CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Emancipatienota 2022-2025

Commissie MO 13 mei 2024, gemeente WestlandBij agendapunt: Motie FvD inzake beëindiging regenbooggemeente Westland22.728 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De minister van VWS en ik zullen mede op basis van deze onderzoeksresultaten bezien welke maatregelen nodig zijn om onze ambities te realiseren. Wij zullen uw Kamer hierover voor de zomer van 2023 informeren.

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

26

5. Gelijke behandeling en wetgeving Gelijke behandeling begint met het garanderen van juridische gelijkheid. Ieder individu, moet ongeacht geslacht, leeftijd, seksuele oriëntatie, genderidentiteit en -expressie, geslachtskenmerken, etniciteit en andere kenmerken kunnen rekenen op een volledig gelijke behandeling. Artikel 1 van onze Grondwet is een kernonderdeel van onze democratische rechtsstaat. Ik ben daarom verheugd dat er dit jaar het wetsvoorstel over de toevoeging van handicap en seksuele gerichtheid als non-discriminatiegrond54 wordt behandeld in tweede lezing in de Eerste Kamer. Het kabinet is momenteel in afwachting van het door Kamerlid Van Ginneken aangekondigde initiatiefwetsvoorstel tot regelen van een neutrale geslachtsvermelding in de overheidsadministratie, te weten ‘X’.

54. Kamerstuk 35 741 nr. 2

Ook op diverse andere terreinen is werk aan de winkel. Het is belangrijk dat wij stappen blijven zetten richting volledige juridische en institutionele gelijkheid en om dergelijke belemmeringen weg te nemen. Zo lopen mensen tegen problemen

aan als zij een gezin stichten met meer dan twee ouders, wordt de sekse van mensen vaak onnodig geregistreerd, is het nog altijd mogelijk dat er nietmedisch noodzakelijke ingrepen bij intersekse-kinderen worden verricht en zijn er bureaucratische drempels voor mensen die hun sekseregistratie willen wijzigen. Indien er meerdere potentiële discriminatiegronden aan de orde zijn, zoals bijv. religie en gender, moeten wij extra alert zijn op ongelijke behandeling aangezien de combinatie van meerdere discriminatiegronden de kans op ongelijke behandeling verder vergroot. Zie hiervoor ook de eerdere paragraaf over het belang van een intersectionele aanpak, waarin rekening wordt gehouden met het feit dat mensen op basis van meerdere kenmerken en posities kunnen verschillen, waardoor zij gelijktijdig verschillende vormen van ongelijkheid kunnen ervaren. Vandaar dat het kabinet een Nationaal Coördinator Discriminatie- en Racisme­ bestrijding heeft aangesteld om naar problemen en oplossingen te kijken en zaken als seksisme, racisme, moslimhaat en antisemitisme in samenhang te benaderen.

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

27

Wettelijke gelijkheid is een voorwaarde, maar geen waarborg voor gelijke behandeling. Daarvoor is ook bewustwording en handhaving nodig. Denk bijvoorbeeld aan zwangerschapsdiscriminatie; al heel lang verboden, maar nog altijd krijgen veel zwangere werknemers ermee te maken. De wereld digitaliseert steeds verder en wij zien dat voor allerlei onderwerpen steeds vaker gebruik wordt gemaakt van algoritmes. Vanuit een emancipatie­ oogpunt zitten hieraan risico’s en kansen. Qua risico’s kan gedacht worden aan een toename van (ongeziene) discriminatie door bijvoorbeeld niet-representatieve trainingsdata (wat met elke intersectie met het gegeven “vrouw” en groter risico wordt), black box effecten, stereotypische denkbeelden in de regels van het algoritme of een geloof in de objectiviteit van algoritmes dat niet strookt met de werkelijkheid. Het is belangrijk dat bestaande ongelijkheden niet in stand gehouden worden of vergroot worden door de inzet van algoritmes. Daaraan kan een evenwichtige samenstelling van de beroepsbevolking werkzaam in de ICT-sector bijdragen evenals bewustzijn bij makers en gebruikers van algoritmes.

De kansen bij algoritmes zijn tweeledig: aan de ene kant kan door een grote data set door het algoritme te halen aangetoond worden dat er wel degelijk sprake is van systematische discriminatie die vervolgens ook kan worden tegengegaan, en wanneer algoritmes op de juiste manier gebouwd en gebruikt worden, kan het de (onbewuste) vooroordelen van mensen tegengaan.

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

28

6. Internationaal en de Caribische delen van het Koninkrijk

55. Kamerstuk 35 925 nr. 31 56. Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten 57. Zie de Kamerbrief van MOCW, MBZ en MBHOS d.d. 3 december 2021 inzake de Nederlandse inzet gendergelijkheid en gelijke rechten van LHBTIpersonen in de EU, ref. 03593266.

Ontwikkelingen op het internationale toneel hebben – direct of indirect – ook impact op de situatie in Nederland en het Koninkrijk. In deze paragraaf en in het overzicht met maatregelen (bijlage I) beschrijft het kabinet de Nederlandse internationale inzet op gendergelijkheid en gelijke rechten voor lhbtiq+ personen in bilateraal en multilateraal verband die impact heeft op de situatie in Nederland en op Nederlanders. De internationale inzet die ik als minister van Emancipatie coördineer gaat hand in hand met de internationale inzet, hoofdzakelijk gecoördineerd door de minister van Buitenlandse Zaken (BZ) en de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS), op de situatie omtrent gendergelijkheid en gelijke rechten voor lhbtiq+ personen binnen andere landen en met name buiten de Europese Unie.

Nederland maakt onderdeel uit van een vrije Europese Unie met open grenzen. Daardoor moeten nationale ambities op gendergelijkheid en gelijke rechten voor lhbtiq+ personen ook terugkomen in de – naleving van – harde, duidelijke én ambitieuze Europese en internationale afspraken op deze mensenrechten. Mede daarom zet het kabinet in op een feministisch buitenlandbeleid (hierna: FBB). Op korte termijn betekent dit dat het ministerie van Buitenlandse Zaken nog meer aandacht besteedt aan gelijkheid in algemene zin, gendergelijkheid in het bijzonder, inclusief lhbtiq+, binnen alle beleidsterreinen van het buitenlandbeleid inclusief een implementatieplan voor gendermainstreaming.55 Concreet betekent dit onder andere de uitvoering van gender analyses, voortdurende en uitgebreidere inzet op gendergelijkheid in interventies tijdens bilaterale contacten en in alle internationale fora, etc. Om het Nederlands FBB betekenisvol in te vullen, zullen brede consultaties worden opgezet. Over de verdere vormgeving van het FBB en wat dit voor alle beleidsterreinen van het buitenland­beleid wordt het parlement geïnformeerd. Het FBB betekent een grote stap vooruit voor gendergelijkheid en gelijke rechten voor lhbtiq+ in Europa en daarbuiten. Óók draagt het bij aan de eerder ingezette strijd tegen de Europese en mondiale pushback op deze mensenrechten.

Gendergelijkheid, gelijke rechten van lhbtiq+ personen en SRGR56 staan binnen en buiten Europa onder groeiende druk. Het kabinet staat pal voor de bescherming en de bevordering van de Europese waarden die in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (EU) en andere relevante EU-documenten zijn opgenomen, waaronder de rechtsstaat en de eerbiediging van mensenrechten, en waar alle lidstaten zich vrijelijk aan hebben gecommitteerd. Het kabinet heeft daarom de afgelopen twee jaar een strategie uitgerold om op meer consistente en consequente wijze proactief deze rechten te beschermen en om tegelijkertijd weerstand te bieden aan ondermijnende krachten, de zogenaamde pushback.57

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

29

Met het oog op de groeiende zorgwekkende ontwikkelingen in steeds meer landen buiten maar met name ook binnen de Europese Unie gaat het huidige kabinet – onder aanvoering van BZ en OCW – deze strategie intensiveren en verbreden naar meer relevante internationale gremia. Daarnaast maakt het kabinet capaciteit vrij voor een meer gecoördineerde implementatie en uitvoering van deze strategie. De Nederlandse internationale inzet op gendergelijkheid en gelijke rechten voor lhbtiq+ personen komt ook buiten de EU in multilateraal verband terug. Zo blijft Nederland groot pleitbezorger voor deze thema’s in Raad van Europa verband en blijft het zich in Koninkrijksverband hard maken voor ambitieuzere afspraken op gendergelijkheid binnen Verenigde Naties (VN) gremia als de Commission on the Status of Women, en zet het kabinet zich in voor uitvoering van de aanbevelingen vanuit de Commission on the Elimination of Discrimination against Women (CEDAW). Het kabinet blijft zich tevens inzetten op de implementatie van VN Resolutie 1325 over Vrouwen, Vrede en Veiligheid, waarmee er aandacht blijft voor deelname van vrouwen en meisjes aan de besluitvorming over de vrede en veiligheid in conflictgebieden, en voor het bestrijden van conflictgerelateerd geweld tegen vrouwen en meisjes.

