CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2024-2027

Gemeenteraad 8 november 2023, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Programmabegroting 2024-202730.130 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

34

Opbrengst hondenbelasting

Werkelijk 2022

Actueel 2023

Begroting 2024

Tariefstijging van 0,5% (besluit Voorjaarsnota 2023)

€ 94.664

€ 91.885

€ 92.344

1e hond Extra hond

€ 36,18 € 72,36

€ 36,36 € 72,72

€ 36,54 € 73,08

Kenneltarief (6 honden)

€ 217,08

€ 218,17

€ 219,26

totale opbrengst hondenbelasting

tarieven:

TOERISTENBELASTING Algemeen Onder de naam ‘toeristenbelasting’ en 'watertoeristenbelasting' heffen wij een directe belasting van personen die niet in de gemeente wonen maar wel in onze gemeente overnachten.

Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de toeristenbelasting: - Toeristenbelasting en Watertoeristenbelasting zijn een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten; - Geen tariefstijging in 2024 volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2023; - Met geïnteresseerde ondernemers is een vaststellingsovereenkomst gesloten voor vaste standplaatsen en ligplaatsen om zonder administratieve last de jaarlijkse heffing te bepalen; - Kwijtschelding is niet mogelijk; - Heffing vindt plaats na afloop van het kalenderjaar.

Tariefberekening In de volgende tabel wordt de ontwikkeling van de opbrengst in beeld gebracht:

Opbrengst toeristenbelasting

Werkelijk 2022

Actueel 2023

Begroting 2024

Tarief: geen index (tarief blijft gelijk) Opbrengst toeristenbelasting

€ 218.385

€ 162.000

€ 162.000

Totale opbrengst toeristenbelasting

€ 218.385

€ 162.000

€ 162.000

€ 1,20

€ 1,20

€ 1,20

Tarief Vanaf 2021: € 1,20 per overnachting

35

FORENSENBELASTING Algemeen Onder de naam 'Forensenbelasting' heffen wij een directe belasting van personen die, zonder in onze gemeente hoofdverblijf te hebben, op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning in onze gemeente beschikbaar houden. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de forensenbelasting: - Forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten; - Trendmatige tariefstijging met 0,5% volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2023; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabel wordt de tariefberekening toegelicht.

Opbrengst forensenbelasting

Werkelijk

Actueel

Begroting

2022

2023

2024

Tariefstijging van 0,5% (besluit Voorjaarsnota 2023)

Ontwikkeling forensenbelasting Totale opbrengst forensenbelasting

€ 4.266

€ 9.473

€ 9.520

tarief:

€ 428,46

€ 430,60

€ 432,75

RECLAMEBELASTING Algemeen Onder de naam 'Reclamebelasting' heffen wij een directe belasting van ondernemers die zichtbare reclame uitingen toepassen binnen de kern van Beneden-Leeuwen. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de reclamebelasting: - Reclamebelasting is een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten; - Met de ondernemersvereniging van Beneden-Leeuwen is overeengekomen dat de totale opbrengst via subsidie beschikbaar gesteld wordt aan het SOBL ondernemingsfonds; - Geen tariefstijging in 2024 volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2023; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening Tariefberekening is niet relevant omdat sprake is van een vast tarief per onroerende zaak. In onderstaande tabel is het verloop van de opbrengst in beeld gebracht:

36

Opbrengst reclamebelasting

Werkelijk 2022

Actueel 2023

Begroting 2024

Tarief: geen index (tarief blijft gelijk)

Ontwikkeling reclamebelasting totale opbrengst reclamebelasting

€ 26.370

€ 30.000

€ 30.000

maximumtarief:

€ 525,00

€ 525,00

€ 525,00

AFVALSTOFFENHEFFING Algemeen De gemeenschappelijk regeling Afvalverwijdering Rivierenland (GR-Avri) verzorgt de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De kosten van Avri worden gedekt met de inkomsten uit de afvalstoffenheffing: een belasting voor het inzamelen en verwerken van afval. Beleidsuitgangspunten Bij de berekening van de tarieven voor de afvalstoffenheffing gelden deze beleidsuitgangspunten: - Kostendekkende tarieven voor het basispakket (vast en variabel deel); - Kostendekkende tarieven voor het pluspakket; - het vaststellen van de verordening en tarieventabel afvalstoffenheffing is een bevoegdheid van het algemeen bestuur (AB) van de GR-Avri. - Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk. Tariefberekening De tariefberekening voert Avri uit op basis van de vastgestelde begroting voor het komende jaar. Werkelijk 2022

Actueel 2023

Begroting 2024

Kosten afval Kosten AVRI

2.278.156 2.278.156

2.340.252 2.340.252

2.593.325 2.593.325

Baten afvalstoffenheffing

2.278.156

2.340.252

2.593.325

100%

100%

100%

Opbrengst afvalstoffenheffing Tarief heeft twee delen (vast- & variabel deel). De tarieven worden door AVRI bepaald

Kostendekkendheid

Verder worden in onze gemeente in 2024 de navolgende opslagen* op het basistarief gehanteerd (pluspakket): - verwijderen zwerfafval (€ 3,75 per huishouden); - voor het verhalen van de kosten die de gemeente maakt voor het gescheiden inzamelen van luieren incontinentiemateriaal per 1 januari 2024 (€ 5,70 per huishouden). * Het betreft voorlopige tarieven omdat definitieve vaststelling plaatsvindt tijdens de AB-vergadering van Avri in december 2023.

37

RIOOLHEFFING Algemeen Onder de naam 'rioolheffing' heffen wij een belasting van degene die aan het begin van het belastingjaar eigenaar is van een perceel dat direct of indirect aangesloten is op de gemeentelijke riolering. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de rioolheffing: - Volledig kostendekkende tarieven; - Tariefstelling is afhankelijk van kostenontwikkeling op basis van het actuele gemeentelijke rioleringsplan (GRP). - Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk; - Eventuele jaarsaldi worden verrekend via de egalisatievoorziening 'riolering'. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht. Werkelijk

Actueel

Begroting

Berekening kostendekkendheid rioolheffing

2022

2023

2024

lasten taakveld 7.2 riolering inkomsten taakveld 7.2 riolering

1.759.308 -39.747

1.891.898 -8.627

1.975.591 -8.871

mutatie voorziening netto kosten taakveld 7.2 riolering

83.567 1.803.128

-24.230 1.859.041

-44.313 1.922.407

aanslag oplegging BSR aandeel tractiemiddelen

20.000 23.164

20.000 20.743

20.000 24.985

overhead rente

218.014 169.947

214.034 170.000

157.682 175.743

BTW totale kosten

296.991 2.531.244

322.376 2.606.194

325.012 2.625.829

baten rioolheffing

2.531.244

2.606.194

2.625.829

Kostendekkendheid

100,0%

100,0%

100,0%

extracomptabele toerekening kosten:

Tariefsberekening rioolheffing

Werkelijk

Actueel

Begroting

2022

2023

2024

berekening: opbrengst / heffingsgrondslag = tarief huidig jaar

Berekening tarief € 272,70 € 0,00

tarief vorig jaar vaste tariefstijging op basis van rioolplan (maximaal 1%) correctie op basis van maximale kostendekkendheid tarief actueel jaar

€ 270,00

€ 272,70

€ 0,00 € 272,70

38

MARKTGELD Algemeen Onder de naam marktgeld heffen wij een recht voor het gebruik van openbare gebouwen, terreinen, pleinen of straten, die zijn aangewezen voor het houden van markten. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor marktgeld: - Maximale kostendekking van 100%; - Trendmatige tariefstijging van 2% volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2023; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht. Werkelijk

Actueel

Begroting

Berekening kostendekkendheid marktgeld

2022

2023

2024

lasten grootboek markt (taakveld 3.3 bedrijvenloket) inkomsten markt (pacht & leges)

