Bijlage 1 Zienswijze Watergat (G22-000021)
Tekst van het document
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NQGEPA NEDERLANDSE OllE EN GaS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
Het verzoek van Vewin tot uitbreiding van deze regels met monitoring van diep grondwater leidt tot nieuwe boringen en mogelijke lekpaden tussen afgesloten lagen. Daarbij is de Mijnbouwregeling niet de regeling voor dit onderwerp, maar de regelgeving onder de Omgevingswet. Dit geldt ook voor opmerkingen van de Vewin over herinrichting van een terrein, waar zich een buiten gebruik gestelde put bevindt en nieuwe boringen in de buurt van een buiten gebruik gestelde put De opmerking van de Vewin over hergebruik van putten voor de opslag van stoffen gaat niet over deze regeling, maar over de afweging tot het verlenen een opslagvergunning als bedoeld in artikel 25 van de Mijnbouwwet. De opmerkingen van één bedrijf hebben aanleiding gegeven tot een wijziging in paragraaf 1 van de toelichting over het begrip 'boorgat' en het begrip 'puť. De eerste en derde zienswijze, opmerking A, van Nogepa hebben aanleiding gegeven tot een aanvulling van de toelichting over eerdere putten (toelichting bij artikel II). Verder gaat de eerste zienswijze van Nogepa over de systematiek van het buiten gebruik stellen van mijnbouwwerken in het geheel van de mijnbouwregelgeving, die in deze regeling niet aan de orde is. De tweede zienswijze van Nogepa gaat over de uitwerking bij beleidsregel.
De algemene grondslag van de beleidsregel is in de toelichting vermeld, maar bij de vaststelling van de beleidsregel zal worden besloten over de specifieke grondslag. De derde zienswijze, opmerking B, van Nogepa heeft aanleiding gegeven tot aanvulling van artikel 8.5.1.4, eerste lid, met een onderdeel d, een uitbreiding van artikel 8.5.3.1 met een vierde lid en aanpassing van de wijziging van artikel 8.2.4.1. tweede lid, onderdeel e, waarin met de vernieuwde onderdelen 2 en 8 een bepaling over het gebruik van andere materialen dan cement is opgenomen. Verder zijn naar aanleiding van de derde zienswijze, opmerkingen C en D, van Nogepa artikel 8.2.4.1, tweede lid, onderdeel b en onderdeel e, onderdelen 2* en 8", gewijzigd voor het verstrekken van informatie over een eerdere gedeeltelijke buiten gebruik stelling, respectievelijk de cementatiedieptes. De informatie over eerdere gedeeltelijke buiten gebruik stellingen was in het voorstel onvoldoende en de informatie over cementatiedieptes in het oorspronkelijke onderdeel 2” bleek een doublure te bevatten en is vervallen. De onderdelen 3* en 9* zijn naar 2* en 8* vernummerd. II. Artikelen
Artikel I, onderdeel E In dit onderdeel worden de begripsbepalingen gedefinieerd die bij een buiten gebruik stelling van belang zijn. Het begrip zone met stromingspotentieel gaat over de gesteenten waar een gas of een vloeistof doorheen kan stromen, waardoor deze gassen of vloeistoffen niet meer beheersbaar zijn als niet in een afsluiting wordt voorzien (onderdeel k). Een afsluiting is een maatregel die ervoor zorgt dat geen gassen of vloeistoffen ontsnappen. Het afsluiten van zones met stromingspotentieel betekent in de praktijk dat afsluitingen nodig zijn van meerdere sluitlagen om stroming te voorkomen (onderdeel I). Op verschillende diepten in de put kunnen zich gesteentelagen bevinden, die de maximaal te verwachten druk van de te isoleren gassen en vloeistoffen kunnen weerstaan. Het gaat om de maximale druk die onder een afsluiting verwacht mag worden (onderdeel m). Dit onderdeel beschrijft wat onder een sluitlaag wordt verstaan. Een gesteentelaag die een zone met stromingspotentieel afsluit, is een sluitlaag (onderdeel n). In artikel 8.5.2.2 staat beschreven waar een sluitlaag aan moet voldoen.
