Emancipatienota 2022-2025
Tekst van het document
Emancipatie: een opdracht voor ons allen Emancipatienota 2022-2025
2
Emancipatie: een opdracht voor ons allen
Hierbij stuur ik u de Emancipatienota van het kabinet voor de periode 2022-2025: ‘Emancipatie: een opdracht voor ons allen’. Deze brief begint met onze visie op het emancipatiebeleid (hoofdstuk 1), gevolgd door een hoofdstuk over intersectionaliteit en samenhang van kabinetsbeleid (hoofdstuk 2), de inzet op de hoofdthema’s (hoofdstuk 3) en een slotwoord. In bijlage I zijn de concrete maatregelen per hoofdthema te vinden. De maatregelen zoals opgenomen in bijlage I zijn gedekt binnen de begroting van het desbetreffende departement, tenzij anders toegelicht. Als bijlage II treft u het rapport ‘opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa 2022’ en als bijlage III de ‘LHBTmonitor 2022: De leefsituatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen in Nederland’.
Inhoudsopgave 3
Inleiding
4
Slotwoord
30
Emancipatie staat niet op zichzelf
9
Bijlage Maatregelen
32
Thema's
14
1. Arbeid
32
1. Arbeid
15
2. Veiligheid
38
2. Veiligheid
18
3. Onderwijs en media
43
3. Onderwijs
22
4. Zorg
47
4. Zorg
24
5. Gelijke behandeling en wetgeving
49
5. Gelijke behandeling en wetgeving
26
6. Internationaal en Caribische delen van het Koninkrijk
53
6. Internationaal en de Caribische delen van het Koninkrijk
28
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
4
Inleiding
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
5
1. Lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgender personen, intersekse personen en queer personen en personen die een andere, niet in voorstaande termen genoemde seksuele oriëntatie of genderidentiteit beleven of tot uiting willen brengen, waaronder zij die zich als non-binair of aseksueel beschouwen en benoemen. 2. Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa 2022 (SCP, 2022) 3. https://eige.europa.eu/publications/gender- equality-index-2022-covid-19-pandemic-and-care 4. https://digitaal.scp.nl/emancipatiemonitor2020/ hoe-doet-nederland-het-ten-opzichte-van-andere-eulanden/
In Nederland is iedereen gelijk. Wettelijk is dat goed geregeld, maar in de praktijk kost het de ene persoon meer moeite op de gewenste bestemming te komen dan de andere. Niet iedereen krijgt dezelfde kansen op de arbeidsmarkt of is in staat deze kansen te pakken. En lang niet iedereen voelt zich vrij en veilig genoeg om zichzelf te kunnen zijn.
en veilige omgeving. Een samenleving die niet inclusief heeft twee grote nadelen. Het welbevinden en geluk dat een fijne werkomgeving kan bieden, komt bij veel mensen onnodig onder druk te staan. Daarnaast worden kansen gemist om de rijkdom van de verschillende perspectieven te benutten. Er valt in de Nederlandse samenleving kortom nog een wereld te winnen.
In Nederland zien wij onszelf als tolerant, nuchter en inclusief. Maar zijn wij dat wel? Er zijn zeker veel landen in de wereld waar vrouwen en lhbtiq+1 personen grotere problemen ervaren dan in Nederland, maar ook hier hebben wij nog een forse opdracht. Slechts 2% van de Nederlandse bevolking geeft aan het oneens te zijn met de stelling dat homoseksuele mannen en lesbische vrouwen hun leven moeten kunnen leiden zoals zij willen. Dat klinkt tolerant, maar van echte acceptatie is nog lang niet bij iedereen sprake. Zo vindt één op de vier onder vraagden (25%) het aanstootgevend als twee mannen elkaar zoenen op straat.2
Nederland moet een land worden waarin iedereen zichzelf kan zijn, iedereen kan worden wat die wil worden en iedereen de mogelijkheden heeft om zich te ontwikkelen en bij te dragen aan de samenleving. Dat vraagt aandacht voor groepen voor wie dat niet vanzelfsprekend is. In deze emancipatienota richt het kabinet zich op vrouwen en lhbtiq+ personen en op wat zij nodig hebben om gelijke kansen te krijgen en om die kansen ook te verzilveren.
In de in 2022 gepubliceerde Gender Equality Index van het European Institute for Gender Equality staat Nederland op de derde plaats, onder Zweden en Denemarken.3 Dat is mooi, maar er is geen reden tot zelfgenoegzaamheid. Nederland is Europees kampioen in het aandeel vrouwen dat in deeltijd werkt: 73%.4 Op nummer twee staat Oostenrijk waar 48% van de vrouwen in deeltijd werkt. Daarmee zijn in ons land veel vrouwen economische kwetsbaar en mist ons land ook veel economisch potentieel. De diversiteit van mensen die wij in Nederland breed in de samenleving hebben, zien wij nog onvoldoende terug overal op de werkvloer. De kansengelijkheid in het onderwijs, de sociale acceptatie en de veiligheid is soms nog ver te zoeken. Daardoor is de arbeidsparticipatie en maatschappelijke participatie lager dan zou kunnen en voelt de arbeidsmarkt voor lang niet iedereen als een gezonde
Het kabinet staat voor gelijke rechten, kansen en vrijheden voor iedereen, los van geslacht, genderidentiteit, geslachtskenmerken, genderexpressie, seksuele oriëntatie, leeftijd, beperking, huidskleur, sociaaleconomische status, religie, culturele identiteit, migratiegeschiedenis, etc. Deelname aan de samen leving wordt op dit moment echter belemmerd door ongelijke behandeling, door structuren in organisaties die deze ongelijkheden bestendigen, en door (culturele) normen en vooringenomen ideeën die helaas nog bij velen leven. Opdracht voor ons allen Het is een taak voor de overheid om maatschappelijke ongelijkheid tegen te gaan en ervoor te zorgen dat mensen die een langere of lastiger weg moeten afleggen toch op hun bestemming kunnen komen. Door concrete ondersteuning en het wegnemen van barrières, maar ook door de cultuuromslag die hiervoor nodig is in onze samenleving aan te jagen met een breder maatschappelijk debat. De tijd
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
waarin de bal voor emancipatie bijna helemaal werd gelegd bij degenen die geëmancipeerd moeten worden, ligt achter ons. Je kunt zelf niet in isolement emanciperen. Gelijke waardering in de ogen van de ander is een belangrijke voorwaarde. Het kabinet voelt en neemt haar verantwoordelijkheid voor deze emancipatieopdracht.
6
Emancipatiebeleid kan zich niet alleen richten op het wegnemen van drempels aan de voorkant, als achtergestelde groepen na de drempel alsnog bergen werk moeten verzetten om zich staande te houden. Naast het ondersteunen van deze groepen in hun weg, hebben wij als overheid een verantwoordelijkheid om een maatschappelijke cultuurverandering mede aan te jagen en bespreekbaar te maken. De praktische uitwerking van gelijke rechten voor iedereen vraagt om een collectieve gedragsverandering en cultuuromslag in de samenleving. Op de werkvloer, maar ook onder kinderen (en volwassenen) op het schoolplein. Dit proces begint op individueel niveau en daar horen specifieke interventies bij. Om de diversiteit in een organisatie te vergroten is het bijvoorbeeld belangrijk dat je de eigenheid van nieuwkomers in het bijzonder aandacht geeft en waardeert. Dat geeft een gevoel van thuishoren en waardering, wat een belangrijk onderdeel is van inclusie. De werkgevers moeten opletten dat zij niet steeds dezelfde soort mensen aannemen en moeten de verschillende perspectieven in hun organisatie bevorderen en waarderen. Niet alleen in woord, maar ook in daad. Niet alleen op momenten waarop het past, maar ook op momenten waarop het eigenlijk niet zo goed uitkomt. Emancipatie is een opdracht voor ons allen en een verrijking voor iedereen. 5. https://www.ilga-europe.org/report/rainboweurope-2022/
Internationale vergelijkingen laten zien dat Nederland niet meer tot de Europese top behoort van landen die vooruitstrevend beleid voeren op het gebied van lhbtiq+ emancipatie.5 Andere landen hebben ons de afgelopen jaren ingehaald. Hier ligt dus een duidelijke opgave tot verbetering. Een ander punt waarop Nederland internationaal gezien slecht scoort en dat al eerder in deze brief werd benoemd, is het grote aandeel vrouwen dat in deeltijd werkt. Dit leidt tot ongelijkheid op de arbeidsmarkt, een werkomgeving die niet voor iedereen als mentaal gezond voelt, en een gebrek aan economische zelfstandigheid. Deeltijdwerk is ook de grootste remmende factor in de doorstroom van vrouwen naar topposities. Er kunnen altijd redenen zijn waarom mensen, niet alleen vrouwen, in deeltijd werken. Het heeft echter economisch grote voordelen als deeltijders, indien mogelijk, hun uren uitbreiden, zeker in tijden van arbeidsmarktkrapte in sectoren zoals de techniek, zorg en onderwijs. Dat is niet alleen goed voor vrouwen, maar ook voor de samenleving als geheel. In de lockdowns bleken het thuisonderwijs en de zorgtaken sneller op het bord te belanden van werkende moeders dan van werkende vaders. In deze gezinsfase is zeker ruimte nodig voor flexibele werkvormen, zoals thuiswerken.
