CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Bedrijventerrein ABC De Strijp Poeldijk [25-0007558]

Gemeenteraad 16 april 2025, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan bedrijventerrein ABC De Strijp Poeldijk36.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

BEDRIJVENTERREIN ABC DE STRIJP POELDIJK bestemmingsplan NL.IMRO.1783.BTABCDESTRIJPobp-VA01 vastgesteld

Toelichting

3

4

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

3 Inleiding

8

1.1

Aanleiding

8

1.2

Ligging plangebied

8

1.3

Geldend bestemmingsplan

9

1.4

Leeswijzer

10

Hoofdstuk 2

Gebiedsvisie

11

2.1

Beleidskader

11

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

23

2.3

Gebiedsvisie

28

Hoofdstuk 3

Onderzoek

38

3.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

38

3.2

Bedrijven en milieuzonering

38

3.3

Geluid

40

3.4

Luchtkwaliteit

42

3.5

Externe veiligheid

44

3.6

Water

47

3.7

Bodem

55

3.8

Ecologie

59

3.9

Cultuurhistorische aspecten

64

3.10

Bezonning

69

Hoofdstuk 4

Juridische planbeschrijving

70

4.1

Planvorm

70

4.2

Bestemmingsregeling

72

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

74

5.1

Economische uitvoerbaarheid

74

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

74

Regels Hoofdstuk 1

77 Inleidende regels

78

Artikel 1 Begrippen

78

Artikel 2 Wijze van meten

86

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

87

Artikel 3 Bedrijventerrein

87

Artikel 4 Groen

90

Artikel 5 Natuur

91

Artikel 6 Verkeer - Verblijfsgebied

93

5

Artikel 7 Water

94

Artikel 8 Wonen

95

Artikel 9 Wonen - Huisvesting Arbeidsmigranten

97

Artikel 10

Waarde - Archeologie - 2

98

Artikel 11

Waterstaat - Beschermingszone

100

Artikel 12

Waterstaat - Waterstaatswerk

101

Hoofdstuk 3

Algemene regels

102

Artikel 13

Anti-dubbeltelregel

102

Artikel 14

Algemene bouwregels

103

Artikel 15

Algemene gebruiksregels

105

Artikel 16

Algemene afwijkingsregels

106

Artikel 17

Overige regels

108

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

110

Artikel 18

Overgangsrecht

110

Artikel 19

Slotregel

111

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19 Bijlage 20

Aanmeldnotitie m.e.r. BSP (2021-11) Ladderonderbouwing Verkeersstudie Uitbreiding ABC Westland Nota van Randvoorwaarden ABC De Strijp Ecologisch Ontwikkelingsplan uitbreiding De Strijp Poeldijk Akoestisch onderzoek Luchtkwaliteitsonderzoek Waterhuishoudkundig plan Poeldijk_De Strijp_NNN_scan Quick Scan Inventarisatie beschermde soorten Toetsing natuurwetgeving Aanvullend onderzoek ecologie ABC-Westland Oost Stikstofdepositie-onderzoek ABC Westland - De Strijp ArGeoboor rapport 1541 inventariserend veldonderzoek Noordelijk en oostelijk deel Bezonningsstudie Pagina 35 ecologische verbindingen PZH Nota van beantwoording vooroverleg ABC De Strijp Nota beantwoording zienswijze

6

Bijlage 21

Staat van wijzigingen

7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Agri Business Centrum Westland (ABC Westland) is het grootste food-gerelateerde logistieke bedrijventerrein in het Westlandse Greenportcluster. Het cluster van bedrijven dat op dit terrein is gevestigd wil verder uitbreiden. De uitbreiding ABC – De Strijp zal plaatsvinden in het gebied rond De Strijp, op de plek waar momenteel glastuinbouwbedrijven zijn gesitueerd. De ontwikkeling bestaat niet uitsluitend uit bedrijventerrein. Tussen de bestaande woningen aan het Wenpad en de uitbreiding wordt voorzien in een ecologische zone. Deze zone vormt een aanvulling op het Natuur Netwerk Nederland en zorgt voor een landschappelijke overgang van het bedrijventerrein naar de woningen aan het Wenpad. De zone zal zodanig worden ingericht dat sprake is van een natuurlijke, groene en waterrijke omgeving. Deze nieuwe natuur vormt een aanvulling op de ecologische structuur van het Natuur Netwerk Nederland die reeds langs de Wennetjessloot aanwezig is. Aan de zijde van de Arckelweg is ruimte voor een wooncomplex voor de huisvesting van tijdelijke economisch aan Westland gebonden arbeidsmigranten. De uitbreiding van ABC Westland bedraagt bruto 17,1 hectare en heeft netto 11,25 hectare (112.508 m 2) aan uitgeefbare bedrijfskavels en voorziet in 400 plekken voor de huisvesting van tijdelijke economisch aan Westland gebonden arbeidsmigranten.

Deze ontwikkeling past bij de gemeentelijke ambities zoals verwoord in het Westland Akkoord 2022-2026. Zowel de uitbreiding met hectare als de huisvesting van arbeidsmigranten zijn opgenomen in de Omgevingsvisie 2.0 Visie op Westland. Daarnaast is de ontwikkeling opgenomen in de provinciale kaders zoals de 3-hectare kaart uit het ontwerpprogramma ruimte uit het omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland waar nieuwe bedrijventerreinen op zijn aangegeven. De behoefte aan het nieuwe bedrijventerrein past daarmee in zowel de gemeentelijke als provinciale beleidskaders. In paragraaf 2.1 wordt hier uitgebreider op ingegaan. Omdat het geldende bestemmingsplan voor het gebied niet voorziet in de uitbreiding van het bedrijventerrein, is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van Bedrijventerrein ABC – De Strijp mogelijk.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door de Langesloot (en bedrijventerrein ABC Westland) en het Wenpad (en de daaraan gelegen woonkavels). Aan de westkant grenst het plan aan de Arckelweg en aan de zuidkant aan het sportcomplex van Verburch en de achterzijde van het glastuinbouwcomplex aan het Wenpad 21a.

