2.2e) Ontwerp wijzigingsbesluit Omgevingsprogramma [25-0186137]
Tekst van het document
PROVINCIAAL BLAD
Nr. 17921 29 oktober 2025
Officiële uitgave van de provincie Zuid-Holland
Ontwerpbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van {dag} {maand} {jaar}, PZH-[kenmerk] tot wijziging van het Omgevingsprogramma Zuid-Holland Herziening Omgevingsbeleid 2025 (Ontwerpbesluit Wijziging Omgevingsprogramma Zuid-Holland Herziening 2025) Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Gelet op artikel 3.4 van de Omgevingswet; Besluiten:
Artikel I Het Omgevingsprogramma Zuid-Holland wordt gewijzigd zoals is aangegeven in Bijlage A behorende bij dit besluit.
Artikel II [Gereserveerd voor inwerkingtredingsbepaling van het definitieve besluit: Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na uitgifte van het Provinciaal blad waarin dit besluit is bekendgemaakt.]
Artikel III Dit besluit wordt aangehaald als: Ontwerpbesluit Wijziging Omgevingsprogramma Zuid-Holland Herziening 2025 Den Haag, {dag} {maand} {jaar} Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Secretaris drs. M.J.A. van Bijnen MBA Voorzitter mr. A.W. Kolff
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien. Dit document is een ontwerpbesluit.
1
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
Bijlage A bij Artikel I A Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Beleidsdoel 1-11.1 Krachtig openbaar bestuur B Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
1-11.1 Krachtig openbaar bestuur C Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Maatregelen van 1-11.1 Krachtig openbaar bestuur D De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
1.1.2.1 Digitaal bestuur Wat gaat de provincie doen? De provincie werkt aan een betrouwbare, open en toegankelijke digitale provincie die de impact van technologie, data en algoritmes op de samenleving begrijpt en benut. De inzet van technologie en data heeft maatschappelijk gezien alleen waarde als de data en digitale toepassingen juist en verantwoord worden ingezet. De provincie wil door de toenemende afhankelijkheid van de digitale infrastructuur en de daarmee gepaard gaande risico’s haar digitale autonomie versterken en gemeenten ondersteunen. Digitale autonomie stelt de provincie in staat om haar kritieke overheidsprocessen te waarborgen, fundamentele rechten en publieke waarden te beschermen, en afhankelijkheden van externe partijen te minimaliseren.
Rol Presterend
Uitwerking De provincie maakt steeds meer gebruik maken van digitale technologieën en data voor organisatieprocessen, beleidsprocessen, besluitvorming en diensten in contact met burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het biedt veel kansen voor het helpen oplossen van maatschappelijke opgaven, maar het brengt ook risico’s met zich mee als de provincie digitalisering onprofessioneel of onethisch toepast. Daarom is het belangrijk dat de provincie nieuwe digitale ontwikkelingen signaleert, agendeert, monitort en duidt. De provincie werkt daarbij actief samen met externe partners en kennisinstellingen, om bijvoorbeeld kennis te vergroten of invloed uit te oefenen op wetgeving, initiatieven en financiering. De koers en waarden die de provincie aangeeft worden vertaald naar en verankerd in de organisatie, mensen en systemen. Dat gebeurt op verschillende manieren, zoals het stellen van kaders, toetsing en toezicht. E
2
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
Na sectie '1.1.2.3 Weerbaar bestuur en organisatie' worden drie secties ingevoegd, luidende:
1.1.2.4 Organiseren van participatie Wat gaat de provincie doen? Belanghebbenden moeten actief betrokken worden bij de beslissingen die hen aangaan, daarom organiseert de provincie zelf participatie. Niet alleen wanneer dat door de Omgevingswet wordt verplicht zoals bij beleidsinstrumenten als een Omgevingsvisie of een Projectbesluit, maar overal waar de provincie beslissingen maakt die belanghebbenden raken en zo vroeg mogelijk in de beleidscyclus. Bij elk participatietraject georganiseerd door de provincie wordt rekening gehouden met 4 participatieprincipes en de regels uit onze Participatieverordening. Ook zet de provincie in op het gebruik en de ontwikkeling van digitale participatiemiddelen waar dat relevant is.
Rol Presterend
Uitwerking Participatieprincipes De provincie heeft vier participatieprincipes vastgesteld waaraan zij zich altijd houdt bij de organisatie van participatietrajecten. Deze principes zijn tot stand gekomen met behulp van de opbrengsten uit participatiebijeenkomsten met onder andere inwoners, maatschappelijke organisaties en medeoverheden. De principes zijn als volgt: Aanpak bepalen op basis van het vraagstuk De provincie bepaalt vanuit de inhoud van het vraagstuk wat de doelen zijn van een participatietraject en welke aanpak daar het beste bij past. De gekozen methode moet dus echt aansluiten bij het vraagstuk. Bovendien wordt alleen een participatietraject gestart als het vraagstuk zich leent voor participatie. In dat geval is er voldoende juridische ruimte, is er beïnvloedingsruimte voor participanten, is er voldoende tijd, capaciteit en geld beschikbaar en is er bestuurlijke dekking. Wanneer participatie georganiseerd wordt is het verplicht om een participatieplan op te stellen. In een aantal gevallen organiseert de provincie geen participatie. Deze gevallen en andere voorwaarden staan beschreven in de Participatieverordening.
Aandacht voor verschillende perspectieven Bij de inrichting van een participatietraject wordt altijd stilgestaan bij de diversiteit van perspectieven op een vraagstuk en zet de provincie zich in voor het meewegen van zoveel mogelijk verschillende standpunten. Dat betekent ook dat de provincie probeert waar dat relevant is groepen te betrekken die zichzelf niet kunnen vertegenwoordigen en onderzoekt of en hoe deze groepen het beste een stem kunnen krijgen. Daarnaast houdt de provincie rekening met inclusie. Dit houdt in dat er maatwerk geleverd kan worden om deelnemers te betrekken op een manier die past bij persoonlijke omstandigheden. Door aandacht te hebben voor het betrekken van een diverse groep deelnemers met verschillende perspectieven zorgt de provincie voor een rechtvaardiger proces en weloverwogen belangenafweging. Heldere communicatie en verwachtingsmanagement Een succesvol participatietraject kan niet zonder goede informatievoorziening voor- tijdens- en achteraf. Om een weloverwogen mening te geven over een vraagstuk is het belangrijk dat deelnemers over voldoende informatie en ondersteuning beschikken. Daarom deelt de provincie altijd informatie over het vraagstuk op een manier die aansluit bij de doelgroep. Hierbij zorgt de provincie altijd voor een duidelijk vindbaar aanspreekpunt.
