Bijlage 1 Zienswijze Watergat (G22-000021)
Tekst van het document
ũm
ĩtSĩEiigDRa
STAATSCOURANT
Nr. 66474 6 december 2019
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
Besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 29 november 2019, nr. WJZ/ 19229655, houdende beleidsregels over het buiten gebruik stellen van boorgaten en putten (Beleidsregel buiten gebruik stellen boorgaten en putten) De Minister van Economische Zaken en Klimaat; Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 8.5.1.4 en 8.5.3.1, vierde lid, van de Mijnbouwregeling; Besluit: Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder: regeling: de Mijnbouwregeling; Industriestandaard nr.45: Industriestandaard nr.45, het buiten gebruik stellen van putten, van 26 juni 2019, zoals bekend gemaakt in bijlage I bij dit besluit. Artikel 2
Als een boorgat buiten gebruik is gesteld in overeenstemming met Industriestandaard nr.45, het buiten gebruik stellen van putten, van 26 juni 2019, zoals bekend gemaakt in bijlage I bij dit besluit, is voldaan aan artikel 8.5.1.3 van de regeling. Artikel 3
Als een boorgat niet buiten gebruik gesteld kan worden op een wijze als bedoeld in de paragrafen 8.5.2. en 8.5.3. van de regeling, wordt voor de gevallen, bedoeld in artikel 8.5.1.4, eerste lid, onderde len a, c en d, van de regeling, een ontheffing verleend, indien uit de aanvraag om ontheffing blijkt dat het boorgat buiten gebruik wordt gesteld in overeenstemming met hoofdstuk 7 van de Industriestandaard nr.45. Artikel 4
Als een boorgat niet buiten gebruik is gesteld op een wijze als bedoeld in de paragrafen 8.5.2. en 8.5.3. van de regeling, kan in het geval, bedoeld in artikel 8.5.1.4, eerste lid, onderdeel e, van de regeling op aanvraag een ontheffing worden verleend, indien het boorgat slechts met belangrijke risico's voor de volksgezondheid of het milieu of met buitensporige kosten buiten gebruik gesteld kan worden. Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Artikel 6
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel buiten gebruik stellen boorgaten en putten. Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 's-Gravenhage, 29 november 2019 De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes
1
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
EMAINTIENDraj
BIJLAGE I
NGbĒPA NEDERLANDSE OUE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
INDUSTRIE STANDAARD NR. 45 Het buiten gebruik stellen van putten 26 Juni 2019
2
Bladzijde 1 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
i
NEDERLANDSE Ol* EN GaS ExPiORaTiE En PRODUCT* ASSOCIATIE
,ÿ
Inhoudsopgave
3
DEFINITIES
6
WETTELIJKE VEREISTEN
8
GERELATEERDE NOGEPA INDUSTRIE STANDAARDEN
8
BELANGRIJKE AANWIJZING VOOR DEZE STANDAARD
9
1
MANAGEMENTSAMENVATTING
10
2
KADER EN TOEPASSING VAN DEZE STANDAARD
11
2.1
Kader en toepassing
11
2.2
Doel
11
3
OVERZICHT VAN RELEVANTE REGELGEVING
12
3.1
Definities van moet/moeten, behoort/behoren en kan/kunnen
12
3.2
Regelgeving voor het Buiten gebruik stellen van een Put
12
4
ALGEMEEN
13
4.1
Toepassing op Boorgaten en Putten
13
4.2
Zones met stromingspotentieel
14
4.3
Belang van Sluitlaag en duurzaamheid
15
4.4
Mogelijkheden voor ontheffing
16
5
REGELS VOOR HET BUITENGEBRUIKSTELLEN VAN PUTTEN
17
5.1
Hoofdactiviteiten
17
5.2
Afsluiting ter hoogte van Sluitlaag
17
5.3
Laterale eisen voor een Afsluiting
19
Bladzijde 2 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardeas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
EMAINTIENDraj
NGGēPA NEDERLANDSE Out EN GAS EXPlO&ATlE EN PPODUCTlE ASSOCIATIE
4
5.4
Kabels en leidingen in de Afsluiting
19
5.5
Lengte van een Afsluiting
20
5.6
Verificatie van Afsluitingen
23
5.7
Eigenschappen van achterblijvende vloeistoffen
25
5.8
Topafsluiting en Bovengrondse eisen
26
6
RAPPORTAGE EN DOCUMENTATIE
29
6.1
Werkprogramma I Kennisgeving van putactiviteiten
29
6.2
Eindrapportage van putstatus
30
6.3
Verdere rapportage
31
7
BIJZONDERE SITUATIES EN ASPECTEN
32
7.1
Gedeeltelijk buiten gebruik stellen
32
7.2
Gedeeltelijke Buitengebruikstelling voor het boren van een zijtak (sidetrack)
32
7.3
Materialen en duurzaamheid van een Afsluiting
33
7.4
Kwaliteitsborging bij plaatsing van Afsluitingen
34
7.5
Horizontale Boorgaten
35
7.6
Multilaterale putten
35
7.7
HPHT-putten (High Pressure High Temperature I hoge druk hoge temperatuur)
36
7.8
Hydraulische gefractureerde ("fracked") Putten
36
7.9
Niet-toegankelijke Boorgaten
36
7.10
Overlapping van Liners
36
7.11
Afsnijden en terugwinnen van boorgatverbuizing
37
7.12
Herplaatsen van cement na perforeren van de Verhuizing
38
7.13
Perforeren, spoelen, cementeren
38
7.14
Wegfrezen van Verhuizing
39
Bladzijde 3 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj tv
5
TF
NQGEPA
fV
NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATE
i-i^ jjP 7.15 Verwijdering van in het Boorgat aanwezige materiaal (packers, pijpwerk, leidingen, kabels)
39
7.16
Buitengebruikstelling van niet-verbuisde Boorgaten
40
7.17
Buitengebruikstelling zonder verwijdering van de opvoerserie (through tubing)
40
7.18
Opvoerserie (tubing) als cement-stinger
41
7.19
Afsluiting door vervormende formaties
41
7.20
Putten met H2S en/of C02
42
7.21
Vrijkomen van gas uit ondiepe formaties
42
7.22
Niet-terughaalbare radioactieve instrumentbronnen
43
APPENDIX A
ARTIKELEN IN AFDELING 8.5 MBR
44
APPENDIX B
TOELICHTING OP ARTIKELEN IN AFDELING 8.5 MBR
47
APPENDIX C
WERKPROGRAMMA VOOR HET BUITENGEBRUIKSTELLEN VAN EEN PUT
56
APPENDIX D
EINDRAPPORTAGE VAN DE BUITENGEBRUIKSTELLINGSACTIVITEIT
59
APPENDIX E
NIET-TERUGHAALBARE RADIOACTIEVE INSTRUMENTBRONNEN
62
Bladzijde 4 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGtPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NGGēPA NEDERLANDSE OHE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
Documentbeheer Informatieblad Verantwoordelijke commissie
OPCOM
Titel van het document (NL)
Het buiten gebruik stellen van putten
Type document (NL)
NOGEPA Industrie Standaard
Controlenummer
45
Controlestatus Uitgavestatus dit document als “gecontroleero exemplaar'
te handhaven, zullen
eventuele formele herzieningen via deze website worden gepubliceerd
Tijdskader documentonderzoek Cl -12 maanden
C3 C2-24 maanden
| C3-36 maanden
Akkoord bevonden door Naam
Commissie milieubeheer
Datum:
Gezondheids- en veiligheids-
Naam
commissie
Datum: Naam
Juridische commissie
Datum: Naam
Operationscommissie
Datum:
Goedgekeurd door Uitvoerende commissie
Uitvoerende commissie
Datum:
Revisie-overzicht Rev
Datum
Beschrijving
0
2 April 2018
1
26 Juni 2019
l Vertaling vanuit Engels Update Mbr als per Staatscourant 27-3-2019
Auteur
Gereviseerd
JS
JS
JS
JS
Goedgekeurd
Dit document wordt gecontroleerd volgens NOGEPA Industrie Standaard nr. 80 betreffende standaarden en documentbeheer.