52
Bladzijde 51 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
K» kj
■'■n Xa 1 1
NQGēPA
"Ni ^
NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATE
KJ
®O ’•O CO Artikel I, onderdelen 1 tot en met L, P, Qen R
Deze onderdelen bevatten een wijziging van het werkprogramma van het buiten gebruik stellen van boorgaten en putten in verband met de vernieuwing van afdeling 8.5 over het buiten gebruik stellen van putten. De uitvoerder levert het werkprogramma aan bij de inspecteur-generaal der mijnen die beoordeelt of voldoende informatie is aangeleverd over de wijze van uitvoering van het buiten gebruik stellen. De aan te leveren gegevens sluiten aan bij de algemene regels van afdeling 8.5 (onderdelen K en L). Onderdeel van deze gegevens is de geohydrologische basis, waaronder gegevens over de diepte van de overgang van zoet naar zout water, het niveau van het water dat bruikbaar is voor de bereiding van drinkwater. Als de uitvoerder kiest voor het gebruik van een ander materiaal dan cement tot het afsluiten van een boorgat dan bevat het werkprogramma de specificaties van de uitvoering (artikel 8.2.4.1, tweede lid, onderdeel e, onder 2* en 8‘, in samenhang met artikel 8.5.3.1, vierde lid). Onder meer deze bepalingen (zie verder artikel 8.5.1.4, eerste lid, onderdeel d, en artikel 8.5.3.1, vierde lid) maken het gebruik van andere materialen dan cement mogelijk. Na uitvoering van het werkprogramma wordt een eindrapport opgesteld. Het eindrapport is verplicht gesteld met de wijziging in onderdeel J.
De uitvoerder stelt een eindrapport op in overeenstemming met de bijlagen 12 en 12a, afhankelijk van welke boorgatactiviteit is uitgevoerd. Bijlage 12 is van toepassing bij het aanteggen of repareren van een boorgat dan wel het stimuleren van een voorkomen via een put Dit is met de wijziging in onderdeel P tot uitdrukking gebracht. Bijlage 12a is van toepassing bij het buiten gebruik stellen van een put (onderdeel O). Een belangrijk onderdeel van het eindrapport is de stratigrafische kolom. Deze wordt in ėėn overzicht weergegeven naast de putgegevens, zodanig dat eenvoudig is na te gaan of alle zones met stromingspotentieel zijn afgesloten (zie bijlage 12a, onder punt 2.1, onder 2). Artikel I, onderdeel O Dit onderdeel bevat de vernieuwde afdeling 8.5 over het buiten gebruik stellen van putten. Artikel 8.5.1.1 Met deze bepaling is afdeling 8.5 op alle vormen van buiten gebruik stellen van boorgaten en putten van toepassing, respectievelijk van overeenkomstige toepassing. Daaronder valt derhalve ook het buiten gebruik stellen van putten die voor de winning van zout, de winning van aardwarmte dan wel voor observatie of monitoring zijn gebruikt en de afsluiting van putten voor de opslag van stoffen zoals waterstof, en CO2. Artikel 8.5.1.2 Dit artikel bepaalt wat nodig is, voordat de put wordt afgesloten.
Eerst wordt onderzocht welke zones in de ondergrond tot het doorstromen en uitstromen van gassen en vloeistoffen aanleiding kunnen geven. Daarna bepaalt de uitvoerder welke maatregelen nodig zijn om die mogelijke stroming te voorkomen. Artikel 8.5.1.3 Dit artikel stelt hoe bereikt kan worden dat gassen en vloeistoffen niet uit de put treden om zo de belangen van veiligheid en het voorkomen van milieuverontreiniging te behartigen. Dat doel wordt bereikt door het aanbrengen van een effectieve en duurzame afsluiting.
