Bijlage 2 Conceptbegroting 2024 Werkzaak Rivierenland (versie 24-4-2023)
Tekst van het document
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
31
De ontwikkeling van de aantallen is toegelicht in het programma participatie. Aantallen per 1-1 2022
2023
2024
2025
2026
2027
130
133
136
143
143
143
Beschut
88
110
118
121
122
125
LKS P-wet
277
332
387
401
401
401
Totaal
495
575
641
665
666
669
2022
2023
2024
P-wet (WWA/Flex)
7.420
8.280
8.750
Beschut
9.490
12.384
12.900
LKS extern
7.530
8.410
8.890
P-wet (WWA/Flex)
Gemiddelde LKS (in €)
Voor 2024 wordt rekening gehouden met een minimumloonstijging van 4,2% + 1,5% prijspeil. Gemiddeld uitkeringsbedrag (in €) 2022
2023
2024
IOAW
15.630
17.450
18.440
IOAZ
15.050
16.800
17.760
Uitkering
15.370
17.160
18.140
BBZ
5.500
6.140
6.490
In de primitieve begroting van 2023 was nog geen rekening gehouden met de stijging van het minimumloon van 10,15%. Voor 2024 wordt rekening gehouden met een minimumloonstijging van 4,2% plus 1,5% prijspeil. Wat mag het kosten? Bedragen (in €) Rekening
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
Meerjarenraming 2025
2026
2027
Lasten
49.085.900 50.963.500 57.616.800 58.132.300 58.649.500 59.171.800
Baten
43.450.000 46.420.000 52.828.900 53.341.000 53.858.200 54.380.500
Saldo van baten en lasten
-5.635.900 -4.319.300 -4.787.900 -4.791.300 -4.791.300 -4.791.300
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves
60.000
Mutatie reserves
60.000
Totaal
32
0
0
0
0
0
-5.575.900 -4.319.300 -4.787.900 -4.791.300 -4.791.300 -4.791.300
Toelichting bij tabel In de primitieve begroting van 2023 was nog geen rekening gehouden met de stijging van het minimumloon van 10,15%. Bij het opstellen van de begroting 2023 was dat namelijk nog niet bekend. Die wijziging wordt nog verwerkt in de bestuursrapportage 2023. In deze begroting 2024 is hier al rekening mee gehouden. Aan de batenkant is door het Rijk rekening gehouden met de Rijksvergoeding 2023 inclusief de gehouden met de stijging van het wettelijk minimumloon met 10,15%. Voor Rijksvergoeding 2024 wordt rekening gehouden met een minimumloonstijging van 4,2%, voor 2025 - 2027 met 1%.
Programma manager Malinda Janssen:
“Technologie maakt moeilijk werk makkelijker”
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
33
5.6
Overhead
Wat willen we bereiken? We ondersteunen de uitvoering van de voorgaande programma’s. Dat doen we kaderstellend (bijvoorbeeld door het opstellen van een begroting en beleid), adviserend (onder andere op gebied van keuzes voor applicaties en inrichting daarvan) en controlerend (door inrichting van de interne controle die toeziet op een rechtmatige en doelmatige uitvoering). Wat gaan we daarvoor doen? We handelen naar onze besturingsfilosofie, die uitgaat van continue verbeteren en het leveren van klantwaarde. Hierbij richten we ons op de werkzoekende, werkgever en gemeente. We zetten procesmanagement als middel in: we verbeteren onze dienstverlening door periodiek onze processen te optimaliseren. Dat doen we in onderlinge balans tussen de drie-eenheid van klantbelang, rechtmatigheid en efficiency. We hebben een verantwoordingsplicht over wat we doen, de resultaten die we behalen en tegen welke kosten we dat doen. De afgelopen jaren hebben we businesscases gemaakt voor projecten en nieuwe dienstverlening met grote impact, zoals leerwerkroutes en binnen te halen werkzaamheden voor onze doelgroep die werkzaam is in onze ontwikkel- en productiehallen. Dit breiden we uit naar specifieke doelgroepen en aanpakken zodat we analyses en afwegingen kunnen maken op maatschappelijke kosten en baten. We geven innoveren blijvend een plek in de organisatie.
Zoals geconcludeerd door de onderzoeksbureaus die in 2022 advies uitbrachten, bestaat er geen blauwdruk voor het efficiënt en effectief uitvoeren van de Participatiewet en aanverwante regelgeving. De bovengemiddelde resultaten die Werkzaak boekt, zijn onder andere te herleiden naar de pilots en experimenten. Voor 2024 verwachten we onder andere de volgende thema’s waarop we innovaties verkennen en uitvoeren: technologie die inclusie kan verhogen, methodisch werken, ervaringsdeskundigheid, circulair textiel sorteercentrum Rivierenland (Cirtex), statushouders, jongeren en armoede. Werkzaak Rivierenland heeft een reserve met het innovatiebudget. We verwachten in 2024 daarvan 50.000 euro te benutten voor het doen van innovaties binnen deze thema’s. Waar mogelijk, financieren we de innovaties met (deels) de inzet van externe middelen. We zien een maatschappelijke ontwikkeling die meer en meer vraagt om te handelen naar de menselijke maat. Dat krijgt zijn beslag in wet- en regelgeving, vraagt om vertaling in beleid en om maatwerk bij de uitvoering. Hierop hebben we de afgelopen jaren geanticipeerd en we geven dat verder vorm met bijvoorbeeld intervisie en verdergaande regie voor de werkzoekenden. Daarnaast zien we een noodzaak en grote meerwaarde in de samenwerking met private partijen.
De grote opdrachten waarvoor we als samenleving staan op gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid, circulariteit, migratie en inclusie hebben een grote relatie met de primaire opdracht van Werkzaak om mensen duurzaam aan het werk te helpen. Dat vraagt om samenwerking met private partijen (waarmee we ook nieuwe vormen van subsidie kunnen aanboren) en impulsen aan nieuwe initiatieven waarmee we kansen vergroten om de mensen uit onze doelgroep aan het werk te helpen en houden.
34
Wat mag het kosten? Bedragen (in €) Rekening
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
Meerjarenraming 2025
2026
2027
Lasten
7.382.700 12.072.000 10.473.600 10.345.100 10.405.600 11.400.900
Baten
15.205.700 15.925.600 19.288.900 19.539.800 19.488.200 20.357.600
Saldo van baten en lasten
7.823.000 3.853.600 8.815.300 9.194.700 9.082.600 8.956.700
Toevoeging aan reserves
914.000
0
0
0
0
Onttrekking aan reserves
884.700
100.100
149.500
24.500
24.500
24.500
Mutatie reserves
-29.300
100.100
149.500
24.500
24.500
24.500
Totaal
7.793.700 3.953.700 8.964.800 9.219.200 9.107.100 8.981.200
Toelichting bij tabel De lasten van overhead zijn in de begroting 2024 ten opzichte van de begroting 2023 lager door de doorbelasting van salarissen aan de programma’s. Dit komt door een stijging van de salarissen van 1,6 miljoen euro en een hogere doorbelasting van salarissen aan programma’s van 4,3 miljoen euro. De materiële kosten zijn verhoogd met 6,8%, dit levert een nadeel op van 500.000 euro. De doorbelasting van de projecten levert een nadeel van op 500.000 euro. Beleidsindicatoren In het Besluit begroting en verantwoording (BBV) zijn beleidsindicatoren vastgesteld, die verplicht in programma’s en programmaverantwoording opgenomen moeten worden. De wettelijke verplichte beleidsindicatoren op bedrijfsvoering zijn als volgt. Indicator jaarrekening 2022
begroting 2023
begroting 2024
1. Formatie
FTE per 1000 inwoners
0,86
0,92
0,92
2. Bezetting
FTE per 1000 inwoners
0,93
0,93
0,97
3. Apparaatskosten
Kosten per inwoner
101,24
95,68
118,4
4. Externe inhuur
Kosten als % van de 7,76%
8,40%
6,77%
7,98%
10,20%
9,67% *
totale loonsom + totale kosten inhuur 5. Overhead
* Dit percentage wordt berekend door de totale overheadslasten te delen door het begrotingstotaal.
