Transitievisie Warmte
Tekst van het document
GEMEENTE WESTERVELD
TRANSITIEVISIE WARMTE
Gemeente Westerveld, augustus 2022
Voorwoord Hoe verwarmt u uw huis? In de meeste huishoudens is aardgas een bijna vanzelfsprekende keuze om het huis mee te verwarmen en om mee te koken. Daar komt echter de komende 30 jaar verandering in. In 2050 gebruiken we geen aardgas meer. We gaan niet in één keer van het aardgas af, maar geleidelijk en in stappen die passen bij de levensloop van uw woning. Besparen van energie is vanaf gisteren al zinvol voor het milieu en uw portemonnee. Ook de gemeente Westerveld levert een bijdrage aan een beter milieu. Om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan, moeten we de uitstoot van broeikasgassen drastisch verminderen. We dragen onze steen bij met duidelijke doelstellingen en beleid. Onderdeel van de energietransitie is het verduurzamen en aardgasvrij maken van alle gebouwen. Het gaat hierbij ook om uw huis. We hebben er en krijgen er allemaal mee te maken. Aardgasvrij wonen en werken is niet alleen een technisch vraagstuk. Het is vooral een maatschappelijke opgave, die achter elke voordeur komt. Ook dus achter uw voordeur. Omdat we als gemeente de regie voeren op aardgasvrij wonen en werken, hebben we deze Transitievisie Warmte opgesteld. Deze visie kwam tot stand in samenwerking met inwoners, woningcorporaties, lokale energiecoöperaties, ondernemers, belangenorganisaties. Met de uitvoering van de visie hebben we deze partners ook weer hard nodig.
Onze uitgangspunten zijn duidelijk: draagvlak, duurzaam besparen en lokaal en betaalbaar. In deze visie leest u hoe we dat willen gaan realiseren. Voor mij is het allerbelangrijkste dat we ons allemaal verantwoordelijk voelen voor deze warmtetransitie, dat we samen op zoek gaan naar de juiste oplossingen waarbij maatwerk voorop staat. Samen gaan we een langdurig traject aan, met vallen en opstaan. Namens het College van Burgemeester en Wethouders, Wethouder Henk Doeven
2
Inhoudsopgave Samenvatting
2
Inleiding op de Transitievisie Warmte Westerveld Aanleiding en doel: waarom deze Transitievisie Warmte? Wat staat er in deze Transitievisie Warmte? Hoe past deze Transitievisie Warmte binnen ons beleid? Leeswijzer
7 8 8 8 10
Samenwerken aan de Transitievisie Warmte
11
Het proces naar deze Transitievisie Warmte Ambitiedocument: Participatie en communicatie tijdens het proces Samenwerken in de komende jaren
11 12 14
Onze visie op de warmtetransitie: energiebesparing als uitgangspunt
15
De uitgangspunten van de gemeente Westerveld
15
De alternatieven voor aardgas
18
De opgave voor onze gemeente Duurzame oplossingen uitgelegd De duurzame warmte-alternatieven voor de gemeente Westerveld De energiebesparingspotentie in de gemeente Westerveld
18 19 21 25
Onze strategie
26
Onze ambitie: voor 2050 aardgasvrij te wonen, werken en leven Onze strategie: een overkoepelend doel met subdoelen
26 26
Implementatie en financiën
33
Vervolg en participatie Projectorganisatie Financiën Planning
33 34 35 25
BIJLAGEN
36
Bijlage I Waarom een Transitievisie Warmte? Bijlage II Relevante planvormen voor de warmtetransitie Bijlage III Rapportage onderzoek Transitievisie Warmte gemeente Westerveld Bijlage IV Ambitiedocument gemeente Westerveld Bijlage V Energiebesparingspotentie per CBS-buurt Bijlage VI Onze partners in de warmtetransitie Bijlage VII Erfgoed Bijlage VIII Verklarende woordenlijst Bijlage IX Energie-eenheden
38 40 42 44 49 51 55 56 63
SAMENVATTING Tijdlijn
2030
2040
2050
20% CO2-REDUCTIE
ENERGIENEUTRAAL WONEN
AARDGASVRIJ
TWEEJAARLIJKSE HERZIENINGSCYCLUS TVW & PARTICIPATIE/COMMUNICATIE Ambitie Wij committeren ons aan de opgave om voor 2050 aardgasvrij te wonen, werken en leven. Tot 2030 zetten we in op besparing en het aardgasvrij-gereed maken van woningen. Alle acties die uit de Transitievisie Warmte voortvloeien, komen voort uit de drie uitgangspunten die in maart 2022 zijn vastgesteld in het Ambitiedocument Transitievisie Warmte: • Duidelijk draagvlak • Duurzaam besparen • Betaalbaar en lokaal Oplossingen in Westerveld Voor onze gemeente geldt dat voor het overgrote deel van de woningen een individuele optie het meest reële warmte-alternatief is voor aardgas. De meeste woningen staan namelijk relatief ver uit elkaar, waardoor aanleg van een collectief warmtenet per aansluiting kostbaar is en er veel warmteverlies optreedt. Daarnaast zijn er weinig warmtebronnen aanwezig om een warmtenet te voeden.
4
WAT PAST BIJ MIJN WONING? Zonneboiler Zonnepanelen
Dakisolatie lage temperatuur radiatoren
LED verlichting Hybride warmtepomp Warmtepomp
HR++(+) glas
Spouwmuurisolatie
Gevelisolatie Mechanische ventilatie
Inductiekoken
Vloerisolatie
Bouwjaar
Vloerverwarming
voor 1940 & monument*
1940 - 1975
1975 - 1992
1992 - 2000
na 2000 A
SPIJTVRIJE MAATREGELEN
• HR++(+) glas • Dakisolatie • Spouwmuur isolatie • • • • •
(indien mogelijk) Vloer- of bodemisolatie Kierdichting Zonnepanelen Inductie-koken LED verlichting
• HR++(+) glas • Dakisolatie • Spouwmuur isolatie • Vloer- of bodemisolatie • Zonnepanelen • Inductie-koken • LED verlichting
• HR++(+) glas • Dakisolatie • Na-isoleren spouw • Vloerisolatie • Vloerverwarming/lage
temperatuur radiatoren
• Zonnepanelen • Inductie-koken • LED verlichting
• Onderzoek warmte• • • • • •
verlies & na-isoleren HR++(+) glas Vloerverwarming/lage temperatuur radiatoren Zonnepanelen Inductie-koken LED verlichting Hybride warmtepomp
• HR+++ glas • Vloerverwarming/lage
temperatuur radiatoren
• Zonnepanelen • Inductie-koken • LED verlichting • Hybride warmtepomp
Rol gemeente AANVULLENDE MAATREGELEN (ALS ER GEEN WARMTENET KOMT OF OPTIONEEL) Gemeenten zijn de regisseurs van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. Een belangrijke eerste stap in de warmtetransitie van een Transitievisie beschrijft en glas HR+++bij glasons: het opstellen • HR+++ • ligt • HR+++ glas • HR+++ glasWarmte. Deze• Warmtepomp (Hybride) Warmtepomp** (Hybride) Warmtepomp** (Hybride) Warmtepomp Warmtepomp Mechanische ventilatie + • • • • • onderbouwt alternatieven er Gevelisolatie voor aardgas. Daarnaast wordt de ventilatie + warmteterugwinning • Gevelisolatiewelke realistische • Gevelisolatie • in onze gemeente zijn • Mechanische Vloerverwarming/lage Vloerverwarming/lage Zonneboiler Zonneboiler warmteterugwinning • voor de komende • jaren beschreven. De • visie wordt minimaal elke vijf jaar herzien • om in te spelen strategie temperatuur radiatoren** temperatuur radiatoren** • Zonneboiler op nieuwe ontwikkelingen, innovaties en technieken. • Zonneboiler • Zonneboiler 5
Strategie Onze strategie bestaat uit één overkoepelend doel: het behalen van 20% CO2-reductie in de gebouwde omgeving in de periode 2022-2030 ten opzichte van 2019. Om hier stappen in te zetten, zijn verschillende subdoelen gesteld, die zijn ondergebracht in twee sporen:
Basisdoel voor 2030 20% co2-reductie in de gebouwde omgeving t.o.v. 2019
Spoor 1
Individuele aanpak
Spoor 2
Samen oppakken
Stapgewijs naar aardgasvrij
Samen verduurzamen
Benutten van natuurlijke momenten
Gezamelijke dorpsvisie op verduurzaming
Gebouwgerichte aanpak
Ruimte voor buurtinitiatieven
Vervolg De komende twee jaar (2023 en 2024) staan voor een groot gedeelte in het teken van het uitwerken van de visie tot uitvoeringsgerichte acties: het uitvoeringsprogramma. Hierin wordt per spoor en subdoel verder uitgewerkt hoe we dit gaan uitvoeren. Het uitvoeringsprogramma zullen wij ter vaststelling naar de gemeenteraad zenden. Het ontwikkelen van een uitvoeringsprogramma zal echter niet eenmalig gebeuren; de warmtetransitie neemt naar verwachting tot minstens 2050 in beslag, waarbij continu nieuwe inzichten zullen ontstaan. Dit zal van ons vragen om het uitvoeringsprogramma elke twee jaar te vernieuwen.
