A12-20250929-37-vka-coll-beleidskader-biodiversiteit-bijlage-01-beleidskader
Tekst van het document
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Kaderrichtlijn Water (KRW).
Omgevingswet (OW) en Nationale Omgevingsvisie (NOVI).
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DRAP).
Natuur- en biodiversiteitsbeleid provincie Gelderland (PGLD).
Voorbeelden van herstelmaatregelen zijn:
Navolgend wordt kort toegelicht wat daaruit de belangrijkste voorwaarden zijn.
Verwijderen van niet-inheemse planten op grasland, wetlands en in bossen.
Vernatten van drooggelegde veengebieden.
Beter op elkaar aansluiten van habitats.
Stopzetten of verminderen van gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en bemesting.
Inzetten op het behoud van wilde natuur.
Nieuwe Burgerlijk wetboek (NBW) Het beheer van het openbaar groen en water kent een zorgplicht. Onder zorgplicht wordt verstaan
Europese Natuurherstelverordening 2024
dat elke eigenaar de plicht heeft om voldoende zorg te besteden aan haar groen en water. De term
De Natuurherstelwet, officieel de Europese Natuurherstelverordening (NHV), is een bindende wet
‘zorgplicht’ komt voort uit eerdere rechtspraak betreffende artikel 6:162 van het Nieuwe Burgerlijk
die lidstaten van de Europese Unie (EU) verplicht maatregelen te nemen om verdere achteruitgang
wetboek over onrechtmatige daad. Onder voldoende zorg wordt het volgende verstaan:
van ecosystemen te voorkomen en aangetaste ecosystemen te herstellen. De wet ondersteunt de Europese Green Deal en de EU-biodiversiteitsstrategie 2030. Daarnaast richt de wet zich op het verbeteren van stedelijke ecosystemen, zoals parken, tuinen en
Er moet aantoonbaar regulier onderhoud worden uitgevoerd.
Er moet aantoonbare controle uitgevoerd worden op gebreken en de maatregelen die uit deze controle voortvloeien moeten uitgevoerd worden.
boomkroonbedekking (met bomen bedekte oppervlakte), en het planten van drie miljard extra boOm de controle op gebreken aantoonbaar te maken, wordt geadviseerd twee zaken op orde te men tegen 2030. Voor dit beleidskader is vooral artikel 8 over herstel van stedelijke ecosystemen hebben: gegevensregistratie en een onderbouwing van de controlefrequentie. van belang. Herstel van stedelijke ecosystemen 1.
Uiterlijk eind 2030 aantonen dat er geen nettoverlies is aan stedelijke groene ruimte en kroonbedekking ten opzichte van situatie 2024.
2.
Vanaf 2031 is er een toenemende trend in nationale oppervlakte stedelijke groene ruimte
Risicomanagement en boomveiligheidsbeleid Uitgangspunt bij het boomveiligheidsbeleid is risicobeheersing. Het is niet mogelijk om veiligheid te garanderen. Dit wordt ook niet vereist vanuit de wet. Periodieke controles, uitvoering van veiligheidsmaatregelen en regulier onderhoud aan bomen kunnen de risico’s op ongevallen en materiële schade wel beperken. Het boomveiligheidsbeleid van een organisatie moet daarom invulling geven aan het
(integratie in gebouwen en infrastructuur in stedelijke ecosysteemgebieden); dit iedere 6 jaar meten tot een ‘bevredigend niveau’.
beperken van risico’s. Bron: CROW, Richtlijn boomveiligheidsregistraties
54
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
vraagt in Nederland om gelaagde oplossingen, bijvoorbeeld verdedigingswerken die ook
Het zorgen voor veilige (openbare) voorzieningen op basis van een beheerplan is een wettelijke
een bijdrage leveren aan biodiversiteit, recreatie en energieopwekking.
taak/verantwoording voor gemeenten. Een dergelijk beheerplan dient gebaseerd te zijn op de actuele situatie. Provincies hebben de taak hierop toe te zien De provincies hebben een Gemeen-
Kenmerken en identiteit leidend: bij ruimtelijke inrichting zijn bestaande kenmerken van het landschap leidend.
schappelijk financieel toezichtkader gemeenten (GTK) opgesteld waarin staat hoe zij dit toezicht hebben vormgegeven en welke eisen zij aan een beheerplan en begroting stellen.
Meervoudig ruimtegebruik boven enkelvoudig ruimtegebruik: de schaarste aan ruimte
Provincies en gemeenten vertalen dit naar hun provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies, plannen en verordeningen. Belangrijk aandachtspunt is dat participatie ‘vooraf’ verplicht wordt ge-
Kaderrichtlijn water (KRW) Nederland streef naar schoon en ecologisch gezond water voor duurzaam gebruik. Water om in te
steld om een (bouw)plan te kunnen ontwikkelen.
