Agendabundel
Tekst van het document
Nieuw artikel
meer overname personeel, verlaging investeringen, opdrachtverlening elders). Artikel 33b De raden wordt om zienswijze gevraagd voordat het algemeen bestuur richtlijnen voor toetreding en/of uittreding vaststelt als bedoeld in artikel 33, tweede lid en artikel 33a, vierde lid.
Artikel 36 Duur van de regeling
Artikel 36 Duur van de regeling
1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Het algemeen bestuur draagt zorg voor de evaluatie van het algemeen functioneren en de werkwijze van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen aan het begin van het kalenderjaar waarin algemene raadsverkiezingen in de gemeenten plaatsvinden.
1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Het algemeen bestuur draagt zorg voor de evaluatie van het algemeen functioneren en de werkwijze van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen aan het begin van het jaar voor het kalenderjaar waarin algemene raadsverkiezingen in de gemeenten plaatsvinden. Het algemeen bestuur stelt hiervoor een onderzoeksopdracht vast.
Artikel 37 Toezending en bekendmaking
Artikel 37 Toezending en bekendmaking
De gemeente Overbetuwe is belast met de toezending van deze regeling aan Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland en de provincie Limburg en maakt de regeling tijdig bekend zoals bedoeld in artikel 26 van de wet.
De gemeente Overbetuwe is belast met de bekendmaking van de regeling zoals bedoeld in artikel 26 van de wet.
Zienswijzerappoort: voorstel wijziging Gemeenschappelijke Regeling a.g.v herziening Wgr
27 maart 2024 Geachte leden van het college en de raad, In verband met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling (hierna: Wgr) moet ook de Gemeenschappelijke regeling van de gemeenschappelijke regeling regio Arnhem-Nijmegen (h.o.d.n. Groene Metropool Regio) worden aangepast. Op 6 maart 2023 vond vanuit de GMR een webinar plaats voor alle raden waar tekst en uitleg is gegeven over de wijzigingen en vragen konden worden gesteld. Vervolgens zijn op 27 maart 2023 informatiesessies georganiseerd voor de gemeenteraden in de regio Arnhem en parallel in het Rijk van Nijmegen. Daar is de wijziging van de regeling, en de keuzes die hieraan ten grondslag liggen, inhoudelijk besproken. Er zijn toen wensen vanuit de raden geïnventariseerd. Dit proces heeft uiteindelijke geleid tot een concept wijzigingsvoorstel dat op 18 december 2023 aan de gemeenten is gezonden, zodat de gemeenteraden de gelegenheid kregen een zienswijze te geven. Een drietal raden van de deelnemende gemeenten hebben een inhoudelijke zienswijze kenbaar gemaakt. In dit document wordt een reactie gegeven op die zienswijze.
Zienswijzeproces In overeenstemming met de planning zijn de noodzakelijke zienswijzen door de gemeenteraden verstrekt. In onderstaand schema treft u het overzicht. Gemeente 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18
Arnhem Berg en Dal Beuningen Doesburg Druten Duiven Heumen Lingewaard Montferland Mook en Middelaar Nijmegen Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Westervoort Wijchen Zevenaar
Zienwijze Inhoudelijk? ja Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen ja Geen ja nee Geen Geen Geen
Besluitvorming gemeenteraad Raad 28 februari Raad 8 februari Raad 30 januari Raad 21 december Raad 25 januari Raad 27 februari Raad 1 februari Brief 2 februari 2024 Raad 18 januari Raad 1 februari Raad 31 januari Raad 20 januari Raad 31 januari Raad 28 februari Raad 19 maart Raad 29 januari Raad 1 februari Raad 28 februari
Omdat drie gemeenteraden een inhoudelijke zienswijze hebben gegeven, betekent dit dat, alvorens het besluitvormingsproces wordt voortgezet, het algemeen bestuur een oordeel geeft over de ontvangen zienswijzen. Het eindvoorstel wordt vervolgens aan de colleges aangeboden voor verdere besluitvorming.
1
Zienswijzerappoort: voorstel wijziging Gemeenschappelijke Regeling a.g.v herziening Wgr
Vervolgproces -
Maart/april2024: opstellen zienswijzenota en eventuele verwerking van de zienswijze door de GMR. Mei 2024: colleges vragen toestemming aan de raden voor wijziging GR. Juni 2024: raadsvergadering waarin raad toestemming wordt gevraagd. Juni 2024: colleges stellen wijziging GR vast.
Zienswijzen en reactie op de zienswijzen Gemeente Overbetuwe De raad verzoekt u om in het ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen de volgende punten op te nemen: 1. Dat de deelnemende raden vooruitlopend op de conceptbegroting voor het einde van het daaraan voorafgaande jaar (november/december) een kaderbrief ontvangen. Reactie: Bij het opstellen van het informatieprotocol medio 2021, zijn raden in de gelegenheid gesteld een reactie op het concept-informatieprotocol in te dienen. Destijds is door enkele gemeente aangegeven dat een jaarlijkse kadernota c.q. duidelijke afspraken over het proces van de jaarlijkse herijking van de opgave, worden gemist. Ons inziens is het voor deze samenwerking passend dat er geen gebruik wordt gemaakt van het instrument kadernota (of een andere nota met uitgangspunten voor de begroting). Binnen de samenwerking van de Groene Metropoolregio staat immers het werken aan door de regio zelf geformuleerde opgaven centraal. Daarbij merken we op dat in het informatieprotocol is vastgelegd hoe het proces tot vaststelling van de regionale agenda verloopt. Tot slot kan worden opgemerkt dat het DB jaarlijks een financieel spoorboekje vaststelt, gebaseerd op de wettelijke bepalingen en de Gemeenschappelijke Regeling.
Hierin staat ook opgenomen dat het DB jaarlijks, conform artikel 34b Wgr, de gemeenten tijdig informeert over de financiële en beleidsmatige ontwikkelingen voor het komende jaar. Deze brief kunnen de gemeenten gebruiken in het eigen begrotingsproces. 2. Dat de deelnemende raden in de gelegenheid worden gesteld om een zienswijze op de kaderbrief in te dienen. Reactie: Op de regionale agenda kunnen zienswijze naar voren worden gebracht. Dit volgt uit artikel 30 vierde lid van de regeling (en de betreffende bepalingen uit de Wgr). 3. Dat de conceptbegroting vóór 1 april aan de raden wordt toegestuurd in plaats van de termijn van 15 april zoals in artikel 30, tweede lid van de regeling staat vermeld, zodat de zienswijze tijdig voor het zomerreces door de raad kan worden behandeld en ingediend. Reactie: Zie voor de reactie hierop onder punt 5. 4. Dat om dezelfde reden voor de voorlopige jaarrekening dezelfde indieningstermijn wordt gehanteerd als voor de conceptbegroting (vóór 1 april) in plaats van de verwijzing in artikel 31, tweede lid van de regeling naar de termijn genoemd in artikel 34b van de Wgr (30 april). Gelijktijdige indienen van de conceptbegroting en voorlopige jaarrekening maakt gelijktijdige behandeling van de stukken voor het zomerreces mogelijk. Dat de datum van 1 april voor de leesbaarheid wordt opgenomen in artikel 31, tweede lid van de regeling.