53
Bladzijde 52 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
HKbh FemaiHUIndraJj ÍQ^QĴMÉfenļF|SI|
NQGEPA NEDERLANDSE 0UE EN GAS EXPLORATIE En PRODUCTIE ASSOCIATIE
Artikel 8.5.1.4 Afdeling 8.5 stelt algemene regels voor alle vormen van het buiten gebruik stellen van putten. Uitgangspunt voor deze regels is de meest voorkomende vorm, namelijk het buiten gebruik stellen van een put die in gebruik is voor het winnen van koolwaterstoffen. De uitgangspunten voor putten die in andere omstandigheden worden gebruikt, zijn niet anders, maar voor de uitvoering kan het nodig zijn dat andere eisen worden gesteld. Artikel 8.5.1.4 voorziet in een ontheffingsstelsel om in die afwijkende eisen te voorzien zonder af te doen aan de uitgangspunten die gelden voor het buiten gebruik stellen van putten. Zo regelt het eerste lid, onderdeel a het geval dat een zijtak is geboord die afgesloten moet worden en het geval dat slechts het onderste gedeelte van een boorgat buiten gebruik wordt gesteld. Onderdeel b gaat over het geval een boorgat voor andere doeleinden dan het winnen van koolwaterstoffen is gebruikt. Onderdelen c en e zijn voor het geval onverhoopt een obstructie van het boorgat het toepassen van de gebruikelijke technieken in de weg staat, respectievelijk alle mogelijke maatregelen zijn getroffen, maar het gewenste resultaat niet bereikt wordt. Een meer positieve gelegenheid voor het verlenen van een ontheffing is het toepassen van een ander, mogelijk innovatief, materiaal voor het buiten gebruik stellen van het boorgat (onderdeel d).
Dit kan wellicht leiden tot een betere afsluiting van sluitlagen tegen lagere kosten, maar voorzichtigheid is geboden, omdat het gebruik van andere materialen nog in ontwikkeling is. Naast de ontheffingsmogelijkheid zal met toepassing van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht worden voorzien in het vaststellen van beleidsregels voor de uitvoering van het buiten gebruik stellen van putten. Deze beleidsregels gaan in eerste instantie over het buiten gebruik stellen van putten na de winning van koolwaterstoffen, zoals de eerder genoemde standaard 'Industriestandaard nr. 45, het buiten gebruik stellen van putten en boorgaten', maar andere beleidsregels zijn eveneens mogelijk, bijvoorbeeld voor het afsluiten van boorgaten in gebruik voor de opslag van stoffen. Deze beleidsregels kunnen dan tevens voorzien in een afweging van mogelijkheden tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 8.5.1.4, eerste lid. Artikel 8.5.2.1 De afsluiting bestaat uit meerdere onderdelen, namelijk afsluitingen en het verwijderen van het putmateriaal. De afsluiting ter hoogte van de sluitlaag (artikel 8.5.2.1, onderdeel a) hoeft zich niet direct boven de zone met stromingspotentieel te bevinden. Het gaat om het weerstaan van de druk van gassen en vloeistoffen om doorstromen en uitstromen te voorkomen.
Een locatie hoger in het boorgat dan direct boven een zone met stromingspotentieel kan in het concrete geval effectiever en duurzamer zijn. De topafsluiting is bedoeld voor de veiligheid aan het maaiveld of, in voorkomend geval, het voorkomen van verontreiniging van de zee (zie artikel 8.5.3.2). Na de topafsluiting wordt het putmateriaal in de nabijheid van het aardoppervlak verwijderd, bestaande uit onder meer het spuitkruis, de afhangconstructie en de verhuizing. Artikel 8.5.2.2 De geologische laag die tezamen met de afsluiting één afsluitende laag vormt (de sluitlaag), voldoet altijd aan drie geofysische eisen om een voldoende afsluiting te kunnen zijn. Als de gekozen geologische laag niet aan één van die drie eisen voldoet, kan bij het buiten gebruik stellen geen voldoende afsluiting worden gevormd. Mocht bij het buiten gebruik stellen of later blijken dat de afsluiting door de geologische omstandigheden onvoldoende is dan voorziet de uitvoerder alsnog in aanvullende maatregelen, zo nodig na het aanvragen van een ontheffing.
54
Bladzijde 53 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NGGēPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
Artikel 8.5.3.1 De uitvoerder stort bij de afsluiting ter hoogte van de sluitlaag een zodanige hoeveelheid cement dat na uitharding een laag met een dikte van honderd meter gevormd is. Als alternatief kan de afsluiting bestaan uit een uitgeharde laag cement met een dikte van vijftig meter, indien is voorzien een mechanische ondersteuning of een vaste ondersteuning aanwezig is. De vaste ondersteuning kan bestaan uit een mechanische constructie, cement, vulling, formatie, of andere obstructie tegen wegzakken van vloeibare cement. De ondersteuning voorkomt het uitzakken van het cement, voordat het cement is uitgehard. Daarbij is met name van belang dat over de genoemde lengte ook de annulaire ruimten geïsoleerd worden of door een specifieke omstandigheid in de put geïsoleerd zijn. De werking van de isolatie wordt gecontroleerd met een relevante methode, test of andere vorm van onderbouwing (zie artikel 8.S.2.5, eerste lid). Subsidiair kan de uitvoerder als een methode als bedoeld in het tweede lid niet toepasbaar is, een andere methode van afsluiten kiezen (derde lid). Andere methoden zijn onder meer het gebruikmaken van potentiële sluitlagen met plastische eigenschappen, zoals bepaalde klei- of zoutlagen, of het plaatsen van een afsluiting bij een sluitlaag die een dikte heeft van minder dan 50 meter. De uitvoerder kan kiezen voor een nieuw materiaal, anders dan cement.
