CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Erfgoedvisie gemeente Westerveld 2022-2030 (oude versie)

Politieke avond Westerveld 12 april 2022, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen erfgoedvisie Westerveld 2022-2030 (spreekrecht)20.669 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Door het verzilveren van de economische waarde worden ook de andere waarden van cultureel erfgoed vergroot. Het verdrag plaatst mensen centraal in plaats van het erfgoed, of de uitvoering van erfgoedbeleid en de erfgoedpraktijk. Het is immers het individu dat bepaalt/beïnvloedt wat cultureel erfgoed is en wat erfgoed kan betekenen voor erfgoedgemeenschappen en, maatschappelijke ontwikkelingen. Het verdrag benadrukt het belang van een hechte samenwerking tussen de erfgoedsector en andere sectoren. Het verdrag benadrukt ook dat (aanwijzen van) cultureel erfgoed niet louter een zaak van experts kan zijn en dat erfgoedgemeenschappen door middel van participatie en burgerinitiatief een grote rol kunnen en moeten spelen in alle aspecten van het erfgoedbeleid. Het rijk onderzoekt de ratificatie en implementatie van Faro op dit moment; naar alle waarschijnlijkheid wordt dit onderdeel van het nieuwe regeerakkoord. Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Het opstellen van een Omgevingsvisie is één van de projecten die met voorrang worden opgepakt voordat de Omgevingswet in 2022 in werking treedt. In de Omgevingsvisie worden integrale kaders en ambities vastgesteld door de gemeenteraad. De Omgevingsvisie geeft richting aan het langetermijnbeleid van de gemeente Westerveld. Het is bij uitstek het instrument dat strategische doelen en lokale behoeften verbindt en voorziet van richting en koers.

Op die manier wordt de Omgevingsvisie geen beleidsstuk met alleen mooie verhalen en ambities, maar juist een visie die helpt om vanuit ambities sturing en uitvoering te geven aan de uitdagingen waar de gemeente en samenleving voor staan.

2 Het programmabureau Faro van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / Ministerie van Onderwijs, Cultuur en

Wetenschappen heeft de buitengewone leerstoel CEPRO i.o. aangemerkt als een goed voorbeeld hoe ‘erfgoedparticipatie’ in de Nederlandse wet- en regelgeving geïmplementeerd zou moeten worden.

24

In het ambitiedocument van de Omgevingsvisie komen naast nieuwe Westerveldse waarden en kwaliteiten ook de zes Unique Selling Points terug: 1. Cultureel erfgoed en monumenten 2. Het erkende Unesco-erfgoed 3. Duisternis en sterren 4. Archeologie 5. Natuur 6. Landschap In de Structuurvisie (2013) werd de identiteit van de gemeente Westerveld als volgt beschreven: ‘een groene, agrarische gemeente met een ongekende rijkdom aan cultuurhistorische, toeristisch/ landschappelijke en ecologische waarden. Deze identiteitsbepalende kenmerken die in grote hoeveelheid en ook nog gaaf aanwezig zijn, maken ook dat de gemeente zo goed leesbaar is (qua ontstaansgeschiedenis)’. Deze typering staat wat ons betreft anno 2022 nog volledig overeind. De kenmerkende landschapstypen en cultuurhistorische waarden van het buitengebied vormen de bakermat van de twee belangrijkste bronnen van werkgelegenheid in Westerveld: de agrarische en de toeristische sector. Eventuele kaders voor de belangrijkste landschapstypen, met een accent op cultuurhistorie, zouden als volgt kunnen worden uitgerold: 1. In natuurgebieden staan de natuurwaarden centraal en toeristisch medegebruik is toegestaan, mits dat de natuurwaarden niet aantast. Recreatiebedrijven mogen kwalitatief uitbreiden, mits zij de kernkwaliteiten van het landschap verbeteren. 2.

In gebied met grootschalige landbouwgronden staat het agrarische gebruik centraal en is schaalvergroting toegestaan, al dan niet met een landschappelijke tegenprestatie. Andere functies zoals recreatie mogen aan de randen van het gebied, mits zij het agrarisch gebruik niet beperken. 3. In de verveningsgebieden is sprake van een kleinschalige eigendomssituatie en natuur- en milieuwetgeving waardoor schaalvergroting niet voorkomt. Hier wordt functieverbreding en functiecombinatie verwacht, waaronder duurzame landbouw, agrarisch natuurbeheer en biologische landbouw. Boerderijen kunnen een functie krijgen als beheerboerderij of voor wonen of recreatie. 4. De ecologische verbindingszones zijn aangelegd als stapstenen tussen de drie grote natuurgebieden Dwingelderveld, Holtingerveld en Drents-Friese Wold. 5. De essen, die in een krans om de esdorpen heen liggen, zijn aantrekkelijke en karakteristieke landschappen die behouden moeten blijven. Het zijn gebieden met hoge recreatieve potentie.

25

Beeldkwaliteitsplan 3 Het beeldkwaliteitsplan ‘Vergroot de liefde!’ beschrijft de gewenste en beoogde ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Het is zowel een inspiratiebron als een toetsingskader, waarin de kwaliteitscriteria beschreven staan van de zes meest voorkomende landschapstypen:      

Essen landschap Wegdorpen landschap Ontginningskolonie landschap Heideontginningslandschap Veldgronden landschap Beekdalen landschap

Naast de kenmerken en essenties van deze landschapstypen beschrijft het beeldkwaliteitsplan ook de daarbij behorende bebouwingstypologieën. Het beeldkwaliteitsplan geeft criteria voor het beoordelen van een aanvraag voor een bouw- of aanlegvergunning in het buitengebied. Archeologische Beleidsadvieskaart De archeologische verwachtings- en beleidskaart geeft een overzicht van de bekende archeologische waarden en van gebieden met verwachte archeologische vondsten of sporen. Uit deze kaart volgt wanneer bij ruimtelijke ontwikkelingen welk soort archeologisch onderzoek nodig is. De gemeente Westerveld presenteerde in 2012 als eerste Drentse gemeente een dekkende archeologische beleidsadvieskaart. Als extra kaartlaag is in de update van 2020 WO II erfgoed opgenomen. De kaart is integraal opgenomen in de nieuwe gemeentelijke omgevingsvisie die naar verwachting in 2022 ter vaststelling door de gemeenteraad wordt aangeboden. Archeologie vertelt het tastbare verhaal van de gemeente. Het geeft een beeld van de mensen die hier ooit doorgetrokken zijn, die hier gejaagd hebben, gevist en in jachtkampjes verbleven. Van de eerste landbouwers die er hun huizen bouwden. Hoog en droog, maar altijd in de buurt van water. Van de mensen die in de dorpen woonden. Archeologie is voor het overgrote deel van onze geschiedenis onze enige bron, onze enige link met de mensen voor ons.

En archeologie is zeker, vanaf de tijd dat we geschreven bronnen hebben, een prachtige aanvulling op het verhaal uit die bronnen. Weliswaar bevatten archieven heel veel informatie, bijvoorbeeld over de adel, de kerk, de rechterlijke en bestuurlijke macht, maar veel minder over het leven van de gewone man, vrouw en kinderen. Dat deel wordt aangevuld door archeologische vondsten. Uit archeologisch onderzoek leren we ook het leven van deze mensen kennen. De gemeente wil zich, door het op de juiste wijze beheren, bewaren en beleefbaar maken, nog meer profileren met de grote archeologisch rijkdom die binnen haar grenzen aanwezig is. Zij doet dat samen met het OERmuseum en andere vrijwilligers in de archeologie. De economische waarde van het archeologisch erfgoed wordt gezien en gebruikt. De mogelijkheid tot participatie is groot.

3 Het beeldkwaliteitsplan is verouderd, en biedt bijvoorbeeld onvoldoende inspiratiemogelijkheden voor de

energietransitie. Het strekt tot de aanbeveling deze te herzien.