8

Afbeelding 1.1: plangebied bestemmingsplan “Bedrijventerrein ABC – De Strijp”

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het plangebied valt binnen bestemmingsplan “Glastuingebied Westland” dat op 19 december 2012 is vastgesteld. De gronden hebben de bestemming “Agrarisch – Glastuinbouw”. Daarnaast is het paraplubestemmingsplan "Parkeernormen" van toepassing. Om de aansluiting van het plangebied op het bestaande bedrijventerrein mogelijk te maken wordt ter plaatse van de toekomstige ontsluitingsweg en -brug een klein deel van bestemmingsplan “Bedrijventerrein ABC Westland” meegenomen in voorliggende bestemmingsplan.

9

Afbeelding 1.2: plangebied bestemmingsplan op de uitsnede van de geldende bestemmingsplannen.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan "Bedrijventerrein ABC De Strijp Poeldijk" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

10

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Beleidskader

De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.

Met een people – planet – profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. Arbeidsmigranten leveren een belangrijke bijdrage aan de Westlandse tuinbouweconomie en maken korte of langere tijd deel uit van onze samenleving. Er werken dagelijks minimaal 12.000 tot 13.000 arbeidsmigranten binnen de gemeente Westland, het aantal geregistreerde arbeidsmigranten ligt rond de 4.500. Er is dus een groot verschil tussen aantallen werkzame arbeidsmigranten en overnachtingsruimte binnen de gemeente. Vooral arbeidsmigranten met een kort verblijfsperspectief zoeken tijdelijke woonruimte.

De gemeente Westland neemt haar verantwoordelijkheid om te zorgen dat arbeidsmigranten hun plek in de Westlandse samenleving vinden en degelijke huisvesting beschikbaar is. Voor de locatie ABC Westland is een aanbod gedaan om ook huisvesting voor tijdelijke arbeidsmigranten te realiseren. De gemeente faciliteert een adequate inpassing hiervan. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen.

11

Bedrijventerreinen zijn een belangrijke schakel in het glastuinbouwcluster en met ruim 20.000 arbeidsplaatsen zeer waardevol voor de Westlandse economie. Westland wil toekomstbestendige bedrijventerreinen, met voldoende bedrijvenlocaties en evenwicht in vraag en aanbod van bedrijfskavels en -locaties. De voorraad bedrijventerreinen vertoont een minder rooskleurig beeld, tot aan 2030 wordt een tekort verwacht van 28 tot 33 ha. Dit zal verbeteren door de voorziene uitbreidingen op verschillende bedrijventerreinen. Voor het bedrijventerrein ABC Westland is een uitbreiding met 12 ha. voorzien:

Afbeelding 2.1: voorziene uitbreiding bedrijventerrein ABC Westland - De Strijp in de Omgevingsvisie 2.0 Woonvisie 2020-2030 De Woonvisie 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2030 die is opgesteld in 2016 en vastgesteld door de raad in 2020. Met de actualisatie krijgt de gemeente de gelegenheid om integraal de afweging te maken voor welke doelgroep er gebouwd moet worden in Westland op basis van actuele gegevens. De visie vormt de basis voor nieuwe woningmarktafspraken met de regio Haaglanden, afspraken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zorginstellingen en de prestatieafspraken met de woningcorporaties. De conclusies die uit de "Woonvisie 2020-2030" getrokken kunnen worden zijn: de behoefte aan sociale huurwoningen blijft onverminderd groot en krijgt een belangrijke plaats in het (ambitieuze) bouwprogramma; blijvende aandacht voor de groep middeninkomens is gerechtvaardigd; het aantal 70-plussers verdubbelt, zodat wonen met zorg verder moet worden ontwikkeld; de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten is substantieel; flexwonen krijgt een plaats in het bouwprogramma.

12

Voor nieuwe bouwplannen geldt in beginsel de volgende verdeling in prijssegmenten: 45% dure/extra dure koop, 20% middeldure koop/huur, 5% goedkope koop, 30% sociale huur. Daarbij geldt een ambitie voor zorg- en ouderenwoningen en de huisvesting van arbeidsmigranten. In het plangebied is ruimte gereserveerd voor de realisatie van huisvesting voor arbeidsmigranten. Dit is voorzien aan de zuidwestkant van het plangebied. Afhankelijk van de definitieve variant, kan hier ruimte worden geboden voor de huisvesting van maximaal 400 personen. Hiertoe zijn verschillende bebouwingsvarianten onderzocht, met een variërende samenstelling van 2- en 3-persoonsappartementen. Een keuze voor het definitieve ontwerp wordt nog gemaakt. Hiermee wordt invulling gegeven aan de ambitie uit de woonvisie om een plaats te maken voor flexwonen, en in het bijzonder de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten. De beoogde locatie vormt hiervoor een logische plek, direct op het bedrijventerrein en grenzend aan het glastuinbouwgebied. Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025.

Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: 1. 2. 3. 4. 5.

Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland.

Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2022-2025 Op 7 februari 2022 hebben burgemeester en wethouders van Westland de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2022-2025 bekend gemaakt. Deze strategie bevat de weergave van hoe de gemeente Westland haar uitvoerings- (vergunningen) en handhavingstaken (toezicht en handhaving) uitvoert en hoe de interpretatieruimte die de wetgeving wordt ingevuld. Er is alvast aangesloten bij de terminologie en begrippen uit de komende Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Naast de preventieve toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf wordt ook het toezicht tijdens en na realisatie van de bouw vervangen door toezicht door private kwaliteitsborgers. Hierdoor verschuift het toezicht van de voorkant van het proces naar handhaving achteraf.

In navolging van maatschappelijke ontwikkelingen is de bedoeling van de Omgevingswet dat initiatiefnemers meer ruimte krijgen voor initiatieven maar ook zelf meer verantwoordelijkheid hebben voor deze initiatieven. Gemeente Westland zal risicogestuurd aanvragen om een omgevingsvergunning vergunnen. Na vergunningverlening wordt toezicht gehouden op de naleving van de vergunnings- of ontheffingsvoorwaarden, terwijl continue toezicht wordt gehouden op de naleving van wet- en regelgeving als het omgevingsplan. Ook voor bouwtoezicht en handhaving geldt dat er risicogestuurd wordt gewerkt. Strijdig gebruik van bedrijfsterreinen geldt als een bestuurlijk speerpunt, zodat een overtreding met hoge prioriteit zal worden aangepakt. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De

13

handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Bedrijventerreinenvisie Westland 2013-2020 Bedrijventerreinen zijn een belangrijke schakel in het Greenportcluster. Op bedrijventerreinen zijn alleen ondernemers toegestaan die zich niet direct richten op de eindconsument; business to business. Publieksfuncties zijn niet toegestaan op regionale en agrologistieke terreinen. Op lokale terreinen zijn publieksfuncties uitsluitend aan de rand toegestaan, met eigen ontsluiting.

Dit geldt uitsluitend voor functies die de dorpskern geen concurrentie geven. Nieuwe bedrijfswoningen zijn niet toegestaan, ten aanzien van bestaande woningen geldt dat op bedrijventerreinen niet naar een optimaal woonklimaat wordt gestreefd. Een onderwerp waar het eigen karakter van het bedrijfsgebied naar voren komt is de collectieve beveiliging en parkmanagement. Afvalverwerking kan ook in gezamenlijkheid worden opgepakt. Bepaalde bedrijventerreinen hebben een organisatievorm waarbij het openbaar gebied wordt onderhouden in eigen beheer, tevens wordt collectief ingezet op zaken als duurzaamheid, glasvezel en intensief ruimtegebruik. Bij de aanleg van bedrijventerreinen wordt het aantal parkeerplaatsen dat benodigd is bepaald door het aantal vierkante meters of per arbeidsplaats. De norm voor vrachtwagens is dat het parkeren van bedrijfsmiddelen niet wordt afgewenteld op de openbare ruimte. Elke ondernemer is verantwoordelijk voor het voldoende parkeerruimte voor de eigen (vracht)auto's. Er worden geen parkeerplekken voor overheaddeuren toegestaan. Menging van kantoor- en bedrijfsfuncties is niet gewenst, verder voorzet de visie in een toetsingskader om te komen tot een beoordeling of een publieksfunctie op een bepaald bedrijventerrein al dan niet mogelijk gemaakt zou moeten kunnen worden.

Ruimten boven bedrijfsunits mogen niet worden afgesplitst voor (andersoortige) zelfstandige verhuur. Nieuwe bedrijventerreinen moeten bereikbaar zijn en er worden profielen gemaakt voor de beeldkwaliteit. Voor de periode tot 2020 is de uitbreidingsbehoefte berekend op ca. 65 ha en voor de periode van 2020-2030 op ca. 50 ha. Nota publieksfuncties op bedrijventerreinen Als nadere uitwerking van de Bedrijventerreinenvisie Westland hebben burgemeester en wethouders de Nota publieksfuncties op bedrijventerreinen vastgesteld om maatwerk te kunnen bieden voor publieksfuncties op lokale bedrijventerreinen. In deze nota is aangegeven wat wel en niet is toegestaan op lokale bedrijventerreinen. Wonen, detailhandel, horeca, leisure en care-functies zijn uitgesloten in bestemmingsplannen die betrekking hebben op bedrijventerreinen. Bij leisure kan worden gedacht aan fitness, kookstudio's en hobbyfuncties. Care-functies zijn onder andere kinderopvang, ouderenzorg, gehandicaptenopvang en huisartsen- en fysiotherapie-collectieven. In hoofdzaak zijn op bedrijventerreinen bedrijfsmatige en industriële functies toegestaan. Genoemd worden het vervaardigen, bewerken, installeren en inzamelen van goederen. Ook verhandelen van goederen wordt genoemd, waarbij detailhandel (verkoop aan een eindconsument) is uitgesloten.

In de loop der tijd zijn daarop uitzonderingen gemaakt voor specifieke vormen van detailhandel, zoals verkoop van brand- en explosiegevaarlijke stoffen. De verkoop van de zogenoemde ABC-goederen (Auto's, Boten en Caravans) is alleen toegestaan met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Ook bouwmarkten zijn met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid mogelijk, conform de provinciale regelgeving. Tegelijkertijd is vestiging van woonwinkels aan strenge regionale regels van Haaglanden gebonden. Een andere functie die in beperkte mate is toegestaan zijn zelfstandige kantoren. Onzelfstandige kantoren, die ten dienste staan van een bedrijf blijven mogelijk. Elk bedrijf kan ruimte nodig hebben voor een administratie- en verkoopafdeling, waarbij de oppervlakte maximaal 3.000 m² bedraagt. Zelfstandige kantoren kunnen in bestemmingsplannen door middel van een