De specificaties van de afsluiting zijn dan anders dan in het tweede lid. Het is aan de uitvoerder om vooraf bij het aanvragen van een ontheffing (zie hierboven artikel 8.5.1.4, eerste lid, onderdeel d) en de indiening van een werkprogramma (zie hierboven artikel 8.2.4.1, tweede lid, onderdeel e, onder 2" en 8’) aan te tonen dat een gelijkwaardige effectieve en duurzame afsluiting mogelijk is en dat de uitvoering heeft geleid tot deze afsluiting (vierde lid). De werking van de afsluiting wordt vastgesteld met een relevante methode, test of andere vorm van onderbouwing (zie artikel 8.5.2.S, eerste lid) en wordt gerapporteerd (artikel I, onderdeel J, wijziging artikel 8.2.2.2). De gekozen methode van afsluiten mag geen afbreuk doen aan de effectiviteit en duurzaamheid van de afsluiting. In voorkomend geval zijn dan ook aanvullende voorzieningen nodig om de effectiviteit te waarborgen, zodat een gelijkwaardige effectieve en duurzame afsluiting blijft bestaan. Artikel 8.5.3.2 De topafsluiting in de bodem van oppervlaktewater wordt anders uitgevoerd dan op land. Op land bestaat bij een onvoldoende afsluiting een risico voor of door gebruik van het aardoppervlak. Op land is dan ook altijd een topafsluiting nodig in de nabijheid van het maaiveld. De uitvoerder houdt bij het bepalen van de diepte rekening met een nieuwe inrichting van het terrein.
Daarmee wordt voorkomen dat bij herinrichting een nieuwe topafsluiting nodig wordt. Zand van de bodem van de zee vormt van nature de topafsluiting van een boorgat op zee. Alleen wanneer zich veiligheids- of milieurisico's voor kunnen doen, bijvoorbeeld door resten van vloeistoffen, is het nodig het boorgat van een topafsluiting te voorzien. De uitvoerder verwijdert putmaterialen tot op een diepte die nodig is voor de herinrichting van het terrein. De diepte bedraagt ten minste drie meter om te voorkomen dat het putmateriaal slechts wordt weggehaald voor een gebruik van het terrein als weiland of akkerland. Op zee is het uitgangspunt een verwijdering op een diepte van 6 meter onder de bodem. Als het boorgat zich bevindt op een locatie waar veranderingen in de zeebodem verwacht kunnen worden van meer dan 6 meter, bijvoorbeeld door zandverplaatsingen, dan wordt het putmateriaal tot op een grotere diepte verwijderd om schade door scheepsankers of van bijvoorbeeld trawlers te voorkomen.
55
Bladzijde 54 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGSPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
** r
isis&i FemaiHUIndraJj
NOGEPA NEDERLANOSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
Artikel II In diverse reacties in de internetconsultatie zijn vragen gesteld over de status van eerder buiten gebruik gestelde putten. Deze regeling heeft onmiddellijke werking. Dit laat eerder ondernomen activiteiten tot het buiten gebruik stellen van putten onverlet, indien volgens de toen geldende regels is gehandeld, zoals het voorleggen van een werkprogramma aan de inspecteur-generaal der mijnen (artikel 8.2.4.1. van de Mijnbouwregeling, zoals bekendgemaakt in de Staatscourant van 19 december 2002, nr. 245, pagina 17). Na het inwerking treden van deze regeling is bij iedere activiteit tot het buiten gebruik stellen van een put de nieuwe afdeling 8.5 geheel van toepassing.
