2.2e) Ontwerp wijzigingsbesluit Omgevingsprogramma [25-0186137]
Tekst van het document
Kaag en Braassem – Wassenaarsche polder Mogelijkheden voor een concentratie van 9 windturbines in de vorm van een cluster in een droogmakerij, waarbij rekening gehouden moet worden met hoogtebeperkingen vanuit Schiphol. Dit zoekgebied heeft kans op interferentie met zoekgebied 2. Een afweging tussen de gebieden is onderdeel van de verdere besluitvorming. Mogelijkheden om zoekgebied 1 en 2 te verbinden via een lange lijnopstelling in plaats van een cluster kunnen worden onderzocht. 2. Kaag en Braassem – polder Vierambacht Mogelijkheden voor een concentratie van 12 windturbines in de vorm van een cluster in een droogmakerij. Dit zoekgebied heeft kans op interferentie met zoekgebied 1. Een afweging tussen de gebieden is onderdeel van de verdere besluitvorming. Mogelijkheden om zoekgebied 1 en 2 te verbinden via een lange lijnopstelling in plaats van een cluster kunnen worden onderzocht. 3. Nieuwkoop – Polder Nieuwkoop Mogelijkheden voor een concentratie van 9 windturbines in de vorm van een cluster in een droogmakerij, waarbij rekening gehouden moet worden met hoogtebeperkingen vanuit Schiphol. Bij de verdere uitwerking dient onder meer rekening gehouden te worden met een nieuwbouwlocatie bij Nieuwkoop. 4. Alphen aan den Rijn – Polder Groenendijk, N11
20
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
Mogelijkheden voor een lijnopstelling van 6 windturbines parallel aan de bundel N11, spoor en Oude Rijn. Uitwerking van dit zoekgebied in samenhang met zoekgebied 5 én de bestaande locaties langs de N11. 5. Alphen aan de Rijn en Bodegraven – Polder Steekt en binnenpolder, N11. Mogelijkheden voor een lijnopstelling van 9 windturbines parallel aan de bundel N11 en Oude Rijn. Uitwerking van dit zoekgebied gebeurt in samenhang met zoekgebied 4 én de bestaande locaties langs de N11. Weidevogels vormen in dit zoekgebied een aandachtspunt. Via ontwerpend onderzoek en visualisaties dienen de mogelijkheden voor een rustige lijnopstelling onderzocht te worden. Hierbij dient een brede zone te worden betrokken. 6. Waddinxveen – Achterofsche Polder Mogelijkheden voor de opstelling van 9 windturbines in een cluster ten zuiden van het Bentwoud. Bij verdere uitwerking van dit zoekgebied kan gekeken worden wat de mogelijkheden zijn voor windturbines in combinatie met het recreatiegebied. 7. Krimpenerwaard – Roozendaalsche polder Mogelijkheden voor de opstelling van een lange lijn van 6 windturbines. Voor dit gebied geldt dat de ontwikkeling in afstemming met de zoekgebieden van de provincie Utrecht plaats moeten vinden. De nabijheid van N2000 gebied vraagt aandacht. Het heeft de voorkeur een rechte lijn te ontwikkelen. 8.
Krimpenerwaard – Lekkerkerksche Boezem Mogelijkheden voor opstelling van een lange lijn van 7 windturbines. Voor dit zoekgebied gelden mogelijk beperkingen vanuit Werelderfgoed Kinderdijk. Voor verdere besluitvorming moet een Heritage Impact Assessment (HIA) uitgevoerd worden. Een aandachtspunt zijn broedvogels en nietbroedvogels. Secundaire zoekgebieden: 9. Alphen aan de Rijn – Zoeterwoude, Benthuizerpolder Mogelijkheden voor de opstelling van een lange lijn van 4 windturbines in samenhang met zoekgebieden 5 en/of 10. Landschappelijk is dit een nieuwe structuur dwars door een aantal droogmakerijen met verschillende randen. Bij de nadere uitwerking vraagt dit aandacht. Vanuit landschappelijke kwaliteit en leefomgevingskwaliteit is het ongewenst windturbines in dit zoekgebied mogelijk te maken samen met de zoekgebieden 6 en 4. Bij nadere uitwerking is aandacht voor de kruisende structuren van belang naast de bestaande turbines langs de N11 en zoekgebied 5. 10. Alphen aan de Rijn – Hazerswoudse Droogmakerij Mogelijkheden voor een opstelling van een lange lijn van 5 windturbines in samenhang met zoekgebieden 5 en 9. Landschappelijk is dit een nieuwe structuur dwars door een aantal droogmakerijen met verschillende randen. Bij de nadere uitwerking vraagt dit aandacht.
Vanuit landschappelijke en leefomgevingskwaliteit is het ongewenst windturbines in dit zoekgebied mogelijk te maken samen met de zoekgebieden 6 en 4. Bij nadere uitwerking is aandacht voor de kruisende structuren van belang, naast de bestaande turbines langs de N11 en zoekgebied 5. 12. Bodegraven – Weijland en de Bree Mogelijkheid voor de opstelling van een lange lijn van 7 windturbines in een grote open ruimte met relatief weinig bebouwing. Aandachtspunten zijn hier natuur en cultuurhistorie, waaronder de nabijheid van het kroonjuweel Wierickerschans. Bij nadere uitwerking is aandacht voor de bestaande turbines langs de N11 en zoekgebied 5 van belang. Daarnaast biedt de provincie de mogelijkheid aan initiatiefnemers in deze RES-regio’s om bestaande turbines te optimaliseren (“repoweren”). RES Rotterdam Den Haag
21
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
In deze regio voert de provincie een OER uit om nieuwe potentiële locaties te onderzoeken. Op basis van dit onderzoek hoopt de provincie meer ruimte te kunnen geven aan windturbines, zodat ook deze regio het RES-bod kan realiseren. Daarnaast biedt de provincie de mogelijkheid aan initiatiefnemers voor het repoweren van bestaande turbines. RES Alblasserwaard In de RES Alblasserwaard wordt ingezet op het optimaliseren van de bestaande locatie voor windenenergie in de omgevingsverordening – Gorinchem-Noord (locatie S) nabij bedrijventerrein Groote Haar – en de mogelijkheden van middelgrote windturbines op bedrijventerreinen. Daarnaast biedt de provincie de mogelijkheid aan initiatiefnemers voor het repoweren van bestaande turbines. RES Goeree-Overflakkee, RES Hoeksche Waard en RES Drechtsteden In de RES Goeree-Overflakkee en de RES Hoeksche Waard biedt de provincie de mogelijkheid aan initiatiefnemers voor het repoweren van bestaande turbines. De RES Drechtsteden ligt volgens de RES Voortgangsrapportage 2025 op koers om het RES bod van 2030 te behalen. Zolang de RESregio op koers blijft en er geen andere provinciale belangen in het geding zijn ziet de provincie geen aanleiding om windpotentiegebieden of zoeklocaties toe te voegen in de RES Drechtsteden.
De RES-partners kunnen, mede op basis van de uitkomsten van het OER, aangeven waar zij windturbines willen realiseren om invulling te geven aan de ambities na 20230. Op basis van het OER is het volgende primaire zoekgebied aangewezen: 11. Dordrecht – Zuidpunt Dit gebied wordt begrensd ten oosten van de A16, ten noorden van afrit 19 en ten zuiden van de Wieldrechtse Zeedijk. In dit zoekgebied ziet de provincie kansen voor een opstelling van een lijn langs de infrabundel. Bestaande opstellingen van windturbines en de landschappelijke doorkruising van verschillende polders en randen vragen aandacht bij de verdere uitwerking. Daarnaast biedt de provincie ook hier de mogelijkheid aan initiatiefnemers voor het repoweren van bestaande turbines. Te onderzoeken effecten Bij de plaatsing van windturbines dienen op projectniveau de effecten ten aanzien van o.m.onder andere cumulatieve effecten natuur,op flora en fauna, bescherming van waardevol cultureel erfgoed, geluid, externe veiligheid, radar, slagschaduw, lichtschittering, vaarwegen en waterstaatswerken, landschappelijke inpassing, netinfrastructuur, watertoets en archeologie te worden onderzocht. Het voorgaande dient in een MER en/of een ruimtelijke onderbouwingmotivering te worden vastgelegd. De MER verplichting geld alleen voor grote windturbineparken.
