CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

A12-20250929-37-vka-coll-beleidskader-biodiversiteit-bijlage-01-beleidskader

Raadsvergadering 29 september 2025, gemeente WestervoortBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken22.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Duiven Gemeente Westervoort

BELEIDSKADER Biodiversiteit

2025-2034 Ontwerp 21 augustus 2025

Colofon Opdrachtgever: Gemeente Duiven en gemeente Westervoort Contactpersoon: Huib Aalders, projectleider vanuit 1Stroom

Dit document is opgesteld door: Eco Consult – Groen, Monitoring & Management BV Agro Business Park 22, 6708 PW Wageningen Telefoon: +3185 3038 627 E-mail: info@ecoconsult-gmm.nl Website: www.ecoconsult-gmm.nl Projectleider adviesbureau: Marieke Teunissen Samenstelling: Marieke Teunissen, Thomas Ton en Maurice Theunisz Met medewerking van Rob Borst (adviseur en inwoner)

BELEIDSKADER Biodiversiteit 2025-2034

Foto’s: Eco Consult-GMM en Rob Borst tenzij anders vermeld Foto voorpagina: Rottumstraat-Texelstraat Duiven

Ontwerp Datum: 15 juli 2025

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de samensteller en in overleg met de opdrachtgever. Deze uitgave is met grote zorgvuldigheid samengesteld. Noch de samenstellers, noch de opdrachtgever zijn aansprakelijk voor eventuele schade als gevolg van onjuistheden en/of onvolkomenheden ten gevolge van het gebruik van deze uitgave.

15 juli 2025

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

VOORWOORD “In het voorjaar van 2025, tijdens het rijnjutten, lagen de uiterwaarden van Westervoort er

Een paar jaar geleden hebben we onze tuin opnieuw ingericht. Voor de vormgeving hebben we

schilderachtig bij. Het was een frisse, maar zonnige dag: de natuur liep uit, de fruitbomen

gekeken naar de ontwerpen van Piet Oudolf. Niet alles is evengoed gelukt… Wat wél geslaagd is,

stonden overdadig in bloei. En toch… leek er iets niet te kloppen. Lopend langs de bloei-

is de veelheid aan bloeiende planten. Er staan bijvoorbeeld vlinderstruiken, hortensia’s en oleanders

ende bomen viel het me op hoe stil het was. Geen gegons van bijen of insecten, en dat in

en een heleboel andere planten waarvan ik de namen niet meer weet. Wat me opvalt is dat elk soort

die weelderige bloemenzee. Misschien was het nog te vroeg in het seizoen, maar de stilte

plant aantrekkingskracht heeft op een bepaald soort insect. Zo trekt de klimop veel kleine bijen aan,

suist me nog steeds na in de oren. Zou dit te maken hebben met de teruglopende biodiver-

de vlinderstruiken uiteraard vlinders en het steenkruid zit vol kleine zwartblauwe kevertjes. Het leuke

siteit, vroeg ik me af? Sinds die dag let ik er meer op. Wat hoor en zie ik eigenlijk aan

aan het hebben van bloeiende planten is niet alleen de kleurenpracht, maar ook het extra leven dat

insecten? Het aantal bijen en wespen dat ik tegenkom is opvallend laag. Hommels zijn er

je tuin in komt: er valt altijd wat te kijken! Vorig jaar heb ik een paar keer de kolibrievlinder gespot…

nog wel, gelukkig, en ook vlinders. Dat was tien jaar geleden echt anders. Toen was het

hoe leuk is dat! En ik weet zeker dat er nog veel meer in mijn tuin leeft waar ik geen weet van heb,

nog een komen en gaan van gezoem en gefladder. Het zichtbare verlies aan biodiversiteit

en soms is dat maar goed ook.”

is dan ook een oproep om nu in actie te komen.”

Laura Kaper, wethouder Duurzaamheid Westervoort.

Joyce Zwaga-Komen, wethouder Duurzaamheid Duiven.

3

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Tien jaar geleden was biodiversiteit nog een relatief onbekend begrip. Inmiddels is het een term die

Met dit beleidskader leggen we een stevige basis voor de toekomst. We hopen dat het enthousiasme

steeds vaker opduikt. Biodiversiteit heeft te maken met al het leven op aarde: planten, dieren, schim-

groeit en dat steeds meer inwoners, bedrijven en organisaties zich aansluiten. Samen kunnen we

mels en de ecosystemen die zij samen vormen. Tegelijkertijd gaat het niet goed met de biodiversiteit.

werken aan een gezonde biodiversiteit, voor onszelf, voor de natuur en voor de generaties na ons.

We komen steeds meer tot het besef dat als biodiversiteit verdwijnt, dan raakt dat uiteindelijk ook ons als mens. Het behoud en herstel van biodiversiteit is dus geen luxe, maar noodzaak. En wie wil daar nu niet aan bijdragen? Ook de gemeenten Duiven en Westervoort hebben het belang van biodiversiteit onderstreept door het op te nemen in hun Omgevingsvisie. Maar wat betekent dat in de praktijk? Hoe geven we daar concreet invulling aan? Wat vraagt dat van ons, en wat levert het op? Met dit beleidskader zetten we een belangrijke eerste stap. We geven biodiversiteit de aandacht die het verdient en benadrukken opnieuw dat wij mensen onderdeel zijn van de natuur, en zonder haar niet kunnen bestaan.

Dat betekent niet dat biodiversiteit tot nu toe geen aandacht kreeg in onze gemeenten. Integendeel: er zijn al veel waardevolle initiatieven. Denk aan ecologisch maaibeheer, het bestrijden van invasieve exoten en het zorgvuldig omgaan met beschermde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ook inwoners tonen steeds meer betrokkenheid en zetten zich in voor een groenere leefomgeving.

Toch is er meer nodig. Dit beleidskader helpt ons om vanuit bestaande inspanningen een duidelijke visie en strategie te ontwikkelen. Zo krijgen we beter grip op het thema biodiversiteit en kunnen we gerichte acties ondernemen. Biodiversiteit raakt aan veel andere beleidsterreinen, zoals groenbeheer en wet- en regelgeving, maar ook energietransitie en andere duurzaamheidsopgave. Juist vanwege die verwevenheid is het belangrijk om er nu expliciet op te focussen. Want biodiversiteit is meer dan ‘alleen wat minder maaien’, het vraagt om structurele keuzes en meetbare doelen, ook vanuit landelijke en Europese regelgeving.

4

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

SAMENVATTING

Kandiadijk, Groessen Van der Hoevenstraat, Westervoort

Ambitie en doelstelling Aanleiding Met het beleidskader biodiversiteit zetten de gemeenten Duiven en Westervoort een gezamenlijke stap richting een samenhangend beleid voor het versterken van biodiversiteit in de leefomgeving. Het document beschrijft de visie, uitgangspunten en beleidslijnen voor de periode 2025–2034 en vormt een inhoudelijk kader onder de omgevingsvisies. Het is geen juridisch bindend programma,

De gemeenten spreken de ambitie uit om de afname van biodiversiteit op ons grondgebied een halt toe te roepen en de biodiversiteit te versterken waar het kan. De focus ligt op het behoud en herstel van leefgebieden voor zowel wettelijk beschermde als lokaal waardevolle soorten.

De doelstelling sluit aan bij de Europese natuurherstelwet, waarin het streven is om in 2040 60% en in 2050 90% van de leefgebieden te herstellen.

maar geldt als vastgesteld beleid en vormt richtinggevend uitgangspunt voor gemeentelijke plannen en besluitvorming.

Zeven strategische sporen vormen het fundament onder het beleid, waaronder: het reserveren van ruimte voor ecologisch groen in plannen (op basis van nog uit te werken groennormen), versterken

Aanleiding voor het beleidskader is de wereldwijde en nationale afname van biodiversiteit, die ook in onze gemeenten zichtbaar en voelbaar is. Binnen deze context willen de gemeenten een helder

van groen-blauwe verbindingen, ecologisch beheer, verminderen van drukfactoren zoals stikstof en verharding, en het vergroten van bewustwording.

kader bieden voor het omgaan met biodiversiteit in beleid, inrichting en beheer van de openbare ruimte. Biodiversiteit wordt in dit document opgevat, als “de diversiteit aan soorten planten, dieren, bodemleven en al hun onderlinge relaties” en als voorwaarde voor een gezonde leefomgeving.