56
Bladzijde 55 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
[ĒHAnDffiDRĀj]
ro w'U i I --sj ^sj 1 I
NGGEPA
İO KJ
nEOERLANOSE OilE EN GAS EXPLORATIE EN
PRODUCT* ASSOCIATIE
:0 0 4*“* tŬGÛ
Appendix C
Werkprogramma voor het Buitengebruikstellen van een Put
Deze bijlage geeft een opsomming van de minimaal vereiste ínhoud van een werkprogramma voor het Buitengebruikstellen van een Put, onder verwijzing naar art 8.2.4.1 Mbr. Artikel 8.2.4.1 Mijnbouwregeling 1.
Een werkprogramma voor het buiten gebruik stellen van een put bevat: a.
voor putten op zee: 1.
de letter- en nummeraanduiding van het blok waarbinnen de buiten gebruik te stellen
2.
de aanduiding van de put, alsmede, in voorkomend geval, het nummer van de zijtak;
3.
de plaats van het aanzetpunt van de put uitgedrukt in geografische coördinaten,
4.
een opgave van de hoogte van de boortafel of van een ander nader aan te geven
put zich bevindt;
berekend volgens het ETRS89 systeem en
referentiepunt in meters ten opzichte van zowel de gemiddelde waterstand als de zeebodem;
b.
voor putten op land: 1.
de naam van de gemeente waarbinnen de buiten gebruik te stellen put zich bevindt;
2.
de aanduiding van de put, alsmede, in voorkomend geval, het nummer van de zijtak;
3.
de plaats van het aanzetpunt van de put uitgedrukt in geografische coördinaten,
4.
een opgave van de hoogte van zowel het maaiveld als de boortafel of een ander, nader
berekend volgens het ETRS89 systeem en
aan te geven referentiepunt, een en ander in meters ten opzichte van N.A.P.
2.
Voorts bevat het werkprogramma ten minste: a. b.
de reden voor het buiten gebruik stellen van de put; de datum van de oorspronkelijke afwerking en, indien de put is uitgebreid, gewijzigd, gerepareerd of voor een deel buiten gebruik gesteld, de datum van de uitbreiding, wijziging, reparatie of gedeeltelijke buitengebruikstelling;
57
c.
een tekening van de deviatie en een tabel met de gegevens daarvan;
d.
een opgave van het referentievlak van waaruit dieptematen worden opgegeven;
Bladzijde 56 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NGGEPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
e.
schematische tekeningen van de put vóór en na de buitengebruikstelling, met informatie over: 1. de maten en diepte van verhuizing, waaronder de tubing, casing en liners en de diepten van packers en plugs, alsmede eventuele obstructies; 2.
de diepte van de top van cementkolommen in de annulaire ruimten;
3.
de gas- en vloeistofsoort en het gewicht van het gas en de vloeistof in de put en de annulaire ruimten;
4.
de zones met stromingspotentieel: diepten, gas- en vloeistofsoort en, in voorkomend geval, de geohydrologische basis;
5. 6.
de diepten en gesteentesoort van de sluitlagen; de geplande diepten van afsnijdingen van verhuizingen, en, in voorkomend geval, de geplande circulatiegaten in verhuizing, alsmede de weg te frezen of anderszins te verwijderen verbuizingsecties;
7.
de locatie en het soort geplande mechanische ondersteuning;
8.
de geplande diepten van boven- en onderkant van te plaatsen cement kolommen, alsmede de wijze van verificatie;
f.
de diepte waarop de put is afgewerkt en de diepte van het geperforeerde deel van de
g.
productieverbuizing; een beschrijving van de afwerking van de put boven of onder oppervlaktewater, inclusief
h.
een beschrijving van de ondergrondse afwerking van de put;
specificaties van het spuitkruis; i.
de verwachte maximale ingesloten bovengrondse druk;
j.
de formatiedruk en de referentiediepte;
k.
de ondergrondse en bovengrondse temperatuur van de put;
l.
de Ínhoud van de opvoerserie en van de annulaire ruimten met de verwachte annulaire drukken en vrijkomende gassen en vloeistoffen bij aflaten, alsmede, indien beschikbaar, de
opbouwsnelheid daarvan; m. de naam of typeaanduiding van de installatie waarmee de put buiten gebruik wordt gesteld alsmede de naam van de drilling contractor; n.
een beschrijving van de te gebruiken beveiligingsinstallatie voor de afsluiting van de put;
o.
een chronologisch overzicht van de opeenvolgende werkzaamheden, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met van tevoren aangenomen alternatieve mogelijkheden voorzien van in het bijzonder een toelichting op uit veiligheidsoverwegingen of anderszins
p.
