Bestemmingsplan Bedrijventerrein ABC De Strijp Poeldijk [25-0007558]
Tekst van het document
De uitbreiding van ABC Westland leidt tot 2.100 motorvoertuigbewegingen extra op een gemiddelde werkdag in 2040 (toename personenauto's en vrachtverkeer op basis van het verkeersmodel). Op de ontsluitende wegen in de omgeving neemt het aandeel van en naar ABC Westland toe tot 5 procentpunt op de wegen bij de poorten en 2-3 procentpunt op de grote wegen N211 en N464. Het extra verkeer door de uitbreiding van ABC Westland leidt niet tot een relevante toename van de verstoring van de verkeersafwikkeling op de ontsluitingsroutes Paul Captijnlaan/Arckelweg, N211 Nieuweweg/Lozerlaan en N464 Wateringseweg. Er ontstaan door uitbreiding van ABC Westland geen nieuwe kiemen van congestie en de bestaande problemen worden niet substantieel groter. Waar deze routes op elkaar aansluiten met rotondes is de capaciteit ook zonder uitbreiding van ABC Westland een probleem. Deze problemen zijn oplosbaar door uitbreiding naar een turborotonde kruispunt N211/Paul Captijnlaan danwel een knierotonde kruispunt Wateringseweg/Arckelweg. Daar hier tevens fietsers oversteken is vanwege verkeersveiligheid met VRI geregelde kruispunten aan te bevelen. De beperkt beschikbare ruimte vraagt hierbij om aandacht.
In V-MRDH 3.0 waarmee gerekend is zijn de mobiliteitstransitie maatregelen opgenomen in het basispakket 2022-2030 Gebiedsuitwerking Greenport Westland (zie eindrapportage gebiedsuitwerking Greenport 30 november 2021) niet opgenomen. Deze maatregelen betreffen onder meer de realisatie van twee metropolitane snelfietsroutes (Naaldwijk - Den Haag HS/CID en Naaldwijk - Den Haag CS) en de werkgeversaanpak waaronder ABC Westland. Ook de resultaten van de in 2021 uitgevoerde pré-verkenning HOV met tracé langs de N211 zijn niet in het V-MRDH 3.0 opgenomen. Op grond van de in het kader van de Gebiedsuitwerking Greenport Westland uitgevoerde modelberekeningen blijkt dat de door deze maatregelen de toename van het autogebruik met ca. 8% in 2040 daalt tot ca. 2% toename in Westland en vrijwel 0% toename in Den Haag. Hierdoor ontstaat voor 2040 een gunstiger verkeersbeeld dan de nu voorliggende resultaten aangeven. De bereikbaarheid van ABC Westland en omliggende gebieden is dus gebaat bij de realisatie van deze mobiliteitstransitie maatregelen. Indien het kruispunt Lozerlaan/Erasmusweg niet ongelijkvloers gemaakt wordt zijn de doorstromingsproblemen op het onderzochte deel van het wegennet van het Westland en Den Haag duidelijk groter, niet alleen op de Lozerlaan zelf ook op de Nieuweweg en de Wateringseweg.
De bereikbaarheid van ABC Westland al dan niet uitgebreid, Westland en Den Haag Zuidwest, is dus zeker gebaat bij het ongelijkvloers maken van het kruispunt Lozerlaan/Erasmusweg en ook bij de uitbouw van de rotondes naar turborotondes; bij voorkeur worden dit met VRI geregelde kruispunten, dit vanwege de verkeersveiligheid voor overstekende fietsers. De invloed van de uitbreiding van ABC Westland op de verzadigingsgraden en gemiddelde reistijdverliezen is bij beide rotondes minimaal: 0,05 op de verzadigingsgraad en ca. 3,5 sec. in gemiddelde verliestijd. Als de doorstromingsproblemen worden opgelost door de realisatie van een passende rotondevorm (turbo of knie) dan voldoen de rotondes dus met en zonder uitbreiding. Verkeersgeneratie De uitbreiding van het bedrijventerrein zal leiden tot extra verkeer. De toename van het verkeer is bepaald in het verkeersonderzoek van Sweco (Bijlage 3) en gebaseerd op het verkeersmodel V-MRDH 3.0 en de huidige verkeersbewegingen van en naar het bestaande bedrijventerrein op basis van tellingen uitgevoerd in het voorjaar van 2024. Het verkeersmodel laat een toename zien van in totaal ca. 2.100 motorvoertuigbewegingen voor de uitbreiding. De resultaten uit het model en de tellingen geven voor het totaal verkeer van ABC Westland wel enigszins verschillende resultaten maar spreken elkaar niet echt tegen gegeven de marges in verkeersintensiteiten.
Voor de vrachtwagenstromen is de omvang van en naar de uitbreiding gebaseerd op de groei van het oppervlak bedrijventerrein toegepast op de getelde waarden, gegeven dat het model op een lagere omvang van de vrachtwagenstromen uitkomt1. Concreet wordt de totale verkeersgeneratie verhoogd met ca. 300 extra vrachtwagenverkeersbewegingen om uit te gaan van een worstcase benadering. Dat gebeurt zowel in de verkeersafwikkelingsanalyses met de simulatiemodellen als in de verkeersmilieueffectanalyses, beiden gevoelig juist voor vrachtverkeer. De extra verkeerstoename (personenauto's en vrachtverkeer) wordt afgewikkeld via de huidige
27
ontsluitingsstructuur van het bedrijventerrein. Dit leidt tot extra verkeer op de ontsluitingsroutes Paul Captijnlaan/Arckelweg, N211 Nieuweweg/Lozerlaan en N464 Wateringseweg. De capaciteit van de rotondes op deze ontsluitingsroutes moet worden uitgebreid om het verkeer in de toekomst goed te verwerken (ongeacht de uitbreiding van ABC Westland). Parkeren In de planregels van dit bestemmingsplan is een dynamische verwijzing opgenomen naar de Beleidsregel parkeernormering gemeente Westland. Daarnaast is overeenkomstig de bedrijventerreinenvisie 2013-2020 nog bepaald dat ook vrachtwagens op eigen terrein geparkeerd moeten worden. Voor de huisvesting arbeidsmigranten wordt gerekend met 0,3 parkeerplaats per slaapplek. Met 400 bedden bedraagt de parkeerbehoefte 120 parkeerplaatsen. Deze worden voorzien aan de zuidwestzijde langs de watergang die langs de manege loopt. De ontwerpschets laat zien dat inpassing van het aantal benodigde parkeerplaatsen bij het maximale aantal van 400 bedden haalbaar is. Fietsparkeren Bij de huisvesting van arbeidsmigranten wordt voorzien in een fietsenstalling met voldoende plekken voor fietsen. Op het bedrijventerrein zelf dient, door de bedrijven, op eigen terrein te worden voorzien in stallingsruimte. Aan de Arckelweg, ter hoogte van de huisvesting van de arbeidsmigranten, wordt een openbare voorziening gerealiseerd voor deelfietsen.
