bijlage 1 - onderzoek Companen (21-0312454)
Tekst van het document
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
r,\ , j — . rym
MR
- --
29
4.1 Woonvraag van verstandelijk beperkten Het aantal Wlz-indicaties voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) is over de jaren 2015 tot en met 2019 gestegen van 790 naar 910. Tussen de jaren 2016 en 2017 nam het aantal indicaties een grote sprong. Deze stijging komt mede doordat er omstreeks 2016 en 2017 een deel van de groep een herindicatie heeft gekregen. Gemeente Westland kent relatief veel mensen met een VG-indicatie. Volgens de gemeente heeft dit te maken met een VG-instelling in Westland die een landelijke opvangfunctie heeft. In 2019 hadden 910 mensen een VG-indicatie in de gemeente Westland (cijfers CIZ-databank). Aan de hand van de CIZ-indicatiegegevens en de bevolkings prognose van de gemeente Westland hebben wij een inschatting opgesteld van de zorgvraag van verstandelijk beperkten voor de periode tot en met 2040. In deze prognose is inzichtelijk gemaakt hoe de totale zorgvraag van verstandelijk beperkten zich zal ontwikkelen. De onderstaande tabel toont de verwachte vraag naar zorg-met-verblijfplekken volgens de prognose: een basisprognose op basis van de huidige vraag op basis van demografische ontwikkelingen.
gespikkeld wonen groeit daarmee van 6% naar 12%. Deze verdeling van de kwalitatieve vraag geldt als een bovengrens; het is immers de vraag of er genoeg geschikte gespikkelde woningen zullen zijn. Op basis van de kernprognose en de vraaganalyse op kernniveau hebben we de prognose woonvormen per kern in beeld gebracht. De uitkomsten zijn te vinden in bijlage 6.
4.2 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod Aan de gemeente en het zorgkantoor DSW is gevraagd hoeveel zorgplekken gemeente Westland heeft voor deze doelgroep. Bij het opstellen van de huisvestingsopgave gaan we uit van het huidig aanbod volgens het zorgkantoor DSW (740 geclusterde woningen en 50 gespikkelde woningen) en de vraagprognose in tabel 4.2. Een vergelijking laat het volgende zien: Tabel 4.2: Vraag en aanbod aan geclusterde woonvormen voor VG
Tabel 4.1: Gemeente Westland. Basisprognose woonvormen VG (2019 - 2040)
2019
2025
2030
2035
2040
Basisprognose 910 980 1.010 1.030 1.050 Geclusterd wonen 870 910 920 930 930 Gespikkeld wonen 50 70 90 100 120 Bron: CIZ-databank, bevolkingsprognose gemeente Westland, bewerking Companen.
Geclusterd wonen Gespikkeld wonen Bron: Prognosemodel Companen.
^ De basisprognose wordt kwalitatief verdeeld over geclusterd en gespikkeld wonen. In onze vraagberekeningen gaan wij daarbij uit van verdere extramuralisering. De mate waarin zij dit doen stellen wij afhankelijk van het type VG-indicatie. De vraag naar gespikkelde woonvormen zal in de basisprognose oplopen van ca 50 woningen nu naar 120 woningen in 2040. Het aandeel
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Vraag aanbod 2019
Vraag aanbod 2025
Vraag aanbod 2030
Vraag aanbod 2035
Vraag aanbod 2040
-130
-170
0
-20
-180 -40
-190 -50
-190 -70
Het aanbod dat in beeld is, voorziet niet in de vraag naar geclusterd aanbod. De huidige vergelijking van vraag en aanbod leidt tot een tekort van 130 plekken. Dit tekort zal tot 2040 gaan toenemen tot 190 plekken. Wij horen echter geen signalen van tekorten in geclusterd wonen. Dit zou kunnen komen doordat kinderen met een Wlz-indicatie nog bij de ouders
30
^
wonen door middel van PGB-constructies en er zijn steeds vaker mensen die de Wlz-indicatie thuis verzilveren. Op dit moment zien we een balans in het aanbod van gespikkeld wonen en de vraag. Door verdere extramuralisering en de afbouw van het aantal bedden, verandert dit snel in een tekort. Hierdoor zien wij een tekort van 20 plekken in 2025. Dit tekort zal oplopen naar 70 plekken. De vraag stijgt in elk geval met 70 plekken. o Er zijn signalen dat er op dit moment cliënten klaar staan om uit te stromen naar een reguliere woning, maar geen woonruimte kunnen vinden. Hier zijn een aantal redenen voor, namelijk: onvoldoende woningen, woningen worden niet toegewezen, geen inschrijfduur, etc. Met een actief coördinerende rol van de gemeente, kunne de zorgaanbieders en de woningcorporaties afspraken maken over het passend toewijzen van sociale huurwoningen woningen aan deze groep.
4.3 Beleidsopgaven VG Uitbreiden en moderniseren van vastgoed Wij verwachten een stijgende behoefte aan woonvormen. Om hierin te voor zien zal het aanbod moeten worden verruimd. Voor de geclusterde woon vormen adviseren wij om kleinschalige nieuwbouwwoningen toe te voegen. Deze vormen bieden cliënten een eigen appartement met voorzieningen (sanitair, soms ook een keuken) en daarnaast een ontmoetingsruimte of een gezamenlijke woonkamer. Ontmoetingsruimten die aanwezig zijn in bestaand aanbod en nieuw geclusterd aanbod, kunnen ook worden gebruikt door cliënten die in de nabije omgeving ('gespikkeld') wonen. Een dergelijke plek biedt bewoners structuur (dagritme) en mogelijkheden voor ontmoeting en ontspanning. Er kan ook op een laagdrempelige manier begeleiding worden geboden.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Het is belangrijk dat de woningen die door nieuwbouw of transformatie worden gerealiseerd beschikbaar blijven voor de doelgroep Verstandelijke Beperkten. Gemeente Westland neemt hierover de regie en bepaalt na overleg met de zorgaanbieders hoeveel woningen gelabeld worden voor de doelgroep VG. Hierover maakt de gemeente Westland prestatieafspraken met de woningcorporaties om de noodzakelijke aantal woningen per jaar beschikbaar te houden.
Flexibele bouw en gemengd wonen De VG-doelgroep is divers samengesteld met uiteenlopende behoefte aan zorg en wonen. De doelgroep wordt ook steeds ouder waardoor dementie vaker voorkomt. Bij bouwplannen adviseren wij daarom om flexibel te bouwen. Op deze manier blijven de woningen makkelijker inzetbaar als de (nieuwe) bewoner een andere zorgvraag heeft. Daarnaast zien we dat een deel van de VG-cliënten goed zou kunnen wonen in een gemengd woonconcept met mensen met GGZ-problematiek, kwetsbare jongeren of ouderen. Te denken valt aan grotere wooncomplexen met een zeker zorgvolume, met kleinschalige onderdelen zodat de menselijke maat tot uiting komt. Deze complexen bieden de mogelijkheid om flexibel te bouwen, de doelgroepen gemengd te laten wonen en de zorginfrastructuur makkelijker en goedkoper te organiseren. Dit nieuwe type woon-zorgcomplex kan breder worden ingezet om ook deeltijdverblijf aan te bieden. Met een deeltijdverblijf kan voorkomen worden dat cliënten langdurig worden opgenomen in instellingszorg. Het opzetten van dergelijke projecten vraagt om samenwerking tussen zorgaanbieders. Hierin is een regierol weggelegd voor de gemeente om de samenwerking tussen zorgaanbieders en corporaties te bevorderen.
31
Cliënten bewustmaken van zelfstandig wonen Voor een goede doorstroom naar zelfstandig wonen is het belangrijk dat cliënten zich bewust zijn van de (on)mogelijkheden. Zorgaanbieders doen er goed aan om cliënten laagdrempelig uitleg te geven over onder andere de (tijdige) inschrijving bij een woningcorporatie, en de informatie die daarbij ingevuld moet worden (aandoening, instelling, etc.). Wij adviseren dat zij deze informatievoorziening samen met corporaties afstemmen. Wat betreft het thuis wonen (met een mpt, vpt of pgb), doen aanbieders er juist goed aan om de risico's te schetsen. Thuis wonen is voor een deel van deze mensen geen goede optie.
De VG doelgroep wordt ouder en doet daarbij vaker een beroep op de ouderenzorg. Hier liggen kansen om de zorgvraag tussen zorgaanbieders te combineren, mits de partijen deze samenwerking organisch laten groeien.