Iedereen kan meedoen
Begrippen We proberen het gebruik van technische termen in deze Transitievisie Warmte zoveel mogelijk te vermijden. Het is echter niet altijd mogelijk om vaktermen te vermijden. Van veel begrippen kunt u een toelichting terugvinden in bijlage VIII: Verklarende woordenlijst. Een begrip dat centraal staat in de Transitievisie Warmte en daarom van tevoren goed uitgelegd moet worden, is aardgasvrij. In 2050 moeten alle gebouwen in de gemeente Westerveld - en de rest van Nederland -aardgasvrij zijn. Dat betekent dat er geen aardgas meer wordt gebruikt om woningen, kantoorpanden en andere gebouwen te verwarmen, te koken en om warm water te maken. In plaats van aardgas worden duurzame warmteoplossingen geïmplementeerd om toch comfortabele warme gebouwen te hebben, warm te kunnen douchen en om te kunnen koken. Bijvoorbeeld een warmtepomp, een hybride warmtepomp met groengas of een warmtenet. We nemen tot 2050 de tijd om aardgasvrij te worden.
6
6
1 INLEIDING OP DE TRANSITIEVISIE WARMTE WESTERVELD 1.1 Aanleiding en doel: waarom deze Transitievisie Warmte? Aanleiding: bijdragen aan klimaatdoel van 49% minder CO2-uitstoot in 2030 en 95% minder in 2050 Wij willen als gemeente onze bijdrage leveren aan de energietransitie en het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen om de opwarming van de aarde zo veel mogelijk tegen te gaan. Deze Transitievisie Warmte beschrijft hoe we in Westerveld samen met andere overheden, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven het aardgasverbruik om gebouwen te verwarmen de komende decennia willen terugbrengen. Waarom? Omdat we onze gemeente goed willen achterlaten voor toekomstige generaties en dit nodig is om aan de klimaatdoelen te voldoen: 49% minder CO2-uitstoot (koolstofdioxide) in 2030 en 95% minder CO2uitstoot in 2050 ten opzichte van 1990. De warmtetransitie is niet van vandaag op morgen uitgevoerd; het kost tijd en geld om alle gebouwen te verduurzamen en van het aardgas af te halen. Maar om de klimaatverandering en de nadelige gevolgen van de gaswinning te beperken is nu actie nodig. MEER LEZEN?
Waarom een Transitievisie Warmte? Relevante planvormen voor de warmtetransitie
Bijlage I Bijlage II
Doel: handvatten geven aan onze gebouweigenaren De gebouwde omgeving (verwarmen van gebouwen) is één van de vijf sectoren uit het Klimaatakkoord. Aangezien de opgave voor de gebouwde omgeving complex is, geldt voor 2030 voor de gebouwde omgeving de doelstelling om 20% van alle gebouwen en woningen in Nederland aardgasvrij te maken. In 2050 moeten alle gebouwen en woningen aardgasvrij zijn. Met de Transitievisie Warmte willen we alle gebouweigenaren in onze gemeente handvatten geven om hun gebouwen op een (kosten)effectieve manier te verduurzamen, zodat alle gebouwen aardgasvrij zijn in 2050. Wij zien de warmtetransitie niet alleen als een technisch vraagstuk. Het is vooral een maatschappelijke opgave, die achter elke voordeur komt. Met deze Transitievisie Warmte bieden we handelingsperspectief.
Warmtetransitie? Een aanzienlijk deel van de CO2-uitstoot (nationaal circa 20%) wordt veroorzaakt door het gebruik van aardgas om gebouwen te verwarmen, warm te douchen en te koken. Daarom is het doel dat we de komende jaren (voor 2050) het aardgasverbruik tot een absoluut minimum beperken en we overstappen op duurzame alternatieven. Deze verandering wordt ook wel de warmtetransitie genoemd.
7
1.2 Wat staat er in deze Transitievisie Warmte? Een belangrijke eerste stap in de warmtetransitie ligt bij ons: het opstellen van een Transitievisie Warmte. Deze beschrijft en onderbouwt welke realistische alternatieven er in onze gemeente zijn voor aardgas. Daarnaast wordt de strategie voor de komende jaren beschreven. De visie wordt minimaal elke vijf jaar herzien om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, innovaties en technieken. Deze Transitievisie Warmte beschrijft en onderbouwt: • De huidige situatie: waar we nu staan. • De realistische alternatieven: welke realistische alternatieven er in Westerveld zijn voor aardgas. • Onze visie op de warmtetransitie en de samenwerking hierin: hoe wij naar de warmtetransitie kijken, welke uitgangspunten we hanteren en hoe we verder willen samenwerken aan de uitvoering met partners en onze inwoners. • Onze strategie richting 2030: de eerste acties richting aardgasvrije woningen en gebouwen in onze gemeente. Onderdeel daarvan is een tijdlijn richting 2030 waarop inzichtelijk wordt gemaakt welke stappen er de komende jaren worden gezet richting het terugdringen van het aardgasverbruik. De Transitievisie Warmte geeft richting in de aanpak.
1.3 Hoe past deze Transitievisie Warmte binnen ons beleid? Regierol gemeente warmtetransitie via het Klimaatakkoord: in planvorming en uitvoering Gemeenten zijn de regisseurs van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. Via het Klimaatakkoord heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) deze regierol gevraagd en ook toegewezen gekregen. Een van de taken die de gemeenten hebben, is het opstellen van een Transitievisie Warmte. Van het Rijk hebben we de kaders meegekregen om na vaststelling van de Transitievisie Warmte stapsgewijs de uitvoering
8
vorm te geven. Bij voorkeur doen we dit in nauwe samenwerking met partners (bijv. netbeheerders, woningcorporaties en lokale energiecoöperaties) en onze inwoners. Het invullen van de regierol is maatwerk en afhankelijk van de vraag van onze inwoners, ondernemers, en onze partners (zoals de netbeheerders, woningcorporaties, lokale energiecoöperaties). Beleidsnota Samenwerken aan Duurzaamheid: focus op energiebesparing en participatie In 2020 hebben we de beleidsnota Samenwerken aan Duurzaamheid vastgesteld. Daarin is vastgelegd dat we als gemeente streven naar een CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van 1990 en 95% CO2-reductie in 2050 ten opzichte van 1990. Voor de eigen bedrijfsvoering zijn wij ambitieuzer en gaan we voor een reductie van 75% van de CO2-uitstoot in 2030. In deze beleidsnota zijn drie uitgangspunten opgenomen: ‘Participatie’, ‘Landschappelijke inpassing’ en ‘Eigen organisatie als voorbeeld’. Deze uitgangspunten zijn de rode draad bij alle duurzaamheidsthema’s. De Transitievisie Warmte is geplaatst onder het thema Energiebesparing. Het uitgangspunt is daarbij participatie, omdat woningeigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het nemen van maatregelen. Onze inzet is daarom voornamelijk gericht op het stimuleren van inwoners en buurten voor het nemen van energiebesparende maatregelen.
De Transitievisie Warmte als programma onder de Omgevingswet Naar verwachting treedt op 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt een brede selectie aan wet- en regelgeving rondom de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet heeft twee instrumenten die voor de Transitievisie Warmte relevant zijn: de omgevingsvisie en het omgevingsprogramma.
Omgevingsvisie In deze integrale ruimtelijke visie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn vast. De omgevingsvisie van de gemeente is begin 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. In de Transitievisie Warmte wordt naast een beeld van de mogelijke alternatieven voor aardgas ook een doorkijk gegeven voor de periode daarna. Deze visie-elementen worden (meteen of te zijner tijd) opgenomen in de integrale gemeentelijke omgevingsvisie. Omgevingsprogramma Omdat deze eerste versie van de Transitievisie Warmte een visiedocument is zonder concreet beleid en maatregelen, ligt het niet voor de hand om deze versie als omgevingsprogramma vast te stellen. Het is echter de bedoeling de Transitievisie Warmte iedere vijf jaar te actualiseren en daarmee verder te concretiseren. Daarmee wordt de Transitievisie Warmte vertaald naar concreet beleid, dat wordt uitgevoerd met instrumenten. Daarom zal op termijn de Transitievisie Warmte als een omgevingsprogramma kunnen gaan gelden, waarin beleid en maatregelen worden opgenomen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving en voldoet aan de regels over bijvoorbeeld milieueffectrapportage.