Met deze voorziening wordt het bedrijventerrein aantrekkelijk verbonden met het (regionale) ov netwerk. 1Het verkeersmodel geeft een toename van 190 vrachtwagenverkeersbewegingen voor de uitbreiding,
terwijl op basis van de tellingen 476 extra verkeersbewegingen wordt verwacht. Dit geeft een verschil van 286 mvt (afgerond ca.300), waardoor het dynamische verkeersmodel voor de analyses van de verkeersafwikkeling is gecorrigeerd voor de vrachtwagenstromen op basis van de tellingen.
2.3
Gebiedsvisie
2.3.1
Nota van randvoorwaarden
In mei 2023 heeft de gemeente Westland een notitie opgesteld waarin de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van ABC - De Strijp zijn opgenomen. In deze paragraaf worden de randvoorwaarden kort weergegeven. De nota van randvoorwaarden zelf is als Bijlage 4 bij dit bestemmingsplan opgenomen. Vanuit de verschillende relevante beleidsterreinen wordt in de nota beschreven waarmee rekening dient te worden gehouden in de planvorming. In deze samenvatting noemen we de passages uit het document die ruimtelijk relevant zijn bij de ontwikkeling. BELEIDSKADERS Als belangrijkste beleidskaders voor de ontwikkeling worden genoemd: de Omgevingsvisie 2.0 Visie op Westland (oktober 2020) Klimaatadaptatiestrategie Westland (juni 2021) De Omgevingsvisie gaat onder meer in op de gewenste Huisvesting Arbeidsmigranten, waarvan ABC Westland in Poeldijk een van de twee mogelijke locaties is. De gemeente faciliteert een adequate inpassing hiervan. Daarnaast maakt de gemeente Westland samen met de bedrijventerreinen een plan van aanpak om deze gebieden klimaatadaptief in te richten. In de klimaatadaptatiestrategie verplicht de gemeente Westland zichzelf om in 2025 klimaatadaptief te zijn ingericht. Streven is 2040. Focus ligt niet alleen op kwantiteit van het groen, maar ook op kwaliteit.
28
ECONOMIE Vanuit economisch oogpunt is het noodzakelijk dat de uitbreiding ABC met 12 ha netto ontwikkeld wordt om de huidige ruimtevraag op te vangen. Deze uitbreiding voorziet in het versterken, uitbreiden, groeien van bestaande en nieuwe agro logistieke (Westlandse) bedrijven. De uitbreiding biedt ruimte aan circa 750 arbeidsplaatsen, waarvan circa 250 arbeidsplaatsen worden ingevuld door buitenlandse flexwerkers en zo'n 500 arbeidsplaatsen door lokale inwoners (Westland en directe omgeving). Deze arbeidsmigranten dienen economisch aan Westland gebonden te zijn. De Nota van randvoorwaarden geeft aan dat de uitbreiding van bedrijventerrein ABC in het bestemmingsplan een enkelbestemming 'Bedrijventerrein' met de functieaanduiding 'agro gerelateerde bedrijven' zal krijgen. Daarnaast kunnen niet primair agro gerelateerde westlandse bedrijven zich onder voorwaarden vestigen. Hiervoor is een binnenplanse afwijking opgenomen. STEDENBOUWKUNDIG / LANDSCHAP Voor de uitbreiding van ABC Westland zal op stedenbouwkundig vlak een uitspraak gedaan moeten worden over de wijze waarop de verkaveling reageert op de context.
Structuur van de oorspronkelijke Dijkpolder herkenbaar houden; Vanuit de polderstructuur de rand aan de zijde van de Wennetjessloot middels een blokverkaveling vormgeven; De maximale bouwhoogte voor bedrijfspanden is 15 meter, maar een hoogte van 20 meter voor kantoren is incidenteel denkbaar; Voor het bedrijventerrein gelden de welstandscriteria gebied 19. HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN In het plangebied moet ruimte zijn voor de huisvesting van 400 arbeidsmigranten. Het gaat in het plan om permanente huisvesting van arbeidsmigranten met een tijdelijk verblijf van maximaal 6 maanden. Er dienen geluidsisolerende maatregelen te worden gerealiseerd en het gebouw moet voldoen aan de SNF-normen en het bouwbesluit. De uitstraling van het pand dient hoogwaardig te zijn en er moet sprake zijn van een duurzame woomomgeving waar klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen meegenomen worden in het ontwerp. Een parkeernorm van 0,3 parkeerplaats per bewoner is de norm. De migrantenhuisvesting wordt voorzien van een personenontsluiting bij de calamiteitenontsluiting ter hoogte van de huidige weg de Strijp.
29
Afbeelding 2.7: stedenbouwkundig concept ECOLOGISCHE ZONE De Omgevingsvisie 2.0 – Visie op Westland houdt rekening met de ecologische verbinding, uit het Natuur Netwerk Nederland, die loopt van Madestein tot aan de Zweth. De exacte invulling daarvan dient in een ontwerp en beheerplan uitgewerkt te worden op basis van een ecologische quick scan. Natuurstrook langs de Wennetjessloot met een diepte van 50m, de woonkavels bevinden zich binnen deze 50-meterzone; Minimale afstand tussen woonkavels en bedrijventerrein bedraagt 25m; Onderdeel van het ecologisch advies is het opstellen van een beheerplan; Bij de uitwerking wordt ABC Westland betrokken i.v.m. de eisen die een hoogwaardig agrogerelateerd bedrijventerrein stelt t.a.v. hygiëne en besmettingsgevaar; In de zone wordt een struinpad opgenomen voor wandelaars; Zorgvuldige landschappelijke inpassing met rietkragen, bosschages, eilandjes met beplanting etc.; Het zicht op de bedrijfsgebouwen breken met groen. Realisatie van een brede ecologische zone sluit aan op de doelstellingen uit de Omgevingsvisie. Een zone van minimaal 25 meter breed zal worden ingericht als natuurlijke en ecologische zone die onderdeel zal gaan uitmaken van het Natuur Netwerk Nederland en het cultuurlandschap van Midden Delfland met het natura 2000 gebied aan de kust verbindt.
