CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

A03-20260622-24-vka-coll-ibor-bijlage-1-integraal-beheerkader-or

Raadsvergadering 22 juni 2026, gemeente WestervoortBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken22.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1

StatLine - Grond-, weg- en waterbouw (GWW); inputprijsindex 2015=100 (cbs.nl) en Dienstenprijzen;commerciële dienstverlening en transport, index 2021=100 | CBS PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 60

Nieuwe wensen Bij het opstellen van de begroting en exploitatie van de openbare ruimte onderscheiden we externe ontwikkelingen en nieuwe wensen, omdat ze verschillen in keuzevrijheid en impact op het budget. De externe ontwikkelingen vormen harde randvoorwaarden voor de begroting en worden altijd als eerste meegenomen. Nieuwe wensen zijn initiatieven die voortkomen uit maatschappelijke vraagstukken, politieke ambities of interne beleidsdoelen. Externe ontwikkelingen (Wat moet ik?)  Nieuwe wet- en regelgeving van rijk of provincie (bijv. waterbeheer, veiligheidsnormen).  Autonome ontwikkelingen zoals inflatie of stijgende materiaalkosten.  Subsidievoorwaarden met externe partijen. Nieuwe wensen (Wat willen we?)  Verzoeken van bewoners voor extra groen, speelvoorzieningen of duurzame waterpartijen.  Bestuurlijke ambities zoals klimaatadaptatie, vergroening of verbetering van leefbaarheid.  Technische verbeteringen, zoals energiebesparing of innovatieve wateropvang.

8.3

Voorziening

Voor het groot onderhoud aan riool en wegen/kunstwerken zijn voorzieningen gevormd zodat de kosten daarvan niet in één keer drukken op de begroting in het jaar waarin het onderhoud plaatsvindt. Het gaat om relatief grote bedragen. Door elk jaar een bedrag opzij te zetten wordt geleidelijk een reserve opgebouwd. Hierdoor komen we niet voor financiële verrassingen te staan zodra het onderhoud daadwerkelijk uitgevoerd wordt. Gemiddeld worden de voorzieningen eens per twee jaar opnieuw beoordeeld en in dien nodig aangepast.

8.4

Vervangingsinvesteringen

Vervangingsinvesteringen zijn noodzakelijk om de kwaliteit, veiligheid en functionaliteit van de openbare ruimte te waarborgen. Door tijdig te vervangen of te vernieuwen, voorkomen we achteruitgang van de openbare ruimte en onvoorziene kosten door uitval of spoedreparaties. Deze paragraaf beschrijft een aantal uitgangspunten met betrekking tot vervangingsinvesteringen; het toepassen van afschrijvingstermijnen, het gebruik van de componentenmethode, de splitsing van kredieten bij projecten en de bijdrage bij externe ontwikkelingen in relatie tot vervroegde afschrijving.

Afschrijvingstermijnen Bij vervangingsinvesteringen wordt uitgegaan van vastgestelde afschrijvingstermijnen per objecttype of component. Deze termijnen geven aan over welke periode de kosten van een investering worden gespreid in de begroting, zodat financiële lasten eerlijk en consistent worden verdeeld over de gebruiksduur van het object. Voor een compleet overzicht van de gehanteerde afschrijvingstermijnen per beheerdiscipline en component verwijzen we naar bijlage 4.

Componentenmethode Bij investeringen in de openbare ruimte maken we gebruik van jaarlijkse investeringsbudgetten. Gelijksoortige investeringen binnen dezelfde beheerdiscipline worden bij elkaar opgeteld en als één investering geactiveerd. We kijken naar de totale uitgave in één jaar voor het vervangen van object(en) en/of component(en) met eenzelfde levensduur. Wanneer dit boven de € 10.000 uitkomt wordt dit als een investering gezien. Voor de toepassing van de jaarlijkse investeringsbudgetten voor de verschillende beheerdisciplines wordt uitgegaan van de verschillende afschrijvingstermijnen. Zie hiervoor bijlage 4.

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 61

Splitsing grote kredieten Op dit moment wordt er vaak één krediet aangevraagd voor een werk. Een herinrichting is een grote investering en heeft een relatief lange doorlooptijd. Het start met de voorbereiding van een werk, dit kan soms een jaar of langer duren. De grootste kosten gaan pas lopen op het moment van uitvoering. Met name bij grote werken wordt hierdoor onnodig gereserveerd terwijl de werkzaamheden pas later plaatsvinden.

8.5

Aanlegkosten

Bij het opstellen van ramingen streven we naar betrouwbare en uitvoeringsgerichte ramingen. Deze zijn gebaseerd op kengetallen per gebiedstype of eenheidsprijzen, aangevuld met kosten voor ambities, VATkosten en onvoorziene uitgaven. Zo ontstaat een realistisch beeld van de benodigde middelen.

We gaan daarom kredieten voor herinrichtingsprojecten splitsen. Dit kan per projectfase (voorbereiding en uitvoering), maar bijvoorbeeld ook per deelgebied in een project. Door het investeringskrediet per fase te splitsen ontstaan er niet alleen financiële voordelen. Er ontstaat ook meer grip op de voortgang en de bijbehorende uitgaven. Dit sluit goed aan op de planning- en control cyclus en zorgt voor meer transparantie richting bestuur en raad. Wel vraagt het om zorgvuldige afstemming tussen projectleiding, financiën en beheer. In het projectplan moet hier voldoende aandacht voor zijn.

Ambitiekosten

Bijdrage externe ontwikkelingen

Er is binnen het IBOR geen extra geld beschikbaar gesteld voor de ambities. De extra kosten kunnen deels gedekt worden uit de verschillende programmalijnen. Hierin is het ambitieniveau vastgelegd en indien noodzakelijk beleidsmatig ook geld beschikbaar gesteld. Niet voor alle ambities is extra geld beschikbaar gesteld. Indien nodig kan er extra budget bij de raad worden gevraagd.