Reactie: Bij het opstellen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling heeft een verwijzing naar de wet de voorkeur. Hierdoor hoeft de Gemeenschappelijke Regeling bij een (beperkte) wetswijziging niet ook te wijzigen. In de praktijk zijn er afspraken gemaakt in het jaarlijkse
2
Zienswijzerappoort: voorstel wijziging Gemeenschappelijke Regeling a.g.v herziening Wgr
financiële spoorboekje wordt - daar waar het kan – rekening gehouden met de wensen van de deelnemers. 5. Dat voor de voorlopige jaarrekening een ruimere zienswijzetermijn wordt gehanteerd dan de gewijzigde termijn van 8 weken genoemd in artikel 31, derde lid van de regeling, omdat het geven van een zienswijze binnen 8 weken gelet op de gemeentelijke vergadercyclus niet haalbaar is. Dit geldt temeer als de indieningstermijn voor de voorlopige jaarrekening niet wordt gewijzigd. Het vervroegen van de indieningsdatum zoals hierboven onder 4 staat vermeld, biedt ruimte voor het hanteren van een ruimere zienswijzetermijn dan 8 weken. Reactie: Wij realiseren ons dat de cyclus van zienswijze op financiële stukken van gemeenschappelijke regelingen altijd onder druk staat. Het creëren van ruimte voor de één gaat ten koste van ruimte voor de ander. Het moet voor het samenwerkingsverband mogelijk zijn om, na een zorgvuldige voorbereiding, over de concept stukken intern (in DB en AB) te besluiten, de zienswijzen te beoordelen en ter besluitvorming voor te leggen aan het DB en AB. Anderzijds moet het voor de deelnemende gemeenten mogelijk zijn om de concepten te beoordelen en de raden in de gelegenheid te stellen een zienswijze in te dienen.
Van belang daarbij is dat er niet te vroeg begonnen wordt met de voorbereiding, zodat actuele ontwikkelingen en cijfers (meevallers/tegenvallers) meegenomen kunnen worden. Ook is het van groot belang de vastgestelde stukken tijdig, zoals in de Wgr is vastgelegd, aan de provincie kunnen worden aangeboden. Wij proberen daar een goede middenweg in te vinden en gaan tijdig met de gemeenten in gesprek om dit proces zo soepel mogelijk te laten verlopen. De wijziging van de Wgr heeft voor wat betreft de begroting al meer ruimte gecreëerd. 6. Dat in het kader van de actieve informatieplicht de agenda’s en stukken van de vergaderingen van het bestuur van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen voorafgaand digitaal via de griffies aan de raden wordt gestuurd zoals dat ook voor de aangesloten gemeenten gebruikelijk is op grond van de gemeentewet en de wet open overheid; Reactie: Voor het AB is dit al geregeld in artikel 18, derde lid van de regeling. Voor het DB in het vijfde lid van dat artikel. Overigens volgt uit de Wet open overheid (Woo), vanaf het moment dat de betreffende bepaling in werking treedt, dat alleen de agenda en besluitenlijst van het DB openbaar gemaakt moet worden. Agenda’s van DB-vergaderingen worden uiterlijk bij aanvang van de vergadering openbaar (artikel 3.3, vijfde lid, Woo).
Dit is vergelijkbaar met de wijze waarop dit met colleges in de gemeenten gebeurt (zie ook de reactie bij de gemeente Rheden). 7. Dat de raad jaarlijks middels een verslag wordt geïnformeerd over de klachtafhandeling zoals bedoeld in artikel 25 van de regeling. Deze informatieplicht kan worden opgenomen in artikel 25 van de regeling of in het informatieprotocol dat conform artikel 18, vierde lid van de regeling vooraf voor zienswijzen naar de raden wordt gestuurd. Reactie: De ervaring van de afgelopen jaren is dat er niet of nauwelijks klachten ingediend worden bij de daarvoor aangewezen instantie over de Groene Metropoolregio. Een apart verslag maken streeft naar onze mening het doel voorbij. We hebben ervoor gekozen om de terugkoppeling van de klachtafhandeling op te nemen in het jaarverslag, zodat de deelnemers kennis kunnen nemen van de klachtafhandeling. 8. Dat in artikel 33, achtste lid (uittreding) het woordje ‘eveneens’ wordt verwijderd en achter het zinsdeel “(afbouw bedrijfsvoeringsorganisatie, aangegane verplichtingen algemeen, aangegane verplichtingen per opgave”) wordt toegevoegd: “waaraan de uittredende gemeente deelneemt”. Reactie: zie hiervoor de reactie op de eerste kanttekening van de gemeente Rheden.
3
Zienswijzerappoort: voorstel wijziging Gemeenschappelijke Regeling a.g.v herziening Wgr
Gemeente Arnhem Deze wijziging heeft als doel om de democratische legitimatie en kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden te verstevigen. De keuzes en afwegingen die u gemaakt heeft om hier gevolg aan te geven maakt u voldoende inzichtelijk in de aanbiedingsbrief en de meegestuurde documenten. We hebben hier nog enkele opmerkingen over: 1. In uw brief schrijft u onder het punt 1. Besluiten waarvan van de raad zienswijze wordt gevraagd op pagina 2 het volgende: Voor het overige ziet de besluitvorming van het AB over het algemeen op louter interne (bedrijfsvoerings)zaken en (bekrachtiging van) bestuurlijke bemensing van de diverse posities binnen de Groene Metropoolregio. Het opnemen van een bepaling dat alle besluiten of besluiten “die aanzienlijk politiek of financieel belang hebben” aan de raden worden voorgelegd, ligt daarom niet voor de hand. Het AB van de Groene Metropoolregio kan ook los van de gemeenschappelijke regeling de raden om zienswijze vragen en zal dat bij voorliggende gevallen ook doen. Reactie Arnhem: We gaan er van uit dat u hiermee het volgende bedoelt. In de GR is geregeld dat de gemeenten geen bevoegdheden overdragen aan de GMR. Dit houdt in dat de gemeenteraden van de regiogemeenten sowieso zelf gaan over besluiten met een aanzienlijk politiek of financieel belang. Reactie: Uw uitleg over de passage is correct.
