CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

A12-20250929-37-vka-coll-beleidskader-biodiversiteit-bijlage-01-beleidskader

Raadsvergadering 29 september 2025, gemeente WestervoortBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken22.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Afbeelding 4.3: De positie van BKN voor het Nederlandse landschap en wat er nodig is om Nederland uit de natuurarmoede te brengen bron: Kennisdocument Basiskwaliteit Natuur, Meesters et al. 2024)

maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving en het provinciaal Kader leefbare verstedelijking Gelderland. 

De 3-30-300 regel is een voorbeeld van een norm om de mate van vergroening te toetsen. Deze norm gaat ervan dat uit iedere woning zicht heeft op 3 bomen, 30% van een wijk is

29

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

bedekt door boomkronen (valt in de schaduw van bomen) en vanuit elke woning is er op 300 meter afstand een verkoelend parkje. Mits aangesloten op data is dit een goed meetbare methode. Hierbij zorgen dat regel met oog op biodiversiteit wordt toegepast. 

Beide hiervoor genoemde normen geven een basis/vertrekpunt om te zorgen voor meer groen. Of daarmee ook de biodiversiteit een stimulans krijgt is dan nog niet geborgd. Dit kan bijvoorbeeld middels een puntensysteem gekoppeld aan de aanwezigheid en de mate ontwikkeling van natuurlijke habitattypen als struwelen, ruigte en pionierbegroeiingen (bv methode Renkum) danwel aan het aanbieden van verblijfplaatsen met bijbehorend leefge-

4.7 Ecologisch beheer openbaar groen Een relatief eenvoudige manier om de biodiversiteit in de gemeente te vergroten is door bij het beheren van het openbaar groen en water meer rekening te houden met wilde planten en dieren en meer mee te werken met de natuurlijke processen. We kunnen bijvoorbeeld nog winst behalen door meer ecologisch en gefaseerd te maaien en lang gras in de winter te laten overstaan. Nu worden vooral de bermen extensief gemaaid en voort verkeersveiligheid. Bij de bermen ook maaien en ruimen kunnen worden ingevoerd, dit wel inzet van andere machines en kosten voor het afvoeren van het maaisel (link Agricycling). Ook ligt er een kans bij het omvormen van gazons naar bermen.

bied voor bepaalde soorten (bv methode Ede of Arnhem). Het is belangrijk om daarbij wel te zorgen voor een juiste beeldvorming. Ecologisch groen kan een Daarnaast is het ook belangrijk om te bepalen en mee te laten wegen wat het effect is van het verwijderen van groen en dat de juiste belangenafwegingen hierbij wordt gemaakt. Door in te zetten op meer en beter groen en biodiversiteit worden ook andere factoren als geluid, fijn stof, vastleggen van CO2 positief beïnvloed.

deel van het jaar er minder ‘netjes’ uitzien. Ecologisch gezien is het vaak hoe ‘rommeliger’ des te beter het is voor de natuur en dit is niet altijd wat mensen gewend zijn of verwachten. Ook worden vaak soorten die het niet nodig hebben om gestimuleerd te worden, zoals algemene zangvogels en opvallend bloeiende planten, bevoordeeld ten opzichte van soorten die wel bescherming nodig

De punten uit dit hoofdstuk werken we nog uit in een lokale aanpak voor natuurinclusief ontwik-

hebben maar er niet aantrekkelijk uitzien of een verborgen leven leiden. Duidelijke (ecologische)

kelen.

instructies over de uitvoering van de projectvoorstellen en voorlichting aan inwoners is nodig zodat zij ook begrijpen wat er wel en niet mogelijk is, hoe het er op termijn en door het jaar heen uit gaat zien en wat belangrijk is om in stand te houden of te verbeteren. @ 4.7 Invoeren van ecologisch beheer bij het beheren van delen van openbaar groen en vooral het maaien van het gras (maaibeleid) en inwoners en uitvoerende partijen hierover informeren. Belangrijke aspecten van ecologisch beheer zijn: 

De bodem bedekt houden zodat uitdroging wordt voorkomen, maar creëer zo hier en daar ook open (zandige) zonplekken voor bijvoorbeeld insecten en reptielen.

(Bloeiende) inheemse vaste planten en struiken als onderbegroeiing laten staan of deze ontwikkelen (zorgen voor gelaagdheid).

Werkzaamheden als snoeien en maaien zoveel mogelijk gefaseerd uitvoeren zodat alle leeftijdsfasen naast elkaar kunnen voorkomen en er altijd voedselplekken of verblijfplaatsen

Windmolens, bedrijventerrein Nieuwgraaf

beschikbaar zijn.

30

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Snoei- en maaiwerkzaamheden richten op ontwikkeling van gewenste soorten. Dit vraagt vaak meer maatwerk en een planmatige aanpak.

4.8 Inzet gedragscode Een van de instrumenten uit de natuurwetgeving zoals opgenomen in de Omgevingswet, zie kader

Snoeihout waar mogelijk en gewenst in de vorm van takkenrillen in het vak laten liggen.

Natuurbeschermingsregels, is een gedragscode. Door te handelen volgens een gedragscode wordt

Een aandachtspunt bij het invoeren van meer ecologisch beheer dat dit ook wordt afgestemd met

een ‘vrijstelling’ verkregen voor het beperkt overtreden van de wettelijke verboden. Een gedrags-

de uitvoeringsorganisatie en aannemers. Zijn werken op dit moment hoofdzakelijk op basis van

code kent een geldigheidstermijn van 5 jaar en voorkomt dat voor veel voorkomende werkzaamhe-

CROW-onderhoudskwaliteiten (A+ t/m D) waarin geen rekening wordt gehouden met de ecolo-

den steeds per project of activiteit een vergunning voor een ‘flora- en fauna-activiteit’ hoeft te wor-

gische aspecten. Bij de onkruidbestrijding is het bijvoorbeeld mogelijk om aan te geven dat lokaal

den aangevraagd.

beschermwaardige soorten niet meetellen en niet verwijderd hoeven te worden. In geval ecologisch beheer extern wordt uitgevraagd is het belangrijk om van de in schrijvende partijen ook aantoonbare ecologische kennis te vragen door bijvoorbeeld certificaten Kleurkeur of Blauwkeur ‘ecologisch’ erkende machines9 en zorgvuldig handelen soortenbescherming te eisen of belonen ingeval (icoon)soorten zich goed ontwikkelen.

Voor gemeenten en organisaties die in opdracht of onder regie van gemeenten werken is de ‘Gedragscode soortbescherming gemeenten’ van Koninklijke Vereniging Stadswerk beschikbaar. De gedragscode bevat de minimale maatregelen voor het omgaan met de wettelijk beschermde soorten. Gemeenten kunnen hier beleidsmatig soorten aan toevoegen. Om hiermee te kunnen werken is een besluit nodig dat inzetten van de gedragscode ‘vastgesteld beleid’ is en een op maat uitgewerkt ecologisch werkprotocol. @ 4.8 Op dit moment werken we al met deze gedragscode bij het beheer van het openbaar groen. Dit blijven we voortzetten en gaan dit ook doen bij (kleinschalige) projecten.

Natuurbeschermingsregels De natuurbeschermingsregels uit de Omgevingswet* (o.a. uitgewerkt in het Besluit activiteiten leefomgeving) gelden altijd, overal en voor iedereen en dus ook bij de inrichting en het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in de gemeente. De wet schrijft voor dat er zorgvuldig omgegaan moet worden met alle van nature in Nederland voorkomende planten en dieren, de zogenaamde inheemse soorten, en in het bijzonder de door deze wet beschermde soorten. Het is onder meer verboden om dieren te doden of schade aan hun rust- en voortplantingsplaatsen toe te brengen. Om de openbare ruimte te kunnen inrichten en beheren is het in bepaalde situaties niet te voorkomen dat soorten nadelige effecten van werkzaamheden ondervinden. De wet kent een aantal instrumenten om hier mee om te gaan:

Rottumstraat -Texelstraat, Duiven

9

Zie onderzoek Vlinderstichting naar de effecten van 3 typen maaimachines op de biodiversiteit.

31

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Vrijstelling, de provincie bepaalt voor welke soorten dit geldt.

Met een soortenmanagementplan kan de provincie voor 10 jaar en voor een hele of deel van de

Vergunning, per project voor de looptijd van het project of per gebied meestal voor 10 jaar bij de pro-

gemeente een omgevingsvergunning afgeven voor onder andere het verduurzamen van woningen.

vincie aan te vragen.

