GEW Bijlage Programmabegroting 2025-2028 (Gewijzigd n.a.v. geamendeerd besluit)
Tekst van het document
31
WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN? Activiteiten
Realisatie
Deelvisie bedrijfsvoering Procesondersteuning werkbelevingsonderzoek Toelichting: HR biedt ondersteuning aan de procesgang en applicatie van het werkbelevingsonderzoek. Jaarstukken hebben een kader stellende, signalerende en evaluerende functie Informatieveiligheid Toelichting: De gemeente West Maas en Waal is verplicht haar informatiebeveiliging in te richten conform de BIO, de Basis Informatiebeveiliging Overheid. De beveiliging van onze informatie, waaronder de persoonsgegevens, maken een onlosmakelijk onderdeel uit van het “toekomst bestendig informatiebeheer”. De implementatie van de BIO richtlijnen vindt plaats onder leiding van de CISO. Opstellen Personeel ontwikkelplan Toelichting: Opleidings- en ontwikkelplan wordt opgesteld. Dit in relatie tot het organisatie ontwikkelplan.
2025
Opstellen RI&E beleidskaders 2025 Toelichting: Advisering en begeleiding Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) in samenwerking met de preventiemedewerkers. Er is opdracht gegeven aan een partij voor het opzetten van een RI&E specifiek voor de gemeentewerf\buitendienst. Opstellen Informatiebeleidsplan 2025 Toelichting: Prioriteit ligt in 2025 op implementatie ICT-verbeterplan. Na implementatie volgt het Informatiebeleidsplan Toekomstbestendig Informatiebeheer 2025 Toelichting: Er is gestart met de voering plan van aanpak ‘Toekomstbestendig Informatiebeheer’. Ons informatiebeheer is nog niet op orde. Dit heeft geleid tot een nieuwe beschouwing van wat er nodig is om informatiebeheer op de rit te krijgen. Onderdeel is o.a. de doorontwikkeling van het team DIV. Implementatie e-HRM systeem 2025 Toelichting: Implementatie e-HRM systeem. Onlosmakelijk is hieraan de overgang naar een nieuwe personeel -en salarisadministratie gekoppeld. In september heeft de raad een raadsvoorstel ontvangen om akkoord te gaan met de benodigde vernieuwing en de daarbij behorende kosten. Activiteiten: • Goedkeuring Raadsvoorstel in de raadsvergadering op 12 september ‘24 • Planning/plan van aanpak i.s.m. de betrokken partijen • Ontvlechting huidige dienstverlener (i.s.m.
de Connectie) • Uitvoering Implementatieplan softwareleverancier en salarisadministrateur • Inrichting nieuw e-HRM systeem door HR en betrokken partijen. Uitvoering plan van aanpak dienstverlening en klantprocessen 2025 Toelichting: Het plan van aanpak voor de verbetering en de doorontwikkeling van de dienstverlening en klantprocessen wordt stapsgewijs opgepakt en geïmplementeerd. De focus in 2025 en 2026 ligt op de continuïteit en de doorontwikkeling van het team. Verbeteren we onze klantprocessen o.a. door het implementeren van ediensten en geven we procesmatig vorm aan het actieplan Internationale Werknemers. Met de komst van de nieuwe ICT-beheerder voeren we de laatste acties uit voor de implementatie van de telefoon applicatie Anywhere 365.
32
Opzet en inrichting Informatiehuis 2025 Toelichting: Ter voorbereiding op het data gedreven werken is er een kort verkennend onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden. Met de uitkomst van dit onderzoek wordt de volgende stap richting data gedreven werken gezet. De opzet en inrichting gebeurt in samenhang met het ICT-verbeterplan en Toekomstbestendig Informatiebeheer. Om data gedreven te kunnen werken moet de aanwezige data in de basis op orde zijn. We verkennen ook de mogelijke samenwerking op dit gebied met buurgemeenten. Toegankelijke communicatie, heldere taal, verbeterde gemeentewebsite 2026 Toelichting: Training Heldere taal inclusief raad -en collegevoorstellen wordt aangeboden aan (nieuwe) medewerkers. De website wordt voortdurend verbeterd op zoekfunctie en indeling. De inhoud wordt gecontroleerd op juistheid. Inventarisatie van verbeterpunten vanuit de gebruikers (in -en extern). Een begroting opgesteld (voor het vrije deel) op basis van maatschappelijk toegevoegde waarde, waardoor resultaat & effect en niet financiën leidende principes zijn.
2026
BELEIDSINDICATOREN Beleidsindicator
WMW 2022
WMW 2023
WMW 2024
WMW 2025
Bestuur en ondersteuning Apparaatskosten (in € per inwoner)
€ 313
€ 344
€ 396
€ 426
Bezetting (aantal Fte per 1.000 inwoners)
4,55
4,76
4,73
5,39
Externe inhuur (kosten in % totale loonsom + inhuur externen)
15,8%
18,5%
10%
10%
Formatie (aantal Fte per 1.000 inwoners) Overhead (in % van totale lasten)
4,76
5,26
5,28
5,73
12,1%
11,0%
14,7%
15,1%
EFFECTINDICATOREN Effectindicator Waardering medewerkers
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028 70% 75% 75% 80% 80% 80%
KENGETALLEN Kengetal Ziekteverzuimpercentage
Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
4,92%
4,5%
4%
4%
4%
4%
WAT MAG HET KOSTEN? Bedragen x € 1.000
Exploitatie
Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Totaal lasten
-8.556 N
-8.835 N
-9.121 N
-9.450 N
-9.464 N
-9.794 N
Totaal baten
486 V
306 V
40 V
40 V
41 V
41 V
-8.069 N
-8.529 N
-9.081 N
-9.409 N
-9.424 N
-9.752 N
Saldo van dit programma
33
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
ALGEMEEN Omschrijving Binnen de begroting bestaat onderscheid tussen algemene dekkingsmiddelen en specifieke dekkingsmiddelen. Specifieke dekkingsmiddelen zijn inkomsten die direct samenhangen met een bepaald programma. Dat kunnen inkomsten zijn van het Rijk met een specifiek bestedingsdoel (bijvoorbeeld voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning in programma 2), de opbrengsten uit verkoop van gronden (programma 1) of opbrengsten uit verleende diensten, zoals het verstrekken van een paspoort (programma 4). Ook de rioolheffing en de afvalstoffenheffing zijn specifieke dekkingsmiddelen. De specifieke dekkingsmiddelen worden binnen het betreffende programma verantwoord. De algemene dekkingsmiddelen zijn dekkingsmiddelen die vrij aan te wenden zijn. De besteding van deze inkomsten is op voorhand niet gebonden aan een bepaald programma of doel, maar wordt ingezet ter dekking van de tekorten op de programma's. De dekking bestaat voor het grootste gedeelte uit de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de lokale heffingen die niet bestedingsgebonden zijn. De overige dekkingsmiddelen bestaan uit rentebaten en de post onvoorzien. Doelstelling We willen een financieel gezonde gemeente voor nu en in de toekomst zijn.