Randvoorwaarden extramuralisering Er bestaat een grote vraag naar het scheiden van wonen en zorg. Om langer zelfstandig wonen te bevorderen, moet worden voldaan aan de volgende randvoorwaarden: ^ Het stelt eisen aan de zorginfrastructuur en de samenwerking tussen ketenpartners om de zelfstandige huisvesting te realiseren en succesvol te laten zijn. ^ Naast een goede samenwerking is een geschikte woonomgeving en goede spreiding over de gemeente onmisbaar. ^ Andere randvoorwaarden om zelfstandige huisvesting te realiseren is het bestaan van een stevig sociaal netwerk waaraan ook informele zorg en mantelzorg kan worden ontleend. Daarnaast is het een vereiste dat cliënten na hun uitstroom ondersteuning krijgen bij het aanleveren van levensvaardigheden zoals plannen, organisaties, informatie verwerken, omgaan met emoties etc. • Onderzoeken wijzen uit dat komende decennia het aanbod in mantelzorg flink zal gaan dalen. Dit maakt het belangrijk om de sociale veiligheid van de doelgroep te waarborgen door activiteiten en voorzieningen in de buurt aan te bieden en de doelgroep samen te laten komen.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
32
5 Beschermd Wonen Beschermd Wonen (BW) is een regeling voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen of die thuis extramuraal zorg nodig hebben vanwege psychische en/of psychosociale problematiek en waarbij behandeling niet (meer) op de voorgrond staat. Vanuit de regeling wordt zowel de zorg als het verblijf bekostigd, gefinancierd vanuit de Wmo. Na een (intramuraal) verblijf zal de cliënt uitstromen richting zelfstandig wonen of gespikkeld wonen. In dit hoofdstuk maken we een analyse van de ontwikkeling van de vraag naar plekken voor zorg met verblijf voor mensen met een indicatie voor BW en zetten we deze af tegen het bestaande aanbod. Ook gaan we in op de te verwachten jaarlijkse uitstroom vanuit deze voorzieningen naar reguliere woonruimte. Het werkveld van Beschermd Wonen is flink in ontwikkeling. Van oudsher is deze zorg nationaal georganiseerd, maar in diverse rondes is de organisatie hiervan meer gedecentraliseerd. Vanaf 2022 vindt de laatste decentralisatie plaats, met daarin diverse veranderingen voor het BW-stelsel. De gemeenten in de BW-regio DWO-gemeenten5 met centrumgemeente Delft zijn volop bezig om zich hierop voor te bereiden en praten doorlopend over de nieuwe regionale inrichting van Beschermd Wonen. Dit onderzoek haakt in op deze ontwikkelingen.
Veranderingen in het BW-stelsel Vanaf 2022 ontvangt een deel van de huidige Beschermd Wonen-cliënten financiering vanuit de Wlz, omdat zij 'levenslang en levensbreed' onder steuning nodig hebben. Zorg en verblijf worden dan niet meer betaald vanuit
de Wmo, maar vanuit de Wlz. De woon- en zorgvraag van deze doelgroep zal onder dit nieuwe financieringsregime niet wezenlijk veranderen. De cliënten hebben immers nog steeds behoefte aan een beschutte woonplek. Naast de verwachting van de overheveling van het type indicatie, verwachten zorgaanbieders dat een deel van de huidige cliënten kan doorstromen naar zelfstandig wonen met ambulante begeleiding. Ook in een situatie waarin sterk wordt ingezet op 'ambulantisering' zal een deel van de doelgroep aangewezen blijven op BW in een groepswoning. De inzet op meer zelfstandigheid heeft allereerst gevolgen voor de uitstroom, maar zal op termijn de instroom bij BWvoorzieningen beperken. De Rijksoverheid zet een beweging in naar meer ambulantisering, en tegelijkertijd wil men vrijer omgaan met het label 'intramuraal'. In essentie draait de insteek voor het wonen straks vooral om het aanbod geclusterde of zelfstandige (individuele) woningen, waarin in wisselende mate begeleiding kan worden geboden. Dit is afhankelijk van de behoefte van de cliënt. Delft vervult momenteel een centrumfunctie voor het Beschermd Wonen. Dat houdt in dat zij deze zorg coördineren voor alle gemeenten in de regio Delft, inclusief de gemeente Westland. De centrumgemeentefunctie komt echter met ingang van 2022 te vervallen.
De middelen voor BW, MO en Wmobegeleiding worden vanaf 2022 aan elke individuele gemeente beschikbaar gesteld. Dit houdt in dat alle regiogemeenten afspraken moet maken over het BW-aanbod. Van oudsher zit de instellingszorg veelal geclusterd in de centrum gemeente; spreiding van het aanbod over de regio is daarom een belangrijk
5 De DWO-gemeenten zijn de gemeenten Delft, Westland, Midden-Delfland en Pijnacker-Noordorp, met Delft als centrumgemeente.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
33
onderdeel van het regionale gesprek. In ons vraagscenario schetsen wij hier voor de contouren, die wij vertalen in een huisvestingsopgave voor Westland. Men verwacht dat in 2032 alle stelselwijzigingen voor BW zullen zijn voltooid.
5.1 Vraaganalyses BW In de gemeente Westland hebben begin 2020 71 mensen een indicatie voor Beschermd Wonen (zowel PGB als ZIN). In de BW-regio waren er toen 395 beschikkingen afgegeven6. Dit houdt in dat er in Westland ca. 0,65 mensen per 1.000 inwoners een beroep op BW doen. De gemeente scoort hiermee beneden gemiddeld ten opzichte van het regionale (ca. 1,6 per 1.000 inwoners) en landelijke beeld (ca. 2,1 per 1.000 inwoners). In de onderstaande tabel is het aantal indicaties (71) demografisch door gerekend richting 2040. Hiervoor is een verdeling van indicaties naar leeftijdsklassen gebruikt om zorgvragers te verdelen over groepen van 'tot 35 jaar', '35-65 jaar' en '65 jaar of ouder'. Door per leeftijdsgroep de prevalentie van een BW-zorgvraag te berekenen, kunnen we aan de hand van demo grafische ontwikkelingen de toekomstige zorgvraag in beeld brengen. Tabel 5.1: Doorrekening huidige vraag (2020 - 2040; afgerond op vijftallen)
Vraag naar woonvorm Demografische doorrekening
2020
2025
2030
2035
2040
70
75
80
80
80
Bron: Indicaties BW, Woonzorgweter Companen.
We zien dat de vraag door demografische ontwikkelingen zal stijgen tot 80 plekken in 2040 (tabel 5.1). Hierin zijn geen beleidsmatige ontwikkelingen meegenomen ten aanzien van bijvoorbeeld ambulantisering of spreiding van voorzieningen. In onze vraagprognoses nemen wij dergelijke ontwikkelingen wel mee, vanwege hun significante invloed op de vraag. Companen heeft in het voorjaar van 2019 een werksessie georganiseerd met zorgaanbieders binnen de BW-regio DWO-gemeenten. Tijdens deze sessie bespraken de regionale zorgaanbieders welke trends van invloed zullen zijn op de toekomstige vraag naar BW-plekken. ^
Een belangrijke conclusie van deze werksessie is dat - in lijn met landelijke ontwikkelingen - ook in BW-regio DWO-gemeenten een ontwikkeling wordt voorzien waarbij mensen met een psychische beperking vaker begeleid wonen, in plaats van binnen instellingszorg. Dat betekent dat mensen minder snel zullen instromen in BW, maar ook dat een deel van de huidige bewoners in BW een deel versneld uitstroomt. Daarnaast ontvangt een deel van de huidige Beschermd Wonen-cliënten vanaf 2022 financiering vanuit de Wlz in plaats van de Wmo.
•
Er zijn volgens de zorgaanbieders kansen om het aantal plekken met 24uursbegeleiding in de BW-regio DWO-gemeenten te verkleinen, mits de oproepbare begeleiding (24/7 begeleiding thuis en binnen 30 minuten ter plaatse) goed wordt geregeld en er voldoende woonruimte beschikbaar is voor mensen die nu nog in een besloten instelling verblijven. De zorgaanbieders zien dit 'beschermd thuis' als een wenselijke tussenstap die de drempel naar zelfstandigheid verlaagt en goedkoper is dan verblijf in een BW-plek.
