A13-20260302-7-vka-coll-bouwsteen-water-en-bodem-bijlage-1-rapport.pdf-low
Tekst van het document
B O U W S T E E N WAT E R & B O D E M VOOR ‘t BROEK EN STEDENBAND LIEMERS
H+N+S Landschapsarchitecten
2
B O U W S T E E N W AT E R & B O D E M voor ‘t Broek en stedenband Liemers januari 2026
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
3
VOORWOORD In april 2023 mocht ik, samen met mijn collega-bestuurders van gemeente Duiven, Westervoort, het Waterschap en de provincie, onze Deltacommissaris Peter Glas rondleiden in de Liemers. Hier konden we laten zien welke ‘problemen’ er spelen in onze regio ten aanzien van droogte en wateroverlast en hoe deze zich verhouden tot de landelijke opgaven aangaande Water en Bodem Sturend. Dit heeft geleid tot een tweede werkbezoek van de nieuwe Deltacommissaris, Co Verdaas, in september 2024. Tijdens dit bezoek konden we de ‘problemen’ al meer vertalen naar ‘opgaven’. Een flinke stap vooruit! Om hier vervolg aan te geven, zijn we eind 2024 gestart met een verdiepende analyse specifiek voor De Liemers gericht op ’t Broek en de stedenband. Met trots presenteer ik deze voorliggende Bouwsteen Water en Bodem De Liemers! Een samenwerking tussen overheden en gebiedspartijen waarmee de Liemers weer een flinke stap vooruitzet in het werken aan een klimaatbestendige regio. De Bouwsteen geeft perspectief, biedt verschillende strategieën en laat zeker ook de urgentie zien om te werken aan meer balans tussen te droog of juist te nat. Het maakt ons allen ervan bewust dat niets doen geen optie (meer) is. Groepsfoto ten tijde werkbezoek Deltacommissaris Co Verdaas op 19-09-2024 Vlnr Joyce Zwaga-Komen, Laura Kaper, Ans Mol, Hein Pieper, Floor Wissing, Co Verdaas, Bart Kagei
Bart Kagei Wethouder Zevenaar, namens het Bestuurlijk Overleg Water Liemers. Gemeenten Westervoort, Duiven en Zevenaar Waterschap Rijn en IJssel Provincie Gelderland
4
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
M A N AG E M E NTS A M E N VAT T I N G
Strategieën voor de lange termijn
De strategieën leveren voor de lange termijn een stip
B O U W S T E E N W AT E R & B O D E M L I E M E R S
Voor de Liemers is deze opgave van 100 mm verder
op de horizon. Deze lange termijnstrategieën vergen
uitgewerkt, waarbij rekening is gehouden met de
voor de middellange termijn nader onderzoek en het
Aanleiding
sterke invloed van de dynamiek van het riviersys-
voorsorteren op een keuze voor één van de strate-
In ’t Broek en de Stedenband van de Liemers spelen
teem op de Liemers. Voor Liemers zijn voor de lange
gieën of een combinatie ervan. Op korte termijn is
diverse ruimtelijke ontwikkelingen en opgaven met
termijn 3 waterstrategieën ontwikkeld, waarmee
een besluit nodig of deze 3 strategieën als opties voor
betrekking tot verstedelijking, landbouw, natuur en
deze opgave kan worden bediend. Deze strategieën
de lange termijn opengehouden moeten worden. Dit
drinkwatervoorziening. Tegelijkertijd is het gebied
zijn gericht op het herstel van de waterbalans, het
heeft dan als consequentie dat de daarvoor benodigde
onderhevig aan klimaatverandering, met toenemen-
vasthouden en bergen van water en/of wateraanvoer
ruimte gereserveerd moet worden, om toekomstige
de weersextremen en toenemende invloed van de
en vergen in meer of mindere mate fundamentele
ontwikkelingen niet te blokkeren (vermijden lock-
rivieren die het gebied omgeven. De klimaatveran-
ingrepen in het landgebruik en het watersysteem.
ins).
dering versterkt de huidige problemen met droogte, wateroverlast, waterkwaliteit en bodemzettingen in de Liemers. Het project “Bouwsteen Water & Bodem Liemers” biedt inzicht in het water- en bodemsysteem en handelingsperspectieven voor ’t Broek en de stedenband Liemers, gebaseerd op het principe Water en Bodem Sturend. Trendbreuk in beleid en ruimtelijke ordening nodig Door klimaatverandering gaan extreem droge jaren vaker voorkomen en zal extreme neerslag vaker en nog extremer worden. Het watersysteem raakt hierdoor steeds meer uit balans. Uit analyse van het huidig water- en bodemsysteem en de impact van klimaatverandering blijkt dat de schade voor de verschillende sectoren bij ongewijzigd beleid hierdoor fors toeneemt. Om deze disbalans in het watersysteem om te buigen en te anticiperen op de effecten van klimaatverandering, dient het watersysteem weer in balans gebracht te worden. In de analyse voor de Achterhoek en Liemers (Het watersysteem in balans, 2023) is gesteld dat wanneer er ordegrootte 100 mm water gebiedsdekkend in het gebied vastgehouden wordt, er in de toekomst sprake kan zijn van een robuust watersysteem.
Voor de korte termijn (2040) worden de volgende
Signaleringskaart
handelingsperspectieven gezien:
Voor de Achterhoek en Liemers is een signalerings-
■ Werken aan bewustwording over de pro-
kaart ontwikkeld als een concrete en praktische ont-
blematiek van droogte en wateroverlast bij
werptool. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt of en
inwoners en grondgebruikers.
hoe een gewenste stedelijke ontwikkeling (bijv. wo-
■ Optimaliseren peilbeheer: verkennen mo-
ningbouw, uitbreiding infrastructuur) zich verhoudt
gelijkheid substantieel verhogen waterpeil
tot de huidige en toekomstige eigenschappen van het
in ’t Broek in relatie tot enkele lagergelegen
water- en bodemsysteem. Hierin zijn ook inspireren-
percelen in overleg met agrariërs.
de uitwerkingen gepresenteerd voor denkbare maat-
■ Verkennen optimalisatie inrichting water-
regelen die genomen kunnen worden om adequaat
systeem als onderdeel van het voorziene
te anticiperen op de locatiespecifieke water- en bo-
gebiedsproces ’t Broek.
demeigenschappen. De signaleringskaart heeft geen
■ Initiëren van pilots met grondgebruikers
juridische status. Toepassing van de signalerings-
voor mogelijkheden tot bodemverbetering.
kaart is van belang om bij nieuwe ruimtelijke ont-
■ Inbrengen verdrogende invloed van Rheder-
wikkelingen beter rekening te kunnen houden met
laag op het watersysteem van de Liemers
het water- en bodemsysteem en daarmee te sturen
in planprocessen voor de IJssel (planproces
op klimaat robuuste ontwikkelingen.
Rivierklimaatpark IJsselpoort, Ruimte voor Indicatie van effecten en kosten van strategie 1a voor de korte termijn, strategie 1b voor de middellange termijn en de keuze voor strategie 1b of 2 of 3 voor de lange termijn
5
de Rivier 2.0) en verkennen hoe deze invloed verminderd kan worden. ■ Verkennen koppelkansen tussen de ontwikkeling van een robuust groenblauw raam-
Handelingsperspectief voor de korte termijn
werk en behoud tussengebieden (gemeenten)
Op korte termijn kan gestart worden met het opti-
met oog op de ruimtevraag voor wateropga-
maliseren van het huidig water- en bodemsysteem.
ven en het voorkomen van lock-ins. ■ Onderzoeken omvorming stedelijk water-
Dit handelingsperspectief bestaat uit verschillende
systeem naar wadi’s/droogvallende wa-
maatregelen, die ofwel nader ontworpen en uitge-
tergangen en keuze welke watergangen
voerd kunnen worden, verder onderzoek vergen om
eventueel watervoerend moeten blijven. Dit
(financiële) haalbaarheid vast te stellen, besluiten te
in combinatie met onderzoek naar noodzaak
nemen, of urgentie en afweging vergt in andere pro-
voor ondergrondse infiltratiesystemen om
jecten of programma’s.
zettingen te verminderen en benodigde waterberging of -aanvoer. ■ Onderzoeken mogelijkheden en kosten hergebruik RWZI-effluent.
