CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Groenvisie Gemeente Westland (21-0186506)

Commissie Ruimte en Wonen 7 september 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Schrijven college d.d. 02-09-21 inzake Groenvisie Westland22.962 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Natuurvriendelijke oevers We realiseren natuurvriendelijke oevers in de verbinding met de ecologische groendrager. Op basis van de opgestelde kansenkaart, maken we, daar waar mogelijk, meer ruimte voor natuurvriendelijke oevers en water in plaats van verhard oppervlak. Uitwerking is beschreven in het waterplan (uitvoeringsplan jaarplan Water Westland - HHD 2021 def). Hiermee zetten we de aanleg van natuurvriendelijke oevers voort. Aanleggen van Tiny Forrests Dit jaar (2021) wordt op enkele locaties een Tiny Forrest aangelegd. Dit is een dichtbegroeid, inheems bos ter grootte van een tennisbaan. Dit bos is niet alleen een prettige plek voor vlinders, vogels, bijen en kleine zoogdieren, maar ook voor mensen. Kinderen leren in het buitenlokaal over de Nederlandse natuur en buurtbewoners ontmoeten elkaar op een prettige en gezonde plek. Het beheer en onderhoud doen wij samen met scholen. Tijdelijke vergroening braakliggende terreinen/overhoeken privaat terrein We vergroenen braakliggende terreinen/overhoeken: terreinen die braak liggen in afwachting van een nieuwe functie of ontwikkeling en/of overhoeken op privaat terrein. We benutten hierbij aanwezige provinciale regelingen en voeren de vergroening uit in partnerschap met wijkorganisaties, bedrijven en inwoners.

Hiermee creëren we ‘pauzelandschappen’: tijdelijke groene oases die kunnen dienen als recreatieve verblijfplaats of als tijdelijke ecologische hotspot. Doormiddel van voorlichting en informatie (o.a. informatieborden) informeren wij de bewoners dat

Groenvisie

30

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

dit het om tijdelijke situatie gaat. Deze terreinen dragen zo ook tijdelijk bij aan de beleving van het groen en het microklimaat in de woonomgeving en glastuinbouwgebied. In de drie wijken gaan we hiermee ervaring opdoen door de braakliggende terreinen te inventariseren. Aan de hand van de pilot stellen we een plan van aanpak op om hier een vervolg uitwerking aan te geven. Aan de hand van vorige inventarisatie van de overhoeken op privaat terrein bekijken wij waar we al direct aan de slag kunnen. Deze plekken dienen als voorbeeld voor andere overhoeklocaties.

Groene, koele ommetjes Er ontstaat meer behoefte aan recreatieve routes ‘ommetjes’ dicht bij huis. Hierbij geldt als uitgangspunt dat vanuit huis rondgaande wandelingen van maximaal een uur via groene, koele routes mogelijk zouden moeten zijn. Deze recreatieve routes maken we toegankelijk voor gebruik, door het te verbinden met de wandelroutes door de buurten. We leggen goede groene, koele verbindingsroutes aan tussen de woonwijken en het robuuste groendragers en de omgeving, die uitdagen tot bewegen en mensen bewust maken van het belang van groen (bijvoorbeeld door QRcodes). We maken de wandelroutes ook toegankelijk voor mensen met een beperking. De groene ommetjes zijn al eerder geïnventariseerd, deze inventarisatie vullen we aan met de inventarisatie voor de koele routes en tijdens het opstellen van een gebiedsplan en/of (her)inrichting worden deze groene, koelteroutes samen met de inwoners nader uitgewerkt. Om hier ervaring in op te doen nemen we dit in eerste instantie mee bij de uitwerking van de drie wijken. Ondersteunings- en stimuleringsregelingen (in samenhang met de klimaatopgave) Wij ondersteunen en stimuleren vergroening van de directe woonomgeving en tuin door informatie te verstrekken over de verschillende subsidieregelingen (provincie, waterschap, rijk).

Daarnaast stellen we, mede ten gunste voor de klimaatopgave en de wateropgave in samenwerking met klimaatopgave en het uitvoeringsplan jaarplan Water Westland (HHD 2021 def) een stimuleringsregeling in, waarbij een geldbedrag aangevraagd kan worden om de tuin en de directe woonomgeving te vergroenen. Met deze bijdrage kunnen de inwoners zelf aan de slag gaan met het vergroenen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: vergroenen door tegels te vervangen door planten, groene daken (Sedumbeplanting), vergroenen van de gevels etc. Wij gaan onderzoeken of we een hemelwaterverordening in kunnen voeren. Daarmee kan bij nieuwbouw, renovaties en de aanleg van verhardingen de afkoppelverplichting uit het Waterplan worden gehandhaafd. Bij (her)inrichtingsprojecten en bij opleveringen van nieuwe woningen organiseren wij een plantenmarkt, waarbij gratis een beplantingsplan voor een geveltuin wordt uitgereikt. We werken hierin samen met lokale tuincentra (verantwoord, inheems plantmateriaal), hoveniers en plaatselijke wijkverenigingen.

Experimenteren met kleinschalig beheer Wij gaan experimenteren met kleinschalig beheer in de vorm van een Wijkdeal en/of Right to Challenge. Een Wijkdeal is een afspraak tussen bewoner(s) en gemeente om de buurt groener, schoner en gezelliger te maken. In een Wijkdeal staat beschreven wat de inwoners willen doen en welke tegenprestatie de gemeente levert in de vorm van vergoeding van onkosten, materiaal of

Groenvisie

31

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

kennis. Een Wijkdeal kan ook ingediend worden als een Right to Challenge, waarin de buurtbewoners de uitdaging aan gaan met de gemeente. Wij geloven dat bewoners, initiatiefnemers en overheden met elkaar verder kunnen komen, door het vormgeven van Right to Challenge, en het op de Westlandse maat hiervan invullen. Right to Challenge geeft bewoners ‘het recht om uit te dagen’. Westlanders kunnen taken van de gemeente overnemen, wanneer zij denken dat ze binnen het beschikbare budget, met hun bijdrage iets extra’s kan opleveren. Bewoners krijgen hiermee de kans om hun ideeën uit te voeren. Zo kunnen zij bijvoorbeeld het onderhoud van een deel van het openbaar groen van de gemeente overnemen, of samen de buitenruimte ontwerpen. Dit mogelijk maken vraagt om duidelijke voorwaarden en goede afspraken met bijvoorbeeld de reguliere beheerder of de projectleider. Hiermee zorgen we voor duidelijkheid en transparantie, zowel voor de gemeente als voor de initiatiefnemers die de betreffende taak op zich willen nemen.

Wat gaan we hiervoor doen (afhankelijk van het gekozen ambitieniveau)? 

       

Buurtvergroening: In drie groen arme wijken in de groenarme woonkernen Kwintsheul, Maasdijk en Honselersdijk, met een grote klimaatopgave, gaan we samen met bewoners en de markt verschillende vergroeningsoplossingen uitwerken en testen in de praktijk. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om verticaal groen in de vorm van gevelbekleding, groene lantaarnpalen en andere marktontwikkelingen. Na afloop bepalen we dan of en welke oplossingen uitbreiding krijgen elders in de gemeente; We evalueren jaarlijks de vergroeningsprojecten en de best practice nemen we op in een inspiratieboek en publiceren wij via social media en gemeentelijke website; Jaarlijks stellen wij een lijst op voor vergroeningsprojecten waarmee we het volgend jaar gaan experimenteren; In de groenarme wijken, locatie inventariseren waar bovengronds voldoende ruimte is en geen kabels en leidingen in de grond zitten voor het bomenoffensief; We werken de inventarisatie van de groene, koele ommetjes in de drie wijken uit. We inventariseren braakliggende terreinen in de drie wijken.

Stellen een procesaanpak op: spelregels/afspraken rondom realiseren van groene, koele ommetjes en vergroenen van braakliggende terreinen/overhoeken op privaat terrein; Beschikbare subsidiemogelijkheden inventariseren en informatie beschikbaar stellen en onderzoeken of we een hemelwaterverordening in kunnen voeren; Een stimuleringsfonds vergroening uitwerken (i.s.m. klimaatopgave en uitvoeringsprogramma Water), met beoordelingscriteria om voorrang te geven aan gerichte maatregelen, zoals vergroening in met name groenarme woonkernen en wijken/buurten; Een plan van aanpak Wijkdeals en Right to Challenge opstellen en een publiekscampagne organiseren.