Soms is een vervanging of aanpassing niet het gevolg van regulier onderhoud, maar van een beleidswijziging, een nieuwe wens of een externe ontwikkeling. In zulke situaties wordt het object eerder vervangen dan nodig is, waardoor een deel van de investering nog een restwaarde heeft. Er is dus sprake van kapitaalvernietiging. Ook lopen er vaak nog kapitaallasten. Theoretisch gezien kunnen we vanuit beheer bijdragen uit het reguliere vervangingsbudget op basis van de resterende levensduur van het object: hoe korter die restlevensduur, hoe groter de bijdrage; hoe langer die restlevensduur, hoe kleiner de bijdrage. De extra kosten die ontstaan door vervroegde vervanging of nieuwe wensen worden in de VJN inzichtelijk gemaakt bij het aandragen van de nieuwe wens. Dit zorgt voor grip op de kosten en bewustwording.

Het realiseren van ambities in de openbare ruimte brengt extra kosten met zich mee. Deze kosten kunnen worden beperkt door ambities te koppelen aan momenten van vervanging. De kostenstijging ontstaat door het toevoegen van nieuwe elementen, zoals extra bomen, het aanpassen van het straatprofiel en het gebruik van andere materialen, zoals groene parkeervakken. Deze meerkosten zijn vooral van toepassing op de beheerdisciplines wegen en groen. Dit verschilt ook per situatie en project.

Ook met behulp van subsidies kunnen we werken aan onze ambities. Denk bijvoorbeeld aan het convenant SEB, waarmee we subsidie kunnen aanvragen voor de meerkosten van Zero Emissie (ZE) bouwen. Daarnaast zijn er vaak subsidies beschikbaar voor projecten op het gebied van verkeersveiligheid en andere actuele landelijke thema’s.

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 62

Figuur 8.3: Aanvullend budget voor het werken aan de ambities

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 63

VAT-kosten VAT-kosten zijn de kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht binnen een project. Ze zijn niet direct toe te schrijven aan de fysieke uitvoering, maar essentieel voor een zorgvuldige en professionele realisatie. In de gemeente Westervoort zijn de volgende VAT-kosten van toepassing: Inbegrepen:  Alle advies- en onderzoekskosten voor de planuitwerking in de projectfasen van schetsontwerp tot uitvoeringsontwerp;.  Engineerskosten en kosten van specialisten en onderzoeken in de bestekfase, inclusief de kosten voor de aanbesteding;  Kosten inspraak en participatie door bewoners en ondernemers. Niet inbegrepen:  interne kosten voor toetsen van plannen en bestekken;  Kosten voor projectbegeleiding van het project;  Kosten voor toezicht gedurende de uitvoerings- en opleveringsfase. De hoogte van de VAT-kosten varieert per project en is afhankelijk van factoren zoals oppervlakte, type project, complexiteit, mate van participatie en integraliteit. In onderstaand schema zijn richtlijnen weergegeven, waarbij een klein of groot project niet exact is gedefinieerd om flexibiliteit te behouden. Voor kleine projecten ligt het door te berekenen VAT-percentage vaak hoger, omdat de vaste interne kosten over een kleiner project worden verdeeld. Bij grotere projecten zijn er schaalvoordelen, waardoor het percentage relatief lager kan zijn.

Bij elk project wordt daarom bewust vastgesteld welke VAT-kosten nodig zijn en deze keuze wordt vastgelegd. Het percentage kan relatief hoog of laag zijn, afhankelijk van de omvang, complexiteit en specifieke kenmerken van het project. Kredieten worden altijd aangevraagd inclusief de vastgestelde VATkosten. Soort Renovatie/ vervanging (Her)inrichting/ Reconstructie

Kleine projecten 15% 25%

Grote projecten 10% 20%

Figuur 8.4: Richtlijn VAT-kosten

GREX Bij gemeentelijke grondexploitaties of woningbouwontwikkelingsprojecten (GREX) worden de interne VAT-kosten wel berekend en geregistreerd. Dit geeft de gemeente een realistischer beeld van de totale projectkosten. De kosten worden doorbelast in de projecten en vallen niet in de exploitatie van de gemeente.

Onvoorziene kosten Bij het opstellen van projectramingen nemen we 10% voor onvoorziene kosten. Afhankelijk van de risico’s die we signaleren stellen we dit indien nodig naar boven bij. We willen hiermee voorkomen dat we terug moeten naar de gemeenteraad om extra krediet aan te vragen bij kleinere onverwachte ontwikkelingen.

Het hanteren van een vast percentage is niet altijd passend; de complexiteit en omvang van het project zijn bepalend. Bij projecten waarin veel participatie plaatsvindt, nieuwe beleidsambities worden uitgevoerd of intensieve afstemming met externe partijen nodig is, nemen de voorbereidingskosten aanzienlijk toe. Bij kredietaanvragen moet hier nadrukkelijk rekening mee worden gehouden.

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 64

8.6

Beheerkosten

Voor de staat van de openbare ruimte is het belangrijk dat het beheer in de toekomst betaalbaar blijft. Daarom is het belangrijk dat beheerders zelf grip hebben op de toekomstige beheerkosten en het effect van projecten in de openbare ruimte op de onderhoudskosten kunnen inschatten en kunnen vertalen. We gaan daarom de beheerparagraaf toepassen. Via een beheerparagraaf wordt doorgerekend wat de verwachte beheerkosten worden en in hoeverre dat verschilt van huidige beheerkosten voor het projectgebied. Zo kan de beheerder bepalen wat acceptabel is en wat niet. Dat maakt sturing op de kwaliteit en beheerbaarheid van de openbare ruimte op de lange termijn mogelijk. Soms is het lastig om in een ontwerp een afweging te maken. Hiervoor is het mogelijk om voor bepaalde onderdelen ook de totale kosten over de levensduur in beeld (Total Cost of Ownership, TCO) te brengen. Dit kan helpen om tot een goed onderbouwde keuze te komen, omdat hiermee alle kosten gedurende de levensduur worden meegenomen. De resultaten bieden vervolgens input voor een transparante en onderbouwde keuze in het ontwerpproces.

Huidige beheerkosten per buurt Om iets te kunnen zeggen over de hoogte van de beheerkosten hebben we in beeld gebracht wat de huidige gemiddelde beheerkosten zijn van de openbare ruimte per vierkante meter per buurt en gemiddeld. Hiervoor hanteren we de CBS indeling. Deze indeling wordt vaak gebruikt. Deze is echter niet altijd even logisch als je kijkt naar het beheer. Het overzicht geeft echter wel een indicatie. Het is goed om te beseffen dat een stijging van € 0.10 per m2 over gemeente Westervoort zorgt voor een stijging van ca. € 150.000 op de totale beheerkosten. Een kleine stijging heeft dus grote financiële gevolgen.