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)
zwemmen of om anders van te genieten, water als grondstof voor de bereiding van drink- water, voor proceswater en voor landbouwkundig gebruik. Water waarin planten en dieren zich thuis voelen. Dat zijn de doelen van Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Realisatie van dat doel draagt bovendien bij aan de doelen van de Vogel- en de Habitatrichtlijn, de Zwem- en Drinkwaterrichtlijn en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. De KRW schrijft voor dat er stroomgebiedsbeheerplannen worden opgesteld met de beschrijving van de watersystemen, doelen en maatregelen. Voor ge-
Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Het Deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Het Deltaplan is opgebouwd volgens zeven ambities:
meenten Duiven en Westervoort is het stroomgebiedsbeheerplan voor de Rijndelta het vigerende
Kwetsbaarheid in beeld brengen (door het uitvoeren van klimaatstresstesten).
beheerplan. Het derde internationaal gecoördineerde beheerplan 2022-2027 van het internationaal
Risicodialoog voeren en strategie opstellen met alle relevante gebiedspartners.
stroomgebiedsdistrict Rijn is op 22 maart 2022 gepubliceerd.
Uitvoeringsagenda opstellen (regionale uitvoerings- en investeringsagenda).
Meekoppelkansen benutten (bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de kansen voor een klimaat-
Omgevingswet (OW) en Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
bestendige inrichting te gebruiken). Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vormt de inhoudelijke bijsluiter van de Omgevingswet, en bevat belangrijke principes waar bij ruimtelijke ordening rekening mee gehouden dient te worden. Drie principes vormen de ruggengraat van de NOVI:
Geen afwenteling in tijd en ruimte, waarmee wordt bedoeld dat ruimtelijke ontwikkelingen
Stimuleren en faciliteren (kennis, instrumenten en ervaringen met elkaar delen).
Reguleren en borgen (In 2050 heel Nederland waterrobuust en klimaatbestendig ingericht).
Handelen bij calamiteiten (voorbereiden op calamiteiten die veroorzaakt worden door wateroverlast, hitte, droogte en overstroming).
Op het Kennisportaal staan hulpmiddelen om met deze ambities aan de slag te gaan.
geen negatieve effecten mogen genereren op een andere locatie of naar de toekomst doorgeschoven mogen worden.
55
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
Provinciaal biodiversiteitsbeleid (PGLD)
De ambitie voor het behouden en versterken van biodiversiteit in stad en dorp is vertaald in
Gelderland is de groenste provincie van Nederland en dit blijft ze graag. Daarom zorgt ze voor
de volgende actielijnen.
meer variatie in planten- en diersoorten en een goede samenhang tussen alle soorten. Zo ontstaat
Voorkomen van schade aan en verlies van stadsnatuur.
er meer biodiversiteit. De afname van de biodiversiteit in Gelderland is onlangs gestopt. Maar het
Behouden en versterken van bestaand en aanleg van nieuw groen in stedelijk gebied.
gaat nog niet goed genoeg. Daarom werkt de provincie hard aan het vergroten van de biodiversiteit in heel Gelderland. Niet alleen in natuurgebieden, maar ook op het platteland en in steden en dorpen. Dit willen we bereiken op het gebied van biodiversiteit:
Sterkere natuurgebieden.
Een grotere biodiversiteit op het platteland.
Een grotere biodiversiteit in stad en dorp.
Een grotere betrokkenheid van inwoners bij natuur en groen.
De ambitie voor inwonersparticipatie bij het behouden en versterken van de biodiversiteit in hun eigen omgeving is vertaald in de volgende actielijnen.
Meer draagvlak voor het behouden en versterken van de biodiversiteit onder inwoners.
Meer inwoners zetten zich actief in voor het behouden en versterken van de biodiversiteit in hun eigen omgeving (lokale initiatieven).
Hoe groter de biodiversiteit, hoe groter de capaciteit is van de natuur om schokken op te vangen. Een grotere biodiversiteit zorgt ervoor dat natuur minder kwetsbaar is voor bijvoorbeeld droogte, ziekte of klimaatverandering. Biodiversiteit is noodzakelijk voor het bestaan van de natuur. Een gezonde natuur is ook belangrijk voor schoon (drink)water, het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering en onze voedselproductie. In haar Uitvoeringsagenda Biodiversiteit Gelderland 2024-2027 heeft de provincie de besteding coalitiemiddelen biodiversiteit in het landelijk gebied, in stad en dorp en voor inwonersparticipatie voor 2024-2027 onderbouwd. Deze uitvoeringsagenda is een uitwerking van het Gelders Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit (2021). Hierin staan de kaders en strategie om onze ambities uit de (nieuwe) Omgevingsvisie en het coalitieakkoord 2023-2027 waar te maken. De ambitie voor het behouden en versterken van biodiversiteit in het landelijk gebied is vertaald naar de volgende actielijnen.
Behouden en versterken groenblauwe dooradering door beheer en aanleg landschapselementen.
Behouden en versterken van de biodiversiteit langs wegen.
Behouden en versterken van de biodiversiteit in en langs watergangen/waterlopen.