Om dit te bereiken voeren wij een verantwoord en stabiel financieel beleid met sluitende begrotingen, waarbinnen ruimte wordt gemaakt voor noodzakelijke en gewenste veranderingen van beleid en het opvangen van onvoorziene omstandigheden. Wij maken voortdurend een afweging tussen onze bestuurlijke ambities en de daarvoor beschikbare middelen. Gemeentelijke kaders Beleidsstuk
Jaar
Nota weerstandsvermogen Nota risicomanagement Nota activabeleid Nota reserves en voorzieningen 2019 Belastingverordeningen 2023 Controleprotocol 2023-2027 Controleplan en Normenkader 2023 Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente West Maas en Waal Verordening controle financiële beheer en organisatie gemeente West Maas en Waal Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid
2012 2013 2019 2019 2022 2023 2023 2023 2023 2023
Ontwikkelingen Er zijn geen bijzondere externe ontwikkelingen. BELEIDSINDICATOREN Beleidsindicator
Jaar meting
Landelijk
Provincie
379
380
WMW
Begroting 2025
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing Gemiddelde WOZ-waarde (in € 1.000)
2024
404
415
34
WAT MAG HET KOSTEN? Bedragen x € 1.000
Exploitatie
Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Totaal lasten
-764 N
-805 N
-768 N
-771 N
-775 N
-771 N
Totaal baten
39.624 V
42.171 V
44.549 V
43.603 V
45.077 V
46.621 V
Saldo van dit programma
38.859 V
41.366 V
43.781 V
42.832 V
44.302 V
45.850 V
35
RECAPITULATIE VAN BATEN EN LASTEN Bedragen x €1.000
Programma
Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
-6.369 N
-7.088 N
-4.854 N
-4.873 N
-4.848 N
-4.901 N
Lasten Programma 1 - Wonen, werken en recreëren Programma 2 - Maatschappelijke zaken
-34.832 N -27.379 N -28.773 N -29.370 N -29.872 N -30.848 N
Programma 3 - Fysieke leefomgeving
-8.741 N
-9.325 N
-9.723 N
-9.561 N
-9.802 N -10.119 N
Programma 4 - Burger, bestuur en veiligheid Programma 5 - Bedrijfsvoering
-4.083 N
-4.332 N
-4.653 N
-4.609 N
-4.733 N
-4.822 N
-8.556 N
-8.835 N
-9.121 N
-9.450 N
-9.464 N
-9.794 N
-764 N
-805 N
-768 N
-771 N
-775 N
-771 N
Algemene dekkingsmiddelen Totaal lasten
-63.345 N -57.764 N -57.892 N -58.634 N -59.494 N -61.255 N
Baten Programma 1 - Wonen, werken en recreëren Programma 2 - Maatschappelijke zaken
6.431 V
3.989 V
2.041 V
1.975 V
1.956 V
1.983 V
13.621 V
4.940 V
4.391 V
4.558 V
4.502 V
4.582 V
Programma 3 - Fysieke leefomgeving
5.840 V
6.045 V
6.470 V
6.012 V
5.986 V
5.993 V
Programma 4 - Burger, bestuur en veiligheid Programma 5 - Bedrijfsvoering
651 V
395 V
415 V
477 V
477 V
486 V
486 V
306 V
40 V
40 V
41 V
41 V
Algemene dekkingsmiddelen
39.624 V
42.171 V
44.549 V
43.603 V
45.077 V
46.621 V
Totaal baten
66.653 V
57.846 V
57.906 V
56.665 V
58.039 V
59.706 V
62 V
-3.099 N
-2.813 N
-2.898 N
-2.892 N
-2.919 N
Saldo Programma 1 - Wonen, werken en recreëren Programma 2 - Maatschappelijke zaken
-21.211 N -22.439 N -24.383 N -24.812 N -25.370 N -26.266 N
Programma 3 - Fysieke leefomgeving
-2.901 N
-3.280 N
-3.253 N
-3.549 N
-3.815 N
-4.126 N
Programma 4 - Burger, bestuur en veiligheid Programma 5 - Bedrijfsvoering
-3.432 N
-3.937 N
-4.238 N
-4.132 N
-4.257 N
-4.337 N
-8.069 N
-8.529 N
-9.081 N
-9.409 N
-9.424 N
-9.752 N
Algemene dekkingsmiddelen
38.859 V
41.366 V
43.781 V
42.832 V
44.302 V
45.850 V
Saldo van baten en lasten
3.308 V
82 V
13 V
-1.968 N
-1.456 N
-1.550 N
Saldo Programmabegroting 2025
3.308 V
83 V
13 V
-1.969 N
-1.455 N
-1.550 N
36
DEEL 2 - PARAGRAFEN
37
PARAGRAAF LOKALE HEFFINGEN ALGEMEEN De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat ten minste (BBV, artikel 10): a. de geraamde inkomsten; b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; d. een aanduiding van de lokale lastendruk; e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
GERAAMDE INKOMSTEN Werkelijk
Actueel
Mutatie
Raming
Omschrijving
2023
2024
2025
2025
Belastingen OZB-woning eigenaren
€ 2.760.422
€ 2.747.000
€ 386.962
€ 3.133.962
OZB-niet woning eigenaren OZB-niet woning gebruikers
€ 903.895 € 716.265
€ 966.000 € 779.000
€ 120.750 € 97.375
€ 1.086.750 € 876.375
Roerende zaakbelasting Hondenbelasting
€ 31.063 € 102.440
€ 13.396 € 98.344
€ 1.674 € 9.834
€ 15.070 € 108.178
Toeristenbelasting (incl. watertoer.)* Forensenbelasting
€ 229.465 € 6.157
€ 162.000 € 9.520
€ 171.000 € 48
€ 333.000 € 9.568
Reclamebelasting Totaal belastingen
€ 25.733
€ 30.000
€0
€ 30.000
€ 4.775.440
€ 4.805.260
€ 787.643
€ 5.592.903
Afvalstoffenheffing Brede rioolheffing (Niet woningen)
€ 2.360.108 € 278.673
€ 2.593.325 € 270.339
€ 254.949 € 8.121
€ 2.848.274 € 278.460
Brede rioolheffing (woningen) Marktgeld
€ 2.364.120 € 4.974
€ 2.355.490 € 5.281
€ 86.350 € 105
€ 2.441.840 € 5.386
€ 3.166 € 23.530
€ 5.031 € 12.530
€ 252 € 240
€ 5.283 € 12.770
Leges Totaal heffingen
€ 1.768.203
€ 1.447.888
€ 284.813
€ 1.732.701
€ 6.802.774
€ 6.689.884
€ 634.830
€ 7.324.714
Totale opbrengst lokale heffingen
€ 11.578.214
€ 11.495.144
€ 1.422.473
€ 12.917.617
Heffingen
Marktgeld (leges) Lijkbezorgingsrechten
BELEID LOKALE HEFFINGEN In deze paragraaf presenteren wij de uitgangspunten en het doel van de gemeentelijke belastingen en heffingen. De gepresenteerde tarieven zijn voorlopige tarieven. De definitieve tarieven worden vastgesteld door middel van verordeningen die in de raad van december 2024 of uiterlijk januari 2025 behandeld zullen worden. Gemeentelijke kaders In bovenstaande tabel is onderscheid gemaakt tussen belastingen en heffingen. De tarieven van belastingen en heffingen worden op een verschillende manier geïndexeerd. De toegepaste indexering wijkt af van de indexering in de Voorjaarsnota 2024 die is vastgesteld in de raad van 4 juli 2024. In het raadsvoorstel bij de begroting wordt dit toegelicht.
38
De opbrengst van de gemeentelijke belastingen gaan naar de algemene middelen van de gemeente. De gemeenteraad bepaalt dus zelf waaraan dit geld wordt besteed. Bij heffingen is door het Rijk bepaald dat deze niet hoger mogen zijn dan de kosten die bij de heffing horen. We streven naar volledig kostendekkende tarieven. In deze tabel staat welke beleidsstukken actueel zijn. Beleidsstuk
Jaar
Verordening onroerende zaakbelastingen 2024 Verordening belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten 2024 Verordening hondenbelasting 2024 Verordening toeristenbelasting 2024 Verordening watertoeristenbelasting 2024 Verordening forensenbelasting 2024 Verordening reclamebelasting Beneden-Leeuwen Centrum 2018 Verordening afvalstoffenheffing 2024 (gemaakt & vastgesteld door AB-AVRI) Verordening rioolheffing 2024 Verordening marktgelden 2024 Verordening lijkbezorgingsrechten 2024 Legesverordening 2024 Voorjaarsnota 2024
2023 2023 2023 2023 2023 2023 2017 2023 2023 2023 2023 2023 2024
OVERZICHT PER HEFFING
ONROERENDE ZAAK BELASTINGEN Algemeen Onder de naam ‘onroerende zaakbelastingen’ (OZB) heffen wij: 1. bij niet-woningen: een gebruikersbelasting en een eigenarenbelasting; 2. bij woningen: alleen een eigenarenbelasting. Als heffingsmaatstaf voor de OZB geldt de WOZ-waarde die elk jaar opnieuw wordt bepaald. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de OZB-tarieven voor 2025: - OZB is algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten; - Tariefdifferentiatie (gebruik niet-woningen, zakelijk recht niet-woningen en zakelijk recht woningen); - Extra opbrengstenstijging totaal 12,5%; - Areaaluitbreiding verwerken zoals bedoeld is in de motie van de raad van 4 november 2020; - Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabel wordt de tariefberekening per onderdeel toegelicht. Omdat de nieuwe taxatiegegevens bij het opstellen van deze begroting nog niet bekend zijn, gaan wij bij de gepresenteerde tarieven nog uit van de voorlopige waarden per 1 januari 2024. De definitieve waarden zijn volgens planning in december 2024 bekend bij BSR en zullen leiden tot nieuwe OZBtarieven die uiterlijk in december 2024 (of januari 2025) vastgesteld zullen worden.