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
35
5.7
Algemene dekkingsmiddelen
Onder de algemene dekkingsmiddelen valt treasury. Wat willen we bereiken? Een structureel dekkende begroting. Wat gaan we ervoor doen? Wij werken aan een gezonde financiële positie met verantwoorde gemeentelijke lasten. Wat mag het kosten? De structurele lasten worden in principe gedekt door structurele baten. Bedragen (in €) Rekening
Begroting
Begroting
Meerjarenraming
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Lasten
56.600
49.400
47.900
46.400
45.000
45.000
Baten
149.400
79.400
77.900
76.400
75.000
75.000
Saldo van baten en lasten
92.800
30.000
30.000
30.000
30.000
30.000
0
0
0
0
0
0
92.800
30.000
30.000
30.000
30.000
30.000
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Mutatie reserves Totaal
36
Ontwikkelen
Ontwikkelen is een van onze drie kernwaarden. Ieder mens heeft talent. Iedereen kan leren en zich verder ontwikkelen. Wij versterken de ander bij het ontdekken, benutten en vergroten van talenten. We geven regie aan de ander waar dat kan. We proberen en leren elke dag
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
37
6 Financiële begroting Dit onderdeel geeft de financiële positie voor het begrotingsjaar 2024 en de komende jaren weer. De volgende tabel geeft een overzicht van de baten en lasten, waarvoor het bestuur autoriseert. Hiermee wordt het vastgelegde beleid, dat is opgenomen in de programma’s, uitgevoerd. Bedragen (in €) Rekening
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
Meerjarenraming 2026
2027
28.500
100.100
110.100
110.100
110.100
110.100
Participatie
14.908.500
12.662.900
11.978.300 11.692.800
11.826.900
11.914.100
Sociale werkvoorziening
20.011.600
19.332.600
24.959.600 24.105.200
22.972.800
21.908.500
Beschut werk
1.003.800
1.481.400
3.058.900
3.199.300
3.228.800
3.270.800
Inkomensvoorziening
49.085.900
50.152.500
57.616.800 58.132.300
58.649.500
59.171.800
56.600
49.400
46.400
45.000
45.000
Overhead
7.382.700
12.072.000
10.473.600 10.345.100
10.405.600
11.400.900
Onvoorzien
0
50.000
50.000
50.000
Lasten Bestuur en beleid
Algemene dekkingsmiddelen
Totaal lasten
92.477.600
47.900 50.000
50.000
95.900.900 108.295.200 107.681.200 107.288.700 107.871.200
Baten Bestuur en beleid
0
0
0
0
0
0
Participatie
6.578.000
5.915.000
7.457.900
7.248.500
7.714.500
8.100.700
Sociale werkvoorziening
26.262.300
25.360.500
26.091.400 24.944.100
23.564.100
22.261.100
Beschut werk
2.129.400
2.280.000
2.350.700
2.456.900
2.564.200
2.671.800
Inkomensvoorziening
43.450.000
45.833.200
52.828.900 53.341.000
53.858.200
54.380.500
149.400
79.400
76.400
75.000
75.000
15.205.700
15.925.600
19.288.900 19.539.800
19.488.200
20.357.600
0
0
Algemene dekkingsmiddelen Overhead Onvoorzien
0
0
77.900 0
0
Totaal baten
93.774.800
95.393.700 108.095.700 107.606.700 107.264.200 107.846.700
Saldo van baten en lasten
1.297.200
-507.200
-199.500
-74.500
-24.500
-24.500
277.300
507.200
199.500
74.500
24.500
24.500
1.574.500
0
0
0
0
0
Reservemutaties Resultaat
38
6.1 Uitgangspunten begroting Voor het bepalen van de uitgangspunten van de financiële begroting zijn van belang: de formatie, de indexatie en de financiële doorvertaling van de bedrijfsvoeringskosten. Formatie De formatieomvang is voor een groot deel opgebouwd op basis van de dienstverlening en de caseload (hoeveel werkzoekenden begeleidt een medewerker en wat is de intensiteit van hun begeleidingsbehoefte). Omdat de formatie bij de begroting (jaar voorafgaand) wordt bepaald zijn er altijd omstandigheden die leiden tot een afwijking van de benodigde formatie. Dit komt door de ontwikkeling in aantallen en begeleidingsbehoefte van onder meer het uitkeringsbestand, het aantal mensen dat een dienstverband heeft in het kader van de Wet sociale werkvoorziening of de Participatiewet en het aantal mensen dat aan het werk is met een loonkostensubsidie. De formatie in de begroting wordt gedurende het jaar niet aangepast. Slechts wanneer de afwijking in formatie groter is dan 5 procent vindt er een doorvertaling plaats in de begroting. Projectfinanciering We zetten ook in op (externe) projectfinancieringen met als doel projecten te kunnen bekostigen die bijdragen aan het verwezenlijken van onze doelen en ambitie. Met de projectfinancieringen kunnen we tijdelijke capaciteit aantrekken en benodigde middelen inkopen. Deze hebben beiden geen effect op het resultaat bedrijfsvoering.
Salariskosten De personele kosten ramen we op basis van het maximum van de schaal; het inhuurbudget voor ziekte en andere vormen van afwezigheid zoals ouderschapsverlof, maakt hier onderdeel van uit. Indexering De prijsontwikkeling is een van de uitgangspunten van de begroting. We sluiten zoveel als mogelijk aan op de werkelijke ontwikkelingen en stemmen de percentages af met de gemeenschappelijke regelingen in Rivierenland. We onderscheiden de indexcijfers: • Loonkostenontwikkeling • Prijsontwikkeling goederen en diensten • Omzet Loonkostenontwikkeling We voldoen aan de eisen van de cao’s en volgen de prijsontwikkeling binnen het wettelijk minimumloon. De lonen worden tweemaal per jaar geïndexeerd. Het wettelijk minimumloon is per 1 januari 2023 verhoogd met 10,15 procent. Per 1 juli 2023 is het wettelijk minimumloon met nog eens met 3 procent verhoogd (1,5 procent over het hele jaar). Uitkeringen die gekoppeld zijn aan het minimumloon zoals AOW, bijstand en de Wajong zijn tegelijkertijd ook verhoogd. Er vindt een verwerking van de verhoging van het wettelijk minimumloon plaat in het macrobudget 2023. Zoals gebruikelijk wordt deze prijsbijstelling niet bij de voorlopige vaststelling, maar bij de definitieve vaststelling van het macrobudget 2023, in de septembercirculaire 2023, meegenomen.
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
39
Cao-afspraken en raming salariskostenstijging De gemeenschappelijke regelingen maakten afspraken over de systematiek van het in de begroting verwerken van de salariskostenstijgingen en de daarbij gewenste onderlinge harmonisering. Afgesproken is, dat aansluiting wordt gezocht bij de CPB stijging van de lonen (de geraamde loonontwikkeling), die in de, door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, uitgebrachte septembercirculaire is gepubliceerd. Aanvullend wordt voor de hoogte van de totale salariskostenstijging in de begroting een schatting gemaakt van de verwachte stijging van de pensioenpremies en overige sociale lasten (premies werknemersverzekeringen). Indexering salarissen Als basis voor de lonen wordt de huidige cao SGO vanaf 1 januari 2023 gehanteerd. Er is aansluiting gezocht bij de door het CPB geraamde stijging van de lonen (loonvoet sector overheid), die in de door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitgebrachte septembercirculaire 2022 is gepubliceerd. Aanvullend is van de totale salariskostenstijging in de begroting een schatting gemaakt van de verwachte stijging van de pensioenpremies en overige sociale lasten (premies werknemersverzekeringen). In de middellange termijn verkenning van het CPB (maart 2022) wordt een stijging sociale premies verwacht van 0,2 procent.