6
Bladzijde 5 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardeas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NQGEPA Afkortingen Mbr
Mijnbouwregeling
HPHT
High Pressure High Temperature (Hoge druk hoge temperatuur)
HSE
Health, Safety and Environment (Gezondheid, veiligheid en milieu) Program
PEC
Execution
Checklist
(Checklist
programma-uitvoering);
gebruikt in het put beoordelingsplan) Staatstoezicht op de Mijnen (State Supervision of Mines)
SodM
Definities Aanbevolen werkwijze
De toepassing van die methoden en werkwijzen die gewoonlijk worden gebruikt in goede en prudente olie-en gasveldpraktijk in Nederland en/of op het Nederlandse continentaal plat met die mate van zorgvuldigheid en prudentie die redelijkerwijs en gewoonlijk wordt uitgeoefend door ervaren operators in Nederland en/of op het Nederlandse continentaal plat bij een soortgelijke activiteit onder vergelijkbare omstandigheden en condities. Na aanleg, inrichting en afwerking van het boorgat wordt van een
Put
put gesproken. Een put kan uit meerdere boorgaten bestaan met dezelfde oorsprong aan het oppervlak, zoals het oorspronkelijke boorgat, eventuele zijtakken (sidetracks) en eventuele verbonden gedeelten van boorgaten (multilaterals). NB: Waar alleen het begrip "put" gehanteerd wordt, is de Standaard ook op alle boorgaten van toepassing. Een geboord gat dat het pad van de Put vormt van de putmond tot
Boorgat
het eindpunt ervan. Een boorgat is een niet voltooide put. Putoorsprong
De locatie van de putmond (wellhead) die toegang geeft tot de Put.
Bruikbaar Water
Water met een dusdanig laag zoutgehalte dat het een natuurlijke bron van
bruikbaar water kan zijn,
bepaald door de
lokale
geohydrologische basis. Buiten gebruik stellen van
De
Putten
Stromingspotentieel permanent te isoleren in een Put waartoe geen
noodzakelijke
acties
om
doorboorde
Zones
met
verder toegang zal worden gezocht en het vervolgens verwijderen van het bovengrondse materieel van de Put. Mijnbouwonderneming
Een houder van een vergunning voor het opsporen of winnen van koolwaterstoffen of indien er meerdere houders van de vergunning zijn, één van de vergunninghouders die is aangewezen om de
7
Bladzijde 6 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardeas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NQGEPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORAtlE W PROOUCTIE ASSOCIATIE
feítelijke werkzaamheden te verrichten of daartoe opdracht te verlenen. Een Put met hoge druk en/of hoge temperatuur [high pressure and
HPHT-Put
high temperature), met een verwachte ingesloten druk van meer dan 69 MPa, of een gesteente temperatuur aan de bodem van het boorgat die hoger is dan 150' C. Put waarvan het beginpunt zich op het Nederlands continentaal plat
Offshore-put
bevindt of binnen de grenzen van de territoriale wateren ligt (12 zeemijl vanaf de laagwaterlijn). Put waarvan het beginpunt zich op Nederlandse bodem of in
Onshore-put
Nederlandse
binnenwateren
bevindt,
maar
niet
binnen
de
afdichtingen,
die
gezamenlijk
territoriale wateren ligt. Een
Afsluiting
combinatie
van
duurzame
stroming van Vloeistoffen via de Put voorkomen. Term zoals gedefinieerd in de EU-richtlijn inzake offshore veiligheid
Significante wijziging (material change)
(2013) en die betekent: a)
in het geval van een rapport inzake grote gevaren: een
wijziging in de grondslagen op basis waarvan het oorspronkelijke rapport is aanvaard, onder meer fysieke wijzigingen, beschikbaarheid van nieuwe kennis of technologie en veranderingen in operationeel beheer; b)
in het geval van een kennisgeving van putactiviteiten: een
wijziging in de grondslagen op basis waarvan de oorspronkelijke kennisgeving is ingediend, onder meer fysieke wijzigingen, vervanging van een installatie door een andere, beschikbaarheid van nieuwe kennis of technologie en veranderingen in operationeel beheer. Gesteentelaag die een onderliggende Zone met Stromingspotentieel
Sluitlaag
afsluit. Deze term wordt gehanteerd in de Mijnbouwregeling en is voor deze
Uitvoerder
Standaard gelijk aan de Mijnbouwonderneming. Pijpen in een Put, doelende op zowel de opvoerserie (tubing) als de
Verbuizing
boorgatverbuizing [casings, liners, conductors). Verwachte Maximale Druk
De hoogste druk die redelijkerwijze verwacht kan worden na buitengebruikstelling van een put. Ter verduidelijking: dit woord verwijst naar zowel vloeistoffen als
Vloeistof
gassen.
8
Bladzijde 7 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NGGēPA NEDERLANDSE OHE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATE
Zone met
Serie gesteentelagen van waaruit een gas- of vloeistofstroom naar of
Stromingspotentieel
van gesteentelagen buiten de zone of naar het oppervlak kan plaatsvinden.
Wettelijke vereisten Mijnbouwwet
Artikel 33
Mijnbouwbesluit
Artikelen 67, 68, 69, 72
Mijnbouwregeling
Hoofdstuk 8
Gerelateerde NOGEPA Industrie Standaarden
9
Standaard 42
Well Examination
Standaard 83
RIGG {Report on Major Hazards ! Rapport inzake grote gevaren)
Standaard 65
NORM
Standaard 80
Standards and Document Control (Standaarden en documentbeheer)
Bladzijde 8 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardeas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NGGēPA NEDERLANDSE OUE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
Belangrijke aanwijzing voor deze Standaard
In onderstaande tekst is in algemene bewoordingen de status van de verschillende bepalingen van de Standaard verwoord. In de Standaard wordt per bepaling aangegeven welke status die heeft met een kleur code. Er bestaan binnen de Standaard drie niveaus waarop men gebonden kan zijn aan de ínhoud van de Standaard.
In het kader van deze Standaard en bij gebruik om een werkwijze of praktijk te beschrijven, betekent: 'moet' of
dat een dergelijke werkwijze of praktijk betrekking heeft op een dwingende
'moeten'
wettelijke bepaling (zgn. dwingend recht). Een dergelijke werkwijze of praktijk is dwingend voor geadresseerden van een dergelijke bepaling (doorgaans de Mijnbouwondernemingen). Een Standaard kan dwingende bepalingen beschrijven of citeren,
maar niet aanpassen.
Wanneer een
Mijnbouwonderneming
in
uitzonderlijke gevallen hieraan niet kan voldoen om technische, operationele of HSE redenen, moeten uitzonderingen worden gedocumenteerd en gerapporteerd, en risico’s beperkt. Merk op dat dit de Mijnbouwonderneming niet ontslaat van de verplichting om aan de wet te voldoen. 'behoort'
dat deze werkwijze of praktijk overeenkomt met goede operationele praktijk. Van
of
een Mijnbouwonderneming wordt in algemeen verwacht dat zij een dergelijke
'behoren'
werkwijze of praktijk toepast, maar voor een specifieke situatie kan een specifiek alternatief vereist zijn. Met andere woorden: de Mijnbouwonderneming voldoet hieraan of legt gedocumenteerd uit waarom zij hieraan niet voldoet.
’kan' of
dat deze werkwijze of praktijk van adviserende aard is of bij wijze van voorbeeld
'kunnen'
wordt vermeld. Een Mijnbouwonderneming hoeft hieraan niet te voldoen en hoeft geen verklaring te geven als zij hieraan niet voldoet.
10
Bladzijde 9 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
[ĒHAnDffiDRĀj] SJ I'-.'