Het opstellen van een soortenmanagementplan duurt ongeveer 1 tot 2 jaar en gaat over alle woon-

Vrijstelling voor 5 jaar op basis van een door de minister of provincie goedgekeurde gedragscode.

Vrijstelling voor 10 jaar op basis van een gebiedsgericht soortenmanagementplan (SMP).

kernen in een gemeente. Deze omgevingsvergunning geldt dan voor alle inwoners die hun huis gaan verduurzamen, alleen als ze dit melden bij hun gemeente. Met de subsidie voor soortenma-

Door met een gedragscode te werken wordt altijd zorgvuldig en juridisch correct gewerkt. Het beperkt ook het aantal procedures voor het aanvragen van ontheffingen en zorgt dat de werkwijze van de gemeente transparant

nagementplannen helpt de provincie gemeenten om de verduurzaming van woningen te versnellen. Door als gemeente ecologisch onderzoek te doen in de hele gemeente hoeven particulieren die af-

en aantoonbaar is. Een gedragscode wordt door de minister, en bij landelijk inzetbare gedragscodes na advies van de provincies, aangewezen voor een periode van 5 jaar. Er geldt dan een vrijstelling voor in de gedragscode

zonderlijk doen en wordt centraal gezorgd voor voldoende alternatieve verblijfplaatsen. Daarmee voorkomen we dat subsidies worden gegeven voor na-isolatie opgaven terwijl daarmee verboden

genoemde werkzaamheden en soorten.

kunnen worden overtreden omdat er dieren van gedood. Het opstellen van een soortenmanagementplan is op dit moment niet verplicht. Wel is in het kader van landelijke aanpak Natuurvriendelijk Isoleren (NVI), zie tekstkader, afgesproken dat er op basis van tijdelijk maatregel op kleine schaal toch op korte termijn na-isolatie kan worden toegepast. @ 4.9 We kiezen ervoor om onze inwoners te faciliteren bij het na-isoleren van hun woningen. Wij nemen daarvoor (een deel) van het daarvoor benodigde ecologisch onderzoek voor rekening dooreen soortenmanagementplan op te stellen.

Wat is de landelijke aanpak Natuurvriendelijk Isoleren (NVI)? Emmerik, Westervoort In mei 2024 hebben de ministeries van BZK en LNV, het IPO en de VNG afspraken gemaakt over een landelijke aanpak voor natuurvriendelijk isoleren. Alle provincies hebben hiermee ingestemd waarmee het NVI wordt ge-

4.9 Inzet soortenmanagementplan

doogd. Dit betekent dat particuliere woningeigenaren alleen nog mogen na-isoleren als er een vergunning voor is of er wordt voldaan aan de NVI:

Kwetsbare dieren- en plantensoorten worden wettelijke beschermd door de Omgevingswet. Deze

huismus, gierzwaluw, vleermuizen in de vorm van verblijfplaatsen.

wet verbiedt onder andere het vernietigen, doden en verwonden van beschermde dieren- en plantensoorten en het wegnemen van hun verblijfplaatsen. Dit kan de verduurzaming van woningen en gebouwen in de weg staan. In een soortenmanagementplan (SMP) staat welke beschermde diersoorten en hun aantallen er in de woonkernen voorkomen, welke verblijfplekken ze hebben en waar hun nesten zijn. Ook beschrijft het de werkwijze en de maatregelen die nodig zijn om de die-

De gemeente realiseert extra compenserende maatregelen voor wettelijk zwaar beschermde soorten als

De woningeigenaar hoeft geen vergunning aan te vragen en geen voorafgaand ecologisch onderzoek uit te voeren als zij een isolatiebedrijf inschakelt dat natuurvriendelijk isoleert.

De NVI is een tijdelijke maatregel (max. 3 jaar) voor een beperkt aantal woningen per gemeente.

De gedoogconstructie geldt tot de gemeente een gebiedsgerichte omgevingsvergunning heeft op basis van een soortenmanagementplan (SMP).

ren te beschermen.

32

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

TABEL H4 – Soortenbeleid en -bescherming

TABEL H4 – Soortenbeleid en -bescherming

Wat is onze ambitie?

Wat willen we nog uitwerken?

1. We realiseren, aansluitend aan het Gelders Na-

a.

Wat is onze ambitie?

Realisatie voorgestelde loca-

veel andere soorten als kleine zoogdieren. @ 4.5,

tuurnetwerk, een aaneengesloten lokaal natuur-

ties voor ecologisch groen en

4.6

netwerk van groene kerngebieden en groen-

ecologische structuren (zie se-

blauwe verbindingszones waar inrichting en be-

parate kaartbijlagen).

heer zich expliciet richten op behoud, versterking

b.

en ontwikkeling van natuurwaarden @ 4.1, 4.2

2. Het in kaart brengen en de ontwikkelingen volgen

a.

Wat willen we nog uitwerken? c.

Implementatie groennormen in ontwerp- en beheerprocessen.

d.

Handreiking/tips met (meer) ruimte voor natuurlijk spelen.

Beheeradvies voor aange-

e.

Voorlichting aan inwoners over

duide kansrijke locaties en

activiteiten van de gemeente

ecologische structuren.

over biodiversiteit. f.

Monitoringsplan voor be-

Inbrengen van eisen en wen-

(monitoren) van de beschermde soorten binnen

schermde en lokale Rode lijst

sen voor groen- en natuurin-

het openbaar groen en water in de dorpskernen en

en icoonsoorten (focus op vo-

clusief bouwen bij RO en ver-

van de landschappelijke elementen. In de natuur-

gels met vaste nesten, boom-

gunningverlening (VTH).

gebieden is voorzien in monitoring via de provincie.

bewonende vleermuizen, vlin-

Het is een wettelijke taak om lokale populaties be-

ders en insecten met waard-

schermde soorten minimaal in stand te houden. @

planten in openbaar groen,

4.3, 4.4

vaatplanten).

groen en vooral bij gras, beplantingen en oevers.

houdskwaliteiten en -bestek-

Uitvoeren monitoring op basis

@ 4.7

ken (link CROW-beeldkwaliteit

b.

g.

gronden. 4. Invoeren van ecologisch beheer van openbaar

a.

van monitoringsplan. c.

d.

Eisen aan gebruik van pacht-

Afstemming IBOR-onder-

bewaken).

Faunavoorzieningen opnemen

b.

Aanbesteden bestekken en

in beheersysteem en beheren.

aanbestedingsproces (ecolo-

Lid worden van NDFF en

gische kennis uitvragen).

uploaden van soortgegevens

c.

(ook uitleggen).

Opstellen werkplan ecologisch beheer.

Keuze en lokaal uitwerken van

d.

Nota maaibeleid herijken.

van groene, civiele en woningbouwprojecten en

de toepassing van groene nor-

e.

Afstemming waterschap be-

speelplekken. We leggen het accent op het cre-

men (bv. minimaal groenare-

eren van goede leefomstandigheden voor insecten

aal, BKN, 3-30-300).

3. Biodiversiteit krijgt meer prioriteit bij de inrichting

(o.a. vlinders en bijen) vogels en meer variatie in

a.

b.

Uitwerken van groennormen

soorten beplanting waarmee gelijktijdig een brede

voor natuurinclusief ontwerpen

basis wordt gelegd met geschikte habitats voor

inclusief bijbehorend beheer.

heer oevers.

5. Inzetten van de Gedragscode soortenbescherming gemeenten (Stadswerk) bij aanleg en beheer

f.

Voorlichting aan inwoners.

a.

Uitwerken van een ecologisch werkprotocol voor aanleg en beheerwerkzaamheden.

33

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

TABEL H4 – Soortenbeleid en -bescherming Wat is onze ambitie? van openbaar groen (eigen dienst en aannemers)

Wat willen we nog uitwerken? b.

Actueel houden van kennis over voorkomende soorten en

en bij toetsen van projecten. @ 4.8

het zorgvuldig inventariseren en handelen. 6. Inzetten op SMP om na-isolatie door inwoners te

a.

faciliteren.@4.9

Uitwerken van een SMP in het kader van na-isolatie van woningen.

b.

Monitoren van gebouwbewonende soorten en gebruik van aangebrachte voorzieningen (o.a. kraamverblijfplaatsen).