Beleidsuitwerking De provincie maakt de realisatie van het Klimaatakkoord ruimtelijk mogelijk in een aantal specifieke gebieden die opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Actuele informatie over de realisatie (aantal MW en gerealiseerde locaties) is terug te vinden in de jaarlijkse voortgangsrapportage ‘Meterstand’. De provincie verkent de voor- en nadelen van een maximale geluidsnorm voor absoluut geluid op de gevel bij windturbines. Middelgrote windturbines (as-hoogte tot 45 meter) Middelgrote windturbines kunnen worden geplaatst: • Binnen bestaand stads- en dorpsgebied • In glastuinbouwgebied passend bij de lokale situatie • Op bedrijventerreinen. Dit is ter beoordeling aan de gemeente. De provincie kan een zienswijze indienen op een omgevingsplan, indien te weinig rekening is gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Kleine windturbines (as-hoogte tot 15 meter)
22
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
Kleine windturbines kunnen in Zuid-Holland overal worden geplaatst, als er rekening wordt gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Dit is ter beoordeling aan de gemeente. De provincie kan wel een zienswijze op een omgevingsplan indienen, indien te weinig rekening is gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. HH De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
3.1.1.2 Realiseren van Zonne-energie Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de energietransitie realiseren door het opwekken van zonne-energie te ondersteunen met behoud en bescherming van het landschap en de onbebouwde ruimte in Zuid-Holland. Daarom kijkt de provincie vooral naar de mogelijkheden om zonne-energie op te wekken binnen bestaand stads- en dorpsgebied, bij voorkeur op het dak. Door de inzet van diverse maatregelen waaronder een subsidieregeling, een handreiking en enkele onderzoeken, wil de provincie de realisatie van zonne-energie stimuleren. De provincie ondersteunt het realiseren van zonne-energie om de energietransitie mogelijk te maken. Dit doet zij met behoud en bescherming van het landschap en de onbebouwde ruimte in Zuid-Holland. Daarom kijkt de provincie vooral naar de mogelijkheden om zonne-energie op te wekken binnen bestaand stads- en dorpsgebied, bij voorkeur op het dak, parkeerterreinen en andere objecten. Daar waar buiten bestaand stads- en dorpsgebied zonne-energie is toegestaan, onderzoekt de provincie hoe dit op de meest zorgvuldige wijze kan plaatsvinden. De ruimtelijke uitgangspunten voor de realisatie van zonne-energie en de provinciale zonneladder zijn geregeld in artikel 7.76a. Een uitvoerige toelichting op dit onderwerp is te vinden bij de artikelsgewijze toelichting van dit artikel 7.76a.
De provincie stimuleert de realisatie van zonne-energie door middel vaneen subsidieregeling voor zon op dak, een handreiking voor zon op land en het uitvoeren van onderzoek.
Rol Presterend
Uitwerking RES Zoekgebieden zon Uit de Regionale Energiestrategieën blijkt dat er aanvullend behoefte is aan locaties waar duurzame elektriciteit opgewekt kan worden met behulp van zonnepanelen ook buiten het bestaand stads- en dorpsgebied op land. In juni 2021 zijn in de Zuid-Hollandse RES’en 1.0 zoekgebieden voor zon vastgesteld. In aanvulling op de locaties zoals die zijn opgenomen in de provinciale uitwerking van de zonneladder zoals geregeld in artikel 7.76a van de Verordening, is -als laatste trede- in de RES zoekgebieden zon meer ruimte voor zonne-energie binnen kaders en randvoorwaarden. Kaders zonne-energie Voor de uitwerking van de zoekgebieden zon, zijn voor de provincie de volgende kaders van belang: Het provinciale Omgevingsbeleid is van toepassing bij de uitwerking van de zoekgebieden zon. Dit betekent onder andere dat daar waar de zoekgebieden overlappen met de beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit, de regels voor deze gebieden uit de omgevingsverordening van toepassing zijn. Dit houdt in dat in deze (delen van) de zoekgebieden slechts onder voorwaarden ontwikkelingen voor de opwek van duurzame energie mogelijk zijn, rekening houdend met, en bijdragend aan de beschermde waarden in die gebieden (natuur, kroonjuwelen cultuurhistorie, beschermde graslanden bollenstreek, belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden, groene buffergebieden).
Praktisch gezien zijn zonnevelden in natuurnetwerk Nederland, de graslanden in de bollenstreek en in belangrijke weidevogelgebieden dan nagenoeg uitgesloten.
23
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
Naast de provinciale voorkeurslocaties ontstaan in de zoekgebieden zon meer mogelijkheden voor zonnevelden als deze verder zijn uitgewerkt en daar (boven-) regionaal over is afgestemd met de betrokken RES-partners, waaronder de provincie. In het kader van de uitwerking van de zoekgebieden vindt een integrale afweging plaats en bovenregionale samenhang met andere (ruimtelijke) opgaven, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, mobiliteit, recreatie, klimaat, biodiversiteit, landbouw, etc.. Dit om te voorkomen dat later in het proces, bij de vertaling naar het beleid van de betrokken overheden, aan het licht komt dat de voorstellen niet uitgevoerd kunnen worden. Energie infrastructuur: bij de uitwerking wordt gekeken of er voldoende ruimte op het netwerk beschikbaar of tijdig realiseerbaar is. Naast deze locaties zijn er buiten de zoekgebieden voor zon onder voorwaarden zonnevelden mogelijk, op locaties die vallen binnen de provinciale uitwerking van de zonneladder. Buiten de zoekgebieden is ontheffing op deze provinciale uitwerking van de zonneladder uitsluitend mogelijk als het gaat om een ruimtelijk aanvaardbaar lokaal initiatief dat tot stand is gekomen na een zorgvuldig doorlopen participatieproces. Uitwerking zoekgebieden De provincie zet bij de uitwerking van de zoekgebieden naast de kaders in op het maken van afspraken over proces, scope en product.
Het leveren van een bijdrage aan het bevorderen van de biodiversiteit en het realiseren van een goede landschappelijke inpassing vormen de basis bij elk te realiseren zonneveld. Bij de uitwerking zijn de volgende aspecten van belang: a.
Integraliteit: met andere opgaven ruimtelijke afweging maken;
b.
Prioritering: o.a. ruimte op het energienetwerk meewegen;
c. Ontwerpend onderzoek: visualisaties etc. Scenario’s voor een ruimtelijk samenhangend integraal beeld ontwikkelen; d.
Product (opsomming hieronder).
e.
Participatie (zie maatregel 3.1.2 )
Ad c. Ontwerpend onderzoek: Zet het instrument van ontwerpend onderzoek in bij het verder uitwerken van de zoekgebieden Ad d. Product: Bestaat uit: 1. Beschrijving van de andere (ruimtelijke) opgaven en relevante meekoppelkansen per zoekgebied. 2. Visualisaties van de wijze waarop deze meekoppelkansen kunnen worden benut. 3. Globaal kaart beeld van het beoogde ‘eindplaatje’ in het zoekgebied of de ligging van een concrete locatie (als dat het resultaat is van de uitwerking van het zoekgebied) 4. (Suggesties voor) te nemen inrichtings- en beheersmaatregelen op het gebied van landschappelijke inpassing en de bevordering van de biodiversiteit. 5. Afspraken over hoeveelheid ha zonneveld dat gebouwd kan worden in het zoekgebied en de mogelijke locaties daarvan binnen het zoekgebied. (kan bv zijn: direct aansluitend aan de dorpsrand, in een specifieke clustering enz. 6. Afspraken over hoe procesmatig wordt omgegaan met initiatieven binnen het zoekgebied zodat deze inderdaad op de beoogde plekken landen en op de juiste wijze worden uitgewerkt. 7. Inschatting van de beoogde bijdrage aan de geformuleerde ambitie in de RES. 8. Beschrijving van de eventueel benodigde aanpassing in de netinfrastructuur. Stimuleren Zonne-energie op dakenen dubbel ruimtegebruik Zuid-Holland heeft veel daken die kunnen worden benut voor het opwekken van zonne-energie.