Ui (
i
NQGēPA
■^J
NJ ■K) O •2
NEDERLANDSE ODE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
Managementsamenvatting Deze Standaard heeft betrekking op het permanent Buitengebruikstellen van een Put door de Mijnbouwonderneming wanneer geen verder gebruik is voorzien van de Put of van een deel daarvan. Het document beschrijft de eisen voor het Buitengebruikstellen van een Put en behandelt de plaats, eigenschappen en verificatie van Afsluitingen ter voorkoming van vloeistofstromen door belangrijke afdichtende geologische lagen. Daarnaast bevat het document overwegingen van raadgevende aard ten einde de juiste interpretatie van eisen en hun context te bevorderen. Het gaat ook uitgebreid in op een aantal bijzondere gevallen. NOGEPA Industrie Standaarden bevatten eisen en werkwijzen die zijn overeengekomen door de bedrijven die lid zijn van NOGEPA, en mogelijk gedetailleerder of strikter zijn dan wettelijke eisen. Na goedkeuring door de NOGEPA Executive Committee zijn Mijnbouwondernemingen gebonden aan de NOGEPA Industrie Standaarden, met dien verstande dat bij een conflict tussen deze Standaarden en wettelijke regelgeving, de laatste prevaleert.
Conform NOGEPA Industrie Standaard 80, zal een driejaarlijkse herzieningscydus van toepassing zijn op deze Standaard, of zoveel eerder als nodig is, ten einde veranderingen in te passen die voortvloeien uit nieuwe regelgeving, interpretatie, internationale standaarden, gebruikelijke werkwijzen, opgedane ervaring, bewezen technologieën, documentatie-vereisten, etc.. Deze Standaard heeft een vertaling in de Engelse taal. Echter, de Nederlandse versie prevaleert boven de Engelse. Deze Standaard is middels een beleidsregel aan de Mijnbouwregeling verbonden.
11
Bladzijde 10 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
** r
isis&i FemaiHUIndraJj
NGGEPA NEDERLANDSE Out EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
2
Kader en toepassing van deze Standaard
2.1
Kaderen toepassing Het wettelijk kader voor deze Standaard wordt gevormd door de artikelen in Afdeling 8.5 van de Mijnbouwregeling en de bijbehorende Toelichting, geldig vanaf 1 april 2019. Deze Standaard is van toepassing op Putten waarvoor geen verder gebruik is voorzien, bijvoorbeeld wegens het ontbreken van verdere economische mogelijkheden, beperkte integriteit, einde van het tijdvak van de vergunning, etc.. De Standaard is ook van toepassing op gedeeltelijke Buitengebruikstelling van Boorgaten, bijvoorbeeld (1) bij een gefaseerde aanpak van Buiten gebruik stellen van een Put, (2) als voorbereiding vooreen zijtak [side-track) v an een Put en (3) een exploratieput in afwachting van mogelijk hergebruik bij toekomstige exploitatie van een gasvoorkomen. Deze Standaard is van toepassing op alle Putten, die gerelateerd zijn aan de olie- en gasindustrie in Nederland en het Nederlands continentaal plat en geëxploiteerd worden door NOGEPAleden.
2.2
Doel Het doel van deze Standaard is het ondersteunen van Mijnbouwondernemingen en de toezichthouders bij beoordeling en besluitvorming betreffende het Buiten gebruik stellen van Putten. Toepassing van deze Standaard zal leiden tot een veilige, efficiënte en effectieve aanpak, met in achtneming van de omstandigheden van de individuele Put en de eisen van de mijnbouwregelgeving. Een Mijnbouwonderneming zal mogelijkerwijze interne procedures vaststellen die eenvoudig en effectief kunnen worden toegepast, om de kwaliteit bij de Buitengebruikstelling van een Put te kunnen realiseren in overeenstemming met de eisen van deze Standaard. De procedures van de Mijnbouwonderneming kunnen verschillen, aangezien de diepte en druk van formaties en vloeistoffen verschillen alsmede de configuratie- en status van Putten onderling. Het zgn. Well Examination proces op basis van artikel 451 van de Mijnbouwwet moet worden toegepast op de Buitengebruikstelling van een Put als een middel om naleving van deze Standaard te waarborgen.
12
Bladzijde 11 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardeas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
[ĒHAnDffiDRĀj] KJ
IO -ŕk •ji I
i
NGGEPA
■sl KJ HO O :-3
NEDEfřiandSE OUE En GaS ExPlORaTiE En PRODUCTIE ASSOCIATIE
3
OVERZICHT VAN RELEVANTE REGELGEVING
3.1
Definities van moet/moeten, behoort/behoren en kan/kunnen De betekenis van de woorden 'moet/moeten', 'behoort/behoren' en 'kan/kunnen' zoals gebruikt in deze Standaard, wordt uitgelegd op pagina 8 'Belangrijke aanwijzing'.
3.2
Regelgeving voor het Buiten gebruik stellen van een Put Gemakshalve wordt in Appendix A de tekst van de Mijnbouwregeling en in Appendix B de bijbehorende Toelichting zoals gepubliceerd in de Staatscourant van 27 maart 2019 nr. 16260 weergegeven. In de volgende hoofdstukken wordt elk artikel uit afdeling 8.S Mbr nader beschreven en verduidelijkt en worden adviezen op basis van aanbevolen werkwijzen ('behoren'-terminologie) en overwegingen ('kunnen'-terminologie) toegevoegd. Deze Standaard is in overeenstemming met hoofdstuk 10 van ISO 16530, met betrekking tot het beheersen van integriteit van Putten bij het Buiten gebruik stellen.
13
Bladzijde 12 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
EMAINTIENDraj
NQGēPA NEDERLANDSE OLIE EN G*S ExPiORaīiE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
4
ALGEMEEN
4.1
Toepassing op Boorgaten en Putten
Artikel 8.5.1.1 Mijnbouwregeling Deze afdeling is: a. van toepassing op het geheel buiten gebruik stellen van boorgaten en putten; b. van overeenkomstige toepassing op het gedeeltelijk buiten gebruik stellen van boorgaten en putten, waaronder het buiten gebruik stellen van een zijtak; c. van overeenkomstige toepassing op boorgaten en putten die voor een ander doel dan de opsporing of winning van koolwaterstoffen zijn aangelegd of in gebruik zijn genomen voor de opslag van stoffen.
De Toelichting op de Mijnbouwregeling (zie Appendix B, sectie 1.1) verduidelijkt het verschil tussen een Boorgat en een Put. Waar in afdeling 8.5 en in deze Standaard het begrip "Put" wordt gebruikt, is de tekst ook altijd van toepassing op "Boorgaten". Verder worden in de Toelichting bij artikel 8.5.1.1 Mbr de begrippen 'buiten werking stellen' [suspension) en 'Buiten gebruik stellen' (decommissioning) van Boorgaten en Putten toegelicht. Deze Standaard beschrijft niet de regels voor het buiten werking stellen van boorgaten en putten, hoewel gedeeltelijke Buitengebruikstelling gewoonlijk resulteert in buitenwerkingstelling. Overwegingen voor het gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een put worden in Sectie 7.1 gegeven. Overwegingen die gerelateerd zijn aan het aanleggen van een zijtak (sidetrack) zijn in Sectie 7.2 beschreven. Conform de Toelichting op dit artikel is afdeling 8.5 Mbr ook van toepassing op het buiten gebruik stellen
van
Putten
en
Boorgaten,
die
voor
andere
doeleinden
dan
de
winning van
koolwaterstoffen worden gebruikt. Putten voor de winning van water vallen doorgaans niet onder deze regeling. De regeling is niet van toepassing op Putten en Boorgaten, en delen ervan, die in het verleden buiten gebruik zijn gesteld onder de toen geldende regelgeving, conform Artikel II van de Toelichting in de Staatcourant van 27 Maart 2019: "Deze regeling heeft onmiddellijke werking. Dit laat eerder ondernomen activiteiten tot het buiten gebruik stellen van putten onverlet, indien volgens de toen geldende regels is gehandeld, zoals het voorleggen van een werkprogramma aan de inspecteur-generaal der mijnen (artikel 8.2.4.1 van de Mijnbouwregeling, zoals bekend gemaakt in de Staatscourant van 19 december 2002, nr. 245, pagina 17). Na het inwerking treden van deze regeling is bij iedere activiteit tot het buiten gebruik stellen van een put de nieuwe afdeling 8.5 geheel van toepassing."