14

afwijkingsprocedure mogelijk worden gemaakt tot 500 m² per gebouw. Hierbij kan worden gedacht aan accountants en architecten. De kantoren mogen echter geen baliefunctie hebben (zoals makelaars en uitzend- of reisbureaus) en moeten ingepast (kunnen) worden op het bedrijventerrein. Inpassing is mogelijk bij de entree, of op de eerste verdieping van bestaande panden. Daarnaast moet voldaan worden aan de parkeernorm, die voor kantoren hoger is dan voor bedrijven. Detailhandelsvisie Westland 2021-2026 In de Detailhandelsvisie “De kern is ondernemen” is het beleid vervat dat elke Westlandse kern, in ieder geval voor wat betreft het dagelijks winkelaanbod, over voldoende detailhandelsvoorzieningen dient te beschikken. De omvang van die voorzieningen is gerelateerd aan de omvang van de betreffende kern. Voorts is het beleid erop gericht om zoveel mogelijk detailhandelsomzet voor het Westland te behouden.

In de detailhandelsstructuurvisie worden de volgende beleidskeuzes benoemd: Een fijnmazige boodschappenstructuur met één bovenlokaal centrum (Naaldwijk); Concentratie van het winkelaanbod in de centra van de verschillende kernen met compactere centrumgebieden en een gemengd functieprofiel; Twee gebieden voor volumineuze artikelen: de woonboulevard in Naaldwijk en Wateringveldsche polder in Wateringen; Geen nieuwe ontwikkelingen buiten bestaande winkelgebieden, met uitzondering van specifieke activiteiten als gevolg van internetverkoop en detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit. Om te komen tot een betere concentratie zijn de verschillende Westlandse kernen bekeken en de hoofdcircuits, transformatiegebieden en aanloopstraten benoemd. Er wordt gestuurd op het behalen van gestelde ambities. Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland(2018) Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het convenant (overeenkomst) klimaatadaptief Bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten -waaronder Westland-, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe.

Zuid-Holland staat voor een grote bouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. Deze ontwikkelingen maken het van belang dat klimaatadaptief bouwen zo snel mogelijk de nieuwe norm wordt. Dit is concreet vertaald in het convenant klimaatadpatief bouwen in Zuid-Holland. Hierin zijn procesafspraken gemaakt gericht op het verminderen van de wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Het convenant is op 4 oktober 2018 van start gegaan. In de eerste fase van dit convenant is toegewerkt naar een minimaal programma van eisen voor nieuwbouw in relatie tot: Hevige neerslag: Hevige neerslag leidt niet tot grote schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen in of buiten het plangebied; Droogte: Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de gebouwde omgeving; Hitte: Tijdens hitte biedt de bebouwd omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; Bodemdaling: Bodemdaling in bebouwd gebied blijft beperkt en betaalbaar; Overstromingen: Bebouwde omgeving is bestand tegen overstromingen; Biodiversiteit: Groenblauwe structuur en biodiversiteit worden versterkt op de planlocatie en in de directe stedelijke omgeving.

De gemeente Westland zal minimaal aan deze eisen voldoen en gebruikt daarmee het programma van minimale eisen uit het Convenant als uitgangspunt voor het realiseren van een klimaatadaptief bedrijventerrein. 2.1.2

Regionaal beleid

Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van

15

de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,5% van de Nederlanders en een bijdrage van 15% aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit ook de regionale vraagstukken wat betreft kantoren, detailhandel en bedrijventerreinen worden opgepakt. De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. Sinds de provinciale raming in 2017 is in Westland 34 ha. bedrijfsgrond uitgegeven. Voor de periode tot 2030 is nog 26 ha. beschikbaar.

Uit een recente raming (2018) van Bureau Stedelijke planning blijkt voor de regio Westland-Hoek van Holland een aanzienlijk tekort aan bedrijventerrein tot 2030. 2.1.3

Provinciaal beleid

Omgevingsbeleid Zuid-Holland In het provinciale omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.

De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.

16

Afbeelding 2.2: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur (uitsnede Westland) Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven. Wat betreft mobiliteit wordt een (boven) regionale HOV-net busroute onderzocht van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Omgevingsverordening Regels aangaande bestemmingsplannen bv.

met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen. Artikel 6.10g van de Omgevingsverordening stelt regeld ten aanzien van de huisvesting van arbeidsmigranten. 1.

2.

Een bestemmingsplan dat voorziet in de tijdelijke of permanente huisvesting van arbeidsmigranten houdt rekening met ten minste de normenset voor huisvesting van arbeidsmigranten van het register van de Stichting Normering Flexwonen of een eventuele opvolger daarvan. Een bestemmingsplan dat voorziet in tijdelijke of permanente huisvesting van arbeidsmigranten betrekt bij het toelaten daarvan de Wet goed verhuurderschap met het oogmerk om misstanden en uitbuiting ten aanzien van de woonsituatie van arbeidsmigranten te voorkomen.

17

3.

Een bestemmingsplan voor bedrijfsmatige activiteiten die naar verwachting zullen leiden tot een aanzienlijke toename van de werkgelegenheid ten opzichte van de huidige situatie, brengt de extra huisvestingsbehoefte voor de toekomstige werknemers in beeld en geeft aan op welke wijze hierin zal worden voorzien.

Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een huisvestingscomplex voor tijdelijke economisch aan Westland verbonden arbeidsmigranten mogelijk, waarbij sprake is van maximaal 400 bedden. Ten aanzien van de werkgelegenheid en extra huisvestingsbehoefte kan worden gesteld dat in Westland circa 12.000 arbeidsplaatsen in het glastuinbouwgebied en op bedrijventerreinen worden ingevuld door buitenlandse flexwerkers. In Westland zijn er circa 4.500 slaapplaatsen gerealiseerd voor de buitenlandse flexwerkers, welke verdeeld zijn over kleinschalige en grootschalige huisvestingsplaatsen. Op huidige bedrijventerrein ABC Westland worden circa 400 arbeidsplaatsen ingevuld door buitenlandse flexwerkers. De uitbreiding ABC Westland De Strijp zal voorzien in circa 750 arbeidsplaatsen, waarvan er 250 arbeidsplaatsen worden ingevuld door buitenlandse flexwerkers. De realisatie van huisvesting voor buitenlandse flexwerkers in het uitbreidingsgebied van ABC Westland omvat 400 slaapplekken. Deze slaapplekken worden ingevuld door de buitenlandse flexwerkers van het huidige bedrijventerrein en de uitbreiding. Afhankelijk van de toekomstig eigenaar ( uitzendbureau of professioneel huisvester) is het mogelijk dat minder of meer op ABC Westland werkende arbeidsmigranten ook daar zullen gaan wonen.

Tevens zullen, met name in het voor- en najaar, meerdere arbeidsmigranten ‘s morgens in de productietuinbouw werken en ‘s middags op ABC Westland in de agrologistiek. Door het complex een eigen entree te geven bij de calamiteitenontsluiting ter hoogte van de huidige weg de Strijp, te voorzien in voldoende parkeergelegenheid en in een groene omgeving te situeren wordt een aangenaam woon- en verblijfsklimaat gerealiseerd. In de buitenruimte is voldoende ruimte voor recreatieve en sportvoorzieningen en verblijfsplaatsen. Door de 400 bedden over 4 gebouwen te verdelen ontstaan kleinere eenheden die zorgen voor vier kleinschaligere woongroepen die goed te beheren zijn. De huisvesting zelf dient te voldoen aan de minimale eisen zoals bepaald in de de snf-normen. Bij de uitwerking en invulling van het woonconcept door de toekomstige huisvester zal de gemeente toezien dat uitvoering wordt gegeven aan een ‘goed verhuurderschap’, zodat misstanden worden voorkomen. Te denken valt aan scheiding van woon- en werkcontracten. Deze laatste twee punten vallen buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Artikel 6.12 van de Omgevingsverording stelt regels aan bestemmingsplannen voor bedrijven(terreinen): 1.

2.

3.

4.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, maakt vestiging mogelijk van bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel voorziet in overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen op een grote buitenstedelijke bouwlocatie als bedoeld in artikel 6.10 of die mogelijk zijn op grond van een vigerend bestemmingsplan. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een watergebonden bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, laat in hoofdzaak watergebonden bedrijven toe. Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan in beperkte mate voorzien in nieuwe woningen, bedrijfswoningen en andere functies op delen van een bedrijventerrein, voor zover dit niet in strijd is met het eerste lid. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein als bedoeld in het eerste of tweede lid en dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting op welke wijze binnen de regio planologische compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden of reeds heeft plaatsgevonden.

Planologische compensatie is nodig bij: a. een bedrijventerrein met milieucategorie 3, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur;

18

b.

5. 6.

7.

een bedrijventerrein met milieucategorie 4 of hoger, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur; c. een geluidgezoneerd bedrijventerrein; d. een watergebonden bedrijventerrein. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing bij verlaging van de milieucategorie of milieuzone. Compensatie als bedoeld in het vierde lid, kan achterwege blijven als is aangetoond dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Compensatie van feitelijk gebruik en m² voor m² is mogelijk mits wordt voldaan aan een evenwichtige balans in vraag en aanbod, vastgelegd in de door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisie.

Het nieuwe bedrijventerrein ABC - De Strijp staat niet op kaart 20 en heeft ook geen betrekking op watergebonden bedrijvigheid. Wel maakt het plan een huisvestingslocatie voor tijdelijke arbeidsmigranten mogelijk. Lid 3 staat dit toe, mits er geen sprake is van strijd met lid 1. De locatie voor de huisvesting van arbeidsmigranten past op de voorgenomen locatie. Door de ligging van de waterpartijen en Arckelweg is dit deel van de locatie minder geschikt voor de gewenste agrogerelateerde bedrijven. Daarbij zijn in de betreffende agrogerelateerde sector veel arbeidsmigranten werkzaam. Door de huisvesting hier te situeren wordt een sterke binding tussen wonen en werken gecreëerd en voorzien in ee duidelijk behoefte. Ladder duurzame verstedelijking Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 2 en 3) dienen plannen, waarin nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden, getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten conform artikel 3.1.6 van het Bro standaard een aantal stappen zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Ruimtelijke besluiten moeten aandacht besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Toetsing aan de Ladder houdt in dat een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De uitgangspunten van duurzame verstedelijking zijn tevens onderdeel van de provinciale Omgevingsverordening. De vereisten wijken echter af van de vereisten uit het Bro. De provinciale ladder vereist dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet voorzien in een actuele regionale behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd, en plaatsvindt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied.

Ontwikkeling buiten het bestaand stads- en dorpsgebied is alleen toegelaten in de in de verordening genoemde gevallen en op de genoemde locaties. Provinciaal beleid en 3-ha kaart Op grond van artikel 6.10, lid 1 onder b van de Omgevingsverordening kunnen 'grote buitenstedelijke bouwlocaties' alleen buiten bestaand stads- en dorpsgebied worden gebouwd voor zover een locatie groter is dan 3 ha. en die locatie is opgenomen op kaart 19 van Bijlage II en is opgenomen op de lijst met locaties en criteria in de Bijlage X van de Omgevingsverordening.

