Programmabegroting 2025
Tekst van het document
Bron: CBS Bevolkingsstatistiek / LISA - bewerking ABF Research Gebied
2020
2021
2022
2023
Drenthe
597,70
608,90
773,30
783,40
Westerveld
620,00
654,20
852,50
888,40
34
Ind 6.001 Jongeren met een delict voor de rechter Omschrijving Het percentage jongeren (12 t/m 21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen. Tot en met 2015 zijn de cijfers van deze indicator afkomstig van het Verwey-Jonker Instituut Kinderen in Tel. De cijfers vanaf 2016 zijn afkomstig van het CBS.
Bron: CBS - Jeugdmonitor Gebied
2020
2021
2022
Drenthe
1,00%
1,00%
0,88%
Westerveld
1,00%
1,00%
1,00%
Ind 6.002 Kinderen in uitkeringsgezin Omschrijving Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt. Onder bijstand wordt hier uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) verstaan. Tot en met 2015 zijn de cijfers van deze indicator afkomstig van het Verwey-Jonker Instituut - Kinderen in Tel. De cijfers vanaf 2016 zijn afkomstig van het CBS.
Bron: CBS - Jeugdmonitor Gebied
2020
2021
2022
Drenthe
6,00%
6,00%
5,02%
Westerveld
3,00%
3,00%
3,00%
Ind 6.003 Netto arbeidsparticipatie Omschrijving Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en nietberoepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking).
Bron: CBS - Arbeidsdeelname (gemeente) Gebied
2020
2021
2022
2023
Drenthe
66,40
68,80
70,60
71,10
Westerveld
65,50
66,60
68,80
69,10
Ind 6.004 Werkloze jongeren Omschrijving Personen van 16 t/m 22 jaar die als werkzoekende staan ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf en tegelijkertijd geen baan hebben als werknemer volgens de Polisadministratie. Tot en met 2015 zijn de cijfers van deze indicator afkomstig van het Verwey-Jonker.
Bron: CBS - Jeugdmonitor Gebied
2020
2021
2022
Drenthe
3,00%
2,00%
1,83%
Westerveld
2,00%
2,00%
1,00%
35
Ind 6.005 Personen met een bijstandsuitkering Omschrijving Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015). De uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Ook de uitkeringen aan dak- en thuislozen zijn niet inbegrepen.
Bron: CBS - reintegratiemonitor Gebied
2020
2021
2023
Drenthe
397,50
360,40
305,00
Westerveld
269,60
211,60
172,30
Ind 6.006 Lopende re-integratievoorzieningen Omschrijving Het aantal reintegratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.
Bron: CBS - reintegratiemonitor Gebied
2020
2021
2022
2023
Drenthe
244,60
242,30
234,60
284,60
Westerveld
122,50
110,30
95,90
123,30
Ind 6.007 Jongeren met jeugdhulp Omschrijving In percentage van alle jongeren tot 18 jaar, per 1 januari. Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014), en in natura door de zorgaanbieder is geleverd. PGB gefinancierde hulp en zorg valt hier dus buiten. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. Zorg in Natura wordt direct vergoed aan de zorgverlener zonder tussenkomst van de zorggebruiker. In het kader van de jeugdzorg betekent dit dat de hulp rechtstreeks door de gemeente wordt vergoed. Persoonsgebonden budget (PGB)is een geldbedrag waarmee de zorggebruiker zelf zorg, begeleiding, hulp, hulpmiddelen of voorzieningen in kan kopen. Deze wordt verstrekt via de Sociale verzekeringsbank (SVB) maar is ook afkomstig van de gemeente."
Bron: CBS - Indicatoren jeugdzorg in natura Gebied
2020
2021
2022
2023
Drenthe
13,30%
14,10%
13,60%
13,90%
Westerveld
12,60%
13,50%
12,60%
12,40%
Ind 6.008 Jongeren met jeugdbescherming Omschrijving In percentage van alle jongeren tot 18 jaar, per 1 januari 2023. Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of niet voldoende helpt. Een kind of jongere wordt dan 'onder toezicht gesteld' of ‘onder voogdij geplaatst’.
Bron: CBS - Indicatoren jeugdzorg in natura Gebied
2020
2021
2022
2023
Drenthe
1,20%
1,30%
1,20%
1,10%
Westerveld
1,00%
1,00%
1,00%
0,60%
36
Ind 6.009 Jongeren met jeugdreclassering Omschrijving In percentage van alle jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar, per 1 januari 2023. Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Indien de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder de overtreding of het misdrijf is begaan daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij jongvolwassenen met een verstandelijke beperking, kan het jeugdstrafrecht eveneens worden toegepast op jongvolwassenen in de leeftijd 18 tot en met 22 jaar. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of de officier van Justitie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart.
Bron: CBS - Indicatoren jeugdzorg in natura Gebied
2020
2021
Drenthe
0,40%
0,40%
Westerveld
0,00%
0,40%
Ind 6.010 Cliënten met een maatwerkarrangement WMO Omschrijving Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerkvoorziening is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmogegevens geldt dat het referentiegemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeenten.
Bron: CBS - Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein Wmo Gebied
2020
2021
2022
2023
Drenthe
752,00
756,00
666,00
755,11
Westerveld
700,00
680,00
670,00
680,00
Wat mag het kosten? Bedragen x €1.000
37
Exploitatie
Concept Begr. 2025
Concept Begr. 2026
Concept Begr. 2027
Concept Begr. 2028
2.598
2.566
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Lasten Baten Totaal 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
3.298
2.622
270
209
186
154
-3.028
-2.413
-2.412
-2.412
6.2 Wijkteams Lasten
1.800
1.800
1.800
1.800
Totaal 6.2 Wijkteams
-1.800
-1.800
-1.800
-1.800
4.941
4.941
4.941
4.941
6.3 Inkomensregelingen Lasten Baten
3.606
3.606
3.606
3.606
Totaal 6.3 Inkomensregelingen
-1.335
-1.335
-1.335
-1.335
6.4 Begeleide participatie Lasten
3.910
3.848
3.749
3.624
Totaal 6.4 Begeleide participatie
-3.910
-3.848
-3.749
-3.624
Lasten
974
989
989
989
Totaal 6.5 Arbeidsparticipatie
-974
-989
-989
-989
Lasten
814
814
814
814
Baten
219
222
222
222
Totaal 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
-595
-592
-592
-592
6.5 Arbeidsparticipatie
6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
6.71A Hulp bij het huishouden (WMO) Lasten
2.260
2.178
2.178
2.178
Totaal 6.71A Hulp bij het huishouden (WMO)
-2.260
-2.178
-2.178
-2.178
6.71B Begeleiding (WMO) Lasten
1.102
1.102
1.102
1.102
Totaal 6.71B Begeleiding (WMO)
-1.102
-1.102
-1.102
-1.102
Lasten
690
690
690
690
Totaal 6.71C Dagbesteding (WMO)
-690
-690
-690
-690
Lasten
0
0
0
0
Totaal 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
0
0
0
0
Lasten
1.467
1.244
1.241
1.241
Totaal 6.72A Jeugdhulp begeleiding
-1.467
-1.244
-1.241
-1.241
Lasten
217
195
195
195
Totaal 6.72B Jeugdhulp behandeling
-217
-195
-195
-195
6.71C Dagbesteding (WMO)
6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
6.72A Jeugdhulp begeleiding
6.72B Jeugdhulp behandeling
38
Exploitatie
Concept Begr. 2025
Concept Begr. 2026
Concept Begr. 2027
Concept Begr. 2028
6.72C Jeugdhulp dagbesteding Lasten
87
78
78
78
Totaal 6.72C Jeugdhulp dagbesteding
-87
-78
-78
-78
Lasten
242
217
217
217
Totaal 6.73A Pleegzorg
-242
-217
-217
-217
Lasten
369
332
332
332
Totaal 6.73B Gezinsgericht
-369
-332
-332
-332
Lasten
3
3
3
3
Totaal 6.73C Jeugdhulp met verblijf overig
-3
-3
-3
-3
Lasten
742
667
667
667
Totaal 6.74A Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf
-742
-667
-667
-667
Lasten
513
461