2. In uw brief schrijft u onder punt 2. Inlichtingen aan de raden van de deelnemers op pagina 3 het volgende: Ook zal het informatieprotocol voorafgaande aan de vaststelling, zie onder punt 1, voor een zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten worden voorgelegd. Hiermee wil het AB recht doen aan hetgeen in de wet staat vermeld, maar zich niet zo vastleggen dat nieuwe mogelijkheden van digitale verstrekking niet gebruikt kunnen worden in verband met een gedetailleerde bepaling in de regeling. Reactie: We gaan er van uit dat u met de tweede zin het volgende bedoelt: U maakt de bepalingen niet te strikt maakt om ervoor te zorgen dat u straks ruimte heeft om ook op andere manieren dan nu gebruikelijk is informatie naar de raden te sturen, zonder dat u dan de regeling weer hoeft te wijzigen. Mocht u deze punten anders uitleggen dan hierboven door ons geschetst, wilt u ons daar dan over informeren? Reactie: Ook hier klopt uw uitleg. Door in een informatieprotocol vast te leggen hoe stukken worden verstrekt, hoeft de regeling niet elke keer te worden gewijzigd wanneer zich nieuwe (digitale) mogelijkheden aandienen om stukken te verstrekken (nu veelal IBabs) of wanneer nieuwe inzichten ontstaan over het verstrekken van stukken.
4
Zienswijzerappoort: voorstel wijziging Gemeenschappelijke Regeling a.g.v herziening Wgr
Gemeenteraad Rheden Hierbij delen wij u mee dat de gemeenteraad in zijn vergadering van 27 februari 2024 besloten heeft een positieve zienswijze te geven op het ontwerp wijzigingsbesluit van de gemeenschappelijke regeling Groene Metropool Regio Arnhem-Nijmegen. Met een viertal kanttekeningen: •
Inzake de uittredingskosten ten laste van de uittredende gemeente constateren wij dat een deel van de oorspronkelijk opgesomde uittredingskosten lijkt te zijn vervallen. Dit betreft o.a. de kosten van onderzoeken en de kosten van de inzet van een onafhankelijk deskundige. Wij zouden graag dit lid van het artikel weer opgenomen zien. Reactie: Dank voor scherpe blik. In het voorontwerp was er abusievelijk een artikellid weggevallen in artikel 33 dat wel in de uittredingsregeling stond. In het voorliggende ontwerp is dit artikellid er weer tussengevoegd: “8. De kosten van de onderzoeken, inclusief de kosten van de inzet van de onafhankelijke deskundige, die met uittreding uit de gemeenschappelijke regeling gepaard gaan, komen ten laste van de uittredende gemeente. Deze kosten zijn de eenmalige kosten ten gevolge van uittreding en worden ten laste gebracht nadat het voornemen tot uittreden formeel bekend is gemaakt. Ook wanneer een Quick scan wordt uitgevoerd, worden deze kosten ten laste van de gemeente gebracht die overweegt om uit te treden.”
•
De bijzondere positie van, en bijdrageverrekening met, de gemeente Mook en Middelaar verdient o.i. een nadere uitleg in de toelichting (bij artikel 29.3). Reactie: De gewenste nadere uitleg staat los van de wijzigingen die we op grond van de Wgr moeten worden doorgevoerd. De onderbouwing is opgenomen in het Bedrijfsplan Groene Metropoolregio. Wij verwijzen hierbij naar de (Rhedense) gemeenteraadsvergadering van 24 november 2020.
•
De gemeenteraad van Rheden aangeeft te verwachten dat er alsnog de bepaling wordt opgenomen waarin staat dat alle besluiten die een aanzienlijk financieel of politiek belang hebben aan de raden vooraf dienen te worden voorgelegd en de mogelijkheid wordt geboden om een zienswijze te geven. Reactie: Zoals eerder vermeld levert een analyse van de agenda van het AB op dat – naast dat het AB voortgang monitort, coördineert en faciliteert (art. 9 GR) – de raden van de deelnemers over de belangrijkste onderwerpen waar het AB over beslist, de gelegenheid krijgen een zienswijze in te dienen. Voor het overige ziet de besluitvorming van het AB over het algemeen op interne (bedrijfsvoerings)zaken en (bekrachtiging van) bestuurlijke bemensing van de diverse posities binnen de Groene Metropoolregio. Het AB van de Groene Metropoolregio kan ook los van de Gemeenschappelijke Regeling de raden om zienswijze vragen en zal dat bij gevallen die zich daarvoor lenen ook doen, maar de meeste (inhoudelijke) besluitvorming vindt plaats binnen de deelnemende gemeenten zelf. Het opnemen van de door de gemeenteraad van Rheden gewenste bepaling brengt het risico met zich dat er ongewenste vertraging in de besluitvorming plaats gaat vinden. Overigens merken wij op dat dit vraagstuk in het voorafgaande proces met de gemeenteraden nadrukkelijk is geagendeerd.
Het advies is geworden om de zienswijzeprocedure van een aantal specifiek benoemde besluiten te blijven/gaan hanteren. Dit advies hebben wij overgenomen.
5
Zienswijzerappoort: voorstel wijziging Gemeenschappelijke Regeling a.g.v herziening Wgr
•
De gemeenteraad van Rheden aangeeft te verwachten dat agenda en besluitenlijst van het Dagelijks Bestuur altijd digitaal beschikbaar worden gesteld aan de raad en openbaar worden gemaakt, tenzij er een zwaarwegend belang is om dat niet te doen (bijvoorbeeld wanneer er bij een aanbesteding strategische keuzes openbaar zouden worden gemaakt of wanneer het om persoonlijke details van medewerkers gaat). Reactie: In artikel 18 vijfde lid van de regeling wordt geregeld hoe omgegaan wordt met de agenda en de besluitenlijst van het DB. Hierbij staat een verwijzing naar de Woo om, indien de actieve informatieplicht ontstaat, hieraan te voldoen. Gestart is om – zoals eerder aangegeven agenda’s van DB-vergaderingen uiterlijk bij aanvang van de vergadering openbaar (artikel 3.3, vijfde lid, Woo) op de website te publiceren. Het DB heeft ook besloten om voor de vastgestelde besluitenlijst, conform de inspanningsverplichting Woo, te gaan handelen voor zover er zich geen weigeringsgronden in het kader van de Woo voordoen.
Conclusie Het algemeen bestuur dankt de deelnemende gemeenten voor hun zienswijze. Concreet hebben wij het voorstel aangepast door een achtste lid tussen te voegen (en de opvolgende leden te vernummeren) in artikel 33 van de Gemeenschappelijke Regeling. Voor het overige hebben wij met onze reactie nader uitleg gegeven en ons standpunt over de ingebrachte zienswijzen toegelicht.