6
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
COLOFON Dit onderzoek is uitgevoerd door Witteveen+Bos en H+N+S Landschapsarchitecten. Projectteam Witteveen+Bos Herman Mondeel (projectleider) Geerten van der Zalm (watermanagement - droogte en zoetwater) H+N+S Landschapsarchitecten Lodewijk van Nieuwenhuijze (senior landschapsarchitect) Hestia Zinsmeister (landschapsontwerper) Opdrachtgever en partners Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeenten Westervoort, Duiven en Zevenaar, de provincie Gelderland en het Waterschap Rijn en IJssel en in samenwerking met de partners in de Aanpak Droogte en Wateroverlast Achterhoek en Liemers. Vormgeving en lay-out H+N+S Landschapsarchitecten Foto’s en afbeeldingen H+N+S Landschapsarchitecten en Witteveen+Bos, tenzij anders vermeld Datum 28-01-2026 Projectnummer 2986
INHOUD 1. INLEIDING 9
4.3 Tijdpad van nu naar straks
34
1.1 Aanleiding
9
4.4 Strategie optimaliseren & maximaliseren
36
1.2 Doel van deze studie
9
4.5 Strategie bergen & vasthouden
46
1.3 Over dit rapport
10
4.6 Strategie pompen & aanvoeren
48
1.4 Begrenzing plan- en studiegebied
10
4.7 Bijdrage water- en bodemsysteem, kosten en ruimtelijke effecten 50
1.5 Lessen Handelingsperspectief ‘Aanpak Droogte’
12
5. HANDELINGSPERSPECTIEF WATER-BODEM 2. NOODZAAK WATER & BODEM STUREND VOOR
SYSTEEM 204054
DE LIEMERS14
5.1 ‘t Broek
56
2.1 Bodem- en watersysteem Liemers
15
5.2 Landschappelijke verbindingszones
58
2.2 Ongewijzigd beleid
18
5.3 Stedelijk gebied
59
2.3 Trendbreuk: water en bodem centraal
20
5.4 Mozaïek landschappen
60
2.4 Signaleringskaart
22
5.5 Rijnstrangen
61
5.6 Eiland Pannerden-Lobith
62
5.7 Sleutelgebieden en projecten
64
3. VIJF URGENTE KWESTIES WAAR HET GEBIED VOOR STAAT
24
3.1 Kwestie 1: waterbalans landelijk gebied uit evenwicht
25
3.2 Kwestie 2: stedelijke waterkwaliteit onder druk
26
3.3 Kwestie 3: zettingen en funderingsschade
27
3.4 Kwestie 4: ruimtedruk
28
3.5 Kwestie 5: rol rivierensysteem
29
4. OPLOSSINGSRICHTINGEN LANGE TERMIJN & TIJDPAD VAN NU NAAR STRAKS30
H+N+S Landschapsarchitecten
4.1 Het watersysteem weer in balans
31
4.2 Drie lange termijn strategieën voor het watersysteem
32
6. BIJLAGEN66 Bijlage 1: Feitenbeeld
66
Bijlage 2: Doorvoer notitie
102
Bijlage 3: Berekening kosten
116
Bijlage 4: Effectberekening
119
8
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
1 1. INLEIDING Dit voorliggende document bevat de resultaten van een integrale analyse van en het ontwerpend onderzoek naar het huidige en toekomstige water- en bodemsysteem dat voor het plangebied ’t Broek en Stedenband Liemers is uitgevoerd.
9
1.1 AANLEIDING
1.2 DOEL VAN DEZE STUDIE
In ’t Broek en de Stedenband van de Liemers spelen diverse ruimtelijke ontwik-
Het doel van het project is het opstellen van de ‘Bouwsteen Water en Bodem’ voor
kelingen en opgaven met betrekking tot verstedelijking, landbouw, natuur en
’t Broek en de Stedenband Liemers ten behoeve van ruimtelijke planvorming en
drinkwatervoorziening. Tegelijkertijd is het gebied onderhevig aan klimaatveran-
gebiedsontwikkeling. Deze studie brengt effecten van specifieke watermaatregelen
dering, met toenemende weersextremen, waardoor water- en bodem gerelateer-
voor het grondgebruik in beeld en stelt die beschikbaar aan de verschillende ge-
de opgaven steeds urgenter worden: de toename van droogte (versterkt door de
biedsprocessen waar de belangenafweging thuishoort. Zo loopt er al een gebieds-
drainerende invloed van de IJssel), de impact van het vergroten van de hoogwa-
proces ‘Rivierklimaatpark IJsselpoort’ en worden initiatieven ondernomen om een
ter-veiligheid (onder andere het ruimtebeslag voor dijkversterking), toename wa-
gebiedsplan voor ’t Broek te gaan ontwikkelen.
teroverlast (bergen van het teveel aan water) en verslechtering van de waterkwaliteit (als gevolg van droogte en hogere temperaturen in de zomer). Deze opgaven spelen zowel in het landelijk gebied als in het stedelijk gebied. In de Liemers is sprake van een sterke interactie tussen landelijk en stedelijk gebied.
Deze bouwsteen bevat de volgende onderdelen: ■ Een locatie specifieke beschrijving van het water- en bodemsysteem inclusief de wateropgave en specifieke kwesties voor dit gebied (zie bijlage en hoofdstuk 2 en 3)
Met de verkenning ‘Toekomstperspectief Achterhoek en Liemers - Het Watersysteem in Balans’ dat in 2023 is opgesteld, is vanuit de werking van het water- en bodemsysteem, de eerste bouwsteen aangeleverd als bijdrage aan het proces van
■ Lange termijnstrategieën voor het water- en bodemsysteem en tijdpad van nu naar straks (zie hoofdstuk 4) ■ Handelingsperspectief 2040 (zie hoofdstuk 5)
gebiedsontwikkeling. Dit is vervolgens uitgewerkt in de ‘Droogteaanpak Achterhoek’, waarin denklijnen zijn geformuleerd om het effect van klimaatverandering
Deze studie richt zich op fysieke maatregelen om effecten van klimaatveran-
te mitigeren en de droogteproblematiek te verminderen. Inmiddels is duidelijk
dering te mitigeren of zelfs tot een verbetering van het water- en bodemsys-
geworden dat een handelingsperspectief voor de aanpak droogte niet los gezien
teem te komen. Naast deze klimaatmitigatie dient ook ingezet te worden op kli-
kan worden van een oplossingsrichting voor de problemen van wateroverlast en
maat-adaptatie, wat betekent dat burgers, bedrijven en agrariërs zich aanpassen
waterkwaliteit. Deze geïntegreerde aanpak noemen we ook wel ‘sturen op spons-
aan de klimaatverandering. Dit vergt bewustwording en gedragsverandering. Om
werking’. Daarnaast dienen de denklijnen gebiedsspecifiek uitgewerkt te worden,
deze reden is de beschrijving van de opgave/problematiek en de daarbij behoren-
rekening houdend met de gebiedskenmerken. Er is behoefte aan een integrale
de kwesties van belang. Ook voor sommige maatregelen zal de afweging gemaakt
visie op de verschillende wateropgaven en mogelijke oplossingsrichtingen, een
moeten worden in hoeverre dit door de overheid (waterschap, gemeente of pro-
ambitie die goed aansluit op de planningsbenadering ‘Water en Bodem Sturend’
vincie) gefaciliteerd dient te worden, dan wel dit door burgers, bedrijven en agra-
(zie kamerbrief).
riërs zelf opgepakt moet worden.
Om ervaring op te kunnen doen met deze planningsbenadering is op initiatief
Water en bodem sturend, hoe dan?
van het College van Rijksadviseurs voor de Groene Metropool Regio samen met de Wageningen Universiteit een visie voor 2120 opgesteld (GMR 2120: Meer land-
Meer landschap, meer stad Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen
Praktijkgids voor een ontwerpende aanpak
schap, meer stad - regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen). De Liemers komt in deze visie slechts zijdelings aan bod, de Liemers gemeenten waren ook niet vertegenwoordigd in het planproces, maar het plan biedt wel een ‘kapstok’ om deze benaderingswijze verder uit te werken en te concretiseren voor de Liemers als basis voor de ‘integrale bouwsteen water’.
