CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Programmabegroting 2023-2026

Gemeenteraad 2 november 2022, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Programmabegroting 2023-202628.982 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Opbrengst forensenbelasting

Werkelijk 2021

Actueel 2022

Begroting 2023

Tariefstijging van 0,5% (besluit Voorjaarsnota 2022)

Ontwikkeling aantal forensenpanden Aantal panden opgenomen in forensenbelasting

24

22

22

totale opbrengst forensenbelasting

€ 11.776

€ 9.426

€ 9.473

tarief:

€ 426,83

€ 428,46

€ 430,60

34

RECLAMEBELASTING Algemeen Onder de naam 'Reclamebelasting' heffen wij een directe belasting van ondernemers die zichtbare reclame uitingen toepassen binnen de kern van Beneden-Leeuwen. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de reclamebelasting: - Reclamebelasting is een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten; - Met de ondernemersvereniging van Beneden-Leeuwen is overeengekomen dat de totale opbrengst via subsidie beschikbaar gesteld wordt aan het SOBL ondernemingsfonds; - Geen tariefstijging in 2023 volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2022; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening Tariefberekening is niet relevant omdat sprake is van een vast tarief per onroerende zaak. In onderstaande tabel is het verloop van de opbrengst in beeld gebracht:

Opbrengst reclamebelasting

Werkelijk

Actueel

Begroting

2021

2022

2023

Tarief: geen index (tarief blijft gelijk)

Ontwikkeling aantal panden Aantal panden opgenomen in de reclamebelasting

93

93

93

totale opbrengst reclamebelasting

€ 29.911

€ 30.000

€ 30.000

maximumtarief:

€ 575,00

€ 575,00

€ 575,00

AFVALSTOFFENHEFFING Algemeen De gemeenschappelijk regeling Afvalverwijdering Rivierenland (GR-Avri) verzorgt de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De kosten van Avri worden gedekt met de inkomsten uit de afvalstoffenheffing: een belasting voor het inzamelen en verwerken van afval. Beleidsuitgangspunten Bij de berekening van de tarieven voor de afvalstoffenheffing gelden deze beleidsuitgangspunten: - Kostendekkende tarieven voor het basispakket (vast en variabel deel); - Kostendekkende tarieven voor het pluspakket; - het vaststellen van de verordening en tarieventabel afvalstoffenheffing is een bevoegdheid van het algemeen bestuur (AB) van de GR-Avri. - Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk.

35

Tariefberekening De tariefberekening voert Avri uit op basis van de vastgestelde begroting voor het komende jaar. Werkelijk 2021

Actueel 2022

Begroting 2023

Kosten afval Kosten AVRI

2.144.000 2.144.000

2.284.819 2.284.819

2.340.252 2.340.252

Baten afvalstoffenheffing

2.144.000

2.284.819

2.340.252

100%

100%

100%

Opbrengst afvalstoffenheffing Tarief heeft twee delen (vast- & variabel deel). De tarieven worden door AVRI bepaald

Kostendekkendheid

Verder worden in onze gemeente in 2023 de navolgende opslagen* op het basistarief gehanteerd (pluspakket): - verwijderen zwerfafval (€ 3,50 per huishouden); - extra gft-inzameling in de zomermaanden (€ 7,92 -/- € 5,00 éénmalig = € 2,92 per huishouden)**; - financiële compensatieregeling voor inwoners met medisch- en incontinentieafval (€ 2,50 per huishouden). * Het betreft voorlopige tarieven omdat definitieve vaststelling plaatsvindt tijdens de AB-vergadering van Avri in december 2022. ** Tijdens het besluit om de extra zomerinzameling 2022 te laten vervallen, is besloten om alle huishoudens € 5,00 euro korting te geven op het tarief voor 2023. Het nieuwe tarief voor 2023 wordt daarmee € 2,92 per aansluiting per jaar. Het was niet mogelijk het gehele bedrag te compenseren omdat kosten gemaakt zijn voor de aanschaf en gratis verspreiding van bio-afvalzakken in de zomer van 2022.

RIOOLHEFFING Algemeen Onder de naam 'rioolheffing' heffen wij een belasting van degene die aan het begin van het belastingjaar eigenaar is van een perceel dat direct of indirect aangesloten is op de gemeentelijke riolering. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de rioolheffing: - Volledig kostendekkende tarieven; - Tariefstelling is afhankelijk van kostenontwikkeling op basis van het actuele gemeentelijke rioleringsplan (GRP). - Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk; - Eventuele jaarsaldi worden verrekend via de egalisatievoorziening 'riolering'.

36

Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht. Werkelijk

Actueel

Begroting

Berekening kostendekkendheid rioolheffing

2021

2022

2023

lasten taakveld 7.2 riolering inkomsten taakveld 7.2 riolering

1.717.153 -18.006

1.879.013 -8.460

1.891.898 -8.627

mutatie voorziening netto kosten taakveld 7.2 riolering

12.397 1.711.544

-89.667 1.780.886

-24.230 1.859.041

aanslag oplegging BSR aandeel tractiemiddelen

17.000 20.373

20.000 23.164

20.000 20.743

overhead rente

213.190 223.727

218.847 169.947

214.034 170.000

BTW totale kosten

288.371 2.474.205

308.156 2.521.000

322.376 2.606.194

baten rioolheffing

2.474.205

2.521.000

2.606.194

Kostendekkendheid

100,0%

100,0%

100,0%

extracomptabele toerekening kosten:

Tariefberekening rioolheffing

Werkelijk 2021

Actueel 2022

Begroting 2023

berekening: opbrengst / heffingsgrondslag = tarief huidig jaar

Berekening tarief tarief vorig jaar

€ 270,00 € 2,70 € 0,00

vaste tariefstijging op basis van rioolplan (1%) correctie op basis van maximale kostendekkendheid tarief actueel jaar

€ 270,00

€ 270,00

€ 272,70

MARKTGELD Algemeen Onder de naam marktgeld heffen wij een recht voor het gebruik van openbare gebouwen, terreinen, pleinen of straten, die zijn aangewezen voor het houden van markten. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor marktgeld: - Maximale kostendekking van 100%; - Trendmatige tariefstijging van 2% volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2022; - Kwijtschelding is niet mogelijk.

37

Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht. Werkelijk

Actueel

Begroting

Berekening kostendekkendheid marktgeld

2021

2022

2023

lasten grootboek markt (taakveld 3.3 bedrijvenloket) inkomsten markt (pacht & leges)

€ 12.747 -€ 10.468

€ 14.565 -€ 9.845

€ 13.213 -€ 10.027

kosten volgens de boekhouding

€ 2.279

€ 4.720

€ 3.186

extracomptabele kosten: toerekenen uren (250 uur per jaar à € 50,-)

€ 12.500

€ 12.500

€ 12.500

totale lasten

€ 14.779

€ 17.220

€ 15.686

baten marktgeld

€ 3.246

€ 5.076

€5.177

Kostendekkendheid

22,0%

29,5%

33,0%

Werkelijk

Actueel

Begroting

2021

2022

2023

Berekening tarieven marktgeld Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2022)

tarief a: tarief voor elke standplaats per keer per m2 € 1,59 € 0,03

tarief vorig jaar opbrengststijging 2% tarief huidig jaar

€ 1,56

€ 1,59

tarief b: tarief bij kwartaalabonnement voor elke standplaats per m2 tarief vorig jaar opbrengststijging 2% tarief huidig jaar

€ 1,62

€ 18,84 € 18,47

€ 18,84

€ 0,38 € 19,22

LIJKBEZORGINGRECHTEN Algemeen Wij heffen rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door onze gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de lijkbezorgingsrechten: - Maximale kostendekking van 100%; - Trendmatige tariefstijging van 2% volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2022; - Kwijtschelding is niet mogelijk; - Bij de kostendekkendheid van lijkbezorgingsrechten wordt nog geen rekening gehouden met toerekenbare kosten zoals overhead.