€ 6.412 -€ 11.680

€ 13.213 -€ 10.027

€ 13.636 -€ 10.274

kosten volgens de boekhouding

-€5.267

€ 3.186

€ 3.362

extracomptabele kosten: toerekenen uren (250 uur per jaar à € 50,-)

€ 12.500

€ 12.500

€ 12.500

totale lasten

€ 7.233

€ 15.686

€ 15.862

baten marktgeld

€ 4.644

€ 5.177

€5.281

Kostendekkendheid

64,2%

33,0%

33,3%

Werkelijk

Actueel

Begroting

2022

2023

2024

Berekening tarieven marktgeld Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2023)

tarief a: tarief voor elke standplaats per keer per m2 € 1,62 € 0,03

tarief vorig jaar opbrengststijging 2% tarief huidig jaar

€ 1,59

€ 1,62

€ 1,65

tarief b: tarief bij kwartaalabonnement voor elke standplaats per m2 tarief vorig jaar

€ 19,22

opbrengststijging 2% tarief huidig jaar

€ 0,38 € 19,60

€ 18,84

€ 19,22

LIJKBEZORGINGRECHTEN Algemeen Wij heffen rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door onze gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

39

Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de lijkbezorgingsrechten: - Maximale kostendekking van 100%; - Trendmatige tariefstijging van 2% volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2023; - Kwijtschelding is niet mogelijk; - Bij de kostendekkendheid van lijkbezorgingsrechten wordt nog geen rekening gehouden met toerekenbare kosten zoals overhead. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht. Werkelijk

Actueel

Begroting

2022

2023

2024

Berekening kostendekkendheid lijkbezorgingsrecht

lasten taakveld 7.5 begraafplaatsen inkomsten taakveld 7.5 (pacht, leges & afkoop onderhoud)

€ 30.101 -€ 8.380

€ 30.521 -€ 15.871

€ 33.104 -€ 15.813

totale kosten

€ 21.721

€ 14.650

€ 17.291

baten lijkbezorgingsrecht

-€ 6.752

-€ 12.292

-€ 12.530

31,1%

83,9%

72,5%

Kostendekkendheid

Berekening tarieven lijkbezorgingsrecht

Werkelijk

Actueel

Begroting

2022

2023

2024

Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2023)

Tariefstijging bedraagt 2% de belangrijkste tarieven: - begraven (artikel 1-1) - bijzetten van een urn (artikel 2-1) - begraafrecht (artikel 6-1.a)

€ 273,00 € 138,00

€ 278,50 € 140,80

€ 284,07 € 143,62

€ 2.287,00

€ 2.331,72

€ 2.378,35

LEGES Algemeen Onder de naam 'leges' heffen wij verschillende rechten op het genot van door ons verstrekte diensten, genoemd in de legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de leges: - Maximale kostendekking van 100%; - Trendmatige tariefstijging van 2% volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2023; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de belangrijkste legestarieven toegelicht.

40

De belangrijkste leges zijn: leges voor Omgevingsvergunning (incl. bouwcontrole en bouw- en woningtoezicht), bestemmingsplannen & rij- en reisdocumenten. In het najaar van 2023 wordt samen met een externe partij de tarieven doorgerekend die betrekking hebben op de invoering van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen per 1 januari 2024. Bij het opstellen van deze begroting waren deze nieuwe tarieven nog niet bekend. Werkelijk

Actueel

Begroting

Berekening kostendekkendheid omgevingsvergunning

2022

2023

2024

lasten taakveld 8.3 (grb. Bouwcontrole & BWT)

€ 2.515.702

€ 2.753.237

€ 2.906.454

inkomsten bouwcontrole & Bouw- en woningtoezicht totale kosten

-€ 65.000 € 2.450.702

-€ 10.000 € 2.743.237

€0 € 2.906.454

baten omgevingsvergunningen

€ 1.020.257

€ 902.956

€ 923.415

40,6%

32,9%

31,8%

Werkelijk 2022

Actueel 2023

Begroting 2024

Kostendekkendheid

Berekening tarieven omgevingsvergunningen Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2023)

het belangrijkste tarief: - minimumtarief omgevingsvergunning (artikel 2.3.1.1.1)

€ 289,00

€ 294,78

€ 300,68

Werkelijk

Actueel

Begroting

Berekening kostendekkendheid bestemmingsplannen

2022

2023

2024

lasten taakveld 8.1 (grb. Bestemmingsplannen)

€ 500.721

€ 602.299

€ 552.203

inkomsten bestemmingsplannen totale kosten

-€ 35.202 € 465.519

-€22.000 € 580.299

-€ 22.000 € 530.203

baten leges bestemmingsplannen

€ 268.633

€ 128.687

€ 131.261

Kostendekkendheid

57,7%

22,2%

24,8%

Berekening tarief bestemmingsplannen

Werkelijk 2022

Actueel 2023

Begroting 2024

Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2023)

het belangrijkste tarief: - minimumtarief afwijking bestemmingsplan (artikel 2.3.4.1)

€ 348,00

€ 355,00

€ 362,10

41

Werkelijk

Actueel

Begroting

Berekening kostendekkendheid rij- & reisdocumenten

2022

2023

2024

lasten taakveld 0.2 burgerzaken

€ 395.954

€ 376.913

€ 496.579

inkomsten burgerzaken totale kosten

€0 € 395.954

€0 € 376.913

€0 € 474.291

baten leges rij- & reisdocumenten

€ 248.032

€ 178.964

€ 337.502

62,6%

47,5%

71,2%

Kostendekkendheid

Werkelijk 2022

Berekening tariefrij- & reisdocumenten*

Actueel 2023

Begroting 2024

Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2023)

de belangrijkste tarieven: - tarief rijbewijs (artikel 1.3.1)

€ 41,60

€ 48,15

€ 49,11

- tarief ID-kaart (artikel 1.2.1.8) - tarief paspoort (artikel 1.2.1.1.a)

€ 68,50 € 75,80

€ 70,35 € 77,85

€ 71,76 € 79,41

*De richtlijnen voor de tarieven voor de rij- en reisdocumenten worden door het Rijk gegeven. Op het moment van op het opstellen van deze begroting waren deze richtlijnen nog niet bekend. Deze richtlijnen zullen toegepast worden op de te verwerken tarieven in de legesverordeningen 2024.

LOKALE LASTENDRUK Algemeen In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de lokale lastendruk weergegeven. Uitgangspunt 2023 Bron: COELO

2024 Raming

Onroerende zaakbelastingen (OZB) Afvalstoffenheffing

€ 372,00 € 335,00

Rioolheffing

€ 272,70

+ 2% + 7,9% +/- 0%

Totale lastendruk

€ 980

Lokale lastendruk

Voorjaarsnota 2023 Begroting 2024 van Avri Gemeentelijk Rioleringsplan

Toelichting - OZB en rioolheffing zijn eigenaarsheffingen. Afvalstoffenheffing is een gebruikersheffing. - Er is in onze gemeente geen tariefdifferentiatie van toepassing tussen één- en meerpersoonshuishoudens. - De tarieven OZB en rioolheffing voor 2024 worden vastgesteld in de raadsvergadering van december 2023. - De tarieven 2024 voor afvalstoffenheffing worden vastgesteld in het AB van Avri van december 2023.

42

gemeente Druten

Maasdriel

gemeente WMW

bron: COELO Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) bron: COELO

€ 400

€ 396

€ 372

€ 221

€ 330

€ 335

bron: COELO

€ 245

€ 275

€ 273

€ 866

€ 1.001

€ 980

Vergelijk met buurgemeenten (jaar: 2023) Onroerende zaakbelastingen (OZB)

Rioolheffing (meerpersoonshuishouden)

Totale lastendruk

gemeente

KWIJTSCHELDINGSBELEID Algemeen Als een belastingplichtige niet of te weinig financiële middelen heeft om de belastingaanslag te voldoen, kan de belastingplichtige bij de BSR-verzoeken om kwijtschelding. Alle belastingplichtigen die een inkomen hebben dat 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager bedraagt, komen mogelijk in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding.