461
461
Totaal 6.74B Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf
-513
-461
-461
-461
Baten
250
250
250
250
Totaal 6.81A Beschermd wonen (WMO)
250
250
250
250
Lasten
384
384
384
384
Totaal 6.82A Jeugdbescherming
-384
-384
-384
-384
Lasten
53
53
53
53
Totaal 6.82B Jeugdreclassering
-53
-53
-53
-53
-19.520
-18.329
-18.227
-18.102
6.73A Pleegzorg
6.73B Gezinsgericht
6.73C Jeugdhulp met verblijf overig
6.74A Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf
6.74B Jeugdhulp crisis/LTA/GGZverblijf
6.81A Beschermd wonen (WMO)
6.82A Jeugdbescherming
6.82B Jeugdreclassering
Totaal programma
39
Financiële mutaties in dit programma Het vastgestelde budget van jaarschijf 2025 in de Begroting 2024 vormt het vertrekpunt voor dit programma: de zogenaamde primitieve begroting. Alle mutaties die op hoofdlijnen zijn toegelicht in het financiële perspectief worden hieronder getoond en sluiten zo aan op het totaal begrote saldo voor dit programma. Hieronder worden de bedragen afgerond op duizendtallen weergegeven: Omschrijving
Besloten
Gerapporteerd saldo Primitieve Begroting 2025
2025
2026
2027
2028
-18.293.000
-17.879.000
-17.775.000
-17.775.000
Gemeenschappelijke regeling (Veilig Thuis Drenthe en Publiek Vervoer)
Kadernota
-50.000
-49.000
-49.000
-49.000
Personele dekking Sociaal Domein
Kadernota
80.000
80.000
80.000
80.000
Zwemlessen statushouders
Kadernota
-21.000
-21.000
-21.000
-21.000
WSW September circulaire 2023
Kadernota
-35.000
-35.000
-35.000
-35.000
Aframen onterechte kosten
Kadernota
-13.000
-13.000
-13.000
-13.000
Jeugdhulp kinderen AZC
Meicirculaire
-16.000
-16.000
-16.000
-16.000
Participatiewet
Meicirculaire
-248.000
-221.000
-223.000
-98.000
Compensatie Voogdij en 18+
Meicirculaire
-30.000
-30.000
-30.000
-30.000
Aanpak armoede en schulden
Meicirculaire
-40.000
-40.000
-40.000
-40.000
Jeugd (besparingsverlies en werkdrukverlaging)
Meicirculaire
-580.000
-30.000
-30.000
-30.000
Inkomensafhankelijke eigen bijdrage WMO
Plan B
200.000
200.000
200.000
-274.000
-274.000
-274.000
-274.000
Subtotaal mutaties
-1.227.000
-450.000
-452.000
-327.000
Saldo in deze begroting
-19.520.000
-18.329.000
-18.227.000
-18.102.000
Indexatie subsidies
Meerjarenraming
40
Verbonden partijen Samen met GGD Drenthe worden activiteiten ontplooid om de gezondheid van de twaalf Drentse gemeenten te bewaken, beschermen en bevorderen. Reestmond (sociale werkvoorziening) verzorgt de werkvoorziening: het plaatsen van mensen uit de deelnemende gemeenten die zijn aangewezen op aangepast werk. Reestmond bevordert het vinden van passende arbeid zo dicht mogelijk bij de arbeidsmarkt. Publiekvervoer Groningen Drenthe verzorgt het vervoer van WMO-cliënten en het vervoer van leerlingen naar en van school. Dit in samenwerking met de andere (openbare) vervoerssystemen in de provincie Groningen en Drenthe. De bijdragen van de gemeente zijn als volgt: Bedragen x €1.000
Exploitatie
Concept Begr. 2025
Concept Begr. 2026
Concept Begr. 2027
Concept Begr. 2028
6860103 Algemene voorzieningen Jeugd U_43300 Gemeenschappelijke regelingen
-43
-44
-44
-44
Totaal 6860103 Algemene voorzieningen Jeugd
-43
-44
-44
-44
U_43300 Gemeenschappelijke regelingen
-15
-15
-15
-15
Totaal 6860104 Algemene voorzieningen WMO
-15
-15
-15
-15
U_43300 Gemeenschappelijke regelingen
-2.818
-2.756
-2.657
-2.532
Totaal 6860401 Sociale werkvoorziening
-2.818
-2.756
-2.657
-2.532
U_34142 Publiek vervoer
-21
-21
-21
-21
Totaal 6860601 Maatwerkvoorzieningen natura materieel
-21
-21
-21
-21
-2.896
-2.836
-2.737
-2.612
6860104 Algemene voorzieningen WMO
6860401 Sociale werkvoorziening
6860601 Maatwerkvoorzieningen natura materieel
Totaal
41
Programma 7 Volksgezondheid en milieu Omschrijving programma De kosten voor het gezondheidsbeleid en de bijdrage aan de GGD worden verantwoord in programma 7. Ook de opbrengsten en kosten van de gemeentelijke taken op het gebied van riolering en afval behoren tot dit programma. Milieubeheer is ook onderdeel van dit programma waar alle kosten in het kader van milieu en duurzaamheid, milieuhandhaving en ongediertebestrijding, evenals projecten voor duurzame energie onder vallen. De kosten voor begraafplaatsen, zoals kosten voor lijkschouw en de opbrengsten van grafrechten, worden ook hier verantwoord. Ontwikkelingen en context We staan voor een vitale, toekomstbestendige leefomgeving waarbij milieuwaarden een belangrijk aspect zijn. Ook de opgaven op het gebied van duurzaamheid zijn onverminderd groot, over de volle breedte van het onderwerp. Hoewel duurzaamheid zijn plek heeft in Programma 7, is het thema ook verweven in de andere thema's. In 2024 is Diftar ingevoerd hiermee streven we door afvalstromen nog beter te scheiden naar hergebruik en minder restafval. In 2025 evalueren we het proces en tonen de scheidingsresultaten. In 2025 gaan we verder met het toekomstbestendiger maken van de landbouw. We zijn in gesprek met de sector en proberen met de ontwikkelingen balans te vinden tussen natuur, recreatie, volksgezondheid, milieu en economie.
Wij zijn in gesprek met agrariërs die willen stoppen of transformeren. Daarbij wordt ook gekeken naar de maatschappelijke impact die dit heeft. Het vinden van een balans tussen de verschillende belangen in dit programma heeft een grote mentale impact op ondernemers in de landbouwsector en inwoners van onze gemeente. Hier is aandacht voor. In 2025 wordt het geactualiseerde duurzaamheidsbeleid gepresenteerd, met daarbij het meerjarig uitvoeringsprogramma. Daarna wordt ook de voedselbossenstrategie en de lokale adaptiestrategie (LAS) met de daarbij horende lokale uitvoeringsagenda (LUA) opgeleverd. Hierin beschrijven we hoe we klimaatadaptief denken willen inbedden in onze samenleving. Gemeentelijke beleidskaders - Duurzaamheidsnota Westerveld (Samenwerken aan Duurzaamheid). - Beleid grootschalige opwek van zonne-energie op land en/of water 2024-2025. - Regionale adaptatie strategie en regionale uitvoeringsagenda. - Gemeentelijk riolering plan. - Beleidsnotitie duurzaamheid. - Verordening afvalstoffen. - Transitievisie warmte. Doel 7.1 Duurzame landbouw We gaan de landbouw duurzamer en toekomstbestendiger maken. Wat gaan we daarvoor doen? Actie 7.1.5 Beleidskader voedselbossen Omschrijving We stellen beleidskaders rondom de vraagstukken klimaatadaptie voedsellandschappen, agroforestry en bossenstrategie (voedselbossen) op.
Doel 7.2 Bevorderen volksgezondheid We willen de volksgezondheid bevorderen. 42
Wat gaan we daarvoor doen? Actie 7.2.3 Aansluiten landelijke aanpak mentale gezondheid Omschrijving We sluiten ons aan bij de landelijke aanpak ‘mentale gezondheid: van ons allemaal’, met specifieke aandacht voor de zorgen rondom het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de aanwezigheid van de wolf. Doel 7.3 Goed woon- en leefklimaat We streven naar een goede kwaliteit van het woon- en leefklimaat met oog voor klimaat, milieu, duurzaamheid en biodiversiteit. Ind. 7.001 Hernieuwbare electriciteit Omschrijving Percentage bekende hernieuwbare elektriciteit.
Bron: Berekening Gebied
2020
2021
2022
Drenthe
32,40%
44,80%
73,10%
Westerveld
19,10%
22,30%
27,30%
Ind 7.002 Omvang huishoudelijk restafval Omschrijving Niet gescheiden ingezameld huishoudelijk afval.