Positie van het Beleidskader Biodiversiteit
56
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
BIJLAGE IV, Positie en relatie met andere plannen Het Beleidskader Biodiversiteit staat uiteraard niet op zichzelf. Vanuit een integrale benadering zal er steeds een wisselwerking zijn met het beleid vanuit de andere vakdisciplines. De hiernaast staande afbeelding geeft dit op schematische wijze weer: vanuit het beleidsveld Groen en Water vormt het plan – net als de beleidsplannen van de andere vakdisciplines – de onderlegger voor de Omgevingsvisie (in ontwikkeling) en vertaalt uitgangspunten vanuit de andere beleidsvelden naar het groen – en waterbeleid. En omgekeerd geeft het plan op zijn beurt input aan de beleidsplannen voor de andere vakdisciplines. Het beleidsveld Groen en Water staat hiermee dan ook op gelijk niveau met de andere vakdisciplines, waarbij in geval van strijdige belangen de uiteindelijke afweging op het niveau van de Omgevingsvisie plaatsvindt. Los hiervan spelen een aantal overkoepelende opgaven ten aanzien van klimaatadaptatie, energietransitie, woningbouw en biodiversiteit. Deze opgaven hebben impact op alle disciplines en stellen eisen aan het beleid, maar bieden ook kansen om discipline specifieke ambities te realiseren. Het Beleidsplan voor het vakgebied Groen en Water dé paraplu voor alle verdere uitwerkingen, zoals beheer- en werkplannen, regelgeving en andere instrumenten voor groen en water.
De samenhang tussen de beleidsvelden onderling en de centrale opgaven laat zich aan de hand van het volgende voorbeeld goed illustreren: bij de vervanging van de riolering in een woonstraat geldt vanuit de klimaatopgave dat het hemelwater moet worden afgekoppeld. Om dit mogelijk te maken, moet er voldoende groen aanwezig zijn waar het water kan infiltreren. Het groen op zijn beurt moet klimaatrobuust en biodivers zijn. De wens tot afkoppeling sluit hier naadloos op aan, omdat zodoende het hemelwater direct ten goede kan komen aan het groen èn hiermee een interessante overgang van droog naar nat gecreëerd kan worden die de juiste voorwaarden biedt voor meer biodiversiteit. Gelijktijdig ontstaat hiermee een aantrekkelijke woonomgeving die uitnodigt tot beweging.
57
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
BIJLAGE V, Kaarten atlasleefomgeving A.
Groenkaart
Op deze kaart zie je waar groen (bomen, struiken en planten) aanwezig is in Nederland. Veel groen in agrarisch gebied Groen in agrarisch gebied kleurt paars op de kaart. Gras is wel groen, maar in veel weilanden staat vaak maar één soort gras. Je vindt daar maar weinig verschillende soorten planten en dieren. Akkerbouwgebied is ook paars op de kaart, maar de braakliggende akkers hebben geen kleur. Natuur en stedelijk groen Natuur vind je in de donkergroene en felgroene gebieden op de kaart. De lichtgroene gebieden omvatten stedelijk groen, wegbermen, parken en groene tuinen en soms ook natuur. Een groene
Aanwezigheid van groen (bomen, struiken, planten)
woonomgeving is belangrijk voor ontspanning, zoals wandelen, fietsen, spelen, sporten of het ontmoeten van andere mensen. Wie heeft de Groenkaart gemaakt? Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Atlas Natuurlijk Kapitaal maakten deze kaart. Hoe de kaart precies gemaakt is lees je bij Veel gestelde vragen of bekijk de informatie in het Nationaal Georegister. Bij andere vragen kun je onze helpdesk mailen. Nieuwe versie verwacht Onbekend Wil je de gegevens van de Groenkaart gebruiken? Je kunt de kaart hier downloaden (224 MB) en openen met software voor kaarten. Deze tekst is voor het laatst bewerkt op 22-1-2024. Bron https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten
58
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
B.
Kaart soortendiversiteit
Je ziet op de kaart de geschatte soortendiversiteit per vierkante kilometer. De zeven belangrijkste en best onderzochte soortgroepen zijn hierin samengenomen. Dit zijn vaatplanten, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en vogels. Hoe donkerder groen hoe meer verschillende soorten planten en dieren in een bepaald gebied voorkomen ten opzichte van een ander gebied. Hoe meer soorten planten en dieren ergens voorkomen, hoe meer biodiversiteit er is. Hotspots waar soortendiversiteit hoog is Langs de kust en in waterrijke gebieden zoals langs rivieren is de soortendiversiteit hoog en kleurt de kaart donkergroen. Ook in steden vind je veel verschillende soorten planten en dieren. Wie heeft de Soortendiversiteit-kaart gemaakt?