34

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

5. GROENBLAUWE STRUCTUURKAART Een robuust, aaneengesloten en samenhangend netwerk van ecologische en groen-blauwe structuren zorgt ervoor dat waarden en functies als beleving, gebruik, biodiversiteit en klimaatadaptatie een optimale invulling kunnen krijgen. In dit hoofdstuk beschrijven we wat wij verstaan onder de groen-blauwe structuur en geeft de huidige en gewenste situatie weer. We sluiten af met onze ambities en hiermee samenhangende beleidsafspraken; deze zijn met een @ gemarkeerd. De groenstructuurkaart en de onderliggende ecologische kansenkaart zijn aparte kaartbijlagen.

Wat vinden onze inwoners en/of experts 

Aaneengesloten gebiedjes geven meer garantie voor een betere biodiversiteit. Dat moeten we in het beleidsplan meenemen (uit enquête).

Bij de ontwikkeling van de Plakse weide in Duiven ook de gewenste groenstructuren meegeven zodat deze vooraf kunnen worden ingepast (uit expertgroep).

Begijneslag, Westervoort

35

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

5.1 Opbouw kaarten De bij dit beleidskader behorend kaarten zijn bestaan uit twee kaarten: 

De lokale groen-blauwe structuur, zie paragaaf 5.2.

De lokale ecologische kansenkaart, zie paragraaf 5.3.

verdwijnen, aantasten of niet realiseren van deze groen-blauwe structuren heeft hiervoor vèr-strekkende gevolgen. Bij het aanwijzen van de groen-blauwe structuur is steeds aangehaakt bij de landschappelijke en stedelijke ontwikkeling, de cultuurhistorie en de ecologische waarden van het groen en het water. Het gaat om groenvoorzieningen die verbonden zijn met rivieren, kanalen, plassen, verbindingswe-

In de navolgende paragrafen geven we van elke kaart weer waar deze voor bedoeld is, hoe deze kan worden gebruikt en wat de belangrijkste onderdelen zijn. In elk paragraaf is een uitsnede van de kaart als illustratie opgenomen. De volledige kaarten zijn separaat bijgevoegd.

5.2 Betekenis en functie groen-blauwe raamwerk

gen, cultuurhistorisch waardevolle paden of wegen, landgoederen, parken of andere waardevolle objecten of gebieden. Ook openbaar groen en water dat van belang is voor spelen, ecologie, recreatief routenetwerk of infiltratie van water is opgenomen op de groen-blauwe structuurvisiekaart. Op die locaties waar kansen liggen voor herstel, versterking of ontwikkeling van de groen-blauwe structuur is dit aangeduid als gewenste verbinding of uitbreiding van de groen-blauwe structuur.

Het begrip ‘groen-blauwe raamwerk’ laat zich het best omschrijven als ‘de samenhang tussen al

Deze verbindingen vooral bedoeld om zoogdieren, kikkers, vlinders en andere insecten van voed-

het groen en het water met elkaar en de omgeving’. De ecologische waarde van een groenblauwe

sel, schuil-, rust- en verblijfplaatsen te voorzien en te zorgen dat zijn zich veilig kunnen verplaatsen.

structuur vormt hiervoor de basis, maar cultuurhistorie en stedenbouwkundige en landschappelijke In de navolgende tabel zijn de onderdelen van de verschillende structuren en de mate waarin beidentiteit zijn meegewogen. Het gaat dan zowel om punten (bomen en boomgroepen), lijnen (lanen, houd, bescherming of uitwisselbaarheid weergegeven. watergangen) als vlakken (parken, waterpartijen) die gezamenlijk een ruimtelijk en functioneel saNAAM

Groen-blauwe structuur

NIVEAU

menhangend geheel vormen.

Gemeente

Wijk of buurt

Straat

het samenstellen van de groen-blauwe structuurkaart is steeds dit onderscheid gemaakt, zowel

Hoofdgroenstructuren

Nevengroenstructuren

Woonomgevingsgroen

voor het groen als het water. Alleen de hoofd- en nevenstructuren (zie navolgende tabel) zijn in het

Hoofdwaterstructuren

Nevenwaterstructuren

Woonomgevingswater

kaartbeeld opgenomen om het raamwerk goed zichtbaar te maken. De elementen die een rol spe-

Markante bomen

Markante bomen

Landschappelijk linten

Landschappelijk linten

Groene en blauwe verbindingen (hoofd)

Groene en blauwe verbindingen (neven)

Niet uitwisselbaar

Beperkt uitwisselbaar

Uitwisselbaar

Uitsluitend voor groenblauwe functies

Groen-blauwe functies en waarden prevaleren, maar meervoudig ruimtegebruik

Flexibele invulling met andere functies en waarden is mogelijk

Overig groen en water

palend binnen het gehele dorp (‘hoofdstructuur’), andere alleen voor een specifieke wijk of buurt (‘nevenstructuur’) en sommige alleen voor een individuele straat of pleintje (‘leefomgeving’). Bij

len op het niveau van de directe woon- of leefomgeving– en een fijnmazig netwerk daarbinnen vormen – zijn niet op de kaart aangeduid (op de achtergrond zichtbaar?) maar niet minder belangrijk.

LEGENDA-ONDERDEEL

Niet al het groen of water heeft dezelfde betekenis voor de structuur. Sommige onderdelen zijn be-

Het belang van het vastleggen van de groen-blauwe structuur in onze gemeente en het benoemen

van biodiversiteit, identiteit en leefbaarheid in onze kernen en het buitengebied. Het laten

STATUS

van wensen en kansen daarin is groot: de groen-blauwe structuur is medebepalend voor de mate

36

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

De kaart (zie kaartuitsnede, afbeelding 5.1) legt daarmee niet alleen vast wat de bestaande groenblauwe structuren zijn, maar geeft ook de groen-blauwe wensen aan. Hierbij is steeds zoveel mogelijk aangesloten op bestaande ruimtelijke visies en plannen, waarin vaak al ideeën of afspraken zijn vastgelegd over het groen en het water. Deze wensen en kansen zijn nu primair aangeduid

Afbeelding 5.1, Uitsnede van de blauwgroene structuurkaart met aanwezige structuren en de gewenste groene verbindingen, zie BIJLAGE VI, Legenda groenblauwe

structuurkaart.

Korte karakteristiek groen-blauwe structuur Duiven Duiven maakt deel uit van het stroomgebied van de Rijn. In het hooggelegen en afwisselende

vanuit ecologie, het groene vakgebied en vanuit het waterbeheer. Bij het maken van concrete plan-

oeverwallenlandschap langs de Rijn liggen de kernen Duiven, Loo en Groessen. Ten noorden

nen voor deze locaties moet dus nog een afweging plaatsvinden met andere belangen. In BIJLAGE

hiervan ligt het lage en open kommenlandschap, het Duivense Broek. In het zuiden ligt het

VI, Legenda is een uitgebreide toelichting op alle legenda-eenheden opgenomen. De kaart is een

buitendijkse uiterwaardenlandschap van het Pannerdensch Kanaal en de bedding van de

momentweergave van de situatie in zomer 2024 en is naderhand aangepast met de aanplant en

Oude Rijn; hier bepalen de natuurwaarden en rivierbeheer het beeld. Belangrijke structuren in

projecten uit winter 2024-2025.

het landschap zijn de weteringen in het Duivense Broek, de Oude Rijksweg tussen Westervoort en Zevenaar, de Rijnbandijken en de waterlopen. In de kern Duiven dragen momenteel de spoorlijn en de Rijksweg de hoofdgroenstructuren van noordwest naar zuidoost, samen met een waterloop die dwars door Duiven gaat. Met name het gebied rondom de waterloop en de spoorlijn zijn voor de biodiversiteit in Duiven waardevol. Park Nieuweling, Gemünden am Main Park en het Horsterpark vormen de voornaamste grotere groenblauwe gebieden in Duiven en zijn onderling verbonden door middel van de groenstroken langs de spoorlijn en de waterloop. De kern Loo ligt tegen de winterdijk van de Nederrijn in het zuidwesten van de gemeente. De hoofdgroenstructuur wordt hier bepaald door de Loodijk en de bomenrijen langs de Loostraat en de Husselarijstraat. De hoofdgroenstructuur van de kern Groessen wordt vooral bepaald door het groene dorpslint dat gevormd wordt door het groen langs de Dorpsstraat en de Achtergaardsestraat. Het kerkhof en de speeltuin langs de Tempelstraat vormen de groene kern met uitloop naar het buitengebied in het zuiden.