9
Veranderende wettelijke kaders rondom de warmtetransitie De ontwikkelingen rondom de warmtetransitie gaan snel in Nederland. Daarom is er behoefte aan nieuwe wettelijke kaders om al deze ontwikkelingen goed te stroomlijnen. Naast de hierboven genoemde Omgevingswet zijn de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en de Warmtewet van specifiek belang. Deze drie wettelijke kaders worden momenteel nader vormgegeven en treden naar verwachting gedurende de komende jaren in werking. Wij zullen de ontwikkeling en voortgang van deze wetten nauwgezet volgen. Wanneer er meer bekend is over deze wetten en hun impact op de Transitievisie Warmte, informeren we de betrokkenen hierover en spelen daar waar mogelijk op in.
Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie De Rijksoverheid ontwikkelt momenteel de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie om gemeenten wettelijke bevoegdheden te geven rondom de warmtetransitie. Hierin zullen onder meer kaders worden opgenomen ten aanzien van de uitvoeringsplannen en de mogelijkheden tot het aanwijzen van buurten om aardgasvrij te worden. Deze wet is momenteel onder consultatie. Warmtewet De Rijksoverheid werkt aan een nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening (Warmtewet). Deze vernieuwde Warmtewet noemen we ook wel Warmtewet 2.0. Deze is bedoeld om de aanleg en het gebruik van warmtenetten in de gebouwde omgeving te regelen, waarbij ook aandacht is voor de rol van de gemeente. De invoering van deze wet was beoogd op 1 januari 2022, maar het is op dit moment onzeker of en op welke manier de wet ingevoerd gaat worden.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is het proces weergegeven dat is doorlopen om tot deze Transitievisie Warmte te komen. Vervolgens staat in hoofdstuk 3 een overzicht van de maatschappelijke verwachtingen en de vertaling naar bestuurlijke uitgangspunten die de gemeente Westerveld heeft opgesteld rondom de Warmtetransitie. De alternatieven voor aardgas staan beschreven in hoofdstuk 4. Tot slot is in hoofdstuk 5 aangegeven hoe de gemeente Westerveld de komende jaren invulling geeft aan de regierol in de warmtetransitie. 10
2 SAMENWERKEN AAN DE TRANSITIEVISIE WARMTE Hoe we de transitie naar aardgasvrij wonen, werken en leven vormgeven kan niet door ons alleen worden bedacht. Deze visie is met zorgvuldigheid, in samenspraak met onze partners, de inwoners van Westerveld en de gemeenteraad tot stand gekomen. In dit hoofdstuk staat meer over de drie fases die we hebben doorlopen, welke vorm van participatie we hierbij hebben toegepast en met welke partners we samenwerken.
2.1 Het proces naar deze Transitievisie Warmte FASE I ANALYSE
FASE II UITWERKING
FASE III VASTSTELLING
We onderzochten voor iedere buurt en ieder dorp de kansrijke warmteoplossingen en stelden uitgangspunten op. Bewoners, lokale stakeholders en anderen konden hierover meedenken.
De oplossingen toetsten we met stakeholders. Vervolgens hebben we concrete, meetbare doelen geformuleerd. Die bespraken we met het College van B&W en de gemeenteraad. Daarna legden we alles vast in een concept-Transitievisie Warmte.
We informeerden stakeholders, inwoners en andere gebouw-eigenaren over de Transitievisie Warmte. Daarna namen het College van B&W en de gemeenteraad er een besluit over.
mei 2021 – oktober 2021
november 2021 – mei 2022
juni 2022 – oktober 2022
COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE FASE I: ANALYSE In fase 1 hebben we keuzes gemaakt die zijn opgenomen in het Ambitiedocument, vervolgens is een technisch-economische analyse uitgevoerd: • Ambitiedocument. Dit document bevat keuzes, over wat wij willen uitdragen met de Transitievisie Warmte. De input van zowel de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, lokale partijen en inwoners zijn verwerkt in de verschillende uitgangspunten in dit document. • Technisch-economische analyse. De eerste stap was het in kaart brengen van alle kennis die al bekend was bij ons en onze partners. Hierdoor kon er voor elke buurt en dorp de meest kansrijke warmteoplossing worden bepaald. Hierbij is geanalyseerd welke oplossing zowel technisch haalbaar als ook economisch rendabel is. Dit is opgenomen in de technisch-economische analyse. MEER LEZEN?
Ambitiedocument Onze partners
Bijlage IV Bijlage VI
FASE II: UITWERKING In een aantal werksessies met onze partners zijn de uitkomsten van de Technisch-economische analyse getoetst. Met behulp van de Technisch-economische analyse en het Ambitiedocument hebben wij concrete, meetbare doelen en onze strategie opgesteld. MEER LEZEN?
Strategie
Hoofdstuk 5 11
FASE III: VASTSTELLING De concept Transitievisie Warmte is wederom getoetst bij de partners. Ook zijn inwoners, die aangaven betrokken te willen blijven bij de Transitievisie Warmte, geïnformeerd. Uiteindelijke vaststelling vond plaats door zowel het college als de gemeenteraad.
2.2 Ambitiedocument: Participatie en communicatie tijdens het proces Participatie met inwoners en ondernemers: enquête Eind 2021 zijn alle inwoners en ondernemers doormiddel van een brief geïnformeerd over de ontwikkeling van de Transitievisie Warmte. Daarin zijn zij van harte uitgenodigd een enquête in te vullen. 650 inwoners hebben de enquête ingevuld. De enquête had als doel: • Om inzicht te krijgen in de wensen en zorgen rond het aardgasvrij maken van de woning. De opgehaalde informatie hebben we opgenomen in het Ambitiedocument. • Het in beeld brengen van de mate waarop inwoners, ondernemers en eigenaren van vakantiewoningen in onze gemeente betrokken willen zijn bij de warmtetransitie en mogelijke gebiedsaanpakken. Daarbij waren wij benieuwd welke rol zij van ons willen zien. De groep die heeft aangegeven concreet mee te willen denken, geven we hier graag de ruimte voor. MEER LEZEN?
Rapportage onderzoek Transitievisie Warmte
WILT U ZELF BETROKKEN WORDEN BIJ DE TRANSITIEVISIE WARMTE? (N=652)
Bijlage III
OP WELKE MANIER WILT U BETROKKEN WORDEN? (N=202)
Meebeslissen
27%
Meedenken om oplossingen te realiseren (coproductie)
31%
42%
Adviseren 69%
16%
Geraadpleegd worden
34%
Geïnformeerd worden Nee
Ja
74%
0%
20%
40%
60%
80%
Focusgroep met lokale partners Voor de ontwikkeling van de Transitievisie Warmte zijn de vertegenwoordigers van lokale energieinitiatieven, belangenorganisaties en inwonersvertegenwoordigers gevraagd deel te nemen -naast verschillende voorgesprekken- in een focusgroepbijeenkomst. De input is integraal opgenomen in het Ambitiedocument en heeft ook mede de strategie vormgegeven. Tijdens deze bijeenkomst zijn de volgende onderwerpen aan bod gekomen: 1 De mate waarin het onderwerp ‘warmtetransitie’ leeft; 2 De verwachtingen en zorgen van de lokale partners rondom de warmtetransitie; 3 Kansen waar de gemeente Westerveld op kan inspelen; 12
4 Mogelijkheden voor het betrekken van inwoners en ondernemers bij de warmtetransitie; 5 De rol die de eigen organisatie kan of wil spelen; 6 Inventarisatie van wat lokale partners nodig hebben om die rol te kunnen spelen. Hieronder staan de lokale partners die hebben meegedacht tijdens de focusgroepbijeenkomst: • Energiecoöperatie Westerveld (ECW); • Dorpsgemeenschap Wapserveen, werkgroep Besparen met Energie; • Mit En Veur Mekoar (huurdersvereniging Actium); • Natuur- en Milieufederatie Drenthe.
Mit En Veur Mekoar
Energiecoöperatie Westerveld:
‘De doelstelling van de Energiecoöperatie Westerveld is een haalbare en betaalbare energietransitie voor de bewoners van Westerveld. Daarvoor wordt het gasnet ingezet om groen gas aan woningen/gebouwen te leveren zodat hybride verwarming in combinatie met een betaalbaar niveau van isolatie mogelijk wordt. De ECW is promotor van groen gas opwekking in de regio en draagt met energieen warmte scans bij aan woningverduurzaming. De transitie is volop in gang. De uitgangspunten staan met elkaar in verband. Ze zijn allen van belang en bewegen met elkaar mee.’