Welkom in de toekomst! Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen: een visie voor 2120
wur.nl
Regioarrangement
10
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
1.3 OVER DIT RAPPORT
1.4 BEGRENZING PLAN- EN STUDIEGEBIED
Dit rapport geeft een overzicht van de stand van zaken met betrekking tot de ont-
Voor de integrale analyse en het ontwerpend onderzoek van deze bouwsteen
wikkeling van de ‘Bouwsteen Water en Bodem’ het plangebied ’t Broek en Ste-
wordt er een onderscheid gemaakt tussen het studiegebied en het plangebied.
denband Liemers, gebaseerd op een hoofdopzet in 3 blokken: De begrenzing van het studiegebied wordt primair bepaald door de grenzen van Feitenbeeld water, bodem en ruimte
het water- en bodemsysteem beschouwd vanuit een regionaal-zelfs nationaal
Het doet verslag van de integrale systeemanalyse, welke is samengevat in een
perspectief. Denk hierbij aan de invloed van het Veluwe massief en buurland
feitenbeeld water, bodem en ruimte (zie bijlage 1). In dit hoofdstuk worden de
Duitsland op het water- en bodemsysteem van de Liemers. Maar ook de betekenis
verschillende systeemeigenschappen en de daaruit volgende opgaven beschreven
van het gebied als ‘kraan’ voor de nationale waterverdeling van ons rivierensys-
aan de hand van kaartbeelden en voorzien van een korte toelichting. Hierbij wordt
teem speelt een rol in de systeemanalyse.
verder ingegaan op het verleden, heden en toekomst van het water- en bodemsysteem en de ruimtelijke ontwikkelingen in t’ Broek en de Stedenband. Uit deze
Voor de begrenzing van ‘het’ plangebied worden naast de watersysteemgrenzen
analyse volgen concrete systeemopgaven die, wanneer ze op elkaar worden be-
ook de gemeentegrenzen in acht genomen. Omdat de watersysteembegrenzing
trokken, leiden tot een set van 5 urgente ontwerpkwesties waar het gebied voor
niet samenvalt met die van de gemeenten, kiest deze studie voor een ruimere be-
staat.
grenzing aan de oostflank omdat anders de rol en betekenis van de overgangszone tussen Montferland en het Broek buiten beeld zou blijven. Daarom wordt een deel
Planstrategie water en bodem 2120
van het grondgebied van de gemeente Montferland meegenomen in de integra-
Daarnaast wordt een beeld geschetst voor het langetermijnperspectief, waarin de
le analyse van het water- en bodemsysteem en de ruimtelijke ontwikkelingen. In
bandbreedte van de oplossingsruimte voor de 5 ontwerpkwesties wordt vertaald in
het rapport ‘Het watersysteem in balans’ (2023) worden verschillende planeen-
3 toekomstbeelden voor het watersysteem in 2120. We spiegelen onze analyse ook
heden onderscheiden, in deze studie beschouwen we Didam als onderdeel van de
aan het toekomstperspectief 2120 voor de Groene Metropool Regio van de WUR.
stedenband Liemers. Bovenstaande overwegingen hebben geleid tot de afgebeelde
Tot slot maken we een eerste doorkijk naar het laatste onderdeel van het eindpro-
begrenzing van ‘het’ plangebied.
duct: het handelingsperspectief 2040 inclusief mogelijke maatregelen. Handelingsperspectief water en bodemsysteem 2040 Voor het handelingsperspectief 2040 nemen we het regioarrangement 2040 ‘Meer landschap, meer stad’, als vertrekpunt. Vanuit de lange termijn ambities voor 2120 redeneren we terug tot 2040 om de stappen te identificeren die nodig zijn om dit te bereiken (zogenaamde backcasting). Zo formuleren we spelregels voor toekomstig ruimtegebruik in relatie tot de uitgangspunten voor het water- en bodemsysteem.
Planningseenheden integrale gebiedsuitwerkingen uit ‘Het watersysteem in balans’ (2023)
inleiding
PLANGEBIED EN STUDIEGEBIED
11
VELUWE
RIVIERENGEBIED MONTFERLAND
12
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
1 . 5 L E S S E N H A N D E L I N G S P E R S P E C T I E F ‘A A N PA K DROOGTE’
Om een concreet toekomstperspectief te kunnen schetsen zijn in een vervolgstu-
Om de wateroverlast te beteugelen is het landschap van Achterhoek en Liemers
vanuit de huidige grondgebruikseisen en brengt in beeld wat dan de maximale
de afgelopen eeuwen steeds verder ontwaterd. Ergens tussen 1960 en 2000 zijn
watervoorraad is die aan het watersysteem kan worden toegevoegd en pakket 2
we echter door de ‘balanslijn’ wateroverlast en -tekort geschoten, waardoor we
zet in op het maximaal benutten van kansen en mogelijkheden in het water- en
in een situatie terecht zijn gekomen met toenemende droogteschade. Als we niets
bodemsysteem, waardoor lokaal aanpassingen in het huidig grondgebruik nood-
doen zal de schade door droogte voor o.a. landbouw, stad en bebouwing, natuur,
zakelijk zullen zijn. De effecten van de twee denklijnen zijn samengevat in twee
landschap en cultuurhistorie toenemen. Alleen al voor landbouw is de schade voor
schema’s (zie figuur hieronder). Het maatregelenpakket van denklijn 1 lijkt de
een extreem droog jaar als 2018 becijferd op meer dan 200 miljoen euro voor heel
opgave van 100 mm niet te kunnen bedienen en de consequenties van realisatie
de Achterhoek en Liemers.
van denklijn 2 lijken op voorhand nogal fors.
Door klimaatverandering gaan extreem droge jaren vaker voorkomen. Dit inzicht,
Het optimale maatregelenpakket moet op het schaalniveau van de Liemers ‘ge-
opgeteld bij aanpassingen van de droogleggingsnormen in het recente verleden
biedsspecifiek’ worden uitgewerkt. Naast maatregelen zal ook gedragsverandering
en de intensivering van het grondgebruik, leidt tot het besef dat het watersys-
nodig zijn omdat we nu eenmaal te maken krijgen met drogere perioden als een
teem steeds meer uit balans raakt. Om deze neergaande trend om te buigen en
normaal fenomeen, dus ‘adaptatie’ aan het veranderend klimaat.
te kunnen anticiperen op de effecten van klimaatverandering, is het noodzakelijk de omvang van de wateropgave vast te stellen en daarvoor een passend maatre-
die maatregelenpakketten ontwikkeld uitgaande van 2 denklijnen; pakket 1 start
O P G AV E VA N 1 0 0 M M B E R G E N
gelen-pakket te ontwikkelen. Uit eerdere verkenningen voor de Achterhoek en Liemers kwam naar voren dat de opgave voor droogte circa 100 mm extra water vasthouden betekent. In het schema wordt de opgave voor 100 mm inzichtelijk gemaakt. In de huidige situatie bedraagt het neerslagtekort in een gemiddelde zomer zo’n 140 mm. Deze hoeveelheid water zit als buffer opgeslagen in een gemiddeld bodemprofiel en is dus beschikbaar voor de vegetatie in droge tijden. Effectief is er dan geen sprake van een tekort. In een 10% droog jaar loopt het neerslag tekort op tot 230 mm en komen we nu al 90 mm tekort, dus droogteschade. Aangezien deze 10% droge zomers in de toekomst vaker zullen voorkomen en we bovendien de laatste jaren met nog veel grotere watertekorten worden geconfronteerd, beschouwen we het als een no-regret maatregel om nu al in een 10% droge zomer over voldoende water te kunnen beschikken. Voor 2050 komen we dan nog steeds tekort, we hebben alleen al 45 mm nodig om voldoende water beschikbaar te hebben voor een gemiddeld jaar (= compenseren klimaatverandering).
Neerslagtekort in NL (gebaseerd op WH scenario’s - KNMI, 2014) afbeelding uit ‘Het watersysteem in balans’ (2023)
inleiding
S A M E N VAT T I N G H A N D E L I N G S P E R S P E C T I E F afbeelding uit ‘Het watersysteem in balans’ (2023)
DENKLIJNEN UITGEWERKT VOOR DE ACHTERHOEK afbeelding uit ‘Het watersysteem in balans’ (2023)
13
14
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
2 2. N O O DZ A A K WAT E R & B O D E M S T U R E N D VOOR DE LIEMERS Dit hoofdstuk geeft de conclusies van het feitenbeeld weer en duidt de cruciale systeemwerking van het water- en bodemsysteem. Daarnaast gaat het in op hoe het gebied zich ontwikkelt onder de gevolgen van klimaatverandering en ongewijzigd beleid. Om toenemende droogte en wateroverlast te beperken is er een koersverandering nodig. Deze verandering vraagt om een nieuwe planningsbenadering en concrete handvaten of tools om water en bodem sturend operationeel te maken.