37

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Halve Morgen-Ringweg, Westervoort Fabritiuststraat, Duiven

Korte karakteristiek groen-blauwe structuur Westervoort Westervoort is ontstaan op de oeverwallen van de IJssel. Na de aanleg van de dijken in de 14e eeuw werd het aantrekkelijker om hier te wonen en in de 18e eeuw ontstonden hier verschillende handelsroutes die tot op de dag van vandaag de hoofdstructuren in het dorp bepalen. De Hamerseweg, de Klapstraat en de Heilweg vormen belangrijke groenstructuren. Samen met de groenstrook die aan weerskanten van de spoorlijn ligt, vormen deze thans een groene verbinding in oost-westelijke richting tussen de uiterwaarde van de IJssel en de komgronden in het oosten. Vooral de zuidelijke wijken hebben een sterke groen-blauwe structuur door de waterloop die vanuit Vredenburg via park Emmerik en de Lange Maat naar zowel het oosten als het zuiden loopt naar respectievelijk Park Steenderens en Fort Geldersoord. De structuren van het buitengebied worden aan de noord-, west- en zuidkant op natuurlijke wijze bepaald door de loop van de IJssel met de bijbehorende uiterwaarden IJsselwaard en Hondsbroekse Pleij. Deze gebieden zijn voor zowel de biodiversiteit als de recreatie binnen de gemeente Westervoort erg waardevol. De oostkant is een open, landelijk gebied met akkers en weilanden.

38

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

5.3 Betekenis en functie ecologische kansenkaart Naast de groenstructuurkaart is er een ecologische kansenkaart opgesteld, zie afbeelding 5.2 voor een uitsnede ervan. Op basis van bronnenonderzoek en terreinbezoeken is een beeld gevormd van de soorten planten en dieren die lokaal beschermenswaardig en/of te ontwikkelen zijn.

De ecologische kansenkaart is opgebouwd uit een aantal lagen. De kaart is globaal van opzet en geeft per ingekleurd perceel het aanwezige of gewenste habitat weer en de van symbolen voorziene locaties de richting aan voor projecten voor het vergroten van de biodiversiteit. De gehanteerde habitattypes zijn gebaseerd op het boek ‘Ecologisch groenbeheer in de praktijk’ van IPC Groene Ruimte. Het gewenste habitattype kan al in een functionerend habitat aanwezig zijn (effen kleur op kaart) of is als een te verbeteren of gewenst habitat aangegeven (gestippelde kleuren). Dit is eveneens aangegeven met betreffende gestippelde kleuren en soms met een indicatieve vorm, zie tabel 5.2. Aan elk habitattype is een lijst gekoppeld met daarin kenmerken, verschijningsvormen, gewenste soorten en beheermaatregelen, zie BIJLAGE VII, maatregelen per habitattype. De overige vlakken en symbolen, zie tabel 5.3, zijn gebruikt om gebieden te verduidelijken. Op de kaart zijn de habitattypen als vlakken aangegeven waarbij de habitattypen zodanig zijn gekozen dat er robuuste groenzones kunnen ontstaan. Met name tussen de gemeentelijke groenvoorzieningen onderling en met het buitengebied. Er is niet gestreefd om hierin volledig te zijn, maar wel om de belangrijkste vakken en verbindingen voor het openbaar groen in beeld te hebben. De symbolen zoals genoemd in tabel 5.3 zijn locatiesymbolen.

Deze geven aan welke kansen zich op een locatie voordoen, bijvoorbeeld om te vergroenen of om de biodiversiteit te verhogen. Het betreft een momentopname van de situatie per begin 2025.

Onderscheiden habitattypes Bos en struweel – bestaand en gewenst Graslandvegetatie – bestaand en gewenst Pioniersbegroeiing – bestaand en gewenst Afbeelding 5.2, Uitsnede ecologische kansenkaart

Ruigtevegetatie/akkerrand/vaste planten – bestaand en gewenst Water en verlandingsvegetatie – bestaand en gewenst Oude gebouwen/muren – bestaand en gewenst Tabel 5.2. Legenda-eenheden kaart: globale habitattypes

39

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

De insteek is om het karakter van een ‘aantrekkelijk groene, water- en natuurrijke gemeente’ op

Overige vlakken

duurzame wijze te behouden en verder te versterken. Om dit te bereiken vormen bomen, natuurgeVergroeningslocatie

Hittestressgebieden

Terrein particulier/derden

Locaties niet in eigendom gemeente

Vergroeningslocatie

Gebieden die op de klimaatkaarten als gebie-

bieden, beken en waterlopen, groengebieden en bermen tezamen een robuust groen-blauw raamwerk dat: 

dieren.

den met hittestress zijn aangemerkt 

Kansen of verbetervoorstellen

Kansen of verbetervoorstellen

Kansen of verbetervoorstellen

Laaghangend fruit

Zorgt voor het opvangen en vasthouden van regenwater en het bieden van verkoeling bij hoge temperaturen.

 Op termijn veel te halen

Ervoor zorgt dat alle belangrijke groengebieden – binnen en buiten de kom – onderling verbonden zijn.

 Samen met derden

Tabel 5.3. Legenda eenheden kaart: overige vlakken en symbolen

Ruimte en verbindingsmogelijkheden biedt voor een variatie aan gebiedseigen planten en

Doordringt tot in de ‘haarvaten’ van de wijken en buurten in de vorm van woonomgevingsgroen.

Zorgt voor een groene, aantrekkelijke leefomgeving die uitnodigt voor ontspannende activiteiten en spontane ontmoetingen met gelegenheid voor samen doen.

@ 5.3 Op de kaart zijn de voorkomende leefgebieden/habitats aangeduid en in combinatie met de

soortenlijst formuleren we hier de komende jaren de ontwikkelopgaven voor.

pelijke deelgebieden. 

5.4 Onze groen-blauwe structuur In de huidige situatie geldt dat er een goede basis ligt voor het realiseren van het na te streven

Bijdraagt aan de specifieke identiteit en eigen (groen)karakter van de dorpen en landschap-

Vakkundig onderhouden wordt met de focus op gezond, vitaal en duurzaam groen, in afstemming met beleidsplan en beheerplan IBOR.

@ 5.2 We realiseren dit groen-blauwe netwerk door:

‘robuuste aaneengesloten groen-blauwe raamwerk’. Echter: het komt nog geregeld voor dat groengebieden, parken of bomenrijen een geïsoleerde ligging kennen, verbindende schakels ontbreken of dat waardevolle structuren in de loop der jaren ‘verbrokkeld’ zijn en hierdoor nog maar beperkt zichtbaar of functioneel. Ook zijn soms in het (recente) verleden keuzes gemaakt die negatief uitpakken voor de groen-blauwe structuur.

De kwaliteit van bodem en water als leidend te laten zijn voor een ‘goede’ biodiversiteit.

Behoud en versterking van de bestaande groen-blauwe structuren.

De inrichting en het beheer van de groen-blauwe structuren af te stemmen op de flora- en faunadoelsoorten.

Positieve punten zijn dat er realistische kansen liggen om ontbrekende schakels te realiseren – zowel binnen de gemeenten als met de wijdere omgeving – en om de kwaliteit van de bestaande groen-blauwe structuur te verbeteren. Zo kunnen we bijvoorbeeld aansluiten bij het groenblauwe raamwerk project binnen het Regioarrangement van het Rijk voor de Groene Metropool Regio Arnhem Nijmegen (GMR11)

40

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Voorbeelden van nieuwe groen-blauwe structuren en recente vergroening Voorbeelden van projecten waar al wordt gewerkt aan de groen-blauwe structuren zijn: 

Centrumplan Westervoort waarbij ook de openbare ruimte groener wordt gemaakt.

Herinrichting van de Heilweg tussen Duiven en Westervoort. Voor de herinrichting moeten enkele bomen gekapt worden. Dit is noodzakelijk om het wegprofiel – de indeling van de weg, het fietspad, de stoep en het groen – op sommige plekken aan te passen. Daarbij worden kabels en leidingen verlegd. De gekapte bomen worden vervangen door een groter aantal nieuwe bomen, bestaande uit diverse soorten, om de biodiversiteit te bevorderen.

Rijksweg richting, Westervoort

Ontwikkeling van een zoveel mogelijk samenhangend en robuust netwerk van groen en water door het realiseren van de aangegeven verbindingen in de groen-blauwe structuren

In ontwikkeling is het project Tussengebied Duiven en Westervoort.

Centrumplan Duiven met biodiverse vergroening (vaste planten).

