20221018-rv-programmabegroting-2023-2026-bijlage-1-definitief-versie-13-oktober.pdf
Tekst van het document
Om daar te komen is het noodzakelijk te starten met het opstellen van een plan van aanpak om eigen positie te bepalen en vandaaruit verdere strategie te bepalen. Hiervoor is specialistische kennis nodig die niet in huis aanwezig is. De kosten voor vervolgstappen na het opstellen van het plan van aanpak worden in het plan van aanpak uitgewerkt, waar budgetneutraliteit uiteraard het leidende principe is. Zoals in de planning aangegeven is, wordt hierop in een go/no go moment teruggekomen. In dit proces wordt nauw samen gewerkt met de partners in het gebied. De kans van slagen tot een toekomstbestendige variant als revitalisering van het winkelgebied is grotendeels afhankelijk van hun inzet en betrokkenheid. De gemeente faciliteert in deze het proces en de begeleiding richting een concrete uitwerking en besluitvorming voor de gemeenteraad.
56
Programmabegroting 2023 - 2026 C. Implementatie nieuwe Omgevingswet 2.5.2.C.1 Implementatie nieuwe Omgevingswet Doel
Zorgen voor een goede doorontwikkeling van de Omgevingswet.
Toelichting
Op 1 januari 2023 is de voorgenomen inwerkintreding van de nieuwe Omgevingswet. Deze wet vervangt een hele lijst aan bestaande wetten en regelingen die te maken hebben met hoe we met onze leefomgeving om willen gaan. Zeg maar de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet bevat regels voor het beschermen en benutten van deze leefomgeving. Daar vallen beleidsthema’s onder zoals bijvoorbeeld: wonen, economie, mobiliteit, natuur/biodiversiteit, milieu, ruimtelijke ordening en water. Naast de verandering op gebied van regelgeving wordt er ook gewerkt aan een nieuw Digitaal Stelsel Omgevingsrecht (DSO), houding en gedrag en vindt de uitwerking plaats in verschillende instrumenten zoals Omgevingsvergunning, Omgevingsplan, Omgevingsprogramma’s en Participatie. Het betreft een transitie die tot uiterlijk 2029 zal duren. In november 2022 zal definitief uitsluitsel komen over de datum van inwerkingstreding. Mocht er toch wederom sprake zijn van uitstel dan zal hier bij de voorjaarsnota op worden teruggekomen.
Risico’s
Financiële, juridische en uitvoeringsrisico's
Planning
Gereed voor 2027.
Financiën
Door het eerdere uitstel van de Omgevingswet is de begroting geactualiseerd. In de begroting wordt rekening gehouden met: ondersteuning, opleidingskosten en onderhoud ICT-systemen. De doorontwikkeling zal zich met name richten op het DSO, Omgevingsprogramma en het Omgevingsplan nieuwe stijl waar in 2022 mee is gestart i.o.m. de raad.
Participatie
Bij de implementatie heeft participatie plaatsgevonden op gebied van de Omgevingsvisie en verschillende beleidsthema’s. De wetgever stelt eisen aan participatie. Dit is d.m.v. een kennisgeving aan de raad beschikbaar gesteld. Daarnaast loopt er een gemeentebreed participatie traject wat zal resulteren in een participatiebeleid en bijbehorende verordening. Ook zal er specifiek voor de Omgevingswet nog een handreiking worden opgesteld. Tot slot loopt er een gericht communicatietraject zowel voor intern als extern waar aan de voorkant verschillende doelgroepen worden betrokken.
57
Programmabegroting 2023 - 2026
2.5.4 Financiële middelen
3
2.1 2.2 2.5 3.1 3.2 3.3 3.4 7.2 7.3 7.4 7.5 8.1 8.2 8.3
2.1 2.2 3.2 3.3 3.4 7.2 7.3 7.4 7.5 8.1 8.2 8.3
Programma Omgeving
Lasten Baten Saldo Bijstelling Saldo
Lasten Verkeer en vervoer Parkeren Openbaar vervoer Economische ontwikkeling Fysieke bedrijfsinfrastructuur Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Economische promotie Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria Ruimtelijke ordening Grondexploitatie (niet bedrijventerrein) Wonen en bouwen Totaal lasten Baten Verkeer en vervoer Parkeren Fysieke bedrijfsinfrastructuur Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Economische promotie Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria Ruimtelijke ordening Grondexploitatie (niet bedrijventerrein) Wonen en bouwen Totaal baten Eindtotaal
Mutaties reserves 0.10 Lasten (toevoegingen) 0.10 Baten (onttrekkingen) Eindtotaal Resultaat programma Omgeving
2021 -5.851 4.911 -940
2022 -5.756 3.734 -2.022
2023 -6.015 3.724 -2.292
2024 -6.066 3.820 -2.246
2025 -6.134 3.850 -2.284
2026 -6.230 3.939 -2.291
-940
-2.022
-2.292
-2.246
-2.284
-2.291
2021
2022
2023
2024
2025
2026
-1.084 -20 -28 -43 -75 -7 -245 -1.401 -1.211 -434 -92 -435 -79 -691 -5.845
-1.186 -14 -30 -39 -86 -6 -170 -1.347 -1.253 -439 -93 -478 -11 -605 -5.756
-1.071 -14 -30 -39 -75 -6 -138 -1.660 -1.335 -477 -94 -485 -12 -580 -6.015
-1.074 -14 -30 -39 -74 -6 -148 -1.727 -1.322 -477 -94 -460 -12 -589 -6.066
-1.079 -14 -30 -39 -74 -6 -148 -1.780 -1.334 -477 -92 -460 -12 -589 -6.134
-1.078 -14 -30 -39 -74 -6 -148 -1.849 -1.348 -477 -92 -475 -12 -588 -6.230
80 2 57 6 146 1.612 1.817 43 52 48 75 265 4.203 -1.642
28 2 57 13 0 1.602 1.820 0 28 5 11 95 3.661 -2.095
28 2 62 7 0 1.717 1.683 13 28 5 12 95 3.651 -2.364
28 2 62 7 0 1.777 1.719 13 28 5 12 95 3.747 -2.319
28 2 62 7 0 1.840 1.757 13 28 5 12 95 3.848 -2.286
28 2 62 7 0 1.898 1.790 13 28 5 12 95 3.939 -2.291
-6 708 702 -940
0 73 73 -2.022
0 73 73 -2.292
0 73 73 -2.246
0 2 2 -2.284
0 0 0 -2.291
58
Programmabegroting 2023 - 2026 Aanpassing budgetten na de voorjaarsnota 2022 Resultaat voorjaarsnota 2022 2.1 Verkeer en vervoer 2.2 Parkeren 2.5 Openbaar vervoer 3.1 Economische ontwikkeling 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen 3.4 Economische promotie 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerrein) 8.3 Wonen en bouwen 0.10 Mutaties reserves Resultaat meerjarenbegroting 2023-2027
2022 -2.022 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -2.022
2023 -1.939 65 0 0 0 6 -7 -15 -157 -260 14 0 0 0 2 0 -2.292
2024 -1.962 58 0 0 0 5 -7 -15 -115 -227 14 0 0 0 2 0 -2.246
2025 -2.024 66 0 0 0 6 -7 -15 -120 -205 14 0 0 0 3 0 -2.284
2026 -1.977 62 0 0 0 6 -7 -15 -150 -187 -25 0 0 0 2 0 -2.291
Een toelichting op taakveld 2.1 Verkeer en vervoer, 7.2 Riolering en 7.3 Afval wordt gegeven in 4.3.2 Verschillenanalyse vanaf bladzijde 106.
59
Programmabegroting 2023 - 2026
2.5.5 Betrokken verbonden partijen
Doel
Taak
Beleidsrisico's
Onze inzet in 2023
Omgevingsdienst Regio Arnhem De gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers terzake van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het kader van het omgevingsrecht. Middels de ODRA worden de krachten gebundeld zodat sprake is van minder versnippering, een grotere mate van deskundigheid en een meer efficiënte inzet van middelen. Het uitvoeren van meerdere taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het omgevingsrecht voor gemeenten in de regio Arnhem en Provincie Gelderland. Ook is Omgevingsdienst Regio Arnhem voor deze overheden het aanspreekpunt voor milieuvraagstukken. De ODRA is een uitvoeringsorganisatie. De beleidsrisico’s zijn zeer beperkt. Uitvoerend beleid wordt afgestemd, maar het blijft een zelfstandige gemeentelijke bevoegdheid om het resultaat van de afstemming over te nemen. Er komen meer bodemtaken vanuit de provincie naar de gemeente toe in verband met de in werking treding Omgevingswet.
