1.75) Schrijven raadslid d.d. 04-01-22 inzake onderzoeken kelders onder kassen (G22-000018)
Tekst van het document
From: secretariaatsnijders Sent: dinsdag 4 januari 2022 10:33:44 To: Info Cc: Subject: FW: Documenten eerdere onderzoeken kelders onder kassen Attachments: Aqua terra Nova rapport kelders onder kassen.pdf; Aqua Terra Nova samenvatting rapport kelders onder kassen.pdf; Aqua Terra Nova bijlagen kelders onder kassen.pdf G o e d e m o rg e n , W i ll e n ju l li e d e z e in b o e k e n ? Is p o r t e fe u i l le v a n L e e n S n i jd e r s . Dank!
!"#$%! & '('' '')(* + ,-- ,-- , . / 01 2 0 3 4 / 02 5 -0 3 - / 02 9, 9 0 16 1 0 3 3 - / 2 1718 8 -3 , . / 02 3 3 - / 02 6 60 3 :: / 02 1 1 0 3 / 0; 4 50 4 / 0< 7< 70 / 0< 7696 7 0 - / 0= 66 6 0 / 0= >, 1? 1 0 :@ / 0, A0 4 / 0, B B 0 / 05 1 0 / 05 ;< 90 / 5 -- C C 4 --, . / 05 - 2 2 0 7? 7 0 3 / D6E D6 D 3 @@ / 05 3 E , .
/ 0D E 7< 7 0 E / 06, F 0 / 06 6 0 / 06 G 0 3 / 06 . 0 4 / 0A E B6 B 0 E / 0A , , 0 / 0A < < 0 ' / A B B 4 BA , . / 09 16 H0 H - / 09 B,10 3 / 0 ; 0 3 - / 0 17 1I0 - / 0? , 0 / 7 7 7 , . / 07 F -- 0 7 / 0B G 9780 J / 0B 66 60 4 / F 4 , . / 0F K0 3 / 0F ;C ; 0 3 - / 0F < 0 3 *( / 0F . 0 / 0G 6 6 0 3 / 0G 6 6 40 43 / 0G 7 7 0 7 G / . ;9 A ;9. , . / . 3 ; ; ;. 3 , .
/ 0L 570 / 01 ;K>F,70 / 02 A >F ;K>F,70 3 / 02 0 3 - / 02 . 710 3 71. / 02 9780 / 0= L ,9 0 / 710 3 / 0; G 3 0, 3 G ,2.0 3 3 / 0, 2 GG<0 / 05- 2 710 - / / 0D < - <@@0 @@ / 06 05 G 9780 5 G , 3 0 / 06 2 0 / 09 = .G0 @@ / 0 A ,90 / 0 5 H <@@0 @@ / 0 F .G0 / / 07 5 GG<0 0H <@@0 H@@ / 0 F > = ;<10 / 0B H B ,2.0 H 3 / 0M M33 .G0 33 / 0M F ;K>F,70 / 0M4 >F 9780 M4 / 06 G 0 @@ / 06 1 40 @@ / 0A 4 G 0 - / 0A 4 G 0 4 H / 0 0 @@
NN 13 1 13 3 , . / 2 2 , . / 1 2B 2 3 , . / 23 6; 6O 6;23 , . / 8 56 5 , . / , 61 ; 3 , . / A 5 5 , . / B 1; 1;B , . / 3 3 , . / F 3 F 3 , . / F F / , . / , . / , . / , . / , . / F 9A , . / F 1; 9 , . / F 27 2 3 , . / M ; ; ;M , . / G 7 7 , . / G ;6 O , . / G 71 7 , . / L ;, 9 ;,L , .
P%!"Q!"R < E Geachte voorzitter, leden van de raad, steunraadsleden en college, Zoals aangekondigd door mij in de raadsvergadering van 9 november 2021 n.a.v. de motie inzake waterbergingsmogelijkheden in Westland, stuur ik u bijgaand het rapport van Aqua Terra Nova toe, wat destijds op initiatief van voormalig LPF Westland steunraadslid Paul Barendse is opgesteld, over de waterbergingsmogelijkheden onder tuinbouwkassen.
? 978>. 6 . 9 7 / E -
-
BIJLAGE 1 WATERSHELL SYSTEEM DUBBELE KELDERS
BIJLAGE 2 VORMEN VAN WATERBERGING Voorraadberging Voorraadberging is het vasthouden (bergen) van neerslag die in het gebied valt. Het vasthouden van water heeft tot gevolg dat in natte perioden de grond- en oppervlaktewaterstanden tijdelijk hoger zullen zijn. Met het vasthouden van zomerse buien wordt getracht het inlaten van (gebiedsvreemd) water in droge perioden zo lang mogelijk uit te stellen of te voorkomen. De hogere waterstanden in de zomermaanden hebben een zeer tijdelijk karakter. Binnen een bepaalde bandbreedte is er in gebieden met voorraadberging sprake van (natuurlijke) peilfluctuatie als gevolg van neerslag en verdamping. Seizoensberging Seizoensberging betreft het bergen van water in de bodem of in open water met als doel het opbouwen van een watervoorraad in natte perioden. Deze voorraad kan in droge perioden worden benut. Het opbouwen van de watervoorraad vindt vooral in de wintermaanden plaats. In veel gevallen gaat het bij seizoensberging om grote hoeveelheden water die worden geborgen. De polders waarin deze vorm van waterberging plaatsvindt, worden vaak aangeduid als waterconserveringspolders. Piekberging Piekberging s het tijdelijk opslaan van water in de bodem, in het open water of op het maaiveld met als doel om wateroverlastproblemen als gevolg van neerslag elders te voorkomen of om te voorkomen dat het boezemsysteem te zeer wordt belast.
Piekberging kan jaarlijks tot eens in de 50 tot 100 jaar plaats vinden. De mate van peilfluctuatie is sterk afhankelijk van de mogelijkheden van de locatie en de hoeveelheden water die moeten worden geborgen. De polders waarin piekberging plaatsvindt, worden aangeduid als retentiepolders. De berging van water in deze polders wordt gerealiseerd door het aanpassen van het bemalingsregime en een flexibel peilbeheer. Calamiteitenberging Dit is het opslaan van water door tijdelijke inundatie van een (diepe) polder met water uit de boezem of het hoofdsysteem om een calamiteit als gevolg van kritieke waterstanden op de boezem of in het hoofdsysteem te voorkomen. Calamiteitenberging vindt incidenteel plaats (niet vaker dan 1:50 tot 1:100 jaar) en leidt in beginsel tot snel stijgende waterstanden tot ver boven het maaiveld (tot enkele meters). De polders waarin het water vanuit de boezem of het hoofdsysteem wordt ingelaten, worden aangeduid als inlaatpolders of calamiteitenbergingsgebieden. Bron: Hoekstra, R., L. Gorter en D. Noland, Boeren met water. Waterberging in combinatie met landbouw. Uitgave Habiforum, Gouda, 2002
BIJLAGE 3 BEREKENINGEN INLAATCONSTRUCTIE Bij de berekeningen is uitgegaan van het door Delfland vastgestelde maatgevend verhang in de toevoerende boezemwatergangen. Uit deze gegevens zijn de optredende stroomsnelheden te herleiden. De berekeningen zijn uitgevoerd in twee varianten, namelijk voor een vaste stuwinlaat en een beweegbare stuwinlaat. Uitgangspunten Toestroming • Maatgevende of minimale doorstroombreedte van de aanvoerende watergangen 4,20 meter. • Bodemdiepte van de watergangen –1,00 meter NAP, waterdiepte van 0,80 meter gerekend met een peilstijging van 0,20 meter. • Normaal maximaal optredende stroomsnelheid in de boezemwatergangen 0,15 meter/seconde. • Maximaal toelaatbare stroomsnelheid in de boezemwatergangen 0,5 meter/seconde. • Maximaal toelaatbaar verhang in de boezemkanalen 0,04 meter/km. Dit speelt echter gedurende de werking van de inlaat naar de waterkelder geen rol in de toevoerende boezemwatergang. Het maximaal toelaatbare verhang in de toevoerwatergangen is afhankelijk van de drempelhoogte van de stuw ten opzichte van het verhoogde boezempeil. Dit is aangegeven bij de vaste en beweegbare stuw. Vaste stuw • Drempelhoogte vaste stuw (A) –0,35 meter NAP of (B) –0,30 meter NAP. • Maximaal toelaatbaar verhang in de toevoerende watergang 0,05 meter.
