CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Zienswijze Watergat (G22-000021)

Commissie Ruimte en Wonen (hoorzitting) 11 januari 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Hoorzitting Bestemmingsplan Watergat23.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

www.onsaardeas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

FemaiHUIndraJj

NQGēPA NEDERLANDSE 01* EN 0*5 EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATE

Eindrapportage van putstatus

Artikel 8.2.2.2 Mijnbouwregeling, voor zover thans relevant: Het eindrapport over (...) het buiten gebruik stellen van een put bevat de gegevens aangegeven in de bijlagen (...) 12a, is in overeenstemming met die bijlagen ingericht en wordt binnen vier weken na de activiteit overlegd.

Conform artikel 8.2.2.2 Mbr en de bijhorende Bijlage 12a, moet het eindrapport uiterlijk vier weken na beëindiging van de activiteit worden ingediend. Het is van belang dat zo spoedig mogelijk

een

actuele

puttekening

beschikbaar

is,

voor

het

geval

zich

onvoorziene

omstandigheden voordoen bij de Put. Bijlage 12a als bedoeld in artikel 8.2.2.2 Mbr is gemakshalve aan deze Standaard toegevoegd als Appendix D. In Bijlage 12a sub punt 2.1.1 wordt de putstatus gevraagd. Dit kan zijn in-bedrijf, buiten werking gesteld of Buiten gebruik gesteld. Een Put met status Buiten gebruik gesteld is voorzien van alle noodzakelijke ondergrondse Afsluitingen en heeft tevens het putmateriaal aan het oppervlak verwijderd in overeenstemming met afdeling 8.5 Mbr. Een Put met status buiten werking gesteld kan gedeeltelijk Buiten gebruik zijn gesteld. Mogelijkerwijze zijn alle ondergrondse Afsluitingen aangebracht, maar is het putmateriaal aan het oppervlak nog niet verwijderd. Het kan nuttig zijn aan te gegeven tot welke diepte de Put Buitengebruik is gesteld, d.w.z. de diepte van de bovenkant van de ondiepste Afsluiting die voldoet aan afdeling 8.5 Mbr (of destijds vigerende regelgeving). De puttekening is bij voorkeur gebaseerd op die in het werkprogramma, met aanpassingen waar nodig, om de actuele situatie van de Put weer te geven na beëindiging van de activiteit. De Buitengebruikstelling van een Put kan over een aantal afzonderlijke activiteitenperioden worden uitgevoerd, mogelijkerwijze gespreid over een aantal járen.

Dergelijke activiteitenfasen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het afsluiten van enkel het geproduceerde reservoir, of het verwijderen van conductors met een hijsvaartuig, of het verwijderen van conductors tijdens herstelwerkzaamheden van de landlocatie, enz. 8ij een gefaseerde aanpak, behoort de puttekening na elke voltooide activiteitenperiode te worden bijgewerkt en opnieuw te worden ingediend, zodat steeds een actuele tekening van de Put beschikbaar is.

31

Bladzijde 30 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardgas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

FemaiHUIndraJj

NQGEPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE ÉN PRODUCTIE ASSOCIATIE

6.3

Verdere rapportage Behalve de eisen onder Sectie 6.1 en 6.2, dient in het kadervan de rapportageverplichting tevens nog de navolgende wet- en regelgeving en aanbevolen werkwijze in ogenschouw te worden genomen: I)

Vóór en tijdens een buitengebruikstellingsactiviteit: r

kennisgeving van de boorgatactiviteit bij de Inspecteur Generaal der Mijnen op basis van artikel 45n van de Mijnbouwwet, zes weken voor aanvang van de activiteit. Voor de ínhoud van de kennisgeving wordt verwezen naar artikel 11a.6.1. lid 4b van de Mijnbouwregeling.

r

melding aan de Minister van het buiten gebruik stellen van een boorgat, ten minste 4 weken (onshore) of 2 weken (offshore) voor aanvang van de werkzaamheden op basis van artikel 7 en 8 Besluit algemene regels milieu mijnbouw (Barmm);

r

het Rapport inzake Grote Gevaren (RİGG) voor een niet productie installatie (n-PI), conform paragraaf 4.1a.1.2 van de Mijnbouwwet; indien van toepassing, aanpassing van

de

vigerende

vergunning

op

basis

van

de

Wet

algemene

bepalingen

omgevingsrecht (Wabo) of Mijnbouwmilieuvergunning op basis van de Mijnbouwwet; r

indien van toepassing een natuurtoets ten behoeve van een eventuele vergunning op

«

offshore: kennisgeving van de geplande activiteit aan de Dienst der Hydrografie,

r

onshore: kennisgeving van de geplande activiteit aan de gemeente, waterschap,

r

dagelijkse rapportage aan SodM tijdens buitengebruikstellingsactiviteiten, conform

basis van de Wet Natuurbescherming; Rijkswaterstaat en de Kustwacht; brandweer, hulpdiensten voor zover van toepassing; artikel 8.2.2.1 Mbr; II)

Na beëindigen van een buitengebruikstellingsactiviteit van een Put: r

TNO NLOG: Update van de putgegevens en status Offshore: Kennisgeving aan de Dienst der Hydrografie, Rijkswaterstaat en de

r

Kustwacht. r

Onshore: Kennisgeving aan de gemeente, waterschap, brandweer, hulpdiensten, alsmede het bijwerken van de KLIC-database, voor zover van toepassing.

32

Bladzijde 31 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardgas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

FemaiHUIndraJj

1*0 t"J .1/1 -fc*

i

'

NOGEPA

-vl VI

i

i

NEDERLANDSE OllE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE

:0 O tX)

7

BIJZONDERE SITUATIES EN ASPECTEN

7.1

Gedeeltelijk buiten gebruik stellen Deze sectie heeft betrekking op Putten die gedurende langere tijd onbeheerd zullen worden gelaten, bijvoorbeeld exploratieputten. De minimale eisen van deze Standaard zijn van toepassing op dit soort Putten, met dien verstande dat niet alle Verbuizingen worden doorgesneden of verwijderd. Immers, veilige toegang tot de Put is nodig voor eventueel hergebruik of verdere buitengebruikstellingsactiviteiten. De Put behoort derhalve in een zodanige toestand te worden achtergelaten dat hernieuwde toegang op veilige wijze met beheersing van eventuele drukken mogelijk is. Tijdens de onbeheerde periode kan druk zijn opgebouwd onder een cementkolom.

Het

verboren hiervan kan onder andere leiden tot het gevaarlijk uitwerpen van de boorpijp (pipelight situaties). Als een cementkolom nabij het oppervlak wordt gepland die later zou moeten worden verboord, dan is het te overwegen deze cementkolom op voldoende diepte te plaatsen zodat het boorgereedschap (BHA) zich volledig in de Put bevindt tijdens het verboren en de BOPs zodoende kunnen sluiten op de boorpijp en niet de BHA. Aangezien hernieuwde toegang tot een gedeeltelijk Buiten gebruik gestelde Put gecompliceerd en kostbaar kan zijn, is het aanbevelenswaardig de onmiddellijke volledige Buitengebruikstelling te overwegen in plaats van het uitstellen van deze activiteit tot een later tijdstip. 7.2

Gedeeltelijke Buitengebruikstelling voor het boren van een zijtak (sidetrack) Het oorspronkelijke Boorgat onder de aanzetdiepte van een zijtak (kick-off point) zal niet langer toegankelijk zijn. Dat deel van een Put behoort te worden verlaten in overeenstemming met deze Standaard voordat de zijtak wordt geboord, tenzij de vereiste Afsluitingen om eventuele afsluitende Aardlagen te herstellen boven de aanzetdiepte kunnen worden gerealiseerd tijdens de uiteindelijke Buitengebruikstelling van de Put. Als de cementkolom voor de zijtak (kick-off plug) ook als een Afsluiting fungeert, moet de resterende lengte van de Afsluiting na het aanzetten van de zijtak voldoen aan de eisen van een Afsluiting. Voor een zijtak die in het reservoir onder de Sluitlaag wordt aangezet, kan isolatie in het oorspronkelijke boorgat nodig zijn voor productiebeheer. Dit is dan geen Afsluiting zoals bedoeld in deze Standaard en is daarom vrijgesteld van de bepalingen daarvoor. Een zijtak om vastgelopen boorgereedschap te passeren op de diepte van de Sluitlaag behoort zo veel mogelijk aan de beginselen van deze Standaard te voldoen. De situatie kan de beschikbare opties echter beperken. Er kan worden geprobeerd om door en rondom de boorpijp te cementeren, of anders zo dicht mogelijk erboven. Zie Sectie 7.4 betreffende kwaliteitsborging en aandachtspunten voor plaatsing van cementafsluitingen.