39
Berekening OZB-tarief gebruik niet-woningen
Werkelijk 2023
Actueel 2024
Begroting 2025
berekening: rekenkundige opbrengst / heffingsgrondslag = tarief
Berekening opbrengst geraamde opbrengst (vorig jaar)
€ 779.000
opbrengst stijging van 12,5% geraamde toename opbrengst door areaaluitbr.
€ 97.375 €0
totale opbrengst OZB gebruik niet woningen
rekenkundig tarief OZB gebruik niet-woningen
Berekening OZB-tarief eigendom niet woningen
€ 716.265
0,2600%
Werkelijk 2023
€ 779.000
€ 876.375
0,2662%
raadsvergadering dec.
Actueel 2024
Begroting 2025
berekening: rekenkundige opbrengst / heffingsgrondslag = tarief
Berekening opbrengst geraamde opbrengst (vorige jaar)
€ 966.000
opbrengst stijging van 12,5% geraamde toename opbrengst door areaaluitbr.
€ 120.750 €0
totale opbrengst eigendom niet woningen
rekenkundig tarief OZB eigendom niet woningen
Berekening OZB-tarief eigendom woningen
€ 903.895
0,2616%
€ 966.000
€ 1.086.750
0,2703%
raadsvergadering dec.
Werkelijk
Actueel
Begroting
2023
2024
2025
berekening: rekenkundige opbrengst / heffingsgrondslag = tarief
Berekening opbrengst geraamde opbrengst (vorige jaar) geraamde toename opbrengst door areaaluitbreiding*
€ 2.747.000 € 38.744
opbrengst stijging van 12,5% totale opbrengst eigendom woningen
€ 2.747.000
€ 348.218 € 3.133.962
0,0793%
raadsvergadering dec.
rekenkundig tarief OZB eigendom woningen
€ 2.760.422
0,0840%
40
* Er wordt rekening gehouden met een standaard toename van het woningbezit van 100 woningen. ROERENDE ZAAKBELASTINGEN Algemeen Onder de naam 'Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten' (kortweg: RZB) heffen wij een belasting over roerende objecten, zoals woonwagens en woonschepen. De tarieven en de manier van heffen zijn gelijk aan die van de OZB. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de RZB-tarieven: - RZB is een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten; - Tariefdifferentiatie (gebruik niet-woningen, zakelijk recht niet-woningen en zakelijk recht woningen); - Tarieven RZB zijn gelijk aan tarieven OZB; - Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabel wordt de ontwikkeling van de opbrengst in beeld gebracht:
Opbrengst RZB
Werkelijk
Actueel
Begroting
2023
2024
2025
tarief RZB is gelijk aan OZB-tarief woningen
Berekening opbrengst geraamde opbrengst (vorige jaar)
€ 13.396
opbrengst stijging van 12,5%
€ 1.674
geraamde toename opbrengst door areaaluitbr. totale opbrengst eigendom woningen
rekenkundig tarief OZB eigendom woningen
0 € 31.063
0,0840%
€ 13.396
€ 15.070
0,0793%
raadsvergadering dec.
HONDENBELASTING Algemeen Onder de naam 'hondenbelasting' heffen wij een directe belasting voor het houden van een of meer honden. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de hondenbelasting: - Hondenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel; - Tariefdifferentiatie (1e hond, meerdere honden en kenneltarief); - Extra tariefstijging totaal 10%; - Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabel wordt de tariefberekening toegelicht.
41
Opbrengst hondenbelasting
Werkelijk 2023
Actueel 2024
Begroting 2025
Tariefstijging van 10,0%
€ 102.440
€ 98.344
€ 108.178
1e hond Extra hond
€ 36,36 € 72,72
€ 36,54 € 73,08
€ 40,19 € 80,39
Kenneltarief (6 honden)
€ 218,17
€ 219,26
€ 241,19
totale opbrengst hondenbelasting
tarieven:
TOERISTENBELASTING Algemeen Onder de naam ‘toeristenbelasting’ en 'watertoeristenbelasting' heffen wij een directe belasting van personen die niet in de gemeente wonen maar wel in onze gemeente overnachten. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de toeristenbelasting: - Toeristenbelasting en Watertoeristenbelasting zijn een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten; - Extra tariefstijging in 2025 naar € 2,00 per overnachting; - Met geïnteresseerde ondernemers is een vaststellingsovereenkomst gesloten voor vaste standplaatsen en ligplaatsen om zonder administratieve last de jaarlijkse heffing te bepalen; - Kwijtschelding is niet mogelijk; - Heffing vindt plaats na afloop van het kalenderjaar.
Tariefberekening In de volgende tabel wordt de ontwikkeling van de opbrengst in beeld gebracht:
Opbrengst toeristenbelasting
Werkelijk 2023
Actueel 2024
Begroting 2025
Tarief: Verhoging van het tarief naar € 2,00 per overnachting. Opbrengst toeristenbelasting
€ 229.465
€ 162.000
€ 333.000
Totale opbrengst toeristenbelasting
€ 229.465
€ 162.000
€ 333.000
€ 1,20
€ 1,20
€ 2,00
Tarief Vanaf 2021: € 1,20 per overnachting
42
FORENSENBELASTING Algemeen Onder de naam 'Forensenbelasting' heffen wij een directe belasting van personen die, zonder in onze gemeente hoofdverblijf te hebben, op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning in onze gemeente beschikbaar houden. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de forensenbelasting: - Forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten; - Trendmatige tariefstijging met 0,5% volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2024; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabel wordt de tariefberekening toegelicht.
Opbrengst forensenbelasting
Werkelijk
Actueel
Begroting
2023
2024
2025
Tariefstijging van 0,5% (besluit Voorjaarsnota 2024)
Ontwikkeling forensenbelasting Totale opbrengst forensenbelasting
€ 6.157
€ 9.520
€ 9.568
Tarief:
€ 430,60
€ 432,75
€ 434,91
RECLAMEBELASTING Algemeen Onder de naam 'Reclamebelasting' heffen wij een directe belasting van ondernemers die zichtbare reclame-uitingen toepassen binnen de kern van Beneden-Leeuwen. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de reclamebelasting: - Reclamebelasting is een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten; - Met de ondernemersvereniging van Beneden-Leeuwen is overeengekomen dat de totale opbrengst via subsidie beschikbaar gesteld wordt aan het SOBL ondernemingsfonds; - Geen tariefstijging in 2025 volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2024; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening Tariefberekening is niet relevant omdat sprake is van een vast tarief per onroerende zaak. In onderstaande tabel is het verloop van de opbrengst in beeld gebracht:
43
Opbrengst reclamebelasting
Werkelijk 2023
Actueel 2024
Begroting 2025
Tarief: geen index / tarief blijft gelijk (besluit Voorjaarsnota 2024)
Ontwikkeling reclamebelasting totale opbrengst reclamebelasting
€ 25.733
€ 30.000
€ 30.000
Maximumtarief:
€ 525,00
€ 525,00
€ 525,00
AFVALSTOFFENHEFFING Algemeen De gemeenschappelijk regeling Afvalverwijdering Rivierenland (GR-Avri) verzorgt de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De kosten van Avri worden gedekt met de inkomsten uit de afvalstoffenheffing: een belasting voor het inzamelen en verwerken van afval. Beleidsuitgangspunten Bij de berekening van de tarieven voor de afvalstoffenheffing gelden deze beleidsuitgangspunten: - Kostendekkende tarieven voor het basispakket (vast en variabel deel); - Kostendekkende tarieven voor het pluspakket; - Het vaststellen van de verordening en tarieventabel afvalstoffenheffing is een bevoegdheid van het algemeen bestuur (AB) van de GR-Avri. - Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk. Tariefberekening De tariefberekening voert Avri uit op basis van de vastgestelde begroting voor het komende jaar. Werkelijk 2023
Actueel 2024
Begroting 2025
Kosten afval Kosten AVRI
€ 2.360.108 € 2.360.108
€ 2.593.325 € 2.593.325
€ 2.848.274 € 2.848.274
Baten afvalstoffenheffing
€ 2.360.108
€ 2.593.325
€ 2.848.274
100%
100%
100%
Opbrengst afvalstoffenheffing Tarief heeft twee delen (vast- & variabel deel). De tarieven worden door AVRI bepaald
Kostendekkendheid
Verder worden in onze gemeente in 2025 de navolgende opslagen* op het basistarief gehanteerd (pluspakket): - Verwijderen zwerfafval (€ 3,99 per huishouden); - Voor het verhalen van de kosten die de gemeente maakt voor het gescheiden inzamelen van luier- en incontinentiemateriaal (€ 6,08 per huishouden). * Het betreft voorlopige tarieven omdat definitieve vaststelling plaatsvindt tijdens de AB-vergadering van Avri in december 2024.