• De waterstand bij de bergingskelder is dan –0,25 meter NAP, dus een overstorthoogte van (A) 0,10 meter of (B) 0,05 meter. Beweegbare stuw: • Minimale drempelhoogte beweegbare stuw –0,80 meter NAP. • Maximaal toelaatbaar verhang in de toevoerende watergang 0,15 meter. • De waterstand bij de bergingskelder is dan –0,35 meter NAP, dus de overstorthoogte bedraagt 0,45 meter. Resultaten Vaste stuw A. Per aanvoertak een vaste stuw met een drempelhoogte van –0,35 meter NAP. • Benodigde overstortbreedte 14,4 meter. B. • • •
Per aanvoertak een vaste stuw met een drempelhoogte van –0,30 meter NAP Benodigde overstortbreedte 40,8 meter Vultijd kelder circa 9 uur met een debiet van 1 m3/s Maximale stroomsnelheid in de boezemwatergang 0,25 m/s
Beweegbare stuw • Per aanvoertak een beweegbare stuw met een minimale drempelhoogte van –0,80 meter NAP • Benodigde overstortbreedte 2,30 meter • Vultijd kelder circa 6 uur met een debiet van 1,5 m3/s • Maximale stroomsnelheid in de boezemwatergang 0,42 m/s
BIJLAGE 4 OVERZICHT WATERHUISHOUDING GLASTUINBOUW BEDRIJF P. BARENDSE
WONING
BEDRIJFSRUIMTE
REGENWATER
Verdamping en opname gewas
FIRST FLUSHWATER
Regenwateropslag Drainwateropslag
DRAINWATER
HUISHOUDELIJK AFVALWATER
TEELTWATER
OPTIE
SEPTICTANK
(OPTIE)
Gewasbeschermings middelen
Piek waterberging
(OPTIE)
SPUIWATER ZUIVERINGSSYSTEEM (ORG. en N en P) GEZUIVERD HUISHOUDELIJK WATER
Meststoffen
FERTIGATIE INSTALLATIE
OPTIE
NAZUIVERINGS INSTALLATIE
ONTSMETTER
OPPERVLAKTE WATER
(op GBM, N en P) OPTIE
LOZINGS BUFFER Naar riolering en AWZI of per as
BIJLAGE 5: TEKENINGEN OVERZICHT BOEZEMKANALEN EN LOCATIE
BIJLAGE 6: TEKENINGEN WATERHUISHOUDING EN OMGEVING LOCATIE
BIJLAGE 7: TEKENING CONSTRUCTIE GLASTUINBOUWBEDRIJF
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING ...................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................... 3 1.2 Waterberging.................................................................................................................. 3 1.3 Doelstelling .................................................................................................................... 4 1.4 Opzet haalbaarheidsstudie.............................................................................................. 4 1.5 Leeswijzer ...................................................................................................................... 4 2 BESTUURLIJK KADER WATERBERGING ............................................................. 5 2.1 Landelijk (en Europees) beleid....................................................................................... 5 2.2 Provincie Zuid-Holland.................................................................................................. 6 2.3 Hoogheemraadschap van Delfland................................................................................. 6 2.4 Gemeente Monster / Westland .....................................................................................
10 2.5 LTO-Nederland ............................................................................................................ 12 3 KELDERS ONDER DE KASSEN: MULTIFUNCTIONEEL GLAS...................... 13 3.1 Beschrijving bedrijfssituatie......................................................................................... 13 3.2 Onderkeldering met Watershellsysteem....................................................................... 14 3.3 Meervoudig Ruimtegebruik ......................................................................................... 15 3.4 Functies dubbele kelders .............................................................................................. 15 4 OPEN WATERBERGING............................................................................................ 18 4.1 Beschrijving ................................................................................................................. 18 4.2 Juridisch kader.............................................................................................................. 20 4.3 Natuur en landschap ..................................................................................................... 21 5 TECHNISCHE HAALBAARHEID .............................................................................
22 5.1 Fundering ..................................................................................................................... 22 5.2 Onderste kelder (32.000 m3 piekberging) .................................................................... 22 5.2.1 Uitgangssituatie locatie........................................................................................ 22 5.2.2 Inlaatconstructie................................................................................................... 23 5.2.3 Kroos en slibvang................................................................................................. 25 5.3 Bovenste kelder (18.000 m3: water en warmte) ........................................................... 25 5.3.1 Waterketen............................................................................................................ 25 5.3.2 Warmte opslag...................................................................................................... 28 5.3.3 Compartimenten water en warmte ....................................................................... 29 5.3.4 Veiligheid en robuustheid waterberging .............................................................. 30 5.3.5 Waterkwaliteit en ecologie ...................................................................................
31 6 ECONOMISCHE HAALBAARHEID......................................................................... 32 6.1 Beschrijving van de uitgangspunten ............................................................................ 32 6.2 Kosten Watershellsysteem vanuit bedrijfseconomisch oogpunt .................................. 33 6.3 Voorbereidingskosten................................................................................................... 34 6.4 Kosten voor piekberging in een open waterpartij ........................................................ 35 6.5 Kosten vergelijking kelders onder kassen open waterberging ..................................... 36 6.6 Financiering kelders onder kassen ............................................................................... 37 6.6.1 Financieringsprincipes......................................................................................... 38 6.6.2 Financieringsstructuur......................................................................................... 39 6.6.3 Vergelijking van een aantal alternatieven ........................................................... 42 6.7 Uitbalancering van de posities ..................................................................................... 42 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
1
6.8 Economische toepasbaarheid ....................................................................................... 43 7 JURIDISCHE EN BESTUURLIJKE HAALBAARHEID......................................... 45 7.1 Juridische haalbaarheid dubbele kelders ...................................................................... 45 7.2 Bestuurlijke haalbaarheid ............................................................................................. 46 8 OPTIONELE FUNCTIES KELDERS......................................................................... 50 8.1 Regenwateropslag en -voorziening voor de omliggende bedrijven ............................. 51 8.2 Seizoensberging ........................................................................................................... 51 8.3 Compartiment als bergbezinkkelder............................................................................. 51 8.4 Extra bergingscapaciteit bij projectontwikkeling......................................................... 51 9 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................. 52 9.1 Conclusies .................................................................................................................... 52 9.2 Aanbevelingen..............................................................................................................