De ruggegraat van de NNN Wenzone vormt de Wennetjessloot waaraan de NNN zijn naam dankt. De verantwoordelijkheid voor de realisatie van de verschillende NNN's ligt bij de Provincies. De provincie Zuid Holland heeft formeel geen maatvoeringen waaraan de NNN Wenzone dient te voldoen vastgesteld. Wel wordt in de Herziene Nota Ecologische Verbindingen Provincie Zuid Holland uit 2017 per NNN de gewenste ecologische inrichting beschreven. De NNN Wenzone heeft een gewenste breedte van 25 tot 50m. In de omgevingsvisie van de gemeente Westland staat onder 7.4.1 (het artikelen dat over de NNN's gaat) geen specifieke maatvoeringen. Onder 8.2.4. het artikel dat gaat over toekomstbestendige bedrijventerreinen staat: De ontwikkeling van ABC Westland combineren we met de realisatie van een gedeelte van de ecologische verbinding uit het Natuur Netwerk Nederland, die van Madestein tot aan de
30
Zweth loopt. Langs de Wennetjessloot houden we daar rekening met een groenstrook van 50 meter breed. Voor de maatvoering van de Wenzone is ook gekeken naar de gehanteerde maatvoering van de Poelzone. Voor het eerste deel van de Poelzone is gerekend met een gemiddelde breedte van 50m. Dit was ook het uitgangspunt voor het deel van de NNN door Waelpark maar deze is later in overeenstemming met Provincie Zuid Holland, bijgesteld naar een minimale breedte van 25m aangevuld met elke 400m een steppingstone van minimaal 0.5ha. De gehanteerde uitgangspunten voor de vormgeving en maatvoering voor het deel NNN dat achter de uitbreiding van ABC Westland ligt, zijn in het licht van bovenstaande randvoorwaarden de volgende: 1. 2.
3.
4. 5.
De groenzone ligt aan de Wennetjessloot (de ruggegraat) en is gemeten vanaf de oever van de Wennetjessloot 50m breed. De minimale breedte van de NNN is conform de (Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de Provincie Zuid-Holland (28 augustus 2017, blz 35 van 84) 25m breed. Dat is de minimale breedte die nodig is voor migratie van fauna tussen verblijfsgebieden. (zie Bijlage 18). Bij voorkeur liggen er geen obstakels in de NNN. Bestaande woningen worden waar mogelijk zoveel mogelijk verwijderd. Nieuwe woningen toevoegen is niet gewenst. Daar waar de NNN een obstakel tegenkomt wordt deze rondom het obstakel getrokken. Waarbij de minimale breedte van de groenzone 25m of meer dient te bedragen. Van belang is de verbinding van de groenzone met de ruggegraat. Lange rijen aaneengesloten obstakels (zoals woningen) zijn niet gewenst. Hiervoor zijn geen minimale maten vastgesteld. De NNN Wenzone zal qua oppervlakte minimaal moeten voldoen aan de uitgangspunten van de NNN Poelzone door Waelpark. Aangezien de strook tussen ABC en de Wennetjessloot (268m) korter is dan 400m kan niet worden gewerkt met een steppingstone van 0,5ha. Dit kan wel in oppervlakte groen verrekend worden. Daar kan de volgende formule voor worden gebruikt: 400m (lengte) x 25 + 5000m2 = 15.000m2 (over een lengte van 400m). 15.000m2 groen gedeeld door de lengte van 400m wordt dan 37,5m.
Dit betekent dat de gemiddelde breedte van de NNN Wenzone voor het deel achter de uitbreiding van ABC dan minimaal 268m x 37,5m = 10.050m2 dient te bedragen. Meer is natuurlijk altijd welkom.
VERKEER EN MOBILITEIT Het bedrijventerrein wordt ontsloten via het bestaande bedrijventerrein; De huisvesting van de arbeidsmigranten sluit aan op de Arckelweg; De bestaande fietsroute handhaven en verbreden naar 3,5m; Ruimte voor (deel)fietsen is wenselijk; Ongelijkvloerse kruising tussen ontsluiting ABC-terrein en fietspad; Wegen van 8m breed met aan minimaal één zijde een voetpad. KLIMAATADAPTATIE + GROEN/WATER INRICHTINGSEISEN Klimaat adaptieve maatregelen dienen als onderdeel van het plan ter goedkeuring aan de gemeente te worden voorgelegd. De maatregelen dienen te voldoen aan de eisen uit de vastgestelde 'Klimaatadaptatiestrategie Westland 2021-2024' en de vastgestelde 'Groenvisie'. Eisen: Verkoeling creëren middels schaduw (vooral bij wandelroutes) Natuur- en groen inclusief ontwerpen Verbinden van de water- en groenstructuren Vertraagd afvoeren van hemelwater en uitvoeren watertoets Toepassing van een blusriool 15% van de daken dienen ingevuld te worden als vegetatiedak Wensen: Natuurvriendelijke oever aan één zijde van het nieuw te maken water Groene/witte daken in combinatie met zonnepanelen Groene gevels
31
vasthouden van hemelwater na een regenbui 2.3.2
Stedenbouwkundige opzet
Stedenbouwkundige opzet en verkaveling Op basis van de uitbreidingswens van ABC Westland, eerder uitgevoerde verkenningen naar de uitbreidingsmogelijkheden en een (stedenbouwkundige) analyse van het gebied is een stedenbouwkundige inrichtingstekening opgesteld. De ontwikkeling van ABC Westland - De Strijp omvat drie onderdelen: 1. 2. 3.
Het agrogerelateerde bedrijventerrein; De ecologische zone; De locatie voor de huisvesting van Arbeidsmigranten aan de Arckelweg
1. Het agrogerelateerde bedrijventerrein De basis van de ontwikkeling wordt gevormd door de ontwikkeling van ca 11,25 ha netto uitgeefbaar bedrijventerrein ten dienste van voor namelijk agrogerelateerde, impliciet agrologistieke bedrijven. Voor de invulling van de bedrijfskavels wordt aangesloten bij de functies die op het bestaande bedrijventerrein ABC Westland aanwezig zijn. Uitgangspunt zijn grote bedrijfshallen met laadkuilen en een representatieve kantoorruimte op een van de hoeken. Centraal in het plangebied staan drie verkavelingsblokken, die uitgegeven worden als bedrijfskavels. Tezamen vormen deze een uitgeefbaar oppervlak van circa 11,25 ha (zie ook afbeelding 2.7). De drie langwerpige blokken worden haaks op de bestaande verkavelingsstructuren geplaatst, met name gevormd door de watergangen die het plangebied begrenzen. Rondom de blokken worden interne ontsluitingswegen gesitueerd, die daarmee aan de noord- en zuidkant de landschappelijke lijnen volgen met daartussen haakse verbindingswegen tussen de blokken door. Zodoende wordt met de verkaveling aangesloten bij de historische landschappelijke structuren van het slagenpatroon van de polder. Voor de invulling van de bedrijfskavels binnen de drie blokken is nog enige flexibiliteit mogelijk, en is daarom geen exacte stedenbouwkundige verkaveling opgesteld.
Afbeelding 2.8: Stedenbouwkundige inrichtingstekening (indicatief) Hiernaast is aan de zuidwestkant van het gebied een perceel vrijgelaten voor het realiseren van huisvesting voor arbeidsmigranten, en wordt aan de noordoostkant een overgangszone naar de Wenzone ingericht. Hier wordt verderop in deze paragraaf nader op ingegaan.
