1.75) Schrijven raadslid d.d. 04-01-22 inzake onderzoeken kelders onder kassen (G22-000018)
Tekst van het document
Het toepassen van dubbele kelders, de toepassing als piekberging en de locatie specifieke factoren kunnen echter nog wel resulteren in knel- en aandachtspunten. 5.2.1
Uitgangssituatie locatie
Op tekening van bijlage 5 is aangegeven hoe de in te richten locatie te Monster ligt ten opzichte 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
22
van het boezemkanaalstelsel van Delfland. De locatie ligt in boezemland ter hoogte van de Waellandweg. De tekening op bijlage 6 laat zien hoe de waterkelder is gelegen ten opzichte van de direct verbonden boezemkanalen, de Musschenwatering (zijkanaal van De Groote Gantel) en de Boomawatering met een leggerdiepte van 1,00 meter respectievelijk 1,15 meter. De in te richten locatie ligt niet direct bij een poldergebied waar recentelijk wateroverlast heeft plaatsgevonden. Piekberging op deze locatie zal bijdragen aan de beheersing van het waterniveau in de gehele boezem en daarmee de uitmalende polders. De gemeente Monster zelf heeft veel verhard oppervlakte, relatief veel kleinschalige glastuinbouw met grondteelt en weinig wateropvang en naar verhouding weinig open water. Door de hoge ligging in het boezemgebied heeft het gebied zelf weinig last van wateroverlast. Door waterberging in het gebied te creëren wordt in ieder geval de belasting op de boezem naar het Vlotgemaal verminderd. Via twee langs het perceel van de heer Barendse gelegen boezemwatergangen kan de toestroming naar de waterbergingskelder plaatsvinden. 5.2.2
Inlaatconstructie
Bij de opzet van de berekeningen is ten eerste gelet op de doorstroomcapaciteit van de aanliggende boezemwatergangen. Hiervoor is een inventarisatie gemaakt van de doorstromingsbreedte van de aanwezige kunstwerken en watergangen. De bepalende factor in deze berekeningen is de aanname van de stroomsnelheid en het optredende verhang in het boezemwater. Uitgangspunt is dat de kunstwerken en watergangen niet worden vergroot dan wel verbreed. De oeverlijnen van de aanvoersloten worden zonodig wel beschoeid. Het boezempeil van Delfland is -0,40 meter NAP. De maximaal toelaatbare boezempeilstijging is 0,20 meter. De hoogte van de bergingskelder (onderste kelder) is 1,60 meter met een netto vloeroppervlakte van 20.000 m2. De totale opvangcapaciteit bedraagt derhalve 32.000 m3. De vultijd van de kelder wordt bepaald door de inlaatconstructie. De overstortbreedte en de overstorthoogte van de inlaatconstructie ten opzichte van het (verhoogde) boezempeil bepalen deze vultijd. Ten aanzien van de inlaat is er een keuze mogelijk tussen een vaste of een beweegbare stuw. De berekeningen ten behoeven van pre-engineering van de inlaatconstructie zijn opgenomen in bijlage 3. Het legen van de waterkelders gebeurt door middel van twee pompen. De pompcapaciteit wordt in eerste instantie bepaald door de capaciteit van de afvoersloten. Dat zijn in dit geval ook de aanvoersloten.
Daarnaast speelt ook de gemaalcapaciteit van de boezem een rol. Het meest dichtbij gelegen boezemgemaal Vlotwatering heeft een capaciteit van 2 m3/seconde. Binnen deze pompcapaciteit dienen de kelders binnen een reële tijd zodanig te zijn leeggepompt, zodat er bij een volgende piekbui weer voldoende bergingscapaciteit aanwezig is. Bij de berekeningen is uitgegaan van het door Delfland vastgestelde maatgevend verhang in de toevoerende boezemwatergangen. Uit deze gegevens zijn de optredende stroomsnelheden te herleiden. De berekeningen zijn uitgevoerd in twee varianten, namelijk voor: a. een vaste stuwinlaat en b. een beweegbare stuwinlaat. Ad.a Vaste stuw: Per aanvoertak een vaste stuw met een drempelhoogte van -0,35 meter NAP: 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
23
•
Benodigde overstortbreedte 14,4 meter.
Per aanvoertak een vaste stuw met een drempelhoogte van -0,30 meter NAP: • Benodigde overstortbreedte 40,8 meter • Vultijd kelder circa 9 uur met een debiet van 1 m3/s • Maximale stroomsnelheid in de boezemwatergang 0,25 m/s De vaste stuw begint te werken zodra de waterstand in de boezem boven de drempelhoogte uitkomt. De maximale overstortcapaciteit wordt pas bereikt als de maximale peilstijging van 0,2 meter in de boezem wordt bereikt. Tijdens een piekbui is het een voordeel dat de stuw bij een peilstijging al snel begint te werken omdat het teveel aan water in de boezem dan zo snel mogelijk wordt geborgen. Bij meerdere buien in korte tijd kan dat een nadeel zijn als de berging al deels gevuld is voordat de echte afvoerpiek optreedt. Dit zal medebepalend zijn voor de aan te brengen drempelhoogte. Bijsturing is in deze niet mogelijk. Mogelijke alternatieve uitvoeringen zijn: • een schuin oplopende stuw waarbij de capaciteit extra toeneemt bij peilstijging (tot circa maximaal berekende capaciteit van 0,66 m3/s vanwege de mogelijke toestroming). • een miniklepstuw bovenop de vaste drempel, waardoor de kelder direct met maximale capaciteit kan worden gevuld als de peilstijging in de boezem tot het maximaal toelaatbare is gestegen. De uitwerking van deze alternatieven valt buiten het kader van deze haalbaarheidsstudie.
Ad b Beweegbare stuw: Per aanvoertak een beweegbare stuw met een minimale drempelhoogte van -0,80 meter NAP • Benodigde overstortbreedte 2,30 meter • Vultijd kelder circa 6 uur met een debiet van 1,5 m3/s • Maximale stroomsnelheid in de boezemwatergang 0,42 m/s De maximaal optredende stroomsnelheden blijven binnen de door Delfland aangehouden maximale toelaatbare stroomsnelheden. Doordat het toelaatbare verhang in de aanvoerwatergangen bij een beweegbare stuw groter kan zijn, kunnen de kelders met een beweegbare stuwinlaat anderhalf maal sneller vollopen dan met een vaste stuwinlaat. Een op afstand regelbare of automatisch werkende beweegbare stuw kan direct op maximum capaciteit werken, maar ook allerlei tussenvormen zijn instelbaar. De stuw is berekend met een drempelhoogte van -0,80 meter NAP. Een bredere stuw met een hogere drempelhoogte zal leiden tot een vergelijkbaar resultaat. Daarmee kan wel de kracht waarmee het water in de kelder stroomt worden beperkt. Een hevelstuw als tussenvorm tussen een vaste of beweegbare stuw is een mogelijk derde alternatief. Ook dit alternatief valt buiten het kader van deze haalbaarheidsstudie, en is verder niet uitgewerkt.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
24
5.2.3
Kroos en slibvang
Voor de inlaat dienen krooshekken het grofste vuil weg te vangen. Bij hoge watersnelheden in de boezemwatergangen zal naar verwachting slib opwervelen. Dit slib kan niet worden afgevangen met krooshekken of andere filters, omdat de deeltjesgrootteverdeling van het slib erg fijnmazige filters met bijbehorende voordruk vereist. Ook vanuit zuiveringstechnisch oogpunt wordt daarom aanbevolen de watersnelheden in de boezemwatergangen zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast kunnen de zwaardere bestandsdelen van het slib worden afgevangen met een slibvangput. Voor een goede werking van een slibvangput dient de verblijftijd minimaal 200 seconden te bedragen, waarbij verblijftijdspreiding zo veel mogelijk dient te worden beperkt. Een verblijftijd van 200 seconden kan in de situatie bij het bedrijf van Barendse alleen worden gerealiseerd als de volle lengte van 200 meter van de kelder wordt benut. Bij een dergelijke constructie (een naar verhouding bijzonder brede slibvangput) wordt het erg lastig de verblijftijdspreiding voldoende te reduceren. De verblijftijdspreiding kan worden beperkt met behulp van rem- en verdeelschotten. Voldoende reductie van de verblijftijdspreiding kan verder alleen worden bereikt door een grote overstortbreedte. Toepassing van een slibvangput lijkt in derhalve alleen goed mogelijk in combinatie met brede (vaste) stuwen.