Voorts blijft Nederland zich in VN verband ook inzetten voor gelijke rechten van lhbtiq+ personen door actieve deelname aan de UN LGBTI Core Group en de Equal Rights Coalition. Daarnaast steunt Nederland het mandaat van de UN Independent Expert on Sexual Orientation en Gender Identity.

Maar het emancipatiebeleid van dit kabinet draagt ook bij aan de realisatie van andere SDG’s, denk aan SDG 3 (gezondheid en welzijn), SDG 4 (toegankelijk en goed onderwijs), SDG 10 (minder ongelijkheid), SDG 11 (duurzame steden), SDG 16 (vrede, recht en sterke instituties) en SDG 17 (internationale samenwerking). In de bijlage met maatregelen bij deze brief wordt per maatregel of set maatregelen met hetzelfde doel weergegeven aan welke SDG(’s) ze bijdraagt of bijdragen. De coördinatie van de implementatie van de SDG’s ligt bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, en uw Kamer ontvangt hierover jaarlijks een nationale rapportage.

Het emancipatie beleid draagt ook bij aan het realiseren van de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de VN. Het nastreven van gendergelijkheid is als SDG 5 bijvoorbeeld een onlosmakelijk onderdeel van de realisatie van de SDG’s.

In de Caribische delen van het Koninkrijk zet het kabinet zijn inzet op gelijke rechten voor en acceptatie van lhbtiq+ personen voort en werkt het kabinet aan een betere economische positie van vrouwen.

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

Slotwoord 30 Monitoring en strategische partnerschappen

Alliantiesubsidies Emancipatie is niet denkbaar zonder inzet van maatschappelijke organisaties, die de ervaring van de achtergestelde groepen zelf combineren met expertise over diverse beleidsterreinen en veranderingsstrategieën. Een belangrijk instrument in mijn emancipatiebeleid is daarom de Subsidie­ regeling gender- en lhbti+-gelijkheid. Per 1 januari 2023 gaat een nieuwe subsidieperiode in. Inmiddels zijn gesprekken gaande met acht geselecteerde allianties van maatschappelijke organisaties. Het is de bedoeling met deze allianties een strategisch partnerschap aan te gaan voor de duur van vijf jaar. In dat partnerschap wordt door de maatschappelijke organisaties en de overheid samengewerkt aan het gezamenlijke emancipatiedoel. Hiernaast is het de bedoeling om ook voor vijf jaar instellingssubsidie te verlenen aan twee archiefinstellingen op het gebied respectievelijk gendergelijkheid en lhbtiq+ -gelijkheid. Eind december 2022 beslis ik definitief over de partner­ schappen. Hier informeer ik uw Kamer over. Naast deze instellingssubsidies blijft ook de mogelijkheid van projectsubsidies bestaan, waarmee kan worden ingespeeld op actualiteit en vernieuwing.

Deze Emancipatienota en de bijlage met maatregelen bevatten ambitieuze plannen. Jaarlijks stuurt het kabinet u een voortgangsrapportage, zodat u het verloop van de implementatie kunt volgen. Daarnaast zijn er de Emancipatie­ monitor en de LHBT-monitor die een inzicht bieden in de stand van zaken met betrekking tot gender- en lhbt- gelijkheid. Deze beide monitors blijven ook in deze kabinetsperiode elke twee jaar verschijnen. Op 29 november 2022 verschijnt de nieuwe Emancipatiemonitor, en de LHBT-monitor 2022 treft u als bijlage bij deze nota aan. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft laten weten dat zij het uitvoeren van de monitors niet kunnen voortzetten. Het CBS blijft wel een grote rol spelen bij de Emancipatiemonitor. Ik ben bezig te verkennen welke nieuwe onderzoeks­ bureaus de taak van het SCP het beste kunnen overnemen. Over de uitkomst hiervan informeer ik uw Kamer nader in de eerstvolgende voortgangsrapportage. Met betrekking tot de LHBT-monitor is het streven dat de positie van intersekse en non-binaire personen, waar mogelijk, structureel wordt meegenomen.

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

31

Tot slot Zoals ik deze Kamerbrief begon eindig ik ook: emancipatie is een opdracht voor ons allen. Als coördinerend minister van Emancipatie verstuur ik deze Kamerbrief namens het gehele kabinet. Iedereen is onderdeel van de opdracht. Het kabinet streeft naar een samenleving waarin mensen van elkaar mogen verschillen en waarin mensen gelijk worden behandeld. Verschil mag er zijn, maar niet als gevolg van beperking in keuzevrijheid of ongelijke kansen. Gender, genderidentiteit, geslachtskenmerken, genderexpressie, seksuele oriëntatie, leeftijd, beperking, huidskleur, sociaaleconomische status, religie, culturele identiteit, migratiegeschiedenis, et cetera horen niet van invloed te zijn op de vrijheid en de levenskwaliteit van mensen. Het kabinet wil een samenleving waar iedereen gelijk wordt behandeld, gelijke kansen heeft, zichzelf mag zijn en een ander met hetzelfde respect behandelt als die zelf behandeld wil worden. Op die manier verrijken wij de huidige samenleving, zonder inperking van de rechten van een andere groep. Tot onze samenleving er zo uitziet, moeten wij ons allemaal, overal en altijd inzetten om dat doel te realiseren.

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Robbert Dijkgraaf

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

Bijlage Maatregelen 32 De maatregelen zoals opgenomen in deze bijlage zijn gedekt binnen de begroting van het desbetreffende departement, tenzij anders toegelicht.

1. Arbeid 1.1 Arbeidsparticipatie Algemeen • Op Prinsjesdag 2022 heeft het kabinet een omvangrijk pakket aan maatregelen bekend gemaakt om de gevolgen van de hoge (energie)prijzen voor lage en middeninkomens te verzachten en werk te laten lonen. De aangekondigde verhoging van de arbeidskorting kan bijdragen aan de economische zelfstandigheid van vrouwen. Omdat veel vrouwen in (kleine) deeltijdbanen werken, en daarmee in de laagste inkomensgroepen vallen, hebben zij baat bij deze maatregel.