55 LITERATUUR ....................................................................................................................... 58 BIJLAGEN BIJLAGE 1: WATERSHELL SYSTEEM DUBBELEKELDERS BIJLAGE 2: VORMEN VAN WATERBERGING BIJLAGE 3: BEREKENING INLAATCONSTRUCTIE BIJLAGE 4: WATERHUISHOUDING GLASTUINBOUWBEDRIJF P. BARENDSE BIJLAGE 5: TEKENING OVERZICHT BOEZEMKANALEN EN LOCATIE BIJLAGE 6: TEKENINGEN WATERHUISHOUDING EN OMGEVING LOCATIE BIJLAGE 7: TEKENING CONSTRUCTIE GLASTUINBOUWBEDRIJF
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
2
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding
Het huidige oppervlaktewaterbeheersysteem in tuinbouwgebieden was tot de wateroverlast in 1998 gericht op het zo snel mogelijk afvoeren van het wateroverschot. In glastuinbouw en stedelijke gebieden is veel water al snel een last. De bebouwingsdichtheid is hoog, waardoor afstroming van regenwater versneld plaats vindt. Tijdens de wateroverlast eind 1998, begin 1999 en september 2001 bleek bovendien dat het waterhuishoudkundig systeem niet is toegerust voor het afvoeren van extreme neerslag. Naast afvoer via ruime kanalen en bemaling zal vooral directe berging ter plaatse tot oplossingen moeten leiden. Rijk, provincies en waterschappen hebben hier inmiddels gezamenlijk beleid voor uitgewerkt. Ook de bedrijven zelf zijn van dit belang doordrongen. Binnen het gebied van het Hoogheemraadschap van Delfland heeft dit, vanuit het Waterbeheersplan 1999 - 2004, geleid tot het project ABC Delfland (Afvoer en BergingsCapaciteit Delfland). Een pakket van technische (bemaling) en ruimtelijke (berging) maatregelen is opgesteld en inmiddels in uitvoering, middels de deelprojecten ABC-Boezem en ABC-Polders. Het accent ligt bij de nieuwe waterhuishouding op de strategie: vasthoudenbergen-afvoeren. Net als het landelijk beleid steekt Delfland tevens in op het niet afwentelen naar andere gebieden en het meer nemen van ruimtelijke ingrepen.
Met name de ruimtelijke ingrepen vormen een probleem voor de aanpak binnen de stedelijke en glastuinbouwgebieden. Er is onvoldoende ruimte om berging van het teveel aan water te realiseren. Het realiseren van open berging kan vaak alleen via juridische procedures met forse gebiedsingrepen en tegen hoge kosten. Waterberging kan op grote schaal alleen worden gerealiseerd als de benodigde ruimte hiervoor mede benut kan worden voor andere vormen van gebruik, zoals wonen, landbouw, recreatie of natuur. Meervoudig ruimtegebruik met waterberging als een van de functies is een van de mogelijkheden om knelpunten op te heffen en bovendien de uitvoering te versnellen. De heer P. Barendse kwam in dit kader op het innovatieve plan om met dubbele kelders onder zijn nieuwe glastuinbouwbedrijf van 2 hectare te Monster grootschalig zowel regenwater (18.000 m3) als oppervlaktewater (32.000m3) te gaan bergen (zie bijlage 1). Het opslagconcept van de heer Barendse is dermate multifunctioneel dat de voordelen voor waterschap en tuinder evident lijken. Deze studie dient de haalbaarheid van het glastuinbouwbedrijf met de twee kelderlagen met het Watershell®-systeem voor alle betrokken partijen inzichtelijk te maken. 1.2
Waterberging
Waterberging wordt gedefinieerd als het (tijdelijk) opslaan van water in een gebied. Dit kan in de bodem (grondwater), in speciale bekkens of ruimtes, in het watersysteem en (bij extreme situaties) boven het maaiveld. In zijn algemeenheid worden er vier verschillende vormen van waterberging onderscheiden (volgens Habiforum; Boeren met Water; waterberging in combinatie met landbouw, 2002): 1. Voorraadberging 2. Seizoensberging 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
3
3. Piekberging 4. Calamiteitenberging Voor het specifieke onderscheid tussen deze vormen van berging wordt verwezen naar bijlage 2. Daarbij wordt ook nog onderscheidt gemaakt in reguliere berging: normale berging (niet gestapeld) via open water als onderdeel van de piekberging. In deze studie wordt uitgegaan van de functie piekberging. 1.3
Doelstelling
Het doel van de studie is als volgt gedefinieerd: Inzichtelijk maken van de technische, economische, juridisch-bestuurlijke haalbaarheid van toepassing van dubbele ‘Watershell’ bergingskelders voor opslag van gietwater, piekberging van boezemwater, opslag van warmte en afvalwater op de nieuwe glastuinbouwbedrijfslocatie van P. Barendse te Monster. De resultaten dienen daarbij ook toepasbaar te zijn voor de rest van het waterbeheersgebied van Delfland en andere waterschappen en bedrijven (met substraatteelt) in Nederland. 1.4
Opzet haalbaarheidsstudie
Op basis van de bestuurlijke en praktische kaders wordt in deze studie een uitgebreide technische en economische uitwerking weergegeven van het toekomstige bedrijf met bergingskelders. Deze wordt dan vergeleken met de huidige aanpak door het waterschap middels open waterberging. Hierbij zullen ook de juridische-bestuurlijke aspecten en knelpunten worden meegenomen. De uitgebreide weergave dient mede om partijen inzicht te geven elkaars complexe materie en bedrijfsvoering. Op basis van de vergelijking tussen de alternatieven volgen mogelijkheden voor samenwerking voor bedrijf en waterschap. Hoewel de energie aspecten en mogelijkheden veelvuldig zijn is de haalbaarheidsstudie toegespitst op de waterfuncties. Als de waterfuncties niet haalbaar blijken zal ook de energiefunctie niet behoeven niet te worden doorgerekend. De energie aspecten worden waar functioneel en economisch wel meegenomen bijvoorbeeld bij het noodzakelijke volume en mogelijkheden voor warmte opslag in de kelder. 1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het bestuurlijk kader toegelicht. Opslag van water in ‘Kelders onder Kassen’ en oppervlaktewaterberging in zijn algemeenheid worden besproken in respectievelijk de hoofdstukken 3 en 4. In de hoofdstukken 5, 6 en 7 wordt de haalbaarheid van ‘Kelders onder Kassen’ getoetst op technische, economische en juridisch/ bestuurlijke aspecten. In hoofdstuk 8 worden overige opties voor de uitvoering van ‘Kelders onder Kassen’ besproken, Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen weergegeven in hoofdstuk 10. Een samenvatting van het geheel is opgenomen vóór de inhoudsopgave.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
4
2 BESTUURLIJK KADER WATERBERGING In dit hoofdstuk wordt het brede bestuurlijke kader toegelicht. Om te kunnen beoordelen in hoeverre het bergingsconcept met dubbele kelders in de beleidskaders passen wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste waterbeleidsuitgangspunten. Aangezien waterkwantiteit onlosmakelijk verbonden is aan de waterkwaliteit worden beiden meegenomen. Vanuit het landelijk beleid wordt ingezoemd op het regionale beleid van zowel overheid als bedrijfsleven. Ook de insteek voor samenwerking van beide partijen komt aan bod. 2.1
Landelijk (en Europees) beleid
In de Vierde Nota Waterhuishouding, de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en het “Waterbeleid van de 21e eeuw” stelt de Rijksoverheid als doel om in ruimtelijke plannen te komen tot een veilig en duurzaam watersysteem. In de vierde Nota Waterhuishouding staat onder andere dat gebieden zelfvoorzienend dienen te worden gemaakt door waterconservering te stimuleren en waterbuffering te bevorderen. Langs deze weg kan een bijdrage worden geleverd aan het voorkomen van wateroverlast en het vergroten van het oppervlak natte natuur. Op deze manier worden problemen minder afgewenteld op naastgelegen gebieden, maar worden oplossingen binnen de stroomgebieden gezocht. Een bijkomend voordeel is dat bestaande problemen met betrekking tot verdroging en gebiedsvreemd water worden beperkt. Naar aanleiding van de wateroverlast eind jaren negentig heeft de Commissie Waterbeheer 21e eeuw opdracht gekregen advies uit te brengen over de waterhuishoudkundige inrichting van Nederland. Hevige regenval leidde in het najaar van 1998 tot flinke schade in Zuidwest- en Noordoost-Nederland. Polders moesten onder water worden gezet om elders bij steden en dorpen dijkdoorbraken te voorkomen. De oorzaak is het steeds intensiever gebruik van grond voor landbouw, natuur en verstedelijking. Klimaatveranderingen, zeespiegelstijging en bodemdaling zullen deze problemen volgens de commissie nog vergroten.
