Transitievisie Warmte
Tekst van het document
Subdoel – Gebouwgerichte aanpak In de gemeente zijn er verschillende gebouwtypen te onderscheiden die allen specifieke aandachtspunten hebben. Zo valt te denken aan woningen uit bepaalde bouwperiodes, vrijstaande boerderijen, monumentale panden, bedrijfsruimtes en (voormalige) vakantiehuizen. Door het gezamenlijk ontsluiten van deze kennis, kunnen inwoners makkelijker keuzes maken.
MEER LEZEN?
Erfgoed Bijlage VII
Focus subdoel • Regionaal is er veel kennis opgebouwd voor de specifieke verduurzamingsoplossingen voor de verschillende gebouwtypen. Deze informatie willen wij aanvullen met lokale kennis over verduurzaming van erfgoed en vakantiewoningen. • Voor nieuwbouw en herbestemming van vakantiewoningen formuleren wij richtlijnen en regelgeving om zo een goede implementatie van energiebesparende maatregelen (en aardgasvrij) te borgen, die de landelijke regels volgen. Dit borgen wij via het programma Vitale Vakantieparken. • Vanuit het Duurzaamheidsonderzoek Monumentenzorg (DuMo) wordt voor monumenten – waarvan er binnen de gemeente Westerveld veel zijn – al een subsidieregeling gehanteerd voor verduurzamingsadvies. Om gebouweigenaren te stimuleren willen wij deze regeling uitbreiden met de subsidieregeling verduurzamingswerkzaamheden volgend uit het DuMo.
29
Subdoel – Iedereen kan meedoen Iedereen moet mee kunnen doen aan de warmtetransitie. Energiearmoede is een actueel probleem, dat door recente mondiale economische ontwikkelingen meer urgentie heeft gekregen. Energiearmoede is onder te verdelen in de betaalbaarheid van de energierekening, de huiskwaliteit en het kunnen deelnemen aan de energietransitie. Verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen werkt in al deze situaties preventief. Focus subdoel • Wij willen financiering beschikbaar stellen voor specifieke doelgroepen die nog niet worden bediend door regionale en landelijke regelingen. Hierover zijn wij onder andere met de provincie Drenthe en Drentse gemeenten in gesprek, om een samenhangende aanpak ten aanzien van energie-armoede vorm te geven. • Voor huurwoningen willen wij dat in de prestatieafspraken met de woningbouwcoöperatie wordt opgenomen dat verduurzaming van woningen met een slecht energielabel (F&G) die in CBS-buurten met armoede voorkomt, prioriteit heeft. • De gemeente Westerveld faciliteert dat huurders beter toegang krijgen tot energiecoaches die maatwerk kunnen leveren op hun situatie. Hiervoor gaan wij in gesprek met de Energiecoöperatie Westerveld en huurdersvereniging Mit En Veur Mekaor van woningcorporatie Actium
Spoor 1
Rol gemeente
Reguleren
Informeren
Regisseren
Faciliteren
Stimuleren
Co-creëren
Naar aardgasvrij in stappen
Natuurlijke momenten
Gebouwgerichte aanpak
Iedereen kan meedoen
30
Spoor 2: Samen oppakken
In Westerveld is de individuele oplossing de meest voor de hand liggende oplossing. Toch zullen verschillende groepen samen willen optrekken in de warmtetransitie. Hierin zijn een aantal samenwerkingen te onderscheiden waarbij bij allen een andere opgave, tempo en verwachting speelt. De rol die er van de gemeente nodig is, zal daarom maatwerk zijn. Ook hierbij sluiten wij zoveel mogelijk aan bij bestaande structuren. Hoewel er met de huidige kennis/inzichten geen aanleiding is om te kiezen voor een dorps- of buurtgerichte aanpak, willen wij wel een goede partner zijn voor mogelijke collectieve initiatieven die vanuit de samenleving ontstaan. Zo valt te denken aan gezamenlijke inkoopacties (op basis van een buurt, doelgroep of woningtype), ontwikkeling van een lokale energievisie of eventueel een warmte-uitvoeringsplan.
Spoor 2
Samen oppakken
Samen verduurzamen
Duidelijk draagvlak
10/10
Duurzaam besparen
5/10
Betaalbaar & lokaal
2/10
Gezamelijke dorpsvisie op verduurzaming Ruimte voor buurtinitiatieven
Duidelijk draagvlak
10/10
Duurzaam besparen
3/10
Betaalbaar & lokaal
5/10
Duidelijk draagvlak
10/10
Duurzaam besparen
5/10
Betaalbaar & lokaal
3/10
Subdoel – Samen verduurzamen Verduurzamen van een woning is voor veel mensen onontgonnen gebied. Samen optrekken kan helpen bij het nemen van de eerste stap. Door aan te sluiten bij een collectief kan informatie worden gedeeld of een gezamenlijk inkooptraject worden gestart. Collectieven onderling kunnen kennis en ervaring van elkaar opnemen. Focus subdoel • We gaan actief aan de slag met het opbouwen van een lokaal netwerk van energie-initiatieven. In elk dorp en buurt kan een collectief worden gestart. Hierbij helpt goed overleg met initiateven onderling en met de verschillende partners.
31
Subdoel – Ruimte voor buurtinitiatieven Wij kiezen in principe voor een gebouwgerichte uitwerking van de Transitievisie Warmte, en niet voor een gebiedsgerichte aanpak. Dat neemt niet weg dat er grote voordelen kunnen zijn wanneer een straat, buurt(schap) of dorp besluit gezamenlijk op te trekken en - eventueel – een warmteuitvoeringsplan op te stellen. Focus subdoel • Wanneer een collectieve aanpak op basis van een haalbaarheidsonderzoek kansrijk lijkt, kunnen wij als gemeente ook samen met het initiatiefnemer aan de slag met het verder concretiseren van het plan. Dit doen wij door ons op te stellen als meedenkende en meewerkende partner.
Subdoel – Gezamenlijke dorpsvisie op verduurzaming Alle dorpen in Westerveld hebben een lokale dorpsgemeenschap of dorpsbelangen. Dit is een lokale vrijwilligersorganisatie die zich inzet voor de belangen van de dorpsbewoners. Als gemeente hebben wij contact met hen en kunnen wij informatie delen via deze kanalen met inwoners. Tevens werken dorpen aan gezamenlijke doelen en ontwikkelen zij soms een dorpsvisie. Zo’n lokale visie is bij uitstek een moment om onderwerpen zoals de warmtetransitie, energie en duurzaamheid lokaal aandacht te geven. Dorpen zijn hierbij zelf de trekker. Focus Subdoel • Wij geven de nodige informatie bij het opstellen van Dorpsvisies over eerder opgehaalde kaders en de technische mogelijkheden die voor een bepaalde buurt gelden. Dat gebeurt bijvoorbeeld via het Dorpenoverleg. • Indien gevraagd zal de gemeente Westerveld bij verdere verdieping of een (haalbaarheids-) onderzoek, of om ondersteuning bij het opstellen van de dorps- of energievisie, faciliteren.
Spoor 2
Rol gemeente
Reguleren
Informeren
Regisseren
Faciliteren
Stimuleren
Co-creëren
Samen verduurzamen
Gezamenlijke dorpenvisie
Gezamenlijk uitvoeringsplan
32
6. IMPLEMENTATIE EN FINANCIËN Tot 2030 zetten we in op besparing en het aardgasvrij-gereed maken van woningen. Hiermee gaan wij gelijk aan de slag. In dit hoofdstuk geven we een doorkijk naar de uitwerking van de Transitievisie Warmte. Paragraaf 6.1 geeft meer inzicht in het vervolg en de participatie en communicatie. De planning en de (financiële) consequenties worden in paragrafen 6.3 beschreven.
6.1. Vervolg en participatie
De gekozen strategie geeft aan wat we gaan doen, wie we daarvoor nodig hebben en wat wij daarin verwachten van eenieder. Hoe we dit gaan doen en wat de onderlinge taakverdeling wordt, moet nog worden uitgewerkt. Uitvoeringsprogramma De komende twee jaar (2023 en 2024) staan voor een groot gedeelte in het teken van het uitwerken van de visie tot uitvoeringsgerichte acties: het uitvoeringsprogramma. Hierin wordt per spoor en subdoel verder uitgewerkt hoe we dit gaan uitvoeren. Het uitvoeringsprogramma zullen wij ter vaststelling naar de gemeenteraad zenden. Het ontwikkelen van een uitvoeringsprogramma zal echter niet eenmalig gebeuren; de warmtetransitie neemt naar verwachting minstens tot 2050 in beslag met continu nieuwe inzichten. Dit zal van ons vragen om het uitvoeringsprogramma elke twee jaar te vernieuwen. Om dit in goede banen te leiden, wordt een projectorganisatie opgericht. Door zowel intern als extern de onderlinge verbindingen te verstevigen wordt de Transitievisie Warmte niet een opzichzelfstaand document maar wordt deze geborgd in de organisatie. Herziening Transitievisie Warmte In het Klimaatakkoord is aangegeven dat de Transitievisie Warmtes elke vijf jaar herzien moeten worden. Dit geeft de mogelijkheid om periodiek nieuwe inzichten te verwerken in een nieuwe versie van de Transitievisie Warmte, die daarmee een dynamisch document wordt.