1. Voluit: Wet Evenwichtiger verhouding tussen mannen en vrouwen in bestuur en raad van commissarissen

Arbeidsmarktkrapte • Het kabinet financiert pilots gericht op het stimuleren van meer uren werken in zowel het onderwijs als de zorg. De resultaten van de pilot in het onderwijs zullen begin 2023 naar de Tweede Kamer worden gezonden. De resultaten van de pilots in de zorg worden in het najaar 2024 verwacht. • De Stichting van de Arbeid heeft aangegeven pilots op te willen starten gericht op het uitbreiden van uren. Deze pilots richten zich op het aanpakken van

belemmeringen en het benutten van de mogelijkheden om mensen meer uren te laten werken. Het kabinet gaat samen met sociale partners concrete initiatieven hierin ontplooien. De minister van SZW informeert de Tweede Kamer hier zo spoedig mogelijk over. • Om de arbeidsmarktkrapte aan te pakken zet het kabinet in op het makkelijker maken voor ouders om arbeid en zorgtaken te combineren. Zie hiervoor de maatregelen onder het thema ‘Arbeid & Zorg’. > Deze maatregelen dragen bij aan SDG’s 1 (armoede beëindigen), 5 (gendergelijkheid), 8 (waardig werk en economische groei) en 10 (ongelijkheid terugdringen)

1.2 Genderdiversiteit in de top Genderdiversiteit in de top van de private sector • Het kabinet ondersteunt de SER bij het opzetten van het Diversiteitportaal. In het Diversiteitsportaal moeten bedrijven die onder de topvrouwenwet1 vallen rapporteren over hun streefcijfers en plannen om meer gender­diversiteit in de top te krijgen. In 2022 wordt het Diversiteitportaal ontwikkeld en in 2023 zullen de bedrijven verplicht in het Diversiteitsportaal moeten rapporteren. • De SER maakt jaarlijks een rapportage naar aanleiding van de resultaten van het Diversiteitsportaal. Deze rapportages zullen ook jaarlijks met de Tweede Kamer worden gedeeld.

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

33

Genderdiversiteit in de top van de (semi)publieke sector • Ministeries en hun uitvoeringsorganisaties streven om voor 2027 te komen tot 45% tot 55% vrouwen in de (sub)top. Het kabinet legt zichzelf daarnaast een streefcijfer op van 50% vrouwen in de top voor benoemingen van zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) en adviescolleges. De Tweede Kamer wordt jaarlijks over de stand van zaken geïnformeerd middels een voortgangsbrief. • Het kabinet gaat organisaties in de (semi)publieke sector verplichten om streefcijfers en plannen op te stellen om genderdiversiteit in de top en subtop van de organisatie te bereiken. Hiervoor wordt wetgeving voorbereid die in 2023 gereed moet zijn voor consultatie. • Het kabinet monitort de ontwikkelingen rondom genderdiversiteit in de top van de (semi)publieke sector met een monitoringsrapportage en bijbehorend dashboard. De monitor zal tot en met 2027 jaarlijks naar de Tweede Kamer worden gezonden. • Om organisaties in de (semi)publieke sector te inspireren en stimuleren om werk te maken van genderdiversiteit in de (sub)top, worden er in 2022 en 2023 bijeenkomsten georganiseerd. De bijeenkomsten zijn bedoeld om goede voorbeelden uit te wisselen en organisaties te ondersteunen in het verbeteren van de genderdiversiteit in de (sub)top van hun sector. > Deze maatregelen dragen bij aan SDG’s 5 (gendergelijkheid) en 10 (ongelijkheid terugdringen)

1.3 Gelijk loon • Het kabinet werkt aan gendergelijkheid op de arbeidsmarkt. Onderdeel daarvan is het beter controleren op loonverschillen ter bevordering van de gelijke beloning van mannen en vrouwen. In dat kader staat het kabinet positief tegenover het Europese Richtlijnvoorstel over loontransparantie.

Hierin zijn onder meer transparantiemaatregelen opgenomen, zoals rapportageverplichtingen voor ondernemingen vanaf 250 werknemers en het recht op informatie voor medewerkers. Momenteel vinden de triloogonder­ handelingen over het richtlijnvoorstel plaats. De Tweede Kamer wordt periodiek via de Geannoteerde Agenda’s van de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid geïnformeerd over de voortgang van de onderhandelingen. Ook zal de Tweede Kamer tijdig worden geïnformeerd wanneer naar verwachting een akkoord in de trilogen aanstaande is en vervolgens over de stappen richting de verdere vormgeving en uitwerking van de richtlijn naar de Nederlandse situatie. • Het kabinet verstrekt subsidie aan WOMEN Inc. waarmee zij onder meer een routekaart ontwikkelen om werkgevers te helpen bij het meten van (eventuele) beloningsverschillen in hun organisatie en deze aan te pakken en te voorkomen. Deze routekaart wordt naar verwachting gelanceerd op Equal Pay Day 2022. Daarnaast start WOMEN Inc. rond deze dag een communicatiecampagne over gelijke beloning. Ook wordt door de ministeries van SZW en OCW in het najaar van 2022 een stakeholderbijeenkomst georganiseerd waarin onder meer het Europese richtlijnvoorstel op de agenda zal staan. • Zodra het richtlijnvoorstel loontransparantie wordt aangenomen zal deze door Nederland geïmplementeerd moeten worden in de nationale wet- en regelgeving.

Vooruitlopend hierop wordt de Nederlandse uitwerking van dit voorstel voorbereid. Op die manier kan op korte termijn loontransparantie­ wetgeving worden ingevoerd en kunnen verdere, stevigere stappen worden gezet in de aanpak van beloningsverschillen. Het (beter) controleren op loon­ verschillen gaan we meenemen in de voorbereiding van de implementatie van de EU-richtlijn. > Deze maatregelen dragen bij aan SDG’s 5 (gendergelijkheid) en 10 (ongelijkheid terugdringen)

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

34

1.4 Arbeid & Zorg Verlof voor ouders • Het kabinet werkt aan gendergelijkheid op de arbeidsmarkt doordat het uitkeringspercentage van het betaald ouderschapsverlof verhoogd is van 50% naar 70% van het dagloon. De regeling is op 2 augustus 2022 in werking getreden. • In de tweede helft van 2023 staat de invoeringstoets van het betaald ouder­ schaps­verlof gepland. Hierin zullen het gebruik en de eerste effecten van het ouderschapsverlof aan de orde komen, met ook aandacht voor gender­ aspecten en verdeling van zorgtaken tussen partners. • Ook is het voornemen uiterlijk begin 2023 nader onderzoek te doen naar de achtergrondkenmerken van de groep ouders die om financiële redenen geen gebruikmaakt van het aanvullend geboorteverlof. Dit om zo een beter beeld te krijgen van de samenstelling van deze groep en de afwegingen die men maakt. • De minister van SZW zet in op een samenhangend beleid voor gender­gelijk­ heid op de arbeidsmarkt, waarbij de diverse aspecten samenkomen in een programma gendergelijkheid dat in 2022 vorm zal krijgen. In dat programma zal een maatschappelijke dialoog worden gevoerd over de keuzes die mensen maken rond werk, zorg en gezin. De uitkomsten hiervan worden meegenomen bij de uitwerking van de motie Tielen, waarin wordt verzocht een publieks­ campagne op te zetten voor gelijkwaardigere positie van vrouwen op de arbeidsmarkt.

Ook de uitvoering van de motie Palland/Ceder, waarin wordt verzocht om de situaties van gezinnen in Nederland in kaart te brengen, zal hierbij worden betrokken. De gezinssituatie is van groot belang bij de keuzes die worden gemaakt over de verdeling van werk en zorgtaken en het aantal uren dat iemand werkt.

Kinderopvang • Het kabinet maakt het aantrekkelijker voor ouders om werk en zorg te combineren doordat het toewerkt naar een inkomensonafhankelijke kinder­ opvangvergoeding van 96% van de maximum uurprijs, direct gefinancierd aan kinderopvangorganisaties. In 2023 wordt als eerste tussenstap de koppeling met het aantal gewerkte uren losgelaten. • De minister van SZW gaat de mogelijkheden onderzoeken voor het bevorderen van gebruik van kinderopvang onder ouders met lagere sociaaleconomische status. Hierbij wordt onder meer gekeken naar een effectievere informatie­ voorziening om de bekendheid met kinderopvang(toeslag) te vergroten. • Op basis van de praktijkervaringen en gedragseffecten zal het kabinet de ambitie bezien om het vergoedingspercentage op te hogen naar 100%. Daarnaast is de ontwikkeling van de tarieven één van de aandachtspunten in de verdere uitwerking waarnaar gekeken wordt. Dit omdat dit van invloed kan zijn op de (financiële) toegankelijkheid van kinderopvang. > Deze maatregelen dragen bij aan SDG’s 5 (gendergelijkheid) en 10 (ongelijkheid terugdringen)