26

Dit varieert van de mogelijkheid tot het meedoen aan archeologisch onderzoek, samen met een archeologisch onderzoeksbureau, tot het mogelijk maken van citizen science, bijvoorbeeld door het faciliteren van een publieksopgraving, het samen met de provincie Drenthe realiseren van een archeologisch beleefpunt, het participeren aan de Landelijke Archeologiedagen en de inzet van een eigen gemeentelijk archeoloog. Cultuurhistorische waardenkaart Naast een archeologische beleidsadvieskaart heeft de gemeente ook geïnvesteerd in het al vroeg in kaart brengen van bovengrondse cultuurhistorische waarden. Gemeenten in Nederland zijn verplicht om bij ruimtelijke- en planologische afwegingen cultuurhistorie als waarderingsfactor mee te nemen. Aanvullend op haar archeologische beleidsadvieskaart heeft de gemeente Westerveld een cultuurhistorische waardenkaart laten opstellen. Deze is in 2014 vastgesteld vanuit een participatietraject met stakeholders (zoals monumenteneigenaren, erfgoedbeheerders en historische verenigingen). Vanuit de cultuurhistorische waardenkaart is onder andere de vrijwillige gemeentelijke monumentenlijst ontstaan, die het participatieve gehalte van het gemeentelijk erfgoedbeleid nogmaals benadrukt.

Hiermee is de gemeente uniek in Nederland: zij heeft als eerste een gemeentelijke lijst gepresenteerd die gebaseerd is op draagvlak en vrijwilligheid van de betrokken eigenaren en niet alleen op bescherming van cultuurhistorische waarden. Evenals de archeologische beleidsadvieskaart is de cultuurhistorische waardenkaart in 2020 herzien. De kaart is integraal opgenomen in de nieuwe gemeentelijke omgevingsvisie die naar verwachting in 2022 ter vaststelling door de gemeenteraad wordt aangeboden. De gemeente Westerveld erkent het belang van de archeologische en cultuurhistorische waarde van haar grondgebied. Daarom ziet de gemeente het op de juiste wijze bewaren en beheren van deze waarden als één van haar taken. Daarnaast wordt ook de economische, toeristische en recreatieve waarde van de archeologische rijkdom gezien en gewaardeerd. Archeologie en cultuurhistorie vormen dan ook niet voor niets drie (inclusief het UNESCO Werelderfgoed) van de zes USP’s in het beleid van de gemeente. Erfgoedverordening In de Erfgoedverordening uit 2015 heeft de gemeente vastgelegd hoe zij als bevoegd bestuur omgaat met gemeentelijk erfgoed, waaronder monumentenzorg en archeologie.

Anders dan veel andere gemeenten gaat de gemeente Westerveld bij het aanwijzen als gemeentelijk monument van een zaak of gebied, dat van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, uit van de instemming van de eigenaar. De opname van een zaak of terrein op de gemeentelijke monumentenlijst is op vrijwillige basis en wordt ongedaan gemaakt als de eigenaar dat verzoekt. De instandhoudingsbepaling in de verordening regelt dat het verboden is om een gemeentelijk monument doelbewust te beschadigen, wijzigen, vernielen of anderszins te ontsieren. De erfgoedverordening zal bij het in werking treden van de Omgevingswet (naar verwachting 2022) moeten worden herzien. Er heeft inmiddels afstemming plaatsgevonden met onder anderen de VNG voor de positionering van vrijwillige gemeentelijke monumenten, omdat de conceptverordening van de VNG hier niet in voorziet.

27

Uit informatie van de VNG blijkt dat de vrijwillige gemeentelijke monumentenlijst ook na het in werking treden van de Omgevingswet, gecontinueerd kan worden. Provinciaal beleid In de provinciale omgevingsverordening wordt specifiek aandacht gegeven aan de UNESCO status van de Koloniën van Weldadigheid, beheer en management van het Werelderfgoed Koloniën van Weldadigheid. Hierover vindt periodiek afstemming plaats met betrokken gemeenten zoals de gemeente Westerveld. Via de provinciale monumentenverordening (2016) is de gemeente gevraagd om als loket op te treden voor de binnen de gemeente aangewezen beschermde provinciale monumenten.

28

Houten klokkenstoel protestantse kerk Wapserveen

Hoofdstuk 4 Verscheidenheid aan cultureel erfgoed Het erfgoedpalet in de gemeente Westerveld is breed en afwisselend. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste ‘soorten’ gebouwd erfgoed samengevat. Iedereen zal een rietgedekte hallenhuisboerderij of een havezathe herkennen als typisch Drents erfgoed. In dit hoofdstuk wordt een extra verdieping aangebracht bij erfgoed welke niet zo vanzelfsprekend zijn, zoals oorlogserfgoed en immaterieel erfgoed. Monumenten en beschermde dorpsgezichten De gemeente telt 185 rijksmonumenten, 22 provinciale monumenten en 60 vrijwillige gemeentelijke monumenten, waaronder veel agrarisch erfgoed. Onder deze monumenten zijn veel gebouwen die behoren bij de Koloniën van Weldadigheid. Onder de aangewezen monumenten vallen ook molens, industriële en religieuze gebouwen en de radiotelescoop in Dwingeloo. Beschermde dorpsgezichten In Westerveld zijn acht- van rijkswege beschermde dorpsgezichten aangewezen:  Havelte, dorp Oud  Havelte, omgeving Hervormde Kerk / Uffelterkerkweg  Havelte, Eursinge  Havelte, Van Helomaweg  Dwingeloo, Brink en omgeving  Dwingeloo, Westeinde  Frederiksoord, Wilhelminaoord  Kraloo (niet bebouwd, op de grens met de gemeente De Wolden) Rijksmonumenten Van de 185 rijksmonumenten staan er 47 in Dwingeloo, 19 in Frederiksoord, 41 in Havelte en 15 in Wilhelminaoord.

De lijst met rijksmonumenten telt opvallend veel boerderijen en koloniewoningen. De radiotelescoop is zelfs aangewezen als top-100 rijksmonument. Onder de aangewezen rijksmonumenten vallen onder andere:  Hallenhuisboerderijen en Schultenhuizen  Koloniewoningen  Havezaten en buitenplaatsen  Molen De Vlijt in Diever, de Havelter molen en de Molen van Vledder  Elf religieuze monumenten: Kerken en kapelletjes waaronder het enige houten kerkje van Drenthe (Zorgvlied) en het kleinste stenen kerkje van Drenthe (Leggeloo)  De zuivelfabrieken in Wapse, Wapserveen, Uffelte, Diever en Dwingeloo  De kalkovens bij Dieverbrug

29

Het voormalige Armenhuis van Diever

Provinciale monumenten De provincie Drenthe heeft beschermde provinciale monumenten aangewezen. Onder de provinciale monumenten in Westerveld vallen de kenmerkende schaapskooi en beheerderswoning aan de Benderse bij het Dwingelderveld, de Tramloods in Frederiksoord maar ook diverse waterbouwkundige werken rond de Drentse Hoofdvaart. Gemeentelijke monumenten De gemeente Westerveld heeft een lijst van vrijwillig gemeentelijke monumenten opgesteld. Op deze lijst staan bijvoorbeeld transformatorhuisjes, diepvrieskluizen, tolhuisjes, tuinbouwloodsen en kapelletjes. Ondanks het feit dat op deze lijst géén bescherming ligt en er geen structurele subsidies beschikbaar zijn voor restauratie en onderhoud, is de lijst door de betrokken eigenaren omarmd. Eigenaren van vrijwillige gemeentelijke monumenten met een woonhuisfunctie of niet commerciële verblijfsfunctie kunnen kosteloos een energiebesparingsonderzoek laten uitvoeren door de Monumentenwacht Drenthe. Dit onderzoek wordt door de gemeente Westerveld aangeboden. Het verdient aanbeveling om te onderzoeken hoe we eigenaren van de gemeentelijke monumentenlijst nader kunnen ondersteunen en faciliteren. Archeologische monumenten en terreinen van hoge archeologische betekenis Westerveld heeft een bijzonder rijke archeologische ondergrond en in de gemeente zijn 4 archeologische objecten aangewezen als archeologische rijksmonumenten.