38

Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht. Werkelijk

Actueel

Begroting

2021

2022

2023

lasten taakveld 7.5 begraafplaatsen inkomsten taakveld 7.5 (pacht, leges & afkoop onderhoud)

€ 41.120 -€ 16.737

€ 37.316 -€ 20.132

€ 29.714 -€ 15.871

totale kosten

€ 24.383

€ 17.184

€ 13.843

baten lijkbezorgingsrecht

€ 12.457

€ 14.012

€ 12.292

51,1%

81,5%

88,8%

Berekening kostendekkendheid lijkbezorgingsrecht

Kostendekkendheid

Berekening tarieven lijkbezorgingsrecht

Werkelijk

Actueel

Begroting

2021

2022

2023

Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2022)

Tariefstijging bedraagt 2% De belangrijkste tarieven: - begraven (artikel 1-1) - bijzetten van een urn (artikel 2-1) - begraafrecht (artikel 6-1.a)

€ 268,00 € 136,00

€ 273,00 € 138,00

€ 278,46 € 140,76

€ 2.242,00

€ 2.287,00

€ 2.332,74

LEGES Algemeen Onder de naam 'leges' heffen wij verschillende rechten op het genot van door ons verstrekte diensten, genoemd in de legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de leges: - Maximale kostendekking van 100%; - Trendmatige tariefstijging van 2% volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2022; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de belangrijkste legestarieven toegelicht. De belangrijkste leges zijn: leges voor Omgevingsvergunning (incl. bouwcontrole en bouw- en woningtoezicht), bestemmingsplannen & rij- en reisdocumenten. In het najaar van 2022 wordt samen met een externe partij de tarieven doorgerekend die betrekking hebben op de invoering van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen per 1 januari 2023. Bij het opstellen van deze begroting waren deze nieuwe tarieven nog niet bekend.

39

Werkelijk

Actueel

Begroting

Berekening kostendekkendheid omgevingsvergunning

2021

2022

2023

lasten taakveld 8.3 (grb. Bouwcontrole & BWT)

€ 2.468.226

€ 2.543.081

€ 2.559.696

inkomsten bouwcontrole & Bouw- en woningtoezicht totale kosten

-€ 6.642 € 2.461.584

-€ 50.000 € 2.493.081

€0 € 2.559.696

baten omgevingsvergunningen

€ 1.346.694

€1.032.898

€902.956

54,7%

41,4%

35,3%

Werkelijk 2021

Actueel 2022

Begroting 2023

Kostendekkendheid

Berekening tarieven omgevingsvergunningen Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2022)

het belangrijkste tarief: - minimumtarief omgevingsvergunning (artikel 2.3.1.1.1)

€ 283,70

€ 289,00

€ 294,78

Werkelijk

Actueel

Begroting

Berekening kostendekkendheid bestemmingsplannen

2021

2022

2023

lasten taakveld 8.1 (grb. Bestemmingsplannen)

€ 474.967

€ 439.421

€ 553.041

inkomsten bestemmingsplannen totale kosten

-€ 15.992 € 458.975

€0 € 439.421

€0 € 553.041

baten leges bestemmingsplannen

€ 276.460

€ 126.164

€ 128.687

60,2%

28,7%

23,3%

Werkelijk

Actueel

Begroting

2021

2022

2023

Kostendekkendheid

Berekening tarief bestemmingsplannen Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2022)

het belangrijkste tarief: - minimumtarief afwijking bestemmingsplan (artikel 2.3.4.1)

€ 341,25

€ 348,00

€ 354,96

40

Werkelijk

Actueel

Begroting

Berekening kostendekkendheid rij- & reisdocumenten

2021

2022

2023

lasten taakveld 0.2 burgerzaken

€ 373.327

€ 350.288

€ 358.425

inkomsten burgerzaken totale kosten

€0 € 373.327

€0 € 350.288

€0 € 358.425

baten leges rij- & reisdocumenten

€ 240.621

€ 202.927

€ 178.964

64,5%

57,9%

49,9%

Kostendekkendheid

Werkelijk 2021

Berekening tariefrij- & reisdocumenten*

Actueel 2022

Begroting 2023

Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2022)

de belangrijkste tarieven: - tarief rijbewijs (artikel 1.3.1)

€ 41,00

€ 41,60

€ 42,43

- tarief ID-kaart (artikel 1.2.1.8) - tarief paspoort (artikel 1.2.1.1.a)

€ 64,00 € 74,75

€ 68,50 € 75,80

€ 69,87 € 77,32

*De richtlijnen voor de tarieven voor de rij- en reisdocumenten worden door het Rijk gegeven. Op het moment van op het opstellen van deze begroting waren deze richtlijnen nog niet bekend. Deze richtlijnen zullen toegepast worden op de te verwerken tarieven in de legesverordeningen 2023.

LOKALE LASTENDRUK Algemeen In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de lokale lastendruk weergegeven. Uitgangspunt 2022 Bron: COELO

2023 Raming

Onroerende zaakbelastingen (OZB) Afvalstoffenheffing

€ 356 € 300

Rioolheffing

€ 270

+ 2% + 4% + 1%

Totale lastendruk

€ 926

Lokale lastendruk

Voorjaarsnota 2022 Begroting 2023 van Avri Gemeentelijk Rioleringsplan

Toelichting - OZB en rioolheffing zijn eigenaarsheffingen. Afvalstoffenheffing is een gebruikersheffing. - De tarieven OZB en rioolheffing voor 2023 worden vastgesteld in de raadsvergadering van december 2022. - De tarieven 2023 voor afvalstoffenheffing worden vastgesteld in het AB van Avri van december 2022.

41

gemeente Druten

Maasdriel

gemeente WMW

bron: COELO Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) bron: COELO

€ 380

€ 385

€ 356

€ 213

€ 299

€ 300

bron: COELO

€ 238

€ 238

€ 270

€ 831

€ 922

€ 926

Vergelijk met buurgemeenten (jaar: 2022) Onroerende zaakbelastingen (OZB)

Rioolheffing (meerpersoonshuishouden)

Totale lastendruk

gemeente

KWIJTSCHELDINGSBELEID Algemeen Als een belastingplichtige niet of te weinig financiële middelen heeft om de belastingaanslag te voldoen, kan de belastingplichtige bij de BSR verzoeken om kwijtschelding. Alle belastingplichtigen die een inkomen hebben dat 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager bedraagt, komen mogelijk in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding.

Kwijtscheldingen

Werkelijk 2021

Actueel 2022

Begroting 2023

Aantal kwijtscheldingsverzoeken In behandeling Afgewezen Gedeeltelijk toegekend Volledig toegekend Totaal aantal kwijtscheldingsverzoeken Bedrag verleende kwijtschelding Onroerende zaakbelastingen Hondenbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totaal verleende kwijtschelding

18 64 171 56 309

61 47 143 45 296

70 180 60 310

€0 € 1.631 €0 € 49.078 € 50.709

€0 € 1.161 €0 € 42.695 € 43.856

€0 € 2.200 €0 € 50.000 € 52.200

42

PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN ALGEMEEN De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste (BBV, artikel 11 lid 2): a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a netto schuldquote; 1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2 solvabiliteitsratio; 3 grondexploitatie; 4 structurele exploitatieruimte; 5 belastingcapaciteit e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om niet-reguliere kosten die onverwacht en substantieel zijn op te kunnen vangen, zonder dat de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van onze gemeente is. Voor het beoordelen van de 'weerstand' is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij alleen om risico's waarvoor geen of wellicht onvoldoende verzekeringen zijn afgesloten, voorzieningen zijn gevormd of budgetten binnen de begroting beschikbaar zijn.