1.5 Arbeidstoeleiding Algemeen • Middels het actieplan ‘Dichterbij dan je denkt’ zet het kabinet in op het matchen van mensen die nu aan de kant staan met (parttime) werk of een leerwerk­ traject. Hierbij wordt aan arbeidsmarktregio’s gevraagd om ook inzet te plegen voor begeleiding van niet-uitkeringsgerechtigden. Vrouwen zijn in deze groep in de meerderheid. Het actieplan kent een looptijd tot eind 2022. Het kabinet gaat daarnaast in gesprek met partijen in de arbeidsmarktregio’s over kansen en mogelijkheden om ook langdurig bijstandsgerechtigden te ondersteunen

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

35

2. Kamerstukken II, vergaderjaar 2021/2022, 35 925 XV, nr. L

richting werk en informeert de Tweede Kamer hier eind 2022 over. Om economische zelfstandigheid onder vrouwen te bevorderen laat het kabinet binnen het programma ‘Vakkundig aan het Werk’ verschillende pilots uitvoeren. Dit zijn pilots gericht op: - Arbeidstoeleiding van vrouwelijke statushouders met weinig opleiding in de gemeente Den Bosch; - De economische zelfstandigheid van zwangere en net bevallen vrouwen die bijstandsafhankelijk zijn, of dreigen te worden, in de gemeente Rotterdam; - Meer kansen voor (niet-)uitkeringsgerechtigden vrouwen op de arbeidsmarkt in de gemeente Den Haag. - Een vierde pilot gericht op een gendersensitieve aanpak om de instroom van vrouwen met een arbeidsbeperking te bevorderen in de gemeente Tilburg heeft een positief advies gekregen om nader uitgewerkt te worden. De Tweede Kamer zal na afronding (eind 2024) over de uitkomsten van deze pilot worden geïnformeerd. • De minister van Armoede, Participatie en Pensioenen heeft op 21 juni jl. de vervolgaanpak voor de Participatiewet naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin staan de voorgenomen stappen van het kabinet om de Participatiewet meer in balans te krijgen. In de uitwerking hiervan wordt ook gekeken naar wat de pilots vanuit het programma Vakkundig aan het Werk hebben opgeleverd op het gebied van economische zelfstandigheid van vrouwen.

• Om economische kwetsbare vrouwen zelfstandig te laten worden en blijven investeert het kabinet binnen de Nationale Wetenschapsagenda in multidisciplinair onderzoek naar economische veerkracht van vrouwen. In de komende periode worden de volgende projecten uitgevoerd: - Een living lab gericht op de economische zelfstandigheid van (werkende) vrouwen na de komst van hun eerste kind; - Een living lab waarbij systeem interventies worden ontwikkeld om moeders met een uitkering naar duurzaam werk te begeleiden;

- Een onderzoek om meer inzicht te verkrijgen in de groep vrouwen zonder uitkering en betaald werk; - Een overkoepelend onderzoek om bovenstaande deelprojecten in een bredere maatschappelijke en wetenschappelijke context te plaatsen. De uitkomsten van deze projecten worden op na afronding (eind 2024) met de Tweede Kamer gedeeld. Arbeidstoeleiding van vrouwen met een migratieachtergrond • Om de financiële zelfredzaamheid van vrouwen met een migratieachtergrond in een afhankelijkheidssituatie in gesloten gemeenschappen te vergroten, zal het kabinet begin 2023 een pilot op zetten. In deze pilot2, dat onderdeel is van een meerjarig plan zelfbeschikking, worden interventies toegepast en getest om emancipatie en (duurzame) participatie op de arbeidsmarkt te bevorderen. De doelgroep van de pilot is vrouwen met een migratieachtergrond in een afhankelijkheidsrelatie in gesloten gemeenschappen. • Om verder zicht te houden op de arbeidsparticipatie van vrouwelijke nareizigers en gezinsmigranten, zal het kabinet specifiek aandacht besteden aan deze groep bij de monitoring van de Wet inburgering 2021. Over de uitkomsten hiervan zal de Tweede Kamer op jaarlijks worden geïnformeerd. • Middels de Werkagenda ‘Verder Integratie op de Arbeidsmarkt’ (VIA) beoogt het kabinet kennis over effectieve aanpakken gericht op arbeidsintegratie van mensen met een migratieachtergrond breder toe te passen.

Binnen deze werkagenda is een pilot gestart in Almere waarin vrouwelijke nareizigers met een buiten-Europese migratieachtergrond middels een integrale aanpak begeleid worden naar een duurzame participatie in de stad. Daarnaast worden lerende netwerken opgericht voor intensieve begeleiding van bijstands­ gerechtigden met een migratieachtergrond. Over de voortgang op de Werkagenda VIA wordt de Tweede Kamer jaarlijks geïnformeerd.

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

36

Eenoudergezinnen • Eenoudergezinnen hebben een relatief hoog risico op armoede en sociale problematiek. Een Landelijk (digitaal) 1-Ouderpunt zou kunnen helpen bij het versterken van de integrale ondersteuning van eenoudergezinnen. Het kabinet voert een verkenning uit om meer inzicht te krijgen in de bestaande behoeften – zowel bij alleenstaande ouders, als gemeenten – en in relatie daartoe naar de wenselijkheid en haalbaarheid van een digitaal landelijk éénouderpunt. De resultaten zullen voor het eind van 2022 met de Tweede Kamer worden gedeeld. > Deze maatregelen dragen bij aan SDG’s 1 (armoede beëindigen), 5 (gendergelijkheid), 8 (waardig werk en economische groei) en 10 (ongelijkheid terugdringen)

1.6 Lhbtiq+ op de werkvloer Transitieverlof • Het kabinet is bezig om voor de transitieperiode van transgender personen een verlofregeling op te zetten die werkgevers compenseert voor dagen waarop de werknemer niet kan werken vanwege behandelingen die horen bij een transitie. De ministeries van SZW en OCW zitten nu in de onderzoeksfase voorafgaand aan het opzetten van een verlofregeling. In het najaar van 2022 zal de Tweede Kamer nader geïnformeerd worden over de voortgang en eventuele beslispunten met betrekking tot het transitieverlof worden gedeeld. De financiële consequenties van deze verlofregeling zijn nog niet bekend. • In 2022 is er in de Cao Rijk opgenomen dat de Rijksoverheid in de vorm van een pilot gaat onderzoeken of en op welke wijze een regeling voor transitie­verlof ondersteunend kan zijn voor transgender personen binnen de eigen organisatie.

Zwangerschapsverlof • Sinds de wijziging van de Transgenderwet in 2014 hoeven transmannen hun baarmoeder niet te laten verwijderen. De wetgeving rond zwangerschap en bevalling is hierop nog niet aangepast, en houdt ook nog geen rekening met mensen die als non-binair staan geregistreerd. Zo heeft volgens de tekst van de Ziektewet de vrouwelijke verzekerde die door haar zwangerschap of bevalling niet kan werken recht op een uitkering, en heeft volgens de tekst van de Wet Arbeid en Zorg de vrouwelijke werknemer recht op verlof wegens haar bevalling. Het uitsluiten van mannelijke en non-binaire zwangere verzekerden en werknemers is nooit de bedoeling geweest. De minister van SZW streeft ernaar om in deze kabinetsperiode de Ziektewet, de Wazo en andere relevante wetten op dit punt aan te passenindien mogelijk zal dit gebeuren met de Verzamelwet SZW 2024. Overigens is met UWV reeds afgesproken dat in de uitvoering ook aan mannelijke en non-binaire zwangere verzekerden en werknemers een uitkering kan worden verstrekt. Bi+ en werk • Uit eerder onderzoek blijkt dat personen die een seksuele oriëntatie hebben gericht op meer dan één gender (bi+), hiervan nadelen ervaren op de werkvloer. Er moet een onderzoek worden opgestart om te achterhalen wat de redenen zijn voor deze achtergestelde positie en wat voor maatregelen er kunnen worden genomen om deze positie te verbeteren.