Maar het verleggen van een (groter) deel van de zorgtaken van vrouwen naar mannen veronderstelt een grotere cultuurverandering. Die komt er niet zomaar en helaas ook zeker niet van de ene op de andere dag. Als minister van Emancipatie wil ik het gesprek hierover blijven aanjagen. Als meer vrouwen blijvend meer werken, is dat een duidelijk voorbeeld van de winst die door emancipatie is te behalen op het niveau van zowel het individu als de samenleving.
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
7
6. (2021) CFFP: Power Over Rights: Understanding and countering the transnational anti-gender movement https://centreforfeministforeignpolicy.org/ power-over-rights-understanding-and-counteringthe-antigender-campaigns 7. (2021) EPF: Tip of the Iceberg: Religious extremist - Funders against Human Rights for Sexuality & Reproductive Health in Europe https://www.epfweb.org/sites/default/files/2021-08/ Tip%20of%20the%20Iceberg%20August%202021%20 Final.pdf
Wij moeten hierbij wel rekenschap geven van het feit dat vrouwen en lhbtiq+ personen op zichtbare posities in de maatschappij vaak extra veel tegenwind ondervinden en dat dit velen afschrikt dergelijke posities te ambiëren. Het emotioneel welzijn van vrouwen en lhbtiq+ personen zie ik als intrinsiek belangrijk, maar ook vanuit een economisch perspectief. De wijdverspreide vanzelfsprekendheid waarmee vrouwen en lhbtiq+ personen in de volle breedte van de maatschappij nog steeds negatief bejegend worden in het dagelijks leven of getroffen worden door geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag, zegt iets over die vermeende tolerantie van onze samenleving.
soms zelfs onderdrukkende sfeer in stand houdt binnen een organisatie, en uiteindelijk dus ook binnen onze hele samenleving.
Een deel van de samenleving neemt gelukkig al steeds sneller en duidelijker stelling tegen zulke verwerpelijke uitingen en gedrag. Een aantal vrouwen (en ook mannen) sprak zich publiekelijk uit over seksueel grensoverschrijdend gedrag in de creatieve sector, het onderwijs en de sportwereld. Dit is belangrijk en moedig. Het is nodig dat er een blijvende, maatschappelijke beweging ontstaat waardoor vrouwen die dit meemaken zich luider en vaker uitspreken. Ook de lhbtiq+-gemeenschap laat luid en duidelijk van zich horen als er sprake is van geweld of intimidatie. Zij verdienen allen steun en gerechtigheid. Slachtoffers moeten worden gesteund, daders moeten worden aangesproken en aangepakt. En minstens zo belangrijk: er moet worden ingezet op preventie. Veel dingen kunnen gebeuren, omdat omstanders de andere kant op kijken. Dit kan en moet stoppen. Ook daar geldt dat emancipatie een zaak van ons allen is.
Wij weten dat de weg naar vooruitgang niet altijd in een rechte lijn naar boven loopt. Emancipatie vereist ook – en helaas meer en meer – omgaan met tegen krachten. Er is een wereldwijd terrein winnende beweging van conservatieve krachten die de verworven rechten van vrouwen en lhbtiq+ personen tracht te beperken.6 Daarbij zijn transgender en non-binaire personen met name het mikpunt. Deze beweging krijgt ook in Europa steeds meer voet aan de grond.7 Dat is zorgelijk. In de Nederlandse samenleving is nog altijd een breed draagvlak voor emancipatie en gelijke behandeling van vrouwen en lhbtiq+ personen. Helaas toont een groot aantal incidenten en maatschappelijke ontwikkelingen aan dat gelijke en gelijkwaardige behandeling lang niet voor iedereen vanzelf sprekend is en dat wij deze tegenkrachten geen ruimte moeten bieden.
Samen creëren wij veilige scholen, veilige sportomgevingen en veilige werk plekken. Gelukkig is al te zien dat omstanders vaker ingrijpen. Toch is de stap naar handelen nog niet altijd makkelijk. Want lang niet iedereen durft, of weet hoe te handelen. Te vaak blijven wij hierdoor hangen in het beeld van incidenten, die vervelend zijn voor het slachtoffer. Terwijl het niet optreden een onveilige en
Ouders hebben een verantwoordelijkheid om hun kinderen te leren dat een grens die iemand aangeeft er een is om te respecteren. Iedereen in de samenleving moet snappen dat in elke situatie, ook zíj een rol kunnen spelen. Dat in elke discussie die gevoerd wordt, ook zíj een stem hebben. Niet alleen de mensen die slachtoffer zijn kunnen zich uitspreken, dat moet juist ook de door omstanders gevormde maatschappij doen.
Voor de emancipatie van vrouwen en lhbtiq+ personen zet het kabinet de thematische aanpak voort op de thema's arbeid, veiligheid, onderwijs, zorg, en gelijke behandeling en wetgeving. In het derde hoofdstuk van deze Emancipatienota en de daarbij behorende bijlage beschrijft het kabinet per thema welke maatregelen het kabinet in deze kabinetsperiode neemt, alsook de internationale inzet. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de punten uit
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
het Regenboogakkoord, die het kabinet als onderdeel van het Coalitieakkoord8 zorgvuldig wil uitvoeren, en waarvan de coördinatie mij als minister van Emancipatie is toebedeeld.
8
Het kabinet beschouwt emancipatie als een voortdurend proces waarin achtergestelde en ondervertegenwoordigde groepen hun weg vinden naar een volwaardige en gelijkwaardige positie in de maatschappij. Hierbij gaat het niet om dat deze groepen zich dienen te schikken in het huidige bestel, maar dat juist de samenleving uitdijt en daarmee de ruimte biedt om deze grotere diversiteit en rijkdom te omarmen. Geen inclusie, maar expansie. Emancipatie leidt zo tot een Nederland waarin ieder mens in iedere regio en ieder deel van het Koninkrijk dezelfde rechten heeft én van deze rechten kan genieten. Niet ten koste van de rechten van een ander, maar gelijke rechten naast die ander. Binnen achtergestelde groepen is niet iedereen even ongelijk en krijgt niet iedereen dezelfde kansen. Die ongelijkheid gaat niet alleen over gender, geslachtskenmerken, seksuele oriëntatie, genderidentiteit en genderexpressie. Die gaat bijvoorbeeld ook over afkomst, sociaaleconomische status, of beperking. Daarom kijk ik als coördinerend minister van Emancipatie graag, met mijn collega's in het kabinet, verder dan de gender- en lhbtiq+-ongelijkheid. In het volgende hoofdstuk schets ik hoe het kabinet wil bijdragen aan een samenhangend kabinetsbeleid om alle vormen van discriminatie en kansenongelijkheid tegen te gaan. 8.
Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst Coalitieakkoord 2021 – 2025 VVD, D66, CDA en ChristenUnie 15 december 2021, kamerstuk 35 788 Nr. 77
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
Emancipatie staat niet op zichzelf 9
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
10
Het Coalitieakkoord is duidelijk: Nog te vaak krijgen Nederlanders minder kansen of worden zij uitgesloten op grond van afkomst, geslacht, kleur, ras, leeftijd, geloof, seksuele geaardheid of beperking. Dat is onacceptabel. Daarom voeren we een actief emancipatieen antidiscriminatiebeleid.9
status, religie, culturele identiteit, migratiegeschiedenis, etc. Deze kenmerken beïnvloeden elkaar op individueel en institutioneel niveau met als resultaat dat mensen op verschillende manieren met discriminatie, privileges of machtsposities te maken kunnen krijgen.
Als minister van Emancipatie ben ik binnen het emancipatie- en antidiscriminatie beleid van het kabinet primair verantwoordelijk voor de bevordering van gendergelijkheid en gelijkheid naar seksuele oriëntatie, genderidentiteit, geslachtskenmerken en genderexpressie. Deze onderwerpen hangen nauw samen en zij staan in deze Emancipatienota centraal.
Er kan sprake zijn van een optelsom van ongelijke kansen. Vaak is het echter geen simpele optelling, maar leidt de combinatie van factoren tot specifieke situaties van (kansen)ongelijkheid en discriminatie. Zo zijn de vooroordelen over moslim vrouwen geen optelsom van de vooroordelen over moslims plus de vooroordelen over vrouwen, maar unieke vooroordelen die specifiek bestaan over moslim vrouwen. Zo geldt dat voor alle intersecties van kenmerken, bijvoorbeeld voor zwarte lhbtiq+ personen, of voor vrouwen met een beperking.
Maar deze onderwerpen staan niet op zichzelf, ook niet in het kabinetsbeleid. Immers verschillende vormen van (kansen)ongelijkheid, discriminatie, racisme en uitsluiting hangen met elkaar samen en mensen kunnen op basis van meerdere kenmerken tegelijk verschillen van de dominante norm. Daarnaast moet het bevorderen van gelijke kansen niet alleen gebeuren binnen het emancipatie- en antidiscriminatiebeleid, maar binnen en in verband met een breed scala aan ander beleid, denk aan arbeidsmarktbeleid, rechtsgelijkheid en gezondheid. Intersectionaliteit
9. Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst Coalitieakkoord 2021 – 2025 VVD, D66, CDA en ChristenUnie 15 december 2021, kamerstuk 35 788 Nr. 77
Voor het emancipatieproces geldt dat niet alle vrouwen en lhbtiq+ personen te maken hebben met dezelfde uitsluitingsgronden of vooroordelen, en dat zij niet allemaal in dezelfde maatschappelijke positie verkeren. Verschillende vormen van ongelijkheid kunnen elkaar treffen binnen eenzelfde individu. Ieders maatschappelijke situatie wordt gevormd door een kruising van verschillende kenmerken en posities; zoals genderidentiteit, geslachtskenmerken, gender expressie, seksuele oriëntatie, leeftijd, beperking, huidskleur, sociaaleconomische
Het kabinet streeft daarom naar een intersectionele aanpak waarin rekening wordt gehouden met het feit dat mensen op basis van meerdere kenmerken en posities kunnen verschillen van de dominante groep, waardoor zij gelijktijdig verschillende vormen van ongelijkheid kunnen ervaren. Het kabinet kijkt per onderwerp hoe een intersectionele benadering ingezet kan worden voor effectievere beleidsinterventies. Dat geldt zowel voor onderwerpen binnen het emancipatiebeleid zelf, als voor interventies op elk ander regulier beleidsterrein van de overheid. Het kan relevant zijn om bij een bepaald beleidsterrein te kijken naar bijvoorbeeld verschillen tussen oudere en jongere lhbtiq+ personen. Naar verschillen tussen vrouwen met of zonder migratieachtergrond, vrouwen van kleur en witte vrouwen. Naar het effect van de sociaaleconomische status, of van een beperking. Door met deze verschillen rekening te houden, zijn beleids interventies effectiever.
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
Samenhang kabinetsbeleid
11
Het is belangrijk dat er meer samenhang komt in het kabinetsbeleid tegen alle vormen van discriminatie, racisme, en kansenongelijkheid. Dit beleid is immers bij meerdere departementen belegd.10 Dat is soms een uitdaging, maar het is deels onvermijdelijk. Het gaat immers niet alleen om verschillende gronden waarop discriminatie of kansenongelijkheid zich voordoet (geslacht, etniciteit, etc.), maar ook om verschillende maatschappelijke domeinen (onderwijs, arbeidsmarkt, woningmarkt etc.). Het is daarom goed dat diverse departementen hierin verantwoordelijkheid hebben en de samenwerking zoeken.
10. De coördinatie van het antidiscriminatiebeleid ligt bij het ministerie van BZK, arbeidsdiscriminatie en het integratiebeleid vallen primair onder het ministerie van SZW, de participatie van mensen met een beperking onder VWS, strafbaarheid van discriminatie onder JenV, en het emancipatiebeleid onder OCW. Er is bovendien een Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, en een Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding. 11. Kamerstukken II, 2021/22, 35925 XV, nr. 94.
De aanstelling van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) levert al een bijdrage aan meer overzicht en samenhang. De NCDR verbindt, jaagt aan en treedt op als waakhond als het gaat om de bestrijding van discriminatie en racisme. Als verbinder gaat de NCDR het gesprek aan met de samenleving, organisaties en betrokken ministeries. Vanuit de rol van aanjager agendeert de NCDR het thema discriminatie en racisme bij het kabinet en houdt de samenleving een spiegel voor. De NCDR ziet toe op het behalen van de doelen uit het Nationaal Programma dat op 19 september jl. naar de Tweede Kamer werd gestuurd. Aan de ene kant geeft het Nationaal Programma een totaaloverzicht van lopend beleid dat door de betrokken ministeries van BZK, SZW, OCW, VWS en JenV wordt ingezet tegen discriminatie en racisme en aan de andere kant stelt het versterkingen van beleid voor. Dit zijn nieuwe initiatieven die nieuw elan moeten geven aan het bestrijden van dit onrecht in de Nederlandse samenleving. De aanstelling van de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) levert een bijdrage aan meer overzicht en samenhang in de aanpak van antisemi tisme. Ook de motie Van Baarle roept de regering op om interdepartementaal de samenhang te bewaken in de aanpak om tot kansengelijkheid te komen.11
Binnen het kabinet zullen wij het gesprek aangaan over optimalisering van de samenwerking: hoe kunnen wij ervoor zorgen dat wij voldoende weten over de inhoudelijke samenhang van discriminatie, racisme, kansenongelijkheid, genderen lhbtiq+-gelijkheid en uitsluiting en deze samenhang bewaken; dat er geen dingen dubbel worden gedaan; en – belangrijker nog – dat er geen groepen buiten de boot vallen omdat de departementen van elkaar denken dat de ander zich hierop richt. Hokjesdenken in beleid kan stigma’s en discriminatie vergroten. Een tweede punt waarop samenhangend kabinetsbeleid kan worden verbeterd is de mainstreaming van het beleid rond emancipatie en gelijke kansen. Gelijke kansen kunnen immers niet alleen worden bereikt door specifiek emancipatie beleid, zoals projecten en subsidies die gericht zijn op groepen met ongelijke kansen, maar misschien nog wel meer door het wegnemen van systemische ongelijkheid. Veel ongelijkheid ligt – meestal onbedoeld – besloten in wetten en structuren die zijn afgestemd op de situatie van de dominante groep, bijvoorbeeld: werknemers die weinig tijd hoeven te besteden aan zorgtaken, mensen die in Nederland zijn opgeleid, of ouders in een ‘traditioneel’ gezin. Beleid is dan minder passend en effectief voor mensen in andere situaties.