Het werkprogramma zal hiertoe groter van omvang zijn dan de afgelopen jaren.
Doel Taak
Beleidsrisico's
Onze inzet in 2023
Groene Metropoolregio Arnhem - Nijmegen Verbeteren van het vestigingsklimaat voor inwoners en bedrijven in de regio ArnhemNijmegen, in zowel nationaal als internationaal perspectief. Overleg te voeren gericht op afstemming van beleid op de terreinen wonen, mobiliteit, economie en duurzaamheid. Daarnaast wordt het Bureau Brussel (EU-lobby) op strategischinhoudelijk niveau aangestuurd. Beperkt. Het orgaan is een afstemmingsplatform dat geen beslissingen kan nemen voor de afzonderlijke gemeenten. Beleid wordt afgestemd, maar het blijft een zelfstandige gemeentelijke bevoegdheid om het resultaat van de afstemming over te nemen. Eind 2022 volgt een definitieve beslissing over de deelname aan de opgaveagenda 2023-2024. Deelname hieraan heeft zowel financiële consequenties als ook dat er kans bestaat dat er capaciteit gevraagd gaat worden om aan een opgave input te leveren. Evenwel is het belangrijk dat op grote, belangrijke en vaak complexe vraagstukken samengewerkt wordt om zo meer slagkracht te behalen. In 2023 wordt zowel door deelname aan de opgaveagenda als door vertegenwoordiging (bijvoorbeeld Regioagendacommissie als het Algemeen Bestuur) in de Groene Metropoolregio gewerkt worden aan deze samenwerking.
60
Programmabegroting 2023 - 2026
2.5.6 Indicatoren BBV indicator 14 2020 Functiemenging 31,0% Eenheid: % Bron: LISA 2017-2021 Definitie: De functiemengingsindex weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen. Toelichting : De index varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken).
2021 30,1%
< 15.000 inw
BBV indicator 16 Vestigingen (van bedrijven) Eenheid: Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar Bron: LISA 2017-2021 Definitie: Het aantal vestigingen van bedrijven Toelichting : Laatst bekende jaar is 2021.
2021 117,3
< 15.000 inw
2020 112
< 15.000 inw
2020 114,1
BBV indicator 33 Omvang huishoudelijk restafval Eenheid:Kg/inwoner Bron: CBS 2020 Definitie: Niet gescheiden ingezameld huishoudelijk afval. Toelichting : Laatst bekende jaar is 2020.
BBV indicator 34 Hernieuwbare elektriciteit Eenheid: % Bron: RWS 2016-2020 Toelichting : Laatst bekende jaar is 2020.
2019 8,80%
37,7%
147
177
2020 < 15.000 inw 14,30% 10,00%
BBV indicator 35 2020 2021 < 15.000 inw Gemiddelde WOZ waarde 220 239 395 Eenheid: € 1.000 Bron: CBS 2022 Definitie: Door de gemeenten periodiek getaxeerde waarde van onroerende zaken in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Objecten worden op 1 januari getaxeerd naar de waarde van 1 januari van het voorgaande jaar. Toelichting : In paragraaf 3.1 Lokale heffingen wordt nog gerekend met € 205.000.
BBV indicator 36 2020 Nieuw gebouwde woningen 3,3 Eenheid: Aantal per 1.000 woningen Bron: Basisregistratie adressen en gebouwen 2017-2021 Definitie: Nieuw gebouwde woningen, exclusief overige toevoegingen, zoals transformaties.
2021 < 15.000 inw 1,2 8,2
BBV indicator 37 2021 2022 < 15.000 inw Demografische druk 70,4% 72,7% 84,0% Eenheid: % Bron: CBS 2022 Definitie: Het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder per honderd van 20 tot 65 jaar.
61
Programmabegroting 2023 - 2026 BBV indicator 38 2021 2022 < 15.000 inw Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden € 827 € 929 € 993 Eenheid: in € Bron: COELO 2018-2022 Definitie: Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Toelichting : In paragraaf 3.1 Lokale heffingen wordt gerekend met een lagere WOZ-waarde. BBV indicator 39 2021 2022 < 15.000 inw Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden € 865 € 969 € 1.108 Eenheid: in € Bron: COELO 2018-2022 Definitie: Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Toelichting : In paragraaf 3.1 Lokale heffingen wordt gerekend met een lagere WOZ-waarde.
62
Programmabegroting 2023 - 2026
2.6 PROGRAMMA 4 – ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
Inleiding In dit programma zijn de middelen verantwoord die vooraf geen bepaald bestedingsdoel hebben of niet toe te rekenen zijn aan de inhoudelijke programma’s. Voorbeelden hiervan zijn: belastingen, uitkeringen uit het gemeentefonds, treasury, dividend en onverdeelde lasten (stelposten). Het programma Algemene dekkingsmiddelen is onderverdeeld in 2 deelprogramma’s: Belastingen en Overige algemene dekkingsmiddelen. De beleidsdoelen belastingen zijn opgenomen in de paragraaf lokale heffingen. WAT MAG HET KOSTEN? Programma algemene dekkingsmiddelen Lasten Baten A. Saldo exploitatie Toevoeging reserves Onttrekking reserves B. Mutaties reserves Geraamd resultaat (A+B) Bijstelling Geraamd resultaat
2021 -191 30.935 30.744 0 0 0 30.744
2022 -400 32.369 31.969 0 0 0 31.969
2023 -1.979 33.528 31.549 0 0 0 31.549
2024 -1.953 34.336 32.383 0 0 0 32.383
2025 -2.222 35.319 33.097 0 0 0 33.097
2026 -2.256 34.039 31.783 0 0 0 31.783
30.744
31.969
31.549
32.383
33.097
31.783
Toelichting Hierna volgt een toelichting op de 3W-vragen naar doel en hoofddoelen, speerpunten, verbonden partijen en financiële middelen per deelprogramma. Daar waar mogelijk worden indicatoren gebruikt.
63
Programmabegroting 2023 - 2026
2.6.1 DEELPROGRAMMA BELASTINGEN Inleiding Onder het deelprogramma belastingen zijn de opbrengsten en lasten opgenomen van OZB en hondenbelasting.
Hoe meten we dat? Voor een toelichting op de indicatoren over de lokale heffingen verwijzen wij u naar de paragraaf lokale heffingen. WAT MAG HET KOSTEN? Deelprogramma belastingen Lasten Baten A. Saldo exploitatie Toevoeging reserves Onttrekking reserves B. Mutaties reserves Geraamd resultaat (A+B) Bijstelling Geraamd resultaat
2021 -215 3.370 3.155 0 0 0 3.155
2022 -233 3.488 3.255 0 0 0 3.255
2023 -237 3.663 3.426 0 0 0 3.426
2024 -237 3.754 3.517 0 0 0 3.517
2025 -237 3.848 3.611 0 0 0 3.611
2026 -237 3.934 3.697 0 0 0 3.697
3.155
3.255
3.426
3.517
3.611
3.697
2.6.2 DEELPROGRAMMA OVERIGE DEKKINGSMIDDELEN Beleidsdoel In dit deelprogramma zijn alle overige baten en lasten verantwoord. Hieronder vallen de uitkeringen uit het gemeentefonds, stelposten voor onvoorziene uitgaven en de vennootschapsbelasting. WAT MAG HET KOSTEN? Deelprogramma overige dekkingsmiddelen Lasten Baten A. Saldo exploitatie Toevoeging reserves Onttrekking reserves B. Mutaties reserves Geraamd resultaat (A+B) Bijstelling Geraamd resultaat
2021 24 27.565 27.589 0 0 0 27.589
2022 -167 28.881 28.714 0 0 0 28.714
2023 -1.742 29.865 28.123 0 0 0 28.123
2024 -1.716 30.582 28.866 0 0 0 28.866
2025 -1.985 31.471 29.486 0 0 0 29.486
2026 -1.954 30.105 28.151 0 0 0 28.151
27.589
28.714
28.123
28.866
29.486
28.151
Overeenkomstig de verslagleggingsregels van de BBV volgt hierna een meer gedetailleerd inzicht in de algemene dekkingsmiddelen.
