A03-20260622-24-vka-coll-ibor-bijlage-1-integraal-beheerkader-or
Tekst van het document
INTEGRAAL BEHEERKADER OPENBARE RUIMTE Opgavegericht beheer in Westervoort
Colofon PLANTERRA BV Naam adviseurs In opdracht van Naam opdrachtgever Coverfoto: Datum Documentnummer Projectnummer Document titel
: : : : : : :
Jeroen Bruinenberg, Nick van der Klauw Gemeente Westervoort Geertje Oosterink Christiane Bahr 27 mei 2026 20250052 P983-01 Integraal beheerkader Westervoort
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 2
Voorwoord Het afgelopen jaar is samen intensief gewerkt aan het opstellen van het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte (IBK-OR). Dit omvangrijke document vormt dé schakel tussen visie en praktijk: de vertaling van het Integraal Beleidsplan naar concrete kaders, werkwijzen en processen. Het IBK legt vast hoe integraal wordt gewerkt in de openbare ruimte en biedt houvast voor keuzes, samenwerking en uitvoering. Het beschrijft niet alleen afspraken en werkprocessen, maar geeft richting aan hoe maatschappelijke opgaven zoals duurzaamheid, klimaatadaptatie en energietransitie worden verbonden met dagelijks beheer. Met het IBK-OR ontstaat een stevige basis voor onze werkzaamheden én voor verdere doorontwikkeling. Het is een levend document bedoelt als handboek en naslagwerk dat meegroeit met nieuwe inzichten en ambities, zodat de openbare ruimte van Westervoort toekomstbestendig, betaalbaar en aantrekkelijk blijft.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 3
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 4
Samenvatting
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 5
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 6
Inhoud Voorwoord ........................................................................................................ 3 Samenvatting .................................................................................................... 5 Inhoud ............................................................................................................... 7 Inleiding ............................................................................................................ 9 1.1 Doel .................................................................................................. 9 1.2 Positionering van IBK ...................................................................... 10 1.3 Leeswijzer ...................................................................................... 11 2 De openbare ruimte in Westervoort ........................................................ 13 2.1 De beheercyclus ............................................................................. 13 2.2 Zicht op de assets en de onderhoudsbehoefte ................................ 14 2.3 Beheerareaal .................................................................................. 15 2.4 Kosten, kwaliteit en waarde ............................................................ 15 3 Ambities..................................................................................................
21 3.1 Randvoorwaarden .......................................................................... 21 3.1 Beheerambities .............................................................................. 22 3.3 Voorbeelduitwerking beheerambitie .............................................. 23 4 Integraal en opgave gestuurd werken ...................................................... 25 4.1 Integrale samenwerking ................................................................. 25 4.2 Integraal beleidskader .................................................................... 27 4.3 Integraal beheer en vervangen ....................................................... 28 4.4 Werkwijze autonome werkzaamheden ........................................... 30 4.5 Werkwijze projecten ....................................................................... 32 5 Programmeren en buurtaanpak .............................................................. 35 5.1 Werkwijze programmeren .............................................................. 35 5.2 Buurtaanpak ....................................................................................37 5.3 Uitgangspunten buurtaanpak ......................................................... 38 5.4 Voorbeeldcasus ..............................................................................
42 6 Bepalen inrichtingskaders ....................................................................... 43 6.1 Proces ............................................................................................ 43 6.1 Beleid en ambities .......................................................................... 44 6.2 Waardensessie................................................................................ 44
7 Participatie ..............................................................................................49 7.1 Wat is participatie ...........................................................................49 7.2 Burgerparticipatie ........................................................................... 50 7.3 Overheidsparticipatie...................................................................... 55 8 Financieel kader ...................................................................................... 59 8.1 BBV................................................................................................. 59 8.2 Voorjaarsnota en begroting ............................................................60 8.3 Voorziening .................................................................................... 61 8.4 Vervangingsinvesteringen............................................................... 61 8.5 Aanlegkosten .................................................................................. 62 8.6 Beheerkosten.................................................................................. 65 9 Ontwikkelagenda ....................................................................................
67 Bijlagen ...........................................................................................................69 Bijlage 1: Uitwerking beheerambities ............................................................... 71 Bijlage 2: Waardensessie ................................................................................. 93 Bijlage 3: Financiële afschrijvingstermijnen .................................................... 115 Bijlage 4: Stroomschema’s buurtaanpak .........................................................117 Bijlage 5: Indicatie buurtplanning ................................................................... 120 Bijlage 6 Uitwerking Participatie .................................................................... 121 Bijlage 7: Checklist borging doelstellingen IBOR ............................................ 131
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 7
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 8
1
Inleiding
De gemeente Westervoort staat voor een aantal grote maatschappelijke opgaven. Denk aan opgaven als klimaatadaptatie, circulariteit, energietransitie, biodiversiteit, woningbouw, maar ook opgaven die bijdragen aan een inclusieve en gezonde samenleving. Ook bereiken door een bouwpiek in de jaren ‘80 en ‘90, veel kapitaalgoederen het einde van hun technische levensduur, waardoor vervanging op relatief korte termijn noodzakelijk is. Om effectief en efficiënt aan deze opgaven te kunnen werken is integraal en opgave gestuurd werken noodzakelijk. Om dit te borgen en de ambities voor de komende jaren vast te stellen is het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) in 2023/2024 opgesteld. De vertaling naar tactisch niveau ontbrak nog. In dit plan zijn ook de moties en amendementen verwerkt die zijn aangenomen bij de vaststelling van het IBOR.
1.1
Doel
De doelstelling van het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) is; integraal werken aan maatschappelijke opgaven, samenwerken en de basis op orde. In het IBOR staat omschreven wat we hierbij belangrijkvinden, maar niet hoe we dit gaan organiseren. Het IBK-OR maakt deze vertaalslag naar concrete kaders, werkwijzen en processen voor het beheer van de openbare ruimte. Daarmee vormt het IBK-OR de verbindende schakel tussen het strategische en het tactische niveau.
planningen op elkaar afstemmen en samen kansen benutten om meerdere doelen tegelijk te realiseren. Dit passen we toe in zowel het dagelijks onderhoud als bij vervangingsopgaven. Veel van deze werkwijzen worden al toegepast, maar de toenemende complexiteit en de vervangingsopgave vragen om verdere integratie en optimalisatie. Deze transitie vraagt tijd én een nieuwe manier van werken. Wat deze werkwijze ons concreet oplevert, wordt zichtbaar in de manier waarop we samenwerken en keuzes maken. Er ontstaat een sterkere samenwerking binnen de organisatie, doordat kennis en ideeën van verschillende afdelingen worden gebundeld. Het levert meer maatschappelijke waarde op, omdat we niet alleen naar techniek kijken, maar ook naar hoe mensen wonen, werken en leven en dit ervaren. Bovendien gaan we slimmer om met middelen door investeringen te koppelen aan meerdere doelen, zoals duurzaamheid, leefbaarheid en economische ontwikkeling. Onderdeel van het IBK is de “Meerjarenonderhoudsplanning Beheer Openbare Ruimte” (MJOP-BOR). Dit MJOP-BOR wordt op een later moment vastgesteld. Het MJOP waarborgt het instandhouden van kapitaalgoederen op korte en lange termijn en maakt inzichtelijk welke structurele middelen nodig zijn voor tijdige vervanging.
Zo wordt voldaan aan de financiële verantwoordingsplicht en ontstaat er een basis voor het integraal en opgave gestuurd beheer, waarbij de vervangingsinvesteringen de basis vormen.