N O O DZ A A K WAT E R & B O D E M S T U R E N D VO O R D E L I E M E R S
15
T W E E D E L I N G O B V I N V L O E D Z O N E VA N D E R I V I E R
2.1 B O D E M- E N WAT E R S YS T E E M L I E M E R S T W E E D E L I N G : G E B I E D E N D I E W E L E N N I E T O N D E R I N V L O E D VA N D E R I V I E R S TA A N Er is een tweedeling tussen de gebieden die wel en niet onder invloed staan van de rivier. De rivier beïnvloedt namelijk de grondwaterstanden in het gebied langs de rivier. Dit leidt in deze invloedszone van de rivier tot droogval van waterlopen in de zomer door wegzijging van grond- en oppervlaktewater naar de rivier, en tot kwel en hogere grondwaterstanden bij hoge rivierwaterstanden in de winter. Het invloedsgebied van de rivier is groter in de zomer dan in de winter, dit komt omdat de periode met lage waterstanden langer duurt dan de kortdurende afvoergolven. De rivierinvloed is in het verleden steeds sterker geworden. Sinds 1850 is de rivierbodem lager geworden, door de aanleg van kribben om de rivier ‘aan banden’ te houden. En de uitslijting van de rivierbodem als gevolg. Rond 1960 vond zandwinning bij Rhederlaag plaats, wat later leidde tot een wijziging van de waterstand in het Rhederlaag door de aansluiting op de IJssel in het oosten (en daarmee een lagere waterstand op de IJssel). Door het Rhederlaag is de invloed van de rivier verder vergroot. Tot slot heeft de verandering van afvoerverdeling
H O O G T E K A A R T M E T S T R O O M R I C H T I N G W AT E R S Y S T E E M
(Waal-IJssel) en klimaat de extreme waterstanden versterkt, met lagere waterstanden in de zomer en hogere piekwaterstanden in de winter. Deze extremere waterstanden vergroten het effect van de rivieren.
70
16
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
K E N S C H E T S B O D E M , W AT E R & R U I M T E L I E M E R S
Ruimte
De belangrijkste kenmerken van het gebied zijn opgenomen in het feitenbeeld
Er wordt voor de ‘stedenband’ Westervoort, Duiven en Zevenaar ingezet op een
(bijlage 1).
forse groeiambitie, zowel voor wonen en werken maar ook voor het groenblauwe raamwerk. Tegelijkertijd is de ontwikkelruimte beperkt. De stedenband wordt aan
Water
de zuidkant begrensd door het natuurgebied Rijnstrangen dat zowel een N2000
Door klimaatverandering worden de winters natter. Als gevolg hiervan zal de
bestemming heeft als een BKL-status, wat ontwikkelingen in deze richting fei-
grondwaterstand in de winter hierdoor hoger worden. Met name in ’t Broek, waar
telijk onmogelijk maakt. Aan de noordzijde vormt de ligging van de A12 een forse
de grondwaterstand al relatief hoog is, heeft dat beperkingen voor het landgebruik
barrière voor een ‘stedelijke’ sprong over de snelweg. Daarnaast vragen dijkver-
tot gevolg, of zijn mitigerende maatregelen nodig. Daarnaast zal de rivierafvoer
sterking en de inpassing in de omgeving om extra ruimte en heeft daarom con-
en -waterstand hoger zijn en zullen vaker hoogwaters optreden. Dit betekent dat
sequenties voor de bestaande functies rondom de dijk. De ontwikkelruimte zal
in de zone langs de dijk vaker grondwateroverlast op kan treden.
dus binnen de stedenband zelf gevonden moeten worden waarbij we nu al kunnen constateren dat er sprake is van een vol programma op een relatief klein grond-
Aan de andere kant worden de zomers droger. Het gebied heeft geen wateraan-
gebied. De grootste opgave is om een integraal plan te ontwikkelen dat recht doet
voer en is daardoor afhankelijk van de neerslag die in het gebied valt. De droger
aan de ambities voor wonen, werken en het groenblauwe programma.
wordende zomers leiden tot lagere grondwaterstanden en kan leiden tot grondwateronderlast. Door klimaatverandering zullen problemen met waterkwaliteit
Als we kijken naar de projecten die de afgelopen decennia zijn uitgevoerd moet
vaker optreden door het vaker voorkomen van (extreem) warme zomers, hogere
geconstateerd worden dat bijvoorbeeld de wijze van bouwrijp maken en de in-
temperaturen van het water (en daardoor minder zuurstof in het water), ontbre-
richting van het stedelijk watersysteem steeds verder is komen af te staan van
ken van wateraanvoer en toenemende volumes van riooloverstortingen (door in-
de natuurlijke condities/eigenschappen van het water- en bodemsysteem in
tensievere buien).
de Liemers. Willen we in de planvorming rekening houden met de opgaven die voortkomen uit de verwachte klimaatverandering dan is het onvermijdelijk dat de
Tot slot worden de buien intensiever en neemt de kans op wateroverlast toe. Voor
planvorming die ontwikkeld wordt voor de stedenband veel meer gebaseerd zal
bestaand gebied kan dit een risico vormen voor vitale infrastructuur. Voor ruim-
moeten worden op lange termijnperspectieven voor een robuust water- en bo-
telijke ontwikkeling dient daarnaast met de potentiële wateroverlast rekening
demsysteem. Er zal sprake moeten zijn van een trendbreuk in de gegroeide plan-
gehouden te worden, zonder dat er afgewenteld wordt op andere gebieden.
ningsaanpak.
Bodem De bodem bestaat voornamelijk uit klei, op een ondergrond van zand en grind. Hierdoor is de bodem zettingsgevoelig. Dit vormt een knelpunt bij de bestaande bebouwing van Duiven en Zevenaar en is een belangrijk aandachtspunt bij verdere ontwikkelingen. De bodem is gemiddeld in landbouwopbrengsten, wat ook terug te zien is in organisch stofgehalte en bodemkwaliteit. Voor ’t Broek kan in de toekomst het drinkwaterreserveringsgebied, indien ingezet als waterwinning, consequenties met zich meebrengen voor het landgebruik.
N O O DZ A A K WAT E R & B O D E M S T U R E N D VO O R D E L I E M E R S
17
RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN EN A M B I T I E S & O N T W I K K E L R I C H T I N G E N VA N U I T N AT I O N A A L E N R E G I O N A A L N I V E A U
18
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
2.2 ONGEWIJZIGD BELEID
Toenemende wateroverlast
W AT S TA AT H E T G E B I E D T E W A C H T E N B I J ‘ B U S I N E S S A S U S U A L’ ?
Stedelijk gebied: de inundatiediepte bij onverhoopte dijkdoorbraak neemt toe tot 2 tot
Door klimaatverandering zullen de extremen vaker voorkomen en nog heviger
5 m. De kans op dijkdoorbraak is zeer klein (en zal nog kleiner worden door uitvoering
kunnen optreden. Dit betekent dat droge perioden vaker en langer zullen voor-
van dijkversterkingen), maar kan wel vragen om maatregelen t.b.v. evacuatie. Daar-
komen, extreme neerslag vaker en extremer voor zal komen. De effecten hiervan
naast zal vaker en heviger wateroverlast optreden. Dit treedt met name op in de lokale
worden versterkt door de extremen op de rivieren. De waterstanden op de rivieren
laagten in het stedelijk gebied. Tot slot kan grondwateroverlast vaker optreden in de
zullen vaker laag zijn in de zomer en zullen anderzijds in extreme perioden nog
zone langs de rivier (met name Westervoort): bij hoge rivierwaterstanden stijgen de
hoger worden. Bij ongewijzigd beleid zullen verschillende sectoren hier schade en
grondwaterstanden mee, wat invloed kan hebben op bebouwing en infrastructuur.
hinder van ondervinden. Toenemende droogte Landbouw: momenteel veroorzaken perioden van droogte problemen door gebrek aan neerslag en lage rivierwaterstanden. De droogte leidt tot (moeilijk herstelbare) scheurvorming van de klei. Sinds enkele jaren beregenen boeren daarom, waarbij ze grondwater onttrekken. In de toekomst zal dit knelpunt toenemen door langere droogteperioden (minder neerslag en meer verdamping door hogere temperaturen) en lagere waterstanden op de IJssel. Het risico op scheuren in de bodem neemt toe, alsmede de daarmee gepaard gaande muizenplagen. Ook kan er productieverlies optreden en zullen er meer kosten gemaakt worden voor beregening met grondwater. Natuur: de droogval van waterlopen heeft een negatief effect op ecologische waterkwaliteit en biodiversiteit. De droogval leidt tot vissensterfte en heeft een negatieve impact op andere fauna. Ook waterplanten hebben fors onder de droogval te lijden. Hierdoor zal de ecologische waterkwaliteit onvoldoende zijn (en wordt daarmee niet voldaan aan de KRW-doelen). Ook hier geldt dat de waterkwaliteitsproblemen zullen toenemen door langere perioden van droogte, toenemende wegzijging naar de rivier en een stijging van de watertemperatuur. Ook terrestrische
Landbouw: in ’t Broek is de grondwaterstand al erg hoog. Dit zal in de toekomst toenemen door nattere winters en hogere rivierwaterstanden. Dit kan er voor zorgen dat percelen niet bereikbaar zijn en er pas later het land op gegaan kan worden. Toenemende ruimtedruk Ontwikkeling groene tussengebieden: zonder een duidelijke visie op de toekomst van het groenblauwe raamwerk en een goed doordacht programma voor deze stedelijke tussengebieden dreigt de stedenband aan elkaar te groeien en verliest het tussengebied aan kwaliteit en functionaliteit. Het is van groot belang dat deze zone gelegen tussen de stedelijke kernen ruimte kan bieden om de huidige en toekomstige wateropgaven royaal te bedienen. Stedelijke ontwikkeling: omdat er op dit moment geen duidelijke visie ligt op de inrichting van een klimaatrobuust en toekomstbestendig stedelijk watersysteem, dreigt het risico dat nieuwbouwlocaties vanuit het water- en bodemsysteem beredeneerd op de verkeerde plekken landen, voorzien van een verkeerde inrichting. Ook ontstaat hier het risico van lock-in’s, bijvoorbeeld door te bouwen in die (lage) gebieden die in de nabije toekomst juist de ideale locaties blijken te zijn om daar de opgaven voor wateroverlast en droogte op te lossen.
