A03-20260622-24-vka-coll-ibor-bijlage-1-integraal-beheerkader-or
Tekst van het document
Financiële paragraaf Integraliteit Betrokken partijen in- en extern Participatie Capaciteit Planning
Hoofdstuk
3 en 6
8
4 4
7
De ontwerpfase Als het krediet beschikbaar is en het projectplan is goedgekeurd door de ambtelijk opdrachtgever kan gestart worden met de inhoudelijke opdracht, het participatietraject en het daadwerkelijke ontwerp. Om te borgen dat de ambities zijn meegenomen checken we het ontwerp in elk geval op onderstaande punten. Het participatietraject kan invloed hebben op het uiteindelijke ontwerp. Inrichtingskaders In de ontwerpfase toetsen we het ontwerp aan de inrichtingskaders die zijn meegegeven via het Waardenmodel en het Handboek Inrichting Openbare Ruimte dat in 2026 geactualiseerd wordt. We toetsen of de gestelde ambities voldoende zijn vertaald naar het ontwerp. Dit doen we door in het projectenteam nogmaals het Waardenmodel in te vullen, maar ook door het ontwerp te laten toetsen door de verschillende vakdisciplines. Aanleg en beheerkosten Naast de ambities toetsen we ook op de financiële kaders die we hebben meegegeven voor zowel aanleg als onderhoud. Wanneer deze kosten hoger liggen dan de meegegeven kaders, maken we de keuze om het plan bij te stellen of extra geld aan te vragen.
Figuur 4.7 Stappenplan voor het plannen van projecten en meegeven van kaders
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 34
5
PROCESSEN
Programmeren en buurtaanpak
Een belangrijke doelstelling van het IBOR is om opgavegericht te werken aan de ambities die de gemeente Westervoort heeft voor de openbare ruimte. Dat betekent dat we de opgaven in samenhang bekijken en slim combineren met grootschalige vervangingsopgaven. Door deze koppeling benutten we efficiëntievoordelen, beperken we overlast voor bewoners en creëren we ruimte om bredere ambities te realiseren, zoals klimaatadaptatie, vergroening of sociale verbeteringen in de buurt. In dit hoofdstuk staat hoe we projecten programmeren en aansluiten bij de buurtaanpak.
5.1
Werkwijze programmeren
We streven ernaar om beheer- en ontwikkelopgaven zoveel mogelijk te koppelen aan grootschalige vervangingsinvesteringen zowel binnen als buiten de buurtaanpak. Hieronder staat de omschreven welke werkwijze we hanteren voor de programmering van deze werken/projecten. De buurtaanpak zelf wordt in de volgende paragraven uiteengezet.
Figuur 5.1: Afwegingsmodel
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 35
Opstellen van een voorlopige projectenlijst Het programmeren van projecten start met het reguliere projectenoverleg, dat elke zes tot 8 weken plaatsvindt. Hierin worden in principe alle vervangingsinvesteringen kort besproken evenals grootschalig groot onderhoud. Het projectteam bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende vakgroepen, zoals groen, riolering, wegen en mobiliteit, aangevuld met een projectleider en een integraal adviseur. Tijdens het overleg wordt beoordeeld of er koppelkansen zijn in tijd, inhoud en uitvoering en of het een integraal project wordt. Voor groot onderhoud of renovatie beoordeelt het team ook of er aanleiding is om de openbare ruimte anders in te richten, of dat aanvullende functionele of technische opgaven spelen. Er wordt op hoofdlijnen verkend of er kansen zijn om ambities uit het IBOR te realiseren. Op basis van gegevens, inspecties en beleidsdoelen wordt een voorlopige meerjarenplanning/ projectenlijst opgesteld. Binnen of buiten de buurtaanpak Aan de hand van de voorlopige lijst wordt vervolgens bekeken welke projecten kunnen worden meegenomen in de buurtaanpak, volgens de programmeerregels uit paragraaf 5.2 en 5.3. Omdat veel buurten in één periode zijn aangelegd, lopen de technische levensduren van verschillende onderdelen vaak gelijk.
Vaststellen van de definitieve projectenlijst De definitieve prioritering van projecten vindt plaats tijdens de programmeertafel, die twee keer per jaar wordt gehouden rond mei en november, afgestemd op de begrotingscyclus. Op basis van de beschikbare gegevens worden hier keuzes gemaakt over het uitvoeren, versnellen, vertragen faseren of combineren van opgaven. Ook risicobeheersing en strategische afwegingen maken onderdeel uit van dit proces. Zo wordt beoordeeld of grootschalige investeringsprojecten verantwoord kunnen worden uitgesteld door middel van kleinschalige renovaties of risicogestuurde onderhoudsmaatregelen, zolang veiligheid, functionaliteit en beeldkwaliteit geborgd blijven. Daarnaast wordt gekeken naar de beschikbare uitvoeringscapaciteit om een realistische en uitvoerbare planning te waarborgen. Tot slot wordt verkend welke samenwerkingskansen er intern en extern zijn, zodat werkzaamheden optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Op basis hiervan worden de projecten geprioriteerd, zodat de programmering samenhangend, realistisch en toekomstgericht is. Dit resulteert in een concrete projectenlijst voor vier jaar, met een doorkijk naar de lange termijn (10–15 jaar).
Afstemming in- en extern De voorlopige projectenlijst wordt ook afgestemd met andere afdelingen, beleidsprogramma’s en externe partijen. Daarnaast worden relevante maatschappelijke en politieke wensen geïnventariseerd. Dit helpt om te komen tot een breed gedragen en realistische programmering waarin zowel inhoudelijke als bestuurlijke prioriteiten zijn meegenomen.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 36
5.2
Buurtaanpak
We streven ernaar om beheer- en ontwikkelopgaven zoveel mogelijk te koppelen aan grootschalige vervangingsinvesteringen. De buurtaanpak is gebaseerd op de technische vervangingsopgave van met name riolering en verharding. Door de lange levensduur van deze onderdelen bepaalt hun vervangingsmoment meestal het moment van ingrijpen. Op basis van gegevens uit het beheerprogramma, aangevuld met de lokale kennis van beheerders, is een buurtprioritering opgesteld voor de komende vijftig jaar. Omdat buurten vaak in één periode zijn aangelegd en de technische levensduur van verschillende onderdelen tegelijk afloop, hanteren we deze buurten ook zoveel mogelijk in de buurtaanpak. In Westervoort onderscheiden we ongeveer twintig buurten. Uitgaande van een renovatiecyclus van zestig jaar betekent dit dat er gemiddeld één buurt per drie jaar wordt gerenoveerd. Voor elke buurt verwachten we ongeveer drie jaar voorbereiding en ongeveer drie jaar uitvoering nodig te hebben. Tijdens de voorbereiding bekijken we bovendien welke aanvullende opgaven en ambities er in de buurt spelen, zodat we deze integraal kunnen meenemen in de uitvoering. Planning buurten Op basis van ouderdom staan de volgende drie grote buurten rond 2035 op de planning: Emmerik Vredenburg Broeklanden
van grote renovatieopgave kunnen we in algemene zin stellen dat we, waar mogelijk doorbeheren en prioriteren op basis van noodzaak en andere externe of interne ontwikkelingen. Het relinen van riolen is daarbij uiteraard ook een optie. Buurtplanning en flexibiliteit In bijlage 6 staat de complete buurtplanning. Deze planning is een richtlijn en wordt gaandeweg aangevuld en aangescherpt op basis van externe ontwikkelingen, zoals: aanleg van een warmtenet verzwaring van elektriciteitsnetten structurele risico’s op wateroverlast politieke wensen of nieuwe beleidskeuzes Elke vijf jaar wordt de planning herijkt bij de actualisatie van het beheerplan. Het is daarbij wel noodzakelijk om de richtlijn zo veel mogelijk aan te houden om efficiënt en planmatig te kunnen werken. Kleinere opgaven buiten de buurtaanpak Het vervangen van het riool in de De Dorpstraat en de Vaalmanstraat en omgeving staan voor 2030 op de planning. De komende jaren wordt op basis van inspecties bepaald welke maatregelen nodig zijn en wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd. Deze relatief kleine opgave valt buiten de reguliere buurtaanpak, maar staat wel in het overzicht buurtplanning benoemd.
