeven, moet hij door middel van een streng toelatingsonderzoek aantonen dat zijn product aan de gestelde milieuhygiënische eisen voldoet. De eisen die aan een fabrikant-eigen-verklaring voor een partij grond of baggerspecie worden gesteld, staan beschreven in artikel 4.3.7 van de Regeling bodemkwaliteit en na de inwerkingtreding van de Omgevingswet in paragraaf 5.5 van de Regeling bodemkwaliteit 2021. Een overzicht van afgegeven fabrikant-eigen-verklaringen is te vinden op de website van Bodem+. D. (water)bodemonderzoek Landbodem of een partij grond Bodemonderzoeken die voldoen aan bepaalde onderzoeksstrategieën uit de NEN 574016 zijn toegestaan als milieuhygiënische verklaring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In de Regeling bodemkwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen onderzoeksstrategieën die kunnen worden gebruikt voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van: a. De ontvangende bodem (artikel 4.3.4 lid 1 van de Regeling en na inwerkingtreding van de Omgevingswet in paragraaf 7.1 van de Regeling bodemkwaliteit 2021) en b. Een partij toe te passen grond (artikel 4.3.4 lid 2 van de Regeling en na inwerkingtreding van de Omgevingswet in paragraaf 5.2 van de regeling bodemkwaliteit 2021).

A: Voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende landbodem zijn de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan:  onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie;  onderzoeksstrategie voor een grootschalig onverdachte locatie; 16

Landbodem: Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond

Blad 63 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

   

onderzoeksstrategie bij een onbekende bodembelasting; onderzoeksstrategie voor de toetsing of er sprake is van een schone bodem; onderzoeksstrategie voor de toetsing of er sprake is van een schone bodem op grootschalige locaties; onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof.

B: Voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van een partij toe te passen grond zijn alleen de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan:  onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem;  onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem op grootschalige locaties;  onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof. Deze onderzoeksstrategieën gaan uit van een monstername-inspanning die in eenzelfde orde van grootte ligt als bij de hiervoor beschreven partijkeuring en erkende kwaliteitsverklaring. Waterbodem of een partij baggerspecie Als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van een partij toe te passen (of te verspreiden) baggerspecie en voor de kwaliteit van de waterbodem zijn de onderzoeksstrategieën uit de NEN 572017 toegestaan. Is voorafgaand aan het toepassen sprake van niet-procesgestuurde rijping of tijdelijke opslag van de baggerspecie, dan mogen de in-situ onderzoeksgegevens nog voor de betreffende partij baggerspecie als bewijsmiddel worden gebruikt.

Gelet echter op het feit dat het rijpingsproces in veel gevallen een verbetering van de milieuhygiënische kwaliteit van de baggerspecie zal opleveren, verdient het aanbeveling om een partij baggerspecie na het rijpen opnieuw te onderzoeken (omdat de NEN 5720 geen onderzoeksstrategie kent voor depots, dient in dat geval de partij baggerspecie aan de hand van de BRL SIKB 1000, protocol 1001 te worden gekeurd).

12.3.3

Bewijsmiddelen voor met PFAS-verontreinigde grond of baggerspecie Van partijen grond en baggerspecie die worden toegepast binnen het beheersgebied dient het PFAS-gehalte bepaald te zijn. Toepassen van grond en baggerspecie binnen het beheersgebied en is mogelijk na een melding bij het meldpunt bodemkwaliteit. Hierbij kan de bodemkwaliteitskaart PFAS18 worden gebruikt in combinatie met een historisch bodemonderzoek conform de NEN 5725 waaruit blijkt de ontgravingslocatie niet verdacht is op het voorkomen van PFASverbindingen als gevolg van een (bedrijfsmatige) activiteiten op of nabij de locatie. Een lijst met activiteiten die als verdacht op de verspreiding van PFAS in het milieu worden beschouwd, kan worden geraadpleegd via het Handelingskader voor PFAS van Expertisecentrum PFAS (ISBN/EAN 978-90-815703-0-5, d.d. 25 juni 2018).

17

Waterbodem: Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie Actualisatie bodemkwaliteitskaart PFAS (Toekomstige) gemeente Voorne aan Zee, kenmerk 0455784.102, d.d. 29 april 2021, door Antea Group 18

Blad 64 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Indien uit het historisch bodemonderzoek blijkt dat de grond verdacht is op het voorkomen van PFAS door een bronlocatie, kan de bodemkwaliteitskaart PFAS niet als erkend bewijsmiddel gehanteerd worden en dient de partij middels een bodemonderzoek of partijkeuring op de aanwezigheid van PFAS onderzocht te worden. Blijkt de concentratie van één van de PFAS de toepassingsnormen uit paragraaf 1.3 van deze Nota te overschrijden, dan kan de grond niet worden toegepast binnen het beheersgebied. Wanneer de bodemkwaliteitskaart PFAS niet als bewijsmiddel kan worden gebruikt, dient de milieuhygiënische kwaliteit met betrekking tot PFAS van de toe te passen grond of baggerspecie op een andere wijze te worden aangetoond. Hiervoor zijn de volgende bewijsmiddelen erkend:  Erkende kwaliteitsverklaring;  Fabrikant-eigenverklaring;  Een partijkeuring met analyse op PFAS (AP04, BRL SIKB 1000, protocol 1001);  Een bodemonderzoek naar PFAS, conform de NEN 5740, mits een van de volgende onderzoeksstrategieën is gehanteerd (conform artikel 4.3.4 sub 2 van de Regeling Bodemkwaliteit):  De toetsing of sprake is van schone bodem (TOETS-S);  De toetsing of sprake is van schone bodem op grootschalige locaties (TOETS-S-GR);  De partijkeuring van niet-schone grond uit een diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof (KEU-I-HE).