Bij verdere uitwerking kan een technische oplossing voor de beweegbare stuw nader worden bestudeerd. Mogelijk dat de inlaat op de hoek aan de korte zijde kan worden geconstrueerd zodat het water recht in de lengte naar binnen stroomt De slibvangput zal met een eigen dompelpomp moeten worden uitgerust zodat, na daling van het boezemwaterniveau, de put kan worden leeggepompt en schoongespoeld. Het maken van een vloer met gootjes of afschot geeft een forse kostenverhoging en lijkt niet noodzakelijk. Ervaringen met andere (water- en bergbezink-)kelders wijzen tot op heden uit dat er weinig slib achter blijft. 5.3
Bovenste kelder (18.000 m3: water en warmte)
5.3.1
Waterketen
Op een glastuinbouwbedrijf zijn diverse waterstromen te onderscheiden. Deze waterstromen volgen een eigen traject van inname tot emissie. In bijlage 4 worden de waterstromen op een bedrijf met een teelt los van de ondergrond schematisch weergegeven. Op basis van deze opzet is de waterketen in het bedrijf gesloten en vindt, behoudens calamiteiten, geen lozing van afvalwater meer plaats. Binnen de glastuinbouw kunnen in zijn algemeenheid de volgende belangrijkste waterstromen worden onderscheiden: • Regenwater (of evenwaardig) ten behoeve van gietwatervoorziening, • Gietwater voor het gewas, • Drainwater (overschot gietwater), • First-Flush water (eerste afspoelend regenwater vanaf het kasdek na droogte), • Huishoudelijk afvalwater van kantine en sanitair. Bovengenoemde waterstormen staan direct of indirect met elkaar in verbinding. Per bedrijf zijn mogelijk ook nog andere waterstromen mogelijk zoals filterspoelwater of produktspoelwater e.d.. 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
25
Voor oplossing van deze waterstromen dient maatwerk te worden verricht. Het bedrijf van Barendse streeft naar een gesloten waterketen voor het hele bedrijf; ofwel geen lozingen van afvalwater. Om de waterketen optimaal te laten functioneren is een minimale opslag in de kelders van een aantal waterstromen noodzakelijk. Functie en opslag zijn als volgt uitgewerkt. Regenwater. Regenwater wordt, na het toevoegen van meststoffen, gebruikt als gietwater voor het gewas. De mate van gebruik van regenwater bevordert bij teelten op substraat de mogelijkheden voor volledige recirculatie van waterstromen. Regenwater dat niet door het bedrijf wordt gebruikt, kan eventueel verkocht worden aan omliggende bedrijven. Andersom kunnen de omliggende bedrijven "schoon" regenwater lozen in de kelder van het bedrijf en weer gebruiken. Voor het bedrijf van Barendse wordt een minimale opslag van 4.000 m3 regenwater noodzakelijk geacht om volledig het hele jaar door te kunnen recirculeren. Aangezien deze ruimte niet bovengronds behoeft te worden gereserveerd, legt dit geen beslag op het grondoppervlak welke dan voor productie gebruikt kan worden. Het ruimtebeslag hiervoor varieert van 1.000 -1.300 m2/ha Gietwater en eb-/vloeddrainwater. Als gietwater wordt voornamelijk het opgeslagen regenwater gebruikt vermengd met het drainwater en toegevoegde meststoffen.
Door het bedrijf wordt op jaarbasis 20.000 m3 gietwater gebruikt. Het overtollige gietwater wordt drainwater genoemd en dient te worden hergebruikt op het bedrijf omdat het water nog een bepaalde concentratie aan meststoffen en/of gewasbeschermingsmiddelen bevat. Het is verplicht om drainwater te hergebruiken binnen het bedrijf tot het moment waarop de natriumconcentratie voor de plant te hoog wordt. Bij overschrijding van de maximum (wettelijk vastgelegde) natriumnormen mag het drainwater, als spuiwater, worden geloosd. Op de meeste bedrijven wordt het gietwater aan het gewas toegediend met een druppelsysteem of een regenleidingsysteem. Hierbij wordt 10 tot 40% van het totaal aan watergift teveel aan het gewas gegeven. In de orde grootte van enkele tientallen m3 gietwater per ha wordt dan als drainwater teruggebracht naar een opslagtank voor hergebruik. De watergift op Kwekerij Meerrust zal worden gedaan met behulp van een eb- en vloedsysteem. Hierbij wordt van onderaf watergegeven door de betonnen bak, waarin de planten staan, te vullen met gietwater (10 cm) en vervolgens weer leeg te laten lopen. Per keer wordt dan zo'n 1.000 m3/ha opgepompt en weer terug afgelaten naar de draintank/-kelder. Met name bij de toepassing van een eb en vloedsysteem is behoefte aan een grote draintank. Hiervoor dient ruimte voor 2.000 m3 te worden gereserveerd in de waterkelder.
First-Flush water Het eerste afgespoelde water van het kasdek van het bedrijf wordt het First-Flush water genoemd. Dit dient te worden hergebruikt voor de teelt omdat dit water mogelijk verontreinigd is met het binnen de kas gebruikte gewasbeschermingsmiddelen. Het water mag niet worden geloosd op oppervlaktewater. Om het "vervuilde" First-Flush water niet te vermengen met het "schone" regenwater dient het First-Flush water en het "schone" regenwater afzonderlijk van elkaar te worden opgeslagen. Indien het nodig is kan dan het "schone" regenwater nog worden geloosd op oppervlaktewater. De te reserveren hoeveelheid wateropslag is echter gering (30 m3/ha na elke bui) en kan voor hergebruik worden geloosd in de drainkelder. 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
26
Huishoudelijk afvalwater Van de (afval-) waterstromen vanuit glastuinbouwbedrijven biedt ook het huishoudelijke afvalwater een interessante mogelijkheid voor hergebruik. Bij de huidige aanpak van de lozing door glastuinbouwbedrijven op oppervlaktewater is het gebruik van IBA's bij een aantal bedrijven inmiddels geïntroduceerd. De glastuinbouw is als een van de weinige sectoren theoretisch in staat de meststoffen uit gezuiverd huishoudelijk afvalwater nuttig te gebruiken binnen het eigen bedrijf. Door het huishoudelijk afvalwater van woning en bedrijf te zuiveren met een IBA-systeem ontstaat een gezuiverde waterstroom welke prima in het gietwater van het teeltsysteem kan worden gedoseerd. Het betreft hier een in verhouding kleine hoeveelheid toegevoegd water waarvan de voedingsstoffen door de gewassen gebruikt kunnen worden. Toevoeging van deze waterstroom aan het teeltwater lijkt voor een substantieel deel van de bedrijven geen problemen te geven indien er in voldoende mate gerecirculeerd of optimaal gefertigeerd kan worden of anderszins de lozing kan worden beperkt. Het functioneren van de IBA en het reduceren van de rest-afvalwaterstroom vereisen echter wel een milieubewuste bedrijfsvoering. Door het afkoppelen van de afvalwaterstroom is aansluiting op de riolering overbodig geworden.
De kosten voor een zuiveringssystemen wegen meestal goed op tegen de kosten voor aanleg en aansluiting op de riolering. Op basis van de inmiddels geïntroduceerde biologische zuiveringsinstallaties dient rekening te worden gehouden met een waterstroom van circa 2 m3 per dag.