Index 2024 Loonvoet sector overheid (septembercirculaire 2022)
4,20%
Prognose stijging sociale premies
0,20%
Totale loonkostenindex 2024
4,40%
Prijsindexering kostenbudgetten Overeenkomstig de door het CPB opgestelde cijfers in de septembercirculaire 2022, passen we een algemene prijsindexering toe van 6,8 procent. Er is rekening gehouden met de prijsindex voor overheidsconsumptie netto materieel (IMOC) van 2,4 procent plus een correctie over 2023 van 4,4 procent (5,9% - 1,5%). Dit algemene indexeringspercentage passen de andere gemeenschappelijke regelingen ook toe in de begroting 2024. Prijsindexering Correctie 2023 Prijsindex begroting 2023 (conform kadernota 2023)
1,50%
Prijs overheidsconsumptie (IMOC)
5,90%
Correctie prijsindex 2023
4,40%
Index 2024 2024 Prijs overheidsconsumptie (IMOC)
2,40%
Totale prijsindex 2024
6,80%
Omzet Voor de begroting 2024 hanteren we een verwachte stijging van de netto omzet. De onzekere marktomstandigheden beïnvloeden de uiteindelijke begrotingsraming 2024. Hierdoor kan de begrote stijging van de omzet afwijken van de nu aangegeven stijging.
40
Bijdrage bedrijfsvoering Door de loon- en prijsindexatie stijgt de bijdrage bedrijfsvoering. De gemeenten worden voor deze stijging gecompenseerd in het gemeentefonds. In totaal werkt Werkzaak binnen de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen. De verdeling van de kosten vindt plaats op basis van de afspraken uit de bestuurlijke agenda. Voor het gedeelte bedrijfsvoeringskosten en -baten dat specifiek aan de Wsw kan worden toegerekend, wordt een vergoeding in rekening gebracht naar rato van het aantal Wsw-ers. Daarnaast betalen de gemeenten die niet voor de Participatiewet participeren een toeslag van jaarlijks nominaal 1.000 euro per Wsw-er. Ook brengen deelnemers die participeren in de Participatiewet het basisbedrag voor de uitvoering in dat zij ontvangen van het Rijk. Dit ontvangen de gemeenten via het cluster inkomen en participatie in de algemene uitkering. Het verschil wordt verdeeld naar rato van het aantal bijstandsgerechtigden en loonkostensubsidies op grond van de Participatiewet. Risico’s versus de algemene bedrijfsreserve Op dit moment zijn de gewogen risico’s hoger dan de algemene reserve van Werkzaak. Het weerstandsvermogen bedraagt 88 procent. De niet gedekte risico’s van 12 procent zullen dus gedekt moeten worden in de begrotingen van de gemeenten.
Bestandsontwikkeling We baseren ons bij onze raming van de bestandsontwikkeling (aantallen werkzoekenden die we begeleiden) op de regionale trends en ontwikkelingen. Hiermee komen we tot nauwkeurigere inschattingen en volgen niet persé de voorspellingen van het CPB. De impact van de situatie in Oekraïne kunnen we niet doorvertalen in de begroting. Pluspakket Het pluspakket is opgenomen in de begroting en wordt met afzonderlijke gemeente(n) afgerekend.
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
41
6.2 Vennootschapsbelasting Met ingang van de begroting 2017 werd de vennootschapsbelasting afzonderlijk in het overzicht van baten en lasten opgenomen. Op basis van de huidige inschattingen zal er de komende jaren geen sprake zijn van vennootschapsbelasting-heffing.
6.3 Onvoorzien In de begroting is, op advies van de toezichthouder, een post onvoorzien opgenomen van 50.000 euro binnen de bedrijfsvoeringskosten. Bedragen (in €)
Lasten
Rekening
Begroting
Begroting
Meerjarenraming
2022
2023
2024
2025
2026
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
0
-50.000
-50.000
-50.000
-50.000
2027
Baten Saldo van baten en lasten
-50.000
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Mutatie reserves
0
0
0
0
0
0
Totaal
0
-50.000
-50.000
-50.000
-50.000
-50.000
42
6.4 Geprognosticeerde balans De geprognotiseerde balans 2023 is niet in lijn gebracht met de aansluiting realisatie 2021, waardoor er een enorm verschil ontstaat tussen de realisatie 2022, begroting 2024 en meerjarenraming 2025 t/m 2027. Dit is zichtbaar bij de uitzettingen, overlopende activa, vlottende schulden en overlopende passiva. Conform BBV dienen deze onderdelen inzichtelijk te zijn, zodat hiermee een berekening gemaakt kan worden voor de “netto schuldquote (gecorrigeerd voor uitstaande leningen)”. Vandaar dat vanaf 2024 deze onderdelen gevuld zijn, waarbij het vertrekpunt de realisatie 2022 is. Hieronder worden de onderdelen toegelicht waar een aanvullende onderbouwing onder zit. Bedragen (* € 1.000) Rekening
Begroting
Begroting
Meerjarenraming
31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026
31-12-2027
Activa Materiële vaste activa
7.335
8.414
6.713
6.485
6.018
5.562
Financiële vaste activa
773
689
773
773
773
773
Totaal vaste activa
8.108
9.103
7.486
7.258
6.791
6.335
Uitzettingen
18.481
-
16.753
16.748
17.185
17.515
Liquide middelen
597
1.000
597
597
597
597
Overlopende activa
5.854
-
5.854
5.854
5.854
5.854
Totaal vlottende activa
24.932
1.000
23.204
23.199
23.636
23.966
Totaal activa
33.040
10.103
30.690
30.457
30.427
30.301
Passiva Reserves
5.756
3.417
3.259
3.059
2.985
2.961
Voorzieningen
365
-
723
795
944
947
Vaste schulden
3.570
3.465
3.360
3.255
3.150
3.045
Totaal vaste passiva
9.691
6.882
7.342
7.109
7.079
6.953
Vlottende schuld
2.063
250
2.063
2.063
2.063
2.063
Overlopende passiva
21.286
2.971
21.285
21.285
21.285
21.285
Totaal vlottende passiva
23.349
3.221
23.348
23.348
23.348
23.348
Totaal passiva
33.040
10.103
30.690
30.457
30.427
30.301
Materiële vaste activa Bij de Materiële vaste activa is een daling te zien vanaf 2024 ten opzichte van de realisatie 2022. Dit heeft te maken met het feit dat: • In 2022 onder andere de investeringen in het dak (isolatie en zonnepanelen) zijn gerealiseerd, welke in 5 jaar worden afgeschreven. • In 2023 het voornemen is het Leerlab te realiseren, waar ook jaarlijks op wordt afgeschreven. • Vanaf 2024 beperkte investeringen gepland zijn.
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
43
Reserves en voorzieningen In 2023 zijn extra onttrekkingen begroot aan de reserves onderhoud, innovatiefonds, personeel en regiodeal van in totaal 614.000 euro. Verder wordt de reserve onderhoud omgezet naar een voorziening. Dit vanwege het meerjaren onderhoudsplan voor gebouwen. Dit is pas in de begroting 2024 geëffectueerd. In 2023 waren de in 2022 genomen voorzieningen voor personeel en Cirtex van in totaal 365.000 euro nog niet opgenomen. Verder is in de begroting 2024 het resultaat over 2022 van 1.574.000 euro aan de Algemene reserve toegevoegd. Hiermee stijgt de reserve uiteindelijk met circa 700.000 euro ten opzichte van 2022 en de voorzieningen met 723.000 euro.