4.3. Groeninclusief ontwerpen Planprocessen en projecten benutten we als kans om Westland en de woonkernen verder te vergroenen, door het groenbewustzijn procesmatig te verankeren. Voor het beste resultaat vraagt Groenvisie

32

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

elke opgave, elke locatie om maatwerk. Het doel van deze visie is beslissers en ontwerpers uit te dagen om nog meer in te zetten op groeninclusief ontwerp. Ontwerpen aan een bestaande woonomgeving draait altijd om het herschikken van bestaande functies en elementen. Om de groene opgave in deze visie te realiseren reiken wij handvatten aan om zo stapsgewijs te bouwen aan een ‘groene ontwerptoolbox’ voor groeninclusief ontwerp. Deze groen ontwerptoolbox bestaat uit (zie figuur 4):  Initiatie document – opdrachtomschrijving per ontwikkeling/project: (groen)opgave, urgentie en risico’s voor projectstart;  Afwegingskader;  Groenparagraaf (groenbalans: kwalitatieve en kwantitatieve consequentie inclusief beheerparagraaf);  (Groen)compensatiefonds;  Programma van Standaarden (richtlijnen, streefbeelden, profielen en maatvoering);  (Groene) gunningscriteria. Hiermee geven wij uitvoering aan de opgave van de omgevingsvisie om op innovatieve manieren om te gaan met groen en dat groen-inclusief bouwen standaard is bij nieuwbouwwijken en gebiedsontwikkelingen. In onderstaand schema zijn deze instrumenten voor groeninclusief ontwerp weergegeven. Ook is te zien dat nagenoeg elk instrument een bijdrage levert aan realisatie van de vier speerpunten.

Figuur 3: Instrumenten groeninclusief ontwerpen en hun bijdrage aan de speerpunten

Na vaststelling van de groenvisie werken we gefaseerd aan de ontwikkeling en uitwerking van de instrumenten voor groeninclusief ontwerp. Hierdoor stellen zijn wij in staat groen bewustzijn en de positie van het groen steeds beter procesmatig te verankeren in de plan- en projectprocessen.

Groenvisie

33

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Voor de afweging op gebiedsniveau is het wenselijk om voor alle disciplines in beeld te brengen wat de toekomstige opgave aan te realiseren voorzieningen is op gebiedsniveau (locatie). Daarbij valt onderscheid te maken tussen buurtvoorzieningen en bovenwijkse voorzieningen. Voor wat betreft deze laatste geldt vaak dat het functies zijn die lastig zijn in te passen in de bebouwde omgeving. Ofwel door hun ruimtebeslag, ofwel door de aard van hun functie. Ondanks dat is de conclusie dat ook deze voorzieningen horen in een complete leefomgeving. Op hoger niveau zal dan ook afgewogen moeten worden waar deze functies hun beslag krijgen en welke andere programmatische ambities daarvoor eventueel moeten wijken. In figuur 4 (zie onder) is een schets van het planvormingsproces weergegeven, waarin ook is aangegeven wat er nodig is om in elke stap bij te dragen aan het realiseren van groene ambities. Vervolgens worden de verschillende instrumenten kort beschreven.

Programma van Standaarden (richtlijnen, streefbeelden, profiel/maatvoering)

Figuur 4 - Schets projectproces en instrumentarium

Afwegingsmethodiek openbare ruimte en groenparagraaf Succesvolle vergroening van ontwerp vraagt om nadere uitwerking een afwegingskader binnen het ontwerpproces, voor zowel herinrichting- als gebiedsontwikkelingsprojecten. Het afwegingskader is daarom opgenomen in het standaardinstrumentarium van deze groenvisie (zie inzet kader voor de processtappen van de afwegingsmethodiek. Bij de afwegingsmethodiek nemen we de opgave,

Groenvisie

34

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

waarden/baten en functie van groen expliciet mee, een groenparagraaf met hierin een groenbalans (kwalitatieve en kwantitatieve consequentie10) en een beheerparagraaf verplicht bij elke ingreep. Deze gegevens worden meegenomen in de besluitvorming over een ontwikkelingsplan of bouwaanvraag. Dit is nodig, omdat bij bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling andere ambities snel de overhand kunnen krijgen binnen het ontwerp. En bij herinrichtingen is het juist de neiging om éénop-éen te vervangen die soms overheerst. Daarbij wordt vooral gedacht vanuit de oorspronkelijke situatie, in plaats van te zoeken naar het meest optimale ontwerp voor alle beleidsvelden of het consequent doorvoeren van beleidskeuzes als vergroenen of terugdringen van gemotoriseerd verkeer. Succesvolle vergroening van Westland en de woonkernen vraagt daarom om een consequente toepassing van het afwegingskader binnen het ontwerpproces. Processtappen afwegingsmethodiek bij projecten in de openbare ruimte Stap 1: nagaan welk vigerend beleid van toepassing is, welke kaders uit de groenvisie, de structuurvisie en de Omgevingsvisie relevant zijn en huidige knelpunten er zijn. Dit zijn de kaderstellende randvoorwaarden voor het project (herinrichtings- of gebiedsontwikkelingsproject). Stap 2: bestaat uit een aantal deelstappen in het ontwerpproces die een sterke samenhang hebben. Deze worden cyclisch doorlopen.

De deelstappen zijn:  Inventariseren van het gewenste programma: qua beleidswensen en wensen uit de omgeving, inclusief ruimte voor objecten: hierbij wordt de prioriteitsstelling van de afwegingsmethodiek gehanteerd;  Bepalen van het gewenste straatbeeld: op basis van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, het Handboek Inrichting Openbare Ruimte, analyse van de stedenbouwkundige structuur in de cultuurhistorische context;  Check op de ondergrondse infrastructuur: inventarisatie van zowel de bestaande als de gewenste ondergrondse infrastructuur en welke mogelijkheden en beperkingen deze inhouden voor het gewenste programma;  Onderzoek naar de mogelijkheden om efficiënter om te gaan met de openbare ruimte: meerdere functies mogelijk te gebruiken (creëren van ruimtewinst) of dubbelgebruik gedurende de dag; Stap 3: het vastleggen van het resultaat van bovenstaande processtappen in een ruimtelijk en functioneel programma van eisen voor het project. Het doorlopen van de processtappen van de afwegingsmethodiek openbare ruimte is maatwerk en kan bij iedere straat een ander resultaat hebben.

10

De kwalitatieve en kwantitatieve consequenties van een project voor het groen worden beargumenteerd aangegeven in een groenparagraaf. De groenparagraaf geeft aan hoeveel bomen behouden blijven en/of worden teruggeplant. Door de hoeveelheden groen en het aantal bomen in de huidige situatie en de toekomstige situatie van elkaar af te trekken, blijft een groensaldo over. Dit saldo geeft aan hoeveel vierkante meters groen en hoeveel bomen er bijkomen of verdwijnen.

Groenvisie

35

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Programma van standaard en referentienormen In het programma van standaarden (bij gebiedsontwikkeling en herinrichting) nemen we de waarden, baten en functie van groen expliciet mee:  We bepalen de (huidige) kwantitatieve en kwalitatieve groenwaarden door de hoeveel vierkante meters groen en hoeveel bomen er staan binnen de projectgrenzen en wat de kwaliteit, conditie en toekomstverwachting hiervan is. Hierbij maken we gebruik van bestaande instrumenten zoals I-tree of TEEB-stad (of andere waarde bepalende instrumenten);  We stellen een boomeffectanalyse op;  We verplichten ecologisch onderzoek bij elke ruimtelijke ingreep (wettelijke verplichting), om te zorgen voor onderbouwde verwijderingsbesluiten. Hierbij horen referentienormen en richtlijnen met specifieke onderdelen, waarbinnen per project en ontwerpproces de ruimte en creativiteit opgezocht kan worden. Referentienormen zijn dynamisch van aard: ze zijn gebaseerd op beleid en/of een extrapolatie van datgene dat in Westland aanwezig is. Door de referentienorm aan de voorkant van het proces onderdeel te maken van de planvorming kan in elke fase gemakkelijk berekend worden welke voorzieningen er nodig zijn en welke globale ruimteclaim daarbij hoort. Zo kan hier al in een vroeg stadium rekening mee worden gehouden.