Het is echter niet aannemelijk dat we alle drie de buurten in 2035 tegelijk kunnen aanpakken, omdat de totale opgave daarvoor te groot is. Ook voor de periode 2040–2045 staan meerdere buurtrenovaties gepland op basis van ouderdom. Elke circa zeven jaar vindt een rioolinspectie plaats. Op basis van deze inspecties wordt een strategie opgesteld voor de aankomende jaren: wat is nodig, welke mogelijkheden zijn er en welke prioriteit is passend? Op basis
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 37
5.3
Toelichting
Uitgangspunten buurtaanpak
Wanneer we starten met een buurt, dan gaan we niet klakkeloos alle openbare ruimte vervangen. Wegen die net tien jaar geleden zijn aangelegd, gaan we het liefst niet vervangen. En we willen ook voorkomen dat kapitaalgoederen die over tien jaar worden vervangen via een buurtaanpak, nu al worden vervangen. Het werken met een buurtaanpak vereist dus duidelijke richtlijnen om terugkerende discussies te voorkomen. De verschillende beheergroepen moeten tot een gezamenlijke uitvoeringsagenda komen. Hier moeten keuzes over gemaakt worden. Bijvoorbeeld welke ingreep uitgesteld kan worden of dat je een nieuw stuk openbare ruimte toch vervangt. Hiervoor zijn acht uitgangspunten omschreven, ook wel programmeerregels . Programmeerregels 1.
We streven naar een levensduur van 60 jaar voor verharding en riolering
2.
In buurten zonder geplande aanpak voeren we levensduur verlengend onderhoud uit
3.
Urgente werkzaamheden kunnen ook buiten de buurtaanpak worden uitgevoerd
4.
Beleidsbudgetten worden gericht ingezet voor opgaven in de openbare ruimte
5.
Hoofdstructuren en grensgebieden worden waar nodig meegenomen in de planning
6.
We hanteren een flexibele buurtindeling op basis van opgaven en kansen
7.
Vervanging binnen buurten gebeurt gefaseerd bij afwijkende onderhoudsbehoefte
8.
Vervanging vóór einde levensduur is mogelijk bij integrale schaalvoordelen
1.
We streven naar een levensduur van 60 jaar voor verharding en riolering We willen pas over 60 jaar weer aan de slag in gebieden waar de openbare ruimte is vernieuwd. Dat sluit aan bij de functionele levensduur van onderdelen zoals riolering en verharding Dit betekent dat we in de inrichting keuzes maken voor materialen waarvan we verwachten dat ze met benodigd groot onderhoud minimaal 60 jaar meegaan. Door maatschappelijke, politieke en technologische ontwikkelingen kan eerder ingrijpen nodig zijn. Financieel en praktisch is dat niet wenselijk, maar soms ook niet te voorkomen. 2.
In buurten zonder geplande aanpak voeren we levensduur verlengend onderhoud uit In buurten waar geen buurtaanpak is gepland, hanteren we de strategie “levensduur verlengend tenzij”. Bij vervangingsmaatregelen buiten de buurtaanpak bekijken we dus of onderhoud een optie is om weer tijdelijk te voldoen aan de eisen. Vervanging stellen we uit tot de buurt aan de beurt is. Ook onderhoudsmomenten benutten we om kleine functionele aanpassingen door te voeren. 3.
Urgente werkzaamheden kunnen ook buiten de buurtaanpak worden uitgevoerd Afhankelijk van de grootte van de wijk/ buurt pakken we gemiddeld elke drie á vier jaar één buurt aan, uitgaande van een vervangingstermijn van 60 jaar. Dat betekent dat we jaarlijks 19 buurten níet via de buurtaanpak kunnen aanpakken (uitgaande van ca. 20 buurten). Met klein en groot onderhoud proberen we vervangingen buiten de buurtaanpak zoveel mogelijk te voorkomen. Zo rekken we de levensduur op en kunnen we alsnog aansluiten bij de buurtaanpak. Toch ontstaan er situaties waarin vervanging van riolering of verharding niet langer uitgesteld kan worden. In die gevallen voeren we de werkzaamheden uit, ook als ze buiten de planning vallen. We noemen dit integrale werken buiten de buurtaanpak.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 38
Vooral in de eerste jaren van de buurtaanpak is dit nodig om achterstallig onderhoud in te halen. Op de lange termijn streven we ernaar dat bijna alle grote vervangingen via de buurtaanpak verlopen.
versleten is. Het kan ook voorkomen dat we een buurt opsplitsen als er grote verschillen zijn in leeftijd en kwaliteit van de openbare ruimte. 7.
4. Beleidsbudgetten worden gericht ingezet voor opgaven in de openbare ruimte Naast het regulier onderhouds- en vervangingsbudget zet de gemeente ook andere beleidsbudgetten in voor opgaven in de openbare ruimte. Denk aan klimaatadaptatie, energietransitie en mobiliteit. Deze middelen worden gebruikt om beleidsopgaven versneld te realiseren, ook buiten buurten die via de buurtaanpak aan de beurt zijn. Dat is soms nodig, bijvoorbeeld om Westervoort in 2050 klimaatbestendig te maken of om een fietsverbinding op tijd aan te leggen. Waar mogelijk worden deze budgetten ook ingezet bij herinrichtingen. 5.
Hoofdstructuren en grensgebieden worden waar nodig meegenomen in de planning Sommige opgaven, zoals doorfietsroutes of ecologische zones, lopen door meerdere buurten heen. Deze liggen vaak op hoofdstructuren en lenen zich minder voor een buurtgerichte aanpak. Ook hoofdwegen of winkelstraten hebben een andere gebruiksintensiteit en soms een kortere levensduur. Hetzelfde geldt voor rioolsystemen die alleen goed kunnen worden aangepast als de hele route richting open water wordt meegenomen. Waar mogelijk en wenselijk programmeert de gemeente deze hoofdstructuren wel mee met de buurten die aan de beurt zijn. 6. We hanteren een flexibele buurtindeling op basis van opgaven en kansen De grenzen van buurten in de aanpak volgen niet automatisch de CBS-indeling. We starten met deze indeling, maar kijken altijd naar omliggende buurten om koppelkansen te benutten. Soms is het verstandig om delen van een naastgelegen buurt mee te nemen, bijvoorbeeld als de verharding daar ook
Vervanging binnen buurten gebeurt gefaseerd bij afwijkende onderhoudsbehoefte Niet alle gemeentelijke objecten in een buurt zijn tegelijk aan vervanging toe. Als dat zo is, slaan we die onderdelen over en komen we later terug. Dit doen we vanuit het oogpunt van duurzaamheid en hergebruik. Zo voorkomen we onnodige vervanging en sluiten we beter aan bij de werkelijke onderhoudsopgave. 8. Vervanging vóór einde levensduur is mogelijk bij integrale schaalvoordelen De gemeente streeft naar het voorkomen van kapitaalvernietiging. Tegelijkertijd kan dit niet in zijn geheel worden uitgesloten. Een buurtgerichte aanpak en de opgaven waar Westervoort voor staat kan soms betekenen dat een object moet worden vervangen zonder dat deze aan het einde van de levensduur is. Hoe we tot die keuze komen wordt in de volgende paragraaf verder beschreven. Ook dit is dan een autonome ontwikkeling.
Uitwerking uitgangspunten 2 en 8 Uitgangspunten 2 en 8 gaan over het uitstellen of juist vervroegen van vervangingen. Dit vraagt om zorgvuldige afwegingen en kan tot discussie leiden. Tegelijkertijd willen we kapitaalvernietiging voorkomen. Soms is het logisch om een object later te vervangen, maar wanneer is dat verantwoord – en wanneer juist niet? Het bepalen van het juiste vervangingsmoment is lastig. We kijken naar het jaar van aanleg, de afschrijvingstermijn én doen technische inspecties. Op basis van die inspecties kunnen we vaak niet verder vooruitkijken dan zes jaar. En wat doen we als een weg vervangen moet worden, maar de riolering eronder komt nog niet uit de inspecties naar voren als ‘slecht’?