(huurdersvereniging Actium): ’De transitie moet betaalbaar zijn. Ook voor de huurder. De eindgebruiker mag meebetalen vanuit de opbrengsten van de besparing. Hier moet aandacht voor zijn.’
Besparen Met Energie (Wapserveen):
‘Besparen met energie Wapserveen heeft als ambitie om voor 2030 energie neutraal te zijn. Uitgangspunt dat als belangrijkste wordt geacht: Duurzaamheid. Verduurzamen staat centraal. Vanuit inwoners is besparen een belangrijke stap. Dit zeker meenemen ook om draagvlak te creëren. Het opwekken van elektriciteit is ook belangrijk. Dit is een universeel medium die je op verschillende manieren kunt inzetten’
Technisch-economische analyse met partners Een aantal partners (zoals netbeheerders Enexis en RENDO en woningcorporatie Actium) hebben specialistische kennis als het gaat om de warmtetransitie. Zij hebben een belangrijke rol in de uitvoering van de warmtetransitie. Hun kennis is, samen met de kennis vanuit de gemeentelijke organisatie, gebruikt bij het opstellen van de technisch-economische analyse. Hieronder staan de partners die hebben bijgedragen aan de Transitievisie Warmte: • Enexis Netbeheer; • RENDO (inclusief N-TRA); • Woningcorporatie Actium; • Waterschap Drents-Overijsselse Delta.
13
2.3 Samenwerken in de komende jaren Samenwerken is vanwege het grote aantal betrokkenen en de complexiteit essentieel in de warmtetransitie. Daarom is goede onderlinge afstemming nodig én een communicatiestrategie die aansluit bij de verschillende partners. Hierin hebben wij de rol van regisseur.
MEER LEZEN?
Onze partners
Bijlage VI
14
3 ONZE VISIE OP DE WARMTETRANSITIE: ENERGIEBESPARING ALS UITGANGSPUNT Wij zien de warmtetransitie niet alleen als een technisch vraagstuk. Het is vooral ook een maatschappelijke opgave die achter elke voordeur komt. De beleidsmatige keuzes die zijn gemaakt in deze Transitievisie Warmte zijn gebaseerd op onze ambitie en uitgangspunten. Deze zijn in samenspraak met bestuur, inwoners en de betrokken partijen vastgesteld in een Ambitiedocument. In dit hoofdstuk kunt u meer lezen over onze uitgangspunten. Per uitgangspunt staat aangegeven wat dit betekent voor onze rol en wat wij daarin van u verwachten. MEER LEZEN?
Ambitiedocument
Bijlage IV
3.1 De uitgangspunten van de gemeente Westerveld In Westerveld committeren wij ons aan de opgave om voor 2050 aardgasvrij te wonen, werken en leven. Tot 2030 zetten we in op besparing en het aardgasvrij-gereed maken van woningen. Hiermee gaan wij gelijk aan de slag. De warmtetransitie is een complexe opgave. De tijd die hiervoor beschikbaar is, willen wij optimaal benutten. Daarvoor hebben we een drietal uitgangspunten bepaald:
Duidelijk draagvlak Duurzaam besparen Betaalbaar & lokaal
Duidelijk draagvlak Met duidelijk draagvlak wordt bedoeld dat wij groot belang hechten aan het draagvlak van onze inwoners voor de gemaakte plannen. Hierbij is het van belang om in de plannen ook duidelijk te zijn over de te verwachten ontwikkelingen. Dit maakt heldere communicatie mogelijk en geeft inwoners de gelegenheid om mee te doen.
15
Wat kunt u verwachten van de gemeente
Wat verwachten we van u?
Duidelijk draagvlak is alleen mogelijk door actieve inzet van de gemeente. Dat doen we door duidelijkheid te geven over de plannen; we beschrijven onze plannen helder en we geven daarbij ook aan wat een mogelijke rol kan zijn voor inwoners, ondernemers en andere partners. Dit betekent dat wij als gemeente een eerlijk verhaal uitdragen. Dat verhaal is wellicht niet altijd leuk, maar wel nodig. Met een eerlijk verhaal gunnen we mensen de kans om mee te doen.
Inwoners worden uitgenodigd om mede-eigenaar te worden van de warmtetransitie. Door zelf aan de slag te gaan in het eigen huis en de eigen buurt, worden koppelkansen benut. Met duidelijk draagvlak is het mogelijk om op basis van wederkerigheid te werken. Immers: de inwoner heeft zelf het beste inzicht in de verbeteringen die nodig zijn in de leefomgeving. Door duidelijke kaders vanuit de gemeente is er een optimale samenwerking met inwoners mogelijk.
Draagvlak kan niet afgedwongen worden. De gemeente gaat daarom aan de slag daar waar de wens is om woningen, gebouwen aardgasvrij-gereed te maken. Van onderop meebewegen met hen die ambitie hebben. De gemeente kan waar nodig faciliteren en optreden als verbinder. Door mensen met elkaar in contact te brengen kunnen kleine ideeën concreet worden en goede initiatieven een inspiratie blijken.
Daarnaast is een duidelijke richting van de gemeente ook van belang voor al onze partners Door duidelijke kaders te geven met de Transitievisie Warmte is het mogelijkheid voor partners om mee te doen.
Duurzaam besparen De Transitievisie Warmte wordt opgesteld om de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Hoewel dit een belangrijke uitkomst is, geeft dit ook de mogelijkheid om dit op een duurzame manier te doen. Besparen is de eerste stap om een woning of kantoor aardgasvrij te kunnen maken. Daarmee kan eenieder al gelijk aan de slag. Door steeds meer in te zetten op besparingen, zijn diverse duurzame alternatieven voor warmte realistisch. Al met al zal daarmee de warmtetransitie behapbaar worden en leiden tot minder uitstoot van broeikasgassen.
Wat kunt u verwachten van de gemeente
Wat verwachten we van u?
In het duurzaamheidsdocument Samenwerken aan Duurzaamheid is al aangegeven hoe inwoners ondersteund kunnen worden bij het verduurzamen van de woning. Energiebesparing staat daarbij voorop: de spijtvrije maatregelen (zie ook paragraaf 5.5). Door de inzet van energiecoaches en de gang naar het Drents Energieloket krijgt zowel de huurder als de woningeigenaar inzicht in de te nemen stappen bij het verduurzamen van de woning. De Duurzaamheidsbon is al een aantal jaren een goede stimulans gebleken voor het nemen van besparingsmaatregelen. Door het ontsluiten van informatie, gericht op de verschillende woningtypes, krijgen inwoners handelingsperspectief
Met het handelingsperspectief dat wordt geboden krijgen inwoners de mogelijkheid om slim te investeren in de eigen isolatie. Door het ontsluiten van de verschillende netwerken en inzet van energiecoaches kunnen inwoners ook in collectieven aan de slag.
16
Betaalbaar en lokaal De overstap naar aardgasvrij wonen moet betaalbaar zijn. In het Nationale Klimaatakkoord is woonlastenneutraliteit opgenomen. Op dit moment lijkt dit alleen in een beperkt aantal situaties mogelijk. Woonlastenneutraal is op grote schaal alleen mogelijk onder voorwaarde van subsidies. Bij betaalbaarheid van de warmtetransitie wordt uitgegaan van de laagste maatschappelijke kosten. Hierbij staat het totaal aantal kosten centraal: zowel die voor de eindgebruiker als voor het aanpassen van de netinfrastructuur als de kosten voor exploitatie en gebruik. Aangezien de warmtetransitie om een investering vraagt, is het de wens om te focussen op lokale investeringen en opbrengsten. Voorwaarde hiervoor is een actieve houding van ondernemers. Het leveren van aardgas is een nutsvoorziening, en dat moet een duurzaam alternatief ook blijven. Dat betekent dat een aardgasvrije warmtevoorziening voor iedereen beschikbaar moet zijn en blijven. Het doel is om energie-armoede te voorkomen. Hierover leest u meer in hoofdstuk 4.
Wat kunt u verwachten van de gemeente
Wat verwachten we van u?
De Transitievisie Warmte vraagt om een investering in besparing. In theorie zouden de kosten van de Transitievisie Warmte moeten opwegen tegen de opbrengsten die besparing met zich meeneemt. De uitgangspunten ‘Betaalbaar en lokaal’ en ‘Duurzaam besparen’ hangen daardoor sterk met elkaar samen. Naast het bieden van handelingsperspectief voor inwoners, heeft de gemeente een aanjagende rol bij een goede samenwerking met lokale ondernemers. Lokaal is er de afgelopen jaren veel kennis en kunde opgebouwd die kan bijdragen aan de betaalbaarheid van de transitie.