Het is daarom zaak om bij nieuw beleid en wetgeving goed na te gaan wat de effecten zullen zijn op bestaande kansenongelijkheid. Wat gendergelijkheid betreft is mainstreaming al lange tijd officieel beleid. Per 24 januari 2019 is daarin een nieuwe stap gezet door het opnemen van de Kwaliteitseis «Effecten op gendergelijkheid» aan het Integraal Afwegingskader voor Beleid en Regelgeving (en het Beleidskompas dat in de loop van 2023 zal worden geïntroduceerd). De kwaliteitseis is toegevoegd in het kader van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals, hierna: SDG’s) van de VN. SDG 5 gaat specifiek over gendergelijkheid. Bij het toepassen van
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
deze gendertoets wordt nagegaan hoe het beleid of de wet- en regelgeving bijdraagt aan de verkleining van de bestaande ongelijkheid tussen vrouwen en mannen in al hun diversiteit of hoe wordt gewaarborgd dat de huidige mate van gelijkheid tussen vrouwen en mannen niet afneemt. In praktijk wordt deze toets nog niet altijd toegepast, althans er wordt in de Kamerstukken niet over gerapporteerd.12 Dat laatste is overigens ook niet verplicht, maar acht ik in het kader van transparantie wel wenselijk. Ik onderzoek deze kabinetsperiode hoe mainstreaming Rijksbreed bevorderd kan worden.
12
Vanuit mijn mandaat als coördinerend minister van Emancipatie let ik er deze kabinetsperiode scherper op dat de gendertoets daadwerkelijk wordt toegepast, en ga ik met mijn collega-bewindspersonen in gesprek over hoe zij bij nieuw beleid kijken naar de effecten op andere vormen van systemische ongelijkheid. Dit sluit ook aan bij de toezegging die door de toenmalige ministers van Economische Zaken en Klimaat en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelings samenwerking is gedaan om bij toekomstig relevant beleid expliciet inzichtelijk te maken aan welke SDG’s het bijdraagt.13 Consequent toepassen van de Kwaliteitseis Effecten op Gendergelijkheid, en van de toezegging om bij relevant beleid ook de andere SDG’s te benoemen, is een ambitieuze en complexe opgave. Het is echter een belangrijke voorwaarde voor het behalen van de emancipatiedoelstellingen en de SDG’s.
12. Kamerstuk 30 420 nr. 352 13. Kamerstuk 34298 nr. 31
Input van emancipatieorganisaties Bij het voorbereiden van deze Emancipatienota is het veld van emancipatie organisaties betrokken. Er zijn drie bijeenkomsten georganiseerd (waarvan twee online), waarbij werd gevraagd: wat vinden jullie dat niet mag ontbreken in de Emancipatienota? Ruim 30 organisaties hebben hieraan met veel gedrevenheid deelgenomen. Deze organisaties varieerden van grote kennisinstituten tot een lokale vrouwenorganisatie. Dat leverde zowel punten op die aansluiten bij het beleid, als punten van kritiek. En veelal de wens dat het sneller zou mogen gaan. De deelnemers noemden talloze grote en kleine knelpunten die zij in praktijk tegenkomen. Daarbij lag het accent vaak op gemarginaliseerde groepen, die extra kwetsbaar zijn. Enkele thema’s kwamen veel terug: de rol van onderwijs, het belang van een goede positie op de arbeidsmarkt, en veiligheid. In de input waren twee rode lijnen te ontdekken: 1. Breed gedeeld was, dat emancipatiebeleid intersectioneler zou moeten zijn. Bijvoorbeeld door meer te kijken naar de specifieke positie van mensen met weinig opleiding, of mensen met een migratieachtergrond. 2. Ook werd veel genoemd dat op vrijwel alle reguliere beleidsterreinen de effecten op emancipatie zouden moeten worden meegenomen.
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
13
Dit zijn belangrijke punten waarop inderdaad verbetering mogelijk is. Die verbeterslag wordt in deze kabinetsperiode krachtig opgepakt; zie paragraaf II van deze Emancipatienota. In de bijeenkomst gericht op de internationale aspecten van het emancipatie beleid en de combinatie tussen klimaat en gender kwamen een aantal aspecten naar voren. Er zijn op dit moment verschillende beleidsonderwerpen op het gebied van emancipatie die een internationale component hebben of die ook in internationaal verband moeten worden aangepakt zoals de Europese en mondiale pushback op vrouwenrechten, Seksuele en Reproductieve Rechten en Gezondheid (SRGR) en gelijke rechten voor lhbtiq+ personen. Specifieke onderwerpen die in dat verband genoemd werden waren de anti-gender beweging, problematische masculiniteit, geweld tegen vrouwen of huwelijkse gevangenschap. Er werd aangegeven dat Nederland kijkt naar de ‘root causes’ van de problematiek en deze stevig aanpakt. De internationale verdragen moeten goed en volledig geïmplementeerd en nageleefd worden. OCW kan als coördinerend ministerie op emancipatie andere ministeries wijzen op hun verplichtingen uit internationale verdragen. Daarnaast roepen de deelnemers op om het feministische buitenlandbeleid ook op Nederland toe te passen en meer ‘practice what you preach’ op het gebied van gender- en lhbtiq+ emancipatie.
Voor het thema klimaat geldt dat belangrijk werd gevonden dat kennisuitwisseling plaatsvindt tussen ministeries en maatschappelijke organisaties, waarbij ministeries samen met elkaar om tafel komen. Tot slot was een specifiek punt het kennishiaat en het gebrek aan data. Hiervoor is het betrekken van CBS noodzakelijk voor Nederland zelf maar is het ook noodzakelijk dat Nederland zich inzet voor meer dataverzameling in andere landen en door relevante internationale gremia.
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
Thema's 14
In dit hoofdstuk gaan wij achtereenvolgens in op de thema’s arbeid, veiligheid, onderwijs, zorg, gelijke behandeling en wetgeving en Internationaal en de Caribische delen van het Koninkrijk.
1. Arbeid
2. Veiligheid
3. Onderwijs
4. Zorg
5. Gelijke behandeling en wetgeving
6. Internationaal en de Caribische delen van het Koninkrijk
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
direct na het voltooien van hun opleiding minder vaak voltijds dan mannen.19 Dit terwijl de meeste in deeltijd werkende vrouwen meer uren zouden willen werken als aan bepaalde voorwaarden zou worden voldaan.20
15
1. Arbeid
14. https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboardarbeidsmarkt/werkenden/arbeidsparticipatie-naarleeftijd-en-geslacht, cijfers 1e kwartaal 2022, leeftijd 15-75 jaar. 15. Loonverschil tussen mannen en vrouwen verder afgenomen (cbs.nl) 16. College voor de Rechten van de Mens, Zwanger en werk: dat baart zorgen, 2020 17. Emancipatiemonitor 2020 18. StatLine - Inkomen en economische zelfstandigheid; persoonskenmerken (cbs.nl) 19. https://digitaal.scp.nl/emancipatiemonitor2020/ meisjes-vlijtig-door-het-onderwijs-en-jongens-eenflitsende-loopbaanstart/ 20. https://digitaal.scp.nl/emancipatiemonitor2020/ willen-vrouwen-meer-werken-en-mannen-minder/ 21. https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/ 2022/09/28/eens-deeltijd-altijd-deeltijd.-waaromvrouwen-in-deeltijd-blijven-werken-als-ze-uit-dekleine-kinderen-zijn
Het kabinet bestrijdt ongelijkheid en discriminatie op de op de arbeidsmarkt. Wij werken toe naar een ‘gelijk speelveld’ voor mannen en vrouwen. In Nederland bestaan grote ongelijkheden tussen vrouwen en mannen op het gebied van arbeid en inkomen – of het nu gaat om participatie op de arbeids markt, het aantal uren werk, de beloning of de posities waarin men terecht komt. 68,1% van de vrouwen heeft betaald werk, tegenover 76,4% van de mannen.14 Vrouwen werken gemiddeld ruim 8 uur per week minder dan mannen, en verdienen gemiddeld bruto per uur 13% minder dan mannen.15 43% van de vrouwen die zwanger zijn geweest heeft situaties meegemaakt die wijzen op zwangerschapsdiscriminatie.16 Hoewel er de afgelopen jaren op alle terreinen vooruitgang is geboekt, is er nog lang geen gelijk speelveld. Daardoor is bijna de helft van alle vrouwen niet financieel onafhankelijk.17 En van de groep vrouwen met weinig opleiding is slechts 22,6% financieel onafhankelijk.18 Vrouwen werken
Het kabinet vindt gendergelijkheid op de arbeidsmarkt van groot belang, zowel op individueel als op collectief niveau. Op individueel niveau betekent dit een gelijkwaardigere werk-zorgbalans, ruimte om meer uren te werken, gelijke beloning, meer financiële onafhankelijkheid en daarmee meer zelfredzaamheid en keuzevrijheid voor vrouwen. Op collectief niveau leidt meer gendergelijkheid tot meer (uren) werk, en daarmee een positieve impact op macro-economie, onder andere door economische groei en het terugdringen van personeels tekorten in vitale sectoren. De rol die mannen spelen bij de verdeling arbeid-zorg is hierbij uiteraard van belang. In de tweede helft van 2023 staat bijvoorbeeld de invoeringstoets van het betaald ouderschapsverlof gepland. Hierin zullen het gebruik en de eerste effecten van het ouderschapsverlof aan de orde komen, met ook aandacht voor genderaspecten en verdeling van zorgtaken tussen partners. Om gendergelijkheid op de arbeidsmarkt te realiseren, is volgens het kabinet de inzet op een gelijke verdeling van arbeid en zorg cruciaal. Dit is een belangrijke manier om het voor Nederland kenmerkende systeem waarbij de meeste mannen in voltijd werken en de meeste vrouwen in deeltijd werken te doorbreken. Door dit systeem is op dit moment deeltijdwerk voor veel vrouwen een voor de hand liggende keuze.