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 39
Voor riolering, verharding en groen hebben we een strategie uitgewerkt om dit soort keuzes te ondersteunen. Die strategie is gebaseerd op de acht uitgangspunten voor de buurtaanpak en wordt hieronder verder toegelicht. Voor andere onderdelen, zoals verlichting, verkeersinstallaties en straatmeubilair, is het wat eenvoudiger: die kunnen vaak los van de buurtaanpak worden vervangen, zonder veel extra kosten of overlast. Riolering en wegen Riolering gaat gemiddeld 60 jaar mee. Voor de afschrijvingstermijn van verharding gaan we ook uit van 60 jaar. Om dit te halen is er om de ca. 20 jaar groot onderhoud nodig aan de verharding. Binnen de buurtaanpak: er is ruimte om vervangingen tot 20 jaar te versnellen of te vertragen. Dit geeft flexibiliteit om werkzaamheden slim te combineren en schaalvoordelen te benutten. Buiten de buurtaanpak: er is maximaal 6 jaar ruimte om vervangingen te versnellen of te vertragen. Dit voorkomt tijdelijke maatregelen en maakt het mogelijk om efficiënt te plannen, maar is beperkter dan binnen de buurtaanpak.
Riolering Gemiddelde technische afschrijvingstermijn
60 jaar
Richtlijn schuiven buiten de buurtaanpak Richtlijn schuiven binnen de buurtaanpak
6 jaar (10%) 20 jaar
Groen Groen is op zichzelf nooit alleen de aanleiding voor een buurtgerichte aanpak, maar het is wel belangrijk om duidelijke regels te hanteren voor hoe we met groen omgaan in relatie tot de planning van zo’n aanpak. Kies je bijvoorbeeld voor nieuwe beplanting of bomen als je weet dat de buurt over tien jaar aan de beurt is volgens de buurgerichte aanpak? Om hier consistent mee om te gaan, hanteren we de onderstaande richtlijnen. Bij autonome projecten buiten de buurtaanpak schuiven we maximaal vijf jaar naar achter. Is de looptijd langer dan vijf jaar, dan hanteren we tijdelijke maatregelen zoals een versoberde inrichting of omvormen naar gazon. Het versnellen van projecten hanteren we zes jaar buiten de buurtaanpak en binnen de buurtaanpak tien jaar om schaalvoordelen te benutten van integraal werken. Bomen hebben een afschrijvingstermijn van 60 jaar. Als de wijkaanpak langer dan 10 jaar duurt, dan planten we een nieuwe boom. Duurt het korter, dan planten we alleen daar waar deze toekomstbestendig is en niet in de weg staat voor de nieuwe ontwikkelingen. Groen Gemiddelde technische afschrijvingstermijn groen (exclusief bomen)
30 jaar
Richtlijn versnellen of vertragen om mee te gaan met reconstructie buiten buurtaanpak Richtlijn versnellen of vertragen om mee te gaan met reconstructie in buurtaanpak
6 jaar (20%) 10 jaar
Figuur 5.4: Richtlijnen vertragen en versnellen groenbeheer
Figuur 5.2: Richtlijnen vertragen en versnellen riolering Verharding Gemiddelde technische afschrijvingstermijn
60 jaar
Richtlijn schuiven buiten de buurtaanpak Richtlijn schuiven binnen de buurtaanpak
6 jaar (10%) 20 jaar
Figuur 5.3: Richtlijnen vertragen en versnellen verharding
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 40
Stroomschema’s Ter ondersteuning van de bovenstaande strategie zijn in de bijlage stroomschema’s opgenomen. Deze bieden houvast bij de analyse van de casus en het bepalen van een passende aanpak.
Figuur 5.5: Voorbeeld stroomschema buurtaanpak
Figuur 5.5: Voorbeeld stroomschema buurtaanpak
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 41
5.4
Voorbeeldcasus
Heilweg De verharding in de Heilweg is toe aan groot onderhoud. Dit onderhoud is al een aantal jaren uitgesteld en wordt nu dringend. Naast deze werkzaamheden bestaat er een jarenlange wens om de weg verkeersveiliger te maken. Dit probleem is meerdere malen aangegeven door omwonenden. Met name fietsers voelen zich niet veilig en de oversteek naar de school wordt als erg onveilig ervaren. Vervangingsopgave Het asfalt is ruim 30 jaar oud en heeft het einde van haar levensduur bereikt. In afwachting van een integrale aanpak is in 2016 noodasfalt gedraaid. Het asfalt is nu echt versleten en vertoont steeds meer scheuren. Op korte termijn zal de kwaliteit van het wegdek dusdanig zijn dat dit tot ongevallen kan leiden. Het riool is ca. 40 jaar oud en is nog in goede conditie. Het kan nog zeker 20 jaar mee en wellicht nog langer. Het riool lijkt op dit moment geschikt om in de toekomst te relinen, waardoor het niet noodzakelijk is om deze in zijn geheel te vervangen over ca. 20 jaar. De Heilweg ligt aan de rand van de wijk en kan buiten de buurtaanpak worden uitgevoerd.
Het advies Omdat er sprake is van een urgente veiligheidsopgave, wordt ervoor gekozen om de Heilweg te vervangen en te herinrichten. Het bestaande riool wordt niet vervangen, omdat dit nog in goede staat is en naar verwachting nog meer dan 20 jaar mee kan en ook relinen een optie is. Wel wordt de riolering toekomstbestendig gemaakt. Binnen de vakgroep Riool en Water is gekeken welke koppelkansen nu benut kunnen worden. De riolering in de Heilweg wordt omgebouwd naar een gescheiden systeem, dit om te voorkomen dat de weg in de toekomst opnieuw moet worden opengebroken. In dit project wordt voldoende capaciteit aangelegd om het hemelwater uit de wijken Steenderen en Ganzenpoel op te vangen, waar mogelijk te infiltreren en verder af te voeren richting de watergang bij het Horsterpark. Dit draagt bij aan het voorkomen van droogvallende watergangen in de zomer. Een herinrichting biedt daarnaast mogelijkheden om de straat klimaatbestendiger en biodiverser te maken. Ook kunnen betere fietsstructuren worden aangelegd en kunnen problemen bij de schoolzone, zoals het halen en brengen van kinderen, worden aangepakt. Zowel op het gebied van mobiliteit als klimaatadaptatie zijn er subsidiemogelijkheden.
Afweging De Heilweg is onveilig, vooral voor fietsers. Deze weg wordt veel gebruikt door schoolgaande kinderen naar de Hoge Hoeve. En kinderen en jongeren die van Westervoort richting het Candea College of verder fietsen. In de jaren tussen de aanleg en heden is er een aantal aanpassingen gedaan om de verkeersveiligheid te bevorderen. Dit heeft niet het gewenste effect gehad. Ook zou de straat eigenlijk als 30 km-weg moeten worden ingericht, wat met alleen onderhoud niet haalbaar is. Alleen met levensduurverlengend onderhoud kan maar beperkt worden bijgedragen aan de wens om de weg verkeersveiliger te maken en in te richten als 30km-gebied.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 42
6
Bepalen inrichtingskaders
Bij projecten maar ook in het onderhoud streven we ernaar om zoveel mogelijk gemeentelijke ambities mee te nemen naast de randvoorwaarden en beleidsmatige kaders. Omdat de beschikbare ruimte en budgetten vaak beperkt zijn en er soms ook tegenstrijdige belangen zijn is het noodzakelijk om weloverwogen keuzes te maken. We doen dit in een waardensessie. In dit hoofdstuk lichten we dit verder toe.