natuur leidt onder de droogte, waardoor het aantal soorten flora en fauna af zal
Regionale ontwikkelingen: zonder een heldere visie op de opgaven en toekomstige in-
nemen.
richting van het water- en bodemsysteem, ontstaat het risico van lock-in’s wanneer
Stedelijk watersysteem: in het bebouwde gebied treden zettingen op als gevolg van lagere grondwaterstanden, wat schade aan woningen en infrastructuur kan veroorzaken. In Zevenaar zijn er circa 4000 zettingsgevoelige woningen, met een potentiële schade van circa 400 miljoen euro. Ook neemt door klimaatverandering het risico op boomsterfte door droogte toe. Daarnaast leidt droogte tot droogval en stagnant water, wat hinder veroorzaakt zoals stankoverlast. Droogval en stagnant water zullen toenemen.
regionale plannen worden gerealiseerd zonder zo’n visie. Bijvoorbeeld de aanleg van de A15, de BKL-reservering of het Rivierklimaatpark IJsselpoort hebben allemaal een grote impact op de Liemers, en vragen om een integrale benadering vanuit water en bodem. Bij ongewijzigd beleid zal door klimaatverandering de schade en maatschappelijke impact door weersextremen toenemen. Beleid en ruimtelijke ordening die water en bodem centraal stellen en maatregelen die het water en bodemsysteem klimaatrobuuster maken, kunnen de impact en schade van klimaatverandering en weersextremen fors reduceren.
N O O DZ A A K WAT E R & B O D E M S T U R E N D VO O R D E L I E M E R S
TOENEMENDE DROOGTE
D R O O G VA L L E N D E W AT E R G A N G E N
±
Doesburg
Rheden
19
T O E N E M E N D E W AT E R O V E R L A S T
±
Doesburg
Rheden
Velp
Velp
Velp
Arnhem
Arnhem
Arnhem
Doeti nchem
Doeti nchem
Westervoort
Westervoort
Westervoort
A18
Gemeenten Liemers
Gaanderen
Huissen
A3
Studiegebied
Bemmel Rivieren
Zevenaar
Verandering GLG (m) -0,38 - -0,30 (verdroging)
Gemeenten Liemers 's-Heerenberg
Gendt
-0,29 - -0,20 -0,19 - -0,10
aa l
A3
Invloed van rivieren op grondwaterstand 's-Heerenberg Hoogwater Gendt
Gendt
Studiegebied
Veel invloed
Rivieren
W
Gemeenten Liemers Studiegebied Bemmel Snelwegen
Middelmatige invloed Beperkt invloed
Zevenaar
Rivieren
Snelwegen
Veel invloed
A18
Didam Gaanderen
Huissen
A3
Bemmel
Invloed van rivieren op grondwaterstand Laagwater
A18
Didam
Zevenaar
Huissen
Duiven
Duiven
Duiven Didam
Doesburg
Rheden
Millingen aan de Rijn
-0,09 - -0,05 -0,04 - +0,05 +0,06 - +0,10 +0,11 - +0,20 +0,21 - +0,30 +0,31 - +1,67 (vernatting)
Beperkt invloed
Snelwegen
Verandering afvoer, droogval en stilstaand water W van stilstaand naar afvoeraa van droogval naar afvoer
Millingen aan de Rijn
l
van droogval naar stilstaand van afvoer naar stilstaand van afvoer naar droogval van stilstaand naar droogval Esri Nederland, Community Map Contributors geen effect
Verandering GHG (m) -0,38 - -0,30 (verdroging) -0,29 - -0,20 -0,19 - -0,10
W aa l
Millingen aan de Rijn
-0,09 - -0,05 -0,04 - +0,05 +0,06 - +0,10 +0,11 - +0,20 - +0,30 Community Map Contributors Esri +0,21 Nederland, +0,31 - +1,67 (vernatting)
NB: watergangen in Duiven zijn watervoerend als gevolg van deepwells
VERZAKKINGEN EN SCHEURVORMING
D R O O G VA L L E N D E W AT E R G A N G E N
W AT E R O V E R L A S T Z E V E N A A R
(foto: Waterschap Rijn en IJssel)
(foto: Waterschap Rijn en IJssel)
(foto: Waterschap Rijn en IJssel)
E
20
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
2.3 T R E N D B R E U K: WAT E R & B O D E M C E NT R A A L HOE ZOU DIE TRENDBREUK ERUIT KUNNEN ZIEN? In het recente verleden was de gebruiker het vertrekpunt bij het ontwerp van
1. Kenmerken en identiteit van een gebied centraal
herinrichtingsopgaven en ruimtelijke ordening: de gewenste functieveranderin-
Eigenschappen van het water- en bodem systeem zijn het vertrekpunt
gen waren dominant in de afweging ten opzichte van andere belangen zoals het
voor planningsafwegingen. Impact van klimaatverandering op het water-
water- en bodemsysteem (de ‘oude benadering’), zoals ook in paragraaf 1.5 is
en bodemsysteem wordt hierin meegenomen. Door de eigenschappen
beschreven. Maar we lopen tegen grenzen aan van de ‘maakbaarheid’, of het nu
van water en bodem centraal te stellen zijn de (klimaat)risico’s nu en in
gaat om klimaat, energie, biodiversiteit, landbouw, water of sociale rechtvaardig-
de toekomst bekend, kan een gedegen afweging gemaakt worden in de
heid: de opgaven waarvoor we staan zijn groot. We zullen anders met onze ruimte
ruimtelijke ontwikkeling én kan de ruimtelijke ontwikkeling klimaat-ro-
moeten omgaan; alle claims en eisen passen simpelweg niet meer binnen de be-
buust ontworpen worden, rekening houdend met de specifieke eigen-
schikbare ruimte.
schappen van de locatie.
In plaats van meer en groter, moet het anders en beter. Het kan anders en beter
2. Combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functietoekenning
door de werkwijze om te draaien, door juist het water- en bodemsysteem als ver-
Ruimtedruk, zeker in dit gebied zorgt ervoor dat we niet meer het pri-
trekpunt te nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen en ontwerp (Water & Bodem
vilege hebben om te kiezen voor enkelvoudige oplossingen. In gebieden
Sturend). Hierbij is het van wezenlijk belang om te sturen op de hiërarchie, de
landen een tal van opgaven, zoals woningbouw, infrastructuur, energie,
samenhang en synergie tussen de verschillende lagen.
natuur, waterveiligheid en wateroverlast. Al deze opgaven hebben een ruimtebeslag, wat vraagt om het toepassen van meervoudige en integrale
NOODZAAK NIEUWE PLANNINGSBENADERING
oplossingen binnen gebieden.
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de nieuwe ontwerp-Nota Ruimte nemen deze nieuwe planningsbenadering als vertrekpunt voor de afweging van belangen
3. Afwentelen wordt voorkomen
in de fysieke leefomgeving en vertaalt dit in een afwegingskader dat gebaseerd is
Knelpunten en problemen worden binnen het gebied opgelost en worden
op een drietal principes. In het verlengde van de planningsbenadering in de NOVI/
niet verplaatst naar de omgeving. Ook ruimtelijke ontwikkeling mogen
ontwerp-Nota Ruimte beschouwen we deze drie afwegingsprincipes als basis/
niet leiden tot afwentelen van problemen naar andere gebieden.
kader voor het handelingsperspectief 2040 (korte termijn) en de mogelijke strategieën voor de lange termijn.