Archeologische waarden zijn een verplichte toetsingsgrond (naast cultuurhistorische waarden) bij planologische, stedenbouwkundige-; en ruimtelijke ontwikkelingen. Naast terreinen van hoge archeologische betekenis zoals raatakkervelden, grafheuvelvelden en prehistorische begraafplaatsen zijn in de gemeente Westerveld 3 hunebedden en een motte (middeleeuwse vliet- of vluchtberg) aangewezen als archeologisch rijksmonument. Dit zijn de twee hunebedden nabij de Hunebeddenweg bij het Holtingerveld, het hunebed van Diever en de ‘Wittelterheuvel’ in Wittelte. Verschillende soorten gebouwd erfgoed Landgoederen Havezaten en buitenplaatsen Een aantal rijke families heeft in Drenthe aanzienlijke herenhuizen laten bouwen. De huizen die in de 17e en 18e eeuw gebouwd zijn door edelen die lid waren van de Ridderschap werden havezaten genoemd; sommige (zoals Oldengaerde) dateren uit begin van de 14e eeuw. Er zijn in heel Drenthe totaal 19 havezaten gebouwd, waarvan de meeste al geruime tijd geleden zijn gesloopt. In Westerveld zijn de havezaten Oldengaerde (1322) en Westrup (1600) in Dwingeloo bewaard gebleven; van de havezaten Batinge en Entinge resteren nog de omgrachte havezateterreinen, waarbij op Batinge delen van de tuin en het voormalige bouwhuis bewaard zijn gebleven. Deze havezaten behoorden beide tot het rechtsgebied Dieverderdingspel.

In Havelte vinden we het Huis Overcinge, en in Frederiksoord het Huis Westerbeek, onderdeel van het landgoed Westerbeeksloot (eigendom en zetel van de Maatschappij van Weldadigheid).

30

Religieus erfgoed Kerken en kerkenvisie Westerveld kent 15 kerkgebouwen, waarvan 11 zijn aangewezen als monument. Hieronder vallen o.a. de grote middeleeuwse dorpskerken, maar bijvoorbeeld ook de bijzondere houten kapel on Zorgvlied en het kleinste stenen kerkje van Drenthe in Leggeloo. In veel kerken vinden we vaak ook nog monumentale onderdelen: een luidklok, een monumentaal kerkorgel of een monumentaal interieur. Behoud hiervan stelt bijzondere eisen aan het gebruik en beheer. Hier knelt het vaak voor betrokken kerkeigenaren. Door het krimpen van kerkgemeenschappen dreigen veel kerken in Nederland buiten functie te raken, mogelijk met leegstand als gevolg. Het wordt moeilijker voor eigenaren van kerkgebouwen om het onderhoud van de vaak monumentale gebouwen te kunnen financieren. Kerkgebouwen hebben voor veel mensen een emotionele betekenis en zijn vaak kenmerkend voor de ruimtelijke kwaliteit. Een mogelijk besluit tot sluiting leidt vaak tot emotionele discussies tussen eigenaren, gelovigen, omwonenden, erfgoedorganisaties en overheden. Daarom is het de moeite waard om op tijd te handelen als kerkgemeenschappen problemen krijgen door leegloop, gebrek aan financiële middelen en onderhoudsachterstand.

Juist door samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en de gemeente te kijken welke steun mogelijk is kunnen vaak oplossingen gevonden worden door meervoudig gebruik of hergebruik. Daarbij is het verstandig om niet alleen naar één kerkgebouw te kijken, maar naar alle kerken in een gemeente. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed stelt daarom een financiële bijdrage beschikbaar voor het opstellen van een lokale kerkenvisie. De gemeente Westerveld heeft inmiddels deze bijdrage van het rijk succesvol aangevraagd. Met een gemeentelijke kerkenvisie wordt gekeken naar het gehele bestand aan kerkgebouwen in een gemeente, met aandacht voor leegstand, instandhouding en herbestemming. Aan het opstellen van een kerkenvisie doen alle betrokken partijen mee, zodat ze samen kunnen zoeken naar oplossingen. De gemeente Westerveld heeft hiervoor een bijdrage van het rijk ontvangen en heeft samen met de betrokken kerkgenootschappen een kerkenvisie opgesteld. Het gaat hierbij niet alleen om monumentale kerken, maar ook kerken zonder monumentenstatus, zoals de kruiskerk in Diever, de Katholieke kerk in Wilhelminaoord en de Brugeskerk in Dwingeloo. Deze kerkenvisie is in het voorjaar van 2022 ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden en maakt dan ook onderdeel uit van deze erfgoedvisie.

Funerair erfgoed Bijzondere begraafplaatsen De Joodse begraafplaats in Dwingelerzand, ook wel Dwingeler Duinen genoemd, is ondanks een verzoek hiertoe nog niet op de lijst van beschermde monumenten geplaatst. Ook in Vledder, Diever en Wilhelminaoord liggen beschermwaardige begraafplaatsen, waarbij ook de Roomse begraafplaats in Wilhelminaoord extra aandacht rechtvaardigt en de algemene begraafplaats in Wilhelminaoord is opgenomen op het register van rijksmonumenten. Het in kaart brengen van de cultuurhistorische waarden van het funerair erfgoed van Westerveld kan de waardering en het behoud bevorderen. Begraafplaatsen horen bij het leven en maken deel uit van de geschiedenis en identiteit van een dorp of streek.

31

Ze bergen de verhalen van de mensen die er liggen, van de voorgangers op wiens schouders wij voortbouwen. Ze getuigen van de geleefde levens en soms van het geleden leed. Het zijn plekken van rouw, maar ook van eer en omzien in bewondering. De aandacht voor begraafplaatsen moet zich natuurlijk niet alleen richten op de stenen grafmonumenten zelf, maar ook op het ontwerp en het groen. Hierbij is de begraafplaats Oranjelaan in Wilhelminaoord, behorend bij de Maatschappij van Weldadigheid, een mooi voorbeeld.

Industrieel erfgoed

Het industriële en bedrijfsmatige erfgoed in de gemeente, waaronder zuivelfabrieken, molens en kalkovens, is het waard om nader geïnventariseerd en gewaardeerd te worden. Bij deze soorten erfgoed is het van belang om bij buiten gebruikstelling tijdig te zoeken naar een herbestemming. Ze kunnen alleen in stand gehouden worden als ze een functie en daarmee een doel voor hun eigenaren en gebruikers hebben. Watererfgoed Pompstations Vitens Bij de dorpen Darp en Havelterberg wordt drinkwater gewonnen. Hiervoor zijn twee pompstations gebouwd. Beide stations zijn eigendom van Waterbedrijf Vitens en komen uit twee verschillende bouwperiodes. Beide zijn als complex uitzonderlijk gaaf. Zij vertellen de opkomst-; en ontwikkeling van het (drink-) waterleidingnetwerk in Nederland en Drenthe in het bijzonder. De rol die hiermee is weggelegd voor de toegenomen gezondheid van de bevolking is onmiskenbaar. Ondanks het gave en monumentale voorkomen van beide waterwinnings- complexen, zijn deze niet beschermd als monument. Het verhaal verdient echter een bredere waardering. Vitens heeft het voorstel om beide complexen op te laten nemen op de vrijwillige gemeentelijke monumentenlijst, afgewezen. Inzetten op behoud van beide stations zou vanwege de uitzonderlijke gaafheid een aanbeveling voor de gemeente Westerveld zijn.

Agrarisch erfgoed Hallenhuisboerderijen De meeste monumentale boerderijen zijn van het belangrijkste en oudste type, dat in heel Drenthe voorkomt, het hallenhuis. De hallenhuisboerderij heeft een driebeukige opzet, waarbij de ankergebintconstructie zorgt voor een onderverdeling in een brede middenbeuk en twee smallere zijbeuken, de buitenstijlruimten. Bij het behoud van de cultuurhistorische waarden van agrarisch erfgoed speelt mee dat er voldoende ruimte moet zijn voor de bedrijfsmatige uitoefening van het agrarisch bedrijf in combinatie met respect voor de cultuurhistorische waarden van de landinrichting, het woonhuis en de opstallen. Daarom is het belangrijk dat agrariërs en agrarische belangenorganisaties nauw betrokken zijn bij het opstellen van de omgevingsvisie zodat we samen de richting bepalen voor uitvoering vanuit de nader op te stellen erfgoedparagraaf in het omgevingsplan van de gemeente Westerveld.