Aantal soorten per kilometerhok
De gegevens van deze kaart komen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Een uitgebreide beschrijving van de methode die is gebruikt om de kaart te maken vind je hier. De kaart geeft een schatting van de relatieve soortenaantallen weer. De kaart zegt dus niets over het wel of niet voorkomen van beschermde soorten onder de Flora- en Faunawet, Boswet en Natuurbeschermingswet. Wel kun je met deze kaart relatief soortrijke gebieden onderscheiden van de relatief soortarme gebieden. In de kaart is gecorrigeerd voor het effect dat er niet op elke plek even intensief is waargenomen. Wil je de gegevens van deze kaart gebruiken? Bezoek het Nationaal Georegister voor meer informatie over deze kaart. Je kunt de kaart daar ook downloaden en dan openen met software voor kaarten. Deze tekst is opgesteld door Atlas Leefomgeving en voor het laatst bewerkt op 18-10-2022. Bron https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten
59
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
C.
Kaart Soortendiversiteit van Rode lijstsoorten
Op de kaart zie je de geschatte soortendiversiteit van de Rode lijstsoorten in Nederland per kilometerhok. Deze Rode lijst is een overzicht van soorten die zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. De IUCN/Rode Lijst van bedreigde soorten is de meest uitgebreide en meest gebruikte informatiebron over de status van dier- en plantensoorten. Voor Nederland zijn er voor 18 soortgroepen ook Rode lijsten opgesteld. Rode lijstsoorten vooral in gebieden met hoge biodiversiteit Hoe donkerder groen, hoe meer Rode lijstsoorten er in dat gebied voorkomen. Vooral langs de rivieren, kleurt de kaart donkergroen. Daar zijn veel soorten aanwezig die op de Rode lijst staan. In deze gebieden is de biodiversiteit hoog en vind je verschillende soorten vegetatie die weer verschillende soorten dieren aantrekt. Veel gebieden in Nederland kleuren lichtgeel of lichtgroen. Daar komen weinig soorten planten en dieren voor.
Aantal Rode lijstsoorten per kilometerhok
Wie heeft de kaart Soortendiversiteit van Rode lijstsoorten gemaakt? De gegevens uit deze kaart komen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Een uitgebreide beschrijving van de methode die is gebruikt om de kaart te maken vind je hier. De kaart geeft een schatting van de soortenaantallen weer. De kaart zegt dus niets over het wel of niet voorkomen van wettelijk beschermde soorten. Wel kun je met deze kaart zien waar er in Nederland gebieden zijn waar veel Rode lijstsoorten voorkomen en in welke gebieden de Rode lijstsoorten onder druk staan. In de kaart is gecorrigeerd voor het effect dat er niet op elke plek even intensief wordt waargenomen. Wil je de gegevens van deze kaart gebruiken? Bezoek het Nationaal Georegister voor meer informatie over deze kaart. Je kunt de kaart daar ook downloaden en dan openen met software voor kaarten. Deze tekst is opgesteld door Atlas Leefomgeving en voor het laatst bewerkt op 18-10-2022. Bron https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten
60
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
BIJLAGE VI, Legenda groenblauwe structuurkaart
LEGENDA GROEN-BLAUWE STRUCTUURKAART Legenda-eenheid
Zie ook separaat bijgevoegde groenblauwe structuurkaart
Sfeerbeeld met Toelichting Gewenste uitbreiding ter versterking of ontwikkeling van een robuuste, aaneengesloten groenstructuur. Veelal betreft het braakliggend terrein zonder een
LEGENDA GROEN-BLAUWE STRUCTUURKAART Legenda-eenheid
duidelijke functie dan wel agrarische grond met een strategische ligging binnen de beoogde groenstructuur.
Sfeerbeeld met Toelichting
VLAKKEN – GROEN- EN WATERGEBIEDEN
Woonomgevingsgroen – bestaand
Hoofdgroenstructuur – bestaand
Groen (incl. bomen) met een structurerende betekenis op kern- of gemeenteni-
Groen (incl. bomen) met een ruimtelijke en/of functionele betekenis op buurt-
veau; hoofdzakelijk in eigendom en/of beheer van de gemeente, soms van
of straatniveau.
derden (gearceerd); koesteren en/of versterken.
Hoofdwaterstructuur – bestaand
Nevengroenstructuur – bestaand
Groen (incl. bomen) met een structurerende betekenis op wijk-of buurtniveau;
Kanalen, plassen, beken, vijvers, vennen, poelen en andere watergangen met
hoofdzakelijk in eigendom en/of beheer van de gemeente, soms van derden
een structurerende betekenis op kernniveau; koesteren en/of versterken.
(gearceerd); koesteren en/of versterken.
NevenwaterstrucGroenstructuur
tuur – bestaand
– gewenst
Kanalen, beken, vijvers, vennen, poelen en andere watergangen met een structurerende betekenis op wijkniveau; koesteren en/of versterken.
61
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
LEGENDA GROEN-BLAUWE STRUCTUURKAART Legenda-eenheid
Sfeerbeeld met Toelichting
LEGENDA GROEN-BLAUWE STRUCTUURKAART Legenda-eenheid
Landschappelijk
Wijkbomenstruc-
uitloopgebied
tuur – bestaand
Sfeerbeeld met Toelichting
Direct aan bebouwd gebied grenzend agrarisch buitengebied met natuur-landschappelijke waarden in gebruik als of met potentie voor recreatief medegebruik; koesteren en/of versterken.