Met het Aanvalsplan ‘Zon op Dak’ stimuleert de provincie dat op zoveel mogelijk hiervoor geschikte daken zonnepanelen worden geplaatst. Dit doet de provincie door: • aanmoedigen zon op dak en dubbel ruimtegebruik, conform provinciale uitwerking van de zonneladder; • energiecoöperaties en eigenaren van daken bij elkaar te brengen; • het bieden van ondersteuning en advies bij het aanvragen van subsidies; • de ontwikkeling van kennis over bijvoorbeeld nieuwe financieringsmogelijkheden.
24
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
Met de subsidieregeling ‘Zonnig Zuid-Holland’ stimuleert de provincie de toepassing van zonnepanelen op met name grote daken. Deze subsidieregeling draagt bij aan: Zuid-Holland heeft veel daken, gevels en andere objecten die benut kunnen worden voor het opwekken van zonne-energie. De provincie stimuleert dit door middel van: • aanmoedigen zon op dak en dubbel ruimtegebruik, conform provinciale uitwerking van de zonneladder; • subsidieregeling om daken en objecten geschikt te maken voor het benutten van zonneenergie; • interesse wekken bij dakeigenaren om dak beschikbaar te stellen aan o.a. energiecoöperaties door het bieden van ondersteuning en advies; • het ontwikkelen en het delen van kennis en ervaring. • Met de subsidieregeling ‘Zonnig Zuid-Holland’ stimuleert de provincie de toepassing van zonnepanelen op grote daken. Deze subsidieregeling draagt bij aan: • het onderbrengen van daken bij energiecoöperaties; • de kosten die nodig zijn om zonnepanelen op moeilijkere (maar wel geschikte) plaatsen te installeren; het verlagen van de kosten die nodig zijn om zonnepanelen te installeren op bestaande daken die geschikt gemaakt moeten worden; • zonzonnepanelen op waterbassins, indien er eerst een constructie gebouwd moet worden; • zonzonnepanelen op parkeerterreinen, indien er eerst een constructie gebouwd moet worden.
Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie-actualiseren TochHandreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie actualiseren Er zijn er ook initiatieven om zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) aan te leggen. Om handvatenhandvatten te bieden voor het ontwikkelen van zonnevelden met een meerwaarde voor de omgeving heeft de provincie een Handreiking ‘ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland’ ontwikkeld. De handreiking is bedoeld voor ontwikkelaars en gemeenten en bevat een toelichting op het beleid, een stappenplan, praktische informatie en voorbeelden voor het uitwerken van zonnevelden. Deze handreiking wordt geactualiseerd en uitgebreid met inzichten over het versterken van biodiversiteit, (voorafgaand aan een landelijk Ecocertified Label voor zonnevelden), agri-PV en zonthermie. Een goed ontworpen en beheerd zonneveld kan bijdragen aan de verbetering van de biodiversiteit ter plaatse. Daartoe zal de provincie ook de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie uitbreiden met voorbeelden en suggesties voor inrichting en beheer gericht op het bevorderen van de biodiversiteit. Onderzoeken Onderzoek ruimtelijke impact zonthermie - De provincie start een onderzoek om inzichtelijk te maken of en welke voorwaarden van toepassing zijn bij de realisatie van een zonthermie-veld.
Het onderzoek moet leiden tot aanbevelingen voor de ruimtelijke inpassing van zonthermie. Op basis hiervan kan, indien nodig, het omgevingsbeleid worden aangepast en de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonneenergie worden aangevuld. Dit als handvat bij het uitwerken en beoordelen van initiatieven voor zonthermie velden en installaties. Onderzoek zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening of meervoudig ruimtegebruik in de vorm van agri-PV. Het gaat hierbij om een permanente voorziening. De provincie vindt dit een interessante ontwikkeling en start een onderzoek om inzichtelijk te maken of en onder welke voorwaarde zonnepanelen kunnen worden ingezet als teelt ondersteunende voorziening of agri-PV. Daarbij wordt onderzocht: de verschijningsvorm, het mogelijke toepassingsgebied, eventuele randvoorwaarden voor de toepassing en aanbevelingen voor de landschappelijke inpassing. De provincie vindt zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening of meervoudig ruimtegebruik in de vorm van een agrarische permanente voorziening (agri-PV) een interessante ontwikkeling en start een onderzoek. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan, indien nodig, een voorstel worden gedaan voor aanpassing van het Omgevingsbeleid.
Op basis van de resultaten van het onderzoek kan, indien nodig, een voorstel worden gedaan voor aanpassing van het omgevingsbeleid en de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie. Hangende dit onderzoek worden initiatieven voor zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening beoordeeld op basis van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid en landschappelijke inpassing.
25
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
Nadere uitwerking ruimtelijke uitgangspunten zonne-energie De ruimtelijke uitganspunten die de provincie hanteert voor realisatie van zonne-energie volgen de provinciale zonneladder en zijn te vinden in de toelichting op de verordening. II De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
3.1.1.5 Uitwerken RES-zoekgebieden zon en wind Wat gaat de provincie doen? In een aantal RES-regio’s zijn zoekgebieden voor wind en/of zon opgenomen. De aard, omvang en mate van uitwerking van deze zoekgebieden verschilt per RES-regio. Waarbij de inzet is dat er een integrale afweging en uitwerking plaatsvindt, en rekening wordt gehouden met andere opgaven en ruimtelijke ontwikkelingen.
Rol Presterend
Uitwerking Uit de planMER bij deze herziening is gebleken dat, met de beperkingen die volgen uit de planMER, het mogelijk lijkt om de opgetelde doelstellingen voor energieopwekking vanuit de RES’en binnen Zuid-Holland in te kunnen vullen. In dit proces worden de zoekgebieden uit de RES1.0 verder uitgewerkt en afgewogen. De provincie blijft daarbij als partner in de RES betrokken. In aanvulling op de locaties zoals die zijn opgenomen in de provinciale uitwerking van de zonneladder, is in de zoekgebieden meer ruimte voor als de zoekgebieden verder zijn uitgewerkt en daar regionaal over is afgestemd met de betrokken RES-partners. Bij de totstandkoming van de RES’en is bij de keuze van de zoekgebieden niet in alle gevallen sprake geweest van een integrale afweging met andere opgaven en ruimtelijke claims. De verdere uitwerking van de zoekgebieden kan dan ook leiden tot nieuwe inzichten waarbij (delen van) zoekgebieden niet geschikt blijken voor wind en/of zon en nieuwe zoekgebieden mogelijk in beeld komen. Beleid zon Het beleid voor zonne-energie bestaat naast een beleidskeuze Duurzame opwek elektriciteit uit regels in de omgevingsverordening. Daarnaast is het ruimtelijke kwaliteitsinstrumentarium van belang met onder andere een richtpunt voor zon bij de kwaliteitskaart, de beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit en de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie.