44
RIOOLHEFFING Algemeen Onder de naam 'rioolheffing' heffen wij een belasting van degene die aan het begin van het belastingjaar eigenaar is van een perceel dat direct of indirect aangesloten is op de gemeentelijke riolering. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de rioolheffing: - Volledig kostendekkende tarieven; - Tariefstelling is afhankelijk van kostenontwikkeling op basis van het actuele gemeentelijke rioleringsplan (GRP). - Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk; - Eventuele jaarsaldi worden verrekend via de egalisatievoorziening 'riolering'. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht.
Berekening kostendekkendheid rioolheffing
Werkelijk 2023
Actueel 2024
lasten taakveld 7.2 riolering
€ 1.788.643
€ 1.975.591
€ 2.090.520
-€ 10.060 € 143.518
-€ 8.871 -€ 44.313
-€ 9.036 -€ 160.046
netto kosten taakveld 7.2 riolering
€ 1.922.101
€ 1.922.407
€ 1.921.438
extracomptabele toerekening kosten: aanslag oplegging BSR
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
aandeel tractiemiddelen overhead
€ 17.806 € 214.034
€ 24.985 € 157.682
€ 28.494 € 135.866
rente BTW
€ 170.000 € 298.853
€ 175.743 € 325.012
€ 278.284 € 336.218
totale kosten
€ 2.642.793
€ 2.625.829
€ 2.720.300
baten rioolheffing
€ 2.642.793
€ 2.625.829
€ 2.720.300
100,0%
100,0%
100,0%
inkomsten taakveld 7.2 riolering mutatie voorziening
Kostendekkendheid
Tariefberekening rioolheffing
Begroting 2025
Werkelijk
Actueel
Begroting
2023
2024
2025
berekening: opbrengst / heffingsgrondslag = tarief huidig jaar
Berekening tarief € 272,70 € 5,45
tarief vorig jaar vaste tariefstijging op basis van rioolplan (maximaal 2%) correctie op basis van maximale kostendekkendheid tarief actueel jaar
€ 272,70
€ 272,70
€ 0,00 € 278,15
45
MARKTGELD Algemeen Onder de naam marktgeld heffen wij een recht voor het gebruik van openbare gebouwen, terreinen, pleinen of straten, die zijn aangewezen voor het houden van markten. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor marktgeld: - Maximale kostendekking van 100%; - Extra tariefstijging, totaal 5%; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht.
Berekening kostendekkendheid marktgeld
Werkelijk
Actueel
Begroting
2023
2024
2025
lasten grootboek markt (taakveld 3.3 bedrijvenloket) inkomsten markt (pacht & leges)
€ 18.138 -€ 7.879
€ 13.636 -€ 10.274
€ 17.354 -€ 10.615
kosten volgens de boekhouding
€10.259
€ 3.362
€ 6.739
extracomptabele kosten: toerekenen uren (250 uur per jaar à € 50,-)
€ 12.500
€ 12.500
€ 12.500
totale lasten
€ 22.759
€ 15.862
€ 19.239
baten marktgeld
€ 4.974
€ 5.281
€5.386
Kostendekkendheid
21,9%
33,3%
28,0%
Werkelijk
Actueel
Begroting
2023
2024
2025
Berekening tarieven marktgeld Tariefstijging van 5,0%
tarief a: tarief voor elke standplaats per keer per m²
€ 1,62
€ 1,65
€ 1,73
tarief b: tarief bij kwartaalabonnement voor elke standplaats per m²
€ 19,22
€ 19,60
€ 20,58
LIJKBEZORGINGRECHTEN Algemeen Wij heffen rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door onze gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de lijkbezorgingsrechten: - Maximale kostendekking van 100%;
46
-
Trendmatige tariefstijging van 2% volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2024; Kwijtschelding is niet mogelijk; Bij de kostendekkendheid van lijkbezorgingsrechten wordt nog geen rekening gehouden met toerekenbare kosten zoals overhead.
Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht.
Berekening kostendekkendheid lijkbezorgingsrecht
Werkelijk
Actueel
Begroting
2023
2024
2025
lasten taakveld 7.5 begraafplaatsen inkomsten taakveld 7.5 (pacht, leges & afkoop onderhoud) totale kosten
€ 29.149
€ 33.104
€ 35.057
-€12.210 € 16.939
-€ 15.813 € 17.291
-€ 15.752 € 19.305
baten lijkbezorgingsrecht
€ 23.530
€ 12.530
€ 12.770
Kostendekkendheid
138,9%*
72,5%
66,2%
*Grafrechten worden 20 jaar vooruitbetaald. In 2023 zijn er relatief veel rechten verlengd. Hierdoor geeft het kostendekkendheidspercentage een vertekend beeld.
Berekening tarieven lijkbezorgingsrecht
Werkelijk
Actueel
Begroting
2023
2024
2025
Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2024)
Tariefstijging bedraagt 2% de belangrijkste tarieven: - begraven (artikel 1-1) - bijzetten van een urn (artikel 2-1) - begraafrecht (artikel 6-1.a)
€ 278,50 € 140,80
€ 284,07 € 143,62
€ 289,75 € 146,49
€ 2.331,72
€ 2.378,35
€ 2.425,91
LEGES Algemeen Onder de naam 'leges' heffen wij verschillende rechten op het genot van door ons verstrekte diensten, genoemd in de legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de leges: - Maximale kostendekking van 100%; - Trendmatige tariefstijging van 2% volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2024, met uitzonder van de bouwleges; - Extra stijging bouwleges, totaal 5%; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de belangrijkste legestarieven toegelicht. De belangrijkste leges zijn: leges voor Omgevingsvergunning (incl. bouwcontrole en bouw- en woningtoezicht), bestemmingsplannen & rij- en reisdocumenten.
47
Werkelijk
Actueel
Begroting
Berekening kostendekkendheid omgevingsvergunning
2023
2024
2025
lasten taakveld 8.3 (grb. Bouwcontrole & BWT) inkomsten bouwcontrole & Bouw- en woningtoezicht
€ 2.576.549 -€ 182.703
€ 2.772.911 -€ 10.000
€ 3.009.745 €0
totale kosten
€ 2.393.846
€ 2.762.911
€ 3.009.745
baten omgevingsvergunningen
€ 1.108.402
€ 923.415
€ 1.179.585
46,3%
33,4%
39,2%
Kostendekkendheid
Werkelijk
Actueel
Begroting
Berekening kostendekkendheid bestemmingsplannen
2023
2024
2025
lasten taakveld 8.1 (grb. Bestemmingsplannen) inkomsten bestemmingsplannen
€ 501.724 -€ 127.251
€ 552.328 -€22.000
€ 575.999 -€ 22.000
totale kosten
€ 374.473
€ 530.328
€ 553.999
baten leges bestemmingsplannen
€ 307.251
€ 131.261
€ 137.824
82,0%
24,8%
24,9%
Kostendekkendheid
Werkelijk
Actueel
Begroting
Berekening kostendekkendheid rij- & reisdocumenten
2023
2024
2025
lasten taakveld 0.2 burgerzaken inkomsten burgerzaken
€ 399.389 €0
€ 489.637 €0
€ 515.001 €0
totale kosten
€ 399.389
€ 489.637
€ 515.001
baten leges rij- & reisdocumenten
€ 244.418
€ 329.641
€ 349.314
61,2%
67,3%
67,8%
Kostendekkendheid
Berekening tariefrij- & reisdocumenten*
Werkelijk 2023
Actueel 2024
Begroting 2025
Tariefstijging van 2,0%
de belangrijkste tarieven: - tarief rijbewijs (artikel 1.3.1)
€ 48,15
€ 49,11
€ 50,09
- tarief ID-kaart (artikel 1.2.1.8) - tarief paspoort (artikel 1.2.1.1.a)
€ 70,35 € 77,85
€ 71,76 € 79,41
€ 73,19 € 80,99
*De richtlijnen voor de tarieven voor de rij- en reisdocumenten worden door het Rijk gegeven. Op het moment van op het opstellen van deze begroting waren deze richtlijnen nog niet bekend. Deze richtlijnen zullen toegepast worden op de te verwerken tarieven in de legesverordeningen 2025.