Om veiligheid te creëren en schade door wateroverlast en droogte te voorkomen, kiest de commissie bij de keuze van maatregelen in het “Waterbeleid van de 21e eeuw” voor een drietrapsstrategie: 1. Overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms vasthouden in de bodem en in oppervlaktewater. 2. Zonodig water tijdelijk bergen in retentiegebieden langs de waterlopen waarvoor ruimte moet worden gecreëerd. 3. Pas als 1 en 2 te weinig opleveren, water afvoeren naar elders of, als dat niet kan, het water bij zeer extreme omstandigheden gecontroleerd opvangen in daarvoor aangewezen gebieden. Vanaf 1 november 2003 is afstemming tussen waterbeheer en ruimtelijke ordening wettelijk geregeld door de zogenaamde Watertoets. In dit kader speelt ook de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW, december 2000) een rol. Met deze richtlijn wordt beoogd om tot een geïntegreerd waterbeleid te komen voor de hele Europese 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
5
Unie. De KRW stelt dat binnen de landen van de EU het waterbeheer op het niveau van stroomgebieden moet plaatsvinden. De implementatie Europese kader Richtlijn Water leidt tot monitoringseisen, een gewenste waterkwaliteit en maatregelen om de menselijke beïnvloeding terug te dringen. Monitoring van de waterkwaliteit bij eventuele uitvoering van het project kan een gevolg zijn. Momenteel vindt besluitvorming op rijksniveau aangaande de kwaliteitseisen in zijn algemeenheid plaats. In de KRW wordt gesproken over 'waterdiensten' welke worden gedefinieerd als (KRW, art. 2): alle diensten die ten behoeve van huishoudens, openbare instellingen en andere economische actoren voorzien in onder andere onttrekking, opstuwing, opslag, behandeling en distributie van oppervlakte- of grondwater. Implementatie van de kaderrichtlijn is geen zaak van overheden alleen. Aangedrongen wordt op actieve participatie van alle betrokken partijen. 2.2
Provincie Zuid-Holland
De provincie Zuid-Holland heeft haar waterbeleid vastgelegd in het Beleidsplan Milieu en Water en de nota Bruisend Water. In de Nota Planbeoordeling wordt het provinciaal beleid vertaald naar richtlijnen, goedkeuringscriteria en aanbevelingen voor ruimtelijke plannen. De provincie streeft naar een duurzaam waterbeheer. In beleidsplannen moet uitvoering worden gegeven aan onder andere de volgende doelstellingen voor duurzaam waterbeheer: • Verbeteren van de waterkwaliteit en voorkomen van verontreinigingsrisico’s. • Functies gerelateerd aan de stroomketen (van ‘schoon’ naar ‘vuil’). • Buffering of scheiding van schone en minder schone watersystemen. • Meervoudig ruimtegebruik. • Het vergroten van de ecologische potenties van het water inclusief de oeverzones (profielen). Betreffende waterbergend vermogen in woningbouw locaties stelt de Provincie Zuid-Holland als richtlijn een wateroppervlak van 10 % van het bruto stedelijk gebied. De provincie Zuid-Holland voert actief beleid ten aanzien van een duurzame glastuinbouw in haar provincie. Water speelt hierbij een centrale rol. In december 2002 heeft zij middels de nota "Naar een hoogwaardig en duurzaam Glastuinbouwcomplex in Zuid-Holland" een aparte 'Integrale visie vanuit water op glastuinbouw' uitgebracht.
Het meeste effect voor de aanpak van de afvalwaterproblematiek wordt verwacht van de uitbreiding van opslagmogelijkheden voor regenwater. Dit schept de mogelijkheid voor voldoende en goed gietwater zodat verregaand hergebruik mogelijk is.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
6
Foto: bovengrondswaterbassin voor opslag van regenwater 2.3
Hoogheemraadschap van Delfland
Het beleid van het Hoogheemraadschap van Delfland is vastgelegd in het Waterbeheersplan Delfland 1999 - 2003 (WBP). Delflands Keur geldt hierbij als randvoorwaarde. De hoofdtaken van het WBP zijn in 1998 door Delflands’bestuur als volgt geformuleerd: • Wat we doen, beter doen: het verbeteren van Delflands’ basistaken, het onderhouden en inrichten van water en het voorkomen en opruimen van verontreiniging. • Water als drager van de natuur: het structureel integreren van de aandacht voor ecologische waterkwaliteit in de reguliere activiteiten van Delfland • Samen potenties benutten: samenwerking wordt een effectief instrument om Delflands’ doelen te bereiken, om de potentie van water beter te benutten, en om de ruimtelijke inpassing van water te optimaliseren. Het hoofdprincipe voor de waterbeheersing is de trits: vasthouden- bergen en als laatste: afvoeren. Na de wateroverlast in 1998 en 1999 is in 2000 door Delfland het 'Afvoer- en BergingsCapaciteit Delfland' (ABCDelfland) opgesteld, een notitie waarin ingrijpende verbeteringen in de waterhuishouding zijn uitgewerkt. In 2001 is deze notitie vastgesteld en is de uitwerking, waarvan de kosten op € 56,7 miljoen werden geschat, gestart. Hierin zijn de volgende 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
7
uitgangspunten voor de waterhuishouding vastgesteld: 1. bij de inrichting van de ruimtelijke ordening dient het water als een sturend principe te gelden; 2. de waterhuishouding moet zo ingericht worden dat een robuust en beheersbaar systeem ontstaat c.q. blijft bestaan; het plotseling en onbeheersbaar stijgen van het boezempeil moet zoveel mogelijk worden voorkomen; 3. iedere waterhuishoudkundige eenheid binnen Delfland moet aan de gestelde norm voor die eenheid kunnen voldoen zodat afwenteling op andere waterhuishoudkundige eenheden tot een minimum beperkt blijft; daartoe dienen problemen zoveel mogelijk bij de bron te worden aangepakt; 4. er moet voldoende ruimte worden gereserveerd voor de aanleg van calamiteitenbergingen binnen het gehele beheersgebied en deze ruimte moet zo spoedig mogelijk hierop worden ingericht; 5. reeds nu dient ruimte gereserveerd te worden om veilig te stellen dat in de toekomst noodzakelijk geachte maatregelen eveneens kunnen worden gerealiseerd; 6. de capaciteit van de boezemgemalen moet worden vergroot en de toestroom naar deze gemalen moet worden afgestemd op de toekomstige capaciteit; 7. de kosten van de te treffen maatregelen zijn inherent aan het wonen en werken in het gebied; deze kosten moeten maatschappelijk aanvaardbaar zijn. Het ABC Delfland is op opgesplitst in de deelprojecten ABC-Boezem en ABC-Polders.