Foto: biologische zuiveringsinstallatie (IBA) Met het bovenstaande watermanagementsysteem kan een gesloten keten worden bewerkstelligd en is lozing, behoudens calamiteiten, niet noodzakelijk. 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
27
5.3.2
Warmte opslag
Toepassingen op een potplantenbedrijf. Op een potplantenbedrijf met een WarmteKracht-installatie (wkk) en verwarming via betonvloeren zijn de volgende toepassingen van warmteopslag mogelijk; • Opslag van warmte uit een wkk. Etmaalopslag (op de dag laden, in de nacht ontladen) en opslag voor maximaal enkele weken (voorraadvorming voor weekeinden zonder wkk-bedrijf en voor perioden met strenge vorst). Voor deze toepassing is opslag met hogere watertemperaturen (65oC) het meest efficiënt. • Opslag van een warmteoverschot uit de kas (uit kaslucht, uit kasvloer): Warmteopslag met groot volume en met een laag temperatuurniveau (maximaal ca. 30 oC). In combinatie met efficiënte systemen voor warmteverzameling resp. warmteoverdracht kan een goed opslagrendement bereikt worden. Voor deze vorm van warmteopslag zal naar verwachting maximaal ca. 1.100 m3 bovenkelder benut kunnen worden. Warmteopslag met lage opslagtemperaturen. Bij opslag tot maximaal ca. 30 oC is het mogelijk om zonder ingrijpende aanpassingen van de kelderconstructie (extra compartimentering en dilataties) warmte op te slaan in de bovenkelder. De benodigde meer-investeringen om de bovenkelder (tevens) te gebruiken voor warmteopslag zijn bij dit temperatuurniveau relatief laag. Eventueel kan een eenvoudige isolatie toegepast worden onder de bovenkelder.
Daarmee kan de maximaal haalbare opslagduur belangrijk verlengd worden. De benodigde (meer)investeringen om de bovenkelder geschikt te maken voor deze warmteopslag bedragen zonder extra isolatie ca. € 500,- per 100 m3 opslagvolume (of ca. € 120,- per GJ opslagcapaciteit). Warmteopslag met hoge opslagtemperaturen. Bij opslag met hogere watertemperaturen moet de opslagcapaciteit verdeeld worden over meerdere afzonderlijke compartimenten. Deze compartimenten moeten aan onderzijde, bovenzijde en aan de zijkanten volledig geïsoleerd worden en kunnen vrij van de onderkelder en vrij van elkaar uitzetten en krimpen. De inhoud van een compartiment is afhankelijk van de gekozen opslagtemperatuur, deze varieert van ca. 300 m3 bij maximaal 40oC tot 150 m3 bij maximaal 65 oC. Deze compartimentering kan extra eisen stellen aan de constructie van de onderkelder en aan de fundering, o.a. door een ongelijkmatige belasting. De geringe hoogte van de bovenkelder (ca. 0,9 m gemiddeld) is voor opslag met hoge temperaturen een groot nadeel. De warmteopslag strekt zich uit over een grote oppervlakte, met als gevolg relatief hoge investeringen in (extra) compartimentering en in isolatie. Ook na isolatie blijft een groot warmteverlies optreden.
Gelaagdheid van warmte is in lage opslagkelders niet of slechts met veel moeite te realiseren, eventueel moeten extra voorzieningen aangebracht worden (schotten) om natuurlijke menging of warmteoverdracht tussen heet water en koud water zo beperkt mogelijk te houden. Voor opslag van warmte uit de wkk zou ca. 400m3 opslagvolume nodig zijn. De benodigde (meer)investeringen voor uitvoering van dit type opslag in de bovenkelder lopen dan op tot minimaal ca. € 11.000 per 100 m3 opslagvolume (of ca. € 600 per GJ). Het bedrag kan belangrijk hoger worden indien aanpassingen bij onderkelder-constructie en fundering noodzakelijk zijn.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
28
Een alternatief, namelijk een afzonderlijke kelder met grotere hoogte, kan een aanzienlijk hoger opslagrendement bieden door kleinere warmteverliezen en door betere gelaagdheid. Dit vraagt lagere investeringen in compartimentering. Dit alternatief biedt in meerdere opzichten (constructief, energetisch, robuustheid) de voorkeur boven warmteopslag met hogere temperaturen in een lage bovenkelder.
Foto: bovengrondse warmte opslagtank bij een glastuinbouwbedrijf
Volume van de warmteopslag bij dagelijkse opslag Uit een eerste verkennend onderzoek blijkt dat warmteopslag in de bovenkelder voor bepaalde toepassingen van warmteopslag haalbaar is. Het betreft hier toepassingen met een korte opslagduur (etmaal, maximaal een week) waarbij bovendien de opslagcapaciteit een groot aantal malen per jaar opnieuw benut wordt. Voor dit doel dient een opslagcapaciteit tot ca. 1.100 m3 gereserveerd te worden.
5.3.3
Compartimenten water en warmte
De bovenste kelder kan door toepassing van compartimenten gebruikt worden voor de opslag van de volgende watersoorten: 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
29
1. Regenwater 2. Giet-, Eb-/vloed(drain)- en First-Flush water 3. Warmteopslag De bovenste kelder kan worden opgedeeld in compartimenten van elk ca 1.200 m3.
Regenwater Voor de teelt van Barendse is een minimale hoeveelheid van 4.000 m3 regenwateropslag in de kelder nodig. Hiervoor dienen 4 compartimenten ofwel 4.800 m3 te worden gereserveerd. Giet-, eb-/vloed(drain)- en First-Flush water De grote hoeveelheid teruggehaald drainwater van de eb-/vloedvloer dient te worden opgeslagen in een apart gedeelte van de bovenste kelder. Dit wordt bij de volgende gietbeurt weer volledig gebruikt als gietwater. Het bedrijf heeft voor de potplantenteelt een opslag van 2.000 m3 nodig. De wettelijke opvangcapaciteit voor First Flush water is 30 m3/ha ofwel voor het bedrijf van Barendse totaal 60 m3. De opvang kan samen met het drainwater plaatsvinden aangezien dit niet wordt geloosd en ook wordt hergebruikt. In totaal is een opslagcapaciteit van 2.060 m3 nodig. Hiervoor dienen 2 compartimenten ofwel 2.400 m3 te worden gereserveerd. Warmteopslag Gezien de haalbaar geachte wateropslag met lage temperaturen wordt een compartiment ofwel 1.200 m3 gereserveerd. Totaal te bergen in bovenste kelder: 7 compartimenten ofwel 8.400 m3 Er blijft hiermee nog 9.600 m3 voor uitbreiding van bovenstaande of ander functies (zie hoofdstuk 8) over. Daarnaast heeft de bovenste kelder natuurlijk ook nog de functie van betoncultuurvloer en kasfundatie. 5.3.4
Veiligheid en robuustheid piekwaterberging
Veiligheid en robuustheid (aanpasbaarheid en beheersbaarheid) zijn belangrijke thema's bij de technische beoordeling van alternatieven door Delfland (ABC-Delfland). Ten aanzien van het thema veiligheid kan worden gesteld dat het geborgen boezemwater in de kelders niet bijdraagt aan peilverhogingen. Hiermee wordt de kans op maalstops ten behoeve van de veiligheid van de boezemkades verkleind. Bij open waterberging (niet gestapeld) is de peilverhoging proportioneel aan de geborgen hoeveelheid boezemwater. De uitbreidings- / aanpassingsmogelijkheden die een open waterbergingssysteem biedt bij veranderende omstandigheden, zoals stijging van de zeespiegel, verdere vergroting van het verharde oppervlakte en bodemdaling zijn niet erg groot. Sommige open bergingen zijn alleen inzetbaar in de periode september - oktober. Bij kelders is de effectiviteit van het systeem niet afhankelijk van genoemde veranderende omstandigheden. Echter wanneer het streefpeil daalt, ten behoeve van bodemdaling, kan dit consequenties hebben voor de inlaatconstructie. Ten aanzien van de beheersbaarheid is met de kelders een grote mate van sturing mogelijk. Afhankelijk van de uitvoeringsvorm is de besturing uitgebreider. De inzet van de kelders zal echter een andere strategie en controle vereisen welke ontwikkeld zal moeten worden.