6.5
Reserves en voorzieningen
De stand en het gespecificeerde verloop van de reserves en voorzieningen is als volgt. Voor een toelichting over de reserves en voorzieningen verwijzen wij u naar hoofdstuk 6.4. Reserves & Voorziening per 1 januari (* € 1.000) Rekening
Begroting
Begroting
Meerjarenraming
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Algemene reseve
2.100
2.100
2.100
2.100
2.100
2.100
Reserve onderhoud
106
106
0
-
-
-
Reserve innovatiefonds
213
181
104
54
4
4
Reserve personeel
290
190
90
40
40
40
Reserve Regiodeal
314
331
-
-
-
Reserve Tozo afwikkeling
15
15
15
15
15
15
Reserve noodzakelijke investeringen
62
27
0
-
-
-
Reserve afschrijvingen
858
858
834
809
785
761
Reserve projecten
222
116
116
41
41
41
Totaal Reserves
4.180
3.924
3.259
3.059
2.985
2.961
Voorziening Personeel
-
-
125
125
125
125
Verlies Cirtex
-
-
240
240
240
240
Onderhoud pand
-
-
358
430
579
582
Totaal Voorzieningen
0
0
723
795
944
947
4.180
3.924
3.982
3.854
3.929
3.908
Reserve
Voorzieningen
Totaal Reserves en Voorzieningen
44
6.6
Meerjareninvesteringsoverzicht
De volgende nieuwe en vervangingsinvesteringen en afschrijvingskosten zijn in de meerjarenbegroting verwerkt. Nieuwe en vervangingsinvesteringen Afschrijvings-
2023
2024
2025
2026
2027
termijn Investeringen Gronden en terreinen Gebouwen Vervanging dak
vvi
40
Realisatie leerlab
30
Plaatsen zonnepanelen
20
Machines apparaten en installaties Compressor
vvi
10
7.000
Schrobautomaten
vvi
10
Schoonmaakwagens
vvi
10
25.000
Sealmachine/krimptunnel
vvi
10
40.000
vvi
5
Vervanging hardware
vvi
5
Telefonie
vvi
3
8.000
2.000
Inventaris Beeldschermen/oven/stapelaar
29.500
Automatisering
Voorbereidingskrediet ERP
100.000
5
Migratie
vvi
5
Website
vvi
5
Totaal investeringen
225.000
350.000 80.000 36.500
8.000
517.000
305.000
-
1.000
5.000
5.000
5.000
5.000
Gebouwen
197.000
322.000
322.000
322.000
322.000
Machines apparaten en installaties
108.000
179.000
179.000
179.000
179.000
Afschrijvingen Gronden en terreinen
Inventaris
67.500
69.200
69.200
69.200
69.200
Automatisering
222.000
172.500
172.500
172.500
172.500
Afschrijvingen nieuwe investeringen
595.500
747.700
747.700
747.700
747.700
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
45
6.7
Incidentele baten en lasten
Door de provincies is in augustus 2021 een handreiking incidentele baten en lasten gepubliceerd. Op basis van deze handreiking is de definitie aangescherpt. Het uitgangspunt is dat in principe alle baten en lasten structureel zijn. De onderbouwing van incidentele baten en lasten is bepalend. Ze moeten in hun aard incidenteel zijn, er moet een concreet duiding van eindigheid zijn en de omvang moet materieel zijn. Incidentele baten en lasten Begroting
Meerjarenraming
2024
2025
2026
2027
Innovatiebudget
50.000
50.000
50.000
50.000
Sterk door Werk
464.000
-50.000
-50.000
-50.000
Programma Participatie Lasten
Baten Onttrekking bestemmingsreserve innovatie
-50.000
Sterk door Werk
-464.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Totaal programma Participatie Programma Inkomen Totaal programma Inkomen Programma Overhead Lasten Personele knelpunten
100.000
Baten Onttrekking reserve personeel
-100.000
Totaal programma Overhead
-
-
-
-
Totaal
-
-
-
-
Saldo
-
-
-
-
Totaal begrotingsaldo
-
-
-
-
Structureel rekeningsaldo
-
-
-
-
Structurele mutaties reserves Jaarlijkse dotatie reserve onderhoud
215.300
215.300
215.300
215.300
Jaarlijkse onttrekking reserve onderhoud
-88.210
-143.534
-66.855
-211.750
46
Technologie & inclusie: Probeer, leer en deel
We proberen technologieën uit en leren daarvan. Dat doen we volgens een plan en met hulp vanuit de wetenschap. We werken van klein naar groot. Technologische oplossingen die goed blijken te werken voor de inclusieve arbeidsmarkt implementeren we. We delen geleerde lessen met werkgevers en andere belanghebbenden in Rivierenland.
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
47
7 Paragrafen Het Besluit begroting en verantwoording noemt een aantal verplichte paragrafen. Voor Werkzaak zijn niet alle paragrafen van toepassing. We benoemen de paragrafen die van toepassing zijn voor onze organisatie. Dit leidt tot de onderstaande tabel. Paragraaf
Actie
1.
Lokale heffingen
2.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Opgenomen
3.
Financiering
Opgenomen
4.
Onderhoud kapitaalgoederen
Opgenomen
5.
Bedrijfsvoering
Opgenomen
6.
Verbonden Partijen
Opgenomen
7.
Grondbeleid
7.1
n.v.t.
n.v.t.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een duiding van het risicoprofiel, de risico’s en het gewenste weerstandsvermogen. 7.1.1 Risicoprofiel De hoogte van het weerstandsvermogen is gebaseerd op de relatie tussen de risico’s waar geen specifieke maatregelen voor zijn getroffen en de capaciteit van mogelijkheden die er zijn om de geraamde kosten op te vangen (Bbv art. 11). De risico’s van Werkzaak worden zoveel mogelijk afgedekt met maatregelen zoals het afsluiten van verzekeringen, het vormen van reserves en voorzieningen en het inrichten van de administratieve organisatie en interne controle. Wij vinden het noodzakelijk om de risico’s die van invloed zijn op de bedrijfsvoering inzichtelijk te maken en daar waar mogelijk beheersmaatregelen te treffen. Door inzicht in de actuele risico’s zijn wij in staat om op verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie. Bij de jaarrekening en begroting presenteren we de geactualiseerde risico’s. Het jaar 2024 staat in het teken van het vaststellen van ons nieuwe meerjarenbeleidsplan, eventueel andere voornemens met een financiële risico, het verder implementeren van technische innovaties en het gefaseerd optimaliseren van onze belangrijkste processen.
Risico’s waren ook niet eerder zo complex en met elkaar verweven. Een datalek heeft bijvoorbeeld financiële gevolgen en gevolgen voor de bedrijfsvoering en de reputatie. Het is daarom cruciaal dat organisaties risico’s multidisciplinair te lijf gaan en ook nieuwe tactieken verkennen voor de aanpak ervan. De ambitie van Werkzaak is om kansen- en risicomanagement te integreren in de dagelijkse gang van zaken.