6 Hierin zitten waarschijnlijk ook mensen die buiten de regio worden opgevangen en financiering ontvangen van de BW-regio Delft. Het is het streven om deze mensen straks wél in de eigen regio op te vangen. Zelfstandig wonen met ambulante begeleiding valt buiten de BW-beschikkingen.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
34
Spreiding van BW-voorzieningen De regiogemeenten zijn in gesprek over een meer gelijkmatige spreiding van BW-voorzieningen over de BW-regio, waardoor er vaker in de BW-vraag van de eigen inwoners kan worden voorzien. De voorgestelde spreiding ligt in lijn met de landelijke decentralisatie van verantwoordelijkheden en financiën. De mate waarop de regio voorzieningen spreidt, kan echter uiteenlopen door de manier waarop de lokale vraag berekend wordt. Daarbij spelen de verdeling van financiële middelen, het aantal inwoners per gemeente en ook de historische verdeling van de vraag tussen regio's een rol. Bij het prognosticeren van de vraag stellen wij een scenario op waarbij wij uitgaan van regionale spreiding: ^
Scenario 'lokaal wonen'. Hierin verspreidt de regionale BW-vraag zich naar rato van het aantal inwoners7 over de BW-regio.
Op basis van gesprekken met de gemeente, schatten wij in dat het scenario 'lokaal wonen' nu de meest realistische stip op de horizon is. Dit scenario houdt rekening met verschillen in de BW-prevalentie tussen BW-regio's en verdeelt de regionale vraag evenredig over de regiogemeenten. Verschillen in BWprevalentie tussen regiogemeenten komen minder tot uiting. Deze verschillen komen eind 2021 indirect tot uiting, zodra de geldstromen uit het 'objectieve verdeelmodel'8 voor de financiering van Beschermd Wonen definitief bekend wordt gemaakt. In samenspraak met de regiogemeenten zou het 'objectieve verdeelmodel' een mogelijk vertrekpunt kunnen vormen voor de discussie omtrent de regionale verdeling van BW-cliënten.
Westland vangt, als regiogemeente, op dit moment een relatief klein deel van de regionale vraag naar BW op (circa 0,65 BW-cliënten per 1.000 inwoners9). De centrumgemeentefunctie die Delft nu vervult komt met ingang van 2022 te vervallen. De middelen voor BW en MO worden vanaf 2022 aan elke individuele gemeente beschikbaar gesteld. Als scenario nemen wij mee dat de vraag naar BW-plekken in de verschillende gemeenten in de regio meer verdeeld gaat worden naar rato van het aantal inwoners; het gat tussen het regionaal (circa 1,6 BW-cliënten per 1.000 inwoners10) en gemeentelijk gemiddeld aantal BW-cliënten (circa 0,65 BW-cliënten per 1.000 inwoners) wordt daarmee volledig gedicht in aanloop tot 2031. In dat jaar loopt de zichttermijn voor spreiding van BW-voorzieningen af en zou de decentralisatie moeten zijn voltooid. Dit betekent dat er minder plekken nodig zijn in de centrumgemeente Delft en juist meer in de regiogemeenten in het Delfland. Momenteel heeft de gemeente Delft het grootste aanbod BW-plekken in de regio maar ze voorzien daarmee in een bovenlokale vraag. Een gedeelte van deze plekken worden nu gebruikt door cliënten uit de gemeente Westland.
Vraagontwikkeling BW in scenario's Aan de hand van de bovenstaande verwachtingen, vraagscenario's, indicatiegegevens en de bevolkingsprognose van de gemeente Westland hebben wij een inschatting opgesteld van de zorgvraag van cliënten binnen Beschermd Wonen voor de periode tot en met 2040. In de prognose is inzichtelijk gemaakt
7 De bevolkingsomvang per 1-1-2020 is gebruikt om aandelen per gemeente te berekenen. De
10 Een benadering op basis van regionale statistieken over het aantal cliënten in BW per halfjaar
regionale of landelijke BW-vraag is verdeeld naar deze aandelen. 8 In het 'objectief verdeelmodel' worden financiële middelen voor BW verdeeld op basis van voorspellende vraagfactoren, waaronder sociaaleconomische status, inkomen, gezondheid, leeftijd, huishoudenstype etc. Hiermee wordt een lokale BW-prevalentie berekend, die als basis dient voor de mate van financiering vanuit het Rijk per gemeente. 9 Berekend op basis van peildatum gegevens van de centrumgemeente (1 januari 2020).
(1e helft 2019): https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2019/19/clienten-beschermd-wonen2018.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
35
hoe de totale zorgvraag van de doelgroep zich zal ontwikkelen. De onder staande tabel toont de verwachte vraag naar BW-plekken volgens de basis prognose, alsook de verwachte vraag op basis van het 'lokaal wonen' scenario.
180 160 140
Tabel 5.2: Vraagprognoses (2020 - 2040; afgerond op vijftallen)
Vraag naar woonvorm
Figuur 5.1: Vraag in diverse prognoses (2020 - 2040; afgerond op vijftallen)
120 -------
2020
2025
2030
2035
2040
Demografische doorrekening
70
75
80
80
80
100
Scenario 'lokaal wonen'
70
110
140
150
155
80
Bron: Indicaties BW, Woonzorgweter Companen.
De basisprognose relateert de vraagontwikkeling aan de bevolkingsgroei maar doet verder geen aannames over toekomstige maatschappelijke en beleidsontwikkelingen. Binnen het scenario 'lokaal wonen' houden we rekening met de beleidsontwikkelingen zoals we die hierboven besproken hebben. De totale vraag naar vormen van Beschermd Wonen zal gaan stijgen van 70 plekken naar 155 plekken binnen het vraagscenario 'lokaal wonen'. Deels is dit een stijging ten gevolge van bevolkingsgroei in de gemeente zelf, en deels is dit het effect van spreiding van BW-voorzieningen naar Westland. De onderstaande figuur geeft de vraagontwikkeling grafisch weer.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
-------
150
155
60 40
75
80
80
80
20 0 ------Demografische doorrekening 2019
2025
Scenario "Lokaal wonen" 2030
2035
2040
Bron: Indicaties BW, Woonzorgweter Companen.
De stijging van het aantal BW-indicaties in Westland roept de urgentie op om voorzieningen binnen de gemeente te gaan ontwikkelen. Wij verwachten niet dat er binnen Westland grote instellingen voor deze doelgroep gebouwd moet worden, maar veel meer doorstroomgerichte kleinschalige woonvormen in de wijk ontwikkeld moeten worden. Het is belangrijk om hierover het gesprek te voeren met de partners en de centrumgemeente Delft.
36
5.2 Uitstroom uit BW Beschermd Wonen is in principe bedoeld als tijdelijke vorm van wonen met zorg; na verloop van tijd zullen de meeste cliënten weer zelfstandig(er) gaan wonen met meer of minder intensieve begeleiding. Hoeveel mensen naar verwachting op jaarbasis zullen uitstromen en dus op zoek moeten naar alter natieve woonruimte is van veel factoren afhankelijk. Daarnaast kan 'uitstroom' vanuit BW in de praktijk verschillende dingen betekenen: ^ Een cliënt verhuist vanuit een BW-instelling naar een opstapwoning. In dit geval gaat de cliënt zelf huur betalen en wordt er ondersteuning geboden in de vorm van ambulante begeleiding (Beschermd thuis). ^ Een cliënt verhuist niet, maar de woonplek wordt 'omgeklapt': de BWindicatie vervalt en wordt vervangen door een indicatie voor ambulante begeleiding. De cliënt gaat voortaan zelf huur betalen (Begeleid zelfstandig wonen). Voor het berekenen van de verwachte uitstroom is het belangrijk om mee te nemen dat een groot deel van de BW-voorzieningen straks meer een 'doorstroomkarakter' hebben. Langdurig zorgbehoevenden verschuiven richting de Wlz en zullen hoogstwaarschijnlijk niet meer uitstromen. De BW-plekken met Wmo-financiering hebben een doorstroomkarakter. Op basis van aangeleverde gegevens, hebben wij een inschatting gemaakt van de verwachte jaarlijkse uitstroom uit deze plekken.