3
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
Naast inhoudelijke informatie deelt de provincie ook informatie over het proces, belangrijke gebeurtenissen en de opvolging van de participatieopbrengst. De provincie is hierin helder, eerlijk en transparant. Na een participatietraject volgt altijd een terugkoppeling. Samen leren De provincie zet in op een sterke en participatieve monitoring- en evaluatiestrategie. Door te leren van participatietrajecten kan de provincie haar samenwerkingen verbeteren en horen waar het beter kan. Evaluatie is geen éénmalige gebeurtenis, maar een doorlopend proces waar al vroeg over wordt nagedacht. De provincie evalueert regelmatig samen met belanghebbenden en speelt tijdig in op veranderende omstandigheden en behoeften. De uitkomsten van een evaluatie worden gedeeld in een participatieverslag achteraf, zoals beschreven in de Participatieverordening. Door de verkregen inzichten vergroot de provincie haar kennis en verbetert zij haar werkwijze. Participatie bij instrumenten omgevingswet Voor de vijf onderstaande instrumenten van de Omgevingswet die relevant zijn voor de provincie gelden verschillende regels over participatie. Per instrument zijn er verschillende verplichtingen als het gaat over participatie. Deze zijn als volgt: Instrument
Regels
Omgevingsvisie
•
Motiverings-plicht¹
•
Participatie-principes
•
Participatieplan
•
Participatie-verslag
•
Motiverings-plicht¹
•
Participatie-principes
•
Participatieplan
•
Participatie-verslag
•
Motiverings-plicht¹
•
Participatie-principes
•
Participatieplan
•
Participatie-verslag
•
Kennisgeving Participatie²/
Programma
Omgevingsverordening
Projectbesluit
participatieplan
Omgevingsvergunning
4
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
•
Motiverings-plicht¹
•
Participatie-principes
•
Participatie-verslag
Zie 3.2 Kaderstelling Omgevingsvergunningen Initiatiefnemer geeft aan of en zo ja, hoe diegene aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. Het bevoegd gezag, mogelijk de provincie, stimuleert participatie en betrekt deze infor-
29 oktober 2025
Wie is verantwoordelijk voor het naleven van de participatieregels?
Juridische basis
GS
Omgevingsbesluit (art. 10.7) Participatieverordening
GS
Omgevingsbesluit (art. 10.8). Participatieverordening
GS
Omgevingsbesluit (art. 10.3 a) Participatieverordening
GS – Als een ander dan het bevoegd gezag initiatiefnemer is, kan het participatietraject wel een gezamenlijke actie zijn. GS en de initiatiefnemer bepalen samen de rolverdeling waarbij GS in principe uiteindelijk beslist. GS geeft in de kennisgeving participatie aan wat de rolverdeling is.
Omgevingswet (art. 5.47, 5.48 en 5.51) Omgevingsbesluit (art. 5.3 en 5.5) Participatieverordening
Initiatiefnemer
Omgevingswet (art. 16.55) Omgevingsregeling (art.7.4) Participatieverordening
matie bij de integrale belangenafweging.
¹ GS geeft bij het besluit aan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding, wat de resultaten daarvan zijn en hoe invulling is gegeven aan de participatieprincipes. ² GS is verplicht om uiterlijk bij de start van de verkenning voor het projectbesluit een ‘kennisgeving participatie’ te publiceren. Deze kennisgeving moet voldoen aan dezelfde eisen als het participatieplan. Bij de verkenning mag iedereen mogelijke oplossingen aandragen voor de beschreven opgave. Degene die dit doet, kan GS vragen om daarover advies te vragen aan een onafhankelijk deskundige. Digitale participatiemiddelen onderzoeken Omdat digitale middelen voor participatie nog in de kinderschoenen staan en zich volop ontwikkelen, voert de provincie onderzoek uit naar welke digitale tools geschikt zijn voor verschillenden doeleinden. Hierbij is ook aandacht voor privacy, de veiligheid van data en de uitlegbaarheid van de resultaten van digitale middelen. Daarnaast wordt onderzocht hoe het digitale stelsel omgevingswet (DSO) en de provinciale websites in de toekomst meer ruimte kan bieden aan participatie. Gezamenlijk inkopen, inzetten en ontwikkelen digitale participatiemiddelen De provincie zet in op het gezamenlijk optrekken met medeoverheden als het gaat om de inkoop, inzet en ontwikkeling van digitale participatiemiddelen.
Hiermee worden de processen- en presentatie van verschillende overheden op elkaar afgestemd. Het gebruiksgemak van digitale middelen voor participanten verbetert wanneer zij bij verschillende overheden dezelfde participatieprocessenen presentatie herkennen. Daarnaast zorgt die uniformiteit voor efficiënt werken, het gemakkelijk borgen van kennis en het gemakkelijker vergelijken van resultaten van digitale participatie. Omgaan met kunstmatige intelligentie Hoewel de provincie momenteel weinig ervaring heeft met digitale participatiemiddelen die gebruik maken van kunstmatige intelligentie (ook wel AI genoemd) zal dit in de toekomst waarschijnlijk vaker voorkomen. Digitale middelen gebruiken namelijk in toenemende mate complexe algoritmen, modellen en soms kunstmatige intelligentie waardoor de uitlegbaarheid van resultaten onder druk komt te staan. Wanneer dit soort digitale middelen worden gebruikt dienen er extra stappen genomen te worden op het gebied van verantwoording en registratie zoals voorgeschreven in de AI-wet van de EU. Hiermee zorgen we ervoor dat de uitkomsten van digitale participatieprocessen ten alle tijden uitlegbaar en navolgbaar blijven.
1.1.2.5 Participatie bij Omgevingsvergunningen Wat gaat de provincie doen? Participatie is een belangrijke pijler van de Omgevingswet. Niet alleen bij beleidsinstrumenten zoals een Omgevingsvisie of een Omgevingsverordening waarbij de provincie zelf wordt geacht participatie te organiseren, maar óók voor initiatiefnemers die voor een activiteit in de leefomgeving een Omgevingsvergunning willen aanvragen. Met deze kaderstelling geeft de provincie invulling aan hoe zij omgaat met participatie bij omgevingsvergunningen.
Rol Responsief
Uitwerking Bevorderen van participatie bij Omgevingsvergunningen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning dienen initiatiefnemers aan te geven of en zo ja op welke manier zij de omgeving op voorhand hebben betrokken. De verantwoordelijkheid voor het inrichten van participatie bij de omgevingsvergunning ligt bij de initiatiefnemer.
5
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
De provincie vindt het belangrijk dat er goede participatie wordt georganiseerd wanneer er sprake is van activiteiten die (mogelijk) grote invloed hebben op de leefomgeving. Bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning - één van de instrumenten uit de Omgevingswet – geldt een inspanningsverplichting voor initiatiefnemers. Initiatiefnemers dienen aan te geven of en zo ja op welke manier zij de omgeving op voorhand hebben betrokken. De provincie verwacht van initiatiefnemers van een Omgevingsvergunning een gedegen participatietraject met hierbij een participatieplan en –verslag. Om dit te bevorderen zal de provincie samen met de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten hulpmiddelen bieden aan initiatiefnemers zodat zij participatie op een zorgvuldige manier kunnen organiseren. De provincie hanteert het eigen participatiebeleid als beoordelingskader voor de kwaliteit van participatietrajecten. Wanneer de provincie zelf initiatiefnemer is houdt de provincie zich aan de eigen voorwaarden voor participatie. Bevorderen van participatie bij BOPA’s Bij een BOPA (omgevingsplanactiviteit die buiten het Omgevingsplan valt) zijn gemeenten bevoegd gezag voor de verstrekking van een omgevingsvergunning. Wanneer zo’n activiteit echter specifiek provinciaal belang raakt1 heeft de provincie adviesbevoegdheid.
Dat betekent dat de provincie in die gevallen gemeenten mag adviseren over de vergunningverlening. De provincie stimuleert gemeenten in die gevallen om participatie mee te nemen in de afweging voor de vergunningverlening. De provincie kan, indien gewenst, hulpmiddelen aanbieden aan gemeenten zodat participatie op een zorgvuldige manier kunnen organiseren.