48
Bedrijfsrisico’s Een risico is de kans op een onzekere gebeurtenis met een effect op het behalen van je doelstellingen. Vanuit bedrijfsvoeringsperspectief zijn risico’s gesignaleerd die gevolgen kunnen hebben voor de bedrijfsvoering en voor beleid. De belangrijkste risico’s staan in de tabel. Het netto risico wordt bepaald door de bruto risico’s te verminderen met de ingeschatte effecten van de beheersmaatregelen. Alle bedragen betreffen een zo goed mogelijke inschatting van het management. Risicomatrix bedragen * € 1.000 Omschrijving
Bruto-risico
Netto-risico
Beleid
1 Verandering van Rijkswetgeving en beleid
900
600
600
2 Conjunctuurgevoeligheid (BUIG-budget)
1.500
0
800
200
200
1.200
800
800
700
300
300
6 Omzetdoelstelling niet gehaald
800
400
7 Eigen risicodrager WW
550
125
125
8 Krapte op de arbeidsmarkt
700
400
400
9 Bedrijfsonderbreking
700
450
450
7.850
3.275
3 Robotisering en digitalisering 4 Kwetsbaarheid rondom ICT infrastructuur
Bedrijfsvoering
5 Toename problematiek en meer multiproblematiek bij de doelgroep
Totaal
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
300
900
100
2.375
49
1. Verandering van (Rijks)wetgeving en/of verandering beleid van gemeenten. Toelichting Er is nieuwe wetgeving gepland op het terrein van Breed Offensief en de versoepeling van de terugvorderingsbepalingen in de Participatiewet. Daarnaast heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de komst van een regionaal Werkcentrum aangekondigd en een groot pakket maatregelen om de uitvoering van de Participatiewet te verbeteren. Het is nog niet bekend welke gevolgen deze voornemens hebben voor de uitvoering. Daarnaast grijpen wetgevingen steeds meer op elkaar in. Zoals bijvoorbeeld de uitvoering van de Wet inburgering. Daardoor wordt Werkzaak steeds meer onderdeel van netwerken en van samenwerkingen binnen deze netwerken waardoor het risico dat we dragen voor uitvoering of resultaten ook een gedeelde verantwoordelijkheid of een getrapte verantwoordelijkheid in zich heeft. Dit vergroot het risico op juiste uitvoering van taken en behalen van doelstellingen. Bruto risico 900.000 euro Maatregelen Ontwikkelingen nauwlettend volgen en daarop flexibel proberen te anticiperen. De eigen bedrijfsvoering op orde hebben voor een goed imago. Goede resultaten op strategische doelstellingen laten zien. Netto risico 600.000 euro
2. Conjunctuurgevoeligheid (BUIG-budget) Toelichting Gevoeligheid voor onzeker economische ontwikkelingen. Werkgevers haken af bij laagconjunctuur. Het vertrek van grotere werkgevers in combinatie met conjunctuur maakt plaatsen moelijker. Historisch gezien kampen wij in onze regio met een na-ijl effect. Daarbij dreigt de toenemende inflatie zowel werk, bedrijfskosten (energie) als investeringen fors duurder te maken. Bruto risico 1.500.000 euro Maatregelen Tijdens hoogconjunctuur ook maatregelen treffen voor laagconjunctuur. Bij laagconjunctuur net wel durven investeren en vangnet- en springplankfunctie in stand houden. Zorg voor voldoende spreiding over meerdere werkgevers. Limiteer het aantal werknemers per bedrijf. Hou contractvoorwaarden en prijsbeleid tegen het licht. Zet in op mobiliteitscentrum. Werk met scenario’s. Anticiperen op compensatie via Buig gelden en loon- en prijs indexatie en zet in op extra financiering door bijvoorbeeld subsidies. Netto risico 0 euro (door voor verwacht resultaat een stelpost in te zetten)
3. Robotisering en digitalisering (disruptieve technologie) Toelichting Veranderen van werkprocessen en meer behoefte aan hoger opgeleid personeel waardoor onze doelgroep minder plaatsbaar is. Dit kan, mede ingegeven door het inmiddels meer ingeburgerde werken op afstand, versneld gaan optreden. Bruto risico 800.000 euro Maatregelen Strategische keuze maken bij accountmanagement (categorisering klanten en inzetten op sociaal ondernemerschap) en het (intern) opleiden en ontwikkelen. Onder meer door over te stappen naar meer duurzame werkgevers zoals beschreven bij arbeidsmarktbeleid (strategisch partnership). Programma techniek en inclusie (zoals virtual reality en augmented reality) inzetten en dit verbinden aan leerwerkroutes en praktijk innovaties om ervoor te zorgen dat onze werkzoekende wordt opgeleid voor de toekomst. Onderzoek naar inzet expertise van inclusieve engineering. We spelen waar mogelijk proactief in op krapper wordende arbeidsmarkt. Netto risico 200.000 euro
50
4. Kwetsbaarheid rondom ICT-infrastructuur/cybersecurity Toelichting Bij falende ICT-systemen en/of hacks kan de hele automatisering uitvallen waardoor niemand (zowel ambtenaren als medewerkers in de productiehallen) kan werken. Door het meer op afstand werken wordt dit risico steeds omvangrijker. Denk hierbij ook aan risico’s op het gebied van cybercriminaliteit. Door de omslag naar meer digitaal werken bleek dat onze huidige hardware vooral voor video vergaderen niet meer voldeed. Bruto risico 1.200.000 euro Maatregelen Goed projectmanagement en anticiperen op mogelijke problemen. We hebben onder meer een gecertificeerd uitwijk en back-up systeem. Het informatiebeveiligingsbeleid is in 2020 vastgesteld en nu vraagt borging hiervan aandacht waarbij we een multidisciplinair aanpak voorstaan met veel aandacht voor bewustwording. Onderzoek het afdekken van cyberrisico’s in Servicelevel agreements met leveranciers en in gebruikersovereenkomsten. De in 2002 uitgerolde nieuw hardware (mobiele telefoons en laptops) worden met ingang van 2022 centraal beheerd. Netto risico 800.000 euro
5. Toename problematiek en meer multiproblematiek bij de doelgroep Toelichting De eisen van de werkgevers nemen toe en de huidige doelgroep heeft vaak meervoudige problemen. Dit vraagt een forse tijdsinvestering van onze interne organisatie mede door afstemming met andere organisaties. Het aantal mensen met psychische klachten en de ernst van deze klachten zijn toegenomen door corona. De effecten van de wetswijziging 2015 leiden tot grotere groep in reguliere Participatiewet. Door het dalende bestand Wet sociale werkvoorziening raken we de opgebouwde infrastructuur voor Wet sociale werkvoorziening kwijt. Daarnaast zien we een toename van niet uitkeringsgerechtigden (nuggers) en vso pro jongeren waarvoor geen toereikende financiering mee komt. Ook is er in toenemende mate een groep mensen (zoals voormalig Wajongers) die met hogere loonwaarde kan werken maar wel duurzaam begeleiding nodig heeft om aan het werk te blijven. We verwachten een toename van de groep statushouders waarbij de ondersteuning van Werkzaak wordt bemoeilijkt door de complexe uitvoering van de nieuwe inburgeringswet (veel nieuwe actoren die elkaar nog niet goed weten te vinden). De verwachte toenemende schuldenproblematiek zal niet alleen de stap naar werk groter maken maar ook intern tot meer kosten kunnen leiden (denk aan loonbeslag).
Bruto risico 700.000 euro Maatregelen Goed opleidingsapparaat en inzet van effectieve instrumenten waarmee de kansen van deze groep vergroot worden. Instrumentarium aanpassen (Keuzehulp instrumenten Eva) en regie zoveel mogelijk in eigen hand organiseren (onder andere monitoring ontwikkeling caseload). Om in de toekomst als sociaal ontwikkelbedrijf even effectief te blijven, moet de infrastructuur vanuit de Wet sociale werkvoorziening blijven. Monitoren en bijsturen inzet participatiebudget. In kaart brengen en beter inrichten van de informatievoorziening rondom groei niet uitkeringsgerechtigden (nuggers) en vso pro jongeren en (financiële) businesscase met gemeenten gaan bespreken. Netto risico 300.000 euro
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
51
6. Omzetdoelstelling wordt niet gehaald. Toelichting De mogelijkheden om omzet te genereren staan onder druk doordat de afstand tot de arbeidsmarkt van de zittende doelgroep toeneemt. Ook het aantal dienstverbanden daalt. Dit zet de kwaliteit van de dienstverlening (groepsdetacheringen en schoonmaak) onder druk. De gecontracteerde diensten kunnen niet geleverd worden waardoor de omzet daalt. Ook de stijging van de (loon)kosten kan ervoor zorgen dat leveranciers afhaken. Bruto risico 800.000 euro Maatregelen De concurrentiepositie verbeteren, het prijsbeleid actualiseren en stringenter toepassen en effectievere begeleiding met als doel efficiëntere productie. Inzetten van innovaties uit het programma Technologie en inclusie. Investeren in achterstallig onderhoud en verdere vervanging van oude machines met de extra toegekende gelden. Aandacht voor het landelijk project Simpel switchen in de participatieketen. Strategisch partnerschappen (zoals Cirtex) aangaan met werkgevers om samen risico’s te spreiden. Netto risico 400.000 euro
7. Eigen risicodrager WW Toelichting De jaarlijks berekende pseudo-premie van medewerkers in dienst van de gemeenschappelijke regeling wordt niet verzekerd en de kosten zijn niet opgenomen in de begroting omdat deze kosten niet bekend zijn. Bruto risico 550.000 euro Maatregelen In 2019 is een reserve gevormd voor een bedrag van 450.000 euro. Vanaf 2020 is naast de reserve structureel 50.000 euro per jaar beschikbaar. Voor de al bekende gevallen is een verplichting opgenomen. Netto risico 125.000 euro
8. Krapte op de arbeidsmarkt Toelichting Er is blijvende krapte op de arbeidsmarkt. We merken dat het moeilijker wordt om (ambtelijke) vacatures goed in te vullen. We moeten mogelijk langer en vaker personeel inhuren. Krapte op de markt leidt tot prijsverhoging en concurrentie. Dit kan ook leiden tot te hoge werkdruk en meer ziekteverzuim. Bruto risico 700.000 euro Maatregelen Profileren op prettige werkbeleving, ontwikkel- en omscholingsmogelijkheden, aantrekkelijk werkgeverschap en onderzoek naar (digitale) kansen en ontwikkelingen. Daarnaast monitoren van salarisontwikkelingen in de markt en waar nodig daarop bijsturen. Netto risico 400.000 euro
52
9. Bedrijfsonderbreking (vorig jaar kopje Pandemie) Toelichting Door verschillende oorzaken en de verwevenheid ervan (zoals cybercrime, klimaatverandering, recessie, pandemie) lopen we steeds meer kans op bedrijfsonderbrekingen. We verwachten dat we moeten leren leven met een nieuwe werkelijkheid waarvan corona of andere ziekten, cybercrime, recessie, overstromingen en andere gevolgen van klimaatveranderingen etc. deel uit maken. Verliezen als gevolg hiervan kunnen volgens experts tot 45 procent meer kosten dan de materiële schade door dergelijke incidenten. Tegenwoordig zijn de (grondstof) toeleveringsketens van veel bedrijven veel meer geïntegreerd, dus de financiële impact van een bedrijfsonderbreking wordt steeds groter. Bruto risico 700.000 euro Maatregelen De ontwikkelingen blijven volgen en beoordelen welke gevolgen het heeft in de nieuwe situatie waarin een voortdurende pandemie of andere crisissen niet uitgesloten mag worden. Alert blijven op mogelijke andere oorzaken die tot bedrijfsonderbreking kunnen leiden en daar waar mogelijk op anticiperen (denk aan scenarioanalyses). Netto risico 450.000 euro We onderkennen naast de hierboven gekwantificeerde risico’s ook risico’s zoals imagoschade. Gezien de aard hiervan verbinden we er geen bedragen aan. De belangrijkste beheersmaatregel is het streven naar kwaliteit en transparantie.