5

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Soortenbeleid en icoonsoorten

Uitvoering en borging

Binnen het soortenbeleid ligt de nadruk op het in stand houden en verbeteren van leefgebieden.

De beleidsrichting wordt uitgewerkt in een uitvoeringsagenda (in een separaat document), waarin

De gemeenten benoemen een aantal herkenbare icoonsoorten, zoals de steenuil, bever, gierzwa-

projecten, acties en een globale kostenraming zijn opgenomen. De agenda voorziet tevens in af-

luw en huismus. Deze soorten fungeren als ambassadeur voor biodiversiteit en zijn inzetbaar in

spraken over monitoring, evaluatie en taakverdeling. Zo wordt geborgd wie wat gaat doen, hoe de

educatie, monitoring en communicatie. Naast deze symbolische functie bieden ze aanknopings-

voortgang wordt gevolgd en hoe we bijsturen waar nodig.

punten voor gerichte maatregelen die ook andere soorten ten goede komen.

Ecologisch beheer en natuurinclusieve ontwikkeling

Biodiversiteit is een randvoorwaarde voor een gezonde, klimaatbestendige en leefbare leefomgeving. Met dit beleidskader leggen Duiven en Westervoort een duidelijke inhoudelijke basis, passend binnen bestaande beleidsstructuren, waarmee biodiversiteit concreet, meetbaar en uitvoer-

Het beleidskader benadrukt het belang van natuurinclusief bouwen en ontwerpen. Projecten wor-

baar onderdeel wordt van het gemeentelijk handelen.

den aangemoedigd om een bepaald aandeel ecologisch groen te realiseren, bij voorkeur met inheemse soorten en ruimte voor nestgelegenheid. Normen hiervoor worden nog uitgewerkt. Daarnaast wordt gestuurd op ecologisch beheer van de openbare ruimte: minder intensief maaien, behoud van structuurrijke beplanting, en gefaseerd onderhoud zijn daarbij sleutelbegrippen. Daarbij wordt rekening gehouden met de balans tussen biodiversiteit, beeldkwaliteit en gebruik.

Ruimtelijke onderbouwing De bij het beleidskader behorende groen-blauwe structuurkaarten tonen de bestaande groenblauwe en ecologische netwerken, waardevolle gebieden en kansen voor versterking. Deze kaarten vormen een belangrijk instrument voor beleidsmatige afwegingen en planvorming. Ze laten zien waar maatregelen mogelijk of wenselijk zijn en ondersteunen gebiedsgerichte keuzes.

Participatie en lokale betrokkenheid Het beleidskader is tot stand gekomen met actieve inbreng van inwoners, maatschappelijke organisaties, ambtenaren en door in gesprek te gaan met raadsleden. Tijdens een startbijeenkomst, een digitale enquête en in een klankbordgroep is inhoudelijke input verzameld. Deze input is verwerkt in het beleid en per thema terug te vinden in de betreffende hoofdstukken. Er is bewust gekozen voor participatievormen op het niveau ‘adviseren’ en ‘raadplegen’, om zo vroegtijdig draag-

Fabritiusstraat, Duiven

vlak en kennis uit de samenleving te benutten. Ook buiten dit proces wordt actief burgerschap gestimuleerd, bijvoorbeeld via subsidies, ondersteuning van lokale initiatieven en educatieve programma’s op scholen.

6

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

INHOUD

4.4

Icoonsoorten

26

4.5

Soortenbescherming

28

VOORWOORD

3

4.6

Natuurinclusief ontwikkelen

29

SAMENVATTING

5

4.7

Ecologisch beheer openbaar groen

30

INHOUD

7

4.8

Inzet gedragscode

31

LEESWIJZER

8

4.9

Inzet soortenmanagementplan

32

INTRODUCTIE BIODIVERSITEIT

9

1.

INLEIDING 1.1

Aanleiding

1.2

Status 12

1.3

Doelen

1.4

2.

3.

4.

5.

GROENBLAUWE STRUCTUURKAART

35

11

5.1

Opbouw kaarten

36

12

5.2

Betekenis en functie groen-blauwe raamwerk

36

5.3

Betekenis en functie ecologische kansenkaart

39

12

5.4

Onze groen-blauwe structuur

40

Afbakening

13

5.5

Landschappelijke elementen

41

1.5

Looptijd

14

1.6

Proces van totstandkoming en participatie

6.

OMGAAN MET OVERLAST EN SCHADE

44

14

6.1

Overlast van groen en natuur

45

KADERS

15

6.2

Jacht, beheer en schadebestrijding

45

2.1

Wet- en regelgeving

16

6.3

Schadelijke invasieve exoten

46

2.2

Natuurregels

16

6.4

Effecten van meer biodiversiteit

47

2.3

Natuur en klimaatverandering

17

6.5

Effect op beeldkwaliteit openbare ruimte

48

2.4

Uitgangspunten overkoepelend gemeentelijk beleid

18

BIJLAGEN

50

BELEID EN STRATEGIE

19

BIJLAGE I, OPBRENGST STARTBIJEENKOMST EN ENQUÊTE

50

3.1

Ambitie

20

BIJLAGE II, BETROKKEN ORGANISATIES

53

3.2

Strategie

20

BIJLAGE III, WET- EN REGELGEVING

54

3.3

Kansen

21

BIJLAGE IV, POSITIE EN RELATIE MET ANDERE PLANNEN

57

3.4

Actief burgerschap bij biodiversiteit

21

BIJLAGE V, KAARTEN ATLASLEEFOMGEVING

58

SOORTENBELEID

23

BIJLAGE VI, LEGENDA GROENBLAUWE STRUCTUURKAART

61

4.1

Soortenbeleid

24

BIJLAGE VII: TOELICHTING HABITATTYPE

67

4.2

Beschermde leefgebieden

24

4.3

Beschermde soorten

26

7

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

LEESWIJZER Hieronder is aangegeven hoe het Beleidskader Biodiversiteit is opgebouwd. Het Beleidskader Biodiversiteit start met een Introductie over wat wij verstaan onder biodiversiteit in het algemeen en specifiek in de gemeenten Duiven en Westervoort.

Om dit beleidskader te kunnen realiseren wordt een uitvoeringsagenda opgesteld. Hierin wordt de ambitie vertaald naar uitvoering met daarbij een doorkijk in de planning van de te nemen stappen per gemeente, met de daarbij behorende kosten om het in dit document opgenomen beleid te realiseren. Daarnaast borgen we deze planning door vast te leggen wie wat gaat doen, hoe de

In het inleidende Hoofdstuk 1 is de aanleiding geformuleerd evenals de doelen, de afbakening,

voortgang gemonitord wordt en hoe we deze evalueren. Afhankelijk van de beschikbare financiële

alsmede het proces van totstandkoming.

middelen worden beleidsdoelstellingen behaald.

Hoofdstuk 2 bevat de kaders vanuit de wet- en regelgeving, het overkoepelende gemeentelijke beleid en hoe dit plan zich verhoudt tot onze andere plannen. Dit zijn de kaders waar er in dit Beleidskader Biodiversiteit rekening mee dienen te houden. Hier is ook te lezen wat de status van dit plan is. In Hoofdstuk 3 leest u onze visie en strategie op biodiversiteit en hoe wij daarin willen samenwerken. Hoe we omgaan met beschermde planten en dieren zodat deze soorten in een gunstige staat blijven dan wel zich kunnen verbeteren is het onderwerp van Hoofdstuk 4. De basis voor het Beleidskader Biodiversiteit zijn de kaarten met de groenblauwe en ecologische structuren. Hoe we daar mee omgaan, is in Hoofdstuk 5 uitgewerkt. De kaarten met de groenblauwe en ecologische structuren zijn separaat bij dit plan gevoegd. Hierop staan onder meer de belangrijkste groene en blauwe structuren en ecologische functies weergegeven. Ook gewenste uitbreidingen, gewenste verbindingen en kansen om de biodiversiteit te verbeteren zijn erop aangeduid. In geval planten en dieren voor overlast zorgen hebben we in hoofdstuk 6 ons beleid opgenomen hoe we daar mee willen omgaan. In de Bijlagen is achtergrondinformatie bij het plan opgenomen.

‘Wij’ zijn Duiven en Westervoort samen Daar waar in dit document ‘wij’ wordt genoemd, worden daarmee de gemeenten Duiven en Westervoort samen bedoeld.