In bijlage 6 staan enkele specifiek geformuleerde referentienormen/richtlijnen die betrekking hebben op groeninclusief ontwerpen. Deze zullen nader worden uitgewerkt en opgenomen in Programma van Standaarden met eventueel streefbeelden, profiel met bijbehorende maatvoering.

Compensatieverplichting In de praktijk zijn er vele redenen om groen ergens weg te halen: verkeersveiligheid, sociale veiligheid, onderhoud van wegen, renovatie van de infrastructuur, het bouwen van woningen. Dit groen herplanten we het liefst, maar dat is niet altijd mogelijk. Dan compenseren we het groen. Het liefst binnen het project of direct in de omgeving, als het niet anders kan elders in de gemeente. Als het in project (herinrichting- en gebiedsontwikkelingsgebieden) niet mogelijk is om groen terug te brengen, kijken we naar mogelijkheden, voor zover dat kan binnen de wettelijke naar compensatie-regelingen. Dit geld kan dan gebruikt worden om groen te compenseren op een groenarme plek. Op die manier zorgen we dat het groenvolume in de hele gemeente op zijn minst gelijk blijft. Het bestaande robuuste netwerk van groendragers (vastgelegd op groenstructuurkaart) wordt in principe niet aangetast. Alleen als er sprake is van een aantoonbaar en zwaarwegend maatschappelijk belang en er onderbouwd is dat er geen alternatief kan worden gevonden, dan kan de raad besluiten tot verwijdering. Daarnaast werken we de compensatie van bomen verder uit in het bomenbeleid (zie 5.1), waarbij we kijken naar mogelijkheden voor her- en verplanten en naar vergelijkbare kroonvolumes, om klimaateffecten in balans te houden.

Groenvisie

36

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Vergroening door natuurinclusief in te richten Zoals vastgelegd in de omgevingsvisie hanteren wij vergroening als aanbestedingscriterium bij gebiedsontwikkeling en/of (her)inrichtingsprojecten. Hierbij is natuurinclusief inrichten11 de norm, om meer natuur in de woonomgeving te stimuleren. We stellen dusdanige selectiecriteria op dat (project)ontwikkelaars gestimuleerd worden een plan te maken dat optimaal aansluit bij de vergroeningsopgave van Westland en de woonkernen. De exacte invulling en weging van deze ‘groene selectiecriteria’ staat niet van tevoren vast maar wordt per afzonderlijk project bepaald op basis van de richtlijnen. Voor het behalen van het optimale resultaat is het daarom van belang dat een groendeskundige deel uitmaakt van het team dat deze criteria opstelt.

Wat gaan we hiervoor doen (afhankelijk van het gekozen ambitieniveau)?  

 

We stellen op uniforme wijze een boomeffectanalyse en een groenparagraaf verplicht bij elke ingreep, om te zorgen voor onderbouwde argumenten voor de omgevingsvergunning. Wij actualisere Programma van Standaarden (DALI) door richtlijnen en inrichtingsprincipes op te nemen zoals minimummaten en - afstanden voor wijk-/buurtgroen en stedenbouwkundige profielen waaraan het groen is gekoppeld, met streefbeeld (karakteristiek, ambities en inrichtings- en beheeruitgangspunten), de onderdelen van vastgelegde ecologische profielen en bewuste keuzen voor een bepaald assortiment. Uitgangspunt is toekomstbestendigheid, klimaatbestendigheid en biodiversiteit; Onderzoeken naar het oprichten van een groenfonds, een verbreding van het bomenfonds en een ecologische compensatieregeling. We onderzoeken de mogelijkheden van compensatieplicht, werken de compensatie van bomen verder uit in het bomenbeleid en stimuleren externe partijen om aanplant van bomen mee te nemen in ontwerpen en plannen, met voorrang in groenarme wijken; Plan van aanpak opstellen om natuurinclusief aan te besteden. In 2022 gaan we enkele projecten natuurinclusief aanbesteden. Het toepassen van natuurinclusieve maatregelen in het project kan één van de manieren zijn waardoor de provincie besluit een verklaring van geen bedenkingen af te geven in kader van de Wet Natuurbescherming.

Voordeel hierbij is dat Ontwikkelaars die natuurinclusieve maatregelen toepassen voorrang krijgen in behandeling van natuur ontheffingen via de provincie Noord-Holland en de ontwikkelaar hierdoor sneller duidelijkheid heeft en minder risico loopt Wij maken een inspiratieboek waarin wij voor toekomstbestendig en klimaatbestendig groen, klimaatadaptieve voorbeelden bundelen ter inspiratie voor omgevingsontwerpen en (her)inrichtingsplannen.

11 Natuurinclusief betekent bijvoorbeeld dat meer oevers natuurvriendelijk worden. Ook leggen we faunapassages aan als er gewerkt wordt aan bruggen en wegen. Bij natuurinclusieve bouw nemen we neststenen of voorzieningen op voor vogels en vleermuizen.

Groenvisie

37

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

5. STRATEGIE: HOE MAKEN WE WESTLAND GROENER? In dit hoofdstuk beschrijven we de te volgen strategie om de groenopgave in Westland, de ambitie en de vier speerpunten in de komende 10 jaar te realiseren. De bestaande middelen zijn daarbij het vertrekpunt. Duidelijk is dat de vergroeningsambities grote (financiële) inzet vragen van de gemeente. Het actief verwerven van grond voor vergroening, het eventueel stimuleren van vergroeningsmaatregelen bij bewoners, of voor het actief kansen benutten, behoeft capaciteit en middelen die op het ogenblik niet beschikbaar zijn in de begroting. In deze strategie gaan we er echter vanuit dat indien we deze route naar vergroening willen vasthouden, hiervoor financiële claims aangeleverd kunnen worden. Jaarlijks dient een uitvoeringsprogramma te worden opgesteld met een transparant verantwoordingsoverzicht. Hierin moet dan worden weergegeven wat de beschikbare middelen zijn en welke resultaten behaald zijn met welke uitgaven. Voor de korte termijn zullen we de groenopgave op een verantwoorde manier vormgeven binnen de huidige middelen. We stellen voor de korte termijn voor om de focus te leggen op: 1. Wendbaar te worden in realisatie, door te werken met een ambitiekeuzekaart; 2. Het groenbewustzijn procesmatig te verankeren binnen plan- en projectprocessen; 3.

De kracht van de samenleving te benutten; Deze drie strategische lijnen zijn hieronder verder toegelicht.

5.1. Wendbaar uitvoeringsprogramma met ambitiekeuzekaart Het liefst willen we de groenopgave zo snel mogelijk realiseren. Gezien de aandachtspunten, de knelpunten en de huidige financiële dekking moeten we het echter beschouwen als een ontwikkeltraject, dat waar nodig en op elk moment bijgesteld kan worden. Om een wendbaar en realistisch uitvoeringsprogramma op te kunnen stellen zijn er drie ambities uitgewerkt. Dit biedt keuzeruimte op bestuurlijk niveau en de mogelijkheid om in de toekomst de ambitie op elk moment terug te schroeven of juist te verhogen. Maatschappelijke ontwikkelingen, nieuwe financieringsbronnen of andere aanleidingen kunnen de gemeente bewegen tot bijsturing in de uitvoeringsambities. De voorgestelde opzet in drie ambities stelt de gemeente daartoe in staat. Hoe hoger het ambitieniveau, des te sneller de uitvoering en des te hoger de kwaliteit van de inzet. Jaarlijks zal in de voorjaarsnota de ambitie worden vastgelegd, als basis voor een concreet jaarprogramma. In het uitvoeringsprogramma maken we inzichtelijk met welke maatregelen in de komende 10 jaar welke speerpunten worden gerealiseerd. En welke consequenties dit heeft voor het budget en de benodigde capaciteit. Hieronder volgt een beschrijving van de drie ambitieniveaus.