Onvoorzien In de begroting 2024 is een post onvoorzien van 50.000 euro opgenomen. Frauderisico’s Wij onderkennen mogelijke frauderisico’s op verschillende gebieden zoals cybercrime, inkoop en uitkeringen. In het kader van preventie werken wij met functiescheiding, mandaatregeling en andere relevante normenkaders. Als aanvullende maatregelen hierop hanteren wij een zorgvuldig personeelsbeleid, een jaarlijkse gesprekscyclus en verwachten wij van ons management een voorbeeldfunctie. Rondom het proces uitkeringen zijn er inmiddels zoveel beheersmaatregelen genomen dat we het frauderisico laag inschatten. Denk aan GBA-koppeling, ingebouwde proces en ICT-controles, normeringen, functiescheiding, raadplegen SUWInet en IB-signalen en inzet sociale recherche. Het proces inkoop wordt momenteel opnieuw beschreven waarbij ook aandacht is voor de (fraude)risico’s. In het jaar 2022 hebben wij formeel Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) beleid vastgesteld en voor het eerst een afzonderlijke formeel vastgestelde frauderisicoanalyse (nulmeting) opgesteld die wij jaarlijks zullen actualiseren. Stille reserve Tegenover de risico’s staan ook stille reserves. Werkzaak kent stille reserves: • Aandelen Dariuz (Het verschil van waarde tussen de boekwaarde en het aandeel in het eigen vermogen).
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
53
7.1.2
Beschikbare weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen
Vermogen (bedragen * € 1.000) 2024 Beschikbare weerstandcapaciteit
2.100
Benodigde weerstandscapaciteit (risico's)
2.375
Ratio weerstandsvermogen
0,88
Op grond van wettelijke voorschriften kan Werkzaak verplicht worden voorzieningen te vormen voor kwantificeerbare risico’s, verplichtingen en verliezen. Het beleid voor de vorming van het weerstandsvermogen is opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling Werkzaak Rivierenland. Hierin is bepaald dat, als het resultaat op het Programma bedrijfsvoering het toelaat, tot een plafond van 3 procent van de jaarlijkse exploitatielasten mag worden toegevoegd aan het weerstandsvermogen. Op basis van de begrote lasten over 2024 is het plafond bepaald op circa 2,899 miljoen euro. Het weerstandvermogen wordt gebruikt om onverwachte kostenstijgingen en/of inkomstendalingen (de risico’s) op te vangen, zodat de begrote bijdragen bij de gemeenten stabiel kunnen blijven. Het weerstandsvermogen dat nodig is om de geschatte netto risico’s in de bedrijfsvoering af te dekken bedraagt 2,375 miljoen euro. Op de balansdatum bedraagt het weerstandsvermogen (Algemene reserve) 2,1 miljoen euro. Dit betekent een ratio van 0,88 ten opzichte van het benodigde weerstandsvermogen als afdekking van de risico’s. Ten opzichte van de in gemeenschappelijke regeling bepaalde maximum van 3 procent is het huidige weerstandsvermogen lager. 7.1.3
Financiële kengetallen
Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) bepaalt dat een basisset van financiële kengetallen moet worden opgenomen in de begroting en jaarrekening. Deze kengetallen hebben als doel om op een gemakkelijke wijze meer inzicht te geven in de financiële positie van onze organisatie. Het gaat om de volgende kengetallen: •
Netto schuldquote
•
Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)
•
Solvabiliteitsratio
•
Structurele exploitatieruimte
Financiële kengetallen 2022
2023
2024
2025
2026
2027
4,32%
5,31%
3,24%
3,16%
2,67%
2,25%
(gecorrigeerd voor leningen)
3,50%
6,15%
2,53%
2,45%
1,95%
1,54%
Solvabiliteitsratio
17,42%
32,52%
12,97%
12,65%
12,91%
12,90%
Structurele exploitatieruimte
1,76%
1,13%
-0,30%
-0,14%
-0,16%
-0,03%
Netto schuldquote Netto schuldquote
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van onze schuldenlast tegenover onze eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, maken wij bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid tussen het kengetal inclusief en exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast.
54
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin wij in staat zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio verstaan wij het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Ons eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 van het Bbv uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserve) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten en uit te drukken in een percentage.
7.2
Financiering
Algemene ontwikkelingen U leest hier de belangrijkste interne en externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de treasuryfunctie en de wettelijke kaders van de Wet financiering decentrale overheden (wet Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) en het verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden. Interne ontwikkelingen Werkzaak voldoet bij de uitvoering van de treasuryfunctie aan de wet- en regelgeving. Bij wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Wet financiering decentrale overheden is het een verplichting geworden om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van het Rijk. Er mag een bedrag ter hoogte van 2,00% met een ondergrens van 1.000.000 euro van het jaarlijkse begrotingstotaal buiten de schatkist gehouden worden voor de uitvoering van dagelijkse taken. Externe ontwikkelingen De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn (internationale) economische indicatoren met invloed op de geld- en kapitaalmarkt en wijzigingen in wet- en regelgeving. Werkzaak kent geen zelf ontwikkelde rentevisie omdat er geen financieringsbehoefte meer is nadat er een langlopende lening voor de huisvesting is aangetrokken. Rentebeleid Door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) zijn banken verplicht om rente te betalen aan de ECB.
Hierdoor is BNG Bank vanaf 1 juli genoodzaakt om een negatieve rente in rekening te brengen over het saldo in rekening courant boven een bedrag van 500.000 euro. Dit heeft geleid tot een extra rentelast die we beperken door het saldo binnen deze grens te houden.
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
55
Treasurybeheer Het treasurybeheer is de (beleids)uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van de financiële verordening vastgelegd. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Met de invoering van schatkistbankieren is de aandacht voor het volgen en bewaken van de banksaldi en de mutaties in ‘s Rijksschatkist verder geïntensiveerd. Risicobeheer Kasgeldlimiet Gegeven de permanente financieringsbehoefte, kunnen fluctuaties in de rentelasten risico’s met zich meebrengen. Om de risico’s zoveel mogelijk te beperken, is de kasgeldlimiet ingesteld. De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de mate waarin de financieringsbehoefte wordt afgedekt met kortlopende leningen, korter dan een jaar. De kasgeldlimiet is uitgedrukt in een percentage van de omvang van de begroting. Voor 2024 bedraagt dit, bij ministeriële regeling vastgestelde percentage, 8,2 procent. Op basis van de omvang van de begroting van 107.777.600 euro bedraagt deze 8,837 miljoen euro. Werkzaak maakt geen gebruik van kasgeldleningen. Renterisico Om het risico van renteaanpassing en herfinancieren bij langlopende leningen (langer dan een jaar) te beperken is de renterisiconorm ingesteld.