LIJNEN EN VERBINDINGEN
Laan of bomenrij met een structurerende betekenis op wijk- of buurtniveau.
Wijkbomenstructuur - gewenst
Hoofdbomenstructuur – bestaand
Laan of bomenrij met een structurerende betekenis op kern- of gemeenteni-
Gewenste laan of bomenrij als ontbrekende schakel in wijkbomenstructuur.
veau.
Verbinding Hoofdbomen-
hoofdgroen- of
structuur – ge-
nevengroenstruc-
wenst
tuur - gewenst
Gewenste laan of bomenrij als ontbrekende schakel in de hoofdbomenstructuur. Te versterken of te ontwikkelen groene schakel ten behoeve van een volledig aaneengesloten groenstructuur. De bovenste pijl betreft een verbinding in de hoofdgroenstructuur, de onderste pijl een verbinding in de wijkgroenstructuur.
62
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
LEGENDA GROEN-BLAUWE STRUCTUURKAART Legenda-eenheid
Sfeerbeeld met Toelichting
LEGENDA GROEN-BLAUWE STRUCTUURKAART Legenda-eenheid
Groen-blauwe
Aansluiting land-
verbinding – ge-
schap op stede-
wenst
lijk groen – ge-
Sfeerbeeld met Toelichting
wenst
Bestaande groene schakel tussen het landschap enerzijds en het stedelijk Nieuw te realiseren of te versterken groen-blauwe verbinding als onlosmakend
groen anderzijds, waardoor een harmonieuze overgang tussen beide gebieds-
onderdeel binnen de groen-blauwe structuur.
Landschappelijk
delen mogelijk is.
Zichtlijn – be-
lint – bestaand of
staand
gewenst
Bestaande of te herstellen historische landschappelijke groenstructuur (bv.
Belangrijke – veelal historisch bepaalde - visuele verbinding vanuit de ruimere
houtwal of -singel, (knot)bomenrij).
Recreatieve route
omgeving naar markante gebouwen of locaties.
Dijk – bestaand
of doorsteek –
of gewenst
bestaand of gewenst
Al dan niet waterkerende dijk als structurerend element in de groen-blauwe Bestaande of gewenste – vaak informele – wandel- of fietsroute binnen de
structuur. Vaak met een belangrijke verbindende functie, zowel in ecologisch
groen-blauwe structuren of tussen woonomgeving en groen-blauwe structuren.
als recreatief opzicht.
63
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
LEGENDA GROEN-BLAUWE STRUCTUURKAART Legenda-eenheid
Sfeerbeeld met Toelichting
LEGENDA GROEN-BLAUWE STRUCTUURKAART Legenda-eenheid
Sfeerbeeld met Toelichting Groen met een – bestaand of gewenst - cultuurlijk/parkachtig karakter. Het be-
Groen dorpslint –
treft hoogwaardig, traditioneel onderhouden en gevarieerd siergroen waarbij
bestaand
esthetische beleving en gebruikswaarden voorop staan.
Cultuurhistorisch waardevol groen – bestaand Historisch bebouwingslint van (veelal) vrijstaande boerderijen, villa’s en woonhuizen waarvan de erven en tuinen in belangrijke mate het groenbeeld bepalen. Vanwege beperkte ruimte speelt gemeentelijke groen en bomen een ondergeschikte rol en zijn van aanvullende waarde.
Groen dat een (cultuur)historische waarde vertegenwoordigt. Het kan dan gaan om een relict van landschappelijk groen (rij oude knotbomen, oude laan-
Symbolen en functie’s
beplanting, erfbeplanting) of groen dat deel uitmaakt van een historische tuinof parkaanleg. In sommige gevallen overlappend met de legenda-eenheid
Natuurlijk en eco-
‘Landschappelijk lint’ of ‘Markante boom of boomgroep’.
logisch groen of water – bestaand
Landschappelijk
of gewenst
groen – bestaand
Groen en water met een – bestaand of gewenst natuurlijk karakter en/of specifieke ecologische waarden; meestal deel van de (inter)lokale ecologische groenstructuur. Het betreft zowel groen dat deze functie nu al vervult als groen waarvoor dit wenselijk is.
Groen met een – bestaande of gewenste - landschappelijke sfeer door een combinatie van natuurlijk-landschappelijke beplantingsvormen, inheemse soor-
Cultuurlijk en
ten en bijbehorend (extensief) beheer. Bijvoorbeeld los uitgroeiende hagen,
parkachtig groen
hoogstamfruitbomen, bloemenweide of knotbomen. Vaak overlappend met de
– bestaand
functie ‘natuurlijk en ecologisch groen’ met dit verschil dat de landschappelijke (belevings)waarde centraal staat.
