bijlage 1 - onderzoek Companen (21-0312454)
Tekst van het document
innniouüj MMW
Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
DEP Mfsií!
Gemeente Westland
17 juli 2020 Eindrapportage
ĮP I ļ, Įjirp
Ė— iüB
OOMPANEN
ADVIES VOOR WONINGMARKT EN LEEFOMGEVING
ĹOMPANFKI — |
II
I ^
İM I ^
DATUM
17 juli 2020
TITEL
Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
ONDERTITEL
Langer en Weer Thuis
OPDRACHTGEVER
Gemeente Westland
AUTEUR(S)
Hatice Yeter Stefan Venema
PROJECTNUMMER
1783.108/G
STATUS
Eindrapportage
Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem
info@companen.nl www.companen.nl (026) 351 25 32
EN LEEFOMGEVING
BTW NLŨ01826517B01 IBAN NL95RABO0146973909 KVK 09035291
ínhoud 1
2
3
4
5
6
inleiding 1.1 Onderzoek Langer en Weer Thuis 1.2 Verantwoording 1.3 Afbakening 1.4 Leeswijzer
4 4 4 4 5
Managementsamenvatting 2.1 De belangrijkste huisvestingsopgaven 2.2 De belangrijkste beleidsopgaven
6 7 8
Ouderen ä Lichamelijk beperkten 3.1 Ontwikkeling van de vraag naar wonenmet zorg 3.2 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod 3.3 Lichamelijk beperkten 3.4 Geschiktheidsanalyse 3.5 Beleidsopgaven ouderen
9 10 15 17 19 28
Verstandelijk beperkten (VG) 4.1 Woonvraag van verstandelijk beperkten 4.2 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod 4.3 Beleidsopgaven VG
29 30 30 31
Beschermd Wonen 5.1 Vraaganalyses BW 5.2 Uitstroom uit BW 5.3 Huisvestingsopgave BW 5.4 Beleidsopgaven
33 34 37 38 38
Kwetsbare jongeren 6.1 Ontwikkelingen Jeugd
41 41
6.2 6.3
Vraag naar woonruimte voor kwetsbare jongeren Beleidsopgaven kwetsbare jongeren
41 43
7
Kwalitatieve woonbehoefte 7.1 Ouderen en mensen met Lichamelijke Beperking 7.2 (Licht) verstandelijk beperkten 7.3 Beschermd wonen 7.4 Kwetsbare jongeren tot 27 jaar
45 45 46 47 48
8
Uitstroommogelijkheden 8.1 Een volledig beeld van de uitstromers 8.2 De beschikbare goedkope woningvoorraad 8.3 Druk op de sociale huur 8.4 Beleidsopgave uitstroommogelijkheden
49 49 49 50 50
Bijlage 1: De Doorzonscan
52
Bijlage 2: Afkortingen en begrippen
53
Bijlage 3: Zorggebruik
54
Bijlage 4: Prognose woonvraag ouderen per kern
56
Bijlage 5: Vraag-aanbodanalyse ouderen per kern Bijlage 5.1 Geclusterd wonen 24-uurszorg ouderen Bijlage 5.2 Geclusterd wonen met zorg nabij ouderen
57 57 58
Bijlage 6: Prognose woonvraag Verstandelijk Beperkten per kern
59
1 Inleiding Ouderen, volwassenen én jongeren met een hulpvraag blijven steeds langer zelfstandig wonen. De Gemeente Westland, de corporaties, aanbieders van zorg en welzijn en het zorgkantoor DSW werken samen om ervoor te zorgen dat inwoners van de gemeente langer thuis, of weer thuis kunnen wonen. Hiervoor is naast passende zorg ook passend woonaanbod nodig met de juiste voor zieningen in de kernen. Ondanks de goede samenwerkingsrelaties en de bekendheid met het huidige woonzorgaanbod is er nog onvoldoende zicht op de geschiktheid van het reguliere woonaanbod en de match tussen de huidige en toekomstige vraag met het huidige reguliere woon- en woonzorgaanbod op kernniveau. Hiervoor is om te beginnen zicht nodig op de lokale huisvestingsopgave voor wonen met zorg.
1.2 Verantwoording Op basis van gegevens over het huidig zorggebruik van verschillende doelgroepen en demografische prognoses is een eerste prognose opgesteld van de toekomstige vraag naar verschillende vormen van wonen met zorg en van de jaarlijkse vraag naar woonruimte voor mensen die uitstromen uit een zorginstelling. De geschiktheid van de woningvoorraad geanalyseerd met behulp van de doorzonscan (paragraaf 3.4). Deze eerste prognose, rekening houdend met landelijke trends, heeft zich geuit in dit conceptrapport. Voornemen was om een heisessie te organiseren met zorgaanbieders, zorgkantoor, gemeente en de corporaties. Door de genomen maatregelen in de Corona-periode heeft deze sessie niet plaats kunnen vinden. Deze partners krijgen de mogelijkheid om te reflecteren op het conceptrapport. De opbrengst zal worden gebruikt om de eerste prognoses nader uit te werken en aan te scherpen tot het eindrapport.
1.1 Onderzoek Langer en Weer Thuis Doel van het onderzoek is zicht krijgen op de huidige en toekomstige vraag naar en het aanbod aan passende (sociale huur-) woningen en andere benodigde woonvormen voor mensen met een (toekomstige) zorgvraag in de gemeente Westland. We onderscheiden de doelgroepen ouderen vanaf 75 jaar, lichamelijk en verstandelijk gehandicapten (GZ), de GGZ- en MO-doelgroep en kwetsbare jongeren tussen de 18-23 jaar. De uitkomsten zijn input voor het uitvoeringsprogramma Wonen en Zorg van de woonvisie. De hoofdvraag daarbij is: hoe ontwikkelt de doelgroep zich als gevolg van demografische ontwikkelingen (op basis van gemeentelijk bevolkingsprognose van Abf: het WBR-scenario) en maatschappelijke trends, en hoe vertaalt dit zich in de huisvestingsopgave voor 2025, 2030, 2035 en 2040?
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Dit onderzoek is uitgevoerd met inzet van zorgaanbieders, gemeente, corporaties en zorgkantoor. De voorlopige resultaten zijn voorgelegd aan betrokken partijen en besproken met de projectgroep. We kunnen dan ook stellen dat de resultaten breed gedragen worden in het netwerk.
1.3 Afbakening Wij richten ons in dit onderzoek op de specifieke woonbehoefte van mensen met een (toekomstige) zorgvraag. We hebben het daarbij voornamelijk over mensen met een relatief zware zorgvraag, die leidt tot een specifieke woonbehoefte. Echter, bij de doelgroep ouderen worden ook mensen met een toekomstige zorgvraag of met een behoefte aan ondersteuning en sociale
4
participatie meegenomen in het onderzoek. Bij het bepalen van de vraag naar plekken voor zorg met verblijf gaat het veelal om mensen met een indicatie voor Wlz-zorg1.
van belang om ook doelgroepoverstijgend te kijken, en aandacht te hebben voor de mogelijkheden en wenselijkheden die er zijn om mensen vanuit verschillende financieringsregimes samen te huisvesten.
De focus in dit onderzoek ligt op de woonvraag die samenhangt met die behoefte aan zorg en ondersteuning. Om die reden hanteren we in dit rapport niet het in de zorgwereld gebruikelijke onderscheid tussen intramurale en extramurale zorg. Dit onderscheid zegt immers vooral iets over de financiering van de zorg, en enkel op hoofdlijnen over de verschijningsvorm van het vastgoed. Mensen met een zware zorgvraag wonen meestal in een geclusterde woonvorm, maar het is soms ook mogelijk om in een reguliere woning intensieve zorg te ontvangen. Andersom komt het bij ouderen voor dat mensen zonder zware zorgvraag er toch voor kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen (bijvoorbeeld een serviceflat). Bij een aantal doelgroepen hanteren we ook de term 'gespikkeld wonen'. Dit zijn reguliere, nietgeclusterde woningen die liggen in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden wordt.