Bedrijventerrein Innofase.

en daarbinnen een fijnmazig netwerk van landschappelijke elementen (bv singels, knotbomen), poelen en akkerranden10. 

parels ‘aan elkaar geknoopt’ door begeleidende (boom)beplantingen langs wegen en stra-

Hagen, heggen, houtwallen, singels, poelen en oude bomen in het landschap (‘landschapselemen-

ten – voor zoverre passend – door te zetten, ontbrekende schakels toe te voegen en zo

ten’) zijn zeer waardevol als het gaat om biodiversiteit en ook voor recreatie en toerisme.

mogelijk aansluiting te zoeken met de particuliere parken en landgoederen, groengebieden

@ 5.3 We zetten daarom in op (extra) bescherming van bestaande landschappelijke elementen

van buurgemeenten en het landschap van het buitengebied. Op de kaarten zijn de ge-

op ons grondgebied en op de aanleg van nieuwe landschappelijke elementen door:

wenste verbindingen of ecologische ontwikkelingen ook aangegeven. Ook het vergroenen van gevels of daken kan hierbij van toegevoegde waarde zijn. 

5.5 Landschappelijke elementen

Waar mogelijk worden groengebieden, waterpartijen, groene en blauwe lijnen en groene

plannen en daar de juiste functie aan toe te kennen zodat ze beschermd kunnen worden.

Het areaal groen en water minimaal gelijk te houden en waar het kan groter te laten wor-

De landschappelijke elementen komen vooral voor in het buitengebied maar ook in of tus-

den. Daar waar particuliere tuinen geen bijdrage (kunnen) leveren, krijgt behoud van areaal de hoogste prioriteit. Daarnaast zijn in dit soort gebieden een hoge kwaliteit van het openbare groen en toepassing van zowel gevel- als dakgroen doorslaggevend voor een duurzaam gezonde leefomgeving. Voor verfijning kan verticaal groen zeker een rol spelen mits

Het borgen van de landschapselementen van de groenblauwe structuurkaart in omgevings-

sen de wijken en buurten en langs de dorpsranden. 

Het stimuleren van herstel, aanleg en onderhoud landschapselementen zoals dit in het Beleidsontwikkeling buitengebied wordt uitgewerkt (actualisatie van het bestaande ontwikkelbuitengebied en LOP

er aansluitingen op ander groen is.

10

Vanuit het project ‘IJssel anders’ (alle gebieden langs de hele IJssel) lopen er al gesprekken met boeren.

41

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

TABEL H5– Beleid Groen-blauwe structuur en ecologische laag Wat is onze ambitie?

Wat willen we nog uitwerken?

1. De groen-blauwe structuren worden ge-

a.

Prioritering en planning op basis van het

koesterd, kennen een duurzame in-

Meerjaren Onderhoudsplan om achter-

richting en krijgen prioriteit vanuit be-

standen in te lopen en inrichting te verbe-

heer.

teren.

2. Realiseren van de groen-blauwe struc-

a.

Vanuit lopende en nog te starten projecten aanleg van groenstructuren mee-

turen van de kaart.

nemen. Rijksweg-Westsingel, Duiven

3. Stimuleren van behoud en herstel van

b.

Zelf projecten initiëren.

a.

Uitwerken van voorlichting en subsidie en

landschappelijke elementen.

financieringsmogelijkheden van aanleg en herstel van landschappelijke elementen in afstemming of samenwerking met derden.

b.

Waar we hiervoor kansen zien de voedselketens te herstellen en daarin kunnen ook top-

Opstellen beheerplan gemeentelijke landschappelijke elementen

predatoren aanwezig zijn, passend bij de schaal van een bepaald (cultuur)landschap c.

Aanpassen kapverordening.

a.

Borgen groen-blauwe structuren incl kan-

(maatwerk rewilding). Voorbeelden zijn de zeearenden in de rivieren of de sperwers in be4. Hoofdstructuren zijn niet inwisselbaar

bouwd gebied; het gaat niet om grootschalige natuur als oerbossen. 

Het zoeken van samenwerking met partijen als Stichting Landschapsbeheer Gelderland11 (SLG) en volgen daarin ook het provinciale beleid voor onder meer de groenblauwe door-

voor andere functies; nevenstructuren

sen in Omgevingsplan. De kaart tot die

zijn beperkt inwisselbaar. Nadruk ligt op

tijd gebruiken we kaart als inspiratiebron.

instandhouding en creëren van kansen

Realiseren raamwerk benoemen als één

adering12.

voor versterking en uitbreiding. Deze

van de doelen voor bovenplanse vereve-

Het versterken van de handhaving op de kwaliteit buitenruimte en het landschap zodat ille-

kansen zijn op hoofdlijnen aangeduid

ning

gaal gebruik of verwijderen zonder toestemming minder voorkomt (link kapverordening).

op de kaart groen-blauwe structuren.

b.

Uitwerken van kaarten per wijk of deelgebied.

c.

Spelregels voor duurzaam behoud en inpassing.

11

Er is al een project voor Vergroening voor klimaatadaptatie Liemers.

12

Zie voorbeeld heggen en hagen gemeente Ede.

42

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

TABEL H5– Beleid Groen-blauwe structuur en ecologische laag Wat is onze ambitie?

Wat willen we nog uitwerken?

5. In geval wegens zwaarwegend maat-

a.

Instellen financiële voorziening; inclusief

schappelijk belang hoofd- en neven-

opstellen spelregels voor de wijze van

structuurgroen of -water moeten wijken,

compensatie en besteding van gelden bij

vindt compensatie plaats met aandacht

financiële compensatie.

voor versterking van de biodiversiteit, waarbij altijd wordt gestreefd naar het verbinden/verbonden houden van de groenstructuren. 6. Ruimtelijke ontwikkelingen worden aan-

a.

Voorbeeldlocaties of pilotprojecten ver-

gegrepen als kansen om de groen-

sterking en ontwikkeling groen-blauwe

blauwe structuren te versterken, uit te

structuur. Technische en kwalitatieve spe-

breiden of ontbrekende schakels te rea-

cificaties Natuur-inclusief bouwen.

liseren; hierbij gelden zowel kwantiteitsals kwaliteitsnormen. 7. Minimaal het huidige gemeentelijk

a.

Vastleggen om bij nieuwbouw groen- en

groenareaal behouden en streven om

wateraspecten (zoals effecten, compen-

areaal te vergroten.

satie, versterking t.a.v. kwaliteit of realiseren ontbrekende schakels) integraal en gelijkwaardig mee te wegen.

43

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

6. OMGAAN MET OVERLAST EN SCHADE Ondanks de brede maatschappelijke waarden kunnen bomen of andere groenvoorzieningen en planten en dieren op gespannen voet (komen te) staan met andere activiteiten en vanuit deze optiek als overlast gevend worden beschouwd. In dit hoofdstuk geven we weer hoe wij ons opstellen bij verschillende vormen waarbij (meer) biodiversiteit mogelijk nadelen kan opleveren. Dit is met een @ gemarkeerd.

Wat vinden onze inwoners en/of experts 

In dit tijdperk waarin we nu leven overheerst de mens. Deze levenswijze vernietigt uiteindelijk alle leven op aarde. Ook ons eigen leven. Wij zullen ons zelf moeten zien als onderdeel van de natuur (uit startbijeenkomst).

Het Duivense Broek is aangewezen als weidevogelgebied. Er zijn bomen gekapt om roofvogels tegen te gaan die de weidevogels eten. Hier is ecologisch winst te halen (uit expertgroep).