48
LOKALE LASTENDRUK Algemeen In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de lokale lastendruk weergegeven. Uitgangspunt 2024 Bron: COELO
2025 Raming
Onroerende zaakbelastingen (OZB)
€ 361
Afvalstoffenheffing Rioolheffing
€ 341 € 273
+ 12,5% + 6,7% +2%
Totale lastendruk
€ 975
€ 1.048
Lokale lastendruk
Begroting 2025 van Avri Gemeentelijk Rioleringsplan
Toelichting - OZB en rioolheffing zijn eigenaarsheffingen. Afvalstoffenheffing is een gebruikersheffing. - Er is in onze gemeente geen tariefdifferentiatie van toepassing tussen één- en meerpersoonshuishoudens. - De tarieven OZB en rioolheffing voor 2025 worden vastgesteld in de raadsvergadering van december 2024. - De tarieven 2025 voor afvalstoffenheffing worden vastgesteld in het AB van Avri van december 2024.
Vergelijk met buurgemeenten (jaar: 2024)
gemeente Druten
Maasdriel
gemeente
gemeente WMW
bron: COELO
€ 454
€ 415
€ 361
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) bron: COELO
€ 216
€ 340
€ 341
bron: COELO
€ 252
€ 277
€ 273
€ 922
€ 1.032
€ 975
Onroerende zaakbelastingen (OZB) Rioolheffing (meerpersoonshuishouden)
Totale lastendruk
KWIJTSCHELDINGSBELEID Algemeen Als een belastingplichtige niet of te weinig financiële middelen heeft om de belastingaanslag te voldoen, kan de belastingplichtige bij de BSR verzoeken om kwijtschelding. Alle belastingplichtigen die een inkomen hebben dat 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager bedraagt, komen mogelijk in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In onderstaande tabel wordt uitsluitend gerapporteerd over de kwijtschelding van hondenbelasting omdat deze structureel in onze meerjarenbegroting opgenomen is. Het betreft een momentopname omdat nog steeds kwijtscheldingsverzoeken kunnen binnenkomen. De OZB, RZB en Rioolheffing worden opgelegd aan eigenaren van woningen en niet-woningen. In de praktijk blijkt dat zelden kwijtschelding wordt aangevraagd voor deze belastingsoorten. Voor informatie over de kwijtschelding van Afvalstoffenheffing wordt verwezen naar de begroting van Avri.
49
Kwijtschelding hondenbelasting
Belastingjaar Belastingjaar Belastingjaar 2022 2023 2024
Aantal kwijtscheldingsverzoeken In behandeling Afgewezen Gedeeltelijk toegekend Volledig toegekend Totaal aantal kwijtscheldingsverzoeken Bedrag verleende kwijtschelding Hondenbelasting
2 14 0 37 53
3 12 1 33 49
5 6 1 30 42
€ 1.511
€ 1.277
€ 1.276
50
PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN ALGEMEEN De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste (BBV, artikel 11 lid 2): a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a netto schuldquote; 1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2 solvabiliteitsratio; 3 grondexploitatie; 4 structurele exploitatieruimte; 5 belastingcapaciteit e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om niet-reguliere kosten die onverwacht en substantieel zijn op te kunnen vangen, zonder dat de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van onze gemeente is. Voor het beoordelen van de 'weerstand' is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij alleen om risico's waarvoor geen of wellicht onvoldoende verzekeringen zijn afgesloten, voorzieningen zijn gevormd of budgetten binnen de begroting beschikbaar zijn.
WEERSTANDSCAPACITEIT Berekening weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan welke middelen wij beschikbaar hebben om eventuele tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande zaken. De weerstandscapaciteit wordt onderverdeeld in structureel en incidenteel. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de: 1. onbenutte belastingcapaciteit; 2. vrije begrotingsruimte. Ad. 1. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de mogelijkheden die wij als gemeente hebben om binnen de wettelijke grenzen onze belastingopbrengsten te verhogen. De totale onbenutte belastingcapaciteit bedraagt: Toelichting: 1. Onroerende zaakbelastingen Werkelijk
Actueel
Raming
Onbenutte belastingcapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit:
2023
2024
2025
a. Onroerende zaakbelastingen b. Brede rioolheffing
€ 1.793.175 €0
c. Leges Totaal onbenutte belastingcapaciteit
p.m. € 1.793.175
€ 1.901.000 €0 p.m. € 1.901.000
€ 1.876.000 €0 p.m. € 1.876.000
51
Voor de OZB wordt de zogenaamde artikel 12 norm gehanteerd (redelijk peil OZB). Op basis van de meicirculaire 2024 is deze norm 0,1595%. De onbenutte capaciteit kan als volgt berekend worden: Werkelijk 2023 Berekening onbenutte belastingcapaciteit OZB
grondslag
bedrag
Actueel 2024 grondslag
Raming 2025
bedrag
grondslag
bedrag
WOZ-waarde woningen niet-woningen
€ 3.172.000.000 € 403.000.000
€ 625.000.000
€ 712.000.000
Totale waarde
€ 3.575.000.000
€ 3.892.000.000
€ 4.372.000.000
Gerealiseerde opbrengsten woningen
€ 3.267.000.000
€ 3.660.000.000
€ 2.744.000
€ 2.707.000
€ 3.134.000
€ 1.644.000
€ 1.674.000
€ 1.963.000
€ 4.388..000
€ 4.381.000
€ 5..097.000
Maximale opbrengst (artikel 12-norm)
€ 6.181.175
€ 6.282.000
€ 6.973.000
Onbenutte capaciteit OZB
€ 1.793.175
€ 1.901.000
€ 1.876.000
niet-woningen Totaal gerealiseerde OZBopbrengst
2. Brede rioolheffing Bij de rioolheffing is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid en is er dus geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. 3. Leges Bij de heffing van leges hanteren wij volledige kostendekkendheid als uitgangspunt. Van belang is of het totale bedrag aan legesinkomsten binnen de begroting, de aan de specifieke dienstverlening toe te kennen lasten al dan niet volledig dekken. Wij kunnen deze kosten niet volledig per product in beeld brengen, de onbenutte capaciteit ramen wij daarom vooralsnog pro memorie. Ad. 2. Vrije begrotingsruimte Onze meerjarenbegroting geeft structureel (vanaf 2025) het volgende beeld. Het jaar 2025 sluit met 13k voordelig en voor 2026 t/m 2028 nadelig met respectievelijk 1.969k, 1.455k en 1.550k. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de: 1. algemene reserve; 2. bestemmingsreserves, waarvan de bestemming nog kan worden gewijzigd; 3. stille reserves; 4. post onvoorzien; 5. incidentele beleidsruimte; 6. incidentele bezuinigingsmogelijkheden.