1.4 Leeswijzer
Doelgroepen We spreken in dit rapport over 'doelgroepen', zoals ouderen, mensen met een verstandelijke beperking of jeugdigen. In praktijk blijkt de grens tussen deze doelgroepen niet altijd zo scherp te trekken als deze termen suggereren. Een jongere die wordt opgevangen in een jeugdzorginstelling heeft soms ook een (licht) verstandelijke beperking, een bewoner van een Beschermd Wonen instelling (GGZ) soms ook. Bij het opstellen van prognoses hebben we informatie over de huidige indicaties als uitgangspunt genomen en dus aparte ramingen gemaakt per 'doelgroep'. Voor de huisvestingsopgave is het echter
Dit rapport begint met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen: de verhouding tussen vraag en aanbod aan woningen voor verschillende zorgdoelgroepen en een aantal aanbevelingen voor het vervolg. In de volgende hoofdstukken (3 tot en met 6) behandelen we steeds de verwachte vraagontwikkeling van de doelgroepen, in hoofdstuk 7 brengen we de kwalitatieve woonvraag van de kwetsbare groepen in beeld. We sluiten af met de mogelijk heden tot uitstroom op de reguliere markt (hoofdstuk 8). In de bijlagen geven we relevante achtergrondinformatie over de doorzonscan (bijlage 1), gebruikte afkortingen en definities (bijlage 2) en historische gegevens over het zorggebruik in Westland per doelgroep (bijlage 3). In bijlage 4 en 5 geven we eerst de vraaganalyse ouderen per kern weer en vervolgens zetten we dit af tegen het aanbod per kern (bijlage 5). In bijlage 6 is de vraaganalyse Verstandelijk Beperkten per kern te vinden.
1 Wet Langdurige Zorg. Zie bijlage 3 voor een lijst met afkortingen, begrippen en definities. Bijlage 3 biedt een nadere toelichting op de inrichting van het Nederlandse zorgbestel.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
5
2 Managementsamenvatting In dit onderzoek is gekeken hoe de (verwachte) vraag naar wonen met zorg zich verhoudt tot het huidige aanbod voor verschillende zorgdoelgroepen. In dit hoofdstuk vatten we de huisvestingsopgave kort samen op gemeentelijk niveau. Eerst geven we een totaaloverzicht van de kwantitatieve opgaven voor alle doelgroepen. Vervolgens geven we de kwalitatieve en beleidsopgaven per doelgroep. In de afzonderlijke hoofdstukken verdiepen de uitkomsten en geven we daarbij soms inzicht op kernniveau.
Figuur 2.1: Overzicht van de vraag-aanbodbalansen voor de gemeente Westland (2019 - 2040) 80 310 -535 ____________
Ouderen: geclusterd wonen 24-uurs zorg -1.075
-840
Ouderen: zorg nabij (verzorgd wonen) 1.015 -1.195
825
■655
Ouderen: zonder zorg
De grootste opgaven als vertrekpunt In de komende 20 jaar stijgt in Westland het aantal 75-plushuishoudens van ruim 6.400 in 2020 tot 12.200 huishoudens in 2040. Maar liefst 22% van alle huishoudens is in 2040 75 jaar of ouder, tegen 14% in 2019. Waar het aantal zorgvragers stijgt, neemt het arbeidspotentieel relatief af. Er dreigen tekorten aan zorgpersoneel. Het aantal beschikbare mantelzorgers zal teruglopen. De druk op de zorg neemt toe, al kan technologie mensen deels 'ontzorgen'. Stijgende zorgkosten leiden tot keuzes: 24-uurszorg krijgt men alleen als het niet anders kan. Dit geldt ook voor andere kwetsbare groepen. Voor zorg aan huis biedt clustering door hogere efficiëntie uitkomst. Maar wel op voorwaarde dat deze woonvormen ook voldoen aan de (veranderende) woonwensen van diverse leefstijlen. Anders verhuist men niet. Waar het kan, is zelfstandig wonen met beperkte begeleiding een wens en ook een noodzaak. Het liefst in de eigen wijk of woonkern en met behoud of opbouw van een eigen sociaal netwerk. Decentralisatie van de zorg geeft aanzet tot spreiding van het wonen: lokaal wonen in de eigen wijk of kern wordt het nieuwe uitgangspunt.
730
■495
220
80
300
-130 H
-170 ^90
Verstandelijk beperkten: Geclusterd wonen
-190
0 Verstandelijk beperkten: Gespikkeld wonen
-20 --5400 --7500
Beschermd Wonen: Scenario 'lokaal wonen'
-40 -70 -80 - 8850
Kwetsbare jongeren: begeleid wonen
-20 -20 -20 -20 -20
0
-1.400 B 2019
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
440
-1.000 B 2025
-600 B 2030
-200 B 2035
200 B 2040
6
2.1 De belangrijkste huisvestingsopgaven
huishoudens niet meegeteld. Het is zeer waarschijnlijk dat samen met die groep het tekort groter wordt. Hiermee ontstaat een forse opgave om zowel de huidige 'geschikt te maken woningen' aan te passen en om nieuwe levensloopbestendige woningen bij te bouwen.
Ouderen Druk op de 24-uurszorg neem toe. ^ Voor mensen met een psychogeriatrische (PG) zorgvraag en somatische (SOM) klachten is er momenteel een tekort van circa 80 plekken. Dit tekort zal stijgen naar een tekort van 310 plekken in 2025 en daarna fors stijgen tot 1.075 plekken in 2040.
Verstandelijk beperkten ^ ^
Druk op verzorgd wonen: tekort van 1.195 in 2040 ^ Voor mensen die geen intramurale indicatie (zorg met verblijf) ontvangen maar wel behoefte hebben aan geclusterd wonen met zorg nabij (verzorgd wonen) bestaat er momenteel een fors tekort van 440 woningen. Dit tekort stijgt fors naar 1.195 woningen in 2040. » Voor mensen die behoefte hebben aan geclusterd wonen zonder zorg (seniorenwoningen) bestaat er momenteel een overschot van 220 woningen. Dit overschot loopt terug naar een fors tekort van 730 woningen in 2040. Een mogelijke verklaring voor het overschot is dat de huidige seniorenwoningen worden bewoond door de jongere huishoudens (55-74 jaar) en niet overeenkomen met de woonwensen van de ouderen.
sv
Van de totale woningvoorraad is sociale voorraad meest geschikt ^ Corporatiewoningen zijn het vaakst geschikt voor ouderen (45% en 4.840 woningen). ^ Ook particuliere huurwoningen zijn relatief vaak geschikt (29% en 850 woningen). ^ De koopwoningen zijn minder vaak geschikt (13% en 3.700 woningen). ^ In totaal zijn er circa. 9.500 woningen geschikt. Dit aantal is voldoende voor de huidige 75+ huishoudens. In 2040 ontstaat er een tekort van circa 2.740 woningen voor de 75+ huishoudens. Bij deze analyse is die 65+
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
f
De huidige vergelijking van vraag en aanbod leidt tot een tekort van 130 plekken. Dit tekort zal tot 2040 gaan toenemen tot 190 plekken. Het aantal gespikkelde woonplekken is nu in balans. Echter zien we in de toekomst wel een tekort van 20 plekken in 2025. Dit tekort zal oplopen naar 70 plekken.
Beschermd Wonen ^
Er is momenteel sprake van een balans in het aantal plekken in Westland. Echter ontstaat er na de regionale spreiding van de BW voorzieningen een tekort van 40 plekken in 2035 en loopt het tekort op naar 85 plekken in 2040.
Uitstroom BW ^
Jaarlijks stromen ca 25 BW-cliënten uit in Westland. Dit aantal loopt in de komende jaren op naar 30 tot 50 uitstromers in het trendscenario.
Jeugdhulp ^
Wij schatten de jaarlijkse behoefte aan begeleid wonen in op ca. 20 jongeren. Zij hebben behoefte aan diverse vormen van begeleid wonen plekken, waaronder 'samenwoonconcepten' en kamertrainingscentra. Daarnaast stromen 10 jongeren uit naar het zelfstandig wonen zonder begeleiding.
7
2.2 De belangrijkste beleidsopgaven
T
Ouderen en LG
X
^
Gezamenlijk kwaliteitsnormen opstellen voor tussenvormen
^
Realiseer levensloopbestendige (geclusterde) woningen in een zorgtoegankelijk omgeving De druk op de geclusterde woningen (met zorg nabij) is enorm. Het is belangrijk om deze woningen samen met de woningcorporatie en de ontwikkelaars te realiseren.
^
î
Toenemend beroep op woningaanpassingen Investeren in bewustwording rondom geschikt maken eigen woning Wmo-afspraken over rolverdeling gemeente en corporaties bij investeringen in collectieve en individuele woningaanpassingen
Verstandelijk beperkten Uitbreiden en moderniseren van vastgoed Toevoegen 'nieuwe' kleinschalige woonvormen met zelfstandige woningen en gemeenschappelijke voorzieningen voor ontmoeten, dagbesteding en begeleiding Flexibele bouw en gemengd wonen Anticipeer op veranderende zorgvraag door flexibel te bouwen Ontwikkelen woonconcepten met andere doelgroepen en een goed evenwicht tussen 'vragers' en 'dragers' Voorzien in de randvoorwaarden voor extramuralisering Samenwerking nodig rondom ondersteuningsaanbod, zorgverlening en spreiding van VG over de gemeente.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
f #
f
Beschermd Wonen ^
Op- en afschalen van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis en begeleid zelfstandig thuis Bij voorkeur begeleiding aanpassen binnen dezelfde woonvormen
•
Regionale afspraken maken over verdeling van Wlz-vastgoed
^
Meer spreiding van uitstroom over de wjken
•
Zachte landing in de buurt Voorkom terugval door begeleiding bij plaatsing in de wijk.