De herziening is tevens een moment om te evalueren hoe de ontwikkelingen zich verhouden tot de gestelde doelen en onze subdoelen bij te stellen waar dat nodig blijkt.
33
Participatie en communicatie Bij het ontwikkelen van de Transitievisie Warmte hebben we samengewerkt met verschillende partners om zo een integraal plan op te stellen. Inwoners en ondernemers in de gemeente zijn geïnformeerd en nadrukkelijk uitgenodigd om aan te geven hoe ze willen mee participeren in de warmtetransitie. De inzichten die we daarbij hebben gekregen nemen wij van harte mee in de participatie en communicatie richting inwoners en ondernemers. 30 COMMUNICATIE Wij willen alle inwoners en ondernemers op de hoogte brengen van de plannen. Dit doen wij door het delen van een publieksversie van dit document. Dit zal via de gangbare communicatiekanalen worden gedeeld, maar ook zal een ieder hiervoor via de post worden benaderd. PARTICIPATIE Met het verder uitwerken van de Transitievisie Warmte willen wij die inwoners betrekken die hebben aangegeven mee te willen denken. Met hen gaan wij samenwerken door bijvoorbeeld het inrichten van een burgerraad. Ook zijn er direct betrokken partijen waarmee de samenwerking moet worden voortgezet of verstevigd. De samenwerking met deze partijen is afhankelijk van de rol en functie en daarmee maatwerk.
Burgerraad De Transitievisie Warmte leent zich uitstekend voor het inrichten van een burgerraad. Hiermee krijgen inwoners de ruimte om mee te denken over de impact van de Transitievisie Warmte en de uitvoering hiervan. Tevens is dit een mooi middel om jongeren te betrekken bij dit onderwerp. De inrichting van de burgerraad zal het participatiebeleid volgen.
6.2. Projectorganisatie Voor de uitvoering van alle elementen die passen bij de Transitievisie Warmte is zowel intern als extern intensieve samenwerking nodig. Wederzijdse verwachtingen zijn bekend en opgenomen in dit document. Met het opstellen van een uitvoeringsprogramma kan de samenwerking concreet worden gemaakt. Het integraal opstellen van het uitvoeringsprogramma betekent dat er ambtelijke capaciteit wordt gevraagd vanuit verschillende domeinen in de gemeente. Hierdoor is er meer grip op de inhoud en is het makkelijker schakelen tussen intern en extern. Dit vraagt om behoorlijke ambtelijke inzet vanuit de volgende taakvelden: • Duurzaamheid • Wonen • Economie • Sociaal domein • Communicatie • Participatie • Financiën Vanwege de complexiteit van het onderwerp zal een projectleider aangesteld worden die het proces tot het vaststellen van een uitvoeringsprogramma begeleidt. Deze zal ook zorgdragen voor de projectorganisatie. Er is in de bestaande formatie geen capaciteit om een uitvoeringsprogramma op te stellen. Dit resulteert in de noodzaak om extra capaciteit in te huren.
34
6.3. Financiën De financiering vanuit de Rijksoverheid om de warmtetransitie ten uitvoering te brengen, is momenteel incidenteel van aard. De gemeente heeft middelen ontvangen voor het uitvoeren van een Technischeconomische analyse, het opstellen van deze Transitievisie Warmte en de eerste uitvoeringskosten. In hoeverre de gemeente een actieve rol in de uitvoering kan nemen, is mede afhankelijk van de financiële ruimte, capaciteit en expertise die vanuit het Rijk ter beschikking worden gesteld. Hierover wordt de komende jaren meer duidelijk. De consequentie van incidentiele middelen vanuit het rijk zal ook in het uitvoeringsprogramma worden meegenomen. Met de vaststelling van het uitvoeringsprogramma Transitievisie Warmte zal ook de financiële middelen voor uitvoering hiervan worden aangevraagd. De benodigde middelen die nodig zijn voor het ten uitvoer brengen van de Transitievisie Warmte schatten we als volgt in voor de periode 2023-2024:
Beschrijving
Benodigde middelen 2023
Proces Inhuur projectleider € 150.0002,Communicatie Gericht op inwoners € 10.000,Participatie Gericht op ondernemers en collectieven € 15.000,Onvoorzien € 10.000,
Totaal
€ 185.000,-
2024 € 75.000,€ 5.000,€ 10.000,€ 10.000,-
totaal € 225.000,€ 15.000,€ 25.000,€ 20.000,-
€ 100.000,- € 285.000,-
In 2023 komt de dekking gedeeltelijk uit de ‘Uitvoeringskosten klimaatakkoord’, die ter beschikking zijn gesteld tijdens de Meicirculaire 2022 en het budget duurzaamheidsbeleid. Voor de overige kosten in 2023 en 2024 voorzien wij dat er wederom klimaatmiddelen naar de gemeenten komt. De hoogte hiervan is nog niet bekend, maar er wordt geschat dat deze hoger zal zijn dan de middelen van de afgelopen jaren. Om het proces te borgen zal, afhankelijk van de hoogte van de klimaatmiddelen, een voorstel worden gedaan bij de kadernota van 2023 en 2024.
6.4. Planning In 2023 en 2024 zal de nadruk komen te liggen op het ontwikkelen van een uitvoeringsprogramma en het informeren van inwoners van de plannen. Vanaf 2024 zal het nuttig zijn om elke twee jaar de uitvoeringsprogramma te vernieuwen. Dit creëert een natuurlijk evaluatiemoment waarin de voortgang vergeleken kan worden met de doelen. Daarnaast geeft dit ruimte om ontwikkelingen die in de gemeente plaatsvinden te koppelen aan de warmtetransitie. In 2025 zal de eerste herziening van de Transitievisie Warmte plaatsvinden die daarna elke vijf jaar terug zal komen. Ook dit is een evaluatiemoment waarin nieuwe technieken en inzichten verwerkt kunnen worden. Participatie en communicatie vindt gedurende het gehele traject plaats. 2 Projectleider 1.0 Fte op basis van €100,- p. uur. In 2023 is 1500 uur geraamd, in 2024 750 uur.
35
Planning tot 2030 2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
herziening
2030 herziening
uitvoeringsprogramma elke 2 jaar
20% CO2-REDUCTIE PARTICIPATIE/COMMUNICATIE
Planning 2030 – 2050 203020% CO2-REDUCTIE 2035 herziening
20% CO2-REDUCTIE
ENERGIENEUTRAAL WONEN 2040 2045 herziening
herziening
2050 AARDGASVRIJ afronding
ENERGIENEUTRAAL WONEN
AARDGASVRIJ
36
BIJLAGE’S BIJLAGE I
WAAROM EEN TRANSITIEVISIE WARMTE?
38
BIJLAGE II
RELEVANTE PLANVORMEN VOOR DE WARMTETRANSITIE
40
BIJLAGE III
RAPPORTAGE ONDERZOEK TRANSITIEVISIE WARMTE GEMEENTE WESTERVELD
42
BIJLAGE IV
AMBITIEDOCUMENT GEMEENTE WESTERVELD
44
BIJLAGE V
ENERGIEBESPARINGSPOTENTIE PER CBS-BUURT
49
BIJLAGE VI
ONZE PARTNERS IN DE WARMTETRANSITIE
51
BIJLAGE VII
ERFGOED
55
BIJLAGE VIII VERKLARENDE WOORDENLIJST
56
BIJLAGE IX
63
ENERGIE-EENHEDEN
37
BIJLAGE I WAAROM EEN TRANSITIEVISIE WARMTE? Klimaatverandering We gebruiken iedere dag energie; om onze auto’s te laten rijden, onze huizen warm of juist koel te houden, onze telefoons en laptops te kunnen gebruiken, om eten klaar te maken en om in het donker toch te kunnen zien. Deze energie komt niet zomaar uit het stopcontact, de radiator of de benzinepomp. Het overgrote deel van de energie komt nu nog uit grondstoffen die we van diep uit de aardbodem halen: aardolie, aardgas en steenkolen. Deze grondstoffen noemen we fossiele energiebronnen. Sinds de mens heeft ontdekt dat de energie die in fossiele energiebronnen zit gebruikt kan worden voor dagelijkse bezigheden, wordt energie steeds meer en steeds vaker gebruikt. Bij het gebruik van de fossiele energiebronnen komen broeikasgassen (zoals CO2) vrij. Deze gassen hebben altijd al in onze atmosfeer gezeten. Toch is deze uitstoot een probleem, dat groter wordt wanneer er geen actie wordt ondernomen. Dit komt omdat er de laatste eeuwen zoveel CO2 - die miljoenen jaren opgeslagen lag in de bodem - in relatief korte tijd is uitgestoten. Daardoor verandert de samenstelling van de atmosfeer in hoog tempo. CO2 fungeert als een deken en zorgt voor het broeikaseffect: er blijft meer van de warmte hangen op aarde. Dat leidt tot opwarming van het wereldwijde klimaat.