14
Bladzijde 13 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie; 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardRas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NGGēPA NEOERtANDSE OllE EN GAS EXPIORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
Zones met stromingspotentieel
Artikel 8.5.1.2 Mijnbouwregeling Voordat een uitvoerder een put buiten gebruik stelt, identificeert hij alle zones met stromingspotentieel en onderzoekt hij met welke maatregelen de stroming van gassen en vloeistoffen naar of van gesteentelagen buiten de zone of de oppervlakte kan worden voorkomen.
Het Buiten gebruik stellen van Putten betreft het isoleren van aardlagen die in staat zijn vloeistofstromen in de Put te veroorzaken. De beoordeling van het stromingspotentieel van de doorboorde aardlagen behoort te worden gedocumenteerd, aangezien dit essentiële informatie is bij het bepalen van het aantal en de plaats van Afsluitingen. Bij Onshore-putten behoort de bescherming van Bruikbaar Water in ondiepe aardlagen als een specifiek geval te worden behandeld. Dit kan middels een studie die de potentiële verstoring in de
studie
kan
eerder
plaatsgevonden, bijvoorbeeld tijdens de constructiefase van de
ondiepe
geohydrologie
onderzoekt;
een
dergelijke
Put.
Kaarten van
hebben de
geohydrologie zijn beschikbaar om op een specifieke locatie de diepte van aardlagen met Bruikbaar Water te bepalen. De meeste aardlagen bevatten Vloeistoffen zoals water, brijn, olie, gas of mengsels daarvan, maar deze kunnen niet altijd stromen. Stromingspotentieel is in het algemeen gerelateerd aan gesteentelagen die permeabiliteit vertonen met daarbij een drukverschil met andere gesteentelagen of met oppervlak. Gesteenten met zeer lage of geen permeabiliteit zoals schalie of krijtformatie kunnen echter ook stromingspotentieel vertonen (bijv. bij onderling verbonden breuken die van nature aanwezig zijn of zijn ontstaan door put- of productieactiviteiten). Beoordeling
van
stromingspotentieel
kan
worden
gebaseerd
op
gerapporteerde
booractiviteiten (instroom/verliezen/gasniveaus), logs (met inbegrip van die van aangrenzende boorgaten),
en
eventuele
drukopbouwsnelheid
van
annulaire
ruimten.
Indicaties van
stromingspotentieel kunnen ook ontstaan tijdens de werkzaamheden bij buitengebruikstelling. Tijdens die werkzaamheden kunnen passende voorzorgsmaatregelen voor drukbeheersing nodig zijn. Meerdere aardlagen kunnen worden gegroepeerd in een zone met vergelijkbare Vloeistoffen en/of drukniveaus indien isolatie tussen de aardlagen niet vereist is om schade te voorkomen. Een dergelijke groep aardlagen kan worden geïsoleerd van andere zones en het oppervlak door een gemeenschappelijke Afsluiting. Voor wat betreft mogelijke gevolgen van stroming, behoren risico's van schade aan mens, milieu en natuurlijke hulpbronnen in aanmerking te worden genomen bij het bepalen van de omvang van maatregelen ter voorkoming en inperking ervan. De beoordeling kan specifieke put- en
15
Bladzijde 14 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
HKbh FemaiHUIndraJj
NOGEPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
gebiedsinformatie omvatten zoals formatievloeistoffen, druk, natuurlijke drukopbouw (re charging), formatiesterkte, formatie overstroompunten (spillpoints), niet-afdichtende breuken, potentiële volumestromen en duur, milieueffecten, locatie, geohydrologie, de uitvoerbaarheid van corrigerende werkzaamheden en responstijd. Overwegingen betreffen ook stroming naar aardlagen met Bruikbaar Water, indien van toepassing. De bepaling van de Verwachte Maximale Druk die onder een Afsluiting kan ontstaan, omvat het (gedeeltelijke) herstel van de oorspronkelijke formatie druk in een geproduceerd reservoir en eventuele effecten van toekomstig gebruik van de formatie. Wanneer de Afsluiting beduidend ondieper wordt geplaatst dan de bron van de druk, kan de beoordeling ook de aanwezige hydrostatische Vloeistof kolom omvatten. Opmerking: De beoordeling van ondergronds transport van Vloeistoffen wordt gezien in het kader van natuurlijke gasmigratie door de aardkorst, inclusief microbiële activiteit en opwaartse beweging van koolwaterstoffen onder het oppervlak. Dergelijke migratie vindt voortdurend plaats door aardlagen, met variërende snelheid, en hoeft niet gerelateerd te zijn aan een Put.
4.3
Belang van Sluitlaag en duurzaamheid
Artikel 8.5.1.3 Mijnbouwregeling Bij het buiten gebruik stellen van een put brengt de uitvoerder een effectieve en duurzame afsluiting aan die voorkomt dat ondergrondse gassen en vloeistoffen door de sluitlaag naar andere gesteentelagen of naar het oppervlak kunnen stromen.
De Sluitlaag wordt in sectie 5.2 gespecifieerd en de eisen aan de Afsluiting in secties 5.4,5.5, en 5.6. Cement van de juiste samenstelling en kwaliteit wordt in het algemeen als een geschikt materiaal beschouwd om een duurzame Afsluiting te realiseren. Waar in dit document de term cement wordt gebruikt is een ander geschikt materiaal ook acceptabel, mits het in een minstens gelijkwaardige Afsluiting resulteert in termen van effectiviteit en duurzaamheid. Zie ook Artikel 8.5.1.4, sub d Mbr, en Artikel 8.5.3.1, sub 4 Mbr, alsmede sectie 7.3 van deze Standaard over geschikte materialen.
16
Bladzijde 15 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardeas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NGGēPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
Mogelijkheden voor ontheffing
Artikel 8.5.1.4 Mijnbouwregeling 1. De minister kan ontheffing verlenen van bepalingen van deze afdeling, indien in een effectieve en duurzame methode van buiten gebruik stellen wordt voorzien in het geval: a. b.
c.
van een gedeeltelijke buitengebruikstelling; van het buiten gebruik stellen van een boorgat of put die: -
niet is gebruikt voor de opsporing of winning van koolwaterstoffen of
-
wordt gebruikt voor de opslag van stoffen;
dat een obstructie in het boorgat een andere wijze tot het buiten gebruik stellen van een put noodzakelijk maakt;
d. e.
van het gebruik van een ander materiaal dan cement; of de houder van de vergunning bij het buiten gebruik stellen alle maatregelen heeft genomen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden en na het buiten gebruik stellen een afsluiting minder effectief of minder duurzaam blijkt dan verwacht, onder het stellen van voorschriften voor het monitoren van de buiten gebruik gestelde put en het zo nodig nemen van mitigerende maatregelen.
2.
De ontheffing kan onder voorschriften of beperkingen worden verleend.
Dit artikel schepteen kader voor eventuele ontheffingen van de bepalingen van afdeling 8.5 door de minister. Er kunnen zich immers situaties voordoen waarbij het niet mogelijk is te voldoen aan alle bepalingen. Hierbij kan gedacht worden aan obstructies in boorgaten waardoor die beneden een zekere diepte niet toegankelijk zijn, bijvoorbeeld door vastzittend gereedschap, of zijn dichtgeknepen door beweging van gesteentelagen, of aan een risicovolle en buitensporige activiteit die nodig is om een buitengebruikstelling te verbeteren, waarbij de activiteit niet in verhouding staat met mogelijke schade. Er kunnen in dergelijke gevallen eisen worden gesteld voor mitigerende maatregelen teneinde schade tot een acceptabel niveau te beperken. Bij artikel 8.5.1.4, sub b, Mbr doelt de wetgever op Putten voor andere toepassingen zoals zoutwinning of geothermie.