6
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar; Overwegende dat: • Op 1 juli 2022 de Wet gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd; • De gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen daardoor aanpassing behoeft; gelet op: •
de Wet gemeenschappelijke regelingen;
•
de toestemming van de respectievelijke gemeenteraden op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
besluiten de Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen als volgt te wijzigen: I
Wijzigingen
A. Artikel 18, derde tot en met het vijfde lid komen als volgt te luiden: ' Artikel 18 Het algemeen bestuur en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden 3. De agenda en bijbehorende stukken van de openbare (gedeelten van) vergaderingen van het algemeen bestuur worden vooraf digitaal openbaar gemaakt. Besluitenlijsten van de openbare (gedeelten van) vergaderingen van het algemeen bestuur worden zo spoedig mogelijk digitaal openbaar gemaakt 4. Het algemeen bestuur stelt voor het verstrekken van informatie een Informatieprotocol vast, maar niet nadat raden de gelegenheid is geboden hun zienswijze hierover te geven. 5. De agenda en besluitenlijst van het dagelijks bestuur worden digitaal openbaar gemaakt indien en voor zover de Wet open overheid hiertoe verplicht.’ De toelichting wordt aangepast door na de eerste alinea in de toelichting op de artikelen 17 tot en met 20 de volgende tekst toe te voegen: “Bij wijziging van de Wgr op 1 juli 2022 is een informatieverplichting in het leven geroepen voor het bestuur van een openbaar lichaam, om de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen te verschaffen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De GMR kent reeds een informatieprotocol. Enkele elementen hiervan zijn in artikel 18 overgenomen.
Voor het overige is geregeld dat het algemeen bestuur voor het verstrekken van informatie een Informatieprotocol vaststelt. Omdat deze informatievoorziening van belang is voor de raden, wordt aan hen de gelegenheid geboden hun zienswijze hierover te geven.”
B. Na artikel 22 wordt een nieuw artikel toegevoegd, artikel 22a, dat als volgt komt te luiden: “Artikel 22a Participatie ingezetenen en belanghebbenden Ingezetenen en belanghebbenden kunnen in verband met de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid bij openbare vergaderingen van het AB het woord voeren over een ter bespreking op de agenda opgenomen onderwerp. Het inspreken geschiedt voorafgaand aan de beraadslaging over het onderwerp. Het inspreekrecht van ingezetenen en belanghebbenden in verband met de voorbereiding, uitvoering en monitoring van beleid bij de opgaven, wordt bij de opgave in een participatieprotocol bepaald.” Met als toelichting: “Artikel 22a Participatie ingezetenen en belanghebbenden Ingezetenen en belanghebbenden kunnen in verband met de voorbereiding, uitvoering en monitoring van beleid bij openbare vergaderingen van het AB het woord voeren. Hierbij moet het wel gaan over een onderwerp dat reeds ter bespreking op de agenda is opgenomen. Per opgave wordt geregeld of en hoe ingezetenen en belanghebbenden kunnen inspreken. Verder hebben gemeenten voor ingezetenen en belanghebbenden natuurlijk mogelijkheden tot inspraak en participatie.”
C. In artikel worden van artikel 30 het vierde en het vijfde lid gewijzigd en er wordt na het vijfde lid een nieuw zesde lid ingevoegd onder vernummering van de overige leden. Deze komen als volgt te luiden:” 4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen de in artikel 35, eerste lid, van de wet genoemde termijn, bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting en de regionale agenda naar voren brengen. 5. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 6. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast, daarbij kennis nemend van de zienswijzen en het commentaar hierop van het dagelijks bestuur.” D. Artikel 31, derde lid wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: “ 3. De raden van de gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de voorlopige jaarrekening naar voren brengen. Hiervoor geldt een termijn van acht weken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de jaarrekening, zoals deze bij het algemeen bestuur wordt aangeboden.” E. Artikel 33 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: “Artikel 33 Toetreding 1. De gemeente die wil toetreden tot deze regeling maakt dit schriftelijk kenbaar bij het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur stelt richtlijnen vast voor toetreding.
Het algemeen bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding.” De toelichting op dit artikel wordt als volgt gewijzigd: “Artikel 33 Toetreding
Dit artikel regelt de procedure voor toetreding van nieuwe deelnemers aan het samenwerkingsverband. Het algemeen bestuur is bevoegd richtlijnen vast te stellen voor toetreding. Bij een toetreding wordt een regeling conform artikel 32 gewijzigd. In het toetredingsbesluit wordt bepaald wanneer de toetreding ingaat.” F. Na artikel 33 worden twee artikelen toegevoegd, die als volgt komen te luiden: “Artikel 33a Uittreding 1. Een gemeente kan uittreden krachtens daartoe strekkende besluiten van haar college en raad. De uittredende gemeente maakt schriftelijk bij het algemeen bestuur van de regio kenbaar te willen uittreden uit de regeling. Dit is de start van deze procedure tot uittreding. 2. De uittreding gaat in één jaar na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen 3. Bij een gemeentelijke herindeling van één of meerdere gemeenten zoals bedoeld in de wet algemene regels herindeling kan het algemeen bestuur besluiten om een termijn vast te stellen die afwijkt van de in het tweede lid genoemde termijn. Rechten en verplichtingen van de uittredende gemeente - voor herindeling - jegens de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, blijven gelden voor de toetredende gemeente na herindeling. 4. Het algemeen bestuur stelt richtlijnen vast voor de uittreding en kan voorwaarden verbinden aan de uittreding.
Hierbij houdt het algemeen bestuur rekening met het bepaalde in lid 5 tot en met 12. 5. De financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties worden door het dagelijks bestuur van de regio in kaart gebracht. Bij het in kaart brengen van deze consequenties is een onafhankelijke deskundige betrokken. 6. Het algemeen bestuur van de regio neemt een besluit over de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties. Hierbij wordt de hoogte van de uittredingskosten vastgesteld. 7. Het algemeen bestuur neemt dit besluit binnen vijf maanden na ontvangst van het verzoek. Het dagelijks bestuur kan de beslistermijn verdagen met maximaal 3 maanden. 8. De kosten van de onderzoeken, inclusief de kosten van de inzet van de onafhankelijke deskundige, die met uittreding uit de gemeenschappelijke regeling gepaard gaan, komen ten laste van de uittredende gemeente. Deze kosten zijn de eenmalige kosten ten gevolge van uittreding en worden ten laste gebracht nadat het voornemen tot uittreden formeel bekend is gemaakt. Ook wanneer een quick scan wordt uitgevoerd, worden deze kosten ten laste van de gemeente gebracht die overweegt om uit te treden. 9. De uittredingskosten zijn de kosten die te maken hebben met (de afbouw van) de overcapaciteit die kan ontstaan in de personele en de materiële sfeer.
Deze komen eveneens ten laste van de uittredende gemeente en worden alleen in rekening gebracht als de gemeente daadwerkelijk besluit uit te treden. Basis voor de uittredingskostenberekening zijn de gemiddelde realisatiecijfers (afbouw bedrijfsvoeringsorganisatie, aangegane verplichtingen algemeen, aangegane verplichtingen per opgave) van de drie jaar jaren voorafgaand aan het jaar waarin het voornemen tot uittreden kenbaar wordt gemaakt. 10. De kosten die niet direct aan de uittredende partij kunnen worden toegerekend, worden berekend door totalen per kostensoort naar rato te berekenen. Voor het bepalen van de kostenverdeelsleutel wordt aangesloten bij het bepaalde hierover in artikel 29 van de regeling. 11. Middelen die onderdeel uitmaken van een (algemene) reserve van de regio, worden naar rato in mindering gebracht op de te betalen uittredingskosten. Voor het bepalen van de kostenverdeelsleutel wordt aangesloten bij het bepaalde hierover in artikel 29 van de regeling.