Het meest recente rapport van het IPCC3 (het klimaatpanel van de Verenigde Naties) toont opnieuw aan dat de impact van de opwarming op mens, natuur en milieu zeer groot is en dat die nog sneller toeneemt dan aanvankelijk gedacht. Door de opwarming smelt het ijs op de polen en op gletsjers, waardoor de zeespiegel stijgt. Ook regent het op veel plekken op aarde door de klimaatverandering vaker en harder, wat tot overstromingen leidt. Dat is in het bijzonder een risico voor een laaggelegen gebied als Nederland. Op andere plaatsen in de wereld wordt het juist zo warm en droog dat watertekorten optreden voor mens en natuur. Al deze veranderingen leiden tot afname van de biodiversiteit, omdat dieren en planten zich niet zo snel kunnen aanpassen. De wereldwijde voedsel- en drinkwatervoorziening komt hierdoor in gevaar. Klimaatbeleid Daarom zijn maatregelen nodig om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Dat doen we door onze leefomgeving aan te passen en door andere energiebronnen te gaan gebruiken. Daarvoor zijn op meerdere niveaus afspraken gemaakt. Zo is in 2015 het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend door vrijwel alle landen ter wereld. Hierin is afgesproken de opwarming tot maximaal 2ºC te beperken en het liefst op minder dan 1,5ºC te houden. Op nationale schaal is dit in Nederland doorvertaald in het Klimaatakkoord (2019).
Daarin is vastgelegd dat er in 2050 95% minder CO2 moet worden uitgestoten dan in 1990. Door minder aardgas te gebruiken en uiteindelijk in 2050 alle gebouwen aardgasvrij te verwarmen, verminderen we de uitstoot van CO2 en zorgen we dat de aarde leefbaar blijft. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen zoals aardgas in de gebouwde omgeving vooral op regionaal en lokaal niveau wordt aangepakt. In dat kader is ook de afspraak gemaakt dat iedere gemeente een Transitievisie Warmte moet opstellen, om zo lokaal invulling te geven aan de warmtetransitie en duurzame alternatieven te selecteren die het beste bij de lokale context passen.
3
Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) (2021). Sixth Assessment Report.
38
Andere redenen om het aardgasverbruik af te bouwen Behalve de klimaatverandering zijn er meer redenen om het gebruik van aardgas te verminderen. Hieraan refereren wij ook in de Startnotitie Transitievisie Warmte van maart 2021. Ten eerste heerst de problematiek als gevolg van de gaswinning in de provincies Groningen en, in mindere mate, Drenthe. De winning van aardgas leidt namelijk tot aardbevingen. Daarmee gaan schade en grote maatschappelijke onrust gepaard. Ook in de gemeente Westerveld wordt er aardgas uit kleine velden gewonnen, waartegen veel weerstand bestaat. Ook daarom willen we het gebruik van aardgas afbouwen en uiteindelijk helemaal uitfaseren. Ten tweede leidt het afbouwen van het aardgasverbruik tot minder afhankelijkheid van andere landen. Zonder gas uit Groningen of uit onze eigen gemeente zijn we afhankelijk van gas uit het buitenland. Bijvoorbeeld uit Rusland. Gezien de recente ontwikkelingen, onder meer in Oekraïne, vinden wij deze afhankelijkheid onwenselijk. Ook daarom willen we het gebruik van aardgas afbouwen en uiteindelijk helemaal uitfaseren.
39
BIJLAGE II RELEVANTE PLANVORMEN VOOR DE WARMTETRANSITIE Op nationaal, regionaal en lokaal niveau worden plannen gemaakt voor de energie- en warmtetransitie. Voor deze plannen geldt; hoe kleiner de schaal, hoe gedetailleerder de plannen. Klimaatakkoord (nationaal) Op landelijk niveau is op 28 juni 2019 het Klimaatakkoord vastgesteld. In het Klimaatakkoord4 staat dat de totale uitstoot van CO2 in 2030 met minimaal 49% moet zijn gedaald (ten opzichte van de uitstoot in het jaar 1990). In 2021 is in Europees verband afgesproken dit te verhogen naar 55%. In 2050 mag er bijna helemaal geen uitstoot van CO2 meer zijn. In dat jaar moet de uitstoot met minimaal 95% zijn gedaald. De gebouwde omgeving (verwarmen van gebouwen) is één van de vijf sectoren uit het Klimaatakkoord. Aangezien de opgave voor de gebouwde omgeving zeer complex is, geldt voor 2030 voor de gebouwde omgeving de doelstelling om 20% van alle gebouwen en woningen in Nederland aardgasvrij te maken. In 2050 moeten alle gebouwen en woningen aardgasvrij zijn.
Afbeelding 1 |weergave Klimaatakkoord. De Transitievisie Warmte heeft betrekking op de Klimaattafel van de gebouwde omgeving (in rood omlijnd).
Op nationaal niveau wordt gewerkt aan wet- en regelgeving om de energie- en warmtetransitie mogelijk te maken. Naast wat er gebeurt in de gebouwde omgeving (waaronder ook deze Transitievisie Warmte), gebeurt dat ook op de andere vier Klimaattafels: Elektriciteit, Industrie, Mobiliteit en Landbouw. Ook werkt de Rijksoverheid aan plannen en budgetten om de energie- en warmtetransitie betaalbaar te maken én te houden voor iedereen.
4H et Klimaatakkoord is op 28 juni 2019 gesloten tussen de Rijksoverheid en een brede vertegenwoordiging vanuit het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Het vormt de kern van het Nederlandse klimaatbeleid en geeft invulling aan de afspraken die gemaakt zijn op de Klimaattop in Parijs in 2015. Daarbij is afgesproken dat de gemiddelde temperatuur van de Aarde niet met meer dan 2°C mag stijgen in de periode tot en met het jaar 2100.
40
Regionale Energie Strategie (RES) Op regionale schaal is er de Regionale Energie Strategie, ook wel de RES genoemd. Hierin werken gemeenten, provincie en waterschappen samen om te bepalen hoeveel en waar duurzame elektriciteit (zon en wind) wordt opgewekt. Ook staat in de RES welke en hoeveel gemeentegrens-overstijgende duurzame warmtebronnen in de regio beschikbaar zijn. Dat staat in de Regionale Structuur Warmte (RSW). Op de website van de RES Drenthe kunt u meer lezen over de plannen in de provincie Drenthe. De gemeenteraad van Westerveld heeft in de zomer van 2021 ingestemd met de RES 1.0. De komende jaren wordt gewerkt aan de RES 2023. Wat betreft de RSW komen in de RES 2023 de afspraken te staan tussen gemeenten, provincie en waterschappen en andere partners over het voorgenomen gebruik van (bovenregionale) warmtebronnen in relatie tot verschillende warmtevragers en de daarvoor benodigde infrastructuur. Voor wat betreft de warmtevraag in de gebouwde omgeving vormen de verschillende Transitievisies Warmte de basis voor de RSW van de RES 2023.
41
BIJLAGE III RAPPORTAGE ONDERZOEK TRANSITIEVISIE WARMTE GEMEENTE WESTERVELD
Ambitiedocument Transitievisie Warmte Datum : 4 - 11 - 2021
Ambitie In Westerveld committeren wij ons aan de opgave om voor 2050 aardgasvrij te wonen, werken en leven. Tot 2030 zetten we in op besparing en het aardgasvrij-gereed maken van woningen. Hiermee gaan wij gelijk aan de slag. De warmtetransitie is een complexe opgave. De tijd die hiervoor beschikbaar is, benutten wij optimaal. Met dit ambitiedocument geven wij aan welke uitgangspunten meegenomen moeten worden om met bovenstaande ambitie aan de slag te kunnen gaan. Leeswijzer Per uitgangspunt is de algemene beschrijving weergegeven. Daarnaast is per uitgangspunt een indicatie gegeven van de rol en taken die daaruit vloeien voor de gemeente en de samenleving. Uitgangspunten: Duidelijke draagvlak Algemeen Met duidelijke draagvlak wordt bedoeld dat wij als gemeente groot belang hechten aan het draagvlak van onze inwoners voor de gemaakte plannen. Hierbij is het van belang om in de plannen ook duidelijk te zijn over de te verwachten ontwikkelingen. Dit maakt heldere communicatie mogelijk en geeft inwoners de gelegenheid mee te doen. Gemeente Duidelijke draagvlak is alleen mogelijk door actieve inzet van de gemeente en duidelijkheid te geven over de plannen. Plannen en de mogelijke rol van inwoners, ondernemers en andere stakeholders moeten helder zijn beschreven. Dit betekend dat wij als gemeente een eerlijk verhaal uitdragen. Dit verhaal is niet altijd leuk, maar wel nodig.