WEERSTANDSCAPACITEIT Berekening weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan welke middelen wij beschikbaar hebben om eventuele tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande zaken. De weerstandscapaciteit wordt onderverdeeld in structureel en incidenteel. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de: 1. onbenutte belastingcapaciteit; 2. vrije begrotingsruimte. Ad. 1. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de mogelijkheden die wij als gemeente hebben om binnen de wettelijke grenzen onze belastingopbrengsten te verhogen. De totale onbenutte belastingcapaciteit bedraagt: Toelichting: 1. Onroerende zaakbelastingen

43

Voor de OZB wordt de zogenaamde artikel 12 norm gehanteerd (redelijk peil OZB). Op basis van de meicirculaire 2022 is deze norm 0,1729 % De onbenutte capaciteit kan als volgt berekend worden:

2. Brede rioolheffing Bij de rioolheffing is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid en is er dus geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. 3. Leges Bij de heffing van leges hanteren wij volledige kostendekkendheid als uitgangspunt. Van belang is of het totale bedrag aan legesinkomsten binnen de begroting, de aan de specifieke dienstverlening toe te kennen lasten al dan niet volledig dekken. Wij kunnen deze kosten niet volledig per product in beeld brengen, de onbenutte capaciteit ramen wij daarom vooralsnog pro memorie. Ad. 2. Vrije begrotingsruimte Onze meerjarenbegroting geeft structureel (vanaf 2022) een positief beeld. De jaren 2023 - 2026 sluiten met respectievelijk € 224.000, € 1.495.000, € 2.353.000 en € 175.000. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de: 1. algemene reserve; 2. bestemmingsreserves, waarvan de bestemming nog kan worden gewijzigd; 3. stille reserves; 4. post onvoorzien; 5. incidentele beleidsruimte; 6. incidentele bezuinigingsmogelijkheden. Ad. 1. Algemene reserve De geraamde stand van de algemene reserve per 1 januari 2023 is € 9.998.755. Deze is geheel beschikbaar voor het weerstandsvermogen.

44

Ad. 2. Bestemmingsreserves Wij hebben de aanwezige bestemmingsreserves beoordeeld op de noodzaak van handhaving. Hiervan is sprake als er claims op liggen of er vastgesteld beleid mee wordt gerealiseerd. Als u als raad de bestemming nog kunt wijzigen en een 'vrije' keuze heeft om de reserve anders in te zetten valt deze onder de incidentele weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij om de volgende bestemmingsreserves:

Ad. 3. Stille reserves Hierbij gaat het om de overwaarde van gemeentelijke bezittingen die direct verkoopbaar zijn, zonder dat de bedrijfsvoering of het gemeentelijke beleid hierdoor wordt beïnvloed. De overwaarde betreft het verschil tussen de verwachte verkoopopbrengst, wij hebben hiervoor de WOZ-waarde 2022 en de geraamde boekwaarde per 1 januari 2023 als uitgangspunt gehanteerd. Wij hebben onze bezittingen beoordeeld op de benoemde uitgangspunten. Een groot deel van onze bezittingen zijn nodig voor de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld ons gemeentehuis. Een ander belangrijk deel is van belang voor de uitvoering van ons gemeentelijke beleid. Dit geldt bijvoorbeeld voor de onderwijs- en welzijnsgebouwen. Naast de gebouwen hebben wij nog aandelen Vitens in ons bezit. Deze aandelen zijn echter moeilijk verhandelbaar, omdat deze altijd in handen van overheidslichamen moeten blijven. Als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen heeft alleen het buitenbad in Dreumel nog een (theoretische) waarde in het kader van de stille reserves. De boekwaarde bedraagt € 182.000, de WOZ waarde € 845.000, zodat per saldo sprake is van een stille reserve groot € 663.000. Aangezien deze stille reserve niet aan de voorwaarde voldoet gesteld door de toezichthouder, wordt deze niet meegenomen in de bepaling van het weerstandsvermogen. Ad. 4.

Post Onvoorzien - incidenteel De incidentele post Onvoorzien is voor 2023 geraamd op € 25.000. Ad. 5. Incidentele beleidsruimte en stelpost ‘Nieuw beleid’ Er is geen sprake van een post "incidentele beleidsruimte". Ad. 6. Incidentele bezuinigingsmogelijkheden De incidentele bezuinigingsmogelijkheden zijn verwerkt in de bezuinigingsronden van de afgelopen jaren. Voor de begroting 2023-2026 voorzien wij vooralsnog geen extra bezuinigingsmogelijkheden. Indien deze blijken uit de bezuinigingsvoorstellen worden deze via een apart voorstel voorgelegd.

45

Totaaloverzicht weerstandscapaciteit De totale weerstandscapaciteit van de gemeente ziet er als volgt uit:

RISICOPROFIEL Bij dit onderdeel presenteren wij de risico's. Wij hebben de risico-inventarisatie geactualiseerd, de risico's geanalyseerd en beoordeeld en vervolgens zoveel als mogelijk gekwantificeerd. Deze risico’s zullen zich immers nooit allemaal in hetzelfde jaar voordoen. We verdelen onze risico’s als volgt: - Aansprakelijkheidsrisico’s; - Risico’s op eigendommen; - Risico’s van de bedrijfsvoering; - Financiële risico’s - Economische omstandigheden - Grondexploitatie - Verbonden partijen - Open-einde regelingen - Grote projecten - Overige financiële risico’s. Wij hebben hierbij ook een verdeling gemaakt naar incidentele risico’s en structurele risico’s. In de bijlage Risicoregister hebben wij een actueel overzicht opgenomen. Op hoofdlijnen zien onze risico’s er als volgt uit:

46

Toelichting: 1. Aansprakelijkheid (risico € 70.000) Binnen dit onderdeel vallen risico's op het gebied van: - Bedrijfsongevallen - Nalatigheid of onrechtmatig handelen - Fraude, diefstal - Planschade - Schadeclaims De risico's zijn in de meeste gevallen verminderd door hier beheersmaatregelen voor te nemen. Dit kan in de vorm van fysieke en administratieve maatregelen, het volgen van de procedures en het afsluiten van verzekeringen. Ook hebben wij in de begroting diverse budgetten beschikbaar, bijvoorbeeld om ons eigen risico te dekken. Op het gebied van planschade sluiten wij overeenkomsten met de ontwikkelaars. Planmatig onderhoud van gebouwen wegen riolering en groen vermindert de kans op schadeclaims. 2. Eigendommen (risico € 57.000) De risico’s van onze eigendommen hebben wij aanzienlijk beperkt door het afsluiten van brand- en stormverzekeringen. Zaken als bijvoorbeeld vandalisme en diefstal zijn echter onverzekerbaar. Wij voeren planmatig beheer en onderhoud uit, op basis van de beheerplannen en actuele inspecties. De noodzakelijke budgetten zijn opgenomen in de begroting. Desondanks bestaat het risico dat deze in enig jaar ontoereikend zijn. Vervuiling (als gevolg van milieudelicten, zoals bijvoorbeeld dumping van afval van drugslaboratoria, asbest of olielozingen) in de openbare ruimte is een toenemend risico.

Via frequentere controle door BOA's pakken we dit risico preventief aan. 3. Bedrijfsvoering (risico € 745.000) De risico's in de bedrijfsvoering hebben betrekking op de afwezigheid van personeel wegens ziekte of anderszins, het vertrek van personeel en noodzakelijke (tijdelijke en duurdere) vervanging, het disfunctioneren van personeel (frictiekosten), het doen van achteraf niet geheel juist blijkende belastingaangiften, de uitval van ICT en de gevolgen van de wet Algemene Verordening Gegevensbescherming. Computeruitval kan tot gevolg hebben dat onze dienstverlening niet meer uitgevoerd kan worden en onze medewerkers niet kunnen werken. Voor genoemde risico's zijn in beperkte mate budgetten opgenomen. Uiteraard voeren wij ook interne controlemaatregelen uit. Met betrekking tot personeel is een trend waarneembaar dat (kleine) gemeenten steeds meer moeite hebben gekwalificeerd personeel te werven en te behouden. 4. Financieel (risico € 1.181.000) De risico's bij dit onderdeel hebben betrekking op economische ontwikkelingen, de grondexploitaties, verbonden partijen, open-einde regelingen, grote projecten en overige financiële risico's. a. Economische ontwikkelingen (risico € 332.000) Ons beleid is gericht op 'verminderen'. Op basis van de actuele informatie stellen wij de budgetten bij. Dit geldt voor loon- en prijsontwikkeling, de sociale uitkeringen en te ontvangen bouwleges.