Buurt

€ / m2

Westervoort Westervoort- Broeklanden Westervoort – Lange Maat en Hoogeind De Leigraaf- De Steenderens De Ganzepoel- Schans Gemiddeld

€ 1,29 € 1,27 € 1,33 € 1,26 € 0,91 € 1,21

Figuur 8.5: Gemiddelde beheerkosten per CBS buurt

Wat opvalt in de analyse per buurt, is dat de beheerkosten per wijk niet sterk van elkaar verschillen. Alleen de beheerkosten van de Ganzepoel – Schans wijkt af. We kunnen dit verklaren doordat er bij de Schans relatief veel gras en gazon aanwezig is. Vaak wordt een variatie in beheerkosten grotendeels verklaard door het vastgestelde kwaliteitsniveau, de bebouwingsdruk en het type groen dat is aangeplant. Buurten met een lagere bebouwingsdruk en daardoor veel gazon, extensief gras en heesters kennen lagere beheerkosten. Op plekken met veel bebouwing en weinig openbare ruimte kunnen de kosten hoger zijn. Het effect van bomen en overige inrichtingselementen als bankjes en speeltoestellen is zeer beperkt op de gemiddelde buurtbeheerkosten. Een betere indeling van de wijken kunnen dit soort verschillen inzichtelijk maken. Dit maakt dat er dan ook bewust op gestuurd kan worden, bijvoorbeeld door in een wijk met weinig openbare ruimte te kiezen voormeer kwalitatief groen. Daarom is het wenselijk om op termijn over te stappen naar een buurtindeling die beter aansluit bij de praktijk.

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 65

Werkproces beheerparagraaf Voor elk project voeren we een beheertoets uit, een berekening van de huidige en toekomstige beheerkosten. We gaan hierbij uit van de reguliere onderhoudswerkzaamheden. Het effect op de begroting wordt in elk project meegenomen en daarnaast worden de beheerkosten voor de eerste drie jaar in de projectsom meegenomen.

Voor groot onderhoud in de voorziening worden wel kosten gerekend. De hoogte van het VAT percentage wordt bepaald door de omvang van het project.

We willen de komende jaren oefenen met deze methodiek en nog geen harde regels vastleggen. We nemen de beheerkosten wel nadrukkelijker mee in de afweging en in onze adviezen, ook in relatie tot het aantal m2 bebouwing. Dit betekent dat we in buurten met lage beheerkosten per vierkante meter eerder hogere toekomstige beheerkosten in een project zullen toestaan dan in buurten waar al de kosten al hoog liggen. Ook zullen we in centra, entrees, accentplekken, hoofdstructuren en centrumgebieden en dichtbewoonde gebieden eerder geneigd zijn hogere beheerkosten toe te staan. Indien de toekomstige beheerkosten per m2 en/of totaal substantieel hoger zijn wordt in overleg met de bestuurlijk opdrachtgever bepaald om het voor te leggen aan de gemeenteraad.

VAT kosten Over het dagelijks onderhoud worden geen VAT-kosten berekend. Deze kosten zijn opgenomen in de reguliere personeelskosten van de medewerkers. Wanneer echter werkzaamheden extern worden uitbesteed, bijvoorbeeld voor het opstellen van een bestek, het uitvoeren van controles of andere ondersteunende werkzaamheden ontstaan er wel VAT-kosten. Deze worden apart geraamd in de begroting als niet-uitvoeringskosten. Een belangrijk aandachtspunt is dat veranderingen in werkwijzen of nieuwe ontwikkelingen kunnen leiden tot hogere VAT-kosten. Denk hierbij aan de invoering van digitale meldsystemen zoals Fixi, een grotere inzet op participatie of uitgebreidere afstemming met andere beleidsvelden. Het is daarom van belang deze consequenties tijdig in beeld en onder de aandacht te brengen.

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 66

9

Ontwikkelagenda

Het Integraal Beheerkader geeft op verschillende onderdelen richting aan beheer en onderhoud in Westervoort. We hebben invulling gegeven aan de ambities en uitgangspunten uit het IBOR. We beschreven hoe de gemeentelijke organisatie samenwerkt en keuzes en afwegingen maakt in het beheer van de openbare ruimte. We maakten inzichtelijk welke structurele financiële middelen nodig zijn voor de instandhouding en vervanging van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Om in aanvulling op het IBK nog beter te kunnen sturen op beheer en onderhoud en de bijdrage die we daarmee leveren, hebben we een ‘ontwikkelagenda’ voor de komende periode opgesteld. We zetten in op de ontwikkeling en verbetering van de volgende instrumenten en processen:

Onderwerp

Toelichting

Handboek Inrichting Openbare Ruimte opstellen

Om de openbare ruimte bij toekomstige woningbouw of andere ruimtelijke opgaven beheerbaar te houden, stellen we een handboek inrichting openbare ruimte op. In het handboek leggen we onze richtlijnen en eisen voor de inrichting van de openbare ruimte vast. Het handboek geven we mee bij nieuwe projecten, zowel intern als door projectontwikkelaars. Zo zorgen we voor duidelijke kaders. Een moederbestek is een standaarddocument met algemene en technische bepalingen dat als basis dient voor het opstellen van projectbestekken. Het zorgt voor uniformiteit, efficiëntie en kwaliteitsborging binnen een organisatie. Optimaliseren werkprocessen, binnen en buiten ons team en organisatie. Denk aan overlegstructuren, gebruik van GIS systemen etc. Beter inzichtelijk maken welke bijdrage het beheer van de openbare ruimte levert aan maatschappelijke doelen. Uitwerken van verbanden en onder de aandacht brengen binnen de organisatie.

Moederbestek

Integraal werken

Waarde beheer

Databeheer

Overzicht basistaken Aanvullende beleids/ beheerkaders

Uniformiteit in werkwijze/ professionalisering

Data beter benutten en beheren Werkprocessen Nieuw beheersysteem integreren Ontbrekende arealen (pergola’s/ kunstwerken etc.) bij een beheerder onderbrengen Wie is verantwoordelijk voor welke taken? We verwachten dat het werken met het IBK tot vragen om aanvullende beleidskaders gaat leiden. Denk aan beleid rondom bomen, maar ook op gebied van slakken die gebruikt zijn als funderingsmateriaal bij wegen. De vakgroepen worden groter evenals de groep projectleiders. Om eenduidige advies te kunnen geven willen we meer gaan werken met standaarden. Denk aan adviesdocumenten (waar geven we advies over), maar ook de te hanteren eenheidsprijzen bij groot onderhoud, renovatie/ vervangingen.