6.1
PROCESSEN
Stap 1 2
Huidige situatie per ambitie beoordelen Gewenste toekomstige situatie bepalen
Proces
De waardensessie is een hulpmiddel om ambities voor de inrichting van de openbare ruimte te prioriteren. Tijdens de waardensessie worden beleidskaders, maatschappelijke en politieke wensen/ambities en beheerambities in samenhang afgewogen. Ook conflicterende ambities kunnen dan aan bod komen. Dit vraagt om maatwerk en een zorgvuldige afweging per situatie. Zo ontstaat een integrale afweging waarin strategische doelen, maatschappelijke wensen, praktijk en de balans tussen verschillende waarden samenkomen. De uitkomst van dit afwegingsproces wordt vastgelegd in de ambtelijke opdracht, die in de initiatieffase wordt opgesteld. Hierin staan de beleidsdoelstellingen, uitgangspunten en gemaakte keuzes. Het document fungeert als inhoudelijk toetsingskader voor verdere planvorming. Ook in de ontwerpfase wordt het afwegingsproces voortgezet. In de initiatieffase ligt de focus op mogelijkheden en wenselijkheden, terwijl in de ontwerpfase meer wordt getoetst of de ambities werkelijk in het ontwerp zijn opgenomen en gestuurd op financiële kaders. Ook wordt bekeken of concessies nodig zijn of extra budget wenselijk is.
Activiteit Inventariseren van beleidskaders, maatschappelijke en politieke ambities Waardensessie organiseren
Afweging maken
Besluitvorming 3
Opnemen in ambtelijke opdracht
Figuur 6.1: Stappenplan waardensessie
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 43
Betrokkenen Projectleider, coördinator, beleidsadviseurs Projectleider en coördinator zorgen voor initiatief, voorbereiding en begeleiding van de sessie Team analyseert de huidige situatie per ambitie met het waardenmodel Team bespreekt gezamenlijk welke scores en ambities gewenst zijn voor de toekomst Team verkent welke maatregelen haalbaar zijn binnen ruimte, budget en middelen Team bepaalt samen welke ambities prioriteit krijgen en stelt een advies op voor uitvoering Projectleider, coördinator
6.1
Beleid en ambities
Voordat de waardensessie kan beginnen, is het belangrijk een volledig overzicht te hebben van de bestaande beleidskaders, maatschappelijke wensen en bestuurlijke prioriteiten. Door beleid expliciet als kader te benoemen wordt voorkomen dat er voorstellen ontstaan die strijdig zijn met bestaande afspraken. Het resultaat van deze stap vormt de basis voor de waardensessie: alle betrokkenen hebben inzicht in de kaders waarbinnen keuzes gemaakt moeten worden en welke ambities prioriteit hebben.
Beleidskaders: formele regels, richtlijnen en doelstellingen die bepalen wat mag en niet mag. Maatschappelijke ambities: wensen en verwachtingen van bewoners en belangengroepen. Politieke/bestuurlijke prioriteiten: strategische keuzes vanuit het bestuur die richting geven aan besluitvorming.
De wensen en verwachtingen van bewoners en belangengroepen zijn nog niet altijd helder in deze fase. Tijdens het participatietraject kunnen inzichten veranderen.
6.2
Waardensessie
Het prioriteren van ambities gebeurt in een waardensessies. Hierbij komen collega’s uit verschillende vakgebieden bij elkaar, onder begeleiding van de integraal adviseur en projectleider. Indien in het voortraject is gebleken dat er b.v. ook een grote opgave ligt op sociaal vlak dan schuift er ook een vertegenwoordiger aan vanuit het sociaal domein. Het doel van deze sessies is om voor elk project zowel de huidige situatie als de gewenste toekomstige situatie van de buitenruimte te analyseren en te bespreken.
Bij het prioriteren van de ambities wordt de input van omwonenden en andere belanghebbenden nog niet meegenomen. Tijdens het participatietraject worden de resultaten van de waardensessie wel getoetst en waar nodig aangepast of aangescherpt. Het proces verloopt globaal volgens onderstaande stappen. Elke stap staat in het teken van dialoog en afweging, waarbij scores een hulpmiddel zijn om inzicht te krijgen. Afhankelijk van de projectgrootte kan voor een snelle of uitgebreide waardensessie worden gekozen. Hierover kunnen onderling afspraken over worden gemaakt.
Beoordelen huidige en gewenste situatie De betrokken collega’s uit verschillende vakgebieden analyseren de huidige situatie van het projectgebied. Met behulp van het waardenmodel en het invulformulier wordt per ambitie vastgesteld hoe de huidige kwaliteit van de buitenruimte scoort. Dit gebeurt door het verzamelen van observaties, gegevens en ervaringen en het gezamenlijk vaststellen van een score voor elke ambitie. Na de beoordeling van de huidige situatie wordt gezamenlijk besproken wat de gewenste toekomstige situatie per ambitie is. Hierbij wordt gekeken welke ambities realistisch zijn en welke verbeteringen nodig zijn om het ambitieniveau te bereiken. Dit helpt om een helder beeld te krijgen van de doelstellingen van het projectgebied.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 44
Uitleg waardenmodel Binnen het waardenmodel worden tien beheerambities gehanteerd, die een concretisering zijn van bestaand beleid. Voor elke ambitie wordt de huidige situatie en de gewenste toekomstige situatie beoordeeld. Er wordt hierbij gewerkt met een scoreschaal. In bijlage 2 staat per beheerambitie de toelichting op deze scores en wanneer dus welke score van toepassing is op een bepaalde situatie. Door scores op deze manier vast te leggen, ontstaat een overzicht van waar de buitenruimte aan de minimumnormen voldoet, waar deze ambitieniveau bereikt en waar er ruimte is voor verbetering of extra ambitie. leggen, ontstaat een overzicht van waar de buitenruimte aan de minimumnormen voldoet, waar deze ambitieniveau bereikt en waar er ruimte is voor verbetering of extra ambitie. Voldoet niet aan de standaard/ wettelijke verplichting
0 Ondergrens beleid, afgesproken verplichting
+ Op ambitieniveau
++ Boven ambitieniveau
Figuur 6.2: Schaalverdeling
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 45
De openbare ruimte is circulair en energiebesparend -
0
+
++
Circulaire en duurzame materialen Gebruik van gerecyclede materialen o <30% van gebruikte materialen is gerecycled Meetbare kwaliteitseisen bij aanbestedingen o <25% aan aanbestedingen waarbij circulariteit is opgenomen als gunningscriterium Gebruik van organisch restmateriaal o Organisch materiaal wordt niet gebruikt als grondstof Er wordt niet ingezet op het gebruik van modulaire objecten
Circulaire en duurzame materialen Gebruik van gerecyclede materialen o 30-60% van gebruikte materialen is gerecycled Meetbare kwaliteitseisen bij aanbestedingen o 25-50% aan aanbestedingen waarbij circulariteit is opgenomen als gunningscriterium Gebruik van organisch restmateriaal o Organisch materiaal wordt soms gebruikt als grondstof Er wordt minimaal ingezet op het gebruik van modulaire objecten
Circulaire en duurzame materialen Gebruik van gerecyclede materialen o 60-80% van gebruikte materialen is gerecycled Meetbare kwaliteitseisen bij aanbestedingen o 50-75% aan aanbestedingen waarbij circulariteit is opgenomen als gunningscriterium Gebruik van organisch restmateriaal o Organisch materiaal wordt grotendeels gebruikt als grondstof Er wordt grotendeels ingezet op het gebruik van modulaire objecten.
Circulaire en duurzame materialen Gebruik van gerecyclede materialen o 80-100% van gebruikte materialen is gerecycled Meetbare kwaliteitseisen bij aanbestedingen o 75-100% aan aanbestedingen waarbij circulariteit is opgenomen als gunningscriterium Gebruik van organisch restmateriaal o Organisch materiaal wordt altijd gebruikt als grondstof Er wordt volledig ingezet op het gebruik van modulaire objecten.
Energiebesparing Duurzame mobiliteit en machines o Bij aanbestedingen wordt geen aandacht besteed aan het energieverbruik van het wagenpark van de aannemer. Openbare verlichting o <25% van openbare verlichting is omgezet naar LED o Er wordt niet ingezet op lichtreductie
Energiebesparing Duurzame mobiliteit en machines o Bij aanbestedingen wordt soms aandacht besteed aan het energieverbruik van het wagenpark van de aannemer. Openbare verlichting o 25-50% van openbare verlichting is omgezet naar LED o Er wordt minimaal ingezet op lichtreductie (bijv. adaptieve verlichting, dimmen)
Energiebesparing Duurzame mobiliteit en machines o Bij aanbestedingen wordt meestal aandacht besteed aan het energieverbruik van het wagenpark van de aannemer. Openbare verlichting o 50-75% van openbare verlichting is omgezet naar LED o Er wordt grotendeels ingezet op lichtreductie (bijv. adaptieve verlichting, dimmen).