Beleid wind Het beleid voor windenergie bestaat naast een beleidskeuze Duurzame opwek elektriciteit uit regels in de omgevingsverordening. Bij een verkenning naar nieuwe locaties voor wind is de provinciale omgevingsvisie leidend. De ruimtelijke uitgangspunten zijn daarbij dat windenergie passend is langs grootschalige infrastructuur (op snelwegen), op grote bedrijventerreinen, of op de grote scheidslijnen tussen land en water. Windturbines plaatsen we ‘daar waar het waait’ (denk aan kustgebieden), ‘daar waar energie gevraagd wordt’ (denk aan industrie) en ‘daar waar ze aan kunnen sluiten bij grote landschappelijke structuren’ (grootschalige overgangen land-water, grote lijnvormige (infra)structuren (havengebied)). Definitie zoeklocaties- en zoekgebieden Zoeklocatie: gaat om een concrete plek voor de realisatie van wind (en/of zon). Voor deze zoeklocaties is een nadere uitwerking, verbeelding en onderzoek naar effecten op bijvoorbeeld natuur, radar, andere opgaven aan de orde. De uitkomsten van deze uitwerking kan leiden tot opname van deze locaties op de kaart in de Omgevingsverordening.
26
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
Zoekgebieden: zijn plekken/zones/grotere gebieden waar een nadere uitwerking, verfijning en afweging nodig is over de realisatie van duurzame opwek. Het kan gaan om zon en/of wind. Uitwerking De provincie zet bij de uitwerking van de zoekgebieden op het volgende in: • Maken van afspraken over proces, scope, product • Kaders Ad 1 Proces, scope, product Bij de uitwerking van de RES 1.0 maken de partners in de RES-regio’s afspraken over het te doorlopen proces, de scope en het op te leveren product. Bij het maken van deze afspraken vindt de provincie de volgende aspecten van belang: a. Integraliteit b. Prioritering c. Ontwerpend onderzoek d. Product. e. Participatie Ad a. Integraliteit: In het kader van de uitwerking van de zoekgebieden vindt ook een integrale afweging plaats met andere (ruimtelijke) opgaven, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, mobiliteit, recreatie, klimaat, biodiversiteit, landbouw. Dit om te voorkomen dat later in het proces, bij de vertaling naar het omgevingsbeleid van de betrokken overheden, aan het licht komt dat de voorstellen niet uitgevoerd kunnen worden. Ad b. Prioritering: Start met de uitwerking van die zoekgebieden waar er nog voldoende ruimte op het netwerk is en die als kansrijk uit de planMER komen. Ad c. Ontwerpend onderzoek: Zet het instrument van ontwerpend onderzoek in bij het verder uitwerken van de zoekgebieden Ad d.
Product: Bestaat uit: 1. Beschrijving van de andere (ruimtelijke) opgaven en relevante meekoppelkansen per zoekgebied. 2. Visualisaties van de wijze waarop deze meekoppelkansen kunnen worden benut. 3. Globaal kaart beeld van het beoogde ‘eindplaatje’ in het zoekgebied of de ligging van een concrete locatie (als dat het resultaat is van de uitwerking van het zoekgebied) 4. (Suggesties voor) te nemen inrichtings- en beheersmaatregelen op het gebied van landschappelijke inpassing en de bevordering van de biodiversiteit. 5. Afspraken over hoeveelheid ha zonneveld/ aantal windturbines dat gebouwd kan worden in het zoekgebied en de mogelijke locaties daarvan binnen het zoekgebied. (kan bv zijn: alleen achter op de percelen of: direct aansluitend aan de dorpsrand of: tussen elk zonneveld moet minimaal x percelen zitten enz.). 6. Afspraken over hoe procesmatig wordt omgegaan met initiatieven binnen het zoekgebied zodat deze inderdaad op de beoogde plekken landen en op de juiste wijze worden uitgewerkt. 7. Inschatting van de beoogde bijdrage aan de geformuleerde ambitie in de RES. 8. Beschrijving van de eventueel benodigde aanpassing in de netinfrastructuur. 9. Planning van de realisatie en het beheer. 10. Beschrijving hoe wordt omgegaan met de installaties na beëindiging van de vergunning hoe de ontmanteling van de opweklocatie wordt vastgelegd. 11.
Beschrijving van de benodigde participatie (proces en financieel) op projectniveau bij de realisatie van concrete initiatieven.
27
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
Ad e. Participatie Voorafgaand aan het uitwerken van de zoekgebieden en zoeklocaties stemt de provincie graag met de RES-partners en/of de initiatiefnemers van een project een participatieplan af, waarin de 4D’s zijn opgenomen. Ten behoeve van de besluitvorming komt er een terugkoppeling van het participatieproces en in hoeverre we erin zijn geslaagd de gestelde doelen te bereiken. Hieronder staan de 4D’s nader uitgewerkt. Doelen In het participatieplan wordt vooraf beschreven welke doelen wordt nagestreefd en wat dat betekent voor de organisatie van participatie-momenten. • zorg voor onderbouwde doelstellingen, maak daarbij onderscheid tussen procesdoelen, inhoudelijke doelen en resultaatdoelen; • maak je doelen expliciet en waar mogelijk zo goed mogelijk kwalitatief of kwantitatief meetbaar om het hiermee goed bij te kunnen sturen tijdens het proces; • doelen kunnen dynamisch zijn; benoem momenten waarop je deze evalueert en indien nodig aanpast. Dialoog Het gesprek is met een open houding aangegaan, waarbij ruimte is voor zowel argumenten als emoties. • het gesprek wordt gevoerd via een platform dat voor een brede doelgroep beschikbaar is. Het voeren van een constructief gesprek wordt gefaciliteerd door een gespreksleider die kundig, sociaal sterk en onafhankelijk is t.a.v.
de uitkomst van het besluitvormingsproces; • zorg dat deelnemers voldoende ruimte krijgen om zowel voor en tegen argumenten naar voren te kunnen brengen, en ook met elkaar in gesprek te kunnen gaan; • in het gesprek wordt niet alleen gekeken naar standpunten, maar ook de onderliggende argumenten, waarden, emoties. Elke standpunt is op zichzelf waardevol, maar het is ook belangrijk om te begrijpen waarom iemand een bepaald standpunt heeft, wat als katalysator kan dienen om het gesprek verder te brengen. Diversiteit • Een zo breed mogelijke groep mensen en belangen wordt vertegenwoordigd in het participatieproces. definieer vooraf welke doelgroepen idealiter meedoen aan het participatieproces. Hanteer hierbij niet alleen demografische kenmerken (leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, etc.) als criterium, maar ook andere gegevens zoals woningeigenaar-huurder of het geografische gebied waarbinnen je actief betrokkenen benadert; • geef in je participatieplan aan welke inspannings- of resultaatverplichting je verbindt aan het bereiken van de verschillende doelgroepen.
Ga aan de hand hiervan gedurende het proces na wat het resultaat is: zijn ook traditioneel ondervertegenwoordigde groepen voldoende aan het woord gekomen? Zijn een verscheidenheid aan belangen naar voren gekomen?; • breng in kaart welke inhoudelijke, verschillende perspectieven/belangen naar voren zijn gekomen in de gesprekken en hoe deze zich verhouden tot het algemeen belang. Doorwerking Aan het begin van het participatieproces wordt duidelijk gemaakt aan burgers wat de ruimte is voor invloed. Achteraf wordt gecommuniceerd wat voor invloed de inbreng in het participatieproces al dan niet heeft gehad op het besluit. • van te voren worden duidelijke kaders gesteld voor de reikwijdte van invloed van burgers op besluitvorming. Zorg dat er een goede afstemming is met de (gemeente)raad over de mate van invloed van het publiek; • bij elke fase van het participatieproces wordt duidelijk gemaakt aan de deelnemers wat de reikwijdte is van invloed en in hoeverre invloed (nog) kan worden verwerkt in het besluit. Het wordt inzichtelijk gemaakt welke resultaten zijn meegenomen uit de verschillende participatie-activiteiten en in hoeverre deze hebben geleid tot aanpassingen; • in de besluitvorming wordt meegewogen in hoeverre de verschillende doelen uit het participatieplan zijn gerealiseerd.
Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op een onderzoek dat is uitgevoerd door een onderzoeksteam van de Rijksuniversiteit Groningen in opdracht van de provincie. Hierin zijn Zuid-Hollandse gemeen-
28
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
ten, RES-regio’s en leden van Provinciale Staten betrokken. In dit onderzoek worden de uitgangspunten uitgebreider beschreven en worden werkmethoden aangereikt om deze ook in praktijk te brengen. Ad 2: Kaders Voor de uitwerking van de zoekgebieden zijn voor de provincie de volgende kaders van belang: Het provinciale omgevingsbeleid is van toepassing bij de uitwerking van de zoekgebieden zon en wind. Dit betekent onder andere dat daar waar de zoekgebieden overlappen met de beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit de regels voor deze gebieden uit de omgevingsverordening van toepassing zijn. Dit betekent dat in deze (delen van) de zoekgebieden slechts onder voorwaarden ontwikkelingen voor de opwek van duurzame energie mogelijk zijn rekening houdend met, en bijdragend aan de beschermde waarde in die gebieden (natuur, kroonjuwelen cultuurhistorie, beschermde graslanden bollenstreek, belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden, groene buffergebieden). Praktisch gezien zijn zonnevelden in natuurnetwerk Nederland, de graslanden in de bollenstreek en in belangrijke weidevogelgebieden dan nagenoeg uitgesloten.
Voor wind hanteren we bij de uitwerking van de zoekgebieden aanvullend daarop de provinciale visie op wind: De ruimtelijke uitgangspunten zijn daarbij dat windenergie passend is langs grootschalige infrastructuur (snelwegen), op grote bedrijventerreinen of op de grote scheidslijnen tussen land en water; de randen van de Zuid-Hollandse eilanden. Windturbines plaatsen we ‘daar waar het waait’ (denk aan kustgebieden), ‘daar waar energie gevraagd wordt’ (denk aan industrie) en ‘daar waar ze aan kunnen sluiten bij grote landschappelijke structuren’ (grootschalige overgangen land-water, grote lijnvormige (infra)structuren (havengebied)). De voorkeur wordt gegeven aan enkelvoudige lijnopstellingen en clusters, in samenhang met en evenwijdig aan de betreffende infrastructuur en scheidslijnen. Bestaande opstellingen van moderne, grote turbines kunnen ter plaatse vervangen en opgeschaald worden. Bij de plaatsing van windturbines dienen op projectniveau effecten ten aanzien van onder meer natuur, flora en fauna, bescherming van waardevol cultureel erfgoed, geluid, externe veiligheid, radar, slagschaduw, lichtschittering, vaarwegen en waterstaatswerken, landschappelijke inpassing, beleving, netinfrastructuur, watertoets en archeologie te worden onderzocht. Het voorgaande dient in een MER en/of een ruimtelijke onderbouwing te worden vastgelegd.
Voor zon: In aanvulling op de locaties zoals die zijn opgenomen in de provinciale uitwerking van de zonneladder kan het zijn dat in de zoekgebieden die door Provinciale Staten zijn vastgesteld, meer mogelijkheden komen voor zonnevelden. Randvoorwaarde is dan wel dat een integrale nadere verkenning en uitwerking van deze zoekgebieden is uitgevoerd waarbij onder andere opgaven rond de landbouw vanwege bijvoorbeeld bodemdaling, waterkwaliteit, stikstof en biodiversiteit, maar ook mogelijk andere ruimtelijke opgaven die spelen in het gebied, mee worden genomen. Het leveren van een bijdrage aan het bevorderen van de biodiversiteit en het realiseren van een goede landschappelijke inpassing vormen de basis bij elk te realiseren zonneveld. De bovenregionale samenhang en de samenhang tussen de zoekgebieden wordt meegenomen bij de uitwerking van de zoekgebieden. In het kader van de herziening van de module energie is een planMER uitgevoerd. Aandachtspunten per zoekgebied uit deze planMER worden meegenomen bij de uitwerking van de zoekgebieden. Energie infrastructuur: bij de uitwerking wordt gekeken of er voldoende ruimte op het netwerk beschikbaar of tijdig realiseerbaar is. Benodigde ruimte voor aanvullende of nieuwe infrastructuur (leidingen, opslag, transformatiestations etc.) wordt meegenomen bij de uitwerking van de zoekgebieden.
Proces Zon In de door Provinciale Staten vastgestelde zoekgebieden voor zon uit de Regionale Energiestrategieën kan het zijn dat aanvullend op de locaties zoals die zijn opgenomen in de provinciale uitwerking
29
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
van de zonneladder, meer mogelijkheden komen voor zonnevelden als de zoekgebieden verder zijn uitgewerkt en daar (boven)regionaal over is afgestemd met de betrokken RES-partners. Naast deze locaties zijn er buiten de zoekgebieden voor zon onder voorwaarden zonnevelden mogelijk op locaties die vallen binnen de provinciale uitwerking van de zonneladder. Buiten de zoekgebieden is ontheffing op deze provinciale uitwerking van de zonneladder uitsluitend mogelijk als het gaat om een ruimtelijk aanvaardbaar lokaal initiatief dat tot stand is gekomen na een zorgvuldig doorlopen participatieproces Wind Indien de zoekgebieden in het vervolgproces van de RES wordt gecontinueerd of concreet worden uitgewerkt is een mogelijke volgende stap deze te verwerken in de regels en kaarten (kaart 16 wind) in de Omgevingsverordening. Conform de besluitvorming in Provinciale Staten ondersteunt de provincie in deze fase de uitwerking van zoekgebieden voor wind in het Groene Hart niet. Deze maatregel heeft betrekking op de zoekgebieden zoals deze zijn opgenomen in de door Provinciale Staten vastgestelde RES 1.0.
30
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
31
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
32
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
[Vervallen] JJ De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
33
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
3.1.1.6 Verbinden van energietransitie aan andere ruimtelijke opgaves Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de energietransitie beter verbinden aan andere ruimtelijke opgaves, waarmee energie een vanzelfsprekend onderdeel in het Zuid-Hollandse landschap wordt. Dit vraagt om inspirerende en innoverende voorbeelden, kennisontwikkeling op het gebied van inpassing van energie in Zuid-Holland en samenwerking met partners om tot de best mogelijke oplossingen te komen.
Rol Samenwerkend
Uitwerking In de RES-regio’s zijn zoekgebieden voor wind en/of zon opgenomen. Ruimte en landschap vervullen in de verdere beleidsontwikkeling van provincie en gemeenten en de stap naar RES2.0 een grotere rol. Niet alleen binnen de RES, maar ook tussen en boven de schaal van de RES’en. Bij de onderdelen zon en wind zijn verkenningen op het gebied van ruimte en energie opgenomen. Daarnaast is het nodig om verder vooruit te kijken. Waarbij rekening wordt gehouden met een andere of grotere opgave, waarbij ook het energiesysteem een belangrijke rol speelt. Een belangrijke vraag is ook hoe energie aan allerlei andere opgaven in de provincie kan worden verbonden. Het verbinden van energie met provinciale opgaven gebeurt in samenwerking met de partners. In het programma “energie en landschap in de energietransitie” wordt, in samenwerking met partners, kennis ontwikkeld, verdiept en gedeeld. In dit programma komen de volgende onderdelen; • Ontwerpend onderzoek naar ruimte en het toekomstig energiesysteem (2050) • Lerende netwerk in de vorm van ontwerpateliers • Ruimtelijke verkenningen naar verschillende onderdelen uit het energiesysteem • Relatie met kunst en cultuur [Vervallen] KK De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
3.1.2.1 Lokaal eigendom Wat gaat de provincie doen? De provincie hanteert minimaal 50% lokaal eigendom van (grootschalige) zon en windenergieprojecten als uitgangspunt en streeft naar 100%. Er wordt met gemeenten samengewerkt om dit doel te bereiken.