8

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

INTRODUCTIE BIODIVERSITEIT Wat betekent biodiversiteit en waarom is het belangrijk?1 Biodiversiteit gaat over de verscheidenheid van (inheemse2) planten3- en diersoorten, alle micro organismen, en de balans tussen alle soorten op aarde. De biodiversiteit is essentieel voor het in stand houden van ecosystemen en daarmee een gezonde leefomgeving, zie ook kader ‘Wat is biodiversiteit?’. Deze insteek en definitie hanteren wij in dit plan.

Hoe staat het er voor met de biodiversiteit? Het gaat slecht met de biodiversiteit4. Miljoenen planten en diersoorten worden wereldwijd bedreigd met uitsterven. Sinds 1970 zijn populaties gemiddeld met 68 procent afgenomen. Deze trend geldt ook in Nederland: 55 procent van onze bijensoorten zijn bedreigd, 46 soorten zijn uit ons land verdwenen en in de afgelopen 130 jaar is 84 procent van alle vlinders in ons land verdwenen. Grotere dieren als de otter, de korenwolf en de velduil worden ernstig in hun voortbestaan bedreigd. In afbeelding 1 is schematisch weergegeven hoe het vervolg van deze trend zich zou kunnen ontwikke-

Afbeelding 1, Mogelijke scenario’s om afname van biodiversiteit tegen te gaan; bron: Stimular

len in enkele scenario’s.

Ecosystemen en voedselketens In de natuur draait alles om eten en gegeten worden, want elk organisme heeft nou eenmaal energie

Wat is Biodiversiteit? Biodiversiteit is een term die we gebruiken om de rijkdom van de natuur aan te duiden. Het gaat om de grote verscheidenheid aan planten, dieren, habitats en genen. Biodiversiteit zorgt door de interactie met omgevingsfactoren voor ecosystemen waarin organismen kunnen leven zoals bijvoorbeeld de mens. We kunnen immers niet overleven zonder de natuur en toch beschouwen we die als iets van-

Bron: Europese Commissie 2021

2

andere soort en is zelf weer voedsel voor een andere soort. Als één van de soorten wegvalt, hebben de andere soorten een probleem. Een ecosysteem is het geheel van planten, dieren, bacteriën en schimmels in een bepaalde omgeving en kan groot of klein zijn. Binnen zo'n ecosysteem zijn één of meer voedselketens. Ecologische successie is de ontwikkeling die een ecosysteem doormaakt.

zelfsprekends.

1

nodig om te overleven. In een ecosysteem is er een web van voedselketens: de ene soort eet de

Eerst komen de pioniers en na verloop van tijd bereikt het ecosysteem het climaxstadium.

Bron: Deltaplan Biodiversiteit.

3

Onder planten wordt verstaan: inheemse kruiden, struiken en bomen.

Soorten zijn inheems wanneer ze van nature in een bepaald gebied voorkomen. Sommige uitheemse soorten zijn echter

4

Bron: Living Planet Report, het tweejaarlijkse rapport over de staat van de aarde van het Wereld Natuur Fonds.

al heel lang geleden in een gebied geïntroduceerd. Ze hebben zich spontaan gehandhaafd, voortgeplant en verspreid. Van die uitheemse soorten zegt men dat ze ingeburgerd zijn.

9

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Een mooi voorbeeld om deze keten te illustreren is het effect van bestrijdingsmiddelen op roofvo-

-

Gezonde bodems voor groen, natuur en landschap.

gels. In eerste instantie gaan de kleinere dieren dood van dergelijke middelen, zonder dat het middel

-

Bestuiven van bloemen voor onze groenten en fruit.

wordt afgebroken. De grotere dieren die de kleine dieren eten krijgen daardoor ook bestrijdingsmid-

-

Een gevarieerd landschap of leefomgeving.

delen binnen en gaan daar uiteindelijk ook aan dood. Een ander voorbeeld is dat wanneer er geen

-

Bieden van voedsel, veiligheid en voortplantingsplaatsen voor dieren.

pinksterbloemen zijn de rupsen van het oranjetipje geen eten hebben (want ze lusten alleen maar

-

Verbeteren van leefbaarheid voor mensen en dieren.

pinksterbloemen) en daarmee er geen vlinder kunnen worden.

Wat zijn de oorzaken van verlies aan biodiversiteit?

In een gevarieerd landschap en leefomgeving leven veel soorten met elkaar samen. Ze zijn sterk afhankelijk van alle aanwezige elementen, zoals natte en droge plekken om voedsel te vinden, plekken om te schuilen of een nest te bouwen, en gezonde grond om in te wortelen met genoeg bodemleven.

De belangrijkste oorzaken van verlies aan biodiversiteit in Nederland zijn onder andere toename en intensivering van landgebruik, het verdwijnen van landschapselementen, klimaatverandering, overmatig gebruik van meststoffen (bv. stikstof) en overexploitatie van natuurlijke hulpbronnen. Mogelijk zijn gebiedsvreemde stoffen als plastics en gifstoffen in het water en de leefomgeving de

Soorten zijn ook sterk afhankelijk van elkaar. Zo kan een bij niet zonder bloeiende bloemen. De bloem overleeft op haar beurt niet zonder bijen, een gezond bodemleven en voldoende water. Vallen er elementen weg (een bos, een haag, een poel, een oude wilg of een bloemrijke weide), dan verdwijnen er soorten uit het landschap. En met hen de soorten die van hen afhankelijk zijn. Hoe diverser het land-

grootste veroorzakers. Dergelijke factoren worden ook wel ‘drukfactoren5’ genoemd. Naast het schap en de leefomgeving, hoe meer soorten er kunnen leven en des groter de veerkracht is. creëren van geschikte leefgebieden, is het daarom belangrijk om deze drukfactoren in onze leefomgeving te minimaliseren. Drukfactoren zijn ook recreatiedruk, verlichting, afval en een slechte bodem- en waterkwaliteit. Daarbij is er nog een gebrek aan meetbaarheid van biodiversiteit waardoor ontwikkelingen niet altijd goed zichtbaar zijn en ontbreekt het aan beloning en waardering voor positieve bijdragen aan biodiversiteitsherstel.

Biodiversiteit in dit beleidskader Biodiversiteit gaat in dit Beleidskader over:

5

De diversiteit aan soorten planten, dieren, bodemleven en al hun onderlinge relaties.

De taken waar al die samenlevende soorten voor zorgen, zoals: -

Zuiveren van de lucht en het water.

-

Vasthouden van hemelwater.

-

Vruchtbare bodems voor ons voedsel.

Oude Rijn, Duiven

Dit begrip wordt uitgewerkt in de methodiek van Basiskwaliteit Natuur (BKN), zie ook § 3.2.4.

10

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

1. INLEIDING In dit hoofdstuk beschrijven we wat de aanleiding is voor het Beleidskader Biodiversiteit. We benoemen welke doelen we hiermee nastreven en beschrijven op welk groen en water het plan betrekking heeft. Ook brengen we in beeld hoe het plan tot stand is gekomen en wie hieraan hebben meegewerkt en/of inbreng hebben geleverd.

Wat vinden onze inwoners en/of experts 

Het hele Duivense en Zevenaarse Broek is het ‘thuis’ van vele soorten dieren, die afhankelijk zijn van voldoende planten, struiken, gras, bomen en water. Grauwe kiekendief, torenvalk, patrijs, wespendief, reeën, uilen, buizerd, putters, raaf, reiger, zilverreiger, kievit, wulp, ijsvogel, zeearend (overvliegend), nijlgans, konijnen, roodborst, vink, ringmus, graspieper, scholekster, valken, spechten, eenden, ganzen, zwanen, waterhoentjes, bevers en ooievaar en nog veel meer (uit enquête).

Bij bijvoorbeeld de Brugweg (zijde Mosterdhof) in Westervoort groene structuren aanplanten zodat milieueffecten verminderd worden (fijn stof of geluid). Hierbij ook rekening gehouden worden met het onderwerp biodiversiteit. Bij een goede inrichting kan de biodiversiteit enorm toenemen (uit enquête).