Kwijtschelding hondenbelasting

Belastingjaar Belastingjaar Belastingjaar 2021 2022 2023

Aantal kwijtscheldingsverzoeken In behandeling Afgewezen Gedeeltelijk toegekend Volledig toegekend Totaal aantal kwijtscheldingsverzoeken Bedrag verleende kwijtschelding Hondenbelasting

1 13 1 38 53

1 13 35 49

6 5 1 28 40

€ 1.631

€ 1.453

€ 1.138

43

PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN ALGEMEEN De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste (BBV, artikel 11 lid 2): a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a netto schuldquote; 1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2 solvabiliteitsratio; 3 grondexploitatie; 4 structurele exploitatieruimte; 5 belastingcapaciteit e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om niet-reguliere kosten die onverwacht en substantieel zijn op te kunnen vangen, zonder dat de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van onze gemeente is. Voor het beoordelen van de 'weerstand' is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij alleen om risico's waarvoor geen of wellicht onvoldoende verzekeringen zijn afgesloten, voorzieningen zijn gevormd of budgetten binnen de begroting beschikbaar zijn.

WEERSTANDSCAPACITEIT Berekening weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan welke middelen wij beschikbaar hebben om eventuele tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande zaken. De weerstandscapaciteit wordt onderverdeeld in structureel en incidenteel. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de: 1. onbenutte belastingcapaciteit; 2. vrije begrotingsruimte. Ad. 1. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de mogelijkheden die wij als gemeente hebben om binnen de wettelijke grenzen onze belastingopbrengsten te verhogen. De totale onbenutte belastingcapaciteit bedraagt:

44

Toelichting: 1. Onroerende zaakbelastingen

Onbenutte belastingcapaciteit

Werkelijk 2022

Actueel 2023

Raming 2024

€ 1.275.500 €0

€ 1.412.000 €0

€ 1.901.000 €0

Onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit: a. Onroerende zaakbelastingen b. Brede rioolheffing c. Leges

p.m.

p.m.

€ 1.275.500

Totaal onbenutte belastingcapaciteit

€ 1.412.000

p.m. € 1.901.000

Voor de OZB wordt de zogenaamde artikel 12 norm gehanteerd (redelijk peil OZB). Op basis van de meicirculaire 2023 is deze norm 0,1614 % De onbenutte capaciteit kan als volgt berekend worden: Werkelijk 2022 Berekening onbenutte belastingcapaciteit OZB WOZ-waarde woningen niet-woningen Totale waarde

grondslag

bedrag

Actueel 2023 grondslag

bedrag

Raming 2024 grondslag

€ 2.588.000.000

€ 2.656.000.000

€ 3.267.000.000

€ 389.500.000

€ 626.000.000

€ 625.000.000

€ 2.977.500.000

€ 3.282.000.000

€ 3.892.000.000

bedrag

Gerealiseerde opbrengsten € 2.548.000 € 1.536.000

€ 2.622.000 € 1.641.000

€ 2.707.000 € 1.674.000

€ 4.084.000

€ 4.263.000

€ 4.381.000

Maximale opbrengst (artikel 12-norm)

€ 5.359.500

€ 5.675.000

€ 6.282.000

Onbenutte capaciteit OZB

€ 1.275.500

€ 1.412.000

€ 1.901.000

woningen niet-woningen Totaal gerealiseerde OZBopbrengst

2. Brede rioolheffing Bij de rioolheffing is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid en is er dus geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. 3. Leges Bij de heffing van leges hanteren wij volledige kostendekkendheid als uitgangspunt. Van belang is of het totale bedrag aan legesinkomsten binnen de begroting, de aan de specifieke dienstverlening toe te kennen lasten al dan niet volledig dekken. Wij kunnen deze kosten niet volledig per product in beeld brengen, de onbenutte capaciteit ramen wij daarom vooralsnog pro memorie. Ad. 2. Vrije begrotingsruimte Onze meerjarenbegroting geeft structureel (vanaf 2024) het volgende beeld. De jaren 2024 en 2025 sluiten met respectievelijk € 398.000 en € 1.4134.000 voordelig, de jaren 2026 en 2027 sluiten nadelig met € 255.000 en € 636.000.

45

Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de: 1. algemene reserve; 2. bestemmingsreserves, waarvan de bestemming nog kan worden gewijzigd; 3. stille reserves; 4. post onvoorzien; 5. incidentele beleidsruimte; 6. incidentele bezuinigingsmogelijkheden. Ad. 1. Algemene reserve De geraamde stand van de algemene reserve per 1 januari 2023 is € 11.835.389. Deze is geheel beschikbaar voor het weerstandsvermogen. Werkelijk 2022 Stand Algemene reserve

claims

Saldo Algemene reserve per 31 december

bedrag

Actueel 2023 claims

€ 11.599.146

bedrag

Raming 2024 claims

€ 11.599.146

Resultaatbestemming 2022

bedrag € 11.835.389

€ 3.111.811

Claims die nog tot uitgaven leiden MFA Maasbommel vrijval boekwaarde

€ 1.947.390

MFA Maasbommel dekking lasten 2022 en 2023

€ 142.841

Tijd. huisvesting kindcentrum Beneden Leeuwen

€ 418.000

Voorbereidingskrediet Uitbreiding kindcentrum Stimulering woningbouw Maasdorpen

€ 170.000

Invoering omgevingswet

€ 23.146

Profilering Maasbommel als Hanzestad

€ 23.278

Vondsten 'Over de Maas'

€ 22.000

€ 118.363

Expeditie 'Over de Maas' totaal claims Beschikbaar deel Algemene reserve

€ 10.550 €0

€ 2.875.568 € 11.599.146

€0 € 11.835.389

€ 11.835.389

Ad. 2. Bestemmingsreserves Wij hebben de aanwezige bestemmingsreserves beoordeeld op de noodzaak van handhaving. Hiervan is sprake als er claims op liggen of er vastgesteld beleid mee wordt gerealiseerd. Als u als raad de bestemming nog kunt wijzigen en een 'vrije' keuze heeft om de reserve anders in te zetten valt deze onder de incidentele weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij om de volgende bestemmingsreserves:

46

Stand bestemmingsreserves

Werkelijk 2022 claims bedrag

Actueel 2023 claims bedrag

Raming 2024 claims bedrag

Beschikbare bestemmingsreserves Reserve bovenwijkse voorzieningen per 31 december

€ 555.286

€ 421.405

€ 421.405

Reserve Stimuleringsfonds recreatie en toerisme per 31 december

€ 101.674

€ 57.899

€ 57.899

Claims die nog tot uitgaven leiden motie vergroten burgerparticipatie

€ 133.881

Visie vrijetijdseconomie totaal claims

€ 43.775 € 177.656

Beschikbaar deel bestemmingsreserves

€0

€ 656.960

€0 €0

€ 479.304

€ 479.304

Ad. 3. Stille reserves Hierbij gaat het om de overwaarde van gemeentelijke bezittingen die direct verkoopbaar zijn, zonder dat de bedrijfsvoering of het gemeentelijke beleid hierdoor wordt beïnvloed. De overwaarde betreft het verschil tussen de verwachte verkoopopbrengst, wij hebben hiervoor de WOZ-waarde 2023 en de geraamde boekwaarde per 1 januari 2024 als uitgangspunt gehanteerd. Wij hebben onze bezittingen beoordeeld op de benoemde uitgangspunten. Een groot deel van onze bezittingen zijn nodig voor de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld ons gemeentehuis. Een ander belangrijk deel is van belang voor de uitvoering van ons gemeentelijke beleid. Dit geldt bijvoorbeeld voor de onderwijs- en welzijnsgebouwen. Naast de gebouwen hebben wij nog aandelen Vitens in ons bezit. Deze aandelen zijn echter moeilijk verhandelbaar, omdat deze altijd in handen van overheidslichamen moeten blijven. Als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen heeft alleen het buitenbad in Dreumel nog een (theoretische) waarde in het kader van de stille reserves. De boekwaarde bedraagt € 170.000, de WOZ-waarde € 878.000, zodat per saldo sprake is van een stille reserve groot € 708.000. Aangezien deze stille reserve niet aan de voorwaarde voldoet gesteld door de toezichthouder, wordt deze niet meegenomen in de bepaling van het weerstandsvermogen. Ad. 4.