Door het uitgangspunt ‘Betaalbaar en lokaal’ wordt de warmtetransitie haalbaar. Hierbij is een duidelijke rol van de gemeente nodig, die de stappen helder maakt die nodig zijn om een woning aardgasvrij-gereed te maken. Vanuit de samenleving kan dit versterkt worden door in collectieven samen te gaan en samen te werken met lokale ondernemers. Deze visie vormt de basis voor de ambitie en de daaruit volgende concrete acties die de gemeente Westerveld de komende vijf jaar zal ondernemen ten aanzien van de warmtetransitie.
17
4. DE ALTERNATIEVEN VOOR AARDGAS In het Klimaatakkoord is bepaald dat in 2050 alle gebouwen aardgasvrij dienen te worden verwarmd. In dit hoofdstuk wordt in paragraaf 4.1 aangegeven hoe groot de opgave voor onze gemeente is. Vervolgens beschrijft paragraaf 4.2 hoe beperking van het aardgasverbruik kan worden gerealiseerd. In paragraaf 4.3 wordt beschreven welke duurzame alternatieven er zijn voor aardgas. Op dorps- en buurtniveau is aangegeven wat op dit moment het meest reële warmte-alternatief is (paragraaf 4.4). Omdat beperking van de warmtevraag altijd goed en slim is, is het besparingspotentieel door isolatie van gebouwen berekend en toegelicht in paragraaf 4.5. MEER LEZEN?
De technisch-economische analyse is los van dit document vastgesteld. Deze is te vinden via de website van de gemeente Westerveld.
4.1. De opgave voor onze gemeente We staan aan het begin van de warmtetransitie. Maar dat wil niet zeggen dat we op nul beginnen. Inwoners, woningcorporaties en ondernemers zijn al bezig met het verduurzamen van hun woningen en gebouwen. Alle nieuwbouwwoningen worden inmiddels aardgasvrij gebouwd. Dat is wettelijk zo geregeld, vanaf 1 juli 2018 geldt bij het aanvragen van bouwvergunningen een aansluitverbod op aardgas. De gebouwen in de gemeente Westerveld Er staan zo’n 9.800 gebouwen in de gemeente Westerveld. Het overgrote deel daarvan – zo’n 8.600 – betreft woningen. De rest bestaat uit bedrijfsgebouwen (zoals winkels, kantoorgebouwen en agrarische gebouwen), maatschappelijke gebouwen (zoals scholen, kerken en zorgcomplexen) en nutsvoorzieningen. De gebouwen in onze gemeente verschillen sterk van elkaar. Bijvoorbeeld waar het gaat om bouwjaar en eigendomsstatus.
GEMEENTE WESTERVELD AANTAL INWONERS: 20.000
AANTAL GEBOUWEN: 9.800
Leeftijdsopbouw inwoners 0-15 15-25
25-45 45-65
65+
0%
10%
20%
30%
Gasverbruik gebouwde omgeving
19.300.000 m 3
Trend aardgasverbruik gebouwde omgeving (in miljoen m ) 3
30 28 26 24 22 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 2011
2013
2014
2015
2016
2017
2018
18% 17%
2019
2020
Typen woningen 1000
12%
9%
12% < 1945
1975 - 1992 14% 1970
21%
20%
2000
1500
2012
9%
Hoekwoning
22%
Twee-ondereen-kap Vrijstaand
5%
1993 - 2005
50%
2006 >
890
11%
10%
Nederland 9% Gemiddeld gasverbruik
Tussenwoning
10%
1946 - 1974
1370
Vrijstaand
Schillabels van gebouwen
waarvan door woningen
1300
Hoekwoning
Twee-onder-eenkap
Appartement
aardgasgebruik gebouwde omgeving (miljoenen m³)
20%
1110
% AARDGASVRIJ: 1,9%
2500
Bouwjaren van woningen
Gasverbruik per woningtype in m 3 Tussenwoning
AANTAL WONINGEN: 8.600
1270 m³
Gemiddeld elektriciteitsverbruik
2760 kWh
500
2%
Appartement 0
A
B
C
D
E
F
G Geen
Gegevens van 2020.
18
18
Energiearmoede in de gemeente Westerveld Door de sterk gestegen energiekosten is energiearmoede een steeds actueler onderwerp geworden. Huishoudens met een laag inkomen en/of een huis dat niet goed is geïsoleerd hebben te maken met flink hogere energiekosten die steeds lastiger te dragen zijn. Gebaseerd op cijfers van het CBS heeft TNO onderzoek gedaan naar aard, omvang en regionale spreiding van de energiearmoede in ons land. Volgens de definitie die TNO hanteert is er sprake van energiearmoede als huishoudens over een laag inkomen beschikken in combinatie met hoge energielasten, dan wel een woning van energetisch onvoldoende kwaliteit. Op basis van het onderzoek heeft ruim 6% van de huishoudens in onze gemeente te maken met energiearmoede, wat neerkomt op ongeveer 550 huishoudens. Vanuit de Rijksoverheid zijn middelen ter beschikking gesteld om energiearmoede aan te pakken (o.a. energietoeslag, aanpak energiearmoede kwetsbare huishoudens). Deze middelen worden ingezet om energiearmoede in de gemeente Westerveld terug te dringen.
4.2. Duurzame oplossingen uitgelegd Er zijn meerdere manieren om gebouwen aardgasvrij te verwarmen. Sommige manieren zijn gebaseerd op een warmtesysteem op gebouwniveau, dit noemen we individuele oplossingen. Andere manieren zijn gebaseerd op een collectief warmtesysteem, waarmee meerdere gebouwen op hetzelfde systeem zijn aangesloten. Van zowel individuele als collectieve oplossingen zijn er meerdere vormen. Individuele oplossingen Bij een individuele oplossing laat de woning- of gebouweigenaar op een zelfgekozen moment, zelf zijn cvketel vervangen door een duurzame warmte-oplossing. Meestal is dit een (hybride) warmtepomp. Voor een individuele, all-electric warmtepomp is minimaal schillabel1 B nodig, voor een hybride warmtepomp is label C of D voldoende. De keuze is afhankelijk van het type gebouw en de beschikbare bronnen (elektriciteit en hernieuwbaar gas). 1 Voor deze Transitievisie Warmte is uitgegaan van energielabels bepaald volgens de norm NEN 7120, de methode die tot 1-1-2021 werd gebruikt. Dat is omdat de analyse gebruik maakt van openbare data uit 2019. Sinds 2021 worden de energielabels bepaald volgens de methode NTA8800. Meer hierover leest u op de website van RVO, te bereiken via https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-enregels/bestaande-bouw/energielabel-woningen.
19
me warmteoplossing Warmtebron Duurzame warmteoplossing me warmteoplossing Warmtebron Warmtebron net
net
ric
ric
Toelichting Toelichting Toelichting Gebouwen worden aangesloten op een netwerk v
Warmtenet grond: een warmtenet. Dooraangesloten deze buizen stroom Gebouwen worden opnetwerk een netwv Er zijn twee individuele oplossingen meegenomen in deze Transitievisie Warmte. Gebouwen worden aangesloten op een Duurzame warmteoplossing Warmtebron Toelichting grond: een warmtebron warmtenet. Door warmtenet heeft een nodigdeze die buizen het wars grond: een warmtenet warmtenet. Door warmtebron deze buizen stroom heeft een nodig die he Dat kan onder andere met geothermie (aardwa Warmtenet warmtenet heeft eenonder warmtebron nodig dieeen het netw wa Gebouwen worden aangesloten op Dat kan andere met geothermie restwarmte (warmte die vrijkomt uit een(a Duurzame Warmtebron Toelichting ondergrond), Dat kan onder andere met geothermie (aardw grond: een warmtenet. Door deze buizen externe warmtebron: ondergrond), stwarmte (warmte die vrijkomt us externe warmtebron: water. Dit laatste noemen we ook welvrijkomt aquathermie. warmteoplossing geothermie, restwarmte, warmtenet heeft(warmte een warmtebron nodig dieen he ondergrond), restwarmte die uit water. Dit laatste noemen we ook wel aquathe geothermie, restwarmte, ook wel ‘stadswarmte’. externe warmtebron: Dat wel kan onder we andere geothermie (a aquathermie ook ‘stadswarmte’. water. Dit laatste noemen ook met wel aquathermie. All -electric All -electric
Hybride Hybride
aquathermie geothermie, restwarmte, ondergrond), restwarmte (warmte die vrijkomt u Gebouwen gebruiken een all-electric oplossing alleen externe warmtebron: ook welbij ‘stadswarmte’. aquathermie water. Dit laatste noemen we ook wel aquathe
geothermie, restwarmte, Gebouwen gebruiken Gebouwen bij een all-electric oploss bij eenwater. all-electric oplossing a elektriciteit voor ruimteverwarming engebruiken warm ook wel ‘stadswarmte’. aquathermie ruimteverwarming en warm water. Dit ge
ruimteverwarming en bijwarm water. Dit gebeurta Dit gebeurt meestal met eengebruiken warmtepomp. Met een Gebouwen een all-electric oplossing warmtepomp. Met een warmtepomp kan warmtepomp. Met een warmtepomp kan warmtewarm uit warm Dit gebeurt Gebouwen een all-electric oploss warmtepomp ruimteverwarming kan warmte uit bodemen ofgebruiken buitenlucht gehaald gehaald worden. Hetbijwater. elektriciteitsgebruik za gehaald worden. Het elektriciteitsgebruik zal do ruimteverwarming en warm water. Dit ge (duurzame)worden. elektriciteit warmtepomp. Met een warmtepomp kan warmte uit toenemen. Dit is een oplossing die voor nieuwe Het elektriciteitsgebruik zal door de warmtepomp (duurzame) elektriciteit toenemen. Dit is eenHet oplossing voor nieuwere en warmtepomp. Met een die warmtepomp kan woningen geschikt is. gehaald worden. elektriciteitsgebruik zalwarm do toenemen. Ditwoningen is een oplossing die voor nieuwere en/of goed gehaald is.worden. Het elektriciteitsgebruik za (duurzame) elektriciteit toenemen.geschikt Dit is een oplossing die voor nieuwere e (duurzame)geïsoleerde elektriciteit woningen geschikt is. toenemen. Dit is een oplossing die voor nieuwe woningen geschikt woningenis.geschikt is.