Locatie met Japanse duizendknoop, Goltackers Westervoort

44

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

6.1 Overlast van groen en natuur Er bestaat geen landelijk geldende definitie van overlast van groen, natuur of wilde dieren. Tot nu toe wordt meestal per individueel geval beoordeeld of aanvullende beheermaatregelen worden ge-

Verschillen jacht, beheer en schadebestrijding

troffen om de overlast of hinder te voorkomen, te beperken of weg te nemen. De vele belangen en

Jagen is het doden van dieren voor benutting. Mensen met een omgevingsvergunning jachtgeweerac-

functies in de openbare ruimte en de persoonlijke beleving van bewoners maken het echter belangrijk

tiviteit (sinds 2024, voorheen jachtakte) kunnen in een bepaalde periode, het jachtseizoen, een aantal

om als eigenaar en beheerder van het gemeentelijke groenareaal inclusief bomenbestand duidelijk

soorten bejagen (soorten kunnen per provincie wisselen!): fazant, konijn, houtduif, haas en wilde eend.

te zijn wanneer hier wel of niet op ingegaan wordt. Als sprake is van acuut gevaar voor de veiligheid

Meer informatie over de jacht lees je op de websites van de KNJV en de NOJG.

dan voorziet onze Verordening Fysieke Leefomgeving of Algemene Plaatselijke Verordening in wat

Soms richten dieren schade aan, dat kan bijvoorbeeld zijn aan grasland door ganzen. Als diersoorten

mogelijk is. In dit hoofdstuk worden de volgende aspecten en effecten van ‘overlast’ en vormen om

schade aanrichten, is er de mogelijkheid om hiertegen onder bepaalde voorwaarden in actie te komen.

daar mee om te gaan toegelicht en op welke wijze wij daarmee omgaan in onze gemeenten:

Hierbij gaat het onder andere om het voorkomen van landbouwschade, schade aan de natuur en de

Jacht, beheer en schadebestrijding.

bescherming van de openbare veiligheid en volksgezondheid. Diersoorten mogen alleen bestreden

Schadelijke invasieve soorten.

worden als er een landelijk of provinciale vrijstelling, aanwijzing, opdracht of vergunning van de provin-

Effecten van meer biodiversiteit op ontwikkelingen.

cie voor is. Dit beheer van populaties (bv. bij reeën) dan wel het bestrijden van dieren om schade te

Effecten op beeldkwaliteit openbare ruimte.

voorkomen (bv. bij ganzen) gebeurt meestal op basis van Faunabeheerplannen van de provinciale Faunabeheereenheden.

6.2 Jacht, beheer en schadebestrijding Jagen en biodiversiteit zijn nauw met elkaar verbonden. Jagen kan op verschillende manieren bijdragen aan het behoud van biodiversiteit, maar ook een bedreiging vormen. Het is een complex vraagstuk met diverse perspectieven en belangen. Jacht, beheer en schadebestrijding kan helpen om populaties te beheren of te reguleren en daarmee dominante soorten terug te dringen ten gunste van andere meer gewenste soorten. Daar tegenover staan dat overbejaging kan leiden tot het te veel uitdunnen van populaties en daarmee zorgt voor het (deels) verdwijnen van soorten. We zijn van mening dat jacht, beheer en schadebestrijding kan bijdragen aan onze biodiversiteit mits deze zorgvuldig wordt geregisseerd en uitgevoerd. Wij zijn binnen de bestuurlijke grens van onze gemeenten (gedeeld) eigenaar van gronden. Voor een deel zijn deze gronden gelegen binnen de bebouwde kom en voor een deel erbuiten. De gemeenten zijn in beginsel grondeigenaar, grondgebruiker en jachthouder van haar eigen gronden.

Reegeit in AVR-gebied, bedrijventerrein Nieuwgraaf

45

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Binnen dit eigendom valt het recht ook op grondgebruik en jacht. Deze rechten kunnen vervreemd

@ 6.3 Voor het voorkomen van overlast en schade van de soorten die we volgen werken we een

(uitgegeven) worden op basis van overeenkomst, het (bloot) eigendom blijft bij de gemeente. Een

plan uit met preventieve maatregelen (werkplan fauna) hiervoor. Bijvoorbeeld door het verbeteren

deel van onze gronden is op dit moment uitgegeven in grondgebruik op basis van een overeen-

van het leefgebied van deze soorten en daarmee versterken we ook de biodiversiteit. Waar moge-

komst (huur, bruikleen, (liberale of reguliere) pacht) en een deel van de gronden is in eigen beheer.

lijk sluiten we in het werkplan fauna aan op het faunabeheerplan van de FBE en maken daarin ook

In beide gevallen zijn er nu geen duidelijk spelregels en voorwaarden waarbinnen jacht, beheer en

duidelijk wat de wettelijke mogelijkheden danwel toegelaten handelswijzen14 zijn. De wijze van om-

schadebestrijding invulling krijgt (er is hier nog geen beleid voor).

gaan en maatregelen worden ook gedeeld en toegankelijk gemaakt voor beheer van de openbare

Een deel van de gronden in de gemeenten is uitgegeven aan jacht op basis van een jachthuurover-

ruimten en voor contacten met inwoners (KCC) zodat we de juiste informatie verstrekken.

eenkomst met 1 partij. De overeenkomst tussen gemeente en deze private partij geeft op dit moment wel invulling aan het aspect jacht maar nog onvoldoende inhoud aan en kader voor de vereisten voor schadebestrijding en beheer. Binnen de bestuurlijke grens van de gemeenten gelden wettelijke voorwaarden waarbinnen beheer en schadebestrijding van wilde dieren kan/mag plaats vinden. Binnen de bebouwde kom dienen we beleid met voorwaarden te hebben waarbinnen het beheer en de schadebestrijding plaatsvinden. Binnen de eigendomsgrenzen van de gronden van onze gemeenten kunnen we ook aanvullende eisen stellen (ook binnen de bebouwde kom). Ganzen, Westervoortse Broek

@ 6.1 We voeren zelf de regie op jacht, beheer en schadebestrijding op de gronden in eigendom van onze gemeenten (niet meer vervreemden aan 1 partij), wijzen daarvoor intern een bevoegd persoon als grondgebruiker en jachthouder aan en we werken daarbinnen samen met rechthebbenden en de Wildbeheereenheid (WBE) De Liemers en de Faunabeheereenheid (FBE) Gelderland13 waarin wij ook bestuurlijk vertegenwoordigd zijn. We zetten in op het voorkomen van schade en overlast (in de basis niet inzetten op schieten maar op bijvoorbeeld eieren schudden of andere preventieve maatregelen).

6.3 Schadelijke invasieve exoten Planten en dieren kunnen onder bepaalde omstandigheden uitgroeien tot een plaag. Er zijn dan te veel exemplaren van een soort op een bepaalde locatie en dit leidt tot overlast of schade. Daarom bestrijdt de overheid schadelijke exoten, soort die van nature niet voorkomen in Nederland of in Europa en voor schade of overlast zorgen. De schadelijke invasieve exoten zijn op de zogenaamde

@ 6.2 We brengen soorten waarmee knelpunten met wettelijke belangen als verkeersveiligheid en

Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen aan de biodiversiteit en/of eco-

volksgezondheid kunnen ontstaan in beeld (bv reeën of ganzen) en volgen deze soorten op basis

systeemdiensten. Of ze zullen dat in de toekomst waarschijnlijk gaan doen. Ze kunnen ook nade-

van een monitoringsprogramma waarin ook het aangereden wild (valwild) wordt meegenomen.

lige gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid, veiligheid of de economie.

13

14

https://www.faunabeheereenheid.nl/gelderland/PUBLICATIES

Bijvoorbeeld voor de wolf maakt de provincie het beleid, gemeenten voeren mede uit en informeren hierover.

46

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Voor soorten de op Unielijst staan geldt een Europees verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren. Daarnaast heeft Nederland 3 Aziatische duizendknopen, die niet op de Unielijst staan, nationaal aangewezen en voor deze soorten geldt in Nederland een handelsverbod.

6.4 Effecten van meer biodiversiteit Het is belangrijk om te beseffen dat planten en dieren zich maar beperkt door mensen laten sturen en vooral zelf bepalen waar ze gaan eten, zich verzorgen en zich voortplanten. Ook in de huidige situatie kunnen zich soorten ergens gaan vestigen en daar dient dan rekening mee worden gehou-

@ 6.4 Een aantal van de opgenomen invasieve soorten komt voor in onze gemeenten. Het gaat

den. Wel kunnen we tot op zekere hoogte sturen in welke soorten we binnen onze leefgebieden

onder meer om de Reuzenberenklauw en de Japanse duizendknoop. De locaties zijn bekend en er

willen laten vestigen. Door leefgebieden in te richten voor de natuurlijke vijanden van bepaalde

zijn inmiddels afspraken gemaakt over hoe op elk van de locaties de bestrijding wordt opgepakt15.