In 2022 gaat het ministerie van OCW in gesprek met partners om te bepalen hoe een dergelijk onderzoek kan worden vormgegeven. Uiterlijk in 2023 zal dit onderzoek worden opgestart. Als het onderzoek is afgerond worden de resultaten met de Tweede Kamer gedeeld. > Deze maatregelen dragen bij aan SDG’s 8 (waardig werk en economische groei) en 10 (ongelijkheid terugdringen)

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

37

1.7 Vrouwen in techniek en ondernemerschap • De minister van EZK stimuleert vrouwelijk ondernemerschap, o.a. door in te zetten op diversiteit in het FundRight-initiatief onder leiding van TechLeap. Het ministerie van EZK ondersteunt ook de instroom van meer vrouwen in de ICT-sector, onder meer door een taskforce van het Nederlandse bedrijfsleven. Hiermee wordt ook bijgedragen aan de op EU-niveau afgesproken doelstelling om in 2030 minimaal 20 miljoen ICT-specialisten in de EU te willen realiseren met gelijke man-vrouwverhoudingen. Ook ziet de minister van EZK erop toe dat meer vrouwelijke bestuurders en leden van Raden van Commissarissen worden benoemd in de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen. • Om de genderongelijkheid op de technische arbeidsmarkt tegen te gaan, zet het kabinet via het Techniekpact in op het stimuleren van meisjes en vrouwen voor het kiezen voor technische opleidingen en beroepen. Het kabinet zal, samen met enkele Techniekpactpartners, nog dit jaar een actieplan ‘Meer Meisjes en Vrouwen in bèta, techniek en ict’ uitwerken. Het doel is om via een landelijke, integrale aanpak techniek (opleidingen en beroepen) aantrekkelijker te maken en de beeldvorming en het imago van techniek te verbeteren. En zo de instroom van meisjes en vrouwen in de sector techniek te vergroten. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan het behouden van vrouwen voor de sector.

De concrete acties van het actieplan “Meer Meisjes en Vrouwen in bèta, techniek en ict” worden meegenomen in de verdere uitwerking van het Actieplan Groene en Digitale Banen. Door extra inzet op het onbenutte arbeidsmarkt­ potentieel van vrouwen is mogelijk nog veel winst te behalen om de arbeids­ markt­krapte in techniek en ict aan te pakken. • Verder maakt het Platform Talent voor Technologie een interactieve monitor met onderwijs- en arbeidsmarktdata met als speciaal thema vrouwen in de techniek (en ict). Alle informatie qua keuze voor een technische opleiding, man/vrouw-ratio, instroom op de arbeidsmarkt, etc. wordt zo op één plek

inzichtelijk gemaakt. Onderwijsinstellingen kunnen in de monitor bijvoorbeeld zelf zien hoe zij het doen als het gaat om de man/vrouw-verhouding en hier actie op ondernemen. Deze monitor wordt in januari 2023 opgeleverd. > Deze maatregelen dragen bij aan SDG’s 4 (kwaliteitsonderwijs), 5 (gendergelijkheid), 8 (waardig werk en economische groei) en 10 (ongelijkheid terugdringen)

1.8 Herstel- en veerkrachtplan • Gendergelijkheid en gelijke kansen voor iedereen hebben ook een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van het Nederlandse herstel- en veer­ kracht­plan (HVP), dat is opgesteld ten behoeve van 4,7 miljard euro uit het Europese coronaherstelfonds. Mede dankzij de inbreng van maatschappelijke organisaties die voor deze doelen inzetten, zijn er bij meerdere maatregelen in het HVP doelstellingen opgenomen ter bevordering van gendergelijkheid en gelijke kansen voor iedereen. • Zo is er sprake van streefgetallen en quota voor de betrokkenheid van vrouwen in de technologische ontwikkeling, en draagt het HVP bij aan gelijke kansen voor iedereen met investeringen in onderwijsmiddelen voor studenten die niet zelf de benodigde apparatuur voor hybride onderwijs kunnen betalen. Ook wordt met het HVP ingezet om de aandacht voor gendergelijkheid en gelijke kansen voor iedereen in de beleidsvorming te bevorderen. Hiertoe wordt gekeken naar de mogelijkheid om tijdens de implementatie van het HVP onderzoek te doen naar de (on)gewenste sociale effecten van de maatregelen in het HVP, waarmee mogelijke blinde vlekken in beleidsvorming geïdentificeerd kunnen worden. > Deze maatregelen dragen bij aan SDG’s 4 (kwaliteitsonderwijs), 5 (gendergelijkheid), 8 (waardig werk en economische groei) en 10 (ongelijkheid terugdringen)

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

38

1.9 Overig

2. Veiligheid

• Een diverse en inclusieve arbeidsmarkt draagt bij aan gendergelijkheid en gelijke rechten voor lhbtiq+ personen. De Rijksoverheid kan ook als opdracht­ gever en inkoper bijdragen aan die inclusieve samenleving. Jaarlijks heeft de Rijksoverheid een inkoopkracht van 13 miljard euro. De Rijksoverheid zet daarom in op het waarborgen van diversiteit en inclusie in het beleid voor maatschappelijk verantwoord inkopen. Hierin wordt een ambitieuze inzet op diversiteit en inclusie door leveranciers een standaardvoorwaarde. In de praktijk blijkt een dergelijke inzet al mogelijk en effectief, verschillende over­ heidsinstanties hanteren namelijk al een dergelijke eis in hun aanbestedingen. Verder wordt vanuit het ministerie van OCW gewerkt aan een Europese norm voor diversiteit en inclusie (bij inkoop), zodat deze aanpak nog breder kan worden toegepast. • Het Europees Sociaal Fonds (ESF+ 2021-2027) wordt grotendeels ingezet voor het versterken van de arbeidsmarktpositie. Gemeenten en sociale partners kunnen hiermee mensen ondersteunen naar (meer uren) betaald werk en opleiding en training. Het bieden van gelijke kansen en non discriminatie, onder meer op het vlak van gendergelijkheid, dient onderdeel te zijn van activiteiten.

Verder zal in 2023 een tijdvak van maximaal twee jaar, met een budget van €5,5 miljoen, van start gaan waarin gendergelijkheid binnen arbeidsorganisaties centraal staat.

2.1 Veiligheid lhbtiq+ personen

> Deze maatregelen dragen bij aan SDG’s 5 (gendergelijkheid), 8 (waardig werk en economische groei) en 10 (ongelijkheid terugdringen)

Vervolg Actieplan Veiligheid LHBTI • Het Actieplan Veiligheid LHBTI 2019-2022 loopt tot het eind van dit jaar. De veiligheid van lhbtiq+ personen blijft een aandachtspunt en de bevordering van de veiligheid van lhbtiq+ personen blijft inzet vragen. Op dit moment wordt een onderzoek uitgevoerd dat inzicht zal geven in daderprofielen bij geweld tegen lhbti-personen. Dit onderzoek zal in het voorjaar van 2023 worden afgerond. Daarnaast zal het huidige Actieplan Veiligheid LHBTI worden geëvalueerd. De uitkomsten van bovengenoemde trajecten zullen een belangrijke basis vormen voor het bepalen van de nieuwe inzet. Hiertoe zullen de Minister van J&V en de Minister van OCW volgend jaar ook in gesprek gaan met verschillende organisaties die zich inzetten voor de veiligheid van lhbtiq+ personen. Discriminatierechercheurs • Om de veiligheid van lhbtiq+ personen te vergroten zijn binnen het Expertise Centrum Aanpak Discriminatie Politie (ECAD-P) vier discriminatierechercheurs gestart. Samen met de inhoudsdeskundigen werken zij ten behoeve van de hele politie. Een van de doelen van de pilot is om te onderzoeken of en hoe discriminatierechercheurs een bijdrage kunnen leveren bij het opvolgen van meldingen en aangiftes van discriminatie, of delicten met een discriminatie aspect, door alle politie-eenheden ook met betrekking tot lhbtiq+ zaken.

De pilot loopt tot 2025 waarna geëvalueerd wordt hoe discriminatierechercheurs geborgd kunnen worden binnen de politie.