1.1.2.6 Meer ruimte maken voor ideeën vanuit de maatschappij Wat gaat de provincie doen? De provincie staat open voor deze ideeën en initiatieven uit de samenleving en wil daar meer ruimte voor maken. Dit doet de provincie door: • Een ‘ja, mits’- houding. De provincie is altijd behulpzaam en kijkt samen met de initiatiefnemer naar wat er mogelijk is, óók wanneer er op het eerste gezicht misschien belemmeringen voor het initiatief zijn. • Regelmatig thematische oproepen te doen om maatschappelijke initiatieven te bevorderen • Onderzoek te doen naar de processen rond participatievragen van buitenaf en te kijken hoe die kunnen verbeteren. • Duidelijke en vindbare informatievoorziening
Rol Responsief
Uitwerking Vanuit de samenleving ontstaan er allerlei goede ideeën, of maatschappelijke initiatieven. Een maatschappelijk initiatief is een door burgers, maatschappelijke organisaties of informele samenwerkingsverbanden gedragen voorstel of activiteit, zonder winstoogmerk, dat een maatschappelijk doel dient en bijdraagt aan de leefomgeving, sociale samenhang of duurzaamheid binnen de provincie. Een maatschappelijk initiatief is een plan of idee van inwoners, maatschappelijke organisaties of groepen mensen, zonder winstoogmerk. Het initiatief heeft een maatschappelijk doel en draagt bij aan de leefomgeving, sociale verbondenheid of duurzaamheid in de provincie. Binnen het begrip ‘maatschappelijk initiatief’ onderscheidt de provincie twee bijzondere vormen met aparte voorwaarden, namelijk het Burgerinitiatief en het Uitdaagrecht. Burgerinitiatief: Onderwerp op de agenda van Provinciale Staten plaatsen De provincie vindt het belangrijk dat inwoners, maatschappelijke organisaties en/of bedrijven onderwerpen en ideeën laagdrempelig op de agenda van Provinciale Staten kunnen plaatsen wanneer deze van maatschappelijk belang zijn. Via het Burgerinitiatief kunnen deze ideeën worden ingediend. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
6
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
• • •
Onderwerpen mogen gaan over een plan, project, regelgeving van de provincie of over een losstaand onderwerp dat aandacht verdient Onderwerpen mogen niet korter dan een jaar geleden zijn behandeld door Provinciale Staten, tenzij er aantoonbaar sprake is van nieuwe feiten en inzichten Er is aantoonbaar maatschappelijk draagvlak voor het initiatief in de vorm van 500 handtekeningen
Uitdaagrecht: Uitvoerende provinciale taak overnemen Met het uitdaagrecht kunnen inwoners de overheid verzoeken om de uitvoering van een taak over te nemen, al dan niet met bijhorend budget, omdat zij deze taak beter of goedkoper kunnen uitvoeren. Bij gebruik van het uitdaagrecht laat de overheid zien dat zij de uitvoering van een overheidstaak aan een georganiseerde groep inwoners of maatschappelijke partij toevertrouwt. Dit gaat over uitvoerende taken van de provincie zoals het onderhoud van natuur, bruggen en bijvoorbeeld behoud van cultureel erfgoed. De provincie blijft dus de verantwoordelijke voor de opdracht. Voorwaarden • De uitdaging gaat in op uitvoerende taken van de provincie • De uitdaging kan door de indiener zelf, structureel uitgevoerd worden • Veiligheid is gegarandeerd • De indiener is georganiseerd in een rechtsvorm zoals een stichting • De uitdaging biedt maatschappelijke meerwaarde Verdere specificering van de voorwaarden is te vinden in de Participatieverordening. Financiering Het uitdaagrecht vergt maatwerk. De provincie kijkt samen met de uitdager hoe (financiering van) de uitdaging het best kan worden vormgegeven. Een uitdaging kan worden bekostigd vanuit een subsidie, of met behulp van een opdracht.
Afhankelijk van de hoogte van de kosten van het initiatief en de vormgeving van de samenwerking, is subsidierecht of aanbestedingsrecht vanzelfsprekend aan de orde. In alle gevallen worden initiatiefnemers meegenomen bij de vormgeving van de samenwerking. Aanbestedingsprocedure en Europese aanbesteding De provincie hecht veel waarde aan maatschappelijke initiatieven en neemt maatschappelijke meerwaarde altijd mee in de opdracht of de keuzes die gemaakt worden bij een aanbestedingsprocedure. Wanneer de kosten voor het maatschappelijk initiatief boven de Europese drempelbedragen voor aanbesteden liggen, moet er een Europese aanbestedingsprocedure worden gestart conform Europese wet- en regelgeving. F Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Beleidsdoel 1-21.2 Sterke Samenleving G Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
1-21.2 Sterke Samenleving H Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Maatregelen van 1-21.2 Sterke Samenleving
7
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
I Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Beleidsdoel 2-12.1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen J De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2-12.1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen De provincie streeft naar een goede bereikbaarheid voor iedereen, zodat mensen veilig, duurzaam en vlot naar school, werk, vrienden, winkels en andere voorzieningen kunnen reizen of goederen kunnen vervoeren. Daartoe zorgt de provincie voor een goed functionerende en verkeersveilige provinciale infrastructuur, goed openbaar vervoer en stimuleert verkeersveiligveilig, gezond en duurzaam reisgedrag. De dalende trend in het aantal dodelijke verkeersslachtoffers is tot stilstand gekomen en het aantal ernstig gewonden in het verkeer stijgt. Voor de provincie is ieder verkeersslachtoffer er één te veel. Om die reden omarmt de provincie de landelijke ambitie van nul verkeersslachtoffers in 2050. De eerste stap is om de stijging van het aantal doden en ernstig gewonden de komende jaren om te buigen in een daling: elk jaar minder verkeersslachtoffers. De provincie werkt daar hard aan samen met regionale partners. Bij ruimtelijke ontwikkelingen streeft de provincie naar nabijheid van wonen, werken, voorzieningen en goed openbaar vervoer. De provincie stimuleert actieve vormen van vervoer zoals lopen en fietsen. Door de opmars van de elektrische fiets wordt vaker en verder gefietst. Dit verbetert de leefomgeving, verlaagt de filedruk op de wegen en bevordert de gezondheid van inwoners.
De provincie maakt gebruik van technologische ontwikkelingen om deze vormen van vervoer aantrekkelijker te maken en ook om de wegen beter te benutten. Veel dagelijkse verplaatsingen (zowel personenauto’s, vrachtwagens en bussen) maken immers gebruik van de wegen. Wegen zijn en blijven dus belangrijk voor een goede bereikbaarheid, in het bijzonder in landelijk gebied. K Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Maatregelen van 2-12.1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen L De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2.1.1.1 Bereikbaarheid door nabijheid Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de bereikbaarheid verbeteren door nabijheid van wonen, werken, voorzieningen en goed ov te verbeteren, zodat mensen niet lang hoeven te reizen omomdat de afstand naar hun bestemming te bereiken, voorkort is. Voor wie het kan en wil lopend of op de fiets, maar ook met ov en de auto. Om landelijk gebied aantrekkelijk te houden streven westreeft de provincie ook daar naar nabijheid van voorzieningen. Voor de bereikbaarheid blijft de auto een belangrijke rol spelen. De provincie ziet graag dat woningen en werklocaties zoveel mogelijk nabij voorzieningen en goed openbaar vervoer liggen. Dit geldt voor nieuwbouw, maar ook voor bestaande steden en dorpen. Zo hoeven mensen niet lang te reizen om hun bestemming te bereiken, voor wie het kan en wil lopend of op de fiets, maar ook met ov en de auto.