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 67

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 68

Bijlagen Bijlage 1: Uitwerking beheerambities Bijlage 2: Waardenmodel Bijlage 3: Financiële afschrijvingstermijnen Bijlage 4: Stroomschema’s buurtaanpak Bijlage 5: Voorgestelde buurtplanning Bijlage 6: Uitwerking participatie

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 69

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 70

Bijlage 1: Uitwerking beheerambities

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 71

DE OPENBARE RUIMTE IS SCHOON EN HEEL

1

In een openbare ruimte die schoon en heel is, wordt de openbare ruimte onderhouden volgens de afgesproken kwaliteitsniveaus. Dit betekent bijvoorbeeld dat er beperkt zwerfvuil of graffiti aanwezig is, weinig overlast van hondenpoep, straatmeubilair weinig gebreken vertoont, wegen goed begaanbaar zijn en er geen tot weinig scheefstand van lichtmasten, verkeersborden of palen is. De veiligheid van de openbare ruimte is een randvoorwaarde en is daarom niet een ambitie waar minder of meer op wordt ingezet. Er zijn ook andere partijen die openbaar toegankelijke ruimte onderhouden. Zij gaan zelf over het onderhoud.

Streefbeelden De gemeente Westervoort: 

   

Schoon

Heeft samen met inwoners en andere gebiedsbeheerders (o.a. Waterschap Rijn en IJssel, provincie) een rol in het voorkomen en opruimen van zwerfafval. Denk aan publiekscampagnes, goed zichtbare afvalbakken en afvallessen op scholen. Hierbij heeft de gemeente een faciliterende en verbindende rol; Ruimt zwerfafval op binnen de bebouwde kom volgens het vastgestelde kwaliteitsniveau. Zorgt ervoor dat afvalbakken in de openbare ruimte uniform, aantrekkelijk, goed zichtbaar en bereikbaar zijn; Zorgt voor een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van (ondergrondse) verzamelcontainers; Ruimt als gemeente alleen op specifiek aangegeven locaties hondenpoep op. Inwoners/bezoekers zijn op andere locaties zelf verplicht dit op te ruimen; Heel

Relevante beleidsstukken    

Omgevingsvisie Westervoort APV Afvalstoffenverordening Grondstoffenplan Samen minder afval

Onderhoudt de openbare ruimte op kwaliteitsniveau ‘C’.

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 72

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 73

DE OPENBARE RUIMTE IS SCHOON, HEEL EN AANTREKKELIJK

DE OPENBARE RUIMTE IS KLIMAATADAPTIEF

2

In een klimaat adaptieve openbare ruimte wordt ingespeeld op de huidige klimaattrends en het steeds extremer wordende weer. Zo is er aandacht voor het verminderen van hittestress, wateroverlast en droogte. Dit betekent bijvoorbeeld dat er ruimte is voor waterberging, waterafvoer en zijn er verkoelende schaduwplekken te vinden. Het is daarnaast belangrijk dat de waterkwaliteit van voldoende kwaliteit is.

Streefbeelden De gemeente Westervoort: 

Droogte en watertekort

Buffert en vangt overtollig water zo goed mogelijk op (bijv. door afkoppelen regenwater, berging hemelwater in droge perioden en past bergings- en infiltratievoorzieningen in versteende gebieden toe. Bijvoorbeeld door oppervlaktewateren meer te gebruiken voor waterberging in de dorpskern; Voert wegen en parkeerplaatsen met minder dan 1.000 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal waterpasserend uit. Dit geldt niet voor wegen die veel worden gebruikt door vrachtverkeer of landbouwverkeer.

Wateroverlast voorkomen en verminderen 

Treft maatregelen bij doorgaande wegen met meer dan 30 millimeter water op straat bij hevige regenbuien (afvoeren water naar overloopgebieden bijvoorbeeld);

Vermindert verharding en integreert meer groen en water binnen ontwikkelingen in de openbare ruimte. Overbodige verharding wordt omgevormd naar groen;

Past waar mogelijk en wenselijk halfverharding toe in de openbare ruimte.

Relevante beleidsstukken    

Omgevingsvisie Westervoort Watertakenplan Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie in de Liemers Inrittenbeleid

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 74

Hittestress voorkomen 

Beschermt bestaande groenstructuren en breidt deze waar mogelijk uit bijvoorbeeld bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen ter bevordering van koeltezones; Volgt de groene landelijke maatlat? groene klimaat adaptieve gebouwde omgeving, 3-30-300 regel en zorgt voor voldoende schaduw op trottoirs en fietspaden en streeft naar koeltezones bij woningen op een loopafstand van 300 meter;

Reserveert ruimte voor grote bomen op grote parkeerplaatsen, zowel boven als onder de grond (wortelstelsel); Streeft naar een groene inrichting met oog op de gezondheid van kwetsbare groepen. Dit betekent dat minimaal 80% van scholen, buitensportlocaties en verzorgingslocaties direct aan of zijn gelegen in koele en groene zones.

Landelijke maatlat voor een groene klimaat adaptieve gebouwde omgeving en verkenning groennorm https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id= 2023Z05065&did=2023D11915

DE OPENBARE RUIMTE IS KLIMAATADAPTIEF PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 75

DE OPENBARE RUIMTE IS CIRCULAIR EN ENERGIEBESPAREND

3

In een circulaire openbare ruimte wordt er gestuurd op het behouden van de waarde door goed onderhoud en het hergebruik, recyclen en duurzame materialen. Dit betekent veelal dat bij de inkoop van materialen en objecten circulaire waarden worden gehanteerd. Ook wordt er zoveel mogelijk energieneutraal beheerd. Er wordt ingezet op het gebruik van duurzaam, energiezuinig materiaal en materieel dat zo min mogelijk CO2-uitstoot.

