CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

A13-20260302-7-vka-coll-bouwsteen-water-en-bodem-bijlage-1-rapport.pdf-low

Raadsvergadering 2 maart 2026, gemeente WestervoortBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken30.650 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

een extra hoeveelheid water, die in perioden met een neerslag overschot anders

op het denken om juist de rivierwaterafhankelijkheid te verminderen. De insteek

zou worden afgevoerd, beschikbaar komt als zoetwatervoorziening voor perioden

is dan ook dat regionaal benutten van rivierwater alleen mogelijk is wanneer het

met een neerslag tekort. Berekend is dat in open bekkens die 5% - 10% van het

gebied een cruciale rol vervult in de toekomstige laagwaterverdeling van het ri-

landbouwareaal beslaan voldoende water geborgen kan worden om de resterende

vierwater en daarvoor ruimte beschikbaar zou moeten stellen voor de aanleg van

90% - 95% van het landbouwgebied van zoetwater te voorzien. Deze strategie is

een laagwatercorridor richting IJsselmeer.

OPTIMALISEREN &

BERGEN &

POMPEN &

MAXIMALISEREN

VA S T H O U D E N

AANVOEREN

34

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

4 . 3 T I J D PA D V A N N U N A A R S T R A K S

O V E R Z I C H T S T R AT E G I E Ë N E N M A AT R E G E L E N

Bovenstaande drie lange termijnstrategieën dienen als een stip op de horizon. Ze zoeken ieder op een andere manier naar een mogelijkheid om extra water in het gebied te houden en/of brengen. De keuze voor een forse koerswijziging en herinrichting van het huidige water-

strategie 1 - optimalisatie

strategie 1 - maximalisatie

+

bodemverbetering

+

bodemverbetering

+

watergangen aanpassen (binnen en

+

maximaal watergangen aanpassen

buiten rivierinvloed)

(binnen en buiten rivierinvloed)

systeem neem je niet zomaar, zeker niet als er nog mogelijkheden zijn om het

+

aanpassen Rhederlaag

+

aanpassen Rhederlaag

huidige systeem te optimaliseren, zodat je de keus voor een meer fundamentele

+

50% afkoppelen

+

100% afkoppelen

+

hergebruik RWZI-effluent

koerswijziging kunt uitstellen en de consequenties daarvan beter kunt onderzoeken. Daarom zou je altijd moeten starten met het optimaliseren van het huidige systeem om daarmee het beschikbare water beter te kunnen benutten. Gead-

totaal: 28 mm

totaal: 97 mm

strategie 2 - bergen & vasthouden

strategie 3 - pompen & aanvoeren

+

+

viseerd wordt om dus eerst het huidige systeem ‘op orde’ te brengen, voordat grootschalige systeemveranderingen worden doorgevoerd. De afbeelding op pagina 35 verbeeldt op de korte en middellange termijn de strategie van optimaliseren en maximaliseren. Zoals we nu inschatten ligt het moment voor een fundamentele systeemkeuze rond 2050. Rond dat tijdstip lijken

10% landbouwareaal inzetten voor

wateraanvoer 2 m3/s

waterberging

drie paden nog mogelijk: 1) het beheren van het geoptimaliseerde watersysteem, 2) bergen & vasthouden en 3) pompen & aanvoeren. Hier worden de pijlen in de afbeelding breder vanwege de onzekerheid rondom effecten klimaatverandering, technische mogelijkheden, etc. De volgende hoofdstukken lichten deze drie strategieën met hun tijdpaden toe.

strategie 2: 40 mm strategie 1 + 2 totaal: 137 mm

strategie 3: 210 mm strategie 1 + 3 totaal: 307 mm

oplossingsrichtingen lange termijn en tijdspad van nu naar straks

35

36

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

4.4 S T R AT E G I E O P T I M A L I S E R E N & M A X I M A L I S E R E N De strategie optimaliseren& maximaliseren bestaat uit 3 stappen: 1. Optimaliseren van het watersysteem, aanpassingen aan het hoofdwatersysteem met beperkte impact op omgeving en toepassen bodemverbetering. Dit betreft de maatregelen die op korte termijn (voor 2040) te realiseren zijn; 2. Maximaliseren: aanpassingen aan het watersysteem, zowel verdere aanpassingen aan het hoofdwatersysteem als aanpassingen in de zijwater-gangen, maatregelen die voor 2050 te nemen zijn; 3. Beheren en onderhouden van het water- en bodemsysteem. Deze strategie neemt het huidige systeem en huidige gebruik als vertrekpunt. Dit omdat dit op korte termijn te realiseren is, maar ook omdat hier nog ontwikkel-mogelijkheden gezien worden. Bij deze strategie wordt ook voorgesorteerd op de toekomst en aanvullende strategieën. Richting 2050 is er een keuzemoment voor de lange termijn (na 2050). Hier kan de volgende 25 jaar op voorgesorteerd en rekening mee gehouden worden, zodat lock-ins voorkomen worden. Hieronder worden de mogelijke handelingsperspectieven toegelicht, in paragraaf 4.7 wordt een overzicht gegeven van de kosten en ruimtebeslag van de handelingsperspectieven.

O P T I M A L I S E R E N H U I D I G B O D E M - E N W AT E R S Y S T E E M Het optimaliseren van het huidige water- en bodemsysteem vormt een gebieds-specifieke uitwerking van het maatregelenpakket van denklijn 1 (studie

WAT E R G A N G E N AFDICHTEN

Droogte Achterhoek). Hierbij is gekeken wat relevant en effectief is voor de Liemers. Onderscheid is gemaakt tussen de twee type gebieden, met en zonder invloed van de rivieren. Enkele maatregelen van denklijn 1 zijn alleen effectief voor de gebieden buiten de invloed van de rivier, andere maatregelen kunnen in beide gebieden toegepast worden. Daarnaast zijn er aanvullende maatregelen geformuleerd, voor het gebied dat binnen de invloedszone van de rivier valt. De maatregelen hieronder beschreven geven aan door middel van kleur voor welke van de twee gebieden deze relevant is (blauw voor de gebieden in de invloedszone van de rivier, geel voor erbuiten).

A A N PA S S E N S T E D E L I J K WAT E R S YS T E E M

oplossingsrichtingen lange termijn en tijdspad van nu naar straks

37

38

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

Watergangen aanpassen Gebieden binnen rivierinvloed In ’t Broek, met name in het peilvak van gemaal Liemers, maar ook in andere peilvakken zijn er mogelijkheden om in het voorjaar en zomer het waterpeil te verhogen. Het gebied kent hoogteverschillen, dit vergt daarom aanpassing van de laagste percelen, bijvoorbeeld door deze lage delen in te richten als waterberging of te benutten voor de KRW opgave. Daarnaast kan het waterbergend vermogen vergroot worden door de hoofdwatergangen te verbreden, in combinatie met natuurvriendelijke oeverinrichting. Deze maatregel geeft hierdoor een meekoppelkans met de KRW-ambities. Voor watergangen met vooral een wateraanvoerende functie en met een sterke invloed van de IJssel (noordwesten van ’t Broek) kan overwogen worden om de bodem van de watergangen af te dichten. In de huidige situatie zijn de watergangen ‘lek’, water zijgt weg naar de rivieren in droge perioden. Om meer water in de watergangen vast te houden kan de bodem van de hoofdwatergangen afgedicht worden met klei. Deze klei wordt naast de huidige watergang afgegraven, waardoor er een gesloten grondbalans is. Hierdoor wordt het profiel breder,

Afdichten van watergangen met kleilaag (streven naar gesloten gronsbalans)

waardoor er meer water geborgen kan worden (zowel voor wateroverlast als droogte). Door de afdichting verliezen watergangen haar drainerende functie. Deze drainerende functie van watergangen is belangrijk voor de grondwaterbeheersing, met name in de winter wanneer hoge grondwaterstanden optreden. Daarom dient dit alleen toegepast te worden bij watergangen met voornamelijk een aanvoerfunctie, bijvoorbeeld in combinatie met de maatregel ‘gebruik effluent RWZI’. Gebieden buiten rivierinvloed Buiten de invloedszone van de rivier kunnen hoofdwatergangen verondiept worden, om hiermee de drainerende werking te verminderen, net zoals in denklijn 1 is opgenomen. De watergangen kunnen hierbij verbreed worden, waarbij de afgegraven grond (deels) gebruikt wordt om te verondiepen. Hierdoor wordt de grondbalans zoveel mogelijk gesloten. De verbreding levert extra bergingscapaciteit op ten behoeve van zowel wateroverlast als droogte. Ook hier wordt de aanpassingen aan de hoofdwatergangen gecombineerd met KRW, door natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Aanpassen watergangen (verondiepen of afdichten) koppelen aan kwaliteitsdoelstellingen

oplossingsrichtingen lange termijn en tijdspad van nu naar straks

Gebruik RWZI-effluent In Duiven bevindt zich een RWZI, die momenteel het effluent afvoert op de IJssel. Deze RWZI vormt een stabiele bron van water, die minimaal bijna 400 l/s water kan leveren. De kwaliteit van het effluent is momenteel onvoldoende om het water in ’t Broek te laten of te gebruiken voor aanvoer naar het stedelijk gebied. Nieuw beleid vergt echter aanvullende zuivering van het effluent, waarmee het effluent schoner wordt. Mogelijk is de kwaliteit van het effluent met deze aanvullende zuivering voldoende voor inlaat en hergebruik in ’t Broek en het stedelijk gebied. Onderzocht moet worden of er nog een aanvullende extra zuiverings-stap nodig is. Dit kan een technische zuivering zijn of een natuurlijke zuivering via bijvoorbeeld een zuiveringsmoeras of helofytenfilter. Daarnaast dient het watersysteem aangepast te worden om het effluent over het stedelijk gebied en ’t Broek te verspreiden. Dit betreft met name aanpassing van stuwen of stuwbeheer en mogelijk verleggen van enkele watergangen of delen ervan. RWZI-locatie gelegen aan de rand van Duiven-Noord