Om effectief te kunnen inspelen op de opgaven die voor ons liggen, is een integrale en opgavegerichte werkwijze essentieel. Bij opgavegericht werken staat de opgave centraal, niet de taak of afdeling. Het IBK is opgesteld voor het team Realisatie en Beheer, maar biedt ook een gezamenlijk kader voor andere betrokken afdelingen. Verschillende vakdisciplines en afdelingen, externe partijen, betrokkenen en inwoners werken samen aan gezamenlijke doelen. In de openbare ruimte betekent dit dat we werkzaamheden combineren, PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 9
1.2
Positionering van IBK
Het IBOR vormt de basis voor het IBK-OR en de verdere uitwerking hiervan. Het IBOR borduurt verder op de ‘Omgevingsvisie Westervoort 2021’. In deze paragraaf staat weergegeven waar welk plan over gaat en wat de relatie tot elkaar is. Omgevingsvisie De omgevingsvisie beschrijft de gewenste toekomst voor onze leefomgeving op de middellange en lange termijn (tot 2040). Het is daarmee een weergave van de vraag: wat voor gemeente willen we zijn? Concreet betekent dat de omgevingsvisie een samenhangend, allesomvattend en integraal document is voor alle onderwerpen in de fysieke leefomgeving waarin de ambities en doelen worden beschreven. Uit deze omgevingsvisie zijn diverse programma’s en opgaven voortgekomen. Denk aan programma Duurzaamheid (energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit) en de opgaves rondom woningbouw en sociaal domein. Ook hieruit volgen uitvoeringsplannen die invloed hebben op en kunnen bijdragen aan de werkzaamheden van Realisatie en Beheer. Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Het IBOR vertaalt de omgevingsvisie naar strategisch beleid voor de buitenruimte en vervangt waar mogelijk sectorale beleidsstukken. Het vormt de basis voor het IBK en andere beheerplannen. Hoewel de scope van het IBOR smaller is dan die van de omgevingsvisie, sluiten de ambities en thema’s op elkaar aan.
Naast het IBOR zijn er aanvullende beleidsstukken zoals het Watertakenplan, Mobiliteitsplan maar ook het hondenbeleid die eveneens invloed hebben op het beheer en uitvoering. Ook vanuit dit beleid worden beheer- en uitvoeringsplannen opgesteld, die het IBK raken.
Integraal Beheerkader Het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte (IBK-OR) is de praktische uitwerking van het IBOR. Het kader helpt bij het plannen van onderhoud en vervanging van onderdelen in de buitenruimte en onze ambities hierin te verwerken. Het bevat daarnaast een afwegingskader en een meerjarenplanning voor onderhoud (MJOP-BOR). Daarnaast fungeert het IBK-OR als overkoepelend kader voor eventuele sectorale beheer- en uitvoeringsplannen.
Visie Tot 2040
Omgevingsvisie
Strategisch Tot 2032
IBOR
Tactisch Tot 2029
Integraal beheerkader (IBK)
Operationeel 4 jarige doorlooptijd Figuur 1.1: Positie van het IBK
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 10
Sectorale beheerplannen
Sectorale beheerplannen
Sectorale beheerplannen
1.3
Leeswijzer
Visie en ambities voor de buitenruimte
Het IBOR legt de nadruk ambities, op integraal werken, samenwerken en het op orde brengen van de basis. Deze drie uitgangspunten vormen de basis voor dit IBK-OR. In dit document zijn de IBOR-principes vertaald naar drie praktische pijlers: heldere ambities, zicht en grip op de assets en duidelijke werkprocessen en kaders. Met deze doorvertaling laten we zien hoe we de IBOR-uitgangspunten concreet toepassen in onze dagelijkse manier van werken. Integraal en opgavegestuurd werken vraagt namelijk om inzicht in de onderhoudsbehoefte, een duidelijke visie op de buitenruimte, en heldere processen en kaders die sturen op kwaliteit en samenwerking. Dit IBK-OR voorziet hierin. De opbouw van dit plan volgt daarom de belangrijkste voorwaarden voor deze werkwijze. In bijlage 7 staat een overzicht waarin te zien is welke onderdelen uit het IBOR waar terugkomen in dit IBK-OR. Tot slot bevat hoofdstuk 9 een ontwikkelagenda voor de verdere doorontwikkeling van onze aanpak.
Hoofdstuk
Beheerinstrument/ inhoud
3 Ambities
Omschrijving randvoorwaarden beheer Omschrijving beheerambities Bijlage 1: Uitwerking beheerambities
Heldere werkprocessen Hoofdstuk 4 Integraal en opgave gestuurd werken
Werkwijze beleid Werkwijze autonome vervangingen Werkwijze projecten 5 Programmeren en buurtaanpak
Beheerinstrument/ inhoud
2 De openbare ruimte in Westervoort
Omschrijving beheercyclus
Werkwijze programmeren Programmeerregels Bijlage 4: Stroomschema’s Bijlage 5: Voorgestelde buurtplanning
Zicht op assets en onderhoudsbehoefte Hoofdstuk
Beheerinstrument/ inhoud Werkwijze integraal werken
6 Bepalen inrichtingskaders
Werkwijze afwegen beleid, ambities en waarden Waardenmodel Bijlage 2: Uitwerking waardenmodel/ Waardensessie
Beheersysteem Kwaliteit en waarde openbare ruimte
7 Participatie
Bijlage 3: Afschrijvingstermijnen Bijlage 5: Buurtplanning MJOP (nog uit te werken)
Werkwijze burgerparticipatie Werkwijze overheidsparticipatie Bijlage 6: Voorbeelduitwerkingen participatie
8 Financieel kader
Werkwijze BBV Werkwijze indexeren Werkwijze areaaluitbreiding Werkwijze aanlegkosten Werkwijze beheerkosten
Figuur 2.2: Opbouw IKB-OR
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 11
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 12
2
De openbare ruimte in Westervoort
Integraal en opgavegericht werken vraagt om goed zicht en grip op de assets in de openbare ruimte en hun onderhoudsbehoefte. Om effectief te kunnen sturen is het belangrijk te weten wat we beheren, welke kwaliteit we willen bereiken en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn voor de lange en korte termijn. In dit hoofdstuk gaan we daarnaast in op het beheersysteem en de onderhoudscyclus. De financiële onderbouwing van het beheer wordt opgenomen in het MJOP-OR.
2.1
De beheercyclus
Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een wettelijke taak die bij de gemeente ligt. De gemeente Westervoort zorgt ervoor dat de openbare ruimte in een goede staat is en blijft en dat kapitaalvernietiging wordt voorkomen. Om deze taken te vervullen onderhouden en vervangen we de openbare ruimte. Het beheer heeft betrekking op alle activiteiten en maatregelen die nodig zijn om de openbare ruimte in stand te houden. Dit doen we door verschillende soorten beheer uit te voeren. Omdat deze in het IBK-OR vaak terugkomen, lichten we deze hieronder nader toe. Hoe deze verschillende beheervormen financieel gedekt worden is opgenomen in hoofdstuk 8.
Functioneel beheer bestaat uit het monitoren van het gebruik en de functie van de openbare ruimte en het doen van kleine aanpassingen wanneer daar aanleiding toe is. Dit kan bijvoorbeeld zijn het aanpassen van belijning op de openbare weg, wanneer dit nodig is vanuit verkeersveiligheid, het anders afstellen van een verkeersregelinstallatie of het aanpassen van het maairegime van extensief maaien naar intensief maaien om recreatief verblijf mogelijk te maken.
Groot onderhoud Groot onderhoud is het planmatig onderhouden van onderdelen van kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte. Het gaat hier bijvoorbeeld om het aanbrengen van een nieuwe asfalt deklaag, het periodiek schilderen van brugonderdelen, of het inboeten van beplanting. Door goed onderhoud zorgt de gemeente ervoor dat de levensduur wordt gehaald en de openbare ruimte ook daadwerkelijk oud kan worden. De kwaliteit neemt doorgaans na verloop van tijd af: zie figuur 2.1 voor een standaard levenscyclus van de openbare ruimte. Voor bijvoorbeeld beplanting en bomen loopt de cyclus anders. Daarbij loopt de kwaliteit op de eerste jaren omdat de beplanting eerst moet groeien. Bomen hebben in de volwassenfase het minste onderhoud nodig.