Energiebesparing Duurzame mobiliteit en machines o Bij aanbestedingen wordt altijd aandacht besteed aan het energieverbruik van het wagenpark van de aannemer. Openbare verlichting o 75-100% van openbare verlichting is omgezet naar LED o Er wordt volledig ingezet op lichtreductie (bijv. adaptieve verlichting, dimmen)
Figuur 6.3: Voorbeeld uitwerking toelichting scores uit bijlage
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 46
Vastleggen scores De scores worden vastgelegd op een standaardformulier. Per beheerambitie staan bij de toelichtingsformulieren verschillende onderwerpen en criteria. Het kan zijn dat een onderdeel bij de ene criteria een + is en bij de andere als 0 wordt beoordeeld. Deze nuances kun je kwijt in de toelichting. Ook het type waarde is onderdeel van het standaardformulier. De bijdrage van de beheerambitie kan functioneel zijn of zich richten op de beleving van de buitenruimte. Wanneer een ambitie bijdraagt aan meerdere doelen kan het ook beide zijn. Beheerambities
Toekomstbestendig 2 De openbare ruimte is klimaatadaptief Groen en schaduw/ hittestress Waterberging en afvoer/ wateroverlast Infiltratie en afkoppeling/ droogte 3 De openbare ruimte is circulair en energiebesparend Circulaire en duurzame materialen Energiebesparing 4 De openbare ruimte bevordert biodiversiteit Groenverbindingen Diversiteit groen
Type waarde
Huidige situatie
Toekomstige situatie
+
++
0
+
0
+
Toelichting/ opmerking
Afweging maken Na de analyse van de huidige en toekomstige situatie worden de mogelijkheden voor verbetering verkend en afgewogen. welke maatregelen zijn haalbaar binnen de beschikbare ruimte, tijd en middelen; welke impact hebben deze maatregelen op de verschillende ambities en op welke waarden (b.v. functionaliteit of beleving) hoe groot is de verandering die ermee wordt bereikt. Middels een motie hebben de ambities klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit en energiebesparing prioriteit gekregen ten op zichtte van de andere ambities, mits het geen financiële strijdigheid oplevert met andere ambitie en randvoorwaarden. Dit is gedaan omdat de basis voor het slagen van de ambities de komende jaren moet worden gelegd. Vaak kan één maatregel bijdragen aan meerdere ambities. Ook wordt steeds gecontroleerd of de mogelijke maatregelen aansluiten bij het beleid en de maatschappelijke en bestuurlijke prioriteiten. Bij het bepalen van beheer- en inrichtingsambities wordt ook gekeken naar verschillende kwaliteitswaarden. Deze zijn ook aan bod gekomen in hoofdstuk 2. De waarden helpen om de ambities niet éénzijdig te realiseren, maar in balans over de verschillende aspecten van de openbare ruimte.
Besluitvorming 0
0
0
+
+ +
+ +
Figuur 6.4: Ingekorte versie van het standaardformulier.
Op basis van de inzichten wordt besloten welke ambities en maatregelen daadwerkelijk prioriteit krijgen en uitgevoerd worden met hierbij aandacht voor de verschillende waarden. Het team stelt gezamenlijk een advies op waarin staat: welke ambities het meest zinvol en haalbaar zijn en welke maatregelen concreet worden uitgevoerd. De input wordt opgenomen in de ambtelijke opdracht. In de ontwerpfase wordt het plan hierop getoetst.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 47
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 48
7
PROCESSEN
Participatie
Eén van de vijf hoofdambities uit het IBOR is een betrokken samenleving waarin we de openbare ruimte samen maken en beheren. Dit is in dit IBK verwerkt als een randvoorwaarde. We willen de inwoners en andere belanghebbenden de ruimte geven om een bewuster onderdeel te zijn van de openbare ruimte, door mee te denken en mee te doen. Zo ontwikkelen we eigenaarschap over de eigen leefomgeving, waardoor inwoners bij willen dragen aan het beheer en de maatschappelijke opgaven in de gemeente. Om inwoners te betrekken bij beheer, ontwikkelingen en projecten zetten we in op communiceren, stimuleren en enthousiasmeren in samenhang met bestaande werkwijzen. De gemeente krijgt met regelmaat een aanvraag van inwoners om te participeren op gebied van beheer en renovatie. Daarnaast vragen we de inwoners ook om mee te participeren. Om daar goed mee om te gaan zijn er handvatten en spelregels opgesteld in het gemeentebrede Beleidskader Participatie Openbare Ruimte met stappenplan. Voor het IBK is dit beleidskader concreter uitgewerkt in dit hoofdstuk met enkele bijlagen. We gaan in op hoe de gemeente omgaat met vragen van inwoners en wat de rol van de gemeente is bij initiatieven die ze zelf uitvoert. Zo voorkomt het een steeds terugkerende discussie waardoor de gemeente een betere dienstverlening kan bieden en minder tijd kwijt is.
7.1
Wat is participatie
Participatie is de samenwerking tussen gemeente en inwoners rondom een plan of onderwerp. De mate van invloed kan verschillen: soms informeert de gemeente alleen, terwijl er in andere gevallen actief wordt samengewerkt en inwoners echt meebeslissen. Participatie zorgt voor betere plannen en een sterkere verbinding tussen overheid en samenleving. Hieronder staan de twee vormen van participatie toegelicht. Definitie Participatie is verbinding tussen gemeente en inwoners over een plan of onderwerp, waarbij de invloed van beide partijen kan variëren van informeren tot samenwerken. Overheidsparticipatie
Burgerparticipatie
Bij overheidsparticipatie zijn het inwoners die graag met de gemeente willen samenwerken, denk hierbij aan het aanvragen van een geveltuin of het in zelfbeheer nemen van een stuk groen.
Bij burgerparticipatie is het daarentegen de gemeente die inwoners wilt betrekken. Dit kan bijvoorbeeld bij het opstellen van beleid of bij het vervangen en opnieuw inrichten van de openbare ruimte.
Figuur 7.1: Definitie participatie
In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste onderdelen van het participatief werken uiteengezet. Daarnaast staan belangrijke werkdocumenten rondom dit onderwerp op intranet ‘Binnenshuis’ van de gemeente. Bij de vaststelling van het IBOR is een amendement aangenomen op gebied van participatie, deze komt terug bij het onderdeel burgerparticipatie.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 49
De vier randvoorwaarden van participatie Bij elke participatie initiatief is het belangrijk om te toetsen of het voldoet aan de meest belangrijkste randvoorwaarden voordat overgegaan kan worden op participatie. Deze randvoorwaarden zorgen ervoor dat een initiatief plaatsvindt binnen de kaders waarbinnen de gemeente kan opereren. In het Beleidskader Participatie zijn deze randvoorwaarden opgenomen. De vier randvoorwaarden zijn: 1.
2.
3.
4.
7.2
Een helder doel Participatie moet een duidelijk doel hebben, zoals het verbeteren van beleid, het ontwikkelen van plannen, het versterken van de leefomgeving of het bevorderen van democratische besluitvorming. Relevantie voor deelnemers Het onderwerp moet aansluiten bij wat mensen belangrijk vinden en ervaren in hun dagelijks leven. Alleen dan voelen zij zich betrokken en gemotiveerd om mee te doen. Beïnvloedbare uitkomst Er moet ruimte zijn om het beleid of plan aan te passen op basis van de inbreng van deelnemers. Participatie is zinvol als het echt iets kan veranderen. Voldoende middelen Er moet genoeg tijd, capaciteit en budget beschikbaar zijn om het participatieproces goed te organiseren en te begeleiden.