8
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
De provincie ziet graag dat nieuweDat vraagt om hogere dichtheden van woningen zoveelen waar mogelijk nabij voorzieningen en goed openbaar vervoer worden gebouwd. Dat vraagt om hogere dichtheden van woningenwerkgelegenheid nabij goed openbaar vervoer inclusief deelmobiliteit en een aantrekkelijke en veilige omgeving om te lopen en te fietsen. De provincie onderzoekt hoe dit verankerd kan worden in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid bijvoorbeeld in de omgevingsverordening en stimuleert gemeenten om dit ook te doen. De provincie controleert, door middel van een mobiliteitstoets, of gedurende alle ontwikkelfases van locatiekeuze, initiatieffase tot aan de planuitvoering rekening is gehouden met de gevolgen van woningbouwen aanvullende maatregelen vanwege gebiedsontwikkelingen op de bereikbaarheid op de weg, het spoor en het water, zodat de bewoners straks prettig wonen ènén hun bestemming goed mogelijk en met zo min mogelijk impact op de omgeving kunnen bereiken.
Rol Samenwerkend
Uitwerking De provincie beoordeelt per fase of de gevolgen voor de bereikbaarheid goed onderzocht zijn, zodat voortvloeiende maatregelen worden gefaseerd met, en gefinancierd door, de planontwikkeling. De provincie naar nabijheid van voorzieningen en het bevorderen van veilig en duurzaam mobiliteitsgedrag dat past bij de gebiedskenmerken. Ook wordt gekeken naar de gevolgen voor doorstroming rond knelpunten op het provinciale netwerk en (inpassing van) voortvloeiende infrastructurele maatregelen volgens het Handboek Ontwerp Criteria Wegen. Indien van toepassing ziet de provincie toe op het naleven van de parkeernormen en de realiseren van een goede ontsluiting voor fietsers (en wandelaars). In de planbeoordelingsfase wordt vanuit de omgevingsverordening op de bereikbaarheid getoetst. De provincie beoordeelt per ontwikkelfase bij gebiedsontwikkelingen, zoals woningbouwplannen, of de gevolgen voor de bereikbaarheid goed onderzocht zijn en onderdeel is van de locatiekeuze en planuitwerking. Hierdoor is tijdig inzicht of aanvullende maatregelen nodig zijn om (nieuwe) knelpunten op de weg, het spoor of het water te verbinden en hoe zij gefaseerd en gefinancierd kunnen worden vanuit de planontwikkeling. In de planbeoordelingsfase wordt vanuit de Omgevingsverordening op de bereikbaarheid getoetst.
De provincie kijkt of de ontwikkeling bijdraagt aan het verbeteren van de nabijheid van wonen, werk, voorzieningen en goed ov en het bevorderen van veilig en duurzaam mobiliteitsgedrag dat past bij de gebiedskenmerken. Ook wordt gekeken naar de gevolgen voor doorstroming op het provinciale netwerk en of voortvloeiende infrastructurele maatregelen volgens het Handboek Ontwerp Criteria Wegen gerealiseerd kunnen worden. Indien van toepassing ziet de provincie toe op goede voorzieningen voor lopen en fietsen,op het naleven van de parkeernormen en gevolgen voor goederen vervoerstromen over weg, spoor en water. M Sectie '2.1.1.3 Schonere mobiliteit' wordt geplaatst na sectie '2.1.1.1 Bereikbaarheid door nabijheid'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2.1.1.3 Schonere mobiliteit Wat gaat de provincie doen? Schoner vervoer met minder of geen uitstoot van schadelijke stoffen zoals CO2, stikstofdioxide en fijn stoffijnstof. De provincie wil bijdragen aan een betere leefbaarheid en het voorkomen vanminder klimaatverandering en werkt daarom samen met andere partijen aan schonere vormen van vervoer en de bijbehorende tank- en laadinfrastructuur. Door het doen vanDe provincie doet onderzoek en het ondersteunen bij het maken van Regionale Mobiliteitsprogramma’s of -plannenondersteunt regionale mobiliteitsprogramma’s en het realiseren van laadinfrastructuur–plannen. Door laadinfrastructuur aan te leggen, via de Regionale Agenda Laadinfrastructuur (RAL), wordt de overgang naar batterij-elektrisch én waterstof-elektrisch gefaciliteerdop weg geholpen.
Rol Samenwerkend
9
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
Uitwerking De provincie werkt samen met het rijk, gemeenten, regio's, markt, kennisinstituten en inwoners en zorgt met name voor verbinding en stimuleert en faciliteert ideeën om mobiliteit schoner te maken. N Sectie '2.1.1.4 Slimmere mobiliteit & digitalisering' wordt geplaatst na sectie '2.1.1.3 Schonere mobiliteit'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2.1.1.4 Slimmere mobiliteit & digitalisering Wat gaat de provincie doen? Slimmere mobiliteit omkan ervoor zorgen dat het regionale mobiliteitssysteem (weg, water, spoor, OV, fiets, lopen) beter benutten en zo het verkeer schoner en veiliger te organiserenbenut wordt. Met de grote woningbouwopgave in de regio de vervangingsopgave op onze wegenhoeveelheid nieuwbouw, wegonderhoud en het beperkte inzet van middelengeld worden de mogelijkheden om extra infrastructuur aan te leggen steeds beperkter. Met slimmereslimme mobiliteit &en digitalisering kijken wekijkt de provincie naar de mogelijkheden van nieuwe, digitale en innovatieve (data-)oplossingen om onshet mobiliteitssysteem nog efficiënter te organiseren.
Rol Presterend
Uitwerking Weg- en vaarweg gebruikersvaarweggebruikers gebruiken steeds vaker digitale systemen om hun weg te vinden en worden steeds afhankelijker van het digitaal communiceren over bijvoorbeeld wegwerkzaamheden, maximumsnelheden, schoolzones en brugopeningen. De Provincieprovincie werkt samen met ruim 50 wegbeheerders in de regio, de MRDH, Zuid-Holland Bereikbaar en het rijkRijk aan op orde krijgen en houden van slimme mobiliteitsoplossingen in de regio. De stip op de horizonHet doel is een veilig, slim en duurzaam verkeersverkeer- en vervoersysteem waarvan de verschillende mobiliteitsnetwerken nog beter worden benut. Weggebruikers beschikken over voorspellende en actuele informatie over de verkeerssituatie, de rij- of vaartaak wordt verder geautomatiseerd en voertuigen communiceren met elkaar, de infrastructuur en andere verkeersdeelnemers en. Zij kunnen zo direct op deze informatie anticiperen. Deze ontwikkeling speelt zich af in de volle breedte van het mobiliteitssysteem. De uitkomst: gebruikers maken schonere en slimmere verplaatsingskeuzes met behulp van slimme technologie. O Sectie '2.1.1.5 Stimuleren bewust mobiliteitsgedrag' wordt geplaatst na sectie '2.1.1.4 Slimmere mobiliteit & digitalisering'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2.1.1.5 Stimuleren bewust mobiliteitsgedrag Wat gaat de provincie doen? Het wordt steeds drukker op wegen en fietspaden en grootschalig onderhoud gaat voor hinder en files zorgen. Om de mobiliteitsgroei op te kunnen vangen wil de provincie daarom mensen positief verleiden om andere vormen van vervoer te gebruiken zoals fiets en openbaar vervoer, buiten de spits te reizen of om bijvoorbeeld thuis te werken. Hierdoor wordt alle infrastructuur zo optimaal mogelijk wordt benut en files geminimaliseerd.