Een keuze die bovendien in veel gevallen niet wordt gewijzigd wanneer de zorgtaken naderhand minder worden.21 Dit alles hangt samen met cultureel bepaalde opvattingen, aspecten van het stelsel en sociale normen. Vooral bij kleine deeltijdbanen zijn de nadelen hiervan voor vrouwen groot, zoals een gebrek aan economische zelfstandigheid, minder pensioenopbouw en minder kans op bepaalde banen of promoties. Dit kan zorgen voor een (financieel)
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
kwetsbare positie, die nog sterker geldt voor specifieke groepen vrouwen, zoals voor vrouwen met weinig opleiding, vrouwen met een migratieachtergrond, alleenstaande moeders en transgender vrouwen.
16
De positie van vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt verdient vanuit het emancipatiebeleid ook aandacht. Relatief veel vrouwen zitten (langdurig) in de bijstand, en daarnaast zijn er ook veel niet-werkende vrouwen zonder uitkering. Deze vrouwen zijn daarmee niet economisch zelfstandig. De huidige arbeids marktkrapte biedt deze groepen betere kansen op de arbeidsmarkt; zij zijn in veel sectoren hard nodig. In het beleid rond arbeidstoeleiding neemt het kabinet, in samenwerking met gemeenten, deze groepen mee. Speciale aandacht is er voor vrouwen met een migratieachtergrond en vrouwen met een beperking. Ook als wij kijken naar de top van het bedrijfsleven en de publieke sector, wordt duidelijk dat er nog stappen te zetten zijn op het gebied van genderdiversiteit. Zo is slechts 13,4% van de bestuurders van Nederlandse grote vennootschappen vrouw. Daarnaast heeft 43% van de Nederlandse grote vennootschappen nog geen enkele vrouwelijke commissaris.22 Het kabinet legt zichzelf een streefcijfer op van 45-55% vrouwen in de top voor benoemingen van zelfstandige bestuurs organen (zbo’s) en adviescolleges. Het kabinet zal met de Hoge Colleges van Staat op bestuurlijk niveau in gesprek gaan met het verzoek dit streven over te nemen. Dit streefcijfer is een goede stap.
Het kabinet vindt het belangrijk om dit streven te verbreden zodat de gehele samenleving zich kan herkennen in de mensen in topfuncties.
22. Commissie Monitoring Topvrouwen l Bureau Pouwels - Bedrijvenmonitor Topvrouwen 2020
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
17
23. Het volledige overzicht aan kabinetsmaatregelen voor gendergelijkheid op de arbeidsmarkt is opgenomen in de bijlage. 24. De Raad WSBVC heeft op 6 december 2021 een Algemene Oriëntatie vastgesteld. Nederland heeft hiermee ingestemd. Het Europees Parlement heeft op 5 april 2022 haar positie bepaald en gestemd over amendementsvoorstellen. Op dit moment lopen in de EU de onderhandelingen in de trilogen (Raad, Parlement en Commissie). 25. Uit een door Bi+ Nederland in 2021 gemaakte kennissynthese blijkt bijvoorbeeld dat bi+ personen een onzekerder positie op de arbeidsmarkt hebben, minder tevreden zijn over hun arbeidsvoorwaarden, ongelijke kansen ervaren, en vaker dan andere groepen te maken hebben met ongewenst gedrag waaronder pesten en intimidatie. 26. Zie onder andere: https://www.journals.uchicago. edu/doi/10.1086/709838
Kortom, op alle fronten is nog sprake van ongelijkheid. Daarom neemt het kabinet stevige maatregelen die bijdragen aan de benodigde systeemverandering om te komen tot een gelijk speelveld, waaronder:23 • In augustus 2022 is betaald ouderschapsverlof ingevoerd, met een uitkering van 70% van het dagloon. • Daarnaast investeert het kabinet fors in de kinderopvang. Het kabinet maakt het aantrekkelijker voor ouders om werk en zorg te combineren doordat het toewerkt naar een inkomensonafhankelijke kinderopvangvergoeding van 96% van de maximum uurprijs, direct gefinancierd aan kinderopvang organisaties. In 2023 wordt als eerste tussenstap de koppeling met het aantal gewerkte uren losgelaten. • Op Prinsjesdag 2022 heeft het kabinet een omvangrijk pakket aan maatregelen bekend gemaakt om de gevolgen van de hoge (energie)prijzen voor lage en middeninkomens te verzachten en werk te laten lonen. De aangekondigde verhoging van de arbeidskorting kan bijdragen aan de economische zelfstandigheid van vrouwen. Omdat veel vrouwen in (kleine) deeltijdbanen werken, en daarmee in de laagste inkomensgroepen vallen, hebben zij baat bij deze maatregel. • Het kabinet bevordert gelijke beloning tussen mannen en vrouwen.
Zo staat het kabinet positief tegenover het EU-Richtlijnvoorstel over loontransparantie (dat zich nu nog in de onderhandelingsfase bevindt).24 Deze richtlijn moet wanneer deze wordt aangenomen door de lidstaten worden geïmplementeerd in nationale wetgeving. Zoals ook aangegeven in het Actieplan Arbeidsmarkt discriminatie 2022-2025 wordt vooruitlopend hierop de Nederlandse uitwerking van dit voorstel voorbereid en uitgewerkt, zodat op korte termijn loontransparantiewetgeving kan worden ingevoerd en verdere, stevigere stappen kunnen worden gezet in de aanpak van beloningsverschillen.
Daarnaast heeft dit kabinet oog voor de achtergestelde positie van lhbtiq+ personen op de arbeidsmarkt, waarbij in het bijzonder voor de positie van transgender en bi+ personen. • Het kabinet verkent een mogelijke verlofregeling voor de transitieperiode van transgender personen. • In 2023 start het kabinet, samen met Bi+ Nederland, een verkenning naar de achterliggende redenen voor de achtergestelde positie op de arbeidsmarkt van mensen met een bi+ gerichtheid en naar aanknopingspunten voor het verbeteren van die positie.25 Tot slot heb ik als coördinerend minister van Emancipatie oog voor de zware positie die vrouwelijke politici en gezagsdragers hebben, wat meermaals bevestigd wordt in onderzoek.26 Het mag niet zo zijn dat vrouwen deze posities gaan vermijden omdat de druk op hen te groot wordt. Ook hier moeten vrouwen in veiligheid hun werk kunnen doen.