32
Rondom de bebouwingskavels van het bedrijventerrein is tenslotte voorzien in de realisatie van een groene zone. Daarmee wordt gezorgd voor een goede ruimtelijke kwaliteit van de randen van het plangebied. Aan de zuidwestkant zorgt een bredere groene zone inclusief waterpartij voor een afscheiding tussen de Arckelweg en de wat teruggelegen bedrijfsbebouwing. Evenwijdig aan de watergangen die aan de noordwest- en zuidoostzijde het plangebied begrenzen zorgt de toevoeging van een groen ingerichte strook voor een groen-blauwe overgang naar aangrenzende percelen. Ook blijven hiermee doorzichten behouden, en wordt hier een wandelroute over het terrein gerealiseerd. De randen van het bedrijventerrein zijn groen en – voor zover de waterkerende functie langs de Langesloot dat toestaat – voorzien van bomen en een voet- en/of fietspad. Het groen zorgt dat de groene-waterrijke zone tussen de Wennetjessloot en de Arckelweg een groen karakter blijft behouden en vormt een duidelijk scheiding tussen het bestaande ABC Westland en deze nieuwe uitbreiding. Het bestaande fietspad wordt via een tunnel onder de toekomstige ontsluitingsweg en -brug geleidt, zodat fietsers en vrachtwagens elkaar niet tegenkomen. Aan de zuidzijde vormt de groenstrook langs het water de afscherming naar de omliggende sportvelden en kassen.
Wat betreft de toekomstige bebouwing wordt aansluiting gezocht bij de bestaande planologische rechten die op het bestaande bedrijventerrein ABC Westland gelden. De hoogte van de bebouwing die mogelijk wordt gemaakt bedraagt maximaal 15 meter. Om te voorkomen dat schaduwhinder ontstaat is vooraf aan het opstellen van het bestemmingsplan een bezonningsstudie opgesteld. Uit deze bezonningsstudie blijkt dat het plan ten opzichte van de huidige (planologische) situatie geen nadelige invloed heeft op de bezonning van de omliggende glastuinbouwcomplexen en woningen. Indien die situatie zich onverhoopt wel zou voordoen, kan het college van burgemeester en wethouders nadere eisen stellen aan de situering en hoogte van bebouwing. De toekomstige bedrijven moeten rekening houden met hun presentatie naar de aan te leggen infrastructuur, waarbij een bebouwingsvrije zone van (tenminste) 5 meter geldt. De bouwvlakken mogen overeenkomstig de regeling voor het bestaande bedrijventerrein ABC Westland voor 80% bebouwd worden. Voor de bebouwing wordt uitgegaan van dubbel of meervoudig ruimtegebruik. Gebouwen kunnen bijvoorbeeld meerdere verdiepingen krijgen en het dak kan worden gebruikt voor zonnepanelen, parkeergelegenheid en krijgt gedeeltelijk een groene functie 15% van de bedrijfskavels dient 'groen' te worden ingericht.
Een belangrijk element van deze groene inrichting is de verplichting om op de daken in ieder geval een zone van minimaal 5 meter vanuit de dakrand als groen sedumdak in te richten. Hiermee ontstaat een netwerk aan groene structuren over het terrein die bijdraagt aan biodiversiteit, water langer vasthoudt en verkoelend werkt en zo hittestress helpt voorkomen.. 2. De ecologische zone Doordat de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en kassen tussen en achter de woonkavels aan het Wenpad gesloopt worden, ontstaat ruimte om de natuurzone langs de Wennetjessloot te versterken. Water en groene oevers dragen bij aan een sterke ecologische structuur in noord-zuidrichting. De natuurlijke inrichting zorgt voor biodiversiteit en klimaatadaptieve maatregelen zoals veel bomen en natuurvriendelijke oevers zorgen voor schaduwrijke plekken en ruime waterbergingscapaciteit om bij hevige regenval de pieken op te kunnen vangen. De groene zone is niet alleen een buffer tussen bedrijventerrein en de woningen aan het Wenpad, maar is tevens een extensieve recreatieve zone, waar een struinpad het Wenpad en bedrijventerrein met elkaar verbindt. De wandelpaden lopen aan de zijde van het bedrijventerrein en sluiten aan de noordzijde aan op het Wilgenpad en aan de zuidzijde op het bedrijventerrein.
Aan de zijde van het Wenpad zijn drie doorsteken, waarvan in de zuidelijke doorsteek een wandelpad als verbinding met het Wenpad licht. Dit pad wordt uitgevoerd als vlonderpad in een laag gelegen, drassig groengebied. Hierdoor zijn geen mogelijkheden om van het pad af te wijken. De noordelijke doorsteek is aanzienlijk breder dan de twee zuidelijke. Hier is een eiland met lage beplanting, riet en gras voorziet. De beplanting op de eilanden in het gebied is hoger. Struweel en kleinere bomen kunnen hier groeien en de eilanden kunnen onderling verbonden worden door een rietof plasdras zone. Aan de zijde van het bedrijventerrein komt een harde beschoeiing om ongedierte te
33
weren. De groenzone hier kent voornamelijk struiken en hoge bomen die de bedrijfsbebouwing maskeren. Zodoende ontstaat tussen het Wenpad en de bedrijven een groen scherm dat in drie lagen is opgebouwd met beplanting die oploopt van laag, naar middelhoog en hoog. Het zicht op de bedrijven wordt hierdoor optimaal ontnomen. In de voorliggende stedenbouwkundige verkaveling (afbeelding 2.8) wordt voldaan aan de maatvoeringseisen van 50m (t.a.v. de Wennetjessloot) en 30m (gemeten vanaf de bestaande woonkavels). De oppervlakte van de zone bedraagt in totaal ca. 10.750 m 2. Daarmee is 700m2 meer natuur aanwezig dan volgens de normberekening. Daarnaast is ca 475 m 2 bestemd als 'Wonen'. Deze plekken grenzen aan de bestaande woningen aan het Wenpad.
Afbeelding 2.9: Principe-inrichting ecologische zone
34
Afbeelding 2.10: Principeprofielen inrichting ecologische zone Huisvesting Arbeidsmigranten In de gemeente Westland bestaat een grote behoefte aan woonruimte voor arbeidsmigranten. De gronden aan de zuid-westkant van het plangebied zijn vanwege de vorm minder geschikt voor bedrijfskavels, maar ruim voldoende om 1 of meerdere wooncomplexen te situeren. Het voorlopige, indicatieve ontwerp gaat uit van 4 gebouwen van ieder maximaal 5 bouwlagen hoog. De gebouwen staan in een parkachtige omgeving waar ruimte is voor paden, zitplekken en 2 sportveldjes. Het parkeren is gesitueerd achter de gebouwen, in de zones waar vanwege milieubeperkingen geen woningen zijn toegestaan. In totaal biedt de invulling ruimte aan 120 appartementen met in totaal 400 bedden. Daarmee zijn 120 parkeerplaatsen nodig. Onderstaande invulling is indicatief en bedoeld om de mogelijkheden in beeld te brengen.
Afbeelding 2.9: 3D-impressie mogelijke opzet met 4 kleinschalige woongebouwen.