32

Maritiem erfgoed De Drentse Hoofdvaart, die voor een deel in Westerveld ligt, loopt van Meppel naar Assen en is de waterverbinding van Zwolle naar Groningen. Het kanaal is tussen 1767 en 1780 aangelegd als verbetering van de Smildervaart, die in 1612 werd gegraven voor de afvoer van turf. Toen de Drentse Hoofdvaart werd aangelegd kreeg de vervening een nieuwe impuls, ook omdat noordelijker gelegen veengebieden daardoor konden worden verveend. Nieuwe nederzettingen als De Smildes ontstonden langs het kanaal en Meppel ontwikkelde zich tot een doorvoerhaven en handelsstad. De Drentse Hoofdvaart loopt dwars door de gemeente Westerveld. Door het graven van de Kolonievaart en de Norgervaart met aansluiting op de Drentse Hoofdvaart ontstond halverwege de 19e eeuw een vaarverbinding naar de Koloniën van Weldadigheid in Frederiksoord en de in Veenhuizen opgerichte gestichten. De turfwinning ging door tot begin 20e eeuw. In de venen waar de turf was afgegraven ontstonden uitgebreide landbouwgebieden, zodat het kanaal steeds meer gebruikt werd voor de af- en aanvoer van landbouwproducten. Pas na de Tweede Wereldoorlog nam het vervoer per schip af, door de toename van het vervoer over rail en weg. De Drentse Hoofdvaart wordt nu bijna geheel gebruikt voor de recreatievaart.

De veel gebruikte Turfroute tussen Drenthe en Friesland gaat over de Drentse Hoofdvaart, de Opsterlandsche Compagnonsvaart, Tjonger (eventueel Nieuwe Vaart en Heerenveens Kanaal), Helomavaart en het Kanaal Steenwijk-Ossenzijl. De Drentse Hoofdvaart is ook belangrijk voor de waterhuishouding en voor aan- en afvoer van water van en naar het Drents Plateau, het hoog gelegen centrale deel van Drenthe. De oost- en westoever van de Drentse Hoofdvaart zijn verbonden via vele bruggen. Bruggen in de gemeente Westerveld zijn de Geeuwenbrug, Dieverbrug, Olden Dieverbrug, Wittelterbrug, 1e en 2e Uffelterbrug, Havelterbrug, Boschkampsbrug en Lokbrug. De Drentse Hoofdvaart telt zes sluizen, waarvan er vijf in de gemeente Westerveld liggen: Pastoorssluis bij Havelte, de Uffeltersluis bij Uffelte, de Dieversluis bij Dieverbrug en tenslotte de Haarsluis ten zuiden en de Venesluis ten noorden van Geeuwenbrug. De zesde sluis is de Paradijssluis in de gemeente Meppel. Ook de sluizen met sluiswachtershuizen en de bruggen langs de route hebben cultuurhistorische waarde; veel hebben een ensemblewaarde en zijn beschermd als rijks- of provinciaal monument. In Dieverbrug (bij de Dieversluis) staat de voormalige opzichterswoning (nu een restaurant) en de unieke schotbalkenloods (informatiepunt).

Dieversluis

Leeg vrachtschip zojuist de sluis voorbij

33

Het is het onderzoeken waard of er nog cultuurhistorisch waardevolle schepen bewaard gebleven zijn die in de tijd van de turf- en landbouwvaart in dit gebied gevaren hebben. Gezien het belang van de Drentse Hoofdvaart door de laatste twee eeuwen heen zou het uitdragen van het verhaal van de Drentse Hoofdvaart nadrukkelijker een plek moeten krijgen. Dat geldt ook voor het verhaal van de Frieslandriegel uit de Tweede Wereldoorlog, waar het kanaal een belangrijk onderdeel van uitmaakte.

Militair erfgoed: van Tweede Wereldoorlog tot en met de Koude Oorlog Tweede Wereldoorlog De gemeente Westerveld heeft een enorme hoeveelheid overblijfselen uit de Tweede Wereldoorlog op haar grondgebied. Westerveld heeft dan ook het aanwezige oorlogserfgoed, zoals het oorlogsvliegveld op de Havelterberg, het schijnvliegveld bij Wateren, de Frieslandriegel langs de Drentse Hoofdvaart en de veldwachterswoning in Wapse en diverse oorlogsmonumenten geïnventariseerd ten behoeve van haar archeologische- en cultuurhistorische beleidskaarten. Van belang is vooral om het oorlogserfgoed uit de periode van de Tweede Wereldoorlog tot de Koude Oorlog te benoemen en te behouden. Bij het behoud van militair erfgoed is het belangrijk om in te zetten op het zichtbaar houden van de landschappelijke structuren die ‘het verhaal’ vertellen van het Duits vliegveld Havelte, de Frieslandriegel en de Amerikaanse site. Juist vanwege het belang om huidige- en toekomstige generaties mee te nemen in de verschrikkingen die aan dit erfgoed worden verbonden, is dat verhaal zo ontzettend belangrijk. Daarom staat de gemeente Westerveld in principe positief tegenover de realisatie van een oorlogsmuseum nabij het voormalige Duitse vliegveld.

De gemeente Westerveld heeft 16 oorlogsmonumenten, waaronder:  Onderduikershol bij Diever  Kamp Vledder, waar één barak resteert van een voormalig werkkamp, dat in de Tweede Wereldoorlog gebruikt is als voorportaal voor Westerbork  Diverse Gedenkstenen en Gedenktekens. De gemeente Westerveld wordt doorsneden door de voormalige ‘Frieslandriegel’, een verdedigingslinie van kazematten, schuttersputjes, tankgrachten en loopgraven, die parallel aan de Drentse Hoofdvaart loopt. Oorlogserfgoed is daarmee onlosmakelijk met de gemeente Westerveld verbonden, met op enkele plekken een clustering, zoals rond het Holtingerveld en de Havelterberg, het Leggelderveld en de voormalige werkkampen in Vledder en Oude Willem. Vliegveld Havelte De plannen om een burgervliegveld te bouwen op de Havelterberg ter ontlasting van Schiphol stamden al uit de jaren ’20; de economische crisis ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog gooide roet in het eten. Voor de bezetter leek Havelte een prima plek om geallieerde vliegtuigen vanuit Engeland te onderscheppen die onderweg waren om Noord- Duitse steden te bombarderen. Voor deze operatie moest enorm veel grond worden verzet, geëgaliseerd en gedraineerd.

34

Er moesten start- en rolbanen komen, militaire installaties, dienstgebouwen en barakken voor tewerkgestelden. Alleen al voor de aanleg van de start- en rolbanen waren heel veel klinkers nodig en voor de aanleg van de rolbaan moesten in de wijde omgeving honderdduizenden graszoden worden gestoken. In december 1943 was de eerste startbaan gereed. Hij liep parallel aan de Oude Ruiterweg en was 1400 meter lang en 40 meter breed. Naast de startbaan waren rolbanen aangelegd, die bestonden uit klinkers met daarbovenop een laag van tien centimeter graszoden. In het voorjaar van 1945 werd een tweede startbaan aangelegd, ten noorden van de eerste startbaan. Deze tweede startbaan lag in het verlengde van de inrit van de huidige Johannes Postkazerne aan de Johannes Postweg. Hier stond ook de Texelhalle, destijds het grootste overdekte gebouw met één overspanning in Nederland, waarvan nu alleen nog fragmenten van de fundering resteren. Het vliegveld kreeg uiteindelijk een totale oppervlakte van vier bij twee kilometer. 20 miljoen gulden, eenzelfde aantal klinkers en 10 km smalspoor werden ingezet. Na de oorlog werden 36 locomotieven en 745 kieplorries op het terrein aangetroffen. Er werd meer dan 80 km loopgraaf gegraven. Circa 30 luchtafweerstellingen en mitrailleurnesten werden aangelegd. Twintig hangars, 51 onderkomens en 15 autoboxen werden gebouwd.

De militaire aanwezigheid varieerde van 150 tot 700 man. Alle gebouwen waren aangesloten op riolering, destijds een noviteit in die streek. Aardewerken drainagebuizen kunnen nu nog worden aangetroffen. Enkele aarden hangars met hoge wallen, zogenaamde Ypenburg Hallen, zijn nog steeds goed te zien. Voormalige taxibanen vallen tegenwoordig nog steeds op en de Kolonieweg, een voormalige Rollbahn die na de oorlog versmald werd, is bestraat met "broodjes", het originele type bakstenen klinker. In totaal zijn er drie grote luchtaanvallen geweest: augustus 1944, september 1944 en eind maart 1945. Telkens werd de schade gerepareerd, vaak door inzet van dwangarbeiders. Op 9 april besloten de Duitsers zelf het vliegveld en de bijgebouwen op te blazen. Uiteindelijk zijn er in totaal meer bommen op Havelte gevallen dan op 14 mei 1940 op Rotterdam. Een groot deel van de militaire infrastructuur is direct na de oorlog afgebroken. De twee hunebedden (waaronder het op één na grootste van Nederland) werden ter plekke begraven en gedemonteerd omdat die konden dienen als oriëntatiepunt voor geallieerde vliegers. Onder leiding van professor van Giffen begon in 1948 de restauratie en reconstructie van de hunebedden. Het duurde nog tot 1950 voordat alle 51 stenen en 10 dekstenen van het grote hunebed in hun oorspronkelijke staat waren hersteld.