Rol Samenwerkend
10
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
Uitwerking In het samenwerkingsverband Zuid-Holland Bereikbaar werkt de provincie samen met andere infrastructuurbeheerders en hun opdrachtgevers in Zuid-Holland en met grote bedrijven, vervoerders, brancheorganisaties, belangenverenigingen en lokale overheden. Er wordt ingezet op gezamenlijke en samenhangende programmering van werkzaamheden om zo de hinder te minimaliseren. Tijdens werkzaamheden vindt verkeersmanagement plaats en worden alternatieven aangeboden, afgestemd op het desbetreffende gebied en de gebruikers om de hinder te verminderen. Daarbij wordt de onvermijdelijke overlast door noodzakelijke (onderhouds)werkzaamheden als kans benut om gedrag van reizigers structureel te veranderen. P Sectie '2.1.1.6 Vaker en verder fietsen door meer mensen' wordt geplaatst na sectie '2.1.1.5 Stimuleren bewust mobiliteitsgedrag'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2.1.1.6 Vaker en verder fietsen door meer mensen Wat gaat de provincie doen? Inwoners en bezoekers van Zuid-Holland makengebruiken vaker gebruik van de (elektrische) fiets en leggen langere afstanden met de fiets af in het dagelijks en recreatief gebruik en als onderdeel van een reis met het openbaar vervoer. De provincie volgt het fietsgebruik en onderzoekt samen met gemeenten en regio’s hoe het gebruik van de fiets kan toenemen. De voorbereiding en uitvoering van fietsprojecten is onderdeel van de beleidskeuzes ‘Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen’ en ‘Realisatie provinciale infrastructuurprojecten’.
Rol Samenwerkend
Uitwerking De provincie doet onderzoek naar een veilig en aantrekkelijk provinciaal (hoofd-) fietsnetwerk en specifiek de ontwikkeling van doorfietsroutes naar de grote steden en de combinatie van fietsen en het gebruik van openbaar vervoer. Betere ketenvoorzieningen dragen bij aan de overstap tussen fiets en het openbaar vervoer. De provincie kijkt daarbij ook naar inrichting van de omgeving en mogelijkheden om fietsers voorrang te geven bij kruispunten. De provincie streeft naar een dekkend netwerk van doorfietsroutes naar de Zuid-Hollandse steden. Daartoe verricht de provincie onderzoek en geeft ondersteuning aan gemeenten. Uitvoering gebeurt samen met onder andere gemeenten en waterschappen. Zuid-Holland brengt de kwaliteit en de veiligheid van het provinciaal hoofd-) fietsnetwerk in beeld. De uitkomsten hiervan geven inzicht in de bestaande aantrekkelijkheid en veiligheid van het netwerk en maatregelen die het netwerk verbeteren, zodat inwoners en bezoekers gestimuleerd worden om meer te gaan fietsen. Betere overstapvoorzieningen dragen bij aan de overstap tussen fiets en het openbaar vervoer. De provincie subsidieert niet alleen fietsparkeerplekken, maar brengt ook de veiligheid en aantrekkelijkheid van routes naar de overstapvoorzieningen in beeld.
Om het aantrekkelijk en veilig te maken om te fietsen in nieuwbouwgebieden, ontwikkelt de provincie een handleiding voor fietsvriendelijk ingerichte woon- en werklocaties. Q Sectie '2.1.1.7 Veilig gedrag in het verkeer' wordt geplaatst na sectie '2.1.1.6 Vaker en verder fietsen door meer mensen'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2.1.1.7 Veilig gedrag in het verkeer Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de stijging van het aantal dodelijke verkeersslachtoffers om te buigenombuigen in een daling. De provincie vindt ieder verkeersslachtoffer er één te veel en streeft naar elk jaar
11
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
minder verkeersslachtoffers en nul verkeersslachtoffers in 2050. De provincie werkt samen met regionale partners om verkeersveilig gedrag te stimuleren door middel van educatie en voorlichting en onderhoudt contact met politie politie en het Openbaar Ministerie (OM) over handhaving. Het verkeersveiliger maken van infrastructuur door provinciale projecten of projecten van anderen is onderdeel van de beleidskeuzes ‘Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen’ en ‘Realisatie provinciale infrastructuurprojecten’. Het veilig houden van bestaande infrastructuur is onderdeel van de beleidskeuze beheer en onderhoud op orde.
Rol Presterend
Uitwerking De provincie werkt samen met Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), gemeenten, waterschappen, Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid Zuid-Holland (ROVZH), Openbaar Ministerie, politie en maatschappelijke organisaties zoals de ANWB, VVNVeilig Verkeer Nederland en de Fietsersbond aan een veilige infrastructuur, verkeerseducatie, voorlichting en handhaving. Naast de rol presterende overheid hebben we ook de rol samenwerkende overheid. R Sectie '2.1.1.8 Bevorderen Lopen' wordt geplaatst na sectie '2.1.1.7 Veilig gedrag in het verkeer'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2.1.1.8 Bevorderen Lopen Wat gaat de provincie doen? Provincie Zuid-HollandDe provincie streeft samen met gemeenten en andere partners ernaar dat mensen veilig en aantrekkelijk kunnen lopen naar hun dagelijkse voorzieningen en het openbaar vervoer. Provincie en gemeenten bevorderen daarmeeDe provincie bevordert lopen als actieve vervoerswijze ter bevordering van dedie bereikbaarheid, leefbaarheid en gezondheid verbetert. Dit doet zij door gemeenten te ondersteunen bij het ontwikkelen en realiseren van hun voetgangersbeleid.
Rol Samenwerkend
Uitwerking Provincie Zuid-Holland werkt samen met gemeenten en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag ( MRDH) aan een loopvriendelijke openbare ruimte waarin meer mensen meer lopen. Dit draagt bij aan de volksgezondheid, de bereikbaarheid, leefbaarheid en de mogelijkheden tot stedelijke verdichting, vergroening en verduurzaming. Dit alles vertaalt zich in een positieve bijdrage aan de brede welvaart in Zuid-Holland. Lopen is schoon, stil en veilig voor de omgeving en vergt vergeleken met andere vormen van verplaatsing de minste ruimte, energie en grondstoffen. Een loopvriendelijke openbare ruimte draagt bij aan het beperken van energiegebruik en de stikstofuitstoot, wat verdere economische ontwikkeling en woningbouw beter mogelijk maakt. Loopvriendelijke openbare ruimte draagt ook bij aan ontmoeting, welzijn en sociale samenhang. Ook de economie profiteert, wat zich o.a. vertaalt in hogere omzetten en vastgoedwaarden. Vanuit de provinciale opgaven voor gezondheid, bereikbaarheid, ruimte en recreatie, toerisme en sport werken we samen aan een loopvriendelijke openbare ruimte. De provincie werkt samen met gemeenten en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) aan voetgangersvriendelijke straten waarin meer mensen meer lopen en aangenaam kunnen verblijven. Dit draagt bij aan de volksgezondheid, bereikbaarheid, vergroening en verduurzaming.
Lopen is schoon, stil en veilig voor de omgeving en vergt vergeleken met andere vormen van verplaatsing de minste ruimte, energie en grondstoffen. Ook draagt een voetgangersvriendelijke omgeving bij aan ontmoeting, welzijn en sociale samenhang. Ook de lokale economie profiteert van meer voetgangers, want in straten met meer voetgangers gaan omzetten en vastgoedwaarden omhoog.
12
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
S Sectie '2.1.2.1 Deelmobiliteit & publiek vervoer' wordt geplaatst na sectie '2.1.1.8 Bevorderen Lopen'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2.1.2.1 Deelmobiliteit & publiek vervoer Wat gaat de provincie doen? De provincie wil dat andere vormen van vervoer de bereikbaarheid van een gebied of de keuze van de reiziger vergrootvergroten en dat het vervoer beter aansluit bij wensen van mensen. Kleine kernen en steden moeten met het openbaar vervoer toegankelijk blijven. Denk aan flexvervoer (taxibusjes), deelvervoer (deelfietsen, deelauto’s) en meerijden (carpoolen, liften). Samen met het openbaar vervoer heet dit ‘publiek vervoer’. Zo stimuleert de provincie deelfietsen bij (hoogwaardige) haltes om bestemmingen die 1 tot 3 kilometer van de halte of station liggen beter bereikbaar te maken.