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

39

Politienetwerk Roze in Blauw • Om de veiligheid van lhbtiq+ personen te vergroten zullen er vanaf 2023 meerjarig incidentele middelen toegekend worden voor de aanpak van geweld tegen lhbtiq+ -personen zoals tijdens de Algemene politieke beschouwingen van 2021 is besloten. Momenteel wordt er door de politie met het Netwerk Divers Vakmanschap (NDV), inclusief het netwerk Roze in Blauw uitgewerkt op welke wijze deze bedragen besteed kunnen worden. De komende jaren wordt Roze in Blauw extra gefaciliteerd en ondersteund onder andere ten behoeve van activiteiten rondom haar 25 jarig bestaan, maar ook bij het bezoeken van nationale en internationale bijeenkomsten (Griekenland 2022 en Melbourne 2023). Tijdens deze bijeenkomsten delen leden hun ervaringen, kennis en expertise met andere landen en brengen zij kennis en ervaringen mee terug naar NL. Daarnaast zal uit deze gelden bovengenoemd onderzoek worden gedaan gericht naar daderprofielen bij geweld tegen lhbti personen. Ook wordt onderzocht hoe het landelijke telefoonnummer van Roze in Blauw, bestemd voor burgers die vragen hebben of slachtoffer zijn geworden van LHBTIQ+ geweld of anderszins, bij afwezigheid van leden van Roze in Blauw beter verankerd kan worden wanneer zij niet beschikbaar zijn.

Zo wordt bekeken of de reeds bestaande doorschakeling naar het Regionaal Service Centrum (RSC) van Rotterdam verder landelijk uitgebreid kan worden naar andere RSC’s. Een ander concrete activiteit die de komende tijd wordt uitgewerkt betreft de ontwikkeling van een Virtual Reality scenario van het handelingskader Mannen ontmoetingsplekken (MOP), in navolging van VR-scenario’s rondom professioneel controleren.

Discriminatie onderdeel curriculum politieopleidingen • De antidiscriminatiebepalingen uit de Grondwet en het Wetboek van Strafrecht maken onderdeel uit van de opleiding van Politieacademie (PA) voor politie­ medewerkers. Ook wordt de Aanwijzing discriminatie behandeld in de opleiding van de PA. Er is een Module methodiek Bondgenoten ontwikkeld en dit is onderdeel van het curriculum van de PA. Er wordt onderzocht hoe in aanvulling hierop binnen het lesprogramma van de PA nadere aandacht is voor discrimi­natie en het opgave programma Politie voor Iedereen (PvI) gerelateerde thema’s. Ondermeer wordt het preventieplan ‘Daarom blijven ze’, naar aanleiding van het onderzoek ‘Waarom vertrekken ze’, onder leiding van Saniye Celik betrokken, als ook het plan van aanpak discriminatie en racisme binnen de politie, naar aanleiding van onder andere de documentaire ‘de Blauwe familie’.). Hogere straffen bij discriminerend geweld • Om de veiligheid van lhbtiq+ personen te vergroten is er door de Kamerleden Segers (ChristenUnie) en Ellemeet (GroenLinks) op 28 juni jl. hun reactie op het advies van de Raad van State aangeboden aan uw Kamer, naar aanleiding van hun voorstel tot invoering van het discriminatoir aspect als strafverzwarings­ grond in het Wetboek van Strafrecht.

Het kabinet zal, zoals gebruikelijk, bij de mondelinge behandeling van het initiatiefwetsvoorstel in de Tweede Kamer zijn standpunt kenbaar maken.

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

40

Intensiveren van de aanpak van discriminatie op het internet • Om de online veiligheid van onder andere lhbtiq+ personen te bevorderen, voert het ministerie van J&V in samenwerking met de ministeries van BZK, OCW en SZW een inventarisatie uit. Hiermee wordt een eerste aanzet gedaan voor een plan van aanpak tegen online hate speech. Het internet kan absoluut geen vrijplaats zijn om discriminerende uitingen te doen. Iedereen moet zichzelf kunnen zijn, zowel offline als online. Met deze inventarisatie wordt tevens uitvoering gegeven aan de motie Van Dijk[1], die de regering oproept om te inventariseren op welke manier de aanpak van racisme en antisemitisme op het internet geïntensiveerd kan worden. Uw Kamer zal over de voortgang voor het einde van het jaar worden geïnformeerd. > Deze maatregelen dragen bij aan SDG 10 (ongelijkheid terugdringen)

2.2 Asiel lhbtiq+ personen • Het beeld dat er in algemene zin sprake is van stereotiepe (voor)oordelen bij het horen en beslissen herkent het kabinet niet. Om het risico op stereo­typering bij de IND nog verder te minimaliseren heeft het kabinet in het coalitieakkoord het voornemen uitgedragen om de deskundigheid van IND-medewerkers te bevorderen en om daarbij externe expertise te betrekken. De IND besteedt hier reeds op verschillende manieren aandacht aan. Bijvoorbeeld door middel van (EUAA en andere) trainingen en opleidingen, intervisie en het voorleggen van zaken aan de lhbti-coördinatoren. Over de verdere invulling van deze maatregel uit het coalitieakkoord is uw Kamer in november geïnformeerd. > Deze maatregelen dragen bij aan SDG 10 (ongelijkheid terugdringen)

2.3 Samenhangende aanpak Regenboogsteden en lhbtiq+ acceptatie en veiligheid • Het kabinet blijft duidelijk en actief stelling nemen tegen geweld, intimidatie, discriminatie en uitsluiting van lhbtiq+ personen. Het ministerie van OCW zet zich daarom in op het verbeteren van welzijn, sociale acceptatie en sociale veiligheid van lhbtiq+ personen door samen te werken met gemeenten in Nederland, de Regenboogsteden en met Regenboogprovincies. • De samenhangende aanpak met Regenboogsteden en de inhoudelijke advisering door Movisie bestaat uit 56 steden. • In de samenwerking met de Regenboogsteden heeft de minister van OCW een intentieverklaring getekend, waarmee deze gemeenten aangeven zich actief in te zetten op het gebied van lhbtiq+ personen. • Uit externe evaluatie en reacties van lokale zelforganisaties en instellingen blijkt de samenwerking zeer succesvol en effectief. De combinatie van samenhangende aanpak, advisering door Movisie, de financiële bijdrage van OCW en de samenwerking met lokale organisaties, zorgt voor meer politieke aandacht en meer inzet op acceptatie van LHBTI-personen. • Bovendien zijn er steeds meer gemeenten, die inzien dat Regenboogsteden en het voeren van lhbtiq+ beleid belangrijk is. • In de afgelopen jaren zijn ook alle provincies een Regenboogprovincie geworden.

• Om de samenhangende aanpak te behouden en eventueel uit te breiden gaat OCW vanaf 2023 weer een samenwerking aan voor vier jaar (t/m 2026). • Met 8 Regenboogsteden wordt gewerkt aan Veilige wijken. De steden werken met bestaande interventies. Gezamenlijk wordt bezien hoe deze effectiever te maken. Movisie adviseert de steden en de interventiepartijen en zorgt voor de beschrijving van de twee interventies. • De inzet op Veilige wijken eindigt eind 2022. > Deze maatregelen dragen bij aan SDG 10 (ongelijkheid terugdringen)

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

2.4 Veilige Steden

41

• De Veilige Steden zetten in op het voorkomen van geweld tegen vrouwen in de openbare ruimte. Het ministerie van OCW en gemeenten willen hiermee de veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte en het uitgaansleven bevorderen. Aan de samenwerking doen 12 gemeenten mee, zowel binnen als buiten de Randstad. • Sinds 2020 worden de gemeenten inhoudelijk geadviseerd en begeleid door Regioplan. • Het programma Veilige Steden biedt de mogelijkheid voor uitbreiding van de samenwerking met meer gemeenten en voor extra inzet op communicatie en bewustwording over gendergerelateerd geweld. • De 15 Veilige Steden hebben diverse activiteiten gerealiseerd en verschillende resultaten geboekt. De uitkomsten van de evaluatie zijn positief. De samen­ werking zal worden voortgezet. > Deze maatregelen dragen bij aan SDG 10 (ongelijkheid terugdringen)

2.5 Bestrijden van gendergerelateerd geweld en grensoverschrijdend gedrag

3. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/ kamerstukken/2022/09/28/kamerbrief-overvoortgang-aanpak-huiselijk-geweld-enkindermishandeling 4. Kamerbrief over nationaal actieplan seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

Aanpak gendergerelateerd geweld • Het kabinet maakt deze kabinetsperiode bestaand beleid en beleidsplannen rondom gendergerelateerd geweld gendersensitief en -responsief. • Zo versterkt het de aanpak voor intieme terreur en psychische mishandeling waarbij onder meer gender een mogelijke rol speelt als oorzaak van dit geweld. • Het kabinet onderzoekt deze kabinetsperiode de rol die gender speelt bij kindermishandeling.