19

Afbeelding 2.3: de '3ha kaart' met de uitbreiding van het bedrijventerrein ABC Westland Op basis van de opname van de uitbreiding van het bedrijventerrein ABC Westland op de '3 ha kaart' uit het ontwerpprogramma ruimte uit het omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland, kan worden geconcludeerd dat de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijk bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. Uitgangspunt voor het opnemen van de uitbreidingslocatie ABC Westland op de '3 ha kaart' is dat het gaat om een reële ontwikkeling. Binnen een periode van ten hoogste 10 jaar dient er voldoende behoefte te bestaan voor de ontwikkeling van de locatie. Behoefteraming Stec Groep Op 9 november 2021 heeft Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland de behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland vastgesteld. Deze behoefteraming is door Stec Groep in samenwerking met de MRDH opgewerkt naar de provincie en daarbij hebben gerelateerde gemeenten, zo ook Westland, inspraak gehad. In de betreffende behoefteraming is de uitbreiding van ABC Westland opgenomen, waarbij er als zacht planaanbod 12 hectare bedrijventerrein als netto uitgeefbaar is opgenomen. De benaming zacht planaanbod wordt gegeven aan plannen, waarvoor nog geen bestemmingsplan is vastgesteld.

De betreffende 12 hectare netto uitgeefbare oppervlakte bedrijventerrein die is opgenomen in de behoefteraming is de onderbouwing dat de uitbreiding met 11,25 hectare verantwoord is. Ladderonderbouwing Bureau Stedelijke Planning In het kader van de voorliggende ontwikkeling verstedelijking heeft Bureau Stedelijke Planning voor de voorgenomen ontwikkeling in november 2021 een onderbouwing opgesteld (zie Bijlage 2). Daarin is getoetst of er behoefte is aan de voorgenomen uitbreiding van het areaal bedrijventerrein. Omdat de ontwikkeling van ABC Westland binnen bestaand stedelijk gebied ligt, is voor deze locatie een motivering van de locatie niet aan de orde.

20

In het ladderonderzoek wordt geconstateerd dat de relevante beleidskaders van de provincie Zuid-Holland, de MRDH en de gemeente Rotterdam geen belemmeringen bevatten voor de ontwikkeling van ABC - De Strijp . In kwantitatief opzicht is het beleid gericht op het langjarige streven naar balans in vraag naar en aanbod van bedrijventerreinen, waarbij nieuwe ontwikkelingen gewenst zijn en mogelijk blijven. In kwalitatieve zin staan het zorgvuldig omgaan met de schaarste ruimte, toekomstbestendigheid en duurzaamheid centraal. Op basis van de verwachte vraag en de harde plancapaciteit bestaat er in de MRDH van 2021 tot 2031 een behoefte aan ca. 50 tot 70 ha bedrijventerrein voor de agri- en foodsector. De behoefte is daarbij bepaald aan de hand van drie veschillende methoden. In alle drie de gevallen is sprake van een aantoonbare behoefte die aanzienlijk groter is dan waarin voorgenomen ontwikkeling voorziet. De behoefte is samengevat in tabel 4.1.

Tabel: Behoefte aan bedrijventerreinen in de agri- en foodsector in de MRDH voor 2021-2031 (bron: Bureau Stedelijke Planning, november 2021). Hiernaast wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling bovendien goed aansluit op de vestigingscriteria van bedrijven in de agri- en foodsector. Er bestaat dus zowel in kwantitatief als in kwalitatief opzicht voldoende behoefte om de ontwikkeling van 11,25 ha bedrijventerrein gericht op de agri- en foodsector op ABC Westland - De Strijp te realiseren. Gegeven deze behoefte en de actuele krapte op de markt voor bedrijventerrein en de markt voor bedrijfsruimten worden geen (nadelige) ruimtelijke effecten verwacht. Zodoende voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Omgevingsverordening kaart 11. Greeports Op de kaart Greenports (nr 11 uit de omgevingsverordening Zuid Holland) is de locatie aangeduid als onderdeel van het Greenportgebied. Vanwege de gewenste transformatie naar een bedrijventerrein (zoals ook op de zogenoemde 3-ha kaart is aangegeven) zal een wijziging van kaart 11 noodzakelijk zijn. Hiertoe zal een verzoek worden ingediend.

Over de voorliggende ontwikkeling is reeds eerder overleg geweest tussen gemeente en provincie en is en overeenstemming bereikt met glastuinbouw Westland over de vervanging van glastuinbouw door een agrologistiek bedrijventerrein in het kader van versterking van de glastuinbouwcluster. Verschillende ontwikkelingen die de laatste jaren plaats hebben gevonden hebben onder meer geleidt tot een sterke verhoging van de gasprijs. De locatie Westland als teeltlocatie is hierdoor minder aantrekkelijk. Westland blijft echter een goede locatie voor handel als toegangspoort van Europa en Westland is daarin zelfs het grootste agrologistieke cluster van Europa. De behoefte aan nieuwe bedrijfskavels voor agrologistieke bedrijven is dan ook groot. Een schakel verplaatsten, brengt het gehele cluster in gevaar. Door de ligging van de uitbreiding ten opzichte van het bestaande terrein van ABC Westland en de situering in het Westland is sprake van een efficiënte bedrijfsvoering en worden transportbewegingen beperkt. Bij verdere spreiding van nieuwe bedrijfsfuncties zal de keten minder efficiënt worden en leiden tot een grotere toename aan verkeer. 2.1.4

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die

21

ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.

Afbeelding 2.4: uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de

22

ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.

Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. 2.1.5

Conclusie

De uitbreiding van het bedrijventerrein ABC Westland in Poeldijk met ca. 11,25 ha. (netto) is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

2.2.1

Ruimtelijke aspecten

Het plangebied ligt globaal tussen de kernen van Poeldijk en Wateringen, en de N211 en N464. Aan de noordwestkant bevindt zich het bedrijventerrein ABC Westland, dat met de voorgenomen ontwikkeling naar het plangebied wordt uitgebreid. Ten zuiden van het bedrijventerrein, aan de overzijde van de Paul Captijnlaan, ligt de nieuwbouwlocatie De Kreken van Poeldijk. Het bedrijventerrein wordt aan de noordwestzijde begrensd door de N211, waarachter de gemeente Den Haag begint. Aan de oostkant wordt het plangebied, evenals het bestaande bedrijventerrein, begrensd door de Wenzone. Dit vormt een groen-blauwe ecologische verbinding evenwijdig aan het Wenpad en de Wennetjessloot. Langs het Wenpad staan enkele woningen. Aan de Wenzone ligt het natuurgebied De Uithof, wat onderdeel is van de gemeente Den Haag. Hier zijn onder meer ook een sportcomplex, park en ter hoogte van het plangebied een kleine woonwijk gevestigd. Verder naar het oosten begint het bebouwd gebied van Den Haag.

23

Het plangebied ligt aan de noordrand van het Westlandse glastuinbouwgebied, die met de voorgenomen ontwikkeling feitelijk iets naar het zuiden opschuift. Direct ten zuiden, zuidwesten en zuidoosten van het plangebied bevinden zich dan ook hoofdzakelijk glastuinbouwbedrijven. Het plangebied wordt begrensd door de Arckelweg aan de zuidoostkant en sportcomplex Verburch aan de zuidwestzijde - omringd door glastuinbouwbedrijven. De Arckelweg sluit aan op de N464, die de hoofdverbinding vormt tussen Poeldijk en Wateringen. 2.2.2

Historisch ruimtelijke opbouw

Het plangebied ligt in het noordelijk deel van de direct ten noorden van de kern Poeldijk gelegen Dijkpolder. Deze polder werd begrensd door de Nieuwe Weg naar Loosduinen (de huidige Nieuweweg/N211), de Holte Wetering (de huidige Wennetjessloot) en de Polderweg (de huidige Wateringseweg en Voorstraat). De Nieuweweg liep vanaf Hondsholredijk – het huidige Honselersdijk – met een wijde westelijke boog om Poeldijk heen naar Loosduinen. De weg vormde samen met het direct aan de westzijde gelegen water van de Nieuwe Vaart een duidelijke scheiding tussen de aan weerszijden gelegen polders. De verkaveling van de Dijkpolder loopt vanuit het zuidwesten naar het noordoosten. De verkaveling van de aan de westzijde van de scheidslijn gelegen West Mae Polder (de huidige Westmade Polder) en de Polder Kerktiend, ligt hier haaks op. Vanuit het westen leidt de Booma Watering naar de Nieuwe Vaart. Deze watering en het in het noorden aansluitende deel van de Nieuwe Vaart en de Wennetjessloot, vormen de gemeentegrens met Den Haag. Hier ligt een brede tot aan de duinen van Kijkduin doorlopende groenzone. De oorspronkelijke landschappelijke verkaveling is herkenbaar gebleven in de verkaveling van het plangebied en het bestaande bedrijventerrein. De langgerekte bouwmassa's en noordoost-zuidwest gerichte wegen volgen het oorspronkelijke slagenpatroon van de polder.

De verschillende watergangen volgen dezelfde richting en vormen natuurlijke perceel afscheidingen. Het plangebied en de omgeving hebben de afgelopen decennia de nodige veranderingen ondergaan. De Dijkpolder is gedurende de 20e eeuw geleidelijk aan steeds verder ingevuld met kassen, ten behoeve van de groeiende glastuinbouwsector. Omstreeks 1970 is de Groenten- en Fruitveiling Westland Noord in het gebied ontstaan. Enkele jaren later is de Arckelweg aangelegd, als verbinding tussen het veilingterrein, de kern van Poeldijk en de Wateringseweg (huidige N464). Het veilingterrein en de omliggende glastuinbouw breidden zich in de daarop volgende jaren gestaag uit. Halverwege de jaren '90 besloeg de veiling een groot deel van het huidige ABC Westland, en was de Dijkpolder grotendeels gevuld met glastuinbouwbedrijven. In het begin van de 21e eeuw is de Paul Captijnweg aangelegd, waarmee de Arckelweg werd doorgetrokken richting het noordwesten naar de N211. Het voormalige veilingterrein is daarbij geheel ten noorden van de nieuwe weg geplaatst. Na de sluiting van de Groente- en Fruitveiling Westland Noord is het voormalige veilingterrein geherstructureerd en uitgebreid tot het bedrijventerrein Agro Business Centrum (ABC) Westland.

Afbeelding 2.4: Historische ontwikkeling van het plangebied (1970 - 1975 - 1995 - 2010).

24

2.2.3

Inventarisatie van functies

In de huidige situatie kent het grootste gedeelte van het plangebied een agrarische - glastuinbouw functie. De gronden zijn vrijwel geheel bebouwd met kassen en ondersteunende voorzieningen zoals bassins en opslagloodsen, gesitueerd rondom de tuindersweg De Strijp. Aan De Strijp zijn daarnaast enkele bedrijfswoningen gesitueerd. In het noordoosten van het plangebied liggen enkele burgerwoningen, aan het Wenpad.