Streefbeelden De gemeente Westervoort:

Circulair

Werkt zoveel mogelijk met hergebruikte, gerecyclede en duurzame materialen (denk aan innovatieve asfaltmengsels, hergebruik van betonpuin);

Koopt zoveel mogelijk zelf circulair in en neemt circulariteit mee als criterium in de inkoopkeuze;

Bij aanbesteding worden meetbare kwaliteitseisen, zoals de milieukostenindicator (MKI), CO2-prestatieladder (plan van aanpak wordt uitgewerkt) of onderbouwde innovaties gebruikt;

Gebruikt organische materialen (bijv. snoeiafval) als grondstof (bijvoorbeeld takkenwal, compost) ;

Helpt organisatoren van evenementen bij het verduurzamen van hun evenement, bijvoorbeeld door voorlichting over (systemen voor) hergebruik van materialen (besparing materialen) en het scheiden van afval. Energiebesparing

Relevante beleidsstukken  

Omgevingsvisie Westervoort Uitvoeringsprogramma circulariteit

Zet in op energiereductie en alternatieve brandstoffen voor bijvoorbeeld het wagen- en machinepark van de gemeente of aannemer;

Verlaagt de energiebehoefte vanuit de openbare ruimte, bijvoorbeeld door in te zetten op duurzamere ledverlichting of minder te verlichten.

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 76

DE OPENBARE RUIMTE IS CIRCULAIR EN ENERGIEBESPAREND

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 77

DE OPENBARE RUIMTE FACILITEERT DE ENERGIETRANSITIE

4

In een openbare ruimte die de energietransitie faciliteert is er ruimte om gebruik te maken van alternatieve brandstoffen en mogelijkheden voor energie opwek. Daarnaast faciliteert de openbare ruimte de energietransitie doordat er voorzieningen in worden ingepast. Denk aan warmte-netten, stroomkasten, et cetera.

Streefbeelden De gemeente Westervoort: 

Faciliteert grootschalige energie opwek wanneer het initiatief past binnen de RES afspraken;

Zorgt dat transformatorstations goed worden ingepast in de openbare ruimte (bijv. sedumdak). Transformatorstations komen niet op riolering, trottoirs, fietspaden, naast hoofdontsluitingswegen en in beginsel altijd buiten een zichtlijn;

Zorgt voor voldoende laadvoorzieningen voor elektrisch vervoer;

Staat positief tegenover initiatieven voor een waterstofvoorziening voor wegtransport;

Kapt geen bomen voor particuliere zonnepanelen;

Houdt rekening met de ruimtereservering voor o.a. transformatorstations en/of laadpalen wanneer gevraagd wordt snippergroen te verkopen.

Relevante beleidsstukken   

Energietransitie

Omgevingsvisie Westervoort Regionale Energie Strategie (RES) Integrale laadvisie gemeente Westervoort

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 78

DE OPENBARE RUIMTE FACILITEERT DE ENERGIETRANSITIE PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 79

DE OPENBARE RUIMTE BEVORDERT BIODIVERSITEIT

55

In een biodiverse openbare ruimte is er naast aandacht voor de mens ook aandacht voor flora en fauna en hun leefgebied. Meer en robuustere natuur in het dorp en op het bedrijventerrein vraagt om extra gemeentelijke aandacht. Als gemeente geven we het goede voorbeeld door steeds natuurinclusief te denken bij het beheer en de (her)inrichting van de openbare ruimte.

Streefbeelden De gemeente Westervoort:

Ecologische verbindingen

Beschermt bestaande groenstructuren en breidt deze waar mogelijk uit bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen ter bevordering van biodiversiteit;

Voegt versnipperd groen samen tot grotere eenheden, wanneer dit bijdraagt aan een (meer) robuuste ecologische verbinding en wijst hiertoe zones aan waar flora en fauna prioriteit krijgen;

Dit betekent bijvoorbeeld dat de openbare ruimte wordt ingericht met bloemrijke, inheemse en meer diverse beplanting. Bovendien wordt er ingezet op andere vormen van beheer, zoals biologische bestrijding en ecologisch beheer. Met inrittenbeleid wordt voorkomen dat alle tuinen worden bestraat.

Natuurinclusief beheer

Relevante beleidsstukken    

Omgevingsvisie Westervoort Uitvoeringsprogramma biodiversiteit Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie in de Liemers LOP

Denkt natuur inclusief in het beheer en in projecten in de openbare ruimte;

Streeft naar zoveel mogelijk ecologisch maaibeheer en het ecologisch beheer van sloten;

Gebruikt geen chemische middelen bij onkruidbestrijding;

Bestrijdt invasieve soorten conform de wet en regelgeving.

Kapt of snoeit géén bomen vanwege allergieën of overlast (denk aan blad, zaadafval, overlast van vogels).

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 80

Biodiversiteit en kwaliteit 

Plant een grote(re) diversiteit aan planten en bomen, bij voorkeur inheemse soorten omdat deze meer bijdragen aan het leefklimaat voor vogels en insecten;

Wenst waar mogelijk en wenselijk areaal ecologisch te beheren. Op een schralere bodem ontstaat een grote verscheidenheid aan planten en daardoor ook een groter aantal soorten insecten;

Streeft ernaar oevers in te richten als natuurlijke oevers;

Stemt bij vervanging van de openbare ruimte de openbare verlichting af op de aanwezige flora en fauna, maar houdt hierbij ook rekening met de sociale veiligheid.

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 81

DE OPENBARE RUIMTE STIMULEERT DUURZAAM VERPLAATSEN

6

In een openbare ruimte die aanzet tot duurzaam verplaatsen is er aandacht voor transportmogelijkheden als lopen, fietsen en staat het openbaar vervoer boven autogebruik. Dit betekent dat er onder meer aantrekkelijke wandelroutes en fietsroutes zijn. Ook zijn opstappunten voor het OV goed bereikbaar. Voorzieningen zijn goed bereikbaar en beschikken over voldoende stallingsmogelijkheden voor de fiets. Bovendien faciliteert het andere vormen van duurzaam transport, zoals deelmobiliteit en elektrische auto’s.

Streefbeelden De gemeente Westervoort:  

Duurzame mobiliteit

Geeft meer ruimte aan verschillende vormen van langzaam verkeer indien dit veilig kan; Verbetert waar mogelijk en nodig bestaande loop- en fietsroutes en sluit nieuwe routes aan op bestaande structuren; Gaat in gesprek met OV-aanbieders over goed bereikbare opstappunten, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijk Westervoort-Noord; Zorgt voor verkeersveilig groen en werkt daarbij visuele barrières zoveel mogelijk weg.