Bron: CBS - Huishoudelijk afval Gebied
2020
2021
2022
Drenthe
153,00
148,00
129,13
Westerveld
121,00
127,00
114,70
Wat gaat het kosten? Bedragen x €1.000
43
Exploitatie
Concept Begr. 2025
Concept Begr. 2026
Concept Begr. 2027
Concept Begr. 2028
Lasten
886
884
884
884
Totaal 7.1 Volksgezondheid
-886
-884
-884
-884
Lasten
2.414
2.502
2.546
2.546
Baten
2.152
2.252
2.252
2.252
Totaal 7.2 Riolering
-262
-251
-294
-294
Lasten
2.350
2.679
2.679
2.679
Baten
2.750
2.800
2.850
2.850
400
121
171
171
Lasten
204
184
184
184
Totaal 7.4 Milieubeheer
-204
-184
-184
-184
Lasten
475
475
475
475
Baten
375
375
375
375
Totaal 7.5 Begraafplaatsen en crematoria
-99
-100
-100
-100
Totaal programma 7
-1.051
-1.298
-1.291
-1.291
7.1 Volksgezondheid
7.2 Riolering
7.3 Afval
Totaal 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
Financiële mutaties in dit programma Het vastgestelde budget van jaarschijf 2025 in de Begroting 2024 vormt het vertrekpunt voor dit programma: de zogenaamde primitieve begroting. Alle mutaties die op hoofdlijnen zijn toegelicht in het financiële perspectief worden hieronder getoond en sluiten zo aan op het totaal begrote saldo voor dit programma. Hieronder worden de bedragen afgerond op duizendtallen weergegeven:
44
Omschrijving
Besloten
Gerapporteerd saldo Primitieve Begroting 2025
2025
2026
2027
2028
-940.000
-959.000
-1.032.000
-1.032.000
2.000
32.000
32.000
Gemeenschappelijke regeling (GGD Drenthe)
Kadernota
-31.000
Beëindigingsregeling veehouders
Meicirculaire
-20.000
Indexatie leges
Meerjarenraming
10.000
10.000
10.000
10.000
Effect kostendekkendheid afval
Meerjarenraming
-43.000
-323.000
-273.000
-273.000
Indexatie budgetten
Meerjarenraming
-27.000
-27.000
-27.000
-27.000
-111.000
-338.000
-258.000
-258.000
-1.051.000
-1.298.000
-1.291.000
-1.291.000
Subtotaal mutaties
Saldo in deze begroting
Betrokkenheid Verbonden partijen Door deelname met aandelen in het Regionaal Orgaan Verwijdering Afvalstoffen (ROVA) kan de gemeente gebruik maken van de aangeboden diensten.
Samen met GGD Drenthe worden activiteiten ontplooid om de gezondheid van de twaalf Drentse gemeenten te bewaken, te beschermen en te bevorderen. De bijdragen van de gemeente zijn als volgt: Bedragen x €1.000
Kosten Verbonden partijen
Concept Begr. 2025 Concept Begr. 2026 Concept Begr. 2027 Concept Begr. 2028
6870101 Jeugdgezondheidszorg
-581
-573
-573
-573
6870102 Algemene gezondheidszorg
-189
-195
-195
-195
Totaal
-770
-768
-768
-768
45
Programma 8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing Omschrijving programma Programma 8 bevat kosten die op grond van de Omgevingswet worden gemaakt, bijvoorbeeld kosten gerelateerd aan het opstellen van omgevingsplannen. Daarnaast vallen de kosten en opbrengsten van het grondbedrijf die in de gemeentelijke exploitatie tot uitdrukking komen hier ook onder evenals kosten voor het opstellen van (nieuw) woonbeleid. Opbrengsten van bouwleges en kosten die betrekking hebben op woningbouw en woningverbetering, bouwtoezicht en de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) worden hier ook verantwoord. Ontwikkelingen en context Westerveld is een prachtige gemeente om in te wonen. Het is onze ambitie om de planvorming voor 1.000 nieuwe woningen voor 2030 te realiseren. Voor de korte termijn liggen we op koers, voor de lange termijn zijn extra gronden nodig. Om hier uitvoering aan te geven heeft de raad kredieten beschikbaar gesteld voor planvorming en aankoop van gronden. Via het woningbouwprogramma concretiseren we ontwikkelingen als Valderse, Storkschool, Meerkamp en Hesselte. Deze programmatische aanpak willen we in 2025 continueren. Voor een verdere blik op de toekomst stellen we een woonvisie en marktonderzoek op en presenteren dit aan de raad. Gemeentelijke beleidskaders - Woonvisie 2019 -2025. - Addendum op de Woonvisie 2022.
- Woningbouwprogrammering 2023 – 2026. - Omgevingsvisie 2022. - Nota grondbeleid. Doel 8.1 Realiseren 1.000 woningen voor 2030 Het is onze ambitie om 1.000 nieuwe woningen voor 2030 te realiseren. We willen dat de planvorming hiervoor deze collegeperiode klaar is. Wat gaan we daarvoor doen? Actie 8.1.6 Planvorming bouw 1.000 woningen Omschrijving Het afronden van (lopende) omgevingsplanprocedures, het faciliteren en opstarten van nieuwe (gemeentelijke en particuliere) woningbouwprojecten en het actief verwerven van gronden ten behoeve van grotere woningbouwlocaties zorgen ervoor dat de planvorming voor 1.000 nieuwe woningen aan het einde van de collegeperiode gereed is. Actie 8.1.7 Locaties Storkschool en Valderse III Omschrijving
We zijn gestart met de realisatie van locatie Storkschool en Valderse III in Dwingeloo (circa 115 woningen).
46
Actie 8.1.8 Woonvisie en woningmarktonderzoek Omschrijving
In 2025 doen we een woningmarktonderzoek en vernieuwen we de woonvisie. Deze bieden we ter informatie aan de raad aan
Ind 8.001 Demografische druk Omschrijving
Het aantal personen van 0 tot 20 jaar én 65 jaar of ouder per honderd personen van 20 tot 65 jaar. Bron: CBS Bevolkingsstatistiek Gebied
2021
2022
2023
2024
Drenthe
80,90%
81,20%
81,40%
81,90%
Westerveld
89,40%
90,80%
92,00%
92,40%
Ind 8.002 Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden Omschrijving
Som van de gemiddeld betaalde ozb op basis van de gemiddelde woz-waarde van woningen in de gemeente + reinigingsheffing + rioolheffing minus eventuele heffingskorting. Bron: COELO - Atlas lokale lasten Gebied
2021
2022
2023
2024
Drenthe
721,00
810,00
831,00
864,21
Westerveld
677,00
778,00
867,00
848,79
Ind 8.003 Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden Omschrijving
Som van de gemiddeld betaalde ozb op basis van de gemiddelde woz-waarde van woningen in de gemeente + reinigingsheffing + rioolheffing minus eventuele heffingskorting. Bron: COELO - Atlas lokale lasten Gebied
2021
2022
2023
2024
Drenthe
771,00
860,00
883,00
916,27
Westerveld
752,00
858,00
973,00
942,73
Ind 8.004 Gemiddelde WOZ waarde (€ 1.000) Omschrijving
De WOZ-waarde van alle woningen. Alle verblijfsobjecten in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)met minimaal een woonfunctie en eventueel een of meer andere gebruiksfuncties worden als woning aangemerkt.
47
Bron: CBS - Waarde onroerende zaken Gebied
2021
2022
2023
2024
Drenthe
230,00
255,00
295,00
307,00
Westerveld
303,00
327,00
374,00
390,00
Ind 8.005 Nieuw gebouwde woningen Omschrijving
Bron: Basisregistraties adressen en gebouwen - bewerking ABF Research Gebied
2020
2021
2022
2023
Drenthe
6,50
7,80
6,40
5,80
Westerveld
0,00
3,00
20,70
4,60
Programma 8 VHROSV Wat mag het kosten? Bedragen x €1.000
Exploitatie
Concept Begr. 2025
Concept Begr. 2026
Concept Begr. 2027
Concept Begr. 2028
Lasten
846
619
619
619
Baten
21
21
21
21
-825
-598
-598
-598
Lasten
940
69
0
0
Baten
940
69
0
0
0
0
0
0
Lasten
2.329
2.327
2.343
2.343
Baten
530
605
655
705
Totaal 8.3 Wonen en bouwen
-1.799
-1.722
-1.688
-1.638
Totaal programma 8
-2.624
-2.320
-2.286
-2.236
8.1 Ruimte en leefomgeving
Totaal 8.1 Ruimte en leefomgeving 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
Totaal 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen
48
Financiële mutaties in dit programma Het vastgestelde budget van jaarschijf 2025 in de Begroting 2024 vormt het vertrekpunt voor dit programma: de zogenaamde primitieve begroting. Alle mutaties die op hoofdlijnen zijn toegelicht in het financiële perspectief worden hieronder getoond en sluiten zo aan op het totaal begrote saldo voor dit programma. Hieronder worden de bedragen afgerond op duizendtallen weergegeven: Omschrijving
Besloten
Gerapporteerd saldo Primitieve Begroting 2025
2025
2026
2027
2028
-2.329.000
-2.420.000
-2.436.000
-2.436.000
-154.000
-154.000
-154.000
Gemeenschappelijke regeling (RUD)
Kadernota
-172.000
Uitgaven omgevingswet
Meicirculaire
-227.000
Opbrengst omgevingsvergunningen
Meerjarenraming
15.000
165.000
215.000
265.000
Verdeling stelpost indexatie
Meerjarenraming
88.000
88.000
88.000
88.000
-295.000
100.000
150.000
200.000
-2.624.000
-2.320.000
-2.286.000
-2.236.000
Subtotaal mutaties
Saldo in deze begroting
Verbonden partijen De RUD Drenthe draagt zorg voor de uitvoering van alle milieuvergunningen en -meldingen, het milieutoezicht en de handhaving van alle milieuaspecten en advisering op het gebied van milieu. De te betalen bijdrage is als volgt: Bedragen x €1.000
Exploitatie
Concept Begr. 2025
Concept Begr. 2026
Concept Begr. 2027
Concept Begr. 2028
RUD Drenthe
-1.310
-1.310
-1.310
-1.310
Totaal programma
-1.310
-1.310
-1.310
-1.310
49
Overige programma onderdelen De presentatie in dit onderdeel sluit aan bij de regelgeving van het BBV.