17
Bladzijde 16 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardeas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
EMAINTIENDraj
NQGēPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPlORAT* EN PRODUCTIE ASSOCiAtlE
5
REGELS VOOR HET BUITENGEBRUIKSTELLEN VAN PUTTEN
5.1
Hoofdactiviteiten
Artikel 8.5.2.1 Mijnbouwregeling De uitvoerder stelt een put buiten gebruik door: a.
een afsluiting ter hoogte van iedere sluitlaag;
b.
een topafsluiting; en
c.
het verwijderen van het putmateriaal nabij het aardoppervlak.
Dit artikel beschrijft de hoofdelementen van het Buiten gebruik stellen van Putten. Deze elementen worden in de hierna volgende bepalingen nader gespecificeerd. Omdat er doorgaans meerdere mogelijke sluitlagen in een put aanwezig zijn, wordt in dit artikel iedere Sluitlaag die relevant is om het beoogde doel van Artikel 8.5.1.3. te bereiken, bedoeld. 5.2
Afsluiting ter hoogte van Sluitlaag
Artikel 8.5.2.2 Mijnbouwregeling De uitvoerder kiest een afsluiting van een sluitlaag zodanig dat de afsluiting zich op gelijke hoogte bevindt met een sluitlaag, die: a. ondoorlatend alsmede voldoende dik en sterk is om de verwachte maximale druk van gassen en vloeistoffen op die diepte te weerstaan; b.
geen breukvorming vertoont en
c.
zich boven een zone met stromingspotentieel bevindt.
Een geschikte Sluitlaag strekt zich uit over het veld en is een natuurlijke barrière tegen migratie van Vloeistoffen, waardoor herstel ervan een robuuste manier is om een Afsluiting te verwezenlijken.
Eén
Sluitlaag
kan
geschikt
zijn
voor
verschillende
Zones
met
Stromingspotentieel. Een geschikte Sluitlaag hoeft niet direct boven de Zone met Stromingspotentieel te liggen, maar kan ondieper gelegen zijn. Zie Figuur 1. Zoutlagen (evaporieten) en schalie zijn in het algemeen geschikt als Sluitlaag. Deze gesteenten hebben een zeer lage doorlatendheid en kunnen zich vaak herstellen in geval van breukvorming. Mergel en krijt zijn ook geschikte Sluitlagenlagen mits breukvrij; deze gesteenten hebben weliswaar hoge porositeit maar een zeer lage doorlatendheid.
18
Bladzijde 17 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
ĩlMÃĨÑTĨiÑDRĀĴj
NGbEPA NEDERLANDSE OL E EN GAS E«PlOPAT|F FN PRODUCTIE ASSOCIATIE
Ondiepste Permanente Afsluiting bij vloeistof
Vloeistof gradient lijn
Ondiepste Permanente Afsluiting bij
De ondiepste locatie van een Permanente Afsluiting hangt af van de Verwachte Maximale Druk in de Zone met Stromingspotentieel formatie sterkte van de Sluitlaag vloeistof gewichtsgradient
Gas gradient lijn
gąş
Formatie Sterkte lijn
Diepte met het kleinste drukverschil
verwachte Maximale Druk hangt af van de toekomstige drukopbouw (bijv. door al dan niet nastromend waterj Toekomstig gebruik van de ondergrond (bijv. gasopslag, herontwikkeling)
Verwachte Maximale Druk van de Zone met Stromingspotentiěel
Figuur 1: De minimale (verticale) diepte van een Afsluiting wordt bepaald door de Maximaal Verwachte Druk van de Zone met Stromingspotentieel, de verwachte vloeistof gradient en de sterkte van de Sluitlaag. De illustratie toont twee situaties, een in geval van een gas gradiënt en een met een water gradiënt.
Om de minimale verticale diepte van een Afsluiting in een Put te bepalen, behoort de volgende informatie te worden gebruikt en gedocumenteerd: 1.
elke te isoleren Zone met Stromingspotentieel;
2.
de Verwachte Maximale Druk van elke te isoleren Zone met Stromingspotentieel;
3.
vloeistofgradiënt behorend bij elke Zone met Stromingspotentieel (gas, olie, brijn, of
4.
boven- en onderkant van een geschikte Sluitlaag (met lage doorlatendheid en breukvrij);
5.
breuksterkte van de Sluitlaag - de druk die de Sluitlaag niet kan weerstaan en daarbij
mengsel hiervan);
doorlatend wordt; 6.
beoordeling van de afsluiting in de annuli tussen Verbuizingen onderling, indien aanwezig, en de Sluitlaag.
Voor de bovenstaande lijst geldt dat indien de Afsluiting onmiddellijk boven de Zone met Stromingspotentieel wordt aangebracht, is de informatie zoals genoemd onder 2 (Verwachte Maximale Druk), 3 (Vloeistofgradiënt) en 5 (Breuksterkte) in het algemeen niet relevant en niet nodig. Aan het bovenstaande artikel kan niet worden voldaan als er geen geschikte Sluitlaag is, of als deze niet kan worden hersteld (bijvoorbeeld door een obstructie in het Boorgat, verloren gereedschap, vervorming van de Verhuizing, gebroken Verhuizing, etc.). Een alternatieve aanpak om risico's tot een minimum te beperken behoort dan te worden gedefinieerd. Een aanvraag tot ontheffing moet worden ingediend conform artikel 8.5.1.4.
19
Bladzijde 18 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardeas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
[ĒHAnDffiDRĀj]
NGbĒPA NHxRlANpSC OUE EN GAS EXPIORAIK EN PRODUCTIE ASSOCIAĪIÉ
5.3
Laterale eisen voor een Afsluiting
Artikel 8.5.2.3 Mijnbouwregeling Een afsluiting in de ondergrond strekt zich uit over de volledige doorsnede van de put en alle annulaire ruimten.
Zoals geïllustreerd in Figuur 2, vormen een aantal elementen een Afsluiting. Een cementkolom in de Verbuizing is één onderdeel van de Afsluiting, die verder bestaat uit de cement buiten en tussen Verhuizingen, eventueel pijpwerk en de omliggende Sluitlaag. Dit wordt ook een rock-torock Afsluiting genoemd.
Permanent Afsluiting (gebied binnen rode streeplijn) Herstel van de Sluitlaag Afsluitende Elementen
Aanbevolen Werkwnzen
Duurzaam afsluitend materiaal
verbuizmg ingebed m afsluitend materiaal
Minimum hoogte van de afsluitende
Afgesloten annulaire
Diepte van de afsluiting is bepaald door de formatie en de afsluiting van de annulalre ruimte
Goede afsluiting op
Effectieve ondersteuning vervallen van vloeibare
contactvlak
Ml M ondoorlaatbaar í voldoende sterk voor verwachte drukken
tijdens hard worden
Figuur 2: Illustratie van een Afsluiting waarbij de verschillende elementen te samen de Sluitlaag herstellen (door rode stippellijn ingesloten gebied).
5.4
Kabels en leidingen in de Afsluiting
Artikel 8.5.2.7 Mijnbouwregeling In een afsluiting bevinden zich geen kabels of leidingen.
Zie Sectie 7.15 voor een toelichting en overwegingen betrekking tot dit artikel
20
Bladzijde 19 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardeas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
[ĒHAnDffiDRĀj] hJ
.ijl í
-sl
I
'-J
NGGEPA
SJ 1o O :0
NEDEELANDSE OLIE EN GAS EXPlOÜATIE EN PEODUCNE ASSOCIATIE
Lengte van een Afsluiting
Artikel 8.5.3.1 Mijnbouwregeling 1. De afsluiting ter hoogte van de sluitlaag wordt aangebracht door middel van cement. 2. Het cement heeft na uitharding in de lengterichting van het boorgat een dikte van: a. ten minste honderd meter; of b. ten minste vijftig meter, indien de cementkolom geplaatst is bovenop een mechanische of vaste ondersteuning. 3. Als deze methoden tot afsluiting niet toepasbaar zijn, wordt een alternatieve methode of techniek toegepast die leidt tot een gelijkwaardige duurzame en effectieve afsluiting. 4. Als de uitvoerder een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 8.5.1.4, eerste lid, onderdeel d, voor het gebruik van een ander materiaal dan cement indient, hanteert de uitvoerder zo nodig in afwijking van het tweede lid specificaties, die resulteren in een gelijkwaardige effectieve en duurzame afsluiting.