64
Programmabegroting 2023 - 2026 Onvoorzien De post onvoorzien is voor de begroting in zijn geheel geraamd en niet per (deel)programma. Er is onderscheid gemaakt tussen onvoorzien incidenteel en onvoorzien structureel. De post onvoorzien kan ingezet worden als de criteria van de 3-O’s van toepassing zijn: (O)nvoorzien, (O)nvermijdbaar en (O)nuitstelbaar. Onvoorzien Lasten Baten A. Saldo exploitatie Toevoeging reserves Onttrekking reserves B. Mutaties reserves Geraamd resultaat (A+B) Bijstelling Geraamd resultaat
2021 0 0 0 0 0 0 0
2022 -100 0 -100 0 0 0 -100
2023 -200 0 -200 0 0 0 -200
2024 -200 0 -200 0 0 0 -200
2025 -200 0 -200 0 0 0 -200
2026 -200 0 -200 0 0 0 -200
0
-100
-200
-200
-200
-200
Vennootschapsbelasting Met ingang van 1-1-2016 is de Wet op de Vennootschapsbelasting (Wet VPB) van toepassing op alle overheidsbedrijven en dus ook voor de gemeente Westervoort. Deze wet ondersteunt samen met de Wet Markt en Overheid het streven van het kabinet/Europese Unie om een gelijk speelveld te creëren voor overheidsbedrijven en particuliere ondernemingen. De afgelopen jaren was de gemeente geen vennootschapsbelasting verschuldigd. Daarom is hiervoor in de begroting een P.M. post opgenomen. Vennootschapsbelasting Lasten Baten A. Saldo exploitatie Toevoeging reserves Onttrekking reserves B. Mutaties reserves Geraamd resultaat (A+B) Bijstelling Geraamd resultaat
2021 0 0 0 0 0 0 0
2022 0 0 0 0 0 0 0
2023 0 0 0 0 0 0 0
2024 0 0 0 0 0 0 0
2025 0 0 0 0 0 0 0
2026 0 0 0 0 0 0 0
0
0
0
0
0
0
2021 27.445 188 27.633
2022 28.765 125 28.890
2023 29.749 116 29.865
2024 30.466 116 30.582
2025 31.355 116 31.471
2026 29.989 116 30.105
Overige dekkingsmiddelen Overige dekkingsmiddelen Uitkering uit het gemeentefonds Financiering Totaal overige dekkingsmiddelen
Wie hebben we daarvoor nodig? • • •
BNG bank Alliander N.V. Vitens N.V.
65
Programmabegroting 2023 - 2026
2.6.4 Financiële middelen
4
Programma Algemene dekkingsmiddelen
Lasten Baten Saldo Bijstelling Saldo
2021 -191 30.935 30.744
2022 -400 32.369 31.969
2023 -1.979 33.528 31.549
2024 -1.953 34.336 32.383
2025 -2.222 35.319 33.097
2026 -2.256 34.039 31.783
30.744
31.969
31.549
32.383
33.097
31.783
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Lasten 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.64 Belastingen overig 0.7 Uitkering Gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten Totaal lasten Baten 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.64 Belastingen overig 0.7 Uitkering Gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten Totaal baten Eindtotaal
68 -149 -44 -22 0 -44 -191
9 -137 -65 -31 0 -176 -400
-9 -137 -69 -31 0 -1.733 -1.979
-19 -137 -69 -31 0 -1.697 -1.953
-43 -137 -69 -31 0 -1.941 -2.222
-64 -137 -69 -31 0 -1.954 -2.256
120 2.626 493 251 27.445 0 30.935 30.744
116 2.806 547 135 28.765 0 32.369 31.969
116 2.973 555 136 29.749 0 33.528 31.549
116 3.046 569 139 30.466 0 34.336 32.383
116 3.122 583 143 31.355 0 35.319 33.097
116 3.192 597 146 29.989 0 34.039 31.783
Mutaties reserves 0.10 Lasten (toevoegingen) 0.10 Baten (onttrekkingen) Eindtotaal Resultaat Algemene dekkingsmiddelen
0 0 0 30.744
0 0 0 31.969
0 0 0 31.549
0 0 0 32.383
0 0 0 33.097
0 0 0 31.783
2022 31.969 0 0 0 0 0 0 0 31.969
2023 30.909 -34 168 3 0 1.688 -1.185 0 31.549
2024 30.865 -56 241 17 4 2.245 -933 0 32.383
2025 30.698 -72 317 32 8 3.065 -950 0 33.097
2026 29.270 -81 387 45 11 3.015 -863 0 31.783
Aanpassing budgetten na de voorjaarsnota 2022 Resultaat voorjaarsnota 2022 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.64 Belastingen overig 0.7 Uitkering Gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.10 Mutaties reserves Resultaat meerjarenbegroting 2023-2026
Een toelichting op bovenstaande taakvelden wordt gegeven in 4.3.2 Verschillenanalyse vanaf bladzijde 106.
66
Programmabegroting 2023 - 2026
HOOFDSTUK 3 - PARAGRAFEN
3.0 INLEIDING De paragrafen vormen een belangrijke informatiebron en beogen een “dwarsdoorsnede” van de programma’s te geven. In de paragrafen zijn beleidslijnen vastgelegd over de beheersmatige aspecten en de lokale heffingen. Het doel van de paragrafen is om informatie die voorheen op meerdere plekken in de begroting stond bijeen te brengen. Hierdoor is het mogelijk om sneller en beter inzicht en overzicht te krijgen in deze onderwerpen. De raad heeft hiermee een extra instrument in handen om de beleidskaders vast te stellen en om de uitvoering te kunnen controleren. Het besluit begroting en verantwoording (BBV) schrijft de volgende zeven paragrafen verplicht voor: §1 Lokale heffingen §2 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing §3 – Kapitaalgoederen §4 – Financiering §5 - Bedrijfsvoering §6 - Verbonden partijen §7 - Grondbeleid §8 - Duurzaamheid
67
Programmabegroting 2023 - 2026
3.1 LOKALE HEFFINGEN 3.1.0 Inleiding In het begrotingsjaar 2023 vormen de lokale heffingen 16% van de totale baten van de gemeente. De lokale heffingen zijn daarmee een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. In deze paragraaf gaan we in op het gemeentelijke beeld, door de hoogte van de woonlasten voor een gemiddeld huishouden en de hoogte van de opbrengsten uit de lokale heffingen. De opbrengsten uit lokale heffingen worden vervolgens per heffingssoort uitgesplitst en toegelicht. Als laatste zijn de gegevens vanuit de Atlas van de lokale lasten 2021 en 2022 opgenomen. De belastingtarieven zijn opgenomen in onderstaande belastingverordeningen. - "Verordening onroerendezaakbelastingen 2023". - "Verordening afvalstoffenheffing 2023". - "Verordening rioolheffing 2023". - "Verordening hondenbelasting 2023". - "Verordening bedrijven investeringszone Het Ambacht 2019". - "Verordening lijkbezorgingsrechten 2023". - "Verordening marktgelden 2023". - "Legesverordening 2023". In de verordeningen zijn verder bepalingen opgenomen ter uitvoering van de heffing en de invordering van gemeentelijke belastingen.
3.1.1 Beleid Gemeenten in Nederland heffen belastingen, leges en heffingen. De gemeenteraad bepaalt welke gemeentelijke lokale lasten inwoners betalen en tevens de hoogte van de tarieven. In deze paragraaf wordt het volgende onderscheid gemaakt: •
•
•
Belastingen De opbrengsten uit belastingen zijn niet gelabeld en kunnen daarom voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen worden ingezet. De onroerendzaakbelasting (OZB) en hondenbelasting behoren tot deze categorie. Leges Leges worden geheven voor diensten die geleverd worden aan een individuele aanvrager. Leges worden ook wel retributies genoemd. Onder andere het aanvragen van een rijbewijs of omgevingsvergunning, lijkbezorgingsrechten en marktgelden behoren tot deze categorie. Bij het heffen van leges gelden beperkingen: er mag geen winst gemaakt worden op de diensten en voor een aantal diensten heeft het Rijk een maximumtarief bepaald. Heffingen Heffingen worden geheven voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. De opbrengsten kunnen uitsluitend besteed worden aan die specifieke taak of voorziening waarvoor de heffing is opgelegd. De heffingen worden ook wel bestemmingsheffingen genoemd. Onder deze categorie vallen de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Voor deze heffingen geldt dat de gemeente niet meer in rekening mag brengen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt. Dit uitgangspunt geldt bij het bepalen van de tarieven in de verordening.
68
Programmabegroting 2023 - 2026 Beleidsdoel bij belastingen, leges en heffingen Inflatie Belastingen stijgen met het inflatiepercentage. 2023 3,00% 2024 2,50% 2025 2,50% 2026 2,20% Rioolheffing 1% stijging in het kader van het Watertakenplan Dekking Maximaal 100% kostendekking van de leges (zoveel mogelijk kosten verhalen). Dekking Maximaal 100% kostendekking van de afval- en rioleringskosten.