Groenvisie

38

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

GROEN BASIS (meeliften en kansen benutten voor vergroening) Het eerste ambitieniveau is het niveau om zoveel mogelijk binnen het bestaande budget en de bestaande formatie veranderingen te realiseren die bijdragen aan de groenvisie. Met dit basisniveau zijn er beperkte verbeteringen te realiseren, die noodzakelijk zijn om op termijn verdere uitholling van de groenkwaliteit te voorkomen. De consequentie is dat vanuit de gemeente minder gedaan kan worden. De korte termijnstrategie is om mee te liften met klimaatopgave, uitvoeringsprogramma Water en kansen benutten waar we kunnen vergroenen. Hiermee leggen we een basis om uiteindelijk structureel te kunnen gaan vergroenen. Hierdoor ligt er voor uitvoering meer druk bij de samenleving en duurt het langer voordat het totale programma met alle ambities is uitgevoerd

GROEN ACCENT (kansen creëren voor vergroening) De tweede variant zet in op gerichte accenten in de uitvoering boven op de basisvariant. Jaarlijks worden dezelfde locaties en onderwerpen door de organisatie aangepakt als in Groen Basis, de maatregelen zullen gerichter zijn, we gaan kansen creëren en er zal worden geïnvesteerd in slimmere ingrepen en een hogere kwaliteit van de werkzaamheden. De bijdrage aan groenopgaven, klimaatadaptatie en biodiversiteit is daardoor groter. Hiervoor is beperkt extra budget en formatie nodig. GROEN OPTIMAAL (actief werken aan vergroening) De derde variant laat zien hoe de gemeente Westland daadwerkelijk veranderingen in het groen kan realiseren in 10 jaar. Er zal een robuustere groenstructuur zijn, soorten en groeiplaatsen zijn op elkaar afgestemd en het groen draagt optimaal bij aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. Wij gaan actief werken aan de groenopgave en de vergroening van Westland. De ambities van deze visie worden grotendeels gerealiseerd. Aan het eind zullen er nog steeds uitdagingen zijn. De keuze voor een ambitieniveau staat in deze groenvisie los van de financiering ervan omdat het doel van dit document een inhoudelijke keuze op de lange termijn betreft. Op basis van de gemaakte keuzen wordt in 2021/2022 een uitvoeringsprogramma opgesteld.

In het traject van ambitie naar uitvoering zal de structurele dan wel incidentele financiering van projecten en maatregelen en daarmee de haalbaarheid inzichtelijk worden gemaakt. Projecten en maatregelen zullen uitgevoerd worden op basis van de gemeentebegroting, eventueel aangevuld met financiering door andere overheden. Wanneer extra middelen nodig zijn, is het aan B en W en de gemeenteraad om deze toe te kennen of de ambitie bij te stellen.

5.2. Procesmatig verankeren van het groenbewustzijn Om de groene opgave in deze visie te realiseren reiken wij in hoofdstuk 4 instrumenten aan om de discussie over ruimteclaims goed te kunnen voeren en om het belang van groen en het groenbewustzijn in het verdere proces beter te kunnen verankeren. Met alleen het instrumentarium zijn we er echter nog niet. Het scherp houden van de organisatie om te werken vanuit een groen bewustzijn een doorlopende opgave voor alle betrokkenen, zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie. Doel is een duidelijke richting in te slaan in ontwerpprocessen, waarbij groene functies die in het verleden soms in het gedrang kwamen, meer ruimte zullen krijgen.

Groenvisie

39

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Vergroening vraagt uiteindelijk om een sterke groene positie in de ontwikkelingsopgave, van inrichting en ontwerp tot aanleg en beheer/onderhoud. Om verder te kunnen gaan op de ingeslagen weg is een heldere koers, voldoende capaciteit, kennis en middelen, en duidelijkheid over rollen, taken en verantwoordelijkheden nodig in elke stap van elk proces, of het nu gaat over participatie, kleinschalig experiment of grootschalige herinrichting. In deze groenvisie leggen we hiervoor de basis, onder andere door duidelijkheid in het planproces te schetsen, gekoppeld aan groen instrumentarium (zie 4.3), focus aan te brengen in ambitie en uitvoering (zie hoofdstuk 3), effectieve maatregelen te bepalen (zie hoofdstuk 4 en bijlage 9), een wendbare, haalbare strategie te formuleren (hoofdstuk 5) en de basis te leggen voor het organiseren van voldoende capaciteit en middelen om dit waar te maken. Maar hiermee staan we aan het begin van een uitdaging: vergroting van het groenbewustzijn.

Groenbewustzijn in ruimtelijke projecten De maatregelen op het gebied van experimenten, vergroeningsprojecten en partnerschap dragen actief bij aan groen bewustzijn. De grootste uitdagingen op dit vlak liggen dan ook in de ruimtelijke projecten, om te beginnen bij (her)inrichting. Het gaat dan vooral om het groenbewust omgaan met ruimteconflicten en om groeninclusiever ontwerpen. Dit bereiken we door actief deel te nemen aan het projectproces, van begin tot eind. De tweede, misschien nog wel grotere uitdaging ligt in gebieds- en locatieontwikkelingen. Hierin trekt de gemeente vaak samen op met projectontwikkelaars en andere externe partijen, waardoor het verankeren van het groenbewustzijn vaak andere processtappen vraagt. Het gaat immers om een investeringssamenwerking, waarbij extern een verdienmodel wordt gehanteerd dat opbrengsten moet genereren. Hierdoor kan vergroening in gebiedsontwikkelingen snel ondergeschikt raken aan onder andere de actuele marktprijzen, risico’s, het vereiste bouwprogramma en de eisen van de locatie zelf. Gebieds- en locatieontwikkeling is echter altijd ook een vrijwillige samenwerking tussen partijen, in wederzijds begrip en vertrouwen, en een rationele investering, die zich op andere terreinen terugverdient. De gemeente kan vergroening van gebieds- en locatieontwikkelingen concreet bevorderen.

5.3. Partnerschap Het vergroenen van Westland doen we met elkaar. Voor het realiseren van de groene opgave benutten we de kracht van de samenleving in partnerschap. Een groot deel van de vergroeningsopgave in Westland ligt immers niet in de openbare ruimte, maar in de 70% privaat gebied die de woonomgeving telt. En iedereen is nodig, om mee te denken over de vergroening in de directe woonomgeving en actief mee te werken aan concrete projecten en groene experimenten in de woonomgeving. De gemeente is een partner voor bewoners, bedrijven, instellingen in het werken aan een groenere woonomgeving. Dat betekent dat de gemeente ruimte geeft aan maatschappelijke initiatieven, samenwerking zoekt met de samenleving en waar nodig het voortouw neemt met als doel het

Groenvisie

40

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

privaatgebied te vergroenen en dus te ontstenen (groene tuinen, groene daken, e.d.) De bewoner wordt de ruimte gegeven, de gemeente faciliteert en dereguleert waar nodig, en trekt zich indien mogelijk terug. Doel is naast het vergroenen ook bevordering van eigenaarschap en sociale cohesie. Op dit moment moet het belang en de positieve invloed van groen voor de Westland en de woonkernen nog vanzelfsprekender worden dan het al is. Hierin kunnen we elkaar helpen, iedereen vanuit zijn eigen kwaliteit en rol. Onze rol is het goede voorbeelden te laten zien, door projecten en activiteiten zichtbaar te maken, informatie en kennis te delen, en door duidelijk te maken wat het groen bijdraagt aan de Westland en binnen de woonkernen en wat er mogelijk is als we samenwerken. Doel is dat we hetzelfde doel voor ogen hebben: vergroening van de stad. En de boodschap is: samen maken we Westland groener! Het informeren en betrekken van bewoners bij wat er gebeurt met het groen in de wijken, zorgt voor meer begrip en tevredenheid. Ook als het gaat om een gebiedsontwikkeling, herinrichting en natuurlijker en duurzamer beheer, en om keuzes die worden gemaakt in relatie tot aanwezige bomen. Vanuit de groenvisie en de gemeente vraagt dit om heldere communicatie en benaderbaarheid, om informeren en kennis delen, om inspireren en ondersteunen, om verbinden en co-creëren.

Hierbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij de bestaande organisaties en structuren. Wij ontwikkelen een communicatiestrategie en campagne in combinatie met het klimaatprogramma: ‘Samen maken we Westland groener!’

Groenvisie

41

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

6. KOSTEN, DEKKING EN CO-FINANCIERING Deze groenvisie geeft inzicht in het groenprogramma en aanzet tot een routekaart voor de middellange termijn. Afhankelijk van de gekozen ambitie is er meer of minder investering noodzakelijk. Hierdoor ontstaat er een dynamisch programma dat, met behulp van de ambitiekeuzekaart, elk jaar wordt aangepast, op basis van beschikbare middelen en kansen die zich voordoen. Dit biedt keuzeruimte aan de politiek en de mogelijkheid om in de toekomst de ambitie terug te schroeven of te verhogen. Hierin moet dan worden weergegeven wat de beschikbare middelen zijn en welke resultaten behaald zijn met welke uitgaven. Op basis van evaluatie en voortgang groenvisie zal er in de jaarlijkse P&C cyclus jaarlijks een uitvoeringsprogramma (zie bijlage 9) worden opgesteld en vastgesteld door het College, die in lijn is met de vastgestelde groenvisie en groenprogramma’s. Deze groenvisie zal in 2030 (of indien nodig eerder) worden geactualiseerd. Het borgen van meer (kwalitatief) groen vraagt extra maatregelen in ruimtelijke ontwikkelingen. Er kan vanuit gegaan worden, dat dit zal leiden tot hogere kosten per project. Hoe hoog deze extra kosten zijn, is sterk afhankelijk van de situatie in het gebied en de mogelijkheden voor vergroening. Het komende jaar zal aan de hand van een aantal cases een inschatting opgesteld worden van deze kosten.

De extra kosten zullen naar verwachting direct gerelateerd kunnen worden aan het ambitieniveau van de gemeente. Met de vaststelling van deze groenvisie, wordt het uitvoeringsprogramma met bijbehorende prioriteit en dekking, zoals beschreven in bijlage 9 beoogd als start. De beschikbaarheid van budget is bepalend voor de feitelijke uitvoering van het uitvoeringsprogramma. Op het ogenblik zijn er geen middelen voor de uitvoering. Het uitvoeringsprogramma bevat maatregelen die bijdragen aan de ambitie, groenopgave en speerpunten van de groenvisie. Elk jaar stemmen wij de uitvoering en de daarbij behorende financiële middelen van lopende en nieuwe maatregelen voor het komende jaar met elkaar af en geven een doorkijk voor de jaren daarop. Dit resulteert in een gedetailleerd uitvoeringsprogramma voor de groenvisie voor de komende jaren. Dit uitvoeringsprogramma gaat niet over de regulier beheer- en onderhoudsmaatregelen zoals vastgesteld in de onderhoudscontracten (schoffelen, snoeien, e.d.), maar is gericht op de realisatie van de groenopgave, de ambitie en de speerpunten. De ambitiekeuzekaart en het uitvoeringsprogramma zijn als bijlage 8 en 9 toegevoegd. In dit uitvoeringsprogramma maken we met behulp van drie ambitieniveaus inzichtelijk met welke maatregelen, welk resultaat kan worden gerealiseerd, uitgezet in de tijd (scope: 10 jaar) en inclusief de (financiële)consequenties.

6.1. Realisatie en financiële dekking groenvisie. Gebiedsontwikkeling Een terugkerend vraagstuk in gebieds- en locatieontwikkeling is hoe we de meeste maatschappelijke waarde realiseren in het project. Vergroening van locaties heeft baat bij het op waarde kunnen schatten van ieders directe en indirecte rendementen, in open business cases. Zo

Groenvisie

42

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

kun je maatschappelijke meerwaarde (o.a. vergroening) in een goede verhouding brengen tot andere rendementen en onderling vertrouwen tussen partijen groeien. De gemeente kan actief projectrisico’s verkleinen, de woningbouwopgave versnellen en ook op andere terreinen (bijvoorbeeld leefbaarheid, duurzaamheid) meerwaarde genereren, door bewust de eigen rol te pakken in:  Optimalisatie van programma’s en looptijden,  Verlaging van of zorg voor benodigde voorinvesteringen,  Of het aanboren van aanvullende financiële bronnen, zoals subsidies. Dit vergroot niet alleen de haalbaarheid van projecten, maar schept ook ruimte in de business case, die benut kan worden voor vergroening. Het eerste punt is onder andere te realiseren via deregulering en aanpassing van de werkwijze; de overige twee vinden hun basis in referentienormen, leidend tot een meerjarige financieringsvraag, op basis waarvan cofinanciering kan worden gevonden of de raad kan besluiten tot het reserveren van kapitaallasten voor toekomstige investeringen. Herinrichtingprojecten Groen lift mee in de integrale gebiedsaanpak, dat wil zeggen in de aanpak van (delen van) gebieden/wijken die in de volle breedte (wegen, groen, meubilair) versleten zijn en herinrichting verdienen. Er vindt een afstemming plaats tussen de groenopgave, de ontwikkel- en de herinrichtingsopgave (civiele projecten).

Op deze manier wordt efficiënt omgegaan met de beschikbare middelen en werk met werk gemaakt. Hiermee is een groot deel van kosten gedekt vanuit de vervangingsopgave en dus meerjarenuitvoeringsplan. In de uitwerking van de Gebiedsgerichte plannen 2023-2026 met het bijhorende uitvoeringsprogramma worden de maatregelen vanuit deze groenvisie geconcretiseerd en vertaald in de projecten Waar groen een bijdrage levert aan de klimaat- en duurzaamheidopgave lift de vergroeningsopgave hierin mee. De kosten worden gedekt uit deze programma’s. Een belangrijke factor voor het realiseren van de groenopgave en vergroening van Westland is continuïteit, onderlinge samenwerking, verbondenheid, beschikbare capaciteit en het juiste kennisniveau op groen. Een regieorganisatie zoals in Westland is bijzonder kwetsbaar wanneer er geen continuïteit en onderlinge verbondenheid is en capaciteitstekorten ontstaan: het succes hangt namelijk sterker af van de samenwerking tussen alle betrokkenen, binnen en buiten de gemeentelijke organisatie, en van beleid tot uitvoering en beheer. Naast de noodzakelijke investeringen dient er ook geïnvesteerd te worden in voldoende capaciteit met het juiste kennisniveau op groen door het aanstellen van een beleidsmedewerker groen en een landschapsarchitect.

6.2. Uitvoeringsprogramma groenvisie 2021/2022 De groenvisie is het gewenste toekomstbeeld op de groenopgave in Westland, zoals is vastgesteld in de omgevingsvisie. Er is in deze visie nog geen voldoende onderbouwing voor de feitelijke financiële consequenties. Bij de uitwerking van de visie naar een uitvoeringsplan blijkt hoe dan ook dat er meer middelen nodig zijn dan waarin nu in de begroting is voorzien. Met andere woorden, uitvoering van de ambitie van de groenambities gaat veel geld kosten. Dit zit in twee zaken:

Groenvisie

43

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

personeel en middelen.

De bestaande budgetten dekken een beperkt deel van het voorgestelde maatregelenpakket in ambitieniveau Groen Basis (gekoppeld aan bijv. klimaatadaptatie). Maar om de vergroening van de woonomgeving in Westland een impuls te geven zijn er naast de beschikbare middelen aanvullende financieringsbronnen nodig, zoals subsidies vanuit het Rijk en de provincie, of wordt een voorstel aan de raad gedaan voor extra budget in de voorjaarnota. In opmaat naar de omgevingsvisie, zijn er voor het realiseren van de doelen grove (interne) inschattingen gemaakt van de verwachten kosten. De kosten van de extra vierkante meter per woning (tot 2040) zijn ingeschat op €9,5 -13,5 miljoen (€700.000 per jaar tot 2040). Het realiseren van ontbrekende verbindingen Natuur Netwerk Nederland (tot 2040) is ingeschat op €109,5-160 miljoen. Daarnaast zijn er nog kosten te verwachten die nog niet zijn uitgewerkt en deels bij de gemeente (waaronder onderhoud, hogere projectkosten door groennormen in de programma van standaarden)en deels bij ontwikkelaars (hogere groen-normen) terecht zullen komen. Voor de korte termijn is er een kosteninschatting gemaakt op basis van een beperkte inzet (ambitieniveau Basis) ter hoogte van ca. €650.000 (zie bijlage 9). Dit bedrag is gebaseerd op een aantal randvoorwaarden om groen in ieder geval in nieuwbouw projecten te borgen en een aantal kansen te pakken die zich voordoen.