Dit artikel bepaalt de lengte van de Afsluiting voor zowel de binnenste cementkolom als de cement in de annulaire ruimte(n). Beiden worden hiernavolgend apart besproken. Voor toepassing van andere materialen dan cement, zie ook Sectie 7.3.
5.5.1
Lengte van de binnenste cementkolom De binnenste cementkolom is dat deel van de Afsluiting dat wordt geplaatst in de binnenste Verhuizing of, in geval van een onverbuisd Boorgat, tegen het gesteente.
De lengtewaarden in artikel 8.5.3.1 bevatten een aanzienlijke overmaat ter compensatie van verontreiniging van het vloeibare cement en onvermijdelijke onnauwkeurigheden bij plaatsing met een boorpijp. 8ij plaatsing op een mechanische of vaste ondersteuning is het risico op verontreinigingen van het vloeibare cement klein en kan met een korte cementkolom van 50 m worden volstaan.
Indien de dikte van de Sluitlaag minder is dan 50 m, is een kortere lengte voor de cementkolom acceptabel, met dien verstande dat het geplaatste cementvolume behoort te worden aangepast om verontreinigd cement ter hoogte van de Sluitlaag te minimaliseren. De geplaatste cementkolom strekt zich dan uit voorbij de Sluitlaag.
Dit is eveneens van toepassing indien
Zones met Stromingspotentieel een Afsluiting vereisen maar zich minder dan 50 meter van elkaar bevinden.
De onder punt lb genoemde mechanische ondersteuning voorkomt het wegvallen van vloeibare cement tijdens plaatsing tot uiteindelijke uitharding, alsmede de gevolgen van eventuele verliezen en/of instroom van/naar open gesteente. Een mechanische ondersteuning kan
Bladzijde 20 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
21
Staatscourant 2019 nr. 66474
Het buiten gebruik stellen van putten
6 december 2019
www.onsaardgas.nl
EMAINTIENDraj
NQGēPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
worden gevormd door de bodem van het boorgat, een eerder geplaatste uitgeharde cementkolom, of een mechanische plug, zoals bijvoorbeeld een bridge plug, een gesloten retainer-packer, opblaasbare packer, of een production packer met geteste plug.
De vermelde lengtewaarden gelden voor cement. Voor andere materialen kunnen andere lengtewaarden toegestaan of vereist zijn. Deze behoren te worden gedocumenteerd ter beoordeling van een well examiner conform artikel 451 van de Mijnbouwwet. Een aanvraag tot ontheffing moet worden ingediend conform artikel 8.5.I.4.
5.5.2
Lengte van cement in annulaire ruimten Om de aanwezigheid van een effectieve en duurzame Afsluiting in de annulaire ruimten ter hoogte van de Afsluitlaag aan te tonen, behoort de lengte en de kwaliteit van de bestaande Afsluiting in de annulaire ruimten beoordeeld en gedocumenteerd te worden aan de hand van: a)
rapportage van cement operaties, daarbij uitgaand van conservatieve aannames;
b)
logs (indien aanwezig) en
c)
afwezigheid van terugkerende annulaire druk c.q. stroming, bij land- en platformputten.
Als regel gelden hierbij de lengten in artikel 8.5.3.1, met dien verstande dat de effectiviteit en duurzaamheid van de Afsluiting van doorslaggevende betekenis is. Waar een log een wisselende kwaliteit laat zien, kan overwogen worden de lengte van de binnenste cementkolom te vergroten, om de betrouwbaarheid van de gehele Afsluiting te vergroten en voor de annulaire ruimten cumulatief te voldoen aan de lengten van artikel 8.5.3.I. Indien de lengte van het annulaire cement berekend is uit gepompte volumes en/of verschildruk tijdens de oorspronkelijke cementatie, dan behoren daarbij gedocumenteerde conservatieve aannames te zijn gebruikt, zoals volumes, verliezen, en Boorgat geometrie. Indien beschikbaar kunnen bij de beoordeling van de kwaliteit ook centralisatiegegevens betrokken worden. Het kan een overweging zijn om met state-of-the-art software een computersimulatie uit te voeren van de oorspronkelijke cementering. In geval van twijfel kan een relevante druktest via perforaties of een cement log worden gepland om de betrouwbaarheid te verhogen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat akoestische logs enkel toepasbaar zijn voor de eerste annulaire ruimte en dat hydraulische isolatie niet direct gemeten wordt, maar een afgeleide is van de meting en de interpretatie.
Bepaalde formaties kunnen via natuurlijke processen zorgen voor een hydraulische afdichting rondom de Verhuizing met een resultaat dat gelijkwaardig is aan cement van goede kwaliteit. Zie Sectie 7.19 voor details en kwalificatie-eisen.
Bladzijde 21 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA.
Alle rechten voorbehouden Versie: 26 Juni 2019
22
Staatscourant 2019 nr. 66474
Het buiten gebruik stellen van putten
6 december 2019
www.onsaardeas.nl
FemaiHUIndraJj
NGGEPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCT* ASSOCIATIE
Waar zich geen of onvoldoende cement in de annulaire ruimte ter hoogte van de Sluitlaag bevindt, zal de Afsluiting doorgaans worden hersteld conform sectie 5.3 (laterale eisen) en sectie 5.5
(lengte). Hiervoor zijn een aantal technieken beschikbaar, te weten:
1.
Verhuizing afsnijden en terugwinnen; zie sectie 7.11
2.
Verhuizing perforeren en het herplaatsen van cement in de annulaire ruimte; zie sectie 7.12
3.
Verhuizing perforeren, de annulaire ruimte spoelen en cement herplaatsen; zie sectie 7.13
4.
Verhuizing wegfrezen en het plaatsen van cement in de gecreëerde ruimte; zie sectie 7.14
De uitvoerbaarheid van de vermelde technieken hangt af van de situatie in de Put. Overlappende Verhuizingen (liner overlaps, scab-liners, etc.) ter hoogte van de Sluitlaag zijn een speciaal punt van aandacht. Wanneer geen van de methoden uitvoerbaar is behoort een alternatieve techniek te worden gekozen om risico's te minimaliseren en ter beoordeling bij SodM te worden ingediend. Dit geldt ook voor niet genoemde en innovatieve technieken. Een aanvraag tot ontheffing moet worden ingediend conform artikel 8.5.I.4.
23
Bladzijde 22 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGCPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardBas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
EMAINTIENDraj
NGGēPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
5.6
Verificatie van Afsluitingen
Artikel 8.5.2.5 Mijnbouwregeling 1. De uitvoerder verifieert de aanwezigheid van een afsluiting met een voor het doel van de afsluiting relevante methode. 2. De uitvoerder voert de verificatie uit zonder schade aan te brengen aan de afsluiting.
Het doel van verificatie van een Afsluiting is het bepalen van de positie in de Put en de effectiviteit van de Afsluiting. Dit is onderdeel van het kwaliteitsborgingproces van een Afsluiting en omvat ook aspecten van plaatsing zoals genoemd in Sectie 7.47.4. De registratie en rapportage van de operationele uitvoering is belangrijk voor de kwaliteitsborging en kan soms de enige zinvolle vorm van verificatie zijn.
Het verifiëren van de positie van een cement kolom kan plaatsvinden door het bepalen van de diepte van weerstand (hold-up) of door registratie van verpompte/verloren/geretourneerde volumes bij bekende Boorgat geometrie (zie Opmerking 1 hieronder).
Het verifiëren van de aanwezigheid van een interne cementkolom behoort gebaseerd zijn op ten minste één van het volgende werkwijzen: i.
gewichtstest van 10 MT om te bevestigen dat het uitgeharde cement weerstand biedt. Waar 10 MT niet veilig kan worden toegepast, eist SodM een onderbouwing en een risicoanalyse in het werkprogramma; hierbij kan Tabel 1 als richtlijn dienen, alsmede de opmerkingen 1,2 en 3 hieronder; of
ii.
druktest om te bevestigen dat er geen lekkage is bij 5000 kPa (50 bar), tenzij dit tot schade
aan
bestaande afdichtingen zou
leiden.