Post Onvoorzien - incidenteel De incidentele post Onvoorzien is voor 2023 geraamd op € 25.000. Ad. 5. Incidentele beleidsruimte en stelpost ‘Nieuw beleid’ Er is geen sprake van een post "incidentele beleidsruimte". Ad. 6. Incidentele bezuinigingsmogelijkheden De incidentele bezuinigingsmogelijkheden zijn verwerkt in de bezuinigingsronden van de afgelopen jaren. Voor de begroting 2024-2027 voorzien wij vooralsnog geen extra bezuinigingsmogelijkheden. Indien deze blijken uit de bezuinigingsvoorstellen worden deze via een apart voorstel voorgelegd. Totaaloverzicht weerstandscapaciteit De totale weerstandscapaciteit van de gemeente ziet er als volgt uit:

47

Overzicht weerstandscapaciteit Structurele weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit Vrije begrotingsruimte structureel Saldo structurele weerstandscapaciteit

Werkelijk

Actueel

Raming

Raming

Raming

Raming

2022

2023

2024

2025

2026

2027

€ 1.275.500 € 1.412.000 € 1.901.000 € 1.901.000 € 1.901.000 € 1.901.000 €0

€0

€0

€0

€0

€0

€ 1.275.500 € 1.412.000 € 1.901.000 € 1.901.000 € 1.901.000 € 1.901.000

Incidentele weerstandscapaciteit Algemene reserve Bestemmingsreserves Stille reserves Post onvoorziene uitgaven Incidentele beleidsruimte en stelpost nieuw beleid Saldo incidentele weerstandscapaciteit

€ 11.599.146 € 11.835.389 € 11.835.389 € 11.835.389 € 11.835.389 € 11.835.389 € 656.960 € 479.304 € 479.304 € 479.304 € 479.304 € 479.304 € 15.000

€0 € 25.000

€0 € 25.000

€0 € 25.000

€0 € 25.000

€0 € 25.000

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€ 12.271.106 € 12.339.693 € 12.339.693 € 12.339.693 € 12.339.693 € 12.339.693

RISICOPROFIEL Bij dit onderdeel presenteren wij de risico's. Wij hebben de risico-inventarisatie geactualiseerd, de risico's geanalyseerd en beoordeeld en vervolgens zoveel als mogelijk gekwantificeerd. Deze risico’s zullen zich immers nooit allemaal in hetzelfde jaar voordoen. We verdelen onze risico’s als volgt: - Aansprakelijkheidsrisico’s; - Risico’s op eigendommen; - Risico’s van de bedrijfsvoering; - Financiële risico’s - Economische omstandigheden - Grondexploitatie - Verbonden partijen - Open-einde regelingen - Grote projecten - Overige financiële risico’s. Wij hebben hierbij ook een verdeling gemaakt naar incidentele risico’s en structurele risico’s. In de bijlage Risicoregister hebben wij een actueel overzicht opgenomen.

48

Op hoofdlijnen zien onze risico’s er als volgt uit: Overzicht risico's

Werkelijk 2022

Actueel 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

€ 85.000 € 57.000

€ 70.000 € 57.000

€ 85.000 € 57.000

€ 85.000 € 57.000

€ 85.000 € 57.000

€ 85.000 € 57.000

Categorie risico's Aansprakelijkheid Eigendommen Bedrijfsvoering Financieel

€ 798.000 € 745.000 € 760.000 € 760.000 € 760.000 € 760.000 € 1.447.000 € 1.181.000 € 1.741.000 € 1.741.000 € 1.741.000 € 1.741.000

Saldo risico's

€ 2.387.000 € 2.053.000 € 2.643.000 € 2.643.000 € 2.643.000 € 2.643.000

Onderverdeling risico's Incidentele risico's Structurele risico's Saldo risico's

€ 552.000 € 475.000 € 489.000 € 489.000 € 489.000 € 489.000 € 1.835.000 € 1.578.000 € 2.154.000 € 2.154.000 € 2.154.000 € 2.154.000 € 2.387.000 € 2.053.000 € 2.643.000 € 2.643.000 € 2.643.000 € 2.643.000

Toelichting: 1. Aansprakelijkheid (risico € 85.000) Binnen dit onderdeel vallen risico's op het gebied van: - Bedrijfsongevallen - Nalatigheid of onrechtmatig handelen - Fraude, diefstal - Planschade - Schadeclaims De risico's zijn in de meeste gevallen verminderd door hier beheersmaatregelen voor te nemen. Dit kan in de vorm van fysieke en administratieve maatregelen, het volgen van de procedures en het afsluiten van verzekeringen. Ook hebben wij in de begroting diverse budgetten beschikbaar, bijvoorbeeld om ons eigen risico te dekken. Op het gebied van planschade sluiten wij overeenkomsten met de ontwikkelaars. Planmatig onderhoud van gebouwen wegen riolering en groen vermindert de kans op schadeclaims. 2. Eigendommen (risico € 57.000) De risico’s van onze eigendommen hebben wij aanzienlijk beperkt door het afsluiten van brand- en stormverzekeringen. Zaken als bijvoorbeeld vandalisme en diefstal zijn echter onverzekerbaar. Wij voeren planmatig beheer en onderhoud uit, op basis van de beheerplannen en actuele inspecties. De noodzakelijke budgetten zijn opgenomen in de begroting. Desondanks bestaat het risico dat deze in enig jaar ontoereikend zijn. Vervuiling (als gevolg van milieudelicten, zoals bijvoorbeeld dumping van afval van drugslaboratoria, asbest of olielozingen) in de openbare ruimte is een toenemend risico.

Via frequentere controle door BOA's pakken we dit risico preventief aan. 3. Bedrijfsvoering (risico € 760.000) De risico's in de bedrijfsvoering hebben betrekking op de afwezigheid van personeel wegens ziekte of anderszins, het vertrek van personeel en noodzakelijke (tijdelijke en duurdere) vervanging, het disfunctioneren van personeel (frictiekosten), het doen van achteraf niet geheel juist blijkende belastingaangiften, de uitval van ICT en de gevolgen van de wet Algemene Verordening Gegevensbescherming. Computeruitval kan tot gevolg hebben dat onze dienstverlening niet meer uitgevoerd kan worden en onze medewerkers niet kunnen werken. Voor genoemde risico's zijn in beperkte mate budgetten opgenomen. Uiteraard voeren wij ook interne controlemaatregelen uit. Met betrekking tot personeel is een trend waarneembaar dat (kleine) gemeenten steeds meer moeite hebben gekwalificeerd personeel te werven en te behouden. 4. Financieel (risico € 1.211.000) De risico's bij dit onderdeel hebben betrekking op economische ontwikkelingen, de grondexploitaties, verbonden partijen, open-einde regelingen, grote projecten en overige financiële risico's.

49

a. Economische ontwikkelingen (risico € 531.000) Ons beleid is gericht op 'verminderen'. Op basis van de actuele informatie stellen wij de budgetten bij. Dit geldt voor loon- en prijsontwikkeling, de sociale uitkeringen en te ontvangen bouwleges. Daarnaast schatten wij risico's in voor mogelijke faillissementen van partners in grondzaken, lagere OZB als gevolg van leegstand, bezwaren en kwijtscheldingen. Het effect van de invoering van de Omgevingswet en de Wkb (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) per 1 januari 2023 heeft de meeste invloed, immers we schatten in dat er minder leges geheven kunnen worden. b. Grondexploitatie (risico € 150.000) Als verliezen zich voordoen nemen wij deze en vormen een voorziening. Dit is in het kader van het BBV verplicht. Bij de jaarrekening 2021 is deze voorziening afgeboekt naar 0. We hebben momenteel geen verliesgevende complexen meer. Gelet op de boekwaarde van de projecten (niet zijnde grondexploitaties) en de economische omstandigheden, lopen wij bij projecten een risico. De meeste van deze kosten verhalen wij op de initiatiefnemers. Ook leveren langere doorlooptijden en lagere grondprijzen mogelijk risico's op. c.