Ook kunnen er een aantal verkenningen gedaan worden op specifieke activiteiten met betrekking tot impact op de opgave, benodigde middelen (en capaciteit). In het gegeven scenario (bijlage 9) wordt geen rekening gehouden met een actief aankoopbeleid van grond voor vergroening (actief kansen creëren) of een stevig opgeschaalde kwaliteitsimpuls. Afhankelijk van de ambities en de financiële middelen kunnen de activiteiten zich richten op de volgende impulsmaatregelen: 1. Robuuste groendragers  Groenstructuurkaart uitwerken en vaststellen;  Actief werken aan Natuur Netwerk Nederland – aankoop groenstroken; 2. Buurtvergoening  Groenexperimenten in drie wijken  Bomenoffensief (200 bomen);  Tijdelijke vergroening braakliggende terreinen/ overhoeken; 3. Groenbewustzijn  Onderzoeken groencompensatiefonds  Afwegingsmethodiek en opstellen groenparagraaf (beheeropgave);  Programma van Standaarden actualiseren;  Inspiratieboek vergroening;  Communicatiestrategie (in combinatie met klimaatopgave). 4. Partnerschap:  Inwoners betrekken bij groenexperimenten (ism operatie Steenbreek en klimaatopgave);  Stimuleringsregeling particuliere vergroening ism klimaatopgave en uitvoeringsplan Water;  Vergroeningsdagen. Groenvisie

44

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Bijlage 1:

Groenvisie

Positie, scope en reikwijdte van de groenvisie

45

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Bijlage 2: analyse huidige situatie in Westland Deze bijlage bevat een analyse van de huidige situatie van het groen in Westland, als antwoord op de vraag hoe ‘groen’ Westland is. Het antwoord is drieledig en beschrijft:  Groen in Westland: fysieke situatie van het groen in Westland en de 11 dorpskernen;  Beleving van het groen: hoe het groen door de inwoners van Westland beleefd en ervaren wordt;  Positie van groen binnen de ambtelijke organisatie: hoe met het groen wordt omgegaan in het bestuurlijke en maatschappelijke proces De analyse op deze drie punten leidt tot verbeterpunten, zie de afsluitende toelichting. Met de kaders-/uitgangspunten vanuit de omgevingsvisie, de drie moties, de informatie uit bestaande beleidsplannen, concept/ werkdocument (o.a. werken met groen, deelvisie groenblauw), inventarisatiegegevens (data/areaalgegevens), interviews/ werksessies met medewerkers van Westland, inwoners/belanghebbende verenigingen van Westland en enquête groenvisie zijn de drie bovenstaande vragen en hoe ‘groen’ gemeente Westland geïnventariseerd en beantwoord. En geleid tot enkele concrete aandachtspunten om te komen tot de groenopgave, speerpunten en het groenprogramma voor gemeente Westland voor de komende 10 jaar. In de onderstaande paragrafen staat dit verder beschreven.

Analyse huidige situatie in Westland De ligging van Westland is uniek: gelegen in het toekomstig Nationaal Park Hollandse Duinen, grenzend aan de duinstrook, met een waardevol Natura-2000 gebied, Solleveld en Kapittelduinen (duinstrook tussen Den Haag en Hoek van Holland, inclusief het Staelduinse Bos). En aan de andere kant Midden-Delfland, het groene hart van de regio. Het Natuur Netwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) vormt de groen/blauwe verbinding tussen deze waardevolle gebieden. De groenblauwe hoofdstructuur van Westland bestaat uit de Kust, Poelzone, Zwethzone, Westlandse Zoom, Gantel en Blakervaart. Staelduinse Bos, Wollebrand, Plas van alle Winden en Prinsenbos vormen belangrijke stepping stones tussen de Westlandse kust en Hof van Delfland. Het omringende landschap en de groen/blauwe verbinding zijn waardevol voor flora en fauna en om uit te waaien, te sporten of de natuur te beleven. In bijlage 4a is de natuur- en groennetwerkkaart vanuit de omgevingsvisie weergegeven. Niet alleen de groenverbindingen in het buitengebied van de woonkernen zijn van belang. Ook binnen de kernen is deze groenverbinding/ groenstructuur waardevol, voor zowel mens, dier en plant. Westland bestaat uit elf woonkernen: De Lier, 's-Gravenzande, Heenweg, Honselersdijk, Kwintsheul, Maasdijk, Monster, Naaldwijk, Poeldijk, Ter Heijde en Wateringen.

De ontstaansgeschiedenis van Westland en de historie van de woonkernen, ieder met een specifiek stedenbouwkundig verkavelingspatroon, eigen stratenpatroon en groene inrichting, verklaren de huidige opzet en ruimtelijke inrichting van de elf woonkernen. Door de opkomst van de glastuinbouw en de economische vooruitgang, werd vrijwel elke m2 grond voor de tuinbouw

Groenvisie

46

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

aangewend. Met als gevolg een relatief hoge bebouwingsdichtheid met een functioneel ingerichte openbare ruimte. De woonkernen van Westland kenmerkt zich door smalle wegprofiel met watergangen en sloten. Bomen staan verspreid door de gehele wijk heen, vaak met te weinig ruimte (boven- als ondergrond) is er nagenoeg geen herkenbare groenstructuur aanwezig is. Rondom de sportvelden/-parken, de begraafplaatsen, dierenweide en het groen rondom de speelplekken zorgen nog enigszins voor een groene aankleding. De periode van aanleg is bepalend voor de opbouw van de wijk en het groen in de woonkernen. In elke woonkern is de periode van aanleg zichtbaar, zie inzet.

GROENKARAKTERISTIEKEN WESTLAND Kenmerkend is een hoge bebouwingsdichtheid in de oude woonkernen en lintbebouwing. Stenige, functionele ruimtes zoals straat, stenige pleinen en met nagenoeg geen openbaar groen. De eerste kleine uitbreidingen ontstonden door tuinderijen aan te kopen en te bebouwen. Vanuit de kern begonnen de dorpen zich langzaam uit te breiden met woonwijken die typerend zijn voor de periode waarin ze werden gebouwd. Kenmerkend is in 1900-1945, de zeer compact van opzet van de zogenaamde tuindorpwijken, als gevolg van de economische situatie. Kleine huisjes in hoge dichtheden gebouwd, met kleine tuintjes, smalle straten met nagenoeg weinig tot geen openbaar groen en een hoge parkeerdruk. De kleine tuinen zorgen voor enige groene aankleding. Door de schaarsheid van de openbare ruimte is het gebruik intensief en de slijtage hoog. In de periode 1945 -1960 vlak na de tweede wereldoorlog, de naoorlogse wijken zijn deze arbeidersbuurten uitgebreid en ontstaan de typische wederopbouwwijken, waar vaak de woningen zo tegen de stoep aanstaan zonder noemenswaardige voortuin en nagenoeg geen openbaar groen. Begin jaren zestig is Westland behoorlijk uitgebreid, wijken gebouwd in een hovenstructuur, met een rechthoekige rationele verkaveling.