 Een waterbodemonderzoek conform de NEN 5720. Andere onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 kunnen niet gebruikt worden als erkend bewijsmiddel van de kwaliteit van de grond. Deze bodemonderzoeken kunnen enkel in combinatie gebruikt worden met een vooronderzoek NEN 5725 en de bodemkwaliteitskaart. Voor het toepassen van grond of baggerspecie op uitgesloten locaties dient de kwaliteit van de ontvangende bodem vastgesteld te worden (dubbele toets). Om de kwaliteit van de ontvangende bodem vast te stellen zijn de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit:  Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV);  Onderzoeksstrategie voor een grootschalig onverdachte locatie (ONV-GR);  Onderzoeksstrategie bij een onbekende bodembelasting (ONB);  Onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem (TOETS-S);  Onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem op grootschalige locaties (TOETS-S-GR);  Onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof (KEU-I-HE). Bij de bovenstaande onderzoeksstrategieën kan onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater en de kwaliteit van de grond van de ontvangende bodem, indien op 0,5 m-mv en dieper, achterwege blijven.

Blad 65 van 65

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

12.4

Meldingen en procedures De gemeenten zijn bevoegd gezag voor het Besluit bodemkwaliteit. In dat kader ontvangen, beoordelen en registreren de gemeenten de meldingen en verzorgen zij het toezicht op en de handhaving van het op landbodem toepassen van partijen grond of baggerspecie. Deze taken zijn in de volgende paragrafen toegelicht. Wanneer melden Op grond van artikel 42 van het Besluit bodemkwaliteit moeten alle toepassingen van grond en baggerspecie worden gemeld, met uitzondering van:  Het toepassen van minder dan 50 m3 schone grond en baggerspecie (klasse AW2000);  Het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzend perceel;  Het toepassen van grond en baggerspecie door particulieren (behalve wanneer de werkzaamheden worden uitbesteedt aan een aannemer, in dat geval moet wel een melding worden ingediend);  Het verplaatsen van grond of baggerspecie binnen één landbouwbedrijf (de grond/baggerspecie moet in dat geval wel afkomstig zijn van een binnen hetzelfde landbouwbedrijf gelegen perceel waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld). Voor het toepassen van schone grond en baggerspecie in hoeveelheden vanaf 50 m3 moet eenmalig de toepassingslocatie worden gemeld.

Meldingstermijn en loket Degene die grond of baggerspecie gaat toepassen, moet dit tenminste vijf werkdagen van tevoren melden, bij voorkeur digitaal, via het Meldpunt bodemkwaliteit19 (https://www.meldpuntbodemkwaliteit.nl/Voorportaal.aspx). Het meldpunt stuurt de melding vervolgens ter beoordeling door naar het betreffende bevoegde gezag. Op de website van het meldpunt zijn de meldingsformulieren te vinden alsmede informatie over welke gegevens bij de melding moeten worden gevoegd. Men kan bij het meldpunt ook terecht voor vragen over het invullen van de meldingsformulieren of het aanvragen van een account om digitaal te kunnen melden. Indien er onduidelijkheden of twijfels bestaan over het op een locatie mogen toepassen van een bepaalde partij, kan contact worden opgenomen met de bodemambtenaar van de desbetreffende gemeente. Beoordeling De gemeenten toetsen de voorgenomen toepassing, en de eventueel bijgeleverde stukken, aan het Besluit bodemkwaliteit en onderliggende Bodembeheernota.

Hierbij wordt in ieder geval nagegaan of:  Het meldingsformulier volledig is ingevuld en of de benodigde bewijsmiddelen zijn bijgevoegd (dus of de melding ontvankelijk is);  De werkzaamheden onder het juiste toepassingskader zijn aangemeld;  Terecht van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel gebruik wordt gemaakt;  Op basis van de verstrekte informatie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er inderdaad geen sprake is van bijzondere omstandigheden of onverwachte situaties; Meldingen die in het kader van overgangsrecht nog moeten worden getoetst aan het Bouwstoffenbesluit dienen rechtstreeks bij het bevoegd gezag te worden ingediend. 19

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

 

De aangeleverde bewijsmiddelen acceptabel en voldoende zijn; De eindconclusie over de toepasbaarheid van de partij grond of baggerspecie juist is.

De gemeente is het bevoegd gezag en heeft de taak om de melding te toetsen. De deelnemende gemeenten hebben de mogelijkheid een andere partij zoals de omgevingsdienst aan te wijzen om deze taken over te nemen. Indien de melding en/of de bijgeleverde gegevens naar het oordeel van de toetsende instantie onduidelijk, onvolledig of anderszins niet toereikend zijn, zullen door de toetser nadere gegevens van de melder worden verlangd. Dit verzoek kan telefonisch, per email of per brief plaatsvinden. Door de melder kan in principe vijf werkdagen na het melden met de werkzaamheden worden aangevangen. De gemeente neemt namelijk geen formeel besluit op de melding. Een toepasser kan zich niet beroepen op het uitblijven van een reactie van de gemeente op een melding. De toepasser is en blijft namelijk zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de vereisten van het Besluit bodemkwaliteit. Registratie Een goede registratie van meldingen is van belang voor het toezicht op het toepassen van grond en baggerspecie en voor het op termijn actualiseren van de bodemkwaliteitskaart. Meldingen die digitaal worden ingediend, worden automatisch geregistreerd onder het account dat iedere gemeente heeft bij het Meldpunt bodemkwaliteit. Analoge meldingen worden door de gemeente geregistreerd.