Dagelijks en functioneel beheer Dagelijks beheer bestaat uit kortcyclisch onderhoud: het uitvoeren van gepland en ongepland klein onderhoud aan onderdelen van de openbare ruimte. Het bestaat uit onder andere het reinigen van de openbare ruimte, het snoeien en maaien van beplanting, recht leggen van tegels en herstellen van kleine schades en het reageren op meldingen en het oplossen van storingen en calamiteiten.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 13
Naast vervanging en reconstructie zijn ook levensduur verlengende maatregelen een investering. Dit zijn ingrepen die niet behoren tot het reguliere onderhoud binnen de standaard levenscyclus, maar specifiek gericht zijn op het verlengen van de levensduur van onderdelen. Een voorbeeld hiervan is het relinen van riolering.
2.2
Zicht op de assets en de onderhoudsbehoefte
Een goed beheerpakket is een randvoorwaarde om de openbare ruimte effectief te beheren en meerjarig onderhoud en vervanging te kunnen plannen. De komende jaren willen we hierin verder investeren. Om het beheer te professionaliseren, sluiten we aan bij het Informatie Model Beheer Openbare Ruimte (IMBOR), de landelijke standaard van CROW. Door onze beheersystemen en werkprocessen in te richten volgens IMBOR, krijgen we beter inzicht in de staat van onze kapitaalgoederen. Dit zorgt ervoor dat we gerichter kunnen sturen op onderhoud en investeringen, en het vormt een stevige basis voor data gedreven werken.
Figuur 2.1: Standaard levenscyclus van de openbare ruimte
Vervanging en reconstructie Vervanging en reconstructie vinden zoveel mogelijk plaats aan het einde van de technische levensduur van onderdelen in de openbare ruimte. Hierbij worden elementen of complete gebieden vervangen en – indien gewenst – opnieuw ingericht. Het door de gemeenteraad vastgestelde kwaliteitsniveau blijft hierbij gehandhaafd. Door de vervanging ontstaat een nieuwe technische levensduur, wat wordt gezien als een investering. Bij reconstructie kan er sprake zijn van ingrijpende veranderingen in de inrichting van het wegprofiel. Beleidskaders, randvoorwaarden en ambities zijn hierbij leidend. Wanneer er sprake is van herinrichting, speelt participatie een belangrijke rol: bewoners denken – waar mogelijk – mee over wat er nodig is in de wijk. De belangrijkste aandachtspunten uit deze participatie worden meegenomen in het ontwerp.
Daarnaast verankeren we datamutaties nog beter in onze werkprocessen. Dit betekent dat het actualiseren van data, het vastleggen van mutaties en het verwerken van inspectieresultaten een nog belangrijker onderdeel worden van het dagelijks werk. Alleen zo kunnen we zorgen dat onze gegevens actueel blijven en bruikbaar zijn voor sturing, verantwoording en toekomstgerichte keuzes. Om deze werkwijze goed te verankeren, wordt geïnvesteerd in kennisontwikkeling. Ook dit thema staat op de ontwikkelagenda die als bijlage is toegevoegd.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 14
2.3
Beheerareaal
Wanneer we het hebben over openbare ruimte, hebben we het over de publieke (niet-private) fysieke ruimte die in eigendom en/of beheer is bij de gemeente. Hierbij gaat het bijvoorbeeld over riolering, wegen, verlichting, bruggen, groenvoorzieningen, speeltuinen en verkeerslichten. Dit noemen we kapitaalgoederen.
In figuur 2.2 geven we een overzicht van kapitaalgoederen in de openbare ruimte die de gemeente Westervoort beheert. Om de openbare ruimte goed te kunnen beheren, is deze opgedeeld in verschillende beheerdomeinen. Elke beheerdomein/ vakgroep is verantwoordelijk voor zijn eigen kapitaalgoederen en objecten in de openbare ruimte. Hoewel de vakgroepen hun eigen verantwoordelijkheden hebben, werken ze zoveel mogelijk integraal. Zowel binnen als buiten de afdeling maar ook binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. Een voorbeeld hiervan is de afstemming, planning en programmering van werkzaamheden.
Figuur
2.4
Kosten, kwaliteit en waarde
Gemeenten staan voortdurend voor de uitdaging om met beperkte middelen een aantrekkelijke, veilige en functionele leefomgeving te realiseren. Dat vraagt om bewuste keuzes tussen kosten, kwaliteit en waarde. Deze drie begrippen vormen samen het fundament van de sturing op beheer: de beschikbare middelen bepalen het kwaliteitsniveau dat kan worden geleverd, en dat kwaliteitsniveau bepaalt op zijn beurt de maatschappelijke en economische waarde die de openbare ruimte vertegenwoordigt. Draai je één knop (kosten/ kwaliteit of waarde) omlaag, bijvoorbeeld minder kosten, dan heeft dat direct effect op kwaliteit en uiteindelijk ook op de maatschappelijke waarde. Draai je de knop omhoog, dan stijgt de kwaliteit en daarmee de waarde van de openbare ruimte.
2.2:Indicatie areaal kapitaalgoederen openbare ruimte van gemeente Westervoort
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 15
Belevingskwaliteit wordt in onderstaand schema als output gezien, omdat het een direct resultaat is van het uitgevoerde beheer: hoe het gebied eruitziet en wordt ervaren na onderhoud. Tegelijkertijd draagt belevingskwaliteit bij aan bredere maatschappelijke effecten, zoals gezondheid en leefbaarheid; die effecten vallen onder outcome. Belevingskwaliteit fungeert daarmee als een belangrijke schakel tussen beheerkwaliteit (output) en maatschappelijke waarde (outcome).
Begrip Kosten
Niveau Input
Kwaliteit
Output
Waarde
Outcome
Betekenis Wat je erin stopt; de beschikbare middelen, capaciteit en inzet van geld en tijd Wat je levert; de staat en beleving van de openbare ruimte als direct resultaat van het beheer. Wat het oplevert; b.v. de maatschappelijke, economische en ecologische baten van inwoners, bedrijven en omgeving.
Voorbeeld Budget voor onderhoud, personeelsinzet, materiaalkeuze, machines. Beheerkwaliteit; Technische kwaliteit , functionele kwaliteit en belevingskwaliteit Leefbaarheid, gezondheid, vastgoedwaarde, sociale cohesie, duurzaamheid
Figuur 2.3: Verhouding kosten, kwaliteit en waarde openbare ruimte
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 16
Beheerkosten
Niveau
Het beheer van de openbare ruimte vraagt om bewuste keuzes in de inzet van middelen. De beschikbare budgetten bepalen wat er technisch en organisatorisch mogelijk is. Kosten vormen daarmee de input van het beheerproces: hoeveel geld er wordt besteed aan onderhoud, vervanging en personeel, beïnvloedt direct het niveau van uitvoering. Tegelijkertijd vraagt beheer om een zorgvuldige afweging tussen uitgaven op korte termijn en de financiële gevolgen op de langere termijn, zoals levensduurverlenging en het voorkomen van achterstallig onderhoud.