Gebouwen gebruiken bij een hybride oploss warmtepomp als een een zowel cv-ketel ruimteverwa Gebouwen gebruiken bij een hybride oplossing Gebouwen gebruiken bij hybridevoor oplossing zo gebouw hoeft dan niet zo goed geïsoleerd te een elektrische warmtepompals als een een cv-ketel voor warmtepomp cv-ketel voor ruimteverwarming gebruiken hybride oploss warmtepomp, maar ombij de een kosten voor elektric Gebouwen Gebouwen gebruiken bij een hybride oplossing z gebouw hoeft dan niet zo goed geïsoleerd te zijn ruimteverwarming en warm water. Het gebouw hoeft warmtepomp als een cv-ketel voor ruimteverwa minimaal label D. Wanneer het gasnetwerk nog warmtepomp als een cv-ketel voor ruimteverwarming H2 warmtepomp, maar om de voor la gebouw hoeft dankosten niet zo goed geïsoleerd te is oplossing nog nietelektriciteit helemaal duu dan niet zo goed geïsoleerd teeen zijn als bij een all-electric gebouw hoeft danhybride niet zo goed geïsoleerd te zijn warmtepomp, maar om de kosten voor elektric label D. Wanneer het gasnetwerk nog gebru gemiddeld 50% minder CO2 uitgestoten dan H2 warmtepomp, maar om de kosten voor la warmtepomp,minimaal maar om de kosten voor elektriciteit laag te elektriciteit minimaal label D. Wanneer het asnetwerk nog Uiteindelijk is het de bedoeling datduurzaam het aardg (duurzame) elektriciteit is een hybride oplossing nog niet helemaal H2 minimaal label D.
Wanneer het gasnetwerk nog gebru houden D. hybride Wanneer hetzoals gasnetwerk is een oplossing nog niet helemaal duu gaswel tot minimaal label H2 en hernieuwbaar hernieuwbaar groen gas of mogelijk gemiddeld 50% minder gas, CO uitgestoten dan met e 2 niet is een hybride oplossing nog helemaal duurzaam gemiddeld 50% minder CO uitgestoten goede oplossing voor oudere diedan moe 2 gebouwen nog gebruik maakt van aardgas is een hybride oplossing Uiteindelijk is het de bedoeling dat het aardgas v (duurzame) elektriciteit Uiteindelijk is het deuitgestoten bedoeling dat het met aardge (duurzame) elektriciteit gemiddeld 50% CO dan 2 nog niet helemaal duurzaam. Welminder wordt er dan algas gemiddeld en hernieuwbaar gas hernieuwbaar gas, zoals groen of mogelijk water en hernieuwbaar gas hernieuwbaar gas, zoals groen gas of mogelijk Uiteindelijk is het de bedoeling dat het aardgas v (duurzame) elektriciteit danvoor met een gewone cv-ketel. die moeilijk 50% minder CO 2 uitgestoten goede oplossing oudere te goede voorgebouwen oudere moe en hernieuwbaar gas hernieuwbaar as,oplossing zoals groen gas ofgebouwen mogelijkdie water
Uiteindelijk is goede het de bedoeling hetoudere aardgasgebouwen vervangen die moeilijk t oplossingdat voor wordt door hernieuwbaar gas, zoals groen gas of mogelijk waterstof. Dit is vooral een goede oplossing voor oudere gebouwen die moeilijk te isoleren zijn.
Collectieve oplossingen Bij een collectieve oplossing gaan meerdere gebouwen tegelijkertijd over op één duurzaam warmtesysteem. Een warmtenet (ook wel ‘stadswarmte’ genoemd) is een collectieve oplossing. In de gemeente Westerveld zijn collectieve oplossingen weinig kansrijk.
Duurzame Warmtebron Toelichting warmteoplossing me warmteoplossing Warmtebron Warmtebron Toelichting Duurzame warmteoplossing Toelichting Gebouwen worden aangesloten op een netwerk van buizen Warmtenet net onder de grond: een warmtenet. Door deze buizen stroomt Gebouwen worden aangesloten een netwe Gebouwen worden aangesloten op eenopnetwerk va grond: een warmtenet. Door deze buizen st grond: een warmtenet. Door deze warm water. Een warmtenet heeft een warmtebron nodigbuizen stroom warmtenet heeft een warmtebron nodig die he heeft Dat een warmtebron nodig die het war die het warmewarmtenet water verwarmd. onder andere Dat kan kan onder andere met geothermie (aa Dat kan onder andere met geothermie (aardwa met geothermie (aardwarmte uit de diepe ondergrond), ondergrond), restwarmte (warmte die vrijkomt uit externe warmtebron: ondergrond),water. restwarmte (warmte die vrijkomt een f laatste noemen we ook wel uit aquather externe warmtebron:geothermie, restwarmte uit een fabriek) of warmte restwarmte, (warmte die vrijkomt Dit water. Dit laatste we ook wel aquathermie. ook welnoemen ‘stadswarmte’. aquathermie geothermie, restwarmte, uit water. Dit laatste noemen we ook wel aquathermie. Een ook wel ‘stadswarmte’. aquathermie All -electric warmtenet heet ook wel ‘stadswarmte’. Gebouwen gebruiken bij een all-electric oplossi
ric
ruimteverwarming
(duurzame) elektriciteit
Hybride
(duurzame) elektriciteit
en
warm water.
Dit geb
Gebouwen gebruiken bij een all-electric oplossing al warmtepomp. Met een warmtepomp kan warmte ruimteverwarming en warmHetwater. Dit gebeurtza gehaald worden. elektriciteitsgebruik warmtepomp. Met een warmtepomp kan uit b toenemen. Dit is een oplossing diewarmte voor nieuwe gehaald worden. Het elektriciteitsgebruik zal doo woningen geschikt is. 20 toenemen. Dit is een oplossing die voor nieuwere en
4.3. De duurzame warmte-alternatieven voor de gemeente Westerveld Welk warmte-alternatief voor welk dorp of welke woning het meest kansrijk is, hangt af van wat technisch en financieel haalbaar is. Dit verschilt per gebouw. De woningen, gebouwen, de bebouwingsdichtheid en eventuele lokale warmtebronnen zijn namelijk overal anders. In de meeste gevallen lijkt een individuele oplossing (een oplossing op gebouwniveau) het meest kansrijk. In een aantal dorpen is een collectieve oplossing (samen met andere gebouwen een warmtesysteem delen) mogelijk ook kansrijk. Op basis van data van de gemeente, onze partners en de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), is een modelmatige analyse gemaakt van de meest reële warmte-alternatieven per dorp of buurt. Dit is grafisch verwerkt in de zogenaamde “WAT-kaart”: een kaartweergave van de gemeente met daarop voor alle dorpen en buurten aangegeven welk warmte-alternatief het meest geschikt is. De WAT-kaart is bepaald aan de hand van de laagste ‘maatschappelijke kosten’. Met maatschappelijke kosten worden de kosten voor de hele maatschappij bedoeld. Dat is een optelsom van allerlei kosten, zoals de kosten van het gebruiken van een warmtebron tot het aanleggen van de infrastructuur en de kosten om een gebouw geschikt te laten maken.