kritische operaties; gezien de ligging van de buiten gebruik te stellen put en voor zover van toepassing: de
q.
geologische informatie: de diepten van de formatie toppen, de formatiesterkte waar
r.
onshore, de geohydrologische basis; beschrijving van zones met stromingspotentieel met de bijbehorende gassen en vloeistoffen,
methode waarop putten in de nabijheid worden veiliggesteld; beschikbaar, eventuele overdrukken, aanwezigheid van koolwaterstoffen en type, en
de Maximum Verwachte Druk en de geschikte Sluitlagen met een schatting van de sterkte;
Bladzijde 57 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGĒPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
58
Staatscourant 2019 nr. 66474
Het buiten gebruik stellen van putten
6 december 2019
www.onsaardgas.nl
EMAINTIENDraj
NGbĒPA NcDERlANDSc OllE EN GAS EXPlQPATlE EN PPODŲCĩlE ASSOCIATIE
een gefundeerde beoordeling dat er geen schade door stroming tussen zones te verwachten is, indien zones met strommgspotentieel met van elkaar worden afgesloten; de geschatte tijdsduur van de geplande activiteiten voor het buiten gebruik stellen.
59
Bladzijde 58 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardeas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NQGEPA NEOERlANDSE OllE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
Appendix D
Eindrapportage van de Buitengebruikstellingsactiviteit
Het eindrapport van de buitengebruikstellingsactiviteit bestaat uit een puttekening en bijlagen met bijbehorende informatie. Dit informatiepakket bevat ten minste de volgende informatie, onder verwijzing naar Artikel 8.2.2.2 Mbr en Bijlage 12a Mbr. Het rapport betreft ook het gedeeltelijke Buitengebruik stellen van een Put als voorbereiding voor het boren van een zijtak. Bijlage 12a behorende bij artikel 8.2.2.2 Mijnbouwregeling Het eindrapport over het buiten gebruik stellen van een boorgat of put Het eindrapport bestaat uit een statustekening van een boorgat of de put en bijlagen en bevat ten minste de volgende informatie: 1.0 Projectgegevens 1.1. Algemeen
1.2
1.
de naam van de mijnbouwonderneming;
2.
de naam van de onderneming die de activiteiten heeft uitgevoerd;
3.
de naam dan wel nummer of aanduiding van de mobiele installatie.
De putaanduiding bestaande uit: 1. voor putten op zee a. de letter- en nummeraanduiding van het blok waarbinnen de buiten gebruik te stellen put zich bevindt; b. c.
de aanduiding(en) van de put, en in voorkomend geval het zijtak nummer; de plaats van het aanzetpunt van de put uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het ETRS89 systeem;
d.
een opgave van de hoogte van de boortafel of van een ander nader aan te geven referentiepunt in meters ten opzichte van zowel de gemiddelde waterstand als de zeebodem;
2. voor putten op land: a. de naam van de gemeente waarbinnen de buiten gebruik te stellen put zich bevindt; b. c.
de aanduidingen van de put, en in voorkomend geval, het zijtaknummer; de plaats van het aanzetpunt van de put uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het ETRS89 systeem;
d.
een opgave van de hoogte van zowel het maaiveld als de boortafel of een ander, nader aan te geven referentiepunt, een en ander in meters ten opzichte van N.A.P.;
60
Bladzijde 59 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
'-Ti 1 i -•ki 1i ■'Nkj 3d
NGGēPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
De begin- en einddatum van de buitengebruiksstellingsactiviteit Alle relevante afstanden van de onderdelen in de diepte van de put worden in meters onder het vastgestelde referentiepunt. 2.0 Put gegevens 2.1
Putstatusdiagram:
1.
de putstatus;
2.
een tekening van de buitengebruik gestelde put met de gegevens, bedoeld in de onderdelen 2.2 en 2.3, weergegeven naast een schematische weergave van de stratigrafische kolom met de gegevens, bedoeld in onderdeel 3.0, in een vergelijkbare schaal en diepte;
3.
een tekening met de afmetingen van de putmondafwerking, waaronder de putafsluiter en,
4.
een lijst in tabelvorm met putdeviatiegegevens in een bijlage.
indien aanwezig, het spuitkruis of de kap;
2.2 Afsluitingen, verbuizingen, cement, mechanische apparatuur in de put: 1.
de achtergelaten verhuizing, type, gewicht per lengte-eenheid, de diepte van de onderkant (schoen) en bovenkant;
2.
mechanische pluggen: soort en diepte, verificatie;
3.
cementkolommen: gewicht van het vloeibare cement, diepte van onder- en bovenkant, verificatie.