Tegenwoordig is het vliegveld nog altijd goed zichtbaar in het landschap: de start- en rolbanen, de plek van voormalige hangars en barakken van gemengd gehuwde Joden aan de Hunebeddenweg. Maar ook luchtafweergeschut en inslagen van bommen zijn nog altijd herkenbaar. De ligging van het vliegveld, de aanwezigheid van openluchthangars en de aanwezige infrastructuur zijn in omvang en representatie uniek voor Noord-Nederland.

35

Darp Het huidige dorp Darp ligt niet op de oorspronkelijke plek. De oorspronkelijke ligging was langs de huidige Van Helomaweg, net ten zuiden van de Havelterberg. Dit dorp is in de jaren ’40 van de vorige eeuw in verband met de aanleg van het Duits vliegveld in zijn totaliteit verplaatst naar de huidige locatie. Hiermee is het dorp Darp in principe, samen met de overblijfselen van het Duitse vliegveld, één van de grootste tastbare herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog in de gemeente Westerveld en ver daarbuiten. De nog aanwezige 42 woningen uit die periode zijn in 2020 in het bestemmingsplan Darp beschermd door middel van de aanduiding ‘karakteristiek’, waarmee beoogd wordt de hoofdvorm van de woningen te bewaren. Werkkampen in Westerveld Vliegveld Havelte Er werden voor de bouw van het vliegveld Havelte drie kampen opgericht voor de werknemers: werkkamp ‘Konijnenberg’, werkkamp ‘Aan de Wal’ en het kamp aan de Hunebeddenweg dat uitsluitend was bestemd voor Joden. De kampen bestonden uit tientallen barakken, die waren opgedeeld in kamers voor acht personen. In elk kamp kon een maximum van vijfhonderd personen verblijven, maar er werden zevenhonderd mensen geplaatst. Als arbeiders niet langer geschikt waren om het zware werk uit te voeren, werden ze afgevoerd naar Kamp Westerbork.

Oude Willem / rijkswerkkamp Diever Begin 1942 worden alle door de Heidemij beheerde rijkswerkkampen gevorderd door de Duitse bezetter en worden er werkeloze Joodse mannen geplaatst. Onder de dekmantel van werkverschaffing worden de werkkampen gebruikt als isolatie- en verzamelkamp en als voorportaal van het Kamp Westerbork. De Duitse Weermacht begint in 1944 aan de aanleg van een Scheinflugplatz, een schijnvliegveld in De Oude Willem op het terrein van de barakken. Ze willen de aandacht van het Duitse echte vliegveld bij Havelte afleiden ter voorkoming van luchtaanvallen door de geallieerden. Ondanks het feit dat de Vledder Aa ter plaatse werd verlegd, werd het schijnvliegveld nooit afgemaakt. Van rijkswerkkamp Diever A resteert alleen het voormalig pompstation, dat nu in gebruik is als dienstwoning voor de camping ‘Hoeve aan den Weg’. Op de locatie van werkkamp Diever A is nu de camping gevestigd; ernaast op de locatie van werkkamp Diever B is bos aangeplant4. Kamp Vledder Het Kamp Vledder is kort voor de oorlog gebouwd in het kader van de werkverschaffing: werklozen uit de steden moesten in de omgeving van het kamp de uitgestrekte heidevelden ontginnen. De stedelingen moesten vertrekken om plaats te maken voor Joodse dwangarbeiders, van wie de eersten begin januari 1942 in het kamp arriveerden.

In 1944 vonden de jongens en mannen van de Nederlandschen Arbeidsdienst (NAD) er onderdak. Ook zij werden ingezet voor ontginning van bos en heide. De barakken staan er nog steeds en zijn in gebruik bij diverse (sport-) verenigingen5. 4 Bron: eindrapport Cultuurhistorisch Onderzoek plangebied Oude Willem, Drs. Annelies Hartman, Dienst

landelijk Gebied.

5 Bron Joodse Werkkampen

36

Onderduikershol Met behulp van een groepje verzetsmannen ontvluchtten zeven NAD'ers het Werkkamp Vledder. De mannen doken onder in een hol in Doldersum. De Sicherheitsdienst ontdekte de schuilplaats en de bewoners werden ter plekke neergeschoten. Eén van de zeven overleefde de executie. Naast Doldersum ontstonden bij Diever (Wapse) en Dwingeloo Westeinde eveneens onderduikersholen in het bos. De onderduikers in onderduikershol De Wigwam bij Wapse zijn verraden en afgevoerd. Geen van de onderduikers heeft de deportatie overleefd. Frieslandriegel Parallel aan de Drentse Hoofdvaart bestaan ook nu nog de restanten van een stelsel van tankgrachten, loopgraven, mitrailleurstellingen en bunkers. Ze behoren tot de Frieslandriegel, die ook wel Assener Stellungen worden genoemd. Het is een noord-zuid lopende verdedigingslinie, die in het zuiden aansluit op de IJssellinie en van Meppel in het zuiden door zou moeten lopen tot aan Delfzijl. De linie werd in het najaar van 1944 en het begin van 1945 aangelegd, nadat het werk aan de Atlantikwall (aan de kust) werd stopgezet. De uitvoering beruste bij de Organisation Todt, die hoofdkwartier hield in het historische landgoed Overcinge in Havelte. Van de vele kilometers aan loopgraven resteren nog een paar honderd meter. Ter versterking van de loopgraven werden betonnen schuttersstellingen aangelegd.

Het ging veelal om ronde betonnen kochbunkers, bijvoorbeeld nu nog zichtbaar bij Wittelte. In het Leggelderveld bij Geeuwenbrug is de tankgracht hersteld en in het Uffelterbinnenveld is het uitgebreide stelsel van loopgraven en bunkers (grotendeels opgeblazen) nog goed beleefbaar.

Koude oorlog Amerikaanse basis Havelterberg De Site had een internationaal karakter en heeft tussen 1961 en 1992 dienstgedaan als Amerikaanse munitiedepot voor nucleaire munitie. Het militaire oefenterrein bij Darp en Havelterberg kent een lange geschiedenis. Het complex heeft echter de meeste beroering teweeggebracht vanwege protesten, met als hoogtepunt de Kerstmarsen, die halverwege de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw enkele duizenden betogers op de been hebben gebracht. Omdat de tijd van de Koude Oorlog voorbij was werd de site in 1999 gesloopt, op één wachttoren na. Op 16 februari 2002 is de aan de wachttoren bevestigde plaquette onthuld. De tekst van deze gedenkplaat herinnert aan de gebeurtenissen, die tussen 1948 en 1998 op dit Amerikaanse munitiedepot plaatsvonden. De betonnen wachttoren is in 2018 gerestaureerd en geregistreerd als gemeentelijk monument. Op dit moment wordt er op het kazerneterrein een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Rijksvastgoed Bedrijf. De restanten van de Amerikaanse basis verdienen nader onderzoek om wellicht te worden ingeschreven als rijksmonument.

37

Landschappelijk erfgoed De gemeente is rijk aan landschappelijk erfgoed, zoals heidevelden, bossen en een gevarieerd kleinschalig esdorpen- en beekdalenlandschap. Het landschap is belangrijk voor de gemeente Westerveld en heeft daarom ook een prominente plaats gekregen in de Omgevingsvisie. Bovendien telt de gemeente twee Nationale Parken: Drents-Friese Wold en Dwingelderveld. De hoge mate van oorspronkelijkheid en cultuurhistorische gaafheid is een belangrijke gebiedskwaliteit. De Havelterberg is door de provincie Drenthe aangewezen als één van de 10 provinciale Aardkundige Monumenten. Aan de rand van het Doldersummerveld is in 2021 in samenwerking met de provincie en Stichting Het Drents Landschap het archeologisch beleefpunt gerealiseerd, één van 12 archeologische beleefpunten in de provincie. Aandacht verdienen ook de natuurlijke patronen in het landschap, zoals gradiënten en reliëf, bijvoorbeeld te zien in stuwwallen, overgangen van bodemsoorten zoals zand, veen en kleigrond. Hiernaast zijn ontginningspatronen kenmerkend, zoals de veenontginningen, rabatbossen, heide, bosaanplantingen, zandverstuivingen, beeksystemen en natuurontwikkelingsgebieden.