Individuele oplossing De kleur blauw op de WAT-kaart duidt aan in welke dorpen en buurten een individuele oplossing de laagste maatschappelijke kosten heeft. Voor onze gemeente geldt dat voor het overgrote deel van de woningen een individuele optie het meest reële warmte-alternatief is voor aardgas. De meeste woningen staan namelijk relatief ver uit elkaar, waardoor aanleg van een collectief warmtenet per aansluiting kostbaar is en er veel warmteverlies optreedt. Daarnaast zijn er weinig warmtebronnen aanwezig om een warmtenet te voeden. 21
Welke individuele oplossing het meest geschikt is voor de woning hangt af van een aantal factoren en die zijn niet op de WAT-kaart terug te vinden. Dat komt doordat: • de mogelijkheden voor groengas en waterstof erg onzeker zijn vanwege de toekomstige beschikbaarheid en prijs (zie het kader over hernieuwbare gassen in paragraaf 2.4.1 en 2.4.2 in de Technisch-economische analyse); • er geen buurten zijn in de gemeente Westerveld waar alleen gebouwen staan waarvoor de all-electric oplossing geschikt is. Er zijn namelijk geen buurten met overwegend nieuwere gebouwen; nieuwere gebouwen staan verspreid door de hele gemeente. Dit maakt dat op dit moment niet op dorps- of buurtniveau gezegd kan worden dat óf de hybride oplossing met hernieuwbaar gas óf de all-electric oplossing de oplossing is met de laagste maatschappelijke kosten. Voordat wordt toegewerkt naar een aardgasvrij alternatief voor warmte, is het van belang om de woning goed te isoleren. Door de zogeheten spijtvrije maatregelen door te voeren, kan een hybride warmtepomp al snel renderen. Door nog verder verregaand te isoleren, kan aardgas volledig worden vervangen door een all-electric warmtepomp. Collectieve oplossingen In een aantal kernen kan een (kleinschalig) collectieve warmte-oplossing een optie zijn.
Het gaat dan bijvoorbeeld om het verwarmen van een deel van een buurt door middel van aquathermie (warmte uit oppervlaktewater) of Warmte Koude Opslag (WKO). Voor deze dorpen geldt dat de aanwezige warmtebron niet groot genoeg is om het hele dorp collectief te verwarmen, waardoor in deze buurten alleen een combinatie van individuele oplossingen en een collectieve oplossing mogelijk is. In de kaarten zijn deze buurten blauw/oranje gearceerd. De uiteindelijke haalbaarheid van de collectieve voorzieningen moet nog nader worden onderzocht op onder andere draagvlak en financiële haalbaarheid. Buurten waarvoor geldt dat een kleinschalige collectieve oplossing – naast verder individuele oplossingen – een mogelijkheid is, betreffen: • Diever; • Dwingeloo; • Vledder. Op de kaarten op pagina 24 is te zien in welk deel van deze drie dorpen er mogelijk kansen zijn voor een kleinschalige, collectieve warmte-oplossing.
22
WAT PAST BIJ MIJN WONING? Zonneboiler Zonnepanelen
Dakisolatie lage temperatuur radiatoren
LED verlichting Hybride warmtepomp Warmtepomp
HR++(+) glas
Spouwmuurisolatie
Gevelisolatie Mechanische ventilatie
Inductiekoken
Vloerisolatie
Bouwjaar
Vloerverwarming
voor 1940 & monument*
1940 - 1975
1975 - 1992
na 2000
1992 - 2000
A
SPIJTVRIJE MAATREGELEN SPIJTVRIJE MAATREGELEN
25%
besparing
• HR++(+) glas • Dakisolatie • Spouwmuur isolatie • • • • •
(indien mogelijk) Vloer- of bodemisolatie Kierdichting Zonnepanelen Inductie-koken LED verlichting
• HR++(+) glas • Dakisolatie • Spouwmuur isolatie • Vloer- of bodemisolatie • Zonnepanelen • Inductie-koken • LED verlichting
• HR++(+) glas • Dakisolatie • Na-isoleren spouw • Vloerisolatie • Vloerverwarming/lage
temperatuur radiatoren
• Zonnepanelen • Inductie-koken • LED verlichting
• Onderzoek warmte• • • • • •
verlies & na-isoleren HR++(+) glas Vloerverwarming/lage temperatuur radiatoren Zonnepanelen Inductie-koken LED verlichting Hybride warmtepomp
• HR+++ glas • Vloerverwarming/lage
25%
temperatuur radiatoren
• Zonnepanelen • Inductie-koken • LED verlichting • Hybride warmtepomp
besparing
AANVULLENDE MAATREGELEN (ALS ER GEEN WARMTENET KOMT OF OPTIONEEL)
30-80%
besparing
CO2 100%
besparing*
• HR+++ glas • (Hybride) Warmtepomp** • Gevelisolatie • Vloerverwarming/lage
• HR+++ glas • (Hybride) Warmtepomp** • Gevelisolatie • Vloerverwarming/lage
•
•
temperatuur radiatoren** Zonneboiler
temperatuur radiatoren**
• HR+++ glas • (Hybride) Warmtepomp • Gevelisolatie • Zonneboiler
Zonneboiler
• HR+++ glas • Warmtepomp • Mechanische ventilatie + warmteterugwinning
• Zonneboiler
• Warmtepomp • Mechanische ventilatie +30-80% warmteterugwinning besparing • Zonneboiler
1,4-2,0 x toename
*Let op: bij monumenten kan het advies en de maatregelen afwijken.
Hier is maatwerk nodig. INSTALLEREN **Alleen i.c.m. isolatiemaatregelen ALL-ELECTRIC WARMTEPOMP Telefoon: +31 88 348 30 74 ROYAL HASKONINGDHV Contactpersoon: Bram Veneman
E-mail: bram.veneman@rhdhv.com Website: www.royalhaskoningdhv.com
100%
besparing
2-2,5 x
toename
23
24
4.4. De energiebesparingspotentie in de gemeente Westerveld Een bestaande woning of gebouw is niet van het ene op het andere moment aardgasvrij. De eerste stap richting aardgasvrij bestaat uit het besparen van energie. Want wat niet meer gebruikt wordt, hoeft ook niet te worden opgewekt. Dit kan onder andere door het doorvoeren van spijtvrije maatregelen: het na-isoleren van de woning door maatregelen zoals spouwmuur-, vloer- en dakisolatie, kierdichting en het vervangen van enkel of dubbelglas door HR++(+)glas. Ongeacht het huidige energielabel van de woning zijn deze maatregelen vrijwel altijd lonend. Sterker nog: hoe lager het energielabel nu is, hoe sneller de spijtvrije maatregelen zichzelf terugverdienen. Daarom zetten wij in op het altijd uitvoeren van deze maatregelen. Bewoners kunnen de maatregelen ook stapsgewijs uitvoeren op de momenten die op dat moment het beste passen in hun situatie. In de afbeelding op pagina 23 zijn alle spijtvrije maatregelen weergegeven. De kosten voor het uitvoeren van deze isolatiemaatregelen voor een woning in de gemeente Westerveld bedragen gemiddeld €11.500,- per woning. Deze kostenindicatie is modelmatig tot stand gekomen en betreft een gemiddelde; er zijn grote verschillen mogelijk tussen woningen naargelang het bouwjaar en type woning.
Voor een concreet advies is maatwerk nodig via bijvoorbeeld het Drents Energieloket of door een energieadviseur of isolatiebedrijf. Wanneer deze isolatiemaatregelen bij alle woningen in Westerveld worden uitgevoerd die daar geschikt voor zijn dan kan daarmee in totaal zo’n 25% bespaard worden op het aardgasverbruik voor woningen. De spijtvrije maatregelen zijn daarmee de eerste stap op weg naar aardgasvrij. Een vervolgstap kan het installeren van een hybride warmtepomp zijn. Daarmee valt een totale reductie van 30% tot 80% te behalen op het aardgasverbruik, ten opzichte van de uitgangssituatie. De exacte besparing hangt sterk af van het energielabel van de woning en het type verwarming (radiatoren of vloerverwarming). Voor een efficiënt gebruik van de hybride warmtepomp is het advies om de woning in ieder geval te isoleren tot energielabel C of D. Bij installatie van een hybride warmtepomp neemt het elektriciteitsverbruik wel toe, met zo’n 40% tot 200% op basis van een gemiddeld elektriciteitsverbruik. Als deze hybride warmtepomp na 15 à 20 jaar aan vervanging toe is, kan op basis van de beschikbare technieken op dat moment gekozen worden voor het plaatsen van een nieuwe hybride warmtepomp of een volledig elektrische warmtepomp. Zo is het mogelijk om uiteindelijk volledig aardgasvrij te worden.