Om deze maatregel op korte termijn uit te kunnen voeren dient onderzocht te worden welke aanvullende zuivering sowieso nodig is, en of dan nog extra zuivering vereist is voor het hergebruik in het stedelijk gebied en ’t Broek.

Voorbeeld van waterzuivering d.m.v. helofytenfilter (nazuivering RWZI Everstekoog De Koog Texel) (foto: Waterschap Rijn en IJssel)

39

40

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m Doesburg

Rheden

Bodemverbetering

Velp

en maatregelen. Daarnaast is het effect groter als er af en toe een bui valt die

Arnhem

Doeti nchem Westervoort

Duiven

merkt wordt dat in ’t Broek het organisch stofgehalte al hoog is voor kleigronden.

Didam

Duiven

Zevenaar

Huissen

Zelhem

Doeti nchem

Westervoort Opgevastgehouden wordt dan in lange aaneengesloten perioden van droogte.

Hier zijn dus geen mogelijkheden voor verbetering.

Zelhem

Velp

Het verbeteren van de bodem kan bijdragen aan het tegengaan van droogte door het watervasthoudend vermogen te verbeteren, afhankelijk A r n h e mvan de huidige situatie

Doesburg

Rheden

Didam

Gaanderen

Zevenaar

Huissen

Gemeenten Liemers Studiegebied

De bodemverbetering bestaat uit: ■ Structuurverbetering van de grond;

Snelwegen Rivieren Bebouwde kom

Bodemkwaliteit

Bemmel

■ Teeltkeuze, toepassen planten die watervasthoudend vermogen verbeteGendt ren, door verhoging organisch stof, verbeteren bodemstructuur en door-

worteling.

0,0 - 1,0

Bemmel

1,1 - 2,0

's-Heerenberg

2,1 - 3,0 3,1 - 4,0

Millingen aan de Rijn

De mogelijkheden voor bodemverbetering verschillen per bodemtype: ■ Zand: toevoegen van organische stof, toepassen van vaste- én fijnwortelende soorten en beperk de verdamping van de bodem;

's-Heerenberg

Gendt

4,1 - 5,0 5,1 - 6,0 6,1 - 7,0

Millingen aan de Rijn

7,1 - 8,0 Esri Nederland, Community Map Contributors

Huidige bodemvruchtbaarheid van de bodems in de Liemers

■ Leem/zwakke zavel: behouden van vegetatie- en organische bodemlaag; pas gewasrotatie of vaste vegetatie toe om het organische stofgehalte op peil te houden; ■ Klei: pas planten toe met wortelstructuren die poriën creëren, toevoegen van organische stof om aggregatie te verbeteren.

Rivierinvloed beperken In het Rhederlaag is de waterstand relatief laag, doordat de waterstand hier bepaald wordt door de IJssel en de benedenstroomse zijde (in het oosten). Een hogere waterstand in het Rhederlaag vermindert de invloed van het Rhederlaag en verhoogt de grondwaterstand in ’t Broek. Dit vereist wel een inlaat in het Rhederlaag meer bovenstrooms op de IJssel (westzijde) om aan te kunnen sluiten op de hogere waterstand op de IJssel, en een afsluiting aan de oostzijde (stuw of sluis) die in periode van laag water ingezet wordt. Onderzocht dient te worden of de waterstand in het Rhederlaag verhoogd kan worden in de zomer in verband met de aanwezige functies en inrichting.

Voorbeeld droogvallend watersysteem (wadi)

8,1 - 9,0 9,1 - 10,0

Esri Nederland, Community Map Contributors

Gaanderen

oplossingsrichtingen lange termijn en tijdspad van nu naar straks

Aanpassen stedelijk watersysteem

Permanent watervoerende watergangen

In het stedelijk gebied vallen de meeste watergangen droog of hebben stagnant

Permanent watervoerende watergangen vergen een bron van water. Dit kan ge-

water in perioden van droogte. In Duiven worden enkele watergangen gevoed met

zuiverde effluent van de RWZI of grondwater zijn, als dit voldoende aangevuld

opgepompt grondwater (deepwells) en vallen daarom niet droog. In Westervoort

wordt in de winter (bijvoorbeeld door afkoppelen), of oppervlaktewater en heeft

en Duiven-Noord staan de watergangen onder invloed van de rivier, in Zevenaar

daardoor een sterke relatie met de andere handelingsperspectieven.

41

en Duiven is deze invloed kleiner. De droogval vormt een knelpunt voor waterkwaliteit, maar ook voor de zettingen. Er zijn twee handelingsperspectieven:

Opgemerkt wordt dat de watergangen gegraven zijn en niet passen bij het ‘Water

watergangen watervoerend maken, of droogval van watergangen faciliteren in

& Bodem Sturend’ principe. Dit vergt ook water in een gebied waar wateraanvoer

combinatie van het toepassen van infiltratiesystemen waar dat nodig is in verband

ontbreekt en water dus schaars is in droge perioden. Argumenten voor watervoe-

met zettingen. Daarnaast kan met afkoppelen van het hemelwater het grondwater

rende watergangen zijn grondwaterbeheersing (in verband met de zettingsgevoe-

aangevuld worden.

ligheid) en esthetische waarde.

De keuze voor een watervoerende of droogvallende watergang brengt consequen-

Droogvallend watersysteem/infiltratiesysteem

ties met zich mee. Een droogvallende watergang zal mogelijk iets hoger liggen en

Voor droogvallende waterlopen geldt dat deze ingericht moeten zijn op droogval.

vergt daarom meer ruimte om dezelfde bergingscapaciteit te behouden. Voor een

Dit betekent dat er een verhang is in de waterlopen, dat vissen kunnen migreren

watervoerende watergang geldt dat er een bron van water dient te zijn, dit kan het

en de oeverinrichting hierop ingericht is. Daarnaast dienen er geen riooloverstor-

gezuiverde effluent zijn van de RWZI, grondwater (indien dit duurzaam gebruikt

ten op uit te komen. Droogvallende waterlopen zijn wadi-achtige systemen met

kan worden) of oppervlaktewaterberging. Ook houdt water, afhankelijk van de

een afvoerfunctie.

mate van stroming, warmte vast, wat vanwege hittestress minder wenselijk kan zijn. Deze keuze is van groot belang voor een klimaatrobuuste inrichting van het

Bij droogvallende waterlopen, maar ook in zettingsgevoelige stedelijke gebieden

stedelijk watersysteem en vergt nadere analyse en onderzoek.

met weinig oppervlaktewater (met name in Zevenaar) is een infiltratiesysteem nodig om het grondwater op peil te houden en daarmee zettingen zoveel mogelijk

Afkoppelen

te beperken. Deze ondergrondse systemen vergen echter ook wateraanvoer

Een groot gedeelte van het verhard oppervlak in de stedelijke gebieden is aange-

(effluent, grondwater of oppervlaktewater dat geborgen wordt).

sloten op de riolering, hierdoor ‘verdwijnt’ het water uit het gebied. Door verhard oppervlak af te koppelen van de riolering en dit te infiltreren in de bodem en/of

Het aanpassen van het oppervlaktewatersysteem kost tijd en is afhankelijk van

op te vangen in het oppervlaktewatersysteem wordt dit water vastgehouden in het

het afkoppelen van verhard oppervlak. Voor fasering van het aanpassen van het

gebied.

watersysteem geldt: 1. Start waar reeds een gescheiden rioolstelsel aanwezig is;

Daarnaast maakt afkoppelen een droogvallend watersysteem mogelijk, er zijn dan immers geen riooloverstortingen meer. Afkoppelen wordt vaak uitgevoerd bij renovatie en vervanging van de riolering aan het einde van de levensduur.