Technische kwaliteit
Beheerkwaliteit
Functionele kwaliteit
Beoordeling Kaders
Fysieke staat en levensduur van kapitaalgoederen Hoe goed de openbare ruimte praktisch werkt
Focus Onderhoudsniveaus frequenties, ontwerpkeuzes en middelen Veiligheid, kapitaalbehoud
Voorbeeld toetsing Inspecties, beheer en beleidskaders
Bruikbaarheid, veiligheid, toegankelijkheid, klimaatadaptatie, waterbeheer Aantrekkelijkheid, netheid, sociale interactie, verblijfskwaliteit
Onderzoek en analyses op verschillende gebieden, participatie inwoners
NEN-normen/ CROW beeldkwaliteitsnormen
In totaal wordt er ruim € 2 miljoen uitgegeven aan het dagelijks en groot onderhoud van de openbare ruimte. In het MJOP-OR zijn de beheerkosten uitgebreid uiteengezet.
Belevingskwaliteit
Beheerkwaliteit
Figuur 2.4: Toelichting beheerkwaliteit openbare ruimte
De kwaliteit van de openbare ruimte is het directe resultaat van de beheerinspanningen, ook wel de beheerkwaliteit genoemd. Door actief te sturen op onderhoudsniveaus, frequenties en ontwerpkeuzes kan de gemeente de uitkomsten beïnvloeden van: de technische kant, de functionele kant en de belevingskant. Dit gewenste niveau wordt mede bepaald door beleidsdoelen en de beschikbare financiële middelen.
Beheerkwaliteit Een gemeente is (wettelijk) verplicht areaal op deugdelijke wijze te onderhouden, de veiligheid te borgen en kapitaalvernietiging te voorkomen. Ook stelt de gemeente zelf eisen aan de kwaliteit.
Ervaring van gebruikers
Enquêtes, observaties, participatie
De technische eisen zijn vastgelegd in de beheer en uitvoeringsplannen per beheergroep, maar ook in het IBOR. Deze eisen volgen veelal uit (wettelijke) normen die landelijk of Europees zijn bepaald. Voorbeelden hiervan zijn de NEN2767 voor civiele kunstwerken, NEN3140 voor veilige openbare verlichting, VTA’s (Visual Tree Assessment) ter beoordeling voor (mogelijk) risico van bomen en de WAS (Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen) voor de veiligheid van speeltoestellen.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 17
Voor veel kapitaalgoederen wordt de kwaliteit beoordeeld met de beeldmethodiek van CROW. Hierbij worden zogeheten beeldkwaliteitsmeetlatten gebruikt. Deze methode is op verschillende manieren inzetbaar: om afspraken in contracten vast te leggen, als norm voor toezicht op het onderhoud, om de technische staat te beoordelen, en om ambities voor de openbare ruimte zichtbaar te maken. De beeldkwaliteit wordt uitgedrukt in vijf niveaus: van A+ (zeer hoog) tot D (zeer laag). Eind 2022 is een nieuw kwaliteitsniveau vastgesteld. Gezien de beperkte financiële ruimte, heeft de gemeenteraad gekozen voor kwaliteitsniveau ‘Sober’. De basis van dit kwaliteitsniveau is kwaliteitsniveau ‘C’ van het CROW met enkele onderdelen op kwaliteitsniveau ‘B’. Het gekozen niveau houdt rekening met de beperkte financiële middelen, voorkomt kapitaalvernietiging en draagt bij aan de doelstelling om een aantrekkelijke en uitnodigende gemeente te zijn. Hiervoor was kwaliteitsniveau ‘B’ van toepassing. Onderstaande onderdelen worden op CROW kwaliteitsniveau ‘B’ onderhouden. Overige onderdelen op kwaliteitsniveau ‘C’. Onderhoud aan asfaltwegen; Onkruidbestrijding op verharding; Vegen van de openbare ruimte; Groenonderhoud van vaste planten en groenonderhoud in het algemeen op A-locaties; Onderhoud van de begraafplaats.
In sommige specifieke gevallen hanteert de gemeente een andere, specifieke kwaliteitseis. Dit is bijvoorbeeld het geval bij ecologisch maaien, waarbij er een eis is opgesteld die past bij de specifieke ambitie.
Technische kwaliteit De kwaliteit van kapitaalgoederen bepaalt grotendeels of er onderhoud nodig is en wanneer iets vervangen moet worden. Dit nemen we op in de begroting, zie het MJOP. In de praktijk betekent dit dat er op verschillende momenten inspecties worden uitgevoerd. De technische inspecties geven inzicht in de kwaliteit en de nog te verwachte (rest)levensduur van het kapitaalgoed. De resultaten van de inspecties worden ingevoerd in ons beheersysteem. Functionele kwaliteit Ook de functionele kwaliteit van het openbaar gebied is van groot belang. Dit gaat over hoe goed de ruimte werkt, zowel voor de gebruikers als voor de onderliggende functies. Voor gebruikers betekent dit dat de ruimte veilig, toegankelijk en prettig bruikbaar moet zijn, afgestemd op de behoeften van bewoners en bezoekers. Denk aan goed geplaatste verlichting, voldoende zitplekken, duidelijke looproutes en veilige verkeerssituaties. Tegelijkertijd gaat functionele kwaliteit ook over inhoudelijke en technische aspecten, zoals waterberging bij hevige regenval, bereikbaarheid, verkeersveiligheid en het bijdragen aan biodiversiteit. Bij een herinrichting wordt de functionele kwaliteit meegenomen in de planvorming, zie hoofdstuk 4. Inwoners worden actief betrokken en gevraagd om hun wensen en ideeën te delen.
Daarnaast worden er verschillende onderzoeken uitgevoerd, bijvoorbeeld naar hittestress, waterhuishouding, verkeersstromen en gebruiksintensiteit. Deze informatie wordt samengebracht om een ontwerp te maken dat niet alleen mooi is, maar ook goed functioneert en toekomstbestendig is.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 18
Belevingskwaliteit De belevingskwaliteit van de openbare ruimte gaat over hoe gebruikers de ruimte ervaren bij gebruik en verblijf. Dit omvat aspecten zoals netheid, veiligheid, aantrekkelijkheid, comfort, sociale interactie en het gevoel van welkom zijn. Belevingskwaliteit is subjectief en wordt vaak beoordeeld via enquêtes, observaties en participatie van inwoners. Deze inzichten helpen de gemeente om te begrijpen hoe de ruimte daadwerkelijk wordt gebruikt en beleefd, en om keuzes in beheer en inrichting beter af te stemmen op de verwachtingen en wensen van de gebruikers. Momenteel worden er geen structurele kwaliteitsmetingen uitgevoerd op dit vlak. Wel wordt er geparticipeerd bij herinrichtingsplannen waarbij dit onderdeel ook naar voren komt. We gaan bekijken of we de belevingskwaliteit in de toekomst willen meten. Daarbij letten we op de voor- en nadelen en op kansen om dit te koppelen aan andere beleidsvelden, zoals het sociaal domein.
Een bezuiniging op het beheer van de openbare ruimte raakt dan ook meerdere waarden tegelijk. Minder onderhoud kan de aantrekkelijkheid van de buitenruimte verminderen, waardoor inwoners minder naar buiten gaan en de gezondheid en het welzijn afnemen. Tegelijkertijd investeren we steeds meer in biodiversiteit en klimaatadaptatie, wat soms haaks staat op het verlagen van onderhoudsbudgetten. We willen daarom beter inzichtelijk maken welke bijdrage het beheer van de openbare ruimte levert aan maatschappelijke doelen. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door te meten, te verbeelden of in gesprek te gaan met inwoners. Op onze ontwikkelagenda is deze ambitie opgenomen. De komende jaren werken we deze verbanden verder uit en brengen we ze onder de aandacht binnen de organisatie. Zo maken we de maatschappelijke waarde van de openbare ruimte zichtbaar en bestuurbaar.