Burgerparticipatie
Om het participatief werken binnen onze organisatie te faciliteren, is een Stappenplan Participatie opgesteld. Deze maak je voor de start van een (nieuw) project of opdracht in de openbare ruimte, niet alleen op uitvoeringstechnisch vlak, maar ook bij beleidsmatige stukken. Het stappenplan is met ondersteunende documenten terug te vinden op ‘Binnenshuis’ onder ‘Zo doe je dat’. Stappenplan participatie Analyse Mate van invloed bepalen Opstellen participatieplan Uitvoeren Evaluatie
Participatiescan Onderdeel van het stappenplan is de participatiescan. Met het doorlopen van het de participatiescan maak je een bewuste afweging voor participatie (of niet). Met de participatiescan bepaal je met behulp van de impactmeter hoe groot de impact van een vraagstuk is op de samenleving doormiddel van de grootte, de maatschappelijke aandacht is, en de mate van overlast. De impactmatrix laat zien welke route van toepassing is en wie b.v. welke rol heeft. Onderdeel van de participatiescan is ook een afwegingskader. Hierin wordt onder andere gekeken naar de belangrijkste randvoorwaarden voor participatie. De overige stappen van het stappenplan Participatie helpen om vorm en inhoud te geven aan je participatieaanpak, uitvoering en afronding.
De gemeente beheert de openbare ruimte voor haar inwoners. Maar wat inwoners willen is niet altijd duidelijk. Participatie kan helpen dit inzichtelijk te maken. Tegelijkertijd geeft het inwoners meer eigenaarschap over hun directe leefomgeving.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 50
Participatietrap burgerparticipatie Het is belangrijk om de mate van invloed vooraf te bepalen om de verwachtingen te managen. Dat kan per project of per fase van een project en per doelgroep verschillen. Om de mate van participatie uit te drukken gebruiken we de participatieladder. Deze ladder laat zien op welk niveau inwoners, belanghebbenden of andere betrokkenen kunnen meedoen. Hoe hoger de trede, hoe meer invloed. Daarnaast is het uitdaagrecht een belangrijk aanvullend instrument. Met dit recht kunnen inwoners of organisaties voorstellen om een overheidstaak zelf uit te voeren als zij denken dat het slimmer, beter of goedkoper kan. De gemeente beoordeelt of het plan binnen het beleid en budget past en blijft eindverantwoordelijk voor toezicht en kwaliteit. Het is belangrijk dat inwoners en organisatie gestimuleerd worden om hier gebruik van te maken. Trede ladder 5
Rol gemeente
Toelichting
Samenwerken
4
Co produceren
3
Advies vragen
2
Raadplegen
1
Informeren
De gemeente besluit om tot volledige gezamenlijke besluitvorming over te gaan De gemeente neemt de uitkomst van het participatietraject over mits deze past binnen vooraf gestelde kaders. De gemeente beschouwt het advies als een zwaarwegend uitgangspunt bij de besluitvorming. De gemeente neemt kennis van de uitkomst van het participatietraject en zal nader afwegen of en in welke mate deze wordt meegenomen in de besluitvorming Eenzijdige communicatie, c.q. alleen uitleg van het genomen besluit.
Figuur 7.2: Participatieladder burgerparticipatie
Participatiehandvatten burgerparticipatie Voor het beheer en de herinrichting van de openbare ruimte is een participatieladder uitgewerkt die kan worden gebruikt als richtlijn. Toch dient bij elke project en bij elk initiatief de rol van de gemeente te worden bepaald. Bij
participatie is altijd sprake van maatwerk. Vooraf dient altijd de participatiescan te worden ingevuld. (Link Participatiescan). De genoemde rollen van de gemeente zijn dan ook hooguit een handvat en geen voorgeschreven wet hoe de scan kan worden ingevuld. Per project moet worden verantwoord hoe er tot de keuze is gekomen. Uitgangspunt is de hoogste trede en er dient te worden beargumenteerd waarom voor een lagere trede is gekozen. De mate van invloed wordt dus bepaald door van boven naar beneden te redeneren. Deze aanvulling is expliciet opgenomen via het amendement dat is aangenomen bij de vaststelling van het IBOR. Dagelijks en groot onderhoud Voor dagelijks en groot onderhoud zijn vooral de lagere treden van de participatieladder passend: informeren, raadplegen en advies vragen. De hogere treden (co-produceren en samenwerken) zijn meestal niet geschikt, omdat onderhoud vooral technisch, wettelijk bepaald en routinematig is. De nadruk ligt hier op het benutten van de kennis en ervaringen van gebruikers, terwijl de overheid verantwoordelijk blijft voor de uiteindelijke keuzes en uitvoering. Ook informatie uit fixi gebruiken we voor het dagelijks en groot onderhoud. Toch blijft maatwerk altijd nodig. In sommige situaties kan er wel voor worden gekozen om de beslissing, binnen duidelijke kaders, aan de participanten over te laten.
Bij routinematige onderhoudswerkzaamheden—zoals schoffelen, boomonderhoud of het vegen van verhardingen—is het niet haalbaar om alle direct omwonenden persoonlijk te informeren. De planning van dit soort werkzaamheden is namelijk vaak te onzeker, doordat ze afhankelijk zijn van factoren zoals weer, beschikbaarheid van medewerkers en onverwachte situaties in de openbare ruimte. Toch blijft informeren noodzakelijk. Dit kan echter ook op een meer algemene en efficiënte manier, bijvoorbeeld via de gemeentelijke website of andere vaste communicatiekanalen.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 51
Trede 5. Samenwerken
4. Coproduceren 3 Advies vragen
2. Raadplegen
1 Informeren
Wanneer wel • In principe niet toepasbaar voor dagelijks of groot onderhoud. • Alleen mogelijk bij langdurige, gezamenlijke gebiedsontwikkeling waarbij bewoners mede-eigenaar zijn van het proces. • In principe niet geschikt voor regulier of groot onderhoud. • Alleen toepassen als een gebiedsopgave breder is dan onderhoud (bijv. herinrichting van een plein).
Wanneer niet • Bij alle onderhoudstaken: deze zijn te technisch, specialistisch, tijdsgebonden en wettelijk vastgelegd. • Bewoners kunnen geen eindverantwoordelijkheid dragen voor veiligheid of beheer. • Bij routinematige, technische of wettelijk vastgelegde werkzaamheden. • Wanneer snelheid, efficiëntie en veiligheid centraal staan.
• Alleen wanneer er echt iets te kiezen valt binnen duidelijke kaders. • Als onderhoud gecombineerd kan worden met een kleine verbetering. • Als bewoners voorkeuren kunnen doorgeven zonder dat het werk vertraagt. • Wanneer er kleine varianten mogelijk zijn.
• Bij puur technisch onderhoud zonder keuzeruimte (riolering, asfalt, veiligheidsnormen).
• Bij al het regulier en groot onderhoud. • Wanneer keuzes al vastliggen in beheerplannen, wetgeving of veiligheidsnormen.
• Niet van toepassing; deze trede kan altijd.
• Als er geen speelruimte is in planning, techniek of uitvoering. • Bij spoedwerk of wettelijke verplichtingen.
Figuur 7.3: Uitwerking burgerparticipatie onderhoud
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 52
Voorbeeld • geen regulier of groot onderhoud.
• Bewoners ontwerpen mee aan een speelplek of plantsoen binnen duidelijke kaders. • Meedenken over een toekomstig beheerplan voor een buurtpark. (Niet voor dagelijkse onderhoudstaken.) • Bewoners adviseren over materiaalkeuze pleintje • Advies over inrichting van een groenstrook die wordt vernieuwd. • Bewoners kiezen voorkeursmoment voor snoeiwerk. • Korte enquête over type beplanting binnen beheerregels. • Meldingensysteem voor knelpunten (kapotte verlichting, losse tegels). • Aankondigen van werkzaamheden via brief, website of Westervoortpost. • Uitleg over planning, hinder of omleidingen.