Rol Samenwerkend
Uitwerking De komende periode zal de provincie: • landelijke ontwikkelingen volgen en een actieve rol spelen in kennisdeling met gemeenten; • een beleidskader lokaal eigendom en participatie opstellen en (daarmee) gemeenten actief benaderen met het aanbod om te ondersteunen bij het opstellen van een beleidskader voor lokaal eigendom; • energiecoöperaties ondersteunen bij het professionaliseren en financieel ondersteunen bij de voorbereidingsfase van energieprojecten middels het ontwikkelfonds voor energiecoöperaties; • de Zuid-Hollandse koepel van energie-coöperaties Energie Samen Zuid-Holland blijven steunen zodat zij namens de burgercollectieven lokaal eigendom kunnen realiseren.
34
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
•
de provincie zet zich actief in om iedereen te kunnen laten participeren in lokaal eigendom, door goede voorbeelden van inclusieve modellen voor duurzame opwekprojecten te delen met energiecoöperaties, gemeenten, lokale bedrijven en andere initiatiefnemers. [Vervallen] LL De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
3.1.2.2 Stimuleren lokale initiatieven Wat gaat de provincie doen? De provincie wil dat financiële participatie in lokale energievoorzieningen ook ten goede komt aan het betreffende gebied en werkt aan een systeem daarvoor. Daarnaast zet de provincie zich in om ervoor te zorgen dat groepen die minder te besteden hebben ook de vruchten kunnen plukken van de energietransitie. Voor dat doel ondersteunt de provincie een aantal pilots en kennisnetwerken. Ook werkt de provincie samen met deze groepen, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties aan projecten op het gebied van besparing en verduurzaming van hun huizen.
Rol Samenwerkend
Uitwerking De provincie stimuleert lokaal eigenaarschap van elektriciteitsvoorzieningen. Met de subsidieregeling ’lokale initiatieven‘ ondersteunt de provincie bewonersinitiatieven voor het zelf opwekken van energie. De provincie ondersteunt samenwerkingsverbanden en deelt de lessen hieruit. Met steun van de provincie organiseert het ‘lerend netwerk’ van lokale initiatieven kennisbijeenkomsten rondom concrete thema’s. De provincie zorgt ervoor dat de vragen, lessen en knelpunten uit het netwerk op de agenda komen van de energieregio’s en gemeenten. De provincie steunt de ontwikkelfaciliteit voor lokale energieprojecten. Deze faciliteit betreft een samenwerking van het ministerie van Binnenlandse Zaken, een aantal provincies en burgercoöperaties. Met behulp van de faciliteit worden risico’s over meerdere projecten verdeeld en krijgen lokale initiatieven de mogelijkheid om op professionele schaal energieprojecten te ontwikkelen. [Vervallen] MM De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
3.1.3.1 Bevorderen duurzame verwarmingsvoorziening Wat gaat de provincie doen? De provincie draagt bij aan het betrouwbaar, betaalbaar, duurzaam en veilig beschikbaar stellen van warmte voor het stedelijk gebied. Daarvoor is een goede infrastructuur nodig zoals mogelijkheden voor opslag en transport van warmte, onder meer via regionale warmtetransportnetten met onafhankelijk netbeheer. De provincie stimuleert en faciliteert projecten waarbij restwarmte, geothermie en lokale bronnen optimaal benut worden voor de verschillende vormen van warmtevoorziening. De provincie werkt aan de optimalisatie van duurzame warmtebronnen in Zuid-Holland (restwarmte, geothermie, aquathermie en andere bronnen) en zet zich in voor de totstandkoming van een robuust, publiek beheerd warmtetransportsysteem voor Zuid-Holland. Daarnaast ondersteunt de provincie innovaties voor de optimalisatie voor duurzame warmte, zoals de ontwikkeling van slimme warmtenetwerken.
35
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
Rol Presterend [Vervallen] NN Na sectie '3.1.1.4 Samenwerken aan regionale energiestrategieën' worden vijf secties ingevoegd, luidende:
3.1.1.5 Boerenerfmolens Wat gaat de provincie doen? De provincie ondersteunt lokale ondernemers om meer zelfvoorzienend te worden in de opwek van hun eigen energieverbruik. Kleine windturbines op het boerenerf of bedrijfsperceel, ook wel “boerenerfmolens”, kunnen daaraan een bijdrage leveren.
Rol Samenwerkend
Uitwerking De provincie heeft een samenwerkende rol in de uitvoering van dit beleid. Samen met gemeenten, omgevingsdiensten, initiatiefnemers en turbinebouwers zal dit beleid nader worden uitgewerkt.
3.1.2.1 Participatie en lokaal eigendom in de energietransitie Wat gaat de provincie doen? De provincie Zuid-Holland wil dat inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties op een betekenisvolle manier betrokken zijn bij grootschalige energieprojecten. Dat betekent: zeggenschap, eigenaarschap en profijt voor de lokale gemeenschap. Het uitgangspunt is minimaal 50% lokaal eigendom. Dit vergroot draagvlak en vertrouwen, draagt bij aan slimme lokale oplossingen in de energietransitie en zorgt dat opbrengsten terechtkomen bij de gemeenschap waar de projecten plaatsvinden. De provincie stelt een beleidskader Participatie en Lokaal Eigendom bij grootschalige energieprojecten op dat richting geeft aan grootschalige opwekprojecten (zoals windenergie) en energieopslagprojecten. Hierin worden definities, toepassingsbereik en voorwaarden vastgelegd. De provincie werkt samen met gemeenten in Zuid-Holland, en biedt indien gewenst ondersteuning bij het ontwikkelen van eigen kaders en beleid, zodat lokaal eigendom ook daar structureel wordt geborgd. Dit geldt ook specifiek voor Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) projecten. De provincie stimuleert en faciliteert energiegemeenschappen en energiecoöperaties. Door de Energiewet 2026 krijgen zij meer ruimte; de provincie versterkt dit met kennisdeling en financiële ondersteuning, en door bij te dragen aan normering.
Via het Ontwikkelfonds voor energiecoöperaties en via structurele steun aan de koepelorganisatie Energie Samen Zuid-Holland (ESZH) maakt de provincie het mogelijk dat coöperaties professionaliseren en projecten daadwerkelijk realiseren. Inclusiviteit is een expliciet aandachtspunt: ook mensen met een kleine beurs of beperkte mogelijkheden moeten kunnen meedoen en profiteren.
Rol Samenwerkend
Uitwerking De provincie zal de komende periode: • het beleidskader Participatie en Lokaal Eigendom bij grootschalige energieprojecten vaststellen en implementeren; • gemeenten actief benaderen om te ondersteunen bij eigen beleidsontwikkeling, en bij versterking van lokale samenwerking met energiecoöperaties en andere lokale initiatieven;
36
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
•
•
energiegemeenschappen ondersteunen in hun professionalisering en toegankelijkheid, en bijdragen aan normering en kwaliteitscriteria. De provincie ontwikkelt inclusieve modellen en zal deze breed delen, zodat iedereen kan deelnemen; via ESZH energiecoöperaties en lokale initiatieven ondersteunen met kennis, begeleiding, en toegang tot financiering en subsidies.
3.1.2.2 Eerlijke energietransitie bevorderen Wat gaat de provincie doen? De provincie wil dat de energietransitie eerlijk verloopt en dat iedereen kan meedoen én profiteren. Een eerlijke transitie betekent dat lusten en lasten evenwichtiger verdeeld worden. Daarom zorgt de provincie ervoor dat rechtvaardigheid een integraal onderdeel van beleid en uitvoering wordt. Ook is er aandacht nodig voor mensen en gemeenschappen die minder vanzelfsprekend meekomen. Voor veel inwoners – met name kwetsbare groepen – zijn hoge energiekosten, (energie)armoede en een gebrek aan handelingsperspectief een dagelijkse realiteit. Zij dreigen onevenredig te worden belast, terwijl juist zij gebaat zijn bij kansen om te verduurzamen en kosten te besparen. De provincie neemt hierin een actieve rol. Zij ondersteunt gemeenten, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties bij de aanpak tegen energiearmoede en bij wijkgerichte energiebesparing. Daarbij is lokale samenwerking en inzet vanuit vertrouwde kring van belang. De provincie versterkt de sociaal-maatschappelijke kant van de energietransitie door ruimte te geven aan maatschappelijk initiatief en aan maatschappelijke innovatie.