De afvoer van het water kost echter, afhankelijk van de ligging, meer tijd dan de open berging. De 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
30
laatstgenoemde wordt direct gestuurd met de bestaande gemalen. Als extra thema zou functionaliteit nog genoemd kunnen worden. Het is duidelijk dat de kelders meerdere functies kunnen vervullen; een voorbeeld van multifunctionele waterberging. Voor de open waterberging gelden de functies berging en natuur. Bovendien passen de kelders naadloos in de glastuinbouwfunctie van een gebied waardoor er snelheid bij realisatie wordt bewerkstelligd en er geen ontwikkelingsbelemmerende 'gaten' vallen in een duurzaam glastuinbouwgebied. 5.3.5
Waterkwaliteit en ecologie
De grove delen worden bij instroming van het oppervlaktewater tegengehouden door het krooshek. De slibvang dient de ophoping van slib in de kelders zoveel mogelijk te voorkomen. De organische vervuiling van de kelders wordt hiermee voor een groot deel voorkomen. De verblijftijd van het oppervlaktewater bij piekberging zal hoogstens enkele dagen bedragen. Daarnaast zijn de kelders donker en relatief koel. Op grond hiervan worden weinig problemen verwacht met de waterkwaliteit in de kelders en bij herinbreng na opslag op oppervlaktewater. De ervaringen bij de leverancier en de tuinders met andere kelders en opslagen ondergronds en donker zijn positief: niet meer dan een paar cm slib in 10 jaar. Duidelijk is dat de stuurbaarheid van de waterkwaliteit bij open waterberging beter scoort. Indien de kelders ook worden gebruikt voor seizoensberging (grootschalige regenwateropslag en lozing in droge periodes, zie 8.1) zal dit alternatief op dit aspect ook beter gaan scoren op dit thema. Mits bij de opslag van warmte regenwater of onthard leidingwater wordt gebruikt, worden in de bovenste kelder weinig problemen met vervuiling van het systeem verwacht. Wanneer andere toepassingen voor de kelder worden overwogen, zoals rioolwater (bergbezinkkelder) of piekberging van oppervlaktewater zijn wel aandachtspunten te verwachten.
Naar verwachting zal in het compartiment met drain- en First Flushwater wel een biofilm ontstaan aan het oppervlak van de beton- en kunststofconstructie. Eventuele onvoldoende isolatie van het compartiment met warmteopslag kan ook resulteren in ongewenste microbiologische waterkwaliteitsveranderingen van het regenwater en het water in de drainkelder. Mogelijk kan de groenstructuur en ecologie worden versterkt door de omgeving van de kelders natuurvriendelijk in te richten. Dit verhoogt echter de kans op verstopping van de krooshekken bij de stuwwen bij hoge instromingsnelheden. Open waterberging worden min of meer standaard in een groenstructuur met natuurvriendelijke oevers uitgelegd. De ecologische waarde en daarmee de beleving van de open waterberging zal derhalve beduidend hoger liggen dan de kelders.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
31
6
ECONOMISCHE HAALBAARHEID
6.1
Beschrijving van de uitgangspunten
Studies met betrekking tot innovaties spitsen zich in eerste instantie vaak toe op de technische mogelijkheden en onmogelijkheden van het idee. De toepassing van een dubbele waterkelder biedt technisch gezien een ruim perspectief voor de oplossing van een aantal knelpunten in het waterbeheer in gebieden met een groot verhard oppervlakte zoals het Westland. De logische vervolgstap is om te beoordelen of de gekozen technieken ook leiden tot een economisch haalbare exploitatie. Niet in de zin dat er 'winst' wordt gemaakt maar in vergelijking tot bestaande alternatieven. In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de economische haalbaarheid van de dubbele waterkelder ten opzichte van de open waterberging. Als laatste onderdeel van dit hoofdstuk is er een financieringsconstructie uitgewerkt die een brede toepassing van dit systeem mogelijk maakt en dus niet gebonden is aan de specifieke situatie van het potplantenbedrijf van de heer P. Barendse. gebruik Om een helder inzicht te verkrijgen in de kosten is gekozen voor een vergelijking tussen de conventionele gegraven open waterberging en de realisatie van een berging in waterkelders. Deze vergelijking spitst zich toe op het volledige gebruik van de onderste kelder en een gedeeltelijke gebruik van de bovenkelder voor piekberging van boezemwater.
Daarnaast is er gekeken naar de voor- en nadelen voor de beide gebruikers van de waterkelders, in dit geval de potplantenteler P. Barendse en het Hoogheemraadschap van Delfland. Deze vergelijking is in eerste instantie gericht op het reguliere gebruik van de onderste kelder als piekwaterberging, met een gedeeltelijke beschikbaarheid van de bovenste kelder. De bovenkelder is tevens in gebruik als waterberging ten behoeve van de potplantenteler voor regenwaterberging, drainwater en warmteopslag. Dit vindt echter in gescheiden compartimenten plaats. De bovenzijde van de dubbele kelder wordt tevens gebruikt als betoncultuurvloer en kasfundatie. piekbergingscapaciteit Om een inzichtelijk vergelijking tussen de twee systemen te maken is er gekozen voor een vergelijking op basis van netto piekwaterberging in kubiek meters water. Bij deze vergelijking dient de waterkelder van potplantenteler P. Barendse als vertrekpunt. Bij een netto oppervlakte van 20.000 m2 ontstaat een piekwaterberging, van 32.000 m3 in de onderkelder. Middels de inzet van de reeds beschikbare pompcapaciteit kan de piekwaterberging verder vergroot worden naar maximaal 50.000 m3 , echter omdat een gedeelte van de bovenkelder in gebruik is bij de tuinbouwondernemer is de feitelijke beschikbare piekwaterberging maximaal 41.600 m3 .
In de berekening wordt daarom uitgegaan van de feitelijke piekwaterbergingscapaciteit van 41.600 m3. De gekozen schaalgrootte leent zich tevens voor een standaard bedrijfsgrootte van een potplantenbedrijf. Door het realiseren van meerder units, op naastgelegen locaties of elders, kan men de capaciteit vergroten en flexibel inzetten. Ook technische gezien is een unit van 2 ha waterkelders een optimale maat. peilhoogte Ter vergelijking van de piekwaterbergingscapaciteit van de waterkelder ten opzicht van de open waterberging, is bij de conventionele waterberging in boezemgebieden een peilhoogte stijging 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
32
van 20 cm bepalend voor de waterbergingscapaciteit. Middels enige voorzieningen is dit te verhogen naar 40 cm en meer, echter dit is sterk afhankelijk van de locatie en ligging van de open waterberging. Tot op heden zijn er in het gebied slechts spaarzaam bijzondere bergingen realiseerbaar gebleken. In de aanname wordt derhalve voorlopig uitgegaan van een vergelijking ten opzichte van conventionele open waterberging in het boezemgebied. Gezien de beperkte beschikbaarheid van grondlocaties in het Westland gaan we in deze studie uit van de realisatie van meerdere open waterbergingen van ca. 2.1 ha. Een open waterberging van netto 20.800 m2 levert, bij een peilstijging van 20 cm een piekwaterbergingscapaciteit op van 4.160 m3. In vergelijking met de capaciteit van 41.600 m3 zouden er dus 10 open bergingslocaties gerealiseerd moeten worden voor een vergelijkbare piekbergingscapaciteit. grondprijs Voor wat betreft de grondverwervingskosten (aankoop, makelaarskosten) en de procedurele voorbereidingskosten gaan wij er vanuit dat deze kosten nagenoeg gelijk aan elkaar zijn voor zowel de waterbergingskelder, als de open waterberging. De gronden worden immers in hetzelfde gebied aangekocht en kennen dus dezelfde schaarste kenmerken.