Overhead Omschrijving programma In het programma ‘Overhead’ worden alle kosten met betrekking tot ondersteuning van de ambtelijke organisatie verantwoord. Dit betreffen salariskosten, kosten voor inhuur van personeel, en huisvestingskosten. Daarnaast worden ook de kosten voor informatievoorziening en faciliteiten verantwoord in dit programma. Bijdragen aan de gemeenschappelijke regeling Shared Service Centrum ONS zijn ook onderdeel van ‘overhead’. Ontwikkelingen en context De laatste jaren is de overhead verder toegenomen als gevolg van inflatie en nieuwe caoafspraken. Daarnaast wordt automatisering en de beveiliging van onze gegevens een steeds belangrijker en stijgen de kosten navenant. De ontwikkelingen op deze gebieden gaan snel en zijn voor een individuele gemeente lastig bij te houden. Het is daarom noodzakelijk om samen te werken. Westerveld is hiervoor aangesloten bij de gemeenschappelijke regeling Shared Service Centrum ONS. Samen met de ander partners wordt actief gekeken waar we samen kunnen werken op onder andere het gebied van automatisering, beveiliging, HR en inkoop. Voor meer informatie over personele ontwikkelingen en digitalisering verwijzen we naar de paragraaf bedrijfsvoering.
Gemeentelijke beleidskaders Op dit onderdeel zijn alleen de wettelijk voorgeschreven richtlijnen van toepassing zoals het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de notitie overhead van de commissie BBV. Doel O.1 Toekomstbestendige informatievoorziening Wij streven naar een optimale dienstverlening, met transparantie in beleid, efficiëntie, hulpvaardigheid. Ind 0.001 Formatie (fte per 1.000 inwoners) Bron: Eigen gegevens Onderdeel
2021
2022
2023
2024
2025
Formatie
8,62
8,40
8,72
20,66
10,94
Ind 0.002 Bezetting (fte per 1.000 inwoners) Bron: Eigen gegevens Onderdeel
2021
2022
2023
2024
2025
Bezettiing
8,48
8,12
8,72
11,47
10,79
Ind 0.003 Apparaatskosten (per inwoner) Bron: Eigen begroting Gebied
2021
2022
2023
2024
2025
Westerveld
769,90
793,60
819,82
640,45
682,70
Ind 0.004 Externe inhuur (kosten als % van de totale loonsom + kosten totale inhuur) Bron: Eigen begroting Gebied
2021
2022
2023
2024
2025
Westerveld
19,44
19,60
4,42
3,06
3,67
50
Ind 0.005 Overhead (als % van de totale lasten) Bron: Eigen begroting Gebied
2021
2022
2023
2024
2025
Westerveld
15,00
15,51
20,60
19,90
20,47
Wat mag het kosten? Bedragen x €1.000
Exploitatie
Concept Begr. 2025
Concept Begr. 2026
Concept Begr. 2027
Concept Begr. 2028
Lasten
13.768
13.640
13.656
13.656
Baten
71
71
71
71
Totaal 0.4 Overhead
-13.697
-13.569
-13.585
-13.585
Totaal Overhead
-13.697
-13.569
-13.585
-13.585
0.4 Overhead
Financiële mutaties in dit programma Het vastgestelde budget van jaarschijf 2025 in de Begroting 2024 vormt het vertrekpunt voor dit programma: de zogenaamde primitieve begroting. Alle mutaties die op hoofdlijnen zijn toegelicht in het financiële perspectief worden hieronder getoond en sluiten zo aan op het totaal begrote saldo voor dit programma. Hieronder worden de bedragen afgerond op duizendtallen weergegeven: Omschrijving (x € 1.000)
Besloten
Gerapporteerd saldo Primitieve Begroting 2025
2025
2026
2027
2028
-12.767.000
-12.497.000
-12.510.000
-12.510.000
Gemeenschappelijke regeling (SCC/ONS)
Kadernota
-335.000
-335.000
-335.000
-335.000
Personeel Sociaal Domein
Kadernota
-80.000
-80.000
-80.000
-80.000
Applicaties en verzekeringen
Kadernota
125.000
125.000
125.000
125.000
Westervelder Courant
Kadernota
-7.000
-9.000
-12.000
-12.000
Meicirculaire
-420.000
-560.000
-560.000
-560.000
Meerjarenraming
-213.000
-213.000
-213.000
-213.000
-930.000
-1.072.000
-1.075.000
-1.075.000
-13.697.000
-13.569.000
-13.585.000
-13.585.000
Stelpost CAO verhogingen
Verdeling stelpost indexatie
Subtotaal mutaties
Saldo in deze begroting
51
Kosten van overhead als percentage De kosten voor overhead bestaan uit huisvestingskosten, personeelskosten, kosten voor informatievoorziening en faciliteiten. Deze kosten zijn verantwoord in taakveld 0.4. Kostensoort
Begroting 2024
Begroting 2025
557.900
582.482
Personeel
9.009.200
9.531.887
Informatievoorziening
2.836.700
3.201.996
393.200
380.800
12.811.000
13.697.165
19,9%
20,47%
Huisvestingskosten
Faciliteiten
Totaal lasten overhead
Percentage overhead
De hier gepresenteerde bedragen zijn exclusief bestuur en griffie. Ze sluiten aan op het taakveld 0.4: Overhead. De personeelskosten worden vooraf op basis van verzamelde uren en verwachte inzet toegerekend aan de programma’s. Dat geldt niet voor het budget voor vervanging tijdens ziekte en voor de inhuur van personeel. Die lasten worden verdeeld over de programma’s op basis van de realisatie. Betrokkenheid Verbonden partijen ONS is de partner (in de vorm van een Gemeenschappelijke Bedrijfsvoering) die het technisch beheer ICT, inkoop en de personeels- en salarisadministratie verzorgt. De daarvoor in rekening gebrachte kosten zijn als volgt: Bedragen x €1.000
Kosten Verbonden partijen
Concept Begr. 2025
Concept Begr. 2026
Concept Begr. 2027
Concept Begr. 2028
6800413 Dienstverlening SCCONS
-2.255
-2.255
-2.255
-2.255
Totaal
-2.255
-2.255
-2.255
-2.255
52
Algemene dekkingsmiddelen Omschrijving programma De algemene dekkingsmiddelen worden gevormd uit een aantal structurele niet aan taakvelden gekoppelde inkomsten. Deze dekkingsmiddelen krijgen we van het Rijk (algemene uitkering), van inwoners (heffingen) dan wel uit beleggingen. De inkomsten zijn onder te verdelen in treasury, belastingen, algemene uitkering, overige uitkeringen gemeentefonds en overige baten en lasten. De mutaties reserves en voorzieningen vallen ook onder dit programma. Ontwikkelingen en context De begroting 2025 is gebaseerd op de meicirculaire 2024. Zoals bekend hebben gemeenten nog steeds te maken met het ravijnjaar 2026 waarbij er sprake is van een terugval in de algemene uitkering van landelijk drie miljard euro. Dit heeft ook gevolgen voor de meerjarenbegroting van de gemeente Westerveld. Hierdoor zijn we genoodzaakt om in deze begroting een aantal bezuinigingen op te nemen die in de Kadernota 2025 zijn aangekondigd in het scenario ‘plan B’. Eén van deze maatregelen is een verhoging van de onroerende zaak belasting (ozb). Gemeentelijke beleidskaders - Treasury beleid. - Financiële verordening. - Nota reserves en voorzieningen. Doel A.1 Kostendekkend maken afvalstoffenheffing We streven naar een tariefstelling die voor 100% kostendekkend is. De opbrengsten van de afvalstoffenheffing brengen dan evenveel op als de afvalinzameling voor de gemeente kost.