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
het verschil groter: 15% van de vrouwen geeft aan slachtoffer te zijn geworden van seksueel geweld (versus 7% van de mannen).28 Bovendien heeft 53% van de Nederlandse vrouwen in haar leven ervaring gehad met seksueel grensover schrijdend gedrag.29 Vrouwen lopen een ernstig hoger risico vermoord te worden door hun (ex)partner. In 6 op de 10 (56%) gevallen van moord op een vrouw is de dader de (ex)partner, versus 4% bij mannen.30
18
2. Veiligheid
27. https://repository.wodc.nl/ handle/20.500.12832/3019 28. WODC & CBS 2020 29. https://rutgers.nl/wp-content/uploads/2021/03/ Seksuele-Gezondheid-in-Nederland-2017.pdf 30. Minder moorden in 2020, wel meer jongeren vermoord (cbs.nl) 31. Factsheet huwelijksdwang| Kennisplatform Inclusief Samenleving (kis.nl) 32. Minder moorden in 2020, wel meer jongeren vermoord (cbs.nl) 33. Minder moorden in 2020, wel meer jongeren vermoord (cbs.nl)
Het kabinet blijft streven naar veiligheid van iedereen in Nederland, dus ook van lhbtiq+ personen en vrouwen. Iedereen moet de ruimte en vrijheid krijgen om zichtbaar en openlijk zichzelf te kunnen zijn, zonder negatieve invloed van seksuele en gendernormen, en zonder geconfronteerd te worden met verbaal of fysiek geweld. Omdat deze vrijheid nog niet voor iedereen vanzelfsprekend is, zet het kabinet onder andere in op het vergroten van de veiligheid van vrouwen en lhbtiq+ personen in de fysieke openbare ruimte, thuis, op het werk, online, binnen het asielbeleid, de sport, het onderwijs, de wetenschap en de zorg. De cijfers zijn namelijk reden tot zorg. Vrouwen zijn vaak slachtoffer van ernstig en structureel geweld. Uit de Prevalentiemonitor huiselijk geweld en seksueel geweld27 blijkt bijvoorbeeld dat in Nederland 9% van de bevraagde vrouwen (versus 7% van de mannen) van 16 jaar en ouder aangeven in het voorgaande jaar slachtoffer te zijn geworden van huiselijk geweld. Voor seksueel geweld is
Naast deze vormen van geweld is er in Nederland ook sprake van schadelijke praktijken zoals vrouwelijke genitale verminking, eergerelateerd geweld, huwelijksdwang en achterlating. Schadelijke praktijken komen voornamelijk voor in gesloten gemeenschappen waar traditionele denkbeelden heersen over rol, positie, opvoeding en seksualiteit van vrouwen en mannen.31 Op 1 januari 2018 woonden in Nederland bijna 41.000 vrouwen die te maken hebben gehad met genitale verminking. Naar schatting lopen 4.200 meisjes de komende 20 jaar risico op genitale verminking.32 Het aantal slachtoffers van huwelijksdwang wordt geschat tussen 338 en 957 per jaar. Jonge vrouwen zijn hierbij vaker slachtoffer dan mannen.33 Dit najaar werkt het kabinet aan een brede aanpak van gendergerelateerd geweld. De focus in de aanpak ligt op vormen van geweld waarbij een bepaalde sekse onevenredig vaak wordt getroffen en/of waar gender invloed heeft op de geweldsdynamiek. Om schadelijke praktijken aan te pakken, heeft het kabinet via de Actieagenda Schadelijke Praktijken een extra impuls gegeven. Over de afgeronde en lopende acties van de Actieagenda en de vervolgaanpak hiervan wordt u in het najaar van 2022 geïnformeerd. Het meerjarenplan zelfbeschikking waarover mijn collega van SZW en ik uw Kamer binnenkort over zullen informeren, kan worden gezien als één van de vervolgacties.
Daarnaast zet het kabinet de implementatie van het Verdrag van Istanbul voort.
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
hebben te maken met de monoseksuele norm en kampen met een slechtere gezondheid, veiligheid en arbeidspositie dan heteroseksuele, lesbische en homoseksuele personen.40 Ook transgender personen hebben een kwetsbare positie zij maken vier tot zeven keer zoveel seksueel geweld mee als cisgender personen.41
19
34. LHBT-monitor 2022 De leefsituatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen in Nederland (2022). CBS 35. LHBT-monitor 2022 De leefsituatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen in Nederland (2022). CBS 36. In onderzoek is tot nu toe vooral gekeken naar lhb personen en hun ervaringen (in tegenstelling tot lhbtiq+ personen) 37. LHBT-monitor 2022 De leefsituatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen in Nederland (2022). CBS 38. Waar het emancipatiebeleid betreft, wordt de term bi+ personen gehanteerd. Daar waar het gaat om het benoemen van cijfers of feiten uit rapporten, wordt de term uit het desbetreffende rapport gebruikt. 39. CBS & WODC 2020 40. LHBT-monitor 2022 De leefsituatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen in Nederland (2022). CBS 41. https://www.transgendernetwerk.nl/wp-content/ uploads/Overal-op-je-hoede-Geweld-tegentransgender-personen-in-Nederland-TNN2018.pdf
De veiligheid van lhbtiq+ personen blijft daarom een aandachtspunt. Daarom blijft de bevordering van de veiligheid van lhbtiq+ personen ook inzet vragen. Op dit moment wordt een onderzoek uitgevoerd dat inzicht zal geven in daders van geweld tegen lhbti personen. Dit onderzoek wordt in het voorjaar van 2023 afgerond. Daarnaast wordt het huidige Actieplan Veiligheid LHBTI geëvalueerd. De uitkomsten van bovengenoemde trajecten zullen een belangrijke basis vormen voor het bepalen van de nieuwe inzet. Hiertoe zullen de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap volgend jaar ook in gesprek gaan met verschillende organisaties die zich inzetten voor de veiligheid van lhbtiq+ personen. Ten opzichte van 2012 is de veiligheid van lesbische vrouwen en homoseksuele mannen gestaag verbeterd.34 De laatste jaren is er sprake van een stagnatie van de afname van zowel de gevoelde onveiligheid als het daadwerkelijke slacht offerschap van geweld bij homoseksuele en lesbische personen.35 Jongeren en lesbische, homoseksuele en bi+ (lhb) personen36 met een migratieachtergrond voelen zich vaker onveilig.37 Van de lhb personen met een migratieachtergrond voelt bijna een kwart zich onveilig in de buurt en bijna één op de acht (12%) is slachtoffer geweest van een geweldsmisdrijf.
Ook biseksuele38 personen nemen een extra kwetsbare positie in waar het gaat om veiligheid. Met name biseksuele vrouwen hebben vaker te maken met seksueel geweld. Bijna de helft (44%) van hen is het afgelopen jaar slachtoffer geweest van (online) seksuele intimidatie of geweld.39 De problematiek van bi+ personen is vaak onzichtbaar. Bi+ personen
In het bevorderen van de veiligheid van lhbtiq+ personen en vrouwen is ook de samenwerking met gemeenten van belang. Gemeenten zetten zich dagelijks in voor een veilige leefomgeving en zij hebben goed zicht op wat er moet gebeuren in de openbare ruimte om ervoor te zorgen dat lhbtiq+ personen en vrouwen zich veilig voelen. Middels de recent geëvalueerde programma’s Regenboog steden en Veilige Steden heb ik een (financiële) bijdrage geleverd aan deze inspanning. De uitkomsten van deze evaluatie laten zien dat deze programma’s effectief zijn gebleken. De samenwerking met gemeenten zet ik in de toekomst dan ook graag voort.