De keuze zal sterk afhankelijk zijn van de relatieve positie van de vastgelopen boorpijp ten opzichte van de Sluitlaag en het einde van de laatste Verhuizing (cosing shoe).

Bladzijde 32 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

33

Staatscourant 2019 nr. 66474

Het buiten gebruik stellen van putten

6 december 2019

www.onsaardeas.nl

FemaiHUIndraJj

NQGĒPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE

7.3

Materialen en duurzaamheid van een Afsluiting Materialen die een Afsluiting vormen, behoren de volgende hoofdkenmerken te hebben: -

zeer lage doorlaatbaarheid — ter voorkoming van stroming van Vloeistoffen door het bulkmateriaal.

-

het creëren van een grensvlak-afdichting - ter voorkoming van stroming van Vloeistoffen om de Afsluiting heen, d.w.z. stroming via het grensvlak tussen het afsluitende materiaal en de aangrenzende materialen zoals een stalen buis of gesteente; risico’s van materiaalkrimp en het loslaten op het grensvlak behoren in aanmerking te worden genomen.

-

het materiaal moet op de beoogde positie en diepte in de put blijven. langdurige integriteit - duurzame, langdurige isolatie-eigenschappen van het materiaal; inclusief laag risico op interne scheurvorming en op termijn loslaten op het grensvlak.

-

behoud van functionele eigenschappen onder de te verwachten omstandigheden in de Put, waaronder corrosieve Vloeistoffen (bijv. CO2, H2S, koolwaterstoffen, brijn), drukken en temperaturen.

-

mechanische

eigenschappen

geschikt

voor

belastingen

onder

te

verwachten

temperaturen en druk.

Al bijna een eeuw worden over de gehele wereld materialen op basis van cement gebruikt en geaccepteerd als materiaal voor Afsluitingen in Putten. Dit sluit het gebruik van andere materialen niet uit. Die materialen behoren te voldoen aan de bovenstaande eisen, waarbij de beoordeling behoort te worden gedocumenteerd. Specifieke richtlijnen zoals Guidelines on qualification of materials for the abandonment of wells, nummer 2, oktober 2015 (gepubliceerd door Oil ã Gas UK), kunnen hierbij behulpzaam zijn. Staal wordt door de internationale olie- en gasindustrie aanvaard als onderdeel van een Afsluiting. Om de duurzaamheid te vergroten, behoort het staal te worden ingebed aan binnenen buitenkant met cement, of met een materiaal met vergelijkbare functionele eigenschappen. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid, behoren de volgende materialen geen onderdeel uit te maken van een Afsluiting: afdichtingen van elastomeren zoals gebruikt in bijvoorbeeld mechanisch pluggen en packers; mechanische pluggen en packers kunnen wel worden gebruikt als ondersteuning voor vloeibaar cement; -

leidingen en kabels door een Afsluiting kunnen lekpaden veroorzaken, bijvoorbeeld via stuurleidingen, injectieleidingen, elektrische stroom kabels, datakabels, optische kabels, en met kunststof beklede (plastic coated) opvoerseries (tubing) of andere Verhuizing.

34

Bladzijde 33 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardgas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

[ĒHAnDffiDRĀj]

10

SJ

'-n i i

NGGĒPA

•vj vj

^ NJ

NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCT* ASSOCIATIE

:0 o

•i-k ^

?*Û (X) 7.4

Kwaliteitsborging bij plaatsing van Afsluitingen Bij gebruik van cement voor Afsluitingen, zijn materiaaleigenschappen, alsmede meng-, pomp­ en plaatsingsprocessen, kritieke onderdelen van de kwaliteitsborging. De praktische uitvoering is afhankelijk van de Put en het gebruikte gereedschap, maar gedetailleerde taakplanning en rapportage van de daadwerkelijke uitvoering tegen dit plan, behoren te worden toegepast om de kwaliteit van de geplaatste cementafsluiting aan te tonen. Om een betrouwbare cementafsluiting te creëren, mag het vloeibare cement tijdens het verhardingsproces na plaatsing niet bewegen. Een effectieve ondersteuning behoort aanwezig te zijn om het wegvallen van het vloeibare cement te voorkomen. Als voorbeelden valt daarbij te denken aan een mechanische plug, packer, boorgatbodem, eerder geplaatste cementkolom, een viskeuze pill, viskeuze boorvloeistof, of een verstopte annulaire ruimte. Om het effect van wegvallen, verontreiniging, krimpen, etc., tegen te gaan, kan het cementvolume worden vergroot. Registratie van de dichtheid en verpompte/geretourneerde/verloren volumes van het vloeibare cement zijn belangrijke indicatoren voor de kwaliteit van een cement Afsluiting en ondersteunt daarmee de verificatie. Bij het ontwerp van een Afsluiting behoort rekening te worden houden met onzekerheden betreffende (maar niet beperkt tot): -

ondergrondse plaatsingstechnieken;

-

diepte en maat van de cement afsluiting;

-

minimale volumes voor een homogene menging van het vloeibare cement;

-

gepompte en terugontvangen volumes;

-

pompeffìciëntie en parameters;

-

oorzaken van verliezen;

-

verontreiniging door vloeistoffen;

-

krimp van cement, of van ander materiaal.

Extra cementvolume kan worden gepompt om verontreiniging tijdens pompen en plaatsen te compenseren. Wanneer een zware viskeuze pill ter ondersteuning van het vloeibare cement wordt gebruikt, kan in een laboratoriumopstelling bevestigd worden dat deze zelf niet wegvalt in de aanwezige putvloeistof. De diameter en de openingen van de stinger kunnen worden geoptimaliseerd voor minimale verontreiniging. Daarbij speelt een rol welk soort ondersteuning wordt gebruikt en of de stinger voor verificatie wordt aangewend. Een stinger kan eventueel worden ingecementeerd ter voorkoming van verstoring tijdens optrekken. Hierdoor is een langere cementkolom mogelijk. Vooreen dergelijke toepassing is een ontkoppelingsadapter beschikbaar en gelden uiteraard dezelfde principes en procedures als voor een goede primaire cementatie van Verhuizing. Het is niet vereist om cement in productie-perforaties te injecteren of production packers te verwijderen mits het herstel van de Sluitlaag kan worden gerealiseerd door het plaatsen van een Afsluiting boven de perforaties of packer.

35

Bladzijde 34 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardeas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

EMAINTIENDraj

NGGEPA one

Nederlandse en gas exploratie en PRODUCTIE ASSOCIATIE

7.5

Horizontale Boorgaten De Buitengebruikstelling van een horizontaal verlopend Boorgat is niet anders dan bij andere (niet-horizontale) Boorgaten; het plaatsen van een goede Afdichting bij hoge inclinatie vergt echter meer aandacht. In veel gevallen kunnen gesteenten die door het horizontale deel van een Boorgat wordt doorboord als een enkele Zone metStromingspotentieel worden beschouwd. Het is niet vereist om Afsluitingen in het horizontale Boorgat te plaatsen als een geschikte Sluitlaag erboven hersteld wordt middels een Afsluiting. In het algemeen specificeert deze Standaard Afsluitingen met 100 meter cement (of 50 meter indien geplaatst op een mechanische ondersteuning); deze lengtes gelden als gemeten langs het Boorgat. Bij een bijna-horizontaal Boorgat kan een praktische grotere lengte worden gekozen zodat de uiteindelijke verticale dikte van de Afsluiting wordt vergroot. Hiermee wordt tevens het risico van verontreiniging van het vloeibare cement en uitzakking na plaatsing verminderd. Als er annulaire en interne isolaties nodig zijn in een niet-gecementeerde productie-liner in een horizontaal of bijna-horizontaal Boorgat, is zorgvuldige planning vereist. Hierbij kan worden gedacht aan grote cementvolumes, meervoudige plaatsingen en/of gebruik van packers waar doorheen kan worden gepompt.

Als een Put een niet-gecementeerde productie-liner heeft, is het waarschijnlijk dat het Boorgat slechts één Zone met Stromingspotentieel zal bevatten. Het plaatsen van een Afsluiting daar is dan niet altijd nodig, zelfs niet als annulaire isolaties (bijv. middels externe packers zoals zgn. ECPs) aanwezig zijn, bijvoorbeeld ten behoeve van het optimaliseren van de productie. Het plaatsen van Afsluiting in een horizontale Put wordt vergemakkelijkt als er tijdens de planning en constructie fasen van de Put rekening mee wordt gehouden.

7.6

Multilaterale putten De Buitengebruikstelling van een multilaterale Put (waarbij productie plaatsvindt uit meerdere zijtakken) is niet anders dan bij andere (niet multilaterale) Putten. In veel gevallen kunnen gesteenten die door de multilaterale Boorgaten van een Put worden doorboord als een enkele Zone met Stromingspotentieel worden beschouwd. Het is dan niet vereist om Afsluitingen in de verschillende zijtakken te plaatsen, mits een geschikte Sluitlaag erboven hersteld wordt door een Afsluiting. De volgende overwegingen zijn van toepassing bij het ontwerp van multilaterale Putten: -

toekomstige buitengebruikstelling, met name de locatie van de Sluitlaag;

-

aanwezigheid van cement op aanzetpunten naar zijtakken;

-

mogelijk verschillende drukregimes in de zijtakken van de Put;

-

het isoleren van annuli boven de zijtakken;

-

het waarborgen van beschikbaarheid van speciaal gereedschap voor toegang tot de individuele multilaterale zijtakken.

36

Bladzijde 35 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOCĒPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardeas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

[ĒHAnDffiDRĀj] 10 NJ

-•-n u

ŕ?

NQGEPA

KJ NJ — —

NEDERLANDSE OUE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE

’.O Lû 7.7

HPHT-putten (High Pressure High Temperature I hoge druk hoge temperatuur) Boven een olie- of gasreservoir met HPHT condities (zie Definities), behoren twee Afsluitingen te worden geplaatst die elk afzonderlijk als competente Afsluiting kunnen worden beschouwd. De Buitengebruikstelling van een HPHT-put is in principe niet anders dan bij andere (niet-HPHT) Putten. Echter, met de toegenomen complexiteit van deze Putten en mogelijke gevolgen van gebreken, behoren bijzondere aspecten te worden beschouwd, zoals het risico op heropbouw van hoge druk, de integriteit van de afsluitende gesteentelaag bij vervorming,

korte

overgangszone van de overdruk, deformatie van Verhuizing, cyclische temperatuurwisselingen, degradatie van cement als gevolg van hoge temperatuur en, in het geval van een grotere reservoirdikte, eventueel compactie van het reservoir en bodemdaling, etc.. Het plaatsen van cement bij een hoog vloeistofgewicht in het Boorgat vereist zorgvuldige planning. Een grotere lengte van de Afsluiting kan de risico's verminderen. 7.8

Hydraulische gefractureerde ("fracked") Putten De principes voor Buitengebruikstelling van een hydraulisch gefractureerde Put zijn niet anders dan bij andere Putten.

7.9

Niet-toegankelijke Boorgaten Indien een Put niet toegankelijk is tot de vereiste diepte, is het herstellen van de Sluitlaag mogelijkerwijze niet haalbaar. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van gedeformeerde of gebroken Verhuizing, instorting van het Boorgat of vastgelopen gereedschap. In dergelijke gevallen kan het niet haalbaar zijn om aan alle eisen van deze Standaard te voldoen. Pagina 8 beschrijft hoe te werk te gaan in een dergelijke situatie.

7.10

Overlapping van Liners Als een of meerdere Sluitlagen dieper dan een liner-overlapping worden hersteld, dan hoeft de top van de liner niet met cement te worden te afgesloten. Ook als een geschikte Sluitlaag zich boven (dus ondieper dan) de liner-overlapping bevindt en wordt hersteld, hoeft de top van de liner niet met cement te worden afgesloten. In het geval dat de liner-top zich bevindt ter hoogte van de Sluitlaag en de kwaliteit van cement in de liner-overlapping onzeker is, behoort de Afsluiting hetzij boven, hetzij boven en onder de //ner-overlapping te worden geplaatst (dat wil zeggen, niet alleen er onder). Bij het aanleggen van een Put wordt vaak een liner-top packer onmiddellijk na de cementering gezet. De liner-overlapping en de liner-top packer worden dan niet apart getest, zodat het niet bekend is of het cement in de liner-lap bestand is tegen de druk. Verder geldt een een liner-top packer niet als Afsluiting.

37

Bladzijde 36 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardgas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

** r

isis&i FemaiHUIndraJj

NGGEPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCT* ASSOCIATIE

7.11 Afsnijden en terugwinnen van boorgatverbuizing Bij het terugwinnen van de Verhuizing, zoals vermeld in sectie 5.5.2, sub 1, blijkt het vaak niet mogelijk de Verhuizing vrij te trekken als gevolg van blokkades in de annulus of gedeeltelijke cementering. Als de Verhuizing enkel ondiep kan worden teruggewonnen, kan herstel van de Sluitlaag mogelijkerwijze niet haalbaar zijn. Het kan nuttig zijn een alternatief plan klaar te hebben voor een dergelijke situatie. Bij het afsnijden en terugwinnen van een Boorgatverbuizing behoren voorzorgsmaatregelen te worden genomen in verband met eventueel aanwezig zijn van ingesloten gas- of vloeistofdruk achter de Verhuizing. Hoewel vloeistofdruk aanwezig kan zijn, zullen annulaire vloeistof volumes vaak beperkt zijn. Vergeleken met een theoretische berekende top-cement, zal de snijdiepte van Verhuizing in het algemeen aanzienlijk ondieper zijn. Dit is een gevolg van extra verpompte hoeveelheden cement en ongelijkmatige verplaatsing tijdens de oorspronkelijke cementatie. Zelfs wanneer logs een losse Verhuizing aangeven, is het vaak niet mogelijk de Verhuizing vanaf daar los te trekken. Dit wordt doorgaans veroorzaakt door het uitzakken van vaste deeltjes in de annulaire ruimte of vervorming van gesteentelagen.

Het ponsen van gaten in de Verhuizing en het tot stand brengen van circulatie is een eerste stap alvorens verder te gaan met snijden en pogingen de Verhuizing los te trekken. Dit voorkomt natuurlijk ook onverwachte putdrukproblemen en een daarvoor benodigde BOP configuratie. Het terugwinnen van de Verhuizing vanuit het open Boorgat (d.w.z. beneden de vorige Verbuizingsschoen) is meestal onmogelijk als gevolg van de instabiliteit/instorting van het Boorgat en uitzakkingen van vaste deeltjes; dit beperkt ook eventuele reparatiemogelijkheden in het diepere Boorgat. Een zogenaamde annulus top-fill met cement (zoals in het verleden soms toegepast) zal er doorgaans toe leiden dat de Verhuizing niet kan worden teruggewonnen. Vrije Verhuizing staat meestal onder trekspanning. Het doorsnijden van de Verhuizing waar deze niet is gecementeerd, zal veelal leiden tot het zakken van het onderste deel van de Verhuizing. De beweging en/of de schokgolf kan ertoe leiden dat eventueel opgesloten gas in de annulus vrijkomt als gevolg van het verstoren van blokkades in de annulus of zelfs het beschadigen van de bestaande cementkolom. Gas kan ook zijn geaccumuleerd onder de afhanging van de Verhuizing, in het bijzonder bij Putten op de zeebodem, waar de mogelijkheid om druk af te laten ontbreekt.

Hoewel dergelijke situaties zeldzaam zijn, is het goed voorzorgsmaatregelen in het werkprogramma op te nemen. Het afsnijden van Verhuizing met explosieven op geringe diepte kan een drukgolf veroorzaken en pijpwerk op ongecontroleerde wijze uit het boorgat stuwen. Wanneer de Verhuizing is teruggewonnen en een cementkolom boven het afgesneden deel wordt geplaatst, behoren maatregelen te worden genomen om te voorkomen dat vloeibaar cement wegvalt tussen de Verhuizing en de annulus, bijvoorbeeld door een bridge plug of een viskeuze pill boven het snijvlak aan te brengen als ondersteuning voor de vloeibare cement (zie Figuur 3). Dit voorkomt ook eventuele instroming tijdens het hardingsproces van de cement.

38

Bladzijde 37 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardeas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

ĩlMÃĨÑTĨiÑDRĀĴj

NODE PA NEDERLANDSE OllE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOC MIC

ŞSļuítfaag :

Mechanische plug of viskeuze pil

Verhuizing is afgesneden en

als basis voor de cement dekt

teruggewonnen

zowel de afgesneden verhuizing als de annulaire ruimte af

Figuur 3: Plaatsing van een Afsluiting over een Sluitlaag na het doorsnijden en terugwinnen van de (binnenste) Verhuizing die met was gecementeerd ter hoogte van de Sluitlaag.

7.12

Herplaatsen van cement na perforeren van de Verhuizing Het herplaatsen van een cementkolom in een annulus, zoals genoemd in sectie 5.5.2, sub 2, betreft het pompen van cement via perforatiegaten in een open annulus. Deze techniek wordt al meer dan 50 jaar gebruikt. Vaak kan na perforeren geen circulatie of te weinig stroomsnelheid worden bereikt vanwege een grote stromingsweerstand. Er kan dan gekozen worden voor herhaling op geringere diepte en/of met andere Vloeistoffen, en/of additionele perforaties (bijvoorbeeld 50 of 100 meter ondieper) voor terugstroming; er is dan wel een packer of een cup-type tooi benodigd. Vanwege

de

niet-ideale

omstandigheden

voor

het

plaatsen

van

cement,

is

het

aanbevelingswaardig langere tijd te circuleren, wellicht met cleaning-pills, om de annulaire ruimte schoon te krijgen en lange cementkolommen te plaatsen. Ter voorkoming van het wegvallen van het vloeibare cement, kan als eerste stap een viskeuze pill in de annulaire ruimte worden gepompt via lagere perforatiegaten of een epoxy ring, bijvoorbeeld plaatsbaar aan e-line. 7.13

Perforeren, spoelen, cementeren De techniek zoals genoemd in sectie 5.5.2, sub 3, wordt ook wel PWC genoemd (PerforateWash-Cement). Daarbij worden enkele tientallen meters Verhuizing geperforeerd, vervolgens wordt de annulaire ruimte gespoeld met een cup-type tooi ofjetting-tool, waarna nieuw cement wordt geplaatst in de annulaire ruimte en in het binnenste van de Verhuizing. Dit kan in éen efficiënte operatie worden uitgevoerd zonder gereedschap te wisselen. De PWC techniek dateert uit 2010. Door de binnenste cementkolom uit te boren en een log te nemen, zijn er tientallen gevallen bekend waar een goede plaatsing is aangetoond. Dit is een omslachtige verificatie methode die doorgaans niet meer nodig tenzij de putomstandigheden of operationele problemen daartoe aanleiding geven. Het merendeel van de ervaring is opgedaan

39

Bladzijde 38 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardeas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

EMAINTIENDraj

NGGēPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE

in 9-5/8" Verbuizing. Er zijn ook een aantal toepassingen waarbij de operatie op een dubbele Verhuizing is uitgevoerd, veelal 9-5Z8"xl3-3Z8". Het succes van de techniek hangt mede af van de kwaliteit van het aanwezige cement in de annulaire ruimte. Met name als zich competent cement in de annulus bevindt, heeft het spoelen een beperkt effect. Het is derhalve gebruikelijk van tevoren een cement bond log te nemen en het beste diepte interval te selecteren; daarvoor zijn criteria gepubliceerd.

7.14

Wegfrezen van Verbuizing Het wegfrezen van de Verbuizing (section milling), zoals vermeld in sectie 5.5.2, sub 4, en het vervolgens schoonmaken en plaatsen van nieuwe cement in de gecreëerde ruimte (casing window), is een uitgebreide hersteltechniek. De techniek wordt vooral gebruikt bij niet afdichtende cementkolommen in een annulaire ruimte. Het nadeel is dat het dieper gelegen Boorgat niet langer toegankelijk is. Het verwijderen van een deel van de Verbuizing door wegfrezen geeft vaak operationele problemen. Voorzorgmaatregelen zijn nodig om de ontstane freesspanen te verwijderen uit het Boorgat en de boorgatspoeling. Sommige boorgatafsluiters (BOPs) verdienen daarbij speciale aandacht. Voor het wegfrezen van de Verbuizing behoort een lengte van 50 m te worden gepland, hoewel minder lengte afdoende is gebleken om terugkerende annulaire druk te voorkomen. De lengte is in overeenstemming met Sectie 5.5.2 als er een mechanische of vaste ondersteuning is. Voor de annulaire ruimte is dit veelal het geval als deze grotendeels is afgesloten met cement en freesspanen

waardoor

het

risico

op

uitzakken

van

vloeibare

cement

of

stroming

verwaarloosbaar is. Bij het schoonmaken van de gecreëerde ruimte is de bedoeling alle oude cement, spanen en een dun laagje van het gesteente te verwijderen. Centralisatie en sterkte van het gereedschap zijn daarbij

aandachtspunten, alsmede de eigenschappen van de

boorgatvloeistof en

het

vrijkomende gesteente. Tijdens het uitharden van het cement kan druk worden gezet op het cement, echter zonder de formatiesterkte te overschrijden en daarbij mogelijkerwijze vloeistofverliezen te creëren. 7.15

Verwijdering van in het Boorgat aanwezige materiaal (packers, pijpwerk, leidingen, kabels) Verwijdering van het aanwezige putmateriaal is in het algemeen niet vereist, behalve als daardoor de vereiste Afsluitingen niet kunnen worden aangebracht. Het bedoelde putmateriaal omvat Verbuizingen, liner hangers, packers, pluggen, etc. Kabels en leidingen moeten ter plaatse van een Afsluiting wel verwijderd worden en mogen niet door een Afsluiting heen lopen. Dit zijn kabels en leidingen die gebruikt worden voor opvoerseries (tubing) zoals elektrische leidingen, data-, besturings- en injectieleidingen, glasvezelkabels, etc. Dergelijke componenten vormen een potentieel lekkage-pad door de Afsluiting omdat zij inwendig niet zijn afgedicht en de beschermingsmantel ervan niet bestaat uit duurzaam materiaal.

Bladzijde 39 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

40

Staatscourant 2019 nr. 66474

Het buiten gebruik stellen van putten

6 december 2019

www.onsaardeas.nl

[ĒHAnDffiDRĀj] 10 fO

??

NGGEPA

W

M

NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN

.

«

PRODUCTIE ASSOCIATIE

?j0 00 Als de Afsluiting zich boven een productie-poriter bevindt, kan deze (en het onderste deel van de opvoerserie/completion) in de Put blijven. Door in de productie-packer een wireline plug te plaatsen, kan deze effectief worden gebruikt als ondersteuning voor vloeibare cement. Ook kan vloeibare cement door bullheading in de perforaties worden gepompt waardoor het onderste deel van de Put tot boven de productie-pocker met cement wordt gevuld (zie voorbeelden in Figuur 4). Zowel de productie-ímer als het onderste deel van de opvoerserie (tailpipe) kunnen soms een beperkte hoeveelheid NORM-afzetting bevatten, die echter niet verwijderbaar is.

7.16

Buitengebruikstelling van niet-verbuisde Boorgaten Dit betreft Boorgaten zonder gecementeerde verbuizing, zoals die kunnen voorkomen bij een exploratie boring of een barefoot completion.

De eis om de Sluitlaag te herstellen geldt voor zowel verhuisde als onverbuisde Boorgaten (conform Sectie 5.2 en Sectie 5.3).

Verder behoort bij een onverbuisd Boorgat een Afsluiting boven de schoen van de laatste Verbuizing of liner te worden aangebracht. Dit maakt een meer betrouwbare verificatie door druk- of gewìchtsbeproeving mogelijk. Aan deze eis kan worden voldaan door een afzonderlijke cement plug binnen de Verbuizing te plaatsen of door een cement plug te plaatsen die zich uitstrekt vanuit het open Boorgat tot boven de verbuizingschoen.

Bij een onverbuisd boorgat, kan een eerste cementkolom op de bodem van het Boorgat worden geplaatst. Lange cementkolommen kunnen in verschillende secties worden geplaatst om verstoring van de cement te voorkomen bij het optrekken van de stinger. Als alternatief kan een lange cementkolom zonder verstoring worden geplaatst via een ingecementeerde stinger, die na cementering hydraulisch wordt ontkoppeld van de werkpijp. Mogelijke vloeistof verliezen als gevolg van een lange cementkolom zullen daarbij in overweging moeten worden genomen.

Opmerking 1: In geval van het buiten gebruik stellen van een onverbuisd Boorgatgedeelte ten behoeve van het boren van een zijtak, is geen sprake van een permanente Afsluiting ter hoogte van de aanzetdiepte (kick-off point). Deze paragraaf is dan niet van toepassing. Zie Sectie 7.2. 7.17

Buitengebruikstelling zonder verwijdering van de opvoerserie (through tubing) Bij het buiten gebruik stellen een Put zonder verwijdering van de opvoerserie (tubing) wordt de opvoerserie gedeeltelijk ingecementeerd ter plaatse van de Afsluiting. Hiertoe worden onmiddellijk boven de productie-packer circulatiegaten in de opvoerserie geponst en wordt cement binnen en buiten het pijpwerk aangebracht. Deze techniek bevordert de veiligheid omdat een cementafsluiting worden geplaatst voordat het spuitkruis (x-mas tree) wordt verwijderd voor de installatie van BOPs.

Bladzijde 40 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOũtPA

Alle rechten voorbehouden Versie: 26 Juni 2019

41

Staatscourant 2019 nr. 66474

Het buiten gebruik stellen van putten

6 december 2019

www.onsaardeas.nl

FemaiHUIndraJj

NGGēPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORA1IE EN RRODUCIIE ASSOCIAIIE

Het is momenteel niet toegestaan een Put Buiten gebruik te stellen zonder verwijdering van de opvoerserie, zoals beschreven. Echter, de Minister kan ontheffing verlenen in specifieke situaties, bijvoorbeeld als er geen andere manier is om een Afsluiting te plaatsen. Het pompen van cement via de opvoerserie naar de perforaties (bullheading), is een toegestane werkwijze voor het plaatsen van een Afsluiting in daartoe geschikte Putten, zoals wanneer de opvoerserie integriteit en de geperforeerde zone injectiviteit heeft. Ook het plaatsen van cement onder de product!e-pocker met Coiled Tubing is een toegestane werkwijze. Na plaatsing van de eerste Afsluiting, kunnen additionele Afsluitingen geplaatst worden door de opvoerserie als stinger te gebruiken, zoals beschreven in Sectie 7.18.

Cement plug gezet met tubing (teruggewonnen)

Cement plug gezet met tubing (teruggewonnen)

Sluitlaag

Productie packer

Cement plug gezet d.m.v. dood pompen

Wireline plug

Zone met

Stromingspotentiëel Figuur 4: De product!e-pocker kan in de Put blijven wanneer de Sluitlaag erboven ligt en de Afsluiting daar kan worden gecreëerd. De illustratie toont als voorbeeld opties voor doodpompen (bullheading] (links) en een draadlijnplug (wireline plug) geplaatst in het onderste deel van de opvoerserie (rechts).

7.18

Opvoerserie (tubing) als cement-sf/nger De opvoerserie kan als cement-stinger worden gebruikt in geschikte Putten. Hiervoor wordt de opvoerserie afgesneden en gedeeltelijk opgetrokken om tenminste de stuurleiding van de veiligheidsklep te verwijderen. De opvoerserie wordt vervolgens ingelaten voor het plaatsen van een gebalanceerde cementkolom en daarna voor de gewichtsbeproeving van de cementkolom. Tenzij niet toegestaan door andere wettelijke eisen, kan de opvoerserie gedeeltelijk in de Put blijven, bijvoorbeeld rustend op de cementkolom. Vervolgens kan deze ondieper gesneden worden en kan het bovenste deel van de opvoerserie worden verwijderd, of gebruikt worden om de verdere cementkolom te plaatsen. Zie ook Sectie 7.4

voor kwaliteitsborging en

aandachtspunten bij het plaatsen van Afsluitingen. 7.19

Afsluiting door vervormende formaties Van bepaalde formaties (bijvoorbeeld bepaalde soorten schalie of zouten) is bekend dat zij kunnen vervormen als gevolg van spanningsverschillen en in staat zijn een open annulaire ruimte af te sluiten. Het betreft hier gewoonlijk een geologische eigenschap die in een groter gebied voorkomt en niet een geïsoleerd put-gerelateerd verschijnsel. Een dergelijke formatie

42

Bladzijde 41 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardeas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

EMAINTIENDraj

10

K)

•'sj

'si

ivj

NJ

NGGEPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE

30 O

kan als Sluitlaag worden aangewend, waarvoor zij dan ondoorlatend en voldoende sterk moet zijn. Als de Afsluiting van de formatie tegen de Verbuizing voldoende is om stroming bij de Verwachte Maximum Druk te voorkomen, dan kan deze Afsluiting worden geaccepteerd als minstens equivalent aan een annulaire Afsluiting door cement. De kwalificatie van een formatie-afsluiting in een Put behoort dan het volgende te omvatten: 1.

Bewijs dat de formatie de vereiste sterkte heeft om de Verwachte Maximum Druk te weerstaan, aangetoond in de onderhavige Put of in naburige Putten door middel van een druk test.

2.

Verificatie dat de lengte van de resulterende afsluiting groter is dan 50 m (of de dikte van de Sluitlaag, indien minder), waarbij de kwaliteit van de afsluiting minstens gelijkwaardig moet zijn aan die van een goede cementafsluiting. Twee onafhankelijke instrumenten voor boorgatmetingen (logging tools) (bijv. een akoestisch en een ultrasoon instrument) behoren te worden gebruikt om de goede kwaliteit van de Afsluiting tussen de Verbuizing en de formatie te bevestigen. Een expert met ervaring in het evalueren van de gebruikte boorgatmeetinstrumenten behoort de resultaten van de boorgatmetingen te interpreteren en te documenteren, hierbij gebruikmakend van formatie-specifieke parameters.

3.

Validatie dat de boorgatmeting van de kwaliteit van de annulaire Afsluiting kan worden geïnterpreteerd als niet-lekkend bij de Verwachte Maximale Druk. Dit kan worden bereikt door middel van een drukproef tussen perforaties op (ten hoogste) 50 m afstand van elkaar. Zodra de kwaliteit van de formatie-afsluiting in enkele Putten is vastgesteld, kan deze validatie activiteit verder achterwege blijven.

7.20

Putten met H2S en/of CO2 De Afsluitingen in een Put met H2S of C02 behoren te worden ontworpen om de potentiële effecten van dergelijke gassen op de componenten ervan (zoals cement, staal, formatie) te kunnen weerstaan. Opslag van C02 valt vooralsnog buiten het kader van deze Standaard.

7.21

Vrijkomen van gas uit ondiepe formaties Het vrijkomen van gas uit ondiepe formaties is een wijdverbreid natuurlijk fenomeen, onder andere voorkomend in het westen van Nederland. Als gasbelletjes worden waargenomen rondom buiten gebruik gestelde Putten, is dit niet noodzakelijkerwijze een aanwijzing voor het falen van Afsluitingen. Dit gas is veelal van biogene oorsprong (zoals moerasgas) en kan worden onderscheiden van thermogeen gas door middel van een analysB van de chemische samenstelling. thermische

Gasproductiereservoirs

processen

die

bevatten thermogeen gas

plaatsvinden

op

een

geologische

dat

is ontstaan door

tijdschaal

bij

temperaturen en drukken in diepe gesteentelagen.

43

Bladzijde 42 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardeas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

verhoogde

FemaiHUIndraJj

NGGēPA NEDERLANDSS OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE

7.22 Niet-terughaalbare radioactieve instrumentbronnen Sommige boorgatmeetinstrumenten die tijdelijk in Boorgaten worden neergelaten, bevatten radioactieve bronnen. In het zeldzame geval dat dergelijke meetinstrumenten niet teruggehaald kunnen worden, moet het relevante deel van het Boorgat worden afgesloten en Buiten gebruik worden gesteld conform deze Standaard. Zie ook Appendix E, van SodM Nieuwsbulletin 18: "Melding/procedure bij een vastzittende radioactieve bron in een boorgat of put".

44

Bladzijde 43 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGCPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardeas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

^īSĨNTĪĨNDRĀÏÏ řvj

.'Jl

NQbĒPA IO NJ

NEDERLANDSE OUE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE

ìJD íjĵ

Appendix A

Artikelen in afdeling 8.5 Mbr

Gemakshalve wordt in deze Appendix de tekst van de Mijnbouwregeling weergegeven zoals gepubliceerd in de Staatscourant (27 maart 2019 nr 16260). In Appendix B is de bijbehorende Toelichting weergegeven. Afdeling 8.5. Het buiten gebruik stellen van boorgaten en putten ŝ 8.5.1. Algemeen Artikel 8.5.1.1 Deze afdeling is: a. van toepassing op het geheel buiten gebruik stellen van boorgaten en putten; b. van overeenkomstige toepassing op het gedeeltelijk buiten gebruik stellen van boorgaten en putten, waaronder het buiten gebruik stellen van een zijtak; c. van overeenkomstige toepassing op boorgaten en putten die voor een ander doel dan de opsporing of winning van koolwaterstoffen zijn aangelegd of in gebruik zijn genomen voor de opslag van stoffen. Artikel 8.5.1.2 Voordat een uitvoerder een put buiten gebruik stelt, identificeert hij alle zones met stromingspotentieel en onderzoekt hij met welke maatregelen de stroming van gassen en vloeistoffen naar of van gesteentelagen buiten de zone of de oppervlakte kan worden voorkomen. Artikel 8.5.1.3 Bij het buiten gebruik stellen van een put brengt de uitvoerder een effectieve en duurzame afsluiting aan die voorkomt dat ondergrondse gassen en vloeistoffen door de sluitlaag naar andere gesteentelagen of naar het oppervlak kunnen stromen. Artikel 8.5.1.4 1.

De minister kan ontheffing verlenen van bepalingen van deze afdeling, indien in een effectieve en duurzame methode van buiten gebruik stellen wordt voorzien in het geval: a. b.

van een gedeeltelijke buitengebruikstelling; van het buiten gebruik stellen van een boorgat of put die: -

niet is gebruikt voor de opsporing of winning van koolwaterstoffen of

-

wordt gebruikt voor de opslag van stoffen;

c.

dat een obstructie in het boorgat een andere wijze tot het buiten gebruik stellen van een put

d.

van het gebruik van een ander materiaal dan cement; of

e.

de houder van de vergunning bij het buiten gebruik stellen alle maatregelen heeft genomen

noodzakelijk maakt;

die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden en na het buiten gebruik stellen een afsluiting minder effectief of minder duurzaam blijkt dan verwacht, onder het stellen van

45

Bladzijde 44 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardeas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

HKbh FemaiHUIndraJj

NQGĒPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE

voorschriften voor het monitoren van de buiten gebruik gestelde put en het zo nodig nemen van mitigerende maatregelen. 2.

De ontheffing kan onder voorschriften of beperkingen worden verleend.

Ş 8.5.2. Regels over het buiten gebruik stellen van putten Artikel 8.5.2.1 De uitvoerder stelt een put buiten gebruik door: a. een afsluiting ter hoogte van iedere sluitlaag; b. een topafsluiting; en c. het verwijderen van putmateriaal nabij het aardoppervlak.

Artikel 8.5.2.2 De uitvoerder kiest een afsluiting van een sluitlaag zodanig dat de afsluiting zich op gelijke hoogte bevindt met een sluitlaag, die: a. ondoorlatend alsmede voldoende dik en sterk is om de verwachte maximale druk van gassen en vloeistoffen op die diepte te weerstaan; b. geen breukvorming vertoont en c. zich boven een zone met stromingspotentieel bevindt. Artikel 8.5.2.3 Een afsluiting in de ondergrond strekt zich uit over de volledige doorsnede van de put en alle annulaire ruimten. Artikel 8.S.2.4 De topafsluiting strekt zich uit over alle annulaire ruimten. Artikel 8.5.2.5 1. De uitvoerder verifieert de aanwezigheid van een afsluiting met een voor het doel van de afsluiting relevante methode. 2. De uitvoerder voert de verificatie uit zonder schade aan te brengen aan de afsluiting.

Artikel 8.5.2.6 De gassen en vloeistoffen die achterblijven in de put, veroorzaken niet meer dan minimale schade, waaronder schade door corrosie, aan de afsluitingen, de sluitlaag en de verhuizing en hebben een hogere gewichtsgradiënt dan de formatiedrukgradiënten in de zones met stromingspotentieel.

Artikel 8.S.2.7 In een afsluiting bevinden zich geen kabels of leidingen.

46

Bladzijde 45 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardBas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

FemaiHUIndraJj

1nJ w

.en ŵ 1

T

NGGēPA

--Nİ Nvl I

I

EO M :Q o

NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE

e-A P-*

,X) cO Ş 8.5.3. Regels voor de uitvoering van het buiten gebruik stellen van putten Artikel 8.5.3.1 1. De afsluiting ter hoogte van de sluitlaag wordt aangebracht door middel van cement. 2. Het cement heeft na uitharding in de lengterichting van het boorgat een dikte van: a. ten minste honderd meter; of b. ten minste vijftig meter, indien het cement geplaatst is bovenop een mechanische of vaste ondersteuning. 3. Als deze methoden tot afsluiting niet toepasbaar zijn, wordt een andere methode of techniek toegepast die leidt tot een gelijkwaardige effectieve en duurzame afsluiting. 4. Als de uitvoerder een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 8.5.1.4, eerste lid, onderdeel d, voor het gebruik van een ander materiaal dan cement indient, hanteert de uitvoerder zo nodig in afwijking van het tweede lid specificaties, die resulteren in een gelijkwaardige effectieve en duurzame afsluiting. Artikel 8.5.3.2 1. De topafsluiting wordt aangebracht: a. op land: in de nabijheid van het maaiveld, waarbij rekening wordt gehouden met de herinrichting van het terrein; b. onder oppervlaktewater: in de nabijheid van de bodem, indien een risico op nadelige gevolgen voor het milieu aanwezig is. 2. Het putmateriaal wordt verwijderd: a. op land tot een diepte van 3 meter onder het maaiveld of dieper als de herinrichting van het terrein dat vereist; b.

onder oppervlaktewater tot een diepte van 6 meter onder de bodem, met dien verstande dat een grotere diepte dan 6 meter wordt aangehouden, indien de mogelijkheid van verandering van de bodem daar aanleiding toe geeft.

Bladzijde 46 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGCPA.

Alle rechten voorbehouden Versie: 26 Juni 2019

47

Staatscourant 2019 nr. 66474

Het buiten gebruik stellen van putten

6 december 2019

www.onsaardgas.nl

FemaiHUIndraJj

NQGēPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS ExRLORAT* EN PRODUCTIE ASSOCIATIE

Appendix B

Toelichting op artikelen in afdeling 8.5 Mbr

Gemakshalve wordt in deze Appendix de tekst van de Toelichting op de Mijnbouwregeling afdeling 8.5 zoals gepubliceerd in de Staatscourant (27 maart 2019 nr 16260) weergegeven. I. Algemeen 1. Doel en aanleiding Deze wijziging van de Mijnbouwregeling gaat over het buiten gebruik stellen van putten en boorgaten. Boorgaten en putten zijn nodig om delfstoffen of aardwarmte te kunnen opsporen en winnen of voor ondergrondse opslag van stoffen. Deze activiteiten beginnen met het aanleggen van een boorgat. Een put is een boorgat dat na aanleg, inrichting en afwerking in gebruik is genomen (artikel 8.1.1, eerste lid, onderdeel a, van de Mijnbouwregeling). Alle putten zijn volgens deze begripsbepaling tevens boorgaten. Het buiten gebruik stellen van een put is dus het buiten gebruik stellen van een eerder aangelegd en voltooid boorgat. Afdeling 8.5 geldt voor het buiten gebruik stellen van alle boorgaten, maar meestal gaat het om het buiten gebruik stellen van een put. Om bij het spraakgebruik aan te sluiten is in deze toelichting verder alleen het begrip 'puť gehanteerd. Niettemin is deze regeling ook op alle andere boorgaten van toepassing.

Na de aanleg van het boorgat en de voltooiing van de put kunnen nog diverse andere boorgatactivitei- ten worden uitgevoerd, zoals het wijzigen, uitbreiden, testen, onderhouden en repareren van een boorgat en het stimuleren van een voorkomen via (doorgaans) een put (artikel 67 van het Mijnbouw- besluit). De put kan tussen de diverse activiteiten buiten werking worden gesteld. Het buiten werking stellen van een put is een tijdelijke situatie om economische of technische redenen. De uitvoerder heeft in dat geval het voornemen om de put weer in werking te stellen om verdere activiteiten uit te voeren. Artikel 72 van het Mijnbouwbesluit is op die situatie van toepassing. De laatste boorgatactiviteit is het buiten gebruik stellen. Het buiten gebruik stellen heeft tot doel om de put af te sluiten door alle zones met stromingspotenti- eel te isoleren. Dat kan ook het geval zijn bij het onderste gedeelte van een put of een zijtak van een put. In zo'n geval wordt de put gedeeltelijk buiten gebruik gesteld. Ook in dat geval is deze regeling van toepassing. 2. Werkprogramma en algemene regels voor putten Artikel 77 van het Mijnbouwbesluit bepaalt dat voor boorgatactiviteiten, zoals het buiten gebruik stellen, een werkprogramma wordt opgesteld en dat bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.

Paragraaf 8.2.4 van de Mijnbouwregeling stelt regels over het werkprogramma voor het buiten gebruik stellen van putten en is van overeenkomstige toepassing op boorgaten (artikel 8.2.4.Î). De inspecteur-generaal der mijnen ontvangt het werkprogramma, de tussentijdse rapportages en een eindrapport van de uitvoerder van het buiten gebruik stellen. Afdeling 8.5 van de Mijnbouwregeling stelt algemene regels over de wijze van uitvoering van het buiten gebruik stellen van putten. Deze regels gaan over de technische uitvoering van de werkzaamheden in de

48

Bladzijde 47 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardgas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

[ĒHAnDffiDRĀj] 10 NJ

.'-n

NGGEPA

'*4 -^J IO (O .o o

NEDERLANDSE OLIE EN CAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE

rjO CD ondergrond. De inspecteur-generaal der mijnen controleert of het werkprogramma aan deze regels voldoet en hoe het werkprogramma wordt uitgevoerd. 3. Waarom regels voor het buiten gebruik stellen van een put Als zich in de put geen winbare hoeveelheden bevinden of het voorkomen van de te winnen delfstof of aardwarmte uitgeput is, is het nodig de put om redenen van veiligheid en bescherming van de bodem en grondwater buiten gebruik te stellen. Een put verbindt namelijk het bovengrondse mijnbouwwerk met het ondergrondse delfstof- of aardwarmtevoorkomen of een ondergrondse opslag, dat onder druk kan staan of onder druk staat en gassen of vloeistoffen kan bevatten. Daardoor bestaat bij het buiten gebruik stellen van een put een risico op het ontsnappen van gassen en vloeistoffen uit de onder- grond. Het is dan ook noodzakelijk zeker te stellen dat voldoende beheersmaatregelen worden getroffen. 4. Hoe zijn de risico's van een put te beheersen Afdeling 8.5 van de Mijnbouwregeling bevat algemene regels aan de hand waarvan in een werkprogramma wordt vastgesteld hoe zich in het concrete geval zo min mogelijk risico's voordoen bij het buiten gebruik stellen van een put. Deze regeling is in 2003 tot stand gekomen en is grotendeels een voortzetting van de toen geldende regels.

In de afgelopen vijftien jaar zijn echter nieuwe inzichten verkregen over de wijze van afsluiten van putten. Bovendien zijn nieuwe innovatieve methoden ontwikkeld om putten buiten gebruik te stellen. De huidige regels in de Mijnbouwregeling zijn daardoor gedeeltelijk achterhaald. Bovendien zijn deze regels niet toegesneden op aardwarmte en andere delfstoffen dan koolwaterstoffen. Verder kunnen putten bij de transitie naar een duurzame energievoorziening een belangrijke rol vervullen. Zo kunnen putten worden hergebruikt voor de opslag van stoffen, zoals waterstof en C02- Ook om die reden zijn de regels over het buiten gebruik stellen van putten toe aan actualisatie. 5. Wat gaan de mijnbouwondernemingen doen De branchevereniging Nogepa heeft in de zogenoemde 'Industriestandaard nr. 45, het buiten gebruik stellen van putten en boorgaten' een aantal algemene uitgangspunten en technische mogelijkheden voor een effectieve en duurzame afsluiting van de ondergrond geformuleerd. Uitgangspunt is dat de mijnbouwondernemer bij het buiten gebruik stellen van een put zodanig de ondergrond herstelt dat stroming van ondergrondse vloeistoffen door afsluitende gesteentelagen naar andere lagen of naar het oppervlak wordt voorkomen. De mijnbouwondernemer brengt daartoe een afsluiting aan ter hoogte van een afsluitende laag, die afsluitlaag wordt genoemd.

De afsluiting strekt zich uit over alle annulaire ruimten ter hoogte van die afsluitlaag, zodat een compact geheel ontstaat, dat de daaronder te verwachten maximale druk van gassen en vloeistoffen permanent kan weerstaan. Bij putten op land plaatst de mijnbouwondernemer ook een topafsluiting nabij het oppervlak. Ook een dergelijke topafsluiting moet zich uitstrekken over alle annulaire ruimten. De mijnbouwondernemer verwijdert al het putmateriaal tot 3 meter onder het maaiveld of dieper als de herinrichting, bijvoorbeeld vanwege de bouw van een bedrijventerrein, anders vereist.