12. De regio doet redelijkerwijs al het mogelijke om de kosten voor de uittredende gemeente zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur doet met de gemeente die wil uittreden onderzoek naar de mogelijkheid om uittredingskosten te verminderen (onder meer overname personeel, verlaging investeringen, opdrachtverlening elders). Artikel 33b De raden wordt om zienswijze gevraagd voordat het algemeen bestuur richtlijnen voor toetreding en/of uittreding vaststelt als bedoeld in artikel 33, tweede lid en artikel 33a, vierde lid.” De toelichting op artikel 33a luidt als volgt: “Artikel 33a Uittreding Dit artikel regelt de procedure de uittreding van bestaande deelnemers aan het samenwerkingsverband. Bij de wijziging van de Wgr op 1 juli 2022 is geregeld dat in een gemeenschappelijke regeling afspraken moeten worden gemaakt rondom de eventuele uittreding van een deelnemers. Hierbij moeten op grond van de wet in ieder geval de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeenten meegenomen worden. Bij de GMR bestond er al een regeling ‘Richtlijnen uittreding Gemeenschappelijke regeling Arnhem-Nijmegen’. Dit artikel beoogt te voldoen aan de wettelijke vereisten, maar biedt ruimte om praktische afspraken in een richtlijn verder uit te werken.
Het algemeen bestuur blijft bevoegd richtlijnen vast te stellen voor uittreding, mits het zich houdt aan de essentialia die in artikel 33a staan. “ G. Het tweede lid van artikel 36 wordt als volgt aangepast: “ 2. Het algemeen bestuur draagt zorg voor de evaluatie van het algemeen functioneren en de werkwijze van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen aan het begin van het jaar voor het kalenderjaar waarin algemene raadsverkiezingen in de gemeenten plaatsvinden. Het algemeen bestuur stelt hiervoor een onderzoeksopdracht vast.” De toelichting op dit artikel komt te luiden: “Artikel 36 Duur van de regeling Met dit artikel worden de evaluatiemomenten van de regeling bepaald. Door de evaluatie aan het begin van het jaar voor het kalenderjaar waarin de algemene gemeenteraadsverkiezingen in de gemeenten plaatsvinden, kan het zittende bestuur nog kennis nemen van de uitkomsten van de evaluatie, deze van commentaar en advies kan voorzien en mee kan geven in de overdracht naar het nieuwe bestuur. Het algemeen bestuur stelt voor de evaluatie een opdracht vast. Deze zal (in ieder geval) de volgende criteria bevatten: de slagvaardigheid van de samenwerking, kan er adequaat worden gereageerd op voorkomende opgaven en uitdagingen (bv.
doorlooptijd); de verhouding tussen de bereikte resultaten enerzijds en de bestuurlijke en ambtelijke inzet anderzijds; de vraag of de gemeenteraden zich voldoende herkennen in het proces van samenwerking; de kwaliteit van de gemeenschappelijk geformuleerde regionale agenda; de positie die het samenwerkingsverband inneemt richting zijn strategische partners (provincie, The Economic Board / triple helix, Rijk en EU);
-
maximale administratieve eenvoud ('lean and mean').”
H. Artikel 37 wordt als volgt aangepast: ” Artikel 37 Toezending en bekendmaking De gemeente Overbetuwe is belast met de bekendmaking van de regeling zoals bedoeld in artikel 26 van de wet.” II Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: Tweede wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio ArnhemNijmegen 2023.
BESLISDOCUMENT algemeen bestuur Vergaderdatum
10 april 2024
Onderwerp
Herziening Gemeenschappelijk Regeling a.g.v. wijziging Wet gemeenschappelijke regeling
Portefeuillehouder
Bruls
Opsteller
Henk van den Berg
GEVRAAGD BESLUIT
Kennisnemen van de ontvangen zienswijzen en de voorgestelde reactie namens het DB.
TOELICHTING
In uw vergadering van 29 november jl. bent u geïnformeerd over de gevolgen van de wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) voor onze gemeenschappelijke regeling (GR). Voor een zestal onderwerpen is het advies van de ambtelijke werkgroep overgenomen. Vervolgens is het wijzigingsvoorstel aan de 18 colleges toegezonden om de voorgeschreven stappen te zetten. Proces Door de 18 colleges is aan de gemeenteraad verzocht een zienswijze kenbaar te maken. Drie gemeenteraden hebben dit gedaan t.w. Arnhem, Rheden en Overbetuwe. De zienswijzen zijn aan de GMR aangeboden. Dit betekent dat het bestuur zich dient te buigen over een reactie op de zienswijzen. In bijgaande zienswijzenota is een voorstel voor een inhoudelijke reactie opgenomen. Het voorstel is om geen veranderingen aan te brengen met uitzondering van een opgemerkte omissie in het oorspronkelijke voorstel. M.a.w. de ontvangen zienswijzen geven geen aanleiding tot een inhoudelijke aanpassing van het eerdere voorstel. Door twee zienswijzen is aandacht gevraagd voor openbaarheid van de agenda en besluitenlijst van het DB, verwijzend naar de actieve informatieplicht in de Wet open overheid (WOO). Formeel is dit tot op heden nog een inspanningsverplichting.
Wij hebben besloten te starten met het (tijdig) openbaar maken van de agenda op de website (via IBabs) en, zodra de processen zijn ingericht, de vastgestelde besluitenlijst openbaar te maken op de website. Op het punt van de implementatie van de WOO dient het regiobureau nog enkele stappen te zetten. Planning De wetgever vraagt de gemeenten de herziening van alle gemeenschappelijke regelingen voor 1 juli 2024 af te ronden. Door de projectgroep Rijk van Nijmegen is een planning opgesteld voor de te doorlopen processtappen. Deze planning is onder druk komen te staan door de ingediende zienswijzen. Toch is het haalbaar de wijziging van de GR door alle 18 colleges vast te laten stellen voor 1 juli 2024. te laten vaststellen, na voorafgaande toestemming van de gemeenteraad. In overleg met de gemeentelijke regiocoördinatoren zijn de voorbereidende handelingen al gestart. Montferland Deze procedure tot herziening van de GR ziet niet op het proces tot uittreding van Montferland. De uittreding vraagt een eigen traject. Een voorstel voor de herziening loopt parallel.
GROENE METROPOOLREGIO ARNHEM-NIJMEGEN
MEEGEZONDEN STUKKEN
- Zienswijzennota. - Was-wordt overzicht - Gewijzigde gemeenschappelijke regeling - Wijzigingsbesluit college
RISICO'S EN BEHEERSMAATREGELEN
Na een zorgvuldige voorbereiding in beide sub-regio’s en de beantwoording van de inhoudelijke zienswijzen van twee gemeenten, dient de herziening van de GR (nog) een aantal stappen te doorlopen in elk van de 18 gemeenten. Daarbij is het noodzakelijk dat het voorstel in één geheel de eindstreep haalt (alle colleges stellen in juni dezelfde GR vast).