Bereikbare functies 

Hanteert het Parapluplan Parkeren Westervoort 2023 voor een acceptabele loopafstand tot parkeren bij nieuwe ontwikkelingen; Geeft ruimte aan voldoende stallingsmogelijkheden voor de fiets. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt voldaan aan het Parapluplan Parkeren Westervoort.

Relevante beleidsstukken    

Omgevingsvisie Westervoort Mobiliteitsvisie Integrale laadvisie Westervoort Parapluplan Parkeren

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 82

DE OPENBARE STIMULEERT DUURZAAM VERPLAATSEN PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 83

DE OPENBARE RUIMTE IS (TOEGANKELIJK) VOOR IEDEREEN

7

In een openbare ruimte voor iedereen staat inclusiviteit hoog in het vaandel. Iedereen moet makkelijk gebruik kunnen maken van de openbare ruimte en zich er zelfstandig kunnen bewegen. Thuis voelen in de openbare ruimte draagt bij aan beleving en gedrag in de openbare ruimte. Hierbij is er aandacht voor alle gebruikers; zowel volwassenen als kinderen, mensen die psychisch kwetsbaar zijn, mensen met een andere culturele achtergrond en mensen met een (lichamelijke of verstandelijke) beperking. Inclusief betekent dat de openbare ruimte niemand uitsluit en er geen hinder wordt veroorzaakt door particuliere objecten (zoals uitstallingen en terrassen, auto’s die op de stoep parkeren). Ook het OV dient voor iedereen goed bereikbaar te zijn.

Relevante beleidsstukken   

Streefbeelden De gemeente Westervoort:

Toegankelijk (voor iedereen)

Streeft er naar zoveel mogelijk input van omwonenden en gebruikers op te halen wanneer een (her)inrichting start.

Gebruikt de input van bewoners en belangenorganisaties (bijvoorbeeld Stichting Gehandicaptenraad Westervoort) om knelpunten aan te pakken om zo de toegankelijkheid te vergroten;

Stelt een handboek openbare ruimte op waarin inclusie een duidelijke plek heeft. Denk aan normen voor manoeuvreerruimte voor rolstoelgebruikers of extra brede parkeerplaatsen voor mensen met een handicap;

Bevordert de zelfredzaamheid in de openbare ruimte middels veilige en toegankelijke routes met voldoende rustpunten. Denk aan voldoende ruimte voor elke verkeersdeelnemer, trottoirs die voldoende breed zijn en logisch op elkaar aansluiten, zonder obstakels en beperkte hoogteverschillen (of een goede afrit). Speeltuinen die veilig bereikbaar zijn voor kinderen. En zo min mogelijk prikkels (bijv. reclamebord op een kruising).

Streeft naar voldoende openbare (rolstoeltoegankelijke) toiletten in het centrum. Dit kunnen toiletten zijn van derden.

Omgevingsvisie Westervoort Inclusieagenda Mobiliteitsvisie

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 84

\

Openbaar vervoer en deelmobiliteit  

Zet in op een toekomstgerichte mobiliteitsketen door het stimuleren van betere aansluitingen en nieuwe vervoersconcepten, zoals deelmobiliteit; Stimuleert het versterken van OV-knooppunten, onder andere aanvullende voorzieningen, verblijfsfuncties en doelgroepenvervoer (denk aan ; Blijft aandacht vragen voor goed bereikbare OV-opstappunten, denk bijvoorbeeld aan een veilige uitschuiftrede op treinperrons.

DE OPENBARE RUIMTE IS (TOEGANKELIJK) VOOR IEDEREEN

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 85

DE OPENBARE RUIMTE STIMULEERT GEZOND GEDRAG

8

In een gezonde openbare ruimte is er sprake van een inrichting die een gezonde leefstijl stimuleert. Een aangename groene wandelroute met voldoende schaduw en zitgelegenheid motiveert mensen meer te bewegen. Wanneer je ook voorzieningen zoals bijvoorbeeld een rustpunt toevoegt, wordt niet alleen fysieke activiteit gestimuleerd maar ook sociale interactie. Wat weer zorgt voor minder eenzaamheid. De openbare ruimte draagt dus ook bij aan het welbevinden van inwoners. Ook goede fietsvoorzieningen, bijvoorbeeld een veilige (snel)fietsroute nodigen uit tot het pakken van de fiets in plaats van de auto. Het is belangrijk voldoende ruimte te reserveren voor spelen, bewegen, ontmoeten en recreëren. Tegelijkertijd is de openbare ruimte veilig (verkeersveiligheid is een randvoorwaarde).

Streefbeelden De gemeente Westervoort: 

 

Omgevingsvisie Westervoort Lekker naar Buiten! Speelruimteplan

Geeft ruimte aan fietsen en wandelen. Zet in op goede verbindingen en routes vanuit de dorpskern naar het buitengebied en omliggende dorpen en steden. De openbare ruimte nodigt uit om de fiets te pakken in plaats van de auto voor afstanden korter dan 10 kilometer en nodigt uit tot wandelen en sporten, waarbij extra aandacht gegeven wordt aan de veiligheid van met name de jonge fietsende doelgroep. Geeft ruimte aan spelen, bewegen, sporten en ontmoeten in de openbare ruimte en zorgt voor een goede balans en spreiding in de wijk.

Welbevinden

Relevante beleidsstukken

Gezonde leefstijl

Houdt bij de uitwerking van groen rekening met hoe een groene leefomgeving bijdraagt aan het algemeen welbevinden (mentale, fysieke en sociale gezondheid). Denk hierbij aan de hoeveelheid groen, meer kleur en fleur en seizoen beleving; Zorgt voor voldoende bankjes bij hondenlosloopvelden en speeltuinen en langs wandel- en fietsroutes en -knooppunten; Streeft met de inrichting van de openbare ruimte naar meer ‘ogen op straat’ ter bevordering van de sociale veiligheid. Het aanpassen of verwijderen van groen is daarbij het laatste redmiddel. Preventie en voorlichting, het inschakelen van een wijkagent of het bijplaatsen van een lichtmast komen eerst aan bod. In het geval dat groen als laatste redmiddel wordt verwijderd wordt hetzelfde volume aan groen gecompenseerd door een passende oplossing op de locatie zelf, of wanneer dat niet mogelijk is op een andere locatie.