Loowaard, Loo

11

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

1.1 Aanleiding De landelijke trend van afnemende biodiversiteit raakt ook onze gemeenten en schept verantwoordelijkheid om hierop in te spelen en het tij te keren. Wij hebben in respectievelijk 2022 en 2021 onze Omgevingsvisies vastgesteld, als stip aan de horizon voor de fysieke leefomgeving. Met deze visies geven wij invulling aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Omgevingswet. Ook voor het thema biodiversiteit zijn in de Omgevingsvisie diverse ambities en doelen opgenomen. Als vervolg op de Omgevingsvisie wordt het beleid vertaald naar programma’s gekoppeld Beleidskader Biodiversiteit Duiven & Westervoort

aan thema’s, waaronder het thema Biodiversiteit, zie afbeelding 1.1. Daarnaast spelen er talrijke ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen (o.a. woningtekort, energietransitie of uitbreiding infrastructuur) die enerzijds vragen om en kansen bieden voor versterking van biodiversiteit, groen en water binnen de gemeente. Anderzijds kunnen dezelfde ontwikkelingen ongewild juist ook een bedreiging vormen.

1.2 Status Biodiversiteitregels?

Het Beleidskader Biodiversiteit is geen ‘programma’ zoals bedoeld is onder de Omgevingswet. Het is een thematisch beleidskader net onder de Omgevingsvisie, zie afbeelding 1.1. Het bevat ons

Afbeelding 1.1, Positie van het Beleidskader Biodiversiteit (oranje vlak) in het beleidshuis

beleid voor biodiversiteit. Bij de uitwerking van het Omgevingsplan – dit proces is nog niet gestart

van de gemeente; bron startnotitie Ontwikkelkader buitengebied Duiven

– wordt gekeken welk beleid voor biodiversiteit daarin als regels kan of moet worden meegenomen. Tot die tijd geldt dit document als ‘vastgesteld’ beleid en heeft het geen bindende juridische status voor onze inwoners. Vastgesteld beleid op gemeentelijk niveau wel bindend voor het handelen van de gemeente.

1.3 Doelen Het Beleidskader Biodiversiteit Duiven en Westervoort kent de volgende doelen:

Het Beleidskader Biodiversiteit wordt vastgesteld door onze Raden en de Uitvoeringsagenda door

Vastleggen van onze toekomstgerichte visie op biodiversiteit.

de Colleges. Eventuele extra benodigde financiën worden ingebracht in de Voorjaarsnota’s van

Beschrijven van belang en betekenis van biodiversiteit voor onze lokale leefomgeving.

2026 op basis van een integrale afweging.

Vormen van een bouwsteen voor onze Omgevingsplannen.

Het aanzetten tot opnemen van biodiversiteit in ruimtelijke ontwikkelingen.

Vormen van de basis voor de uitvoeringsagenda door concrete maatregelen te benoemen.

12

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Zuidelijke Parallelweg, Westervoort

Afbeelding 1.2, Grondgebied gemeente Westervoort (link)s en gemeente Duiven (rechts); bron: Omgevingsvisies

Met het opstellen van beleid en strategie voor biodiversiteit geven we ook invulling aan de wereldwijde doelen voor duurzaamheid. Deze Sustainable Development Goals (SDG’s) omvatten zeventien doelen om in 2030 van de wereld een betere plek te maken. Vooral de doelen 13 (Klimaatac-

Het Beleidskader Biodiversiteit kent de volgende onderdelen: 

tie), 14 (Leven in het water) en 15 (Leven op het land) zijn voor het Beleidskader Biodiversiteit relevant. Tot slot – en zeker niet minder belangrijk – geeft het Beleidskader Biodiversiteit invulling

hoofdstuk 2. 

aan natuurbeschermingsregels uit de Omgevingswet: behouden en versterken van biodiversiteit. Daarom is ook de borging van de natuurwetgeving opgenomen.

Kaders vanuit wet- en regelgeving voor biodiversiteit inclusief de natuurwetgeving. Zie

Beleid, en strategie voor het omgaan met biodiversiteit, (o.a. soortenbeleid, gedragscode, faunabeheer). Zie hoofdstuk 3, 4 en 6.

Een kansenkaart biodiversiteit inclusief het groenblauwe raamwerk met hotspots van flora en fauna, de huidige situatie, kansen en ambities voor versterking van de biodiversi-

1.4 Afbakening Het Beleidskader Biodiversiteit Duiven en Westervoort bestrijkt het gehele grondgebied van beide gemeenten, (zie afbeelding 1.2). Het accent ligt op het gemeentelijke groen en water. Groen en

teit en voorzien van een toelichting. Zie hoofdstuk 5. 

Uitvoeringsagenda met alle nog uit te werken projecten en acties inclusief prioritering en globale kostenindicatie. Zie separaat document.

water van andere eigenaren zijn alleen opgenomen als dit voor het groen-blauwe of ecologisch raamwerk relevant is. In het buitengebied gaat het dan onder meer over eigendommen van Staatsbosbeheer (uiterwaarden), de provincie (bermen), particulieren (grotere landschapselementen en agrarische gronden) of andere grotere terreinbeheerders. Veel watergangen zijn in eigendom en beheer van Waterschap Rijn en IJssel. Het waterschap stelt in haar Waterbeheerprogramma 2022-2027 hiervoor het beleid voor op in samenspraak met de gemeenten en andere belanghebbenden. Voor ons beleidskader heeft ook afstemming met het waterschap plaatsgevonden. Beide plannen staan naast elkaar.

13

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

1.5 Looptijd Met het vaststellen van de inhoud van het Beleidskader Biodiversiteit ligt ons beleid voor biodiversiteit vast. Het is daarmee het uitgangspunt in toekomstige discussies over biodiversiteit en vormt vanuit het beleidsveld biodiversiteit de onderlegger voor andere ruimtelijke plannen of beleidsplannen en gemeentelijke regelgeving. Om dit blijvend te kunnen doen, is een algehele actualisatie na in ieder geval 10 jaar op zijn plaats. In de tussenliggende periode vinden – indien nodig – evaluaties en aanscherpingen plaats.

1.6 Proces van totstandkoming en participatie Het Beleidskader Biodiversiteit is mede tot stand gekomen door onze actief meedenkende inwoners, maatschappelijke organisaties, ambtenaren. Hierbij was de participatiestrategie van het Programma Duurzaamheid leidend. Voor het verzamelen van input is gekozen voor het participa-

Wethouder Joyce Zwaga-Komen tijdens de startbijeenkomst

tieniveau Adviseren en voor het meelezen van de voorstellen Raadplegen. Dit heeft geresulteerd in het volgende: 

Inwoners hebben op de startbijeenkomst op 7 februari 2024 mee kunnen denken over de verschillende kansen en bedreigingen voor de biodiversiteit binnen onze gemeenten.

Ook hebben inwoners een online enquête ingevuld (152 reacties) over de kansen en bedreigingen voor de biodiversiteit, zie BIJLAGE I, opbrengsten enquête.

Er is een klankbordgroep in het leven geroepen waarin enthousiaste inwoners en maatschappelijke organisaties met elkaar en met de gemeente in gesprek zijn gegaan over het gewenste beleid voor de biodiversiteit in onze gemeenten, zie BIJLAGE II, betrokkenen.

De belangrijkste uitkomsten en aansprekende citaten uit deze participatie zijn steeds per thema in het betreffende hoofdstuk verwerkt. De Raden zijn via een kennisgeving en een beeldvormende bijeenkomst (april 2025) betrokken. Wethouder Laura Kaper tijdens de ambitiesessie met de raden

14

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

2. KADERS Net als voor de andere kapitaalgoederen van de gemeente als wegen, civiele kunstwerken, sport, spelen en verlichting gelden er voor het omgaan met planten en dieren, het openbaar groen en water wet- en regelgeving en beleid waarnaar moet worden gehandeld. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de uitgangspunten vanuit de wettelijke kaders, het provinciaal beleid en overkoepelend gemeentelijk beleid.

Wat vinden onze inwoners en/of experts 

Voer de vergunningsplicht voor het kappen van bomen weer in (uit enquête).

Huidig beleid moet aangepast worden zodat zorgen voor een betere biodiversiteit altijd een voorwaarde is bij plannen (uit enquête).

Overlast van honden en ook katten wordt genoemd als knelpunt voor biodiversiteit. Voor een verbod op loslopen van katten is geen wettelijk grondslag en is ook niet te handhaven. Stimuleren van binnen of aangelijnd houden kan wel (uit expertgroep).

Klapstraat -Rijndijk, Westervoort

15

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

2.1

Wet- en regelgeving

Het beheer van openbaar groen en water en het omgaan met (beschermde) planten en dieren vindt

Jaar

Overzicht natuurwetgeving

1992

Habitatrichtlijn Richtlijn van de Europese Unie. Het doel is bij te dragen tot het waarborgen

plaats binnen de volgende (wettelijke) kaders:

van de biologische diversiteit in de lidstaten door bescherming van habitats en 

Europese natuurherstelverordening 2024.

soorten die van Europees belang zijn. De bescherming van soorten uit bijlage

Nieuwe Burgerlijk wetboek (NBW).