2. Begin bij de hoogst liggende watergangen (werk van boven- naar benedenstrooms); 3. Start in gebieden waar geen klei (of andere afdekkende laag) aanwezig is, dit maakt afkoppelen makkelijker, omdat water dan geïnfiltreerd kan worden; 4. Neem in ontwerp en ontwikkeling aanwezigheid van planten/dieren mee.

42

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

Ruimtelijke ontwikkelingen Groenblauw raamwerk Om over voldoende ruimte te kunnen beschikken voor het doorvoeren van maatregelen voor het water- en bodemsysteem, is het van belang dat er op korte termijn een robuust groenblauw raamwerk wordt ontwikkeld. Het gaat hierbij om het vastleggen van de gebiedsbegrenzing en de opgaven voor water, bodem en ruimte te benoemen en aan elkaar relateren en naar integrale oplossingen te zoeken voor deze complexe, samengestelde gebiedsopgave. Of anders gezegd; sturen op meervoudig ruimtegebruik, zeker in gebieden waar ook nog boven regionale opgaven ‘landen’, zoals de A15 zone. De contouren van dit groenblauw raamwerk zijn opgetekend in het Regioarrangement ‘Meer landschap, meer stad’ vanuit de GMR. KRW-watergangen In het gebied bevinden zich verschillende watergangen met KRW-doelstellingen. Hier dienen zich kansen voor om de kwaliteits- en kwantiteitsopgaven aan elkaar koppelen, zoals eerder genoemd onder ‘watergangen aanpassen’. Andere opgaven

Contouren groenblauw raamwerk zoals opgetekend in het Regioarrangement (afbeelding: GMR)

zoals bijvoorbeeld recreatie of ecologische verbindingen kunnen ook gekoppeld worden aan deze waterstructuur. Stedelijke verdichting In de omgevingsvisie van de verschillende gemeenten zijn de stedelijke ontwikkellocaties/zones vastgelegd. Een overzicht van deze locaties is opgenomen in het feitenbeeld (zie bijlage 1). Door de oogharen heen zie je de toenemende druk op de groene tussengebieden. Voor de opgaven vanuit water en bodem is het van belang deze tussengebieden vrij te houden (zie eerdere hoofdstukken). Om deze ruimte te behouden is het cruciaal om eerst een visie te ontwikkelen op het toekomstig functioneren van deze tussengebieden, voordat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in deze gebieden worden geprojecteerd. Op korte termijn lijkt het verstandig om te streven naar ontwikkelingen binnen huidige stedelijke gebieden (verdichten). Deze tussengebieden maken als zogenaamde ‘groene scheg’ onderdeel van de recent vastgestelde Uitvoeringsagenda Groenblauw Raamwerk GMR. Voor het Tussengebied Duiven-Westervoort loopt al een project. Voor het gebied tussen de dorpen Duiven-Loo-Groessen-Zevenaar (waarin ook de verlengde A15 wordt aangelegd) moet de verdere uitwerking als groene scheg nog plaatsvinden.

Voorbeeld van hoe in huidige omgevingsvisies de steden inzetten op verdichting langs spoorzones

oplossingsrichtingen lange termijn en tijdspad van nu naar straks

M A X I M A L I S E R E N W AT E R - E N B O D E M S Y S T E E M

Rheden

±

±

Doesburg

Rheden

Doesburg

43 Zelhem

Zelhem

Velp

Na de optimalisatie van het water- en bodemsysteem kunnen de aanpassingen Velp

aan het watersysteem verder worden uitgebreid (maximalisatie). En worden er Arnhem

ook aanpassingen aan de zijwatergangen uitgevoerd.

Arnhem

Doeti nchem Doeti nchem

Westervoort Westervoort

Watergangen aanpassen

Duiven A18

Didam

Duiven

In de watergangen onder de invloedszone van de rivier kan het waterpeil in de

A18

Didam

Huissen

Gaanderen

Zevenaar Gaanderen

Zevenaar

zomer verder worden opgezet om zo meer water vast teHuissen houden. Ook kan onderzocht worden of waterlopen op de juiste plek liggen, vanuit het water- en bodemsysteem gezien, en verlegd worden indien dit van het vanuit het water- en bodemsysteem passender is.

A3

Bemmel

Gemeenten Liemers Studiegebied

A3

Bemmel

Snelwegen

Voor de watergangen buiten de invloedszone geldt dat watergangen verder verGendt Rijn

ondieping toegepast wordt. Ook hier kan onderzocht worden of aa waterlopen op de l

0

juiste plek liggen, vanuit het water- en bodemsysteem gezien, en verlegd worden 0

1

2

3

1

2

Beperkt invloed

3

4

Esri Nederland, Community Map Contributors

indien dit van het vanuit het water- en bodemsysteem passender is.

Esri Nederland, Community Map Contributors

±

±

Doesburg

Rheden

Doesburg

Rheden

Ontwikkeling drinkwaterreserveringsgebied

Veel invloed

Kilometers Invloedzone rivieren tijdens hoogwater

4 Kilometers

Hoo

Hoogwater

Millingen aan de Rijn

W aa l

Inv

's-Heerenberg

Invloed van rivieren op grondwaterstand

's-Heerenberg

ondiept kunnen worden en ook in zijwatergangen (secundaire watergangen) verMillingen aan de W

Rivieren

Gendt

Zelhem

Zelhem

Velp

Velp Voor het drinkwaterreserveringsgebied wordt onderzocht of oppervlaktewater

in combinatie met oeverwinning en mogelijk ook grondwater kan worden benut

Arnhem

rnhem voor drinkwater. Met name in de winter is er eenA‘wateroverschot’ dat benut kan

Doeti nchem

worden. In de zomer kan het zijn dat de kwaliteit van de IJssel onvoldoende is

Doeti nchem

Westervoort

Westervoort

en dat gebruik moet worden gemaakt van het grondwater. De winning kan be-

Duiven A18

Didam

Duiven

perkingen met zich meebrengen voor ruimtelijke ordening en landgebruik, door het verbod op diepe boringen en bepaalde gewasbeschermingsmiddelen of andere Zevenaar Huissen

A18

Didam

Huissen

Gaanderen

Zevenaar Gaanderen

middelen. Gemeenten Liemers A3

Bemmel Bemmel

Studiegebied Snelwegen

A3

Rivieren

's-Heerenberg Invloed van rivieren op grondwaterstand

Gendt 's-Heerenberg

Gendt

aa l

0

1

2

3

W aa l

Millingen aan de Rijn

W

0

4 Kilometers

Millingen aan de Rijn

1

2

3

Laagwater Veel invloed Middelmatige invloed Beperkt invloed

4

Kilometers Invloedzone rivieren tijdens laagwater

Esri Nederland, Community Map Contributors Esri Nederland, Community Map Contributors

Inv

Laa

44

H + N + S · Rheden b o u w s t e e n w a tDoesburg er & bodem

Zelhem

Pinkenberg

Velp

Pinkenberg

Duurzaam grondwaterbeheer

Doesburg

Rheden

Velp

nhem Voor de gebieden buiten de invloedszone van deA rrivier wordt ingezet op duurzaam

grondwaterbeheer met zo min mogelijk onttrekkingen. Hieronder vallen bijvoor-

Doeti nchem

Arnhem

Westervoort beeld de eventuele beregening van de landbouw alsSijmons de deepwells in Duiven. Dit

Doeti nchem

vergt andere bronnen van water en aanpassing van het watersysteem.Duiven

De Pol

Didam Westervoort

Sijmons

Zevenaar

Huissen

Zelhem

Gaanderen

Duiven

De Pol

Didam

Voorsorteren op hoogwaterveiligheidstrategie Rijnstrangen

Gaanderen

HettenheuvelZevenaar

Huissen

Op de Rijnstrangen ligt een ruimtelijke reservering voor rivierverruiming

Van Heek

(BKL-reservering). Deze is tijdens de vorige ronde Bemmelvan Ruimte voor de Rivier

Hettenheuvel

niet ingezet. Vanaf dit jaar is het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 gestart, Gendt

waarbij bestaande BKL-reserveringsgebieden mogelijk kunnen worden ingezet.

Van Heek

's-Heerenberg

Bemmel

Gemeenten Liemers

Millingen aan de De Rijnstrangen kunnen alleen onderdeel van het rivierbed worden wanneer het Rijn

Snelwegen

's-Heerenberg Rivieren

Gendt

eiland Lobith-Pannerden hoogwaterveiligheid is. Dus afhankelijk van bestemming

waterwingebieden

Millingen aan de Rijn

Rijnstrangen kan dit leiden tot opwaardering regionale keringen naar primaire

grondwaterbeschermingsgebied boringsvrije zone

• ••••• • • • ••• • • ••• • • • • • ••• •• • • •• • • •••• • •• ••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••

waterkering (dijk-versterkingsopgave), waarbij ook afstemming en samenwerking met de Duitse partners noodzakelijk is.