Dit uitgangspunt geldt dus nadrukkelijk ten aanzien van de van de tuinbouwgrondprijzen, derhalve zijn de aankoopkosten van de grond voor beide alternatieven gelijk. Het betekent dat de beide alternatieven grondprijs neutraal zijn ten opzicht van toekomstige marktontwikkelingen van de grondprijzen. uitwerking In de onderstaande economische vergelijking is dieper ingegaan op de aanleg- en ontwikkelingskosten van de beide alternatieven alsmede de operationele- en onderhoudskosten. Tot slot wordt aandacht besteed aan een vergelijking bij verschillende capaciteiten en een mogelijke financieringsconstructie. Voor zover niet vermeld zijn de prijzen excl. B.T.W. In de uiteindelijk berekeningen voor het Hoogheemraadschap zijn de bedragen incl. B.T.W. opgenomen. Weliswaar zijn er in het verleden wel publieke projecten uitgevoerd in besloten vennootschapsconstructies om de BTW terug te vorderen, echter deze constructies worden door de landelijke politiek steeds meer aan banden gelegd. 6.2
Kosten Watershell® systeem vanuit bedrijfseconomisch oogpunt
Bij de aanlegkosten van een Watershell dubbele waterbergingskelder is uitgegaan van de begroting zoals deze is aangeleverd door Hempelmann B.V. aannemingsbedrijf te Monster en ingenieursbureau Van der Waal en Partners uit Naaldwijk. Overige kengetallen zijn gebaseerd op de eenheidsprijzen van werken in de afgelopen jaren. Kanttekening bij de afvoer- en stortkosten is dat er uitgegaan wordt van een stortlocatie binnen het Westland.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
33
Foto: Watershell/ kelder in aanbouw Grondverwerving Zoals aangeven in paragraaf 6.1 is bij de opzet van de analyse gekozen voor een grondprijs neutraal vergelijkingsmodel. De aanname ten aanzien van de verwervingskosten is voor beide alternatieven bepaald op € 55,-- per m2. Het betreffende perceel, momenteel in eigendom van P. Barendse, dat voorzien is voor de bouw van de waterkelder meet 105x210 m en is derhalve ca. 22.000 m2 groot. De economische waarde van de grond is € 1.210.000. 6.3
Voorbereidingskosten
De kosten ten aanzien van voorbereidingsfase zijn voor een waterkelder wellicht iets hoger dan voor een open waterberging vanwege de onbekendheid met de techniek. Te denken valt aan kosten zoals, vergunningen, grondmechanisch onderzoek, bouwkundige inspectie en het verleggen van nutsvoorzieningen. De kosten die hiermee gemoeid zijn bedragen ca. € 36.000. Het milieukundig onderzoek ten aanzien van de af te voeren grond bedragen ca. € 6 6.000. Uitvoeringskosten Voor het graven van de waterbergingskelder met een oppervlakte van 2.2 hectare en een ontgravinghoogte van 3,00 m levert dit een af te voeren hoeveelheid grond van 66.000 m3 grond.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
34
De kostenraming voor het ontgraven, afvoeren en storten komt daarbij op circa € 852.000 excl. B.T.W. De gecreëerde bergingscapaciteit komt daarmee op max. 50.000 m3. Bouwkosten De bouwkosten voor de waterkelder bestaan uit de kosten voor het tijdelijk plaatsen van damwanden, de feitelijke bouw van de kelder, het Watershell® systeem, de algemene uitvoeringskosten en een opslag voor winsten risico voor de aannemer. De totale aannemingkosten van de waterkelder zijn begroot op € 4.200.000. excl. B.T.W. Inrichtingskosten Bij de dubbele waterkelder bestaan de inrichtingskosten voor de piekbergingskelder uit twee beweegbare stuwinlaten, de installatie van 4 pompen van 375 m3 per uur, 4 slibvangputten, 4 krooshekken, beschoeiing en de aanleg van geautomatiseerde bediening middels telemetrie. De begrote kosten hiervoor bedragen € 266.000. Engineering, advies en begeleidingskosten De kosten voor engineering, constructieberekeningen, ontwerp, bestek, aanbestedingadvies en begeleiding tijdens de uitvoeringsfase zijn begroot op € 120.000. Beheer- en onderhoudskosten De kosten voor het onderhoud aan de waterkelder bestaan uit het vuilvissen van de krooshekken en de slibreiniging van de kelders. Deze reiniging is eens in de tien jaar voorzien, waarbij er ca. 3-5 cm slib verwijderd moet worden.
Indien de baggerspecie verontreinigd is dient de specie te worden afgevoerd naar een erkende baggerstortlocatie. Er is van uitgegaan dat dit een stortlocatie is in eigen beheer van Delfland. De begrote kosten bedragen € 10.000 per jaar. De kosten voor het onderhoud aan de stuwen, pompen, beschoeiing en slib en krooshekken is begroot op € 44.300 per jaar. De operationele kosten bestaan uit het leegpompen van de kelders na gebruik als piekberging en de daarmee samenhangende stroomkosten alsmede de kosten voor het beheer van de telemetrie. Daarnaast is er een post begroot voor monitoring en inspectie van de waterkelders. Deze totale kosten zijn begroot op € 5.700 per jaar. 6.4
Kosten voor piekberging in een open waterberging
Bij de aanlegkosten van een open waterberging is uitgegaan van kengetallen gebaseerd op de eenheidsprijzen van werken in de afgelopen jaren. Kanttekening bij de afvoer- en stortkosten is dat er uitgegaan wordt van een stortlocatie binnen het Westland. Grondverwerving De prijzen bij aanleg van een waterpartij zijn gebaseerd op het graven van 2,08 hectare netto waterberging, in aanmerking nemende dat er rondom oevers zijn en er toegang moet zijn voor machinaal onderhoud van de oeverzone is een grondoppervlak van 22.100 m2 de minimaal vereiste grondaankoop. De kosten hiermee gemoeid zijn € 1.215.500 excl. BTW per unit van ca. 2 ha. 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
35
Voorbereidingskosten Het betreft hier kosten zoals vergunningsaanvraag, milieukundig onderzoek, bouwkundige inspectie en het verleggen van nutsvoorzieningen. Vooralsnog is hier een post opgenomen van € 25.000 per locatie. Het milieukundig onderzoek ten aanzien van de af te voeren grond bedragen ca. € 37.500 per unit van ca. 2 ha. Aangenomen dat bij een open waterberging met evenveel bergingscapaciteit als de waterkelder 10 inrichtinglocaties benodigd zijn, zullen de totale kosten € 640.000 zijn, inclusief makelaarskosten. Uitvoeringskosten Voor het graven van een conventionele waterpartij met een oppervlakte van 2,08 hectare met daarbij een af te voeren hoeveelheid grond van 37.500 m3 grond (ontgravinghoogte 1,80m) komt de prijsraming op circa € 483.800 excl. B.T.W. De gecreëerde bergingscapaciteit komt daarmee op 4.160 m3. Om de vergelijkbare bergingscapaciteit van 41.600 3 te realiseren dient er 375.000 m3 grond te worden afgegraven. De uitvoeringskosten hiervan bedragen derhalve € 4.838.000 excl. B.T.W. Inrichtingskosten Bij een te graven waterpartij van 2,08 ha bedragen de inrichtingskosten circa € 70.000 excl. B.T.W. per locatie. Daarbij moet worden gedacht aan beschoeiing en aanpassing van kunstwerken. De kosten voortvloeiende uit compensatieregelingen voor aanliggende belanghebbenden zijn begroot op € 30.000 per locatie.
De totale inrichtingskosten voor een capaciteit van 41.600 m3 bedragen bij10 units € 1.000.000. ex BTW. Engineering, advies en begeleidingskosten De kosten voor engineering, ontwerp, bestek, advies en begeleiding zijn begroot op € 45.000 per locatie van ca. 2 ha. Bij noodzakelijke ontwikkeling van 10 locaties bedragen de totale kosten € 450.000. excl. BTW Beheer- en onderhoudskosten De kosten voor het onderhoud aan de waterpartijen bedragen circa € 24.000 per jaar. Dat wil zeggen het baggeren, krozen en maaien. Baggeren vindt één maal in de 8 jaar plaats. Indien de baggerspecie verontreinigd is dient de specie te worden afgevoerd naar een erkende baggerstortlocatie. Er is van uitgegaan dat dit een stortlocatie is in eigen beheer van Delfland. Onderhoudskosten aan oeverbeschoeiing en kunstwerken zijn begroot op €14.000 per jaar. Vervangingstijd van de beschoeiing is vastgesteld op 25 jaar, onderhoud op 2%.