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 86

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 87

DE OPENBARE RUIMTE IS AANTREKKELIJK EN DRAAGT BIJ AAN HET KARAKTER VAN WESTERVOORT

9

In een aantrekkelijke openbare ruimte dient de omgeving het hele jaar als aantrekkelijk en uitnodigend te worden ervaren. De openbare ruimte moet daarnaast de gebruikers inspireren en bijdragen aan het stedenbouwkundige karakter van Westervoort. Zo vraagt een nieuwe wijk als WestervoortNoord om een andere inrichting dan een bestaande wijk zoals bijvoorbeeld de Mosterdhof. Dit betekent dat er aandacht is voor een aantrekkelijke en ‘eigen’ inrichting en een voldoende beheerniveau.

Streefbeelden De gemeente Westervoort: 

Aantrekkelijk

Maakt de wijk aantrekkelijker door rekening te houden met diversiteit in plantensoorten en kleur en fleur passend bij de inrichting van de wijk; Zet in op seizoen beleving. Groen is ook in de herfst en winter aantrekkelijk;

Karakter 

Ook op belangrijke zichtlocaties en accentpunten (zoals belangrijke openbare gebouwen, monumenten, begraafplaatsen, centrumzones, rotondes en entrees van parken) wordt rekening gehouden met die diversiteit en kleur en fleur; Zet in op kunst en cultuur in de openbare ruimte die bijdraagt aan het dorpse karakter;

Relevante beleidsstukken 

Omgevingsvisie Westervoort

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 88

DE OPENBARE RUIMTE IS AANTREKKELIJK EN DRAAGT BIJ AAN HET KARAKTER VAN WESTERVOORT PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 89

INWONERS DRAGEN BIJ AAN DE OPGAVEN IN DE OPENBARE EN DE PARTICULIERE RUIMTE

10

Voor optimale oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen worden de openbare ruimte en particuliere (buiten)ruimte in een ideale wereld in samenhang met elkaar aangepakt. De gemeente schrijft in dit IBOR geen eisen of verplichtingen voor ten aanzien van de particuliere ruimte. Wel beschrijft het mogelijke stimulerende maatregelen. Denk meer diversiteit in groen (biodiversiteit) in de openbare ruimte én tuinen, het gebruik van regentonnen en afkoppeling van regenpijpen (klimaatadaptatie). Het gaat hier over de samenwerking met en communicatie aan inwoners om samen ambities te bereiken, in de openbare ruimte en in de eigen achtertuin. Ook valt te denken aan het bieden van ondersteuning aan inwoners die willen bijdragen aan de eerder genoemde ambities.

Streefbeelden De gemeente Westervoort: 

Zet campagnes op om bewoners te stimuleren zelf actief bij te dragen aan klimaatadaptatie (bijvoorbeeld een regenton en daarbij het afkoppelen van de hemelwaterafvoer); Zet campagnes op om bewoners te stimuleren zelf actief bij te dragen aan vergroening (bijvoorbeeld tegel er uit, plantje er in); Biedt extra ondersteuning aan inwoners die zich inzetten voor het opruimen van zwerfafval (GoClean voor het lenen van schoonmaakmaterialen, ophaalservice voor het afval); Wil met inrittenbeleid onnodige verharding van voortuinen voorkomen en het laden van elektrische auto’s wanneer inwoners geen eigen oprit hebben; Zorgt voor helder beleid en communicatie hierover, zodat inwoners weten hoe ze kunnen bijdragen aan de ambities van de gemeente.

Relevante beleidsstukken  

Inwoners dragen bij

Inrittenbeleid In uitvoeringsprogramma’s en bij projecten wordt invulling geven aan het communicatie- en participatieplan

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 90

DE PARTICULIERE RUIMTE DRAAGT BIJ AAN DE OPGAVEN IN DE OPENBARE EN PARTICULIER RUIMTE

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 91

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 92

Bijlage 2: Waardensessie

Waardensessie Project: Datum waardensessie: Datum waardensessie controle ontwerp: Korte omschrijving en aanleiding

Beleid en ambities Beleidskaders Maatschappelijke ambities Politieke of bestuurlijke prioriteiten

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 93

Beheerambities

Type waarde F of B*

Huidige situatie

Toekomstige Toelichting/ opmerking situatie

Toekomstbestendig 1 De openbare ruimte is klimaat adaptief Groen en schaduw/ hittestress  Waterberging en afvoer/ wateroverlast  Infiltratie en afkoppeling/ droogte 2 De openbare ruimte bevordert biodiversiteit  Ecologisch en natuur inclusief beheer 3 De openbare ruimte is circulair en energiebesparend Circulaire en duurzame materialen  Energiebesparing 4 Faciliteert de energietransitie  Alternatieve en duurzame energie  Ruimtereservering nieuwe energie infrastructuur 5 De openbare ruimte is stimuleert duurzaam verplaatsen  Duurzame mobiliteit  Bereikbare functies Aantrekkelijk en uitnodigend 6 De openbare ruimte is schoon en heel 7 De openbare ruimte is (toegankelijk) voor iedereen  Toegankelijkheid openbare ruimte  Openbaar vervoer 8 De openbare ruimte stimuleert gezond gedrag  Inrichting groen  Rustmogelijkheden  Sociale veiligheid  Bewegen en ontmoeten

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 94

9 De openbare ruimte is aantrekkelijk draagt bij aan het karakter van Westervoort  Diversiteit groen en seizoen beleving  Karakter  Beeldkwaliteit 10 De particuliere ruimte draagt bij aan de opgaven in de openbare ruimte  Klimaatadaptatie  Biodiversiteit  Sociale cohesie  Energie en duurzaamheid *F=functioneel/ B= beleving Scoreschaal Voldoet niet aan de standaard/ wettelijke verplichting

0 Ondergrens beleid, afgesproken verplichting

+ Op ambitieniveau

++ Boven ambitieniveau

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 95

Conclusie Welke ambities zijn het meest haalbaar en zinvol? Welke maatregelen worden meegenomen? Welke keuze is gemaakt met betrekking tot de ambities klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit en energiebesparing? Deze ambities hebben prioriteit gekregen ten opzichte van de andere ambities, mits ze geen financiële strijdigheid opleveren met ander ambities en randvoorwaarden.