Met een eerlijk verhaal gunnen we mensen de kans mee te doen. Draagvlak kan niet worden afgedwongen. De gemeente beweegt daarom mee met hen die ambitie hebben om woningen en gebouwen aardgasvrij-gereed te maken. Daarbij kan de gemeente faciliteren waar nodig is en optreden als verbinder. Door mensen met elkaar in contact te brengen kunnen kleine ideeën concreet worden en goede initiatieven een inspiratie zijn. Samenleving Inwoners worden uitgenodigd om eigenaar te worden van de energietransitie. Door zelf aan de slag te gaan in eigen huis en buurt, worden meekoppelkansen benut. Met duidelijke draagvlak is het mogelijk om op basis van wederkerigheid te werken. De inwoner heeft immers zelf het beste inzicht in de verbeteringen die nodig zijn in de leefomgeving. De gemeente geeft daarbij de kaders aan. Met duidelijke gemeentelijke kaders weet iedereen wat de opgave is met welke randvoorwaarden. Duurzaam besparen Algemeen De Transitievisie Warmte wordt opgesteld om de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. We kunnen dit doel bereiken op een duurzame manier. Besparen is de eerste stap om een woning of kantoor aardgasvrij te maken. Daarmee kan een ieder gelijk aan de slag. Door steeds meer in te 42
zetten op besparingen zijn diverse duurzame alternatieven voor warmte realistisch. De warmtetransitie wordt daardoor behapbaar en leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen. Gemeente In het duurzaamheidsdocument Samenwerken aan Duurzaamheid is aangegeven hoe inwoners kunnen worden ondersteund met het verduurzamen van de woning. Energiebesparing door spijtvrije-maatregelen staat daarbij voorop. Door de inzet van energiecoaches en de diensten van het Drents Energieloket krijgen zowel de huurder als de woningeigenaar inzicht in de te nemen stappen bij het verduurzamen van de woning. De duurzaamheidsbon is al een aantal jaren een goede stimulans gebleken voor het nemen van besparingsmaatregelen. Door het ontsluiten van informatie, gericht op de verschillende woningtypes, krijgen inwoners handelingsperspectief. Samenleving, Met het handelingsperspectief dat wordt geboden, krijgen inwoners de mogelijkheid om slim te investeren in eigen isolatie. Door het ontsluiten van de verschillende netwerken, die nu al ontstaan, en inzet van energiecoaches kunnen inwoners ook in collectieven aan de slag. Betaalbaar en lokaal Algemeen De overstap naar aardgasloos wonen moet betaalbaar zijn. In het Nationale Klimaatakkoord is woonlastenneutraal opgenomen. Op dit moment lijkt dit alleen voor beperkte situaties mogelijk.
Woonlastenneutraal is op grote schaal alleen mogelijk onder voorwaarde van subsidies. Bij betaalbaarheid van de warmtetransitie wordt uitgegaan van de laagste, maatschappelijke kosten. Hierbij staat het totaal aan kosten centraal. Bij deze totale kosten gaat het om de kosten voor de eindgebruiker, het aanpassen van de netinfrastructuur en de exploitatie en het gebruik. Aangezien de warmtetransitie om een investering vraagt, is het de wens om deze investeringen en opbrengsten lokaal te houden. Voorwaarde hierbij is een actieve houding van ondernemers. Het leveren van aardgas is een nutsvoorziening. Het aardgasloos maken is een doel wat wij gesteld hebben. De energie die mensen straks moeten gebruiken moet echter een nutsvoorziening blijven, die in stand gehouden moet worden en voor iedereen beschikbaar moet zijn. Het doel is om energie-armoede te voorkomen. Gemeente De Transitievisie Warmte vraagt om een investering in besparing. In theorie zouden de kosten van de Transitievisie Warmte moeten opwegen tegen de opbrengsten van besparing. De uitgangspunten ‘Betaalbaar en lokaal’ en ‘Duurzaam besparen’ hangen daardoor sterk met elkaar samen. Naast het bieden van een handelingsperspectief voor inwoners, heeft de gemeente een aanjagende rol bij een goede samenwerking met lokale ondernemers.
Lokaal is de afgelopen jaren veel kennis en kunde opgebouwd, die kan bijdragen aan de betaalbaarheid van de transitie. Samenleving Door het uitgangspunt ‘Betaalbaar en lokaal’ wordt de warmtetransitie haalbaar. Hierbij is een duidelijke rol van de gemeente nodig om stappen helder te maken, die nodig zijn om een woning aardgasvrij-gereed te maken. Vanuit de samenleving kan dit worden versterkt door in collectieven samen te gaan en samen te werken met lokale ondernemers.
43
BIJLAGE IV AMBITIEDOCUMENT GEMEENTE WESTERVELD
Rapportage Onderzoek Transitievisie Warmte (TVW) Online onderzoek onder bewoners van de gemeente Westerveld.
•
Bijna N=11.000 adressen hebben in november een brief ontvangen met informatie over de transitie naar aardgasvrij wonen. In de brief is een link en QR code naar het online enquêteformulier opgenomen. Op verzoek kon de vragenlijst schriftelijk worden ingevuld. Er is een reminder gepubliceerd op 1 december in de Westervelder. en via Twitter en LinkedIn extra aandacht gegeven aan het onderzoek. Een aantal adressen waren onjuist. Ondanks dat er in het begin voor een kleine groep een foutmelding ontstond bij het invullen van de enquête zijn er N=652 complete reacties ontvangen. Dat is 6%.
Onderzoeksdoelstelling: ophalen van de mening (N=652) van inwoners van de gemeente Westerveld over de stappen naar aardgasvrij wonen / werken en leven. Doordat er een InfoQuête is ingezet werd extra informatie gedeeld. Dat gebeurde naast de uitgebreide informatiebrief met uitnodiging voor het onderzoek ook in de tekstkaders in de enquête. AMA werkt volgens:
• • • •
NEN-ISO: 20252-2019 MOA richtlijnen ESOMAR-ICC richtlijnen Leveringsvoorwaarden AMA Westerveld Transitievisie Warmte 2021
1
De rapportage volgt in hoofdlijnen de vragenlijst. De open antwoorden staan volledig in de bloemlezing weergegeven. Meervoudige en gecodeerde open vragen kunnen optellen tot meer dan 100%. Afrondingsverschillen geven soms ook een optelling die niet gelijk is aan 100%. De percentagebasis in de grafieken en tabellen is het aantal antwoorden per vraag. (bij enkelvoudige vragen is dat het aantal respondenten, bij meervoudige vragen het aantal gegeven antwoorden). Er is op diverse vragen een cross-analyse gedaan o.a. op de leeftijdsgroepen, type woning en de mate waarop men op de hoogte is van aardgasvrij wonen. Opvallende verschillen hierin zijn vermeld in de rapportage. Aan het einde kon men, indien gewenst, een emailadres achterlaten zodat de opdrachtgever contact kon opnemen. De emailadressen zijn alleen gevraagd indien men aangaf wel betrokken te willen worden bij de Transitievisie Warmte. N=137 personen hebben dit gedaan.
Samenstellers: Almere Marktonderzoek Advies: Dounia Ramnathsing Roely van Grinsven Almere, 23-12-2021
Westerveld Transitievisie Warmte 2021
2
44
Achtergrond respondenten: WOONSITUATIE: (N=652)
TYPE WONING: (N=652)
2% 3%
3%
2%
9%
7%
22% 65% 86%
Huurder
Lid van VVE
Woningeigenaar
Vrijstaand
Twee-onder-één kap
Rijtjes woning
Appartement
Anders....
Vakantiewoning
Achtergrond respondenten (2): Westerveld Transitievisie Warmte 2021 POSTCODE (N=652)
3
LEEFTIJD IN CATEGORIEËN: (N=652)
1% 8% 14%
49%
27%
jonger dan 18 jaar
18 - 29 jaar
30 t/m 39 jaar
40 t/m 49 jaar
50 t/m 59 jaar
60 t/m 69 jaar
Overige postcodes zijn 9 x of minder genoemd.