Hierbij worden onder meer de volgende gegevens vastgelegd:  De informatie van het meldingsformulier;  De daadwerkelijke start van het project;  Wanneer de werkzaamheden zijn afgerond;  Eventuele afwijkingen in de uitvoering.

12.5

Toezicht en handhaving Proactieve handhaving De melding geeft de gemeente de mogelijkheid om te verifiëren of de toe te passen partij en de voorgenomen toepassing voldoen aan de vereisten van het Besluit bodemkwaliteit. Door de gemeente worden bij de melder aanvullende gegevens opgevraagd indien de melding en/of de bijgeleverde gegevens onduidelijk, onvolledig of anderszins niet toereikend zijn. Actieve handhaving Een deel van de gemelde toepassingen wordt in het veld gecontroleerd. Hierbij wordt onder andere aandacht besteedt aan:  Komt de toepassingslocatie overeen met wat in de melding is aangegeven?  Komt het toegepaste volume overeen met de melding?  Komt het toegepaste materiaal overeen met wat is gemeld?

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Om het toepassen (hergebruik) van grond en baggerspecie op zorgvuldige wijze te kunnen laten plaatsvinden, alsmede het toezicht hierop te vereenvoudigen, gelden een aantal procedurele voorschriften:  Indien de uitvoeringsdatum ten tijde van de melding nog niet kon worden aangegeven, dient de gemeente uiterlijk vijf werkdagen vóór aanvang van de werkzaamheden op de hoogte te worden gesteld;  De eigenaar of erfpachter van de locatie waarop de toepassing plaatsvindt dient tijdens de uitvoering van de werkzaamheden een kopie van het meldingsformulier, en de bijbehorende ontvangstbevestiging van de gemeente, aan een toezichthoudend ambtenaar te kunnen overleggen;  De uitvoerder van het project dient de voor de aan te voeren c.q. toe te passen partij grond of baggerspecie relevante bewijsmiddelen te kunnen overleggen;  Afwijkingen van de oorspronkelijke melding dienen terstond te worden gemeld;  Wanneer tijdens de uitvoering van het ontgraven of toepassen van grond of baggerspecie uit zintuiglijke waarnemingen blijkt dat de grond of baggerspecie mogelijk is verontreinigd, mag deze grond/baggerspecie niet zonder nader onderzoek of nadere bewerking worden hergebruikt. Indien een dergelijke waarneming wordt gedaan, dient de grond/baggerspecie in depot te worden gezet en dient contact te worden opgenomen met de gemeente.

Als blijkt dat de toepassing niet overeenkomt met de melding zullen de toezichthouders er op toezien dat de ongewenste situatie ongedaan wordt gemaakt. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van de beschikbare wettelijke hulpmiddelen. Afhankelijk van de geconstateerde tekortkoming, zal melding worden gedaan bij het Toezichtloket Bodem van de Inspectie Leefomgeving en Transport (https://www.ilent.nl/onderwerpen/bodemtoezicht). Naast gerichte inspecties in relatie tot gemelde toepassingen, worden door de toezichthouders surveillances uitgevoerd teneinde te controleren op niet gemelde toepassingen van grond en baggerspecie. Post-actieve handhaving Tot slot is het mogelijk om handhavend op te treden door het uitvoeren van een handhavingsonderzoek. Indien het noodzakelijk wordt geacht om tot monsterneming over te gaan, bijvoorbeeld wanneer wordt betwijfeld of de kwaliteit van de toegepaste partij grond of baggerspecie overeenkomt met de gemelde kwaliteit, moeten de bemonstering en het laboratoriumonderzoek plaatsvinden overeenkomstig het daarvoor van toepassing zijnde kaders. Daarnaast kan strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk worden opgetreden bij geconstateerde overtredingen. Wat hierbij bepalend is, is of sprake is van een aandachtspunt zoals beschreven in de HandhavingsUitvoeringsMethode Besluit bodemkwaliteit (HUM-Bbk)20.

Deze HUM-Bbk is bedoeld om alle handhavende overheidsinstanties, die toezicht houden in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit, ondersteuning te bieden bij het signaleren, beëindigen, ongedaan maken of terugdraaien van een overtreding.

De HUM-Bbk is een uitgave van SenterNovem Bodem+, in opdracht van het ministerie van VROM (kenmerk 3BODM0906, augustus 2009). 20

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Transport Voor het transport van (vrijkomende) grond en baggerspecie moet worden voldaan aan de Wegenverkeerswet, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens en de wetgeving met betrekking tot het transporteren van afvalstoffen. (Vrijkomende) grond of baggerspecie is in principe een afvalstof, tenzij door de eigenaar aantoonbaar voldoende garanties kunnen worden gegeven dat de betreffende partij binnen afzienbare tijd direct nuttig kan worden hergebruikt op een andere locatie. In het geval van afvalstoffen dienen de volgende documenten bij het transport aanwezig te zijn: 1. Een volledig ingevulde en ondertekende ‘standaard begeleidingsbrief’ a. Het vermelden van een afvalstroomnummer is afhankelijk van de bestemming (gaat de partij wel of niet naar een inrichting); 2. Een gewaarmerkt kopie van het certificaat voor vervoer (NIWO: Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie); 3. Een verwijzing naar kwaliteitsgegevens (deze kwaliteitsgegevens moeten op de locatie van herkomst of de locatie van toepassing aanwezig zijn). Indien kan worden aangetoond dat de partij grond of baggerspecie op korte termijn wordt hergebruikt, dan wel rechtstreeks van een leverancier vandaan komt, zijn voor het transport de volgende documenten vereist: 1. Een vrachtbrief in het kader van transportwetgeving (de eerdergenoemde begeleidingsbrief is ook als vrachtbrief te gebruiken); 2.