Het kenmerkt zich door gemeenschappelijke centrale groengebieden, omsloten door bebouwing, waarbij de groenstructuur is losgekoppeld van de wegenstructuur. De groene inrichting is gevarieerd maar eenvoudig, met beplanting, gras en boomgroepen. Het functionele bouwen van na de oorlog, maakte plaats voor leefomgevingen waarbij de saamhorigheid in een wijk de nadruk moest krijgen: woonerven. Speeltuintjes liggen centraal in de wijk en de gebieden zijn vaak autoluw doordat er geen doorgaande verbindingen zijn. Veel groen en water moest het dorpse gevoel aanwakkeren. De groene inrichting bestaat uit gemeenschappelijke groen die vanuit de achtertuinen bereikbaar zijn. Afwisselend eenvoudig met inheemse beplanting en gras. Vele bomen staan te dicht op wegen en huizen, een plek waar ze niet tot volle wasdom kunnen ontwikkelen en te dichte beplanting, wat een sociaal onveilig gevoel oproept. In de periode 1985-2000, ligt er meer nadruk op de architectuur met herkenbaar hiërarchisch, ruime wegenstructuur. Ook is er veel snippergroen, nagenoeg te klein om gebruikt te worden. Zelfs de grote groenelementen hebben slechts een kijkfunctie. Vanaf 2000 tot heden is er veel aandacht voor de waterproblematiek, en met name de verkeersafwikkeling en de parkeerbehoefte zijn leidend voor de inrichting van de openbare ruimte.

Hierdoor is er weinig ruimte over voor groene verblijfsruimte, waardoor we in deze wijken zuinig maar functioneel groen langs smalle waterlopen, met een duidelijke structurele opzet terugvinden. Langs de randen van de dorpen liggen industrie- en bedrijventerreinen waar het groen voornamelijk bestaat uit bloembakken met perkgoed en een enkele boom of struik. Soms is er aan de buitenrand wat groen te vinden maar op het terrein zelf is de openbare ruimte ondergeschikt gemaakt aan het verkeer.

Groenvisie

47

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Samenvattend zien we in Westland nagenoeg groenarme, versteende woonkernen en wijken, met smalle straatjes, hoge parkeerdruk en intensief gebruik. De beperkt toegankelijke sportparken, de begraafplaatsen en de dierenweide vormen een uitzondering. Het groen dat dan nog aanwezig is, is of te versnipperd en/of bermgroen en beperkt toegankelijk. Daarnaast zien we dat verschil in totaal aantal groen per woning. De minst groene woonkernen, zijn tevens ook de kleinste woonkernen met minste aantal inwoners, De woonkernen met meer m2 per woning, zijn tevens ook de woonkernen met hogere inwonersaantallen. Kortom elke woonkern en elke periode van aanleg heeft zo zijn eigen groenopgave. Daar staat wel tegenover dat de meeste woonkern in Westland omringt is door waardevol landschap met een recreatiegebied op fietsafstand, met uitzondering van Kwintsheul, Maasdijk en Honselersdijk. Kortom, het hoofdprobleem is niet alleen het gebrek aan groen als zodanig, maar het gebrek aan gebruiksgroen/verblijfsgroen op loopafstand, vooral voor de kernen Kwintsheul, Maasdijk en Honselersdijk.

Beleving van het groen Westland wordt over het algemeen ervaren als een prettige gemeente om in te wonen en te verblijven. Dit klinkt deels ook door in de bewonersenquêtes (omgevingsvisie). Ongeveer de helft is tevreden over het groen, zowel over kwaliteit en aanbod als over het onderhoud. De jongeren waarderen dit met een 3,3 (uit 5) en de volwassen met een 2,7 (uit 5). Waarbij het groen in s’Gravenzande het hoogst is gewaardeerd met een 3 en Naaldwijk het laagst is gewaardeerd met een 2. De Westlander missen vooral groen in de straat en in het centrum. Ze ervaren veel steen in hun omgeving en de bermen bestaat vooral uit gras en weinig andere soorten planten. Ze fietsen en wandelen graag in het groen en zouden dit graag meer terug zien. De meeste inwoners ervaren dat ze binnen 15 minuten fietsen een park, bosgebied, duin en/of strand kunnen bereiken. Wandelend vergt het echter zeker een half uur. Tweederde van de Westlander wil graag een bijdrage leveren aan het vergroenen in hun omgeving, door hun straat of buurt een geveltuinen, plantenbakken, groene daken aan te leggen. En/of hun tuin te vergroenen Ook zijn ze bereidt om het groen rondom een boom of plantsoen te gaan onderhouden. Momenteel zijn de tuinen vaak voor 50-75% verhard en het overblijvende deel is beplant of gras. In de inzet staan de resultaten van de enquête groenvisie en omgevingsvisie weergegeven.

Groenvisie

48

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Beleving van groen en natuur in Westland Omgevingsvisie + enquête groenvisie april 2021 Tevreden met kwaliteit en hoeveelheid groen

 39% is ontevreden over het groen in hun buurt  57% is tevreden over het groen in hun buurt Reden om naar buiten te gaan:  63% om te fietsen en te wandelen  20% kijken/genieten  13% om te sporten Belangrijk 1. 90% vinden een groene woonomgeving met veel planten en bomen belangrijk (60% zeer belangrijk) 2. 61% vinden voldoende parkeerplaatsen belangrijk 3. 86% vinden belangrijk dat er park, bos of duinen in de buurt zijn 4. 50% vinden bereikbaarheid met de auto belangrijk 5. 84% vinden meer groen voor verschillend planten en diersoorten belangrijk 6. 85% vinden belangrijk groen op loopafstand 7. 81% vinden belangrijk dat er meer bomen worden aangeplant, 45% neutraal of het minder bomen zijn maar wel uit kunnen groeien en ouder worden Parkeerplaatsen versus groen  42% van de inwoners hebben aangegeven dat de gemeente meer groen moet aanleggen, dat ten koste mag gaan van een aantal parkeerplaatsen  90% van de inwoners hebben aangegeven dat het aanleggen van meer parkeerplaatsen, niet ten koste van groen Inwoners missen vooral groen:

   

19% in de straat 15% groen in het centrum 14% groen om te wandelen en fietsen

13% groen om naar te kijken De jongeren missen vooral groen in het centrum, groen om in te sporten, groen om naar te kijken of een park. Maar er zijn ook jongeren die aangeven 5% heeft aangegeven dat ze geen groen missen. Afstand tot in een park, bosgebied, duin en/of strand  84% woont maximaal 30 minuten op loopafstand. (55% max. 15 min)  81% woont op maximaal 15 min fietsen (37% op 5 min)  15% woont op maximaal 30 min fietsen Welke bijdrage wil de Westlander leveren aan vergroening:  73% - Het vergroenen van mijn straat of huis (geveltuinen, muren laten begroeien met klimplanten, beplanten van plantenbakken of groene daken)  67% - Het onderhouden van grond rondom een boom of van plantsoen in mijn straat of buurt  67% - Stenen uit mijn eigen tuin halen en meer planten te planten

Groenvisie

49

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

De positie van het groen in het bestuurlijke en maatschappelijke proces Naast de fysieke beschrijving en de beleving van het groen is het van belang te kijken naar de plek die groen inneemt in het maatschappelijke en bestuurlijke proces. Met andere woorden, hoe groen zijn de gemeente en de inwoners in doen en laten? Hoe leeft het groen in de samenleving en de ambtelijke organisatie? Welk belang wordt eraan gehecht in herinrichtings- en gebiedsontwikkelingsprojecten en besluitvorming? En in hoeverre wordt het werken aan vergroening belemmerd of juist bevorderd? Het creëren van aandacht en urgentie voor het realiseren van gemeenschappelijke groene doelstellingen is net zo belangrijk. Het opstellen van de groenvisie is slechts een deel van wat nodig is om de groenopgave te laten slagen. De implementatie, de borging en bestendiging van deze visie in de organisatie en in de uitvoering is net zo belangrijk. Zonder dit blijft deze visie een papieren werkelijkheid, met beperkte impact in en voor Westland Groen bewustzijn Groen bewustzijn is een basiswaarde voor een gezond en toekomstbestendig leefklimaat. Uit de analyse voor de groenvisie blijkt dat dit op een aantal terreinen gestimuleerd kan worden, vooral binnen de gemeentelijke organisatie. Zo vragen rollen, taken en verantwoordelijkheden rond aanleg, beheer en onderhoud om verduidelijking.