^
Zorgdragen voor voldoende sociale huurwoningen en afspraken maken tussen corporaties en zorgaanbieders, zodat doorstroming kan plaatsvinden.
Jeugdzorg ^
Meer aanbod goedkope woonruimte Meer spreiding over wijken met goedkoop bezit
•
Inzet financiële instrumenten Preventie instroom is goedkoper dan meerjarig BW-traject
^
Betere ketensamenwerking
Uitstroommogelijkheden ^
Let op de spreiding van uitstromers om sociale inclusie te waarborgen Meer spreiding over de wijken zorgt ervoor dat de kwetsbare doelgroepen zicht niet concentreren binnen bepaalde wijken.
^
Uitbreiden en beschikbaar houden van goedkope en betaalbare woning voorraad
^
Maak duideljke afspraken over de j'aarlij'kse uitstroom met zorginstellingen en leg dit vast in de prestatieafspraken met corporaties
8
3 Ouderen & Lichamelijk beperkten Lang niet alle ouderen (65-plussers) hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste ouderen (94%) wonen thuis, zo blijkt uit de Monitor Zorg voor ouderen 2018 van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Veel ouderen zijn daarbij niet afhankelijk van langdurige zorg en ondersteuning. Ook van de 85-plussers woont 70X nog thuis. Daarnaast wonen steeds meer ouderen langer thuis. Dit geldt ook voor de 85-plussers, die dat vaak met ondersteuning vanuit de wijkverpleging doen. Daarnaast is er ook een toenemende diversiteit onder de ouderen; denk bijvoorbeeld aan de groep met een hoge sociaaleconomische status of de groep met een lage zelfredzaamheid.
In dit hoofdstuk gaan wij in op de woonvraag van twee groepen ouderen: De ouderen die vanwege hun gezondheidssituatie een beroep doen op Wlzzorg. Dat betekent dat zij 'levenslang en levensbreed' ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. De meeste van deze ouderen wonen in een woonzorgcentrum. Daarnaast gaan wij in op de woonvraag van ouderen met een lichtere zorgvraag: welk deel van hen zal een beroep doen op een geclusterde woonvorm, en welk deel zal wonen in een (aangepaste) reguliere woning?
maken van 'extramurale woonvormen' waarbij zij zelf huur betalen voor hun woning, en zorg en ondersteuning ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg (scheiden wonen en zorg). Er bestaan ook hybride vormen: woon zorgcomplexen waar een deel van de bewoners zowel de zorg als het verblijf betalen vanuit een Wlz-indicatie, en andere bewoners die hier wonen op basis van scheiden wonen en zorg. Het verschil tussen 'intramuraal' en 'extramuraal' is in die gevallen zuiver administratief, en maakt dus niet uit voor de verschijningsvorm van het vastgoed. ^
^
Wel maken wij een onderscheid tussen 'geclusterd' en 'regulier' wonen. Ouderen met een zware zorgvraag zijn over het algemeen aangewezen op een vorm van geclusterd wonen (verpleeghuis, verzorgingshuis). Van de ouderen zonder (zware) zorgvraag kiest een klein deel er ook voor om te gaan wonen in een geclusterde woonvorm vanwege het comfort of de mogelijkheden voor sociaal contact. Onder geclusterde woonvormen valt een uiteenlopend palet aan woon vormen: van verzorgingshuizen en verpleeghuizen tot aanleunwoningen, hofjes, woonzorgboerderijen et cetera. Het gezamenlijke kenmerk van de woningen is dat ze een zekere mate van beschutting en gemeenschap bieden. Slechts een beperkt deel van het geclusterde aanbod richt zich op specialistische verpleeghuiszorg. Een groot deel van de ouderen met een (zware) zorgvraag woont in een geclusterde woonvorm. Daarnaast zijn er ook ouderen zonder zorgvraag die - uit voorzorg of vanwege een behoefte aan comfort of sociale contacten - kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen.
In dit onderzoek richting we ons op de groep 75+plussers.
Woonvormen Ouderen
De illustraties hieronder geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer 'geclusterd wonen'.
Wij maken in dit rapport geen onderscheid tussen 'intramuraal' en 'extra muraal'. Het komt steeds meer voor dat mensen met een Wlz-indicatie gebruik
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
9
Figuur 3.1: Voorbeelden geclusterd wonen voor ouderen
3.1 Ontwikkeling van de vraag naar wonen met zorg
ISiţf lĩiEl’ ìni^
1
De groep ouderen in de gemeente Westland zal in de komende jaren sterk gaan groeien: zijn er in 2019 ruim 6.200 75-plushuishoudens, in 2040 zal dit aantal zijn opgelopen tot ruim 12.200 huishoudens. Lang niet al deze ouderen hebben een zorgvraag, en dat betekent dat zij ook lang niet allemaal behoefte hebben aan een specifieke woonvorm. Voor een deel van de ouderen geldt dit wél.
Zorgvraag in beeld Om een inschatting te kunnen maken van de toekomstige zorgvraag én van de woonvraag die hiermee samenhangt, sluiten wij met onze prognoses aan bij het Zorgtredenmodel van de NZa. In dit model worden alle ouderen ingedeeld per 'zorgtrede' die weergeeft wat het zwaarste type zorg is waar zij gebruik van maken. Het aantal mensen in zorgtrede 6 is berekend aan de hand van CIZ-data over het zorggebruik in de Wlz-zorg (vraag waarin wordt voorzien).
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
10
Figuur 3.2: Zorgtredenmodel NZa (Monitor Zorg voor Ouderen, 2018)
ZŨRGĪREDE6 ZORGTREDE 5 ZORGTREDE 4 ZORGTREDE 3 ZORGTREDE 2 ZORGTREDE 1 Gebruik van eerstelijnszorg
Bezoek aan medisch specialist en/of ziekenhuisopname
ondersteuning (vooral huis houdelijke hulp)
Persoonlijke verzorging of verpleging thuis (tijdelijk) en/of korte opvang in tehuis
Persoonlijke verzorging of verpleging thuis (structure) en/of korte opvang in tehuis
Bron: NZA, Monitor Zorg voor ouderen (2018).
Residentiële opname in verzorgings- of verpleeghuis
Zorgtredenmodel van de NZa Het zorgtredenmodel van de Nederlandse Zorgautoriteit bevat zes treden. Alle ouderen zijn ingedeeld in één van deze treden op basis van de aard en mate van hun zorggebruik. De indeling van ouderen naar zorgtrede gebeurt op basis van de zwaarste zorgvorm die ouderen in het afgelopen half jaar ontvingen: ^ Vitale ouderen zitten in zorgtrede 1. Zij wonen zelfstandig thuis en gaan slechts af en toe naar de huisarts of de apotheek voor medicatie. ^ Zorgtrede 2 omvat zelfstandig thuiswonende ouderen die gebruik maken van medisch-specialistische zorg vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg. ^ In zorgtrede 3 vallen ouderen die gebruik maken van Wmo en zvw en daar mee een lichte mate van afhankelijkheid van ondersteuning hebben. Deze zorg betreft hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere zorg. ^ Bij zorgtrede 4 maakte de oudere tijdens de afgelopen zes maanden tijdelijk (niet meer dan 3 maanden) gebruik van professionele zorg: persoonlijke verzorging en wijkverpleging uit de Zvw of mpt/pgb uit de Wlz, of revalidatiezorg, eerstelijnsverblijf of Wmo-verblijf of andere Wmozorg die in 2015 uit de AWBZ is overgeheveld. ^ In zorgtrede 5 maakt de oudere structureel (langer dan 3 maanden) gebruik van de zorg die net onder zorgtrede 4 is beschreven.
^ In zorgtrede 6 bevinden zich ouderen die zijn opgenomen in een intra murale instelling of die een 'Volledig Pakket Thuis (VPT)', 'Modulaire Pakket Thuis (MPT) of 'Persoonsgeboonden Budget (PGB)' ontvangen via de Wlz. Hoe hoger de leeftijd, hoe vaker een oudere gebruik maakt van relatief zware zorg; de verdeling over de zorgtreden van 85-plussers ziet er dan ook heel anders uit dan van de groep 65-75-jarigen. Onderstaande grafiek toont de verdeling over zorgtreden van verschillende leeftijdsgroepen.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Figuur 3.3: Verdeling zorgvraag in zorgtreden, naar leeftijd
05-»- ers
Tabel 3.1: Verdeling leeftijdsklasse in zorgtrede
ZURGTREDE6
75-B4 jarigen 65-74 jarigen
ZURGTREDE5 ZURGTREDE4 ZURGTREDE 3
ZORGTREDE 2
Zorgtreden Zorgtrede 1 Zorgtrede 2 Zorgtrede 3 Zorgtrede 4 Zorgtrede 5 Zorgtrede 6*
75-85 jaar 17y0 49y0 5y0 8y0 1407o
85t 87o 18y0 67o 97o 3107o
Bron: NZA
ZpRGTREDE 1
* Het aantal 75+ plussers in zorgtrede 6 is afhankelijk van het aantal afgegeven Wlzindicaties.