Westerveld Transitievisie Warmte 2021
4
Algemene vragen: HOE, VANUIT WELKE FUNCTIE OF POSITIE, VULT U DEZE ENQUÊTE IN? (N=652)
HEEFT U WEL EENS GEHOORD VAN AARDGASVRIJ WONEN? (N=652)
2% Anders....
2%
Eigenaar vakantiewoning
2%
Lid van een belangenorganisatie
1%
Ondernemer
2%
42% 57%
Inwoner Meerdere antwoorden mogelijk.
94% 0%
50%
100%
Ja, wel van gehoord en vrij goed op de hoogte Ja, wel van gehoord, maar slechts matig op de hoogte Nee, niet van gehoord
De meeste respondenten vullen de vragenlijst in als inwoner van de gemeente Westerveld.
Iets meer dan de helft van de steekproef heeft wel eens gehoord van aardgasvrij wonen en vindt zich vrij goed op de hoogte. 42% heeft er van gehoord maar vindt zich slecht tot matig op de hoogte. Bij deze laatste groep is de behoefte naar informatie ontvangen het grootst.
Westerveld Transitievisie Warmte 2021
5
45
Aardgas besparen: ER ZIJN ALLERLEI MAATREGELEN MOGELIJK OM HET GEBRUIK VAN AARDGAS TE BESPAREN. HEEFT U MAATREGELEN GEPLAND? ZO JA WELKE? (N=652)
100%
Op deze vraag geeft iets meer dan een derde (37%) aan isoleren als maatregel te hebben genomen om aardgas te besparen. Personen die aangeven vrij goed op de hoogte te zijn hebben vaker een zonneboiler of warmtepomp.
80% 60% 40%
55%
47% 34%
9%
Ik ben al helemaal aardgasvrij
Zonnepanelen
Meerdere antwoorden mogelijk.
9%
1%
Andere maatregelen, namelijk…
5%
Houtkachel
9% Zonneboiler
Isoleren
Elektrisch koken
Niets, (nog) geen maatregelen gepland
0%
10% Warmtepomp
20%
Personen jonger dan 40 jaar noemen vaker de zonneboiler en warmtepomp als (één van de) maatregelen om aardgas te besparen.
Westerveld Transitievisie Warmte 2021
6
Veranderingen bij aardgasvrij wonen: ER VERANDEREN EEN AANTAL ZAKEN ALS UW HUIS AARDGASVRIJ WORDT. ZI JN ER ONTWIKKELINGEN WAAROVER U ZICH ZORGEN MAAKT ALS UW WONING AARDGA SVRIJ WORDT? (N=652)
Geluidsoverlast warmtepomp
1%
Of ik mijn woning warm kan houden zonder aardgas
38%
Dan kan ik niet meer koken op gas
4%
Of de oplossing duurzaam is
25%
Of ik gedwongen word mee te doen
33%
Hoe ik mijn woning aardgasvrij kan krijgen
34%
De kosten
65%
Nee, ik maak mij geen zorgen Meerdere antwoorden mogelijk.
14% 0%
20%
40%
60%
80%
Merendeel van de respondenten (65%) noemt de kosten als een ontwikkeling waar ze zich zorgen over maken wanneer hun woning aardgasvrij wordt. Dit is over alle leeftijdsgroepen verdeeld. Men vraagt zich af of de woning warm te houden is zonder aardgas (38%) en hoe het moet gaan gebeuren (34%). 1/3 e is bang om gedwongen te worden in deze transitie. Zorgen over duurzaamheid liggen vooral bij de respondenten tot 50 jaar. Personen die aangeven slechts matig op de hoogte te zijn van aardgasvrij wonen noemen vaker één of meerdere van de bovenstaand genoemde zorgen.
Westerveld Transitievisie Warmte 2021
7
Transitievisie Warmte: wat is belangrijk? IN DE TRANSITIEVISIE WARMTE ZIJN DE GEMEENTELIJKE PLANNEN BESCHR EVEN. WAT ZIJN VOOR U BELANGRIJKE UITGANGSPUNTEN DIE IN DE GEMEENTELIJKE PLANNEN TERUG MOETEN KOMEN ?(N=652) De meeste respondenten (in alle Anders 13% leeftijdsklassen) (82%) noemen betaalbaarheid als belangrijkste Mogelijke verbeteringen zoals een gezondere 24% uitgangspunt die in de gemeentelijke plannen leefomgeving moeten terug komen. Maar ook Dat de straat niet meerdere keren open hoeft 17% energiebesparing (50%) en een eerlijke verdeling van lasten en opbrengsten wordt Eigen initiatief; de mogelijkheid om zelf aan de slag te 32% (over alle leeftijdsklassen) regelmatig gaan genoemd (44%). Respondenten jonger dan Eerlijke verdeling van lasten en opbrengsten 44% 40 jaar noemen vaker dan de anderen: De mogelijke verbeteringen zoals een gezondere leefomgeving. Energiebesparing 50%
Betaalbaarheid; wat zijn de kosten van de overgang naar aardgasvrij wonen en werken voor de…
82% 0%
Meerdere antwoorden mogelijk.
20%
40%
60%
80%
100%
46
Transitievisie Warmte: Op de hoogte houden / informeren: WANNEER WILT U GEÏNFORMEERD WORDEN OVER DE TRANSITIEVISIE WARMTE ? (N=652)
55%
60% 50%
38%
40%
“Direct vanaf de start” is wat meer dan de helft van de respondenten (55%) aangeeft als het moment waarop men geïnformeerd wil worden over de transitievisie warmte. Zes procent geeft aan in het algemeen er geen behoefte aan informatie te hebben. Dit betreft vooral respondenten jonger dan 40 jaar.
30% 20%
12%
10%
10%
6%
0% Direct vanaf de start Enkele keren gedurende het project Als de Transitievisie Warmte klaar is Geen behoefte als er nog niets met mijn woning gebeurt In het algemeen geen behoefte aan Meerdere antwoorden mogelijk.
Transitievisie Warmte: Geïnformeerd via welke kanalen?
Westerveld Transitievisie Warmte 2021
9
VIA WELKE KANALEN KUNNEN WIJ U HET BESTE BEREIKEN EN / OF ZIJN I NTERESSANT VOOR U? (N=652)
80% 63% 60% 46% 40% 23%
28%
27%
25%
20% 3%
0% Anders, namelijk
Website
Duurzaamheidspagina Westervelder
Nieuwsbrief
Brief
Bewonersavond
Meerdere antwoorden mogelijk.
Het grote merendeel (63%) geeft aan het beste via de mail bereikbaar te zijn. Bijna de helft geeft aan dat (ook) een nieuwsbrief een goed kanaal is. De reacties zijn over de leeftijdsgroepen redelijk gelijk verdeeld. Respondenten jonger dan 40 jaar: 1) email, 2) brief, 3) nieuwsbrief. Respondenten ouder dan 40 jaar: 1) email 2) nieuwsbrief, 3) brief/ Duurzaamheidspagina.
Westerveld Transitievisie Warmte 2021
10
Betrokkenheid bij Transitievisie Warmte? WILT U ZELF BETROKKEN WORDEN BIJ DE TRANSITIEVISIE WARMTE? (N=652)
OP WELKE MANIER WILT U BETROKKEN WORDEN? (N=202)
Meebeslissen
27%
Meedenken om oplossingen te realiseren (coproductie)
31%
42%
Adviseren 69%
16%
Geraadpleegd worden
34%
Geïnformeerd worden Nee
Ja
74%
0%
20%
40%
60%
80%
Meerdere antwoorden mogelijk.
Opvallend is dat bijna 1/3e van de respondenten betrokken wil zijn bij de transitievisie warmte.
De meeste mensen geven aan vooral geïnformeerd te willen worden. 42% zegt actief te willen meedenken om oplossingen te realiseren (coproductie). Ruim 1/3e wil geraadpleegd worden. N=136 respondenten hebben een emailadres achtergelaten zodat de opdrachtgever contact op kan nemen. Het zijn vooral de jonger dan 40 jaar respondenten die willen meedenken om oplossingen te realiseren. (61% van de steekproef <40 t.o.v. 39% 40 jaar en ouder)
47 Westerveld Transitievisie Warmte 2021
11
Transitievisie Warmte: Plannen in uw buurt: ALS ER IN UW BUURT PLANNEN ZIJN OM UW BUURT AARDGASVRIJ TE MAKE N, WAT IS DAN VOOR U PERSOONLIJK VOORAL BELANGRIJK ?(N=652)
0%
20%
40%
60%
80%
Betaalbaarheid; hoeveel zou u moeten investeren om uw woning aardgasvrij-gereed te maken
100% 85%
Energiebesparing
51%
Eerlijke verdeling lasten en opbrengsten
De meeste respondenten (85%) noemen (net als voor de gemeentelijke plannen in het algemeen) voor hun buurt de betaalbaarheid als belangrijkste uitgangspunt. Maar ook energiebesparing (51%) en een eerlijke verdeling van lasten en opbrengsten wordt regelmatig genoemd (42%). Er zijn geen opvallende verschillen tussen de algemene plannen en de plannen indien het de eigen buurt betreft. Ook hier zijn de meningen per leeftijdsgroep niet erg onderling afwijkend. Bij de jongeren groep (<40 jaar) wordt het eigen initiatief om zelf aan de slag te gaan vaker genoemd
42%
Eigen initiatief; de mogelijkheid om zelf aan de slag te gaan Koppeling met werkzaamheden aan de ondergrond Mogelijke verbeteringen, zoals een gezondere leefomgeving
29% 15% 23%
Wanneer mijn buurt aardgasvrij moet worden
27%
Anders....