3.1.2 Ontwikkeling lokale lastendruk De lokale lastendruk geeft aan wat een gemiddeld meerpersoonshuishouden met een eigen woning in Westervoort kwijt is. De stijging van de lastendruk in 2023 ten opzichte van voorgaand jaar bedraagt € 2,31. Dit is een stijging van 0,29%. In onderstaande tabellen is te zien hoe de lokale lastendruk opgebouwd is. Aannames Waarde woning
€ 205.000
Ledigingen 240-liter container restafval
8 keer
Rioolaansluiting woning Ontwikkeling lokale lastendruk OZB-eigenaar Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal Stijging in € Stijgingspercentage
vast bedrag 2021 336,20 253,38 228,03 817,61
2022 332,10 239,94 231,68 803,72 -13,89 -1,70
2023 342,15 222,93 240,95 806,03 2,31 0,29
2024 350,55 228,50 249,38 828,43 22,40 2,78
2025 359,37 234,25 258,11 851,73 23,30 2,81
2026 367,36 239,37 266,37 873,10 21,37 2,51
3.1.3 Inkomstenoverzicht Het totaal van de geraamde baten uit lokale heffingen in 2023 is € 7.231.000. De verdeling naar soort inkomsten is in onderstaande tabel weergegeven. Inkomsten uit lokale heffingen Subtotaal belastingen Subtotaal leges en overige opbrengsten Subtotaal heffingen Totaal
2022 B 3.541 336 3.173 7.050
2023 B 3.714 348 3.169 7.231
2024 B 3.804 422 3.265 7.491
2025 B 3.899 423 3.365 7.687
2026 B 3.984 465 3.457 7.906
69
Programmabegroting 2023 - 2026
3.1.4 Belastingen nader toegelicht Zoals eerder aangegeven zijn de inkomsten uit belastingen niet gelabeld. Deze kunnen voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen worden ingezet. Financiën De totale opbrengst uit belastingen is begroot op € 3.714.000. Hiermee wordt de opbrengst uit belastingen in 2023 € 173.000 hoger begroot dan in 2022. De stijging van de OZB is voornamelijk het gevolg van indexeringen. Inkomsten uit belastingen OZB eigendom woningen OZB eigendom en gebruik niet-woningen Hondenbelasting Precariobelasting BIZ Totaal
2021 J 2.619 493 112 139 52 3.416
2022 B 2.803 547 135 0 57 3.541
2023 B 2.968 553 136 0 57 3.714
2024 B 3.040 568 139 0 57 3.804
2025 B 3.117 582 143 0 57 3.899
2026 B 3.186 596 146 0 57 3.984
Tarieven In onderstaande tabel is de tariefontwikkeling van de gemeentelijke belastingen die gemeente Westervoort heft weergegeven.
Tariefontwikkeling belastingen OZB eigendom woningen OZB eigendom niet-woningen OZB gebruik niet-woningen Hondenbelasting 1e hond Hondenbelasting 2e hond Hondenbelasting 3e hond Hondenbelasting per kennel BIZ WOZ-waarde tot en met € 100.000 BIZ WOZ-waarde van € 100.001 - € 200.000 BIZ WOZ-waarde van € 200.001 - € 300.000 BIZ WOZ-waarde van € 300.001 - € 450.000 BIZ WOZ-waarde van € 450.001 - € 600.000 BIZ WOZ-waarde meer dan € 600.000 Wat betaal jij aan OZB? WOZ-waarde woningen 2022 2023
2022 0,1620 0,2978 0,2311 94,11 129,15 249,97 223,27 285 390 495 695 795 999
€ 200.000 324 334
2023 0,1669 0,3067 0,2380 96,93 133,02 257,47 229,96 285 390 495 695 795 999
€ 239.000 387 399
2024 0,1710 0,3144 0,2440 99,36 136,35 263,91 235,71 285 390 495 695 795 999
2025 0,1753 0,3223 0,2501 101,84 139,76 270,50 241,60 285 390 495 695 795 999
2026 0,1792 0,3294 0,2556 104,08 142,83 276,45 246,91 285 390 495 695 795 999
€ 400.000 648 668
€ 600.000 972 1.001
€ 800.000 1.296 1.335
70
Programmabegroting 2023 - 2026 Onroerendezaakbelastingen Onroerendezaakbelastingen bestaan uit een eigenaren- en een gebruikersbelasting. De belastingen worden geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. Voor woningen wordt alleen een eigenarenbelasting geheven. In 2022 worden alle onroerende zaken in de gemeente Westervoort voorzien van een nieuwe WOZ-waarde naar waarde peildatum 1 januari 2022. Deze nieuwe WOZ-waarden gelden voor het jaar 2023 en vormen de grondslag voor de berekening van de aanslagen OZB. De tarieven worden aangepast met de voor 2023 verwachte inflatie van 3,0%. Er bestaat een relatie tussen de OZB en de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds. De financiële verhoudingswet regelt onder meer de verdeling van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds over gemeenten. De Algemene Uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen en ook verschillen in belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de waarde van onroerende zaken. Gemeenten met veel waardevol onroerend goed ontvangen een lagere uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevol onroerend goed. Van de waarde van woningen wordt 80% meegerekend en van de waarde van nietwoningen 70%. Hierop wordt het zogenaamde rekentarief toegepast.
Dit rekentarief is globaal afgeleid van het gemiddelde landelijke OZB-tarief. Het resulterende bedrag wordt gekort op de Algemene Uitkering van de betreffende gemeente. Het OZBtarief dat de gemeente hanteert, heeft geen enkel effect op deze aftrekpost. De rekentarieven zijn door het Rijk aangepast aan de landelijke waardeontwikkeling. De rekentarieven voor 2023 zijn 0,1030% voor OB woningen eigenaren, 0,2796% voor OZB niet-woningen eigenaren en 0,2127% voor OZB niet-woningen gebruikers. Hondenbelasting Hondenbelasting wordt geheven voor het houden van honden. Het aantal honden dat wordt gehouden is bepalend. Er is een uitzondering gemaakt voor blindengeleidehonden, honden die aan een gehandicapte ten dienste zijn gesteld ter bevordering van de zelfstandige deelname aan het maatschappelijk verkeer en voor honden die voor deze taken worden opgeleid. Er zijn vrijstellingen voor politiehonden, asielhouders en honden jonger dan drie maanden die nog bij de moederhond verblijven en voor de honden van de Reddingshonden vereniging. Voor kennelhouders geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied geldt een vast tarief. De tarieven hebben een progressieve opbouw. Het uitgangspunt is dat de kosten van kwijtschelding in de tarieven worden verdisconteerd. De tarieven worden met de voor 2023 verwachte inflatie van 3,0% verhoogd.
Bedrijveninvestering zone (BIZ) BIZ staat voor Bedrijven Investering Zone. In 2019 is er besloten om BIZ voor het bedrijventerrein Het Ambacht in te voeren. Het betreft een bestemmingsbelasting. Alle (bijdrage plichtige) ondernemers in een BIZ-gebied betalen jaarlijks de BIZ-belasting. De opbrengst wordt afgedragen aan de BIZondernemersvereniging. De ondernemersvereniging gebruikt de opbrengst volgens BIZ activiteitenplan voor Het Ambacht. De aanslag BIZ wordt geheven vanaf 2019 op basis van de WOZ waarde van panden. Bij de vaststelling van het tarief in 2019 is bepaald dat het tarief voor 5 jaren gelijk blijft. De tarieven van 2024 tot en met 2026 zijn niet gewijzigd. Kwijtscheldingen Inwoners met weinig vermogen en een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de geheven belasting. Voor de hondenbelasting kan alleen kwijtschelding verleend worden voor de eerste hond. In de begroting is gerekend met een totaalbedrag van € 5.000.
71
Programmabegroting 2023 - 2026
3.1.5 Leges nader toegelicht Leges worden geheven voor diensten die geleverd worden aan een individuele aanvrager. Denk aan het aanvragen van een rijbewijs of een omgevingsvergunning. Deze leges worden ook wel retributies genoemd. Bij het heffen van leges heeft de gemeenteraad te maken met beperkingen. Er mag geen winst gemaakt worden op de diensten en voor een aantal diensten heeft het Rijk een maximumtarief bepaald. Deze uitgangspunten gelden bij het bepalen van de tarieven in de verordening. In deze paragraaf wordt de kostendekking van de leges weergegeven zowel bij vaststelling van de tarieven in de verordening als bij de realisatie. Financiën De totale opbrengst uit leges en overige opbrengsten is begroot op € 348.000. Hiermee wordt de opbrengst in 2023 € 12.000 hoger begroot dan in 2022. De stijging in de komende jaren is het gevolg van verwachte hogere aanvragen reisdocumenten en rijbewijzen.