Gebruik van eerstelijnszorg
Bezoek aan medisch specialist en/of ziekenhuisopname
Wmo-ondersteuníng (vooral huishourielijke hulp)
Persoonlijke verzorging of verplegingthuis (tijdelijk) en/of korte opvang in tehuis
Persoonlijke verzorging of verplegingthuis (structuree) en/of korte opvang in tehuis
Residentiële opname in verzorgings-of verpleeghuis
Bron: NZA, Monitor Zorg voor ouderen (2018): percentages gebaseerd op situatie 2016, landelijke cijfers.
Veranderingen in de leeftijdsopbouw leiden tot veranderingen in de zorgvraag3. Dit wordt weergegeven in figuur 3.4. De figuur laat een stijging in alle zorgtreden zien. Opvallend is de toename in zorgtrede 6. In 2020 zitten 860 75-plussers in zorgtrede 6 (PG en SOM opgeteld). Dit aantal stijgt naar 1.110 in 2025 en 1.920 in 2040. Deze stijging heeft gevolgen voor de toenemende vraag naar de intramurale capaciteit in Westland. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt hier nader op ingezoomd.
Wanneer we de bovenstaande cijfers doorrekenen met bevolkingsprognose per leeftijdscategorie voor Westland2 kunnen we een prognose berekenen voor de toekomstige omvang van de ouderen in de verschillende zorgtreden in de gemeente. Voor de berekening hanteren we de procentuele verdeling binnen de zorgtrede van NZA:
2 Bevolkingsprognose gemeente Westland (Abf).
3 Hierbij is uitgegaan van een gelijkblijvende zorgvraag per leeftijdsgroep. Ontwikkelingen in de vitaliteit van ouderen zijn, buiten de aannames van de bevolkingsprognose over de levens verwachting, moeilijk te voorspellen en derhalve niet meegenomen.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
12
Figuur 3.4: Prognose zorgvraag ouderen (75+j naar zorgtrede (in personen) 860
1.100
1.340
1.660
1.910
1.690
2.190
2.600
3.060
3.500
760
990
1.160
1.310
1.490
480
630
740
840
950
wij ouderen in de verschillende zorgtreden toerekenen aan de verschillende woonvormen gebaseerd op informatie van NZa en onze ervaringen in de materie. Omdat we in dit hoofdstuk rekenen met de doelgroep 75+ schatten wij in dat er minder ouderen in een reguliere woning wonen, omdat deze doelgroep vaker zorgbehoevend is. Figuur 3.5: Aannames woonvraag per zorgtrede
100y0 90y
1007o
1007o
1007o
1507o
80y 3.760
4.940
5.670
1007o 4007o
70y 6.170
6.990
60y 9507o
50y
3007o
40y 1.350
1.770
2.030
2.230
2.530
2019
2025
2030
2035
2040
30y
20y
■ Zorgtrede 1 «Zorgtrede 2 «Zorgtrede 3 ■ Zorgtrede 4 «Zorgtrede 5 «Zorgtrede 6 Bron:
NZa, Monitor Zorg voor ouderen, bevolkingsprognose Westland, bewerking Companen.
Van zorgvraag naar woonvraag Ouderen in zorgtrede 6 wonen in een verzorgings- of verpleeghuis (of krijgen Wlz-zorg thuis via een VPT, MPT of PGB). Landelijk gaat het om 6% van de 65plussers. De overige ouderen wonen volgens de definitie van de NZa 'thuis'. Dit kan echter ook een geclusterde woonvorm zijn speciaal voor ouderen. Hoe hoger de zorgtrede, hoe groter de kans dat een oudere ervoor kiest om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Onderstaande grafiek geeft weer hoe
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
10y 0y Zorgtrede 1 Zorgtrede 2 Zorgtrede 3 Zorgtrede 4 Zorgtrede 5 Zorgtrede 6 (PG en SOM) « Regulier wonen
« Geclusterd wonen (zonder zorg)
« Geclusterd wonen (zorg nabij)
« Geclusterd wonen (24-uurszorg)
Bron: Aannamestelsel Companen.
In de vorige paragraaf lieten we zien welke groei we in de komende jaren verwachten voor de verschillende zorgtreden. Wanneer we deze 'zorgprognose' vertalen naar een prognose van de woonvraag dan leidt dit tot de volgende prognose voor woonvormen. De toename aan 75+huishoudens zal
13
voornamelijk leiden tot een toename van de vraag naar geclusterd wonen (met of zonder zorg). Een saillant detail is de ontwikkeling van 85-plussers in de gemeente Westland. Waar het aantal oudere huishoudens (75+) ook sterk toeneemt tot 2040, stijgt het aantal 85-plushuishoudens hard met ruim +144X tussen 2020 en 2040. Uit figuur 3.3 maken we op dat dit juist de groep is die veel Wlz-zorg gebruikt. Als gevolg hiervan zien we in de vraag naar 24-uurszorg een relatief forse toename.
3.
De verwachting is dat er in 2040 meer vermogende ouderen zullen zijn dan nu. Dat heeft gevolgen voor de keuze die zij maken. Volgens de huidige wet- en regelgeving is het met name voor mensen met een hoger vermogen voordeliger om zorg te ontvangen vanuit de Zvw dan vanuit de Wlz, vanwege de hoge eigen bijdrage die gevraagd wordt voor Wlz-zorg. De groei van de groep vermogende ouderen kan er dus voor zorgen dat een grotere groep senioren dan nu het aanvragen van een Wlz-indicatie (en het verhuizen naar een vorm van geclusterd wonen met zorg) zo lang mogelijk uitstelt. Voor vermogende ouderen die wél Wlz-zorg ontvangen, is het bij de huidige regelgeving voordeliger om deze te ontvangen op basis van scheiden wonen en zorg dan op basis van een intramurale indicatie. Ook dit kan tot gevolg hebben dat meer mensen afzien van het verhuizen naar een verpleeghuis.4
Bij het opstellen van de prognose hebben we rekening gehouden met een aantal landelijke trends en onze ervaringen elders in het land. Het gaat om de volgende ontwikkelingen: 1. De oude welbekende seniorenwoningen zijn niet meer aantrekkelijk onder de groep ouderen. We zien in het land de ontwikkeling van nieuw, aantrekkelijk aanbod in geclusterde, 'vernieuwde woonvormen' zoals hofjeswonen (zowel zonder zorg of met zorg nabij). Aantrekkelijk aanbod creëert vraag: dit alles kan ervoor zorgen dat ouderen in de toekomst vaker de stap zullen zetten vanuit regulier wonen naar een vorm van geclusterd wonen. De vraag naar geclusterd wonen valt dan hoger uit. 2. De inzet van technologie maakt het mogelijk om langer 'thuis' te blijven wonen. Dit zorg enerzijds voor een verschuiving van woonvormen binnen zorgtrede 6: de vraag naar somatische 24-uurszorg valt hierdoor wat lager uit, ten gunste van de vraag naar geclusterd wonen met zorg nabij. Anderzijds voorzien wij vanuit zorgtrede 4 en 5 een verschuiving vanuit het geclusterd wonen met zorg nabij naar het regulier wonen en geclusterd wonen zonder zorg. De groep ouderen uit de lagere zorgtreden (1 en 2) kan uit gemak voor technologie kiezen; dit heeft weinig invloed op het wonen.
Bovenstaande trends zorgen enerzijds voor een verschuiving van de vraag van regulier wonen naar verzorgd (geclusterd) wonen (zonder zorg + met zorg nabij) en vice versa. Daarnaast zien wij een verplaatsing van 24/7-zorg in een woonzorgcentrum naar regulier of verzorgd wonen. Onderstaande tabel toont de vraag naar verschillende woonvormen wanneer we rekening houden met de genoemde trends.