Voorbeelden hiervan zijn de onduidelijkheden rondom het vervangingsbeheer, de initiatieven t.b.v. realisatie NatuurNetwerkNederland, de omgang met bewonersinitiatieven en de positie van groen binnen (her)inrichtingsprojecten en gebiedsontwikkeling. Daarnaast wordt de openbare ruimte voor steeds meer verschillende functies gebruikt. In planprocessen dreigt daardoor nogal eens een stapeling van eisen en randvoorwaarden voor al die functies. Het resultaat is dan dat goede groene ideeën niet meer tegen aanvaardbare kosten kunnen worden uitgevoerd. Vooral waar verschillende functies samenkomen en de ruimte beperkt is gaat dit knellen, zoals bij nieuwe inbreidingslocaties. De oplossing ligt in een groter bewustzijn van de waarde van groen binnen de planvormingsprocessen. Dit bewustzijn moet zich uiten in integraler werken, in gebruik van een goed ruimtelijk afwegingskader en in innovatieve oplossingen, duurzaam ontwerp, slimme inrichting, multifunctioneel ruimtegebruik en heldere keuzes tijdens het planvormingsproces.

Groencapaciteit, kennisniveau en samenwerking Een regieorganisatie zoals in Westland is bijzonder kwetsbaar wanneer er geen continuïteit en onderlinge verbondenheid is en capaciteitstekorten ontstaan: het succes hangt namelijk sterker af van de samenwerking tussen alle betrokkenen, binnen en buiten de gemeentelijke organisatie, en van beleid tot uitvoering en beheer. Capaciteit en kennis zijn in een regieorganisatie verspreid over meerdere organisatieonderdelen en deels ook uitbesteed aan externe partijen. Bij capaciteitsproblemen en een beperkte (vak) kennis binnen de eigen organisatie kan dit sneller leiden tot onduidelijkheden en versnippering. Of tot onvermogen: om goed te reageren op projectmatige afwegingen en ontwerpkeuzes, of goed in te spelen op veranderende omstandigheden.

Groenvisie

50

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Planmatig beheer, onderhoud en vervanging Het dagelijks onderhoud in Westland wordt uitgevoerd door marktpartijen via diverse onderhoudscontracten. Waar mogelijk wordt (groot) onderhoud en vervanging van het groen gecombineerd met herinrichtingsprojecten. Hierdoor is het mogelijk om vervanging, maar ook beleidsdoelstellingen, zoals klimaatadaptieve inrichting, te realiseren. In de praktijk wordt wel groen vervangen, bijvoorbeeld binnen herinrichtingsprojecten en middels incidentele investeringen, maar die vervanging is beperkt en vooral incidenteel. Deze situatie heeft, mede door het ontbreken van objectief inzicht in de kwaliteit van het groen (technische staat/huidige conditie), onder andere geleid tot een onnodige druk op onderhoudsbudgetten en een ad hoc ingrijpen op wat zich aandient. Om verdere uitholling van de groenkwaliteit op termijn te voorkomen, is het nodig om het vervangingsonderhoud van het groen te professionaliseren. Dit kan door het opstellen van een meerjarenprogramma voor vervangingsonderhoud, gebaseerd op een kwaliteits- en conditiemeting (conform NEN 2767-4 of een andere methodiek).

Aandachtspunten De bovenstaande vragen en de beschrijving van de huidige situatie in Westland ‘hoe groen is Westland” leidt tot een aantal concrete aandachtspunten voor de groenvisie. Om de kwaliteit en behoud van het groen in Westland op een aanvaardbaar peil te krijgen en te houden, zal de groenvisie, de volgende aandachtspunten/ knelpunten oppakken: 1. meer aanbod van verblijf/gebruiksgroen op loopafstand; 2. herstel en ontwikkeling van de groen/blauwe verbinding in het buitengebied met aandacht voor ecologie; 3. vergroening in de woonkernen en wijken; 4. verbetering matige groeiomstandigheden; 5. vergroten van groen bewustzijn; 6. van reactief naar programmatisch meerjarenonderhoudsprogramma; 7. groencapaciteit, kennisniveau en samenwerking.

1. Meer aanbod van verblijf/gebruiksgroen op loopafstand In nagenoeg alle kernen en wijken is er in meer of mindere mate sier/kijkgroen aanwezig, maar er ontbreekt vaak verblijf/gebruiksgroen om in te wandelen, te sporten of te spelen op loopafstand van de woning (nu op circa 30 minuten). Dit heeft ook effect op de matige beleving van sommige inwoners. Daar staat wel tegenover dat de meeste woonkern in meer of minder mate vlak bij een bos-/recreatiegebied en/of duingebied ligt (circa 15 min. fietsen) waar gewandeld, gefietst, gesport wordt. Met uitzondering van de woonkernen Kwintsheul, Maasdijk en Honselersdijk. 2. Herstel en ontwikkeling van de groen/blauwe verbinding in het buitengebied met aandacht voor ecologie; De groen/blauwe verbinding zorgt voor verbinding in het buitengebied en maakt onderdeel uit van het ecologische netwerk en de groenstructuur in en om de woonkernen. Deze groen/blauwe verbinding is een onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Zowel in de structuurvisie Westland 2015 als in de omgevingsvisie zijn verschillende ecologische verbindingen aangegeven. Een deel daarvan is gerealiseerd of in ontwikkeling, maar met een belangrijk deel moet nog worden gestart. De groen/blauwe verbinding zal een belangrijke bijdrage leveren aan de verdere vormgeving van het ecologisch netwerk en aan de verdere versteviging en uitbreiding van

Groenvisie

51

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

de onderliggende groenstructuur. Niet door concrete inrichtingen voor te stellen, maar door aan te geven dat op deze routes in de nabije toekomst aandacht moet worden gegeven aan een goed ecologisch netwerk. 3. Vergroening in de woonkernen en de wijken Met de klimaatveranderingen is de kans op oververhitting in de versteende, groenarme gebieden groot en lopen vooral kwetsbare groepen gezondheidsrisico`s. In het compacte gebouwde deel van de woonkernen wordt het stenige beeld van de Westland versterkt, door de hoge parkeerdruk in combinatie met soms smalle straten, geen of kleine voortuinen en het ontbreken van verblijf/gebruiksgroen en/of parken op loopafstand. Hier is weinig ruimte voor (buurt)groen en sprake van ‘groenarmoede’. Herprofilering van de straten, meer groen stimuleren in bouwopgaven/ gebiedsontwikkelingen en het stimuleren van vergroening van particulier terrein biedt kansen om de groenarmoede aan te pakken. 4. Verbetering van groeiomstandigheden; De bomen in de smalle straten hebben vaak slechte groeiomstandigheden. Het belangrijkste knelpunt voor de groeiplaatsen van is de toename van ruimteclaims boven en de beperkte ondergrondse groeiruimte. De gemiddelde levensduur van een Westlandse straatboom is mede daardoor slechts dertig jaar. Voor heel Westland is het de ambitie om de gemiddelde leeftijd van de bomen fors naar boven te halen. 5.

Vergroten van groene bewustzijn Om het groene bewustzijn te vergoten en te verstevigen is, naast oplossen van eventuele capaciteitstekorten in de organisatie, het volgende van belang:  benadrukken van de urgentie en de waarde van groen (o.a. klimaatverandering, biodiversiteit, gezondheid) bij investeringen in het groen, gebiedsontwikkelingen en in het beheer en onderhoud, zowel binnen als buiten de ambtelijke organisatie;  het beter aansluiten van de groene ambities op het strategisch beleidsniveau en op de complexe realiteit van de dagelijkse praktijk, door het ontwikkelen van een stevig tactisch groenvisie (= aansluiting ambities en uitvoering);  het beter benutten en borgen van aanwezige kwaliteit en (vak)kennis, van beleid tot uitvoering, bij planvorming en uitvoering van projecten en in samenwerking en interactie met inwoners. 6. Van reactief naar programmatisch meerjarenonderhoudsprogramma (DO, GO, VERV) Op basis van monitoring, kwaliteits- en conditiemeting (o.a. NEN 2767-4), inspecties, risicoanalyses, nader (boom)technisch en (externe) advisering komt een meerjarenuitvoeringsplan “groen- en bomenprojecten” tot stand. Hierdoor kunnen eventuele geconstateerde onderhoudsachterstanden in het groen- en bomenareaal in beeld worden gebracht en kan er een planmatig meerjarenonderhoudsplan worden opgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=1f49db73-da8a-4cf3-b5f7-a5c673716b40