Een gewaarmerkt kopie van het certificaat voor vervoer (NIWO); 3. Een verwijzing naar kwaliteitsgegevens. Opgemerkt wordt dat voor wat betreft grond en baggerspecie het Besluit bodemkwaliteit alleen betrekking heeft op het toepassen hiervan. Derhalve is het bevoegd gezag voor het Besluit bodemkwaliteit niet bevoegd voor het uitvoeren van controles in het kader van transport (- of afvalstoffen) wetgeving. Het bevoegd gezag in relatie tot transport zijn de politie en de provincie. Daarnaast zijn de Inspectie van Verkeer en Waterstaat en de ILenT inspectie eerstverantwoordelijke voor ketentoezicht in relatie tot het Besluit bodemkwaliteit. Wel mag een toezichthouder van de gemeente die transporten controleren die gerelateerd zijn aan een toepassing conform het Besluit bodemkwaliteit. Bij het controleren van transporten is samenwerking met de provincie of de politie echter altijd aan te bevelen. Wanneer bodemonderzoek op een verdachte locatie heeft uitgewezen dat er geen sprake is van bodemverontreiniging, en daarnaast de milieuhygiënische kwaliteit vergelijkbaar is met het omliggende gebied, wordt deze locatie niet meer aangemerkt als verdacht. B: Bijzondere omstandigheden Een bijzondere omstandigheid doet zich voor wanneer bekend is dat de bodemkwaliteit op de herkomstlocatie (mogelijk) afwijkt van de omgeving.

Veelal zal het gaan om:  Bekende en potentiële lokale gevallen van bodemverontreiniging, niet behorende tot de diffuse bodemverontreiniging;  Bodemsanering in uitvoering;  Restverontreiniging na bodemsanering;  Lokaal aangebrachte leeflagen;  Lokaal aanwezige (historische) ophooglagen;  De ondergrond ter plaatse van saneringslocaties.

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

C: Onverwachte situaties Het kan voorkomen dat, ondanks dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden, tijdens de graafwerkzaamheden op de locatie van herkomst alsnog een (mogelijke) afwijking van de bodemkwaliteit wordt geconstateerd. Een onverwachte situatie doet zich voor indien:  De grond een afwijkende kleur, geur of samenstelling heeft;  De grond een bijmenging aan bodemvreemde materialen bevat (puin, gruis, kooltjes, etc.) op basis waarvan wordt verwacht dat de bodemkwaliteitskaart niet meer representatief is voor de milieuhygiënische kwaliteit, dan wel waarvan men redelijkerwijs kan vermoeden dat deze het milieu negatief kan beïnvloeden;  In de grond visueel asbest wordt aangetroffen. Een onverwachte situatie dient in alle gevallen te worden geregistreerd en gemeld bij de gemeente. Als sprake is van een (vermoedelijk) geval van ernstige bodemverontreiniging, dient hiervan melding te worden gedaan bij het bevoegd gezag Wbb dan wel Omgevingswet. Historisch onderzoek Teneinde uit te sluiten dat de locatie van herkomst als 'verdacht' ten aanzien van bodemverontreiniging moet worden bestempeld, dient voorafgaand aan het toepassen van grond of baggerspecie altijd een vooronderzoek overeenkomstig de NEN 5725 uitgevoerd te worden.

Volgt uit het historische onderzoek dat sprake is van een situatie als hierboven beschreven, dan kan de betreffende bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel worden gebruikt voor de milieuhygiënische kwaliteit van de vrijkomende grond (en/of de ontvangende bodem). In dat geval dient de milieuhygiënische kwaliteit op een andere wijze te worden aangetoond. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van één van de bewijsmiddelen zoals beschreven in dit hoofdstuk. Bodemkwaliteitskaart van gemeente Voorne aan Zee Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel bij grondverzet is mogelijk onder voorwaarden: 1. Het moet aantoonbaar zijn dat de grond die wordt toegepast afkomstig is uit een van de bodemkwaliteitszones van de bodemkwaliteitskaart, waarbij de ondergrondzone “Eijsden kern voor 1970” is uitgezonderd, vanwege het niet voldoen aan de functienorm van het gemiddelde (niet toepasbaar); 2. Het moet aantoonbaar zijn dat de toe te passen partij grond afkomstig is uit een bodemlaag die is gedefinieerd in de bodemkwaliteitskaart; 3. Op de locatie mogen geen bodemverontreinigende activiteiten hebben plaatsgevonden (onverdachte locatie); 4.