Nieuwere woningen met vloerverwarming zijn nu mogelijk al geschikt voor een elektrische warmtepomp en kunnen de stap naar een hybride warmtepomp daarom overslaan.
MEER LEZEN?
Energiebesparingspotentieel per CBS-buurt
Bijlage V
25
5. ONZE STRATEGIE In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de komende jaren invulling willen geven aan het aardgasvrij maken van de woningen en gebouwen in onze gemeente. In paragraaf 5.1 herhalen we kort onze ambitie en uitgangspunten. Paragraaf 5.2 geeft inzicht in onze strategie: hoe wij invulling geven aan de regierol die wij als gemeente hebben in de warmtetransitie. De uitgangspunten vormen de basis van de strategie. Per doel en subdoel is doormiddel van een score aangegeven in welke mate de doelen bijdragen aan de uitgangspunten.
5.1. Onze ambitie: voor 2050 aardgasvrij te wonen, werken en leven Wij committeren ons aan de opgave om voor 2050 aardgasvrij te wonen, werken en leven. Tot 2030 zetten we in op besparing en het aardgasvrij-gereed maken van woningen. Alle acties die uit de Transitievisie Warmte voortvloeien, komen voort uit de drie uitgangspunten die in maart 2022 zijn vastgesteld in het Ambitiedocument Transitievisie Warmte: • Duidelijk draagvlak; • Duurzaam besparen; • Betaalbaar en lokaal.
5.2. Onze strategie: een overkoepelend doel met subdoelen Basisdoel voor 2030 20% co2-reductie in de gebouwde omgeving t.o.v. 2019
Spoor 1
Spoor 2
Individuele aanpak
Samen oppakken
Stapgewijs naar aardgasvrij
Samen verduurzamen
Benutten van natuurlijke momenten
Gezamelijke dorpsvisie op verduurzaming
Gebouwgerichte aanpak
Ruimte voor buurtinitiatieven
Onze strategie bestaat uit één overkoepelend doel: het behalen van 20% CO2-reductie in de gebouwde omgeving in de periode 2022-2030 ten opzichte van 2019. Om hier stappen in te zetten, zijn verschillende subdoelen gesteld, die zijn ondergebracht in twee sporen: Spoor 1 Individuele aanpak Spoor 2 Samen oppakken Veel van de beschreven subdoelen sluiten aan bij lopende projecten in de organisatie of de regio. Hierin werken wij samen met onze partners.
Iedereen kan meedoen
26
Basisdoel voor 2030
Duidelijk draagvlak
10/10
20% CO2-reductie in de gebouwde omgeving t.o.v. 2019
Duurzaam besparen
10/10
Betaalbaar & lokaal
10/10
DOEL: 20% CO2-BESPARING IN 2030 In de periode 2022-2030 willen wij een CO2-besparing van 20% in de gebouwde omgeving realiseren ten opzichte van 2019. In 2019 was de CO2 uitstoot in de gebouwde omgeving 59 kiloton. In 2030 zal dit met 11 kiloton moeten afnemen om op een totaal van 47 kiloton te komen*. Deze doelstelling is mede bepaald op basis van de inventarisatie van het isolatiepotentieel in onze gemeente in de technisch-economische analyse. Focus strategisch basisdoel • We willen een warmtetransitie zonder dwang. Iedereen mag op zijn eigen tijd aan de slag. Om toe te werken naar 20% CO2-reductie in 2030 willen we de focus leggen daar waar de impact en het belang van de warmtetransitie het grootste is: de minst energie-efficiënte gebouwen (bij de woningen met de laagste energielabels (F & G). • Bewustwording is de eerste stap om eenieder mee te krijgen in de warmtetransitie. Inwoners en ondernemers zijn op de hoogte van de plannen en weten waar ze terecht kunnen voor passende hulp bij hun plannen. • We houden door te monitoren nauwkeurig bij of we gaandeweg deze periode op koers liggen én blijven om dit doel te behalen. Dat doen we door het CO2-gebruik te monitoren op basis van gegevens van de netbeheerders en het CBS. Rol gemeente • De gemeente als regisseur. Regionale ontwikkelingen gaan wij lokaal verbinden en implementeren.
Uitgaande van de uitgangspunten: Betaalbaar en lokaal, Duurzaam besparen, Duidelijk draagvlak. • De gemeente informeert. Iedereen mag op zijn eigen tijd aan de slag. Hiervoor zijn wij aan zet om een ieder te informeren over de mogelijkheden en de te nemen stappen. Dit doen wij samen met onze partners. Rol gemeente Reguleren
Informeren
Regisseren
Faciliteren
Stimuleren
Co-creëren
20% CO2-besparing in 2030
*Bron: Regionale Klimaatmonitor.databank.nl | Emissieregistratie 2019
27
Spoor 1: Individuele aanpak
Voor vrijwel alle woningen en gebouwen in onze gemeente geldt dat - met de kennis van nu - een individuele warmte-oplossing het meest kansrijk is. In een grote meerderheid van de gevallen geldt dat daarvoor eerst aanpassingen aan de gebouwen nodig zijn zoals het na-isoleren en vervangen van de radiatoren. De gebouweigenaar is aan zet voor het implementeren van de warmte-oplossing. Voor gebouweigenaren is het echter niet altijd eenvoudig om te beginnen met verduurzamen. Daarom hebben wij als gemeente vier subdoelen geformuleerd.
Spoor 1
Individuele aanpak
Stapgewijs naar aardgasvrij
Duidelijk draagvlak
4/10
Duurzaam besparen
10/10
Betaalbaar & lokaal
3/10
Benutten van natuurlijke momenten
Gebouwgerichte aanpak
Duidelijk draagvlak
6/10
Duurzaam besparen
6/10
Betaalbaar & lokaal
3/10
Iedereen kan meedoen
Duidelijk draagvlak
2/10
Duurzaam besparen
5/10
Betaalbaar & lokaal
5/10
Duidelijk draagvlak
4/10
Duurzaam besparen
3/10
Betaalbaar & lokaal
8/10
Subdoel – Stapsgewijs naar aardgasvrij Het einddoel voor alle gebouwen in Nederland – en dus ook in de gemeente Westerveld – is aardgasvrij in 2050. Maar dat betekent niet dat elk gebouw in één keer naar een aardgasvrije warmtevoorziening hoeft om te schakelen. Dat kan ook in stappen. Een logische eerste stap is daarbij is het implementeren van de spijtvrije maatregelen. Dit zijn maatregelen die zichzelf vaak binnen relatief korte tijd terugverdienen doordat ze snel zorgen voor een lagere energierekening. MEER LEZEN?
Individuele oplossingen Technisch-economische analyse
paragraaf 4.3 website gemeente
Focus subdoel • Voor alle gebouwen met een laag energielabel (F of G) stimuleren wij het implementeren van de spijtvrije maatregelen (zie ook paragraaf 5.2). Zo kan het gebouw qua energie-efficiëntie stijgen naar energielabel D of C, wat voldoende is om een hybride warmtepomp aantrekkelijk te maken. • Voor alle gebouwen die nu al label C of hoger zijn, willen wij het verder verduurzamen richting een energielabel B of A stimuleren. Daarmee is een all-electric oplossing kostentechnisch rendabel. Bij het plaatsen van een hybride warmtepomp of een all-electric oplossing, is het een streven om ook de eigen duurzame energie op te wekken. • We sluiten aan bij nationale en regionale initiatieven, zoals het Nationaal Isolatieprogramma en het Drents Isolatieoffensief. 28
Subdoel – Benutten van natuurlijke momenten Binnen de levensloop van een woning zijn een natuurlijke momenten om te verduurzamen. Dergelijke natuurlijke momenten zijn bijvoorbeeld tijdens de koop en verbouw van een woning, maar ook bij het plaatsen van een nieuwe keuken, vloer of badkamer. Door de keten van makelaars, installateurs en financiers hierbij te betrekken, is het mogelijk inwoners op de juiste momenten te stimuleren in het nemen van de volgende verduurzamingsstap. De samenwerking met omliggende gemeenten in de provincie Drenthe is hierin essentieel. Focus subdoel • Wij willen om tafel met de keten van makelaars, installateurs en financiers. Gezamenlijk kunnen wij een klantreis opbouwen en uitdragen. Zo kunnen zij lokaal gebouweigenaren wijzen op de voordelen van het op de juiste momenten nemen van de volgende verduurzamingsstap. • We willen de kennis in de regio ophalen en onze kennis hierover delen om de klantreis te verbeteren én de financiering hierop af te stemmen. Zowel de provincie, buurgemeenten, Drents Energieloket en NMF Drenthe zijn hier belangrijke partners in.