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
Daarnaast blijft het kabinet zich inzetten voor het bevorderen van de acceptatie en het vergroten van de veiligheid van lhbtiq+ personen, ook in die besloten gemeenschappen waar het gesprek soms lastig te voeren is. Het onderzoek “Voor de verandering”42 laat zien dat het voor lhbtiq+ personen in religieuze kring niet vanzelfsprekend is om zichtbaar te zijn wie zij willen zijn en dat zij soms zelfs te maken kunnen krijgen met conversiepraktijken (ook bekend als zogenoemde homogenezing of (homo)conversiepraktijken). Conversiepraktijken zijn praktijken die gericht zijn op het veranderen van de seksuele identiteit, genderidentiteit en/of genderexpressie. Het kabinet heeft meerdere malen benadrukt dat conversiepraktijken niet thuishoren in Nederland. Zowel in onze brief van 28 mei 202143 als onze brief van 5 juli 202244 zet het kabinet uiteen welke maatregelen wij nemen om conversiepraktijken in Nederland te voorkomen en tegen te gaan.
20
Voor de emancipatie van onder andere vrouwen en lhbtiq+ personen is het essentieel dat zij veilig zijn en zich veilig voelen in hun persoonlijke leefomgeving. Vanaf 2018 hebben het kabinet en gemeenten de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling versterkt in het programma “Geweld hoort nergens thuis” (GHNT). Hierbij is onder meer ingezet op het eerder en beter in beeld krijgen van huiselijk geweld en op het verbeteren van de multidisciplinaire samenwerking tussen zorg- en strafrechtketen om dit geweld te kunnen stoppen en duurzaam op te lossen. Het programma GHNT loopt dit jaar door in het programma “Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming”, waarin verder gewerkt zal worden aan versterking van de vroegtijdige aanpak van onveiligheid in huiselijke kring en ontwikkelingsbedreiging bij kinderen. 42. Kamerstukken II, 2020-2021, 30420, nr. 358 (bijlage van de Kamerbrief 43. Kamerstukken II, 2020-2021, 30420, nr. 358 44. Kamerstukken II, 2021-2022, 30420, nr. 371 45. Kamerstuk 34843, nr. 58
Op 27 juni 2022 is de brief over het nationaal actieplan seksueel grensover schrijdend gedrag en seksueel geweld naar de Kamer gestuurd.45 Hierin worden
de inhoudelijke contouren van de inzet van het kabinet uiteengezet. In samen werking met diverse partners zet het kabinet onder andere in op het komen tot gedeelde maatschappelijke normen, het stimuleren en aangaan van het maatschappelijk gesprek, versteviging van wet- en regelgeving en het verbeteren van de inzet van en doorgeleiding naar adequate en effectieve hulp. Deze aanpak krijgt vorm in een nationaal actieplan. De concrete invulling van het nationaal actieplan tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld volgt begin 2023, recente inzichten vanuit de wetenschap worden hierin meegenomen. Binnen dit plan wordt expliciet gekeken naar de rol van mannen en jongens bij het aanpakken van deze problematiek. Daarnaast is Mariëtte Hamer voor een periode van drie jaar aangesteld als onafhankelijke regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld om de aanpak van het kabinet te versterken, aan te jagen en de noodzakelijke cultuurverandering te bewerkstelligen. Vanuit haar signaleringsfunctie adviseert zij het kabinet gevraagd en ongevraagd bij de totstandkoming en uitvoering van het nationaal actieplan. Daarnaast is zij aanjager en ondersteuner van het maatschappelijke gesprek dat moet bijdragen aan de cultuurverandering die wij nastreven. Ook in de culturele en creatieve sector en de media komt grensoverschrijdend gedrag voor.
Sinds de bekendmaking van dit probleem bij The Voice of Holland voert de staatssecretaris van OCW gesprekken hierover met de mediasector. Ook heeft de Raad voor Cultuur over grensoverschrijdend gedrag in deze sectoren op 21 juni 2022 een advies uitgebracht, getiteld “Over de grens”. Het advies gaat in op de kwetsbaarheden in de genoemde sectoren, zoals machtsongelijkheid, het werken met ‘poortwachters’ en onzekere werkomstandigheden in de genoemde sectoren. Binnenkort zal de staatssecretaris van OCW hierop reageren in een brief aan uw Kamer. Zij gaat daarbij in op de aanbevelingen van de Raad van Cultuur, waaronder die op het terrein van diversiteit en inclusie en het
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
kunstvakonderwijs. Ook in deze brief wordt een relatie gelegd met het nationaal actieplan seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.
21
Wat media betreft is het merkbaar dat journalisten helaas steeds vaker te maken krijgen met agressie en bedreiging. Uit de interviews die zijn afgenomen voor de rapporten van de Media Freedom Rapid Response46 en het College voor de Rechten van de Mens47 komt het beeld naar voren dat vrouwelijke journalisten met name online meer bedreiging ervaren. Dit is een zorgelijke ontwikkeling, maar wel een waar meer informatie over nodig is voordat er harde uitspraken over gedaan kunnen worden. In overleg met relevante partijen (waaronder PersVeilig) gaat de staatssecretaris van OCW voor deze onderwerpen onderzoek en/of monitoring instellen, zodat de problematiek beter in beeld komt, er gerichte interventies ingesteld kunnen worden en de kennis over deze onderwerpen beter geborgd wordt in het beleid op de langere termijn.
46. https://www.mfrr.eu/netherlands-towards-a-saferhaven-advancing-safety-of-journalists-amidst-risingthreats-in-the-netherlands/ 47. https://publicaties.mensenrechten.nl/publicatie/ b7fa3584-112f-4a3c-8950-a0d0e878faf6
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
22
3. Onderwijs Goed onderwijs is een voorwaarde voor een samenleving waarin iedereen gelijkwaardig wordt behandeld, veilig is en gelijke kansen krijgt. Gender(identiteit), geslachtskenmerken, genderexpressie of seksuele oriëntatie mag daarin geen rol spelen.
48. https://open.overheid.nl/repository/ronl-d632801b cc27446423fb7c4e0b06b031d067edb8/1/pdf/ kaders-werkagenda-mbo.pdf 49. https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/ detail?id=2022D31200&did=2022D31200 50. https://www.researchned.nl/2022/03/ veiligheidsmonitor-po-vo/?type=project
Het kabinet zet zich in om de afspraak uit het coalitieakkoord en het regenboog stembusakkoord te verwezenlijken om ervoor te zorgen dat scholen de acceptatie van lhbtiq+ leerlingen en studenten optimaal bevorderen, om zo een veilig klimaat voor alle leerlingen en studenten te creëren. Leerlingen en studenten kunnen zich immers alleen optimaal ontwikkelen als scholen en onderwijs instellingen veilig, toegankelijk en inclusief zijn voor álle studenten en álle medewerkers. Samen met de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs zet ik in op het bevorderen van de sociale veiligheid en gelijke behandeling op iedere school en onderwijsinstelling voor leerling, student, leraar en docent, zodat
eenieder veilig, gelijkwaardig en vrij onderwijs geniet. Scholen en instellingen zetten zich daarom actief in om discriminatie, racisme, seksuele intimidatie en seksueel geweld, uitsluiting, stereotypering en vooroordelen met betrekking tot studenten en medewerkers aan te pakken. Met problemen en onzekerheden moeten studenten bij docenten, medestudenten en begeleiders terecht kunnen. Zoals weergeven in de kaders van de Werkagenda mbo48 en in het Bestuursakkoord 2022 hoger onderwijs en wetenschap (ho&w)49, zet ik mij hier de komende jaren voor in. Zo zet de Werkagenda mbo o.a. in op dat de mbo-instelling voor studenten en docenten sociaal veilig moet zijn. Het Bestuursakkoord ho&w zet zich in voor een veilige en inclusieve leer- en werkomgeving waar iedereen zichzelf vrij kan uiten en ontplooien. Iedereen binnen het hoger onderwijs en wetenschap moet zich optimaal kunnen ontwikkelen en dat kan alleen wanneer instellingen een veilige, toegankelijke en inclusieve omgeving bieden voor studenten en medewerkers. Er zijn teveel incidenten en mechanismen die ervoor zorgen dat niet iedereen zichzelf kan zijn en zich veilig kan voelen. Daarnaast heeft de pandemie de al lange tijd groeiende werk- en prestatiedruk onder studenten, docenten en onderzoekers nog zichtbaarder gemaakt.