Waarde openbare ruimte Een goede, groene en aantrekkelijke leefomgeving heeft een grote positieve invloed op de samenleving. Wanneer we uitsluitend naar de financiële kant kijken, doen we geen recht aan alle andere positieve effecten van een prettige en gezonde leefomgeving. De waarde van de openbare ruimte gaat over wat goed beheer oplevert voor de samenleving. Waar kosten en kwaliteit vooral iets zeggen over de inspanning en het directe resultaat van het beheer, richt waarde zich op het effect op mensen, milieu en economie. Een schone, veilige en aantrekkelijke omgeving draagt bij aan leefbaarheid, gezondheid en sociale samenhang, maar ook aan economische en ecologische meerwaarde. Zo kan goed onderhouden groen zorgen voor verkoeling en biodiversiteit, een prettig ingericht plein stimuleert ontmoeting en verblijf, en een verzorgde straat verhoogt de vastgoedwaarde en lokale bestedingen.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 19
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 20
AMBITIES
3
Ambities
De gemeente Westervoort wil met het beheer van haar openbare ruimte actief bijdragen aan de maatschappelijke opgaven waar we als samenleving de komende jaren mee te maken krijgen door meer opgave gestuurd te gaan werken. Hierbij is het belangrijk dat we met elkaar de visie en de ambities helder hebben. In het IBOR staan de randvoorwaarden en ambities omschreven. In dit hoofdstuk zijn ze nog eens onder elkaar gezet. Het doel is om de ambities uit het IBOR mee te nemen in zowel het onderhoud, bij renovaties en reconstructies en bij nieuwe gebiedsontwikkelingen. In hoofdstuk 6 is omschreven hoe de verschillende ambities in projecten ten opzichte van elkaar kunnen worden afgewogen middels een waardenmodel.
3.1
Randvoorwaarden
Om te borgen dat het beheer van de openbare ruimte nu en in de toekomst goed verloopt, zijn er vijf randvoorwaarden opgesteld waaraan beheer moet voldoen. Hieronder staan ze kort uitgeschreven. Daarnaast wordt verwezen naar het hoofdstuk/ paragraaf waar dit onderwerp uitgebreider aan bod komt. Werken conform wettelijke eisen Bij het beheer van de openbare ruimte is het naleven van wet- en regelgeving een essentiële voorwaarde. Denk hierbij vooral aan zorgvuldig handelen bij bomen en speelvoorzieningen en de veiligheid van verkeerssituaties. Zo zorgen we bijvoorbeeld bij toekomstige werkzaamheden dat de openbare ruimte onder meer voldoet aan de verkeersrichtlijnen van het CROW (o.a. ASVV 2021, publicatie 96b Werk in uitvoering, et cetera), het Warenbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS), de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de Wet Natuurbescherming en de NEN-normen.
Kapitaalvernietiging voorkomen We willen voorkomen dat we meerkosten moeten maken, als gevolg van te laat of te vroeg onderhoud. We willen dus kapitaalvernietiging zoveel mogelijk voorkomen. Hiervoor volgen we een aantal regels die we toepassen bij discussies over kapitaalvernietiging in relatie tot integraal werken. Integraal ruimtegebruik We streven naar een slim en zorgvuldig gebruik van de openbare ruimte, zodat we de beschikbare ruimte zo goed mogelijk benutten. Daarbij kijken we hoe we functies kunnen combineren en de inrichting efficiënt en veelzijdig kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan gedeelde verkeersruimtes, bespeelbare wadi’s of parkeerplaatsen met waterdoorlatende verharding. Bij elke ingreep onderzoeken we of er mogelijkheden zijn om meerdere doelen tegelijk te realiseren. Beheerbewust ontwerpen en ontwerpbewust beheren Het is belangrijk dat de openbare ruimte zó wordt ontworpen dat deze goed te onderhouden is, zonder dat de kosten onnodig hoog worden. De gemeente Westervoort werkt daarom met streefkosten voor beheer, ook wel een beheerparagraaf genoemd. Deze wordt toegepast bij alle projecten, zodat de kosten voor beheer binnen de mogelijkheden blijven. Dit kan ook betekenen dat bij het ontwerp keuzes worden gemaakt die goedkoper zijn in beheer, maar duurder zijn in de aanlegfase.
De openbare ruimte samen maken en beheren In een openbare ruimte die we samen maken en beheren geven we de inwoners en andere belanghebbenden ruimte om bewuster onderdeel te zijn van de openbare ruimte, door mee te denken en mee te doen. Zo ontwikkelen we eigenaarschap over de eigen leefomgeving, waardoor inwoners bij willen dragen aan het beheer en de maatschappelijke opgaven in de gemeente.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 21
3.1
Beheerambities
Naast de vijf randvoorwaarden heeft gemeente Westervoort tien beheerambities geformuleerd die voortkomen uit de omgevingsvisie en waarbij de openbare ruimte middels beheer een belangrijke bijdrage aan kan leveren. Op deze ambities kan worden geprioriteerd en gestuurd. Middels een motie hebben de ambities klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit en energiebesparing prioriteit gekregen ten op zichtte van de andere ambities, mits het geen financiële strijdigheid oplevert met andere ambitie en randvoorwaarden. Dit is gedaan omdat de basis voor het slagen van de ambities de komende jaren moet worden gelegd. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Elke ambitie uit het IBOR levert op zijn eigen manier een bijdrage aan een toekomstbestendige, leefbare en gezonde woonomgeving. De beheerambities zijn daarmee de praktische knoppen waaraan we kunnen draaien om dit te bereiken: een veilige, gezonde, toekomstbestendige en aantrekkelijke leefomgeving waar inwoners kunnen blijven wonen.
De openbare ruimte is schoon en heel De openbare ruimte is klimaatadaptief De openbare ruimte is circulair en energiebesparend De openbare ruimte faciliteert de energiebehoefte. De openbare ruimte bevordert biodiversiteit De openbare ruimte stimuleert duurzaam verplaatsen De openbare ruimte is (toegankelijk) voor iedereen De openbare ruimte stimuleert gezond gedrag De openbare ruimte draagt bij aan het karakter van Westervoort De particuliere ruimte draagt bij aan de opgaven in de openbare ruimte
Belangrijk om te benadrukken is dat de focus ligt op de ambities uit het fysieke domein – de onderdelen waar je in de buitenruimte ook echt aan kunt werken. In het sociale domein, zoals bij de Woonzorgvisie, gaat het bijvoorbeeld ook om het creëren van een wijk waar inwoners veilig, gezond en prettig kunnen blijven wonen, ook wanneer hun wensen, leeftijd of gezondheid veranderen. De kwaliteit van de openbare ruimte speelt hierin een grote en bepalende rol.
Figuur 3.1: Relatie tussen de 10 beheerambities en de omgevingsvisie
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 22
3.3
Voorbeelduitwerking beheerambitie
In bijlage 1 staat de uitwerkingen van de tien beheerambities in verschillende uitgangspunten voor beheer en inrichting. Een voorbeeld hiervan is te zien in deze paragraaf, figuur 3.2. Hierin staan ook de relevante beleidsstukken/ programma’s genoemd op basis waarvan deze ambitie is vormgegeven. De openbare ruimte is klimaatadaptief
Wateroverlast voorkomen en verminderen
Treft maatregelen bij doorgaande wegen met meer dan 30 millimeter water op straat bij hevige regenbuien (afvoeren water naar overloopgebieden bijvoorbeeld);
Vermindert verharding en integreert meer groen en water binnen ontwikkelingen in de openbare ruimte. Overbodige verharding wordt omgevormd naar groen;
Past waar mogelijk en wenselijk halfverharding toe in de openbare ruimte.