• Het kabinet heeft een onderzoek uit laten voeren naar de risicofactoren, hulpverlening en preventie van huiselijk en seksueel geweld tegen lhbti+ personen. Dit rapport is op 28 september 2022 aan de Tweede Kamer gestuurd.3 Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld • Het kabinet werkt aan een nationaal actieplan tegen seksueel grensover­ schrijdend gedrag en seksueel geweld. Door in te zetten op een samenhangende aanpak rondom de preventie, signalering en terugdringing van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld werken we toe naar een samenleving waar we zo met elkaar omgaan dat iedereen zich veilig voelt. Dit actieplan wordt in het najaar 2022 aan uw Kamer gezonden. • Met ingang van 4 april 2022 is Mariëtte Hamer aangesteld als onafhankelijke regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, voor een periode van drie jaar. Vanuit haar signaleringsfunctie adviseert zij het kabinet gevraagd en ongevraagd bij de totstandkoming en uitvoering van het nationaal actieplan. Daarnaast is zij aanjager en ondersteuner van het maatschappelijke gesprek dat moet bijdragen aan de cultuurverandering die we met elkaar nastreven. • De contouren van dit Nationaal Actieplan heeft uw Kamer op 27 juni jl.

ontvangen.4 • De Nederlandse Orange the World campagne 2022, gevoerd door UN Women Nederland, zet dit jaar in op mannen en jongens als medestanders bij het bestrijden van geweld tegen vrouwen, onder het thema: Preventie: iedereen kan helpen geweld te voorkomen. Tijdens de campagne wordt iedereen uitgenodigd om onderdeel van de oplossing te worden en zich medestander in de strijd tegen geweld te verklaren. > Deze maatregelen dragen bij aan SDG 5 (gendergelijkheid)

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

2.6 Lhbtiq+ acceptatie en veiligheid in de sport

42

Iedereen moet veilig en met plezier kunnen sporten. Het kabinet blijft duidelijk en actief stelling nemen tegen geweld, intimidatie, discriminatie en uitsluiting van lhbtiq+ personen in de sport. Het ministerie van OCW en het ministerie van VWS zullen doorgaan met het bevorderen van lhbtiq+ acceptatie en – veiligheid in de sport. Alliantie Gelijk Spelen (AGS) • Om lhbtiq+ acceptatie in de sport te bevorderen is het ministerie van OCW in samenwerking met het ministerie van VWS voornemens de financiering van de Alliantie Gelijke Spelen voortzetten voor de duur van 4 jaar. De alliantie is een samenwerkingsverband van verschillende organisaties om acceptatie van lhbtiq+ personen in de sport te bevorderen. Naast de John Blankenstein Foundation zijn voetbalbond KNVB, hockeybond KNHB en sportkoepel NOC*NSF de andere partners in de Alliantie Gelijkspelen.

5. https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_ regering/detail?id=2022Z14068&did=2022D29063

Ons Voetbal Is Van Iedereen; samen zetten we racisme en discriminatie buitenspel (OVIVI) • Het programma ‘Ons voetbal is van iedereen’(OVIVI), een gezamenlijk initiatief van de ministeries van VWS, SZW, JenV en de KNVB, zet in op een effectieve aanpak van discriminatie en racisme in het voetbal waarbij racisme en discriminatie (zoals antisemitische of homofobe uitingen, gedragingen of spreekkoren) op en rond de voetbalvelden niet wordt getolereerd. Dit betekent dat iedereen in en bij het voetbal weet wat er onder discriminatie wordt verstaan (normbesef) en deze norm ook uitdraagt. Daarnaast is de ambitie dat iedereen weet wat de gevolgen zijn bij overtreding hiervan (normstelling) en weet iedere voetbalclub hoe zij kan handelen als er sprake is van racisme en of discriminatie. Om specifiek homofobie en homofobe spreekkoren te voorkomen en tegen te gaan zijn in OVIVI verschillende maatregelen opgenomen.

Transgender personen, intersekse personen en vrouwen met natuurlijk hoge testosteronspiegel in vrouwencompetities • Het kabinet staat pal voor de rechten en vrijheid van transgender personen. Transgender personen dienen veilig en vrij te kunnen deelnemen aan welke sport dan ook. Een transgender persoon die wil sporten of wil deelnemen aan sportwedstrijden in de vrouwencompetitie kan voor, tijdens en na de transitie met bepaalde problemen te maken krijgen waar op voorhand misschien niet direct bij wordt stil gestaan omdat veel sporten seksegescheiden zijn. Bij vrouwelijke competitiesport kan het hebben van een hogere testosteron hormoonhuishouding of het hebben van een natuurlijke hoge testosteron­ spiegel door sportbonden als oneigenlijk voordeel worden beschouwd waardoor transgender personen of vrouwen met natuurlijk hoge testosteron gehaltes uitgesloten worden van wedstrijden. Het kabinet gaat samen met de sportsector verkennen hoe de vrijheid, gelijkwaardigheid en sociale veiligheid van gender- en seksediverse personen in de (top)sport gewaarborgd kunnen worden. 2.7 Conversiepraktijken • Conversiepraktijken (ook bekend als zogenoemde homogenezing of (homo) conversietherapie) die gericht zijn op het veranderen van de seksuele identiteit, genderidentiteit en/of genderexpressie keurt het kabinet af.

Om de menselijke waardigheid van eenieder te kunnen waarborgen wil het kabinet deze praktijken nu en in de toekomst voorkomen en tegengaan. In de beleidsreactie op het onderzoek ‘Verkenning van juridische en beleidsmatige interventies ter voorkoming en bestrijding van ‘conversietherapie’, van 5 juli 2022, zijn door het kabinet verschillende maatregelen aangekondigd om conversiepraktijken te voorkomen en tegen te gaan.5

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

• Het kabinet is in afwachting van het advies van de Raad van State over het wetsvoorstel dat is ingediend, en zal daarna het kabinetsstandpunt bepalen.6 Een dergelijk verbod is normstellend en biedt steun voor mensen die conversie­ praktijken hebben ondergaan.

43

> Deze maatregelen dragen bij aan SDG 10 (ongelijkheid terugdringen)

3. Onderwijs en media 3.1 Onderwijs

6. https://www.internetconsultatie.nl/ conversietherapie/b1 7. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/ kamerstukken/2022/03/04/veilig-en-vrij-onderwijs 8. Dit geldt niet voor het ho.