Studiegebied

drinkwaterreserveringsgebied

Doesburg

Huidige drinkwaterreserveringsgebied 0 0,5 1 1,5 Kilometers Rheden

• ••••• • • • ••• • • ••• • • • • • ••• •• • • •• • • •••• • •• ••••••••••••••••••••••••••••••••••••

Velp

Doeti nchem Westervoort

Duiven Didam Huissen

Zevenaar

Gendt

's-Heerenberg

Studiegebied

Millingen aan de Rijn

BARRO-reservering

zones waterkeringen Kernzone

Kernzone

Beschermingszone

Beschermingszone

Buitenbeschermingszone 1 Buitenbeschermingszone 1

Esri Nederland, Community Map Contributors

Landelijke BKL-reservering (voorheen barro-reservering) in de Rijnstrangen voor eventuele rivierverruiming

oplossingsrichtingen lange termijn en tijdspad van nu naar straks

DOORGROEI NAAR EEN LANGE-TERMIJN S T R AT E G I E Rond 2050 lijkt het keuzemoment aan de orde op welke van de 3 lange termijnstrategieën wordt ingezet om de toegenomen extremen van droogte en wateroverlast het hoofd te kunnen bieden: 1. Geoptimaliseerde watersysteem beheren 2. Bergen en vasthouden 3. Pompen en aanvoeren Deze keuze dient ruim voor 2050 gemaakt te worden. Aangezien de laatste 2 strategieën de grootste veranderingen in de gebiedsinrichting zullen vergen lichten we die verder toe in de volgende paragrafen.

45

46

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

4.5 S T R AT E G I E B E R G E N & VA S T H O U D E N Deze strategie is gericht op het water vasthouden en bergen in het ’t Broek. Dit kan op verschillende schaalniveaus: op individueel bedrijfsniveau, door waterberging in bekkens of bassins of collectief op gebiedsniveau door inrichting van de laagste delen van het gebied voor waterberging (moeraszone). In de meeste gevallen zal waterberging nodig zijn om water op te pompen naar de berging, of om het water vanuit de berging te kunnen gebruiken. Het pompen van water kan beperkt worden door bij berging op gebiedsniveau de berging zoveel mogelijk bovenstrooms in het gebied te plaatsen. De waterberging in basssins kan eventueel gecombineerd worden met het plaatsen van zonnepanelen op het water, dit wekt energie op en reduceert de verdampingsverliezen. Belangrijk is dat de bodem van de waterberging afgedicht is met bijvoorbeeld klei, om wegzijging naar de rivier te voorkomen. Ongeveer 5 á 10% van het areaal dient hierbij gereserveerd te worden voor waterberging, afhankelijk van de diepte van de waterberging en de mate van droogte die opgevangen dient te worden. Hoe groter de bergende waterschijf, hoe efficiënter (hoe minder verlies), aangezien er in de zomer een waterschijf van 50 cm of meer verdampt. Daarnaast vergt een diepere berging minder ruimtebeslag. Wel moet dit landschappelijk in te passen zijn.

Daarnaast is ook waterberging ten behoeve van het stedelijk gebied noodzakelijk. Er is immers water nodig om het grondwater te beheren om daarmee zettingen te voorkomen. Daarnaast kan ook water nodig zijn om watergangen watervoerend en stromend te houden, afhankelijk van de keuze over watervoerendheid of droogval van watergangen. Naast waterberging ten behoeve van wateraanvoer, fungeert de berging ook als opvang bij hevige neerslag en kan hiermee wateroverlast voorkomen. Waterberging is mogelijk in de groenblauw zones rondom stad. Deze waterberging fungeert enerzijds als berging om wateroverlast te voorkomen, en anderzijds als watervoorziening in de zomer. Voor de watervoorziening zal het water dan weer opgepompt moeten worden.

+ 4 0 mm

oplossingsrichtingen lange termijn en tijdspad van nu naar straks

B E R G E N & VA S T H O U D E N O P D E L A A G S T E P L E K K E N I N ‘ T B R O E K

R O N D O M S T E D E N W AT E R B E R G I N G R E A L I S E R E N

L A A G S T E P L E K K E N B E N U T T E N V O O R W AT E R O P S L A G

VOEDING STEDELIJK SYSTEEM

ca. 10% van ‘t Broek om watervoorziening landbouw in het gebied op peil te houden

bufferbekkens in de lagere delen, ter compensatie deepwells

47

48

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

4.6 S T R AT E G I E P O M P E N & A A N VO E R E N Het gebied kent geen wateraanvoer uit de rivieren. Inlaat uit de Rijn, Pannerdens Kanaal of de IJssel is onder het vigerende beleid ook niet toegestaan, omdat er geen nieuwe onttrekkingen aan het hoofdwatersysteem toegevoegd mogen worden. De enige mogelijkheid om toch water in te laten is door een doorvoer te realiseren van nationaal belang. De Liemers kan namelijk bijdragen aan een verhoging van de afvoer door de IJssel naar het IJsselmeer in laagwater situaties. Dit betreft een doorvoerroute vanuit de Rijn door De Liemers naar de IJssel. Een doorvoer van 50 m3/s vormt een substantiële aanvulling voor de aanvoer naar het IJsselmeer en biedt de Liemers de mogelijkheid om 2 m3/s ‘af te tappen’, voldoende om de Liemers van voldoende water te voorzien in droge perioden. In bijlage 2 is deze optie verder uitgewerkt. Uit deze analyse blijkt dat inlaat onder vrij verval niet mogelijk is. Dit betekent dat water met een gemaal opgepompt moet worden. De vereiste breedte is ongeveer 50 m, bij een waterdiepte van 2,5 m. De doorvoer kruist wegen en spoorlijnen, wat aanpassingen aan deze infrastructuur vereist. De doorvoer gaat door een oeverwal en kan hierdoor drainerend werken. Afdichting van de bodem is hier nodig, maar is waarschijnlijk onvoldoende om het drainerende effect te mitigeren.

Mogelijk is daarom aanpassing/optimalisatie van het ontwerp of andere mitigerende maatregelen nodig zijn. Een dergelijke doorvoer heeft consequenties en effecten op ruimte, landgebruik en omgeving, maar brengt ook meerwaarde voor de Liemers met zich mee. Naast wateraanvoer biedt een doorvoerroute ook ruimte voor berging bij hevige neerslag en kan daardoor wateroverlast verminderen. Ook kan een doorvoerroute meerwaarde bieden voor recreatie, en in combinatie met groen, voor de (aquatische en terrestrische) ecologie en biodiversiteit. Langs de A15 is de ruimte hiervoor beperkt, maar wel aanwezig. Mogelijke lange termijnontwikkelingen zijn van belang voor de ruimtelijke ordening en reservering in het gebied. Bepaalde ontwikkelingen zouden een dergelijke doorvoerroute kunnen belemmeren en daarmee een lock-in creëren.

+ 2 1 0 mm

oplossingsrichtingen lange termijn en tijdspad van nu naar straks

W AT E R A A N V O E R Z O E K T D E W E G L A N G S D E L A A G S T E P L E K K E N D O O R D E L I E M E R S

L A A G W AT E R C O R R I D O R L A N D S C H A P P E L I J K I N PA S S E N bufferzone met groenelementen, natuurvriendelijke oever en plas-dras zones

49

50

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

4.7 B I J D R AG E A A N WAT E R- E N B O D E M S YS T E E M, KOSTEN EN RUIMTELIJKE EFFECTEN Om de kosten en effecten van de verschillende strategieën te beschouwen geeft het volgende hoofdstuk een reflectie op de bijdrage van de maatregelen en strategieën aan het water- en bodemsysteem, de kosten en de ruimtelijke effecten weer. Hiermee geeft het meer inzicht in de kosten en de baten van elke strategie. KOSTEN In onderstaande tabel is de bijdrage van de maatregel aan de waterbalans van het projectgebied weergegeven alsmede de kosten. Zowel de bijdrage aan de waterbalans als de kosten zijn indicatief bepaald, in bijlage 3 is de kostenraming in meer detail weergegeven, in bijlage 4 is een toelichting gegeven op de berekening van het effect op de waterbalans. De maatregelen zullen lokaal veel meer effect hebben dat weergegeven in de tabel, omdat in de tabel het effect uitgesmeerd wordt het over gehele projectgebied. Opmerkingen bij tabel 1: ■ In de kosten zijn kosten voor grondverwerving meegenomen. ■ Voor maatregelen die relatief veel beheerkosten vergen zijn de levens-duurkosten meegenomen in de kostenraming. Dit betreft de maatregel hergebruik van RWZI-effluent en wateraanvoer. Voor de kostenraming is de Netto Contante Waarde van de levensduurkosten gehanteerd.