Deze norm is bij ministeriële regeling bepaald en houdt in, dat de jaarlijkse verplichte aflossing en renteherziening niet meer mag bedragen dan 20 procent van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal bedraagt 107.777.600 euro. De renterisiconorm is dan 21,555 miljoen euro. De jaarlijkse aflossing is 105.000 euro. Dit betekent dat er nog voor 21,450 miljoen euro aan ruimte is. Renteschema (* € 1) 2024
2025
2026
2027
47.900
46.400
45.000
43.500
47.900
46.400
45.000
43.500
47.900
46.400
45.000
43.500
Financiering is als volgt: Externe rentelasten Externe rentebaten Saldo rentebaten en rentelasten Rente van projectfinanciering Taakveld toerekenen externe rente Rente over voorzieningen Rente over eigen vermogen Aan taakveld toe te rekenen rente Renteomslag 0%
Kredietrisicobeheer Werkzaak loopt geen risico’s bij het uitzetten van geldmiddelen, behoudens het verstrekken van leningen en hypotheken. Omdat dit onderdeel, gecorrigeerd met een voorziening op de balans van gemeente staat is dit risico niet aanwezig. Lening portefeuille Oorspr.
Rente
hoofdsom Lening BNG
56
4.200
Looptijd
Afgelost in
(jaren) 1,40%
40
2056
Stand per
Stand per
31-12-23
31-12-24
3.465
3.360
Frauderisico We voeren bij Werkzaak inventarisatie van frauderisico’s binnen de financiële processen uit. Het doel van deze frauderisico-analyse is vast te stellen hoe het staat met de kwaliteit van beheersing van frauderisico’s binnen onze organisatie en welke beheersingsmaatregelen er eventueel nog genomen moeten worden ter voorkoming van eventuele fraude. Fraude met bancaire middelen is het belangrijkste frauderisico in deze categorie. Er functioneren voldoende controle- en beheersingsmaatregelen en de frauderisico’s worden als ‘laag’ gekwalificeerd. Financieringsbehoefte De aanwezige vaste activa zijn met lang vermogen gefinancierd, deels via een langlopende lening bij de BNG en deels met eigen vaste financieringsmiddelen (reserves). De financiële positie is goed en de financieringsverhoudingen op basis van de geprognosticeerde balans zijn gezond. Financieringsbehoefte Totaal kapitaalbeslag in vaste activa
Boekwaarde per 31-12-2024
Boekwaarde per 31-12-2023
7.486
9.103
3.856
3.417
Financiering is als volgt Eigen vaste financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) Langlopende lening (BNG) Totaal passiva Financiering met vlottende activa
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
3.360
3.465
7.216
6.882
270
2.221
57
Andere werkzoekenden
Sinds de komst van de Participatiewet in 2015, stopte de instroom in de Wajong bij UWV. Inwoners die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikten zijn, krijgen nu ondersteuning vanuit de gemeente. Dit aantal neemt toe, dat is ook voorspeld. We visualiseren het met de Bultrug.
Bij Werkzaak zien we jongeren die vanuit vso-pro onderwijs die een beroep op ons doen en ook regulier voortgezet onderwijs kent veel uitval. Zo benaderde het vso-pro onderwijs ons afgelopen jaar met het verzoek of we samen passend onderwijs konden vormgeven zodat voor deze jongeren de kans op werk groter wordt.
600 550
vml wajong
500
nieuw regulier
450
nieuw beschut
400
wsw
350
wwb
Levy volgt het vso-pro onderwijs in de productiehallen van Werkzaak. Het onderwijs wordt gegeven door zijn docenten, met de inzet van onze veilige werkomgeving. Dit is een experiment, waarvan we veel leren. Want veel van deze jongeren hebben, nadat zij klaar zijn met school, recht op ondersteuning vanuit de Participatiewet. En zo zijn deze jongeren al vroeg bij ons in beeld en kunnen wij en zijzelf sneller inschatten welke mogelijkheden zij hebben.
300 2015
58
2020
2035
2030
2035
2040
2045
2050
2055
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
59
7.3
Onderhoud kapitaalgoederen
Inleiding Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV art.12) verplicht hierover te rapporteren in de begroting en jaarrekening. Werkzaak kent enkel één kapitaalgoed, namelijk het pand aan de Poppenbouwing 18 in Geldermalsen. Beleidskader Het beleidskader voor de uitvoering van het planmatig onderhoud aan het gebouw Poppenbouwing is het opgestelde beheerplan. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt welk jaarlijks en planmatig onderhoud noodzakelijk is. Het planmatig onderhoud egaliseren we in een reserve die gebaseerd is op kosten voor de komende tien jaar. In 2022 is er een MeerjarenOnderhoudsbegroting (MJOB) 2023-2043 opgesteld wat de basis vormt voor het te plegen onderhoud aan ons pand aan de Poppenbouwing 18 in Geldermalsen. Het algemeen bestuur beslist op grond van de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen over de lasten (dotaties) die voortvloeien uit het recente MJOB in de begroting en meerjarenraming. Financieel beslag Het financieel beslag bestaat voor 2024 uit dagelijks onderhoud aan gebouw, terrein en machines van 88.300 euro. In de reserve wordt een bedrag toegevoegd van 215.000 euro. Eind 2024 bedraagt de reserve 357.954 euro.
Het planmatig onderhoud is de eerste jaren beperkt en toont daarna een flinke piek die opgevangen kan worden uit deze reserve. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Plannen en ontwikkelingen Het inkooptraject voor het Leerlab loopt anno 2023 nog. Vanwege de turbulente prijzen in de bouwsector is de haalbaarheid van het Leerlab nog niet zeker gesteld. Het streven is om begin 2024 de realisatie van het Leerlab afgerond te hebben. In 2024 is geen groot onderhoud gepland, regulier onderhoud of vervanging wordt volgens het meerjarenonderhoudsplan uitgevoerd.
60
7.4
Bedrijfsvoering
Inleiding De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rondom de bedrijfsvoering. Hiermee worden de bedrijfsvoeringsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma’s te realiseren. We geven een toelichting op onze visie voor de organisatie, de interne controle, informatievoorziening, automatisering, inkoopbeleid, privacy- en informatiebeveiliging en planning & control. Visie op de organisatie Onze visie is al sinds de oprichting van Werkzaak Talent werkt voor Rivierenland. Continu van en met elkaar leren staat centraal. Onze kernwaarden zijn meedoen, verbinden en ontwikkelen. We willen vooral ook waarde gedreven werken. Onze kernwaarden zijn ons kompas in het realiseren van onze ambitie. Dat maakt ook dat de bedoeling van de wet centraal staat en niet de letter van de wet. Systemen en regels zijn geen doel op zich maar ondersteunen ons in het realiseren van onze ambitie. In 2024 start een nieuwe periode voor het meerjarenbeleidsplan. We bouwen voort op onze successen van de afgelopen jaren. Meer dan gemiddeld is Werkzaak in staat om werkzoekenden te begeleiden in het ontdekken, benutten en vergroten van hun talenten en werkzoekenden te begeleiden naar betaald werk. We vergroten de klantwaarde (voor werkzoekenden, werkgevers en gemeenten) door continu onze dienstverlening te verbeteren en te vernieuwen.