64
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
LEGENDA GROEN-BLAUWE STRUCTUURKAART Legenda-eenheid
Sfeerbeeld met Toelichting
LEGENDA GROEN-BLAUWE STRUCTUURKAART Legenda-eenheid
Sfeerbeeld met Toelichting Stenige locatie, gebiedsdeel of buurt waar het om redenen van klimaatadapta-
Speelgroen – be-
tie, leefbaarheid en visueel-ruimtelijke waarde wenselijk is om extra groen
staand
en/of water aan te brengen in de openbare ruimte.
Begraafplaats
Groene speelplek of speelvoorzieningen ingebed in een groene omgeving. Groen dat deel uitmaakt van de aanleg van een begraafplaats.
Sport- en recreatiegroen – be-
Markante boom
staand
of boomgroep – bestaand
Groen dat primair is aangelegd en wordt onderhouden ten behoeve van sporten recreatieve activiteiten. Het gaat dan bijvoorbeeld om groene sportcom-
Boom of groep van bomen die vanwege omvang, ouderdom en/of strategische
plexen en lig- en picknickweides.
positie beeldbepalend is en zodoende een belangrijk onderdeel vormt binnen de groenstructuur en/of omgeving.
Vergroeningslocatie – gewenst
Markant object
\Historisch beeldbepalend object als een molen, kerk of ander monumentaal bouwwerk dat vaak een ensemble vormt met het groen en/of via zichtlijnen visueel verbonden met de ruimere omgeving.
65
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
LEGENDA GROEN-BLAUWE STRUCTUURKAART Legenda-eenheid
Sfeerbeeld met Toelichting
Uitzichtspunt
Locatie vanaf waar een fraai uitzicht is over aangrenzend karakteristiek landschap.
66
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
BIJLAGE VII: Toelichting habitattype Open stedelijk gebied Dicht stedelijk gebied
CBS omgevings-adressen-dichtheid buurten 250 tot 1000 per km2
CBS omgevings-adressen-dichtheid buurten 1000 of meer per km2
Kenmerkende soort Huismus (bebouwd) en Bever (buiten)
Kenmerkende soort Gierzwaluw
Habitatbeschrijving
Habitatbeschrijving
Weinig hittestress en enige matiging van temperaturen
Sterk wisselende en extreme temperaturen
Matige menselijke verstoring
Veel menselijke verstoring
Een gering aandeel groen
Vrijwel geen groen
Gewenste soorten van open stedelijk gebied (voorbeelden, niet uitputtend, mix van berg- en bosbewoners)
Gewenste soorten van dicht stedelijk gebied (voorbeelden, niet uitputtend, vooral typische berg- of woestijnbewoners)
Egel
Zwarte roodstaart
Eekhoorn
Gewone dwergvleermuis
Laatvlieger
Gierzwaluw
Huismus
Muurflora en sedumsoorten
Merel
Verbeteringen
Verbeteringen
Gevelbegroeiing
Gevelbegroeiing
Overspanningen met klimplanten
Overspanningen met klimplanten
Dakgroen
Dakgroen
Regenwater afkoppelen en bovengronds afvoeren
Regenwater afkoppelen en bovengronds afvoeren
Geveltuinen
Geveltuinen
Natuurinclusief bouwen en inbouwen van verblijfplaatsen
Natuurinclusief bouwen en inbouwen van verblijfplaatsen
Bomen met geringe kroonprojectie
Bomen met geringe kroonprojectie
Fijnstof afvangende bomen
Fijnstof afvangende bomen
Klimaatbestendige bomen
Klimaatbestendige bomen
Onnodige verharding verwijderen
Wadi's aanleggen
Wadi's aanleggen
Onnodige bestrating verwijderen
67
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
Landelijk gebied
Landelijk gebied
CBS omgevingsadressendichtheid buurten minder dan 250 per km2
Zandpaden behouden
Kenmerkende soort Steenuil
Buffers tussen natuur en intensief agrarisch landschap
Habitatbeschrijving
Precisielandbouw
Een mix van alle hoofdcategorieën. Per regio in verschillende verhoudingen en wel-of niet voorkomende sub-habitats
Strokenteelt
Grofweg ingedeeld op bodemsamenstelling, successiegraad en vochtigheidsgraad Natuurlijke hittestress, behorend bij het type habitat Geringe tot geen menselijke verstoring Gewenste soorten van landelijk gebied (voorbeelden, niet uitputtend) Vos Das Grote grazers Steenuil Ransuil Kievit Patrijs Boomvalk Boerenzwaluw Verbeteringen Akkerranden met inheemse vegetatie Minder maaien, extensiever begrazen Robuuste verbindingen van landschapselementen Maaien en afvoeren Minder bemesten Minder bestrijdingsmiddelen Terug naar natuurlijk waterpeil Gewas volgt landschap. Langs beek weide- en hooiland, langs hogere delen akkers Minder verharde paden en wegen