(plaag)soorten kunnen we de overlast door deze soorten beperken. Soms wordt de verspreiding

Deze planmatige werkwijze zetten we voort.

van een soort beïnvloed door factoren op een grotere schaal dan waar de gemeente invloed op

Naast de schadelijke invasieve soorten waarvoor er nu Europese en landelijke regels gelden zijn er ook (niet-schadelijke) invasieve soorten (bijvoorbeeld Jacobskruiskruid of Ambrosia) die in voor-

heeft, zoals bijvoorbeeld de wolf en de bever. In dat soort gevallen volgen wij als gemeente de landelijke en provinciale protocollen.

beeld voor een voedselbos wel van belang kunnen zijn. Hierbij zorgen we voor een goede balans

@ 6.5 We vinden het belangrijk dat bij ontwikkelingen natuur-inclusief wordt gehandeld en dat

tussen de meerwaarde van gewenste soorten voor biodiversiteit en mogelijke schadelijke effecten

indien een dergelijk ontwikkeling een langer periode – meerdere jaren – in beslag neemt ook in tus-

op mensen, huisdieren, gebruiksvee e.d. Tot slot zijn er ook soorten die voor overlast zorgen, maar

senliggende jaren er aandacht is voor natuur en biodiversiteit. Hier willen we in onze lokale regel-

hier wel van nature voorkomen, zoals de eikenprocessierups en de wintervlinder. Om overlast van

geving voor zover het binnen onze verantwoordelijkheid ligt ruimte voor bieden (hiervoor regels op-

deze soorten te beperken is het belangrijk om de openbare ruimte en leefgebieden dusdanig te be-

nemen in het Omgevingsplan). De landelijke natuurwetgeving dient echter wel altijd te worden na-

heren dat er ook voor hen een goede balans ontstaat om de schadelijke effecten klein te houden.

geleefd. Wanneer niet binnen de kaders van natuurwetgeving kan worden gewerkt dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Deze wordt alleen – en onder voorwaarden – verleend wanneer er sprake is van een wettelijk belang zoals openbare veiligheid of volksgezondheid. Voor kleinschalige ontwikkelingen is wellicht ook de inzet van een gedragscode soortenbescherming of een soortenmanagementplan een mogelijkheid. Naast toetsing aan de natuurwetgeving zal een ‘bouwplan/ontwikkeling’ ook aan vele andere criteria en wetgeving moeten worden getoetst voordat tot besluitvorming en uitvoering wordt gekomen. In dit licht ontstaan er een aantal mogelijkheden: 

Vestiging van soorten voorkomen: Alle percelen waar mogelijk gebouwd gaat worden totdat er wordt gebouwd geheel zodanig inrichten en onderhouden dat er geen soorten

Natuurcompensatie bedrijventerrein Nieuwgraaf

kunnen (gaan) leven. Dit komt neer op bv geheel geasfalteerd houden of frequent maaien tot zeer kort gras). Aangezien ruimtelijke ontwikkelingen vaak vele jaren duren en ruimte

15

Plannen van aanpak Aziatische duizendknopen en reuzenberenklauw gemeente Duiven en Westervoort (maart 2021)

47

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

een schaars goed is, is deze vorm ook een gemiste kans om de biodiversiteit al dan tijdelijk een boost te kunnen geven. 

Tijdelijke vestiging van soorten: Beoogde bouwpercelen dusdanig tijdelijk inrichten en beheren dat er tot aan de bouwactiviteiten een aantal soorten hier voedsel of een verblijfplaats kan vinden. Dit areaal benoemen en planmatig in stand houden en beheren. Door de wijze van inrichting en beheer kan wel enigszins worden gestuurd zodat zwaar beschermde soorten als vleermuizen en dassen zich er niet door aangetrokken voelen. Inzaaien met bijvoorbeeld kruidenrijk gras met een lokaal mengsels en dat 1 of 2 per jaar gefaseerd wordt gemaaid (maaisel afvoeren) of wordt begraasd, zorgt wel voor verspreiding en wellicht toename van een aantal lokale planten, insecten (bestuivers) en bijbehorende vogels of kleine zoogdieren.

(Deels) permanente vestiging van soorten: Omdat een beoogd bouwperceel zelden vo-

Notenlaan langs spoor, Horsterpark

ledig wordt bebouwd, kan het niet te bebouwen deel wellicht deels al als groen, landschappelijk element of natuur worden ingericht. Het te bebouwen deel dan als bij tijdelijke vestiging inrichten en onderhouden. Belangrijk is dat in het Omgevingsplan hierbij de juiste functies worden toegekend aan de (toekomstige) bouwpercelen en tussenliggende stroken. Dit kunnen ook tijdelijke functies zijn.

6.5 Effect op beeldkwaliteit openbare ruimte Bij het beheer van de openbare ruimte is in de afgelopen decennia vooral gestuurd op ‘schoon, veilig en heel’. Het werken met onderhoudsniveaus is daar onder meer de uitwerking van, zie het

@ 6.6 Bij de hiervoor geschetste mogelijkheden is een randvoorwaarde de aanwezigheid van een

IBOR-beleids en -beheerplan. Vooral niveau ‘Hoog/A+-A’ resulteert in een beeld van ‘netjes en ver-

permanent robuust groen-blauw raamwerk van groengebieden en water binnen de hele ge-

zorgd’ alsof het recent is aangelegd. Dit niveau in stand houden vraagt een grote onderhoudsin-

meente, dat zich ook qua inrichting en beheer richt op de lokaal aanwezige beschermde soorten,

spanning en komt nu alleen in centra en begraafplaatsen voor. Ook in particuliere tuinen is deze

zodat er permanent een ‘basiskwaliteit natuur’ of uitwijkmogelijkheden voor soorten beschikbaar

trend zichtbaar in de vorm van het verstenen van tuinen juist omdat deze onderhoudsarm zouden

zijn.

zijn. Dit betekent een verarming van de biodiversiteit.

Kortom we vinden het belangrijk om op allerlei vlakken en door iedereen – inwoners, bedrijven, ont-

Vanuit dit nette beeld is het voor veel inwoners wennen aan een beeld als gevolg van de toename

wikkelingen, gemeente en grondeigenaren – zorg te dragen voor versterking van de biodiversiteit.

van soorten en van het ecologische beheer waarbij natuur meer leidend is en er ook uitgebloeide

We zien het ook als kans om ons als maatschappelijk betrokken organisatie te profileren die be-

planten blijven staan en een vak niet meer volledig wordt gemaaid. Het is niet de bedoeling dat een

scherming van biodiversiteit belangrijk vindt en daar terreinen voor wil inrichten.

toename van biodiversiteit leidt tot vervuiling van de openbare ruimte. Het beeld zal soms wel enigszins ‘verwilderen’ omdat juist door het in de winter laten overstaan van uitgebloeide planten overwinteringsmogelijkheden worden gecreëerd voor bijvoorbeeld insecten en kleine zoogdieren.

48

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Een mooi voorbeeld waarbij het voorgaande al in de praktijk is toegepast is de herinrichting van de

TABEL H6 – Beleid Jacht, beheer en schadebestrijding

Mosterdhof in Westervoort. Hierbij worden onder de noemer van MooiMosterdhof, verschillende typen projecten in de wijk gebundeld en uitgevoerd dan met de inwoners van de wijk.

Wat is onze ambitie?

Wat willen we nog uitwerken? e.

Werkplan fauna met (preventieve)

@ 6.7 Dit vraagt om een actieve inzet op voorlichting en educatie over biodiversiteit. Niet alleen

maatregelen voor Duiven en Wester-

richting onze inwoners en bedrijven maar ook naar onze professionele partners die het onderhoud

voort incl * en **.

van de openbare ruimte uitvoeren (link aanbesteding nieuwe bestekken).

4. Er is inzicht in bij welke diersoorten en

a.

Per relevante soort (bv gans, ree, das,

waar, knelpunten met wettelijke belangen

houtduif, roek, wolf) hoe preventie, be-

kunnen optreden en welke preventieve

heer en schadebestrijding wordt vorm-

maatregelen er worden genomen (vooral

gegeven.

leefgebied gericht) of wanneer soortspeci-

b.

fiek over gegaan wordt op ingrijpen.

Indien nodig hiervoor ontheffing aanvragen.

c.

Monitoring van kwetsbare en schadeveroorzakende soorten.

d.

Opstellen van instructies per soort voor het KCC (hoe te handelen bij).

5. Voorkomende invasieve soorten worden

a.

planmatig bestreden.

Actueel houden Plannen van aanpak Aziatische duizendknopen en reuzen-

Ereprijs en smalle weegbree, Het Leuven Groessen

berenklauw. b.

Monitoren van locaties met invasieve exoten.

6. We stimuleren natuur-inclusieve ontwik-

TABEL H6 – Beleid Jacht, beheer en schadebestrijding Wat is onze ambitie?

Wat willen we nog uitwerken?