■ De bijdrage van de maatregel ‘watergangen onder invloed van de rivier’ is gebiedsbreed beperkt, maar heeft lokaal wel een groot effect. Bovendien is afdekken van de waterbodem nodig om andere maatregelen effectief te maken, zo is aanvoer van RWZI-effluent niet efficiënt als het ‘weglekt’ in de bodem. ■ De kosten van hergebruik RWZI-effluent kennen een hoge mate van onzekerheid. De kosten van de aanvullende zuivering is afhankelijk wat nog nodig is aan zuivering na uitvoering van recent beleid m.b.t. de afvalwater-keten. ■ Ook voor de wateraanvoer kennen de kosten een hoge mate van onzekerheid. In de kostenraming is uitgegaan van het gedeelte van de kosten dat aan de Liemers toegerekend kan worden (naar rato van de waterverdeling tussen de doorvoer naar de IJssel en afvoer naar de Liemers), de overige kosten zijn dan voor het Rijk.

Tabel 1: bijdrage (mm), kosten (€) en impact op de ruimte van de bouwstenen vanuit de verschillende lange termijn strategieën

oplossingsrichtingen lange termijn en tijdspad van nu naar straks

51

52

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

RUIMTELIJKE EFFECTEN Het effect op het ruimtebeslag is in tabel 1 weergegeven. Hierbij wordt opgemerkt dat de waterberging die hiermee gecreëerd wordt ook ten goede komt aan het voorkomen van wateroverlast. Opgemerkt wordt dat de kosten voor grondverwerving ook in de kostenraming meegenomen wordt. Bij een afweging moet hiermee rekening gehouden worden om te voorkomen dat dit aspect dubbel meegenomen wordt in de afweging. SYNTHESE De kosten zijn zoals gezegd indicatief bepaald, maar geven wel inzicht in kosteneffectiviteit, op basis waarvan, samen met impact op de ruimte, strategieën verder afgewogen kunnen worden. Het meest kostenefficiënt lijken de maatregelen in het bestaande watersysteem, zoals het aanpassen van de watergangen binnen en buiten de invloedszone van de rivier en bodemverbetering. De impact op de ruimte is bij de meeste van deze maatregelen aanwezig, maar wel beperkt. Daarnaast zijn ook de meer grootschalige maatregelen zoals aanpassingen van het Rhederlaag en de wateraanvoer door de Liemers kostenefficiënt. Voor beide is echter meer onderzoek nodig over mogelijkheden en kosten, voor de wateraanvoer door de Liemers is de impact relatief groot. Hiervoor is draagvlak nodig (nationaal, regionaal én lokaal). Ook vergt dit bestuurlijke samenwerking met nationale overheid, én daarbij een waterakkoord om water af te tappen voor de Liemers.

Dit vraagt dus afstemming en samenwerking op de verschillende niveaus en tussen verschillende beleidsdomeinen.

Indicatie van effecten en kosten van strategie 1a voor de korte termijn, strategie 1b voor de middellange termijn en de keuze voor strategie 1b of 2 of 3 voor de lange termijn

oplossingsrichtingen lange termijn en tijdspad van nu naar straks

De kosten van het hergebruik van RWZI-effluent zijn onzeker, maar ook als de aanvullende zuiveringskosten aan de lage kant van de marge zijn, is deze maatregel naar alle waarschijnlijk relatief gezien duurder dan voornoemde maatregelen. Wel vergt deze maatregel geen ruimte als technische zuiveringstechnieken worden toegepast (en niet een helofytenfilter) en worden mogelijk kosten bespaard, omdat niet meer op de IJssel geloosd wordt. Afkoppelen is relatief duur in relatie tot de bijdrage aan de waterbalans. Echter is deze maatregel onderdeel van regulier beleid en heeft als meerwaarde dat de zuivering en riolering ontlast wordt en daar tot kostenreductie leidt. Ook draagt dit bij aan een klimaatrobuust watersysteem.

53

54

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

5 5. H A N D E L I N G S P E R S P E CT I E F WAT E R-B O D E M SYSTEEM 2040 In dit hoofdstuk worden de lange en korte termijnstrategieën vertaald in een concreet handelingsperspectief voor de korte termijn (tot 2040). Hierbij dient water en bodem als basis. Het hoofdstuk schetst een handelingsperspectief met prioritaire projecten (maatregelen en onderzoeksvragen) op verschillende plekken met probleemeigenaren, wat op verschillende ‘tafels’ afweging vergt.

handelingsperspectief water - bodem systeem 2 0 4 0

H A N D E L I N G S P E R S P E C T I E F W AT E R - B O D E M S Y S T E E M 2 0 4 0 Het handelingsperspectief bevat een set concrete oplossingen en maatregelen voor de verschillende opgaven m.b.t het huidige water- en bodemsysteem. De inzichten en analyses die hebben geleid tot het formuleren van deze opgaven zijn beschreven in de eerdere hoofdstukken. Het handelingsperspectief brengt dus vanuit het huidig en toekomstig functioneren van het water- en bodemsysteem de effecten en consequenties voor de ambities verwoord in de omgevingsvisies van de gemeenten beter in beeld, maar onthoudt zich van keuzen. Per deelgebied worden, na een korte beschrijving van het deelgebied, de effecten van de watersysteemingrepen op de ruimtelijke ambities beschreven. Overzicht van de verschillende deelgebieden: 1. ‘t Broek 2. Landschappelijke verbindingszones 3. Stedelijk gebied 4. Mozaïek landschappen 5. Rijnstrangen 6. Eiland Pannerden Lobith Het hoofdstuk sluit af met een paragraaf over de prioritaire projecten voor de komende 5 jaar.

MOZAÏEK LANDSCHAPPEN ‘T BROEK LANDSCHAPPELIJKE VERBINDINGSZONES STEDELIJK GEBIED RIJNSTRANGEN E I L A N D PA N N E R D E N L O B I T H

55

56

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

5.1 ‘T BROEK BESCHRIJVING ‘T BROEK ’t Broek is een open en grootschalig poldergebied, met de landbouw als primaire functie (gemengd met erfbebouwing, groenblauwe verbindingen en extensieve

LANDGOEDERENZONE

recreatie). Kenmerkend zijn de weteringen die van zuid naar noord afwateren,

L AT H U M GIESBEEK

BINGERDEN A N G E R LO

met elk een kwaliteitsopgave vanuit de KRW. Dit gaat om drie weteringen, die als blauwe dragers bepalend zijn voor de identiteit van het polderlandschap (van west naar oost: Wijde Wetering, Zevenaarsche Wetering en Hengelder Leigraaf). HANDELINGSPERSPECTIEF 1. Onderzoeken mogelijkheden voor bodemverbetering door uitvoering van pilots 2. Bergingsstrategie op kleibodems verder doordenken. Zoekrichting lange termijn: ruimte reserveren voor waterberging (moeraszones/bekkens) om daarmee de zoetwatervoorziening in perioden met een neerslagtekort veilig te stellen. Onderzoeksvraag: hoe deze berging te organiseren: op individueel/bedrijfsniveau of op een collectief/gebiedsniveau? 3. Onderzoeken mogelijkheden en kosten voor hergebruik van het RWZI-effluent. Onderzoeksvraag is welke aanvullende nazuivering nodig is, in het licht met het nieuwe beleid en welke aanpassingen aan het watersysteem nodig zijn om het water in het gebied te verspreiden 4. Verkenning perspectieven voor drinkwaterwinning die gebaseerd zijn op een positieve synergie tussen waterpeilbeheer van het ondiepe grondwater en drinkwaterwinning. 5. Waterkwaliteitsopgave voor de KRW-watergangen combineren met optimalisaties in het kwantiteitsbeheer. 6.

Verken, samen met de agrariërs, de mogelijkheden voor het verhogen van het waterpeil in de zomer, in combinatie met eventuele mitigerende maatregelen voor de laagste percelen. Mitigerende maatregelen voor de laagste percelen kunnen gecombineerd worden met waterberging of KRW (laagste percelen inrichten als waterberging of voor de KRW inzetten. 7. Onderzoeken hoe het Rhederlaag anders aangesloten kan worden op de IJssel en het waterpeil in de zomer verhoogd kan worden. Hierbij aansluiting zoeken bij het project ‘Rivierklimaatpark IJsselpoort’.