Als de partij ook is voorzien van een ander geldig bewijsmiddel (partijkeuring of erkende kwaliteitsverklaring) dan geldt het andere bewijsmiddel als milieuhygiënische verklaring, omdat deze een directere uitspraak doet over de kwaliteit van de betreffende partij grond of baggerspecie. Om aan voorwaarde 3 te voldoen dient een vooronderzoek, conform NEN5725/NEN5707 te worden uitgevoerd. Dit onderzoek dient te voorkomen dat grond afkomstig van verdachte locaties zonder onderzoek elders wordt toegepast. Op basis van dit vooronderzoek dient ook bepaald te worden of de locatie asbestverdacht is. Indien uit het vooronderzoek volgt dat sprake is van een verdachte locatie, dan dient minimaal een verkennend bodemonderzoek (conform NEN 5740/NEN 5707) uitgevoerd te worden. Indien de gemeten gehalten voldoen aan de toepassingsnorm, kan aan voorwaarde 3 worden voldaan.

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 6 september 2022 revisie 01

Ter plaatse van de verschillende zones is sprake van een verhoogde heterogeniteit. De gemeente acht desondanks het gevaar gering dat er sprake is van het toevallig toepassen van sterk verontreinigde grond. Derhalve is het gebruik van de bodemkwaliteitskaart toegestaan, uitgezonderd de ondergrondzone “Eijsden kern voor 1970”. Voor grond afkomstig uit deze zone is altijd een ander bewijsmiddel noodzakelijk dan de bodemkwaliteitskaart.

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

Bijlage 2 Vragenformulier NEN 5725 t.b.v. vrij grondverzet Dit formulier is een toelichting op de historische gegevens van een perceel (een locatie). Als een perceel verdacht is van bodemverontreiniging, is namelijk aanvullende informatie nodig voor grondverzet en is informatie van de bodemkwaliteitskaarten (de ontgravings- en de toepassingskaarten)niet zonder meer toereikend om de bodemkwaliteit te bepalen. Geadviseerd wordt het historisch onderzoek te laten uitvoeren door een bedrijf dat erkend is voor het BRL2000 - protocol 2001. Op dit (gemeentelijk) formulier voor historische informatie kunt u, naast algemene gegevens, de historische gegevens vermelden van de ontgravingslocatie en vervolgens van de toepassingslocatie.Op het (landelijke) formulier voor grondverzet kunt u de adresgegevens vermelden van de ontgravingslocatie en van de toepassingslocatie en moet u de hoeveelheid toe te passen materiaal aangeven.

ldentificatie ontgravingslocatie en of toepassingslocatie Het adres van de locatie zoals hieronder gemeld en/ of te melden bij het Meldingsformulier Besluit bodemkwaliteit www.meldpuntbodemkwaliteit.nl In de volgende situaties is er geen meldingsplicht voor het toepassen van grond: • Het toepassen van grond onder het Besluit Uniforme Saneringen (BUS). • De toepassing van grond door particulieren, anders dan in de uitoefening van een bedrijf of beroep. • Het toepassen van grond binnen een landbouwbedrijf als de grond afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel grond waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op hetperceel grond waar de grond wordt toegepast. • Het verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen. • Het toepassen van schone grond in hoeveelheden kleiner dan 50 m3. Voor het toepassen van schonegrond in hoeveelheden vanaf 50 m3 moet eenmalig de toepassingslocatie worden gemeld.

Ontgravingslocatie

Adres: .............................................................................................................................................................................. X-coördinaat: .....................................................................

y -coördinaat: ..................................................................

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

Toepassingslocatie

Adres: ............................................................................................................................................................................... X-coördinaat: .....................................................................

y -coördinaat: ..................................................................

Bronvermelding Welke bronnen heeft u geraadpleegd om alle bovenstaande vragen te beantwoorden? Ook als een geraadpleegde bron geen informatie heeft opgeleverd, moet u dit aangeven.

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… lndien van toepassing: Verificatieonderzoek (bij al eerder uitgevoerd (historisch) onderzoek) Omdat al een eerder (historisch) onderzoek is uitgevoerd is op de ontgravingslocatie en/ of de toepassingslocatie geverifieerd of tussentijds op de onderzoekslocatie activiteiten hebben plaatsgevonden die de bodemkwaliteit hebben kunnen beïnvloeden. De verificatie heeft plaatsgevonden

□

Fysiek, op ......................................................................................................................... [datum]

□

Digitaal via Google Maps/ Bing Maps, kaartgegevens ............................................ [jaartal foto]

□

Digitaal via Google Streeview / Cyclomedia, kaartgegevens …………………………………. [opnamedatum]

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

Ontgravingslocatie

1.

2.

3.

Welk gebruik / functie heeft de locatie gehad voordat grond wordt ontgraven?

O O O O O O O Welk gebruik heeft de locatie O nadat de grond wordt / is ontgraven? O O O O O O Welke kwaliteit heeft de bodem O volgens de ontgravingskaart?

Natuur

Landbouw / volkstuin / moestuin (Onverharde) kinderspeelplaats Wonen / woongebied Industrie / bedrijven Infrastructuur

Onbekend / braakliggend Natuur

Landbouw / volkstuin / moestuin (Onverharde) kinderspeelplaats Wonen / woongebied Industrie / bedrijven Infrastructuur

Onbekend / braakliggend Natuur / schoon (PFAS> landelijke achtergrondwaarde / PFAS> bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS < bepalingsgrens / Niet bekend *)

O

Landbouw / overig (PFAS > landelijke achtergrondwaarde / PFAS> bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS < bepalingsgrens / Niet bekend *)

O

Wonen (PFAS> landelijke achtergrondwaarde / PFAS > bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS< bepalingsgrens / Niet bekend *)

O

lndustrie (PFAS > landelijke achtergrondwaarde / PFAS > bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS< bepalingsgrens / Niet bekend *)

O

Niet toepasbaar / niet ingedeeld

* Doorhalen wat niet van toepassing is

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

4.