Verdieping In een klimaat adaptieve openbare ruimte wordt ingespeeld op de huidige klimaattrends en het steeds extremer wordende weer. Zo is er aandacht voor het verminderen van hittestress, wateroverlast en droogte. Dit betekent bijvoorbeeld dat er ruimte is voor waterberging, waterafvoer en zijn er verkoelende schaduwplekken te vinden. Het is daarnaast belangrijk dat de waterkwaliteit van voldoende kwaliteit is. Relevante beleidsstukken
Streefbeelden
Inrittenbeleid Watertakenplan Omgevingsvisie Westervoort Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie in de Liemers
De gemeente Westervoort:
Hittestress voorkomen
Droogte en watertekort
Buffert en vangt overtollig water zo goed mogelijk op (bijv. door afkoppelen regenwater, berging hemelwater in droge perioden en past bergings- en infiltratievoorzieningen in versteende gebieden toe. Bijvoorbeeld door oppervlaktewateren meer te gebruiken voor waterberging in de dorpskern; Voert wegen en parkeerplaatsen met minder dan 1.000 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal waterpasserend uit. Dit geldt niet voor wegen die veel worden gebruikt door vrachtverkeer of landbouwverkeer.
Beschermt bestaande groenstructuren en breidt deze waar mogelijk uit bijvoorbeeld bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen ter bevordering van koeltezones; Volgt de groene landelijke maatlat? groene klimaat adaptieve gebouwde omgeving, 3-30-300 regel en zorgt voor voldoende schaduw op trottoirs en fietspaden en streeft naar koeltezones bij woningen op een loopafstand van 300 meter; Reserveert ruimte voor grote bomen op grote parkeerplaatsen, zowel boven als onder de grond (wortelstelsel); Streeft naar een groene inrichting met oog op de gezondheid van kwetsbare groepen. Dit betekent dat minimaal 80% van scholen, buitensportlocaties en verzorgingslocaties direct aan of zijn gelegen in koele en groene zones.
Landelijke Maatlat voor een groene klimaat adaptieve gebouwde omgeving: https://klimaatadaptatienederland.nl/hulpmiddelen/overzicht/maatlatgroene-klimaatadaptieve-gebouwde-omgeving/ Figuur 3.2: Uitwerking beheerambitie ‘De openbare ruimte is klimaat adaptief’
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 23
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 24
4
Integraal en opgave gestuurd werken
PROCESSEN
Het doel van dit IBK is integraal en opgave gestuurd werken. Zo kunnen we efficiënter plannen, kosten beheersen, overlast beperken en beter inspelen op maatschappelijke opgaven. In dit hoofdstuk gaan we beschrijven we hoe we integraal samenwerken bij het beheren van de openbare ruimte. De basis hiervoor is het gemeentebrede spelregelboek ‘Programma en projectmanagement’. In dit IBK leggen uit wat integraal samenwerken betekent en wat ervoor nodig is om dit goed te laten aansluiten op de dagelijkse praktijk bij Realisatie en Beheer. Daarna gaan we in op het integrale beleidskader en hoe dit richting geeft aan onze keuzes. Ook bespreken we hoe we integraal beheer en vervanging vormgeven. Tot slot lichten we toe hoe we werken aan autonome projecten en hoe we omgaan met projectmatige werkzaamheden.
4.1
Integrale samenwerking
De beheeropgaven in de openbare ruimte raken steeds vaker meerdere beleidsvelden tegelijk. Thema’s als klimaatadaptatie, duurzaamheid, mobiliteit, leefbaarheid en veiligheid kunnen niet afzonderlijk worden opgelost. Daarom werken we steeds meer integraal: verschillende disciplines, teams en externe partners brengen hun kennis en belangen samen om tot betere, toekomstbestendige keuzes te komen. Integraal werken gaat niet alleen over het samenwerken zelf, maar ook over het afstemmen van ambities, het benutten van informatie en het organiseren van een gebiedsgerichte aanpak.
Figuur 4.1: Voorwaarden Integraal werken
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 25
Gezamenlijke ambities Integraal werken begint met een gedeeld beeld van waar we naartoe willen. De ambities zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie, de bijbehorende programmalijnen en verder uitgewerkt in het IBOR en dit IBK. Deze kaders zorgen ervoor dat iedereen vanuit dezelfde doelen werkt. Ze vormen het vertrekpunt voor alle beheer- en herinrichtingsprojecten en geven richting aan keuzes in de praktijk. Afstemmen en samenwerken Om deze gezamenlijke ambities te realiseren, is goede afstemming tussen alle betrokkenen noodzakelijk. Binnen de organisatie werken onder andere Beheer Binnen, Beheer Buiten, Ruimtelijke Ontwikkeling, Financiën, Sociaal Domein en Advies nauw samen. Ook wordt er structureel afgestemd met subsidiecoördinatoren om kansen tijdig te benutten. Zodra intern duidelijk is wat de opgave inhoudt en welke aanpak nodig is, worden externe partners betrokken—zoals aannemers, waterschappen, nutsbedrijven, woningcorporaties en bewoners. Door hen vroeg in het proces te betrekken, verbeteren we de planning en uitvoering én vergroten we het draagvlak van maatregelen. Dit helpt ons koppelkansen optimaal te benutten en dubbel werk te voorkomen. Dit doen we doormiddel van een stakeholdersanalyse. Hoewel deze samenwerking goed verloopt, kan de afstemming verder worden versterkt.
Op de ontwikkelagenda staat daarom dat we de integrale samenwerking structureler en professioneler willen organiseren, zodat we beter kunnen inspelen op complexe opgaven. Informatie gestuurd samenwerken Een gedeelde informatiebasis is een randvoorwaarde voor integraal werken. We willen gegevens uit verschillende domeinen gebruiken zoals: areaalbeheer en inspecties, klimaatgegevens, verkeers- en mobiliteitsdata, sociale signalen uit wijken, meldingen uit de openbare ruimte (fixi) etc. Door gebruik te maken van
actuele data, areaalbeheersystemen, inspectieresultaten, GIS-kaarten en dashboards ontstaat één gezamenlijk beeld van de opgave, wat helpt bij het prioriteren, afstemmen en plannen van maatregelen. Informatie gestuurd werken ondersteunt daarmee zowel de dagelijkse uitvoering als strategische keuzes. Gebiedsgerichte aanpak De gebiedsgerichte aanpak vormt in projecten de meest praktische manier waarop integraal werken tot leven komt, omdat alle opgaven – fysiek, sociaal, economisch en veiligheidskundig – op één plek samenkomen. Door vanaf het begin de kenmerken, belangen, kansen en knelpunten van een gebied in samenhang te bekijken, ontstaat een compleet en realistisch beeld van wat nodig is en wat mogelijk is. Dit maakt het mogelijk om maatregelen efficiënt te combineren, dubbel werk en tegenstrijdige ingrepen te voorkomen, en investeringen beter te coördineren. Bewoners, ondernemers en maatschappelijke partners worden actief betrokken; hun lokale kennis en ervaringen leveren waardevolle input op, vergroten het draagvlak voor uitvoering en dragen bij aan gedragen, toekomstbestendige oplossingen.