2.3
Achtergebleven vloeistoffen en gassen, waaronder de vloeistoffen en gassen in annulaire ruimten
1.
soort vloeistof per sectie, met inbegrip van viskeuze pillen en spacers;
2.
de gewichtsgradiënt of soortelijk gewicht van elke vloeistof.
3.0 Geologische gegevens 1.
de diepte van de formatietoppen;
2.
de formatiesterkte, indien beschikbaar;
3.
abnormale formatiedrukken, indien aanwezig;
4.
de formatiedrukgradiënten
5.
eventueel geconstateerde aanwezigheid van koolwaterstoffen met type-aanduiding;
6.
in het geval van een put op land: de diepte van grens van het water dat bruikbaar is voor de bereiding van drinkwater.
61
Bladzijde 60 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
** r
isis&i FemaiHUIndraJj
NQGEPA NEDERLANDSE OLIE &1 GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
Opmerkingen bij 2.1.1: Putstatus Na de buitengebruikstelling activiteit is de putstatus ofwel: (1) gedeeltelijk ondergronds buitengebruik gesteld (partly subsurface decommissioned), (2) geheel ondergronds buitengebruik gesteld (fully subsurface decommissioned) (3) volledig ondergronds en bovengronds buitengebruik gesteld (fully decommissioned, surface and subsurface). Voor de wetgever geldt dat de Put buiten werking is gesteld (suspended) totdat deze volledig ondergronds en bovengronds buiten gebruik is gesteld, d.w.z. pas als ook het putmateriaal aan het oppervlak is verwijderd. Bij de putstatus 'gedeeltelijk ondergronds buitengebruik gesteld' is het aanbevelenswaardig te vermelden tot welke diepte dit geldt, bijvoorbeeld van de top van de ondiepste cementkolom die voldoet aan de gestelde eisen ten tijde van plaatsing.
62
Bladzijde 61 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardEas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
Mo ■'-Hfc» * I Mg I I
NQGēPA
Mo
NEDERLANDSE OL« EN G*S EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
’AjO
Appendix E
Niet-terughaalbare radioactieve instrumentbronnen
Voor radioactieve bronnen in meetinstrumenten die in een Put moesten worden achtergelaten, heeft SodM de volgende rapportageprocedure gepubliceerd in Nieuwsbulletin 18. De Mijnbouwonderneming verwittigt SodM van het incident. 1.
De vergunninghouder (de aannemer van de boorgatmetingen) zal in samenwerking met de mijnbouwonderneming SodM vragen om Artikel 6.14 van het 'Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming' (Bbs) van toepassing te verklaren op de voortzetting van de activiteiten. Dit verzoek bevat de gegevens van het broncertificaat en de registratie van de vergunning volgens de Kernenergiewet.
2.
De mijnbouwonderneming dient een plan van aanpak in bij de Inspecteur-Generaal der Mijnen. Het
plan
van
aanpak
wordt
gezamenlijk
vastgesteld
tussen
vergunninghouder,
mijnbouwonderneming en booraannemer om de risico's en veiligheidsmaatregelen adequaat vast te stellen. Het plan omvat geografische coördinaten van de achtergelaten bron. 3.
SodM beoordeelt het werkplan volgens Artikel 6.14, sub 3 c) en neemt dit mee in het besluit.
Toelichting: Ad 2. Artikel 6.14 draagt de Minister op om maatregelen te vragen van de vergunninghouder en de mijnbouwonderneming en om het werkprogramma goed te keuren. Deze maatregelen kunnen het terughalen van een bron of het veilig achterlaten ervan behelzen, geïsoleerd met één of meerdere cementkolommen. Ad 3. Het werkprogramma zal deel uitmaken van het (aangepaste) werkplan, conform artikel 74 van het Mijnbouwbesluit.