Verbonden partijen (risico € 200.000) Hierbij gaat het om gemeenschappelijke regelingen en gesubsidieerde instellingen waarbij wij, samen met de overige deelnemende gemeenten, financieel aansprakelijk zijn voor eventuele tekorten. De betreffende verbonden partijen zijn de Belasting Samenwerking Rivierenland (BSR), de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid (GGD), de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR), de GR Regio Rivierenland, de Afvalverwerking Rivierenland (AVRI), GR Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en GR Werkzaak Rivierenland. Met betrekking tot de Uitvoeringsorganisatie Breedband Rivierenland (UBR) staan wij garant staat voor 5,4 mln. Hiervoor is een risico gecalculeerd. d. Open-einde regelingen (risico € 330.000) Voor onze gemeente gaat het hierbij vooral over het leerlingenvervoer en de diverse regelingen in het kader van het sociaal domein (WMO, jeugdzorg, Participatiewet e.d.). In de begroting hebben wij hier reële budgetten voor opgenomen, maar één extra leerling kan de vervoerskosten met € 25.000 doen stijgen. Ook kan één specialistisch hulpverleningstraject in de Jeugdzorg een fors beslag leggen op het budget. e. Grote projecten Er zijn geen grote projecten waarbij we specifieke risico’s lopen. f.

Overige financiële risico's (risico € 530.000) De belangrijkste overige risico's betreffen vooral de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds, het renterisico, decentralisatie van Rijkstaken, oninbare vorderingen, mogelijke bodemsaneringen en garanties en borgstellingen. Ook worden hier de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid of overlijden van bestuurders geraamd, waarvoor wij niet verzekerd zijn.

BELEID Gemeentelijke kaders Het gemeentelijke beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen 2012. In deze nota heeft u het volgende bepaald: 1. Het college stelt een nota Risicomanagement op waarin aandacht wordt besteed aan de te gebruiken methodiek van risicomanagement en de inrichting van de organisatie op het gebied van risicomanagement; 2. De informatievoorziening richting u verloopt via de paragraaf Weerstandsvermogen bij begroting en jaarverslag en waarbij tevens een bijlage met de risico-inventarisatie wordt bijgevoegd; 3. De weerstandsratio dient minimaal 1,2 te zijn en mag maximaal 2,0 zijn. Dit op basis van het aangenomen amendement in de raadsvergadering van 14 november 2019 bij de vaststelling van de Nota Reserves en Voorzieningen 2019. De nota Risicomanagement hebben wij in 2013 vastgesteld. Uitgangspunt hierin is de structurele inpassing van risicomanagement in onze bedrijfsvoering en beleid. Vooral het verhogen van het risicobewustzijn is een speerpunt, waarbij wij speciale aandacht schenken aan de 'grote projecten'.

50

Het proces van risicomanagement verloopt volgens de volgende stappen: Identificatie - Analyse en beoordeling - Beheersing - Rapportage en monitoring. Risicomanagement Risicomanagement hebben wij sinds 2013 als volgt vormgegeven: 1. Formele inbedding van risicomanagement in onze organisatie; Risicomanagement is de verantwoordelijkheid van het management. Binnen het team Control hebben wij een coördinator risicomanagement benoemd. Het monitoren van de risico’s is een continu proces. 2. Structurele inpassing risicomanagement in de reguliere werkzaamheden; De paragraaf risicomanagement maakt standaard onderdeel uit van onze beleidsdocumenten. 3. Risicoregister bijhouden. Het gaat hierbij om het continu inventariseren, beoordelen en analyseren van risico's, deze vervolgens kwantificeren en hier een kansberekening op toepassen. WEERSTANDSVERMOGEN Op basis van het risicoprofiel en de inventarisatie van de weerstandscapaciteit bepalen wij ons weerstandsvermogen. Hierbij houden wij rekening met de incidentele en structurele onderdelen. De structurele risico’s en weerstandscapaciteit rekenen wij voor 4 jaar mee, de incidentele uiteraard voor 1 jaar. Het weerstandsvermogen drukken wij uit in een verhoudingsgetal.

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

Ratio weerstandsvermogen =

Voor 2024 ziet de weerstandsratio er als volgt uit: 2,19

Ratio weerstandsvermogen ratio = beschikbare capaciteit / benodigde capaciteit de capaciteit in bovenstaande formule = (4*structureel + 1*incidenteel)

Werkelijk

Actueel

Raming

Raming

Raming

Raming

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Beschikbare capaciteit structureel (4 x in berekening)

€ 1.275.500 € 1.412.000 € 1.901.000 € 1.901.000 € 1.901.000 € 1.901.000

incidenteel (1 x in berekening) Beschikbare capaciteit

€ 12.271.106 € 7.123.404 € 12.339.693 € 12.339.693 € 12.339.693 € 12.339.693 € 17.373.106 € 12.771.404 € 19.943.693 € 19.943.693 € 19.943.693 € 19.943.693

Benodigde capaciteit structureel (4 x in berekening) incidenteel (1 x in berekening) Benodigde capaciteit Weerstandsratio

€ 1.835.000 € 1.578.000 € 2.154.000 € 2.154.000 € 2.154.000 € 2.154.000 € 552.000 € 475.000 € 489.000 € 489.000 € 489.000 € 489.000 € 7.892.000 € 6.787.000 € 9.105.000 € 9.105.000 € 9.105.000 € 9.105.000 2,20

1,88

2,19

2,19

2,19

2,19

RISICO'S Risicomanagement is gericht op de structurele inpassing van risicomanagement in onze organisatie en het continu bijhouden van het risicoregister.

51

Het ontstaan van nieuwe risico's is altijd mogelijk, ook kunnen risico's in omvang wijzigen, tenslotte kunnen ook risico's worden opgeheven. Indien er sprake is van grote risico's informeren wij u hierover tussentijds bij de P&C rapportages. FINANCIELE KENGETALLEN Bij het beoordelen van de financiële kengetallen hanteert de provincie normwaarden. In onderstaande tabel staan de normwaarden zoals de provincie ze hanteert. De waarden zijn ingedeeld in de categorieën A, B en C. Categorie A is het minst risicovol en categorie C het meest.

Financiële kengetallen

Werkelijk Begroting 2022 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

Netto schuldquote

55%

56%

35%

45%

58%

67%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

25%

56%

35%

45%

59%

67%

Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

29% 5%

19% 1%

24% 1%

24% 3%

22% 5%

20% 1%

Grondexploitatie Belastingcapaciteit

-1% 97%

0% 105%

-1% 100%

-1% 100%

0% 100%

0% 100%

Verklaring kengetallen: De netto schuldquote is de verhouding tussen de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en is een indicator voor het risico als derden niet aan hun verplichtingen voldoen. Denk bijvoorbeeld aan een stichting MFA, Kulturhus of sportvereniging die geld hebben geleend bij de gemeente. Hoe lager hoe beter. Solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarin de gemeente in staat is aan haar totale financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de gemeente. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Structurele exploitatieruimte geeft aan of gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te kunnen vangen dan wel, of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Hoe hoger hoe beter. Grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de totale baten. Hoe lager hoe beter. Belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Hoe lager hoe beter.