Bewustwording Naast een andere planningsbenadering is ook de bewustwording dat risico’s op wateroverlast en droogte toeneemt, én men zelf maatregelen kan nemen om de impact te mitigeren, van groot belang.
NOVI principes (bron: Nationale Omgevingsvisie)
N O O DZ A A K WAT E R & B O D E M S T U R E N D VO O R D E L I E M E R S
Bodem-Water Sturend verbeeld (uit: Praktijkgids Water en bodem sturend, CRA; afbeelding Polyfern)
21
22
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
2.4 SIGNALERINGSKAART
N AT I O N A L E S I G N A L E R I N G S K A A R T
O P E R AT I O N E E L M A K E N VA N W AT E R - B O D E M S T U R E N D B E L E I D Er is geen operationele methode beschikbaar aan de hand waarvan op een eenduidige en navolgbare wijze keuzen kunnen worden gemaakt over de omgang met de kwaliteiten van het water- en bodemsysteem i.r.t. ruimtelijke ontwikkelambities. Van nationale signaleringskaart naar een regionale planning tool Vanuit het rijk is een landelijke signaleringskaart opgesteld, waarbij direct duidelijk wordt dat wanneer je inzoomt op de Liemers en ’t Broek deze kaart geen bruikbare informatie levert om op regionaal/gemeentelijk niveau beslissingen te nemen over gebiedsontwikkeling gebaseerd op inzicht in het water- en bodemsysteem. Hiervoor is een regionale vertaling/uitwerking nodig. Daarom is voor de Achterhoek en Liemers de regionale signaleringskaart ontwikkeld als een concrete en praktische ontwerptool. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt of en hoe een gewenste stedelijke ontwikkeling (bijv. woningbouw, uitbreiding infrastructuur) zich verhoudt tot de huidige en toekomstige eigenschappen van het water- en bodemsysteem.
De signaleringskaart biedt antwoord op de vragen: ‘Wat ontwikkel je waar?’ en ‘Hoe ontwikkel je zo goed mogelijk?’ De inzichten zijn bruikbaar voor overheidsorganisaties (gemeenten, waterschappen en provincies), maar zeker ook voor ontwerpers, (gebieds-) ontwikkelaars, planologen, hydrologen en bodemprofessionals. De kaart moedigt betrokkenen aan en maakt het mogelijk om de kennis over het water- en bodemsysteem eigen te maken en dit op de juiste manier in te zetten in strategische keuzes en ruimtelijk ontwerp. De doelstellingen van de kaart op een rij: ■ In beeld brengen van de opgaven van het water- en bodemsysteem; ■ Keuzehulp voor slimme locaties voor toekomstige ontwikkelingen; ■ Handvatten te bieden voor klimaatrobuust ontwerpen; ■ Het gesprek te starten tussen ontwikkelende partijen en overheidsorganisaties.
REGIONALE SIGNALERINGSKAART
N O O DZ A A K WAT E R & B O D E M S T U R E N D VO O R D E L I E M E R S
Het gebruik van de viewer De signaleringskaart is een digitale interactieve ontwerptool die wordt beheerd en geactualiseerd door het waterschap. De basis wordt gevormd door een uitgebreide kaartenset met water- en bodemgegevens. Wanneer je op een specifieke locatie op de kaart klikt komen per legendaeenheid van de signaleringskaart de verschillende onderliggende kenmerken van het water- en bodemsysteem in beeld die van invloed kunnen zijn op een mogelijke bestemmingsverandering. Daarnaast wordt aan de viewer een voorbeeldenboek gekoppeld waarin inspirerende uitwerkingen worden gepresenteerd voor denkbare maatregelen die je kunt nemen om adequaat te reageren op de locatiespecifieke water- en bodemeigenschappen. Juridische status De signaleringskaart is bewust een ontwerptool, waarmee slimme keuzes en bewuste afwegingen gemaakt kunnen worden bij het kiezen van oplossingsrichtingen. De kaart kent echter onvolkomenheden, ondanks dat alle beschikbare feitelijke informatie erin is opgenomen. Ook kunnen veranderingen in het landschap nog niet in de kaart zijn opgenomen. Dit betekent dat de kaart alleen als verkenning gebruikt kan worden, maar verdere analyse nodig is. Dit betekent ook dat er geen rechten aan de Signaleringskaar kunnen worden ontleend en deze dus geen juridische status heeft.
Voorbeeld van de signaleringskaart in de online viewer
23
24
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
3 3. VIJF URGENTE KWESTIES WAAR HET G E B I E D VO O R S TA AT Deze vijf kwesties zijn integrale opgaven waar het gebied voor staat, en waarvoor we een handelingsperspectief op de korte en lange termijn schetsen in de volgende hoofdstukken. Dit hoofdstuk geeft een beknopte uitleg per kwestie en schets kort de oplossingsrichting. Deze oplossingsrichtingen worden uitgebreider toegelicht in hoofdstuk 4.
vijf urgente kwesties waar het gebied voor staat
25
KWESTIE 1 3.1 WAT E R B A L A N S L A N D E L I J K G E B I E D U IT EVENWICHT Het watersysteem is in disbalans: de zomers zijn te droog en winters te nat. Waterbeschikbaarheid zomer staat onder druk, sinds enkele jaren wordt er beregend vanwege de droogte door de agrariërs in het gebied. Het overgrote deel van ’t Broek staat onder invloed van de rivier. Watergangen staan in verbinding met de rivier, omdat ze (op bepaalde plekken) het kleidek doorsnijden. Door de wegzijgende werking van de rivier (in de zomer) valt een groot deel van de watergangen droog. Hierdoor zijn sommige maatregelen om water te bergen in de bodem niet toepasbaar in deze gebieden. Door klimaatverandering worden de perioden van droogte en lage rivierwaterstanden alleen maar langer. Het landelijk gebied is wel ingericht op te veel water maar niet op te weinig water. Dit heeft consequenties voor de toekomst van de
Toekomst van de landbouw in ‘t Broek kan in het geding komen door lange perioden van droogte (foto: Waterschap Rijn en IJssel) Doesburg
typerende functies in ’t Broek: waaronder landbouw, natuur en bebouwing. Voor Rheden de landbouw is niet alleen de droogte bepalend, maar ook de mogelijke aanscher-
Zelhem
pingen van de regels m.b.t. het drinkwater reserveringsgebied.VelpBij een aanscher-
Doesburg
Rheden
ping van de norm, kan dit ook invloed hebben op het mogelijke type agrarische
Zelhem
Velp
activiteit. Daarnaast ondervinden natuur en landschap ook de consequenties van Arnhem de droogte, zoals verdroging van landschapselementen en droogvallen van water- A r n h e m
Doeti nchem
gangen. Het droogvallen heeft nadelige effecten voor de waterkwaliteit, wat imWestervoort plicaties heeft op de watergangen met KRW-doelstellingen.
Doeti nchem
Duiven Didam
Ontwikkelperspectief
Westervoort Duiven
Zevenaar
Huissen
Gaanderen Didam Gaanderen
Zevenaar
Huissen
Om met droogte en wateroverlast om te gaan in het landelijke gebied worden er binnen deze studie drie lange termijnstrategieën onderzocht, welke vervolgens landen in een handelingsperspectief. Hierin worden mogelijkheden opgenomen Bemmel om de rivier invloed (met in het speciaal de invloed van het Rhederlaag) te verminderen, extra water in het systeem vast te houden of zoet Gendt water aan te voeren naar het gebied.
Millingen aan de Rijn
Tevens leidt inzicht in de problematiek tot bewustwording bij de sector zelf om stappen te zetten met het oog op de toekomst voor de korte en lange termijn. Aanpassingen in de bedrijfsvoering zijn wellicht nodig om beter bestand te zijn tegen de gevolgen van droogte en wateroverlast.