KRW

KRW

KRW

handelingsperspectief water - bodem systeem 2 0 4 0

57

AANVULLEND HANDELINGSPERSPECTIEF Landgoederen zone Lathum-Giesbeek De landgoederen leggen de basis voor een dragende groenstructuur waarbinnen

LANDGOEDERENZONE

de agrarische functie en woon-werk clusters zijn in gebed. De ambitie om deze

L AT H U M GIESBEEK

randzone als landgoederenzone te willen ontwikkelen is verwoord in de omgevingsvisie Zevenaar. In het aangrenzende gebied in Duiven ligt de situatie anders. Een groot deel van dat gebied staat onder invloed van de bedrijventerreinen InnoFase en Centerpoort-Noord die nog in ontwikkeling zijn. Daarnaast is er sprake van gerealiseerde en geplande zonneparken en windmolens. In Duiven zal ook nog onderzocht of een SMR haalbaar is in de door de provincie aangeduide zoekzones. Omdat het gaat om één watersysteemeenheid wordt aanbevolen om bij verdere ontwikkelingen het gebied Lathum-Giesbeek als één gebied te ontwikkelen. De ambitie om de randzone als landgoederenzone* verder te willen ontwikkelen kan dan als een gebiedsopgave opgepakt worden. Hierbij kunnen de groenblauwe opgaven worden gecombineerd met de uitwerking van de buitengrens van het bedrijventerrein Duiven-Noord, de inpassing van de RWZI-locatie (met evt. nazuiveringsmoeras) en het energielandschap. *Als referentie voor de ruimtelijke structuur van de landgoedzone kan gekeken worden naar de areaal verdeling die geldt voor het verwerven van de status van een NSW-landgoed: sturen op een mix van beplanting ≥ 30%, open landbouwareaal ≤ 65% en een bescheiden rode ontwikkeling < 5%.

58

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

5.2 LANDSCHAPPELIJKE VERBINDINGSZONES BESCHRIJVING LANDSCHAPPELIJKE VERBINDINGSZONES Tussen de stedelijke gebieden van Westervoort, Duiven, Zevenaar en Didam liggen open groene gebieden. Deze functioneren als groene wiggen tussen de steden in de stedenband. De ambitie om deze zones open te houden is vastgelegd in omgevingsvisies van de gemeenten en de visie van de GMR. Om deze ambitie ook waar te maken zal er een concrete visie met een sterk groenblauw programma voor de verschillende deelgebieden moeten worden uitgewerkt. Op dit moment zijn de wiggen te typeren als overgangszones onder sterke stedelijke druk, met stedelijke functies zoals parken, sportvelden, buurtschappen (bijv. Helhoek in Duiven). Binnen deze eenheid zijn er drie sub-deelgebieden te onderscheiden: 1) Westervoort-Duiven, 2) Duiven-Zevenaar, 3) Zevenaar-Didam. HANDELINGSPERSPECTIEF 1. Concretiseer en begrens deze eenheden, ontwikkel een visie op een robuust toekomstperspectief waarin het areaal en de structuur die noodzakelijk is voor een duurzaam watersysteem is geconcretiseerd. En zorg voor verbinding tussen deze zones om ze een robuust toekomstperspectief te kunnen bieden. Bepaal het imago van deze zones, en pas een herkenbare vormentaal toe (voorbeeld Lingezegen). 2. Werk een zonering voor het grondgebruik uit, waarbij het groene karakter behouden blijft.

Stel ruimtelijke spelregels op: bijvoorbeeld groenstructuur (natuurgebied, sportvelden, parken, etc.) 70-80%; landbouw enclaves (incl. 5 – 10 % water) 15-25%; en functie gerelateerde bebouwing (incl. waterberging) max. 5%. AANVULLEND HANDELINGSPERSPECTIEF Duiven-Zevenaar ■ Potentiële ruimte in oostflank van de A15 voor aanleg laag water corridor (ca. 200m) vrijhouden om lock-in te voorkomen. ■ Verken mogelijkheden waterberging (wateroverlast) en waterretentie (droogte). ■ Inrichting knooppunt met A12 vooral afstemmen op wateropgave.

handelingsperspectief water - bodem systeem 2 0 4 0

5.3 STEDELIJK GEBIED BESCHRIJVING STEDELIJK GEBIED Het stedelijk gebied van Westervoort, Duiven, Zevenaar en Didam wordt gedragen door een samenhangend groenblauw netwerk met rivieren (Rijn, IJssel, Oude IJssel), weteringen en sloten. Groene tussengebieden, uiterwaarden, en lintstructuren bedden de steden landschappelijk in. Westervoort en Duiven hebben een sterke relatie met het riviersysteem, Zevenaar combineert stedelijke groenzones met een fijnmazig watersysteem, en Didam heeft een duidelijke relatie met het landschap van de hoge zandgronden. HANDELINGSPERSPECTIEF 1. Om in te kunnen zetten op de ontwikkeling van een duurzaam watersysteem, is een voorwaarde dat het rioleringssysteem omgebouwd is van een gemengd stelsel naar een gescheiden rioleringsstelsel, het neerslag water zoveel mogelijk is afgekoppeld en kan infiltreren naar de ondergrond. Deze omvorming is, afhankelijk van de aanlegperiode van het gemengde stelsel, voor een belangrijk deel gerealiseerd in Duiven. Zevenaar en Westervoort hebben nog wel een behoorlijk grote opgave. 2. Watervoerende stedelijke watersystemen omvormen naar droogvallend systemen, bestaande uit wadi’s (vasthouden en bergen bij neerslag) en droogvallende watergangen (gericht op afvoer).

Incidenteel kunnen watervoerende watergangen behouden blijven, indien een robuuste wateraanvoer beschikbaar is, zoals aanvoer van gezuiverd effluent, duurzaam grondwatergebruik (in combinatie met afkoppelen en infiltreren), of oppervlaktewater. Vanwege de zettingen moet dit in samenhang met grondwaterbeheer beschouwd worden, die mogelijk infiltratievoorzieningen vergen. Ook hiervoor geldt dat deze aanvoer van water vergen. 3. Waterretentie in de groene verbindingszones (bijvoorbeeld zone Duiven-Westervoort), om waterbeschikbaarheid te verhogen tijdens droogte. Dit water gebruiken om stedelijk gebied te voorzien van water (groenblauwe structuur). 4. Een verkenning uitvoeren naar de mogelijkheden om infiltratiesystemen te ontwikkelen die leiden tot een betere beheersing van het grondwater (met name bij toepassen droogvallende watergangen). 5. Strategieën ontwikkelen gericht op het terugdringen van hittestress (groenblauwe structuren versterken), ambitie 5-10% groenblauw raamwerk binnen het stedelijk gebied.

59

60

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

5.4 MOZAÏEK LANDSCHAPPEN BESCHRIJVING MOZAÏEK LANDSCHAPPEN Kleinschalige landschappen met een afwisselende mix van groen, rood en geel (landbouw). Een groenblauw dooraderd cultuurlandschap met een sterk agrarisch karakter. Binnen dit deelgebied kunnen er twee sub-deelgebieden getypeerd worden: 1) Mozaïek landschap langs de Rijnstrangen: Loo-Groessen & Oud Zeven-aar-Babberich en 2) Flank Didam. HANDELINGSPERSPECTIEF 1. Aanpassen watergangen, met onderscheid wel/niet onder invloed van de dynamiek van het riviersysteem. Verken de ‘logische’ relatie tussen natuurlijke laagten en de ligging van en pas het watersysteem aan zodat een robuust

FLANK DIDAM

toekomst bestendig watersysteem kan functioneren. Gegraven watergangen op locaties waar van nature geen water aanwezig is, zijn niet water en bodem sturend. 2. Behouden en versterken van het huidige kleinschalige karakter door in aansluiting op het bestaande groenblauwe raamwerk het areaal uit te breiden tot

LO OGROESSEN

minimaal 10% van het gebiedsoppervlak om daarmee ook een robuuster watersysteem te kunnen bewerkstelligen. 3. Verhogen van het organisch stofgehalte in de bodem.

LANGS DE RIJNSTRANGEN

OUD ZEVENAARBABBERICH

handelingsperspectief water - bodem systeem 2 0 4 0

61

5.5 RIJNSTRANGEN BESCHRIJVING RIJNSTRANGEN De Rijnstrangen, het van de rivier afgekoppelde en daarmee voormalig rivierland-

Wanneer het een serieuze optie is om de Rijnstrangen in te zetten als laagwa-

schap, met oude (deels verlande) rivierlopen, plassen, moerassen, rietvelden en

ter-corridor om de IJssel van extra water te kunnen voorzien, dan is het van

bloemrijke graslanden. Het is een belangrijk Natura-2000 gebied met zeldzame

belang nu al in de planning de ruimte voor een mogelijk tracé door te Liemers

moerasvogels en een karakteristieke reeks historische rijnlopen. Tussen de na-

open te houden.

tuurgebieden liggen ook landbouwgronden en boerderijen op de hogere oeverwallen en binnen de bedijkte polders.