Het ABC-Boezem is gericht op de volgende maatregelen voor uitvoering: 1. Verbetering van de doorstroming in de boezemkanalen: onder andere door verbreding van waterwegen bij het Oranjesluis, de Monsterse Vaart en het Zwethkanaal. 2. Aanleg van nieuwe waterverbindingen om omwegen af te snijden: onder een nieuwe verbinding bij het Woerdblok in Naaldwijk en het Zwethkanaal in De Lier. 3. Realiseren van calamiteitenberging: onder andere in het gebied van de Zwethzone en de Schie met een totale capaciteit van respectievelijk minimaal 1,2 en 0,5 miljoen m3 (investering: meer dan € 6 miljoen ); 4. vergroting van de capaciteit boezemgemalen: een verdubbeling van de capaciteit o.a. bij gemaal Westland (van 6 naar de inmiddels gerealiseerde 24 m3/s) en gemaal Vlotwatering (via 1,5 naar de inmiddels gerealiseerde 2 m3/s en naar 8 m3/s op de langere termijn). Met name de locaties voor de calamiteitenbergingen ter grootte van 20 tot 100 ha in het onbebouwde Midden Delfland (Zwethzone) zijn ingrijpend.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
8
"
P o ld e r v a n N oo t d o r p
a a p w e ip o ld e r
O u d e n N ie u w
W a t e r in g v e ld s c h e p o l d e r
O u d e l an d
s c h p o ld e r
O l i e b lo k
B e r k el
Z u i d p o ld e r v a n D e l f g a u w
H o e k v a n H oll a n d
H ar na
Ou d e e n N i e u w e B r o ek p o l d e r
#
W a a lb l o k
$
E s h o f p o ld e r
O u d e L ie r p o ld e r
H o e fp o l d e r
!
C o m m a n d e ur s p ol d er
D i jk p o l d
Figuur1: kaart te onderzoeken polders/boezemlanden in 2002 en 2003 In het kader van het ABC-Polders onderzoekt Delfland ongeveer 15 polders per jaar en stelt maatregelen op om de polderwatersystemen te verbeteren. Per polder wordt aandacht besteed aan de bergingscapaciteit, de bemalingscapaciteit, de afvoercapaciteit van de waterlopen, het peil van het oppervlaktewater en de ruimtelijke ontwikkelingen. Middels de integrale aanpak worden ook maatregelen die bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit en ecologie meegenomen. Bij de polders is retentie/vasthouden van water een belangrijk uitgangspunt; regenwater wordt zoveel mogelijk in de bodem (infiltratie) en het oppervlaktewater vastgehouden. Dit kan door het automatiseren van beweegbare stuwen of flexibel peilbeheer (toestaan van peilfluctuaties). Het bergen van water wordt aangepakt door: • het aanleggen van extra waterberging in grasland-, glastuinbouw- en stedelijk gebied • het in gebruik nemen van voormalige bergboezems. Dit zijn bijvoorbeeld graslandgebieden die zo zijn ingericht dat ze tijdelijk kunnen worden benut als waterberging bijvoorbeeld tijdens extreme neerslag in korte tijd • het optimaal gebruik maken van de bestaande waterbergingen, bijvoorbeeld via peilverlaging in het najaar en de winter.
Voor verbetering van de afvoer wordt, naast het vergroten van de gemaalcapaciteit en verdiepen en verbreden van de watergangen, specifiek aandacht besteed aan het vervangen van de duikers en het aanleggen van doorverbindingen. Soms wordt geanticipeerd op hevige neerslag door het voormalen in de polders. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft aangegeven dat zij voor nieuw in te richten glastuinbouw- en woningbouwprojecten uitgaat van een benodigd waterbergend vermogen van 325 m3 per ha. Bovendien mag nieuwbouw niet leiden tot extra overstorten van rioolwater naar 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
9
oppervlaktewater. In het licht van de ontwikkelingen heeft het Hoogheemraadschap voor zijn beheersgebied een waterkansenkaart ontwikkeld. Deze is in de eerste plaats bedoeld om duidelijk te maken waar extra ruimte voor water benodigd is en waarom. Daarnaast is de waterkansenkaart gemaakt om aan te geven waar de kansen liggen om gezamenlijk met andere overheden te anticiperen op de klimaatontwikkelingen en om het watersysteem te verduurzamen. Met de waterkansenkaart richt Delfland zich in eerste instantie op de partners in de ruimtelijke ordening. Inmiddels is er een waterkansenkaart voor Oostland ontwikkeld (oktober 2002). De waterkansenkaart voor het Westland zal begin 2004 gereed komen. 2.4
Gemeente Monster / Westland
De beoogde bedrijfslocatie ligt in de gemeente Monster en deze heeft, behalve hetgeen verwoord staat in het Integraal Onwikkelingsplan Westland (IOPW), geen specifiek waterbeleid. Het IOPW geeft een visie op een nieuw Westland. Met dat nieuwe Westland voor ogen is half jaren negentig het initiatief genomen door het Westlandse bedrijfsleven en verschillende overheden. Gebiedsgewijs worden haalbaarheidsstudies verricht naar de mogelijkheden. Als de haalbaarheidsstudie een positief resultaat oplevert, wordt in samenwerking met de gemeenten een bestemmingsplan vervaardigd. Vervolgens wordt de uitvoering ter hand genomen, eveneens in samenwerking met de gemeenten en eventueel met het Hoogheemraadschap van Delfland. Verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en aanpassing van de waterhuishouding zijn twee belangrijke doelstellingen. Dit kwaliteitsstreven komt voor een belangrijk deel tot uitdrukking in het voornemen om binnen het Westland een groen-blauwe dooradering te realiseren, gekoppeld aan een aantal belangrijke vaarten en kanalen. Daarnaast wordt ingezet op uitbreiding en versterking van de kwaliteiten van groengebieden aan de randen van het Westland: de Westlandse Zoom, de rivierzone en de kustzone.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
10
Foto: Luchtfoto glastuinbouwgebied omgeving Monster-Naaldwijk Eén van de inhoudelijke doelstellingen van het IOPW is het omvormen van verouderde glastuinbouwgebieden in duurzame moderne glastuinbouwgebieden ter verbetering van de rentabiliteit van de ondernemingen en ter behoud van de internationale concurrentiepositie. Het herstructureren en vooral het herstructureerbaar houden van de glasgebieden in het Westland is daarbij van wezenlijk belang. De genoemde doelstelling dienen hand in hand te gaan met de wens de ruimtelijke kwaliteit in het Westland te verhogen en de economische basis van het gebied te verbreden. Concreet betekent dit dat met name ruimte moet worden gevonden voor de functies wonen, bedrijventerreinen, water en groen. Ruimte die in het overvolle Westland niet meer voorhanden is. Bij de start van het IOPW is daarom afgesproken dat in totaal (maximaal) 700 ha. glas van functie kan veranderen, waardoor 2.800 ha. glasareaal overblijft. Voorwaarde hiervoor is wel dat buiten het Westland ruimte wordt gevonden voor hervestiging van glastuinbouwbedrijven. In de gemeente Monster, welke per 1 januari 2004 overgaat in de gemeente Westland, speelt de ontwikkeling van de kustzone een belangrijke rol.