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 96

Beheerambities Toekomstbestendig 2 De openbare ruimte is klimaatadaptief 5 De openbare ruimte bevordert biodiversiteit 3 De openbare ruimte is circulair en energiebesparend 4 De openbare ruimte faciliteert de energiebehoefte. 6 De openbare ruimte stimuleert duurzaam verplaatsen Aantrekkelijk en uitnodigend 1 De openbare ruimte is schoon en heel 7 De openbare ruimte is (toegankelijk) voor iedereen 8 De openbare ruimte stimuleert gezond gedrag 9 De openbare ruimte draagt bij aan het karakter van Westervoort 10 De particuliere ruimte draagt bij aan de opgaven in de openbare ruimte

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 97

Toekomstbestendig

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 98

De openbare ruimte is klimaatadaptief -

0

+

++

Groen en Schaduw/Hittestress  Groen vs. verharding: <20% groen  Verkoelende elementen zijn afwezig  Schaduwplek aanwezig op >300 meter afstand van woningen  <20% bladerbedekking  10% schaduw (op het heetst van de dag)  Bomen op grote parkeerplaatsen (>20 plekken): <10% ruimte over voor bomen en groeiplaats  <60% van scholen, sport- en zorglocaties grenzen aan koele zones

Groen en Schaduw/Hittestress  Groen vs. verharding: 20–40% groen  Verkoelende elementen zijn beperkt aanwezig  Schaduwplek aanwezig op >300 meter afstand van woningen  <30% bladerbedekking  20–30% schaduw (op het heetst van de dag)  Bomen op grote parkeerplaatsen (>20 plekken): 10-15% ruimte over voor bomen en groeiplaats  <80% van scholen, sport- en zorglocaties grenzen aan koele zones

Groen en Schaduw/Hittestress  Groen vs. verharding: 40–60% groen  Verkoelende elementen zijn aanwezig (beplanting, groene daken/gevels, water, lichte bestrating, waterdoorlatende verharding, luchtcirculatie, enz.)  Schaduwplek aanwezig binnen 300 meter van elke woning  30% bladerbedekking  Minimaal 30% schaduw (om 12 uur ’s middags)  Bomen op grote parkeerplaatsen (>20 plekken): 15-20% ruimte over voor bomen en groeiplaats  ≥80% van scholen, sport- en zorglocaties grenzen aan koele zones

Groen en Schaduw/Hittestress  Groen vs. verharding: >60% groen  Verkoelende elementen aanwezig (beplanting, groene daken/gevels, water, lichte bestrating, waterdoorlatende verharding, luchtcirculatie, enz.)  Schaduwplek aanwezig binnen 100 meter van elke woning  30% bladerbedekking  Minimaal 40% schaduw (op het heetst van de dag)  Bomen op grote parkeerplaatsen (>20 plekken): >25% met schaduwgevende bomen en groeiplaats  ≥90% van scholen, sport- en zorglocaties grenzen aan koele zones

Waterberging en – afvoer/Wateroverlast  Waterbergende elementen zijn beperkt aanwezig  <10% van oppervlaktewater benut als waterberging en integraal deel van watersysteem  Geen extra bovengrondse berging en vertraagde afvoer  10 wateroverlastknelpunten (>30 mm water op straat) zonder nood- of overloopvoorziening

Waterberging en – afvoer/Wateroverlast  Waterbergende elementen zijn aanwezig  10–25% van oppervlaktewater benut als waterberging en integraal deel van watersysteem  Bovengrondse berging <43,6 liter/m², afvoer <1,5 liter/sec/ha  5–10 wateroverlastknelpunten (>30 mm water op straat) zonder nood- of overloopvoorziening

Waterberging en – afvoer/Wateroverlast  Waterbergende elementen zijn voldoende aanwezig  25–50% van oppervlaktewater benut als waterberging en integraal deel van watersysteem  Bovengrondse berging en vertraagde afvoer: 43,6 liter/m² berging, max. 1,5 liter/sec/ha afvoer  1–4 wateroverlastknelpunten (>30 mm water op straat) zonder nood- of overloopvoorziening

Waterberging en – afvoer/Wateroverlast  Waterbergende elementen zijn ruim aanwezig  50% van oppervlaktewater benut als waterberging en integraal deel van watersysteem  Bovengrondse berging en vertraagde afvoer: 43,6 liter/m² berging, max. 1,5 liter/sec/ha afvoer  0 wateroverlastknelpunten (>30 mm water op straat) zonder nood- of overloopvoorziening

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 99

Infiltratie en Afkoppeling/Droogte  10–30% van regenwater is afgekoppeld van het riool  70–90% van regenpijpen loost direct op het riool  <70% van verhard oppervlak voert af op infiltratievoorziening  Infiltratievoorzieningen zijn beperkt aanwezig  <20% van wegen met <1000 mvt/dag is waterpasserend verhard

Infiltratie en Afkoppeling/Droogte  30–50% van regenwater is afgekoppeld van het riool  50–70% van regenpijpen loost direct op het riool  <70% van verhard oppervlak voert af op infiltratievoorziening  Infiltratievoorzieningen zijn beperkt of niet effectief  20–50% van wegen met <1000 mvt/dag is waterpasserend verhard

Infiltratie en Afkoppeling/Droogte  50–70% van regenwater is afgekoppeld van het riool  30–50% van regenpijpen loost nog direct op het riool  70% van verhard oppervlak voert af op infiltratievoorziening  Infiltratievoorzieningen zijn voldoende aanwezig (wadi’s, infiltratiekratten, halfverharding)  Wadi’s zijn waar mogelijk beplant  50–80% van wegen met <1000 mvt/dag is waterpasserend verhard

PLANTERRA | Integraal beheerkader Westervoort | Pagina 100

Infiltratie en Afkoppeling/Droogte  70% van regenwater is afgekoppeld van het riool  <30% van regenpijpen loost nog direct op het riool  70% van verhard oppervlak voert af op infiltratievoorziening  Infiltratievoorzieningen zijn ruim aanwezig (bijv. wadi’s, infiltratiekratten, halfverharding)  80% van wegen met <1000 mvt/dag is waterpasserend verhard

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=e3fe47f2-8fa2-4bd4-9700-a1b3dfabcb6a