4 De invoering van een 'abonnementstarief' in de Wmo kan deze ontwikkeling verder versterken:
afhankelijk is van inkomen en vermogen en dus relatief hoog ligt voor mensen met meer vermogen.
een dergelijk tarief zorgt er immers voor dat juist voor ouderen met een hoger inkomen de kosten voor Wmo-ondersteuning sterk zullen dalen, terwijl de eigen bijdrage voor Wlz-zorg wél
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
14
Tabel 3.2: Prognose woonvormen huishoudens (2019 - 2040; afgerond op 10-tallen) 2019 2025 2030 2030 2040 Regulier wonen
3.850
4.860
5.610
6.270
7.330
Seniorenwoningen: Geclusterd wonen (zonder zorg)
980
1.280
1.500
1.700
1.930
Verzorgd wonen: wonen (zorg nabij)
710
930
1.100
1.280
1.470
Geclusterd
Intramuraal: Geclusterd wonen (24-uurszorg)*
820
1.050
1.270
1.580
1.820
Totaalaantal huishoudens 75+
6.360
8.120
9.480
10.830
12.550
Bron: Bevolkingsprognose Westland, gegevens zorggebruik DSW & NZa, en bewerking Companen. *Aantallen in personen.
Al met al kunnen we concluderen dat er een groeiende vraag is binnen alle woonvormen. Dit heeft te maken met de toenemende vergrijzing aan de ene kant, en de trends aan de andere kant. Een groot deel van de ouderen wil langer thuis wonen, dit is ook terug te zien in de cijfers. De stijging van regulier wonen en verzorgd wonen is hier een verklaring voor. De toenemende vraag naar deze woonvormen stelt extra eisen aan de woning. Om in de toenemende vraag te kunnen voorzieningen zal ook de bestaande voorraad geschikter gemaakt moeten worden. Het geschikt aanbod in de gemeente Westland wordt besproken in paragraaf 3.3. De vraag-aanbod analyse van de geclusterde woonvormen wordt in de paragraaf 3.2 besproken.
3.2 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod Het huidige aanbod is gebaseerd op de analyse van de gemeente Westland, het zorgkantoor DSW en de woningcorporaties in Westland. In de tabel hieronder wordt het huidige aanbod van intramurale plekken en geclusterde woonvormen met zorg nabij (verzorgd wonen) weergegeven. Tabel 3.3: Huidige aanbod intramurale plekken en geclusterd wonen met zorg nabij Westland
Geclusterd wonen (intramurale plekken)
24-uurszorg
Geclusterd wonen met zorg nabij (verzorgd wonen)
Careyn - Rozenhof
M.A. de Ruijterstraat
Careyn - Woerdblok
Anjerlaan
Careyn - De Ark
Kornalijn
Careyn - Woerdblokeiland
Lessenaar
Pieter van Foreest - De Kreek
Hofzicht
Pieter van Foreest - Sonnevanck
Amaliaplein
Pieter van Foreest - Triangel
Tolland
Pieter van Foreest - De Hooge Tuinen
Lenteblok
Pieter van Foreest - Duinhof
Kruisbroek
Pieter van Foreest - Vlietzicht Pieter van Foreest - De Terwebloem Fokuswonen - Vreelande
Woonvraag per kern De kernen in Westland hebben allen een eigen karakter. Om die reden wonen de bewoners van die kernen het liefst in de eigen vertrouwde omgeving. Dit zorgt ervoor dat de gemeente per kern de opgave in beeld wilt brengen. De vraaganalyse per kern is te vinden in bijlage 4. In bijlage 5 geven we de vraagaanbodanalyse per kern weer.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Totaal 741 plekken
Totaal 274 plekken
Bron: Zorgkantoor DSW, Woningcorporatie Arcade, Wonenwateringen en Vestia.
De vraag naar woonvormen in tabel 3.2 wordt afgezet tegen het aanbod zoals in tabel 3.3 is beschreven. In bijlage 5 wordt de vraag per kern afgezet tegen dit aanbod per kern.
15
Een vergelijking van de vraagprognose met het huidige aanbod van geclusterde 24-uurszorg voor ouderen laat zien dat het aanbod op dit moment niet voorziet in de huidige vraag. Dit tekort neemt de komende jaren fors toe. Als we de geclusterde corporatiewoningen meetellen op de 'geclusterde woningen zonder zorg (seniorenwoningen)' zien we nu een lichte overschot - het is echter wel de vraag of al deze woningen geschikt zijn voor mensen met een (oplopende) zorgvraag -. Een mogelijke verklaring voor dit overschot zijn de scheefwoners, dit zijn ouderen die uit voorzorg in een geclusterde seniorenwoning verblijven. Een andere verklaring is de woonwensen van ouderen. De huidige seniorenwoningen voldoen niet altijd aan de woonwensen van de ouderen en zijn daarbij vaak opzoek naar de nieuwe geclusterde woonvormen. Daarnaast is er wel een enorm tekort aan geclusterd wonen met zorg nabij (verzorgd wonen). Dit komt aan de ene kant doordat deze woonvormen de laatste jaren onvoldoende zijn gerealiseerd in Westland en aan de andere kant door de toenemende vraag van ouderen in de lagere ZZP's.
Figuur 3.6:
Balans tussen vraag naar en aanbod aan geclusterd wonen voor 75+ouderen
2019
-80
-310
-655
825
2025
-80
2030
-300
2035
2040 -3.500
-3.000
-2.500
-2.000
-1.500
-1.000
-500
0
500
B Geclusterd wonen (zonder zorg) B Geclusterd wonen (zorg nabij) B Geclusterd wonen (24-uurszorg) Bron:
Aanbodinventarisatie gemeente Westland, seniorenwoningen corporaties en prognosemodel Companen.
Het tekort aan geclusterde woningen met zorg nabij (verzorgd wonen), kan ingelopen worden door transformatie en nieuwbouw. Hier ligt enerzijds een opgave om het bestaand aanbod te transformeren naar gewenst vastgoed. Anderzijds kan er door nieuwbouw meer variatie worden toegevoegd aan de woningvoorraad voor senioren; de 'tussenvormen' tussen regulier wonen en intramuraal wonen. Het advies is om daar nu al mee te beginnen.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
16
We constateren het volgende: ^ De intramurale capaciteit voor huishoudens met een psychogeriatrische (PG) zorgvraag en somatische (SOM) klachten is er momenteel een tekort van 80 plekken. Dit tekort zal eerst stijgen tot 310 plekken in 2025 en daarna stijgen tot 1.075 plekken in 2040. o Deze analyse is gebaseerd op de ontwikkeling 75+ huishoudens die een Wlz-indicatie hebben. Indien we de groep 65-74 jarige hierbij optellen stijgt het tekort tot circa 400 plekken in 2025. ^ Voor mensen die geen intramurale indicatie (zorg met verblijf) ontvangen maar wel behoefte hebben aan verzorgde woonvormen bestaat er momenteel een tekort van 440 woningen. Geleidelijk ontstaat er een fors tekort van 1.195 woningen in 2040. o Dit tekort ontstaat in alle kernen. Zie bijlage 5 tabel 4 voor de vraag-aanbodanalyse van deze woonvorm per kern. ^ Voor mensen die behoefte hebben aan seniorenwoningen (geclusterd) bestaat er momenteel een overschot van 220 woningen. In de toekomst zal dit overschot teruglopen naar een tekort van 730 woningen. o In de praktijk kunnen we niet spreken over een 'overschot', omdat deze woningen niet leegstaan. We krijgen signalen dat door de kwalitatieve mismatch deze woningen worden bewoond door jongere huishoudens tussen de 55 en 74 jaar.
3.3 Lichamelijk beperkten Tussen de (somatische) ouderenzorg en de zorg voor lichamelijk beperkten bestaat veel synergie. Mensen met een lichamelijke handicap hebben net als ouderen vaak behoefte aan een aangepaste woning en soms ook aan (intensieve) zorg. De mate waarin iemand met een lichamelijke beperking in
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
staat is zelfstandig te wonen is afhankelijk van de ernst van de beperking, maar ook van de geschiktheid van de woning. In deze paragraaf brengen we de langdurig zorgbehoevenden en regulier wonende mensen met een lichamelijke beperking in beeld. Langdurig zorgbehoevenden zijn mensen die vanwege hun lichamelijke beperking een beroep doen op Wlz-zorg. Dit houdt in dat zij 'levenslang en levensbreed' onder steuning nodig hebben. Over het algemeen wonen mensen die vanwege lichamelijke beperkingen Wlz-zorg ontvangen in kleinschalige, geclusterde concepten. Een deel van de cliënten woont in een groepswoning met gedeelde voorzieningen. De illustraties hieronder geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer 'geclusterd wonen'. Figuur 3.7: Voorbeelden geclusterd wonen voor lichamelijk beperkten
M ÌMİ
Š&1ÌİLİ1ÌİLĴ
Andere mensen met een lichamelijke beperking wonen in een geschikte reguliere woning, waar zij hulp ontvangen vanuit een Wmo-indicatie, persoonsgebonden budget of 'volledig pakket thuis'. Voor de specifieke woonwensen is het ons advies om voor deze groep aan te sluiten bij de
17
woonwensen van ouderen. In de volgende paragraaf wordt de geschiktheid en aanpasbaarheid van de reguliere woningen voor ouderen en mensen met een lichamelijke beperking besproken.