Rol Presterend
Uitwerking De provincie onderzoekt op welke manier het mogelijk is om een tussenvorm te creëren tussen een lijndienst en vraagafhankelijk vervoer en gaat hiervoor in overleg met de reizigers en ondernemers om te inventariseren welke wensen leven. Op basis van deze inbreng wordt bepaald hoe het aanbod van vervoer aantrekkelijker kan worden. De provincie zet zich verder in om voor gehandicapten en mindervaliden te komen tot één nationaal ov-reisassistentiesysteem. Naast de rol presterende overheid heeft de provincie ook de rol van samenwerkende overheid T Sectie '2.1.2.2 Goed en schoon regionaal openbaar vervoer' wordt geplaatst na sectie '2.1.2.1 Deelmobiliteit & publiek vervoer'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2.1.2.2 Goed en schoon regionaal openbaar vervoer Wat gaat de provincie doen? De provincie is verantwoordelijk voor het aanbieden van het regionaal openbaar vervoer in ZuidHolland buiten de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De provincie exploiteert hiervoor twee spoorlijnen: de MerwedeLingelijn (van Dordrecht, via Gorinchem naar Geldermalsen) en de Treindienst Alphen aan den Rijn – Gouda. De provincie besteedt openbaar vervoer concessiesopenbaarvervoerconcessies over de weg, het water en over bovengenoemde spoorlijnen aan. OmDe drempel om het openbaar vervoer waar mogelijk een volwaardig alternatief te laten zijn voor de auto,gebruiken moet de drempel om het te gebruiken zo laag mogelijk zijn. De provincie zorgt via eisen aan de vervoerders dat het openbaar vervoer makkelijk en begrijpelijk in gebruik is, met goede actuele reisinformatie, eenvoudige en betaalbare tarieven in een netwerk waarbij verbindingen op elkaar aansluiten.
Rol Presterend
Uitwerking De provincie onderzoekt en realiseert nieuwe snelle, frequente, en betrouwbare lijnen (R-net). Aanpassingen aan provinciale infrastructuur en bijdragen aan projecten van anderen zoals weg, spoor en haltes zijn onderdeel van de beleidskeuzes ‘Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen’ en ‘Realisatie provinciale infrastructuurprojecten’.
13
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
Werkingsgebied: Heel Zuid-Holland en voor wat betreft de concessies gaat het over de concessiegebieden: • Goeree-Overflakkee en Hoeksche Waard • Zuid-Holland Noord • Drechtsteden Molenlanden Gorinchem • Treindienst Alphen aan den Rijn – Gouda • Personenvervoer over Water Rotterdam - Drechtsteden U Sectie '2.1.2.3 Snel internationaal openbaar vervoer en optimaal hoofdrailnet van het rijk' wordt geplaatst na sectie '2.1.2.2 Goed en schoon regionaal openbaar vervoer'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2.1.2.3 Snel internationaal openbaar vervoer en optimaal hoofdrailnet van het rijk Wat gaat de provincie doen? De provincie is groot voorstander van goede, snelle en betaalbare internationale treinverbindingen vanuit onze provincie met andere Europese steden en sluiten ons. De provincie sluit zich daarom aan bij bestaande lobbytrajecten en initiatieven daartoe. De doelstelling is dat de trein de eerste keuze wordt bij reizen tot 750 km. Een goed functionerend hoofdrailnet is cruciaal voor de bereikbaarheid van Zuid-Holland. Zowel voor de verplaatsingen binnen de provincie als verbindingen naar buiten de provincie speelt dit hoofdrailnet een belangrijke rol. Een groot deel van de provinciale woningbouwopgavegeplande woningbouw vindt plaats in de directe omgeving vanvlak bij stations. De provincie streeft naar een frequent, snel en betrouwbaar systeem, waarbij plek is voor hoogfrequente sprinters, en intercity’s en meer stations.
Rol Samenwerkend
Uitwerking De provincie is niet het bevoegd gezag over het hoofdrailnet en werkt daarom samen met andere decentrale overheden als gemeenten, de MRDH en, de verschillende regio’s en het Rijk aan voorstellen om het hoofdrailnet te verbeteren. Via het MIRT-programma werkt de provincie mee aan diverse projecten van anderen. De infrastructuurprojecten zijn onderdeelhet ministerie van de beleidskeuze ‘Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragenInfrastructuur en Waterstaat werkt de provincie mee aan projecten van anderen’diverse projecten. V Sectie '2.1.3.1 Inzet op digitalisering' wordt geplaatst na sectie '2.1.2.3 Snel internationaal openbaar vervoer en optimaal hoofdrailnet van het rijk'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2.1.3.1 Inzet op digitalisering Wat gaat de provincie doen? De provincie wil dat de regionale (vers)logistieke sector meer datagericht gaat werken en digitalisering gebruikt bij de gewenste optimalisering van goederenstromen via ladingverschuiving en op regionale hubs. Digitalisering kan een belangrijke rol gaan vervullen in het inzichtelijk maken van vervoersstromen waardoor efficiency van transportmodaliteiten verhoogd kan worden. Daarnaast kan digitalisering zorgen voor efficiënter gebruik van ligplaatsen en walstroomvoorzieningen en het gebruik van de kunstwerken op de vaarwegen. Dit kan zorgen voor minder onnodige vervoersbewegingen en verminder van brandstofgebruik en uitstoot van schadelijke stoffen door minder hard varen. Voor de goederenvervoercorridors werkt de provincie met diverse partijen samen aan digitaliseringsinitiatieven. De provincie faciliteert innovatief onderzoek en werk mee aan pilots om te ontdekken
14
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
wat autonoom rijden en varen kunnen betekenen voor de verdere ontwikkeling van logistieke stromen binnen de provincie en langs belangrijk transportcorridors. Voor vervoer over water stimuleert de provincie innovatieve initiatieven, zoals SMASH (geautomatiseerd varen) en CAT4Yards (de ontwikkeling van geautomatiseerd wegtransport).
Rol Samenwerkend
Uitwerking Binnen de goederenvervoercorridors werkt de provincie samen met diverse partijen aan digitaliseringsinitiatieven die zorgen voor nieuwe digitale toepassingen. Voor de (on)mogelijkheden die autonoom rijden en varen bieden voor de doorontwikkeling van logistieke stromen binnen de provincie en langs corridors zal de provincie faciliteren in innovatief onderzoek en meewerken aan pilots. Voor vervoer over water stimuleert de Provincie het innovatie initiatief van SMASH (Smart Shipping) en daarmee de relatie met eigen vaarwegbeheer. De provincie wil dat de regionale sector voor het vervoer van verse producten meer datagericht gaat werken en digitalisering gebruikt om goederenstromen te verbeteren. Digitalisering kan een belangrijke rol vervullen in het inzichtelijk maken van vervoersstromen. Daardoor kunnen vervoerswijzen en regionale hubs efficiënter ingezet worden. Ook speelt digitalisering een rol bij het gerichter faciliteren van vervoerstromen die bijdragen aan de ruimtelijk-economische visie en aan een duurzame en circulaire economie. Daarnaast maakt digitalisering efficiënter gebruik van ligplaatsen en walstroomvoorzieningen en het passeren van beweegbare bruggen en sluizen op de vaarwegen mogelijk. Dit zorgt voor minder onnodige vervoersbewegingen, minder brandstofgebruik en minder uitstoot van schadelijke stoffen.