35
Afbeelding 2.10: Stedenbouwkundige opzet huisvesting arbeidsmigranten (indicatief) In het huidige stedenbouwkundige plan en op de verbeelding van dit bestemmingsplan zijn de rechthoekige waterpartijen meegenomen in de inrichting van het gebied, waardoor een groenere invulling mogelijk is met meer natuurvriendelijke oevers en verblijfsplekken (vlonders) tussen de rietkragen. In het ontwerp in bovenstaande afbeeldingen is de groene, natuurvriendelijke oever zoals in het stedenbouwkundig plan nog niet verwerkt. 2.3.3
Duurzaamheid, klimaatadaptatieen biodiversiteit
Gemeente Westland heeft het Convenant Klimaatadaptief Bouwen ondertekend en in de omgevingsvisie is opgenomen dat bij ontwikkelingen zoveel mogelijk de minimale eisen worden gehanteerd en dat als kader mee wordt gegeven om zoveel mogelijk klimaatadaptief, duurzaam en groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Met ingang van 2020 wordt gezorgd dat elke nieuwe gebiedsontwikkeling klimaatadaptief is. De ontwikkelingen van bedrijventerrein ABC Westland - De Strijp spelen al lang voor de ondertekening van het Convenant en het vaststellen van de Omgevingsvisie, maar door op verschillende niveaus in te spelen op de aspecten duurzaamheid, ecologie en klimaatadaptatie, kan zowel op het bedrijventerrein als in de groene ecologische zone langs het Wenpad worden voorzien in maatregelen. Voor een optimale invulling van de ecologische zone is door bureau Van der Goes en Groot in navolging van de ecologische quickscan een en ecologische scan uitgevoerd met betrekking tot het ten oosten van dit plangebied gelegen NNN-gebied. Op basis van een veldbezoek en bevindingen uit een eerder uitgevoerde quickscan is een beoordeling gemaakt van de relatie tussen het naastgelegen NNN-gebied en het plangebied. De input van dit onderzoek is verwerkt in het ontwikkelingsplan voor het bedrijventerrein en de ecologische zone.
Het ontwikkelingsplan geeft aan op welke wijze het terrein en dan met name de ecologische zone tussen het bedrijventerrein en Wenpad optimaal kan worden ingericht. De zone moet ruimte bieden aan natuur, maar kan ook gebruikt worden al recreatieve wandelverbinding. Hiertoe wordt een struinpad aangelegd dat op twee plekken op het Wenpad wordt aangesloten. Daarnaast zijn er twee verbindingen richting het bedrijventerrein. De zone kan daarmee
36
zowel voor mensen van buiten het terrein als door werknemers van de bedrijven op het terrein worden gebruikt. Door aan de zijde van het Wenpad een natuurvriendelijke oever aan te leggen ontstaat een zone die niet of minder makkelijk te bereiken is. Dit voorkomt dat mensen zich aan de achterzijde van de woningen begeven. Het ontwikkelingsplan is opgenomen in de Bijlage 5. Op het bedrijventerrein zelf zullen maatregelen met name op gebouwniveau plaatsvinden. Daarbij maken zonnepanelen op de daken in combinatie met witte dakbedekking en groene (sedum) randen een belangrijk deel uit van het pakket aan duurzaamheidsmaatregelen. De sedum daken worden in de eerste 5 meter langs de dakrand gerealiseerd. Hierdoor ontstaat een groen grid dat met name in de lengterichting (tussen de Langesloot en sportvelden/kassen) een groenstructuur vormt. Onder de zonnepanelen is sedum minder wenselijk. De daken worden wel voorzien van een dakbedekking zodat het zonlicht weerkaatst wordt. Dit draagt bij aan minder hittestress, werkt isolerend voor de gebouwen en verhoogt het rendement van zonnepanelen. Tezamen met de groene dakranden dient in totaal 15% van de bedrijfskavels groen ingericht te worden. Ten aanzien van de biodiversiteit zullen veel natuurlijke oevers worden gerealiseerd, veel groen langs de randen en groen op de daken.
Ook zullen in de groene zones vogelhuisjes, bijenhotels en indien nodig locaties voor vleermuizen worden geplaatst.
37
Hoofdstuk 3 3.1
Onderzoek
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Doordat artikel 2 lid 5 aanhef en onder b Besluit m.e.r. sinds 7 juli 2017 het bevoegd gezag verplicht om de artikelen 7.17, 7.17 leden 1 – 4, 7.18, 7.19 leden 1 en 2 en 7.20a Wet milieubeheer toe te passen, is het bevoegd gezag verplicht om een beslissing te nemen over de vraag of bij de voorbereiding van het bestemmingsplan een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Bepalend voor het antwoord op die vraag is of de betrokken activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Door het bevoegd gezag dient tijdig een besluit te worden genomen om geen milieueffectrapportage op te stellen voor het bestemmingsplan “Bedrijventerrein ABC De Strijp '. Uit de opgestelde vormvrije m.e.r.-beoordeling (zie Bijlage 1) blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effecten optreden. Er worden derhalve geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht die zouden moeten leiden tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure en het opstellen van een milieueffectrapport (MER) voor de onderhavige ontwikkelingen.
Het bevoegd gezag (in dit geval het college van burgemeester en wethouders) heeft besloten om géén milieueffectrapportage op te stellen vóórdat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd.
3.2
Bedrijven en milieuzonering
3.2.1
Wettelijk kader
Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 3.2.2
Onderzoek
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals bijvoorbeeld woningen): ter plaatse van deze gevoelige functies een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Op basis van eerdergenoemde VNG-publicatie kan worden bepaald in hoeverre de inrichtingen en bedrijven beperkend kunnen zijn voor het tot stand brengen van een goed woon- en leefmilieu in hun omgeving. In deze uitgave zijn per (milieu-)categorie bedrijvigheid richtafstanden genoemd die kunnen worden aangehouden ten einde de hinderlijke invloed van bedrijfsactiviteiten op gevoelige functies te beperken. Hiertoe worden een zestal milieucategorieën onderscheiden. Per milieucategorie is een richtafstand opgenomen, welke ten opzichte van in de omgeving aanwezige gevoelige bestemmingen dient te worden aangehouden. Deze richtafstand is gebaseerd op de als gevolg van de bedrijfsactiviteiten te verwachten milieuhinder (vanwege geur, geluid, stof of gevaar). In onderstaande tabel zijn de VNG-richtafstanden voor milieubelastende functies gegeven zoals deze gelden ten opzichte van een rustige woonwijk en van een gemengd gebied.
38
Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijk gebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Ter plaatse van bedrijventerrein ABC - De Strijp is sprake van een gemengd gebied. De woningen aan het Wenpad worden omgeven door glastuinbouwcomplexen en liggen in de nabijheid van het bestaande bedrijventerrein ABC-Westland. Aan de andere kant van het terrein, vormen glastuinbouwbedrijven, een manege, sportvelden de Arckelweg een combinatie van functies waardoor sprake is van gemengd gebied. Bedrijven en inrichtingen in en rond het plangebied Voor wat betreft het aspect bedrijven en milieuzonering is er sprake van twee situaties. Enerzijds kunnen nieuwe bedrijven in het gebied leiden tot hinder voor omliggende woningen. Anderzijds kunnen bedrijven en inrichtingen buiten het plangebied mogelijk beperkt worden door de nieuwe milieugevoelige functies (woningen) in het plangebied. Manege de Arckelhoeve Aan de Arckelweg, ten zuiden van het plangebied, ligt manege de Arckelhoeve.