Onderdeel van deze verkenning zou ook moeten zijn hoe deze watersysteemveranderingen in de Rijnstrangen de huidige N2000 doelen beïnvloeden en misschien

REGIONAAL HANDELINGSPERSPECTIEF RIJNSTRANGEN

wel een impuls kunnen geven. Daarnaast is aan de orde welk landbouwperspectief

Ontwikkel een planstrategie die weet om te gaan met de onzekerheid van de

aan de watersysteemverandering kan worden verbonden.

BKL, zodanig dat de reservering niet leidt tot stilstand maar tot een interessant ont-wikkelperspectief. Wat dreigt is het gevaar van fragmentatie bij gebrek aan een gebiedsperspectief. De regio zou niet moeten wachten op concrete plannen van het Rijk, wat nog jaren kan duren, maar zelf het initiatief nemen voor een lange termijn verkenning waarin de kansen voor de regio in beeld worden gebracht als uitwerking van de gebiedsopgaven. Daarbij ook het perspectief meenemen van de Rijnstrangen als retentiegebied. De regio zou goed voorbereid moeten zijn op het moment dat de Rijnstrangen daadwerkelijk als bergingsgebied/retentiegebied voor piekafvoeren worden ingezet. Dit doe je om deze nationale beslissing zodanig te beïnvloeden dat bij uitwerking en realisatie van de plannen de regionale opgaven integraal worden meegenomen. Naast de verkenning van de oplossingen voor de hoogwater problematiek, ook aandacht voor het vraagstuk van de waterverdeling bij lage rivierafvoeren. Daarbij niet vergeten dat er een antwoord moet komen op de vraag; hoe om te gaan met het aangrenzend Duitse grondgebied (vanuit het watersysteem bekeken zijn de Rijnstrangen en het aangrenzend Duits gebied één eenheid). Bij de verkenning naar de inzet van de Rijnstrangen als retentie gebied komt de positie van de regionale kering aan de orde, die zal moeten worden opgewaardeerd naar een primaire kering.

Je zou nu al willen weten wat dit voor de Liemers zou kunnen betekenen, welke problemen en kansen ontstaan.

62

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

5 . 6 E I L A N D PA N N E R D E N - L O B I T H B E S C H R I J V I N G E I L A N D PA N N E R D E N - L O B I T H Mix van landbouw en wonen. Kleinschalige gebiedsopbouw, verschillende polders. De kwaliteit van het huidige landschap heeft geleid tot de vestiging van meerdere campings. De meeste agrarische erven liggen in de buitenrand van het eiland ontsloten door de weg op de dijk. HANDELINGSPERSPECTIEF De onzekerheid over de toekomst van de Rijnstrangen straalt ook af op het eiland Pannerden- Lobith. Daarnaast kun je stellen dat het om een perifeer gelegen gebied gaat waar de ontwikkelingen vooral lokaal bepaald worden. Je kunt verwachten dat als gevolg van een besluit om de Rijnstrangen als retentiegebied te gaan inrichten dit zal leiden tot nieuwe impulsen voor de ontwikkeling van het eiland. Immers door de opwaardering van de regionale keringen tot primaire kering wordt het eilandkarakter verder versterkt, een (hoogwater)veilig eiland te midden van een dynamisch rivierensysteem. Dit gegeven van een relatief leeg, hoogwaterveilig eiland in de rivier opent voor de lange termijn verschillende perspectieven; bijzondere recreatie ontwikkelingen, nieuwe functies of nieuwe woningbouwontwikkelingen. Vooral het concept ‘eilandstad’ spreekt tot de verbeelding als mogelijk antwoord op een sterke toekom-

RIJNSTRANGEN

stige verstedelijkingsbehoefte en als ‘logische’ aanvulling op de stedenband. EILAND

Voor de korte en middellange termijn is het concept ‘eilandstad’ niet aan de orde en is het vooral te typeren als een van de meest perifeer gelegen gebieden van deze regio.

PA N N E R D E N - L O B I T H

handelingsperspectief water - bodem systeem 2 0 4 0

Perspectief grootschalige stedenbouwkundige ontwikkeling In de omgevingsvisie zijn stedelijke ontwikkellocaties en zones aangegeven. Eerder in dit rapport wordt de druk op ruimte onderkend, als één van de belangrijkste kwesties waar het gebied voor staat. Om de ambitie van groene tussengebieden te verwezenlijken (GMR en omgevingsvisie) én ruimte voor water- en bodem maatregelen te behouden, lijkt grootschalige stedelijke ontwikkeling binnen de stedenband bijna onmogelijk. Wanneer na 2040 (omgevingsvisie) de wens/ noodzaak bestaat om in deze regio een grootschalige stedelijke ontwikkeling te realiseren, dan zijn er denkend vanuit het water- en bodemsysteem eigenlijk maar twee opties wanneer we vast blijven houden aan een onbebouwd ‘t Broek (in dit laaggelegen poldergebied wil je ruimte houden voor het kunnen nemen van aanvullende maatregelen voor het toekomstige watersysteem): ■ Ontwikkeling ‘groot Didam’ – bouwen op de hoge, droge zandgronden ■ Ontwikkeling ‘Eilandstad’ – wanneer de Rijnstrangen zijn aangewezen als retentiegebied en als gevolg daarvan de regionale keringen van het eiland Lobith-Pannerden zijn opgewaardeerd tot primaire keringen.

Schets mogelijk perspectief grootschalige stedelijke ontwikkeling denkend vanuit het bodem- en watersysteem

63

64

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

5.7 SLEUTELGEBIEDEN EN PROJECTEN Het handelingsperspectief, gericht op de opgaven voor het water- en bodemsysteem, legt de planningshorizon op 2040 - het gaat dus om de komende 15 jaar. Voor die periode lijkt het zinvol om voor de komende 5 jaar een aantal prioritaire projecten te benoemen. Het gaat om gebieden die om aandacht vragen, of gebieden die vanuit andere deadlines (bijvoorbeeld KRW) de komende 5 jaar op de agenda staan. Na 5 jaar (2030) is een herijking van dit handelingsperspectief aan de orde waarin een nieuwe selectie van prioritaire projecten zou moeten worden

1

opgesteld. P R I O R I TA I R E P R O J E C T E N 2 0 2 5 - 2 0 3 0 1. Gebiedsplan ’t Broek – Gemeente Zevenaar, Gemeente Duiven en Waterschap Rijn en IJssel a) Uitwerken landgoederenzone Lathum-Giesbeek i.c.m. RWZI, afhechten bedrijventerrein Duiven-Noord en ontwikkelen intern groenblauw raamwerk;

3 2

b) Kwantiteit- en kwaliteitsopgave watergangen ’t Broek uitwerken: peilbeheer, waterberging en uitwerking KRW-doelstelling. Hierbij samenwerking met (lopende) projecten opzoeken; c) Invloed Rhederlaag: Belang hoger waterpeil in de zomer inbrengen in Rivierklimaatpark IJsselpoort. d) Visie synergie drinkwaterwinning en huidig landgebruik. 2. Landschapsverbindingszone Duiven-Zevenaar – Gemeente Zevenaar, Gemeente Duiven Ontwikkelen groenblauw raamwerk landschapsverbindingszone Duiven-Zevenaar met A15 zone.

4

handelingsperspectief water - bodem systeem 2 0 4 0

3. Plannen voor stedelijke watersystemen – de drie gemeentes (Westervoort, Duiven en Zevenaar) Afweging en keuze ontwikkeling van stedelijk watersysteem, met wadi’s, droogvallende watergangen en watervoerende watergangen. Dit in combinatie met infiltratiesystemen en wateraanvoer/-opslag. 4. Regionaal perspectief Rijnstrangen (zie ook 5.5) – de drie gemeentes (Westervoort, Duiven en Zevenaar) en Waterschap Rijn en IJssel Inbreng richting rijk: waterverdelingsvraagstuk aankaarten. Belang inbrengen bij RKPIJ, RvdR 2.0, en andere nationale programma’s. Opgaven vanuit het gebied concretiseren.