Daarnaast schatten wij risico's in voor mogelijke faillissementen van partners in grondzaken, lagere OZB als gevolg van leegstand, bezwaren en kwijtscheldingen. Het effect van de invoering van de Omgevingswet en de Wkb (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) per 1 januari 2023 heeft de meeste invloed, immers we schatten in dat er minder leges geheven kunnen worden. b. Grondexploitatie (risico € 125.000) Als verliezen zich voordoen nemen wij deze en vormen een voorziening. Dit is in het kader van het BBV verplicht. Bij de jaarrekening 2021 is deze voorziening afgeboekt naar 0. We hebben momenteel geen verliesgevende complexen meer. Gelet op de boekwaarde van de projecten (niet zijnde grondexploitaties) en de economische omstandigheden, lopen wij bij projecten een risico. De meeste van deze kosten verhalen wij op de initiatiefnemers. Ook leveren langere doorlooptijden en lagere grondprijzen mogelijk risico's op. c. Verbonden partijen (risico € 160.000) Hierbij gaat het om gemeenschappelijke regelingen en gesubsidieerde instellingen waarbij wij, samen met de overige deelnemende gemeenten, financieel aansprakelijk zijn voor eventuele tekorten. De betreffende verbonden partijen zijn de Belasting Samenwerking Rivierenland (BSR), de

47

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid (GGD), de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR), de GR Regio Rivierenland, de Afvalverwerking Rivierenland (AVRI), GR Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en GR Werkzaak Rivierenland. Met betrekking tot de Uitvoeringsorganisatie Breedband Rivierenland (UBR) staan wij garant staat voor 5,4 mln. Hiervoor is een risico gecalculeerd. d. Open-einde regelingen (risico € 330.000) Voor onze gemeente gaat het hierbij vooral over het leerlingenvervoer en de diverse regelingen in het kader van het sociaal domein (WMO, jeugdzorg, Participatiewet e.d.). In de begroting hebben wij hier reële budgetten voor opgenomen, maar één extra leerling kan de vervoerskosten met € 25.000 doen stijgen. Ook kan één specialistisch hulpverleningstraject in de Jeugdzorg een fors beslag leggen op het budget. e. Grote projecten Er zijn geen grote projecten waarbij we specifieke risico’s lopen. f. Overige financiële risico's (risico € 234.000) De belangrijkste overige risico's betreffen vooral de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds, het renterisico, decentralisatie van Rijkstaken, oninbare vorderingen, mogelijke bodemsaneringen en garanties en borgstellingen. Ook worden hier de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid of overlijden van bestuurders geraamd, waarvoor wij niet verzekerd zijn. Overzicht Top-risico’s (>=25% en >= € 100.000)

Risico

type

programma

bedrag

kans

gevolg

Bedrijfsvoeringsrisico's Afwezigheid personeel wegens ziekte of anderszins (zwangerschaps- en bevallingsverlof, zorgverlof)

Kwalitatief goed personeel, niet vervulbare vacatures Belastingaangiften (onvolledige, niet tijdige of onjuiste opgave en aangifte belastingdienst - BTW, loonbelastingen) Uitval (de)centrale IT voorzieningen

deels Burger, bestuur beïnvloedbaar en veiligheid

€ 500.000

50%

€ 250.000

deels Burger, bestuur beïnvloedbaar en veiligheid

€ 300.000

75%

€ 225.000

intern Burger, bestuur beïnvloedbaar en veiligheid

€ 400.000

25%

€ 100.000

€ 250.000

50%

€ 125.000

intern Burger, bestuur beïnvloedbaar en veiligheid

Totaal bedrijfsvoeringsrisico's

€ 1.450.000

€ 700.000

Financieel-economische ontwikkelingen Lagere legesopbrengsten omgevingsvergunningen

extern deels Wonen, werken beïnvloedbaar en recreëren

€ 325.000

50%

€ 163.000

Loon- en prijsontwikkelingen

extern niet Bedrijfsvoering beïnvloedbaar

€ 200.000

50%

€ 100.000

Langere doorlooptijd grondexploitaties

extern niet Wonen, werken beïnvloedbaar en recreëren

€ 200.000

50%

€ 100.000

deels Maatschappelijk beïnvloedbaar e zaken

€ 400.000

25%

€ 100.000

deels Maatschappelijk beïnvloedbaar e zaken

€ 300.000

60%

€ 180.000

extern niet Fysieke beïnvloedbaar leefomgeving

€ 100.000

50%

€ 50.000

Open einde regeling Participatiewet incl. bijstand Open einde regeling Jeugdwet Bodemsanering/vervuiling openbare ruimte

48

Totaal financieel-economische risico's

€ 1.525.000

€ 693.000

Totaal top-risico's

€ 2.975.000

€ 1.393.000

BELEID Gemeentelijke kaders Het gemeentelijke beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen 2012. In deze nota heeft u het volgende bepaald: 1. Het college stelt een nota Risicomanagement op waarin aandacht wordt besteed aan de te gebruiken methodiek van risicomanagement en de inrichting van de organisatie op het gebied van risicomanagement; 2. De informatievoorziening richting u verloopt via de paragraaf Weerstandsvermogen bij begroting en jaarverslag en waarbij tevens een bijlage met de risico-inventarisatie wordt bijgevoegd; 3. De weerstandsratio dient minimaal 1,2 te zijn en mag maximaal 2,0 zijn. Dit op basis van het aangenomen amendement in de raadsvergadering van 14 november 2019 bij de vaststelling van de Nota Reserves en Voorzieningen 2019. De nota Risicomanagement hebben wij in 2013 vastgesteld. Uitgangspunt hierin is de structurele inpassing van risicomanagement in onze bedrijfsvoering en beleid. Vooral het verhogen van het risicobewustzijn is een speerpunt, waarbij wij speciale aandacht schenken aan de 'grote projecten'. Het proces van risicomanagement verloopt volgens de volgende stappen: Identificatie - Analyse en beoordeling - Beheersing - Rapportage en monitoring.

Risicomanagement Risicomanagement hebben wij sinds 2013 als volgt vorm gegeven: 1. Formele inbedding van risicomanagement in onze organisatie;

Risicomanagement is de verantwoordelijkheid van het management. Binnen het team Control hebben wij een coördinator risicomanagement benoemd. Het monitoren van de risico’s is een continu proces. 2. Structurele inpassing risicomanagement in de reguliere werkzaamheden;

De paragraaf risicomanagement maakt standaard onderdeel uit van onze beleidsdocumenten. 3. Risicoregister bijhouden.

Het gaat hierbij om het continu inventariseren, beoordelen en analyseren van risico's, deze vervolgens kwantificeren en hier een kansberekening op toepassen. WEERSTANDSVERMOGEN Op basis van het risicoprofiel en de inventarisatie van de weerstandscapaciteit bepalen wij ons weerstandsvermogen. Hierbij houden wij rekening met de incidentele en structurele onderdelen. De structurele risico’s en weerstandscapaciteit rekenen wij voor 4 jaar mee, de incidentele uiteraard voor 1 jaar. Het weerstandsvermogen drukken wij uit in een verhoudingsgetal.