De
minimale
duur om
een
gestabiliseerde druk te bereiken is 15 minuten (zie opmerking 4 en 5 hieronder); of iii.
instroomtest om te controleren dat er geen instroom van Vloeistof is (deze test is zelden mogelijk bij een niet-producerende Put).
Onshore-putten behoren te worden geobserveerd gedurende een periode van ten minste drie maanden nadat alle ondergrondse Afsluitingen zijn geplaatst, echter voordat de putinstallatie aan het oppervlak wordt verwijderd (zie onderstaande Opmerking 6).
De
gebruikte
werkwijzen
voor verificatie
behoren
te
worden
gespecificeerd
in
het
werkprogramma en de resultaten geregistreerd en gerapporteerd. Zie hoofdstuk 6.1.
Opmerking 1: Het circuleren tijdens het neerlaten van de werkstring (washing down), is een belangrijke werkwijze om de stevigheid van een cementkolom te bevestigen als aanvulling op
24
Bladzijde 23 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alie rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardeas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NQGēPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATE
de gewichtstest. Gebrek aan weerstand zal worden waargenomen als de cement nog onvoldoende uitgehard is of geheel afwezig is.
Opmerking 2: De waarde voor een gewichtstest hangt af van de maat van de werkstring. Overbelasting kan schade veroorzaken aan de stinger of Coiled Tubing, als die wordt gebruikt. Indien relevant, behoort de wrijvingsweerstand van de werkstring langs het boorgat in aanmerking te worden genomen om ervoor te zorgen dat voldoende gewicht op het cement wordt gezet. Tabel 1: Richtlijn voor veilige waarden voor een gewichtstest voor verschillende maten gereedschap (1 MT (ton) is gelijk aan een gewicht van 1000 kg)
Stinger OD
Veilig testgewicht
5"
10 MT
4-1/2"
8 MT
3-1/2"
4 MT
2-7/8"
2 MT
2-3/8"
1 MT
1-3/4" (CT)
0,5 MT
Opmerking 3: De weerstandsdiepte (hold-up depth) wordt bepaald door het verpompte volume en de geometrie van het Boorgat. Bij correcte berekening, kan een te diepe meting duiden op zacht cement, weggezakte cement of vloeistof verliezen. Een te ondiepe meting daarentegen kan duiden op onvolledige verdringing (by-pass) van de aanwezige vloeistof, tunnelvorming (channelling) of vorming van ondiepe cement bruggen.
Opmerking 4: Een druktest van boven is slechts zinvol als er een lekpad aanwezig is onder de Afsluiting, of als de samendrukbaarheidseffecten eronder voldoende groot zijn voor detectie. Boven de Afsluiting moet de Put uiteraard drukintegriteit hebben. De genoemde 5000 kPa (50 bar) is de druk boven de waarde waarbij lekkage via een lekpad zou optreden als de Afsluiting zou falen. Het is doorgaans niet zinvol een druktest uit te voeren op een Afsluiting boven een eerdere middels druk geteste afsluiting of mechanische plug vanwege het ontbreken van een lekpad. In bijzondere situaties kunnen echter samendrukbaarheidseffecten meetbaar zijn; dit vereist doorgaans grote vloeistofvolumes onder de plug ten opzichte van er boven en verwaarloosbare vervorming (ballooning) van de Verhuizing. Een druktest in een open Boorgat is niet zinvol wegens gebrek aan druk integriteit.
Opmerking 5: Een druktest behoort te worden beoordeeld met betrekking tot potentiële schade aan andere afsluitingselementen, met name de annulaire cementafdichting. Schade behoort
25
Bladzijde 24 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NQGĒPA NEDERLANDSE OllE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
ook te worden voorkomen aan componenten zoals Verhuizing, de wellhead en de Christmas
tree. Het is gebleken dat druktesten het contactvlak tussen Verhuizing en cement kunnen openbreken. Eventuele lekkage via het ontstane lekpad zal zeer klein zijn en dus moeilijk te detecteren. Ter voorkoming hiervan kan de druktest gelimiteerd worden. Opmerking 6: Enkel van toepassing voor Putten onshore, is er een observatieperiode nadat alle Afsluitingen zijn geplaatst. Daarbij wordt gedurende langere tijd gecontroleerd op afwezigheid van drukopbouw en/of gasbellen. De observatie wordt uitgevoerd voordat de putinstallatie aan het oppervlak wordt verwijderd zodat eventuele reparaties eenvoudiger zijn. In het begin van de observatieperiode kunnen kleine hoeveelheden achtergebleven gas als belletjes ontsnappen voordat de situatie stabiel wordt. De tijd hiervoor is Put afhankelijk. Er kan een gasanalyse worden uitgevoerd om vast te stellen of het belletjes betreft van natuurlijk, biogeen gas of gas uit diepere aardlagen.
5.7
Eigenschappen van achterblijvende vloeistoffen
Artikel 8.5.2.6 Mijnbouwregeling De gassen en vloeistoffen die achterblijven in de put, veroorzaken niet meer dan minimale schade, waaronder schade door corrosie, aan de afsluitingen, de sluitlaag en de Verhuizing en hebben een hogere gewichtsgradiënt dan de formatiedrukgradiënten in de zones met stromingspotentieel.
Tijdens het Buiten gebruik stellen van een Put worden een aantal Afsluitingen aangebracht. De Put blijft verder gevuld met vloeistoffen van een zodanige samenstelling dat corrosie van het staal en cement tot een minimum wordt beperkt en geen schade wordt toegebracht aan minerale voorkomens en andere natuurlijke hulpbronnen. Aardlagen met Bruikbaar Water verdienen hierbij speciale aandacht. De gewichtsgradiënt van de vloeistof tussen twee Afsluitingen behoort zodanig te worden gekozen dat iedere te verwachten druk tijdens de buitengebruikstelling activiteiten kan worden weerstaan zodat operaties veilig kunnen worden uitgevoerd. De achterblijvende vloeistof kan op termijn inhomogeen worden, hetgeen acceptabel is vanwege de dan aanwezige Afsluitingen. Om corrosie te minimaliseren, kan als voorzorgsmaatregel de zuurgraad (pH) van de achterblijvende vloeistof verhoogd worden door middel van additieven. Daarnaast kunnen zuurstofbindende middelen, biociden en/of een hoog zoutgehalte worden toegepast. De laatste twee onderdrukken bacteriële groei en de daarmee mogelijk gepaard gaande microbieelgeïnduceerde corrosie als gevolg van lokale HîS ontwikkeling. Milieuoverwegingen kunnen invloed hebben op de keuze van vloeistoffen en additieven.
26
Bladzijde 25 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj 10
w
SJ\ ^
1
NOGEPA
1
w w :3
©
,jD
©
NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
5.8
Topafsluiting en Bovengrondse eisen
5.8.1 Topafsluiting
Artikel 8.5.3.2 lid 1 Mijnbouwregeling De topafsluiting wordt aangebracht: a. op land: in de nabijheid van het maaiveld, waarbij rekening wordt gehouden met de herinrichting van het terrein; b. onder oppervlaktewater: in de nabijheid van de bodem, indien een risico op nadelige gevolgen voor het milieu aanwezig is.