52

CONCLUSIE De risico's waar wij als gemeente mee te maken hebben worden steeds omvangrijker. Burgers worden steeds mondiger en zijn eerder genegen de overheid aansprakelijk te stellen voor schade. De gewijzigde economische omstandigheden hebben de afgelopen jaren een behoorlijke impact op de omvang van onze risico's. De recente coronacrisis en de perikelen omtrent de stikstof problematiek zijn hier voorbeelden van. Ook de voortdurende onzekerheid over de hoogte van het gemeentefonds, de oplopende kosten voor de jeugdzorg, de inflatie als gevolg van prijsstijgingen en grondstoffentekorten zijn risico's waar we rekening mee moeten houden. Onze totale weerstandscapaciteit is voldoende om de risico's af te dekken. Maar hierbij is wel de kanttekening te plaatsen dat onze structurele risico's niet volledig gedekt worden door de structurele weerstandscapaciteit. Het overschot op de incidentele weerstandscapaciteit is toereikend om gedurende bijna 6 jaar het structurele tekort af te dekken. Bij de begroting 2024 zijn de risico's opnieuw beoordeeld. De weerstandsratio komt uit op een score van 2,19. Dit betekent dat er sprake is van een positief weerstandsvermogen, en wij voldoende in staat zijn mogelijke financiële tegenvallers op te vangen en voldoen aan de door u gestelde kaders. Dit alles met de kennis van nu.

53

PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ALGEMEEN De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen (BBV, artikel 12 lid 1): a wegen; b riolering; c water; d groen; e gebouwen. Van bovengenoemde kapitaalgoederen wordt aangegeven (BBV, artikel 12 lid 2): a het beleidskader; b de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Inleiding Wij hebben geïnvesteerd in de kapitaalgoederen in onze gemeente. Ook met het beheer en onderhoud van onze wegen, de openbare verlichting, de riolering en het water, het openbaar groen en onze gemeentelijke gebouwen is inzet van onze middelen (personeel en financiën) gemoeid. De kapitaalgoederen zijn van belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van onze gemeente, onder meer op het gebied van de leefbaarheid, veiligheid, verkeer en vervoer en recreatie. Onderhoud en beheer is bovendien noodzakelijk om kapitaalvernietiging te voorkomen. Doelstelling van deze paragraaf is u te informeren over de hoofdlijn van het beleid rondom de kapitaalgoederen. Gemeentelijke kaders Beleidsstuk c.q. beheerplan

Jaar

Planperiode

Waterplan Beheer- en Onderhoudsrapportage Verhardingen 2022-2026 Groenbeleidsplan Openbare verlichting 2019 Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027 Bomenbeleidsplan Kwaliteitsimpuls groen Gladheidsbestrijding uitvoeringsprogramma

2005 2022 2011 2018 2022 2014 2018 2018

2005-2025 2022-2026 2011-2014 2019-2023 2023-2027

jaarlijks

WEGEN Algemeen Ons gemeentelijk beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. Daarnaast willen we ons wegennet inrichten volgens de Basiskenmerken Wegontwerp conform het beheer- en onderhoudsrapportage verhardingen 2022-2026. Kwaliteitsnormen De kwaliteitsnormen en onderhoudsniveaus van wegen zijn opgenomen in het beheer- en onderhoudsrapportage verhardingen 2022-2026, zoals u in 2022 hebt vastgesteld. Voor de kwaliteitsbeoordeling van de wegen is de CROW-normering toegepast. Financiën In onze begroting hebben we binnen het programma Fysieke leefomgeving jaarlijks een budget opgenomen voor wegen, straten en pleinen. Voor 2024 hebben we de volgende budgetten geraamd:

54

Ten behoeve van het groot onderhoud is een onderhoudsvoorziening wegen ingesteld. De mutaties in deze voorziening zijn gebaseerd op een tienjarige onderhoudsplanning.

Risico’s Prijsstijgingen als gevolg van onvoorziene omstandigheden zijn lastig in te schatten, maar kunnen wel een grote rol spelen voor de hoogte van de beschikbare budgetten.

OPENBARE VERLICHTING Algemeen Het beleidsplan Openbare verlichting 2019-2023 is vastgesteld in 2018. Sinds 2013 maken wij gebruik van een beheersysteem openbare verlichting. Er is een meerjarenplanning voor het beheer en onderhoud aan gekoppeld. Kwaliteitsnormen De kwaliteitsnormen met betrekking tot de openbare verlichting zijn vastgelegd in de Richtlijn voor Openbare Verlichting (ROVL 2011). Deze hebben vooral betrekking op de vereiste lichtsterkte in de openbare ruimte in verband met sociale en verkeerstechnische veiligheid. Financiën Binnen het programma fysieke leefomgeving nemen we jaarlijks budgetten op voor dagelijks beheer en onderhoud van onze openbare verlichting. Voor 2024 hebben we onderstaande budgetten geraamd:

De onderhoudsvoorziening is in 2018 opgeheven door wijzigingen in de BBV-spelregels waardoor vervanging van straatverlichting niet langer uit een voorziening betaald mag worden. Risico’s Er zijn geen bijzondere risico’s.

55

RIOLERING EN WATER Algemeen Op grond van de Waterwet en de Wet Milieubeheer heeft de gemeente 3 wettelijke zorgplichten: 1. inzameling en transport van afvalwater; 2. inzameling en verwerking van overtollig hemelwater; 3. inzameling en verwerking van overtollig grondwater. Hoe wij invulling geven aan deze zorgplichten staat beschreven in ons Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027 (voorheen ons Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022). In dit plan zijn ook onze doelen binnen de planperiode voor het oppervlaktewater en klimaatadaptatie opgenomen. In de raadsvergadering in het najaar van 2022 is het beleidsplan vastgesteld. Dit plan is in samenwerking met de gemeenten Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en Wijchen opgesteld en de looptijd is 5 jaar (2023 t/m 2027). Kwaliteitsnormen De insteek voor het beleid en de bijhorende maatregelen is kwaliteitsniveau sober, maar doelmatig en rechtmatig. Financiën Binnen programma 3 - Fysieke leefomgeving nemen we jaarlijks budgetten op voor beheer en onderhoud van onze voorzieningen. Dit zijn de rioolstelsels, hemel- en grondwatervoorzieningen en watersysteem. De jaarlijkse kosten hiervoor staan weergegeven in de onderstaande tabel.

De voorziening riolering is ingesteld om fluctuaties in de exploitatie op te vangen. De dotaties en onttrekkingen zijn gebaseerd op het vastgestelde Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027. De afrekening vindt plaats bij de jaarrekening.

Risico’s Er zijn geen bijzondere risico’s.

GROEN Algemeen Openbaar groen is van groot belang voor de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Groen zorgt voor verkoeling en maakt de dorpen klimaat bestendiger. Bomen zijn beeldbepalende elementen die belangrijk zijn voor de oriëntatie, leefbaarheid en karakteristiek in de dorpen. Bomen voorkomen hittestress in bebouwd gebied.

56

In Bomenbeleidsplan zijn beleidsthema's uitgewerkt om het bomenbestand op een duurzame en veilige manier in stand te houden en te ontwikkelen. Kwaliteitsnormen Op het gebied van groen hanteren wij de volgende kwaliteitsnormen: Plantsoenen Het openbaar groen wordt op een gedifferentieerd kwaliteitsniveau onderhouden. De toegangswegen, pleinen en dorpscentra worden op het hoge kwaliteitsniveau A onderhouden. Het overige groen wordt op kwaliteitsniveau B onderhouden. Kwaliteitsniveau B komt overeen met de landelijke normen voor een basiskwaliteit en is gericht op een acceptabel beeld waarin beplanting met een natuurlijke uitstraling en beheer voorkomen Bomen Het bomenbeheer wordt cyclisch uitgevoerd conform het bomenbeheerplan. Het uitgangspunt hierbij is het verkrijgen en behouden van een veilig bomenbestand. Financiën Binnen het programma Fysieke leefomgeving nemen we jaarlijks budgetten op voor beheer en onderhoud van openbaar groen.