Afbeelding 2.5: Ruimtegebruik huidige situatie plangebied. In de toekomstige situatie zal de bestaande glastuinbouwfunctie worden vervangen door een uitbreiding van het bedrijventerrein ABC Westland. De hier aanwezige bedrijven zijn voornamelijk gerelateerd aan de agrarische sector, waarbij alle ketenspelers van de agri- en food-sector zijn vertegenwoordigd. Het betreffen bedrijven voor transport, verpakkingen en handel, maar ook installatietechniek en dienstverlening voor de glastuinbouw. In het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein ABC Westland' is een uitgebreide analyse van de hier aanwezige bedrijven- en bebouwingsstructuur opgenomen. Met de beoogde uitbreiding in voorliggend plangebied wordt circa 11,25 ha aan uitgeefbare bedrijfskavels aan het bestaande bedrijventerrein toegevoegd. Hier zal ruimte worden geboden aan agrogerelateerde bedrijven. Afbeelding 2.6 toont globaal het ruimtegebruik van het plangebied in de toekomstige situatie.

25

Afbeelding 2.6: Ruimtegebruik nieuwe situatie plangebied. 2.2.4

Verkeer

Verkeersverbindingen algemeen Bedrijventerrein ABC Westland is met twee aansluitingen aangesloten op het omliggende wegennet. Het verkeer bereikt (en verlaat) het terrein via de hoofdentree aan de Paul Captijnlaan, nabij de rotonde met de Nieuweweg (N211) of via de rotonde tussen de Paul Captijnlaan en Arckelweg. Vanaf de Paul Captijnlaan rijdt het verkeer verder over de Nieuweweg (N211), naar de Lozerlaan (N211) en A4, of via de Nieuweweg (N213) en Monsterseweg (N211) richting Hoek van Holland of via de Nieuweweg (N211) en de Burgemeester Elsenweg (N213) naar de A20. Vanaf de Arckelweg rijdt het verkeer over de Wateringseweg (N464) en Wippolderlaan (N211) naar de A4 of over de Zuidwijckweg, Vogelaer, Middel Broekweg (N466) en N213 of Velingroute N465, Westlandroute (N222) en N213, naar de A20. Ontsluiting ABC - De Strijp voor gemotoriseerd verkeer De uitbreiding ABC Westland - De Strijp zal met een nieuwe ontsluitingsweg via een brug over de Langesloot met het bestaande terrein worden verbonden. Er komt geen nieuwe aansluiting op de omliggende wegenstructuur. De bestaande aansluiting van de Strijp op de Arckelweg wordt gebruikt om de arbeidsmigrantenhuisvesting te ontsluiten en kan in geval van calamiteiten ook als tijdelijke ontsluiting van het bedrijventerrein worden gebruikt.

Ontsluiting ABC - De Strijp voor langzaam verkeer De nieuwe ontsluitingsweg kruist het bestaande fietspad - het Wilgenpad - langs de Langesloot. Om verkeersonveilige situaties te voorkomen wordt het fietspad met een half verdiepte fietsdoorgang onder de nieuw aan te leggen verbindingsweg (en het brughoofd) geleid. Door deze ongelijkvloerse kruising is er geen sprake van conflictsituaties tussen het gemotoriseerd en langzaam verkeer (fietsers en voetgangers). Het fietspad wordt ter plaatste van de half verdiepte fietsdoorgang al verbreedt naar 3,5. Vooruitlopend op de wens van de gemeente om dit fietspad in de toekomst in haar geheel te verbreden naar 3,5. Ten oosten van de fietsdoorgang, wordt een entree voor fietsers (en voetgangers) gemaakt. Een aandachtspunt van de half verdiepte fietsdoorgang is de sociale veiligheid. De sociale veiligheid verbetert door een goed ontwerp (bijvoorbeeld zicht en verlichting) van de fiets onderdoorgang. Het overdekte deel van de fietsdoorgang is ongeveer 13 m lang. Eerder is al in de uitbreiding opgenomen dat het Wilgenpad verlicht wordt vanaf de uitbreiding van ABC. In de randvoorwaarden is opgenomen dat de fietsdoorgang voorzien dient te worden van verlichting, dat onderdeel uitmaakt van het verlichtingsplan van het Wilgenpad.

Ontsluiting ABC - De Strijp voor openbaar vervoer Nabij de hoofdentree van ABC Westland ligt aan weerszijden van de rotonde Nieuweweg/Paul Captijnlaan langs de N211 een bushalte. Vanaf deze haltes is het circa 10 minuten lopen naar de uitbreiding van het bedrijventerrein. Om de uitbreiding aantrekkelijker en beter bereikbaar te maken met het openbaar vervoer wordt langs het fietspad bij de Arckelweg ruimte voor deelfietsen voorzien. Het fietspad sluit aan op het fietsnetwerk Den Haag en op de nog te realiseren fietsbrug over de Lozerlaan ter hoogte van de Melis Stokelaan en op het hier gelegen eindpunt van tramlijn 9. Verkeersonderzoek Sweco Door Sweco is op verschillende momenten verkeerskundig onderzoek en tellingen uitgevoerd. De onderzoeken zijn bijgevoegd in de Bijlage 3 bij deze toelichting. Uit de verschillende onderzoeken en tellingen blijkt dat het effect van de uitbreiding van ABC Westland niet leidt tot problemen op de omliggende wegen. Eventuele knelpunten ontstaan mogelijk wel los van de ontwikkeling ABC. Westland is hierover in gesprek met betrokken partijen om ervoor te zorgen dat die knelpunten worden voorkomen. Met betrekking tot de verkeerseffecten van de uitbreiding van ABC Westland zijn in het rapport de volgende conclusies getrokken:

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=e1f7e124-d4f3-4018-a608-55dad0bc6fe0