Bemmel
's-Heerenberg
Gemeenten Liemers Studiegebied Snelwegen 's-Heerenberg
Gendt
Rivieren
Millingen aan de Rijn Esri Nederland, Community Map Contributors
Droogval in droge jaren afvoer stilstaand droogval Esri Nederland, Community Map Contributors
Verdroging en droogval van watergangen in droge jaren zet het gebied verder onder druk (NB: watergangen in Duiven zijn watervoerend als gevolg van deepwells)
tervoort
26
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
KWESTIE 2 3.2 S T E D E L I J K E WAT E R K WA L IT E IT O N D E R D R U K Ook in de stedelijke gebieden leidt droogte vaker tot droogval van het stedelijk watersysteem (zie droogval kaart pagina 25), wat hier niet op is ingericht. Deze droogval zorgt ook voor stagnant water in de watergangen, wat de waterkwaliteit negatief beïnvloedt. Doordat er in de stedelijke gebieden geen wateraanvoer is, kan het watersysteem niet doorgespoeld worden. In Duiven wordt het stedelijk watersysteem doorgespoeld met water vanuit verschillende deepwells (dit zijn de watergangen die nog watervoerend zijn, zie kaart pagina 25). De deepwells zijn een technische maatregel en zorgen voor een ‘onnatuurlijk’ systeem. Bovendien is de kwaliteit onvoldoende en treedt er regelmatig blauwalg op in de zomer, wat gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Westervoort en Duiven staan onder de invloed van de rivier, wat zorgt voor snellere droogval en lage grondwaterstanden. Klimaatverandering zal dit probleem versterken door langere perioden van droogte en hogere (water)temperaturen. Ook riool overstorten dragen bij aan de waterkwaliteitsproblemen en belemmeren tegelijkertijd de mogelijkheid om wa-
Droogte leidt vaker tot droogval, watergangen worden aangevuld met deepwells (Droo park Duiven)
tergangen aan te passen naar droogvallende watergangen. Anderzijds kan bij extreme neerslag wateroverlast optreden, waarbij straten en wegen inunderen en in hele extreme situaties het water de woningen binnen kan lopen. Ontwikkelperspectief Om droogval te voorkomen, maar tegelijkertijd ook te kunnen omgaan met wateroverlast, is het van belang om stapsgewijs een duurzaam water-robuust stede-
Westervoort
A12
lijk watersysteemDuiven te ontwikkelen. Dit houdt in dat het watersysteem meer moet kunnen omgaan met periodieke droogval. Daarnaast vereist het verbeteren van de
A12
Duiven
stedelijke waterkwaliteit ook het afkoppelen van de riolering.
Loo
Groessen
Zevenaar
A12
Gemeenten Liemers Studiegebied Snelwegen Rivieren
Loo
Groessen
Zevenaar
Externe overstort Overstortput (overig)
type Gemengd stelsel Gescheiden stelsel
Esri Nederland, Community Map Contributors
Overig
Angeren
Riooloverstorten dragen bij aan problemen met waterkwaliteit
Esri Nederland, Community Map Contributors
A12
vijf urgente kwesties waar het gebied voor staat
27
KWESTIE 3 3.3 ZETTINGEN EN FUNDERINGSSCHADE Grondwaterstanden zakken verder uit als gevolg van droogte, wat leidt tot
Ontwikkelperspectief
toename in verzakkingen op zettingsgevoelige gronden. Langdurige droge
Om te kunnen omgaan met zettingen moet er worden ingezet op een robuust en
periodes veroorzaken lagere grondwaterstanden in de zomer en daarmee mogelijk
duurzaam grondwaterbeheer voor het stedelijk gebied. In Duiven kan op de korte
voor meer zettingen binnen de stedelijke gebieden. In Duiven komt hierbij nog de
termijn het huidige systeem in stand gehouden worden, maar gezien de
impact van de rivier, die het negatieve effect van klimaatverandering nog verder
grondwateronttrekkingen via de deepwells en de afhankelijkheid hiervan is het
kan versterken. Maatregelen zoals meer groen kunnen hittestress verminderen en
verstandig om naar een alternatieve waterbron te zoeken. Bijvoorbeeld een wa-
biodiversiteit bevorderen, maar kunnen ook verdamping en dus verdere verlaging
terberging die ook voor wateroverlast benut wordt of extra wateraanvoer. Voor
van de grondwaterstand veroorzaken.
Zevenaar is het van belang om meer mogelijkheden te krijgen om het grondwater te beheersen, dit kan middels oppervlaktewater of ondergrondse infiltratie-
In Duiven zijn deepwells aangebracht, in eerste instantie om esthetische redenen.
systemen. Beide systemen vereisen water om te infiltreren in het grondwater,
Maar deze wateraanvoer houdt ook de waterstand op peil en beheerst daarmee het
afkomstig van grondwater, waterberging of wateraanvoer. Westervoort is onder
grondwater in de bovenste bodemlaag en vermindert daarmee de zettingen in het
grote invloed van de rivier. Gerichte infiltratiesystemen zijn, waar nodig, daar het
gebied. De deepwells zelf hebben echter een verdrogend effect op de grondwater-
meest efficiënt.
stand (stijghoogte) in de diepere bodemlagen. De stijghoogte in het 1e watervoerende pakket (WVP1) kan lokaal wel tot 1 ,0 m dalen als gevolg van de deepwells, Rheden
Doesburg
Zelhem
in het 2e watervoerende pakket (WVP2) is dat maximaal 0,5 m. Met toenemen-
Doesburg
Rheden
Velp
de droogte door klimaatverandering zal het watergebruik vanuit de deepwells
Zelhem
Velp
mogelijk onder druk komen te staan, immers als meer type landgebruik om water hem
vragen neemt de druk op de grondwatervoorraad toe. In Zevenaar is relatief
hem
minder oppervlaktewater aanwezig dan in Duiven en Westervoort. In delen van 100 m3/u Westervoort
Doe nchem Doe nchem
10 m3/u
Zevenaar ontbreekt een oppervlaktewatersysteem. Het ontbreken vanDuiven oppervlak-
Westervoort
tewater zorgt er enerzijds voor dat er geen drainerende werking110is, m3/u anderzijds
100 m3/u
Huissen
160 m3/u
160 m3/u
100 m3/u
Didam Zevenaar
ontbreekt de mogelijkheid om water te infiltreren en te voorkomen dat de grond-
Duiven 100 m3/u
110 m3/u
Huissen
160 m3/u
waterstand te ver daalt.
100 m3/u 10 m3/u
160 m3/u
160 m3/u
100 m3/u
Didam
Gaanderen Gaanderen
Zevenaar
160 m3/u
mel mel 's-Heerenberg
Gendt Millingen aan de Rijn
Gemeenten Liemers Studiegebied
's-Heerenberg
Gendt
Snelwegen Rivieren
Millingen aan de Rijn
Functie pompput Op peil houden en doorspoelen Kwel afvangen
Esri Nederland, Community Map Contributors Esri Nederland, Community Map Contributors Op vier locaties in Duiven zijn deepwells aangebracht om de waterstand op peil te houden
28
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
KWESTIE 4 3.4 RUIMTEDRUK Vanuit de gemeenten en GMR is er de ambitie om een sterke groene structuur te ontwikkelen, tussen de verschillende stedelijke gebieden in de stedenband. Tegelijkertijd is er de ambitie om tevens een robuust stedelijk programma te laten landen in het gebied. Daarnaast worden vanuit een regionaal perspectief ambities en ruimteclaims geformuleerd die landen in de Liemers, zoals het doortrekken van de A15 naar de A12. Daarnaast vraagt het water- en bodemsysteem ook om ruimte, met opgaven zoals het klimaatrobuust inrichten van het gebied om wateroverlast en droogte tegen te gaan. Dit roept de vraag op hoe je moet omgaan met het overladen programma binnen het gebied. In deze studie maken we geen keuzes, maar bieden we inzicht welke ruimte en randvoorwaarden het water- en bodemsysteem met zich meebrengen voor een klimaatrobuuste inrichting van het stedelijk en het landelijk gebied. Ontwikkelperspectief
Stedelijke ontwikkeling, ruimte voor wonen en werken binnen het gebied
Bij het ontwikkelen van een planstrategie en handelingsperspectief voor het water- en bodemsysteem wordt gezocht naar een manier om de ruimtedruk integraal te beschouwen en daarmee de verschillende ambities daar waar mogelijk met elkaar te verzoenen. Er wordt gezocht naar een planstrategie die naast ruimte voor bodem en water ook ruimte geeft aan de ruimtelijke ambities vanuit de omgevingsvisies van de gemeenten. Hierbij wordt ingezet op het vrijhouden van de stedelijke tussengebieden, de ontwikkeling van groenblauwe verbindingen en ruimte geven aan de geplande stedelijke ontwikkeling.