Borging en doorontwikkeling Het is belangrijk om de integrale samenwerking vast te houden en te verbeteren. Dit doen we door regelmatig projecten te evalueren. We nemen we de tijd om samen terug te kijken: wat ging goed, wat kan beter, en hoe versterken we de samenwerking? Ook organiseren we bijeenkomsten waarin collega’s ervaringen delen over onderwerpen als IMBOR, assetmanagement en integraal werken. De integraal adviseur van het team bewaakt en stimuleert deze aanpak binnen het team en de organisatie. In hoofdstuk 10 is een ontwikkelagenda opgenomen met wensen voor de komende 5 jaar waarin dit ook is opgenomen.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 26
4.2
Integraal beleidskader
Het beheer van de openbare ruimte vindt plaats binnen een breed kader. Dit omvat naast het reguliere beheer ook beleid, dat richting geeft aan wat de gemeente wil bereiken; verordeningen, die specifieke of algemene regels stellen voor gedrag en vergunningen in de openbare ruimte; en het omgevingsplan (en eventueel het bestemmingsplan), waarin wordt vastgelegd wat waar mag en kan. In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe deze kaders zich tot elkaar verhouden en hoe samenwerking tussen afdelingen plaatsvindt. Onderdeel Omgevingsvisie
Afdelingsbeleid en/ of programma’s
Verordeningen
Omgevingsplan
Toelichting Lange termijn visie en ambities van de gemeente voor de fysieke leefomgeving. Concreet beleid over onderwerpen zoals verkeersveiligheid, groenstructuren, waterbeheer, etc. Bindende regels voor gedrag en vergunningen zoals, parkeren en evenementen. Juridische vertaling van visie en beleidsdoelen.
Relatie Geeft richting aan de ontwikkeling van de openbare ruimte. Vertaalt ambities naar concrete richtlijnen.
Biedt kaders waarbinnen beleid en uitvoering plaatsvinden. Borgt beleid in regels en zorgt voor samenhang tussen visie, beleid en uitvoering.
Figuur 4.2: beleids- en regelkaders voor de openbare ruimte
Beleid Integraal werken aan beleid betekent dat we bij het ontwikkelen van nieuw beleid niet alleen kijken naar het eigen vakgebied, maar ook naar raakvlakken met andere afdelingen en opgaven.
In het beleid van de afdeling zijn ambities en uitgangspunten vastgelegd over de inrichting en het gebruik en het onderhoud van de openbare ruimte, bijvoorbeeld op gebied van verkeersveiligheid, groenstructuren, water, duurzaamheid, verlichting en toegankelijkheid. Deze komen veelal voort uit de omgevingsvisie. Ter ondersteuning van de uitvoering kunnen de beleidsdoelen verder worden uitgewerkt in programma’s. Waar beleid vaak sectoraal is zijn programma’s integraal en uitvoeringsgericht en worden deze vaak buiten de afdeling Realisatie en Beheer gecoördineerd. Onderstaande stappen laten zien hoe het beleidsproces binnen de organisatie verloopt. In sommige gevallen is het niet nodig om alle stappen te doorlopen. Als de opgave bijvoorbeeld geen andere afdelingen raakt of geen wezenlijke inzet van extra capaciteit vraagt, kan het proces versneld worden doorlopen. Meer informatie hierover staat in het spelregelboek ‘Programma en projectmanagement’. Onderdeel
Omschrijving
Doel
Startnotitie
Start door maatschappelijke ontwikkeling, wettelijke verplichting of wens uit de organisatie. Bepalen welke teams of beleidsterreinen betrokken zijn en aansluiting bij bestaande programma’s. Beslissing om project op te starten Vastleggen van doel, aanleiding, betrokken afdelingen, planning, middelen en aanpak. Beslissing om project uit te voeren Afstemming van inhoud met interne afdelingen en externe partners. Voorleggen aan MT, college of raad; na vaststelling in uitvoering borgen.
Vaststellen aanleiding voor nieuw of aangepast beleid. Kansen, knelpunten en afhankelijkheden in beeld brengen.
CMT Projectplan
CMT Uitvoering CMT
Figuur 4.3: Beleidsproces
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 27
Gedeeld vertrekpunt en inzicht in capaciteit.
Beleidsinhoud vormgeven en afstemmen. Zorgen voor besluitvorming, uitvoering en verankering.
Verordeningen Voor het beheer van de openbare ruimte gelden naast beleid ook verschillende verordeningen. Beleid geeft richting en laat zien wat de gemeente wil bereiken, terwijl verordeningen bindende regels zijn waaraan iedereen zich moet houden. De APV (Algemene Plaatselijke Verordening) is een gemeentelijke verordening die algemene regels voor het gebruik van de openbare ruimte vastlegt (openbare orde en veiligheid). Het gaat bijvoorbeeld over gedrag in straten, pleinen en parken, evenementen, geluid, vuurwerk of handhaving. De APV regelt dus brede gedragsregels en vergunningen. Specifieke verordeningen daarentegen richten zich op specifieke onderwerpen. In Westervoort is er een bijvoorbeeld een verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten, rioolheffing, hondenbelasting, bomenverordening, ondergrondse infrastructuren en één voor de gehele fysieke leefomgeving (VFL). Het is belangrijk dat we op de hoogte zijn van de inhoud van deze verordeningen. Samen vormen de APV en andere verordeningen het juridisch kader waarbinnen het beheer van de openbare ruimte wordt uitgevoerd.
Omgevingsplan Het omgevingsplan is een integraal plan waar de regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen van de gemeente. Het omgevingsplan bevat o.a. algemene regels maar ook beoordelingsregels die horen bij vergunningaanvragen. Met het opnemen van beleidsregels in het omgevingsplan gaan deze regels gelden voor iedereen. Beleidsregels die van toepassing zijn voor de beoordeling van vergunningen, gelden dan ook als basis om een vergunningaanvraag af- of toe te wijzen. Het omgevingsplan speelt dan ook een belangrijke rol in de handhaving van beleidskeuzes, nadat deze geborgd zijn in het omgevingsplan. Bij een wijziging van het omgevingsplan worden de relevante beleidskaders meegenomen, dit in afstemming met alle ontwikkelingen en wijzigingen die in het omgevingsplan doorgevoerd gaan worden. Dit zorgt voor samenhang tussen de beleidsmatige ambities en de juridische borging daarvan.
4.3
Integraal beheer en vervangen
Belangrijk uitgangspunt voor het beheer en de vervanging van de openbare ruimte en het integraal en opgave gestuurd werken is dat we weten welke projecten er de komende jaren spelen. Uitgangspunt vormt de projectenlijst. Op deze lijst staat voor de komende 4 jaar welk groot onderhoud en welke vervangingsinvesteringen worden opgepakt. Ook wordt er een doorkijk gemaakt naar grootschalige vervangingsinvesteringen voor de komende 10 jaar. Dit bepalen we op basis van de theoretische afschrijvingstermijnen en de technische inspecties. In de projectenlijst staan verschillende werkzaamheden en projecten. In paragraaf 4.4 en 4.5 wordt beschreven hoe we projecten en vervangingen integraal aanpakken. Aan de hand van de projectenlijst gaan we ook in gesprek en gaan we afstemmen en programmeren. Hoe we dit exact doen staat in hoofdstuk 5 omschreven. Projecten Binnen onze organisatie spreken we van een ‘project’ wanneer het een integraal karakter heeft: dat wil zeggen, wanneer meerdere disciplines, afdelingen of beleidsvelden betrokken zijn. Deze projecten vragen om coördinatie, afstemming en vaak ook bestuurlijke besluitvorming. Bij integrale projecten maken we daarnaast het onderscheid tussen projecten in de ‘buurtaanpak’ en ‘buiten de buurtaanpak’.
Een buurtaanpak is een integrale benadering waarbij werkzaamheden in een buurt gelijktijdig worden uitgevoerd, omdat veel onderdelen van de openbare ruimte daar rond dezelfde periode zijn aangelegd en dus ook ongeveer tegelijk aan vervanging toe zijn. Dit biedt kansen om werkzaamheden te combineren, ambities mee te koppelen en overlast te beperken. Door het werk in één keer uit te voeren, besparen we inzet en middelen en realiseren we een toekomstgerichte inrichting.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 28
Wanneer integrale projecten buiten de buurtaanpak plaatsvinden bijvoorbeeld vanwege urgente vervanging of beleidsmatige keuzes dan spreken we van een integraal project buiten de buurtaanpak. Deze projecten kennen een meer op zichzelf staand karakter. Autonome werkzaamheden Kleinere activiteiten binnen een vakgroep, zoals het vervangen van een speeltoestel of groot asfaltonderhoud, worden soms ook als ‘project’ aangeduid, maar vallen in feite onder reguliere vakgroeptaken of deelprojecten. Deze worden doorgaans ook binnen de vakgroep opgepakt, tenzij er aansluiting gevonden kan worden met een ander project. Om verwarring te voorkomen, maken we in onze communicatie en planning onderscheid tussen integrale projecten en autonome (op zichzelf staande) werkzaamheden.