De manier waarop we dit doen, wordt hieronder toegelicht. Ook wordt ingegaan op het doorontwikkelen van de eigen organisatie. Klantwaarde werkzoekenden We werken vanuit vertrouwen en stimuleren werkzoekenden hun talenten te ontdekken, te benutten en te ontwikkelen. We stimuleren werkzoekenden daarbij om zo veel mogelijk zelf regie te nemen. Mensen die werken, zijn gezonder en gelukkiger. Andersom hebben mensen die gezond en gelukkig zijn vaker werk. Werk biedt financiële zelfstandigheid, sociale contacten, voldoening en betekenis, persoonlijke waardering, nieuwe ervaringen en ontwikkeling. Daar zien we de waarde van werk voor werkzoekenden en ook voor de samenleving. Werk is daarmee voor Werkzaak naast een einddoel ook een heel krachtig re-integratie instrument. Waar mogelijk zetten we dit instrument in. In 2024 willen we de ervaringen van de doelgroep benutten in (het verbeteren van) onze dienstverlening. Tevens willen we de dienstverlening aan kwetsbare groepen werkzoekenden ontschotten. Dit willen we vormgeven in samenwerking met gemeenten, RMC, ROC Rivor, vso pro scholen, regio Rivierenland, COA, RMT, UWV en GGZ. Daarnaast blijven we ons instrumentarium continu verbeteren en vernieuwen. Samen met VNG ontwikkelden we de keuzehulp Instrumenten (EVA).
EVA ondersteunt professionals digitaal in het kiezen van de passende ondersteuning aan werkzoekenden en is inzetbaar in het bijzijn van de werkzoekende zelf. Alle instrumenten die bijdragen aan maximaal meedoen en/of de begeleiding naar werk zijn opgenomen in EVA. Met filters en zoekfuncties kunnen professionals in één oogopslag zien welke instrumenten beschikbaar zijn voor een specifieke werkzoekende.
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
61
In 2024 wordt gewerkt aan de (landelijke) doorontwikkeling van EVA door het koppelen van de Keuzehulp EVA aan de systemen (Suite, Compas, Dariuz) en processen. Klantwaarde werkgevers In 2024 richten we ons op de volgende speerpunten voor wat betreft het vergroten van de klantwaarde voor werkgevers: • aantal strategische partnerschappen met werkgevers vergroten • leren op de werkplek van de werkgevers bevorderen • het portfolio aan werkgeversdienstverlening uitbreiden Klantwaarde gemeenten We vergroten de klantwaarde voor de gemeenten door ons te richten op: • bieden van goede, betaalbare dienstverlening aan inwoners en werkgevers • continueren van klantwaardeonderzoeken • zo regulier mogelijke participatie van inwoners mogelijk maken • de menselijke maat die de basis blijft voor het plan van aanpak naar zo regulier mogelijk werk Doorontwikkeling eigen organisatie Met de keuzehulp EVA stimuleren we professionals om evidence based te werken. Dat wil zeggen zorgvuldig, expliciet en oordeelkundig gebruik maken van het beste bewijsmateriaal dat op dit moment beschikbaar is. Zo maken we samen met de werkzoekende een bewustere keuze welk instrument op welk moment het best passend is. Om evidence based te werken is meer nodig dan een keuzehulp. We willen dat professionals hun vakmanschap continu blijven ontwikkelen en hun expertise en ervaringen blijven delen.
We willen een leiderschap dat hen daarin ondersteunt en hen richting, ruimte en ruggensteun biedt. In het programma methodisch werken richt Werkzaak zich op het continu verbeteren van de kwaliteit van handelen van onze professionals in de vier stappen van methodisch werken:
plan stap 1 Voorbereiding en Diangose
do stap 2 Opstellen trajectplan
Intake
Vormen klantbeeld
Doel bepalen
Inventarisatie situatie tbv W&I
Interpreteren gegevens
Plan van aanpak
Potentiële instrumenten
check - act
stap 3 Uitvoeren trajectplan Samen beslissen
Begeleiding
Bespreken voor- en nadelen instrumenten
Informatie over voortgang
Monitoren en bijsturen
stap 4 Terugblok op werkwijze Evaluatie doelen
Beoordelen, wat werkt? bespreken, bijstellen wat niet? waarom?
De stappen van methodisch werken worden doorlopen volgens de PDCA-cyclus, aan de hand van (bewezen) effectieve methodieken. Bewijs voor effectiviteit is gestoeld op de drie bronnen van kennis: wetenschap, professional en cliënt. In dit project werken we intensief samen met TNO en Divosa.
62
In 2024 wordt het programma methodisch werken verder geïncorporeerd in de organisatie waarbij het op termijn de standaard zal zijn voor onze manier van werken. Het programma wordt uitgewerkt in de vorm van een aantal projecten. In 2024 is voorzien in de doorontwikkeling van het project Keuzehulp Instrumenten EVA en het project Sturen op Kwaliteit, dat is gericht op het meetbaar maken en volgen van ontwikkelstappen die de werkzoekende maakt. Daarnaast willen we ons in 2024 verder bekwamen in het samenwerken in netwerken en samen impact realiseren. Ook maakt de complexe, snel veranderende omgeving het noodzakelijk dat we blijven innoveren. Interne controle Het dagelijks bestuur neemt na herhaaldelijk uitstel vanaf boekjaar 2023 een verantwoording op in de jaarrekening over de rechtmatigheid van de relevante financiële beheershandelingen. Hiervoor is in 2020 al een
plan van aanpak rechtmatigheidsverantwoording opgesteld. Ter verbetering van de administratieve organisatie hebben wij een handboek administratieve organisatie opgesteld en overig relevant beleid zoals M&O-beleid en een nieuwe financiële verordening. Daarmee heeft de organisatie handvatten voor een gestandaardiseerde en eenduidige administratieve organisatie die zij kan toepassen bij het optimaliseren van processen. Dit allemaal draagt bij aan het versterken van de controlefunctie in de organisatie. In 2024 worden het plan van aanpak Rechtmatigheidsverantwoording, het handboek administratieve organisatie en overige (nieuw) relevant beleid verder geïmplementeerd in de organisatie. In 2024 gaan we verder met het optimaliseren van onze (belangrijkste) processen waarbij we steeds op zoek gaan naar de juiste balans tussen rechtmatigheid, doelmatigheid en efficiency. Controles vinden dan steeds vaker procesgericht plaats in plaats van per dossier. Informatievoorziening Ons Informatiebeleidsplan 2024 – 2027 loopt gelijk met het meerjarenbeleidsplan. Het Informatiebeleidsplan
geeft ons de kaders op het gebied van informatievoorziening. Speerpunten voor 2024 zijn het verminderen van de administratieve lasten, verbeterde informatievoorziening voor het domein Werk, vervolg project Wet open overheid, uitbreiden dashboard en managementinformatie en doorontwikkeling cloudstrategie. Automatisering De ICT-apparatuur van Werkzaak is geschikt om ontwikkelingen in moderne software, hardware en gegevensuitwisseling te faciliteren. De apparatuur wordt actief beheerd om informatie en ICT-risico’s te beheersen. In
samenwerking met Tiel en BWB worden ook de werkplekken op de stadhuiscampus Tiel meegenomen. Er staan geen grote veranderingen gepland in 2024 op het gebied van automatisering. Inkoopbeleid We verwachten in 2024 meer proactief te kunnen sturen op de rechtmatigheid en doelmatigheid van inkooptrajecten en contractmanagement. Dit gaan we doen door de inrichting van het inkoopproces en de financiële systemen. In 2024 worden volgens de inkoopkalender een aantal Europese en meervoudige inkooptrajecten uitgevoerd.
Werkzaak Rivierenland begroting 2024
63
Privacy en informatiebeveiliging Met het vormen van het Informatiebeveiliging- en Privacy Team binnen de organisatie en het inrichten van
een PDCA-cyclus is organisatorisch een goede basis gelegd. We willen nu een volgende stap in bewustwording en volwassenheid op het gebied van informatiebeveiliging en privacy realiseren. In 2024 wordt verdere invulling aan gegeven aan het risico gebaseerd werken. Hiermee kan Werkzaak inspelen op (technologische) ontwikkelingen en de daarbij behorende risico’s. De verdere implementatie van de aangescherpte wettelijke en informatiebeveiligings- en privacy maatregelen wordt projectmatig aangepakt. Planning & Control Wij verbeteren in 2024 het proces van het opstellen van jaarrekening, begroting en bestuursrapportage. Dit proces verloopt nog teveel handmatig met te veel administratieve lasten. Budgetten In het kader van de bestuurlijke agenda worden de bedrijfsvoeringskosten en opbrengsten Wsw afgerekend