Doortrekken van de A15 en verbreding A12
vijf urgente kwesties waar het gebied voor staat
KWESTIE 5 3.5 ROL RIVIERENSYSTEEM Zoals in paragraaf 2.1 en 3.1 is beschrijven staat een groot gedeelte van de Liemers onder invloed van de rivieren (versterkt door het Rhederlaag), waardoor in de zomer watergangen in de zone langs de rivier droogvallen en bij piekafvoergolven juist grondwateroverlast optreedt. Daarnaast is de Liemers gepositioneerd bij de ‘kraan van Nederland’ en kan een rol spelen bij de waterverdeling op nationale schaal. In de afgelopen jaren is namelijk de afvoerverdeling tussen de Waal en het Pannerdens kanaal (richting de IJssel) verschoven en wordt er steeds meer water via de Waal afgevoerd. De af-voerverdeling is verschoven van ongeveer 65% afvoer via de Waal naar 75% afvoer via de Waal en dus minder via de IJssel. Dit betekent dat het IJsselmeer minder gevoed wordt. Op nationaal niveau wordt nagedacht over mogelijkheden om meer water naar de IJssel en het IJsselmeer af te voeren ten behoeve van de watervoorraad op het IJsselmeer (ten tijde van laag water).
Nationaal waterverderlingsvraagstuk, afvoerverdeling bij droogte waarbij de Liemers naast een van de belangrijkste stuurknoppen ligt (afbeelding gebaseerd op gegevens RWS - Deltaprogramma Rijnmond Drechtsteden)
Ontwikkelperspectief Voor een klimaatrobuust water- en bodemsysteem is het van belang om de invloed van de rivier te beperken, ook omdat anders maatregelen om water vast te houden of te bergen minder efficiënt zijn. Dit gaat om maatregelen aan de rivier zelf (bijvoorbeeld het tegengaan van uitslijting, etc.) en/of om maatregelen in het Rhederlaag. Bij het ontwikkelen van een lange termijnstrategie en handelingsperspectief wordt de mogelijkheid onderzocht om water vanuit de Rijnstrangen in de Liemers te laten om zo de IJssel van extra water te voorzien. Een dergelijke doorvoer draagt bij aan een nationale kwestie, en biedt de mogelijkheid om water naar de Liemers aan te voeren. Een ruimtereservering van het aanvoer-tracé voorkomt een lock-in en maakt wateraanvoer op lange termijn mogelijk.
Liemers ligt nabij de ‘kraan van Nederland’, sleutelpositie van het gebied t.o.v. waterverdelingsvraagstuk
29
30
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
4 4. OPLOSSINGSRICHTINGEN LANGE TERMIJN E N T I J D S PA D V A N N U N A A R S T R A K S Dit hoofdstuk schetst drie lange termijnstrategieën om een klimaatrobuust wateren bodemsysteem te ontwikkelen. Deze strategieën onderzoeken manieren om de waterbalans te herstellen door het beschikbare water beter te benutten, extra water in het gebied te houden en/of aan te voeren. De strategieën leveren voor de lange termijn een stip op de horizon. Daarnaast wordt een tijdpad van nu naar straks geschetst, waarin concrete maatregelen voor de korte-, middel- en lange termijn worden benoemd. Op de korte termijn zijn er no-regret maatregelen te nemen om het water- en bodemsysteem klimaatrobuuster te maken. Daarnaast zijn er op korte termijn keuzes te maken over maatregelen/handelingsperspectieven, waarbij het water- en bodemsysteem als basis dient. Op de lange termijn zijn systeemveranderingen nodig, wat in de tijd besluiten en keuzes vergt op de middellange termijn.
oplossingsrichtingen lange termijn en tijdspad van nu naar straks
A M B I T I E N I V E A U VA N 1 0 0 M M B E R G E N
4.1 H E T WAT E R S YS T E E M W E E R I N B A L A N S Zoals al eerder gesteld is de hoofdopgave om een strategie te ontwikkelen die voor de lange termijn de vraag naar en het aanbod van water meer in balans brengt. Jaarrond is er voldoende water beschikbaar alleen hebben we ’s winters te veel en ’s zomers tekort en die disbalans neemt door klimaatverandering alleen maar toe. In de analyse voor de Achterhoek en Liemers (Het watersysteem in balans, 2023) is gesteld dat wanneer we in staat zijn om ongeveer 100 mm gebiedsdekkend extra watervoorraad in het gebied vast weten te houden, er in de toekomst sprake kan zijn van een robuust watersysteem. Ook voor de Liemers is extra water nodig om het hoofd te bieden aan de in het vorig hoofdstuk aangedragen kwesties: extra water in de zomer is nodig voor de landbouw, natuur en biodiversiteit, waterkwaliteit in landelijk en stedelijk gebied en voorkomen van zettingen in de bebouwde omgeving. Voor de Liemers geldt nog als bijzonderheid dat een deel van het gebied onder sterke invloed staat van de dynamiek in het riviersysteem en dat berging van de gewenste 100 mm in de bodem niet/veel minder effectief is en dus andere maatregelen moeten worden ingezet.
Ook moeten hierbij de laatste 2 kwesties meegenomen worden, de oplossingsrichtingen dienen in samenhang met de ruimtedruk en mogelijke ontwikkelingen en maatregelen voor de waterverdeling van de rivieren beschouwd te worden. Maar hoe krijgen we dit voor elkaar? Zijn er verschillende strategieën denkbaar en kunnen we wellicht beschikken over verschillende waterbronnen? Kortom er is behoefte aan een stip op de horizon.
L A N G E T E R M I J N S T R AT E G I E A L S S T I P O P D E H O R I Z O N
31
32
H+N+S · b o u w s t e e n wat e r & b o d e m
4.2 D R I E L A N G E T E R M I J N S T R AT E G I E Ë N VO O R H E T WAT E R S YS T E E M Welke structuren zijn te beschouwen als een hard uitgangspunt voor het toekomstige watersysteem? De ontwikkelruimte voor het toekomstige watersysteem is niet onbeperkt, we beginnen niet met een blanco ondergrond. De geomorfologische hoofdstructuur beschouwen we als basis evenals een aantal hoofdingrepen op die structuur vanuit verleden tot nu. Daarnaast beschouwen we een aantal onomstreden beleidsmatige uitgangspunten voor de ontwikkelingsrichting van dit gebied ook als uitgangspunt voor de inrichting van het toekomstige watersysteem:
't BROEK
We noteren het volgende lijstje: ■ Geomorfologische hoofdstuctuur ■ Hoofd infra (nat en droog) ■ Groot aaneengesloten landbouwkerngebied ■ Samenhangend riviergebonden ecologisch systeem ■ Stedenband met tussenliggende landschapsontwikkelzones L A N G E T E R M I J N S T R AT E G I E Z O E T W AT E R V O O R Z I E N I N G Binnen het hierboven geschetste raamwerk ligt de zoekruimte voor het toekomstige watersysteem. Omdat we de ‘balansopgave’ voor het watersysteem
HOOFD INFRA LANDSCHAPSONTWIKKELZONE
centraal hebben gesteld wordt de vraag of er meerdere lange termijnperspectieven denkbaar zijn vooral bepaald door verschillende strategieën voor de omgang met de beschikbare (zoet)waterbronnen en hoe die in te zetten in de periode met een neerslag tekort. De zoekruimte om te komen tot de optimale waterstrategie wordt bepaald door 3 strategieën: ■ Strategie optimaliseren watersysteem en inzetten effluent RWZI ■ Strategie bergen & vasthouden ■ Strategie pompen en aanvoeren
RIJNSTRANGEN
oplossingsrichtingen lange termijn en tijdspad van nu naar straks
33
Strategie optimaliseren watersysteem en inzetten effluent RWZI
van met name van toepassing op het landelijk gebied, maar ook voor het stedelijk
Deze strategie start vanuit het functioneren van het huidige watersysteem,
gebied kan extra waterberging nodig zijn, als bron om watergangen stromend te
verkent hoe in relatie tot het huidige grondgebruik en de daaraan gekoppelde
houden en voor eventuele infiltratievoorzieningen. Overigens kunnen de water-
inrichtingseisen het beschikbare water langer kan worden vastgehouden en zet
bergingen ook benut worden voor waterberging om wateroverlast te verminderen.
daarnaast in op het beschikbaar stellen van het beter gezuiverde effluent van de RWZI voor het regionale watersysteem i.p.v. lozing op de IJssel. Deze strategie
Strategie pompen en aanvoeren
is van toepassing op zowel het stedelijk als landelijk gebied en is naast de lange
Uitgaande van het gegeven dat we in een groot deel van het gebied te maken
termijn ook voor de korte en lange termijn toepasbaar.
hebben met een poldersysteem met zeer beperkte mogelijkheden om neerslag-water in de bodem of het watersysteem zelf vast te houden, wordt in deze
Strategie bergen & vasthouden
lange termijn strategie ingezet om de mogelijkheid van aanvoer van rivierwater te
In deze lange termijn strategie wordt een bergingssysteem ontwikkeld waarbij
benutten. Tegelijkertijd staat de aanvoer van rivierwater in droge perioden haaks