Inkomsten uit leges en overige opbrengsten Leges P1: Basisadministratie persoonsgegevens P1: Burgerlijke stand P1: Naturalisatie en geslachtsnaamwijziging P1: Reisdocumenten en rijbewijzen P1: APV en bijzondere wetten P2: Gehandicaptenparkeerkaarten P3: Wegen binnen de bebouwde kom P3: Bestemmingsplannen en vrijstellingen P3: Bouw-, aanleg en reclamevergunning P3: Leges omgevingsvergunningen Totaal leges Overige opbrengsten P3: Lijkbezorgingsrechten P3: Marktgelden P2: Huuropbrengst sport Totaal overige opbrengsten Totaal
2022 B
2023 B
2024 B
2025 B
2026 B
17 13 20 108 4 0 8 5 7 88 270
18 13 20 126 4 2 8 5 7 88 289
18 13 20 199 4 2 8 5 7 88 363
18 13 20 201 4 2 8 5 7 88 364
18 13 20 242 4 2 8 5 7 88 406
28 13 25 65 336
28 7 25 59 348
28 7 25 59 422
28 7 25 59 423
28 7 25 59 465
Kostendekkende tarieven Zoals eerder aangegeven mogen de geheven leges niet winstgevend zijn, maar ten hoogste alle kosten voor de dienstverlening dekken. In onderstaand overzicht is de kostendekking voor de leges, lijkbezorging en marktgelden in beeld gebracht.
Omschrijving
Leges -659 -153
Lijkbezorgingsrechten -123 -44
Marktgelden -4 -3
Salariskosten (inclusief overhead) Materiële kosten Overige kosten Totale lasten Totale baten Dekking (saldo) Dekkingspercentage
-812 289 -523 36
-168 28 -140 17
-7 7 0 100
72
Programmabegroting 2023 - 2026
3.1.6 Heffingen nader toegelicht Heffingen worden in rekening gebracht voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. De opbrengsten kunnen alleen besteed worden aan die specifieke taak of voorziening waarvoor de heffing is opgelegd. Deze heffingen worden ook wel bestemmingsheffingen genoemd. Het gaat hierbij om de afvalstoffen- en rioolheffing. Voor de heffingen geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt. Voor deze heffingen wordt de kostendekking daarom weergegeven. Financiën De totale opbrengst uit de bestemmingsheffingen bedraagt € 3.169.000. De opsplitsing naar heffingssoort is in onderstaande tabel weergegeven. Inkomsten uit heffingen Afvalstoffenheffing Reinigingsrecht Rioolheffing Totaal
2021 J 1.576 7 1.612 3.195
2022 B 1.564 7 1.602 3.173
2023 B 1.448 7 1.714 3.169
2024 B 1.484 7 1.774 3.265
2025 B 1.522 7 1.836 3.365
2026 B 1.554 8 1.895 3.457
Tarieven In onderstaande tabel is de tariefontwikkeling van de gemeentelijke heffingen die gemeente Westervoort heft weergegeven. Tariefontwikkeling heffingen Afvalstoffenheffing/reinigingsrecht vastrecht Afvalstoffenheffing/reinigingsrecht variabel: - per lediging 140 liter container restafval - per lediging 240 liter container restafval - per storting ondergrondse container Verzamelcontainer: - meerpersoonshuishouden - eenpersoonshuishouden Rioolheffing, per aansluiting
2022 164,10
2023 152,45
2024 156,26
2025 160,17
2026 163,69
7,60 9,48 1,06
7,06 8,81 0,98
7,24 9,03 1,00
7,42 9,26 1,03
7,58 9,46 1,05
258,99 194,26 231,68
240,60 180,45 240,95
246,62 184,97 249,38
252,78 189,59 258,11
258,34 193,76 266,37
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing is een kostendekkende heffing. Loon- en prijsstijgingen alsmede (vervangings)investeringen hebben invloed op de tarieven. Er wordt onderscheid gemaakt in een vastrecht en een variabel tarief per lediging van de container voor restafval of per storting in een ondergrondse container. Er wordt uitgegaan van een gemiddelde van 6 ledigingen voor een 140-liter container, 8 ledigingen voor een 240-liter container of 42 stortingen per jaar. De kosten van kwijtschelding zijn in de tarieven afvalstoffenheffing verdisconteerd. De tarieven worden in 2023 naar beneden aangepast in verband met de 100% kostendekkendheid. De tarieven vanaf 2023 zijn met het inflatiepercentage aangepast. Rioolheffing Rioolheffing is een kostendekkende heffing. Het tarief wordt voor 2023 tot en met 2026 verhoogd met het inflatiepercentage en 1% stijging ontwikkeling Watertakenplan. In december worden de belastingtarieven aan uw raad voorgelegd.
73
Programmabegroting 2023 - 2026 Kostendekkende tarieven Kostendekking afvalstoffenheffing Lasten Afvalinzameling en verwerking Doorberekening Prijsstijging Kwijtschelding BTW Salariskosten Overhead Totaal netto lasten (A) Lasten niet meegenomen in de heffing Baten Opbrengst heffingen Totaal netto baten (B) Baten niet meegenomen in de heffing Dekkingspercentage (B:A)
2023
2024
2025
2026
-911 -21 0 -96 -264 -86 -78 -1.456 -13
-911 -21 -36 -96 -264 -86 -78 -1.492 -13
-911 -21 -73 -96 -264 -86 -78 -1.529 -13
-911 -21 -107 -96 -264 -86 -78 -1.563 -13
1.455 1.455 0 99,93%
1.491 1.491 0 99,93%
1.529 1.529 0 100,00%
1.562 1.562 0 99,94%
2023
2024
2025
2026
-882 -151 -2 -5 0 -22 -138 -123 -111 -281 -1.714 -85
-922 -151 -2 -5 0 -22 -141 -123 -111 -298 -1.774 -94
-938 -146 -2 -25 0 -22 -142 -123 -111 -328 -1.836 -85
-967 -145 -2 -5 0 -22 -137 -123 -111 -383 -1.895 -91
1.714 1.714 3 100,00%
1.774 1.774 3 100,00%
1.836 1.836 3 100,00%
1.895 1.895 3 100,00%
Kostendekking rioolheffing Lasten Riolering Rioolgemalen Rioolheffing Watertakenplan Klimaatadaptatie Doorberekening BTW Salariskosten Overhead Voorziening Totaal netto lasten (A) Lasten niet meegenomen in de heffing Baten Opbrengst heffingen Totaal netto baten (B) Baten niet meegenomen in de heffing Dekkingspercentage (B:A)
Kwijtschelding De gemeente is op grond van de Gemeentewet bevoegd om kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. In de gemeente Westervoort kan door belastingplichtigen (particulieren en zzp'ers) kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing vastrecht en afvalstoffenheffing verzamelcontainer (100%) en maximaal 6 ledigingen van een 140-liter container, 8 ledigingen van een 240-liter container en 24 aanbiedingen bij de ondergrondse container. Kwijtschelding wordt verleend op basis van 120% van de bijstandsnorm, waarbij tevens een vermogenstoets plaatsvindt. Ligt het netto besteedbare inkomen op of onder het bijstandsniveau, dan wordt volledige kwijtschelding verleend. Bij een gering hoger inkomen kan sprake zijn van een gedeeltelijke kwijtschelding. In al deze gevallen zal het beschikbare vermogen beneden de toegestane norm moeten liggen. Voor 2023 wordt rekening gehouden met een totaalbedrag van € 96.000 voor kwijtscheldingen. 74
Programmabegroting 2023 - 2026
3.1.7 Indicatoren BBV indicator 35 2020 2021 < 15.000 inw Gemiddelde WOZ waarde 220 239 395 Eenheid: € 1.000 Bron: CBS 2022 Definitie: Door de gemeenten periodiek getaxeerde waarde van onroerende zaken in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Objecten worden op 1 januari getaxeerd naar de waarde van 1 januari van het voorgaande jaar. Toelichting : In paragraaf 3.1 Lokale heffingen wordt nog gerekend met € 205.000.
BBV indicator 38 2021 2022 < 15.000 inw Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden € 827 € 929 € 993 Eenheid: in € Bron: COELO 2018-2022 Definitie: Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Toelichting : In paragraaf 3.1 Lokale heffingen wordt gerekend met een lagere WOZ-waarde. BBV indicator 39 2021 2022 < 15.000 inw Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden € 865 € 969 € 1.108 Eenheid: in € Bron: COELO 2018-2022 Definitie: Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Toelichting : In paragraaf 3.1 Lokale heffingen wordt gerekend met een lagere WOZ-waarde.