11%
Meerdere antwoorden mogelijk.
Transitievisie Warmte: Plannen in uw buurt (2): Westerveld Transitievisie Warmte 2021
12
WANNEER WILT U GEÏNFORMEERD WORDEN OVER PLANNEN IN UW BUURT? (N=652)
80%
72%
60% 40%
31%
29%
20% 1%
0%
6%
4%
Direct als er plannen zijn over mijn buurt Als de plannen concreter worden Zodra mijn buurt wordt benoemd in de Transitievisie Warmte Ander moment namelijk: Geen behoefte als er nog niets met mijn woning gebeurt In het algemeen geen behoefte aan
“Direct als er plannen zijn over mijn buurt” zegt 72% van de respondenten. Maar ook zodra de buurt wordt benoemd in de TVW (31%, waarvan 42% < 40 jaar) en wanneer de plannen concreet worden (29%). Jongeren (t.m. 29 jaar) hebben de minste behoefte aan informatie.
Meerdere antwoorden mogelijk.
Transitievisie Warmte: Plannen in uw buurt (3): Westerveld Transitievisie Warmte 2021 HOE WILT U BETROKKEN WORDEN BIJ PLANNEN IN UW BUURT? (N=652)
100% 80% 60%
82% 45%
40%
15%
20%
10%
21%
10%
0% Informeren; brief, artikel Raadplegen; infoavond, enquête Adviseren; klankbordgroep, focusgroep Coproductie; gedeeld eigenaarschap, ontwerpatelier Meebeslissen; bindend referendum Faciliteren; burgerinitiatief bepaald, fin. ondersteunen / actief Andere wijze: Meerdere antwoorden mogelijk.
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 3% 20% 10% 0%
13
WELKE KANALEN ZIJN INTERESSANT VOOR U ALS HET GAAT OM U TE INFORMEREN OVER PLANNEN IN UW BUURT? (N=652)
61% 35%
41%
De meeste respondenten willen geïnformeerd worden. 45% wil daarnaast raadplegen. Vooral respondenten van 50 jaar en ouder willen actief betrokken worden. Terwijl de respondenten onder de 40 jaar vaker de coproductie en het gedeeld eigenaarschap noemen. Men geeft aan het beste te bereiken te zijn via E-mail (61%), brief (41%) of nieuwsbrief (41%). 35% opteert voor een bewonersavond.
41%
27%
25% 2%
Bewonersavond
Brief E-mail Nieuwsbrief Duurzaamheidspagina Westervelder Website Anders namelijk: Meerdere antwoorden mogelijk.
Westerveld Transitievisie Warmte 2021
14
48
BIJLAGE V ENERGIEBESPARINGSPOTENTIE PER CBS-BUURT
Aan de basis van de doelstelling om in de gemeente Westerveld 20% CO2 te besparen in de gebouwde omgeving1 ligt een analyse van het energiebesparingspotentieel. Met behulp van het platform SETuP is in beeld gebracht hoeveel energie er per CBS-buurt bespaard kan worden bij het toepassen van alle geen-spijtmaatregelen in alle woningen. In paragraaf 4.4 (de energiebesparingspotentie) van de Transitievisie Warmte leest u meer over deze maatregelen.
1 Deze ambitie is geformuleerd in paragraaf 5.1 van de Transitievisie Warmte.
49
De energiebesparingspotentie per CBS-buurt In de tabel hieronder kunt u de energiebesparingspotentie per CBS-buurt inzien. Er zijn namelijk soms grote verschillen tussen de verschillende dorpen.
50
BIJLAGE VI ONZE PARTNERS IN DE WARMTETRANSITIE Samenwerken is vanwege het grote aantal betrokkenen essentieel in de warmtetransitie. Daarom is goede onderlinge afstemming nodig én een communicatiestrategie die aansluit bij de verschillende partners. Hierin heeft de gemeente de rol van regisseur. Hieronder geven we per betrokkene aan hoe wij de komende jaren willen optrekken en welke rol wij voor hen zien. De volgende partners zijn te onderscheiden als het gaat om de warmtetransitie:
Sleutelpartner 1
Actium
Woningcorporatie Actium beheert het overgrote deel van de sociale huurwoningen in de gemeente Westerveld. Met Actium zijn en worden prestatieafspraken gemaakt ten aanzien van de verduurzaming.
2
Waterschap DrentsOverijsselse Delta (WDOD)
In onze gemeente is Waterschap Drents-Overijsselse Delta (WDOD) de beheerder van alle oppervlaktewateren en aanverwante assets zoals dijken, sluizen en kades. Met het waterschap zijn wij in nauw contact over alle plannen die invloed kunnen hebben op deze assets. Aquathermie is één van de onderwerpen waarbij WDOD een belangrijke partner is.
3
Enexis
Enexis beheert het elektriciteitsnet in de gemeente Westerveld. Het elektriciteitsnet is van belang voor de verduurzaming van de warmtevoorziening van woningen, omdat warmtepompen het bestaande net meer zullen belasten. Enexis is ook van belang met het oog op de planning, aangezien Enexis ook aan de lat staat voor onder meer laadinfrastructuur. Daarom is Enexis voor ons een belangrijke partner.
4
RENDO / N-TRA
RENDO beheert het aardgasnet in de gemeente Westerveld. Dit aardgasnet zal naar verwachting minder gebruikt gaan worden in de toekomst. Wel speelt het gasnet ook in de toekomst een rol voor het transport van onder meer hernieuwbare gassen. N-TRA is als dochteronderneming van RENDO bezig met het onderzoeken van de mogelijkheden voor de opwek van hernieuwbare gassen. Zowel RENDO als N-TRA zijn daarom belangrijke partners voor ons.
51
Energie-initiatieven 1
Energiecoöperatie Westerveld
Met de Energiecoöperatie Westerveld (ECW) hebben we veel contact. Zij hebben als doel heel Westerveld energieneutraal te maken. Dit doen ze onder meer door het inspireren en faciliteren van inwoners met energiecafés, energiecoaches, warmtescans en opzetten van energieprojecten.
2
Werkgroep Besparen met Energie Wapserveen
Met de Energiecoöperatie Westerveld (ECW) hebben we veel contact. Zij hebben als doel heel Westerveld energieneutraal te maken. Dit doen ze onder meer door het inspireren en faciliteren van inwoners met energiecafés, energiecoaches, warmtescans en opzetten van energieprojecten. Besparen met Energie Wapserveen is werkgroep ontstaan vanuit de dorpsvereniging Wapserveen. Zij hebben als ambitie om voor 2030 energieneutraal te zijn. Hierin wordt uitvoering gegeven door collectieve inkoopacties, kennissessies en energie/warmtescans. .
3
Overige lokale energieinitiatieven
Verduurzaming is een onderwerp dat breed leeft in de verschillende dorpsgemeenschappen. Hieruit ontstaan lokale groepen van inwoners die aan de slag willen met verduurzaming. Hierbij is de eerste stap het vinden van een doel en project, NMF Drenthe ondersteunt via het PLED met de eerste ontwikkelingen.
Overheidsinitiatieven 1
Drents Energie Loket
Het Drents Energieloket voorziet huiseigenaren van Drenthe van goed onafhankelijk en gratis advies om energie te gaan besparen of om duurzame energie te gaan opwekken in hun bestaande woning. Het loket is een samenwerking van de 12 Drentse gemeenten, provincie, Bouwend Nederland, Techniek Nederland, de Natuur en Milieufederatie Drenthe en Stronghouse, en is niet gelieerd aan bedrijven. Huiseigenaren kunnen er terecht voor vragen over een bestaande woning energiezuinig of energieneutraal maken.