Tabel 2: Overzicht maatregelen en probleemeigenaren

65

66

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

6 6. B I J L AG E 1: F E IT E N B E E L D WAT E R, BODEM & RUIMTE Deze bijlage geeft inzicht in de werking van het bodem en watersysteem en brengt de huidige en toekomstige opgaven in kaart. Daarnaast gaat het in op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied. Het is onderverdeeld in drie kernthema’s: water, bodem en ruimte.

bijlage 1 : feitenbeeld water , bodem & ruimte

W AT E R V E R D E L I N G : H O O G W AT E R

W AT E R 6.1 H O O F D WAT E R S YS T E E M De grondwaterstand in zone langs de dijk van de Liemers wordt in sterke mate beïnvloed door de rivierwaterstand. Bij laagwater daalt de grondwaterstand in de zone langs de dijk, bij (extreem) hoogwater treden hoge grondwaterstanden op. H O O G W AT E R O P R I J N , W A A L , PA N N E R D E N S K A N A A L E N I J S S E L Bij (extreem) hoge rivierwaterstanden treden hoge grondwaterstanden op, met als gevolg mogelijke natschade aan de landbouw en grondwateroverlast bij bebouwing. In de toekomst zal dit vaker en heviger optreden. In de kern Loo zijn vier pompputten aangelegd om bij hoge waterstanden op het Pannerdensch kanaal de grondwaterstand langs de Loodijk te reguleren en grondwateroverlast te voorkomen. Ook rond Tolkamer zijn vijf pompputten aanwezig om bij hoogwater op de rivieren grondwateroverlast te voorkomen. In de toekomst, rond 2100, zal de afvoer bij Lobith die eens in de 10.000 jaar voorkomt toenemen van 16.000 naar 18.000 m3/s. Dit vraag om aanpassing van het rivierensysteem: de afvoercapaciteit van de grote rivieren dient vergroot te worden voor een robuust en toekomstbestendig riviersysteem met het oog op de klimaatverandering (POW-IRM). Belangrijk hierbij is de waterverdeling over Waal, Nederrijn-Lek en IJssel. Er wordt nagedacht over verschillende strategieën om dit water te verdelen.

De meeste ruimte voor het vergroten van de afvoercapaciteit is aanwezig op de IJssel (bredere uiterwaarden t.o.v. de Waal die al sterk bedijkt is). Daarnaast biedt het IJsselmeer een groter oppervlak om water te bergen als spuien tijdelijk niet mogelijk is ten opzichte van de ruimte in het Haringvlietgebied waar de Waal in uitstroomt. De Liemers ligt direct naast het splitsingspunt van de Rijn naar Waal, Pannerdensch Kanaal en IJssel. Maatregelen om de afvoercapaciteit te vergroten zullen voornamelijk buitendijks plaatsvinden in de uiterwaarden (rivierverruiming, verlagen uiterwaarden, nevengeulen, etc). Op dijkversterking na (zie paragraaf 2.4), wordt er geen ingrepen verwacht in het plangebied. Wel zal in de toekomst hoogwater op de rivieren vaker en heviger optreden. Hierdoor zal vaker en langer hoge

W AT E R V E R D E L I N G : L A A G W AT E R

67

68

H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m

DEEPWELLS Doesburg

Rheden

grondwaterstanden in de zone langs de waterkering optreden, met als gevolg toe-

Zelhem Doesburg

Rheden

nemend risico op grondwateroverlast bij bebouwing en natschade bij landbouw. Velp

Zelhem

Velp

W AT E R V E R D E L I N G : L A A G W AT E R

Arnhem

Bij laagwater op de rivieren daalt de grondwaterstand in de zone langs de dijk

Arnhem

Doeti nchem Doeti nchem

100 m3/u

Westervoort door de drainerende werking van de rivieren. Door erosie van de Waal is de af10 m3/u

340 m3/u

Duiven

voerverdeling tussen de Waal en het Pannerdens kanaal (richting de IJssel)100verm3/u 110 m3/u

160 m3/u Westervoort

10 m3/u

Didam

schoven en wordt er steeds meer water via de Waal afgevoerd, de afvoerverdeling 160 m3/u 160 m3/u Zevenaar Huissen

100 m3/u

100 m3/u

110 m3/u

is verschoven van ongeveer 65% afvoer via de Waal naar 75% afvoer via de Waal 160 m3/u

160 m3/u

Huissen

en dus minder via de IJssel. Dit betekent dat het IJsselmeer minder gevoed wordt.

340 m3/u

Duiven

100 m3/u

100 m3/u

160 m3/u

160 m3/u

Gaanderen

Didam

Gaanderen

Zevenaar

160 m3/u

Bemmelzal een steeds kleiner aandeel Bij laagwater zakt de grondwaterstand uit. De Rijn

smeltwater van gletsjers bevatten, waardoor de afvoer in droge perioden lager

Bemmel 's-Heerenberg

Gendt

wordt en langduriger voorkomt. Laagwater op de rivieren resulteert in mogelijke

Studiegebied

's-Heerenberg

Gendt

Millingen aan de Rijn

verdroging van natuur en droogteschade bij landbouw, mogelijke zettingen en

Snelwegen

Vijver Gerstekamp Esri Nederland, Community Map Contributors

ZO N E M E T I N V LO E D R I V I E R

effect, daarvoor is de invloed van de rivier te groot.

±

Velp Doesburg

Rheden deling, maar de werkhypotheses van IRM (integraal riviermanagement) zijn om

±

Doesburg

Rheden

Er zijn nog geen definitieve keuzes gemaakt over de aanpak van deze waterver-

Zelhem

Zelhem

Arnhem Doeti nchem

Voor het vergroten van de afvoer naar het IJsselmeer er verschillende mogeA r n h ezijn m

Westervoort

lijkheden, waaronder het vergrote van de afvoer door de IJssel (bv het verruimen

Doeti nchem

Duiven

van het zomerbed) en aanvullende afvoer via het Amsterdam-Rijnkanaal naar het Westervoort

A18

Didam

Duivenom bij Markermeer en IJsselmeer. Ook voor de Liemers kan er een opgave komen

Gaanderen

Zevenaar

Huissen A18

Didam

Gaanderen

Zevenaar

Huissen

Kwel afvangen

Esri Nederland, Community Map Contributors

gelen om water vast te houden in de bodem in de zone langs de waterkering geen

te dragen aan het vergroten van de afvoer naar het IJsselmeer.

Functie pompput Op peil houden en doorspoelen

horende problemen) in de zone langs de waterkering. Daarnaast hebben maatre-

IJsselmeer is immers de bron van water voor een groot gedeelte van Nederland.

Rivieren

Millingen aan de Rijn

schade aan bebouwing en infrastructuur en droogval van watergangen (en bijbe-

de afvoer naar de IJssel te vergroten en daarmee het IJsselmeer teVelpvoeden. Het

Gemeenten Liemers

Gemeen

Studieg

A3

Bemmel

Snelwe Gemeenten Liemers

Gendt

Bemmel

Gendt Millingen aan de Rijn

W

aa l

0

1

2

3

W aa

4 Kilometers

Studiegebied

A3

Snelwegen

Millingen aan de 's-Heerenberg Rijn l

's-Heerenberg

1

2

3

4 Kilometers

Invloed van rivieren op grondwaterstand Hoogwater Beperkt invloed

Esri Nederland, Community Map Contributors

Invloed v

Hoogwate

Rivieren

Veel invloed

0

Rivieren

Esri Nederland, Community Map Contributors

Veel inv

Beperkt

bijlage 1 : feitenbeeld water , bodem & ruimte

69

M A A I V E L D H O O G T E E N W AT E R A F V O E R

6.2 R E G I O N A A L O P P E RV L A K T E WAT E R S YS T E E M M A A I V E L D H O O G T E E N W AT E R A F V O E R

70

Uit de hoogtekaart van de Liemers wordt duidelijk zichtbaar dat de Liemers grotendeels naar het noorden afwatert onder een lichte daling van het maaiveld. Tijdens hogere rivierstanden, circa 20% van de tijd, worden de drie poldereenheden bemalen via gemalen Kandia, Liemers en Bevermeer. De rest van de tijd kunnen de bemalingseenheden vrij afwateren op de IJssel. Er is geen wateraanvoer vanuit de IJssel of de Rijn, dit komt (mede) doordat het maaiveld van de Liemers hoger ligt dan de rivierwaterstand in de zomer, waardoor waterinlaat onder vrij verval niet mogelijk is. W AT E R B E H E E R De waterafvoer van de Liemers loopt via de hoofdwatergangen die uitkomen bij gemalen Kandia, Liemers en Bevermeer of via de stuw bij Doesburg (zie ook kaart maaiveldhoogtes). Wateraanvoer is, buiten de aanvulling via deepwells ( pompputten in de bebouwde kernen), niet mogelijk in de Liemers. De Liemers is opgedeeld in circa 80 (deel)stroomgebieden, gescheiden door stuwen voor peilhand-

W AT E R A F V O E R E N W AT E R A A N V O E R

having. Het watersysteem loopt van hoog (rond de stedenband in het zuiden en

Doesburg

Rheden

Montferland in het oosten) naar laag aan de noordzijde.

Zelhem Doesburg

Rheden

Velp Velp

Het beheer en onderhoud van watergangen wordt uitgevoerd door het waterschap, Arnhem gemeenten en derden (vaak agrariërs). Op de kaart is weergegeven wie verant-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=11b885d2-4196-41f9-a436-6a809cdedce0