De manege kent een milieucontour op basis van geurhinder. De contour bedraagt 50 meter en wordt gemeten vanuit het stallencomplex. De contour reikt tot over de gronden aan de overzijde van de sloot, waar de huisvesting van arbeidsmigranten is voorzien. Om geuroverlast te voorkomen wordt de woningbouw buiten de contour gerealiseerd. De gronden binnen de contour zullen worden gebruikt voor de benodigde parkeervoorzieningen. Hierdoor zal in de toekomst geen sprake zijn van geuroverlast van de manege en wordt de manege niet beperkt in haar activiteiten. Sportcomplex Verburch Ten zuiden en oosten van de manege ligt het sportcomplex Verburch. Sportvelden met verlichting kennen een milieucategorie 3.2 en milieucontour van 50 meter (in gemengd gebied). De contour reikt tot over de gronden van het plangebied, maar komt niet verder richting de gevoelige woonfuncties dan de contour van de manege. De sportvelden leiden daarom niet tot hinder bij de woningen Toekomstige bedrijven versus toekomstige nieuwe woonfuncties Het plan maakt op twee plaatsen nieuwe ,milieu- en geluidgevoelige functies mogelijk, Het gaat om de voormalige bedrijfswoning aan het Wenpad en aan de Arckelweg en de huisvestingslocatie voor arbeidsmigranten aan de Arckelweg.
Arckelweg Om te voorkomen dat de bestaande en nieuw te bouwen woongebouwen aan de Arckelweg hinder ondervinden van de toekomstige bedrijven op het bedrijventerrein of deze bedrijven in hun activiteiten
39
beperken wordt bij de bedrijven een interne zonering toegepast. Dit betekent dat binnen de bedrijfsbestemming uitsluitend categorie 3.1 bedrijven zijn toegestaan op een afstand van minimaal 30 meter uit het bouwvlak waarbinnen woningen zijn toegestaan. Voor categorie 3.2. bedrijven geldt een afstand van minimaal 50 meter. Hierdoor is voor een klein deel van de kavels die grenzen aan het de woningen maximaal categorie 3.1 van toepassing. Wenpad Om overlast aan de bestaande woningen aan het Wenpad te voorkomen wordt eveneens een zonering van 30 en 50 meter aangehouden. Daarbij wordt een gesloten bebouwingswand gerealiseerd, waarbij de belangrijkste geluidhinderlijke activiteiten (vrachtwagenbewegingen) aan de westzijde van de bebouwing plaatsvinden. De afstand van die activiteiten tot de woningen bedraagt daarmee zo'n 40 tot 70 meter meer dan de genoemde richtafstanden. Bovendien heeft de bebouwing daarbij een afschermende werking. Om te voorkomen dat toch sprake is van overlast op bestaande woningen is een aanduiding specifieke vorm van bedrijf – 1 opgenomen, waarmee geborgd wordt dat technische installaties op het dak uitsluitend zijn toegestaan indien ze worden afgeschermd of uit onderzoek blijkt dat er geen sprake is van geluidhinder ter plaatse van de woningen.
Afwijken van de gebruiksregels De toelaatbaarheid zoals deze hierboven is beschreven, betekent niet dat de uitoefening van activiteiten uit een hogere categorie in alle gevallen onaanvaardbaar is. De Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten geeft namelijk een vrij grove indeling van de hinderlijkheid van bedrijven. De situatie bij een specifiek bedrijf kan daarvan afwijken. Met name komt het voor dat een bedrijf als gevolg van de geringe omvang van hinderlijke (deel)activiteiten of door een milieuvriendelijke werkwijze, minder hinder veroorzaakt dan in de Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten is verondersteld. In dat geval kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken van de algemene toelaatbaarheid. Op die manier kan een dergelijk bedrijf voor de desbetreffende activiteit toe worden gelaten. Dit geldt alleen voor bedrijven uit maximaal één categorie hoger dan de in het bestemmingsplan toegestane categorie. 3.2.3
Conclusie
In dit bestemmingsplan wordt door de gehanteerde milieuzonering, die in de bestemmingsplanregeling is opgenomen, zorg gedragen voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen en worden de bestaande bedrijven niet in hun functioneren belemmerd.
3.3
Geluid
3.3.1
Wettelijk kader
Conform artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) (2007) bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Alvorens geluidgevoelige objecten zoals woningen of scholen - kunnen worden geprojecteerd, dient te worden onderzocht of aan de normen van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). Normstelling Als er nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de onderzoekszone van een weg worden gerealiseerd, dan mag de geluidsbelasting van het wegverkeer niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk of op overwegende bezwaren te stuiten dan is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde. Deze hogere waarde mag de maximale ontheffingswaarde niet overschrijden. Voor woonerven en voor wegen waarop de maximum snelheid 30 km/h bedraagt, geldt geen onderzoekszone, waardoor ze - strikt formeel gezien - niet hoeven te worden getoetst aan de normen van de Wgh. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het echter wel wenselijk dat deze wegen mee
40
worden genomen in de afweging. Voor bestaande woningen is de verandering van de geluidsbelasting door de uitbreiding van het bedrijventerrein getoetst aan de grenswaarden uit het hoofdstuk 'Reconstructie-situaties' uit de Wgh. Alhoewel geen sprake is van een fysiek wijziging van de wegen is de verandering van de geluidsbelasting getoetst aan deze normen. Bij een reconstructie in de zin van de Wgh is een geluidsbelasting tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB zonder meer toegestaan. Verder stelt de Wgh dat sprake is van een significante, hoorbare toename van de geluidsbelasting als de toename 1,5 dB of hoger is. Bij een toename van 1,5 dB of hoger moet vanuit de Wgh worden onderzocht of geluidsreducerende maatregelen doelmatig zijn. 3.3.2
Onderzoek
Algemeen Met de aanleg van bedrijventerrein ABC-De Strijp zal sprake zijn van een toename aan wegverkeer op de ontsluitingswegen van en naar het terrein en sprake van verkeer op de nieuwe ontsluitingswegen binnen op het nieuwe terrein. Daarnaast voorziet het plan in de realisatie van een woonbestemming langs de Arckelweg voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Door de uitbreiding van het bedrijventerrein en de bouw van de migrantenhuisvesting zal de verkeersintensiteit op de ontsluitingswegen op en rond het bedrijventerrein veranderen. Voor dit aspect is onderzocht of voor de bestaande woningen sprake is van een significante verandering van de geluidssituatie. Naar deze aspecten is onderzoek gedaan. Het onderzoek is gebaseerd op eerdere verkeersgegevens. In november 2024 is het verkeersrapport van SWECO geactualiseerd waarbij de verkeersaantallen die als gevolg van de ontwikkeling toenemen opnieuw zijn bepaald. Uit de nieuwe cijfers blijkt dat de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling lager is dan eerder aangenomen. De uitgangspunten in het onderzoek zijn daarmee als worst-case te beschouwen. Op basis van de nieuwere verkeersgegevens. Wegverkeerslawaai nieuwe geluidgevoelige functies De woongebouwen voor de arbeidsmigranten langs de Arckelweg liggen binnen de onderzoekszone van de Arckelweg.