49

Bladzijde 48 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardgas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

FemaiHUIndraJj

NOGEPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE

Een topafsluiting van een boorgat in de zeebodem is minder noodzakelijk, omdat de put van nature met zand gevuld raakt. Als in de put vloeistoffen achterblijven die een risico op milieuverontreiniging vormen, is een topafsluiting nodig. De locatie van de topafsluiting is in de nabijheid van de bodem, maar wel zodanig diep, dat het putmateriaal tot op een diepte van 6 meter verwijderd kan worden. Als de kans bestaat dat de bodem erodeert is het nodig het putmateriaal tot een grotere diepte te verwijderen. De ligging van de topafsluiting is daarop afgestemd. 6. Dwingende eisen en goede praktijken, kader en innovatie Deze wijziging van de Mijnbouwregeling stelt dwingende eisen aan het buiten gebruik stellen van alle putten, die gebruikt zijn voor het opsporen of winnen van delfstoffen, aardwarmte of de opslag van stoffen. Deze regels vervangen onder meer de huidige afdeling 8.5. De uitvoering van de vernieuwde afdeling 8.5 wordt nader geregeld in een beleidsregel (artikel 4:81, van de Algemene wet bestuursrecht). Die beleidsregel zal verwijzen naar de goede praktijken die zijn ontwikkeld en vastgelegd in de 'Industriestandaard nr. 45, het buiten gebruik stellen van putten en boorgaten' van de branchevereniging Nogepa.

De beleidsregel en de goede praktijken worden, indien nodig, periodiek gewijzigd naar de nieuwste inzichten en technieken, zodat innovatie niet in de weg wordt gestaan. Als een mijnbouwonderneming zich aan de goede praktijken houdt, voldoet de onderneming aan de algemene uitgangspunten van afdeling 8.5 van de Mijnbouwregeling. Mocht in een concreet geval een mijnbouwonderneming een andere methode van buiten gebruik stellen van een put willen hanteren, dan is dat mogelijk als de mijnbouwonderneming dat uit kan leggen. Van tijd tot tijd zullen de goede praktijken worden aangepast. Zowel de mijnbouwondernemingen als de inspecteur-generaal der mijnen kunnen elkaar daarop aanspreken. Mocht een goede praktijk in het concrete geval niet genoeg effectief blijken te zijn, dan kan de toezichthouder altijd, indien nut en noodzaak aantoonbaar zijn, in voorkomend geval, gemotiveerd van de industriestandaard afwijken en zo nodig tot handhaving overgaan. Immers ook in een industriestandaard zijn niet alle omstandigheden te beschrijven. Niettemin geeft een industriestandaard zekerheid dat een handelen volgens deze goede praktijken in beginsel gedragen wordt door de mijnbouwondernemingen en de toezichthouder en uitgangspunt kan zijn voor het buiten gebruik stellen van een boorgat in een concreet geval. 7.

Regeldruk Met de vernieuwing van de algemene regels in afdeling 8.5 van de Mijnbouwregeling is de Mijnbouw- regeling aangepast aan de recente inzichten en ervaringen op het gebied van het buiten gebruik stellen van putten, zoals die in de hiervoor genoemde industriestandaard zijn ontwikkeld. Met de vernieuwde regeling blijven de nalevingskosten gelijk aan de bestaande nalevingskosten. De regels voor het werkprogramma en de eindrapportage zijn niet nieuw, maar zijn slechts vernieuwd om het werkprogramma en de eindrapportage te laten aansluiten bij de nieuwe afdeling 8.5. De regeling leidt niet tot nieuwe administratieve lasten, met uitzondering van een ontheffingsstelsel. Het ontheffingsstelsel geeft de mogelijkheid om in de gevallen waarin de minister het nodig acht ontheffing te verlenen aan een mijnbouwonderneming om van de algemene regels voor het buiten

50

Bladzijde 49 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

www.onsaardgas.nl

Staatscourant 2019 nr. 66474

6 december 2019

FemaiHUIndraJj

W io

V^ 1

I

NGGēPA

-"J vg i

J

■W KJ

NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE

S o ■jO Cû

gebruik stellen van een boorgat af te wijken. Dit zal zich vanwege de fysische omstandigheden met name voor kunnen doen bij het sluiten van een boorgat dat niet voor de winning van koolwaterstoffen is aangelegd, maar het is niet uitgesloten dat voor andere gevallen een ontheffing verleend moet worden om tot het buiten gebruik stellen van een boorgat te kunnen komen. De procedure voor het aanvragen van een ontheffing is gelijk aan de procedures voor andere ontheffingen die krachtens de Mijnbouwregeling worden verleend (artikel 1.2.1 van de Mijnbouwregeling). Naar schatting gaat het om maximaal zes ontheffingen per jaar. De aanvraag van een ontheffing is vrij complex en zal daarom 43 uur vergen per ontheffing. Bij een tarief van C 54,- is de administratieve last van een ontheffing C 2.322,-. Het totaal van de administratieve lasten bij zes ontheffingen bedraagt C 13.932,- per jaar. Artikel 133, eerste lid, onderdeel a, van de Mijnbouwwet stelt in het geval sprake is van een winning voor koolwaterstoffen voor het verlenen van een ontheffing een retributie. De retributie bedraagt C 3.600,- per ontheffing (artikel I, onderdeel R). Het totaal van de retributies bedraagt per jaar maximaal C 21.600,-. Deze regeling is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk.

De regeling is door het college niet geselecteerd voor een formeel advies aan de minister, omdat de gevolgen voor de regeldruk niet substantieel zijn. 8. Vaste verandermoment Deze regeling treedt op het vaste verandermoment van 1 april 2019 in werking, maar is in afwijking van aanwijzing 4.17, vierde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving niet twee maanden van tevoren bekendgemaakt. Het opschorten van de invoering van de regeling tot 1 juli is niet wenselijk, omdat mijnbouwondernemingen, met name voor het buiten gebruik stellen van boorgaten bij mijnbouwinstallaties op zee, vóór het lente- en zomerseizoen willen weten of volgens de nieuwste inzichten in de industriestandaard gewerkt kan worden bij het buiten gebruik stellen van boorgaten. Het is om veiligheidsredenen wenselijk dat een boorgat duurzaam buiten gebruik wordt gesteld, zodra dat mogelijk is. Met de invoering van deze regeling worden, gelet op de doelgroep, het jaargetijde en de veiligheidseisen, aanmerkelijke nadelen voor private en publieke belangen voorkomen (aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel a). 9. Consultatie en internetconsultatie Vóór de internetconsultatie is meerdere keren overleg gevoerd met de branchevereniging Nogepa over de samenhang tussen de industriestandaard 45 en de Mijnbouwregeling.

Van 11 januari 2019 tot en met 12 februari 2019 is het ontwerp van de regeling openbaar gemaakt voor internetconsultatie. In deze periode zijn drie reacties ontvangen. De Vewin, branchevereniging van drinkwaterbedrijven, heeft een openbare reactie op internetconsultatie.nl ingediend. Eén bedrijf heeft gereageerd zonder openbaarmaking. De branchevereniging Nogepa heeft per e-mail in één document drie zienswijzen gestuurd. Deze reactie per e-mail is toegevoegd aan het dossier op internetconsultatie.nl. De Vewin heeft een paar opmerkingen gemaakt die gaan over monitoring van het diepe en ondiepe grondwater. Het ondiepe en diepe grondwater voor de winning van drinkwater bevindt zich in de bovenste lagen doorgaans tot maximaal honderd tot tweehonderd meter in de bodem. Deze regeling gaat over het buiten gebruik stellen van boorgaten door het aanbrengen van afsluitingen op de hoogte van sluitlagen in de diepe ondergrond van honderd meter tot de diepte waar het voorkomen van delfstoffen of aardwarmte zich bevindt (vijfhonderd meter tot drie kilometer). De sluitlagen worden zodanig afgesloten dat geen lekpaden ontstaan naar boven liggende lagen in het boorgat.

Voor bescherming van de bodem, waaronder het grondwater, zijn voor mijnbouwwerken regels gesteld in het Besluit algemene regels milieu mijnbouw dat onder de Omgevingswet is omgezet in het Besluit activiteiten leefomgeving en de bodemmodule in dat besluit.

51

Bladzijde 50 van 62

Industrie Standaard nr. 45

Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden

Versie: 26 Juni 2019

Het buiten gebruik stellen van putten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=868737a3-55cc-47cf-beee-ef6e4a31d9bf