Risico’s Biodiversiteit De insectenpopulaties in ons land en daarbuiten zijn zorgelijk in aantal achteruitgegaan. Dit hangt nauw samen met de achteruitgang van de biodiversiteit. Insecten hebben een belangrijke rol in de natuurlijke voedselketens en de landbouw. In 2021 zijn we gestart met het opstellen van een biodiversiteitsplan. Het biodiversiteitsplan heeft als doel het behouden, herstellen en versterken van de biodiversiteit in gemeente West Maas en Waal zowel in de dorpen als in het buitengebied/landschap. Exoten In toenemende mate krijgen we te maken met soorten die hier van nature niet thuishoren, invasieve exoten (berenklauw en Japanse duizendknoop). Een aantal van deze soorten vestigt zich hier in het wild en zorgt voor problemen en zijn een gevaar voor onze biodiversiteit. Het gaat dan met name om soorten die zich snel vermenigvuldigen en verspreiden.

GEBOUWEN Algemeen Wij hebben in onze gemeente accommodaties voor sport, kunst en cultuur, welzijn en de huisvesting van ons gemeentelijke apparaat. Iedere vier jaar beoordelen wij de staat van onderhoud van de gemeentelijke gebouwen en stellen wij op basis hiervan een meerjaren onderhoudsprogramma op. Het daadwerkelijke onderhoud voeren wij overigens pas uit na een actuele inspectie. Bij deze inspectie beoordelen wij of de geplande onderhoudswerkzaamheden echt noodzakelijk zijn of nog uitgesteld kunnen worden.

57

Kwaliteitsnormen Bij het onderhoud en beheer van onze gebouwen gaan wij uit van planmatig onderhoud gericht op het op een zo efficiënt mogelijke wijze in stand houden van de accommodaties. Uitgangspunt is de gebouwen in een dusdanige staat van onderhoud te houden dat er sprake is van veilige en visueel goed onderhouden gebouwen. Bij het onderhoud is er ook voor het milieu. Waar mogelijk worden de onderhoudsmomenten aangegrepen om het object 'verder' te verduurzamen. Financiën De jaarlijkse kosten met betrekking tot het onderhoud van gebouwen staan weergegeven in de onderstaande tabel.

De voorziening gebouwen is ingesteld om fluctuaties in de exploitatie op te vangen. De dotaties en onttrekkingen zijn gebaseerd op het meerjarig onderhoudsprogramma.

Risico’s Planmatig onderhoud wordt pas uitgevoerd na visuele inspectie. Dit houdt in dat onderhoudskosten jaarlijks kunnen wisselen.

58

PARAGRAAF FINANCIERING ALGEMEEN De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. en de financieringsbehoefte (BBV, artikel 13). Inleiding Het doel van deze paragraaf is om u te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Dit dienen wij te doen binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente te regelen. Gemeentelijke kaders Onze kaders zijn vastgelegd in de, op grond van artikel 212 Gemeentewet, vastgestelde 'Financiële verordening gemeente West Maas en Waal' (Rb. 23 maart 2017). Het gaat om kaders voor het uitvoeren van de financieringsfunctie zoals doelstellingen, richtlijnen en limieten die voor het college gelden.

In het door het college van burgemeester en wethouders op 10 januari 2012 vastgestelde Treasurystatuut is de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het bevat met name protocollen voor de dagelijkse uitvoering. De onderwerpen die hierbij aan de orde komen zijn het kasbeheer, het risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie. Hoofddoelstelling beleid Inzicht hebben in de lange termijn ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente. Het aangaan en verstrekken van geldleningen en het verstrekken van garanties is alleen toegestaan voor de uitvoering van de publieke taak. Hierbij mogen geen overmatige risico’s worden gelopen. Het gebruik van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm is bedoeld als normstellend. Algemene ontwikkelingen / rentevisie De treasuryactiviteiten staan bloot aan zowel interne als externe ontwikkelingen. De interne ontwikkelingen bestaan uit het oppakken van nieuwe activiteiten, investeringsplannen en reorganisatieprocessen. De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn (internationale) economische indicatoren en de invloed hiervan op de geld- en kapitaalmarkt, maar ook wijzigingen in wet- en regelgeving. Het voorspellen van de renteontwikkeling is een lastige en bijna onmogelijke opgaaf, zeker op de lange termijn.

Volgens het geschetste economische beeld van de Bank Nederlands Gemeenten (BNG) (begin augustus) wordt voor Nederland in 2024 een groei verwacht van 1,0% (in 2022 was de groei nog 4,5%). De oorlog in Oekraïne zorgt voor een stijging van energieprijzen en andere grondstoffen. Daarnaast is de onzekerheid over de economie toegenomen. Naar verwachting zullen banken het monetaire beleid blijven verkrappen waardoor de rentetarieven verder zullen oplopen. Risicomanagement Risicomanagement is het identificeren en kwantificeren van risico's en het vaststellen van beheersmaatregelen. Hiermee worden activiteiten bedoeld waarmee de kans van optreden of de gevolgen van risico's worden beïnvloed. De risico’s die binnen onze gemeente worden gelopen bij de uitvoering van de treasurytaak bestaan voornamelijk uit renterisico's. Om die risico's te beperken en te beheersen geldt er een kasgeldlimiet en is er een renterisiconorm ontwikkeld. Daarnaast verdient vooral het kredietrisico aandacht. Dit is het risico dat wij lopen wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen die in voorkomende gevallen in financiële problemen zouden kunnen komen. In het treasurystatuut zijn algemene uitgangspunten opgenomen om dit risico te beperken.

59

Met betrekking tot risicobeheer hanteren wij, volgens het treasurystatuut, de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de ‘publieke taak’ uitsluitend verstrekken aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen. 2. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. 3. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. Leningportefeuille en financieringsbehoefte De leningportefeuille De ontwikkeling van de huidige leningportefeuille ziet er als volgt uit: Omschrijving Aanwezige leningen Schuldrestant per 1 januari Nieuw aangetrokken leningen Aflossingen Schuldrestant per 31 december Nadere info Gewogen gemiddelde rentepercentage Bijhorende rentelasten

Werkelijk 2022

Actueel 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

€ 30.524.479

€ 26.604.707

€ 23.377.448

€ 20.138.630

€ 17.137.755

€ 3.703.592 € 26.820.887

€ 26.820.887 € 3.000.000 € 3.216.179 € 26.604.707

€ 3.227.260 € 23.377.448

€ 3.238.818 € 20.138.630

€ 3.000.875 € 17.137.755

€ 2.813.453 € 14.324.302

1,01% € 309.486

0,99% € 264.822

1,22% € 323.474

1,23% € 288.677

1,26% € 253.382

1,28% € 219.517

Financieringsbehoefte In het onderstaand overzicht wordt de verwachte financieringsbehoefte voor de komende 4 jaren weergegeven. Hierbij is uitgegaan van volledige realisatie van alle investeringen, inclusief die volgens het investeringsplan 2024 - 2027.

Renteresultaat Toerekening van de rentelasten aan de taakvelden is verplicht. Voor de toerekening aan de grondexploitaties wordt een percentage berekend door het gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille (1,00%) te vermenigvuldigen met de debt ratio (de verhouding vreemd vermogen/ totaal vermogen). De uitkomst van deze berekening is 0,71%. Om tot een verdeling van de resterende rente over de programma’s te komen, wordt het zogenaamde rente-omslagpercentage gebruikt. Voor de begroting 2024 is het berekende percentage 0,25%. Het saldo van rentelasten en –baten wordt daarvoor gedeeld door het totaal van de vaste activa exclusief de uitstaande geldleningen: • De uitkomst mag met een marge van 0,5% worden afgerond; én • Het verschil tussen de 'door te rekenen externe rente' en de 'werkelijke aan taakvelden toegerekende rente' bedraagt maximaal 25%.