JURIDISCH ADVIES
Het hele proces en het opstellen van de zienswijzennota is begeleid door juristen uit de regio.
AFSTEMMING EN SAMENWERKING
Dit voorstel is het resultaat van twee gescheiden processen. Zowel het Rijk van Nijmegen als Gelderland-Midden hebben op een eigen manier invulling gegeven aan het proces dat geleid heeft tot het voorstel dat in december 2023 naar de gemeenten is gegaan. In beide processen was, naast de gemeentelijke juristen, een grote rol weggelegd voor raadsleden en griffiers.
COMMUNICATIE ADVIES
In deze fase niet nodig.
GROENE METROPOOLREGIO ARNHEM-NIJMEGEN
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen Intitulé Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar; overwegende dat: • zij op 1 juli 2015 een Gemeenschappelijk orgaan Arnhem-Nijmegen City Region zijn aangegaan om – na opheffing van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen als WGR+ regio – regionaal samen te werken op de terreinen duurzaamheid, economie, mobiliteit en wonen; • zij in het voorjaar van 2019 een initiatief hebben genomen om na te denken over versterking van de regionale samenwerking; • die versterking nodig is vanwege een dubbele urgentie: slagkracht in de opgaven, en transparantie en democratische legitimatie; • zij op 21 januari 2020 ermee hebben ingestemd dat de contourennotitie met daarin de contouren van een vernieuwde samenwerking in de regio Arnhem-Nijmegen wordt gebruikt voor de uitwerking van de definitieve voorstellen; • de raden input hebben geleverd aan de contouren voor de vernieuwde samenwerking van de regio Arnhem-Nijmegen; • de regio met de grote diversiteit van culturen, landschappen, steden en dorpen ook een sterk samenhangend netwerk is van steden en ommeland; • de regio het grootste
verstedelijkt gebied buiten de Randstad en een modern kennisintensief gebied is, met als topsectoren Health & Hightech, Food en Energy; • de regio voor de uitdaging staat hoe om te gaan met groei, zodat het een balans kan behouden tussen levendige stedelijkheid en ontspannen leefkwaliteit, waartoe in 2018 een aanzet is gegeven met het document 'Gezonde Groei'; • de regio op termijn een energieneutrale, circulaire regio wil zijn, waarbij circulariteit een aspect is van al het handelen van de regio en een inspiratiebron –waar ieder initiatief – van lokaal tot internationaal – bij kan aanhaken; • de regio zich wil profileren als regio om zich zo gezamenlijk en eendrachtig in de etalage te zetten voor samenwerking met Provincie, Rijk, Europa en maatschappelijke partners; • de opgaven waar de regio voor staat vragen om een (meer) uitvoeringsgericht samenwerkingsverband met als kernwaarden transparantie, robuustheid, flexibiliteit en slagkracht; • voor succesvolle samenwerking in de regionale opgaven een basis nodig is die de samenwerking faciliteert en de opgaven ondersteunt, zodat er een helder aanspreekpunt is, de regio aanwezig is in lobbycircuits en op de hoogte is van nieuwe ontwikkelingen waarop kan worden ingesprongen, er regionale bijeenkomsten kunnen worden georganiseerd, en de opgaven kunnen worden voorbereid en onderling afgestemd; • voor deze faciliterende en
coördinerende taken een basisvoorziening nodig is in de vorm van een regiobestuur met een compact regiobureau.
gelet op:
•
de Wet gemeenschappelijke regelingen;
•
de toestemming van de respectievelijke gemeenteraden op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
besluiten de navolgende gemeenschappelijke regeling te treffen: Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; b. gemeenten: de deelnemende gemeenten; c. raden: de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten; d. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; e. regeling: onderhavige gemeenschappelijke regeling; f. opgave: een in de regionale agenda opgenomen opgave gericht op ruimtelijke ontwikkeling en sociaaleconomische ontwikkeling op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn en waar elke gemeente aan kan deelnemen; g. regionale agenda: de jaarlijks vast te stellen verzameling van opgaven; h. netwerkdirectie: de gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten en de regiodirecteur. 2. Begrippen die in lid 1 van dit artikel niet zijn gedefinieerd, hebben de betekenis zoals de wet hieraan geeft.
Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, genaamd ‘Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen’. 2. Het openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en is statutair gevestigd in Elst (gemeente Overbetuwe).
Artikel 3 Bestuursorganen 1. De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen kent, onverminderd de mogelijkheid tot het instellen van commissies, de volgende bestuursorganen: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter.
Hoofstuk 2 Belangen, taken en bevoegdheden
Artikel 4 Belangen De regeling wordt getroffen om de positie van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen te versterken en een kwalitatieve groei van de regio – met behoud van de typische balans tussen levendige verstedelijking en ontspannen leefkwaliteit – te bewerkstelligen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling (waaronder wonen, landschap, verkeer en mobiliteit) en sociaaleconomische ontwikkeling (waaronder werkgelegenheid, bedrijvigheid, recreatie, toerisme, leefbaarheid en cultuur) op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn.
Artikel 5 Taken 1. De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen heeft de volgende taken: a. het bevorderen en faciliteren van de samenwerking op majeure maatschappelijke thema’s en opgaven die de gemeenten niet alleen en binnen hun gemeentegrenzen op zich kunnen nemen, en/of waarvoor mogelijkheden liggen om externe middelen te werven; b. het voorbereiden en vastleggen van de regionale agenda bestaande uit opgaven gericht op ruimtelijke ontwikkeling en sociaaleconomische ontwikkeling op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn; c. het inspireren en stimuleren van de gemeenten en samenwerkingspartners om deel te nemen en bij te dragen aan de opgaven uit de regionale agenda; d. het regisseren van de uitvoering en monitoren van de opgaven uit de regionale agenda; e. het positioneren en profileren van de regio, en het behartigen van de belangen van de regio op interregionaal, nationaal en internationaal niveau in partnerschap met andere overheden, bedrijven en maatschappelijke partners; f. het signaleren van en inspelen op ontwikkelingen die van meerwaarde zijn voor de regio; g. het faciliteren van overleg, kennisdeling en ontmoeting in de regio.
Artikel 6 Bevoegdheden 1. De gemeenten dragen geen bevoegdheden over aan de Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen, met uitzondering van de bevoegdheid van de colleges om een subsidie te verstrekken aan de Stichting The Economic Board. 2. De gemeenten verlenen ieder afzonderlijk de mandaten, volmachten en machtigingen aan de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. 3. De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen is behoudens instemming van de gemeenten niet bevoegd tot: a. het vestigen van opstal-, pand- en hypotheekrechten; b. het afgeven van garanties of andere waarborgen; c. het in erfpacht aannemen of uitgeven van roerende of onroerende zaken; d. het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken;
e.
commerciële dienstverlening aan private partijen.