Tevens wordt het project Grote Geest ontwikkeld, waarin woningbouw aan de duinrand wordt gecombineerd met de versterking van de waterhuishouding; met name de waterontsluiting van het Westland, gecombineerd met de intensivering van de groenfunctie binnen de kustzone. 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
11
2.5
LTO-Nederland
In de Nota Nieuwe waarde van water (LTO-Nederland, 2001) geeft de sector haar visie op de veranderde positie van water in onze samenleving en de gevolgen die dat heeft voor de land- en tuinbouw. LTO ziet veel mogelijkheden om de nieuwe kijk op water (water als ordenend principe, water in relatie tot de leefomgeving, calamiteitenpolders, ruimte voor de rivier, opvangcapaciteit in de "haarvaten" van het watersysteem) vorm te geven voor de land- en tuinbouw. Zij denkt daarbij aan de wateropvang, waterconservering, waternatuur en combinatie met recreatie enzovoort. LTO kiest voor een zakelijke benadering. De land- en tuinbouw moet op een gezonde financiële basis in kunnen spelen op de nieuwe waarde van water. Bij de nieuwe benadering van water zijn voor LTO de volgende aspecten belangrijk: • Het zoveel mogelijk voorkomen van bedrijfseconomische consequenties. Bijvoorbeeld functie veranderingen van een gebied kunnen leiden tot een vorm van vermogenschade of schade aan gewassen. Hier dienen dan heldere en voldoende financiële compensaties tegenover te staan; • Water als inkomstenbron voor de grondgebruiker. Bijvoorbeeld door de productie van water, of ter beschikkingstellen van grond voor tijdelijke berging; • Bij verandering in het waterbeheer zal nadrukkelijk rekening moeten worden gehouden met het huidige land- en tuinbouwgebruik en met de investering.
Een pakket flankerend beleid is essentieel om draagvlak voor nieuwe plannen te vinden. LTO ziet daarbij mogelijkheden voor het leveren van waterdiensten en -producten door de landen tuinbouw.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
12
3 KELDERS ONDER DE KASSEN: MULTIFUNCTIONEEL GLAS 3.1
Beschrijving bedrijfssituatie
Potplantenkwekerij Meerrust te Naaldwijk, het huidige bedrijf van de heer Barendse, dient plaats te maken voor woningbouw vanuit de kern van Naaldwijk. Ter vervanging van deze locatie is een perceel van meer dan 2 ha (ca. 205 m bij 105 m) gekocht met twee kanten grenzend aan het boezemwater in de gemeente Monster (zie tekening bijlage 5 t/m 7). Op dit perceel wordt zijn nieuwe glastuinbouwbedrijf gevestigd voor de teelt van potplanten: azalia, kuipplanten en pothyacinten. De teelt zal plaatsvinden op een betonnen vloeren met een eb-vloedsysteem. Duurzaamheid staat bij de opzet van het nieuwe bedrijf centraal. Er wordt gestreefd naar een gesloten watersysteem door opvang en gebruik van voldoende regenwater, hergebruik van teeltwater en zuivering van afvalwater. Het voornemen is verder om in de periode van 1 juni tot 1 september in een deels lege kas energie te verzamelen door de luchtramen dicht te houden, waardoor de temperatuur van de kaslucht oploopt ('de kas als energiebron'). Het hierdoor en door een WKK-installatie verwarmde water wordt opgeslagen, waarna het water in de wintermaanden gebruikt wordt voor kasverwarming. Één en ander dient een substantiële energiebesparing op te leveren. Over de exacte energie aspecten wordt een aparte studie gedaan. Voor deze studie wordt uitgegaan van een traditionele energie uitrusting.
Foto: bouwkavel glastuinbouwbedrijf P. Barendse te Monster
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
13
De locatie ligt bovenstrooms in het boezemgebied ten noordoosten van de kern van Monster (zie bijlage 5). In de achterliggende polders is verschillende malen wateroverlast geweest. Het water in dit gebied wordt via de Gantel afgevoerd naar het Vlotwatering gemaal. 3.2
Onderkeldering met Watershellsysteem
De ondergrondse wateropslag wordt uitgewerkt met het Watershell®systeem. Dit systeem bestaat uit koepelvormige kunststof cassettes die als verloren bekisting fungeren en waarop beton kan worden gestort. Een laag van drie centimeter is al voldoende om een belasting van 4.000 kg/m2 aan te kunnen. De bodem en zijwanden bestaan uit waterdicht beton B-35. Het ondergrondse horizontale bassin heeft een bergingscapaciteit van maximaal 1.550 liter water per m2. Door gebruik te maken van PVC-pijpen kan het systeem worden opgehoogd tot 166 cm. Het systeem wordt aangelegd door het plaatsen van voetjes, PVC pijpen en cassettes (zie figuur 2) waarna wapening en/of krimpnet wordt aangebracht en beton erin wordt gestort.
Figuur 2: 3D-projectie Watershell-systeem In tegenstelling tot traditionele kelders kent de bufferopslag geen constructieve beperkingen ten aanzien van de afmetingen. Inmiddels zijn er een aantal waterkelders als regenwateropslag gerealiseerd onder glastuinbouwbedrijven. In vervolg hierop heeft de heer Barendse, op basis van het Watershellsysteem®, een innovatief plan uitgedacht om een dubbele waterberging realiseren. In het plan wordt een diepe kelder van twee verdiepingen voorgesteld: in het bovenste deel waterberging (18.000 m3) ten behoeve van de gietwatervoorziening, warmteopslag e.d. en in het onderste deel piekberging (32.000 m3) van boezemwater (zie bijlage 1). De kelders kunnen bij Barendse worden opgedeeld in compartimenten van ongeveer 1.200 m3. 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
14
3.3
Meervoudig Ruimtegebruik
De verwachting is dat waterberging alleen op grote schaal kan worden gerealiseerd als de benodigde ruimte hiervoor mede benut kan worden voor andere vormen van gebruik, zoals wonen, landbouw, recreatie of natuur. Er is sprake van meervoudig ruimtegebruik als waterberging één van de functies is. In de definitie van Habiforum kunnen verschillende soorten van meervoudig ruimtegebruik worden onderscheiden: • intensiveren van ruimtegebruik; • verweven van functies; • de derde dimensie benutten (stapelen); • de vierde dimensie benutten (in de tijd flexibel/variërend gebruik). Waterbergingsprojecten kunnen voor private partijen door middel van meervoudig ruimtegebruik baten genereren. De mogelijkheden hiervoor bij waterberging zijn sterk afhankelijk van de locatie en de inundatiefrequentie van het retentiegebied of locatie. 3.4
Functies dubbele kelders
In zijn algemeenheid kunnen de hieronder weergegeven gebruiksfuncties aan de waterkelders worden onderscheiden. De specifieke uitwerking van de functies vindt in de opvolgende hoofdstukken plaats. 1. Berging van oppervlaktewater: Piekberging Er worden vier verschillende vormen van waterberging onderscheiden, namelijk: voorraadberging, seizoensberging, piekberging en calamiteitenberging (zie bijlage 2). Waterberging kan, gezien de grote druk op de beschikbare ruimte, alleen op geconcentreerde wijze plaatsvinden, op daartoe aangewezen gronden c.q. delen van het watersysteem. Er lijken met name mogelijkheden voor piekberging; het tijdelijk opslaan van water met als doel om wateroverlastproblemen als gevolg van neerslag elders te voorkomen. Deze pieken kunnen ontstaan door hevige neerslag of door grote toevoeren vanaf het watersysteem. Piekberging kan van jaarlijks tot eens in de 50 à 100 jaar plaatsvinden. Piekberging kan op elk moment in het jaar noodzakelijk zijn. Het is van belang dat de waterbeheerder er zeker van kan zijn dat de hoeveelheid water ten alle tijde en snel kan worden geborgen. . Er lijken daarnaast ook mogelijkheden te liggen voor seizoensberging, het opbouwen van een voorraad in natte perioden welke in droge perioden kan worden benut, in combinatie met functie 3. 2.