Renovatie/ herinrichting Bij renovatie en herinrichting van de openbare ruimte kunnen verschillende vormen van participatie worden toegepast. Afhankelijk van de omvang en complexiteit van het project zijn alle treden van de participatieladder relevant: van informeren, raadplegen en advies vragen tot co-produceren en in sommige specifieke gevallen samenwerken. De nadruk ligt hierbij op het betrekken van gebruikers bij keuzes en ontwerpopties, terwijl de gemeente kaders stelt en toeziet op veiligheid, wet- en regelgeving en haalbaarheid. Ook bij renovatie en herinrichting blijft maatwerk essentieel. De praktijk leert dat inwoners het waarderen wanneer zij mogen meedenken én meebeslissen. Tegelijkertijd kan participatie ook verwachtingen wekken die niet altijd waargemaakt kunnen worden. Niet alle wensen zijn realiseerbaar en soms moeten we als gemeente dingen realiseren, die de omgeving liever niet wil. Dan kom je niet tot consensus of leidt zoeken naar consensus tot een uitkomst die niet ieders voorkeur heeft en ook technisch niet ideaal is. Juist daarom is het belangrijk om vóór de start van het project helder te bepalen welke ruimte we willen en kunnen geven. In een NIMBY situatie kan dit ook leiden tot de overweging om geen participatie te doen.
Door vooraf duidelijk te communiceren over de kaders, de speelruimte en de beslisbevoegdheid, voorkomen we teleurstelling en verhogen we de kwaliteit van participatie.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 53
Trede 5. Samenwerken
4. Co-produceren
3. Advies vragen 2. Raadplegen
1 Informeren
Wanneer wel • Mogelijk bij grote, langdurige gebiedsopgaven waar bewoners, gemeente en andere partners gelijkwaardige partners zijn. • Als het gaat om gezamenlijke visie- en besluitvorming. • Zeer passend bij een herinrichtingsplan waar veel keuzeruimte is. • Wanneer de gemeente kaders stelt (budget, beleidsregels, veiligheid) en bewoners binnen die kaders meewerken aan het ontwerp. • Wanneer er meerdere gelijkwaardige varianten zijn om af te wegen. • Bij het opstellen van een programma van eisen of ontwerpkeuzes. • In de verkenningsfase, als de gemeente ideeën wil ophalen. • Wanneer bewoners knelpunten, kansen en wensen kunnen aangeven.
Wanneer niet • Niet geschikt voor kleinere herinrichtingsprojecten met beperkte scope of scherpe wettelijke kaders.
Voorbeeld • Co-creatie van een wijkvisie waarin het ontwerp van de herinrichting onderdeel is. • Projectgroep (incl. gemeente) die samen keuzes maakt over inrichting, beheer en investeringen.
• Niet geschikt als het project sterk technisch of wettelijk gestuurd is (bijv. hoofd-ontsluitingswegen, verkeersveiligheidsnormen).
• Altijd als basis. • Aan het begin om inwoners te informeren over aanleiding, doelen, kaders en proces. • Aan het einde om het besluit te communiceren.
• Enkel informeren is niet wenselijk wanneer er grote impact is op de leefomgeving en wel keuzeruimte bestaat.
• Bewoners ontwerpen samen met gemeente en ontwerper een nieuw plein of plantsoen. • Projectgroep waarin bewoners onderdelen van het ontwerp zelf invullen (speelroutes, vergroening, verblijfsplekken). • Bewoners advies laten geven over ontwerpvarianten (bijv. groenblauw ontwerp, parkeren, speelplekken). • Klankbordgroep geeft advies op het ontwerpvoorstel van het ontwerpbureau. • Bewonersenquête over gebruik van de straat of het plein. • Op kaart knelpunten en kansen aangeven via een digitale omgeving. • De kinderraad vragent wat kinderen belangrijk vinden. • Startbrief over project en proces. • Informatieavonden over planning en uitgangspunten. • Uitleg over gekozen voorkeursvariant.
• Wanneer de uiteindelijke keuze al grotendeels vaststaat door beleid, verkeersveiligheid of wetgeving. • Wanneer er al uitgewerkte alternatieven liggen waarover echt keuzes moeten worden gemaakt.
Figuur 7.3: Uitwerking burgerparticipatie renovatie/ herinrichting
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 54
7.3
Overheidsparticipatie
Inwoners komen regelmatig met initiatieven om hun directe omgeving anders in te richten of deel te nemen aan het beheer van de openbare ruimte. Hoe de gemeente omgaat met inwoners initiatieven in de openbare ruime is uitgewerkt in onderstaande participatiehandvatten. Opgemerkt dient te worden dat Fixi meldingen niet worden gezien als participatie -alhoewel dit soms door bewoners anders wordt beleefd; inwoners merken een technisch mankement op die de gemeente beoordeelt en indien nodig zal repareren.
Participatietrap overheidsparticipatie Ook voor overheidsparticipatie is een participatieladder opgesteld. Deze ladder laat zien op welk niveau de gemeente ruimte geeft aan initiatieven. De hoogste trede geeft de meeste beïnvloedingsruimte bij de initiatiefnemer weer. De richtlijnen geven aan dat een lagere trede van participatie niet wenselijk is en altijd verantwoord moet worden. Het opwaarderen naar een hogere trede wordt juist aangemoedigd, waarbij de mate van betrokkenheid afhankelijk is van het type initiatief en de beschikbare kaders. Uit eerdere projecten weten we dat sommige onderwerpen, vooral wanneer er NIMBY-reacties ontstaan (“Not in my backyard”), minder geschikt zijn voor hoge treden van participatie. Dit zijn projecten die maatschappelijk nodig zijn, maar lokaal weerstand oproepen. Voorbeelden zijn hondenlosloopterreinen, speellocaties en trafostations. In zulke gevallen is het vaak beter wanneer de gemeente eerst beslist dat iets er komt en waar deze komt. Inwoners kunnen daarna eventueel nog wel meedenken over onderdelen waar wél ruimte is voor keuzes, zoals de inrichting, maatregelen om overlast te beperken of afspraken over het gebruik. In dat geval is het verstandig om het woord participatie vermijden en te spreken over inbreng met inwoners. Zo blijft participatie duidelijk, haalbaar en zinvol voor iedereen en zijn de verwachtingen over en weer duidelijk.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 55
Trede ladder 5. Ruimte geven 4 Kaders stellen 3 Dialoog 2 Argumenteren 1 Transparantie
Rol gemeente Toelichting Gemeente faciliteert maximaal: stelt materiaal, Inwoners mogen zelfstandig beslissen en uitvoeren kennis en eventueel klein budget beschikbaar en binnen de kaders van wet- en regelgeving. communiceert proactief. Gemeente stelt duidelijke kaders, regels en Inwoners mogen keuzes maken binnen de kaders, mogelijkheden, begeleidt en ondersteunt met maar de gemeente bewaakt veiligheid en kennis of klein budget. haalbaarheid. Gemeente gaat in gesprek met inwoners om Gemeente denkt mee en zoekt samen met de projecten af te stemmen en haalbare initiatiefnemers naar een oplossing, maar beslist oplossingen te bespreken. uiteindelijk zelf. Gemeente luistert naar inwoners, beoordeelt Initiatieven kunnen niet volledig doorgaan zoals voorstellen en legt uit waarom bepaalde keuzes voorgesteld; gemeente neemt eindbeslissing. wel of niet mogelijk zijn. Gemeente staat het initiatief niet toe en Geen participatie mogelijk; gemeente legt uit communiceert dit duidelijk en transparant. waarom.
Figuur 7.4: Participatieladder overheidsparticipatie
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 56
Voorbeeld Buurtbewoners plaatsen zelf informatiebordjes bij een speeltuin en krijgen van de gemeente houten borden en bevestigingsmateriaal. Buurtgroep mag een stuk groen schoonmaken of herinrichten, maar moet vooraf akkoord van de gemeente krijgen over type planten en materialen. Inwoners willen een nieuwe afvalbak plaatsen; gemeente bespreekt locatie en type en stemt een plan af dat past binnen het gemeentelijk beleid. Buurt wil een pad aanleggen door gemeentelijk groen; gemeente legt uit dat dit niet kan vanwege regelgeving en biedt alternatieve locatie aan. Buurt wil een bordje plaatsen op een verkeersveiligheidslocatie; gemeente weigert en legt uit dat dit niet is toegestaan.