Sociale veiligheid • Scholen in het primair en voortgezet onderwijs hebben een wettelijke plicht om te zorgen voor een veilig schoolklimaat. De kern van deze zorgplicht voor scholen is dat leerlingen zich vrij voelen om zich te uiten, kunnen zijn wie ze willen zijn, en een relatie mogen hebben met degene van wie zij houden Daarom vindt het ministerie van OCW het belangrijk dat scholen weten wat zij daarvoor moeten doen om het schoolklimaat veilig te maken. • Er is bepaald dat sprake moet zijn van het voeren van een actief veiligheidsbeleid, het aanstellen van een coördinator en jaarlijkse monitoring van de veiligheids­ beleving van leerlingen. De monitor geeft inzicht in de feitelijke en ervaren veiligheid en het welbevinden van de leerlingen. Als de resultaten daartoe aanleiding geven, kan de school op basis van deze gegevens het beleid aanpassen. • In de brief Vrij en veilig onderwijs I7 van maart dit jaar heeft de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs een uitgebreid pakket aan maatregelen aangekondigd. De drie lijnen van dat pakket zijn de volgende: de lat omhoog

op het gebied van vrij en veilig onderwijs; betere hulp voor leerlingen, ouders en onderwijspersoneel; eerder ingrijpen als dat nodig is. Ongeveer gelijktijdig met deze brief ontvangt uw Kamer de brief Vrij en veilig onderwijs II met de stand van zaken op deze maatregelen. • Naast verschillende wettelijke bepalingen en eisen waar mbo-scholen aan moeten voldoen wordt in het mbo door scholen zelf vormgegeven aan een integraal veiligheidsbeleid. De MBO Raad ondersteunt hierbij en de inspectie van het onderwijs neemt sociale veiligheid mee in haar toezicht. Samen met de MBO Raad werk ik aan een monitor integrale veiligheid voor het mbo. Om de veiligheid op scholen goed te borgen werken scholen ook vaak samen met gemeenten, jeugdzorg en de politie in de regio. • Het ministerie van OCW vindt het belangrijk dat scholen weten wat zij moeten doen om het schoolklimaat veilig te maken. Zo ondersteunt Stichting School & Veiligheid via een instellingssubsidie van OCW scholen in po, vo en mbo bij het bevorderen van een sociaal veilig klimaat. • Daarnaast doet Movisie in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek naar pestgedrag lhbti+ leerlingen zodanig dat er zicht is op waarom lhbti+ leerlingen meer gepest worden. Dit onderzoek wordt in het najaar van 2022 aan de Tweede Kamer gestuurd.

• Tot slot zet dit kabinet in op een prominentere positie van sociale veiligheid in het toezicht door de Inspectie van het Onderwijs, waarbij gedacht kan worden aan het ophalen en meenemen van meer signalen in de jaarlijkse risicoanalyse.8 Op die manier is dan sneller zichtbaar indien een school de sociale veiligheid en de burgerschapsopdracht niet op orde heeft. Als een school zich vervolgens niet snel genoeg verbetert, kan er sneller worden ingegrepen.

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

44

Burgerschap • Het ministerie van OCW zet deze kabinetsperiode, via het masterplan basis­ vaardigheden, voor het po, vo en mbo in op versterking van het burgerschaps­ onderwijs. Dit gebeurt o.a. door het sinds 1 juli 2022 bestaande Expertisepunt Burgerschap dat het po, vo en mbo ondersteunt bij het uitvoeren van de aangescherpte burgerschapsopdracht die scholen hebben. Concreet valt daarbij te denken aan het bundelen van het aanbod in burgerschaps­methodes, een helpdesk voor scholen, organiseren van kennisbijeenkomsten, het leggen van de verbinding met de wetenschap en het verspreiden van inspirerende voorbeelden. • De kwaliteit van het burgerschapsonderwijs in het mbo worden gewaarborgd door kwalificatie-eisen, vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Uit onderzoek en signalen uit het veld is gebleken dat de huidige eisen onvoldoende duidelijk zijn over de inhoud en minimale kwaliteit van het burgerschapsonderwijs. Het ministerie van OCW werkt daarom aan een herijking van deze kwalificatie-eisen, op basis van advies van een expertgroep en verdere input uit de mbo-sector. • Het is van belang dat docenten goed geëquipeerd zijn voor het geven van burgerschapsonderwijs. Samen met het onderwijsveld maak ik afspraken over verdere professionalisering en over wat een goede docent burgerschap in huis moet hebben.

Daarnaast zet ik in op het stimuleren van de professionaliteit van mbo-docenten door de ontwikkeling, het beschikbaar stellen en het verspreiden van professionaliseringsaanbod. Artikel 23 • Als het gaat om de onderwijsvrijheid geldt dat deze vrijheid alleen kan bestaan als scholen daarbij binnen de grenzen van de wet blijven en de basiswaarden van onze democratische rechtsstaat respecteren. De kern daarvan is dat leerlingen en studenten zich vrij voelen om zich te uiten, kunnen zijn wie ze

willen zijn, en een relatie mogen hebben met degene van wie zij houden. Het afwijzen of veroordelen van leerlingen en studenten op basis van gronden als hun seksuele oriëntatie, genderidentiteit of afkomst is niet toegestaan. Niet in het toelatingsbeleid, niet in het onderwijs, niet in de schoolcultuur en niet in een identiteitsverklaring. Zoals in het coalitieakkoord staat: onderscheid bij toelating vanwege de grondslag van de school mag niet tegelijk direct onderscheid inhouden op grond van ras, nationaliteit, seksuele geaardheid of burgerlijke staat. • In het voorjaar 2023 ontvangt uw Kamer de beleidsreactie op het Onderwijs­ raadadvies over onderwijsvrijheid en de brief over identiteitsverklaringen. Leraren • De leraren zelf en hoe zij met de leerlingen omgaan zijn belangrijk in het accepteren van seksuele en genderdiversiteit. Het toewerken naar een inclusief docententeam waarin het team een goede afspiegeling is van de maatschappij, vinden wij hiervoor een belangrijke stap. Het gaat daarbij om verschillende vormen van diversiteit, waaronder gender. • In 2022 is onderzoek naar de acceptatie van seksuele en genderdiversiteit onder mbo docenten uitgevoerd om zicht te krijgen op welke maatregelen en interventies effectief zijn bij het vergroten van deze acceptatie. Dit onderzoek wordt in het najaar van 2022 aan de Tweede Kamer gestuurd.

• In het mbo is sprake van intensivering van de inzet op de professionaliteit van docenten die burgerschapsonderwijs verzorgen. Samen met het onderwijsveld maakt het ministerie van OCW afspraken over verdere professionalisering en over wat een goede docent burgerschap in huis moet hebben. Vervolgens zal het ministerie van OCW het bekwaamheidsprofiel dat hieruit voortvloeit bestuurlijk vastleggen met de MBO Raad. Uw Kamer wordt hierover in het voorjaar van 2023 nader geïnformeerd.

Inleiding  •  Emancipatie staat niet op zichzelf  •  Thema’s  •  Slotwoord  •  Bijlage Maatregelen

45

Curriculum • Het ministerie van OCW vindt het belangrijk dat binnen het curriculum aandacht wordt besteed aan gender- en seksuele diversiteit zodat kennis van diversiteit nu en later bij leerlingen is. In de voorstellen voor een bijgesteld curriculum po/vo is voor het leergebied burgerschap geadviseerd om ‘gender’ bij de bouwsteen ‘identiteit’ op te nemen. In deze kabinetsperiode vindt de nadere uitwerking van de curriculumbijstelling plaats.

• Vanwege de dalende keuze voor een technisch profiel is er momenteel vanuit Jet-Net &TechNet/ Techniekpact een onderzoek gaande naar het keuzegedrag van jongeren in het onderwijs, ten aanzien van bèta, techniek en ICT. Daarbij wordt ook onderscheid gemaakt tussen motivatie van jongens en meisjes. Daarnaast maakt Techniekpact een cijferpublicatie over keuzegedrag van vakkenpakketten in het voortgezet onderwijs & opleidingen in het mbo en hoger onderwijs. Dat vormt een beeld van de routes die jongens en meisjes volgen. Resultaten van het onderzoek worden in het najaar van 2022 opgeleverd. • Binnen het onderwijs bestaat een groot lerarentekort, werken weinig mannen en wordt veel in deeltijd gewerkt. Daarom werkt Stichting Het Potentieel Pakken aan het verhogen van de deeltijdfactor, zodat een deel van het onderwijspersoneel gestimuleerd kan worden om meer te gaan werken. In 2022 gaat de Stichting onderzoeken hoe de aanpak verfijnd en verbeterd kan worden door meer schoolbesturen in dit traject te betrekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=df3c4024-9088-45d1-8cd1-d7c38efa1b10