75
Programmabegroting 2023 - 2026
3.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING 3.2.0 Inleiding In de uitvoering van onze taken zijn risico’s niet te vermijden. Het is belangrijk om ze in beeld te hebben omdat ze impact kunnen hebben op de realisatie van onze doelen. Daarom gaan we zorgvuldig om met risico’s, willen we bewuste afwegingen maken bij het aangaan van risico’s en passende beheersmaatregelen nemen. Als risico’s zich toch voordoen dan willen wij ze kunnen opvangen. De ratio weerstandsvermogen geeft een indicatie in welke mate wij hiertoe in staat zijn. De ratio weerstandsvermogen geeft de verhouding aan tussen de omvang van de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Een gezond weerstandsvermogen (> 1,0) stelt ons in staat om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit ons tot ombuigingen dwingt ten koste van het uitvoeren van bestaande taken. De weerstandscapaciteit kan worden gezien als een noodzakelijke buffer om de continuïteit van de bedrijfsvoering te waarborgen. Die buffer ligt deels in de sfeer van de exploitatie (de baten en lasten) en deels in de vermogenssfeer (reserves*). De onderstaande tabel geeft weer hoe de structurele en incidentele weerstandscapaciteit is opgebouwd.
3.2.1 Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit
Weerstandscapaciteit exploitatie Raming onvoorzien Onbenutte belastingcapaciteit Weerstandscapaciteit vermogen Algemene reserve Resultaat Niet beklemde bestemmingsreserves Stille reserves Totale weerstandscapaciteit
Saldo 31-dec 2022
Saldo 31-dec 2023
Saldo 31-dec 2024
Saldo 31-dec 2025
Saldo 31-dec 2026
200 pm
200 pm
200 pm
200 pm
200 pm
558 818 0 0 1.576
1.775 413 0 0 2.388
2.688 1.377 0 0 4.265
4.565 2.171 0 0 6.936
7.236 510 0 0 7.946
Onvoorzien De post onvoorzien mag worden opgevat als een buffer voor onvoorziene tegenvallers. Het dekt lasten die onvoorzien, onvermijdelijk en niet uit te stellen zijn. Vanaf 2023 is conform het herstelplan € 200.000 structureel geraamd. Onbenutte belastingcapaciteit De resterende belastingcapaciteit geeft inzicht in de mogelijkheden voor nog te heffen lokale lasten. Door het afschaffen van de drempeltarieven is de hoogte van de onroerendezaakbelastingen niet meer gemaximeerd. Algemene reserve De reserves bestaan uit de algemene reserve en bestemmingsreserves. De algemene reserve is een reserve waarvoor geen specifieke bestemming is bepaald en daarom vrij kan worden ingezet voor het afdekken van risico’s.
76
Programmabegroting 2023 - 2026 Niet beklemde bestemmingsreserves Van de aanwezige bestemmingsreserves is bij het vaststellen van de nota weerstandsvermogen geconcludeerd dat zij niet vrij aanwendbaar zijn, omdat bij beschikking over de reserve dekkingsproblemen ontstaan. Er is daarom geen ruimte. Stille reserves De gemeente heeft aandelen in het netwerkdeel van NUON en aandelen Vitens, BNG, Nazorg Bodem en Leisurelands (voormalige RAL). Voor een groot gedeelte dienen deze aandelen op basis van de wet in het bezit van de overheid te blijven. Daarnaast bezit de gemeente nog een aantal activa. Bij de activa gaat het om de mogelijk te realiseren winsten bij verkoop van panden. De bijdrage van bovenstaande stille reserves aan de weerstandscapaciteit ramen wij op nul.
3.2.2 Risico’s Toelichting Algemene uitkering uit het gemeentefonds Financiële nadelen als gevolg van onzekerheid over de ontwikkeling in het gemeentefonds, aanpassingen in verdeelmodellen en/of veranderingen in macrobudgetten Jeugd, WMO, participatie, inkomen en armoedebeleid Financiële nadelen als gevolg van open einde regelingen zoals WMO, jeugdzorg en kosten uitkeringsgerechtigden. De aanzuigende werking van de vraag naar aanleiding van het abonnementstarief bij de WMO en het structureel inzetten van de extra rijksmiddelen jeugdhulpbudget voor de komende jaren. Het is niet zeker welke hoogte de extra rijksmiddelen hebben. Westervoort heeft een ruimhartig (120%) armoedebeleid en wijst inwoners actief op de bestaande rechten. Het effect van het Woonplaatsbeginsel is ingeschat op basis van de kosten van 2022. Databeveiliging Verdwijnen van informatie en schade Onderhoud buitenruimte De opdracht van de gemeenteraad om binnen het bestaand budget ruimte te zoeken kan alleen uitgevoerd worden door alle buitenruimte te onderhouden op niveau C. De gemeenteraad heeft aangegeven dit niet wenselijk te vinden. Vooral op het groen is de laatste jaren veel geïnvesteerd. Vooruitlopend op het IBOR voorstel in de gemeenteraad voorjaar 2023 ramen wij de kosten voor een hoger onderhoudsniveau op € 465.000. Aftreden bestuurders Uitbetalen van (langdurige) wachtgeldverplichtingen.
Bedrijfsvoering 1Stroom De risico's van 1Stroom zijn: ondeskundigheid personeel, werkloosheidsuitkeringen, langdurig ziekteverzuim, bovenformatief personeel en huisvesting. Overige risico's De overige risico's zijn herleid op 5% van het totaal begrotingslasten van het jaar 2023 (€ 42 miljoen). Totaal
Risico Maximum omvang: € 1.000.000
Maximum omvang: Jeugd: € 750.000 Participatie: € 250.000 Wmo: € 500.000 Woonplaatsbeginsel: € 850.000 Armoedebeleid: € 250.000
Maximum omvang: € 200.000 Maximum omvang: € 465.000
Maximum omvang: € 250.000 Maximum omvang: € 500.000 Maximum omvang: € 2.100.000 Maximum omvang: € 7.115.000
.
77
Programmabegroting 2023 - 2026
3.2.3 Weerstandsvermogen De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstands-capaciteit en de weerstandscapaciteit die nodig is om de restrisico’s op te vangen. Dit zijn risico’s waar géén maatregelen voor zijn getroffen om die af te dekken. Als een restrisico zich in de praktijk voordoet, zullen de liquide middelen worden aangesproken. Bij onvoldoende middelen kan het nodig zijn om een lening aan trekken, die extra rentelasten met zich meebrengt. Voor het begrotingsjaar 2023 is de berekening van de ratio weerstandsvermogen als volgt: Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
De normtabel biedt een waardering van de berekende ratio. Weerstandsnorm Waarderingscijfer Ratio A >2.0 B 1.4-2.0 C 1.0-1.4 D 0.8-1.0 E 0.6-0.8 F <0.6
=
€ 2.388 € 7.115
0,34
Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
Het verloop van de ratio weerstandsvermogen voor de jaren 2019 tot en met 2026 is hieronder weergegeven: Verloop ratio weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit (A) Risico's (B) Ratio weerstandsvermogen (A/B) J(aarrekening) of B(egroting)
2019 2.035 5.838 0,35 J
2020 -743 5.677 -0,13 J
2021 358 5.677 0,06 J
2022 1.576 5.677 0,28 B
2023 2.388 7.115 0,34 B
2024 4.265 7.293 0,58 B
2025 6.936 7.475 0,93 B
2026 7.946 7.639 1,04 B
Ons weerstandsvermogen krijgt tot en met 2024 een ruime onvoldoende. In 2025 wordt de waardering matig, in 2026 voldoende. De in het herstelplan genomen maatregelen hebben tot gevolg dat de algemene reserve groeit naar € 7,2 miljoen. Deze groei is het gevolg van de verwachte positieve begrotingsresultaten en het spaarprogramma. De ratio weerstandsvermogen is gebaseerd op verwachtingen. Economische ontwikkelingen kunnen grote invloed hebben op de begrotingsresultaten, waarbij de trap op – trap af systematiek van het gemeentefonds een belangrijke negatieve invloed kan hebben. Wij moeten ervoor waken om niet in de valkuil te stappen van het blindstaren op de positieve begrotingsresultaten om de bestuurlijke ambities te realiseren.
78
Programmabegroting 2023 - 2026
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen Het onderhoud van de kapitaalgoederen legt een beslag op een deel van de financiële middelen. Kapitaalgoederen zijn verdeeld naar de categorieën wegen, water en gebouwen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader, de beheerplannen en de financiële consequenties. In de beleidsplannen legt de gemeenteraad de kaders vast voor de uitvoering van het onderhoud aan de kapitaalgoederen. Het niveau van het onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Met de vaststelling van de programmabegroting machtigt de raad het college van burgemeester en wethouders om de uitgaven ten laste van de betreffende onderhoudsvoorzieningen te doen. Deze voorzieningen worden gevuld door een jaarlijkse storting vanuit de diverse taakvelden. De kosten van het onderhoud worden rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. Ter voorbereiding op het IBOR (integraal beleid openbare ruimte) is in 2020 de basis in beeld gebracht. De huidige budgetten blijken niet toereikend om het beheer van de openbare ruimte op het vastgestelde niveau uit te voeren. De gemeenteraad heeft de opdracht meegegeven om binnen bestaand budget te blijven.