Tenslotte is de invloed van de mens duidelijk zichtbaar in de ontwikkeling van het landschap, zoals te zien in ontginningspatronen en -structuren, verveningen, essen, madelanden, kerkenpaden, lanen, kanalen, nederzettingen, houtwallen en houtsingels, heggen en hagen, boerengeriefhoutbosjes en ruilverkavelingen. Landschapsbeheer Bij de instandhouding van het landschappelijk erfgoed is het belangrijk om in te zetten op verantwoord beheer met oog voor cultuurhistorische en ecologische waarden. Hierbij kunnen de schaapskooien en schaapskuddes de heidevelden openhouden en kan de agrarische sector helpen om de groene landschapselementen te behouden en in goede staat te houden. Stichting Landschapsbeheer Drenthe is een belangrijke provinciale organisatie die kan meehelpen bij behoud en beheer van belangrijke landschappelijke waarden. Bijzondere erfgoedcollecties en -beheer: UNESCO site Koloniën van Weldadigheid, Besierstichting en de Buitengewone leerstoel Koloniën van Weldadigheid Tussen 1818 en 1825 zijn er op 7 locaties in Nederland en België Koloniën van Weldadigheid opgericht. Het UNESCO nominatiedossier bevat een uitgebreide beschrijving en waardering van het erfgoed in de volgende zeven voormalige koloniën: 1. Frederiksoord (gemeente Westerveld) 2. Wilhelminaoord en Boschoord (gemeente Westerveld), Oost- en Westvierdeparten (gemeente Weststellingwerf) 3.

Willemsoord en De Pol (gemeente Steenwijkerland) 4. Ommerschans (Gemeente Ommen en Hardenberg) 5. Wortel (Vlaanderen, Stad Hoogstraten) 6. Veenhuizen (gemeente Noordenveld) 7. Merksplas (Vlaanderen, gemeente Merksplas)

38

Van deze zeven koloniën zijn er vier ingeschreven als UNESCO Werelderfgoed, waarvan er maar liefst twee in de gemeente Westerveld liggen:  Frederiksoord (gemeente Westerveld)  Wilhelminaoord (gemeente Westerveld) (inclusief een deel van de Oost- en Westvierdeparten in gemeente Weststellingwerf)  Veenhuizen (gemeente Noordenveld)  Wortelkolonie (Stad Hoogstraten, België) Europees Erfgoedlabel voor de 4 bezoekerscentra De vier bezoekerscentra van de Koloniën van Weldadigheid hebben op 31 maart 2020 van de Europese Commissie het Europees Erfgoedlabel gekregen. Naast het Museum De Proefkolonie in Frederiksoord zijn dat het Bezoekerscentrum Kolonie 5-7 in het Belgische Merksplas, het Nationaal Gevangenismuseum in Veenhuizen en het Bezoekerscentrum in oprichting Ommerschans. Deze locaties laten jongeren via educatieve activiteiten kennismaken met de verhalen en de betekenis van de landarbeiderskoloniën, ook wel pauperkoloniën genoemd. Locaties die de gezamenlijke geschiedenis en cultuur van Europa zichtbaar maken kunnen dit label krijgen. In Nederland hebben het Vredespaleis, Westerbork en het Verdrag van Maastricht het Europees Erfgoedlabel. Europa telt nu 48 erfgoederen met het Europees Erfgoedlabel. Dossier UNESCO Werelderfgoedlijst Werelderfgoed is de aanwijzing voor erfgoed dat buitengewoon waardevol is – het is de hoogste graad van waardering die erfgoed kan krijgen.

Cultureel en natuurlijk erfgoed dat aangewezen is als werelderfgoed wordt beschouwd als onvervangbaar en uniek eigendom van de hele wereld. Het is dan ook heel bijzonder dat in 2011 door de rijksoverheid het plan is opgevat op de Koloniën van Weldadigheid voor te dragen voor een aanwijzing als Werelderfgoed. De aanwijzing gebeurt door de UNESCO, die een buitengewoon waardevol cultureel of natuurlijk erfgoed kan plaatsen op de Lijst van het Werelderfgoed. De UNESCO is de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. De gemeente Westerveld heeft sinds 2009 samen met de provincies Drenthe, Friesland, Overijssel en Antwerpen en met de gemeenten Noordenveld, Weststellingwerf, Steenwijkerland, Ommen en Hardenberg en de Vlaamse gemeenten Merksplas en Hoogstraaten samengewerkt aan de voorbereidingen voor het nominatiedossier. Gezamenlijk is in 2012 een bestuurlijk convenant ondertekend waarin de genoemde partners zich committeren aan een succesvolle indiening voor een UNESCO-nominatie. In 2017 is het dossier voorgelegd aan de UNESCO- Werelderfgoedcommissie, die advies gevraagd heeft aan ICOMOS, het adviesorgaan van de UNESCO. Op advies van en in samenwerking met ICOMOS is het nominatiedossier geactualiseerd en in 2020 door de Belgische regering opnieuw bij de UNESCO ingediend.

Het Werelderfgoedcomité van de UNESCO heeft op 26 juli 2021 besloten om de Koloniën van Weldadigheid in te schrijven in de Werelderfgoedlijst.

39

Managementplan Voor de bescherming van de Koloniën van Weldadigheid ligt er een grote verantwoordelijkheid bij de gemeente Westerveld, als eerste overheid in het ruimtelijk domein. Deze verantwoordelijkheid is vastgelegd in het Managementplan werelderfgoed Koloniën van Weldadigheid, dat hoort bij het UNESCO-nominatiedossier en behelst onder andere de jaarlijkse monitoring van het gebied van de Koloniën van Weldadigheid. Voor de Koloniën van Weldadigheid is voor dat doel als onderdeel van het nominatiedossier een managementplan opgesteld voor de periode 2018-2028, dat zich richt op het in stand houden van de Outstanding Universal Values (OUV) door het werelderfgoed te beschermen, uit te dragen, duurzaam te onderhouden en te beheren. Daarbij worden nieuwe ontwikkelingen op adequate wijze ingepast en wordt het werelderfgoed actief uitgedragen naar de samenleving. In dit managementplan worden de activiteiten benoemd voor de beleidsmatige en beheersmatige bescherming van de OUV en voor het uitdragen van de waarden en betekenis van de Koloniën van Weldadigheid; bij het verkrijgen van de UNESCO Werelderfgoedstatus is in het managementplan een periodieke termijn van 6 jaar opgenomen waarin de wijze waarop de OUV’s in stand worden gehouden, gerapporteerd moet worden aan UNESCO.

Belangrijk onderdeel is het convenant dat door de gemeenten Westerveld, Weststellingwerf en Steenwijkerland is afgesloten met de agrarische sector in het gebied: De koloniën in Westerveld zijn landbouwkoloniën, destijds ontgonnen om via agrarische innovatie en landarbeid minderbedeelden uit de samenleving te ‘vereffenen’. Kern van het convenant is dat agrarische ontwikkelingen en innovaties zoals nu toegestaan in het vingerende beleid, ook onder UNESCOvlag, mogelijk moeten blijven. Als stakeholders zijn 4 partijen benoemd: Agrarische sector, ondernemers, Stichting Maatschappij van Weldadigheid en de inwoners. Hiermee vindt periodiek afstemming plaats. De lange termijnstrategie is gericht op behoud en versterking van de OUV in alle Koloniën. De belangrijkste opgave voor de Koloniën van Weldadigheid is het leefbaar houden van de gebieden en het zoeken en inpassen van nieuwe economische impulsen, innovaties en ontwikkelingen. In de ontwikkelingsfilosofie past een strategie waarin de cultuurhistorische samenhang van de gebieden leidend is en een inspiratiebron voor een duurzame ontwikkeling. Een plaatsing op de Werelderfgoedlijst kan veel ontwikkelingen in gang zetten, ruimtelijk maar ook economisch en maatschappelijk.