Participatiehandreiking overheidsparticipatie Ook voor overheidsparticipatie is een handreiking opgesteld. De handreiking bevat een tabel met een samenvatting van de meest voorkomende initiatieven en de bijbehorende rol van de gemeente. Voor een uitgebreidere beschrijving, inclusief uitleg van de rol, voorwaarden en de vastgelegde inzet van zowel de gemeente als initiatiefnemers, wordt verwezen naar de bijlage. De richtlijnen geven aan dat een lagere trede van participatie niet wenselijk is en altijd verantwoord moet worden. Het opwaarderen naar een hogere trede wordt juist aangemoedigd, waarbij de mate van betrokkenheid afhankelijk is van het type initiatief en de beschikbare kaders. De participatiehandvatten geven per type initiatief aan wat de gewenste rol van de gemeente is, inclusief de voorwaarden die voor dat specifieke initiatief gelden. Ze zijn opgesteld in overleg met beheerders en beleidsadviseurs en weerspiegelen zowel de ambitie als de werkbaarheid van participatie. Mocht een initiatief worden ingediend dat niet in deze lijst voorkomt, dan dient een afweging te worden gemaakt of het initiatief wenselijk is en welke rol de gemeente daarbij zal innemen. Net als bij burgerparticipatie geldt dat altijd maatwerk nodig is en de aanpak per initiatief kan verschillen. De handvatten bieden daarom een leidraad en geen voorgeschreven standaard.
Bewonersinitiatieven Groen Groenadoptie/ zelfbeheer Geveltuin Biodiversiteitsstroken Onderhoud landschapselementen Buurt- moestuin
Mate van participatie
trede
Ruimte geven Kaders stellen Kaders stellen Dialoog Dialoog
5 4 4 3 3
Afval Zwerfafval Adoptie afvalbakken
Ruimte geven Kaders stellen
5 4
Sporten en spelen Beheer speelplek
Kaders stellen
4
Meubilair Aanvraag straatmeubilair
Dialoog
3
Verkeer Preventieborden (snelheidsmeter etc) Tijdelijke leefstraat
Dialoog Dialoog
3 3
Overige Openbare verlichting Onderhoud civiele kunstwerken/ bruggen Wegen, onderhoud verhardingen Riolering
Argumenteren Transparantie Transparantie Transparantie
2 1 1 1
Figuur 7.5 Handvatten overheidsparticipatie
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 57
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 58
8
PROCESSEN
Financieel kader
Gemeenten zijn verplicht om hun financiële huishouding te voeren volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Dit vraagt om een transparante en realistische onderbouwing van investeringen en beheerlasten in de openbare ruimte. Ontwikkelingen zoals prijsindexaties, areaalwijzigingen of gewijzigde ambities kunnen aanleiding geven tot begrotingswijzigingen of het aanvragen van aanvullende kredieten, bijvoorbeeld bij vervanging of herinrichting. Het is daarom belangrijk dat ramingen actueel, realistisch en afgestemd zijn op het uitvoeringsniveau en dat we afspreken op welke manier we dit doen.
Het BBV schrijft ook voor dat levensduurverlengende en kwaliteitsverbeterende maatregelen moeten worden behandeld als investeringen.
In dit hoofdstuk lichten we toe hoe we omgaan met deze financiële aspecten. We gaan in op het bijstellen van begrotingen, het aanvragen van kredieten, het opstellen van realistische kostenramingen en het inzetten van de beheerparagraaf om grip te houden op de structurele beheerkosten.
Dekking
8.1
BBV
Aan het betalen van onderhoud en vervangingen van kapitaalgoederen in de openbare ruimte zijn regels verbonden. Deze zijn vastgelegd in de Notitie Materiële Vaste Activa en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Het doel van de regels is om het begroting en verantwoordingsproces van het opstellen van jaarstukken transparanter te maken.
Voor investeringen geldt dat elke gemeente een eigen ondergrens voor activeren mag bepalen. Investeringen die niet boven de ondergrens uit komen, hoeven niet te worden geactiveerd en mogen vanuit de exploitatie betaald worden. De ondergrens is in de gemeente Westervoort vastgelegd in de Nota Activerings- en Afschrijvingsbeleid en ligt op € 10.000.
In Westervoort hanteren we de onderstaande uitgangspunten voor de dekking van de verschillende vormen van onderhoud (zie ook figuur 17): Omschrijving Dagelijks onderhoud Groot onderhoud Investeringen/ vervanging
Dekking 100% en altijd ten laste van de exploitatie is in stand houden van de oorspronkelijke levensduur kapitaalgoed ten laste van de exploitatie of voorziening < € 10.000 altijd in één keer ten laste van de exploitatie > € 10.000 activeren en afschrijven. De afschrijvingslasten (kapitaallasten) komen volledig ten laste van exploitatie.
Figuur 8.1: Dekking onderhoud
Het BBV schrijft voor dat onderhoud en vervangingen op een andere manier betaald dienen te worden. Onderhoud wordt bekostigd vanuit de exploitatie, terwijl vervangingen moeten worden geactiveerd. Activeren betekent dat vervangingsmaatregelen in de openbare ruimte moeten worden beschouwd als investeringen en als activa worden bijgeschreven op balans van de gemeentelijke begroting. Via een systeem van jaarlijkse afschrijvingen worden ze jaar voor jaar afgeboekt.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 59
Indexeren
Figuur 8.2: Dekking van de verschillende vormen van onderhoud
8.2
Voorjaarsnota en begroting
De begroting van de openbare ruimte wordt jaarlijks aanpast. In de voorsnota wordt hier al op voorgesorteerd. Jaarlijkse aanpassingen hebben onder andere betrekking op:
Indexering van budgetten, zodat deze in lijn blijven met inflatie en prijsontwikkelingen. Areaalwijzigingen, door bijvoorbeeld nieuwbouwprojecten, herinrichting van straten, of uitbreiding van groen en waterpartijen. Nieuwe wensen en externe ontwikkelingen, zoals nieuwe weten regelgeving, maatschappelijke initiatieven of bestuurlijke prioriteiten.
Door deze aanpassingen systematisch en structureel door te voeren met de begrotingscyslus, wordt geborgd dat de beschikbare middelen voldoende zijn om de kwaliteit en functionaliteit van de openbare ruimte te behouden.
De gemeente Westervoort indexeert de begroting jaarlijks niet automatisch. Budgetten blijven hetzelfde tenzij de vakgroepen in de programmabegroting aangeven dat de budgetten moeten worden geïndexeerd. Zonder indexering ontstaan na verloop van tijd tekorten in de budgetten voor uitvoering van het beheer. Dit willen we voorkomen. Elke vakgroep indexeert waar nodig de budgetten. Dit doen we op basis van de CBS indexatie1 als deze beschikbaar is en aansluit bij de werkzaamheden.
Areaalwijzigingen Jaarlijks verandert het areaal dat we beheren, mede als gevolg van de ambities en opgaven waar we aan werken. Deze ontwikkelingen vragen vaak om een andere inrichting van de openbare ruimte. Er wordt bijvoorbeeld groen toegevoegd ten koste van verharding, extra bomen worden aangeplant en straten worden opnieuw ingericht. Ook worden er nieuwe wijken gebouwd. Al deze wijzigingen hebben invloed op de kosten. Daarom willen we areaalwijzigingen voortaan jaarlijks op een structurele en uniforme manier vastleggen en aanvragen in de VJN. We laten de data leidend zijn voor de aanvraag die we doen. Dit betekent dat we jaarlijks de areaalwijzigingen in beeld brengen. De selectiecriteria worden vastgelegd zodat elk jaar dezelfde uitdraai wordt gemaakt op hetzelfde moment. Grote projecten worden vaak pas 3 jaar na realisatie opgenomen in de begroting. Dit omdat eventueel onderhoud of nazorg nog uit het projectkrediet wordt betaald. Vaak is de nieuwe situatie dan al wel in het beheerprogramma verwerkt. Dit vraagt extra aandacht van de beheerders en de databeheerder.