52
Ad. 1. Algemene reserve De geraamde stand van de algemene reserve per 1 januari 2025 is €10.038.518. Deze is voor € 9.796.809 beschikbaar voor het weerstandsvermogen. Werkelijk 2023 Stand Algemene reserve
claims
Saldo Algemene reserve per 31 december
Actueel 2024
bedrag
claims
€ 11.955.298
Raming 2025
bedrag
claims
€ 11.955.298
Resultaatbestemming 2023
bedrag € 10.038.518
€ 3.307.743
Claims die nog tot uitgaven leiden Vaststellingsovereenkomst JG
€ 3.105.466
Dekking overhevelingen vanuit rekeningsaldo 2023
€ 1.322.587
Tijd. huisvesting (spoezoekers, starters en statushouders)
€ 250.000
Voorbereidingskrediet Uitbreiding kindcentrum Stimulering woningbouw Maasdorpen
€ 170.000
Financiële middelen voor inrichting HR-systeem
€ 98.850
Tijdelijke huisvesting kindcentrum Beneden-Leeuwen
€ 48.086
Huisvesting basisschool de Laak Wamel
€ 39.806
MFA Hanzehuijs dekking lasten 2022 en 2023
€ 30.343
Invoering omgevingswet
€ 23.146
€ 118.363
Profilering Maasbommel als Hanzestad
€ 17.876
totaal claims 2024
€0
€ 5.224.523
€0
Bakenbomen Meanderende Maas Plusopdracht Sociom (SPUK dementievriendelijke gemeente den stand van zaken GALA) totaal claims 2025
€ 200.0000 € 41.709 € 241.709
Beschikbaar deel Algemene reserve
€ 11.955.298
€ 10.038.518
€ 9.796.809
Ad. 2. Bestemmingsreserves Wij hebben de aanwezige bestemmingsreserves beoordeeld op de noodzaak van handhaving. Hiervan is sprake als er claims op liggen of er vastgesteld beleid mee wordt gerealiseerd. Als u als raad de bestemming nog kunt wijzigen en een 'vrije' keuze heeft om de reserve anders in te zetten valt deze onder de incidentele weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij om de volgende bestemmingsreserves: Werkelijk 2023 Stand bestemmingsreserves
claims
bedrag
Actueel 2024 claims
bedrag
Raming 2025 claims
bedrag
Beschikbare bestemmingsreserves Reserve bovenwijkse voorzieningen per 31 december
€ 555.286
€ 555.286
€ 555.286
Reserve Stimuleringsfonds recreatie en toerisme per 31 december
€ 116.675
€ 57.500
€ 42.100
Claims die nog tot uitgaven leiden Visie vrijetijdseconomie Raming nieuwe projecten Totaal claims Beschikbaar deel bestemmingsreserves
€0
€ 671.961
€ 43.775 € 15.400
€0 € 15.400
€ 59.175
€15.400
€ 612.786
€ 597.386
53
Ad. 3. Stille reserves Hierbij gaat het om de overwaarde van gemeentelijke bezittingen die direct verkoopbaar zijn, zonder dat de bedrijfsvoering of het gemeentelijke beleid hierdoor wordt beïnvloed. De overwaarde betreft het verschil tussen de verwachte verkoopopbrengst, wij hebben hiervoor de WOZ-waarde 2024 en de geraamde boekwaarde per 1 januari 2025 als uitgangspunt gehanteerd. Wij hebben onze bezittingen beoordeeld op de benoemde uitgangspunten. Een groot deel van onze bezittingen zijn nodig voor de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld ons gemeentehuis. Een ander belangrijk deel is van belang voor de uitvoering van ons gemeentelijke beleid. Dit geldt bijvoorbeeld voor de onderwijs- en welzijnsgebouwen. Naast de gebouwen hebben wij nog aandelen Vitens in ons bezit. Deze aandelen zijn echter moeilijk verhandelbaar, omdat deze altijd in handen van overheidslichamen moeten blijven. Als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen heeft alleen het buitenbad in Dreumel nog een (theoretische) waarde in het kader van de stille reserves. De boekwaarde bedraagt € 157.000, de WOZ-waarde € 862.000, zodat per saldo sprake is van een stille reserve groot € 705.000. Aangezien deze stille reserve niet aan de voorwaarde voldoet gesteld door de toezichthouder, wordt deze niet meegenomen in de bepaling van het weerstandsvermogen. Ad. 4.
Post Onvoorzien - incidenteel De incidentele post Onvoorzien is voor 2024 geraamd op € 25.000. Ad. 5. Incidentele beleidsruimte en stelpost ‘Nieuw beleid’ Er is geen sprake van een post "incidentele beleidsruimte". Ad. 6. Incidentele bezuinigingsmogelijkheden De incidentele bezuinigingsmogelijkheden zijn verwerkt in de bezuinigingsronden van de afgelopen jaren. Voor de begroting 2025-2028 zien wij vooralsnog geen extra bezuinigingsmogelijkheden. Totaaloverzicht weerstandscapaciteit De totale weerstandscapaciteit van de gemeente ziet er als volgt uit:
Overzicht weerstandscapaciteit
Werkelijk 2023
Actueel 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Structurele weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit Vrije begrotingsruimte - structureel Saldo structurele weerstandscapaciteit
€ 1.793.175 € 1.901.000 € 1.876.000 € 1.876.000 € 1.876.000 € 1.876.000 €0 €0 €0 €0 €0 €0 € 1.793.175 € 1.901.000 € 1.876.000 € 1.876.000 € 1.876.000 € 1.876.000
Incidentele weerstandscapaciteit Algemene reserve Bestemmingsreserves Stille reserves Post onvoorziene uitgaven Incidentele beleidsruimte en stelpost nieuw beleid Saldo incidentele weerstandscapaciteit
€ 11.955.298 € 10.038.518 € 9.796.809 € 7.827.687 € 6.372.643 € 4.822.238 € 671.961 € 612.786 € 597.386 € 527.386 € 476.986 € 476.586 € 25.000
€0 € 25.000
€0 € 25.000
€0 € 25.000
€0 € 25.000
€0 € 25.000
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 12.652.259 € 10.676.304 € 10.401.195 € 8.380.073 € 6.874.629 € 5.323.824
54
RISICOPROFIEL Bij dit onderdeel presenteren wij de risico's. Wij hebben de risico-inventarisatie geactualiseerd, de risico's geanalyseerd en beoordeeld en vervolgens zoveel als mogelijk gekwantificeerd. Deze risico’s zullen zich immers nooit allemaal in hetzelfde jaar voordoen. We verdelen onze risico’s als volgt: - Aansprakelijkheidsrisico’s; - Risico’s op eigendommen; - Risico’s van de bedrijfsvoering; - Financiële risico’s - Economische omstandigheden - Grondexploitatie - Verbonden partijen - Open-einde regelingen - Grote projecten - Overige financiële risico’s. Wij hebben hierbij ook een verdeling gemaakt naar incidentele risico’s en structurele risico’s. In de bijlage Risicoregister hebben wij een actueel overzicht opgenomen. Op hoofdlijnen zien onze risico’s er als volgt uit: Werkelijk
Actueel
Raming
Raming
Raming
Raming
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Aansprakelijkheid
€ 85.000
€ 85.000
€ 85.000
€ 85.000
€ 85.000
€ 85.000
Eigendommen Bedrijfsvoering Financieel Saldo risico's
€ 57.000 € 57.000 € 317.000 € 317.000 € 317.000 € 317.000 € 740.000 € 760.000 € 785.000 € 785.000 € 785.000 € 785.000
Overzicht risico's Categorie risico's
€ 1.339.000 € 1.741.000 € 1.598.000 € 1.598.000 € 1.598.000 € 1.598.000 € 2.221.000 € 2.643.000 € 2.785.000 € 2.785.000 € 2.785.000 € 2.785.000
Onderverdeling risico's Incidentele risico's Structurele risico's
€ 464.000 € 489.000 € 724.000 € 724.000 € 724.000 € 724.000 € 1.757.000 € 2.154.000 € 2.061.000 € 2.061.000 € 2.061.000 € 2.061.000
Saldo risico's
€ 2.221.000 € 2.643.000 € 2.785.000 € 2.785.000 € 2.785.000 € 2.785.000
Toelichting: 1. Aansprakelijkheid (risico € 85.000) Binnen dit onderdeel vallen risico's op het gebied van: - Bedrijfsongevallen - Nalatigheid of onrechtmatig handelen - Fraude, diefstal - Planschade - Schadeclaims De risico's zijn in de meeste gevallen verminderd door hier beheersmaatregelen voor te nemen. Dit kan in de vorm van fysieke en administratieve maatregelen, het volgen van de procedures en het afsluiten van verzekeringen. Ook hebben wij in de begroting diverse budgetten beschikbaar, bijvoorbeeld om ons eigen risico te dekken. Op het gebied van planschade sluiten wij overeenkomsten met de ontwikkelaars. Planmatig onderhoud van gebouwen wegen riolering en groen vermindert de kans op schadeclaims. 2. Eigendommen (risico € 317.000) De risico’s van onze eigendommen hebben wij aanzienlijk beperkt door het afsluiten van brand- en stormverzekeringen. Zaken als bijvoorbeeld vandalisme en diefstal zijn echter onverzekerbaar. Wij voeren planmatig beheer en onderhoud uit, op basis van de beheerplannen en actuele inspecties. De noodzakelijke budgetten zijn opgenomen in de begroting. Desondanks bestaat het risico dat deze
55
in enig jaar ontoereikend zijn. Vervuiling (als gevolg van milieudelicten, zoals bijvoorbeeld dumping van afval van drugslaboratoria, asbest of olielozingen) in de openbare ruimte is een toenemend risico. Via frequentere controle door BOA's pakken we dit risico preventief aan. In 2024 kochten wij een tweetal panden aan in het kader van een vaststellingsovereenkomst. Vraag is of de aankoopkosten goedgemaakt worden door de verkoopprijs. Er is een projectleider aangesteld om de verkoop te begeleiden. 3. Bedrijfsvoering (risico € 785.000) De risico's in de bedrijfsvoering hebben betrekking op de afwezigheid van personeel wegens ziekte of anderszins, het vertrek van personeel en noodzakelijke (tijdelijke en duurdere) vervanging, het disfunctioneren van personeel (frictiekosten). Wij zijn eigen-risicodrager voor de WW en WIA In geval van werkloosheid of instroom naar de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen zijn de kosten voor onze rekening. Onder het bedrijfsvoeringsrisico scharen wij ook naheffingen van achteraf niet geheel juist blijkende belastingaangiften, de uitval van ICT en de gevolgen van de wet Algemene Verordening Gegevensbescherming. Computeruitval kan tot gevolg hebben dat onze dienstverlening niet meer uitgevoerd kan worden en onze medewerkers niet kunnen werken. Voor genoemde risico's zijn in beperkte mate budgetten opgenomen.