VII en de aanwijzing van beschermde gebieden voor soorten uit bijlage II zijn

Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Kaderrichtlijn water (KRW).

Omgevingswet (OW) inclusief ‘natuurregels’.

Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA).

Natuur- en biodiversiteitsbeleid provincie Gelderland (PGLD).

verwerkt in de Omgevingswet.

2002

Flora- en faunawet Nederlandse wet in formele zin die de bescherming van dier- en plantensoorten regelde. De wet bundelde de bepalingen die voorheen waren opgenomen in de Vogelwet 1936, Jachtwet, Natuurbeschermingswet (hoofdstuk V: soorten-

Voor een korte uitleg per item wordt verwezen naar BIJLAGE III, Wet- en regelgeving. De natuurre-

bescherming), Nuttige Dierenwet 1914 en Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten.

2017

gels worden in deze paragraaf toegelicht alsook de samenhang met klimaatveranderingen.

Wet natuurbescherming Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden, soorten en bos regelde. Hij verving drie andere wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de

2.2

Boswet en de Flora- en Faunawet. Sinds 1 januari 2024 is de Wet natuurbe-

Natuurregels

scherming vervangen door de Omgevingswet. Onderstaande tabel bevat een samenvattend overzicht van de ontwikkeling van de natuurwetgeving in Nederland.

2024

Omgevingswet en bijbehorende regelingen De Omgevingswet en bijbehorende regelingen en besluiten beschermt Neder-

Jaar

Overzicht natuurwetgeving

1979

Vogelrichtlijn

landse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet moet ervoor zorgen dat de verschillende planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Ook kwetsbare soorten mogen niet verdwijnen.

Richtlijn van de Europese Unie. Het doel is bescherming, beheer en regulering van in de lidstaten voorkomende vogels. De bescherming van soorten en de aanwijzing van beschermde gebieden voor specifieke soorten van Bijlage I en voor trekvogels zijn verwerkt in de Omgevingswet.

2024

Europese natuurherstelwet Lidstaten zijn verplicht om maatregelen te nemen om uiterlijk in 2030 minstens 30% van alle, in lijsten genoemde, beschadigde ecosystemen te herstellen. In 2040 moet dit 60% zijn en in 2050, 90%. Tot in 2030 moeten lidstaten bij de uitvoering van de herstelmaatregelen prioriteit geven aan Natura 2000-gebieden.

16

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Doel van de natuurwetgeving is primair behouden en herstellen van een gunstige staat van instandhouding van de lokale populaties van een bepaalde soort. Doden van een enkel exemplaar zou daarmee niet per se een overtreding hoeven te zijn wanneer de populatie waar het exemplaar deel van uitmaakt voldoende levensvatbaar blijft. In de praktijk wordt wel op het niveau van een exemplaar gehandhaafd.

2.3

Natuur en klimaatverandering

In het Klimaatverdrag (1994) is een internationaal raamwerk gedefinieerd waarbinnen regeringen gezamenlijk acties kunnen ondernemen om de beproevingen van een veranderend klimaat op aarde te kunnen pareren. De concrete doelstelling van het verdrag is: "het stabiliseren van de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer op een zodanig niveau, dat een gevaarlijke mense-

Doden (vangen, verstoren) van een beschermde inheemse diersoort is in beginsel verboden. Er dient ontheffing of vrijstelling van dit verbod te zijn om een dier te kunnen doden (vangen, verstoren). Ook voor jacht (op 5 wildsoorten6) geldt dat dit onderdeel moet zijn van het faunabeheerplan waarin samenhang tussen jacht, schadebestrijding en populatiebeheer wordt aangetoond.

lijke invloed op het klimaat wordt voorkomen". Voor 15% van de in Nederland beschermde soorten en habitattypen van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) is een negatief effect van klimaatverandering gerapporteerd in de periode 2013-2018. Dit wordt vooral veroorzaakt door temperatuurstijging en extreme droogte. In de toekomst zal klimaat-

Uitgangspunt van de natuurwetgeving is dat er eerst monitoring van de populatie (aantal, versprei-

verandering meer soorten en habitattypen negatief kunnen gaan beïnvloeden. Voor meer dan 60%

ding, impact) heeft plaatsgevonden om iets te kunnen zeggen over overlast. Bestrijden van overlast

van de soorten en habitattypen kan klimaatverandering een bedreiging worden, op het land vooral

op het niveau van een enkel exemplaar kan alleen bij hoge impact en daarbij zijn preventieve maat-

door een toename van temperatuurstijging en perioden met extreme droogte en in zee met name

regelen in eerste instantie vereist.

door zeespiegelstijging. Voor circa 20% van de soorten en habitattypen is klimaatverandering echter een kans7. Zoals in de Introductie al is uitgelicht kent onze natuur haar eigen processen en deze natuurlijke ontwikkelingen zijn niet altijd door ons te beïnvloeden. Soorten passen zich soms meteen aan veranderende omstandigheden aan, maar vaak gebeurt dit geleidelijk in de loop der jaren. Veranderingen in natuur en soorten is dus ook een natuurlijk proces.

De Waaij, Westervoort

6

De soorten waarop mag worden gejaagd zijn haas, fazant, wilde eend, houtduif en konijn. In deze periode is het alle

7

Bron Compendium voor de Leefomgeving (CLO), situatie per november 2024.

jachthouders (jagers met een jachtveld) toegestaan om de wildstand in hun jachtgebied duurzaam te benutten voor consumptie.

17

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

2.4 Uitgangspunten overkoepelend gemeentelijk beleid De Omgevingsvisies Westervoort 2021 en Duiven 2022 stellen de algemene kaders voor het biodiversiteitsbeleid. Het gaat om de volgende vertrekpunten: 

Het ontwikkelen van een gezonde leefomgeving onder de noemer ‘verbonden met elkaar’ waarbij wordt gekeken naar zowel de fysieke (beweging, luchtkwaliteit, toegankelijkheid en nabijheid van nodige voorzieningen) als de sociale gezondheid (sociale interactie, cohesie, veiligheid).

Het inzetten op een klimaatbestendige inrichting (en beheer) van de openbare ruimte. Werk met werk maken staat hierin centraal. Concreet benoemde acties zijn het actief meewerken aan vergroeningsinitiatieven van inwoners en natuurinclusief bouwen.

Het maken van groene verbindingen tussen buitengebied en dorpskernen. Om de biodiversiteit binnen de gemeente robuuster te maken wordt er gekeken hoe zoveel mogelijk groene en blauwe structuren met elkaar kunnen worden verbonden.

Gebiedsgerichte benadering van wijken met respect voor de wijkeigen charme en energie, zodat de voor de wijk juiste voorzieningen aanwezig zijn en activiteiten kunnen plaatsvinden. De gemeente heeft hierin een faciliterende en meewerkende houding.

Voor de relatie met plannen van de andere vakdisciplines wordt verwezen naar BIJLAGE IV, Positie en relatie met andere plannen.

Langs een over in het Horsterpark

18

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

3. BELEID EN STRATEGIE Behalve planten, dieren, groen en water, vragen ook veel andere voorzieningen ruimte in het openbare gebied. De gemeenten wegen samen met haar inwoners en partners de verschillende belangen en maakt vervolgens keuzes. In dit hoofdstuk geven we onze ambities en strategie op biodiversiteit weer. Want waar doen we het voor? Wat willen we bereiken? Wat vinden we belangrijk en waar zetten we op in? Dit hebben we met @ in de tekst gemarkeerd.

Wat vinden onze inwoners en/of experts 

Park Emmerik in Westervoort is mijns inziens een clean parkje. Door samen met de omwonenden nestkastjes/insectenhotels en dergelijke op te hangen kan de biodiversiteit van het parkje verbeterd worden (uit enquête).

In alle nieuwbouwplannen moeten we het onderwerp biodiversiteit meenemen. Niet alleen door en met het groen maar door ook ingebouwde nestkasten voor gierzwaluwen, mussen en vleermuizen (uit enquête).