63
Bladzijde 62 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
ũm FemaiHUIndraJj
TOELICHTING I. Algemeen
1. Doel en aanleiding Bij ministeriële regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 26 maart 2019, nr. WJZ/18116525, tot wijziging van de Mijnbouwregeling (het buiten gebruik stellen van boorgaten en putten) is afdeling 8.5 van de Mijnbouwregeling over het buiten gebruik stellen van putten en boorgaten vernieuwd. Afdeling 8.5 bevat de hoofdlijnen van de technische uitvoering voor het buiten gebruik stellen van boorgaten en putten. Met het vervangen van afdeling 8.5 zijn deze hoofdlijnen aangepast aan de huidige kennis van wetenschap en stand der techniek.
2. Uitvoering De nadere technische details voor de uitvoering van afdeling 8.5 van de Mijnbouwregeling zijn door de branchevereniging van gas- en olie- exploiterende bedrijven, Nogepa, uitgewerkt in de Industriestandaard nr.45, het buiten gebruik stellen van putten, van 26 juni 2019, die in bijlage I bij dit besluit bekend is gemaakt. De Industriestandaard nr.45 is door de inspecteur-generaal der mijnen beoordeeld als een goede praktijk voor de uitvoering van het buiten gebruik stellen van boorgaten en putten. Wanneer een boorgat volgens deze industriestandaard buiten gebruik is gesteld, wordt deze wijze van buiten gebruikstelling beschouwd als een effectieve en duurzame methode van buiten gebruik stellen van een boorgat of put als bedoeld in artikel 8.5.1.3 van de Mijnbouwregeling. Niettemin stelt artikel 8.5.1.4, eerste lid, van de Mijnbouwregeling voor een aantal specifieke gevallen een verplichting tot het aanvragen van ontheffing, waarin afdeling 8.5 van de Mijnbouwregeling om technische redenen niet volledig gevolgd kan worden. Hoofdstuk 7 van de Industriestandaard nr.45 reikt voor een aantal van deze gevallen een oplossing aan. II. Artikelen
Artikel 3 Een ontheffing als bedoeld in artikel 8.5.1.4, eerste lid, van de regeling kan vrijwel altijd worden verleend als de ontheffing wordt aangevraagd voor: a. het gedeeltelijk buiten gebruik stellen van boorgaten, respectievelijk zijtakken van boorgaten, zoals beschreven in de paragrafen 7.1, 7.2, respectievelijk 7.6 van de Industriestandaard nr.45 (ontheffing krachtens artikel 8.5.1.4, eerste lid, onderdeel a, van de Mijnbouwregeling); b. het geval van een obstructie en het achter laten van materialen, zoals beschreven in de paragrafen 7.9, 7.11, 7.15, 7.17 en 7.22 van de Industriestandaard nr.45 (ontheffing krachtens artikel 8.5.1.4, eerste lid, onderdeel c, van de Mijnbouwregeling); c. het gebruik van een ander materiaal dan cement of het gebruik van een andere methode, zoals beschreven in de paragrafen 7.3, 7.4, 7.10, 7.17, 7.18 en 7.19 van de Industriestandaard nr.45 (ontheffing krachtens artikel 8.5.1.4, eerste lid, onderdeel d, respectievelijk 8.5.3.1, derde en vierde lid, van de Mijnbouwregeling).
Artikel 4 Artikel 8.5.2.1 van de regeling bepaalt dat een put buiten gebruik wordt gesteld door het aanbrengen van een afsluiting ter hoogte van iedere sluitlaag. Een sluitlaag kan onbereikbaar worden door vastzittend gereedschap of een dichtgeknepen gedeelte als gevolg van de beweging van gesteentelagen. Het boorgat is dan gedeeltelijk niet toegankelijk door een obstructie. In dat geval moeten de risico's van het verwijderen van de obstructie en het opnieuw afsluiten van het boorgat worden afgewogen tegen het risico van het minder effectief of minder duurzaam afgesloten zijn van het boorgat. Als met een ontheffing belangrijke risico's voor de volksgezondheid of het milieu vermeden kunnen worden zal in veel gevallen een ontheffing verleend kunnen worden. Als de kosten van een nieuwe buiten gebruik stelling in vergelijking met de risico's voor volksgezondheid en milieu van de uitgevoerde buiten gebruik stelling extreem zijn, kan een ontheffing worden overwogen. Niettemin ligt een ontheffing, ondanks eventuele belangrijke risico's of hoge kosten, in verband met de eeuwige duur van de afsluiting niet zonder meer voor de hand. De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes
64
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019