60

Het renteschema ziet er als volgt uit: Renteschema

Werkelijk 2022

Actueel 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

Door te belasten rentekosten Rentebetalingen aan externe partijen Renteontvangsten van externe partijen Door te belasten rentekosten

€ 321.958 -€ 362.851 -€ 40.893

€ 402.148 -€ 323.380 € 78.768

€ 394.394 -€ 317.842 € 76.552

€ 477.737 -€ 312.194 € 165.543

€ 553.864 -€ 306.430 € 247.434

€ 658.864 -€ 306.430 € 352.434

Rente die toegerekend moet worden aan de grondexploitatie Verder nog door te belasten rentekosten

€ 3.404 -€ 44.297

-€ 2.516 € 81.284

-€ 2.014 € 78.566

-€ 5.693 € 171.236

-€ 2.747 € 250.181

€0 € 352.434

Werkelijk aan taakvelden toegerekende rentekosten

€0

€ 89.260

€ 85.980

€ 170.276

€ 252.046

€ 356.924

Renteresultaat op taakveld Treasury

-€ 44.297

-€ 7.976

-€ 7.414

€ 960

-€ 1.865

-€ 4.490

Renterisicobeheer Renterisicobeheer is het bewust beperken van de negatieve invloed van toekomstige rentewijzigingen op het resultaat van de organisatie en op de waarde van rentedragende activa en passiva. Ook het minimaliseren van de rentekosten en het optimaliseren van de rentebaten behoren tot dit onderwerp. Jaarlijkse nemen we in de paragraaf financiering onze rentevisie op. Om de renterisico’s te beperken geldt er een kasgeldlimiet en een renterisiconorm. Kasgeldlimiet Het kasgeldlimiet geeft de maximale toegestane omvang van de kortlopende schuld aan. Het kasgeldlimiet is ingevoerd om de gemeente te behoeden voor het risico dat de rentelasten opeens fors stijgen, omdat de rente voor kortlopende leningen sterk kan fluctueren. De wet fido staat een kasgeldlimiet toe van 8,5% van het begrotingstotaal. Renterisiconorm Het begrip renterisiconorm is ingevoerd om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen, en zodoende het renterisico bij herfinanciering van de vaste schuld te beheersen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 2,5 miljoen. De berekening van de huidige renterisiconorm in meerjarenperspectief is opgenomen in het volgend overzicht.

Kredietrisicobeheer Kredietrisico Dit is het risico dat wij lopen wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen die in voorkomende gevallen in financiële problemen zouden kunnen komen. In het treasurystatuut is vastgelegd dat de gemeente alleen overtollige middelen mag uitlenen aan betrouwbare bedrijven met minimaal een zogeheten AAA-rating (looptijd langer dan 3 maanden) c.q. AA-rating (looptijd tot 3 maanden), aan ondernemingen waarvoor een solvabiliteitsratio van 0% geldt of aan de centrale overheid. Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden zekerheden of garanties geëist.

61

Schuldrestant aan het begin van het jaar

Werkelijk 2022

Actueel 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

Actuele leningen (u/g) Geldlening aan Alliander N.V. (voorheen Nuon) Geldlening aan St. Kulturhus Boven-Leeuwen Geldlening aan st. MFA Dreumel (lening 1) Geldlening aan st. MFA Dreumel (lening 2) Geldlening aan st. Sport & Recreatie (lening 1) Geldlening aan st. Sport & Recreatie (lening 2) Geldlening aan MFA de Hucht Geldlening aan Yasemin Maaltijdservice Totaal actuele leningen

€ 219.364 € 2.845.201 € 3.689.566 € 322.346 € 1.400.861 € 1.872.164 € 1.300.629 € 350.000 € 12.000.131

€0 € 2.764.701 € 3.598.619 € 314.400 € 1.371.697 € 1.834.717 € 1.277.451 € 333.500 € 11.495.085

€0 € 2.682.592 € 3.505.852 € 306.295 € 1.341.950 € 1.796.520 € 1.253.809

€0 € 2.598.840 € 3.411.230 € 298.028 € 1.311.607 € 1.757.560 € 1.229.695

€0 € 2.513.413 € 3.314.716 € 289.596 € 1.280.658 € 1.717.821 € 1.205.098

€0 € 2.426.278 € 3.216.272 € 280.995 € 1.249.090 € 1.677.286 € 1.180.010

€ 10.887.018

€ 10.606.960

€ 10.321.302

€ 10.029.931

2,13%

1,94%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

Nadere info Gewogen gemiddeld rentepercentage

Aandelen De gemeente is in het bezit van 18.693 gewone aandelen Vitens. De nominale waarde hiervan is € 1 per aandeel. Als aandeelhouder komen alleen publiekrechtelijke (direct of indirect) rechtspersonen in aanmerking. Door de beperkte verhandelbaarheid is het moeilijk een marktwaarde te noemen. Overigens onderschrijven wij het belang dat de drinkwatervoorziening in publieke handen blijft. Op grond van het treasurystatuut vindt aankoop en verkoop van aandelen uitsluitend plaats voor de uitoefening van de publieke taak. Schatkistbankieren Wij zijn verplicht om onze overtollige middelen in de Rijksschatkist aan te houden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag, afhankelijk van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag bedraagt 2,0% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen. Voor ons betekent dit een drempelbedrag van € 1 miljoen. Intern liquiditeitsbeheer Liquiditeitsrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat wij op korte termijn niet genoeg geld in kas hebben om aan onze verplichtingen te voldoen. Om deze reden stellen wij liquiditeitsplanningen en een liquiditeitsbegroting op. Hierbij zien wij er op toe dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat wij de verplichtingen tijdig kunnen nakomen.

De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot 1 jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 4 jaar. Bij deze laatste dient enige terughoudendheid in acht te worden genomen. Een goede planning, zeker op de langere termijn, is gelet op de onzekere factoren die een rol spelen zoals vertragingen in de investeringsplanning en de informatievoorziening niet eenvoudig. Meerjarenramingen zijn veelal onbetrouwbaar, zowel qua volume als tijdpad. Wanneer op basis daarvan op voorhand leningen dienen te worden afgesloten, gaan wij onbedoeld renterisico’s lopen. Met name bij de op termijn voorziene grote(re) investeringen vormen het politieke, procedurele en de uiteindelijke omvang van de financieringsbehoefte dermate onzekere factoren dat dit een ongewenste risicovergroting zou vormen. Voor het liquiditeitenbeheer is, met ingang van 15 november 2018, met de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten een Financieringsovereenkomst voor een (Rekening-courant) Krediet- en Depotarrangement (tijdelijk overtollige middelen beleggen) afgesloten. De Financieringsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd en kan schriftelijk geheel of gedeeltelijk worden opgezegd. De kredietlimiet bedraagt € 3.700.000.

Over het gebruikte deel van de rekening-courant moet de 1-maands Euribor + 0,15% worden betaald. In het afgelopen jaar is de 1-maands Euribor van -0,5% (juli 2022) opgelopen naar +3,39% (juli 2023). Per augustus is opnieuw een renteverhoging doorgevoerd waardoor de 1-maands Euribor is gestegen naar +3,58%. Daarnaast moet over het ongebruikte deel van de rekening-courant 0,04% bereidstellingsprovisie worden betaald.

62

PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING

ALGEMEEN Deze paragraaf geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering (BBV, artikel 14). Inleiding De bedrijfsvoering betreft de middelenfuncties (personeel en organisatie, planning & control, informatievoorziening en automatisering, communicatie en facilitaire zaken) ter ondersteuning van de uitvoering van de programma’s (het primaire proces). In deze paragraaf hebben wij tevens de griffie en de rekenkamercommissie opgenomen. De bedrijfsvoering is ondersteunend aan en mede bepalend voor de kwaliteit van het primaire proces en de realisatie van de beoogde maatschappelijke effecten. De interne organisatie staat volledig ten dienste aan het primaire proces. Dit betekent dat de kwaliteit en omvang van de gemeentelijke organisatie, maar ook faciliteiten als bijvoorbeeld de huisvesting en de automatisering indirect van grote invloed zijn op het behalen van de gewenste effecten. In deze paragraaf worden de verschillende onderdelen van de bedrijfsvoering verder uitgewerkt. Gemeentelijke kaders Beleidsstuk

Jaar

Informatiebeveiligingsbeleid Inkoopbeleid Communicatiebeleidsplan I&A-plan 2020 HR Beleidskaders Teamplannen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13232258/1