Zij stimuleert en financiert bewonersinitiatieven via de Subsidieregeling Lokale Initiatieven, stimuleert collectieve en gemeenschapsgerichte projecten, en bevordert samenwerking tussen gemeenten, lokale initiatieven, en maatschappelijke partners. De provincie brengt lessen uit de praktijk in bij het Rijk en landelijke netwerken, en zorgt dat beleid aansluit bij wat er lokaal gebeurt. Door in te zetten op kennisdeling, experimenten en samenwerking bevordert de provincie dat de energietransitie toegankelijker en haalbaarder wordt voor iedereen. Daarmee wordt vertrouwen opgebouwd, ongelijkheid verkleind en de overgang naar een duurzame energievoorziening versneld.
Rol Responsief
Uitwerking De provincie zal de komende periode: • rechtvaardigheidsprincipes verkennen en toepassen in provinciaal energiebeleid. • lokale initiatieven stimuleren en financieren met de subsidieregeling ‘Lokale initiatieven in de energietransitie 2023’ om collectieve en gemeenschapsgerichte energieprojecten te realiseren, en hen actief begeleiden bij aanvragen en uitvoering; • investeren in praktijkexperimenten en doorbraakprojecten (zoals energieopbouwwerk via welzijnsorganisaties die dicht bij bewoners staan, of het ontwikkelen van inclusieve participatiemodellen waardoor ook mensen zonder spaargeld of eigen woning kunnen profiteren van verduurzaming). De provincie doet mee met projecten in de wijk die bijdragen aan een eerlijke en inclusieve energietransitie. • samen met gemeenten, woningcorporaties en welzijnsorganisaties ondersteuning bieden bij energiebesparing en verduurzaming van woningen in kwetsbare wijken; • lerende netwerken en communities of practice faciliteren, waar gemeenten, maatschappelijke organisaties en initiatieven kennis en ervaring uitwisselen; • kennis en goede voorbeelden breed ontsluiten, zodat niet overal opnieuw het wiel hoeft te worden uitgevonden; • actief bijdragen aan landelijke programma’s en lobby om rechtvaardigheid en inclusiviteit steviger te verankeren in nationaal energiebeleid, en Zuid-Hollandse praktijkervaringen daar inbrengen.
De provincie verbindt lokale praktijk en landelijke programma’s.
37
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
3.1.3.1 Energiebesparing Wat gaat de provincie doen? De provincie organiseert de inzet op energiebesparing langs drie lijnen; stimuleren, verbinden en versterken. De provincie stimuleert energiebesparing door middel van initiëren, plannen, begeleiden, mogelijk maken van innovatieve pilots en het verstrekken van subsidies. Daarnaast tracht de provincie te verbinden door mensen, kennis en kunde rondom energiebesparing bijeen te brengen. Tot slot versterkt de provincie de ingezette koers op energiebesparing door de voortgang te monitoren, de resultaten te borgen en door binnen de provincie aanpalende beleidsterreinen te voorzien van relevante informatie. In dit programma wordt nadrukkelijk afstemming gezocht met sectorale plannen en initiatieven. Daarnaast wordt er, waar mogelijk, integraal en gebiedsgericht gewerkt.
Rol Presterend
Uitwerking Ontzorgingsprogramma Om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te halen, is o.a. verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed en Midden- en Kleinbedrijf (MBK) nodig. Voor eigenaren is dit een uitdaging door gebrek aan kennis, uitvoeringscapaciteit en middelen. De ontzorgingsprogramma’s bieden eigenaren gratis advies en ondersteuning bij de verduurzaming van hun gebouwen. Deze programma's lopen tot 2027. Besparingsprojecten en doelgroepenaanpak De provincie brengt zoveel mogelijk relevante doelgroepen bij elkaar (bijvoorbeeld eigenaren, gebruikers, ontwikkelaars – glastuinbouw en gebouwde omgeving) zodat zij gaan investeren in energiebesparingsmaatregelen en er nieuwe warmtesystemen worden gevormd. Op deze manier kan er kennis worden gedeeld en de opgedane kennis verder worden verspreid.
3.1.3.2 Verduurzaming Wat gaat de provincie doen? De provincie draagt bij aan de totstandkoming van een integraal warmtesysteem in de gebouwde omgeving en glastuinbouw. De provincie ondersteunt de ontwikkeling van de clusteraanpak en een bovenlokaal warmte(transport)systeem en duurzame lokale warmtenetten. De provincie faciliteert en stimuleert de ontwikkeling en innovatie van warmtebronnen, warmteopslag en de inpassing van warmtetransportleidingen en warmtesystemen.
Rol Samenwerkend
Uitwerking Bovenlokaal transportsysteem De provincie werkt samen met partijen en financiert door middel van een subsidie de ontwikkeling en totstandkoming van het bovenlokaal warmtetransportsysteem WarmtelinQ. Dit is een ondergrondse hoofdtransportleiding voor warmte. Met deze leiding wordt restwarmte uit de Rotterdamse haven getransporteerd naar lokale warmtenetten om zo de gebouwde omgeving en glastuinbouw duurzaam te verwarmen. Clusteraanpak
38
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
De provincie werkt samen, faciliteert en stimuleert de ontwikkelingen en realisatie van collectieve en kleinschalige warmtenetten. Dit vindt plaats volgens de clusteraanpak: een samenwerking van gemeenten om tot realisatie van warmtesystemen te komen op basis van schaal. Hierbij wordt kennis en expertise gebundeld. Het doel is slagvaardigheid te creëren, het energiesysteem te optimaliseren, kennis uit te wisselen en schaalvoordelen te benutten. De provincie stimuleert en faciliteert onderzoek, analyses, kennisontwikkeling en projecten waarbij energiesystemen geoptimaliseerd worden en er aandacht is voor de ruimtelijke inpassing. Het optimaal benutten van de beschikbare warmtebronnen in samenhang met de warmtevraag en het warmtesysteem is essentieel voor een integraal en toekomstbestendig systeem. Samenwerking, procesondersteuning en ontsluiting van financiële fondsen zijn bij uitstek inspanningen waarmee de provincie bijdraagt inde warmtetransitie. Warmtesysteem Om tot een integraal warmtesysteem te komen is het noodzakelijk om ruimtelijk – bovengronds en ondergronds, te verkennen waar mogelijke warmtesystemen wenselijk zijn. De verkenningsgebieden zijn opgetekend aan de hand van de regionale toekomstbeelden voor het warmtesysteem.
De verkenningsgebieden hebben een gebiedsgrootte van circa 2 kilometer breedte zodat er voldoende schuifruimte is voor afstemming met andere ruimtelijke ontwikkelingen. Zo kan er samen effectief en efficiënt gebruik gemaakt worden van de boven-, en ondergrond. De bovenlokale warmtesystemen bevinden zich binnen het grondgebied van meerdere gemeenten en vallen daarmee binnen de scope van de provinciale inspanningen. De distributienetwerken voor warmte naar individuele verbruikers, gelegen binnen de gemeentegrenzen zijn essentieel voor een integraal warmtesysteem, maar vallen buiten de scope van provinciale inspanningen. Een verkenning van het bovenlokale warmtesysteem biedt inzichten in de ontwikkelpotentie van distributienetwerken voor gemeenten en warmtebedrijven. Afwegingskader warmtekeuzes en Afwegingskader koude Voor een effectieve afweging tussen inzetbare warmte en koude bronnen heeft de provincie ZuidHolland een afwegingskader Warmtekeuze en een afwegingskader Koude ontwikkeld. De afwegingskaders richten zich op het kunnen maken van rationele afwegingen over de keuze voor bepaalde verwarmings- en koelingstechnieken. Dit is gedaan door de warmte- en koudevraag in samenhang te onderzoeken. Hiermee wordt niet alleen de warmtetransitie ondersteund, maar ook de duurzame inzet van koude geoptimaliseerd.