Figuur 4.4: Projectdefinities
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 29
4.4
Werkwijze autonome werkzaamheden
Autonome werkzaamheden zijn beheer- en onderhoudstaken die veelal binnen de vakgroep zelf worden opgepakt en geen onderdeel zijn of kunnen worden van bredere integrale projecten. Deze toets wordt gedaan in het projectenoverleg. Voorbeelden van autonome werkzaamheden zijn regulier onderhoud, groot onderhoud, of kleine of op zichzelf staande vervangingswerkzaamheden die voortkomen uit inspecties en planning binnen het beheer. Deze werkzaamheden volgen een eigen werkproces. De afdeling gaat actief aan de slag met de autonome werkzaamheden die het komende jaar op de planning staan. Veel van dit beheer en deze werkzaamheden zijn uitbesteed aan externe partijen. Bij elk nieuw bestek of contract wordt gekeken waar kansen liggen om ambities te integreren. Hiervoor wordt een stroomschema doorlopen, zie figuur 4.5. Projectteam vormen Op het moment dat een autonome werkzaamheid wordt opgestart of een bestaand bestek wordt herzien, wordt beoordeeld welke disciplines betrokken moeten zijn. Het basisprojectteam bestaat doorgaans vakspecialisten uit de vakgroep.
Op inhoud gaan we met het behulp van de beheerambities en het waardenmodel (hoofdstuk 6) kijken wat de huidige bijdrage is op het gebied van de gestelde ambities en randvoorwaarden. Als uitgangspunt hanteren we dat ambities zoveel mogelijk binnen de bestaande onderhoudsbudgetten worden gerealiseerd. Bij het vaststellen van deze budgetten sluiten we aan bij de landelijke standaard voor verduurzaming. Als ambities of kansen niet binnen de bestaande budgetten passen, maken we een zorgvuldige afweging en leggen we indien nodig het voorstel voor aan de gemeenteraad. Aanbesteding Wanneer de kansen op inhoud en integraliteit in beeld zijn gebracht, worden deze zorgvuldig afgewogen en waar mogelijk meegenomen in de aanbesteding. Ambities kunnen op verschillende manieren worden meegenomen in aanbestedingen. Ze kunnen worden opgenomen als eisen in het bestek, zoals het vereiste van minimaal CO₂-prestatieladder niveau 4 of het gebruik van accugereedschap. Daarnaast kunnen ambities ook worden verwerkt in de plannen van aanpak, waarbij aannemers worden uitgedaagd om zich te onderscheiden. Door een goed onderbouwd plan van aanpak te schrijven, kunnen zij laten zien hoe zij extra waarde toevoegen. De opdracht wordt vervolgens gegund aan de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding.
Ambities selecteren De eerste inhoudelijke stap is de beoordeling van het huidige bestek of situatie. Dit doen we niet alleen op inhoud maar ook op gebied van integraliteit. Liggen er kansen om werkzaamheden te combineren of een samenwerking aan te gaan tussen vakgebieden of gemeenten? Dit wordt besproken in het projectenoverleg en indien nodig nader onderzocht. Indien dit van toepassing is, dan wordt het projectteam uitgebreid met andere specialisten. Afhankelijk van de aard en complexiteit kunnen hier ook aanvullende rollen aan worden toegevoegd, zoals een adviseur duurzaamheid of communicatie.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 30
Figuur 4.5: Stroomschema ambities autonome projecten
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 31
4.5
Werkwijze projecten
Integrale projecten zijn beheer- en onderhoudstaken die vakgroep overschrijdend worden uitgevoerd en waarbij meerdere disciplines samenwerken om bredere beleids- en kwaliteitsambities te realiseren. De afdeling gaat actief aan de slag met de integrale projecten die de komende vier jaar moeten worden uitgevoerd en die op de projectenlijst staan. In deze paragraaf wordt omschreven hoe we dit gaan doen. Afhankelijk van de voorbereidingstijd wordt een keuze gemaakt in het startmoment.
Verschillende rollen Bij projecten onderscheiden we verschillende typen opdrachtgevers. De bestuurlijk opdrachtgever, zoals een wethouder, is verantwoordelijk voor de politieke en beleidsmatige kaders en het bestuurlijk draagvlak. De ambtelijk opdrachtgever, de teammanager of integraal adviseur, bewaakt de inhoudelijke koers en toetst of het project aansluit bij de organisatiedoelen. De dagelijkse aansturing van een project is in handen van de projectleider. Deze bewaakt de voortgang, het budget, de kwaliteit en de samenwerking tussen alle betrokken partijen. De projectleider vormt de verbindende schakel tussen opdrachtgever(s), vakgroepen en uitvoerende partijen. Elk teamlid levert daarbij zijn of haar eigen expertise en draagt bij aan de kwaliteit van het project.
Opdrachtgever Bestuurlijk opdrachtgever Ambtelijk opdrachtgever
Wie Wethouder
Projectleider
Projectleider
Projectteam
Vakspecialisten
Teammanager/ Integraal adviseur
Verantwoordelijkheid Politiek en beleidsmatige kaders, bestuurlijk draagvlak Inhoudelijke koers, aansluiting bij organisatiedoelen en ambtelijke borging Dagelijkse aansturing project. Bewaking voortgang, budget etc., schakel tussen partijen. Inbreng van vakkennis, afstemming en samenwerking binnen het project.
Figuur 4.6: Verschillende rollen bij projecten
Initiatief en definitiefase project Het project begint met de initiatieffase. In deze fase wordt de basis gelegd voor een realistisch en gedragen project. De teammanager of integraal adviseur stelt de ambtelijke opdracht op. Belangrijke aandachtspunten zijn het in beeld brengen van de opgave, de betrokken partijen, de beschikbare capaciteit, en de financiële kaders. Daarnaast worden kansen verkend voor samenwerking, integraliteit en koppelingen met andere projecten of beleidsthema’s. Ook wordt de gewenste mate van participatie bepaald en wordt een projectleider aan het project gekoppeld. Op basis van de ambtelijke opdracht stelt de projectleider in de definitiefase het plan van aanpak op, hiervoor zijn formats ontwikkeld.
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 32
PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 33
Onderdeel
Toelichting
Projectomschrijving
Aanleiding project, globale projectomschrijving
Inrichtingskader
Bepalen met behulp van Waardenmodel, prioriteren van ambities. Beleid/ politieke of maatschappelijke ambities of ontwikkelingen. Beheerambities en randvoorwaarden/ Functionele kwaliteit/ belevingswaarde/ etc. Financieel kader (Aanleg + 3 jaar onderhoud en beheerkosten), Financiële dekking, eventueel kapitaalvernietiging Samenwerking, integraliteit en koppelingen met andere projecten of beleidsthema’s Intern: afdelingen, vakgroepen, projectleiders, financiën, communicatie; Extern: inwoners, wijkraden, aannemers, adviseurs, waterschappen, hulpdiensten, subsidieverstrekkers Mate en vorm van participatie van inwoners en andere stakeholders Beschikbare personele inzet, benodigde expertise per vakgebied, interne coördinatie Globaal Tijdspad, mijlpalen, belangrijke afstemming met andere projecten