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

Voor 2023 ziet de weerstandsratio er als volgt uit: 2,37

49

RISICO'S Risicomanagement is gericht op de structurele inpassing van risicomanagement in onze organisatie en het continu bijhouden van het risicoregister. Het ontstaan van nieuwe risico's is altijd mogelijk, ook kunnen risico's in omvang wijzigen, tenslotte kunnen ook risico's worden opgeheven. Indien er sprake is van grote risico's informeren wij u hierover tussentijds bij de P&C rapportages. FINANCIELE KENGETALLEN Bij het beoordelen van de financiële kengetallen hanteert de provincie normwaarden. In onderstaande tabel staan de normwaarden zoals de provincie ze hanteert. De waarden zijn ingedeeld in de categorieën A, B en C. Categorie A is het minst risicovol en categorie C het meest.

50

Verklaring kengetallen: De netto schuldquote is de verhouding tussen de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en is een indicator voor het risico als derden niet aan hun verplichtingen voldoen. Denk bijvoorbeeld aan een stichting MFA, Kulturhus of sportvereniging die geld hebben geleend bij de gemeente. Hoe lager hoe beter. Solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarin de gemeente in staat is aan haar totale financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de gemeente. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Structurele exploitatieruimte geeft aan of gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te kunnen vangen dan wel, of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Hoe hoger hoe beter. Grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de totale baten. Hoe lager hoe beter. Belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Hoe lager hoe beter.

CONCLUSIE De risico's waar wij als gemeente mee te maken hebben worden steeds omvangrijker. Burgers worden steeds mondiger en zijn eerder genegen de overheid aansprakelijk te stellen voor schade. De gewijzigde economische omstandigheden hebben de afgelopen jaren een behoorlijke impact op de omvang van onze risico's. De recente corona crisis en de perikelen omtrent de stikstof problematiek zijn hier voorbeelden van. Ook de voortdurende onzekerheid over de hoogte van het gemeentefonds, de oplopende kosten voor de jeugdzorg, de inflatie als gevolg van prijsstijgingen en grondstoffentekorten zijn risico's waar we rekening mee moeten houden.

Onze totale weerstandscapaciteit is voldoende om de risico's af te dekken. Maar hierbij is wel de kanttekening te plaatsen dat onze structurele risico's niet volledig gedekt worden door de structurele weerstandscapaciteit. Het overschot op de incidentele weerstandscapaciteit is toereikend om gedurende bijna 7 jaar het structurele tekort af te dekken. Bij de begroting 2023 zijn de risico's opnieuw beoordeeld. De weerstandsratio komt uit op een score van 2,37. Dit betekent dat er sprake is van een positief weerstandsvermogen, en wij voldoende in staat zijn mogelijke financiële tegenvallers op te vangen en voldoen aan de door u gestelde kaders. Dit alles met de kennis van nu.

51

PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ALGEMEEN De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen (BBV, artikel 12 lid 1): a wegen; b riolering; c water; d groen; e gebouwen. Van bovengenoemde kapitaalgoederen wordt aangegeven (BBV, artikel 12 lid 2): a het beleidskader; b de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Inleiding Wij hebben geïnvesteerd in de kapitaalgoederen in onze gemeente. Ook met het beheer en onderhoud van onze wegen, de openbare verlichting, de riolering en het water, het openbaar groen en onze gemeentelijke gebouwen is inzet van onze middelen (personeel en financiën) gemoeid. De kapitaalgoederen zijn van belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van onze gemeente, onder meer op het gebied van de leefbaarheid, veiligheid, verkeer en vervoer en recreatie. Onderhoud en beheer is bovendien noodzakelijk om kapitaalvernietiging te voorkomen. Doelstelling van deze paragraaf is u te informeren over de hoofdlijn van het beleid rondom de kapitaalgoederen. Gemeentelijke kaders Beleidsstuk c.q. beheerplan

Jaar

Planperiode

Waterplan Wegenbeleid- en beheerplan West Maas en Waal 2019-2023 Groenbeleidsplan Openbare verlichting 2019 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) Bomenbeleidsplan Kwaliteitsimpuls groen Wegen categorisering Gladheidsbestrijding uitvoeringsprogramma

2005 2019 2011 2018 2018 2014 2018 2018 2018

2005-2025 2019-2023 2011-2014 2019-2023 2018-2022

jaarlijks

WEGEN Algemeen Ons gemeentelijk beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. Daarnaast willen we ons wegennet inrichten volgens de Basiskenmerken Wegontwerp conform het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP). Kwaliteitsnormen De kwaliteitsnormen en onderhoudsniveaus van wegen zijn opgenomen in het wegenbeleid- en beheerplan, zoals u in 2019 hebt vastgesteld. Voor de kwaliteitsbeoordeling van de wegen is de CROW-normering toegepast. Financiën In onze begroting hebben we binnen het programma Fysieke leefomgeving jaarlijks een budget opgenomen voor wegen, straten en pleinen. Voor 2023 hebben we de volgende budgetten geraamd:

52

Ten behoeve van het groot onderhoud is een onderhoudsvoorziening wegen ingesteld. De mutaties in deze voorziening zijn gebaseerd op een tienjarige onderhoudsplanning.

Ontwikkeling bijhorende voorzieningen

Stand 1-1-2022

mutaties 2022

mutaties 2023

Voorziening wegen Voorziening civiele kunstwerken

€ 1.480.984 € 141.868

-€ 426.190 -€ 101.587

-€ 246.829 € 10.546

Stand 31-12-2023 € 807.965 € 50.827

Risico’s Prijsstijgingen als gevolg van onvoorziene omstandigheden zijn lastig in te schatten, maar kunnen wel een grote rol spelen voor de hoogte van de beschikbare budgetten.

OPENBARE VERLICHTING Algemeen Het beleidsplan Openbare verlichting 2019-2023 is vastgesteld in 2018. Sinds 2013 maken wij gebruik van een beheersysteem openbare verlichting. Er is een meerjarenplanning voor het beheer en onderhoud aan gekoppeld. Kwaliteitsnormen De kwaliteitsnormen met betrekking tot de openbare verlichting zijn vastgelegd in de Richtlijn voor Openbare Verlichting (ROVL 2011). Deze hebben vooral betrekking op de vereiste lichtsterkte in de openbare ruimte in verband met sociale en verkeerstechnische veiligheid. Financiën Binnen het programma fysieke leefomgeving nemen we jaarlijks budgetten op voor dagelijks beheer en onderhoud van onze openbare verlichting. Voor 2023 hebben we onderstaande budgetten geraamd:

De onderhoudsvoorziening is in 2018 opgeheven door wijzigingen in de BBV-spelregels waardoor vervanging van straatverlichting niet langer uit een voorziening betaald mag worden.

53

Risico’s De verouderde PLL-lampen gaan uit productie in 2023. Ons areaal heeft nog een aanzienlijk aandeel PLL-lampen. Doordat de productie stopt moet een voorraad aangeschaft worden om lampstoringen te kunnen verhelpen. RIOLERING EN WATER Algemeen Op grond van de Waterwet en de Wet Milieubeheer heeft de gemeente 3 wettelijke zorgplichten: 1. inzameling en transport van afvalwater; 2. inzameling en verwerking van overtollig hemelwater; 3. inzameling en verwerking van overtollig grondwater. Hoe wij invulling geven aan deze zorgplichten staat beschreven in ons Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027 (voorheen ons Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022). In dit plan zijn ook onze doelen binnen de planperiode voor het oppervlaktewater en klimaatadaptatie opgenomen. In de raadsvergadering in het najaar van 2022 is het beleidsplan vastgesteld. Dit plan is in samenwerking met de gemeenten Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en Wijchen opgesteld en de looptijd is 5 jaar (2023 t/m 2027). Kwaliteitsnormen De insteek voor het beleid en de bijhorende maatregelen is kwaliteitsniveau sober, maar doelmatig en rechtmatig. Financiën Binnen programma 3 - Fysieke leefomgeving nemen we jaarlijks budgetten op voor beheer en onderhoud van onze voorzieningen. Dit zijn de rioolstelsels, hemel- en grondwatervoorzieningen en watersysteem.