Hoofdstuk 3 Het algemeen bestuur
Artikel 7 Samenstelling algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur bestaat uit leden van de deelnemende gemeenten, de voorzitter inbegrepen. 2. Ieder college wijst uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur aan, alsmede diens plaatsvervanger. 3. Een lid van het algemeen bestuur heeft zitting in het algemeen bestuur gedurende dezelfde periode als de zittingsduur van het college die het vertegenwoordigt. Indien het lid in de nieuwe zittingsperiode opnieuw deel uitmaakt van het college kan hij terstond opnieuw worden aangewezen als lid van het algemeen bestuur. 4. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester of wethouder van de vertegenwoordigde gemeente te zijn.
Artikel 8 Vergaderingen 1. Besluiten van het algemeen bestuur worden genomen bij meerderheid van stemmen. 2. Leden van het algemeen bestuur hebben een stemverhouding naar rato van de grootte van de gemeente. 3. Het aantal stemmen per lid van het algemeen bestuur per gemeente wordt jaarlijks op 1 januari bepaald naar inwonertal van de gemeente op basis van de meest recente CBS-cijfers, aan de hand van de volgende staffel: - Tot 20.000 inwoners: 1 stemmen - 20.000-49.999 inwoners: 2 stemmen - 50.000-99.999 inwoners: 3 stemmen - Meer dan 100.000 inwoners: 4 stemmen 4. In afwijking van het eerste lid worden besluiten omtrent de begroting en jaarrekening genomen met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Een besluit is aangenomen indien de meerderheid van stemmen ook de meerderheid van de inwoners van de regio vertegenwoordigt. 5. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar onverminderd artikel 22, vierde en vijfde lid, van de wet. 6. Het algemeen bestuur vergadert tenminste zesmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of ten minste vier leden van het algemeen bestuur daarom verzoeken. 7. De directeur van het regiobureau neemt deel aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. De directeur heeft uitsluitend een adviserende rol. 8.
Voor de vergaderingen van het algemeen bestuur kunnen door het algemeen bestuur anderen, waaronder bestuurlijk vertegenwoordigers van de Provincie Gelderland, onderwijsinstellingen, ondernemers en andere maatschappelijke instellingen als adviseur worden uitgenodigd. Zij kunnen aan de beraadslaging deelnemen. 9. Bestuurlijk opdrachtgevers van een opgave zijn in ieder geval agendalid van het algemeen bestuur.
Artikel 9 Taken en bevoegdheden algemeen bestuur 1. Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in de wet aan het algemeen bestuur zijn opgedragen, alsmede alle bevoegdheden die voorts bij of krachtens deze regeling aan dit orgaan worden opgedragen en niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of een bestuurscommissie zijn opgedragen. 2. Het algemeen bestuur is in ieder geval bevoegd tot: a. voorbereiden van opgaven voor de regionale agenda, inclusief het anticiperen en inspelen op actuele zaken en initiatieven van raden t.a.v. nieuwe opgaven; b. het vaststellen van de regionale agenda waarvan de opgaven deel uitmaken; c. het benoemen van de bestuurlijke opdrachtgevers in de opgaven; d. het bewaken, monitoren, coördineren van de inhoudelijke opgaven; e. het vaststellen van de begroting en de jaarrekening; f. het faciliteren van de samenwerking. 3. Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot het oprichten van of deelnemen in stichtingen, vennootschappen, en coöperatieve en andere verenigingen passend binnen de te behartigen belangen, de taken en de bevoegdheden van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen dan wel het ontbinden van die rechtspersonen of het beëindigen van de deelneming. De raden worden vooraf in de gelegenheid gesteld hun wensen en bedenkingen naar voren te brengen. 4.
Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur of een bestuurscommissie bevoegdheden overdragen met uitzondering van de bevoegdheid tot: a. het vaststellen van de regionale agenda; b. het vaststellen en wijzigen van de begroting; c. het vaststellen en wijzigen van de deelbegrotingen (per opgave); d. het vaststellen van de jaarrekening; e. het vaststellen van de deelrekeningen (per opgave); f. het vaststellen van verordeningen; g. het instellen van bestuurscommissies; h. het oprichten van, deelnemen aan of ontbinden van rechtspersonen zoals bedoeld in artikel 9, derde lid, van deze regeling.
Hoofdstuk 4 Dagelijks bestuur
Artikel 10 Samenstelling dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee andere leden, door en uit het algemeen bestuur gekozen. Hierbij is in ieder geval één lid van het dagelijks bestuur afkomstig van de gemeente Arnhem of Nijmegen. 2. Een lid van het dagelijks bestuur treedt af op de dag waarop hij ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur. Het lid kan, indien hij opnieuw is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur, terstond opnieuw worden benoemd. 3. De directeur van het regiobureau neemt deel aan de vergaderingen van het dagelijks bestuur. De directeur heeft uitsluitend een adviserende rol.
Artikel 11 Vergaderingen 1. Besluiten van het dagelijks bestuur worden genomen bij meerderheid van stemmen. 2. Elk lid heeft één stem. 3. Vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. 4. De besluitenlijst van het dagelijks bestuur wordt toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur. 5. Het dagelijks bestuur vergadert tenminste zesmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of één van de bestuursleden daarom verzoekt.
Artikel 12 Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot: a. het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet; e. te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 2. Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.
Hoofdstuk 5 Voorzitter
Artikel 13 Voorzitter 1. De voorzitter wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen, evenals zijn plaatsvervanger. 2. Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door zijn plaatsvervanger.
Artikel 14 Taken en bevoegdheden van de voorzitter 1. De voorzitter bevordert een goede behartiging van de zaken van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. De voorzitter is binnen de gestelde kaders het gezicht naar buiten. 2. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur. 3. De voorzitter tekent de stukken, die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. De stukken worden medeondertekend door de directeur.
4. Het dagelijks bestuur kan besluiten de ondertekening van de stukken die van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen uitgaan op te dragen aan een ander lid van dit bestuur, aan de directeur, genoemd in artikel 24 van deze regeling, of aan een andere medewerker van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. 5. De voorzitter vertegenwoordigt de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.
Hoofdstuk 6 Commissies
Artikel 15 Commissies van advies 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, zulks met inachtneming van artikel 24 van de wet. 2. Het algemeen bestuur stelt in ieder geval een regioagendacommissie in. 3. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en samenstelling van de in dit artikel bedoelde commissies.
Artikel 16 Bestuurscommissies 1. Het algemeen bestuur kan een bestuurscommissie instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen en het uitvoering geven aan taken en bevoegdheden, voor zover deze niet zijn voorbehouden aan het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld in het eerste lid dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid zijn gesteld om wensen en bedenkingen naar voren te brengen. 3. Het algemeen bestuur regelt, met inachtneming van artikel 25 van de wet, hun bevoegdheden en samenstelling.