Instellingen zetten zich actief in om discriminatie, racisme, seksuele intimidatie en seksueel geweld, uitsluiting, stereotypering en vooroordelen met betrekking tot studenten en medewerkers aan te pakken. Het is van belang dat leerlingen al in het funderend onderwijs de waarde van gelijkwaardigheid en gelijke behandeling wordt bijgebracht, zodat leerlingen elkaar leren kennen en respecteren ongeacht hun verschillen. Helaas is dit nog niet voor elke leerling het geval. Uit de veiligheidsmonitor die in het funderend onderwijs wordt uitgevoerd, blijkt dat lhbt leerlingen een groter risico lopen om gepest te worden, en ook om slachtoffer te worden van een geweldsincident.50 Ondanks dat het gevoel van veiligheid onder leerlingen in het voortgezet
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
23
onderwijs over het algemeen niet veranderd is tussen 2018 en 2021, is deze wel verslechterd onder leerlingen die homoseksueel, lesbisch, biseksueel of transgender zijn. Lhbt leerlingen zijn in 2021 vaker opzettelijk lastiggevallen door anderen dan in 2018 en worden twee keer zo vaak gepest. Ook is bekend dat leerlingen van kleur of met een beperking te maken krijgen met vergelijkbare problemen als kansenongelijkheid en sociale onveiligheid. Zo zal een vrouwelijke leerling van kleur, met een beperking en ouders met weinig opleiding een veel grotere kans hebben een te laag schooladvies te krijgen, dan een leerling met slechts een van deze kenmerken. Een ander belangrijk onderdeel van emancipatie binnen het onderwijs is de invloed van gender op de school- en beroepsloopbaan. Gender, seksuele diversiteit, afkomst of ondersteuningsbehoefte horen niet van invloed te zijn op de school-, studie- en loopbaankeuzes die door een leerling worden gemaakt, of hoe een leerling behandeld wordt door diens leraar. Jongeren moeten een kansrijke keuze kunnen maken passend bij hun interesses, talenten en capaciteiten zonder dat deze beïnvloed worden door bijvoorbeeld sociale verwachtingen, gendernormen en rolpatronen. Daarom wordt ingezet op o.a.
voorlichting, het doorbreken van genderstereotypering binnen loopbaan oriëntatie- en begeleiding en het stimuleren van meer vrouwen in bèta, techniek en ICT. Om voor elke leerling en leraar een (sociaal) veilig schoolklimaat te garanderen is het van belang om leraren goed op te leiden en te ondersteunen en om hoogwaardig burgerschapsonderwijs te verzorgen met scherpe en uitgebreide kerndoelen ten aanzien van emancipatieonderwerpen. Het kabinet stimuleert en faciliteert scholen om de acceptatie verder te brengen, bijvoorbeeld met initiatieven als de gender and sexuality alliances (GSA’s), Paarse vrijdag en
Gay&School. Dit doet het kabinet onder meer middels verschillende projectsubsidies en instellingssubsidies aan organisaties als COC Nederland. Daarnaast is het ook noodzakelijk om adequaat in te grijpen als scholen de vrijheid en gelijkwaardigheid van leerlingen onvoldoende respecteren. Als de Onderwijsinspectie misstanden constateert moet de situatie zo snel mogelijk worden hersteld en verdienen de slachtoffers onze onvoorwaardelijke steun. Alleen zo kunnen wij elke leerling het veilige schoolklimaat bieden dat de wet van scholen verlangt en dat een voorwaarde is om het beste uit zichzelf te kunnen halen. Seksueel grensoverschrijdend gedrag komt niet uit het niets. Het is het eindpunt van een glijdende schaal die begint met (gender)stereotypering en via pestgedrag tot geweld kan leiden. Daarom is het van belang om al op jonge leeftijd met kinderen in gesprek te gaan over relaties en seksualiteit, ook op school. Voor een gezonde seksuele ontwikkeling en het aangaan van gelijkwaardige relaties is het belangrijk dat jongeren kennis opdoen over het aangeven van wensen en grenzen en het vragen van consent. Dit draagt bij aan respectvol omgaan met genderdiversiteit en gender en komt de veiligheid van een ieder ten goede.
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
Ook blijft het psychisch welzijn onder lhb jongeren lager dan onder heteroseksuele jongeren.53
24
4. Zorg In de huidige gezondheidszorg is nog onvoldoende kennis op het gebied van gender, seksuele gerichtheid, genderidentiteit en -expressie, geslachtskenmerken, en leeftijd en hoe een eventuele combinatie van deze achtergronden tot eigensoortige problematiek kan leiden. Dit zorgt voor een ongelijke behandeling en ongelijke kansen op gezondheid. Daarom zet het kabinet zich in om het publiek, de zorgsector en de overheid hiervan bewust te maken en te ondersteunen.
51. https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/ 2022/07/05/lhbt-monitor-2022 52. https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/ 2022/07/05/lhbt-monitor-2022 53. https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/ 2022/07/05/lhbt-monitor-2022
Hoewel uit nieuwe inzichten in de leefstijl (overgewicht, bewegen en middelen gebruik) en de (psychische) gezondheid van lesbische en homoseksuele personen blijkt dat deze de laatste jaren meer overeen komt met die van heteroseksuele personen, blijven er specifieke aandachtspunten en zorgbehoeften.51 Dat geldt in het bijzonder voor bi+ personen.52 Bi+ personen hebben een kwetsbare positie als het gaat om hun welzijn: ze zijn drie keer vaker psychisch ongezond en hebben ruim twee keer zo vaak last van depressies als heteroseksuele personen.
Voor de transgenderzorg zet het kabinet zich aankomende kabinetsperiode op verschillende manieren in. Er is veel inzet om de lange wachtlijsten voor transgenderzorg te bekorten. Zo werkt het kabinet langs meerdere sporen om de capaciteit van de transgenderzorg uit te breiden en deze zorg meer toekomst bestendig te maken. Mede op basis van de uitkomsten van een onderzoek over de omvang van de vraag naar transgenderzorg nu en in de komende jaren en de rapportage van de kwartiermaker transgenderzorg die in het najaar van 2022 wordt verwacht, wordt gekeken of aanvullende vervolgacties nodig zijn. Uiteraard is het uitgangspunt daarbij dat er ook na 2022, met of zonder kwartiermaker, voldoende aandacht blijft voor de toegankelijkheid en toekomstbestendigheid van de transgenderzorg.
Inleiding • Emancipatie staat niet op zichzelf • Thema’s • Slotwoord • Bijlage Maatregelen
25
Het is van groot belang om meer inzicht te krijgen in de relevantie van gender en sekse verschillen in de zorg. Deze informatie stelt zorgprofessionals in staat om verschillen beter te begrijpen en een meer gerichte behandeling te bieden. Daarom heeft ZonMW – de organisatie voor gezondheidsonderzoek en gezondheidsinnovatie – hier in opdracht van VWS onderzoek naar gedaan. Het is vervolgens van belang dat opgedane kennis over sekse- en genderdiversiteit wordt opgenomen in de richtlijnen. Uitgangspunt voor het kabinet is dat er maximale borging is van zorgvuldigheid in de zorg voor intersekse kinderen en de afwegingen die daarbij aan de orde komen tussen artsen, ouders, en kind. Teneinde te voorkomen dat er niet-medisch noodzakelijke en non-consensuele behandelingen plaatsvinden bij intersekse kinderen. Het huidige en toekomstige belang van het kind moet altijd voorop staan. Het kabinet onderzoekt wat ervoor nodig is om dit verder te bevorderen. Conform de motie Bergkamp en Van den Hul wordt onderzocht in welke mate in Nederland niet-medisch noodzakelijke ingrepen plaatsvinden bij jonge intersekse kinderen. Hierin wordt ook het perspectief van het kind zelf meegenomen. Het onderzoeksrapport zal zo snel mogelijk met uw Kamer gedeeld worden.