6.5
Kosten vergelijking kelder onder kassen en open waterberging
Ten aanzien van de grondaankoop is er een behoorlijk verschil te constateren tussen een water kelder en een waterpartij. Voor dezelfde bergingscapaciteit behoeft men bij deze kelder ruim 20 hectare grond minder aan te kopen. Immers bij 2,2 hectare open waterberging in de boezem is er een bergingscapaciteit van 4.160 m3. Bij een 2,2 hectare grote waterbergingskelder ontstaat er in dit geval een bergingsinhoud van 50.000 m3 waarvan 41.600 m3 beschikbaar gemaakt kan worden voor piekwaterberging
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
36
Tabel 2: Kostenvergelijking waterkelder 41.600 m3 ten opzichte van een conventionele open waterberging van 22,1 ha met een peilstijging van 20 cm (bedragen excl. BTW) WATERSHELL onderkelder + OPEN WATERBERGING
peilhoogte stijging Ruimtebeslag
ged. bovenkelder 41.600 m3 155+92 cm 2,2 ha
ongestapeld 41.600 m3 20 cm 22,1 ha
Verwervingskosten Uitvoeringskosten Bouwkosten Inrichtingskosten en compensatie Engineering, advies, beg. totale investering (excl. BTW) per m3 piekberging
1.312.000 852.000 4.200.000 266.000 120.000 6.750.000 162
12.795.000 4.838.000 0 1.000.000 450.000 19.083.000 459
Onderhoudskosten Operationele kosten
54.300 5.700
38.000 0
60.000 198.000 203.000 461.000 11,08
38.000 170.000 478.000 686.000 16,49
Capaciteit
Gestandaardiseerde jaarkosten (excl. BTW)
- onderhoud en operationeel - afschrijving (excl. grond) - gem. rentekosten * totale standaard jaarkosten per m3 piekberging * marktsector rente 6,0%, overheid rente 5,0%
Uit bovenstaande tabel wordt duidelijk dat voor een gebied met max. 20 cm peilhoogtestijging de dubbele waterkelder een zeer aantrekkelijk alternatief vormt. Dit zowel vanuit het oogpunt van de totale investeringsbehoefte alsmede uit het oogpunt van standaard jaarkosten. 6.6
Financiering Kelders onder Kassen
Naast de economische analyse is een structuur ten aanzien van de financiering een belangrijk element in de besluitvorming rondom de waterkelders. Het is in de praktijk vaker voorgekomen dat technisch- en economisch haalbare voorstellen op het gebied van infrastructuur en waterberging in de financieringsfase stil kwamen te liggen, zeker als het nieuwe (proef) projecten betrof. In deze paragraaf wordt daarom een financieringsvoorstel uitgewerkt dat in de praktijk realiseerbaar en reproduceerbaar is. De financieringsconstructie gaat derhalve uit van private financiering zonder beroep te doen op speciale subsidiegelden. Uiteraard kan voor dit type
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
37
investering gezocht worden naar subsidiegelden. In dit kader wordt het standpunt gesteld dat het realiseren van subsidiegelden niet bepalend mag zijn ten aanzien van de financiering. Slechts reguliere subsidies zijn in beschouwing genomen. 6.6.1
Financieringsprincipes
De investeringsbedragen die gemoeid zijn met piekwaterberging van 41.600 m3 zijn voor beide alternatieven aanzienlijk. De financiering van de open waterberging is een bekend gegeven voor het Hoogheemraadschap. Omdat de waterschappen openbare lichamen zijn, is hun positie voor grootschalige financiering aantrekkelijk, er is immers geen de betalings- en insolventie risico voor een externe financier. De waterschappen kunnen dus relatief goedkoop geld aantrekken ten opzichte van de commerciële marktsector. Om het project op korte termijn te kunnen realiseren en meerdere malen te kunnen toepassen is projectfinanciering een aantrekkelijke optie. Het mag duidelijk zijn dat dergelijke projectfinancieringen maatwerkconstructies zijn, die als ze eenmaal ontwikkeld zijn snel toegepast kunnen worden in overeenkomstige gevallen. Wel moet onderzocht worden of dergelijke financieringconstructies onder de regels van Publiek Private Samenwerking (PPS) vallen, met name ten aanzien van de Europese aanbestedingsregels. Om de financiering voor alle partijen aantrekkelijk te maken moet de financieringsstructuur geoptimaliseerd worden ten aanzien van: • het vermogensbeslag en de balanspositie van de betrokken partijen • de effectief operationele levensduur van de waterkelder • de juridische borging en zekerheidsstelling • de fiscale mogelijkheden ten aanzien van Vamil, Mia en EIA.
Bij de financiering van de waterkelder komen een aantal nieuwe aspecten aan het licht die betrekking hebben op het meervoudige grondgebruik, de toekomstige restwaarde en het economisch eigendom in relatie tot de fiscale mogelijkheden. balanswaarde Uit het oogpunt van de balanspositie is een “off-balance” financiering voor beide betrokken partijen te verkiezen, immers het vermogensbeslag van de investering zal voor een regulier tuinbouwbedrijf al snel leiden tot verstoorde balansverhoudingen. Dit geldt ook voor het Hoogheemraadschap indien meerdere waterkelders worden geplaatst. restwaarde De waterkelder vormt een lastig object voor waardebepaling in de tijd, zeker in het geval van toepassing in combinatie met een tuinbouwbedrijf waar de kassen en installaties gemiddeld in 15 jaar worden afgeschreven, terwijl voor de waterkelder een termijn van minimaal 30 jaar van toepassing is. Een leaseconstructie lijkt daarmee een voor de handliggend oplossing. De restwaarde na 30 jaar is voorlopig op 5% gesteld. Op lange termijn (meer dan 40 jaar) is het onzeker wat er met de kelder moet gebeuren, ingeval dat deze gesloopt en verwijderd moet worden is er zelfs sprake van een negatieve restwaarde omdat er kosten gemaakt moeten worden om de kelder te verwijderen.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
38
eigendom Omdat de grond en de kas in eigendom van de tuinder zijn, zal in geval van een leaseconstructie voor de waterkelder aandacht besteed moeten worden aan de juridische positie van de partijen. Het vestigen van opstalrecht of een erfdienstbaarheid kan hier uitkomst bieden. fiscale aspecten Het realiseren van de fiscale subsidiemogelijkheden is een apart onderdeel, omdat de fiscale voordelen direct gerelateerd zijn aan eigendom enerzijds en winstgevendheid anderzijds. De beoogde Vamil en Mia faciliteit is gebaseerd op fiscale verrekening middels verlaging van de feitelijke vennootschapsbelasting door willekeurige (versnelde) fiscale afschrijving (Vamil) en middels een extra aftrekpost (Mia). Op basis van informatie van Waterblock valt de watershell bergingskelder onder categorie B1119 en kan derhalve aanspraak worden gemaakt op 15% Mia en Vamil. Gezien de grootte van de investering in de waterkelders in verhouding tot de winstcapaciteit van een tuinbouwbedrijf zal het realiseren van de fiscale voordelen een meerjarige kwestie worden. De risico’s van wijzigingen in de fiscale wetgeving en bedrijfscontinuïteit zouden dus verstorend kunnen werken op de feitelijke kosten voor de gebruiker van de waterkelder, in dit geval het Hoogheemraadschap.
Daarnaast zal de tuinbouwondernemer ook nog fiscale verrekening realiseren middels een groen label kas, ook dit heeft betrekking op zijn fiscale verrekeningscapaciteit. Het Hoogheemraadschap kan als openbaar lichaam deze fiscale voordelen niet realiseren. Het lijkt dus logisch een externe financiële partij te zoeken voor optimalisering van de fiscale mogelijkheden. 6.6.2
Financieringsstructuur
Op basis van de financieringsprincipes zoals vermeld onder 6.6.1 wordt onderstaand een mogelijke financieringsstructuur voorgesteld die tegemoet komt aan de eerder geformuleerde eisen. De tuinbouwondernemer is eigenaar van zowel de grond als de kas en draagt zorg voor eigen financiering van deze beide investeringen. De dubbele waterkelders worden ondergebracht in een projectfinanciering, waarbij een financiële partij eigenaar wordt van de kelder en deze least / verpacht aan het Hoogheemraadschap. De keuze voor een operationele lease betekent een “off balance” financiering voor de ondernemer en het Hoogheemraadschap. De leasemaatschappij wordt economisch eigenaar van de waterkelder en kan de fiscale voordelen benutten, waardoor een structureel lagere leaseprijs ontstaat en de risico’s ten aanzien van wijziging in fiscale wetgeving en bedrijfscontinuïteit worden geminimaliseerd. De leasemaatschappij brengt in deze constructie zijn winstverrekeningscapaciteit in, hiervoor wordt een compensatie gevraagd van ca.1/3 van de te verrekenen fiscale compensatie. Het Hoogheemraadschap least de kelders vervolgens van de leasemaatschappij. Ten behoeve van de leasemaatschappij wordt door de tuinbouwondernemer opstalrecht toegekend aan de leasemaatschappij, waarbij tevens aan de tuinbouwondernemer het recht wordt verleend een kas te bouwen op de bovenzijde van de waterkelder.