Hoofdstuk 7 Verantwoordings- en informatieplicht
Artikel 17 Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur 1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk, zijn aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd over het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of één of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 5. Het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.
Artikel 18 Het algemeen bestuur en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de bestuurscommissies geven aan de raden van de gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de bestuurscommissies verstrekken aan de raden van de gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden verlangd. 3. De agenda en bijbehorende stukken van de openbare (gedeelten van) vergaderingen van het algemeen bestuur worden vooraf digitaal openbaar gemaakt. Besluitenlijsten van de openbare (gedeelten van) vergaderingen van het algemeen bestuur worden zo spoedig mogelijk digitaal openbaar gemaakt 4. Het algemeen bestuur stelt voor het verstrekken van informatie een Informatieprotocol vast, maar niet nadat raden de gelegenheid is geboden hun zienswijze hierover te geven. 5. De agenda en besluitenlijst van het dagelijks bestuur worden digitaal openbaar gemaakt indien en voor zover de Wet open overheid hiertoe verplicht.
Artikel 19 De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van de colleges 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college dat dit lid heeft aangewezen met inachtneming van artikel 16 en artikel 18 van de wet alle inlichtingen, die door het college of door één of meer leden van het college worden verlangd. 2. Een lid van het algemeen bestuur is het college dat dit lid heeft aangewezen met inachtneming van artikel 16 en artikel 18 van de wet verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van dat college aangegeven wijze. 3. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college die hem heeft aangewezen worden ontslagen, als dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit.
Artikel 20 De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van de raden 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad met inachtneming van artikel 16 en artikel 19 van de wet alle inlichtingen, die door de raad of door één of meer leden van de raad worden verlangd. 2. Een lid van het algemeen bestuur is de raad met inachtneming van artikel 16 en artikel 19 van de wet verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.
Hoofdstuk 8 Reglement van orde
Artikel 21 Reglement van orde algemeen bestuur
1. Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de artikelen 22 en 23 van de wet voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. 2. In het reglement van orde worden onder meer regels gegeven omtrent de wijze van het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording als bedoeld in de artikelen 17 tot en met 20 van deze regeling.
Artikel 22 Reglement van orde dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan het algemeen bestuur wordt overgelegd.
Artikel 22a Participatie ingezetenen en belanghebbenden Ingezetenen en belanghebbenden kunnen in verband met de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid bij openbare vergaderingen van het AB het woord voeren over een ter bespreking op de agenda opgenomen onderwerp. Het inspreken geschiedt voorafgaand aan de beraadslaging over het onderwerp. Het inspreekrecht van ingezetenen en belanghebbenden in verband met de voorbereiding, uitvoering en monitoring van beleid bij de opgaven, wordt bij de opgave in een participatieprotocol bepaald.
Hoofdstuk 9 De organisatie
Artikel 23 Regiobureau 1. Er is een regiobureau met aan het hoofd een directeur. 2. De directeur zorgt voor een juiste taakvervulling van het regiobureau. 3. Op het personeel van het regiobureau is de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties van toepassing.
Artikel 24 Directeur 1. Het dagelijks bestuur beslist over het aangaan, schorsen en beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de directeur en stelt zijn/haar taken en bevoegdheden vast. De directeur wordt bij verhindering of ontstentenis vervangen op een door het dagelijks bestuur te bepalen wijze. 2. De directeur is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter in alles, dat de hun opgedragen taak aangaat, behulpzaam. 3. Door de directeur worden alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan medeondertekend. 4. Het algemeen bestuur kan voor de directeur een instructie vaststellen.
Artikel 25 Klachten De gemeentelijke ombudsman voor het Rijk van Nijmegen is bevoegd tot behandeling van klachten zoals bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 26 Archief 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de gemeenschappelijke regeling en haar organen, met inachtneming van het bepaalde in de Archiefwet 1995. 2. Ter uitvoering van het in het eerste lid bepaalde, stelt het algemeen bestuur een archiefverordening vast, die aan Gedeputeerde Staten wordt verzonden. 3. De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde zorg, komen ten laste van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. 4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats en een e-depot aan. 5. De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de gemeenschappelijke regeling en haar organen, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats of het e-depot. 6. Ten aanzien van de in het vorige lid genoemde archiefbescheiden is, onder de bevelen van het dagelijks bestuur, de archivaris belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995. Met betrekking tot dit toezicht bevat de verordening als bedoeld in het tweede lid de nodige bepalingen. 7. De archivaris wordt door het dagelijks bestuur aangewezen.
Hoofdstuk 10 Regionale opgaven
Artikel 27 Regionale opgaven 1. De raden besluiten na aanbieding van de door het algemeen bestuur vastgestelde regionale agenda over deelname aan een opgave. Per opgave wordt een opgave overeenkomst afgesloten tussen de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en de deelnemende gemeenten. 2. Een opgave overeenkomst bevat in ieder geval: a. een omschrijving van de opgave, het doel en de toegevoegde waarde voor de inwoners; b. een begroting, met de van toepassing zijnde kostenverdeelsleutel; c. de door de gemeente te leveren ambtelijke capaciteit; 3. Als een gemeente niet deelneemt aan een opgave vrijwaren de gemeenten die wel deelnemen aan de betreffende opgave, deze gemeente voor kosten en risico’s die aan de opgave zijn verbonden of daaruit voortvloeien. 4. Het algemeen bestuur stelt voorwaarden vast met betrekking tot het deelnemen aan een reeds gestarte opgave en het beëindigen van deelnemen aan een opgave. 5. De directeur stemt in de netwerkdirectie de invulling van ambtelijke capaciteit voor de opgaven af.
Hoofdstuk 11 Financiën
Artikel 28 Financiële organisatie 1. De begroting, begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, de jaarrekening en het jaarverslag worden ingericht overeenkomstig de bij of krachtens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten gestelde regelingen. 2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Artikel 212 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. Artikel 213 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 29 Bijdragen van de gemeenten 1. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke afzonderlijke gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 2. Als algemene kostenverdeelsleutel heeft te gelden een kostenverdeling naar rato van het inwonertal van de deelnemende gemeenten, op basis van de meest recente CBS-cijfers. 3. De gemeente Mook en Middelaar krijgt 50% korting op de verschuldigde bijdrage. 4. De kostenverdeelsleutel voor een opgave wordt bepaald in de desbetreffende opgave. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen een kostenverdeling naar rato van het inwonertal van de deelnemende gemeenten op basis van de meest recente CBS-cijfers. Hiervan kan bij uitzondering voor een opgave worden afgeweken. 5. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks op 15 januari en op 15 juli telkens de helft van de in lid 1 bedoelde bijdrage. 6. De gemeenten dragen er zorg voor dat het samenwerkingsverband te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen, onverminderd het bepaalde in artikel 27, derde lid, van deze regeling.