2
Steunpunt Lokale Energie Initiatieven
Energiecoöperaties en andere lokale energie-initiatieven hebben kennis, middelen en steun van het lokale en regionale bestuur nodig om hun werk goed te kunnen doen. De Natuur- en Milieufederatie Drenthe, de Drentse KEI en de provincie Drenthe werken samen om ze volwaardige partners te laten zijn binnen de Drentse energietransitie. Door lokale energie-initiatieven te versterken en professionaliseren worden ze voor alle Drenten bereikbaar, zodat iedereen die dat wil, betrokken kan zijn bij de energietransitie in de eigen omgeving. 52
3
Expeditie Energieneutraal Wonen
De Expeditie Energieneutraal Wonen in Drenthe is ontstaan na ondertekening door 70 partners van de Drentse Energiedeal. Deelnemers bestaan uit ondernemers, overheden, verhuurders en marktpartijen. De deelnemers aan de expeditie hebben één gezamenlijk einddoel: een energieneutrale Drentse woonomgeving in 2040. De expeditie ondersteunt deelnemers en zorgt voor de juiste uitrusting om gezamenlijk deze top te bereiken.
4
Werkbureau Regionale Energiestrategie
De Regionale Energiestrategie vraagt om een goede bestuurlijke en ambtelijke afstemming. Het Werkbureau faciliteert, ondersteunt en adviseert. Medewerkers van de gemeenten en provincie zijn vrijgemaakt van hun eigen werk en vormen gezamenlijk het Werkbureau. Bij het Werkbureau zijn tevens afgevaardigden van de Vereniging Drentse Gemeenten (VDG), Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP RES) en de provincie betrokken.
Lokaal bedrijfsleven 1
Ondernemers Westerveld
De ondernemers in Westerveld zijn georganiseerd in de Ondernemerskoepel. Via deze koepel heeft de gemeente gesprekken over uiteenlopende onderwerpen. Al veel ondernemers hebben en nemen een maatschappelijke verantwoordelijkheid en dragen bij aan de transitie naar een meer duurzaam ingerichte samenleving. Op dit moment wordt ondersteuning hierbij geboden vanuit de lokale innovatie hub de Versnellingshoeve. Van hieruit stimuleert het Collectief Circulair Westerveld
2
Kennispoort en Ik ben Drents Ondernemer
Deze organisaties ondersteunen het midden- en kleinbedrijf met verschillende in de verschillende fasen van ondernemerschap. Voor de gemeente Westerveld is een contactpersoon namens beide organisaties aangewezen waardoor afstemming in de samenwerking is gefaciliteerd. Op het gebied van duurzaamheid is er ondersteuning door onder andere kennistafels, 1-op-1 advies en een voucherregeling.
53
Welzijnsorganisaties 1
Welzijn Mensenwerk
Met Welzijn Mensenwerk is er een uitvoeringovereenkomst met betrekking tot hun taken en opdrachten. Zij hebben een maatschappelijke en dienstverlenende functie in de samenleving. De organisatie heeft een breed netwerk en staat dichtbij inwoners om hen te ondersteunen waar nodig.
2
Dorpenoverleg
Dorpenoverleg is een stichting in oprichting en wil gemeentebreed de belangen behartigen van dorpen, zij hebben een paraplu functie. Zij hebben tevens een informerende functie en kunnen zaken onder de aandacht brengen. Lokaal heeft ieder dorp zijn eigen dorpsgemeenschap / dorpsbelangen organisaties.
3
Mit en Veur Mekaor (huurdersvereniging Actium)
Huurdersplatform MEVM is een platform van bewonersorganisaties, opgericht om voor de belangen van alle huurders van Actium en woningzoekenden op te komen. De MEVM bestuursleden zijn vrijwilligers en komen voor een belangrijk deel voort uit de bewonersorganisaties. Maar er is in het bestuur ook ruimte voor individuele huurders of iemand met een specifieke deskundigheid.
4
Maatschappij van Weldadigheid
De Maatschappij van Weldadigheid (opgericht in 1818) stelt alles in het werk om het materiële en immateriële gedachtengoed van Johannes van den Bosch te behouden en te ontwikkelen. Daarnaast treedt de stichting op als beheerder van gronden en onroerend goed, bestaande uit circa 1.300 hectaren grond en 59 panden, waarvan er 30 op de monumentenlijst staan. De speciaal opgerichte monumentenstichting (ANBI) stelt zich ten doel de kwaliteit van het koloniale erfgoed te behouden en duurzaam te borgen en te ontwikkelen op basis van het mentale gedachtegoed van Johannes van den Bosch.
54
BIJLAGE VII ERFGOED Delen van goede voorbeelden en initiatieven: Erfgoed en energietransitie
Erfgoed in Westerveld De gemeente Westerveld is rijk aan oudere gebouwen, waarvan een groot deel als cultuurhistorisch erfgoed is geregistreerd. Juist voor de verduurzaming van erfgoed is in onze gemeente op dit moment veel aandacht. De ervaringen die hier nu worden opgedaan, kunnen worden gebruikt bij verduurzaming van monumentale panden elders in de regio én kan worden vertaald naar oudere woningen zonder monumentale status. Kennisdeling Vanuit de ketenpartners (landelijk) is de ‘Routekaart Verduurzaming Monumenten’ opgesteld. Organisaties uit de monumentensector, van overheden tot adviesbureaus, bundelen hun activiteiten onder de noemer Routekaart Verduurzaming Monumenten. Samen werken ze aan een CO2-reductie van 40% in 2030 en 60% in 2040. De Maatschappij van Weldadigheid is al ruim 15 jaar bezig met het op innovatieve-; en onorthodoxe wijze verduurzamen van haar cultureel erfgoed. De ontwikkelingen worden gesterkt vanuit de buitengewone leerstoel Cultureel Erfgoed en Participatieve Ruimtelijke Ontwikkeling. Hierbij is het livinglab ‘Erfgoed en Energietranstitie geïnitieerd die heeft geleid tot het opstellen van het werkboek ‘verduurzaming monumenten’. Daarnaast kent de gemeente Westerveld 8 beschermde dorpsgezichten, waarvan één (FrederiksoordWilhelminaoord) sinds 2021 is toegevoegd aan de UNESCO Werelderfgoedlijst.
Binnen een beschermd gezicht spelen zaken als ruimtelijke kwaliteit een belangrijke rol. De gemeente Westerveld participeert in de landelijke klankbordgroep ‘verduurzaming beschermde gezichten’, een opdracht vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed die wordt uitgevoerd door St. Mooi Noordholland (de provinciale welstand- en erfgoedorganisatie). Stimuleren De gemeente Westerveld erkend het belang van de verduurzamingsopgave voor erfgoed. Voor de gemeentelijke monumenten heeft de gemeente geld beschikbaar voor het opstellen van een z.g. ‘DuMo’ onderzoek (Duurzaamheid Monumentenzorg) en er is éénmalig geld beschikbaar gesteld om verduurzamingswerkzaamheden uit dit onderzoek met 50%, tot een maximum van 2.500,-, te subsidiëren. Deze regeling (uitsluitend voor woonhuismonumenten en verblijfsgebouwen zonder economische bestemming) was erg succesvol, het beschikbare budget was binnen een jaar geheel op. Het strekt tot de aanbeveling om de mogelijkheid voor het in kaart brengen van de verduurzamingsopgave voor gemeentelijke monumenten via het DUMO onderzoek, te verbreden naar alle erfgoedeigenaren van woonhuismonumenten en verblijfsgebouwen zonder economische bestemming (Kerken, etc) in Westerveld, dus ook rijksmonumenten en provinciale monumenten. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Stichting Monumentenwacht Drenthe.
55
BIJLAGE VIII VERKLARENDE WOORDENLIJST Hier vindt u uitleg bij de in de Transitievisie Warmte gebruikte begrippen. Aardgasvrij In 2050 moeten alle gebouwen in de gemeente Westerveld - en de rest van Nederland -aardgasvrij zijn. Dat betekent dat er geen aardgas meer wordt gebruikt om woningen, kantoorpanden en andere gebouwen te verwarmen, te koken en om warm water te maken. In plaats van aardgas worden duurzame warmteoplossingen geïmplementeerd om toch comfortabele warme gebouwen te hebben, warm te kunnen douchen en om te kunnen koken. Bijvoorbeeld een warmtepomp of een warmtenet. Aardgasvrij-gereed Om alle gebouwen aardgasvrij te laten zijn in 2050, zijn meerdere stappen nodig. Direct op korte termijn van het aardgas afgaan is vaak te duur en ook zijn niet alle alternatieven overal al beschikbaar. Om de tijd tussen nu en 2050 goed te benutten, kunnen we echter al wel stappen zetten. Bijvoorbeeld door de gebouwen te isoleren, het gasfornuis te vervangen door een inductiekookplaat of door zonnepanelen te plaatsen. Dat noemen we het aardgasvrij-gereed maken van de gebouwen: er voor zorgen dat de uiteindelijke afkoppeling van het aardgas in de toekomst makkelijk(er) verloopt. Aardwarmte Aardwarmte (ook wel geothermie genoemd) is warmte die uit de diepe ondergrond (dieper dan 500 meter) wordt gehaald.