Zorgvraag lichamelijk beperkten Om een inschatting te maken van de Wlz-groep met een lichamelijke beperking is gebruik gemaakt van de afgegeven LG-indicaties vanuit CIZ-data. Dit zijn de afgegeven indicaties voor mensen die 24-uurszorg nodig hebben. In combinatie met de bevolkingsprognose van de gemeente Westland leidt dit tot een inschatting van de zorgvraag voor de periode tot 2040. In totaal hadden in 2019 100 mensen een LG-indicatie, waarvan ruim 60% tussen de 35 - 65 jaar. Dit aantal stijgt naar ca 115 LG-indicaties in 2040. De zelfstandig wonende groep lichamelijk beperkten doet een beroep op het geschikte woningaanbod van de gemeente Westland. De grootte van deze groep is bepaald aan de hand van cijfers uit het eerder uitgevoerd onderzoek door ABF voor de gemeente Westland, waarin zowel oudere als jongere mensen met een mobiliteitsbeperking zijn opgenomen. In de tabel hieronder laten we het aantal huishoudens met beperking naar leeftijd zien op kernniveau, per 2019 en met een doorkijk naar 2040. Het aantal huishoudens met een beperking in Westland stijgt in de komende 20 jaar met 28%, van 5.770 naar 7.410. De groep onder de 75 jaar met een beperking stijgt minder hard dan de groep 75-plussers met een beperking. De cijfers laten zien dat door de trend langer thuis wonen, er in de toekomst meer ouderen met een mobiliteitsbeperking in een reguliere woning wonen.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Tabel 3.4: Aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking (2019 - 2040) Totaal met < 75 jaar met > 75 jaar met mobiliteits mobiliteits mobiliteits Gebieden beperking beperking beperking Westland
5.770
2.880
2.900
Naar kern: Naaldwijk Honselersdijk Maasdijk s-Gravenzande
2019
2040
2019
2040
2019
2040
1.460
1.760
790
720
670
1.040
350
400
180
140
170
260
240
250
130
130
110
120
1.060
1.410
510
480
550
930
Monster
720
1.160
330
400
390
760
Wateringen
760
850
360
280
400
570
De Lier
590
790
270
270
320
520
Kwintsheul
200
210
100
90
100
120
Poeldijk
350
520
160
170
190
350
Ter Heijde
40
50
30
20
10
30
Bron: Demografische bevolkingsprognose ABF.
Niet alleen 75+plussers met een beperking doen een beroep op de geschikte woningvoorraad, ook de jongere doelgroep zal behoefte hebben aan een geschikte woning. In de tabel hieronder zetten we de totale groep met mobiliteitsbeperking in 2040 af tegen het huidige geschikte woningvoorraad naar kern:
18
Tabel
3.5:
Huishoudens
met
mobiliteitsbeperking
afgezet
tegen
geschikte
woningvoorraad per kern
Kern
Totaal met mobiliteitsbeperking in 2040
Geschikte woningvoorraad naar kern
Opgave kern
Naaldwijk
1.760
2.610
Honselersdijk
400
500
100
Maasdijk
250
170
-80
's-Gravenzande
1.410
1.760
350
Monster
1.160
1.240
80
Wateringen
850
1.490
850
De Lier
790
800
10
Kwintsheul
210
290
80
Poeldijk
520
620
Ter Heijde
50
40
100 -10
per
850
Bron: Demografische bevolkingsprognose ABF, Doorzonscan Companen
Volgens deze analyse zijn er voldoende geschikte woningen per kern om de mensen met een mobiliteitsbeperking op te kunnen vangen. Een kanttekening is wel dat niet alleen deze doelgroep een beroep doet op de geschikte woningvoorraad, ook ouderen hebben behoefte aan een geschikte woning. Deze analyse volgt in de volgende paragraaf.
3.4 Geschiktheidsanalyse Het huidige rijksbeleid is erop gericht dat ouderen en mensen met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in hun eigen vertrouwde omgeving. Hierdoor wordt het steeds belangrijker dat de woning waarin men woont ook daadwerkelijk geschikt is om te bewonen voor mensen met een fysieke beperking. Daarnaast groeit ook de behoefte aan reguliere (niet-geclusterde) woningen die geschikt zijn om op hogere leeftijd te blijven wonen, zowel in de koop- als huursector.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
^
Op dit moment wonen ca. 11.000 65+huishoudens in Westland in een reguliere, niet-geclusterde woning. Hiervan zijn ca 4.500 huishoudens 75 jaar of ouder. ^ In 2030 zijn dit volgens onze prognose circa 14.850 65+huishoudens (6.600 75+huishoudens). ^ In 2040 zijn dat circa 17.400 huishoudens (8.600 75+ huishoudens). Bovenstaande ontwikkelingen stellen eisen aan de woningvoorraad. Geschikte woning Alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die als hulp middelen eventueel wandelstok of kruk(ken) gebruiken. De woningen voldoen aan tenminste één van de volgende kenmerken: ^ woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning; ^ appartementenZ(galerij)flats (als deze over een lift beschikken); ^ (semi)bungalows, woonboerderijen. Potentieel geschikte woning Potentieel geschikte woningen zijn woningen die met relatief beperkte middelen geschikt te maken zijn. Hierbij is te denken aan het installeren van een traplift, of het verlagen of weghalen van drempels. Deze woningen voldoen aan de volgende criteria: ^ Eengezinswoning, is gebouwd na 1998; ^ Inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; ^ Inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; ^ Geschakelde woning.
19
Figuur 3.7: Gemeente Westland. Aanbod 'geschikte' woningen volgende 'doorzonscan' (2020)
Niet-geschikte woning De overige woningen zijn als niet-geschikt aangemerkt voor mensen met een mobiliteitsbeperking; deze woningen zijn vermoedelijk ook niet (eenvoudig) geschikt te maken. De beoordeling van de woningvoorraad op geschiktheid op basis van WOZgegevens is een inschatting. Bezoek aan een woning zelf moet uitwijzen of de inschatting ook juist is. Daarnaast geeft de analyse uitsluitend inzicht in de kenmerken van de woning. Het is denkbaar dat ouderen de woning niet meer geschikt vinden omdat bijvoorbeeld het onderhoud van de woning of de tuin teveel wordt, of dat men dichter bij voorzieningen wil wonen; een woning die volgens de analyse 'geschikt' is kan in de beleving van de bewoners dan minder geschikt zijn. Andersom kan het zo zijn dat in een woning die volgens de analyse 'potentieel geschikt' is inmiddels al aanpassingen zijn gedaan (zoals de installatie van een traplift, of de drempels verwijderd). Hier kom je echter alleen achter door de woning daadwerkelijk te bezoeken. Daar wordt in deze analyse geen rekening mee gehouden.
Bron: WOZ-registratie gemeente Westland, bewerking Companen (2020).
Geschiktheid in gemeente
Uitsplitsing naar leeftijdsklasse
We hebben de geschiktheid geanalyseerd van in totaal ca 43.000 woningen, die opgenomen zijn als zelfstandige woningen binnen het aangeleverde WOZbestand. Volgens deze analyse is een vijfde van de totale woningvoorraad in Westland al 'geschikt' (22%; ca. 9.500 woningen). Nog eens 3^ van de woningen is 'potentieel geschikt' (ongeveer 13.270 woningen). De 9.500 geschikte woningen zijn daarmee in aantal lager dan het aantal 65+plussers dat regulier woont (11.000 huishoudens), maar wel voldoende voor het huidige aantal 75+huishoudens in een reguliere woning (4.500).
Niet elke oudere zal echter geschikt willen of moeten wonen. Zo woont in de gemeente Westland 34% van de 65+ ouderen in een geschikte woning en nog eens 44% van de 75+ ouderen. Echter geldt ook dat geschikte woningen beschikbaar moeten komen voor of bewoond worden door senioren. In de eerste grafiek in figuur 3.3 hieronder laten we zien in welke mate leeftijdsgroepen geschikt wonen. De vraag naar geschikt wonen loopt bij de leeftijdsgroepen boven de 65 jaar gestaag op. Naarmate men ouder wordt, verhuist men vaker richting een geschikte woonruimte, vermoedelijk vanwege een toenemende zorgbehoefte. Zo woont 25% van de 65- tot 74-jarigen in een geschikte woning. Voor de 85-plussers geldt dit voor meer dan de helft (52%).