Het onderhoud aan de waterkelders komt voor rekening van de leasemaatschappij, maar kan uitgevoerd worden door het Hoogheemraadschap. De looptijd voor dergelijke constructies is gebaseerd op erfpacht en heeft een looptijd van minimaal 26 jaar, in het geval dat het gebruik 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
39
wordt aangemerkt als tuinbouwgrond. Gezien de looptijd van dit project van 30 jaar zijn er dus geen problemen op dit vlak. Daarnaast is het waarschijnlijk dat gezien het gebruik van de betoncultuurvloer er een kortere erfpachtperiode van toepassing kan zijn. Financiering optie 41.600 m3 piekberging t.o.v. open waterberging +20cm FINANCIERING
watershell
piekberging ruimtebeslag
41.600 22.000
open waterberging Ongestapeld 3
m 2 M
41.600 221.000 0,20
3
m 2 M m1
Bestedingen Grondverwerving Begroting watershell bergingskelders Begroting openwater berging Financial engineering lease constructie Totale investering excl. BTW 19%
B.T.W.
0 5.540.000
12.155.000 0
0 55.000
6.928.000 0
5.595.000
19.083.000
1.063.000
3.626.000
6.658.000
Totale bestedingen incl. BTW
incl. BTW
22.709.000 incl. BTW
19% 3% 0%
0 0 0 0 0
Middelen eigen middelen BTW recovery Vamil Mia 15% EIA 55%
0%
max max
5.540.000 67% 67% 831.000 0
0 1.063.000 1.272.000 191.000
financiering door lease maatschappij financiering door Waterschap
4.132.000
Totale middelen incl. BTW
6.658.000
62%
22.709.000 100% 22.709.000 341%
Gezien het feit dat opslag van warmte betrekking heeft op de tuinbouwonderneming zelf is de EIA in dit geval buitenbeschouwing gelaten. Indien de betoncultuurvloer door de tuinbouwondernemer ingebracht gaat worden in het kader van een groenfinanciering, zal de waarde van de betoncultuurvloer in mindering moeten worden gebracht op de voor Vamil en Mia toegerekende investeringen.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
40
Financiering optie 41.600 m3 piekberging t.o.v. gestapelde open waterberging +40cm
FINANCIERING
watershell
piekberging
41.600
ruimtebeslag
22.000
open waterberg ing m
3
41.600
m
M
2
3
111.000
m
0,40
m1
2
Bestedingen Grondverwerving
0
6.105.000
Begroting watershell bergingskelders
5.540.000
0
Begroting openwater berging
0
4.471.000
Financial engineering lease constructie Totale investering excl. BTW
55.000
0
5.595.000
10.576.000
19% 1.063.000
2.010.000
B.t.w
6.658.000
Totale bestedingen incl. BTW
incl. BTW 12.586.000 incl. BTW
Middelen 0%
eigen middelen BTW recovery
0
0
1.063.000
Vamil
max 5.540.000 67% 1.272.000
Mia 15%
max 831.000
EIA 55%
0
67% 191.000
financiering door lease maatschappij
4.132.000
0 19%
0
3%
0
0%
0
62%
12.586.000 100%
financiering door Waterschap 6.658.000
Totale middelen incl. BTW
12.586.000 189%
Bij een maximaal toelaatbare peilhoogte stijging van 40 cm zijn de investeringsbedragen voor een open waterberging het ongeveer het tweevoudige ten opzichte van de oplossing middels de Watershell bergingskelders. Dit zou betekenen dat bij een grondprijs van € 55 per m2 het omslagpunt voor het investeringsniveau ligt bij een toelaatbare peilstijging van 80 cm.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
41
6.6.3
Vergelijking van een aantal alternatieven
Om een vergelijking te maken van de verschillende alternatieven is onderstaand een overzicht gemaakt van financiële jaarkosten, de jaarlijkse operationele en onderhoudskosten. Deze vergelijking is gemaakt voor deze specifiek locatie en vanuit de optiek van het Hoogheemraadschap. De verschillende alternatieven zijn dus inclusief BTW en voor de Watershell® bergingskelders exclusief de kosten van grondaankoop, omdat deze in eigendom is van de tuinbouwondernemer. Voor de waterbergingkelders is met een leasetermijn van 30 jaar gerekend tegen een lange termijn marktrente van 7,00%. In de praktijk zullen dit waarschijnlijk twee leaseperioden van 15 jaar zijn. Voor de open waterberging is een aflossingstermijn van 40 jaar gekozen, dit in overeenstemming met de afschrijvingsrichtlijnen van het Hoogheemraadschap. Vergelijking jaarkosten van de vier alternatieven (alles incl. BTW) WATERSHELL 3
capaciteit in m
OPEN WATERBERGING
32.000
41.600
50.000
32.000
32.000 9.600 2.2 ha
32.000 18.000 2.2 ha
benodigde middelen (incl BTW) 6.658.000
6.658.000
financiële lasten jaar oper. & onderhoud totale jaarkosten
409.000 71.000 480.000
per m3 piekberging
15,00
peilhoogte stijging 3 gebruik onderkelder in m 3 gebruik bovenkelder in m ruimte beslag
2.2 ha
41.600
41.600
20 cm
40 cm
22.1 ha
11.1 ha
6.658.000
22.709.000
12.586.000
409.000 71.000 480.000
409.000 71.000 480.000
1.135.000 45.000 1.180.000
630.000 35.000 665.000
11,54
9,60
28,36
15,98
Uit bovenstaande tabel wordt duidelijk dat in gebieden met beperkt toelaatbare waterstijging de kosten van piekberging in waterkelders substantieel lager zijn dan de kosten voor een open waterberging. Het omslagpunt in de vergelijking ligt bij het gebruik van alleen de onderkelder 32.000 m3 ten opzicht van gestapelde berging van ruim 40 cm. Dit is echter losstaand van de beschikbaarheid van de noodzakelijke percelen in ruimte en tijd. 6.7
Uitbalancering van de posities
Het snel realiseren van de dubbele waterbergingskelder kan alleen plaatsvinden als betrokken partijen een evenwichtig pakket aan voordelen kunnen binnenhalen. Daarbij moet gekeken worden naar de individuele belangen en de wens om snel tot uitvoering over te gaan in samenhang met de door beide partijen gestelde doelen. Een marktconforme financiering gebaseerd op een snel realiseerbare structuur is tevens vereist. De voordelen voor het Hoogheemraadschap bestaan in deze constructie uit: 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
42
• • • • • • •
snelle realisatie van een piekbergingscapaciteit van 41.600 m3 uitbreiding van de capaciteit van het Vlotwatering gemaal krijgt mogelijk voor een deel een andere dimensie géén aankoop- en verwervingskosten van gronden (22 ha bij 20 cm peilstijging) investering in de piekbergingscapaciteit middels de waterkelders legt geen beslag op directe middelen door lease constructie de balans wordt niet belast met de investeringswaarde gelijkmatige lasten vanwege een (geïndexeerde) leasetermijn fiscale voordelen worden optimaal benut en naar voren gehaald
De nadelen voor het Hoogheemraadschap bestaan in deze constructie uit: • langlopende financieringsverplichting met private middelen • mogelijke onzekerheid ten aanzien van de onderhoudskosten van de kelder De voordelen voor de tuinbouwondernemer bestaan in deze constructie uit: • vrij gebruik van de bovenkelder voor eigen wateropslag van regenwater, gietwater, drainagewater en energiebuffering • vrij gebruik van de bovenvloer van de kelder als kasfundatie en betoncultuurvloer • géén vermogensbeslag vanwege investeringen in de waterkelder • de balans wordt niet belast • er blijft voldoende fiscale ruimte over voor eigen groenfinanciering De nadelen voor de tuinbouwondernemer bestaan in deze constructie uit: • waterkelders zijn niet in eigendom tijdens de looptijd • mogelijke concessies in operationele bedrijfsvoering • toekomstige restwaarde / verkoopwaarde van de waterkelders (mogelijk negatieve restwaarde) De voordelen van de tuinbouwondernemer ten aanzien van de besparing van de investeringen in de betoncultuurvloer en wateropslag in de bovenkelder zijn redelijk gelijkwaardig aan de voordelen voor het Hoogheemraadschap ten aanzien van de besparing van de verwervingskosten van de grond en de locatie, en het snel realiseren van piekwaterberging in een probleemgebied.