Deze afwegingskaders zijn een hulpmiddel voor gemeenten en andere partijen bij de keuze om te komen tot klimaatneutrale warmte- en koudevoorzieningen voor de gebouwde omgeving en glastuinbouw, voor zowel de bestaande als nieuwbouw. De afwegingskaders nemen de volgende uitgangspunten in overweging mee: ruimtelijk beslag, haalbaarheid, betaalbaarheid, toekomstbestendigheid, optimaal gebruik van de energiekwaliteit van de beschikbare Zuid-Hollandse warmte en koude bronnen en passende woningisolatie. Kennisontwikkeling De warmtetransitie is complex; het vergt veel kennis, afstemming en samenwerking. De provincie zet zich in om kennis te ontwikkelen en te verspreiden. De provincie doet dit door pilots te stimuleren, onderzoeken uit te zetten en financiële middelen ter beschikking te stellen. Daarnaast helpt de provincie samenwerkingspartners in de gebouwde omgeving en glastuinbouw om middelen van derden optimaal te benutten. Om de warmtetransitie te begrijpen en te laten slagen worden er kennis- en netwerksessies georganiseerd, zo wordt opgedane kennis verspreid. Glastuinbouw De provincie werkt in alle glastuinbouwgebieden en in de Greenport West-Holland met de samenwerkingspartners.
De provincie faciliteert en stimuleert de volgende onderwerpen: kansrijke businesscases, versterking van samenwerkingsverbanden, benutting van regelingen of slimme investeringsconstructies, uitvoering van analyses en onderzoek, bevordering van aansluiting op bovenlokale warmtenetwerken en gebiedsaanpakken om de energietransities met haar partners tot stand te brengen. Er wordt verkend hoe de energietransitie kan helpen om ruimtelijke vraagstukken te bespreken voor de modernisering van het teeltareaal. De provincie bevordert de verbinding van
39
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
het warmtesysteem in de glastuinbouw met de gebouwde omgeving. Door de verbinding te maken met de warmtevraag en warmteaanbod van de gebouwde omgeving en de glastuinbouw is optimalisatie van het systeem mogelijk. Warmtebronnen De provincie stimuleert en faciliteert het gebruik van duurzame warmtebronnen in Zuid-Holland (restwarmte, geothermie, aquathermie en andere bronnen) door middel van onderzoek, analyses, pilots en kennisdeling. Daarnaast ondersteunt de provincie innovaties voor de optimalisatie voor duurzame warmte. Verkenningsgebieden Warmtenetwerken
OO De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
3.1.5.1 provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) Wat gaat de provincie doen? De provincie wil samen met netbeheerders, medeoverheden en andere partners het energiesysteem integraal programmeren en zo werken aan de planning en keuzes voor een duurzaam regionaal energiesysteem.
Rol Presterend
Uitwerking Regionale energie-infrastructuur met voldoende capaciteit is een belangrijke conditie voor verduurzaming en realisatie van toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkelingen. Door de toenemende druk
40
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
op die infrastructuur signaleren verschillende partijen dat meer regie nodig is op de programmering en mogelijk prioritering van regionale energie-infrastructuur. Provincie initieert hiervoor een integraal programmeerproces voor het energiesysteem, het provinciaal Meerjarenprogramma Energie en Infrastructuur (pMIEK). In dit programma wordt in samenhang met vraag- en aanbodsectoren van energie de toekomstige energie-infrastructuur voor het energiesysteem bepaald. Er wordt tweejaarlijks een actualisatie van het pMIEK opgesteld, waarbij energie-infraprojecten geprogrammeerd worden. De samenhang met ruimtelijke ontwikkelingen wordt hierin meegenomen. In de programmering wordt nadrukkelijk afstemming gezocht met sectorale plannen.
De programmering van het energiesysteem op (middel)lange termijn doorloopt de volgende stappen: De programmering van het energiesysteem op (middel)lange termijn doorloopt de volgende stappen: • Plan van Aanpak voor de betreffende iteratie ronde met betrokkenheid van partners • Een integraal overzicht van de ontwikkeling van energievraag en -aanbod (zoals opwek, woningbouw, mobiliteit, industrie en glastuinbouw) voor het bepalen van knelpunten en kansen in Zuid-Holland • Opstellen of herijken van de module energie in de omgevingsvisie en het integrale afwegingskader • Samenstellen en uitwerken van een aantal realistische integrale ontwikkelvarianten voor het energiesysteem in samenhang met de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de provincie, en daarbij behorende energie-infrastructuur en andere energieprojecten in samenhang met ontwikkeling van vraag en aanbod van energie in de tijd • Inschatting maken van ruimtevraag van de aanvullend benodigde energie-infrastructuur in de toekomst voor de verschillende ontwikkelvarianten richting een duurzaam energiesysteem. • Aan de hand van weging van de relevante ontwikkelvarianten op maatschappelijke impact en effecten op de robuustheid van het energiesysteem komen tot een gezamenlijk beeld van benodigde prioritering van infrastructurele investeringen. • Kennisontwikkeling a.d.h.v.
de ‘onderzoeks- en actielijst’ en verdere uitwerking van ‘structurerende keuzes’ ten behoeve van het doorontwikkelen van het pMIEK. Hierbij onderzoekt de provincie samen met hun partners hoe zowel de leidende principes als structurerende keuzes verder geconcretiseerd kunnen worden. • Borging van gemaakte afspraken. Bij de te maken afspraken over de uitvoering kan eventueel ruimtelijk instrumentarium worden ingezet, zoals ruimtelijke reserveringen in de provinciale omgevingsverordening. De provincie kan in voorkomende gevallen kiezen om financieel bij te dragen aan (regionale) energie-infrastructuurprojecten, zoals wordt gedaan bij het Botlek Stoomnetwerk (zie Programma ‘Bijdragen aan een CO2-emissiearme en circulaire industrie maatregel C: regeling energie-infrastructuur op industrieterreinen). PP De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
3.1.5.2 Stimuleren van flexibiliteit en efficiëntie van het energiesysteem Wat gaat de provincie doen? De provincie Zuid-Holland zet in op de ontwikkeling en toepassing van vraag- en aanbodsturing, conversie- en opslagmethoden en procesinnovaties die bijdragen aan een flexibeler en efficiënter energiesysteem.
Rol Presterend
Uitwerking Flexibel en efficiënt gebruik van beschikbare energie-infrastructuur beperkt de behoefte aan (nieuwe) netwerkcapaciteit en kan een bijdrage leveren aan het vrijspelen van netwerkcapaciteit in gebieden waar netcongestie een rol speelt. Opslag van elektriciteit, warmte, of waterstof kan als buffer dienen van de capaciteit in het energiesysteem. ConversieHet omzetten van energie tussen energiedragers (elektriciteit, warmte, waterstof) heeft in Zuid-Holland veel potentie door de grote aanwezigheid van industrie. Om optimaal gebruik te makenVoor een zo efficiënt mogelijke benutting van de bestaande en toekomstige energie-infrastructuur is samenwerking essentieel. (Proces)innovaties, vraag- en aanbodsturing, conversie en opslag kunnen lokaal en regionaal bijdragen aan een efficiëntere benutting energie-infrastructuur, en bijdragen aan realisatie van bestaande doelenDit geldt