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Geschikt voor ouderen M Geschikt te maken Niet geschikt voor ouderen
20
In de tweede grafiek zien we dat er in het bestaande geschikte aanbod ruimte is voor een hogere match met oudere bewoners. Slechts de helft van de geschikte woningen wordt bewoond door 65-plussers. Voor één derde geldt dat de geschikte woningen bewoond worden door 75+ huishoudens. Het blijft echter voor de hand liggen dat niet iedere geschikte woning wordt bewoond door 65-plussers. Veel jongere huishoudens wonen in een geschikte woning om redenen van comfort of anderszins. Figuur 3.8: Gemeente Westland. Geschiktheid woningvoorraad naar leeftijdsklasse (2020) Tot 55 jaar
1607o
55-64jaar
1507o
65-75jaar
3607o 3207o
2507o
75-85 jaar
4807o 5307o 2907o
4607o
4107o
85+jaar
1907o
5207o
0y0
20y
40y
■ Geschikt voor ouderen
Geschikte woning
|
0y Tot 55jaar
B Geschikt te maken
3407o
4007o 1407o
3407o
60y
80y
100y
«Niet geschikt voor ouderen
1407o
2007o
2207o
20y
40y
60y
80y
B 55-64jaar
65-75jaar
■ 75-85 jaar
1007o
B 85+jaar
100y
Uitsplitsing naar eigendomssituatie De geschiktheidsopgave is in de gemeente Westland onevenredig verdeeld naar eigendomssituatie. Huurwoningen zijn overwegend vaker gelijkvloers en daarmee vaker geschikt voor ouderen. De uitsplitsing van de woningvoorraad naar eigendom laat zien: ^ Corporatiewoningen zijn het vaakst geschikt voor ouderen en mensen met een lichamelijke beperking (45%, 4.840 woningen). Dit hangt samen met het hoge aandeel appartementen met lift in de corporatiesector. De aantallen woningen die 'geschikt te maken' zijn, is voor de corporaties relatief klein (10% en 1.100 woningen). Dit komt door de beperkte omvang van de woningen, waardoor woningaanpassingen niet mogelijk zijn. Hierdoor is 45% (4.800 woningen) niet geschikt te maken. ^ Een derde van de particuliere huurwoningen is geschikt (29%, 850 woningen). De 'geschikt te maken' woningen in de particuliere huursector is relatief weinig (14%, 400 woningen). Meer dan de helft van de particuliere huurwoningen is niet geschikt voor ouderen (57%, 1.600 woningen) door de afwezigheid van een lift of de ouderdom van de woningen. » In de koopsector zijn relatief weinig woningen al geschikt voor ouderen, slechts 13% (3.700) woningen. Dit hangt samen met het lage aantal appartementen met lift in de koopsector. De koopsector kent wel relatief veel grote eengezinswoningen.
Deze hebben vaak een grote omvang waardoor ze geschikt te maken zijn. Dit maakt dat de koopsector de grootste opgave heeft; 40% (ongeveer 11.700 woningen) is met een woningaanpassing geschikt te maken voor ouderen, zoals een trap- of tillift of een plattegrondwijziging.
Bron: WOZ-registratie gemeente Westland, bewerking Companen (2020).
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
21
Figuur 3.9: Gemeente Westland. Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom (2020) Koop Particuliere huur Sociale huur
13Z
40Z
■a ■1 29Z
47Z
14Z
200Zo
■ Geschikt voor ouderen
57Z
10/
415Z
CP/o
zullen een beroep doen op de geschikte woningvoorraad. Dit betekent dat er een opgave ligt, namelijk het aanpassen van de 'geschikte te maken' woningen.
400Zo
B Geschikt te maken
Geschiktheid naar kern
45Z 600Zo
800Zo
100%
«Niet geschikt voor ouderen
Bron: WOZ-registratie gemeente Westland, bewerking Companen (2020).
Opgave geschiktheid Om een goed beeld te krijgen van de opgave in Westland, zetten we het huidige en toekomstige aandeel 75+huishoudens tegenover het aandeel geschikte woningen. Daarnaast kijken we naar het aandeel 75+huishoudens dat in een geschikte woning en in een geschikt te maken woning woont: ^ In Westland is op dit moment het aanbod geschikte woningen en het aantal 75+huishoudens in evenwicht. Dit betekent dat het aantal 75+huishoudens (circa 6.220) lager is dan het aandeel geschikte woningen (9.500). Als we de doelgroep 65 - 74 jarigen optellen (circa 7.210), komt het aanbod geschikte woningen op gespannen voet te staan. ^ Om een goed beeld te krijgen van de daadwerkelijke opgave, kijken we naar welk aandeel van de 75-plussers in een geschikte woning woont. In Westland woont 44Z (2.975) van de 75-plussers in een geschikte woning. 17Z (1.170) van de 75-plussers woont in een geschikt te maken woning. ^ Daarnaast hebben we het aantal 75-plussers in 2040 (circa 12.240) afgezet tegenover het huidige aantal geschikte woningen. In 2040 zal het aanbod geschikte woningen (9.500) lager zijn dan het aantal 75-plussers, te weten een tekort van 2.740 woningen. Daarnaast is er ook nog de groep ouderen met een mobiliteitsbeperking die de komende tijd gaat groeien, ook zij
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Van de sociale huurvoorraad is 45Z geschikt voor ouderen. Echter de geschikt heid van de sociale huurvoorraad verschilt volgens onderstaand figuur oneven redig per kern. In deze kernen liggen aandachtspunten voor de corporaties: hoe weegt de geschikte voorraad straks tegenover het aantal oudere huurders in deze kernen? Figuur 3.10: Geschiktheid sociale huurvoorraad naar kern (2020) 's-Gravenzande
10/
43Z
De Lier
34/
7/
Honselersdijk
33/
8/
Kwintsheul
46/
59Z 4/
50/
Maasdijk
60/
Monster
6/
47/
Naaldwijk
47/
56Z
Poeldijk
9/
49/
Ter Heijde
9/
12/
21/
Wateringen
20/
■ Geschikt voor ouderen
39/ 70/
49/ 0/
35/
16/ 40/
«Geschikt te maken
60/
34/ 80/
100/
«Niet geschikt voor ouderen
Bron: WOZ-registratie gemeente Westland, bewerking Companen (2020).
22
Opgave naar kern De geschiktheidssituatie in Westland is onevenredig verdeeld over de kernen. De geschiktheidsopgave vraagt bij uitstek om een wijkgerichte aanpak, voor een goede spreiding van het geschikte aanbod en benodigde woning aanpassingen over de gemeente. In tabel 3.6 wordt de totale woningvoorraad naar geschiktheid per kern weergegeven. Tabel 3.6: Geschiktheid totale woningvoorraad in aantal naar kern (2020)
Kern
Geschikt voor ouderen
Geschikt te maken
Niet geschikt te maken
In de tabel 3.7 hebben we de huidige geschikte woningen afgezet tegen de 75+ huishoudens in 2040. Uit de ze analyse blijkt dat in bijna alle kernen en een tekort ontstaat. Opvallend zijn de kernen 's-Gravenzande, De Lier en Monster. Tabel 3.7: Huidige geschikte woning afgezet tegen de 75+ huishoudens in 2040
Kern
Huidige geschikte woningen
75+ huishoudens
Opgave per kern
's-Gravenzande
1.755
2.240
-485
De Lier
802
1.350
-548
Honselersdijk
497
650
-153
Kwintsheul
290
320
-30
Totaal
Maasdijk
167
360
-193
's-Gravenzande
1.755
3.065
3.896
8.716
Monster
1.244
2.050
-806
De Lier
802
1.200
2.850
4.852
Naaldwijk
2.606
2.530
76
Honselersdijk
497
801
1.575
2.873
Poeldijk
623
920
-297
Kwintsheul
290
482
771
1.543
Ter Heijde
35
90
-60
Maasdijk
167
458
949
1.574
Wateringen
1.488
1.480
8
Monster
1.244
1.172
3.127
5.543
Naaldwijk
2.606
2.899
3.515
9.020
Poeldijk
623
719
1.346
2.688
Ter Heijde
35
50
227
312
Wateringen
1.488
2.429
2.366
6.283
9.507 13.275 20.622 Bron: WOZ-registratie gemeente Westland, bewerking Companen (2020).
43.404
Gemeente
Vooral in de kernen 's-Gravenzande, De Lier en Monster liggen de aandachtspunten. In deze kernen zijn maatregelen nodig om aan de toe komstige vraag van 75-plussers naar regulier wonen te voldoen. Deze opgave bestaat, afhankelijk van de kern, uit maatregelen als woningaanpassingen, het bevorderen van de doorstroming van 75-plussers naar een geschikte woning of nieuwbouw.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Bron: Huishoudensprognose ABF, Doorzonscan Companen
's-Gravenzande en De Lier In 's-Gravenzande en De Lier is er een grote opgave op het gebied van geschiktheid. In deze kernen staan relatief veel geschikte woningen, maar het aantal 75-plussers groeit harder dan het aantal geschikte woningen. In de kern 's-Gravenzande wonen in 2040 2.250 75+plussers en in De Lier 1.350 75+plussers volgens het rapport van ABF. Een relatief groot deel van de woningen is met een kleine ingreep geschikt te maken (35% 3.000 woningen in s' Gravenzande en 25% 1.200 woningen in De Lier).