De jaarlijkse kosten hiervoor staan weergegeven in de onderstaande tabel.

De voorziening riolering is ingesteld om fluctuaties in de exploitatie op te vangen. De dotaties en onttrekkingen zijn gebaseerd op het vastgestelde Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027. De afrekening vindt plaats bij de jaarrekening.

Risico’s Er zijn geen bijzondere risico’s.

54

GROEN Algemeen Openbaar groen is van groot belang voor de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Groen zorgt voor verkoeling en maakt de dorpen klimaat bestendiger. Bomen zijn beeldbepalende elementen die belangrijk zijn voor de oriëntatie, leefbaarheid en karakteristiek in de dorpen. Bomen voorkomen hittestress in het stedelijk gebied. In 2015 is het Bomenbeleidsplan vastgesteld waarin beleidsthema's zijn uitgewerkt om het bomenbestand op een duurzame en veilige manier in stand te houden en te ontwikkelen. Kwaliteitsnormen Op het gebied van groen hanteren wij de volgende kwaliteitsnormen: Plantsoenen In 2017 is vastgesteld dat het openbaar groen op een gedifferentieerd kwaliteitsniveau wordt onderhouden. De toegangswegen, pleinen en dorpscentra worden op het hoge kwaliteitsniveau A onderhouden, terwijl het overige groen op kwaliteitsniveau B wordt onderhouden. Kwaliteitsniveau B komt overeen met de landelijke normen voor een basiskwaliteit en is gericht op een acceptabel beeld waarin beplanting met een natuurlijke uitstraling en beheer voorkomen Bomen In 2015 is het bomenbeheerplan opgesteld. Met het bomenbeheerplan wordt per 2016 het cyclisch bomenbeheer ingevoerd. Hierbij is het uitgangspunt het verkrijgen en behouden van een veilig bomenbestand. De komende jaren gaan we knelpunten in het bomenbestand oplossen door het kappen en vervangen van bomen.

Landschap In 2019 is met input van gebiedspartijen het programma Landschap en Biodiversiteit opgesteld. De provincie heeft voor de uitvoering van dit programma de subsidie Landschap en biodiversiteit toegekend. De subsidieregeling is gericht op projecten die de kwaliteit, de kwantiteit en de leefbaarheid van het West Maas en Waalse landschap verhogen. Ook is de subsidie bedoeld om de biodiversiteit en de bewustwording van onze inwoners (jong en oud) bij landschap en biodiversiteit te vergroten. Het Programma biodiversiteit Maas en Waal sluit aan op de doelen die in regionale klimaatadaptatiestrategieën (RAS) worden genoemd. Financiën Binnen het programma Fysieke leefomgeving nemen we jaarlijks budgetten op voor beheer en onderhoud van openbaar groen.

Risico’s Biodiversiteit De insectenpopulaties in ons land en daarbuiten zijn zorgelijk in aantal achteruitgegaan. Dit hangt nauw samen met de achteruitgang van de biodiversiteit. Insecten hebben een belangrijke rol in de natuurlijke voedselketens en de landbouw. Vanaf 2020 zetten we meer in op het vergroten van biodiversiteit. We zijn in 2020 gestart met een biodiversiteitsprogramma voor het behoud en herstel van biodiversiteit in het cultuurlandschap. In 2021 zijn we gestart met het opstellen van een biodiversiteitsplan. Het biodiversiteitsplan heeft als doel het behouden, herstellen en versterken van de biodiversiteit in gemeente West Maas en Waal zowel in de dorpen als in het buitengebied/landschap.

55

Exoten In toenemende mate krijgen we te maken met soorten die hier van nature niet thuishoren, invasieve exoten (berenklauw en Japanse duizendknoop). Een aantal van deze soorten vestigt zich hier in het wild en zorgt voor problemen en zijn een gevaar voor onze biodiversiteit. Het gaat dan met name om soorten die zich snel vermenigvuldigen en verspreiden. GEBOUWEN Algemeen Wij hebben in onze gemeente accommodaties voor sport, kunst en cultuur, welzijn en de huisvesting van ons gemeentelijke apparaat. Iedere vier jaar beoordelen wij de staat van onderhoud van de gemeentelijke gebouwen en stellen wij op basis hiervan een meerjaren onderhoudsprogramma op. Het daadwerkelijke onderhoud voeren wij overigens pas uit na een actuele inspectie. Bij deze inspectie beoordelen wij of de geplande onderhoudswerkzaamheden echt noodzakelijk zijn of nog uitgesteld kunnen worden. Kwaliteitsnormen Bij het onderhoud en beheer van onze gebouwen gaan wij uit van planmatig onderhoud gericht op het op een zo efficiënt mogelijke wijze in stand houden van de accommodaties. Uitgangspunt is de gebouwen in een dusdanige staat van onderhoud te houden dat er sprake is van veilige en visueel goed onderhouden gebouwen. Bij het onderhoud is er ook voor het milieu. Waar mogelijk worden de onderhoudsmomenten aangegrepen om het object 'verder' te verduurzamen.

Financiën De jaarlijkse kosten met betrekking tot het onderhoud van gebouwen staan weergegeven in de onderstaande tabel.

De voorziening gebouwen is ingesteld om fluctuaties in de exploitatie op te vangen. De dotaties en onttrekkingen zijn gebaseerd op het meerjarig onderhoudsprogramma.

Risico’s Planmatig onderhoud wordt pas uitgevoerd na visuele inspectie. Dit houdt in dat onderhoudskosten jaarlijks kunnen wisselen.

56

PARAGRAAF FINANCIERING ALGEMEEN De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. en de financieringsbehoefte (BBV, artikel 13). Inleiding Het doel van deze paragraaf is om u te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Dit dienen wij te doen binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente te regelen. Gemeentelijke kaders Onze kaders zijn vastgelegd in de, op grond van artikel 212 Gemeentewet, vastgestelde 'Financiële verordening gemeente West Maas en Waal' (Rb. 23 maart 2017). Het gaat om kaders voor het uitvoeren van de financieringsfunctie zoals doelstellingen, richtlijnen en limieten die voor het college gelden.

In het door het college van burgemeester en wethouders op 10 januari 2012 vastgestelde Treasurystatuut is de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het bevat met name protocollen voor de dagelijkse uitvoering. De onderwerpen die hierbij aan de orde komen zijn het kasbeheer, het risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie. Hoofddoelstelling beleid Inzicht hebben in de lange termijn ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente. Het aangaan en verstrekken van geldleningen en het verstrekken van garanties is alleen toegestaan voor de uitvoering van de publieke taak. Hierbij mogen geen overmatige risico’s worden gelopen. Het gebruik van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm is bedoeld als normstellend. Algemene ontwikkelingen / rentevisie De treasuryactiviteiten staan bloot aan zowel interne als externe ontwikkelingen. De interne ontwikkelingen bestaan uit het oppakken van nieuwe activiteiten, investeringsplannen en reorganisatieprocessen. De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn (internationale) economische indicatoren en de invloed hiervan op de geld- en kapitaalmarkt, maar ook wijzigingen in wet- en regelgeving. Het voorspellen van de renteontwikkeling is een lastige en bijna onmogelijke opgaaf, zeker op de lange termijn.