W Sectie '2.1.3.2 Versterken en veilig houden van goederencorridors' wordt geplaatst na sectie '2.1.3.1 Inzet op digitalisering'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2.1.3.2 Versterken en veilig houden van goederencorridors Wat gaat de provincie doen? De provincie wil goederenstromen optimaliseren en werkt hiervoor samen met partners binnen en buiten de provincie aan bijvoorbeeld veilig truck parkeren, beschikbaarheid van schone brandstoffen (weg en water), bundeling van goederenstromen. De provincie wil goederenstromen optimaliseren en gericht toewerken naar een toekomstbestendige economie met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid. Ze geeft voorrang aan een duurzame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde. De provincie zet in op het creëren van hubs, denk aan veilig truck parkeren, schone laadinfrastructuur en koelopslag. Daarnaast zet de provincie in op digitalisering, bijvoorbeeld voor het bundelen van goederenstromen. En het stimuleren van vervoer via spoor, water en buis voor o.a. bouw, afval en stadslogistiek. Inzet hierbij is: 1. het creëren van hubs (voor onder andere veilig truck parkeren, schone laadinfrastructuur en koelopslag voor verstransport), 2. digitalisering voor bijvoorbeeld bundeling van goederenstromen 3. ladingverschuiving via spoor, water en buis, met aandacht voor bouw-, afval- en stadslogistiek. De provincie werkt hiervoor samen met partners binnen en buiten de provincie.
Rol Samenwerkend
Uitwerking Het aanpassen van provinciale infrastructuur of het bijdragen aan projecten van anderen op de goederencorridors zijnis onderdeel van de beleidskeuzes ‘Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen’ en ‘Realisatie provinciale infrastructuurprojecten’.
15
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
X Sectie '2.1.1.2 Modal shift, regionale hubs en zero emissie' wordt geplaatst na sectie '2.1.3.2 Versterken en veilig houden van goederencorridors'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2.1.1.22.1.3.3 Modal shift, regionale hubs en zero emissie Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de verwachte groei in de logistieke sector en gevolgen van de grote onderhoudswerkzaamheden rondom Rotterdam in goede banen leiden. Door de ontwikkeling van regionale hubs voor haven-, vers, stads en bouwlogistiek te stimuleren wordt de verschuiving van lading naar relatief duurzame vervoerwijzen, zoals binnenvaart, buisleidingen en spoor gefaciliteerd. Hiermee wordt de weginfrastructuur ontlast en de uitstoot van schadelijke stoffen beperkt. De provincie wil daarnaast de transitie naar schoon vervoer helpen versnellen en faciliteert initiatieven die bijdragen aan de transitie naar (nagenoeg) geen uitstoot van schadelijke stoffen en opgeschaald kunnen worden.
Rol Samenwerkend
Uitwerking De provincie werkt samen met het regionale bedrijfsleven via logistieke makelaars en met regionale partners en Zuid-Holland Bereikbaar. De provincie anticipeert op groei in de logistieke sector en drukte op de wegen als gevolg van de vele onderhoudswerkzaamheden rondom Rotterdam. In samenwerking met lokale partners probeert zij dit in goede banen te leiden. Bij het zoeken naar oplossingen geeft zij voorrang aan een toekomstbestendige en dus duurzame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde.
Rol Samenwerkend
Uitwerking De provincie stimuleert de verschuiving van lading van de weg naar duurzame vervoerwijzen via spoor, water en buis, zowel internationaal als voor het laatste stuk van de reis. De provincie moedigt ook de ontwikkeling aan van regionale hubs voor haven-, vers-, stads- en bouwlogistiek. Dit ontlast de weg ontlast en beperkt de uitstoot van schadelijke stoffen. De provincie wil daarnaast de transitie naar schoon vervoer helpen versnellen en faciliteert initiatieven die bijdragen aan de transitie naar (nagenoeg) geen uitstoot van schadelijke stoffen en die opgeschaald kunnen worden. In stedelijk gebied focust de provincie op vervoer van afval-, bouwmaterialen en andere goederen over water. Daarbij is het belangrijk dat regionale vaarwegen en kades beschikbaar zijn en blijven voor overslag van materialen en goederen. De provincie werkt samen met bedrijfsleven via logistieke makelaars, regionale partners en ZuidHolland Bereikbaar. De provincie stimuleert uitstootvrije binnenvaart en de laadinfrastructuur die daarbij hoort. Ook werkt de provincie samen met andere provincies en de Rijksoverheid om de belangrijkste goederencorridors toekomstbestendig te maken. Y De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
16
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
2.1.4.1 Bijdragen aan (infrastructuur)projecten van anderen Wat gaat de provincie doen? Het mobiliteitssysteem in Zuid-Holland bestaat uit infrastructuur (en mobiliteitsdiensten) van het Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen. Omdat de provincie maar over een deel van het mobiliteitssysteem gaat draagt zij ook bij (financieelmet geld en expertise) aan projecten van anderen. Dit zijn projecten met een nationaal of regionaal belang die samen met de provinciale projecten ervoor moet zorgen dat de provincie Zuid-Holland voor iedereen bereikbaar is en blijft op een duurzame en veilige manier. De infrastructuurprojecten zijn terug te vinden in het jaarlijkse Programma Zuid-Hollandse infrastructuurInfrastructuur (bijlage bij de begroting).
Rol Presterend Z De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2.1.4.2 Voorbereiding aanleg en verbetering van provinciale infrastructuur Wat gaat de provincie doen? De provincie wil bij de voorbereiding van een project (de initiatieffase en daaropvolgende verkenning) bepalen of een infrastructurele ingreep passend en nodig is. In de initiatieffase worden de gebiedsgerichte of thematische opgaven, kansen en problemen in kaart gebracht en wat de mogelijke oplossingsrichtingen zijn. Op basis daarvan kunnen de deelnemende partijen beslissen of en, zo ja, welke oplossingsrichtingen in een verkenning (de volgende fase) uitgewerkt zouden moeten worden. Een Verkenningverkenning is bedoeld om te komen tot een slimme, integrale voorkeursoplossing, op basis van een brede beschouwing van de opgave, scherpe probleemanalyse en een inzichtelijke afweging. De voorkeursoplossing die ontstaat op het eind van de Verkenningverkenning kan bestaan uit één voorkeursalternatief of uit een samenhangend pakket van maatregelen (integrale maatwerkoplossingen) waaronder aanleg en verbetering van provinciale infrastructuur. De infrastructuurprojecten (initiatieffase en verkenning) zijn terug te vinden in het jaarlijkse Programma Zuid-Hollandse infrastructuurInfrastructuur (bijlage bij de begroting).
Rol Presterend AA Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Beleidsdoel 2-22.2 Goed functionerende provinciale infrastructuur BB Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
2-22.2 Goed functionerende provinciale infrastructuur CC Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Maatregelen van 2-22.2 Goed functionerende provinciale infrastructuur
17
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
DD Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Beleidsdoel 3-13.1 Energietransitie EE Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
3-13.1 Energietransitie FF Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Maatregelen van 3-13.1 Energietransitie GG De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
3.1.1.1 Realiseren van windenergie Wat gaat de provincie doen? Mede door de omvang en invloed op de ruimtelijke kwaliteit en het landschap van grote windturbines is het van belang een zorgvuldige en bovenregionale afweging op provinciaal niveau te maken over de locatiekeuze. De provincie wil grote turbines geconcentreerd plaatsen in daarvoor geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie voorkomen. De provincie zoekt samen met RES-partners naar geschikte gebieden waar windturbines geconcentreerd kunnen worden geplaatst. De provincie doet dat via zoekgebieden en locaties voor windenergie. De zoekgebieden zijn gebieden waar nog een nadere afweging plaats moet vinden, maar waar de provincie op regionale schaal kansen ziet voor windparken. Deze afweging maakt de provincie samen met de RES-partners. Samen met hen werkt de provincie aan een ontwikkelstrategie met planning om te verkennen waar en wanneer windturbines in deze zoekgebieden het beste te realiseren zijn. Locaties voor windenergie zijn concreet aangeduide plekken in de Omgevingsverordening waar Omgevingsplannen windturbines met as-hoogtes van meer dan 45 meter mogen toestaan. Locaties voor windenergie zijn in de Omgevingsverordening opgenomen en geven feitelijk aan waar het realiseren van windenergie door gemeenten volgens de provincie is toegestaan.