Uiteraard voeren wij ook interne controlemaatregelen uit. Met betrekking tot personeel is een trend waarneembaar dat (kleine) gemeenten steeds meer moeite hebben gekwalificeerd personeel te werven en te behouden. 4. Financieel (risico € 1.598.000) De risico's bij dit onderdeel hebben betrekking op economische ontwikkelingen, de grondexploitaties, verbonden partijen, open-einde regelingen, grote projecten en overige financiële risico's. a. Economische ontwikkelingen (risico € 519.000) Ons beleid is gericht op 'verminderen'. Op basis van de actuele informatie stellen wij de budgetten bij. Dit geldt voor loon- en prijsontwikkeling, de sociale uitkeringen en te ontvangen bouwleges. Daarnaast schatten wij risico's in voor mogelijke faillissementen van partners in grondzaken, lagere OZB als gevolg van leegstand, bezwaren en kwijtscheldingen. Het effect van de invoering van de Omgevingswet en de Wkb (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) per 1 januari 2023 heeft de meeste invloed, immers we schatten in dat er minder leges geheven kunnen worden. b. Grondexploitatie (risico € 125.000) Als verliezen zich voordoen nemen wij deze en vormen een voorziening. Dit is in het kader van het BBV verplicht. Bij de jaarrekening 2021 is deze voorziening afgeboekt naar 0. We hebben momenteel geen verliesgevende complexen meer.
Gelet op de boekwaarde van de projecten (niet zijnde grondexploitaties) en de economische omstandigheden, lopen wij bij projecten een risico. De meeste van deze kosten verhalen wij op de initiatiefnemers. Ook leveren langere doorlooptijden en lagere grondprijzen mogelijk risico's op. c. Verbonden partijen (risico € 98.000) Hierbij gaat het om gemeenschappelijke regelingen en gesubsidieerde instellingen waarbij wij, samen met de overige deelnemende gemeenten, financieel aansprakelijk zijn voor eventuele tekorten. De betreffende verbonden partijen zijn de Belasting Samenwerking Rivierenland (BSR), de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid (GGD), de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR), de GR Regio Rivierenland, de Afvalverwerking Rivierenland (AVRI), GR Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en GR Werkzaak Rivierenland. Met betrekking tot de Uitvoeringsorganisatie Breedband Rivierenland (UBR) staan wij garant staat voor 5,4 mln. Hiervoor is een risico gecalculeerd.Voor de verbonden partijen die zelf onvoldoende weerstandsvermogen hebben nemen wij een restrisico op ter grootte van ons aandeel in de deelname. d. Open-einde regelingen (risico € 329.000) Voor onze gemeente gaat het hierbij vooral over het leerlingenvervoer en de diverse regelingen in het kader van het sociaal domein (WMO, jeugdzorg, Participatiewet e.d.).
In de begroting hebben wij hier reële budgetten voor opgenomen, maar één extra leerling kan de vervoerskosten met € 25.000 doen stijgen. Ook kan één specialistisch hulpverleningstraject in de Jeugdzorg een fors beslag leggen op het budget. e. Grote projecten
56
Er zijn geen grote projecten waarbij we specifieke risico’s lopen. f. Overige financiële risico's (risico € 527.000) De belangrijkste overige risico's betreffen vooral de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds, het renterisico, decentralisatie van Rijkstaken, oninbare vorderingen, mogelijke bodemsaneringen en garanties en borgstellingen. Ook worden hier de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid of overlijden van bestuurders geraamd, waarvoor wij niet verzekerd zijn.
BELEID Gemeentelijke kaders Het gemeentelijke beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen 2012. In deze nota heeft u het volgende bepaald: 1. Het college stelt een nota Risicomanagement op waarin aandacht wordt besteed aan de te gebruiken methodiek van risicomanagement en de inrichting van de organisatie op het gebied van risicomanagement; 2. De informatievoorziening richting u verloopt via de paragraaf Weerstandsvermogen bij begroting en jaarverslag en waarbij tevens een bijlage met de risico-inventarisatie wordt bijgevoegd; 3. De weerstandsratio dient minimaal 1,2 te zijn en mag maximaal 2,0 zijn. Dit op basis van het aangenomen amendement in de raadsvergadering van 14 november 2019 bij de vaststelling van de Nota Reserves en Voorzieningen 2019. De nota Risicomanagement hebben wij in 2013 vastgesteld. Uitgangspunt hierin is de structurele inpassing van risicomanagement in onze bedrijfsvoering en beleid. Vooral het verhogen van het risicobewustzijn is een speerpunt, waarbij wij speciale aandacht schenken aan de 'grote projecten'. Het proces van risicomanagement verloopt volgens de volgende stappen: Identificatie - Analyse en beoordeling - Beheersing - Rapportage en monitoring.
Risicomanagement Risicomanagement hebben wij sinds 2013 als volgt vorm gegeven: 1. Formele inbedding van risicomanagement in onze organisatie; Risicomanagement is de verantwoordelijkheid van het management. Binnen het team Control hebben wij een coördinator risicomanagement benoemd. Het monitoren van de risico’s is een continu proces. 2. Structurele inpassing risicomanagement in de reguliere werkzaamheden; De paragraaf risicomanagement maakt standaard onderdeel uit van onze beleidsdocumenten. 3. Risicoregister bijhouden. Het gaat hierbij om het continu inventariseren, beoordelen en analyseren van risico's, deze vervolgens kwantificeren en hier een kansberekening op toepassen. WEERSTANDSVERMOGEN Op basis van het risicoprofiel en de inventarisatie van de weerstandscapaciteit bepalen wij ons weerstandsvermogen. Hierbij houden wij rekening met de incidentele en structurele onderdelen. De structurele risico’s en weerstandscapaciteit rekenen wij voor 4 jaar mee, de incidentele uiteraard voor 1 jaar. Het weerstandsvermogen drukken wij uit in een verhoudingsgetal.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit,
Voor 2025 ziet de weerstandsratio er als volgt uit: 2,00
57
Werkelijk 2023
Ratio weerstandsvermogen ratio = beschikbare capaciteit / benodigde capaciteit de capaciteit in bovenstaande formule = (4*structureel + 1*incidenteel)
Actueel 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Beschikbare capaciteit structureel (4 x in berekening)
€ 1.793.176 € 1.901.000 € 1.876.000 € 1.876.000 € 1.876.000 € 1.876.000
incidenteel (1 x in berekening) Beschikbare capaciteit
€ 11.754.693 € 12.339.693 € 10.401.915 € 8.380.000 € 6.875.000 € 5.324.000 € 18.927.397 € 19.943.693 € 17.905.915 € 15.884.000 € 14.379.000 € 12.828.000
Benodigde capaciteit structureel (4 x in berekening) incidenteel (1 x in berekening) Benodigde capaciteit
€ 1.757.000 € 2.154.000 € 2.061.000 € 2.061.000 € 2.061.000 € 2.061.000 € 464.000 € 489.000 € 724.000 € 724.000 € 724.000 € 724.000 € 7.492.000 € 9.105.000 € 8.968.000 € 8.968.000 € 8.968.000 € 8.968.000
Weerstandsratio
2,52
2,19
2,00
1,77
1.60
1,43
RISICO'S Risicomanagement is gericht op de structurele inpassing van risicomanagement in onze organisatie en het continu bijhouden van het risicoregister. Het ontstaan van nieuwe risico's is altijd mogelijk, ook kunnen risico's in omvang wijzigen, tenslotte kunnen ook risico's worden opgeheven. Indien er sprake is van grote risico's informeren wij u hierover tussentijds bij de P&C rapportages. FINANCIELE KENGETALLEN Bij het beoordelen van de financiële kengetallen hanteert de provincie normwaarden. In onderstaande tabel staan de normwaarden zoals de provincie ze hanteert. De waarden zijn ingedeeld in de categorieën A, B en C. Categorie A is het minst risicovol en categorie C het meest.