Muren (gebouwen, kades, bruggen e.d.) Kenmerkende soort Gele helmbloem (bebouwd) en Slechtvalk (buiten) Habitatkenmerken Stenige verticale objecten (kunstmatig of natuurlijk rots/woestijnlandschap) Gebouwen, bruggen, kelders, groeves Gewenste muur en/of gebouwensoorten (voorbeelden, niet uitputtend) Vleermuizen waaronder massa winter- en/of kraamverblijven Kerkuil Gierzwaluw Slechtvalk Huismus Muurflora Mossen Verbeteringen gebouwen, kelders, kades, bruggen e.d. Klimplanten Verblijfplaatsen aanbrengen (opbouw of inbouw) Muurflora beschermen en aanbrengen Groene daken Kalkcement gebruiken Openingen creëren Minder strak onderhouden
68
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
Regenwater afkoppelen
Pioniersbegroeiing droog Zonnende reptielen
Plaveisel (wegen) Kenmerkende soort Bleekgele droogbloem Habitatkenmerken Stenige horizontale objecten (kunstmatig of natuurlijk rots/woestijnlandschap) Gewenste soorten van plaveisels en wegen (voorbeelden, niet uitputtend) Overstekende dieren Zonnende reptielen Rotsplanten Verbeteringen wegen/plaveisel Geveltuintjes Regenwater afkoppelen en bovengronds afvoeren Stoepplantjes beschermen en aanbrengen Open verharding gebruiken Onnodige verharding verwijderen
Zandbijen Zandloopkevers Viltkruiden Buntgras Hazenpootje Heidespurrie Tormentil Vetplanten Verbeteringen Keverbanken aanleggen Zandpaden behouden (geen puin, niet verharden) Maaien en afvoeren Hoge begrazingsdruk Betreding toestaan Zonnige plekken behouden en creëren
Zandcunet, geen betonfundering Ondergronds plantsoenen en boomspiegels verbinden met bomenzand Geleiding voor overstekende dieren
Akker
Waarschuwing voor overstekende en zonnende dieren
Kenmerkende soort Wilde eend (bebouwd) en Patrijs (buiten) Habitatkenmerken
Pioniersbegroeiing droog Kenmerkende soort Tormentil Habitatkenmerken Lage begroeiing met open plekken Droog tot matig vochtig Gewenste soorten van droge pioniersbegroeiingen (voorbeelden, niet uitputtend)
Jaarlijks bewerkte akkers Zonnige ligging Droog tot matig vochtig Gewenste soorten van akkers (voorbeelden, niet uitputtend) Patrijs Veldleeuwerik Zweefvliegen
69
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
Akker
Zoet water en oevers
Bijen en hommels Akkerkruiden zoals echte kamille, klaprozen, korenbloem
Kenmerkende soort Kleine watersalamander (bebouwd) en Ringslang (buiten)
Oude akkergewassen zoals rogge, tarwe, boekweit, luzerne
Habitatkenmerken
Verbeteringen
Stilstaand, langzaam stromend of snelstromend water
Akkerranden aanleggen
Inclusief oevers
Zaadbank opbouwen
Gewenste soorten van zoetwater (voorbeelden, niet uitputtend)
Oude akkergewassen toepassen
Ringslang
Minder bemesten
Amfibieën
Vaste vegetatiestroken aanleggen
Bittervoorn Bermpje Kokerjuffers
Pioniersbegroeiing nat
Libellen
Kenmerkende soort Grote waterweegbree
Fonteinkruiden
Habitatkenmerken
Gewenste soorten zoetwater oevers (voorbeelden, niet uitputtend)
Open grond met lage begroeiing
Bever
Zonnige ligging
Kleine karekiet
Vochtig tot nat
Waterhoen
Gewenste soorten van natte pioniersbegroeiingen (voorbeelden, niet uitputtend)
IJsvogel
Rugstreeppad
Rietorchis
Zonnedauw (zure bodem/ vennen)
Dotterbloem
Wolfsklauwen (zure bodem/vennen)
Verbeteringen
Ratelaar (plant) (neutrale tot zwak basische bodem (kalk)
Brede geleidelijke overgangen van nat naar droog
Snavelbiezen (zure omstandigheden/ vennen)
Gefaseerd maaien
Blaartrekkende boterbloem (neutrale bodem)
Plastic en ander afval verwijderen
Verbeteringen
Gefaseerd baggeren
Zonnige omstandigheden creëren
Rust
Gefaseerd open houden
Dood hout en boomwortels in het water voor kokerjuffers en vissen Beschaduwing van het water afwisselen met zonnige plekken
70
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
Zoet water en oevers
Grasland
Migratiebarrières in het water verwijderen
Overstroming mogelijk maken
Zonnig gelegen steile oevers creëren voor bijen, oeverzwaluw en beschaduwd voor ijsvogel
Verbeteren weilanden Extensiever beweiden Randen laten verruigen/ minder maaien
Grasland Kenmerkende soort Knoopkruid (bebouwd) en Torenvalk (buiten)