Volgens het geschetste economische beeld van de nv Bank Nederlands Gemeenten (BNG) (begin augustus) wordt voor Nederland in 2023 een groei verwacht van 1,7% (in 2021 was de groei nog 4,9%). De oorlog in Oekraïne zorgt voor een stijging van energieprijzen en andere grondstoffen. Daarnaast is de onzekerheid over de economie toegenomen. Naar verwachting zullen banken het monetaire beleid verkrappen waardoor de rentetarieven zullen oplopen. Risicomanagement Risicomanagement is het identificeren en kwantificeren van risico's en het vaststellen van beheersmaatregelen. Hiermee worden activiteiten bedoeld waarmee de kans van optreden of de gevolgen van risico's worden beïnvloed. De risico’s die binnen onze gemeente worden gelopen bij de uitvoering van de treasurytaak bestaan voornamelijk uit renterisico's. Om die risico's te beperken en te beheersen geldt er een kasgeldlimiet en is er een renterisiconorm ontwikkeld. Daarnaast verdient vooral het kredietrisico aandacht. Dit is het risico dat wij lopen wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen die in voorkomende gevallen in financiële problemen zouden kunnen komen. In het treasurystatuut zijn algemene uitgangspunten opgenomen om dit risico te beperken.

57

Met betrekking tot risicobeheer hanteren wij, volgens het treasurystatuut, de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de ‘publieke taak’ uitsluitend verstrekken aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen. 2. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. 3. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. Leningportefeuille en financieringsbehoefte De leningportefeuille De ontwikkeling van de huidige leningportefeuille ziet er als volgt uit: Omschrijving

Werkelijk 2021

Actueel 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Aanwezige leningen Schuldrestant per 1 januari Nieuw aangetrokken leningen Aflossingen Schuldrestant per 31 december

€ 30.417.758 € 4.000.000 € 3.893.280 € 30.524.478

€ 30.524.478

€ 26.820.886

€ 23.606.537

€ 20.680.965

€ 17.743.686

€ 3.703.592 € 26.820.886

€ 3.214.349 € 23.606.537

€ 2.925.572 € 20.680.965

€ 2.937.279 € 17.743.686

€ 2.699.493 € 15.044.193

1,16% € 328.044

1,02% € 282.913

1,00% € 247.819

1,01% € 221.080

1,03% € 194.730

1,05% € 168.029

Nadere info Gewogen gemiddelde rentepercentage Bijhorende rentelasten

Financieringsbehoefte In het onderstaand overzicht wordt de verwachte financieringsbehoefte voor de komende 4 jaren weergegeven. Hierbij is uitgegaan van volledige realisatie van alle investeringen, inclusief die volgens het investeringsplan 2023 - 2026.

Renteresultaat Toerekening van de rentelasten aan de taakvelden is verplicht. Voor de toerekening aan de grondexploitaties wordt een percentage berekend door het gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille (1,00%) te vermenigvuldigen met de debt ratio (de verhouding vreemd vermogen / totaal vermogen). De uitkomst van deze berekening is 0,78%. Om tot een verdeling van de resterende rente over de programma’s te komen, wordt het zogenaamde rente-omslagpercentage gebruikt. Voor de begroting 2023 is het berekende percentage 0,10%. Het saldo van rentelasten en –baten wordt daarvoor gedeeld door het totaal van de vaste activa exclusief de uitstaande geldleningen: • De uitkomst mag met een marge van 0,5% worden afgerond; én • Het verschil tussen de 'door te rekenen externe rente' en de 'werkelijke aan taakvelden toegerekende rente' bedraagt maximaal 25%.

58

Het renteschema ziet er als volgt uit:

Renterisicobeheer Renterisicobeheer is het bewust beperken van de negatieve invloed van toekomstige rentewijzigingen op het resultaat van de organisatie en op de waarde van rentedragende activa en passiva. Ook het minimaliseren van de rentekosten en het optimaliseren van de rentebaten behoren tot dit onderwerp. Jaarlijkse nemen we in de paragraaf financiering onze rentevisie op. Om de renterisico’s te beperken geldt er een kasgeldlimiet en een renterisiconorm. Kasgeldlimiet Het kasgeldlimiet geeft de maximale toegestane omvang van de kortlopende schuld aan. Het kasgeldlimiet is ingevoerd om de gemeente te behoeden voor het risico dat de rentelasten opeens fors stijgen, omdat de rente voor kortlopende leningen sterk kan fluctueren. De wet fido staat een kasgeldlimiet toe van 8,5% van het begrotingstotaal. Renterisiconorm Het begrip renterisiconorm is ingevoerd om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen, en zodoende het renterisico bij herfinanciering van de vaste schuld te beheersen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 2,5 miljoen. De berekening van de huidige renterisiconorm in meerjarenperspectief is opgenomen in het volgend overzicht.

Kredietrisicobeheer Kredietrisico Dit is het risico dat wij lopen wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen die in voorkomende gevallen in financiële problemen zouden kunnen komen. In het treasurystatuut is vastgelegd dat de gemeente alleen overtollige middelen mag uitlenen aan betrouwbare bedrijven met minimaal een zogeheten AAA-rating (looptijd langer dan 3 maanden) c.q. AA-rating (looptijd tot 3 maanden), aan ondernemingen waarvoor een solvabiliteitsratio van 0% geldt of aan de centrale overheid. Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden zekerheden of garanties geëist.

59

Aandelen De gemeente is in het bezit van 18.693 gewone aandelen Vitens. De nominale waarde hiervan is € 1 per aandeel. Op basis van het vermogen per 1 januari 2022 bedraagt de intrinsieke waarde € 104 per aandeel. Als aandeelhouder komen alleen publiekrechtelijke (direct of indirect) rechtspersonen in aanmerking. Door de beperkte verhandelbaarheid is het moeilijk een marktwaarde te noemen. Overigens onderschrijven wij het belang dat de drinkwatervoorziening in publieke handen blijft. Op grond van het treasurystatuut vindt aankoop en verkoop van aandelen uitsluitend plaats voor de uitoefening van de publieke taak. Schatkistbankieren Wij zijn verplicht om onze overtollige middelen in de Rijksschatkist aan te houden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag, afhankelijk van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag bedraagt 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen. Voor ons betekent dit een drempelbedrag van € 1 miljoen. Intern liquiditeitsbeheer Liquiditeitsrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat wij op korte termijn niet genoeg geld in kas hebben om aan onze verplichtingen te voldoen. Om deze reden stellen wij liquiditeitsplanningen en een liquiditeitsbegroting op.

Hierbij zien wij er op toe dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat wij de verplichtingen tijdig kunnen nakomen. De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot 1 jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 4 jaar. Bij deze laatste dient enige terughoudendheid in acht te worden genomen. Een goede planning, zeker op de langere termijn, is gelet op de onzekere factoren die een rol spelen zoals vertragingen in de investeringsplanning en de informatievoorziening niet eenvoudig. Meerjarenramingen zijn veelal onbetrouwbaar, zowel qua volume als tijdpad. Wanneer op basis daarvan op voorhand leningen dienen te worden afgesloten, gaan wij onbedoeld renterisico’s lopen. Met name bij de op termijn voorziene grote(re) investeringen vormen het politieke, procedurele en de uiteindelijke omvang van de financieringsbehoefte dermate onzekere factoren dat dit een ongewenste risicovergroting zou vormen. Voor het liquiditeitenbeheer is, met ingang van 15 november 2018, met de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten een Financieringsovereenkomst voor een (Rekening-courant) Krediet- en Depotarrangement (tijdelijk overtollige middelen beleggen) afgesloten.

De Financieringsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd en kan schriftelijk geheel of gedeeltelijk worden opgezegd. De kredietlimiet bedraagt € 3.700.000. Over het gebruikte deel van de rekening-courant moet de 1-maands Euribor + 0,15% worden betaald. Tot en met juli 2022 was de 1-maands Euribor -0,5%. Per augustus is een renteverhoging doorgevoerd waardoor de 1-maands Euribor is gestegen naar -0,05%. Daarnaast moet over het ongebruikte deel van de rekening-courant 0,04% bereidstellingsprovisie worden betaald. Op basis van

60

een 1-maands Euribor van -0,05% moeten we voor het jaar 2023 ongeveer € 2.500 betalen. Een verdere renteverhoging wordt niet uitgesloten waardoor de te betalen bijdrage hoger kan uitvallen.