Noordwesthoek langs sportvelden D.V.V., Duiven

19

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

3.1

Ambitie

3.2

Strategie

Als gemeenten willen we ons hard maken voor de biodiversiteit die hier voorkomt. In de hierna ge-

Om de biodiversiteit te versterken werken we langs de volgende zeven sporen. Deze zijn geba-

formuleerde ambitie leggen we de stip op horizon hiervoor neer. De haalbaarheid hangt af van ver-

seerd op het beoordelingskader zoals dit bij de Basiskwaliteit natuur wordt gehanteerd.

schillende factoren en van een goede monitoring. Dit plan is een eerste aanzet om ons als ge-

1.

meente bewust in beweging te zetten. Aansluitend geven we onder het kopje strategie weer op

bijvoorbeeld basiskwaliteit natuur, groennormen of een puntensysteem toepassen om daar-

welke wijze we ons daar naartoe bewegen. Het hoofdstuk wordt afgesloten met enkele concrete

mee natuur-inclusief te ontwikkelen. We richten ons hierbij als eerste op de aanwezige be-

voorbeelden waar we kansen zien liggen om de ambities te verwezenlijken. Als gemeenten willen we de afname van biodiversiteit op ons grondgebied een halt toe roe-

We zorgen voor voldoende ruimte voor natuur in onze plannen en projecten, waarbij we

schermde en kwetsbare soorten. 2.

We zetten in op sterke (robuuste) verbindingen tussen groen-blauwe gebieden (ge-

pen en de biodiversiteit versterken waar het kan. We richten ons daarbij vooral op ontwikkelin-

wenste structuren op kaart) om daarmee leefgebied te creëren voor aanwezige be-

gen in de woonkernen en het agrarisch buitengebied en op ecologische verbindingen daarbinnen.

schermde en kwetsbare soorten.

Veel dieren en planten verplaatsen zich via bermen, bomenrijen, bosjes, houtwallen, akkerranden,

3.

agrarische gebied, met ecologisch kwaliteiten zodat voorkomende habitats goed kunnen

weteringen en sloten door het landschap. We zorgen ervoor dat dergelijke groene en blauwe ele-

functioneren (op welke soorten richten).

menten aantrekkelijk (geschikt) zijn voor de soorten die in onze gemeenten van nature voorkomen en dat ze onderling verbonden zijn. Hiermee creëren we een robuuste groen-blauwe doorade-

4.

We verlagen de drukfactoren voor een positieve ontwikkeling van de groen-blauwe dooradering (op welke factoren richten en hoe).

ring door onze gemeenten. We doen dit voor de wettelijk beschermde soorten en de lokaal waardevolle soorten waarbij we in 2040 60% en in 2050 90% van de aanwezige leefgebieden voor

We zorgen voor een inrichting van onze leefomgeving, zowel in de woonkernen als het

5.

We gaan onze leefomgeving en in elk geval het openbaar groen (meer) ecologisch beheren (waar op richten).

deze soorten hebben hersteld. Dit is gelijk aan de opgaven vanuit de Europese natuurherstelwet. 6.

We zetten in op meer bewustwording van het belang van biodiversiteit en de factoren die het gunstig of ongunst beïnvloeden en het versterken van de samenwerking tussen verschillende partijen (waar op inzetten).

7.

We spelen in op lopende projecten, bestaande initiatieven en benutten meekoppelkansen of liften mee met renovaties en herinrichtingen (met wie werken we samen). Bijvoorbeeld als we vanuit het mobiliteitsplan het STOMP-principe introduceren en we vanuit beheer van de openbare ruimte biodiversiteit/klimaatadaptatie willen versterken richten we verkeersroutes aantrekkelijk voor langzaam verkeer en biodivers inrichten, win-win dus. (STOMP staat voor Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobiliteit op maat en Particuliere auto).

Horsterparklaan, tussen Westervoort en Duiven

20

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

3.3

Kansen

3.4

Actief burgerschap bij biodiversiteit

Voorbeelden van locaties waar kansen liggen voor het versterken en uitbreiden van de groen-

Biodiversiteit is een onderwerp dat in Duiven en Westervoort leeft en er zijn dan ook al veel initiatie-

blauwe dooradering en daarmee het versterken van de lokale biodiversiteit zijn onder meer:

ven in uitvoering en groepen actief. Enkele voorbeelden zijn:

Creëren van bosranden langs het Looveld door het planten van knotbomen, houtsingels of

bosjes langs de waterloop de Lee en langs noordzijde van de kern Loo (noord- en oostzijde

dere de vele karakteristieke knotbomen en poelen in de gemeenten.

Looveld markeren met beplanting waardoor openheid wordt geaccentueerd).

Doe mee in Westervoort onder de vlag van NME Liemers.

Aanleggen van heggen en bossen in het tussengebied om daarmee een robuuste groen-

Milieuvrienden Duiven zet zich in voor het woon- en leefklimaat voor bewoners van Dui-

verbinding van zuid naar noord te realiseren.

ven en omgeving door te streven naar en het behouden en verbeteren van de natuur en de

Landschappelijke inpassing van de geplande doortrekking van de A15 met bijvoorbeeld

landschappelijke en natuurhistorische waarden. Zij is onder meer de oprichter van het

houtsingels, vogelbosjes, boomgaarden en voedselbossen.

voedselbos aan de Bandijk en langs de Buitensingel/Westensingel.

Creëren van kruidenrijke (akker)randen van 10 tot 30m breedte langs of haaks op de

De Imkervereniging Liemers zorgt voor het plaatsen van bijenvolken op diverse locaties

hoofdwatergangen.

voor bestuiving, ze vergaren en delen kennis over bijenhouden en geven van brede voor-

Aanleggen van heggen en houtsingels in het Broek en andere open landschappen passend

lichting aan de samenleving.

bij het landschapstype. 

Knotploeg en poelenwerkgroep Duiven die zorgt voor behoud en herstel van onder an-

De jagers van wildbeheereenheid WBE De Liemers zetten zich in voor het beheer van

Natuurvolgend of ecologisch beheren van de grotere groengebieden om daarmee in het

het wild in de omgeving. Dit gebied is rijk aan haas, konijn, fazant, wilde eend, houtduif,

bestaande openbaar groen meer ruimte aan wilde planten en dieren te bieden. Er liggen

ree, vos, gans, kraai en kauw. De WBE speelt een actieve rol in de verbetering van de bio-

vooral kansen in het minder en gefaseerd maaien van grotere grasvelden, het zorgen voor

toop voor het wild. Zo neemt zij actief deel aan de natuurschoonmaakdag en is betrokken

een kruidlaag van inheemse soorten in vakken bosplantsoen en het gefaseerd snoeien van

bij een project om akkerranden in te zaaien met gewassen die voor het wild aantrekkelijk

beplantingen zodat er meer variatie in leeftijdsopbouw op buurt en straatniveau ontstaat.

zijn. Daarnaast tellen de jagers van de WBE meerdere malen per jaar het wild in het werkgebied, om een goed beeld te krijgen en te houden van de wildstand. Hierbij wordt ook ge-

In hoofdstuk 5 zijn deze locaties en alle andere locaties op de groen-blauwe structuur inclusief ge-

let op de gezondheid van de dieren.

wenste verbeteringen uitgewerkt.  @ 3.1 We zetten ons in om deze groen-blauwe structuur in stand te houden en te verbeteren door dit in te brengen in andere projecten (meekoppelen) en zelf actief projecten te starten.

Op enkele locaties zijn voedselbossen aangelegd of in ontwikkeling. Bijvoorbeeld voedselbos Buitensingel aan de Westsingel en voedselbos Kievitsnest aan de IJsseldijk/Rivierweg.

Al jaren kennen we het initiatief Go Clean in onze gemeenten. Zij ruimen met vrijwilligers zwerfafval op in de buitenruimte, verzamelen op basis daarvan data en dragen zo bij aan de versterking van de biodiversiteit. Dit is in Westervoort met zwerfafval succesvol gedaan en kan eventueel gecombineerd met buitenexcursie voor bijvoorbeeld scholen.

21

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Ook zijn er diverse werkgroepen actief zoals de werkgroep weidevogelbescherming, de werkgroep nestkasten roofvogels en uilen en de Hoogstambrigade Duiven.

luwe, IJsselvallei-west, Achterhoek en Liemers zorgt voor educatie op het boerenerf. 

TABEL H3 – Strategie, kansen en actief burgerschap

Boerenwijs een initiatief dat met gecertificeerde educatieboeren dichtbij scholen in de Ve-

Diverse agrarische ondernemers die zich inzetten voor een meer natuurinclusief landbouw en zich in vaak ook verenigen zoals onder andere Boerderij Middelwaard, Biologisch

Wat is onze ambitie?