Daarbij is het goed om te vermelden dat 'uitstroom' een relatief nieuw beginsel is in het Beschermd Wonen; pas sinds 2015 is men dit actief gaan toepassen. Zodoende zien wij landelijk en lokaal een stijgende lijn in de uitstroom. 11 De berekeningen zijn gemaakt op basis van een inventarisatie van de huidige BW-indicaties, en een doorberekening van de uitstroomverwachting die wordt aangedragen door het rapport van de Commissie Dannenberg (VNG, 2015). Van beschermd wonen naar een beschermd thuis. Hierin wordt gesteld dat 33^. tot 67^. van het aantal plekken Beschermd Wonen met
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Op basis van verschillende bronnen en aannames11 schatten wij in dat de huidige jaarlijkse uitstroom ongeveer 25 mensen bedraagt. Deze uitstroom wordt mede aangejaagd door de hoge doorloopsnelheid. De beoogde ambulantisering van een deel van de huidige plekken, draagt bij aan de verwachte uitstroom. De inzet op ambulantisering zal op korte termijn de uitstroom kunnen verhogen. We hebben verder geen informatie ontvangen over naar welke gemeente cliënten mogelijk uitstromen. In lijn met de decentralisatie, verwachten wij dat dit in toenemende mate binnen de eigen gemeente zal gebeuren. Tabel 5.5: Verwachte jaarlijkse uitstroom BW (2020 - 2040)
2020 Demografische doorrekening 25 Scenario 'lokaal wonen' 25 Bron: Indicaties BW, Woonzorgweter Companen.
2025
2030
2035
2040
25 35
25 45
25 50
30 50
De komende jaren verwachten wij dat de uitstroom zal gaan oplopen, omdat de toekomstige vraagontwikkeling van BW-plekken binnen de BW-regio DWOgemeenten ook van enige invloed zal zijn op de toekomstige uitstroom. In Westland stijgt de vraag naar BW-plekken en dit zal de uitstroom in de eigen gemeente vergroten. Wij verwachten dat de uitstroom gaat groeien van 25 mensen per jaar naar 40 tot 50 mensen per jaar. Hierbij gaan wij ervan uit dat de gemiddelde verblijfsduur in de doorstroomplekken constant blijft (momenteel rekenen we met een gemiddelde verblijfsduur van 2 jaar). Deze aanname is gebaseerd op onze ervaringen vanuit andere onderzoeken die wij hebben uitgevoerd. Door de toenemende focus op doorstroming en ambulante begeleiding thuis kan worden geboden in plaats van in een intramuraal verblijf. Daamaas1: gaan we uit van een gemiddelde verbliĴfsduur van 2 jaar.
37
zelfstandigheid, kan de gemiddelde verblijfsduur in Westland de komende jaren gaan veranderen. Bij een versnelling in de verblijfsduur neemt de verwachte uitstroom toe, bij een vertraging neemt deze af. We adviseren om de gemiddelde verblijfsduur goed te monitoren en de uitstroomverwachting hierop bij te sturen.
5.3 Huisvestingsopgave BW Volgens de aanbodinventarisatie zijn er nu 71 BW-plekken in de gemeente Westland (56 geclusterde plekken en 15 plekken voor begeleid wonen). De huidige vraag, bestaande uit de BW-beschikkingen, komt ook uit op 71 BWplekken. Deze aantallen zijn gelijk omdat onze aanbodinventarisatie is gebaseerd op het huidige gebruik van BW-plekken door mensen met een BWbeschikking in de gemeente Westland. Vanuit deze benadering is het lastig om een actueel tekort of overschot aan BW-plekken in de gemeente aan te tonen, het uitgangspunt is dus dat vraag en aanbod binnen het BW-segment momenteel in balans zijn. Richting de toekomst hebben wij een vraagscenario geschetst voor de ontwikkeling van de lokale vraag naar BW. Wij achten, na overleg met gemeentelijke beleidsmedewerkers en de regionale spreiding van centrum gemeente Delft, het vraagscenario 'lokaal wonen' momenteel het meest realistisch. In het bepalen van de huisvestingsopgave nemen wij dit scenario als uitgangspunt, met de kanttekening dat de opgave iets hoger of lager kan uitvallen. Wij verwachten dat er in de komende jaren een tekort gaat ontstaan dat oploopt tot 85 plekken in 2040.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Tabel 5.6: Balans tussen vraag naar en aanbod van plekken BW (afgerond op 5-tallen) Vraag Vraag Vraag Vraag Vraag Aanbod Aanbod Aanbod Aanbod Aanbod 2020 2025 2030 2035 2040 Demografische 0 -5 doorrekening Scenario 'lokaal wonen' 0 -40 Bron: Indicaties BW, Woonzorgweter Companen.
-10
-10
-15
-70
-80
-85
De huisvestingsopgave concentreert zich voornamelijk op het toevoegen van aanbod voor Beschermd Wonen (Wlz) en Beschermd Thuis. Binnen het Beschermd thuis is het zaak om ook genoeg satellietwoningen aan te bieden in nabijheid van geclusterde woonvormen, zodat cliënten geleidelijk begeleiding kunnen afschalen en zelfstandigheid kunnen opbouwen. Hierin is samenwerking nodig met Vestia, Arcade en Wonen Wateringen om vrijkomend vastgoed rondom woonvormen te reserveren. Betreffende het Wlz-vastgoed, kan men ook in de regio afspraken maken over (minder) spreiding van het vastgoed. Hierin is een samenspel nodig tussen regiogemeenten, zorgaanbieders en het zorgkantoor, omdat zij hierin verantwoordelijkheden gaan delen. De gemeentelijke inzet concentreert zich hier meer rondom het woonbeleid, omdat zij niet (financieel) verantwoordelijk zijn voor de zorg.
5.4 Beleidsopgaven Op- en afschalen van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis In de toekomst zal er meer behoefte zijn aan het product Beschermd Thuis. Het onderscheid tussen beide producten in de verschijningsvorm van vastgoed is klein en steeds meer geënt is op verschillen in begeleiding. Een wenselijke oplossing is om locaties voor beide producten te gaan inzetten. In deze
38
doorstroomconcepten kan de begeleiding dan flexibel op- en afgeschaald worden. Daarbij geldt dat: ^ De organisatie rondom deze woonvormen stevig moet zijn om draagvlak in de wijk te krijgen en te behouden. ^ Zoveel mogelijk bestaand BW-vastgoed wordt ingezet als doorstroomconcept.
elkaar staan - vaak wijken met een concentratie van sociaaleconomische problematiek. Door uitstromers te huisvesten in deze wijken, neemt de problematiek in deze wijken verder toe. Dat kan de leefbaarheid onder druk zetten en het draagvlak voor uitstroom ondermijnen. Dit vraagt om de bereidheid om ook buiten de geijkte wijken op zoek te gaan naar geschikte woonruimte.
Regionale afspraken maken over verdeling van Wlz-vastgoed
Zachte landing in de buurt
Nu een deel van de BW-cliënten financiering zal gaan ontvangen vanuit de Wlz, zal de gemeente niet langer verantwoordelijk zijn voor hun zorgvraag. Deze groep cliënten houdt echter een woonvraag, die ook ter bespreking voorligt in het regionale gesprek over BW. Samen met de regiogemeenten, zorg aanbieders en zorgkantoor moeten afspraken worden gemaakt of Wlz-vastgoed ook evenredig wordt verdeeld over de regio, zodat gemeenten ook lokaal in de langdurige zorg van bewoners met GGZ-problematiek kunnen voorzien, of dat hiervoor enkele locaties worden aangewezen in de regio.
Om terugval te voorkomen is een 'zachte landing' van uitstromers in hun nieuwe woonwijk essentieel. Dat vraagt om goede communicatie met om wonenden. Hulp bij het kennismaken met buren is soms gewenst. Het kan ook helpen om 'buurtcirkels' op te zetten, waarin kwetsbare mensen die bij elkaar in de buurt wonen, voor elkaar klaar staan (met hulp van een coach). Zorg aanbieders (en ook corporaties) kunnen veel zorgen bij omwonenden wegnemen als zij zorgen voor een vast aanspreekpunt bij vragen en overlast.
Intensivering samenwerking tussen zorgaanbieders Tussenvormen realiseren met flexibele op- en afschaalbare zorg Vanuit een beschermde woonvorm is de stap naar (begeleid) zelfstandig wonen vaak groot. Niet iedereen weet deze stap goed te maken. Een wenselijke oplossing is om een deel van het huidige woonzorgvastgoed in te zetten als tussenvorm; tussen Beschermd Wonen en regulier wonen in. In deze door stroomconcepten kan de begeleiding flexibel op- en afgeschaald worden. Daarbij geldt dat de organisatie (begeleiding, toezicht, etc.) rondom deze woonvormen stevig moet zijn om draagvlak in de wijk te krijgen en te behouden.