Regenwateropslag en -voorziening voor het bedrijf Regenwater (laag zoutgehalte) is voor glastuinbouwbedrijven belangrijk om de planten kwalitatief goed gietwater te geven. Voldoende opslagcapaciteit is noodzakelijk om hierover ook jaarrond te kunnen beschikken. Gebruik van regenwater maakt het ook mogelijk om het drainwater volledig te recirculeren. Door gebruik van deze kelders hoeft deze ruimte niet bovengronds te worden gereserveerd en legt dit geen beslag op het grondoppervlak welke dan voor productie gebruikt kan worden. 3. Regenwateropslag en -voorziening voor de omliggende bedrijven Gezien de beschikbare opslagruimte kan mogelijk ook regenwater van de omliggende 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
15
bedrijven worden opgeslagen en door deze zelfde bedrijven weer worden gebruikt. Deze bedrijven hebben dan (tegen vergoeding) ook het voordeel van minder ruimtebeslag voor opslag van gietwater.
Foto: Watershell kelder (één laag) in de glastuinbouw 4. Toepassing als drainkelder Op de meeste bedrijven met een substraatteelt wordt het gietwater aan het gewas toegediend met een druppelsysteem of een regenleidingsysteem. Hierbij wordt 10 tot 40% van het totaal aan watergift teveel aan het gewas gegeven. In de orde grootte van enkele tientallen m3 gietwater per ha wordt dan als drainwater teruggebracht naar een opslagtank voor hergebruik. De watergift bij P. Barendse zal worden gedaan met behulp van een eb- en vloedsysteem. Hierbij wordt van onderaf watergegeven door de betonnen bak waarin de planten staan te vullen met gietwater (10 cm) en vervolgens weer leeg te laten lopen. Met name bij de toepassing van een eb en vloedsysteem is behoefte aan een grote draintank. Hiervoor kan ruimte worden gereserveerd in de waterkelder. 5. Warmteopslag buffer Opslag vindt traditioneel plaats in een warmtebuffertank. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van energie in de glastuinbouw zijn het gesloten kas concept en de kas als energiebron. Het principe hiervan is dat warmteoverschot bij veel instraling in de kas wordt 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
16
opgeslagen, waarna het op momenten van verwarmingsbehoefte weer kan worden gebruikt voor verwarming van de kassen. Een afgeschermd gedeelte van de kelder kan worden gebruikt voor warmte opslag. Gedurende de teeltperiode kan deze warmte en van andere warmte bronnen worden benut voor de teelt. 6. Fundering voor het bedrijf Bij de bouw van een glastuinbouwbedrijf met een substraatteelt met bijvoorbeeld een ebvloedsysteem dient een betonnen voet en vloer te worden gestort. Dit vergt forse investeringen. Bij gebruik van de bergingskelder ligt deze vloer klaar voor gebruik. 7. Toepassing als bergbezinkkelder Zowel bedrijven als overheden dienen de komende jaren te investeren in de opvang, transport en zuivering van afvalwater. Ongezuiverde lozingen dienen volgens het landelijk beleid in 2005 gesaneerd te zijn. Bedrijven mogen geen afvalwater meer op oppervlaktewater lozen en de gemeente dient met zijn zorgplicht de inzameling voor zijn rekening te nemen. De lozing van glastuinbouwbedrijven en de afstroming van regenwater op de riolering veroorzaken veelal hydraulische problemen bij de bestaande druk- of vacuümriolering in het buitengebied. Benutting van de kelders als buffer voor het spui- en drainagewater of als bergbezinkkelder voor rioolwater in het gebied kan piekbelasting van de riolering voorkomen. De inhoud kan daarna in droge perioden worden afgevoerd via riolering.
Voor projectontwikkelaars of gemeenten liggen er eventueel mogelijkheden om middels kelders de nieuwe extra berging volgens de norm (325 m3 per ha) in te vullen.
.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
17
4 OPEN WATERBERGING 4.1
Beschrijving
Algemeen Het Hoogheemraadschap van Delfland is na de ervaringen met de wateroverlast in 1998 gestart met het uitwerken en invulling geven aan het project ABC Delfland. Een onderdeel van het ABC Delfland is het creëren van tijdelijke open opslagplaatsen voor water. Bij extreme neerslag kan het water hier tijdelijk worden vastgehouden. Het doel van de open waterbergingen is de boezem in korte tijd te kunnen ontlasten bij extreme neerslag. De meeste berging vindt plaats in het reguliere watersysteem middels peilverhoging. Gezocht wordt naar bergingen die vrij diep zijn en daardoor minder oppervlakte vragen; gestapelde berging. In de (boezem)kade is dan een schuif geplaatst welke de inlaat van het water naar de berging reguleert. Als het waterpeil in de- boezem op het gewenste niveau is of als de berging vol is, gaat de schuif weer dicht Binnen enkele dagen kan de (piek-)berging weer worden geleegd door met noodpompen het water naar de boezem te pompen. Het Hoogheemraadschap van Delfland tracht binnen het glastuinbouwgebied strategisch open grond te kopen en deze om te zetten tot (piek-)waterberging.
Foto: open waterberging Olieblok te Naaldwijk 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
18
De open waterbergingen worden waar mogelijk voorzien van natuurvriendelijke oevers waarmee het geheel past in de aanpak van water als drager van de natuur. De open waterberging heeft over het algemeen een gevarieerde waterdiepte met plas-dras gebieden voor vogels en waterplanten, een diepe plaats waar vissen bij vorst kunnen overleven en ondiepe plaatsen voor amfibieën. Berging De reguliere bergingen die onderdeel uitmaken van de boezem kunnen net als de boezem een waterschijf bergen tot 20 cm peilstijging waarmee een berging van 2.000 m3 per ha kan worden gecreëerd. Voor de polder geldt een berging van gemiddeld 40 cm waarmee een berging van 4.000 m3 per ha kan worden gecreëerd. Peilstijgingen in de boezem tot 35 cm is locaal mogelijk maar gaat ten koste van de veiligheid van de kaden. In de polder is er bij hogere peilstijgingen dan 40 cm al vaak direct sprake van wateroverlast. De piekbergingen hebben over het algemeen een stijging van het waterpeil van een halve tot enkele meters. In de piekbergingen van de Oude en Nieuwe Broekpolder en de Bergboezem Berkel kan voor de boezem resp 170.000 m3 en 600.000 m3 worden geborgen. In deze gebieden is alleen grondgebruik mogelijke voor landbouw, recreatie en natuur. Het vinden van dergelijke bergingslocaties wordt, gezien het intensieve grondgebruik in het beheersgebied van Delfland, steeds moeilijker en kostbaarder.