Gemeenten zijn met de nieuwe Energiewet bevoegd gezag voor windparken met een opgesteld vermogen kleiner dan 15 MW. Alles daarboven tot 100MW is aan de provincie. Een gemiddelde windturbine op land produceert tegenwoordig circa 5 MW.
Rol Samenwerkend
Uitwerking Uitgangspunten voor windturbines naar ashoogteas-hoogte: Grote windturbines (ashoogte is hoger dan 45 meter)Grote windturbines (as-hoogte hoger dan 45 meter)
18
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
• • • • •
Geconcentreerd plaatsen en voorkomen van versnippering Langs grootschalige infrastructuur (snelwegen, rivieren) Bij grootschalige bedrijvigheid (energievragers) Grootschalige scheidslijnen tussen land en water en grote landschappelijke structuren (daar waar het waait) Voorkeur voor enkelvoudige lijnopstellingen en clusters, in samenhang met en evenwijdig aan de betreffende infrastructuur en scheidslijnen
Windturbines met een ashoogte tot 45 meter • Binnen bestaand stads- en dorpsgebied • Glastuinbouwgebied passend bij de lokale situatie • Bedrijventerreinen • Dit is ter beoordeling aan de gemeente. De provincie kan wel een zienswijze indienen, indien te weinig rekening is gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Windturbines tot 15 meter ashoogte • Kunnen overal, mits rekening gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. • Dit is ter beoordeling aan de gemeente. De provincie kan wel een zienswijze indienen, indien te weinig rekening is gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. De aangewezen locaties zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening. De locaties zijn het resultaat van een afweging tussen eisen vanuit windenergie en voorwaarden vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit. Mochten die om technische of andere redenen niet haalbaar zijn, dan moet het opnemen van nieuwe locaties worden overwogen. Daarvoor is dan aanpassing van de verordening nodig. De provincie maakt onderscheid tussen zoekgebieden en locaties voor windenergie. Zoekgebieden voor windenergie De provincie heeft primaire en secundaire zoekgebieden voor windenergie opgenomen in de Omgevingsvisie.
Deze bevinden zich in de RES-regio’s Holland Rijnland, Midden-Holland. Niet alle zoekgebieden hoeven tot realisatie te komen. Zo ligt een aantal zoekgebieden bij elkaar in de buurt, zoals enkele zoekgebieden ten zuiden van Alphen aan den Rijn. Hier zit dus ruimte voor een verdere afweging in samenwerking met de RES-partners. Voor de RES-regio Drechtsteden heeft de provincie één zoekgebied opgenomen in de Omgevingsvisie. De provincie wil samen met de RES-partners een ontwikkelstrategie met een concrete planning uitwerken en onderzoeken welke zoekgebieden uiteindelijk als locaties voor windenergie gerealiseerd worden – bij voorkeur onder bevoegd gezag van de betreffende gemeente. De provincie wil gemeenten voldoende tijd en ruimte geven om zelf afwegingen te maken en samen met hen nader onderzoek doen, participatietrajecten uitvoeren en onderzoeks- en ontwerpvragen beantwoorden. Na inwerkingtreding van de Herziening Omgevingsbeleid 2025, maken GS met de betrokken RESregio’s de balans op in hoeverre windenergie dient bij te dragen om de RES-doelstellingen voor 2030 binnen bereik te houden. GS kunnen voorbereidingen treffen om bepaalde zoekgebieden om te zetten naar locaties voor windenergie in de Omgevingsverordening, indien zij dit nodig achten. Daarvoor dient een wijziging van het Omgevingsbeleid plaats te vinden.
In dit traject wil de provincie in goede samenspraak en samenwerking met de RES-regio’s optrekken. Uitgangspunt is om de regio zelf te laten kiezen en ook de uitvoering van eventueel latere windprojecten aan de gemeenten te laten, bijvoorbeeld door de bevoegdheid over te dragen. De provincie heeft altijd de mogelijkheid om de regie bij zich te houden. Participatie De provincie vindt participatie bij de realisatie van windenergieprojecten belangrijk. De provincie heeft hier participatiebeleid voor en geeft daar uitvoering aan. Dit geldt voor het betrekken van de omgeving bij het aanwijzen van zoekgebieden als locaties voor windenergie. Dit is specifiek uitgewerkt in de Beleidskeuze 3.1.2 Lokale initiatieven en inclusieve energietransitie. Locaties voor windenergie
19
Provinciaal blad 2025 nr. 17921
29 oktober 2025
De locaties voor windenergie in de omgevingserordening zijn het resultaat van een afweging tussen (veiligheids)eisen vanuit windenergie, hinderbeperking en andere provinciale belangen zoals ecologie en landschap. Mochten de locaties om technische of andere redenen niet haalbaar zijn, dan is het aan gemeenten om in regionaal verband te overwegen om de provincie te verzoeken tot het opnemen van alternatieve locaties in de omgevingsverordening. Wanneer gemeenten dit niet doen en regio’s hun doelstellingen niet halen dan kan de provincie eigenstandig besluiten om een alternatieve locatie in de omgevingsverordening op te nemen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de primaire en secundaire zoekgebieden Windenergie. Sloop en circulairRealisatie windenergie per RES-regio Een omgevingsplan dat plaatsing van windturbines en andere bouwwerken gericht op de opwekking van energie uit wind mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting de wijze waarop is verzekerd dat de windturbines na afloop van het daadwerkelijke gebruik worden gesloopt. De provincie wil een volledige circulaire economie in Zuid-Holland bereiken in 2050 met als tussendoel 50% reductie van (primaire) materialen in 2030. Dit geldt ook voor de energietransitie. De economische kracht van Zuid-Holland is afhankelijk van enorme hoeveelheden grondstoffen en energie.
Steeds meer van die grondstoffen worden schaars en beginnen zelfs op te raken. Tegelijkertijd is er veel verspilling, waardoor we onnodig waarde verloren laten gaan. Ook veroorzaakt de economie – met afval als eindproduct – schade aan het klimaat, de biodiversiteit, het milieu en onze gezondheid. Om concurrerend en toekomstbestending te blijven als provincie is het inspelen op de transitie naar een circulaire economie van belang voor de economie en het milieu van de provincie Zuid-Holland. De provincie maakt realisatie van windprojecten mogelijk en streeft ernaar dit zoveel mogelijk samen met de RES-partners te doen. Hieronder een overzicht per regio wat de provincie de komende periode in nauwe samenwerking met gemeenten gaat ondernemen om meer duurzame energie uit windenergie te realiseren: RES Midden-Holland en RES Holland Rijnland De provincie heeft zoekgebieden voor windenergie verkend. Deze staan op de kaart Zoekgebieden Windenergie in de Omgevingsvisie. Omdat de zoekgebieden effect hebben op hun omgeving dient binnen en tussen deze zoekgebieden nog een afweging gemaakt te worden. De provincie zet zich in om deze zoekgebieden met de RES-partners verder uit te werken en uiteindelijk tot locaties voor windenergie te komen. De primaire zoekgebieden zijn (nummers corresponderen met zoekgebieden op de kaart Zoekgebieden Windenergie in de Omgevinsvisie): 1.