Het kwaliteitsniveau van de openbare ruimte moet daarvoor naar beneden worden bijgesteld en worden herverdeeld over de verschillende disciplines als wegen, groen, openbare verlichting, straatmeubilair, spelen, kunstwerken, verkeersvoorzieningen en reinigen openbaar gebied. Begin 2023 wordt IBOR aan de raad voorgelegd. Op dat moment worden de definitieve kwaliteitsniveaus en budgetten vastgelegd. Daarnaast is tijdens de laatste weginspectie geconstateerd dat dringend meer groot onderhoud noodzakelijk is op het wegen areaal. Hiervoor is inmiddels € 2.000.000 beschikbaar gesteld in de voorziening achterstallig onderhoud wegen. In het herstelplan zijn geen bezuinigingen doorgevoerd voor budgetten die bij het IBOR-budget horen. Bij de behandeling van de voorjaarsnota zijn de budgetten wel gewijzigd. Er zijn amendementen aangenomen die bezuinigen op groen (€ 50.000), wegen (25.000) en verlichting (2.500). De totale bezuiniging bedraagt € 77.500. Wegen Beleidskader Het beheren van de openbare ruimte is efficiënter wanneer we er integraal naar kijken. Daarom is besloten Integraal Beleid voor het beheer van de Openbare Ruimte (IBOR) op te stellen en geen nieuw beleid voor alleen de verhardingen. Naar verwachting zal eind Q1 2023 het Integrale Beleidsplan Openbare Ruimte worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
79
Programmabegroting 2023 - 2026 Uitvoering wegonderhoud De weginspectie wordt vanaf 2023 jaarlijks uitgevoerd op alle verhardingen. De laatste weginspectie is in 2021 uitgevoerd. Het daaruit gebleken noodzakelijke geprognotiseerde ‘groot’ onderhoud voor 2022 konden we grotendeels niet uitvoeren, vanwege een te klein budget. Het bij de inspectie geconstateerde klein onderhoud is opgelost. Het bij Fixi/KCC gemelde (klein) onderhoud wordt beoordeeld op ernst en noodzaak waarna het al dan niet wordt opgelost of ingepland. Voor het oplossen van het geïnspecteerde achterstallig onderhoud is bij het vaststellen van de jaarstukken 2021 besloten om een bedrag van € 2.000.0000 te onttrekken van het jaarrekeningresultaat en te storten in de voorziening achterstallig onderhoud wegen. De inspectie en schouw van de kunstwerken gaat volgens een inspectieplan. Een houten brug wordt afwisselend om het jaar geschouwd of geïnspecteerd. Voor beton, staal en overige is dit 1 keer per 3 jaar. De inspectie of schouw van 2023 bepaalt het noodzakelijke onderhoud voor 2023, en dat voeren we dan ook uit. Voor de latere jaren wordt het onderhoud geprognotiseerd. Voor de korte termijn op basis van de inspectie/schouw.
Kwaliteitsniveau verhardingen Het kwaliteitsniveau van de verhardingen is getoetst aan de normen van CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek). De kwaliteit van het asfalt is gezakt maar met normaal onderhoudsbudget nog behapbaar. Het is belangrijk asfalt op redelijk niveau te houden om kapitaalvernietiging te voorkomen. Het niveau van de elementen verhardingen is erg laag en daalt hard. Tijdens de inspectie in 2019 bleek 31.883 m2 een kwaliteit beneden C-niveau te hebben. Tijdens de inspectie in 2021 is geconstateerd dat de kwaliteit van 131.693 m2 beneden C niveau ligt. Dit betekent dat er functieverlies, kapitaalvernietiging, juridische aansprakelijkheid en sociale onveiligheid dreigt en dat er direct meer onderhoud nodig is. Deze werkzaamheden in 1 jaar programmeren zou een enorme piek in de begroting en capaciteit opleveren. Daarom kiezen we ervoor om in vier jaar het onderhoudsniveau weer op het minimale C-niveau te hebben. Deze achterstand is niet binnen bestaande budgetten op te lossen. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de jaarstukken 2021 besloten om een bedrag van € 2.000.0000 te onttrekken van het jaarrekeningresultaat en te storten in de voorziening achterstallig onderhoud wegen.
Bij het inhalen van achterstanden kijken we naar mogelijkheden om werkzaamheden te combineren of na geplande andere werkzaamheden uit te voeren. Zo beginnen we in de wijken waar bijvoorbeeld glasvezel aanleg reeds heeft plaatsgevonden. Voorziening onderhoud wegen Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december
2023 103 165 -19 249
2024 249 165 -216 198
2025 198 165 -110 253
2026 253 165 -418 0
2023 1.900 0 -500 1.400
2024 1.400 0 -500 900
2025 900 0 -500 400
2026 400 0 -400 0
Voorziening achterstallig onderhoud wegen Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december
80
Programmabegroting 2023 - 2026 Riolering, gemalen en randvoorzieningen Beleidskader De basis voor het onderhouden van het totale rioleringssysteem is te vinden in het Water Taken Plan WTP (voorheen Gemeentelijk Riolerings Plan GRP) dat éénmaal in de vier tot zes jaar wordt geactualiseerd. In 2022 is het nieuwe watertakenplan worden vastgesteld. In het watertakenplan zijn een deel van kosten van het DPRA (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie) opgenomen. Uitvoering Er vindt samenwerking binnen de Liemerse gemeenten en Waterschap Rijn en IJssel plaats. Het samenwerken heeft een hoge prioriteit omdat het een besparing zal opleveren en het vanuit de regio en het bestuursakkoord water opgedragen is. De uitwerking van het onderhouden en vervangen van het totale riolerings- en watersysteem is te vinden in het WaterTakenPlan. De financiële consequenties ervan zijn verwerkt in de meerjarenbegroting waarbij de jaarlijkse lasten worden gedekt door een kostendekkende rioolheffing. Daarnaast is het DPRA vastgesteld in 2022. In 2023 zal er uitvoering worden gegeven aan de uitwerking van het uitvoeringsprogramma van het DPRA. De raad heeft in 2022 besloten om een extra impuls te geven door in te stemmen met de Westervoortse oplegger. Hierdoor word er extra aandacht besteedt aan het klimaat adaptief inrichten van de sterk versteende gebieden binnen de gemeente Westervoort.
Gestart wordt met een planning op te stellen waarin de maatregelen die de grootste positieve impact hebben de voorkeur hebben om als eerste op te pakken. Speerpunt voor het aankomend jaar is het in beeld brengen van droogte en de gevolgen daarvan. Voorziening riolering Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december
2023 2.126 281 0 2.407
2024 2.407 298 0 2.706
2025 2.706 328 0 3.034
2026 3.034 383 0 3.417
Water Beleidskader De basis voor het onderhouden van het totale rioleringssysteem is te vinden in het Water Taken Plan WTP (voorheen Gemeentelijk Riolerings Plan GRP) dat éénmaal in de vier tot zes jaar wordt geactualiseerd. In 2022 is het nieuwe watertakenplan vastgesteld. In het watertakenplan zijn een deel van de kosten voor DPRA opgenomen. Uitvoering Er word een onderzoek uitgevoerd naar de beschoeiingen en waar de beschoeiingen kunnen vervallen en welke hersteld moeten worden. Daarnaast word er onderzoek gedaan naar de watergangen en de problematiek van het droogvallen van de watergangen tijdens droge periodes. Dit doen we in samenwerking met het waterschap. Tijdens droge periodes vallen de watergangen steeds vaker droog waardoor vissterfte en stankoverlast voorkomen. Door klimaatverandering zal dit vaker voorkomen. Water Budget Totaal
2023 90 90
2024 103 103
2025 88 88
2026 87 87
81
Programmabegroting 2023 - 2026 Onderhoud groen Beleidskader Het groenbeleid is vastgelegd in het Groenstructuurplan Levende Aders II 2010-2025. Voor bomen is een apart bomenbeleidsplan ‘Samen een boom opzetten’ met gelijke looptijd als het structuurplan. In de budgetten is geraamd op basis van vigerend beleid, dus uitvoering conform dit beleid zonder bijstelling naar C-Niveau. Naar verwachting wordt het Integraal Beleid Openbare Ruimte de eerste helft van 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. Vervolgens wordt het integraal beheerplan opgesteld. Uitvoering De onderhoudscontracten lopen in 2023 voor het vierde jaar door. Het maaibestek (bermen en ruw gras) in eind 2022 aanbesteed en gaat het eerste jaar van onderhoud in. Het groenbeheerplan gaf de basis voor renovatieprojecten t/m 2020. Vanaf 2021 zijn deze niet meer gepland en financieel geborgd. Voor de uitvoering van grootschalige renovaties wordt gezocht naar maximale integraliteit met overige vakgebieden in de openbare ruimte. Hiervoor dient eerst meer duidelijkheid te zijn vanuit het Integraal Beleid Openbare Ruimte. Tot die tijd worden geen grootschalige renovaties uitgevoerd. Het boombeheer is uitgewerkt in het Boombeheerplan Duurzame groei 2014-2019. Het boombeheer zou conform dit plan met het bijbehorende budget worden uitgevoerd tot dat in het kader van eerdere genoemde planvorming nieuwe plannen worden opgesteld.