Waterpeil hoog houden Overstroming mogelijk maken
Habitatkenmerken Met overwegend vaste grassen begroeid terrein Halfschaduw tot zonnige ligging Droog tot vochtig Gewenste soorten grasland (voorbeelden, niet uitputtend) Weidevogels zoals kievit, wulp Bijen en hommels Vlinders Knautiabij Glanshaver Knoopkruid Verbeteringen gazons Verlagen maaifrequentie Delen laten overstaan (gefaseerd maaien) Creëren ruigtezomen Verbeteringen hooilanden/bermen Overgangen van nat naar droog Maaien en afvoeren Maaitijdstippen afstemmen op verwachte soorten Niet bemesten
Ruigtekruiden Kenmerkende soort Putter Habitatkenmerken Droog tot matig vochtig regelmatig verstoord terrein Ligging zonnig tot halfschaduw Groot aandeel hoge een-en of tweejarige planten met hier en daar opschot van heesters Gewenste soorten van ruigtekruiden (voorbeelden, niet uitputtend) Putter Bijen en hommels Dag- en nachtvlinders Teunisbloem Vingerhoedskruid Grote brandnetel Distels Groot kaasjeskruid Verbeteringen Zaadbank opbouwen
Nesten markeren
71
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
Ruigtekruiden
Vaste planten en lage heesters/ lage hagen
Deels ondiepe grondbewerking eens in de twee á 3 jaar gefaseerd
Verbindingen (insectensnelwegen) creëren
Delen in de winter overhouden Gebruiken als overgang tussen grasland en bos (zoom en mantel) Bodem volledig bedekt
Bosplantsoen Kenmerkende soort Grote bonte specht (bebouwd) en Buizerd (buiten)
Vaste planten en lage heesters/ lage hagen Kenmerkende soort Egel en Hermelijn Habitatkenmerken Droog tot matig vochtig Ligging zonnig tot halfschaduw Groot aandeel vaste (sier) planten Gewenste soorten (voorbeelden, niet uitputtend) Groenblijvende (niet invasieve) soorten voor overwintering Solitaire (niet invasieve) heesters voor aantrekken van insecten zoals liguster en sering
Habitatkenmerken Met dominerende bomen en ondergroeiende heesters begroeid terrein Min of meer aaneengesloten boomlaag (lagen), heesterlaag en kruidlaag aanwezig Beschaduwde bodem Gewenste soorten van bos (voorbeelden, niet uitputtend) Ree Rosse vleermuis Kleine marterachtigen Eekhoorn Grote bonte specht
Open bloemen (composieten, lipbloemigen en schermbloemigen) voor insecten
Roofvogels en uilen
Verbeteringen
Boomklever
Bloei jaarrond creëren (lange bloeiboog)
Roek
Vergrassing tegengaan
Zomereik
Licht bemesten met organische mest
Klimplanten zoals hop, kamperfoelie, klimop
Delen in de winter overhouden (zaden en overwinterende insecten/spinnen)
Hulst
Woekerende soorten inperken
Varens
Uitgegroeide pollen opnemen, scheuren en terugplanten en omliggende grond losmaken
Stinzeplanten zoals Italiaanse aronskelk, sneeuwklokje
Insectenhotel
Mossen
Bodem volledig bedekt houden
Paddenstoelen zoals vliegenzwam en eekhoorntjesbrood
Hoge soorten en heesters tussenplanten voor aantrekken insecten/vogels/eekhoorns
Verbeteringen bos
Bosanemoon
72
ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort
Bosplantsoen
Struweel, hoge hagen, opgaande heesters
Staand en liggend dood hout
Bijen en hommels
Strooisellaag
Zweefvliegen
Variatie in heester- en boomlagen
Inheemse heesters zoals sporkehout, lijsterbes, hazelaar, katwilg
Zomen en mantels
Groenblijvers zoals hulst en klimop
Variatie in reliëf
Verbeteringen struweel
Variatie in leeftijden van bomen
Teveel aan boomvormers verwijderen
Variatie in boomsoorten
Enkele bomen als overstaanders laten staan
Verbindingen tussen de gebieden
Variatie aan soorten aanbrengen
Variatie in donker en minder donker
Verbeteren hagen
Variatie in bladhoudend en bladverliezend
Hoge solitaire struiken (vruchtdragend, nectarsoorten) inplanten
Rust
Losser uit laten groeien indien mogelijk
Invasieve soorten verwijderen
Haag pas na bloei snoeien
Verbeteringen bosweides in open bos Begrazing Open houden door regelmatig verwijderen zaailingen bomen Enkele doornstruiken laten staan
Struweel, hoge hagen, opgaande heesters Kenmerkende soort Merel en Heggenmus Habitatkenmerken Voornamelijk met hoge heesters begroeid terrein Beschaduwde bodem Gewenste soorten struweel, hagen en heesters (voorbeelden, niet uitputtend) Egel Heggenmus Merel Vruchten etende vogels
73