Het is aan nu aan de betrokkenen zorg te dragen voor verdere aanscherping van de aannames en uitgangspunten en te starten met concrete beleidsbeslissingen en onderhandelingen. 6.8
Economische toepasbaarheid
De in dit hoofdstuk opgenomen berekeningen tonen aan dat piekwaterberging in waterkelders in combinatie met glastuinbouw een financieel zeer aantrekkelijk alternatief is voor open waterberging. Twee belangrijke kanttekeningen zijn hierbij op zijn plaats: de aantrekkelijkheid is sterk afhankelijk van de toelaatbare peilstijging in het gebied in relatie tot de grondprijs. Het lijkt dan ook waarschijnlijk dat piekwaterberging in waterkelders vooral aantrekkelijk is voor die locaties waar peilhoogte stijging kritisch zijn en de grond schaars is. Het mag duidelijk zijn dat we voor de glastuinbouw dus vooral spreken over de huidige concentratiegebieden in het Westland en daarbuiten. 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
43
De toepassing in combinatie met glastuinbouw staat voor vele mogelijkheden open. Alle niet grondgebonden teelten kunnen in principe gebruik maken van de onderkeldering, dit geldt door voor de potplantenteelt maar ook voor substraatteelten zoals de grote vruchtgroentegewassen. Ook de schaalgrootte stemt overeen met intensieve glastuinbouw. Een bedrijfsgrootte van 2 ha of een veelvoud daarvan is een optimale economische maat, zeker voor de sierteelt. Uiteraard kan ook gedeeltelijke onderkeldering plaatsvinden.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
44
7 JURIDISCHE EN BESTUURLIJKE HAALBAARHEID 7.1
Juridische haalbaarheid dubbele kelders
Bestemmingsplan en bouwen Overheden beschikken over ruimtelijk-juridische instrumenten om het proces van planvorming te kaderen: bestemmingsplannen, streekplannen, waterhuishoudingsplannen, etc.. Sinds 1 november 2003 is daar ook de Watertoets, specifiek als bewakingsprocedure voor afstemming tussen de waterhuishouding en ruimtelijke ingrepen, als wettelijk instrument bijgekomen. Realisering van het glastuinbouwbedrijf van P. Barendse in het buitengebied dient te worden getoetst aan het bestemmingsplan van de betreffende gemeente. Aangezien de hoofdactiviteit glastuinbouw en de bestemming ook agrarisch / glastuinbouw is, zal dit geen knelpunten op te leveren. Glastuinbouwbedrijven met enkele kelders hebben ook geen planologische problemen gehad. Bij de afvoer van de grote hoeveelheid grond dient overleg met de gemeente, als eigenaar van de weg, te worden gevoerd en dient rekening te worden gehouden met aanvullende eisen van omwonenden. Voor de realisatie van de nieuwbouw zal een bouwvergunning bij de gemeente moeten worden aangevraagd. Verder dient er te worden nagegaan of er vooraf nog archeologisch onderzoek plaats dient te vinden. Er dient bij het Hoogheemraadschap van Delfland een keurvergunning te worden aangevraagd voor de uitvoering van diverse werken in het kader van de waterbeheersing. Wvo-WM Het bedrijf dient te voldoen aan het Besluit Glastuinbouw.
Gezien de moderne uitrusting en voorzieningen van het bedrijf zal dit geen knelpunt zijn. Als de kelders een aparte eigenaar of huurder krijgt zal deze zelf de wettelijke invulling moeten regelen. Hier worden echter geen knelpunten verwacht. Ontgrondingsvergunning Voor graafwerkzaamheden kent de provincie een stelsel van ontgrondingsvergunningen. Op grond van artikel 7, tweede lid, van de Ontgrondingenwet kunnen bepaalde ontgrondingen worden uitgezonderd van de vergunningplicht. Onder de uitzonderlingen als bedoeld in dit artikel vallen onder meer de volgende ontgrondingen: 'ontgrondingen ten behoeve van het maken, wijzingen, verwijderen en onderhouden van bouwwerken, kunstwerken en hun funderingen'. Onder een bouwwerk wordt verstaan: 'elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die op de plaats van de bestemming, hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond'. Het maken van een kelder valt onder de definitie van een bouwwerk en is om die reden vrijgesteld van de vergunningplicht. Overig In geval van een leaseconstructie voor de waterkelder zal aandacht besteed moeten worden aan de juridische positie van de partijen omdat de grond en de kas in eigendom van de tuinder zijn. Het vestigen van opstalrecht of een erfdienstbaarheid kan hier uitkomst bieden.
Tevens zullen er onderlinge afspraken moeten worden vastgelegd over het beheer en de bediening van de kelders. De kelders dienen ten alle tijden voor het waterschap beschikbaar te zijn. Een ander aandachtspunt is de mogelijke instroming van fauna in relatie tot het geheel leegpompen van de kelder. 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
45
7.2
Bestuurlijke haalbaarheid alternatieven
De aanpak met de bergingskelders past in zijn algemeenheid uitstekend in het landelijk beleid (zie hoofdstuk 2). Vanuit het WB-21 wordt aangedrongen op snelle multifunctionele oplossingen. Het onderdeel waterdiensten voor opslag van oppervlaktewater staat expliciet genoemd in de Europese Kaderrichtlijn Water. De provincie Zuid-Holland streeft naar een duurzaam waterbeheer en heeft reeds een aantal jaren het beleid ingezet om met name vanuit de opslag van regenwater op het bedrijf het afvalwaterknelpunt in de glastuinbouw op te lossen. De combinatie met oppervlaktewaterberging versterkt het beleid van twee kanten. De aanpak met dubbele kelders past ook naadloos in het beleidsuitgangspunt uit het Waterbeheersplan van Delfland; het gezamenlijk benutten van potenties. Om de vergelijking op alle belangrijke aspecten tussen open waterberging en kelder onder kassen inzichtelijk te maken worden in het schema op de volgende pagina de twee bergingen vanuit verschillende waterthema's vergeleken. Deze thema's zijn door het Hoogheemraadschap vastgesteld en gebruikt om eerdere alternatieven uit het ABC-Delfland te kunnen vergelijken. Uit het overzicht blijkt dat de dubbele kelders op alle aspecten redelijk tot goed scoren.
Naast de al eerder genoemde economische voordelen voor alle partijen scoren met name de thema's kans op wateroverlast, bijdrage veiligheid boezemkade, realisatietermijn en kansen op win-winsituatie uitstekend.
Foto: openwaterberging Poelkade te 's-Gravenzande 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
46
De open waterberging dient als drager van de natuur ook binnen de glastuinbouwgebieden een plaats te krijgen. De kelders kunnen echter snel een fors deel van de mogelijke wateroverlastrisico's wegnemen. Door deze te positioneren op strategische locaties kan snel een aantal bergingstekorten worden opgelost. Voor de boezem maakt het in principe niet zoveel uit waar de kelder wordt gepositioneerd, elke ontlasting is er een voor de gehele boezem. Specifiek voor de locatie in Monster zijn er, behalve voor het boezemsysteem in zijn algemeenheid, geen specifieke knelpunten. De urgentie van de aanleg van kelders ligt met name in een aantal polders (zie par. 4.1, tabel 1). Gezien het debiet van de kelderinlaat (1,5 m3/s) kan mogelijk een deel van de beoogde vergroting van de bemalingscapaciteit van het gemaal Vlotwatering worden gestoken in waterkelders.