Echter de bezuinigingstaakstelling vanuit het Herstelpan bij de begroting 2021 alsmede de extra bezuinigingen op de budgetten voor boomcontrole, boomonderhoud en groenonderhoud en -renovatie, leiden onherroepelijk tot kapitaalvernietiging op het gebied van het groenareaal. We zijn daarom terughoudend met grootschalig te vervangen voordat IBOR is vastgesteld. Tevens is een relatie met het beschikbaar komen van gelden uit het DPRA-plan. Hier wordt zo veel mogelijk werk-met-werk gemaakt. Verdere investeringen in de toekomst zullen nodig zijn om ontstane achterstanden verder te herstellen. Onderhoud groen 2023 806 806
Budget Totaal
2024 788 788
2025 782 782
2026 793 793
Onderhoud gebouwen Beleidskader Voor de gebouwen in Westervoort is geen Beleidsplan Groot-Onderhoud Gebouwen. Ook zijn er nog geen MJOP’s beschikbaar. Momenteel wordt op basis van gebouwopnames voor alle gemeentelijke accommodaties een MJOP opgesteld in O-prognose. Thans worden de kosten van het Groot-Onderhoud gedekt uit de Bestemmingsreserve Onderhoud Gebouwen. Voorgesteld wordt om in Q1-Q2-2023 een Beleidsplan GOG op te stellen waarbij in de MJOP’s uit gegaan wordt van de volgende systematiek en uitgangspunten: • • • •
Groot onderhoud met een cyclus van 2-25 jaar te dekken uit een Voorziening GOG. Groot onderhoud met een cyclus van > 25 jaar. Investering < € 10.000 eenmalig opnemen in de voorcalculaties jaarlijks onderhoud. Investering > € 10.000 te kapitaliseren (rente en afschrijving). 82
Programmabegroting 2023 - 2026 Uitgangspunt is dat de Voorzieningen groot onderhoud op peil gehouden worden met de jaarlijkse dotaties en een rentetoeschrijving voor inflatie/prijsstijgingen en dat deze met de onttrekkingen niet onder de 0grens komt. • • • • •
Jaarlijks worden de MJOP’s geactualiseerd op basis van: Uitgevoerd onderhoud en geplande onttrekkingen. Wijzigingen in de onderhoudscomponenten (materiaalkeuzes). Verwerking van opname-/schouwresultaten. Verkoop, Privatisering en/of sloop van een accommodatie. Wijziging in onderhoudsverantwoordelijkheid (eigenaar-verhuurder/huurder-gebruiker). Voor de begroting 2023 en volgende jaren (t/m 2026) zijn de uitvoeringscomponenten opgenomen in het financieel overzicht en vindt de dekking vooralsnog plaats uit de Bestemmingsreserve Onderhoud Gebouwen.
• •
Beheerplan Voor het planmatig groot onderhoud wordt onderscheid gemaakt in de volgende twee categorieën: Groot onderhoud met een cyclus van 2-25 jaar: vindt een reservering plaats. Groot onderhoud met een cyclus van > 25 jaar: kapitaliseren (rente en afschrijving). Voor het regulier onderhoud is budget opgenomen in de meerjarenbegroting. Daarnaast is er een bestemmingsreserve onderhoud gebouwen. Uitvoering Kulturhus de Nieuwhof Op dit moment worden de plannen uitgewerkt met een Derden-partij met betrekking tot de herontwikkeling van het Kulturhus. Dit zal tot huurdersmutaties gaan leiden. Hierbij wordt onderzocht om een aantal huurders mogelijk te verplaatsen naar het ondernemerscentrum. Omdat op dit moment de feitelijke uitwerking nog niet bekend is weten we op dit moment ook nog niet tot welke mogelijk noodzakelijk aanpassingen en verbouwingen dit zal leiden Er kan op dit moment dan ook nog geen investeringsbudget worden opgegeven. Gemeentehuis Westervoort / Huisvesting Bibliotheek-RID De 3e uitvoeringsfase met betrekking tot de aanpassingen om te voldoen aan de brandveiligheidsvoorschriften voor Brandoverslag en Branddoorslag dient nog te worden uitgevoerd. Dit betreft met name het aanpassen van de daken en opgaande gevels vanuit de onderliggende horeca naar de personeelsruimte van het gemeentehuis en de RID. Onderhoud gebouwen Budget Totaal
2023 34 34
2024 34 34
2025 34 34
2026 34 34
83
Programmabegroting 2023 - 2026
3.4 Financiering Inleiding Het streven is naar de optimale financiering van de inkomsten en uitgaven van de gemeente Westervoort op korte en lange termijn. Om deze treasury-functie goed uit te voeren, kijken we naar de meerjarige liquiditeitsontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasury-functie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), de Wet HOF (Wet Houdbare Overheidsfinanciën) en het treasurystatuut van de gemeente Westervoort vastgesteld in 2021. Doelstellingen Bij de begroting wordt afgewogen welke investeringen er op korte en lange termijn moeten plaatsvinden. Het is vervolgens onze taak om deze investeringen conform de kaders te financieren. We beperken ons tot de publieke taak en hanteren hierbij de volgende doelstellingen: • Er is voldoende financiering op de korte en lange termijn; zodoende is er altijd geld om aan onze betaalverplichting te voldoen. • De risico’s die aan financiële transacties verbonden zijn worden beheerst en beperkt; het betreft het renterisico, het koersrisico en het debiteuren-/crediteurenrisico. • De rentekosten van de leningen worden zoveel mogelijk beperkt. • De interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities worden zoveel mogelijk beperkt.
Rentevisie De ECB De ECB gaat het monetaire beleid het komende jaar verkrappen. De lange rentetarieven gaan daardoor in alle looptijden naar verwachting oplopen.
Rente ontwikkeling 3,00 2,50
Percentage in %
2,00 10 jaar lineaire lening
1,50
kasgeldlening 1,00
20 jaar lineaire lening
0,50
1-8-2022
1-4-2022
1-12-2021
1-8-2021
1-4-2021
1-12-2020
1-8-2020
1-4-2020
1-12-2019
1-8-2019
1-4-2019
1-12-2018
1-8-2018
1-4-2018
1-12-2017
(0,50)
1-8-2017
-
(1,00)
Renterisico’s 84
Programmabegroting 2023 - 2026 De specifieke risico’s die samenhangen met de uitvoering van de treasuryfunctie bestaan voornamelijk uit renterisico’s, die worden getoetst aan twee normen. Dit zijn: • De kasgeldlimiet. Deze geeft het maximale bedrag aan dat een gemeente aan vlottende financieringsmiddelen (looptijd korter dan een jaar) mag opnemen. • De renterisiconorm. Hiermee wordt het renterisico op de vaste schuld in beeld gebracht (looptijd vanaf een jaar). Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een bovengrens aan de toegestane omvang van de kortlopende schuld (looptijd korter dan een jaar). Reden hiervoor is dat een korte schuldpositie een potentieel renterisico in zich bergt, omdat rentestijgingen direct doorwerken in de rentelasten. Het is dan ook van belang dat de grote fluctuaties van de rentelasten op de korte financiering gedurende het begrotingsjaar beheerst worden. Hiervoor is een goede liquiditeitsprognose voor de korte en lange termijn noodzakelijk. Voor structurele liquiditeitstekorten is financiering met geldleningen met een looptijd langer dan een jaar de aangewezen oplossing. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van de jaarbegroting (8,5%) en geldt voor het gehele begrotingsjaar. Berekening kasgeldlimiet Omvang begroting (x € 1.000) Toegestane kasgeldlimiet in % Toegestane kasgeldlimiet in € 1.000