Wordt de ontgraven grond tijdelijk opgeslagen?

O O

Nee Ja, adres:

..................................................................................................... NB: De tijdelijke opslag is meldingsplichtig bij opslag langer dan 6 maanden en niet langer dan 3 jaar. Tijdelijkeopslag langer dan 3 jaar is vergunningsplichtig. 5.

Is de toe te passen grond nu tijdelijk opgeslagen?

O O

Nee Ja, adres:

..................................................................................................... En Bbk-meldingsnummer: ...............................................

6.

Is op de ontgravingslocatie een partijkeuring uitgevoerd?

O O

Nee

Ja: Naam onderzoeksbureau

..................................................................................................... Rapportagedatum partijkeuring

..................................................................................................... Kenmerk rapportage

..................................................................................................... NB: Het rapport moet bij de Bbk-melding warden gevoegd. 7.

Is op de ontgravingslocatie een bodemonderzoek uitgevoerd?

O O

Nee

Ja: Naam onderzoeksbureau

..................................................................................................... Rapportagedatum partijkeuring

..................................................................................................... Kenmerk rapportage

..................................................................................................... NB: Het rapport moet bij de Bbk-melding warden gevoegd.

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

8.

9.

Van welke laagdiepte wordt de grond ontgraven?

Wat voor soort grond wordt met name ontgraven?

O

Vanaf ......... meter onder het maaiveld tot meter onder het maaiveld.

O

Vanaf ...... meter t.o.v. NAP tot ........... meter t.o.v. NAP.

O O O O O O

Zand Klei Kleiig zand

Veen Onderhoudsbagger Anders, namelijk:

................................................................................................

10. Is/zijn op de ontgravingslocatie gedempte sloten aanwezig?

O O

Nee

Ja, dan deze aangeven op de situatietekening. Met welk materiaal is de sloot gedempt:

................................................................................................

11. Is op de ontgravingslocatie in O Nee het verleden een verharding of O Onbekend, want: erfophoging aangebracht, En is deze alweer verwijderd of ............................................................................................... is deze nog aanwezig?

O O

Ja, aangebracht en verwijderd Ja, aangebracht en aanwezig

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

12. Is op de ontgravingslocatie in het verleden grond of baggerspecie aangebracht, En is deze alweer verwijderd of is deze nog aanwezig?

O O

Nee Onbekend, want:

...................................................................................................... O

Ja, aangebracht (zie meldingsnummer ..................... van het Meldpunt Bodemkwaliteit) en verwijderd

O

Ja, aangebracht (zie meldingsnummer ..................... van het Meldpunt Bodemkwaliteit) en aanwezig met de kwaliteitsklasse:

(aankruisen wat van toepassing is): 0 Natuur / schoon) (PFAS> landelijke achtergrondwaarde / PFAS > bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS < bepalingsgrens / Niet bekend *) 0 Landbouw / overig (PFAS > landelijke achtergrondwaarde / PFAS > bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS < bepalingsgrens / Niet bekend *) 0 Wonen (PFAS > landelijke achtergrondwaarde / PFAS > bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS < bepalingsgrens / Niet bekend *) 0 lndustrie (Pf AS > landelijke achtergrondwaarde / PFAS > bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS < bepalingsgrens / Niet bekend *) 0 Niet toepasbaar / niet ingedeeld * Doorhalen wat niet van toepassing is

13. Is/zijn op de ontgravingslocatie (een) opslagtank(s) voor vloeibare brandstoffen aanwezig (geweest)?

O O

Nee Ja, aangeven op een bij te voegen situatietekening en het betreft een (aankruisen wat van toepassing is): 0 bovengrondsetank O ondergrondse tank De tank is gevuld met (aankruisen wat van toepassing is): 0 zand (tank is gesaneerd) 0 onbekend 0 type brandstof (per tank):

......................................................................................................

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

14. Is op de ontgravingslocatie een bedrijf gevestigd geweest en in welke periode (jaartallen)?

O O

Nee Ja, soort bedrijf:

...................................................................................................... Periode:

15.

...................................................................................................... Is op de ontgravingslocatie een O Nee meldings- of O Ja, soort activiteit: vergunningsplichtige milieubelastende activiteit van kracht geweest en in welke periode?

16. Vinden of vonden activiteiten plaats op of in de nabij omgeving van de ontgravingslocatie (inclusief belendende percelen tot 25 meter afstand) die de grond mogelijk hebben verontreinigd? 17. Is de locatie verdacht op het voorkomen van PFAS (poly- en perfluoralkylverbindingen) zoals PFOA, PFOS en GenX? Is op de locatie bijvoorbeeld sprake (geweest) van: - brand met gebruik vanblusschuim; - brandblusoefenterrein? - zijn er bedrijfsactiviteiten (geweest) bijvoorbeeld op hetgebied van: * teflonproductie; * galvanische industrie, textiel, papier(verwerking), lak- en verfindustrie, cosmetica; * afvalverbranding, stortplaatsen, waterzuiveringinstallaties, ijzerinzamellocaties (inzamelenbrandblussers).