58
Werkelijk 2023
Actueel 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Netto schuldquote
47%
35%
46%
57%
81%
102%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
21%
35%
46%
57%
81%
102%
Solvabiliteitsratio
30%
24%
20%
17%
13%
10%
Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie
2% -1%
1% -1%
3% -1%
-2% 0%
-2% 0%
-3% 0%
Belastingcapaciteit
95%
100%
98%
98%
98%
98%
Financiële kengetallen
Verklaring kengetallen: De netto schuldquote is de verhouding tussen de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en is een indicator voor het risico als derden niet aan hun verplichtingen voldoen. Denk bijvoorbeeld aan een stichting MFA, Kulturhus of sportvereniging die geld hebben geleend bij de gemeente. Hoe lager hoe beter. Solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarin de gemeente in staat is aan haar totale financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de gemeente. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Structurele exploitatieruimte geeft aan of gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te kunnen vangen dan wel, of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Hoe hoger hoe beter. Grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de totale baten. Hoe lager hoe beter. Belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Hoe lager hoe beter.
CONCLUSIE De risico's waar wij als gemeente mee te maken hebben worden steeds omvangrijker. Inwoners worden steeds mondiger en zijn eerder genegen de overheid aansprakelijk te stellen voor schade. De gewijzigde economische omstandigheden hebben de afgelopen jaren een behoorlijke impact op de omvang van onze risico's. De gevolgen van de coronacrisis en de situatie in Oekraïne en andere brandhaarden in de wereld zijn hier voorbeelden van. Ook de voortdurende onzekerheid over de hoogte van het gemeentefonds, de oplopende kosten voor de jeugdzorg, de inflatie als gevolg van prijsstijgingen en grondstoffentekorten en netcongesties zijn risico's waar we rekening mee moeten houden. Onze totale weerstandscapaciteit is voldoende om de risico's voor 2025 af te dekken. Maar hierbij is wel de kanttekening te plaatsen dat onze structurele risico's niet volledig gedekt worden door de structurele weerstandscapaciteit. Als gevolg van de toekomstige verliesgevende saldi, die ten laste komen van de algemene reserve, daalt, bij gelijkblijvende risico's de weerstandsratio. Over 2028 is de incidentele weerstandscapaciteit is toereikend om gedurende 2,5 jaar het structurele tekort af te dekken. Bij het opstellen van de begroting 2025 zijn de risico's opnieuw beoordeeld. De weerstandsratio komt uit op een score van 2,00.
Dit betekent dat er sprake is van een positief weerstandsvermogen, en wij vooralsnog voldoende in staat zijn mogelijke financiële tegenvallers op te vangen en voldoen aan de door u gestelde kaders. Dit alles met de kennis van nu en de waarschuwing dat de gepresenteerde tekorten van 2026 t/m 2028 uiteraard een forse negatieve impact hebben op de weerstandsratio in de nabije toekomst.
59
PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ALGEMEEN Inleiding Wij hebben geïnvesteerd in de kapitaalgoederen in onze gemeente. Ook met het beheer en onderhoud van onze wegen, de openbare verlichting, de riolering en het water, het openbaar groen en onze gemeentelijke gebouwen is inzet van onze middelen (personeel en financiën) gemoeid. De kapitaalgoederen zijn van belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van onze gemeente, onder meer op het gebied van de leefbaarheid, veiligheid, verkeer en vervoer en recreatie. Onderhoud en beheer is bovendien noodzakelijk om kapitaalvernietiging te voorkomen. Doelstelling van deze paragraaf is u te informeren over de hoofdlijn van het beleid rondom de kapitaalgoederen. De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat de volgende kapitaalgoederen: a wegen; b riolering; c water; d groen; e gebouwen. Van bovengenoemde kapitaalgoederen geeft de paragraaf per onderdeel inzicht in: a het beleidskader; b de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c de vertaling van de financiële consequenties in de begroting.
Gemeentelijke kaders Beleidsstuk c.q. beheerplan
Jaar
Planperiode
Waterplan Beheer- en Onderhoudsrapportage Verhardingen 2022-2026 Groenbeleidsplan Openbare verlichting 2019 Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027 Bomenbeleidsplan Kwaliteitsimpuls groen Biodiversiteitsplan
2005 2022 2011 2018 2022 2014 2018 2024
2005-2025 2022-2026 2011-2014 2019-2023 2023-2027
WEGEN Algemeen Ons gemeentelijk beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. Daarnaast willen we ons wegennet inrichten volgens de Basiskenmerken Wegontwerp conform het beheer- en onderhoudsrapportage verhardingen 2022-2026. Kwaliteitsnormen De kwaliteitsnormen en onderhoudsniveaus van wegen zijn opgenomen in het beheer- en onderhoudsrapportage verhardingen 2022-2026, zoals u in 2022 hebt vastgesteld. Voor de kwaliteitsbeoordeling van de wegen is de CROW-normering toegepast. Financiën In onze begroting hebben we binnen het programma Fysieke leefomgeving jaarlijks een budget opgenomen voor wegen, straten en pleinen. Voor 2025 hebben we de volgende budgetten geraamd:
60
Ten behoeve van het groot onderhoud is een onderhoudsvoorziening wegen ingesteld. De mutaties in deze voorziening zijn gebaseerd op een tienjarige onderhoudsplanning.
Risico’s Prijsstijgingen als gevolg van onvoorziene omstandigheden zijn lastig in te schatten, maar kunnen wel een grote rol spelen voor de hoogte van de beschikbare budgetten. De kwaliteit van het totale wegennet in 2022 was 15% op D niveau. In de volgende beheerrapportage moeten aangetoond worden dat er een verbetering is geconstateerd. Eind 2025/ begin 2026 wordt de volgende inspectie uitgevoerd. Op dat moment weten we wat het theoretische kwaliteitsniveau is. We hebben in de afgelopen jaren 48.000 m2 elementen verharding en 39.000 m2 asfaltverharding vervangen. Dit betekent dat we het kwaliteitsniveau hebben teruggebracht van 15% naar 10%. Verder zien we dat de kwaliteit van met name de deklagen van asfaltwegen sneller afneemt. Dit kan komen door: -mindere kwaliteit asfalt; -toename verkeer; -zwaarder verkeer (elektrische aangedreven wagens en landbouwvoertuigen) OPENBARE VERLICHTING Algemeen Het beleidsplan Openbare verlichting 2019-2023 is vastgesteld in 2018. Het beheer- en beleidsplan Openbare verlichting 2025 - 2029 wordt opgesteld. Sinds 2013 maken wij gebruik van een beheersysteem openbare verlichting. Er is een meerjarenplanning voor het beheer en onderhoud aan gekoppeld. Kwaliteitsnormen De kwaliteitsnormen met betrekking tot de openbare verlichting zijn vastgelegd in de Richtlijn voor Openbare Verlichting (ROVL 2011).
Deze hebben vooral betrekking op de vereiste lichtsterkte en gelijkmatigheid in de openbare ruimte in verband met sociale- en verkeerstechnische veiligheid. Financiën Binnen het programma fysieke leefomgeving nemen we jaarlijks budgetten op voor dagelijks beheer en onderhoud van onze openbare verlichting. Voor 2025 hebben we onderstaande budgetten geraamd:
61
De onderhoudsvoorziening is in 2018 opgeheven door wijzigingen in de BBV-spelregels waardoor vervanging van straatverlichting niet langer uit een voorziening betaald mag worden. Risico’s Een deel van het areaal aan lichtmasten is uit de jaren 70 & 80. De technische levensduur (45 jaar) van deze masten is bereikt, waarbij de levensduur van een gedeelte al verlengd is.