Artikel 8.5.2.4 Mijnbouwregeling De topafsluiting strekt zich uit over alle annulaire ruimten. De topafsluiting behoort 100 m lang te zijn, of 50 meter indien geplaatst op een mechanische plug of equivalent. De topafsluiting hoeft niet te worden geverifieerd, tenzij achterblijvende vloeistoffen verontreiniging kunnen veroorzaken. Een topafsluiting offshore is niet vereist, aangezien de ruimschoots aanwezige sedimenten in het Nederlandse deel van de Noordzee het gat spoedig zullen vullen na verwijdering van de conductor onder de zeebodem. De topafsluiting is geen drukhoudende Afsluiting omdat deze ondiep wordt geplaatst ter hoogte van zwakke formaties en derhalve Vloeistoffen met overdruk niet permanent kan afsluiten (een drukhoudende Afsluiting zal op een geschikte diepte zijn geplaatst). De topafsluiting kan wel nuttig zijn bij geohydraulische isolatie van aardlagen met Bruikbaar Water. De bovenkant van een topafsluiting behoort voldoende diep te zijn om aan Sectie 5.8.2 te voldoen, met ruimte voor een mogelijke tweede poging als de eerste poging de Verhuizing af te snijden niet succesvol blijkt.
27
Bladzijde 26 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGCPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardeas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NGGĒPA NEOERIA NDSE OllE EN GAS EXPlORATlE UT PRODUCTIE ASSOCIATIE
5.8.2 Verwijdering van putmateriaal Artikel 8.53.2 lid 2 Mijnbouwregeling Het putmateriaal wordt verwijderd: a. op land tot een diepte van 3 meter onder het maaiveld of dieper als de herinrichting van het terrein dat vereist; b. onder oppervlaktewater tot een diepte van 6 meter onder de bodem, met dien verstande dat een grotere diepte dan 6 meter wordt aangehouden, indien de mogelijkheid van verandering van de bodem daar aanleiding toe geeft.
Verhuizingen en conductors die boven de zeebodem uitsteken, kunnen een gevaar vormen voor de visserij of andere activiteiten op zee (een vissersboot kan omslaan als het trawler gerei vastloopt achter een obstructie). De geplande afsnijdiepte behoort rekening te houden met de veranderende zeebodem; bewegende sedimenten in de zuidelijke Noordzee kunnen uitgroeien tot zandduinen van enkele meters in de hoogte. Als gevolg van stroming en erosie, kan zich een kuil hebben gevormd om de conductor en/of platform poten. Dit kan worden beoordeeld met behulp van een bathymetrie-onderzoek in een gebied rondom de Put. Eventueel aanwezig materieel op de zeebodem rond de Put behoort te worden verwijderd. Een visuele inspectie behoort te worden uitgevoerd ter bevestiging dat de zeebodem vrij is van restant materieel. Onshore wordt het afsnijden en verwijdering van de conductorpijp vaak gecombineerd met het verwijderen van de puttenlocatie.
Deze activiteit kan vele járen na de ondergrondse
Buitengebruikstelling plaatsvinden. De geplande afsnijdiepte behoort te worden afgestemd met plannen voor hergebruik van de locatie door bijvoorbeeld de gemeente of grondeigenaar. Dergelijke plannen (zoals wegen, tunnels, ondergrondse parkeervoorzieningen, etc.) kunnen een diepere positie van de topafsluiting en een diepere afsnijding van Verhuizing nodig maken, met eventueel een zandvulling om later een diepere afsnijding mogelijk te maken. Bij gebruik van explosieven voor het afsnijden van gecementeerde meervoudige Verhuizing, d.w.z. conductorpijp en een of meerdere series Verhuizing, behoren voorzorgmaatregelen te worden getroffen om schade aan het leven in zee te voorkomen en vervorming van de Verhuizing te minimaliseren. Het terugwinnen van meervoudige Verhuizing offshore vereist zware hijslasten en zorgvuldige planning. Ten einde dit veilig te kunnen uitvoeren, is boor-en-pingereedschap beschikbaar om de meervoudige Verhuizing bij elkaar te houden. Voor veilig transport van pijpdelen kunnen transportpinnen en eindkappen worden gebruikt.
28
Bladzijde 27 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardgas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
[ĒHAnDffiDRĀj] KJ KJ •SI I *vj
NOGEPA
VvJ
10 KJ O
NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PRODUCTIE ASSOCIATIE
Het deel van een conductorbuis onder water tal aangroei van schelpen vertonen die tot snijwonden kunnen leiden. De aangroei kan worden verwijderd tijdens het ophijsen met bijvoorbeeld speciale hogedrukreinigingsapparatuur. Het verwijderen van de conductorbuizen offshore kan mogelijkerwijze worden uitgesteld en gecombineerd met de hijswerkzaamheden bij de verwijdering van het platform. Het
terugwinnen van
geleidingsringen
van
een
conductorbuis
het
platform;
offshore
kan
mogelijkerwijze
belemmerd
heeft
er
na
worden
door
installatie
de
laswerk
plaatsgevonden waardoor de conductor niet door de geleidingsringen past. Er zal dan met klimmaterieel
onder
het
platform
moeten
worden
gewerkt.
Ook
kunnen
bepaalde
connectortypen van een conductorbuis verzwakt zijn, waardoor deze in tweeën kan breken tijdens het hijsen. Dit kan ook het geval zijn voor sterk gecorrodeerde conductorbuizen. De eerste Verhuizing (surface cosing) kan soms ernstige corrosie vertonen ter hoogte van het maaiveld of zeewater. Hierdoor deze kan afbreken bij het terugwinnen. Door vóór het Buiten gebruik stellen van de Put een lagedruktest op de betreffende annulaire ruimte uit te voeren kan deze situatie vroegtijdig worden onderkend.
29
Bladzijde 28 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOGEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten
www.onsaardeas.nl
Staatscourant 2019 nr. 66474
6 december 2019
FemaiHUIndraJj
NGGEPA NEDERLANDSE OLIE EN GAS EXPLORATIE EN PROOUCTIE ASSOCIATIE
6
RAPPORTAGE EN DOCUMENTATIE
6.1
Werkprogramma I Kennisgeving van putactiviteiten
Artikel 8.2.4.2 Mijnbouwregeling 1.
Het werkprogramma voor het buiten gebruik stellen van een put is tenminste vier weken vóór de aanvang van de betrokken werkzaamheden in het bezit van de inspecteur -generaal der mijnen.
2.
Artikel 8.2.1.2, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8.2.1.2 Mijnbouwregeling voor zover relevant:
1. (...) 2.
Ingrijpende wijzigingen worden in een werkprogramma niet aangebracht dan nadat hiervan schríftelijk mededeling is gedaan aan de inspecteur-generaal der mijnen.
3.
Indien onvoorziene omstandigheden verhinderen dat de voorafgaande schríftelijke mededeling tijdig wordt gegeven, wordt de inspecteur-generaal der mijnen van de wijziging onmiddellijk telefonisch of anderszins in kennis gesteld, welke kennisgeving onmiddellijk schríftelijk wordt bevestigd.
Appendix C geeft de minimale ínhoud van het werkprogramma en de putaanduiding weer. Deze zijn gebaseerd op artikel 8.2.4.1 Mbr. Het werkprogramma behoort een beoordeling te geven van de kwaliteit van de reeds aanwezige isolaties in de Put, gebaseerd op cement in de annulaire ruimten, formaties, werk rapportages, eventuele logs en observaties van annulaire druk. Het werkprogramma behoort een tekening van de Put te bevatten met de beoogde eindstatus na voltooiing van de Buitengebruikstelling. Deze behoort de ondergrondse situatie weer te geven met formaties en hun Vloeistoffen, maten van de Verhuizing met bovenste/onderste diepten, packers/pluggen, achterblijvende vloeistoffen/p/V/s, cement in annulaire ruimten, geplande diepte en lengte van Afsluitingen, de verificatiemethode voor elke Afsluiting en putinclinatie. Wanneer wordt gekozen voor een gefaseerde uitvoering en activiteiten voor langere tijd worden onderbroken, behoort een puttekening van de beoogde tijdelijke situatie van de Put na de buitengebruikstellingactiviteit te worden opgenomen in het werkprogramma. Het werkprogramma behoort een lijst met PEC-items betreffende kritieke veiligheidsactiviteiten te bevatten ten behoeve van het well examination beoordelingsplan.
30
Bladzijde 29 van 62
Industrie Standaard nr. 45
Copyright NOCEPA. Alle rechten voorbehouden
Versie: 26 Juni 2019
Het buiten gebruik stellen van putten