Spreiding van uitstroom over de wijken Uitstromers vanuit BW hebben behoefte aan een (zeer) goedkope huurwoning. Ze komen daardoor vaak in wijken terecht waar veel goedkope woningen bij
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
De werkvelden van Beschermd Wonen, maatschappelijke opvang en Jeugdzorg zijn sterk in ontwikkeling. Zij raken meer met elkaar verbonden door een toenemende focus op doorstroming. Woonvormen voor begeleid wonen met flexibel op- en afschaalbare zorg functioneren daarbij als 'tussenstation'. Als uitstromers uit Jeugdzorg met verblijf kunnen wonen in dergelijke woonconcepten, dan kan (dure) instroom in BW en MO worden beperkt. De nieuwe aanpak vereist een omschakeling in denkwijze over in- en uitstroom en een intensievere samenwerking tussen (verschillende) zorgpartijen, gemeenten en corporaties. BW-aanbieders zullen ook meer dan voorheen samenwerking moeten zoeken met aanbieders van ouderenzorg: ook de BW-doelgroep wordt immers ouder, en zeker de groep cliënten die al zeer lang in BW verblijft (en straks zal overgaan naar de Wlz) zal in toenemende mate behoefte krijgen aan lichamelijke zorg.
39
Afspraken maken over de regionale spreiding De teruglopende financiering zet regiogemeenten aan tot het maken van afspraken over het aantal beschikbare plekken voor BW. Echter beoogd het Rijk met de decentralisatie ook dat cliënten vaker in de eigen woonomgeving (gemeente) kunnen worden opgevangen. Daarmee ligt er een vraagstuk over de juiste regionale spreiding van bedden om optimaal in de vraag van cliënten te voorzien. De komende jaren gaat de centrumgemeente Delft inzetten op het regionaal spreiden van het aantal BW-voorzieningen. Dit betekent een afbouw in Delft, maar een extra vraag in de regiogemeenten, waaronder Westland. Dit vraagt om een actieve samenwerking op bestuurlijk niveau. Het is noodzaak om regionale afspraken te maken over de spreiding van de huisvesting en opvang van BW-cliënten. De regio moet meer zicht krijgen op het aantal BW-cliënten dat de regio nu en in de toekomst opvangt, en meer inzicht in het aantal bedden en woningen (voor uitstromers) dat beschikbaar én benodigd is. Om tot een regionale huisvestingsopgave te komen zullen de gemeenten in gesprek moeten gaan met de lokale zorgaanbieders over de jaarlijkse uitstroom. De hoeveelheid BW-cliënten die per instelling uitstromen kan mogelijk gemonitord worden evenals hun uitstroomrichting.
Een regionaal onderzoek kan aantonen welke verdeling van cliënten en woningen past bij de regiogemeenten en schetst een overzicht van zowel de kansen als dillema's voor de huisvesting.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
40
6 Kwetsbare jongeren In dit hoofdstuk besteden wij aandacht aan de groep 'kwetsbare jongeren' (18 tot 21 jaar) met een begeleidingsvraag. Deze diverse groep mensen heeft een bijzondere woonvraag op de woningmarkt. Het grootste deel stroomt uit vanuit een pleeggezin of jeugdzorginstelling. Een klein deel van hen gaat vervolgens wonen in een zelfstandige woning of kamer, maar er zijn ook jongeren die doorstromen naar instellingszorg of een vorm van begeleid wonen. Onder de groep 'kwetsbare jongeren' vallen echter ook jongeren die 'gewoon thuis' zijn opgegroeid. Hun verstandelijke vermogens, psychiatrische problematiek en/of gedragsproblematiek maakt echter dat zij niet in staat zijn om direct zelfstandig te gaan wonen. Deze jongeren stromen na hun 18e vaak door naar een vorm van begeleid wonen (bekostigd vanuit de Wmo).
woning. Aan de ene kant is het leeftijdsgebonden inkomen voor deze doel groep laag; voor jongeren geldt een lagere bijstandsnorm. Het idee hierachter is dat jongeren financieel gesteund worden door hun opvoeders en gestimuleerd dienen te worden om te studeren en dus gebruik te maken van studiefinanciering plus eventueel een bijbaantje. De jongeren in de opvang hebben echter vaak geen vangnet van opvoeders. De financiële steun blijft dan dus uit, en studeren of werken blijkt vaak nog teveel gevraagd van deze doelgroep, onder andere doordat zij veel stress ervaren door hun instabiele woonsituatie. Tot hun 23e kunnen jongeren bovendien beperkt aanspraak maken op huurtoeslag. Aan de andere kant is het woningaanbod voor jongeren beperkt. Hun inschrijftijd bij de woningcorporatie is kort doordat het pas vanaf 18 jaar mogelijk is om in te schrijven bij een corporatie. Ook particulier huur is vrijwel uitgesloten vanwege het lage inkomen en aanbod in kamers in de gemeente is gering.
6.2 Vraag naar woonruimte voor kwetsbare jongeren 6.1 Ontwikkelingen Jeugd Er bestaat een variëteit aan woonvormen voor jeugdzorg met verblijf, waar onder pleeggezinnen, gezinshuizen of in een 'residentiële setting' zoals een behandelgroep. We zien daarbij een maatschappelijke trend richting klein schaliger opvang: minder in 'instellingen in de bossen' en meer in een zo normaal mogelijke gezinssetting - lees: een pleeggezin of gezinshuis. Voor de jeugd tot 21 jaar zijn er goede opvangmogelijkheden in Westland. Zij kunnen na hun 18e, met eventueel verlengde jeugdzorg, opgevangen worden in de pleeggezinnen en geclusterde woonplekken. Na de jeugdzorg willen de jongeren zelfstandig of begeleid wonen. Hier loopt deze groep echter vaak tegen financiële problemen aan. Het inkomen van deze jongvolwassen is te laag voor de huurprijzen die gevraagd worden voor een
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
In deze paragraaf besteden we aandacht aan de jaarlijkse vraag naar woon ruimte onder kwetsbare jongeren na een traject in de jeugdzorg. Om de groep kwetsbare jongeren te duiden, hebben we het aantal indicaties voor verschillende vormen van jeugdzorg opgevraagd voor het jaar 2019. In de gemeente Westland hadden gemiddeld 174 jongeren een indicatie voor jeugdzorg met verblijf. Hiervan verbleven 97 jongeren in pleegzorg en 47 jongeren in de overige jeugdzorg met verblijf (instellingszorg met behandeling). Daarnaast zijn er nog 30 jongeren met een indicatie voor JGGZ. Op basis van de demografische ontwikkelingen in de gemeente Westland hebben we een doorrekening opgesteld van deze vraag naar jeugdzorg met verblijf.
41
Vraagontwikkeling jeugdzorg met verblijf Zoals uit tabel 6.1 blijkt, zal de vraag naar jeugdzorg met verblijf tot 2040 langzaam gaan stijgen. Dat is niet opmerkelijk gezien de verwachte bevolkings groei tot 2040. Op korte termijn verwacht de bevolkingsprognose dat het aantal jeugdigen (tot 21 jaar) in de gemeente zal gaan toenemen.
^
^ Tabel 6.1: Ontwikkeling vraag naar vormen van jeugdzorg met verblijf (2019 - 2040)
Woonvormen
2019
2025
2030
2035
Pleegzorg 95 100 105 115 Overige jeugdzorg met verblijf 45 50 50 50 JGGZ 30 30 30 30 Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Westland (2019), bevolkingsprognose Westland, bewerking Companen.
2040 125 55 35
Ontwikkelingen in de jeugdzorg De vraag naar jeugdzorg met verblijf is echter niet alleen afhankelijk van demografische ontwikkeling. Uit gegevens van de gemeente blijkt dat het totale aantal jeugdzorgindicaties in Westland is afgenomen tussen 2017 en 2019. We zien ook een daling in het aantal jeugdzorgindicaties met verblijf. We adviseren om de cijfers voor jeugdzorg met verblijf en de eventuele daling hiervan te monitoren, deze zou namelijk haaks staan op de demografische ontwikkelingen binnen de gemeente Westland.
Verwachte jaarlijkse uitstroom van kwetsbare jongeren Nu we onze verwachtingen ten aanzien van het aantal jeugdigen in jeugdzorg met verblijf hebben gedeeld, is het wenselijk om te kijken waar uitstromende jongeren vanuit deze voorzieningen behoefte aan hebben. Hiervoor gebruiken we de volgende uitgangspunten: ^ Een aangesloten wooncarrière voor jongeren na hun jeugdzorgtraject. Tot aan het zelfstandig wonen zonder ambulante begeleiding moet er op deze ladder genoeg aanbod aan tussenvormen zijn om doorstroming te
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
bewerkstelligen. De stap van residentieel opvang of pleeggezin in de jeugd zorg naar het zelfstandig wonen is in veel gevallen te groot. Voor de uitstromende jongeren met een zwaardere begeleidingsvraag zijn begeleide woonvormen gewenste 'tussenvormen', waarbinnen gericht aan zelfstandigheid kan worden gewerkt. Voor de uitstromende jongeren met een lichte begeleidingsvraag is een grote betaalbare woning onrealistisch. Het is wenselijk om jongeren kamers aan te bieden in de vorm van een kamertrainingscentrum of een 'samenwoonconcept' als een eerste stap op de woningmarkt, zoals voor vele jongeren gangbaar is.
De verwachte uitstroomrichting Zoals reeds in kaart gebracht is, is de groep uitstromende kwetsbare jongeren divers en heeft daardoor behoefte aan verschillende vervolgstappen. De verwachte uitstroomrichting brengen wij in beeld door een aannamestelsel dat gebaseerd is op bovenstaande ontwikkelingen en analyses van de jaarlijkse uitstroom vanuit jeugdzorg in andere gemeenten. Van de jongeren die 18 jaar of ouder zijn en in een kalenderjaar woonden in een vorm van jeugdzorg met verblijf nemen wij aan dat jaarlijks: ^ 20% uitstroomt naar zelfstandig wonen zonder ambulante zorg (inclusief zorgmijders); ^ 10% doorstroomt naar Beschermd Wonen; ^ 45% uitstroomt naar een vorm van begeleid wonen. ^ 5% stroomt door naar een Wlz-instelling; ^ 20% blijf in verlengde jeugdzorg. Relatief veel kwetsbare jongeren stromen rond hun 21ste á 23ste uit en verblijven daarmee enige tijd in verlengde jeugdzorg. Van de jongeren die 18 jaar of ouder zijn en wél uitstromen, stroomt een klein deel door naar instellingszorg (BW of Wlz). Een ander deel gaat zelfstandig wonen, zonder
42
daarbij enige vorm van begeleiding te ontvangen. Zij vinden via reguliere wegen huisvesting. Wij verwachten echter dat het grootste deel van de jongeren uit jeugdzorg met verblijf doorstroomt naar een vorm van begeleid wonen. Hier onderscheiden wij twee verschillende varianten, de zware en de lichte vorm. De jongeren die doorstromen naar de zwaardere variant van begeleid wonen vorm, krijgen gemiddeld 1 jaar begeleiding om het zelfstandig te kunnen wonen. Hierna kunnen ze uitstromen naar zelfstandig wonen met ambulante begeleiding via de opstapregeling of zelfstandig wonen met een omklapcontract. De jongeren die in de lichtere begeleid wonen variant doorstromen wonen zelfstandiger, meestal in de vorm van kamertraining, gemengd wonen of een woning via de opstapregeling. Hier worden de jongeren begeleid richting het volledig zelfstandig wonen.
De verwachte jaarlijkse uitstroom Op basis van gegevens van de gemeente en de eerdergenoemde aannames, komen wij tot een inschatting van de gewenste jaarlijkse uitstroom en bijbehorende woonvormen. Wij schatten de totale uit- of doorstroom in op ca. 50 kwetsbare jongeren in 2020. Hiervan hebben 20 jongeren jaarlijks behoefte aan begeleid wonen. Voor 10 jongeren geldt dat zij uitstromen naar zelfstandig wonen met of zonder ambulante begeleiding, dit is inclusief de zorgmijders. Ook zij zullen daarbij veelal goedkope woonruimte (kamers) zoeken, passend bij de levensfase.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Tabel 6.2: Jongeren in jeugdzorg en hun gewenste uitstroomrichtingen (2020) Uitstroomrichting Aantal jongeren Stroomt uit naar zelfstandig wonen zonder begeleiding 10 Stroomt door naar Beschermd Wonen 5 Stroomt door naar begeleid wonen 20 Stroomt door naar Wlz 5 Blijft in verlengde Jeugdzorg * 10 * Stroomt (nog) niet uit Bron: registratie Jeugdwet gemeente Westland (2017-2019), bewerking Companen.
Wij verwachten dat de doorstroom van 20 jongeren naar begeleid wonen, het daaropvolgende jaar resulteert in een jaarlijkse uitstroom uit deze begeleide woonvormen. De jongeren die doorstromen naar de zware variant van begeleid wonen zitten, zullen na ongeveer 1 jaar doorstromen naar verdere instellingszorg, een zelfstandige woning via de opstapregeling of zelf zelfstandig gaan wonen. Van de jongeren die naar de lichtere begeleid wonen variant door stromen verwachten wij ook dat zij ongeveer 1 jaar begeleiding ontvangen, al dan niet via de opstapregeling. Hierna stromen zij door naar een zelfstandige woonruimte.
6.3 Beleidsopgaven kwetsbare jongeren Meer aanbod goedkope woonruimte De vraag naar passende woonvormen (al dan niet met begeleiding) voor jongeren is aanzienlijk: het gaat immers niet alleen om woonruimte voor jongeren die uitstromen vanuit jeugdzorg, maar daarnaast ook om woonruimte voor jongeren die vanuit een ander voortraject dak- of thuisloos zijn geraakt, en om jongeren die thuis wonen met ambulante begeleiding en op enig moment zelfstandig willen gaan wonen. Al deze jongeren hebben behoefte aan goedkope woonruimte, en voor al deze jongeren geldt dat het moeilijk is deze te vinden vanwege gebrek aan aanbod en een mismatch tussen wat zij kunnen
43
betalen en de huurprijs die wordt gevraagd. Dit vraagt dus om meer goedkoop aanbod, dan wel om de inzet van instrumenten om het financiële gat te dichten.
Inzet financiële instrumenten Zoals gezegd, beschikken uitstromende jongeren vaak over te weinig inkomsten om zelfstandig te kunnen wonen. Dit geeft een opdrijvend effect naar de vraag naar beschermd wonen. Het valt te overwegen om een voorziening te treffen waaruit kwetsbare jongeren tijdelijk een extra bedrag kunnen krijgen om hun huur te betalen. De kosten voor huur van de woning en ambulante begeleiding zijn immers veel lager dan de kosten voor Beschermd Wonen (BW). Een sterk aanbod aan tussenvormen tussen instellingszorg en jeugdzorg vermindert deze instroom.
Ketensamenwerking verbeteren Om de voorgenoemde aanbevelingen te realiseren, is een betere keten samenwerking tussen zorginstellingen en woningcorporaties gewenst. Te denken valt aan gedeelde informatievoorziening omtrent het uitstromen, waaronder het vroegtijdig laten inschrijven en advies over financiële mogelijk heden. De gemeente kan met een werkgroep deze samenwerking faciliteren.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
44
7 Kwalitatieve woonbehoefte De kwalitatieve woonbehoefte van zorgvragers vormen de randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan om het langer en weer thuis wonen succesvol te maken. In dit hoofdstuk brengen we de behoefte van kwetsbare doelgroepen in beeld ten aanzien van de woning, de fysieke en sociale woonomgeving en de mate van zorg en ondersteuning. Deze kaders zijn bedoeld als een bouwsteen bij de realisatie of transformatie van woonvormen.
7.1 Ouderen en mensen met Lichamelijke Beperking De woonvraag van de groep ouderen valt uiteen in diverse woonvormen, waaronder het zelfstandig wonen, het (kleinschalig) geclusterd wonen en wonen in een aanleunwoning. De woonwensen van de mensen met een lichamelijke beperking komen vaak overeen met die van de ouderen, om deze reden is deze paragraaf bedoelt voor deze twee doelgroepen.
Eisen aan de woning Soort woning
De hieronder beschreven kwalitatieve woonbehoefte zijn tot stand gekomen door de vele woonzorgtrajecten in het land en talloze gesprekken met verschillende doelgroepen. In de volgende paragrafen zetten wij de kwalitatieve woonbehoefte uiteen van de volgende doelgroepen: Ouderen en mensen met een lichamelijk beperking Mensen met een (licht) verstandelijke beperking Mensen in Beschermd Wonen Kwetsbare jongeren (tot 27 jaar) Gemeenten, zorgaanbieders, corporaties en ontwikkelden partijen kunnen deze informatie gebruiken om woningbouwplannen te toetsen of kwalitatief te versterken. Echter zal er per woonlocatie moeten worden bekeken welke kwalitatieve invulling het meest geschikt is.
75-plussers hebben een behoefte aan een geschikte woning, zodat zij comfortabel kunnen blijven wonen bij een oplopende zorgvraag. De ideale woning is gelijkvloers, heeft 3 kamers en bij voorkeur een eigen balkon of tuin. 75-plussers die willen verhuizen, kiezen het liefste voor een huurappartement met lift. Zij stappen daarbij vaak over van een koop- naar een huurwoning. Een klein deel van de (vermogende) 75-plussers kiest nog voor een koopwoning. Mensen met een lichamelijke beperking wonen vaker in een sociale huurwoning, omdat zij doorgaans een lagere inkomenspositie hebben. De woning moet doorgankelijk en toegankelijk zijn: vanuit de woonkamer zou men zonder traplopen in de keuken, toilet, de badkamer en ten minste 1 slaapkamer moeten komen. De woning hoeft niet per se grondgebonden te zijn. Ook een appartement met lift is geschikt voor mensen met lichamelijke beperking. De gewenste grootte van de woning is afhankelijk van de huishoudenssamenstelling.
Woonvorm Woonvormen die hierbij passen zijn appartementen (huur of koop), voor ouderen geschikte (grondgebonden) koopwoningen en meer geclusterde (kleinschalige) woonvormen. Uit de analyse blijkt dat er in Westland vooral
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
45
behoefte is aan (levensloopbestendige) woningen voor ouderen, zoals een aanleunwoning. Als voornaamste redenen worden sociale contact, zorg en comfort genoemd. Westland heeft momenteel een beperkt aanbod in deze woningen en wij verwachten hierin tekorten voor de toekomst. Het is kansrijk om deze woonvormen mee te nemen in nieuwe ontwikkelgebieden.
Sociale woonomgeving In de sociale woonomgeving zoeken senioren sociale contacten, ondersteuning en veiligheid. Voor de mensen met lichamelijke beperking geldt dat aanwezig heid van mantelzorg of familie het langer zelfstandig wonen bevordert.
Zorg en ondersteuning Betaalbaarheid Een nieuwe woning is vaak duurder dan de huidige woning en daarmee speelt betaalbaarheid een belangrijke rol bij het verhuisgedrag. Het liefst betalen verhuisgeneigde ouderen tussen de C 500 à C 750 per maand aan woonlasten, inclusief gas, water en licht. Duurdere woningen vormen een financiële drempel voor veel ouderen om te verhuizen. Daarbij is het van belang dat de goedkoopste geschikte woningen ook toegankelijk en beschikbaar blijven voor de mensen met een lichamelijke beperking.
Woonomgeving De behoefte omtrent de woonomgeving vallen uiteen in zowel de fysieke woonomgeving als de sociale woonomgeving. Beide zijn van belang om het langer thuis mogelijk te maken.
De zorgvraag neemt toe naarmate mensen ouder worden. Hoe ouder iemand wordt, hoe meer vraag naar zorg en ondersteuning er komt. 75-plussers met een lichamelijke beperking vragen daarbij naar hulp in het huishouden, helpen met boodschappen, persoonlijke verzorging en verpleging. De mate van de beperking is bepalende voor welke zorg precies nodig is. Technologische oplossingen kunnen in een deel van de ondersteuningsvraag voorzien. Voor de huidige generatie ouderen zijn technologische oplossingen in de zorg en ondersteuning echter veelal te ingewikkeld en te duur. Zij geven aan hier moeilijk mee om te kunnen gaan en dementerenden kunnen het veelal niet meer aanleren. De veelvoud aan keuzes creëert onvoldoende zicht op wat is goed en wat werkt. Een uitleenservice kan hier een oplossing voor zijn
7.2 (Licht) verstandelijk beperkten Fysieke woonomgeving In elke wijk wonen mensen met mobiliteitsbeperkingen. Het is daarom wenselijk om in elke wijk aandacht te hebben voor de toegankelijkheid, zoals het wegnemen van drempels in de openbare ruimte en een goede spreiding van voorzieningen. De nabijheid en bereikbaarheid van de voorzieningen ligt voor mobiliteitsbeperkten op ongeveer 500m. De noodzakelijke voorzieningen beslaan de supermarkt, huisarts en de apotheek. Een ontmoetingsruimte of een OV-halte in de nabijheid is gewenst. Voor mensen met psychogeriatrie geldt dat de nabijheid van een woonzorgcentrum en dagopvang gewenst is.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Op basis van de gesprekken en onze ervaringen elders in het land herleiden wij de volgende kwalitatieve woonwensen.
Eisen aan de woning Soort woning Een groot deel van de mensen met een (licht) verstandelijke beperking woont in een sociale huurwoning, en doet dat soms via een contract bij een zorg organisatie. Een deel van de doelgroep geeft aan het liefst een woning te willen
46
met 3 kamers. Echter heeft niet iedereen concrete wensen ten aanzien van de woning.
Woonvormen De diversiteit aan woonvormen is groot onder de doelgroep, aansluitend op de uiteenlopende verstandelijke vermogens en de zorgvraag. Waar de één zelfstandig wilt wonen met ambulante begeleiding, woont de ander liever in een begeleid wonen complex (of groepswonen) met een eigen kamer. Daarmee is variatie in woonaanbod gewenst.
Betaalbaarheid
Zorg en ondersteuning Mensen met een (licht) verstandelijke beperking hebben vaak behoefte aan begeleiding en structuur. Voor de mensen die gespikkeld of zelfstandig wonen is het belangrijk dat de hulp op afroep aanwezig is. Ook hulp bij het huishoudens en structuur in het dagelijks leven is wenselijk.
7.3 Beschermd wonen Eisen aan de woning Soort woning
Het inkomen van deze groep ligt tussen het bijstandsniveau en de minimuminkomensgrens. Hierdoor zijn ze vaak aangewezen op woningen tot kwaliteitskortingsgrens (C432) of de eerste aftoppingsgrens (C607).
De BW-doelgroep is doorgaans aangewezen op een sociale huurwoning of een woning via de zorgorganisatie. De mensen uit BW hebben het liefst een zelfstandige woning nabij een woonzorgcentrum, met 2 á 3 kamers en een kleine onderhoudsvriendelijke tuin of balkon.
Woonomgeving
Betaalbaarheid
Fysieke woonomgeving In de fysieke woonomgeving is nabijheid en bereikbaarheid van de voorzieningen gewenst op fietsafstand. Een deel van de verstandelijk beperkten gaat lastig om met prikkels in de woonomgeving. Locaties in en rondom een winkelcentrum worden daarom afgeraden. Verstandelijk beperkten zijn gevoeliger voor de leefbaarheid van een buurt en voelen zich in het algemeen onveiliger. Een gevoel van veiligheid op straat is daarom belangrijk.
Sociale woonomgeving In de sociale omgeving zoeken de mensen met een (licht) verstandelijke beperking vooral contact met gelijkgestemden. Een bereikbaar aanspreekpunt of een vertrouwenspersoon is belangrijk.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Voor mensen in Beschermd Wonen, zit de bekostiging van het wonen inbegrepen in de beschikking. Deze doelgroep doet een beroep op een zelfstandige woning op het moment dat zij uitstromen uit Beschermd Wonen of zorg ontvangen vanuit een thuissituatie. Zelfstandig wonende BW-cliënten hebben, zeker in het begin, doorgaans een beperkt inkomen. Zij doen veelal een beroep op woningen tot de kwaliteitskortingsgrens (tot 432 euro).
Woonomgeving Fysieke woonomgeving In de fysieke woonomgeving is loopafstand tot de voorzieningen gewenst, waarbij een supermarkt de primaire basisvoorziening is.
47
Sociale woonomgeving
Betaalbaarheid
BW-cliënten hebben door de kwetsbare eigen positie doorgaans minder binding met de buren of de buurt. De sociaal aangelegde cliënt zoekt dit wél meer uit zichzelf op. In de sociale omgeving is het gevoel van veiligheid en acceptatie belangrijk, zodat sociale contacten zich kunnen gaan ontplooien.
Jongeren lopen vaak tegen financiële problemen aan als zij willen uitstromen uit een jeugdzorgvoorziening of doorstromen vanuit de thuissituatie. Zij krijgen meestal geen Wajong meer en zijn daardoor aangewezen op studiefinanciering of de bijstand. Met deze inkomsten komen zij via de reguliere wegen moeilijk aan woonruimte, mede omdat het aanbod in onzelfstandige woonruimte (kamers) nauwelijks aanwezig is. Zij zoeken woonruimte met een huurprijs die (ver) onder de kwaliteitskortingsgrens ligt.
Zorg en ondersteuning De mensen uit Beschermd Wonen hebben behoefte aan structuur, die rondom werk en/of dagbesteding kan worden vormgegeven. Persoonlijke en ambulante begeleiding thuis bevordert het zelfstandig wonen van deze doelgroep. De begeleiding wordt gesplitst over verschillende taken. Zo kan een cliënt persoonlijke begeleiding ontvangen voor de problematiek, en begeleiding bij administratieve en/of huishoudelijke zaken. Deelnemers aan het klantengesprek geven aan dat zij dit liever minder verdeeld zien worden en dat zij zelf de regie houden over de verdeling hiervan.
Woonomgeving Fysieke woonomgeving De jongvolwassenen hebben in tegenstelling tot de overige doelgroepen weinig eisen aan de fysieke woonomgeving, enkel de aanwezigheid van openbaar vervoer is zeer gewenst.
Sociale woonomgeving
7.4 Kwetsbare jongeren tot 27 jaar Soort woning
De sociale woonomgeving is wél (zeer) belangrijk voor jongeren. Verreweg de meeste jongeren willen in de buurt wonen van familie of vrienden. Daarnaast is het belangrijk dat de woonomgeving prikkelarm is, zodat sommige jongeren niet terugvallen in ongewenst gedrag.
De jongeren geven aan al snel tevreden te zijn met een klein appartement of een studio. Het hebben van een balkon en/of een gezamenlijke tuin is gewenst.
Zorg en ondersteuning
Woonvorm
Jongeren ervaren veel barrières in de overgang naar zelfstandigheid. Begeleiding en voorbereiding is daarom essentieel van belang.
Eisen aan de woning
De jongeren beseffen zich het onrealistisch is om alle jongeren met een begeleidingsvraag in een zelfstandige woning te huisvesten wonen. Er is een breder pallet aan woonvormen nodig om de begeleiding en opmaat naar zelfstandigheid goed te (blijven) bieden.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
48
8 Uitstroommogelijkheden Voor uitstromers uit Beschermd Wonen en Jeugdhulp geldt dat de overgang naar een eigen woning in veel gevallen valt te beschouwen als (opnieuw) een stap naar een zelfstandig leven, met alle bijkomende verantwoordelijkheden en vraagstukken. De kwetsbare uitstromers hebben hierbij vaak behoefte aan ondersteuning en begeleiding. Het passend huisvesten van deze mensen valt of staat met de mogelijkheid om ze op een goede en duurzame manier te ondersteunen in hun dagelijks leven. Deze ondersteuning kan worden geboden vanuit professionals, maar soms ook vanuit het eigen netwerk. De woonomgeving speelt hierbij een belangrijke rol. Voor uitstromende zorgvragers moet een zorgvuldige afweging gemaakt worden als het gaat om de woonlocatie. Alles moet erop gericht zijn de kans op terugval te minimaliseren. Denk bijvoorbeeld aan BW-cliënten die baat hebben bij een prikkelarme omgeving of aan jongeren die buiten bereik van verslavingsgevoelige plekken moeten blijven. Een passende woonkwaliteit is afhankelijk van meerdere factoren. Een belangrijke factor is de problematiek waarmee mensen te maken hebben. De problematiek is voor ieder persoon net weer anders en vergt daarom maatwerk per persoon.
8.1 Een volledig beeld van de uitstromers Zoals hoofdstuk 7 laat zien, doen uitstromers doorgaans een beroep op goedkope huurwoningen, een segment waar de nodige druk op staat. Ook jongeren, huishoudens met lage inkomens en statushouders maken graag aanspraak op de goedkope huurvoorraad. De verhoogde inzet op lokaal uitstromen en extramuraliseren verhoogt de druk op sociale voorraad in West land. Momenteel zien wij de volgende vraag vanuit diverse doelgroepen:
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
^
^
^
Voor de doelgroep Verstandelijk Gehandicapten verwachten wij dat deze vaker gespikkeld in de wijk zullen wonen, deze groep bestaat uit circa 50 personen en groeit tot 120 in 2040. Deze doelgroep zal een beroep gaan doen op de betaalbare woningvoorraad. Voor de doelgroep BW verwachten wij dat er in 2020 ca. 25 personen zullen uitstromen naar zelfstandig wonen, al dan niet met begeleiding. Een groot deel van hen zal daarbij een beroep willen doen op de opstapregeling. Als we uitgaan van de het scenario lokaal wonen neemt het aantal personen dat uitstroom vanuit BW toe naar ca. 50 personen in 2040. De totale jaarlijkse uitstroom vanuit jeugdzorg (met verblijf) bedraagt ongeveer 50 jongeren. Wij verwachten dat hiervan jaarlijkse doorstroom van jongeren naar vormen van begeleid wonen ongeveer 25 jongeren bedraagt en naar zelfstandig wonen 10 jongeren. Voor de doorstromers richting begeleid wonen zijn nieuwe kleinschalige woonvormen gewenst, denk hierbij aan kamertrainingscentra. De groep die doorstroomt naar zelfstandig wonen doen veelal een beroep of de goedkope huurvoorraad. Zij hebben behoefte aan kleinschalig wonen in de vorm van een studio.
De totale uitstroom vanuit zorginstellingen schatten wij daarmee in op circa 85 personen. In de komende jaren zal dit aantal blijven oplopen richting de 200 personen.
8.2 De beschikbare goedkope woningvoorraad In staan Westland staan relatief weinig sociale huurwoningen. Het gaat om 25% van het totale woningvoorraad. Ook zijn lang niet al deze woningen geschikt voor uitstromers. Uitstromers zoeken woningen met een goedkope of betaalbare huur, van een woningcorporatie die hen bedienen kan. We zien in Westland ca 440 goedkope sociale huurwoningen met een huur tot C 432 en
49
nog eens ca 4.970 woningen met een betaalbare huur (C 432 tot C 619) die voor uitstromers zouden kunnen worden ingezet. Echter, is het aantal woningen die vrijkomen in deze segmenten aanzienlijk laag. Aan de hand van de verhuurgegevens die wij van de corporaties hebben ontvangen kwamen er in 2019 ca. 185 woningen vrij, hiervan kwamen 6 woningen vrij in het goedkoopste segment (tot C432), en nog eens 177 woningen in het betaalbaar segment (C432 tot C619). In de tabel hiernaast wordt per kern de sociale huurvoorraad weergegeven. Deze gegevens zijn gebaseerd op het WOZ-bestand van de gemeente, en bevat dus ook de duurdere sociale huurwoningen. Uit de analyse die we hebben uitgevoerd blijkt dat de goedkope en betaalbare woningen vooral zijn geconsenteerd in de kernen Naaldwijk, Monster en Poeldijk.
9r0 6r0
Honselersdijk Kwintsheul
3r0
Maasdijk
3r0 12r0
Monster
22r0
Naaldwijk
7r0
Poeldijk
20r0
's-Gravenzande
15r0
Wateringen 007o
507o
1007o
1507o
8.4 Beleidsopgave uitstroommogelijkheden
2007o
De ongelijke verdeling van de goedkope voorraad over de deelgebieden brengt het risico met zich mee dat kwetsbare groepen onevenredig vaak terecht komen in de wijken waar veel sociale huurwoningen aanwezig zijn. In het kader van dit onderzoek is geen enquête gehouden onder (potentiële) uitstromers om in kaart te brengen in welke wijk zij het liefste zouden willen wonen; wij vernemen echter dat men vaak wil terugverhuizen naar een vertrouwde omgeving, waar het gemakkelijker is om een sociaal netwerk te vormen. Dat kan de wijk van herkomst zijn of dichtbij de huidige woonomgeving. In het faciliteren van de uitstroom is het wenselijk hier aandacht voor te hebben.