Naast de belangstelling voor de thema’s zelfredzaamheid in de verzorgingsstaat en de participatiesamenleving leidt een Werelderfgoed-status ook tot toenemend toerisme. Dat biedt ruimte voor werkgelegenheid en economische groei, maar ook tot toenemend verkeer en meer drukte. Meer bekendheid van het gebied leidt ook tot toenemende belangstelling voor werken en wonen binnen de gemeente, groeiende behoefte aan huisvesting, stijging van huizenprijzen en mogelijk gentrificatie, dat de huidige bewoners kan verdringen. Het is van belang dat de gemeente samen met alle stakeholders de positieve kansen stimuleert, maar alert blijft op signalen van overbelasting van het gebied. Het verhaal van de Koloniën van Weldadigheid verdient het om verteld en gehoord te worden. Niet alleen omdat de Koloniën internationale erkenning hebben gekregen dankzij de Werelderfgoed-status, maar ook omdat de thema’s armoedebestrijding, voedselproductie, zelfvoorzienend leven, samenwerking en zorgzaamheid uiterst actueel zijn.

40

De ontwikkeling van de bijzondere Leerstoel Cultureel Erfgoed & Participatieve Ruimtelijke Ontwikkeling i.o. kan hier een belangrijke rol in gaan vervullen. ICOMOS heeft tijdens de upstream assistance voor het UNESCO- nominatiedossier van de Koloniën van Weldadigheid de bijzondere leerstoel als positieve ontwikkeling laten meewegen. Dr. A.A.H. Besier Stichting en landgoed ‘Landarbeid’ De dr. A.A.H. Besier Stichting beheert het landgoed ‘Landarbeid’ aan de rand van het Doldersummerveld. Net als de gebieden van de Maatschappij van Weldadigheid was dit veld aangekocht om jeugdige delinquenten terug te laten keren binnen de maatschappij door ze te heropvoeden en te laten werken op het veld. Het huis ‘De Tolboom’ was de directiewoning en ‘De Schuur’ was de keuken. Een vijftal barakken bood onderdak aan ongeveer 80 jongens. Deze barakken zijn inmiddels verdwenen. Het kleine heideperceel was het voetbalveld. Met twee elftallen werd meegedaan aan een competitie. Op de plaats waar nu de boerderij ‘De eerste Steen’ staat stond voorheen ‘De Eikenhof’, waar de pachter en twee reclasseringsopzichters woonden. Dit verblijf diende tevens als een kleine gevangenis. Door de crisis in de jaren ‘30 van de vorige eeuw werd in het jaar 1933 de overheidssteun voor grote projecten ingetrokken. Dit gold ook voor de reclassering en betekende het einde van het heropvoedingskamp Landarbeid.

Het landgoed werd in 1934 als belegging tijdens een openbare veiling gekocht door Dr. A.A.H. Besier. Het landgoed was toen circa 200 hectare groot. Na het overlijden van Dr. Besier werden delen van het landgoed verkocht en de opbrengsten daarvan geschonken aan diverse organisaties. Van het originele bezit bleef de huidige 32 hectare over dat door een stichting wordt beheerd. Het landgoed in de huidige vorm omvat de huizen ‘De Tolboom’ en ‘De Schuur’, de boerderij ‘De Eerste Steen’ en 32 hectare bosgebied en cultuurgronden. Buitengewone Leerstoel Cultureel Erfgoed & Participatieve Ruimtelijke Ontwikkeling (CEPRO) De gemeente Westerveld heeft zich ingespannen om een bijzondere leerstoel te realiseren, die de sociale gedachte van de Maatschappij van Weldadigheid gaat revitaliseren. Want ook al is het twee eeuwen geleden dat Johannes van den Bosch een samenhangend sociaal en economisch systeem uitdacht om mensen via wonen, opleiding, werk en gezondheidszorg in staat te stellen zelfredzame burgers te worden, deze aspecten zijn in onze huidige samenleving nog altijd relevant. Bovendien zijn vraagstukken rondom landschap, land- en tuinbouw en rondom samenwerking tussen inwoners, ondernemers en overheid in het licht van maatschappelijke ontwikkelingen als participatie, ongelijkheid en klimaatdoelen opnieuw actueel.

Westerveld wil met het realiseren van een leerstoel werken aan een duurzame, en levensloopbestendige samenleving in haar gemeente. De uitdaging voor de bijzondere leerstoel is om erfgoed te benutten als kennis- en inspiratiebron voor het oplossen van sociaalmaatschappelijke problemen, participatieve ruimtelijke planning en kringlooplandbouw.

41

De bijzondere leerstoel is gericht op kennisontwikkeling, die de sociale gedachte achter de Koloniën van Weldadigheid met betrekking tot wonen, landbouw, energietransitie, werk en welzijn actualiseert en revitaliseert, door:   

Het materiële cultureel erfgoed te positioneren, innoveren en productief te maken Het immateriële cultureel erfgoed te verbinden met het sociale domein en de maatschappelijke betekenis van het materiële erfgoed via de rol van participatie De samenhang van het materiële en immateriële erfgoed ten goede te laten komen van de gehele gemeenschap (wonen, werk en welzijn).

Het doel is dat de leerstoel bijdraagt aan de vorming van lokale gemeenschappen die zich verbonden voelen met hun omgeving en die zich willen inzetten voor een gezamenlijke, duurzame en klimaatbestendige toekomst waarin iedereen meedoet – een cultureel ecosysteem. Communicatie en educatie zijn van wezenlijk belang voor het behoud van cultureel en landschappelijk erfgoed op de langere termijn. Dit geldt uiteraard voor alle erfgoed in onze gemeente, maar misschien op kortere termijn nog wel het meeste voor de Koloniën van Weldadigheid. De leerstoel is dankzij cofinanciering van diverse decentrale overheden en de Erfgoeddeal van de rijksoverheid inmiddels gerealiseerd voor de periode 2020-2025. Livinglab Erfgoed en Energietransitie (onderdeel van de buitengewone leerstoel CEPRO) Het samenwerken van inwoners, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en overheden in een Living Lab is een interessante manier om publieke participatie te koppelen aan kenniswerkers bij het zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Als het Living Lab ‘Erfgoed en Energietransitie’ goede resultaten oplevert is het werken met een Living Lab wellicht ook in te zetten bij andere opgaven, zoals bijvoorbeeld het zekerstellen van zorg op het platteland of het inzetten van oude tradities in het kader van klimaatadaptatie.

Op uitnodiging van het kenniscentrum NoorderRuimte van de Hanzehogeschool Groningen toonden 15-20 partijen uit de (Noord-) Nederlandse erfgoedsector interesse in het idee meer kennis uit te willen wisselen over erfgoed en de energietransitie. De eerste concrete stap was het oprichten van het Living Lab Erfgoed in EnergieTransitie binnen het IEBB programma (Integrale Energietransitie Bestaande Bouw) van het landelijke Bouw Techniek & Innovatie Centrum (BTIC), dat mede gefinancierd wordt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het doel van het Living Lab is eigenaren te activeren en motiveren om energie in historische gebouwen te realiseren en met omwonenden initiatieven te ontwikkelen over de restvraag t.a.v. energieopwekking in hun historische omgeving. Binnen het Living Lab wordt hiervoor een methodiek ontwikkeld, die vertaald wordt naar een praktisch werkboek voor erfgoedeigenaren. Diverse partijen participeren in het Living Lab, waaronder de gemeente Westerveld en de Maatschappij van Weldadigheid. In het eerste jaar van het Living Lab bieden zij casussen aan. Casussen moeten leerzame kennis bevatten of een voedingsbodem bieden voor innovatie. De gemeente Westerveld en de Maatschappij van Weldadigheid hebben de Koloniën van Weldadigheid rond Frederiksoord en Wilhelminaoord aangedragen, omdat in het gebied, sinds de

42

status van Excellent Gebied voor Duurzame Ontwikkeling heeft gekregen uit het Lenteakkoord van 2008, er veel informatie is opgedaan over verduurzaming van monumentaal gebouwd erfgoed en het gebied een variëteit aan verschillende monumenten rijk is. De gemeente heeft het initiatief genomen om in het onderzoek ook invulling te geven aan een zogenoemd living lab binnen de leerstoelambitie Cultureel Erfgoed en Participatieve Ruimtelijke Ontwikkeling. Het doel van dit living lab is een toolbox te ontwikkelen voor het innovatief verduurzamen van (woonhuis-)monumenten op lokaal, regionaal en nationaal niveau. Een pilot wordt naar verwachting in de loop van 2022 uitgerold in Wapserveen, in samenwerking met Stichting CEPRO en de Hanzehogeschool Groningen.