...................................................................................................... Periode:

...................................................................................................... O Nee O Ja, soort activiteit: ...................................................................................................... Periode:

..................................................................................................... O O O

Onbekend Nee Ja, namelijk:

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

18. Staan of stonden objecten (panden) op de ontgravingslocatie die asbest kunnen bevatten (bouwjaar voor 1993)?

O O

Nee Ja, namelijk:

......................................................................................................... .........................................................................................................

19. Zijn op de ontgravingslocatie aanwijzingen voor de aanwezigheid van asbest in of op de grond (zoals restanten van sloopafval)?

O Nee O Ja, namelijk: .........................................................................................................

20. Welke bijmengingen aan bodemvreemd materiaal is in de te ontgraven grond aanwezig en wat is daarvan het gewichtsof volumepercentage?

O

Geen bijmengingen aan bodemvreemd materiaal (nul procent)

O O O O O

Puin en/of bakstenen: ......... % (gewicht)

.........................................................................................................

Koolas en/of slakken: ......... % (gewicht)

Stukjes asbest: ......... % (gewicht) Plastic/ piepschuim: .......... % (volume) Anderszins: Soort: ............................................................................ Percentage: .....................................(gewicht / volume*)

O Onbekend, want: ..................................................................................................... * Doorhalen wat niet van toepassing is 21. Overige informatie met betrekking tot een mogelijke bodemverontreiniging op de ontgravingslocatie:

O Geen O Ja, namelijk:

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

Toepassingslocatie

22.

23.

24.

Welk gebruik / functie heeft de locatie gehad voordat grond wordt/is toegepast?

O O O O O O O Welk gebruik heeft de O locatie nadat de grond wordt toegepast? O O O O O O Welke kwaliteit heeft de bodem volgens de toepassingskaart?

Natuur

Landbouw / volkstuin / moestuin (Onverharde) kinderspeelplaats Wonen / woongebied

Industrie / bedrijven Infrastructuur

Onbekend / braakliggend Natuur

Landbouw / volkstuin / moestuin (Onverharde) kinderspeelplaats Wonen / woongebied

Industrie / bedrijven Infrastructuur

Onbekend / braakliggend

O

Natuur / schoon (PFAS> landelijke achtergrondwaarde / PFAS > bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS < bepalingsgrens / Niet bekend *)

O

Landbouw / overig (PFAS > landelijke achtergrondwaarde / PFAS > bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS < bepalingsgrens / Niet bekend *)

O

Wonen (PFAS > landelijke achtergrondwaarde / PFAS > bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS < bepalingsgrens / Niet bekend *)

O

lndustrie (PFAS> landelijke achtergrondwaarde / PFAS > bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS < bepalingsgrens / Niet bekend *)

O

Niet ingedeeld

* Doorhalen wat niet van toepassing is

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

25.

Wordt de ontgraven grond tijdelijk opgeslagen?

O O

Nee

Ja, adres:

..................................................................................................... NB: De tijdelijke opslag is meldingsplichtig bij opslag langer dan 6 maanden en niet langer dan 3 jaar. Tijdelijke opslag langer dan 3 jaar is vergunningsplichtig.

26.

Is de toe te passen grond nu tijdelijk opgeslagen?

O O

Nee

Ja, adres:

..................................................................................................... En Bbk-meldingsnummer: ...............................................

27.

Is op de toepassingslocatie een partijkeuring uitgevoerd?

O O

Nee

Ja: Naam onderzoeksbureau

..................................................................................................... Rapportagedatum partijkeuring

..................................................................................................... Kenmerk rapportage

..................................................................................................... NB: Het rapport moet bij het Bbk-melding worden gevoegd.

28.

Is op de toepassingslocatie een bodemonderzoek uitgevoerd?

O O

Nee

Ja: Naam onderzoeksbureau

..................................................................................................... Rapportagedatum partijkeuring

..................................................................................................... Kenmerk rapportage

..................................................................................................... NB: Het rapport moet bij het Bbk-melding worden gevoegd.

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

29.

30.

Wordt de grond boven het bestaande maaiveld toegepast?

O

Nee, vanaf ...... meter onder het maaiveld tot ...... meter onder het maaiveld.

O

Ja, vanaf .......... meter boven het maaiveld tot meter boven het maaiveld.

O

Deels, vanaf.......... meter onder het maaiveld tot ...... meter boven het maaiveld.

Wat voor soort grond wordt O met name toegepast?

O O O O O

31.

32.

Is/zijn op de toepassingslocatie gedempte sloten aanwezig?

O O

Zand Klei Kleiig zand Veen Onderhoudsbagger

Anders, namelijk:

Nee Ja, aangegeven op de situatietekening Met welk materiaal is de sloot gedempt:

Is op de toepassingslocatie in O Nee het verleden een verharding of erfophoging aangebracht, O Onbekend, want: En is deze alweer verwijderd of is deze nog aanwezig? .....................................................................................................

O O

Ja, aangebracht en verwijderd Ja, aangebracht en aanwezig

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

33.

Is op de toepassingslocatie in O Nee het verleden grond of baggerspecie aangebracht, O Onbekend, want: en is deze alweer verwijderd of is deze nog aanwezig? ......................................................................................................