In onderstaande tabel (tabel 1) worden de bergingstekorten op basis van de ABC-normen in de polder en boezemland weergegeven (volgens notitie Delfland, 'ABC-Polders: beleid 2e fase maatregelen' van februari 2003). Deze tabel is niet geheel compleet maar geeft een opsomming naar de bergingstekorten van een aantal onderzochte polders. De 1e fase maatregelen zijn maatregelen die Delfland relatief snel kan uitvoeren en waarin de belangrijkste afvoerknelpunten en historische bergingstekorten worden aangepakt. Aanvullend worden 2e fase maatregelen opgesteld om te voldoen aan de ABC-werknorm van 325 m3/ha voor glastuinbouw en stedelijk gebied, 275 m3/ha voor bouwland en 170 m3/ha voor grasland en om daarnaast verdere afvoerverbeteringen te bewerkstelligen:
Tabel 1: Bergingstekorten in reeds door Delfland onderzochte polders Polder Tekort volgens Tekort volgens Aanvullend Totale tekort de oude norm tussenstap (1e en 2e fase) tekort volgens e (1 fase) werknorm ABC 3 3 Oude Lierpolder 20.000 m 15.000 m 15.000 m3 50.000 m3 Vlietpolder 0 m3 0 m3 15.000 m3 15.000 m3 Zuidpolder van Delfgauw 6.000 m3 44.000 m3 25.000 m3 75.000 m3 3 3 3 Polder Berkel 5.000 m 145.000 m 52.000 m 202.000 m3 Nieuwland & Noordland 3.000 m3 50.000 m3 39.000 m3 92.000 m3 3 3 3 Oranjepolder 0m 72.500 m 29.000 m 101.500 m3 Olieblok 400 m3 7.500 m3 7.000 m3 15.000 m3 3 3 3 Heen- en Geestvaart 350 m 7.500 m 7.000 m 15.000 m3 (excl. boezemland) Waalblok 2.000 m3 5.500 m3 4.000 m3 11.500 m3 Boezemland 0 m3 300.000 m3 245.000 m3 545.000 m3 3 3 3 Totaal: 36.750 m 647.000 m 438.000 m 1.122.000 m3 03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
19
Het totale bergingstekort van de polders bedraagt volgens het Hoogheemraadschap van Delfland 750.000 - 1.000.000 m3 en voor het boezemland 250.000 - 750.000 m3. Voor de tweede fase maatregelen kan Delfland deze, vanwege de ruimtelijke aspecten, niet zelfstandig uitvoeren en is er (financiële) medewerking van de RO-partners nodig. De kosten om na de 1e fase de tussenstap te doen voor zowel stedelijk als glastuinbouwgebied (de kans op wateroverlast voor glastuinbouw van gemiddeld eens per 10 jaar naar gemiddeld eens per 50 jaar) wordt geraamd op € 100 mln. voor heel Delfland. In 2002 zijn in 's-Gravenzande twee nieuwe waterbergingen (Poelpolder en Olieblok) in gebruik genomen. In dat zelfde jaar is tevens een tijdelijke waterberging van 40.000 m3 in het 'Hoekje van alle winden' te Naaldwijk gerealiseerd. Deze kan uitsluitend van september tot januari worden ingezet.
Foto: tijdelijke piekwaterberging 'Hoekje van alle winden' met afsluitwal 4.2
Juridisch kader
Het realiseren van de in het ABC Delfland genoemde maatregelen loopt minder voorspoedig dan gewenst. Veelal is medewerking nodig van onder andere gemeenten en projectontwikkelaars om de waterberging mee te nemen in de ruimtelijke plannen en procedures. Nieuwe instrumenten als
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
20
watertoets en waterparagraaf dienen de maatregelen te ondersteunen. De uitwerking van de plannen is echter vaak gekoppeld aan langdurige procedures waardoor uitvoering zeer traag verloopt. Het beleid van het waterschap is om de eenmaal ingerichte open waterberging ook de bijbehorende planologische bestemming te geven zodat er zekerheid ontstaat over de beschikbare capaciteit. 4.3
Natuur en landschap
Een belangrijk aspect van de open waterberging is het dragen van de natuur. Afhankelijk van de locatie/omgeving en de inrichting heeft dit een bepaalde landschappelijke waarde. Op de aangepaste slootkanten van de berging kan natuurbeheer plaatsvinden. Een terrastalud maakt de overgang van water naar land groter, er ontstaat een gradiënt van nat naar droog. Op deze gradiënt kunnen bijzondere water- en oeverplanten groeien (watermunt, pinksterbloem, dotterbloem, wateraardbei). Daarnaast zijn terrastaluds voedsel- en voortplantingsgebied voor insecten en vogels (kleine karekiet, waterhoen). Weidevogels (grutto en kievit) gebruiken de taluds om voedsel te zoeken en te schuilen. Door het dynamische karakter van de open berging kan hier een vegetatietype ontwikkelen karakteristiek voor natte omstandigheden. Door regelmatig maaien en afvoeren (1 tot 2 keer per jaar) en niet bemesten wordt verruigen van deze rand voorkomen. Er kunnen zich oever- en waterplanten vestigen zoals watermunt, gele lis, dotterbloem en kikkerbeet. In de meeste gevallen worden delen van de oever met riet aangeplant. Het riet kan als schuilplaats dienen voor de vogels, zoogdieren en insecten. De open waterbergingen leveren hiermee een belangrijke bijdrage aan natuur en landschap en daarmee ook de belevingswaarde hiervan.
03/Aqua-Terra Nova 351/AW Kelders Onder Kassen 29 december 2003
21
5 TECHNISCHE HAALBAARHEID In dit hoofdstuk worden op basis van een pre-engineering de eventuele technische knel- en aandachtspunten van de dubbele kelders geïnventariseerd. Vervolgens wordt op basis hiervan de technische de functies en compartimentering voor het bedrijf van P. Barendse ingevuld. Ook de haalbaarheid van warmte opslag wordt meegenomen. Om het voorontwerp te kunnen beoordelen wordt voor het waterschap ook op de aspecten veiligheid, robuustheid en waterkwaliteit ingegaan. Deze aspecten zijn ook bij de beoordeling van de maatregelen voor het ABC Delfland gebruikt. 5.1
Fundering
Middels geotechnisch onderzoek is gebleken dat de zanderige ondergrond aan de mogelijkheid tot realisering voldoet. Hiertoe dienen palen 5 - 10 meter diep de bodem in te worden geheid. De heipalen en dilatievoegen worden mede ingezet om de mogelijke ongelijke belasting en uitzetting van delen van de kelder op te vangen. Naast de hechting door de heipalen dient het gewicht van het betonnen casco voldoende te zijn om de opwaartse waterdruk van het grondwater te kunnen weerstaan. 5.2
Onderste kelder (32.000 m3 piekberging)
Voor de onderste kelder lijken er met name mogelijkheden voor piekberging; het tijdelijk opslaan van water met als doel om wateroverlastproblemen als gevolg van neerslag elders te voorkomen. Deze pieken kunnen ontstaan door hevige neerslag of door grote toevoeren vanaf het watersysteem. Piekberging kan van jaarlijks tot eens in de 50 à 100 jaar plaatsvinden. Piekberging kan op elk moment in het jaar noodzakelijk zijn. Het is van belang dat de waterbeheerder er zeker van kan zijn dat de hoeveelheid water ten alle tijde kan worden ingezet en snel kan worden geborgen. Op deze locatie zal het zwaartepunt op de ontlasting van het boezemsysteem liggen. Indien de berging grenzend wordt gesitueerd aan boezem- en poldergebied kan deze door stapeling mogelijk voor ontlasting van beide systemen zorgen. Er lijken daarnaast ook mogelijkheden te liggen voor seizoensberging, het opbouwen van een regenwatervoorraad in natte perioden welke in droge perioden kan worden benut. Hierbij zorgt het teveel aan regenwatervoorraad in de kelders in de zomer voor zoetwater suppletie (regenwater in plaats van oppervlaktewater) naar het boezemwater. Paragraaf 8.2 gaat verder in op deze optie. Waterberging in kelders in één enkele laag, die zijn geconstrueerd volgens het Watershell®systeem hebben zich in de praktijk bewezen. De technische haalbaarheid daarvan is dus reeds bewezen.