Immaterieel erfgoed Immaterieel erfgoed omvat de praktijken, representaties, uitdrukkingen, kennis en vaardigheden die gemeenschappen erkennen als onderdeel van hun cultureel erfgoed. Ook in Westerveld zijn er verschillende voorbeelden van immaterieel erfgoed, waarvan we er hier vier noemen. Boermarken De Drentse Boermarken zijn eind 2016 door het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland geplaatst op de Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Dit betekent een waardering voor deze in de middeleeuwen ontstane en nog steeds zeer actieve organisatie op het Drentse platteland. In de gemeente Westerveld is de Boermark Westhoek actief, waar de kernen Ansen, Dwingeloo, Eemster, Leggeloo, Lhee, Lheebroek, Veeningen, Wapse, Wapserveen en Wittelte onder vallen. Sint Antoniusgilde Het Sint Antoniusgilde is een eeuwenoude liefdadigheidsinstelling die waarschijnlijk in 1632 is opgericht als broederschap te Dwingeloo. Elk jaar op 17 januari, Sint Antoniusdag, komen de twaalf broeders die in Dwingeloo woonachtig behoren te zijn bijeen in Hotel Wesseling voor het innen van de pacht; traditioneel in de vorm van boter. Het Sint Antoniusgilde is vernoemd naar de heilige Antonius van Egypte, die rijk geboren werd, maar al zijn bezittingen aan armen afstond om als kluizenaar te gaan leven.

De belangrijkste taak van het Sint Antoniusgilde was en is het verstrekken van financiële en/of materiële hulp aan behoeftige personen in Dwingeloo. Bloemencorso Frederiksoord, Het corso wordt georganiseerd door de Floralia-Vereeniging, die is opgericht in 1890 door de directeur van de Tuinbouwschool in Frederiksoord. De vereniging had als doel de volksontwikkeling te bevorderen door de liefde te tonen voor het kweken van bloemen en sierplanten. Elk jaar werd een tentoonstelling van bloemen en planten georganiseerd, die in de loop der tijd steeds grootser en feestelijker werd gevierd. Rond 1950 werd het rijdend bloemencorso onderdeel van het evenement. Een tiental corsogroepen werken maandenlang aan het voorbereiden van de veelkleurige corsowagens en mozaïeken, die voornamelijk met dahlia’s geprikt worden. Duizenden bezoekers genieten elk jaar in september van dit feestelijke schouwspel. Het corso Frederiksoord is

in december 2021 (samen met 29 andere bloemencoro’s in Nederland) ingeschreven in de Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid van UNESCO.

43

Schaapskuddes De Schaapskuddes in het Dwingelderveld, Holtingerveld en Doldersummerveld behoren nu bij het begrazingsplan van de Drentse heidevelden. Zonder schapen zou de heide dicht groeien met gras en bomen. Tot rond 1900 werden de schapen vooral in potstallen gehouden voor de mest, die gebruikt werd om de akkers op de esgronden te bemesten. Maar met de komst van melkveeboerderijen en vooral na de introductie van de kunstmest waren de schapen niet meer nodig voor de mest en schafte men de kuddes af. Rond 1950 schaften enkele dorpen opnieuw een schaapskudde aan, uit toeristische overwegingen. Inmiddels worden de kuddes vooral gehouden om het landschap te beheren, maar nog steeds zijn de schaapskuddes met hun herders en honden een graag gezien schouwspel. Bovendien beschouwen we het hoeden van schapen nu als ambachtelijk immaterieel erfgoed, evenals het scheren, vilten en spinnen van de wol.

Verhalen Verhalen zijn een vorm van immaterieel erfgoed die nog niet zo heel lang herkend en erkend worden als erfgoed. Een voorbeeld van een erfgoedverhaal is de sage over de herkomst van de siepelvormige toren op de Sint-Nicolaaskerk van Dwingeloo, die verbonden is aan de dochter van het Huis van Batinghe. Een inventarisatie van het immateriële erfgoed van Westerveld is een goed middel om de bekendheid van het Westerveldse erfgoed en het draagvlak hiervoor te vergroten. De dorpsgemeenschappen en de Boermarken kunnen hierbij een waardevolle rol vervullen. Voor Westerveld is de focus op de sociale waarden van erfgoed niet nieuw. In 2011 is de gemeente Westerveld gekozen tot winnaar van de BNG Bank Erfgoedprijs, vooral vanwege de betrokkenheid van inwoners en bestuurders bij het uitdragen van erfgoed, bijvoorbeeld bij het maken van het boek “De Canon van Westerveld; Kennismaking met cultuur en historie”. Zo nodigde de gemeente de inwoners en lokale organisaties uit om ideeën aan te dragen voor de besteding van het prijzengeld. De prijs is benut door samen met de vier historische verenigingen het erfgoed publiekelijk toegankelijk te maken in de vorm van het boek “Cultuurhistorische rijkdom van Westerveld; het erfgoed van Zuidwest-Drenthe”.

Dit boek is niet alleen interessant voor de autochtone bewoners van Westerveld, maar ook voor nieuwe bewoners en voor recreanten en toeristen. Naast foto’s van monumenten bevat dit boek beschrijvingen van de levens van inwoners die door hun opvattingen, ideeën en gedrevenheid een stempel gedrukt hebben op het leven in de dorpen en buurtschappen die nu samen Westerveld vormen. In navolging van dit boek verscheen ook het boek “De Archeologische rijkdom van de gemeente Westerveld; Een reis door de geschiedenis en het landschap van Zuidwest-Drenthe”. Het opstellen van de nieuwe Omgevingsvisie is op eenzelfde wijze tot stand gekomen: door en voor inwoners van de gemeente Westerveld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat erfgoed (of cultuurhistorie in algemene zin) door de inwoners als één van de belangrijkste kernwaarden is benoemd. De Omgevingsvisie van de gemeente sluit goed aan bij het doel van de Faro Conventie om de sociale betekenis van erfgoed te benutten. De visie beoogt de voorzieningen die noodzakelijk zijn voor ‘goed wonen en leven’ in de afzonderlijke dorpen in stand te houden.

44

Wandelende steenovens In Westerveld is de verbindende kracht van erfgoed goed te zien bij de vorming van erfgoedgemeenschappen, zoals bijvoorbeeld bij de corsogroepen tijdens het Bloemencorso Frederiksoord en bij de Stichting Historische Steenbakkerij Zorgvlied die opnieuw een ‘wandelende steenoven’ heeft gebouwd. Erfgoedeigenaren zien graag dat zij de steun krijgen van de gemeente als zij plannen hebben voor particuliere initiatieven. Participatie van inwoners, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties is van groeiend belang voor toekomstbestendig erfgoedbehoud. De gemeente wil helpen om een vruchtbaar klimaat hiervoor te scheppen, door:  Actieve inbreng van haar inwoners te stimuleren en te zorgen dat iedereen de kans heeft om bij te dragen  Haar inwoners te vertrouwen en zelf betrouwbaar te zijn en daarmee bij te dragen aan een groeiend wederzijds vertrouwen  Te kiezen voor een transparante werkwijze en verantwoording af te dragen  Sociale cohesie te bevorderen.

Evenementen en erfgoededucatie Erfgoededucatie en evenementen zijn belangrijk om de aandacht op erfgoed te vestigen en begrip te laten groeien voor behoud en instandhouding ervan. Jongere inwoners, nieuwe Nederlanders en toeristische en recreatieve bezoekers kunnen geïnspireerd worden door verhalen, activiteiten en evenementen over materieel- en immaterieel erfgoed. Actief betrokken worden bij erfgoed draagt bij aan de bewustwording van de geschiedenis van een gebied en is een stimulans om zorgzaam met erfgoed om te gaan. Er is een bestaande erfgoedleerlijn bij de scholen, deze voert Scala

Centrum voor Kunsten uit. Natuurlijk kan iedere organisatie erfgoededucatie ontwikkelen. Als ze willen samenwerken met de scholen dan gaat dat via Scala, uitvoerder van de erfgoedleerlijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=a265dea4-931d-4f51-87b7-b3092cbfcead