O

Ja, aangebracht (zie meldingsnummer ..................... van het Meldpunt Bodemkwaliteit) en verwijderd

O

Ja, aangebracht (zie meldingsnummer ..................... van het Meldpunt Bodemkwaliteit) en aanwezig met de kwaliteitsklasse:

(aankruisen wat van toepassing is): 0 Natuur / schoon) (PFAS> landelijke achtergrondwaarde / PFAS > bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS < bepalingsgrens / Niet bekend *) 0 Landbouw / overig (PFAS > landelijke achtergrondwaarde / PFAS > bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS < bepalingsgrens / Niet bekend *) 0 Wonen (PFAS> landelijke achtergrondwaarde / PFAS > bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS < bepalingsgrens / Niet bekend *) 0 lndustrie (PFAS > landelijke achtergrondwaarde / PFAS > bepalingsgrens maar < landelijke achtergrondwaarde / PFAS < bepalingsgrens / Niet bekend *) 0 Niet toepasbaar / niet ingedeeld

* Doorhalen wat niet van toepassing is

34.

Is/zijn op de toepassingslocatie (een) opslagtank(s) voor vloeibare brandstoffen aanwezig (geweest)?

O O

Nee Ja, aangeven op een bij te voegen situatietekening en het betreft een (aankruisen wat van toepassing is): 0 bovengrondsetank O ondergrondse tank De tank is gevuld met (aankruisen wat van

toepassing is): 0 zand (tank is gesaneerd) 0 onbekend 0 type brandstof (per tank):

...................................................................................................... ......................................................................................................

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

35.

Is op de toepassingslocatie een bedrijf gevestigd geweest en in welke periode (jaartallen)?

O O

Nee Ja, soort bedrijf:

...................................................................................................... Periode:

36.

37.

38.

Is op de toepassingslocatie een meldings- of vergunningsplichtige milieubelastende activiteit van kracht geweest en in welke periode? Vinden of vonden activiteiten plaats op of inde nabij omgeving van de toepassingslocatie (inclusief belendende percelen tot 25 meter afstand) die de grond mogelijk hebben verontreinigd? Is de locatie verdacht op hetvoorkomen van PFAS (poly-en perfluoralkylverbindingen) zoals PFOA, PFOS en GenX? Is op de locatie bijvoorbeeld sprake (geweest) van: * brand met gebruik van blusschuim; * brandblusoefenterrein? zijn er bedrijfs-activiteiten (geweest) bijvoorbeeld op het gebied van: * teflonproductie; * galvanische industrie, textiel, papier(ver-werking), lak- en verfindustrie, cosmetica; * afvalverbranding, stortplaatsen, waterzuiveringinstallaties, ijzerinzamellocaties(inzamelenbrandblussers).

...................................................................................................... O Nee O Ja, soort activiteit: ...................................................................................................... Periode:

...................................................................................................... Nee O O Ja, soort activiteit: ...................................................................................................... Periode:

..................................................................................................... O O O

Onbekend Nee J a, namelijk:

.....................................................................................................

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

39.

40.

Staan of stonden objecten (panden) op de toepassingslocatie die asbest kunnen bevatten (bouwjaar voor 1993)?

O O

Nee

Ja, namelijk:

..................................................................................................... Zijn op de toepassingslocatie O Nee aanwijzingen voor de aanwezigheid van asbest O Ja, namelijk: in of op de grond (zoals restanten van sloopafval)?

41.

Welke bijmengingen aan bodemvreemd materiaal is in de bodem van de toepassingslocatie aanwezig en wat is daarvan het volumepercentage?

..................................................................................................... O Geen bijmengingen aan bodemvreemd materiaal (nul procent)

O O O O O

Puin en/ of bakstenen: ...........% (gewicht) Koolas en/ of slakken: ......... % (gewicht) Stukjes asbest: .......... % (gewicht) Plastic/ piepschuim: ........... % (volume) Anderszins: Soort: ............................................................................ Percentage: .....................................(gewicht / volume *)

O

Onbekend, want:

..................................................................................................... * Doorhalen wat niet van toepassing is 42.

Overige informatie met betrekking tot een mogelijke bodemverontreiniging op de toepassingslocatie:

O O

Geen

Ja, namelijk:

..................................................................................................... ..................................................................................................... .....................................................................................................

Nota bodembeheer De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee projectnummer 0478901.100 16 augustus 2022 revisie 00

Ondertekening Aldus naar waarheid ingevuld, Bedrijfsnaam: ................................................................................................................. Naam: .............................................................................................................................. Functie: ......................................................................................................................... Datum: ........................................................................................................................... Handtekening initiatiefnemer: .......................................................................................................................................... Aldus op volledigheid en waarheid gecontroleerd, Handtekening toetsende instantie (gemeente dan wel Omgevingsdienst): ..........................................................................................................................................

NB: Wordt tijdens de grondwerkzaamheden asbestverdacht materiaal waargenomen, dan worden de werkzaamheden door de uitvoerder gestaakt en meldt hij dit direct aan de gemeente en/of omgevingsdienst. Veelal wordt dan het spoor van de Wet bodembescherming/Omgevingswet gevolgd en volgt een verkennend bodemonderzoek naar asbest in grond. Dit geldt ook voor overige bijmengingenen afwijkingen zoals kleur en geur die op een bodemverontreiniging wijzen. Wordt in de toe te passen grond meer dan het toegestane percentage bodemvreemdmateriaal vastgesteld, of wordt asbest of een andere niet verwachte mogelijke bodemverontreiniging aangetroffen, dan wordt dit direct gemeld bij de gemeente en/of omgevingsdienst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11914350/1