De temperatuur zo diep onder de grond is hoger, omdat het binnen in de aarde heel erg heet is. Aardwarmte wordt met een warmtenet naar woningen gebracht. Er bestaat zowel diepe als ondiepe aardwarmte. Vaak moet de warmte uit ondiepe geothermie nog opgewaardeerd worden voordat het gebruikt kan worden voor verwarming van huizen. Afgiftetemperatuur Bij collectieve oplossingen (warmtenetten) wordt er via een leidingennetwerk met warm water warmte geleverd aan de aangesloten gebouwen. Dat warme water wordt verwarmd door een warmtebron (zie voor meer informatie hierover ook de term warmtenet). De temperatuur die door dit warme water wordt geleverd – de afgiftetemperatuur – verschilt naargelang de warmtebron. De temperatuur van het warme water kan echter verschillen. Vaak wordt er onderscheid gemaakt tussen lage-, midden- en hogetemperatuur warmte. Daarnaast is er ook nog een zogeheten bronnet: • Een bronnet levert warmte met een temperatuur tussen de 10°C en de 30°C. • Lagetemperatuur (LT) warmte heeft een temperatuur tussen de 30°C en de 55°C. • Middentemperatuur (MT) warmte heeft een temperatuur tussen de 55°C en de 75°C. • Hogetemperatuur (HT) warmte heeft een temperatuur van 75°C of hoger. Warmtenetten op basis van midden- of hogetemperatuur warmtebronnen hebben geen aanvullende warmtepompen nodig. Wel kan – zeker bij middentemperatuur – aanvullende isolatie nodig zijn.
Bij warmtenetten op basis van lagetemperatuur is een aanvullende (buurt)warmtepomp nodig om de woning of het gebouw comfortabel te kunnen verwarmen. All-electric Een warmteoplossing die alleen gebruik maakt van elektriciteit. Er is bij een all-electric warmteoplossing geen gebruik van het gasnet of een warmtenet. Voorbeelden van een all-electric warmteoplossing zijn: • Warmtepomp (lucht-lucht, lucht-water, bodem-water); • Elektrische kachel; • Infraroodpanelen. 56
Spijtvrije maatregelen Spijtvrije maatregelen zijn maatregelen die in principe altijd lonen. Ze dragen bij aan het duurzaam verminderen van het energie- en/of het aardgasverbruik en zorgen daardoor voor een lagere energiebehoefte. Altijd-doenmaatregelen zijn altijd zinvol, ongeacht de uiteindelijke warmte-oplossing. Voorbeelden zijn isolatie, dichten van kieren en gaten en het vervangen van het gasfornuis door een inductiekookplaat. Dit zijn maatregelen die goed terug te verdienen zijn. Omdat het vervangen van de cv-ketel door een duurzame warmteoplossing over het algemeen pas de laatste stap is in de verduurzaming van een gebouw, is het aan te raden de altijd-doenmaatregelen uit te voeren wanneer daarvoor een juist moment is. Aquathermie Aquathermie is de verzamelterm voor duurzaam verwarmen (en, wanneer er gebruik wordt gemaakt van WKO, koelen) met de thermische energie uit water. Aquathermie is één van de alternatieven voor duurzaam verwarmen die is genoemd in het Klimaatakkoord. Er zijn meerdere vormen van aquathermie: • Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO); • Thermische energie uit afvalwater, ook wel riothermie genoemd (TEA); • Thermische energie uit drinkwater (TED). Biogas Een gas dat ontstaat bij de vergisting van biomassa (bijvoorbeeld mest, gft-afval, reststromen uit de landbouw) en dat gebruikt kan worden als alternatief voor aardgas.
Groengas is een tot aardgaskwaliteit opgewerkte vorm van biogas, die ook door het reguliere aardgasnet getransporteerd mag worden. Biomassa Biomassa bestaat uit organisch, natuurlijk materiaal (hout, snoeiafval, gft-afval, zuiveringsslib, afval uit de voedingsindustrie, mest etc.). Dit materiaal bevat energie. Door biomassa te verbranden of te vergisten kan energie wordt opgewekt. Niet alle energie uit biomassa wordt als duurzaam beschouwd, dat ligt aan de herkomst van de biomassa. Coalitieakkoord / collegeprogramma Een akkoord dat wordt gesloten door een meerderheid van de partijen in de gemeenteraad. Op basis van dit akkoord, waarin uiteenlopende afspraken en doelstellingen worden opgeschreven voor het beleid voor de komende jaren in de gemeente, stellen deze partijen de leden van het College van B&W aan. CO2-neutraal Een woning, gebouw, gebied of activiteit is CO2-neutraal als de CO2-uitstoot op jaarbasis netto nul is. Over een jaar gezien wordt er minstens evenveel CO2 opgenomen als uitgestoten. Dat kan ook door compensatie plaatsvinden. Duurzame energie Energie die wordt opgewekt uit natuurlijke, herbruikbare bronnen. Voorbeelden daarvan zijn zon, wind, bodem en water. Biomassa wordt afhankelijk van de herkomst ook als duurzame energiebron gezien. Duurzame warmteoplossingen Manieren om gebouwen op een duurzame manier te verwarmen.
Daarmee worden warmtebronnen bedoeld die (netto) geen CO2 uitstoten. Voorbeelden zijn aquathermie, hernieuwbare gassen (groengas, waterstof) en duurzame elektriciteit om all-electricoplossingen mee te laten functioneren.
57
Duurzaamheid, duurzame ontwikkeling: Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de levensbehoeften van de huidige generatie, zonder die van de toekomstige generaties tekort te doen. Energielabel Een energielabel is een gestandaardiseerde indicatie van de energiezuinigheid van een gebouw. In Nederland gaan de energielabels van A (meest energiezuinig) tot G (minst energiezuinig). Voor deze Transitievisie Warmte is uitgegaan van energielabels bepaald volgens de norm NEN 7120, de methode die tot 1-1-2021 werd gebruikt. Dat is omdat de analyse gebruik maakt van openbare data, die voor gegevens van na 2019 nog niet beschikbaar zijn. Sinds 2021 worden de energielabels bepaald volgens de methode NTA8800. Meer hierover leest u op de website van RVO, te bereiken via www.rvo.nl/onderwerpen/ duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/bestaande-bouw/energielabel-woningen. Energieketen Als we het hebben over de energieketen bedoelen we het gehele proces van opwekken tot verbruiken van energie. Bij warmte gaat het dan bijvoorbeeld over de elektriciteit die nodig is voor de warmtepomp, het proces in de warmtepomp waarbij van elektriciteit warmte wordt gemaakt, het gebruiken van de warmte in het gebouw en de bijbehorende energieverliezen. Om zo duurzaam mogelijk warmte te produceren, moet alles in de energieketen zo duurzaam mogelijk plaatsvinden.
Energieneutraal Een woning, gebouw, gebied of activiteit is energieneutraal als het energieverbruik op jaarbasis netto nul is. Over een jaar gezien wordt er evenveel energie opgewekt als verbruikt. Daarbij kan ook het energieverbruik van het (bouw)materiaal worden meegenomen. Energietransitie De omschakeling van gebruik van fossiele energiebronnen (zoals aardgas en aardolie), naar duurzame energiebronnen en -middelen, zoals zonne-energie, windenergie, geothermie, warmtepompen, etcetera. Fossiele energie(bronnen), fossiele brandstoffen Energie of energiebronnen die afkomstig zijn van fossiele, niet-hernieuwbare bronnen. Voorbeelden zijn aardolie, aardgas, steenkolen, benzine en diesel. Deze energie draagt bij aan de CO2-uitstoot die we willen terugbrengen. Gemeenteraad De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan binnen een gemeente en bestaat uit een aantal gekozen volksvertegenwoordigers (afhankelijk van de grootte van een gemeente). Deze worden iedere vier jaar door de inwoners van de gemeente gekozen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Geothermie Geothermie (ook wel aardwarmte genoemd) is warmte die uit de diepe ondergrond (dieper dan 500 meter) wordt gehaald. De temperatuur is zo diep onder de grond hoger omdat het binnen in de aarde heel erg heet is. Geothermie wordt met een warmtenet naar woningen gebracht. Er bestaat zowel diepe als ondiepe geothermie.
Vaak moet de warmte uit ondiepe geothermie nog opgewaardeerd worden voordat het gebruikt kan worden voor verwarming van huizen.