3. De gemeente wordt jachthouder zodra

a.

de lopende contracten zijn afgelopen. Uitgifte van jacht, beheer en schadebestrij-

stemd op het provinciaal faunabeheerplan.

Opnemen van regels hiervoor in het Omgevingsplan.

b.

Stimuleren van vergroening van bedrijventerreinen

en uitgegeven jacht. * Terugkoppeling binnen het Fauna registratie systeem (FRS) op basis van de afgegeven ontheffingen.

b.

ding vindt plaats op basis van een lokaal vastgesteld beleidskader dat is afge-

Kaarten met uitgegeven grondgebruik

a.

kelingen ook in de ontwikkelperiode.

Beleid en spelregels voor uitgeven van

De uitvoerder is hierin de verantwoordelijke zoals dit al geschied voor alle jachtgeweer activiteiten.

gronden voor jacht. c.

Bebouwingscontour jacht.

d.

Betrekken partijen voor uitvoering van nieuwe beleid.

** Soorten waar een ontheffing voor beschikbaar is (muntjak, wasbeer, marterhond, Nijlgans, Canadagans, Indische gans, Amerikaanse rivierkreeft, Rossestekelstaart, boerenganzen, verwilderde duif) en toekomstige overlastgevende soorten: Amerikaanse grijze eekhoorn, halsbandparkiet, muisparkiet.

49

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

BIJLAGEN

BIJLAGE I, Opbrengst startbijeenkomst en enquête

I.

Opbrengsten enquête

De gemeenten Westervoort en Duiven werken gezamenlijk aan het Beleidskader Biodiversiteit. Als

II.

Betrokken maatschappelijke organisaties/belangengroepering

III.

Toelichting wet- en regelgeving en beleid

IV.

Positie en relatie met andere plannen

V.

Kaarten atlas leefomgeving

VI.

Legenda groenblauwe structuurkaart

onderdeel hiervan is aan de inwoners gevraagd een online enquête in te vullen met vragen over kansen en knelpunten met betrekking tot de biodiversiteit. Daarnaast heeft op 7 februari 2024 in het Horsterpark de startbijeenkomst plaatsgevonden. Tijdens deze avond hebben inwoners hun meningen en inzichten met betrekking tot biodiversiteit en natuur gedeeld. In dit document is de input

VII.

Beheermaatregelen per habitattype

van de deelnemers samengevat. De enquête bestond uit vier vragen: 1.

Waar ziet u kansen voor de biodiversiteit?

2.

Waar ziet u knelpunten voor de biodiversiteit?

3.

Waar bevindt zich belangrijke natuur?

4.

Waar verblijven beschermde of lokaal waardevolle planten?

De deelnemers konden hun antwoorden invullen en op een kaart aangeven op welke locatie hun De groenblauwe structuurkaart en de ecologische kansenkaart en de zijn als separaat bestanden

antwoord van toepassing was. Dat heeft een stippenkaart opgeleverd, zie afbeelding I.1. Er hebben

bijgevoegd.

80 deelnemers een reactie gegeven. Het is niet te achterhalen hoe de verdeling over de beiden gemeenten is. Deelnemers konden voor beide gemeenten een reactie geven. In totaal zijn er 152 individuele/unieke reacties opgehaald, zie tabel I.1 voor de opgehaalde reacties per vraag en aansluiten de conclusies per vraag.

Vraag

Aantal opgehaalde unieke reacties

1.

Waar ziet u kansen voor de biodiversiteit?

95 reacties op 21 unieke locaties

2.

Waar ziet u knelpunten voor de biodiversi-

5 reacties op 3 unieke locaties

teit? 3.

Waar bevindt zich belangrijke natuur?

21 reacties op 16 unieke locaties

4.

Waar verblijven beschermde of lokaal

31 reacties op 16 unieke locaties

waardevolle planten? Tabel I.1: Opgehaalde reacties per vraag

50

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Thema/Hoofdstuk

Aantal keer genoemd

Soortenbescherming (hoe om te gaan met aanwezige soorten)

40

Soortenbeleid (op welke soorten gaan sturen)

20

Groenblauwe structuurkaart (welk raamwerk is er nodig voor soorten)

18

Toetsingskader (welke spelregels zijn hierbij nodig)

10

Communicatie (hoe inwoners en anderen betrekken)

4

Kaders biodiversiteit (welke randvoorwaarden zijn nodig, o.a. bodem en

3

waterkwaliteit) Overlast (beleid honden in natuurgebieden)

2

Tabel I.2: Toedeling van de opgehaald input naar thema /hoofdstuk

Conclusies knelpunten voor de biodiversiteit Wat betreft de knelpunten hebben de deelnemers niet veel opmerkingen geplaatst. In totaal zijn er slechts 5 antwoorden met betrekking tot knelpunten binnengekomen. Het belangrijkste onderwerp Afbeelding I.1: Stippenkaart online enquête

wat hieruit naar voren komt, is het omgaan met groen binnen nieuwbouwprojecten. Daarnaast wordt overlast door honden ook als een knelpunt voor de biodiversiteit gezien.

Conclusies kansen voor de biodiversiteit In tabel I.2 is weergegeven hoe de input van de deelnemers is verdeeld over de verschillende thema’s. Over Soortenbescherming en -beleid hebben de deelnemers veruit het meest op te merken. Verder zijn er veel ideeën over de inrichting van het groen en aanpassing van het maaibeleid.

Conclusies waargenomen soorten In totaal zijn 77 verschillende planten- en dierensoorten genoemd die in totaal 114 keer zijn waargenomen, zie tabel I.3.

51

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Soortgroep

Aantal keer genoemd (genoemde voorbeelden)

Vleermuizen

1 (Noordelijke parallelweg)

Zoogdieren, grondgebonden

16 (o.a. Bever, Das, Ree, Steenmarter, Vos)

Vogels – roofvogels en uilen

24 (o.a. Bruine Kiekendief, Buizerd, Grijze Kiekendief, Kerkuil, Ransuil, Slechtvalk, Steenuil, Torenvalk, Velduil, Wespendief, Zeearend)

Vogels – watervogels

14 (o.a. Aalscholver, Fuut, Koereiger, Krakeend, Kuifeend, Lepelaar, Nonnetje, Roerdomp, Slobeend, Zaagbek, Zwaan)

Vogels - Overig

49 (o.a. Blauwborst, Bonte Specht, Boomkruiper, Graspieper, Groene Specht, Grutto, IJsvogel, Kievit, Merel, Mus, Ooievaar, Patrijs, Wulp, Zilverreiger)

Vaatplanten

7 (Bijenorchis, Chicorei, Knautia, Slanke sleutelbloem, Vogelmelk, Wede, Wollige munt)

Reptielen en amfibieën

3 (ringslang) Tabel I.3: Genoemde soortgroepen en voorbeelden van soorten

Conclusies waardevolle locaties Wat betreft locaties die belangrijk worden gevonden voor biodiversiteit worden genoemd: 

De verschillende dijken (12 keer).

Duivense Broek (11 keer).

De verschillende parken (9 keer, o.a. Horsterpark, Park Emmerik, Park de Nieuweling, Park Steenderens).

Noordelijke parallelweg (6 keer).

Rijnstrangen (5 keer).

52

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

BIJLAGE II, Betrokken organisaties Knotploeg en Poelenwerkgroep Duiven Milieuvrienden Duiven, inclusief voedselbos Buitensingel aan de Westsingel Westervoortse leden van IVN en KNNV ‘Milieugroep’ Westervoort, inclusief voedselbos Kievitsnest aan de IJsseldijk/Rivierweg Wildbeheereenheid (WBE) De Liemers Imkersverenging Liemers Vogelwerkgroep Arnhem e.o. Waterschap Rijn en IJssel LTO afdeling Liemers Enkele betrokken individuele inwoners op persoonlijke titel

53

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

BIJLAGE III, Wet- en regelgeving

3.

In elk stedelijk ecosysteemgebied is er een toenemende trend in stedelijke boomkroonbedekking; dit iedere 6 jaar meten tot ‘bevredigend niveau’.

4.

In 2040 zijn 60% van de aangetaste habitats hersteld.

5.

In 2050 zijn 90% van de aangetaste habitats volledig hersteld.

Het beheer van openbaar groen vindt plaats binnen de volgende wettelijke kaders en beleid: 

Europese Natuurherstelverordening 2024.

Nieuwe Burgerlijk wetboek (NBW).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=96157165-269a-494e-bccd-71ad970a6653