Wat willen we nog uitwerken?

1. In stand houden en realiseren van de

a.

Vanuit lopende en nog te starten projecten aanleg van groenstructuren en

groen-blauwe structuren van de kaart.

ecologisch groen mee te nemen.

Melkveebedrijf De Klaver (onderdeel van Liemers Trots), agrarische natuurvereniging Collectief Rivierenland of de Liemerse ambassade waarbij ondernemers, overheden, onderwijs

b.

Zelf projecten initiëren.

a.

Ondersteuning van organisaties die de

en inwoners zich bundelen. 

Agricycling als coöperatie in oprichting voor vraag en aanbod voor groene grondstoffen. Bijvoorbeeld voor verwerking van het maaisel van de gemeentelijke bermen.

2. We zorgen dat onze inwoners van jong tot oud basiskennis over natuur en biodi-

educatie uitvoeren (financieel of met

versiteit hebben. Primair is dit een taak

andere middelen of ambtelijke uren).

@ 3.2 Gezien het belang van deze activiteiten en initiatieven voor biodiversiteit willen we ervoor

van de scholen en instellingen als IVN en

Extra aandacht geven aan het verbete-

zorgen dat basiskennis over natuur en biodiversiteit breed kan worden gedeeld en dat activiteiten

lokale natuurinstanties.

ren van de biodiversiteit hierbij (regelin-

hierin worden voortgezet en waar mogelijk uitgebreid. We vinden het daarom belangrijk om derge-

gen aanvullen en voorlichten).

lijke (inwoners)initiatieven of projecten te steunen. Dit doen we waar nodig en mogelijk door het verstrekken van gerichte subsidies en/of door deze initiatieven met (mensen en materialen) te faciliteren. Daarnaast zijn er diverse gemeentelijke subsidies beschikbaar voor individuele inwoners om hun tuin te vergroenen.

Hamerstraat-Rivierweg, Westervoort

22

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

4. SOORTENBELEID Een belangrijke pijler voor de biodiversiteit is het aantal verschillende soorten planten en dieren in onze gemeente. In dit hoofdstuk gaan we in op hoe we met de soorten in onze gemeente omgaan. Wat willen we bereiken? Wat vinden we belangrijk en waar zetten we op in? Dit hebben we met @ in de tekst gemarkeerd.

Wat vinden onze inwoners en/of experts 

Voer snoeihout vanuit parken niet allemaal af. Stapel snoeihout waar het niet stoort op, als schuilplaats voor diverse diersoorten (uit enquête).

Ook naar de kwaliteit van bodem en water kijken; deze zijn als uitgangspunten essentieel voor een goede biodiversiteit (uit expertgroep).

Zwaan in retentiewater

23

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

4.1 Soortenbeleid Een belangrijke pijler voor de biodiversiteit is het aantal verschillende soorten planten en dieren in onze gemeente. Verlies van biodiversiteit is meer dan alleen het verlies van zeldzame soorten. Hoe

beheerplan heeft opgesteld. Er zijn daarin doelstellingen geformuleerd voor het herstellen van habitattypen en soorten. Dit zijn vooral soorten en typen van water, moerassen, graslanden en ooibossen zoals de bever, kamsalamander, kwartelkoning, watersnip, ijsvogel en oeverzwaluw.

minder oorspronkelijke soorten, hoe instabieler een ecosysteem. Het is dus zaak om de biodiversi-

De provincie Gelderland heeft veel natuurgebieden. Samen vormen zij het Gelders Natuurnetwerk

teit te beschermen en zo bijbehorende ecosystemen in stand te houden, want alleen op die manier

(GNN) waar ook de Natura 2000-gebieden onderdeel van is, zie afbeelding 4.2. De provincie ont-

is ook op de lange termijn te profiteren van de producten en diensten die ecosystemen ons leveren.

wikkelt ook nieuwe natuur rondom bestaande natuurgebieden en samen met andere partijen werkt

Zie BIJLAGE V, kaarten atlas leefomgeving, voor een impressie van het voorkomen van de soor-

ze aan natuurherstel. Dit is belangrijk voor het behoud van planten en dieren. Hoe de provincie om-

tendiversiteit binnen onze gemeenten. Voorbeelden om ecosystemen in stand te houden zijn het

gaat met dit natuurnetwerk is vastgelegd in het provinciaal natuurbeheerplan. Hierin staat ook waar

toepassen van inheemse soorten, het aanbrengen van variatie in (natuurlijke) beplantingsvormen

subsidie voor het behoud en ontwikkeling van (agrarische) natuur en landschap mogelijk is.

en het toepassen van ecologisch groenbeheer. Binnen onze gemeente willen we het aantal soorten op pijl houden -of liever nog-, laten stijgen.

@ 4.2 Met onze lokale openbare groen- en natuurterreinen sluiten we zo veel mogelijk aan op het Gelders Natuurnetwerk zodat er ook ‘haarvaten’ in het netwerk ontstaan.

@ 4.1 Daarom formuleren we beleid dat stuurt op de bevordering van de leefgebieden van lokale soorten. Binnen de gemeente doen we dit op de volgende manieren: 

We koesteren de aangewezen soorten en geven ze meer leefgebied.

We wijzen specifieke (icoon)soorten aan met bijbehorend beleid om bekendheid aan deze soorten te geven en daarmee aandacht voor het verbeteren van de leefomstandigheden voor deze soorten.

We ontwikkelen de openbare leefomgeving natuurinclusief.

We gaan in gesprek met partijen die zorgen voor een toename van de drukfactoren (zie intro) om deze toenamen te kunnen verminderen (bv tegengaan van effecten van bemesting en zwerfafval).

We zetten ons voor bewustwording en voorlichting over biodiversiteit en stimuleren partijen die dit doen.

4.2 Beschermde leefgebieden In onze gemeenten zijn de rivieren de Rijn en de IJssel inclusief de uiterwaarden aangewezen als Natura 2000-gebieden. Hier gelden Europese beschermingsregels vanuit de Vogelrichtlijn en de

Oude Rijn, Duiven

Habitatrichtlijn, zie afbeelding 4.1. Het betreft het gebied ‘Rijntakken’ waarvoor de provincie het

24

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

Toelichting legenda HR = Habitatrichtlijngebieden VR = Vogelrichtlijngebieden HR+VR = Habitat- en Vogel richtlijngebieden

Afbeelding 4.1, Natura 2000-gebieden in de gemeente; bron Atlasleefomgeving

Afbeelding 4.2, Gelders natuurnetwerk; bron provincie Gelderland

25

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

4.3 Beschermde soorten

Een aantal voorbeelden van voorkomende wettelijk beschermde soorten in Duiven en Westervoort

Naast beschermde gebieden kennen we in het land ook beschermde soorten en Rode lijsten. Om in beeld te brengen met welke soorten we rekening hebben te houden en om aanknopingspunten te vinden voor het verhogen van de biodiversiteit is een analyse gemaakt van de soorten zoals

zijn: bever, steenmarter, das, gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis, steenuil, ransuil, ringslang, kamsalamander, rugstreeppad, sierlijke witsnuitlibel, zandwolfsmelk, groot spiegelklokje en kartuizer anjer.

deze zijn ingevoerd in de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Voor de analyse zijn de vol-

@ 4.3 We zorgen ervoor dat we de komende jaren in beeld brengen welke beschermde soorten

gende criteria aangehouden:

er in onze gemeenten en vooral in de openbare ruimte voorkomen en hoe deze zich ontwikkelen. Hierbij leggen we vooral van deze soorten vast waar zich de vaste rust- en voortplantingsplaatsen

Soorten met een verblijfplaats in de gemeente.

Wettelijke beschermde soorten (Europees en Nationaal).

Vogels met een jaarrond beschermd nest categorie 1 t/m 4.

Overige minder algemene broedvogels en vogels met een jaarrond beschermd nest cate-

bevinden en de essentieel leefgebieden voorkomen.

4.4 Icoonsoorten

gorie 5.