Naar de geluidbelasting van het wegverkeer op de rand van de woonbestemming is akoestisch onderzoek uitgevoerd (KuiperCompagnons, oktober 2023 Bijlage 6). Uit dit onderzoek blijkt dat de ter plaatse van de nieuwe woonbestemming langs de Arckelweg de voorkeursgrenswaarde overschreden. De geluidsbelasting bedraagt maximaal 62 dB voor het verkeer op de Arckelweg zodat de maximale hogere waarde van 63 dB niet wordt overschreden. De geluidsbelasting bedraagt maximaal 52 dB door het verkeer op de ABC-Westland op het nieuwe deel van het bedrijventerrein zodat de maximale hogere waarde van 58 dB ook niet wordt overschreden. Maatregelenafweging In het onderzoek is beschouwd of geluidsreducerende maatregelen mogelijk zijn om de geluidsbelasting ter plaatse van de huisvesting van de arbeidsmigranten te verlagen. Uit deze beschouwing blijkt dat de afstand tot de Arckelweg niet kan worden vergroot en dat maatregelen in het overdrachtsgebied vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst zijn. De toepassing van een stiller wegdek over een lengte van 250 m op de Arckelweg is financieel doelmatig en leidt er tevens toe een groter deel van de buitengevels van de huisvesting van de arbeidsmigranten als geluidsluw kan worden beschouwd.
Ook met deze maatregel kan niet worden aangetoond dat 50% van de wooneenheden kunnen worden gesitueerd aan een gevel waar de geluidsbelasting als geluidsluw kan worden beschouwd. De toepassing van bouwkundige maatregelen, in de vorm van een corridor in de bouwblokken, leidt er toe dat 50% van de wooneenheden kan worden gesitueerd aan de gevel waar de geluidsbelasting als geluidsluw kan worden beschouwd. Op deze wijze is aangetoond dat het plan akoestisch haalbaar is.
41
Voor de nieuw geprojecteerd wooneenheden moet een hogere waarde procedure worden doorlopen. In dit geval moet op gebouwniveau minimaal 50% van de woningen gesitueerd zijn aan een gevel met een geluidsbelasting van maximaal 53 dB. Bij de uitwerking van het bouwplan moet met deze voorwaarde rekening worden gehouden. Deze verplichting kan in het hogere waarde besluit worden vastgelegd. Hogere waarden Er is een hogere waarde procedure doorlopen en een ontwerpbesluit tot vaststelling van een hogere waarden opgesteld. Het ontwerpbesluit heeft gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Wegverkeerslawaai bestaande woningen Door de uitbreiding van het bedrijventerrein en de bouw van de migrantenhuisvesting zal de verkeersintensiteit op de ontsluitingswegen op en rond het bedrijventerrein veranderen. Voor dit aspect is onderzocht of dat voor de bestaande woningen een significante verandering van de geluidssituatie oplevert. Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat het verkeer op de nieuwe ontsluitingswegen op het bedrijventerrein geen geluidsbelasting veroorzaakt die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde op bestaande woningen. Onderzoek naar maatregelen en het vaststellen van een hogere waarde is niet noodzakelijk. De toename van het verkeer door de uitbreiding veroorzaakt een toename van de geluidsbelasting van afgerond maximaal 1 dB.
Omdat deze toename voor het menselijk oor niet hoorbaar is, is geen sprake van een significante verslechtering van het woon- en leefklimaat. Industrielawaai Het plangebied is geen gezoneerd industrieterrein. Op het bedrijventerrein kunnen zich dan ook geen grote lawaaimakers vestigen. In de huidige situatie zijn dergelijke inrichtingen hier ook niet aanwezig. 3.3.3
Conclusie
Uit het onderzoek naar de geluideffecten op bestaande woningen kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een niet-significante en een voor het menselijk oor niet hoorbare toename van maximaal 1,0 dB. Het aspect geluid veroorzaakt daarmee geen significante verslechtering van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de bestaande woningen langs de ontsluitingsroutes. Uit onderzoek naar de huisvesting van arbeidsmigranten blijkt dat sprake is van een overschrijding van maximaal 62 dB zodat de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet wordt overschreden. Om te voldoen aan de voorwaarden uit het hogere waardenbeleid dient minimaal 50% van de woningen een geluidluwe gevel te hebben. Met toepassing van stil wegdek of andere bron- of overdachtsmaatregelen is dit niet haalbaar. Door toepassing van bouwkundige maatregelen zoals een corridor kan wel worden voldaan aan deze voorwaarde. Gelijktijdig met het ter inzage leggen van het bestemmingsplan is een hogere waarde procedure doorlopen.
3.4
Luchtkwaliteit
3.4.1
Wettelijk kader
Wet luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet.
42
Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Geldig
stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
60 ìg/m³
2010 t/m 2014
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/m³
vanaf 2015
jaargemiddelde concentratie
48 ìg/m³
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/m³
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/m³
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/m³
fijn stof (PM10)1)
vanaf 11 juni 2011
vanaf 11 juni 2011
Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).
Besluit niet in betekenende mate (NIBM) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de m een project heeft een effect van minder dan 1% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. Uit berekeningen in het kader van het luchtkwaliteitsondezoek (KuiperCompagnons, mei 2023) blijkt dat de bijdrage voor de maatgevende stof maximaal 0,4 µg/m3 is, zodat geen sprake is van een NIBM-bijdrage. Omdat de grenswaarde van 40 µg/m3 op 10 m vanaf de rand van de weg lang niet wordt overschreden zijn er geen belemmeringen. De maximaal berekende concentratie bedraagt 21 µg/m3.
43
3.4.2
Onderzoek
Ten behoeve van dit bestemmingsplan is onderzoek verricht naar de luchtkwaliteit als gevolg van de uitvoering van het bestemmingsplan. Het onderzoek is gebaseerd op eerdere verkeersgegevens. In november 2024 is het verkeersrapport van SWECO geactualiseerd waarbij de verkeersaantallen die als gevolg van de ontwikkeling toenemen opnieuw zijn bepaald. Uit de nieuwe cijfers blijkt dat de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling lager is dan eerder aangenomen. De uitgangspunten in het onderzoek zijn daarmee als worst-case te beschouwen. Op basis van de nieuwere verkeersgegevens. De uitbreiding van het bedrijventerrein genereert extra verkeersbewegingen op het bedrijventerrein maar ook op de relatief druk bereden Arckelweg en de Paul Captijnlaan welke wegen dienst doen als ontsluitingswegen van en naar het bedrijventerrein. Omdat het verkeer de belangrijkste bron voor de concentraties luchtverontreinigende stoffen is, is door middel van een berekening de (toename van) de concentraties luchtverontreinigende stoffen berekend. De variant zonder en met de uitbreiding van het bedrijventerrein zijn berekend. Er is gerekend op 10 m vanaf de rand van de genoemde wegen of op geringere afstand voor zover woningen dichter bij de rand van de weg zijn gelegen. De (toename van) het verkeer door de uitbreiding is reeds beschreven in het akoestisch onderzoek.