Algemene dekkingsmiddelen Wat gaat het opbrengen? Bedragen x €1.000
53
Exploitatie
Concept Begr. 2025
Concept Begr. 2026
Concept Begr. 2027
Concept Begr. 2028
Lasten
86
81
97
106
Baten
984
984
984
984
Totaal 0.5 Treasury
899
904
888
879
Lasten
194
194
194
194
Baten
3.539
3.539
3.539
3.539
Totaal 0.61 OZB woningen
3.345
3.345
3.345
3.345
0.5 Treasury
0.61 OZB woningen
0.62 OZB nietwoningen Lasten
5
5
5
5
Baten
1.304
1.304
1.304
1.304
Totaal 0.62 OZB nietwoningen
1.299
1.299
1.299
1.299
Lasten
129
129
129
129
Baten
31
31
31
31
Totaal 0.64 Belastingen overig
-98
-98
-98
-98
Baten
46.063
42.615
42.825
42.961
Totaal 0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
46.063
42.615
42.825
42.961
Lasten
-129
-30
189
351
Totaal 0.8 Overige baten en lasten
129
30
-189
-351
Totaal Algemene dekkingsmiddelen
51.636
48.094
48.070
48.034
0.64 Belastingen overig
0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
0.8 Overige baten en lasten
54
Financiële mutaties in dit programma Het vastgestelde budget van jaarschijf 2025 in de Begroting 2024 vormt het vertrekpunt voor dit programma: de zogenaamde primitieve begroting. Alle mutaties die op hoofdlijnen zijn toegelicht in het financiële perspectief worden hieronder getoond en sluiten zo aan op het totaal begrote saldo voor dit programma. Hieronder worden de bedragen afgerond op duizendtallen weergegeven: Omschrijving
Besloten
Gerapporteerd saldo Primitieve Begroting 2025
2025
2026
2027
2028
48.806.000
45.432.000
44.916.000
44.916.000
Rente (langlopende lening en renteopbrengst R/C)
Kadernota
91.000
82.000
73.000
64.000
Aframen stelpost gemeentefonds
Kadernota
-203.000
-522.000
-398.000
-298.000
Algemene uitkering (bijstelling n.a.v. septembercirculaire 2023)
Kadernota
379.000
362.000
1.006.000
766.000
Nieuw beleid
Kadernota
-250.000
-500.000
-750.000
-1.000.000
Algemene uitkering (n.a.v. meicirculaire 2023)
Meicirculaire
1.161.000
337.000
339.000
214.000
Behoedzaamheid
Meicirculaire
-500.000
-500.000
-500.000
Indexatie budgetten
Meicirculaire
-500.000
-500.000
-500.000
-500.000
Accres en overige ontwikkelingen
Meicirculaire
700.000
1.600.000
1.550.000
1.950.000
Schrappen opschalingskorting
Meicirculaire
700.000
700.000
700.000
Aframen nieuw beleid
Plan B
250.000
250.000
250.000
250.000
OZB verhoging (incl. indexatie)
Plan B
391.000
391.000
391.000
391.000
Kapitaallasten
Plan B
135.000
286.000
317.000
405.000
Indexering subsidies
Meerjarenraming
175.000
175.000
175.000
175.000
Verdeling indexatie budgetten
Meerjarenraming
500.000
500.000
500.000
500.000
Subtotaal mutaties
2.830.000
2.662.000
3.153.000
3.117.000
Saldo in deze begroting
51.636.000
48.094.000
48.070.000
48.034.000
55
Overzicht van de baten algemene dekkingsmiddelen. Bedragen x €1.000 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen
Concept Begr. 2025
Concept Begr. 2026
Concept Begr. 2027
Concept Begr. 2028
0.5 Treasury 6800501 Resultaat financieringsmiddelen
107
107
107
107
6800502 Beleggingen
91
91
91
91
6800503 Beleggingen nutsbedrijven
786
786
786
786
Totaal 0.5 Treasury
984
984
984
984
6800612 Onroerend zaakbelasting eigenaren Woningen
3.539
3.539
3.539
3.539
Totaal 0.61 OZB woningen
3.539
3.539
3.539
3.539
6800622 Onroerend zaakbelasting gebruikers nietwoningen
435
435
435
435
6800623 Onroerend zaakbelasting eigenaren nietwoningen
869
869
869
869
Totaal 0.62 OZB nietwoningen
1.304
1.304
1.304
1.304
6800641 Inningskosten belastingen
29
29
29
29
6800642 Kwijtschelding belastingen
2
2
2
2
Totaal 0.64 Belastingen overig
31
31
31
31
6800701 Algemene uitkering
43.054
39.748
40.087
40.347
6800702 Integratie Uitkering Sociaal Domein
3.009
2.867
2.739
2.614
Totaal 0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
46.063
42.615
42.825
42.961
Totaal baten algemene dekkingsmiddelen
51.921
48.473
48.684
48.819
0.61 OZB woningen
0.62 OZB niet-woningen
0.64 Belastingen overig
0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
56
Deze inkomsten zijn gepresenteerd onder programma 3: Economie. Bedragen x €1.000 Baten Forensen- en toeristenbelasting
Concept Begr. 2025
Concept Begr. 2026
Concept Begr. 2027
Concept Begr. 2028
I_22230 Forensenbelasting
889
889
889
889
Totaal 6830404 Forensenbelasting
889
889
889
889
I_22100 Belastingopbrengsten
1.307
1.307
1.307
1.307
Totaal 6830405 Toeristenbelasting
1.307
1.307
1.307
1.307
Totaal baten forensen- en toeristenbelasting
2.195
2.195
2.195
2.195
6830404 Forensenbelasting
6830405 Toeristenbelasting
57
Paragrafen Paragraaf A Lokale heffingen Inleiding De paragraaf lokale heffingen beschrijft de geraamde inkomsten en het beleid. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de diverse heffingen, de lokale lastendruk en het kwijtscheldingsbeleid. Hierbij komen de volgende belastingen, heffingen en leges aan bod: • • • • • • •
Onroerende zaakbelastingen Toeristenbelasting Forensenbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing Leges Lijkbezorgingsrechten
Geraamde inkomsten In deze tabel wordt uitgegaan van de inkomsten uit de lokale heffingen, waarbij de kosten die de gemeente hiervoor moet maken niet zijn meegenomen. Belasting en heffingen (bedragen x € 1.000)
Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Belastingen
OZB gebruikers niet-woningen
400
400
435
35
OZB eigenaren niet-woningen
798
799
869
70
OZB eigenaren woningen
3.365
3.253
3.539
286
Toeristenbelasting
1.474
1.207
1.307
100
Forensenbelasting
980
989
889
-100
Rioolheffing
2.197
2.148
2.148
0
Afvalstoffenheffing
2.362
2.426
2.110
-316
225
292
301
9
Heffingen
Leges
Leges burgerzaken
58
Leges markten
12
14
14
0
Leges lijkbezorgingsrechten
354
365
375
10
Leges bestemmingsplannen
24
21
21
0
Leges vergunningen
599
515
530
15
12.790
12.429
12.538
109
Totaal
De opbrengsten van de belastingen en leges stijgen met de inflatiecorrectie van 3%, hetgeen ook in de tarieven zal worden verdisconteerd. Naast de gehanteerde 3% inflatiecorrectie, zal er voor de OZB in 2025 een extra verhoging van € 250.000 worden toegepast, zoals in de Kadernota staat verwoord. Verder nemen de inkomsten aangaande de toeristenbelasting extra toe door het vervallen van vrijstellingen. Deze geraamde meeropbrengst wordt ingezet door de tarieven voor de forensenbelasting te verlagen. De inflatiecorrectie is niet doorgevoerd op de opbrengsten toeristenbelasting en forensenbelasting, omdat hiervoor bij de Kadernota 2025 al voorstellen zijn gedaan. Belastingen De gemeente Westerveld kent een drietal belastingen: • Onroerende zaakbelastingen • Toeristenbelasting • Forensenbelasting Kenmerkend aan belastingen is dat er geen direct aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat. Met andere woorden: de burger draagt bij aan de algemene kas van de gemeente, waaruit een deel van de uitgaven betaald worden. Onroerende zaakbelastingen Beleid Het percentage voor de OZB-tarieven wordt berekend door de gewenste OZB-opbrengst te delen door de nieuwe modelwaarden. De gemeenteraad is vrij in het bepalen van de hoogte van de tarieven. Voor het bepalen van het tarief zijn de inkomsten uit de OZB en de (verwachte) WOZ-waarden van de onroerende zaken binnen de gemeente van belang.
Bij de tariefberekening wordt de OZB-opbrengst met € 250.000 verhoogd. Verder wordt ook de inflatiecorrectie van 3% toegepast. Dit resulteert in een totale meeropbrengst van € 391.000. Tarieven In onderstaande tabel staat een overzicht van de OZB-tarieven voor drie jaren. De hoogte van de OZB op de aanslag wordt bepaald door het percentage te vermenigvuldigen met de WOZ-waarde die voor een onroerende zaak is vastgesteld.
59
Tarieven Onroerende Zaakbelasting
Tarief 2023
Tarief 2024
Tarief 2025
OZB eigenaar woningen, in percentage van de WOZ-waarde
0,1010%
0,0945%
0,0958%
OZB eigenaar niet-woningen, in percentage van de WOZ-waarde
0,1945%
0,1947%
0,2038%
OZB gebruiker niet-woningen, in percentage van de WOZ-waarde
0,1287%
0,1293%
0,1331%
Toeristenbelasting Beleid In de Kadernota 2025 is uitgesproken om de komende jaren te streven naar een stelsel tussen de toeristenbelasting en de forensenbelasting, waarbij de lastendruk vanuit de forensenbelasting wordt verlaagd. Als voorwaarde is gesteld dat dit niet ten laste moet gaan van het saldo voor de opbrengst toeristenbelasting en forensenbelasting in de begroting. Voor 2025 zullen de geraamde opbrengsten voor de toeristenbelasting daarom worden verhoogd met € 100.000. Deze geraamde opbrengst willen wij genereren door het laten vervallen van de vrijstelling voor vreemdelingen die onder de verantwoordelijkheid van het COA vallen en het laten vervallen van de vrijstelling van kinderen onder de 13 jaar. Tegelijk zal ook worden voorgesteld om het hoge tarief (voor o.a. hotels) met € 0,10 te laten stijgen naar € 2,00 per persoon per overnachting en het lage tarief (voor o.a. campings en groepsaccommodaties) te laten verlagen met € 0,35, naar € 1,00 per persoon, per overnachting. Kostendekkendheid Van kostendekkendheid is geen sprake. De opbrengst toeristenbelasting betreft een algemeen dekkingsmiddel. De gemeenteraad is vrij in het bepalen van de hoogte van de tarieven. De inkomsten uit de toeristenbelasting zijn voor 2025 geraamd op € 1.307.000. Tarieven Tarieven toeristenbelasting
Tarief 2023
Tarief 2024
Tarief 2025
Toeristenbelasting (hoog) per nacht tarief in €
1,80
1,90
2,00
Toeristenbelasting (laag) per nacht tarief in €
1,30
1,35
1,00
Forensenbelasting Beleid In de kadernota is uitgesproken om de komende jaren te streven naar een stelsel tussen de toeristenbelasting en de forensenbelasting, waarbij de lastendruk vanuit de forensenbelasting wordt verlaagd. Als voorwaarde is gesteld dat dit niet ten laste moet gaan van het saldo voor de opbrengst toeristenbelasting en forensenbelasting in de begroting.
60
Voor 2025 zullen de geraamde opbrengsten voor de forensenbelasting met € 100.000 worden verlaagd. Voor de forensenbelasting wordt een heffingsgrondslag gehanteerd naar brandverzekerde waarde, of als die niet bekend is, naar de geschatte herbouwwaarde van het object. Deze heffingsgrondslag staat behoudens wijzigingen aan het opstal vast tot en met 31 december 2026. Wel verandert vanaf 2025 het aantal categorieën brandverzekerde waarde. Deze veranderen van 5 naar 3. Kostendekkendheid Van kostendekkendheid is geen sprake. De opbrengst forensenbelasting betreft een algemeen dekkingsmiddel. De gemeenteraad is vrij in het bepalen van de hoogte van de tarieven. De inkomsten uit de forensenbelasting zijn voor 2025 geraamd op € 889.000. Tarieven Voor 2025 worden de onderstaande tarieven voorgesteld. Tarieven forensenbelasting
Tarief 2023
Tarief 2024
Tarief 2025
Forensenbelasting op basis van brandverzekerde waarde, tarief in Euro.
< 25.000
249,00
256,00
250,00
25.000 - 50.000
420,00
433,00
250,00
50.000 - 100.000
752,00
776,00
750,00
100.000 - 200.000
1.047,00
1.080,00
1.000,00
> 200.000
1.257,00
1.297,00
1.000,00
Bestemmingsbelasting De gemeente Westerveld kent een tweetal bestemmingsbelastingen: • Rioolheffing • Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht Kenmerkend aan de bestemmingsbelastingen is dat de opbrengst ervan niet vrij te besteden is, maar dat het ook niet zo is, dat er een volledig aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat (zoals bij retributie). Rioolheffing- en waterzorgheffing De gemeente draagt zorg voor de afvoer van afvalwater, de afvoer en opslag van hemelwater (regen, sneeuw, hagel) en voor een goed grondwaterpeil. De begrote lasten hiervan worden volledig doorbelast door middel van de riool- en waterzorgheffing. De eigenaar van een perceel is de belastingplichtige betaler. Er wordt een vast bedrag geheven van € 75 per jaar vermeerderd met een percentage van de WOZ-waarde.
61
Beleid Wettelijk is bepaald dat rioolheffing niet meer dan kostendekkend mag zijn. De gemeente Westerveld bepaalt haar tarief voor de rioolheffing op basis van de kostendekkendheid. De kosten van het gemeentelijk waterbeheer voor de jaren 2023-2028 zijn vastgelegd in het Watertakenplan 2023-2028. Kostendekkendheid Rioolheffing
Letter
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Kosten taakveld incl. rente
x
2.172.041
2.345.805
173.764
Aanwending voorziening vervangingsinvestering
y
-431.910
-475.755
-43.845
Netto kosten taakvelden
x-y
1.740.131
1.870.050
129.919
Overhead
227.100
227.100
0
BTW
229.386
265.141
35.755
Totale kosten
a
2.196.617
2.362.291
35.755
Opbrengst heffingen
b
2.148.310
2.148.310
0
Dekkingspercentage voor onttrekking aan de voorzieningen
b/a
97,8%
91,1%
-6.7%
Bijdrage in de exploitatie uit de exploitatievoorziening riolering
c
48.307
213.981
165.674
(b+c)/a
100,0%
100,0%
0,0%
Dekkingspercentage
62
Tarieven Bij de raming voor het tarief is uitgegaan van en gemiddelde stijging van de WOZ-waarden ten opzichte van het huidige jaar. Berekening tarieven rioolheffing 2025
Grondslag
Tarief
Bedrag
10.650
150,00
1.597.500
4.127.697.000
0,0133%
550.500
Vast bedrag per object
Percentage van de WOZ-waarde
Totale opbrengst rioolheffing
2.148.000
Hieronder worden de tarieven rioolheffing voor drie jaren vergeleken. Tarieven rioolheffing
Tarief 2023
Tarief 2024
Tarief 2025
Eigenaarstarief in €
150,00
150,00
150,00
Percentage van de WOZ-waarde
0,0176%
0,0156%
0,0133%
63
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven bij alle huishoudens. De gemeente heeft de plicht de huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Daarom is ieder huishouden verplicht bij te dragen in de kosten van de afvalinzameling. Het maakt daarbij niet uit of mensen wel of geen afval aanbieden. Beleid Wettelijk is bepaald dat afvalstoffenheffing niet meer dan kostendekkend mag zijn. De gemeente Westerveld bepaalt haar tarieven voor deze heffingen op basis van de kostendekkendheid. Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing
Letter
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Kosten taakveld incl. rente
2.534.538
2.216.000
-318.538
Inkomsten taakvelden exclusief heffingen
-687.000
-642.000
45.000
Netto kosten taakvelden
1.847.538
1.574.000
-273.538
Kwijtschelding
43.700
53.000
9.300
Overhead
123.960
124.000
40
BTW
411.085
372.000
-39.085
Totale kosten
a
2.426.283
2.123.000
-303.283
Opbrengst heffingen
b
2.426.283
2.110.000
-316.283
Dekkingspercentage voor onttrekking aan de voorzieningen
b/a
100,0%
99,4%
-0,6%
Bijdrage in de exploitatie uit bestemmingsreserve
c
0
13.000
-13.000
100,0%
100,0%
0,0%
Dekkingspercentage
(b+c)/a
64
Tarieven In 2024 is de gemeente Westerveld overgegaan op Diftar, een gedifferentieerde tariefstelling voor het aanbieden van restafval. Er is sprake van een vast tarief per 1 persoonshuishouden, een vast tarief per meerpersoonshuishouden en een vast tarief voor een recreatiewoning die niet permanent mag worden bewoond. Daarnaast is er ook het variabele tarief. Deze is gebaseerd op het daadwerkelijke aantal aanbiedingen in de minicontainer of de verzamelcontainer. In onderstaande tabel vindt u een overzicht van de afvalstoffenheffing voor twee jaren. Tarieven afvalstoffen
Tarief 2024
Tarief 2025
Vast tarief voor eenpersoonshuishouden
180,00
190,00
Vast tarief voor meerpersoonshuishouden
246,00
190,00
Vast tarief voor recreatiewoning niet permanent bewoond
200,00
190,00
Extra containergebruik (grijs)
N.V.T.
N.V.T
Extra containergebruik (groen)
N.V.T.
N.V.T.
Extra containergebruik (groen) vanaf extra 2de container
25,00
25,00
Extra containergebruik (oranje)
N.V.T.
N.V.T.
Extra containergebruik (oranje) vanaf extra 2de container
25,00
25,00
Variabel tarief restafval minicontainer (240 liter)
10,60
10,60
Variabel tarief minicontainer 40 liter of onder-/bovengrondse verzamelcontainer
1,80
1,80
Afvalstoffenheffing in €
65
Retributies De gemeente Westerveld kent twee soorten retributies: • Leges • Lijkbezorgingsrechten Kenmerkend aan retributies is dat er een direct aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat. Met andere woorden, retributies zijn vergoedingen die de gemeente vraagt voor verleende diensten of het gebruik van voorzieningen. Retributies mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Beleid retributies Voor 2025 wordt alleen een inflatiecorrectie van 3 % op de leges van vergunningen en lijkbezorgingsrechten toegepast. Kostendekkendheid van 100% is niet voor alle leges mogelijk, doordat een aantal tarieven wettelijk gemaximeerd zijn. In die gevallen worden de leges vastgesteld op basis van het wettelijke maximale tarief. Kostendekkendheid (de percentages zijn berekend op exacte bedragen, hieronder staan afgeronde bedragen) Leges
Begroting 2024
Begroting 2025
lasten
baten
dekking
lasten
baten
dekking
Leges burgerzaken
634
292
46,0%
625
301
48,2%
Leges bestemmingsplannen
392
21
5,4%
392
21
5,4%
1.880
515
27,4%
2.070
530
25,6%
Leges markten
82
14
17,1%
82
14
17,1%
Lijkbezorgingsrechten
453
365
80,7%
448
375
83,7%
3.441
1.207
35,1%
3.617
1.241
34,3%
Leges vergunningen
Totaal Leges
In 2025 wordt gekeken hoe de leges voor vergunningen meer kostendekkend gemaakt kunnen worden. In de begroting is een bedrag van oplopend € 150.000 naar € 250.000 opgenomen in de meerjarenraming 2026-2028.
66
Aanduiding lokale lastendruk In het onderstaande overzicht wordt een vergelijking gemaakt van de woonlasten in Westerveld met enkele omliggende gemeenten op basis van de tarieven van 2024. Onder gemeentelijke woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een gemeente betaalt aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Bij de interpretatie moet de nodige voorzichtigheid in acht worden genomen, omdat slechts een aantal categorieën belastingplichtigen met elkaar wordt vergeleken en er verschillende heffingsmethodieken voor de rioolheffing worden gehanteerd. Tevens merken wij op dat niet elke gemeente hetzelfde dekkingspercentage voor rioolheffing en afvalstoffenheffing hanteert. Westerveld
De Wolden
Meppel
Midden Drenthe
Steenwijkerland
Weststellingwerf
390.000
396.000
298.000
328.000
323.000
309.000
OZB-woningen
369
340
340
320
250
278
Afvalstoffenheffing
208
171
218
194
224
199
Rioolheffing
211
212
183
239
208
191
Totale woonlasten
788
723
741
753
682
668
OZB-woningen
369
340
340
320
250
278
Afvalstoffenheffing
288
222
218
216
241
299
Rioolheffing
211
236
183
239
208
191
Totale woonlasten
868
798
741
775
699
768
Gemeente
Gemiddelde woningwaarde
Eenpersoonshuishouden
Meerpersoonshuishouden
Bronnen: Atlas van de lokale lasten (www.coelo.nl) gebaseerd op de gemiddelde WOZwaarde woningen in de gemeente Westerveld (www.waarderingskamer.nl)
67
Kwijtscheldingbeleid Westerveld hanteert als kwijtscheldingsnorm 100% van de bijstandsuitkering. Voor gepensioneerden geldt 100% van de AOW-norm. Westerveld maakt daarmee, net als in het overgrote deel van de andere gemeenten in Nederland, gebruik van het recht dat lokale overheden hebben om de landelijke norm van 90% van het bijstandsniveau te verhogen tot maximaal 100% van die norm. Dit houdt in dat als men onder de norm komt, men in aanmerking komt voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Kwijtschelding kan worden verleend op afvalstoffenheffing en in uitzonderlijke gevallen op de OZB en riool en waterzorgheffing. Door toepassing van de Uitvoeringsregeling komen eigenaren van onroerende zaken in de meeste gevallen niet in aanmerking voor kwijtschelding vanwege aanwezig vermogen, onder andere doordat de overwaarde van een woning moet worden aangemerkt als vermogen. Indien er dus geen sprake is van overwaarde kan kwijtschelding worden verleend.
68
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre gemeentelijke risico’s kunnen worden afgedekt door weerstandscapaciteit. Deze paragraaf beschrijft de risico’s die de bedrijfsvoering van de gemeente in gevaar kunnen brengen. Voldoende weerstandsvermogen voorkomt dat een financiële tegenvaller ons direct dwingt tot bezuinigen. Het weerstandsvermogen is voldoende als financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden. Daarvoor zetten we weerstandscapaciteit en risico’s tegen elkaar af. Risicobeheersing Met het principe van integraal management is het sturen op risico’s een vast onderdeel van de bedrijfsvoering. Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, wordt de relatie gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's, de bijbehorende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen deze componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven. Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit (A) / Benodigde weerstandcapaciteit (B)
Wij streven naar een weerstandsvermogen dat ten minste voldoende is. Dit vereist een ratio weerstandsvermogen dat gelijk is of hoger is dan 1,0. Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2.0
uitstekend
B
1,4 - 2,0
ruim voldoende
C
1,0 - 1,4
voldoende
D
0,8 - 1,0
matig
E
0,6 - 0,8
onvoldoende
F
<0,6
ruim onvoldoende
Weerstandscapaciteit betreft alle middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken zonder dat aanpassingen nodig zijn in de begroting en het beleid.
69
Inventarisatie van risico's (benodigde weerstandscapaciteit) Een risico is de kans dat een mogelijke gebeurtenis zich voordoet met een negatieve impact voor de organisatie. Om risico’s te kwantificeren dienen zowel de kans op als de impact van het risico te worden bepaald. De niet-financiële risico’s, zoals imagoschade, worden niet gekwantificeerd. In de programmabegroting en de jaarrekening wordt de risico-inventarisatie geactualiseerd. 1. Overige verstrekte leningen De gemeente heeft leningen verstrekt in het kader van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVN). Het risico bestaat dat de leningen oninbaar worden. De kans dat dit scenario zich voordoet, schatten wij in op 10%. 2. Gewaarborgde leningen Voor tien instellingen binnen de gemeentegrenzen heeft de gemeente een financiële borgstelling afgegeven. Dit betekent dat wanneer de instelling zelf niet aan haar aflossingsverplichting kan voldoen, de gemeente hiervoor zorg moet dragen. De kans dat dit zich voordoet, schatten wij in op 10%. 3. Garantstelling WSW-achtervang De gemeente is door middel van een garantstelling verbonden aan de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Mocht een woningbouwvereniging niet aan haar financiële verplichtingen kunnen voldoen, dan zal zij eerst de WSW aangespreken.
Wanneer blijkt dat de WSW onvoldoende financiële middelen heeft, worden andere woningbouwverenigingen aangesproken en tenslotte kan de gemeente worden aangesproken. Het vastgoed fungeert in deze situatie als onderpand. Actium is de grootste woningbouwvereniging die actief is binnen de gemeente Westerveld. Actium beschikt over circa 16.000 woningen die verspreid zijn over verschillende gemeenten. In de gemeente Westerveld zijn ongeveer 1.600 woningen (10%) in het bezit van Actium. Naast Actium is woningcorporatie Woonconcept vertegenwoordigd binnen de gemeente. Zij verhuurt één wooncomplex aan een instelling, bestaande uit circa 20 woningen. Op basis daarvan schatten wij dat maximaal 10% opeisbaar is. De kans dat dit scenario zich voordoet, schatten wij in op 5%. 4. Cyberaanval Door cybercrime (o.a. randsomware) zijn ICT systemen niet beschikbaar. Het risico ontstaat dat de systemen niet beschikbaar zijn, waardoor de gemeente veel kosten maakt om systemen weer werkend te krijgen. De kosten voor het opnieuw inrichten van de systemen worden geschat op € 2.500.000, het risico schatten wij in op 5%. 5. Algemene uitkering Gemeentefonds In 2023 ontving de gemeente ruim € 42 miljoen uit het Gemeentefonds.
De rijksoverheid kijkt bij de verdeling van het Gemeentefonds onder andere naar het aantal inwoners, jongeren en uitkeringsgerechtigden, de oppervlakte van de gemeente en de grootte van de watergebieden. Bij de circulaires in mei en september kan het voorkomen dat er wijzigingen zijn in de hoogte van de algemene uitkering. De grootste negatieve bijstelling in de afgelopen jaren was circa 3%. Dit risico schatten wij op € 1.268.000. De kans daarop schatten wij op 10%.
70
6. Kosten vervanging wegens ziekteverzuim In de begroting 2025 wordt een bedrag van afgerond € 209.000 geraamd voor vervanging bij ziekte. Hierbij wordt uitgegaan van een ziekteverzuim van 2%. Het verzuimpercentage voor 2023 bedroeg 7,49%. (in 2022: 5,39%). Overschrijding van het budget voor vervanging bij ziekte is toegestaan tot het landelijk gemiddelde verzuimpercentage. Er bestaat een aannemelijk risico dat het werkelijke ziekteverzuim hoger is dan 2%. Gegeven de huidige context wordt het risico geschat op € 500.000. De kans schatten wij op reëel op 70%. 7. Volume ontwikkelingen exploitatie en Sociaal domein In de begroting hebben we een zo realistisch mogelijke inschatting gemaakt van de ontwikkelingen in volume en prijs. Er bestaat een risico dat de indexering en zorgvraag bij het Sociaal domein meer toeneemt dan onze inschatting of dat de prijsontwikkeling afwijkt. Hier valt ook de inkomensafhankelijke bijdrage voor de WMO onder (geschatte ontvangst € 200.000). De kans daarop schatten wij in op 10%. De impact schatten we op 5% van de exploitatie. Gezien de ingezette koers om zoveel mogelijk grip te houden rond processen en de budgetresultaten van de afgelopen jaren is dit een realistisch scenario. 8. BTW-compensatiefonds Er wordt uitgegaan van een lagere aanspraak onder het plafond.
Gemeenten mogen deze ruimte meenemen in hun begroting, al blijft voorzichtigheid geboden. Het ministerie van BZK heeft in afstemming met VNG en provinciale toezichthouders een advies opgesteld over de wijze waarop de ruimte onder het plafond BOF door gemeenten kan worden opgenomen als verwachte bate. Dit advies luidt: Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond BCF, adviseren wij om voorzichtigheid in acht te nemen door een raming op te nemen, die maximaal gebaseerd is op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond BCF. Volgens de meest recente gegevens is het effect 10.7 punten van de uitkeringsfactor. Provincie Drenthe staat structurele raming toe, mits deze post wordt opgenomen. Er bestaat een risico op uitnutting van het compensatiefonds door alle gemeenten samen. De kans dat dit scenario zich voordoet wordt geschat op 50%. 9. Dividend Het dividend is zo realistisch mogelijk begroot. Wel geven de partners waarin wij deelnemen geven allen aan dat winsten zullen afnemen en derhalve de uit te keren dividend lager zal zijn. Zo geeft Rendo aan dat het toekomstige dividend gebaseerd zal zijn op een lagere uitkeerbare winst. In vergelijking met de huidige uitkeerbare winst wordt een verlaging voorzien van het dividend. Dat bedrag betreft dus ons risico van lagere inkomsten in de toekomst.
Ook Enexis geeft aan dat de dividend uitkering zal dalen. Verder voorziet ook ROVA een lager dividend. Het risico schatten wij op € 225.000. De kans dat het dividend daadwerkelijk lager zal zijn, schatten wij op 20%. 10. Gemeenschappelijke regelingen De gemeente participeert in zeven gemeenschappelijke regelingen (te weten SSC-ONS, Reestmond, Veiligheidsregio Drenthe, GGD Drenthe, RUD, Recreatieschap Drenthe en Publiekvervoer Groningen Drenthe). Het risico bestaat dat een gemeenschappelijke regeling te maken krijgt met een financiële tegenvaller, die dan ook de gemeente Westerveld treft. Wij gaan er vanuit dat de lastenverzwaring met maximaal 5% zal toenemen. De kans dat dit scenario zich voordoet schatten wij in op 50%.
71
11. Personeel/inhuur Op de huidige arbeidsmarkt is het lastig om goed gekwalificeerd personeel te vinden. Door de schaalgrootte van Westerveld betreft het ook vaak functies die door 1 persoon ingevuld worden, waardoor bij het wegvallen van een collega er snel gehandeld moet worden. Hierdoor zien we ons vaak genoodzaakt in te huren, daarbij is het een grote uitdaging om binnen de gestelde budgetten te blijven. Het risico op overschrijding van de bestaande budgetten wordt ingeschat op 50%. 12. Garantstelling projecten Voor het project Sport Havelte staat de gemeente garant voor de initiële kosten van maximaal € 100.000. De kans dat deze garantstelling ingevuld moet worden wordt geschat op 20%. Samenvatting: Omschrijving Risico (afgeronde bedragen in €)
I/S
Kans
Impact
Risico in Euro
1. Overige verstrekte leningen (scenario volledig afboeken)
I
10%
665.000
67.000
2. Gewaarborgde leningen (scenario volledig opgeëist)
I
10%
2.824.000
282.000
3. Garantsteling WSW-achtervang (scenario 10% opgeëist)
I
5%
3.579.000
179.000
4. Cyberaanval
I
5%
2.500.000
125.000
5. Algemene uitkering Gemeentefonds
I
10%
1.268.000
127.000
6. Kosten vervanging wegens ziekteverzuim
I
70%
500.000
350.000
7. Volume ontwikkelingen exploitatie/Sociaal domein
I
10%
2.000.000
200.000
8. BTW-compensatiefonds
I
50%
207.000
104.000
9. Dividend
S
20%
225.000
45.000
10. Gemeenschappelijke regelingen (scenario 5% extra)
S
50%
396.000
198.000
11. Personeel/inhuur en bedrijfscontinuïteit
I
50%
1.500.000
750.000
12. Garantstelling projecten
I
20%
100.000
20.000
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
2.447.000
72
Overige risico's In gebreke stelling Onder de nieuwe omgevingswet is de systematiek rondom afhandeltermijnen gewijzigd. Er is geen wettelijk voorschrift om een vergunningsaanvraag binnen een gestelde termijn af te handelen. Wel bestaat de mogelijkheid om de gemeente in gebreke te stellen indien de afhandeling rederlijkerwijs plaats had moeten vinden. Het is lastig om op voorhand hiervoor aan te geven wat het financiële risico is. Effecten milieu op verkoop en ontwikkeling van gronden Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) uitspraak gedaan over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). De RvS oordeelde dat de PAS niet meer als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Dat betekent dat voor veel ruimtelijke ontwikkelingen weer toestemming op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) vereist is. Dit kan via het ‘aanhaken’, dat wil zeggen als onderdeel van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) of via een aparte natuurvergunning op grond van de Wnb. Gedeputeerde Staten (en in een aantal gevallen het ministerie van LNV) zijn het bevoegde gezag voor deze natuurvergunning. De gevolgen van de uitspraak halen nog steeds regelmatig het nieuws. Veel initiatieven zijn stil komen te liggen.
De uitspraak van de RvS laat ook zien dat er voor het herstel van onze natuur nog flinke stappen nodig zijn. De totale stikstofdepositie moet blijvend worden verlaagd. Gemakkelijke oplossingen hiervoor zijn er niet. Er zijn nog geen ontwikkelingen in onze gemeente geannuleerd door deze stikstofproblematiek. Samen met de Provincie Drenthe en de andere Drentse gemeenten wordt het landelijk beleid op de voet gevolgd en gekeken welke maatregelen genomen moeten worden om ontwikkelingen toch doorgang te kunnen laten vinden. Juridische kosten wolf Indien er overgegaan wordt tot hoger beroep wordt de gemeente geconfronteerd met nieuwe juridische kosten. Op voorhand is niet in te schatten of dit zal gebeuren en indien het plaatsvindt, wat dan de juridische kosten zullen zijn. Aansprakelijkheid omtrent lager onderhoudsniveau onderhoud Doordat niet alle wegen, bomen en civiele kunstwerken aan het vereiste onderhoudsniveau voldoen bestaat het risico dat de gemeente aansprakelijk gesteld wordt voor eventuele schade die hieruit voortkomt. Dit risico is op voorhand niet goed in te schatten. Onderhoudsplan scholen Er wordt gewerkt aan het integraal huisvestingsplan (IHP) waar ook de scholen een onderdeel van zijn. Tot het moment dat duidelijk is waar onderhoud of uitbreiding plaats moet vinden, bestaat het risico dat we als gemeente op korte termijn tijdelijke huisvesting moeten gaan regelen.
De kosten zijn zeer afhankelijk van de benodigde oplossing en daarom niet in te schatten. Inventarisatie beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. Bij het bepalen van de weerstandscapaciteit worden incidentele risico’s afgedekt met incidenteel geld en worden structurele risico’s opgevangen met structurele middelen.