61

PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING

ALGEMEEN Deze paragraaf geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering (BBV, artikel 14). Inleiding De bedrijfsvoering betreft de middelenfuncties (personeel en organisatie, planning & control, informatievoorziening en automatisering, communicatie en facilitaire zaken) ter ondersteuning van de uitvoering van de programma’s (het primaire proces). In deze paragraaf hebben wij tevens de griffie en de rekenkamercommissie opgenomen. De bedrijfsvoering is ondersteunend aan en mede bepalend voor de kwaliteit van het primaire proces en de realisatie van de beoogde maatschappelijke effecten. De interne organisatie staat volledig ten dienste aan het primaire proces. Dit betekent dat de kwaliteit en omvang van de gemeentelijke organisatie, maar ook faciliteiten als bijvoorbeeld de huisvesting en de automatisering indirect van grote invloed zijn op het behalen van de gewenste effecten. In deze paragraaf worden de verschillende onderdelen van de bedrijfsvoering verder uitgewerkt. Gemeentelijke kaders Beleidsstuk

Jaar

Informatiebeveiligingsbeleid

2016

Opmerking: Informatiebeveiligingsbeleid wordt geactualiseerd in 2022

Inkoopbeleid Communicatiebeleidsplan I&A-plan 2020 Teamplannen

2016 2018 2020 2021

Opmerking: I&A plan 2021-2022 wordt momenteel opgesteld

HR Beleidskaders

2021

Ontwikkelingen Er zijn op diverse onderdelen ontwikkelingen: Op hoofdlijn: Focus op ICT vernieuwing: In het najaar van 2022 wordt het meerjarig ICT verbeterplan (roadmap) gepresenteerd. Vernieuwing van de ICT omgeving is noodzakelijk om de continuïteit, veiligheid, betrouwbaarheid te garanderen. Daarnaast gaan ook de prestaties (performance) omhoog van de ICT omgeving. HRM: Met de in gebruik name van een nieuw e-HRM systeem is er meer sturingsinformatie voorhanden. Bijvoorbeeld het terrein van verzuim draagt het nieuwe e-HRM systeem bij aan een betere beheersing van het proces rondom ziekteverzuim. Het proces van inrichting van een nieuw functiehuis (HR21) is in 2022 gestart en wordt in 2023 verder afgerond. Medewerker tevredenheidsonderzoek (MTO) : In 2022 vindt een nulmeting plaats. In 2023 vindt een vervolg meting plaats. Informatiebeheer: De Wet Open Overheid (WOO) is in 2022 in werking getreden. Dit vraagt om een wijziging in ons informatiebeheer. Bepaalde gegevens moeten actief openbaar beschikbaar zijn. Dit in tegenstelling tot de WOB.

62

Dienstverlening: Er is in 2022 een plan van aanpak opgesteld voor de doorontwikkeling van dienstverlening en klantprocessen. Waar mogelijk is er al gestart met de uitvoering van het plan van aanpak. In 2023 en opvolgende jaren wordt deze uitvoering verder gecontinueerd. PERSONEEL EN ORGANISATIE Ontwikkeling Dienstverlening: Doorontwikkeling en verbetering dienstverlening en klantprocessen: In 2022 is een projectleider aangesteld met de opdracht een plan van aanpak op te stellen voor de doorontwikkeling en verbetering van dienstverlening en klantprocessen. Het plan van aanpak is in het najaar van 2022 opgeleverd. Waar mogelijk wordt er al gestart met de uitvoering van het plan van aanpak. In 2023 en opvolgende jaren wordt deze uitvoering verder gecontinueerd. Het plan van aanpak bevat ook voorstellen ondersteunende software in te zetten. Waaronder een programma waarmee we het klantcontact en de opvolging hiervan kunnen monitoren. Het opzetten en onderhouden van een zogenaamde Kennisbank is ook onderdeel van het plan.

Personeel: beleid en ontwikkelingen In 2021 is het nieuwe HR strategisch beleidsplan vastgesteld Daarin zijn een aantal uitgangspunten benoemd: - alle medewerkers zo optimaal en duurzaam mogelijk inzetten - doen waar we goed in zijn - ontwikkelen van talent voor de toekomst - stimuleren van mobiliteit en flexibiliteit door dingen anders te doen - meer werken vanuit een rol in plaats van een taak. Daarnaast hebben wij nu ook te maken met krapte op de arbeidsmarkt. Deze krapte zal naar verwachting voorlopig voortduren. Dit vraagt om de volgende aanpak/veranderingen: • Creatieve en doelgerichte wervingsmethoden. • Nieuwe medewerkers te binden en te boeien. Om te beginnen met een goed on-boarding programma. (Natuurlijk is ook het binden en boeien van huidige medewerkers van belang.) • Flexibele organisatie. Meer werken vanuit de rol dan vanuit de functie. • Mobiliteit, door medewerkers eigen regie (persoonlijk leiderschap) te laten nemen over hun ontwikkeling. Hierdoor ontstaan er kansen en wordt de duurzame inzetbaarheid verhoogd. • Start maken met Strategische Personeels Planning zodat we weten wat we in huis hebben, wat we nodig hebben en wat er voor nodig is om hier naar toe te groeien Medewerkertevredenheidsonderzoek (MTO): In het najaar van 2022 vindt een MTO plaats.

Door middel van een zogenaamde nulmeting krijgt de organisatie inzicht in hoe de medewerkers hun werksituatie en werkgeluk ervaren. Uit het MTO komen aandachtspunten welke we gezamenlijk oppakken. In 2023 volgt een vervolgmeting om inzicht te krijgen in de vooruitgang en opvolging van de bepaalde actiepunten uit de nulmeting. e-HRM systeem Met ingang van 2023 nemen we het nieuwe e-HRM systeem in gebruik. De gemeente West Maas en Waal maakt daarbij gebruik van het e-HRM systeem dat door De Connectie in 2022 is aanbesteed. Visma-RAET is de leverancier van het nieuwe e-HRM systeem. De nieuwe versie van het e-HRM systeem geeft de gemeente West Maas en Waal een aantal nieuwe functionaliteiten. Zo zorgt de Verzuimmodule voor een verbeterde monitoring op verzuim. De module genereert betere sturingsinformatie en betrekt de leidinggevende actiever bij het verzuim en reintegratie proces. Het nieuwe e-HRM systeem kent ook de mogelijkheid om de personeelsbegroting op teamniveau van sturingsinformatie te voorzien.

63

Medewerkers en leidinggevenden worden getraind om met het nieuwe e-HRM systeem te kunnen werken. Financiën De kosten van het personeel zijn verdeeld op basis van de loonsom. Met u zijn afspraken gemaakt dat wij niet sturen op de formatie, maar op de loonsom. Deze loonsom stijgt met niet te beïnvloeden externe factoren, zoals CAO-stijgingen of wijzigingen in sociale premies of als gevolg van overdracht van taken door het Rijk. De ambtelijke organsiatie zorgt ervoor dat de opgedragen taken binnen de loonsom worden verricht. Het overzicht met de personeelslasten is opgenomen als bijlage 1. Ziekteverzuim Onze streefwaarde is een maximaal ziekteverzuimpercentage van 4,0%. We hebben beleid en ondernemen de nodige activiteiten om het ziekteverzuim laag te houden. We maken gebruik van de adviezen van de Arboarts voor een optimale re-integratie en de inzet van interventies. Medewerkers re-integreren vaak in aangepast werk of aangepaste uren, dit is niet altijd zichtbaar in de verzuimcijfers omdat zij dan administratief ziek gemeld blijven. Streefcijfer ziekteverzuim (4.0 %) is niet gehaald. Ziekteverzuim percentage over het jaar 2021 : 6,63%. De organisatie heeft nog steeds te maken gehad met uitval door corona en met langdurig verzuim, veroorzaakt door niet werk gerelateerde redenen. Het percentage wordt hier door omhoog gestuwd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11882056/1