Icoonsoorten zijn gemakkelijk herkenbare soorten die symbool staan voor een soortgroep dan wel

Waarnemingen binnen een periode van circa 6 jaar (2018 t/m 2023).

een specifiek leefgebied en waarvoor maatregelen ook impact hebben op meer soorten. Het zijn

De wettelijk beschermde soorten (Europees en Nationaal) zijn beschermd op basis van het Besluit

soorten die er uit zichzelf zijn gekomen of spontaan zich gevestigd hebben en daarmee aangeven

activiteiten leefomgeving (Bal) behorende bij de Omgevingswet en zijn genoemd in Bijlage IX van

dat een gewenste ontwikkeling in gang is gezet of bereikt is. Ze kunnen worden gezien als een am-

het Bal. Voor een aantal vaak wat algemener voorkomende soorten kan de provincie eventueel een

bassadeur en als boegbeeld voor alle inwoners en waar bijvoorbeeld monitoringsacties of educa-

vrijstelling van de verboden geven bijvoorbeeld voor de gewone pad, egel, konijn en haas.

tieve activiteiten aan kunnen worden gekoppeld. Soorten die we nog niet in onze gemeente voorkomen maar hier wel thuis horen liften daarin mee. @ 4.4 We zetten de icoonsoorten in als ambassadeur bij voorlichtingsactiviteiten en acties met

Knaagsporen bever, Loowaard

Icarusblauwtje, Duiven

en voor onze inwoners en volgen de ontwikkeling van deze soorten.

TABEL 3.1 – Icoonsoorten Duiven en Westervoort Habitattype

Bebouwd gebied

Buitengebied -

1. Dicht stedelijk gebied

Gierzwaluw (foto Paweł Kuźniar)

26

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

TABEL 3.1 – Icoonsoorten Duiven en Westervoort

TABEL 3.1 – Icoonsoorten Duiven en Westervoort

Habitattype

Habitattype

Bebouwd gebied

Buitengebied

2. Open stedelijk

5a. Pioniers-

gebied

begroeiing droog

Huismus (foto JrPol) 3. Landelijk gebied

Bever (foto myfootprints.nl)

Bebouwd gebied

Buitengebied

Tormentil (foto H. Zell)

Tormentil (foto H. Zell)

Wilde eend (foto Wikipedia.nl)

Patrijs (foto Wikipedia.nl)

Grote waterweegbree (foto Ch. Fi-

Grote waterweegbree (foto Ch.

scher)

Fischer)

Kleine watersalamander (foto Jel-

Ringslang (foto Benny Trap)

5b. Pioniers-

-

begroeiing akker

Steenuil (foto Trebol-a) 4a. Muren (gebou-

5c. Pioniers-

wen en kades)

begroeiing nat

Gele helmbloem (flora van Nederland)

Slechtvalk (foto Christopher Watson) 4b. Plaveisels

6. Water en oevers

(wegen)

Bleekgele droogbloem (foto Jan

Bleekgele droogbloem (foto Jan

Kops)

Kops)

ger Herder)

27

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

TABEL 3.1 – Icoonsoorten Duiven en Westervoort

TABEL 3.1 – Icoonsoorten Duiven en Westervoort

Habitattype

Habitattype

Bebouwd gebied

Buitengebied

Bebouwd gebied

Buitengebied

Merel (foto Armin Kubelbeck)

Heggenmus (foto Karsten)

9b. Struweel, hoge

7. Grasland

hagen en heesters

Knoopkruid (foto Garnhami)

Torenvalk (foto Andreas Trepte)

8a. Ruigtekruiden

4.5 Soortenbescherming Naast het vergroten en verbeteren van de leefgebieden om meer biodiversiteit te creëren moeten we ook zorgdragen voor de soorten die binnen onze gemeenten voorkomen. De landelijke wetten Putter (foto Pierre Dalous)

Putter (foto Pierre Dalous)

voor het beschermen van planten en dieren nemen wij vanzelfsprekend als uitgangspunt en we treffen aanvullende maatregelen. Dit doen wij door bijvoorbeeld:

8b. Lage heesters en hagen en vaste

planten

Het opstellen van een soortenlijst specifiek voor onze gemeenten en deze lokaal waardevolle soorten te beschermen als wettelijk beschermd soorten.

Het registeren van alle voorkomende soorten in de NDFF en de faunavoorzieningen in het groenbeheersysteem inclusief nestkasten en andere faunavoorzieningen uit compensaties

Egel (foto Dunpharlain)

Hermelijn (foto Soumyajit Nandy) (soortgegevens ook van particulieren vanuit vergunningen), zodat ze ook beheerd worden. 

9a. Bosplantsoen

Het monitoren van de populaties die binnen de gemeente relevant zijn.

Basiskwaliteit natuur8 De leefomgeving in Nederland staat onder druk en ook algemene soorten verdwijnen steeds vaker uit het landschap. Voor het behoud van een gezonde en leefomgeving en een veerkrachtige natuur Grote bonte specht (foto vogeldag-

Buizerd (foto Marek Szczepanek)

boek.nl)

8

is het essentieel om te werken aan een Basiskwaliteit Natuur (BKN) in het landelijk en stedelijk gebied. Hierin zijn de condities (abiotiek, inrichting en beheer) in orde en kunnen onze algemene

Bron https://www.samenvoorbiodiversiteit.nl/projecten/kennistraject-basiskwaliteit-natuur.

28

ONTWERP • Beleidskader Biodiversiteit • gemeenten Duiven en Westervoort

soorten weer floreren. Denk aan soorten als de egel en de huismus. Door aan gezonde condities voor deze soorten te werken, werken we ook aan een gezonde leefomgeving voor onszelf. We moeten hard werken om deze gezonde leefomgeving voor elkaar te krijgen. Want ook opgaven zoals woningbouw en voedselproductie vereisen een plek in onze samenleving. De vraag is dus hoe we natuur een plek geven in onze drukke steden en landbouw én ervoor zorgen dat deze natuur tegen een stootje kan. Basiskwaliteit Natuur geeft daar handvaten voor: op welke condities kunnen

4.6 Natuurinclusief ontwikkelen Initiatieven die zorgen dat onze Nederlandse planten en dieren zich in onze gemeenten kunnen ontwikkelen tot gezonde populaties zijn erg welkom. Dit kan bijvoorbeeld door bestaande (natuur)gebieden te verbeteren of blijvende of tijdelijke natuur aan te leggen. Maar ook het integreren van natuurinitiatieven in (bouw)projecten kan tot win-win-situaties leiden. Dit noemen we natuurinclusief ontwikkelen, bouwen, ontwerpen of inrichten.

we buíten de natuurgebieden om sturen, welke maatregelen nemen we en hoe monitoren we die? Natuurinclusief betekent niet alleen rekeninghouden met natuur, maar juist het creëren van een @ 4.5 Door gemeentebreed in te steken op de principes van Basiskwaliteit Natuur wordt vooral ingestoken op het verbeteren van de leefgebieden voor de algemene soorten. Daarnaast blijft het nodig om goed te zorgen voor de lokaal voorkomende wettelijke beschermde soorten zodat de populaties in de een gunstige staat van instandhouding blijven en liever nog verbeteren. Zie ook afbeelding 4.3.

meerwaarde voor natuur ten opzichte van de situatie ervoor. Voorop staat of er mogelijkheden zijn om een gebied voor bepaalde soorten aantrekkelijk(er) te maken zodat zij het lokaal beter gaan doen. Dit overstijgt vaak de grenzen van een project. Vooral dieren zijn afhankelijk van voldoende en geschikt Voedsel en Vocht, veilige verblijfplaatsen voor Voorplanting en geschikte Verbindingen (de 4 V’s). Dit hoeft dit persé allemaal binnen 1 perceel of project aanwezig te zijn. Hoe zorgen we ervoor dat bij nieuwbouw, renovatie en herontwikkeling er extra leefgebied ontstaan voor flora en fauna? Momenteel voldoen we overwegend alleen aan de wettelijke eisen. @ 4.6 We gaan daarom inzetten op het Invoeren van een groennorm bij projecten (en deze ook verwerken in het Omgevingsplan). Hierna volgen enkele voorbeelden waarmee een dergelijk norm kan worden vormgegeven. 

Minimaal 20% van de oppervlakte binnen het project bestaat uit duurzaam en bij voorkeur ecologisch groen. Hierbij ontstaan vaak meekoppelkansen voor klimaatadaptatie (zie Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie Liemers). Dit meegeven in het Programma van Eisen bij projecten en ontwikkelopgaven en ook vastleggen en borgen middels anterieure overeenkomsten. Belangrijk hierbij is om duidelijk te maken welk groen wel of niet meetelt. Daken gevelgroen primair bijvoorbeeld hierbij niet meetellen, maar alleen indien er geen andere oplossingen mogelijk zijn. We sluiten in de uitwerking daarbij aan op de landelijke

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=96157165-269a-494e-bccd-71ad970a6653