23
Monster Ook in Monster is er inspanning nodig om het tekort in de toekomst in te kunnen lopen neen opgave om het tekort in te kunnen lopen nodig om aan de vraag van 75-plussers in 2040 te voldoen. Deze groep groei hard in deze kern. Zo wonen in 2040 ruim 2.000 75+plussers in Monster. Het huidige aanbod geschikte woningen komt daarmee op gespannen voet te staan. In Monster staan relatief veel geschikt te maken woningen, die met woningaanpassingen geschikt gemaakt kunnen worden. Onderstaande kaarten geven de totale geschiktheid naar kern (kaart 1), aandeel 75-plussers in een geschikte woning (kaart 2) en het aandeel 75plussers in een geschikt te maken woning (kaart 3) weer.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
24
Gemeente Westland
Ter Heiji Poeldijk
lonster
Wateringen
Kwintsheul
Honselersdijk
■Gravenzande Naaldwijk
De Lier
Geschiktheid woningvoorraad Geschikt voor ouderen
Geschikt te maken
Maasdijl
Gemeente Westland
Monster
Poeldijk Wateringen
Kwintsheul Honselersdijk 's-Gravenzande Naaldwijk
De Lier
75* m geschikte woning
Maasdijk
Tot 2596 2596 tot 4096 4096 tot 5096 Vanaf 5096
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
26
Gemeente Westland
ľer Heijde
Monster
Poeldijk Wateringen
Kwintsheul Honselersdijk s-Gravenzande Naaldwijk
De Lier
7a 7S+ in geschikt te maken woning
■ □ I I 1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Maasdijk
27
3.5 Beleidsopgaven ouderen Gezamenlijk kwaliteitsnormen opstellen voor tussenvormen Er is een toenemende druk op de geclusterde woonvormen met zorg nabij. Het verdient de aanbeveling om op korte termijn het gesprek te voeren met alle betrokken partijen en na te denken over de bouwprogrammering. Het wonen in geclusterde 'tussenvormen' biedt diverse voordelen. Zo kan zorg aan huis hier efficiënter geleverd worden, zijn woningen geschikt voor een oplopende zorgvraag en is het veiligheids- of gemeenschapsgevoel onder bewoners hoger. Ouderen geven dan ook zelf aan graag te wonen in een tussenvorm, bijvoorbeeld een aanleuningwoning (zie hoofdstuk 8). Een goed aanbod aan tussenvormen is daarmee een voorinvestering om te voorkomen dat onnodig intensieve zorg wordt gebruikt. Om tot uitvoering van de doel stelling omtrent tussenvormen te komen is een samenspel van actoren benodigd; een hecht netwerk. Wij adviseren om met alle betrokken partijen duidelijke kwaliteitsnormen op te stellen voor de nieuwe (geclusterde) tussen vormen. Dit kwaliteitskeurmerk dient alle geclusterde woonconcepten te toetsen op bijvoorbeeld de aanwezige faciliteiten (ontmoetingsruimte, buiten ruimte, comfort, horeca), de gemeenschapszin, omvang en het soort mede bewoners.
Samen met corporaties en ontwikkelaars levensloopbestendige (geclusterde) woningen realiseren Op dit moment ligt de grootste opgave in de geclusterde woningen met zorg nabij (verzorgd wonen). Over enkele jaren komt daar bovenop de opgave van de geclusterde woningen zonder zorg (seniorenwoningen). Voor beide vormen moet in 2025 in totaal 735 woningen gerealiseerd worden. In 2040 groeit dit aantal naar 1.925 woningen, dit is een forse opgave voor alle partijen. Dit
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
enorme tekort is het gevolg van een aantal trends: ouderen willen steeds vaker 'thuis' en in een vertrouwde omgeving wonen, sommige ouderen ontvangen geen intramurale indicatie meer - deze groep gaat op zoek naar een woning met enige clustering en waar de zorg makkelijk geleverd kan worden -, de traditionele seniorenwoningen zijn niet meer aantrekkelijk voor de ouderen en tot slot zijn deze woonvormen de afgelopen periode onvoldoende gerealiseerd in Westland. Samen met de corporaties en de ontwikkelaars moet hierover het gesprek gevoerd worden; Waar gaan we bouwen? Wat zijn de woonconcepten waarin ouderen graag oud willen worden? Wat vraagt het van de verschillende partijen? Afspraken die gemaakt worden moeten worden vastgelegd in de prestatieafspraken.
Toenemend beroep op woningaanpassingen Ook in de toekomst zal een groot deel van de ouderen in de huidige woning blijven wonen. Deze groep neemt zowel in omvang als in gemiddelde leeftijd toe. Dit zal vragen om meer inzet op woningaanpassingen, zodat de ouderen daar zelfstandig kunnen blijven wonen, zeker als er in de wijken of dorpen geen geclusterde woonvorm aanwezig is of zal zijn. In dat kader is het relevant om te vermelden dat de regeling van woningaanpassingen in het kader van de Wmo is veranderd; de eigen bijdrage voor particulieren is aanzienlijk lager geworden. Dit zal waarschijnlijk zorgen voor een toename van de aanvragen voor woningaanpassingen, met hogere kosten voor de gemeente als gevolg. Deze opgave treft ook de sociale woningvoorraad. Wij adviseren de corporaties en de gemeente om hierover het gesprek te voeren en preventief afspraken te maken welke woningaanpassingen door de corporaties worden bekostigd en welke door de gemeente (in het kader van de Wmo). De afspraken die hieruit voortkomen kunnen worden vastgelegd in de Wmo-werkafspraken tussen de gemeente en de woningcorporatie.
28
4 Verstandelijk beperkten (VG) De groep mensen met een verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. De behoefte aan zorg is zeer divers onder deze doelgroep, waar door zowel een deel in geclusterde woonvormen woont als een deel zelfstandig in de wijk woont. In dit hoofdstuk brengen wij de behoefte aan geclusterde en gespikkelde plekken voor zorg met verblijf voor de VG-groep in beeld, en zetten we deze vraagontwikkeling af tegen het bestaande aanbod. De balans tussen vraag en aanbod dienst als uitgangspunt voor de kwantitatieve en kwalitatieve invulling van beleids- en huisvestingsopgaven.
In dit onderzoek richten wij ons primair op de groep die gebruik maakt van Wlzzorg. Dit houdt in dat we het hebben over mensen die 'levenslang en levensbreed' ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Deze mensen staan onder permanent toezicht of ontvangen 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Omdat we ingaan op de groep mensen die levenslang behoefte heeft aan zorg met verblijf, spreken we niet over een groep die uitstroomt.
•
^
rolstoelgeschikt is, bij het andere deel is dit niet het geval. De variatie in de VG-doelgroep betekent dat zorgvastgoed flexibel gebouwd moet worden; het liefst is een woning geschikt te maken voor een veranderende zorgzwaarte. Ook de VG-doelgroep wordt ouder; dit stelt eisen aan het woonzorgvastgoed. Zorgaanbieders clusteren verstandelijk beperkten vaak op basis van leeftijd, zorgzwaarte en het al dan niet voorkomen van een combinatie met psychiatrische klachten om een zekere mate van homogeniteit te bereiken. Uiteindelijk wordt een dergelijk cluster vanzelf weer heterogeen door individuele ontwikkelingen in de zorgvraag. De illustraties hieronder geven een indruk van de variëteit aan woon vormen die vallen onder de noemer 'geclusterd wonen'.
Figuur 4.1: Voorbeelden geclusterd wonen voor verstandelijk beperkten
Woonvormen in Westland In dit rapport maken wij onderscheid tussen de woonvormen 'geclusterd' en 'gespikkeld' die bedoeld zijn voor de doelgroep mensen met een verstandelijke beperking. Onder de woonvorm 'geclusterd' valt een uiteenlopend palet aan woonvormen: van instellingszorg in groepswoningen tot geclusterde apparte menten, hofjeswoningen of zorgboerderijen. Onder 'gespikkeld' wonen vallen zelfstandige appartementen of woningen in de nabijheid van een geclusterde woonvorm. ^ Een belangrijke notie is dat de doelgroep VG bijzonder heterogeen is: een deel is ook lichamelijk gehandicapt en heeft dus een woning nodig die