Deze verkeersgegevens zijn daarnaast ook opgenomen in de Bijlage 3 van deze toelichting. De resultaten van de luchtkwaliteitsberekeningen zijn opgenomen in de Bijlage 7 bij deze toelichting. Uit deze resultaten blijkt dat de grenswaarde van 40 µg/m3 voor de stoffen NO2 en PM10 en 25 µg/m3 voor de stof PM2,5 niet wordt overschreden. Dit betekent dat het aspect luchtkwaliteit niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit plan. De Omgevingsdienst Haaglanden heeft op 29 september 2023 de aangeleverde documenten beoordeeld op het aspect luchtkwaliteit en akkoord bevonden. 3.4.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
3.5
Externe veiligheid
3.5.1
Wettelijk kader
Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren. Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen vereist. Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de betreffende regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt.
Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord - worden omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een
44
calamiteit. 3.5.2
Onderzoek
Inleiding Externe veiligheid gaat over de beoordeling van de risico's die verband houden met het gebruik van gevaarlijke stoffen. Tijdens de productie, de opslag, het gebruik en het transport kunnen er zich calamiteiten voordoen, waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Dit houdt daarom een risico in voor de omgeving van dergelijke activiteiten. Externe veiligheid heeft geen betrekking op mogelijke gezondheidsschade door langdurige blootstelling aan gevaarlijke of schadelijke stoffen. Het gaat om plotseling optredende schadelijke effecten en de directe gevolgen van die effecten. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het ruimtelijk besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Met het oog op de Modernisering Omgevingsveiligheidsbeleid van het Rijk wordt het accent verlegd van de risicobenadering naar een effectbenadering. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet zijn in dat verband de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations (Stcrt. 2016, 31453) en de Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations (Stb. 2015, 3125) gepubliceerd en in werking getreden. Risicovolle inrichtingen In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn milieukwaliteitseisen geformuleerd ter bescherming van de mens tegen de kans om te overlijden als gevolg van het vrijkomen of ontstaan van gevaarlijke stoffen bij een ongeval in een bedrijf of ander risicovol object. Voor het PR geldt volgens het Bevi een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten op een niveau van 10-6 per jaar.
Binnen de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour mogen dan ook geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt. Uitsluitend om gewichtige redenen mogen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour gerealiseerd worden. Daarnaast bevat het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR. De aan te houden veiligheidsafstanden zijn voor nader beschreven situaties vastgelegd in de Regeling externe veiligheid inrichtingen. Voor overige gevallen dient de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour te worden berekend. In de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations wordt onderscheid gemaakt tussen (beperkt) kwetsbare objecten en zeer kwetsbare objecten. De effectafstanden zijn respectievelijk 60 m en 160 m, gerekend vanaf het LPG-vulpunt. Met dit bestemmingsplan worden geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk gemaakt, er zijn ook geen Bevi-inrichtingen die van invloed zijn op het plangebied. Vervoer gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 zijn de Wet basisnet en het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. De Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is daarmee komen te vervallen. De wegen in beheer bij het Rijk zijn aangewezen als basisnetroute.
Het bevoegd gezag neemt bij het vaststellen van een besluit dat betrekking heeft op gronden in de omgeving van een basisnetroute, ten aanzien van nieuw toe te laten kwetsbare objecten, de basisnetafstand in acht en houdt daarmee rekening ten aanzien van nieuw toe te laten beperkt kwetsbare objecten.
45
Daarnaast worden voor daartoe aangewezen rijkswegen binnen een zone van 30 meter vanaf de rand van de rijksweg beperkingen opgelegd vanwege eventuele plasbranden (plasbrandaandachtsgebied). Voor het gedeelte van het plan dat binnen 200 m van een weg ligt waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt (transportroute), moet in de toelichting het groepsrisico worden verantwoord. Op grond van de Risicokaart kan worden geconcludeerd dat het plangebied niet is gelegen in het invloedsgebied van een risicovolle transportroute: Buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking (Bevb) getreden. Voor nieuwe situaties is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar; voor beperkt kwetsbare objecten geldt dan een richtwaarde van 10-6 per jaar. Langs buisleidingen moeten belemmeringenstroken in acht worden genomen waarbinnen geen bebouwing (zowel boven- als ondergronds) of ondergrondse tanks zijn toegestaan. Daarnaast hanteert de Gasunie de Algemene VELIN voorwaarden voor grondroer- en overige activiteiten. De noodzaak voor het verantwoorden van het groepsrisico wordt beoordeeld op grond van de inventarisatieafstanden zoals deze zijn vastgelegd in bijlage 6 van het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen - Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen van maart 2010.
Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevb situaties waarin een 'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan kan worden met een beperkte verantwoording: Indien het bestemmingsplan betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding, of Wanneer het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (OW) bedraagt of het groepsrisico (uitgedrukt in relatie tot de OW) met minder dan 10% toeneemt en tevens onder de oriëntatiewaarde blijft. Het plangebied valt niet binnen het invloedsgebied van buisleidingen als bedoeld in het Bevb. In het plangebied liggen geen aardgastransportleidingen of andere planologisch relevante leidingen. Explosieven Het plangebied kent geen explosieven die een mogelijk gevaar voor ontwikkeling geven.
46
Afbeelding 3.1: uitsnede Explosievenkaart Westland 3.5.3
Conclusie
Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid de uitvoering van dit bestemmingsplan niet in de weg staat.
3.6
Water
3.6.1
Wettelijk kader
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met het doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's waarbij het beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); Waterwet. Nationaal waterplan Provinciaal: Provinciaal Waterplan; Visie Ruimte en Mobiliteit;
47
Verordening Ruimte en de waterverordening Zuid-Holland. Nationaal beleid Het Rijk, de provincies, de gemeenten en de Unie van Waterschappen hebben op 25 juni 2008 een geactualiseerde versie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW-Actueel) ondertekend. Hierin zijn afspraken vastgelegd voor een duurzame en klimaatbestendige waterhuishouding in Nederland. In de afgelopen vijf jaar is een groot deel van de gemaakte afspraken in het oorspronkelijke NBW inmiddels uitgevoerd. De NBW-partijen gaan nu gezamenlijk verder met de uitvoering van de nieuwe afspraken in het akkoord, onder meer over klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur. Ook is er meer aandacht voor de implementatie van de Kaderrichtlijn Water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2015 de waterhuishouding in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld.