CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 GEWIJZIGD Lokaal Uitvoerings Programma Klimaatbestendig West Maas en Waal 2024-2029

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.11135822.700 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Kosten gemeente per jaar [inclusief vaste lasten regio] € 6.500,00

Speerpunt 5: Communicatie Aanpassen aan een veranderd klimaat doen we samen. We nemen onze interne organisatie en stakeholders mee. Onze omgeving heeft een belangrijke rol. Daarom zorgen we dat inwoners en bedrijven over voldoende kennis beschikken, zodat ze zelf klimaatadaptief kunnen handelen. Dit gebeurt via de website www.veranderjijmee.nl. Het doel is dat bewoners en bedrijven over voldoende kennis over klimaatadaptatie beschikken en aangezet worden tot klimaatadaptief handelen. Bij gemeenten loopt de communicatie rond klimaatadaptatie via projecten en sluit het aan bij de lokale situatie. Als regio zetten we daarom in op het ontwikkelen van inspirerende content en succes verhalen. Het speerpunt hangt sterk samen met de andere speerpunten en heeft tot doel om de kennis en ervaringen die daar zijn opgedaan en gedeeld ook breder te doelen buiten de groep van ‘specialisten’. De basis voor dit speerpunt is de communicatiestrategie en de ervaring die afgelopen jaar met de communicatiewerkgroep is opgedaan. Speerpunt

Welke activiteit doet de regio?

Wat houdt dat in?

5. Communicatie

x

Als regio zetten we in op het ontwikkelen van inspirerende inhoud (content), berichten en succesverhalen. Daarmee faciliteren we de communicatiemedewerkers om de communicatie naar bewoners en bedrijven op te pakken

x x

29

Het communicatieplan wordt geactualiseerd met ervaringen en nieuwe informatie. Via onze website www.veranderjijmee.nl delen we inspirerende voorbeelden uit de hele regio. . We organiseren gezamenlijke campagnes en bijeenkomsten als dat wenselijk is.

Kosten gemeente per jaar [inclusief vaste lasten regio] € 8.500,00

5 Visie op klimaatadaptatie 5.1 Omgevingsvisie West Maas en Waal In de Omgevingsvisie staan onze ambities over de omgeving waarin we wonen, werken, elkaar ontmoeten en ontspannen. Deze toekomstgerichte visie is met inbreng van inwoners, ondernemers, inhoudelijke deskundigen en raadsleden opgesteld. Bij nieuwe ruimtelijke plannen en ontwikkelingen toetst de gemeente aan deze Omgevingsvisie. Onderstaande visie over toekomstbestendigheid vormt onze opdracht. “Een duurzame, toekomstbestendig West Maas en Waal betekent een gemeente waar een robuust ‘groenblauw’ netwerk de ruimte krijgt dat de inwoner aanmoedigt om te bewegen, ontspannen en recreëren. Een hoogwaardig, fijnmazig groenblauw netwerk leidt inwoners van de stad in een mum van tijd naar het buitengebied, andere dorpen en vice versa. Aan dit netwerk werken we samen met onze inwoners: gezamenlijk bouwen we aan een aantrekkelijke leefomgeving met ruimte voor mens, dier en plant, wateropvang, droogte- en hittebestrijding. Hierbij zijn water en bodem sturend.” De Omgevingsvisie stelt de kaders voor onze inhoudelijke aanpak van klimaatadaptatie, dat opgenomen wordt in omgevingsplannen. Klimaatadaptatie komt binnen alle ruimtelijke thema’s terug met duidelijke keuzes voor dit uitvoeringsprogramma. Hieronder drie voorbeelden van thema’s die betrekking hebben op klimaatadaptatie.

30

5.2 Klimaatvisies verdeeld in drie kenmerkende landschappen De gemeente West Maas en Waal als geheel is op te delen in grofweg drie landschapstypes met elk een eigen benadering. De verschillende landschappen reageren wisselend op klimaatverandering en kennen een andere landschapsbiografie. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie is daarom gebruik gemaakt van de volgende indeling in landschaptypes en deelvisies. In dit uitvoeringsprogramma gebruiken we deze types om maatwerk te leveren. ƒ Bebouwd gebied; ƒ Landelijk (kommen)gebied; ƒ Uiterwaarden. 5.3 Klimaatvisie Bebouwd gebied Veerkrachtige kernen voor iedereen Veerkrachtige kernen voor iedereen. Dat is het gewenste toekomstbeeld voor de kernen in West Maas en Waal. Kernen met een passende woon- en leefomgeving voor verschillende doel- en leeftijdsgroepen. Waar verstedelijking en vergroening hand in hand gaan en functies elkaar versterken. Ontwikkelingen, naar gelang de behoeften van de bewoners en maatschappelijke ontwikkelingen, worden vanuit een nieuwe basis waarbij water en bodem sturend zijn opgepakt. Van daar uit werken we aan leefbare, klimaatbestendige dorpen waarin waterbuffering, koelte en groen de ruimte krijgen. Door het benutten van meekoppelkansen dient klimaatadaptatie als vliegwiel voor de ontwikkeling van veerkrachtige kernen voor iedereen.

Groen-blauwstructuren vormen verbindingen tussen landelijk gebied en woonkernen en dagen uit tot gebruik door inwoners. Klimaatadaptatie is op deze wijze niet alleen een technisch instrument maar ook een preventief sociaal middel voor het behalen van andere doelen, zoals bijvoorbeeld de leefbaarheid van de kernen door het creëren van koele, groene speelen ontmoetingsplekken. Binnen het bebouwd gebied wordt onderscheid gemaakt tussen de bedrijventerreinen en de acht dorpskernen binnen de gemeente West Maas en Waal. Bedrijventerreinen kennen ten opzichte van de dorpsbebouwing een geheel eigen karakter qua bebouwing en terreinopbouw. Voor de toepassing van klimaatadaptieve maatregelen is het daarmee van belang dit onderscheid te maken. Hetzelfde geldt voor de dorpen binnen de gemeente. De dorpen hebben niet allemaal dezelfde opbouw, cultuur en knelpunten op het gebied van klimaatadaptatie. Het grootste verschil is te zien tussen de dorpen gelegen aan de Maas en de dorpen gelegen aan de Waal. De Waallinten zijn over het algemeen groter, sneller uitgebreid in de loop van de geschiedenis en minder groen. Kenmerkend is dat deze dorpen wat meer in de vorm van lintdorpen zijn ontstaan en gegroeid. De Maasdorpen zijn sinds hun ontstaan minder snel gegroeid, en zijn vaak kleiner en hebben meer groen in en om de centra. Deze dorpen zijn vaak concentrisch van opzet.

Dit zijn belangrijke verschillen met het oog op klimaatadaptatie. De ‘Maasdorpen’ zijn Alphen, Appeltern, Altforst en Maasbommel. De ‘Waallinten’ zijn Beneden-Leeuwen, Boven-Leeuwen, Dreumel en Wamel. Onze dorpen, wijken en straten zijn zeer versteend. Binnen de woonkernen komt gemiddeld 29% openbaar groen voor. De dorpen Alphen, Boven-Leeuwen en Appeltern zijn met respectievelijk 18%, 19% en 20% het meest versteend. Wamel en Maasbommel (resp. 38% en 44%) zijn dorpen met het meest voorkomende openbaar groen. Hevige en/of langdurige neerslag kan zowel op de oeverwal als het lager gelegen komgebied tot overlast of schade leiden. Afstromend regenwater leidt tot schades door afspoeling en inundatie. Ook overlast op percelen en wegen kan optreden. Het is nodig om het water meer ruimte te bieden. De gevoelstemperatuur in periode van extreme hitte heeft negatieve invloed op inwoners, ondernemers en gebruikers van de oeverwallen. 31

Klimaatverandering vormt niet de enige uitdaging waar de kernen in de gemeente voor staan. De kernen in de gemeente West Maas en Waal staan voor een aantal andere grote transities die onder andere betrekking hebben op de leefbaarheid en (sociale) huisvesting. In bijlage 7 is een uitgebreide beeldende uitwerking opgenomen hoe klimaatadaptatie aansluit bij deze transities en andersom. In de Omgevingsvisie kiezen wij voor: ƒ Inbreiding niet ten koste laten gaan van kwalitatieve, groene buitenruimte. Wanneer dit het geval blijkt te zijn bij inbreidingsplannen, is dit reden om over te gaan op uitbreiding: de woonkwaliteit van de bestaande dorpen mag niet worden aangetast. ƒ Uitbreidingen zoveel mogelijk op de ‘hoge en droge’ oeverwal te laten plaatsvinden, onder andere bezien vanuit het ‘water en bodem sturend principe’. Dit gebeurt met zorgvuldige inpassing om ervoor te zorgen dat de verschillende dorpen niet ‘aan elkaar groeien’. ƒ Het omarmen van initiatieven op het gebied van het verhogen van de biodiversiteit en onderzoeken naar de mogelijkheden om initiatiefnemers hierbij te ondersteunen. ƒ Het stimuleren van maatregelen ten behoeve van wateropvang, zoals het afkoppelen van het riool. ƒ Het onderzoeken of er mogelijkheden zijn om in het buitengebied agrariërs te helpen met de verduurzaming en vergroening van hun bedrijf en de uitdagingen die daarmee gepaard gaan.

ƒ Het vergroenen van de dorpskernen ten behoeve van wateropvang, biodiversiteit, hitteregulatie, beweging, etc. d.m.v. het opstellen van groenstructuurplannen per dorp. ƒ Het inpassen van meer waterberging, in de dorpen zelf en op de overgang van dorp/oeverwal naar komgrond. ƒ Het waar mogelijk vervangen van verharding voor groen. 5.4 Klimaatvisie Landelijk (kommen)gebied Onze klimaatvisie: de mooiste binnentuin van Nederland De mooiste binnentuin van Nederland. Dat is het overkoepelende toekomstbeeld voor het rivierkommengebied in de gemeente West Maas en Waal, de stip op de horizon. Een rivierkommengebied waar behoud en ontwikkeling hand in hand gaan en functies elkaar versterken. We streven naar behoud van de bestaande kwaliteiten en dragen bij aan ondernemerschap met ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. We doen dit om de uitdagingen in het rivierkommengebied om te buigen naar kansen. Behoud van de bestaande kwaliteiten betekent dan ook geen stilstand of achteruitgang, maar het koesteren van het verleden van het rivierkommengebied met oog voor de toekomst. De op stapel staande transities bieden de kans om na te denken over de gewenste koers naar een toekomstbestendig gebruik van bodem, water en land. Klimaatadaptatie dient zo als vliegwiel voor het behouden en versterken van kwaliteit en toekomstbestendig ondernemerschap in het landelijk gebied.

Het landelijk gebied omvat het gehele buitengebied van de gemeente. Er zijn hier twee gebieden te onderscheiden. Dit zijn de oeverwallen en de rivierkommen. De oeverwallen bevatten o.a. waterhuishoudkundige werken. En op de oeverwallen is het grootste deel van de bebouwing te vinden. Het ruimtegebruik is op deze oeverwallen intens en complex. De rivierkommen zijn voornamelijk in gebruik als agrarisch gebied en/of recreatie en natuur. Ruilverkaveling heeft een grote invloed gehad op hoe het gebied er vandaag de dag bij ligt. Daardoor is er ook sprake van homogenisatie van de bodemsoorten en zijn grote verschillen grotendeel verdwenen.

32

Kenmerkend voor de oeverwallen zijn de bosschages, waterpartijen en lanen als onderdeel van (voormalige) kastelen en landgoederen. De oude wielen en kolken herinneren aan dijkdoorbraken en er zijn de veel boomgaarden. Door veranderingen in het klimaat komen deze onderdelen meer onder druk te staan. De droogte heeft onder meer invloed op de stabiliteit en inrichting van (natuurvriendelijke) oevers en naastgelegen wegen. Daar waar natte natuur aanwezig is moet worden voorkomen dat langdurige droogte leidt tot onherstelbare schades aan de natuurwaarden. Op de komgronden vinden veel agrarische activiteiten plaats die afhankelijk zijn van voldoende wateraanvoer en een goede waterberging en -afvoer. We zien steeds vaker hevigere en/of langdurige neerslag en kwelperioden voorkomen. De komgronden liggen laag in het landschap en door de dikke kleilaag blijven deze langer nat. Dit heeft invloed op de bedrijfszekerheid in het gebruik van de gronden, met name voor de akkerbouw. Percelen zijn in deze perioden moeilijker bereikbaar en risico op rijsporen (schades) zijn aanwezig wat invloed heeft op de bodemstructuur en op de gewassen. Het sterke wisselende karakter in extremen vraagt om een robuust en adaptief watersysteem. Het komgebied kent een zeer open, doch groen karakter.

Bij (langdurige) perioden van extreme hitte, kan de zonintensiteit en hoge gevoelstemperaturen leiden tot overlast, schades en gezondheidsproblemen. Voor toekomstbestendig recreatief gebruik een cruciaal aandachtspunt. In de Omgevingsvisie kiezen wij voor: ƒ In het Programma Vitaal Platteland verder onderzoeken hoe om te gaan met ecologische verbindingen en de groen-agrarische zone langs de wetering. Daarbij dan de goede afwegingen maken over de omvang en impact van deze gebieden. ƒ Het juiste grondgebruik op de juiste plek in het buitengebied. ƒ Het inzetten op een goed groenblauw dooraderd komgebied met agrarische activiteiten als hoofdfunctie. ƒ Het in samenwerking met agrariërs herstellen van historische landschapsstructuren ten behoeve van de groenblauwe verbindingen in het buitengebied. 5.5 Klimaatvisie Uiterwaarden Onze klimaatvisie: water en bodem sturend in uiterwaarden Onze uiterwaarden zijn onderhevig aan klimaateffecten. Uiterwaarden zijn bestemd voor het opvangen van hoge rivierstanden. In de uiterwaarden zijn meerdere functies aanwezig. Die functies komen door klimaatverandering onder druk te staan. Wij willen de condities in de uiterwaarden voor de bestaande functies optimaal houden. We werken toe naar een basis waarbij water en bodem sturend zijn en van waaruit gewerkt kan worden aan nieuwe kansen in de uiterwaarden.

De rivieren moeten hun benodigde ruimte kunnen blijven innemen. De keringen moeten voldoende op hoogte én stabiel zijn om extremen in rivierpeilen en afvoer te kunnen opvangen. Droogteproblematiek moeten mee worden gewogen in nieuwe ontwikkelingen. De gemeente heeft hier minder bevoegdheden en eigendommen in de uiterwaarden dan achter de dijken. Daarom ligt de focus in de uiterwaarden vooral op samenwerking en co-creatie en communicatie. Diverse functies zoals recreatie en agrarische activiteiten vinden plaats in de uiterwaarden. Bij normale omstandigheden zijn de uiterwaarden bereikbaar en beschikbaar. Door het veranderend klimaat is dit niet langer vanzelfsprekend. Denk bijvoorbeeld aan het hoogwater kan in 2021 en het effect op bijvoorbeeld de recreatie. Schades en overlast kunnen steeds vaker voorkomen. Gebruikers en inwoners in de uiterwaarden moeten rekening houden met een verandering van het gedrag van rivieren; de smeltwaterrivier wordt een regenwaterrivier. De langzame hoogwatergolven bij smeltwater maken deels plaats voor snelle regenwaterpieken in zomermaanden. Ook droogte en hitte leiden mogelijk tot meer (gezondheids)problemen, schade en overlast. Door droogte kan de rivierstand zo ver dalen dat bijvoorbeeld woonboten op het droge komen te liggen of recreatievaart wordt belemmerd. Door langdurige hete perioden neemt ook het risico op blauwalg toe.

Dit kan met name gevolgen hebben voor de volksgezondheid. 33

6 Werkwijze West Maas en Waal 6.1 We hanteren landelijke richtlijnen In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 zijn de ambities en processtappen meegegeven vanuit de Rijksoverheid om te komen tot een klimaatbestendige leefomgeving. Vanaf 2020 moet iedereen klimaatadaptatie in beleid en handelen hebben opgenomen. Toch heerste er in grote mate een vrijblijvendheid en individuele invulling in hoe dat klimaatadaptieve van de leefomgeving er uit moest zien en welke aanpak werd gevolgd. In 2022 heeft de Rijksoverheid besloten dat deze vrijblijvende invulling moet verdwijnen. Zij heeft daarom een aantal belangrijke beleidsbrieven vrijgegeven die via provinciale richtlijnen en normeringen zijn doorvertaald naar meer lokale schaal. Ook maken deze ontwikkelingen deel uit van de herziening van de woondeals. Deze beleidsbrieven worden naar verwachting binnen de planperiode van dit uitvoeringsprogramma juridisch geborgd. De gemeente West Maas en Waal ontwikkelt zich daarom in lijn met deze richtlijnen en past deze pragmatisch toe.

1. Beleidsbrief Water en Bodem Sturend De brief geeft 33 structurerende keuzes die gemaakt moeten worden om te komen tot een klimaatadaptieve inrichting. Daarin zijn duidelijke uitgangspunten geformuleerd waaraan een inrichting moet voldoen. Voorbeelden zijn dat de verharding van de bodem tot een minimum moet worden beperkt en dat het grondwaterpeil omhoog gaat. De beleidsbrief beantwoord de vraag: wat is nodig om klimaatadaptief te worden? De gemeente West Maas en Waal heeft, in lijn met deze beleidsbrief, ook het Toetsingskader Grondwater opgesteld.

2. Beleidsbrief Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving Deze brief beantwoord de HOE-vraag; hoe geven we invulling aan de inrichting met betrekking tot klimaatadaptatie? Deze brief is heel belangrijk voor de uitvoering van onze werkzaamheden. Deze geeft namelijk normen, richtlijnen en adviezen mee waaraan een inrichting moet voldoen. De brief gaat alleen over nieuwe inrichtingen in het stedelijk gebied. Het geeft primair geen invulling aan bestaand stedelijk gebied, maar is daar eventueel wel in te gebruiken. Hoewel richtlijnen en adviezen nog enige mate van eigen lokale invulling kennen, geldt dat niet voor de normen. De maatlat is opgenomen in bijlage 5. De gemeente West Maas en Waal heeft een Beeldkwaliteitsplan klimaatadaptatie opgesteld dat in zekere mate aansluit op de beleidsbrief.

3. Beleidsbrief Ruimtelijk Afwegingskader Deze brief beantwoord de WAAR-vraag; waar mag niet meer gebouwd worden en waar kan dat nog wel? En: waar kan gebouwd worden mits rekening houdend met hoge kosten voor mitigerende maatregelen? De waar-vraag is misschien wel het meest prangend bij de gemeentelijke woonopgaven. De gemeente West Maas en Waal is ingedeeld binnen de afweging Ja mits, grote opgave. De op een-na-hoogste indeling. Zoals het onderliggende rapport aangeeft moet de gemeente, naast ontwikkelen volgens de Maatlat, een grote inspanning leveren om klimaatadaptief te bouwen. Op de website van de rijksoverheid is meer informatie te vinden over het afwegingskader. De gemeente West Maas en Waal heeft een Beeldkwaliteitsplan klimaatadaptatie opgesteld dat in zekere mate aansluit op de beleidsbrief.

34

6.2 We hanteren voorkeursvolgorde voor water en droogte In West Maas en Waal volgen we de volgorde besparen - vasthouden - bergen - afvoeren. We verbruiken zo min mogelijk water. Het water dat we hebben, proberen we ze veel mogelijk te hergebruiken. We stimuleren anderen om hetzelfde te doen. We proberen het water zo veel mogelijk vast te houden waar het valt. Dat betekent ook dat particulieren het regenwater op hun terrein moeten bergen, tenzij dat echt niet kan. Wij zorgen ervoor dat het water op een plek komt waar het geen schade oplevert. Overlast proberen we te minimaliseren. Het regenwater bergen we het liefst in groenvakken. Daar kan het de bodem in trekken. Zo zorgen we er ook voor dat het water bijdraagt in de bestrijding van droogte. Daarvoor creëren we ook meer groen. Dit doen we door onnodig veel verharding (stenen, asfalt) te verwijderen en er groen voor terug te brengen. 6.3 Huisregels en kansenpakkers De Omgevingsvisie geeft een integrale visie en doelen, maar geen concreet handelingswijze. Deze handelingen (gedragsregels) moeten volgens de Omgevingswet landen in Omgevingsprogramma's en -plannen. Een voorbeeld van zo’n programma is dit uitvoeringsprogramma voor klimaatadaptatie. Het uitvoeringsprogramma voor klimaatadaptatie bevat hiervoor de benodigde evaluatie, nadere visie op klimaatadaptatie, ambitie en maatregelen.

We geven daarmee verder handen en voeten aan de Omgevingsvisie. De ruimte voor klimaatadaptatie in West Maas en Waal is heel beperkt en staat ook onder druk van andere maatschappelijke opgaven. Om de klimaatdoelstellingen, ook uit de Omgevingsvisie, te halen maken we duidelijke keuzes en duidelijke procesafspraken zodat de ruimte uniform en efficiënt ingericht en gebruikt wordt. Hiervoor stellen we de eerder genoemde gedragsregels op. We maken daarin onderscheid tussen huisregels (werkwijzen die we altijd nakomen) en kansenpakkers (werkwijze die extra voordeel oplevert). We volgen de huisregels op en pakken kansen die onze doelen versnellen en verbeteren. 6.4 Klimaatbestendig bebouwd gebied 6.4.1 Wat gaan we doen? In de dorpen liggen veel kansen voor het ontstenen van het openbaar gebied. In de openbare ruimte vinden de grootste wijzigingen plaats bij reconstructies of (her)ontwikkelingen, maar ook kleine aanpassingen. Tijdens deze werkzaamheden wordt klimaatadaptatie meegenomen. Zo zorgen we ervoor dat met ‘kleine lapjes klimaatwerk’ een lappendeken wordt gevormd die echt een bijdrage levert. Zo is elke klimaatbestendige handeling, hoe klein ook, belangrijk en waardevol. We hebben veel overbodige verhardingen liggen waar ruimte is voor groenstroken, plantvakken en borders met bloem- en kruidenrijke vegetatie.

Het lager aanbrengen van nieuw groen draagt bij aan het vergroten van de bergingscapaciteit voor regenwater. Het afkoppelen van regenwater draagt bij aan het lokaal gebruik en opvang van het regenwater, zodat op andere plekken de wateroverlast wordt beperkt. Gevelbeplanting en geveltuinen dragen bij aan verkoeling en biodiversiteit. Door in de toekomst smallere wegprofielen te maken, ontstaat meer ruimte voor waterberging en bermbeplanting. Waar ten slotte verharding noodzakelijk is, kan halfverharding worden toegepast. In de woonomgeving ligt een informatieve en voortrekkersrol (in de openbare ruimte) voor de overheid voor de hand. Bij herontwikkeling moeten kansen direct worden benut. Op de bedrijventerreinen liggen veel kansen voor groen zowel in de openbare ruimte als bij gebouwen. Dit draagt niet alleen bij aan klimaatadaptatie, maar vergroot ook de uitstraling van het bedrijventerrein. Bij het vergroten van groenoppervlak kan ook bodemstructuurverbetering worden toegepast. Waar al water aanwezig is, kunnen natuurvriendelijke oevers een meekoppelkans vormen voor biodiversiteit. Groene daken en halfverharding dragen bij aan de verkoeling van de bedrijventerreinen. Op bedrijventerreinen liggen grote kansen voor klimaatadaptatie als het gaat om schaalgrootte.

Het vereist echter wel een actieve rol van zowel de bedrijfseigenaren als de overheid om gezamenlijk te komen tot integrale transitie. Daarnaast draagt elk initiatief op perceelsniveau uiteraard ook bij aan de transitie. 35

Wij richten ons bij werkzaamheden niet alleen op de openbare ruimte maar proberen ook inwoners mee te nemen. Dat doen we deels door bij herinrichtingen klimaatbestendige maatregelen uit handen te nemen van inwoners. Maar ook door ze te enthousiasmeren zelf iets te doen. We versterken hiervoor de communicatie langs diverse lijnen. Zo zoeken we ook aansluiting bij de warmtetransitie om koeling in woningen mee te nemen bij herinrichting van de warmtevoorziening van woningen. 6.4.2

Huisregels voor klimaatbestendig bebouwd gebied

Huisregel Bij (her)inrichtingen en/of (ruimtelijke) ontwikkelingen volgen wij de landelijke Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Bij (her)inrichtingen en/of (ruimtelijke) ontwikkelingen wordt het beeldkwaliteitsplan klimaatadaptatie geraadpleegd.

Bij (her)inrichtingen en/of (ruimtelijke) ontwikkelingen wordt altijd gekeken of meegekoppeld kan worden op projecten uit de maatregelenagenda.

Bij herinrichting van de openbare ruimte wordt, indien mogelijk, de openbare weg afgekoppeld van het riool. Regenwater wordt zichtbaar bovengronds verwerkt en afgevoerd naar een bovengrondse bergingslocatie. Bij (her)inrichtingen in Appeltern wordt altijd het afkoppelplan Appeltern toegepast.

Locaties waar water wordt vastgehouden combineren we met opgaven uit de andere thema’s. Bij herinrichting van de openbare ruimte wordt de ruimte zo maximaal mogelijk ontsteend en omgevormd tot groen en water.

Bij herinrichting of onderhoud aan wegen worden de minimale breedtes conform CROW aangehouden.

36

Omschrijving Bij nieuwe inrichtingen en/of (ruimtelijke) ontwikkelingen wordt de Maatlat toegepast in combinatie met de hieronder verder omschreven huisregels. In 2022 is het ‘Beeldkwaliteitsplan Klimaatadaptatie, West Maas en Waal’ vastgesteld. Het is een inspiratieboek dat handvaten geeft om klimaatadaptief in te richten. Met dit inspirerende boek gaat de gemeente graag het gesprek aan over de vraag hoe klimaatmaatregelen hun plek vinden in ruimtelijke ontwikkelingen Er vinden veel ontwikkelingen plaats in onze openbare ruimte. Zodra er een ontwikkeling plaatsvindt dient altijd gekeken te worden of er een project uit de maatregelenagenda in de buurt ligt en of hiermee slim meegekoppeld kan worden. Zo maken we werk met werk. Dit leidt tot minder overlast en is kostenefficienter. Ons rioolstelsel is niet geschikt om hevige regenbuien te verwerken. Als we een straat aanpakken dan zorgen we ervoor dat het regenwater niet naar het riool gaat maar wordt afgevoerd naar een bergingslocatie of oppervlaktewater. Specifiek voor Appeltern is in 2018 het Afkoppelplan Appeltern vastgesteld. Bij werkzaamheden waarbij de weg wordt opgebroken, wordt het afkoppelplan meegenomen. Regenwater wordt zo veel mogelijk bovengronds afgevoerd naar én verwerkt op plekken waar het geen schade oplevert.

Als het om afgewogen redenen niet mogelijk is om het regenwater bovengronds te verwerken dan nemen we maatregelen onder het maaiveld. We zoeken dan naar een ondergrondse oplossing met zo min mogelijk verstoring van de bodem en het grondwater. Onze leefomgeving staat onder druk van allerlei maatschappelijke opgaven. We benutten de beperkte ruimte efficiënt door aanpalende onderwerpen als biodiversiteit, sociale cohesie, natuurlijk spelen en ruimtelijke kwaliteit mee te nemen in onze klimaatmaatregelen. Versteende omgevingen zorgen ervoor dat regenwater niet de grond in kan trekken en sneller afstroomt. Het regenwater zorgt dan voor overlast en mogelijk schade op lager gelegen delen. Ook warmt een versteende omgeving sneller op. Hoe meer verharding verdwijnt hoe klimaatbestendiger de omgeving wordt. Wij zetten dan ook maximaal in om maximaal te ontstenen. De ruimte die ontstaat benutten we voor water en groen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de onthardingstekening die in 2022 is opgesteld. Op deze tekening is, op basis van minimale weg- en trottoirbreedtes conform de CROW normeringen, in beeld gebracht tot hoever de verharding kan worden verminderd. En daarmee dus ruimte ontstaat voor groen en water. Uiteraard wordt altijd gekeken naar de locatiespecifieke situatie. Het verminderen van verharding mag nooit leiden tot onveilige situaties.

De inbreng van de verkeerskundige en de wegbeheerder wordt altijd in de afweging meegenomen.

Parkeervakken worden bij herinrichting uitgevoerd met waterdoorlatende en/of doorgroeitegels, tenzij na overweging de wegbeheerder en groenbeheerder anders beslissen .

Bij boomwortelopdruk wordt het voetpad voorzien van halfverharding of verhoogd (bol) aangelegd om de bomen (indien wenselijk) te behouden.

Als we vergroenen dan doen we dat met zo veel mogelijk inheemse planten en ten gunste van biodiversiteit. Bij herinrichtingen en/of ruimtelijke ontwikkelingen wordt een diversiteit in groensoorten en -hoogten toegepast.

Bij toepassing van nieuwe materialen wordt gekeken naar een optimale kleurstelling tegen hittestress.

De inrichting van de openbare ruimte dient zo te zijn dat groenvakken allereerst voorzien worden van afstromend hemelwater vanuit openbaar terrein. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden bomen zo geplaatst dat zijn schaduw het meeste effect heeft. Nieuwe paden in groenzones / parken maken we in halfverharding.

6.4.3

Er is al veel ervaring opgedaan met groene parkeervakken binnen onze gemeente. Groene parkeervakken- en terreinen leveren een noemenswaardige bijdrage aan de klimaatbestendigheid. Nieuwe parkeervakken worden daarom voortaan uitgevoerd met waterdoorlatende en/of doorgroeitegels. De materiaalkeuze in openbaar terrein ligt altijd bij de wegbeheerder en groenbeheerder. Onze gemeente kent, vanwege de hoge grondwaterstanden, veel boomwortelopdruk. In het verleden moest de boom wijken om de opdruk te voorkomen. Wij kiezen vanaf nu voor het aanpassen van voetpaden en het niet het preventief verwijderen van bomen. De eindbeslissing ligt altijd bij de wegbeheerder en groenbeheerder. We passen alleen inheemse soorten toe in onze dorpen. De sortimentkeuze ligt bij de projectleider Groen. Het sortiment is gericht op het behalen van de groenopgaven binnen onze gemeente. Hiervoor maken we onder meer gebruik van het biodiversiteitsplan dat onze gemeenteraad heeft vastgesteld. De afwisseling van bomen, vaste planten, struiken en gras zorgt voor een groot koelend effect door veel contact met de lucht. Daarnaast zorgt gevarieerd groen ook voor een goede leefomgeving voor fauna. De definitieve plantkeuze in openbaar terrein ligt altijd bij de groenbeheerder. Zo worden bankjes uitgevoerd in hout. Hout geleid minder warmte dan bijvoorbeeld metaal en is daardoor minder snel koud of warm.

Bij verhardingen gaat de voorkeur uit naar geen hele donkere of hele lichte kleuren. De definitieve materiaalkeuze in openbaar terrein ligt altijd bij de wegbeheerder van de gemeente. Zo hoeven groenvakken minder vaak besproeid te worden en wordt gelijk het eerste gedeelte van het water geborgen. Dit kan door het aanbrengen van verlaagde groenvakken. Of bijvoorbeeld door het plaatsen van opsluitbanden met verlagingen of doorbrekingen (ruimtes er tussenlaten). Bij de ontwerpen dient slim rekening gehouden te worden met de schaduwval van bomen. Zeker bij uitbreidingslocaties, met een nieuw in te richten ondergrond, is hier ruimte voor. Halfverharding laat meer water door dan gesloten verharding. Daarnaast geeft halfverharding een natuurlijke uitstraling aan de groene omgeving.

Kansenpakkers voor klimaatbestendig bebouwd gebied

Kansenpakker Bij elke herinrichting van de openbare ruimte stimuleren we inwoners een bijdrage te leveren aan afkoppelen en bergen van regenwater en vergroenen van hun tuinen.

37

Omschrijving Gemeenten gaan niet over de inrichting van bestaande (voor)tuinen. Maar toch liggen hier mooie kansen om bij te dragen aan klimaatadaptatie. Bij herinrichtingsprojecten worden de bewoners (pro)actief door onze gemeente benaderd om een eigen bijdrage te leveren. Waar mogelijk faciliteert de gemeente dit voor de inwoners.

6.5 Klimaatbestendig kommengebied 6.5.1 Wat gaan we doen? West Maas en Waal heeft een groot kommengebied. Dit kommengebied is, zo vinden wij, de mooiste binnentuin van Nederland. Het gebied is echter ook zeer monomaan ingericht. Hier is voornamelijk sprake van landbouw waarbij het landschap ondergeschikt is aan de bedrijfsvoering. Deze bedrijfsvoering komt onder druk door weersextremen wat een aanleiding is om het landelijke gebied meer klimaatbestendig in te richten. Dit kan bijvoorbeeld door structuurwijzigingen om water vast te houden of door te werken aan bodemstructuur om de doorlatendheid te verhogen. Waar al water aanwezig is, kunnen natuurvriendelijke oevers het waterbergend vermogen van de watergang vergroten en een meerwaarde vormen voor biodiversiteit. Het waterbergend vermogen kan tevens vergroot worden door het verbreden van bestaande watergangen. In de rivierkommen liggen ook veel kansen voor passende vegetatie die bovendien ook voor productie interessant kunnen zijn. Natte teelt vormt hierbij een goede aanvulling. Op stallen en grotere bouwwerken zijn zonnepanelen een meekoppelkans voor energieopwekking. Akkerranden en grenzen kunnen groener worden ingericht met bloem- en kruidenrijke vegetatie. Groenblauwe structuren in bebouwd gebied kunnen aansluiten op groenblauwe dooradering in het landelijk gebied. Het buitengebied vormt het grootste deel van de gemeente.

In het landelijk gebied liggen grote kansen voor klimaatadaptatie als het gaat om schaalgrootte. Het vereist echter wel een actieve rol van zowel de agrariërs als de overheid om gezamenlijk te komen tot integrale transitie om samen een robuustere positie te krijgen. Daarnaast draagt elk initiatief op perceelsniveau uiteraard ook bij aan de weerbaarheid. Deze initiatieven stimuleren we. In het buitengebied heeft de gemeente weinig openbare ruimte om deze problemen zelfstandig aan te pakken. Bij onze aanpak proberen wij zo veel mogelijk gebruik te maken van de gemeentelijke eigendommen. Daar waar particulieren bereid zijn een bijdrage te leveren, nemen wij deze kansen graag aan. Waar nodig en mogelijk draagt de gemeente financieel bij. Er zijn ook kansen door gebruik te maken van verworven eigendommen van het waterschap. Mocht het waterschap grond verwerven en deze toevallig dicht bij een dorp liggen dan kunnen hier ook de doelen van dit LUP gerealiseerd worden. 6.5.2

Huisregels voor klimaatbestendig kommengebied

Huisregel Bij (her)inrichtingen, reconstructies en/of (ruimtelijke) ontwikkelingen is een robuust watersysteem leidend.

38

Omschrijving Dit betekent dat de waterhuishouding minimaal gelijkwaardig blijft (conform de Waterwet) maar dat wij al het mogelijke proberen om het watersysteem te verbeteren. Een robuust watersysteem is noodzakelijk, met name voor de westzijde van onze gemeente. Dit deel van onze gemeente krijgt namelijk in natte periode te maken met zeer veel water uit de regio dat moeilijk snel af te voeren is naar de Maas. Hierdoor kan wateroverlast ontstaan. Op momenten van droogte is dit deel echter slecht van voldoende water te voorzien. In de toekomst wordt deze waterschaarste op die momenten zelfs groter omdat de waterinlaat wordt verminderd. De waterzekerheid kan dan niet gegarandeerd worden. Een robuust watersysteem is zo ingericht dat beide extremen in voldoende mate worden ondervangen en het liefst zo is ingericht dat het te veel in natte perioden wordt gebufferd voor droge perioden.

Klimaatproblematiek binnen onze dorpen mag niet worden afgewenteld op het kommengebied.

Onze klimaataanpak richt zich primair op behoud van het kommengebied. Waar mogelijk versterken we het gebied in samen werking met gebiedspartijen.

Als we onze groenstructuur versterken dan doen we dat met inheemse planten en ten gunste van biodiversiteit. We richten ons daarbij op de zogeheten groenblauwe dooradering.

Bij ontwikkelingen nemen we de principes van de beleidsbrieven mee.

6.5.3

West Maas en Waal heeft een prachtig open kommengebied. Hoewel hier ook uitdagingen liggen ten aanzien van klimaatverandering moeten kwetsbaarheden en problemen binnen onze dorpen niet worden opgelost door maatregelen en activiteiten in het kommengebied. Daarmee worden de kwetsbaarheden in de dorpen niet (voldoende) aangepakt en gaat dit ten kosten van het kommengebied. Wel kan worden gekeken om een groene verbinding tussen dorp en kommengebied te maken zodat onze inwoners de groene buitenruimte kunnen opzoeken in perioden van (extreme) hitte. Dit kan, waar mogelijk, worden meegekoppeld met ontwikkelingen gericht op recreatie en toerisme, maar onze klimaataanpak wordt niet primair ingezet om recreatie en toerisme te stimuleren. Het robuuster maken van het watersysteem is essentieel binnen onze gemeente (zie 1). Maar verder lijken de kwetsbaarheden voor klimaatverandering, met name hitte, in ons kommengebied mee te vallen. Daar waar mogelijk proberen we groenstructuren te versterken zolang deze passend zijn in het landschap. Het gebruik van het gebied mag daarbij, zowel economisch als recreatief, niet belemmerd of geschaad worden. Beter gezegd streeft onze gemeente zo veel mogelijk naar het behoud van het kommengebied, zoals het nu is. Daarmee leveren we niet in op onze klimaataanpak, maar behouden we onze mooie binnentuin.

We onderzoeken waar we groenstructuren kunnen versterken (zie ook Kansenpakkers). We passen daarbij alleen inheemse soorten toe binnen ons kommengebied. De sortimentkeuze ligt bij de projectleider Groen. Het sortiment is gericht op het behalen van de biodiversiteitsopgaven binnen onze gemeente. Hiervoor maken we onder meer gebruik van het biodiversiteitsplan dat onze gemeenteraad heeft vastgesteld. Zie hiervoor ook paragraaf 6.1

Kansenpakkers voor klimaatbestendig kommengebied

Kansenpakker Bij (her)inrichtingen, reconstructies en/of (ruimtelijke) ontwikkelingen worden kansen voor meer niet-agrarisch groen en biodiversiteit onderzocht.

Omschrijving Waar mogelijk worden deze kansen in samenspraak en in samenwerking met agrariërs, inwoners en andere stakeholders opgepakt.

Bij elke herinrichting van de openbare ruimte stimuleren we inwoners om bijdrage te leveren aan afkoppelen en bergen van regenwater.

Gemeenten gaan niet over de inrichting van particuliere percelen. Maar toch liggen hier mooie kansen om bij te dragen aan klimaatadaptatie. Bij projecten worden de bewoners en agrariërs gevraagd of zij een eigen bijdrage kunnen leveren. Waar mogelijk faciliteert de gemeente dit.

39

6.6 Klimaatbestendige uiterwaarden 6.6.1 Wat gaan we doen? De uiterwaarden en oeverwallen vormen de natuurlijke buitenrand van de gemeente West Maas en Waal. Zowel de Waallinten als de Maasdorpen liggen op de oeverwallen. Tussen de dorpen in zijn de oeverwallen veelal ingericht als agrarisch gebied, met een relatief grote hoeveelheid fruitteelt. De uiterwaarden zijn in het noorden breed met ruimte ingevuld voor de natuur. In het zuiden zijn de uiterwaarden smaller met meer mogelijkheid voor recreatie op aangewezen plekken. Bij ontwikkelingen houden we rekening met ‘functie volgt peil’. Nieuwe (kwetsbare) functies (zoals wonen) worden, waar dat kan, op een hoger peil aangebracht of buiten kwetsbare zones. De uiterwaarden zijn in feite het winterbed van de rivier. Met het verschijnen van de beleidsbrief Water en Bodem Sturend zijn de ruimtelijke mogelijkheden in de uiterwaarden sterk beperkt. De rivieren moeten hun benodigde ruimte kunnen innemen. De keringen moeten voldoende op hoogte én stabiel zijn om extremen in rivierpeilen en -afvoer te kunnen opvangen. In dit gebied liggen grote kansen voor klimaatadaptatie. Het vereist echter wel een actieve rol van alle partijen om gezamenlijk te komen tot integrale transitie. Klimaatadaptatiemaatregelen kunnen hier zorgen voor gezonde en duurzame verblijfsplekken voor mens, dier en plant.

Foto: Bouwen in de uiterwaarden is niet meer toegestaan. De herijking van de Beleidslijn Grote Rivieren heeft gevolgen voor ontwikkelingen in onze uiterwaarden.

40

6.6.2

Huisregels voor klimaatbestendige uiterwaarden

Huisregel Klimaatproblematiek in de uiterwaarden mogen niet worden afgewenteld op de dorpen of het kommengebied én andersom.

Bij ontwikkelingen nemen we de principes van de beleidsbrieven mee. Nieuwe groenstructuren vinden plaats met inheemse planten en ten gunste van biodiversiteit.

6.6.3

Bij initiatieven die zich richten op het versterken van groenstructuren richten wij ons alleen op toepassing van inheemse soorten binnen onze uiterwaarden. Het sortiment daarbij moet zich mede richten op het behalen van de biodiversiteitsopgaven binnen onze gemeente. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van het biodiversiteitsplan dat onze gemeenteraad heeft vastgesteld.

Kansenpakkers voor klimaatbestendige uiterwaarden

Kansenpakker Wij onderzoeken de mogelijkheden van aquathermie uit rivieren.

41

Omschrijving De uiterwaarden zijn primair bedoeld voor de winterbedding van de rivieren. Daarnaast zijn de uiterwaarden van West Maas en Waal schitterend om op passende wijze in te recreëren. Een deel van de uiterwaarden, met name het noordelijk deel, bevat unieke natuur passende bij het rivierengebied. De rivier is echter dynamische en de verschillen tussen hoogwater en laagwater worden steeds extremer. Kwetsbaarheden binnen onze dorpen, kommengebied en uiterwaarden mogen niet onderling op elkaar worden afgewenteld. Tenzij uiteraard een integrale oplossing behaald kan worden met een ingreep in een van de deelgebieden. Oplossingen in de uiterwaarden moeten altijd worden onderzocht op de daar aanwezige functies zoals recreatie, agrarische activiteit of natuur. Zie hiervoor ook paragraaf 6.1

Omschrijving Onze mooie gemeente grenst aan de Maas en de Waal. Dat geeft ons een unieke ligging. We vinden het interessant om te onderzoeken of deze unieke ligging mogelijkheden geeft tot het opwekken van duurzame energie.

7 Lokale uitvoering in West Maas en Waal 7.1 Lokale kwetsbaarheden, lokale aanpak Om de gevolgen van de weersveranderingen te beperken is het vooral ‘de schop in de grond’ zetten. De komende jaren gaan we diverse maatregelen nemen in de openbare ruimte om de leefbaarheid in onze kernen te versterken, voor nu en in de toekomst. Tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat het grootste deel van onze dorpen geen openbare ruimte betreft, maar particuliere eigendommen. Als we aan de slag gaan in de openbare ruimte, dan zoeken we de dialoog én de kansen om samen met onze inwoners mooie en fijne dorpen te maken. Daarnaast maken we gebruik van lokale en regionale communicatiemiddelen om bewoners te informeren, stimuleren en enthousiasmeren om zelf ook te vergroenen. Uiteraard werkt dit ook andersom; wanneer een particulier zich meldt met een initiatief, dan neemt onze gemeente deze in overweging om daaraan bij te dragen. 7.2 Maatregelen in de openbare ruimte Het klimaat verandert met hoge snelheid. Uit onderzoek blijkt dat onze dorpen (nog) niet klimaatbestendig zijn. Na de vaststelling van de RAS in 2019 hebben we de klimaatkwetsbaarheden in West Maas en Waal nog beter in beeld gebracht. Dit resulteert in een maatregelenagenda voor onze openbare ruimte. Voor de uitvoeringsperiode 2024 tot en met 2029 hebben wij een deelrapportage gemaakt. Deze is opgenomen in bijlage 2.

Alle benodigde maatregelen voor deze periode zijn in deze agenda opgenomen. Ook voor deze uitvoeringsperiode wordt met name gekeken naar meekoppelkansen (lopende projecten en activiteiten waarbij aangesloten kan worden) en zogeheten laaghangend fruit (de eenvoudig uit te voeren maatregelen). Uiteraard krijgen de meest urgente maatregelen prioriteit. In onderstaande tabel is voor iedere dorpskern weergegeven in welk jaar welk type maatregel wordt uitgevoerd. Hierbij zijn de maatregelen onderverdeeld in drie categorieën: ƒ

Vergroenen van dorpen (

ƒ

Voorzieningen plaatsen om de openbare ruimte aantrekkelijk en geschikt te maken voor (verkoelend en sociaal) verblijf (

ƒ

Maatregelen om regenwateroverlast tegen te gaan (

) )

)

Bij de programmering is zo veel mogelijk meegekoppeld met reeds geplande projecten in de openbare ruimte. Daarnaast zijn er een aantal projecten aan de agenda toegevoegd die niet, of in een andere vorm, als maatregel in de Maatregelagenda klimaatadaptatie (2020) staan. Een voorbeeld hiervan is het afkoppelen van de Margrietstraat in Beneden-Leeuwen en het project Kerkstraat in Wamel. Beide projecten hebben echter een groot positief effect op de het beperken van gevolgen door weersextremen in de dorpen. Deze projecten hebben ook vanuit de Rijksoverheid subsidie (Impulsgelden) ontvangen. Ze worden daarom alsnog toegevoegd aan deze uitvoeringsagenda. In de kernen Alphen en Altforst zijn voor de periode 2024-2029 geen maatregelen gepland. De afgelopen uitvoeringsperiode is het merendeel van de beoogde maatregelen in deze kernen uitgevoerd. De overgebleven maatregelen voor deze kernen blijven staan voor uitvoering na 2029. Indien een meekoppelkans zich voordoet kunnen deze alsnog naar voren gehaald worden.

42

7.3 Samenwerking met het waterschap Op dit moment zitten de werkzaamheden uit het waterplan West Maas en Waal 2005 – 2025 in de laatste fase. Vrijwel alle maatregelen die in 2005 zijn opgenomen in het plan zijn uitgevoerd. Wel zijn enkele maatregelen nog niet opgepakt, maar wel noodzakelijk. Ook zijn door de diverse stedelijke ontwikkelingen nieuwe uitdagingen ontstaan die onze aandacht vergen. In deze planperiode zetten we de samenwerking met het waterschap voort. Dit doen we echter los van een gezamenlijk waterplan. Hiervoor in de plaats komen 3 thema’s waar binnen de planperiode minimaal op wordt ingezet: 1. Aanpak van watersysteemknelpunten 2. Realisatie van klimaatbuffers 3. Stedelijke wateropgaven 7.3.1 Watersysteemknelpunten Omdat het thema water een zeer belangrijk onderwerp is binnen de klimaatadaptatie zijn veel van de benodigde watermaatregelen, die anders in een nieuw waterplan zouden landen, ook hierin opgenomen. Zowel het waterschap als de gemeente hebben een eigen uitvoeringsprogramma voor klimaatadaptatie én werken regionaal samen aan een uitvoeringsprogramma voor klimaatadaptatie. Gezamenlijk is vastgesteld dat een nieuw waterplan zoals in 2005 is opgesteld niet meer nodig is en dat voortaan vanuit de opvolgende klimaatprogramma’s wordt gewerkt. Voor deze planperiode is gewerkt aan een watersysteemknelpuntenkaart. Deze is opgenomen in bijlage 3.

In de komende planperiode worden, wanneer de kans of noodzaak ontstaat, de knelpunten opgepakt. De benodigde kosten zijn reeds opgenomen in het Beleidsplan Water en Riolering. Hiermee is rekening gehouden. 7.3.2 Klimaatbuffers Naast hele natte perioden komen steeds vaker hele droge perioden voor. Ons gebied is zeer kwetsbaar voor deze perioden. Via primaire watergangen wordt het water aangevoerd. Omdat onze gemeente zich aan het eind van de gebruikersketen bevindt, staat de waterzekerheid onder druk. Met name voor het landelijk gebied en de agrarische activiteiten rondom Dreumel en Wamel is wateraanvoer in perioden van droogte penibel. Om die reden hebben wij samen met het waterschap vijf klimaatbuffer gerealiseerd, samen ongeveer 5 ha groot. In deze buffers slaan we water op die in tijden van droogte aan het systeem worden losgelaten. Samen met het waterschap onderzoeken we in deze planperiode de mogelijkheid om nog meer klimaatbuffers te realiseren. 7.3.3 Stedelijke wateropgaven Op dit moment werkt Waterschap Rivierenland aan de herijking van de stedelijke wateropgaven. In de diverse kernen van West Maas en Waal wordt het oppervlaktewatersysteem gemonitord vooruitlopend op deze analyses. De wateropgaven uit 2005 zijn vrijwel overal behaald. Alleen in Appeltern wordt nog een bergingsopgave van 0,4 ha gerealiseerd aan de Klaverpas en Van Rechterenstraat.

Wij zijn positief gestemd dat een grote nieuwe opgave in onze gemeente niet aan de orde zal zijn, maar houden rekening met extra uitvoeringsmaatregelen en daarmee samenhangende kosten. Mocht dit aan de orde zijn dan nemen wij de benodigde budgetten mee in de nieuwe planperioden van het Beleidsplan Water en Riolering.

43

7.4 Financiële gevolgen lokale uitvoering Met dit uitvoeringsprogramma voor klimaatadapatie staan er voor de komende periode 55 maatregelen op de planning voor 2024 tot eind 2029, verdeeld over 34 projecten. De uitvoeringsagenda inclusief overzichtskaarten is bijgevoegd in bijlage 2. Per dorp zijn ook de verwachte jaarlijkse kosten weergegeven. Voor deze periode kan gebruik worden gemaakt van bijdragen door derden zoals de Tijdelijke Impulsgelden Klimaatadaptatie (subsidie) en co-financiering door het waterschap. Deze zijn onder de kolom ‘bijdrage derden’ weergegeven. Dorp Alphen Altforst Appeltern Beneden-Leeuwen Boven-Leeuwen Dreumel Maasbommel Wamel

2024 projectkosten bijdragen derden kosten gemeente € - € - € € - € - € € 410.000 € 220.000 € 190.000 € 19.500 € - € 19.500 € - € - € € - € - € 88.000 € 108.000 € 20.000 € € - € - € -

2025 projectkosten bijdragen derden kosten gemeente € - € - € € - € - € € - € - € € 105.000 € 33.000 € 72.000 € 21.000 € - € 21.000 € 360.000 € 240.000 € 120.000 € - € - € € 50.000 € - € 50.000

2026 projectkosten bijdragen derden kosten gemeente € - € - € € - € - € € - € - € € 135.000 € 5.500 € 130.000 € - € - € € - € - € € - € - € € 80.000 € 20.000 € 60.000

Totaalkosten

€

€

€

Dorp Alphen Altforst Appeltern Beneden-Leeuwen Boven-Leeuwen Dreumel Maasbommel Wamel

2027 projectkosten bijdragen derden kosten gemeente € - € - € € - € - € € - € - € € 55.500 € 5.500 € 50.000 € 140.000 € 12.000 € 128.000 € - € - € € - € - € € 60.000 € 16.000 € 44.000

2028 projectkosten bijdragen derden kosten gemeente € - € - € € - € - € € 10.000 € - € 10.000 € 80.000 € 25.000 € 55.000 € 2.000 € - € 2.000 € 120.000 € 23.000 € 97.000 € 12.000 € 12.000 € 75.000 € 14.000 € 61.000

2029 projectkosten bijdragen derden kosten gemeente € - € - € € - € - € € - € - € € 250.000 € - € 250.000 € - € - € € - € - € € - € - € € - € - € -

Totaalkosten

€

€

€

Dorp Totaal

537.500 €

255.500 €

Alphen €

240.000 €

33.500 €

Altforst - €

297.500

222.000

Appeltern - €

536.000 €

299.000 €

273.000 €

62.000 €

Beneden-Leeuwen Boven-Leeuwen

200.000 €

576.500 €

151.000 €

263.000

237.000

Dreumel 217.000 €

215.000 €

25.500 €

250.000 €

Maasbommel 150.000 €

- €

Wamel 165.000 €

190.000

250.000

totaal 1.459.500

7.5 Klimaatadaptatie onderdeel van exploitatie Vanaf 2020 moet elke ruimtelijke ontwikkeling klimaatbestendig worden uitgevoerd. Dit is vastgelegd in het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie. In 2022 is klimaatadaptatie (inclusief woningbouw en andere ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving) vastgelegd in de Provinciale omgevingsvisie. Gemeente West Maas en Waal heeft klimaatadaptatie opgenomen in haar eigen Omgevingsvisie. Elk initiatief of nieuwe ontwikkeling heeft zich hier aan te conformeren. Dat betekent ook dat de kosten voor een klimaatbestendig inrichting van de buitenruimte óf het nemen van mitigerende maatregelen bij ontwikkelingen meegenomen moeten worden binnen de planexploitatie. De ontwikkelaar of initiatiefnemer moet hier in zijn exploitatie rekening mee houden. De gemeente draagt alleen bij in kosten als deze niet toe te rekenen zijn aan het plan, maar wel de doelen van de gemeente versneld. Hierover zal de gemeente altijd in overleg treden met de betreffende initiatiefnemer. 44

45

8 Procesverantwoording 8.1 Gemeentelijke bijdrage aan regionale speerpunten Participeren in een regionale samenwerking heeft voor West Maas en Waal veel meerwaarde. Hiermee kunnen onze ambities doelmatig en uniform zowel regionaal als lokaal worden gerealiseerd. De financiële bijdrage in de periode 2024-2029 die onze gemeente hiervoor moet leveren is € 217.000. Voor 2024 is de bijdrage van de gemeente West Maas en Waal € 10.000 en voor 2025 is de bijdrage geraamd op € 23.000. Voor deze jaren dragen Gemeente Nijmegen, Provincie Gelderland en Waterschap Rivierenland een hogere bijdrage. Vanaf 2026 zijn de jaarlijkse kosten geraamd op ongeveer € 30.000 euro. Dit is gebaseerd op onderstaande raming. Tabel: Kosten t.b.v. regionale uitvoering vanaf 2026

Speerpunt 1. Klimaatbestendig en waterrobuust stedelijk gebied 2. Klimaatbestendig en waterrobuust landelijk gebied 1. Klimaatkennis 2. Communicatie Totaal

Kosten vanaf 2026 € 7.500 € 7.500 € 6.500 € 8.500 € 30.000

Omdat de werkelijke kosten op dit moment nog niet zijn te bepalen, wordt uitgegaan van een maximaal jaarlijks budget (tot en met 2029) van € 46.000 voor gemeente West Maas en Waal. Dit is in de regio afgesproken en via de stuurgroep geaccordeerd. Dit bedrag geldt voor alle participerende gebiedspartijen. De bijdrage van onze gemeente worden gedekt vanuit bestaande financiële middelen uit het Beleidsplan Water en Riolering. Verder kan mogelijk beroep worden gedaan op diverse subsidiabele middelen zoals het Deltafonds. Deze mogelijkheden worden gedurende de looptijd nader onderzocht en zo mogelijk benut. Tabel: Kosten t.b.v. regionale uitvoering in periode 2024-2029

Bijdragen per partner Gemeente Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, West Maas en Waal en Wijchen Gemeente Nijmegen, Provincie en Waterschap Totaal

2026 - 2029

2024 € 10.000

2025 € 23.000

€ 17.000

€ 30.000

Min. € 30.000 Max. €46.000

€ 111.000

€ 228.000

Min. € 270.000 Max. € 414.000

Min. € 30.000 Max. €46.000

Maximaal 2024-2029 € 217.000

Vanaf 2026 worden de bedragen jaarlijks geïndexeerd op basis van het prijspeil 2024. Verder stellen alle partijen capaciteit beschikbaar voor het uitvoeren van acties en de realisatie van opgaven. In totaal wordt in de periode van 2024 tot en met 2029 van de gemeente West Maas en Waal een bijdrage van 217.000 en 0,2 fte/jaar verwacht.

46

8.2 Gemeentelijke kosten voor lokale maatregelen De uitvoering van lokale maatregelen in de fysieke leefomgeving kost de gemeente geld. Om kosteneffectief aan de slag te gaan wordt vooral aangesloten bij reeds lopende of geplande werkzaamheden in de periode 2024 – 2029. De totaalkosten voor de periode 2024-2029 bedragen circa € 2.093.500,- . De opbouw van de kosten zijn terug te vinden in de deelrapportage van de Maatregelenagenda Klimaatadaptatie in bijlage 4. Door gebruik te maken van de bijdragen die door derden wordt geleverd komen de kosten voor de gemeente uit op € 1.459.500,-. De kosten voor dit uitvoeringsprogramma kunnen volledig worden gedekt vanuit bestaande financiële middelen. Maar het blijven financiële ramingen. Uiteraard geldt altijd dat, als blijkt dat alsnog niet vanuit beschikbare financiële middelen gefinancierd kan worden, de gemeenteraad verzocht wordt de benodigde kredieten beschikbaar te stellen. Tabel: Kosten t.b.v de lokale uitvoering periode 2024-2029

Uitvoeringsmaatregelen in de openbare ruimte

2024

2025

2026

2027

2028

2028

Totaal

€ 297.500

€ 263.000

€ 190.000

€ 222.000

€ 237.000

€ 250.000

€ 1.459.500,-

8.3 Personele gevolgen Een plan valt of staat met de enthousiaste inzet van onze medewerkers. De Beleidsmedewerker Water en Klimaatadaptatie initieert en monitort het uitvoeringsprogramma. Om zeker van de inzet van collega’s en gebiedpartners te zijn is dit uitvoeringsprogramma ontwikkeld en besproken met de beoogde interne en externe medewerkers (zoals het waterschap). Het plan is zo samengesteld dat de werkzaamheden aansluiten en passen binnen de lopende taken en projecten. Op die manier heeft dit plan een minimale invloed op de jaarplanningen van onze medewerkers. Uiteraard houden wij goed bij of de omvang van werkzaamheden niet te groot wordt. Als blijkt dat er onvoldoende capaciteit is wordt tijdig afgestemd met het management en wordt zo nodig opgeschaald door inzet van extra medewerkers of afgeschaald. Dat laatste kan inhouden dat ambities worden opgepakt of ingevoerd in uitvoeringsprogramma’s die volgen na 2029. 8.4 Evaluatie en vervolg Dit klimaatbeleidsplan inclusief maatregelenagenda heeft een doorlooptijd tot en met 2029. Verantwoording en daarmee evaluatie van dit uitvoeringsprogramma loopt via de bestaande gemeentelijke middelen zoals bij de jaarrekening. Begin 2028, na beëindiging van de Tijdelijke Impulsgelden, stellen wij een tussenevaluatie op.

Maatregelen die op dat moment nog lopen of nog niet zijn uitgevoerd, worden opnieuw bekeken en eventueel van een nieuwe planning voorzien. De volgende periode betreft 2030 tot en met 2035. Voor de periode na 2029 staan nog 73 maatregelen open. In deze planperiode herijken we de stresstesten uit 2019. Dit is een verplichting van de Rijksoverheid. Eventueel nieuwe maatregelen worden met de volgende uitvoeringsperiode meegenomen.

Zo blijven we concreet werken aan de ambitie om in 2035, maar uiterlijk in 2050, een klimaatbestendige gemeente te zijn.

47

Bijlagen n 48

Bijlage 1 Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatiemaatregelen 2024-2029

49

UITVOERINGSAGENDA klimaatadaptatiemaatregelen Agendaperiode 2024-2029

2

UITVOERINGSAGENDA Klimaatadaptatiemaatregelen Agendaperiode 2024-2029

Project West Maas en Waal, Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie maatregelen

Projectnummer P22-0804

Datum 22-06-2023

Opgesteld door Jonathan van Ekris

INHOUD

01

03

02

INLEIDING

4

KWETSBAARHEDEN

5

TERUGBLIK

7

1.1.

Aanleiding

4

2.1.

Hitte

5

3.1.

7

1.2.

Doel en leeswijzer

4

2.2.

Wateroverlast

5

2.3.

Droogte

6

04 STATUS MAATREGELEN 2020-2023

06

05 10

07

In gesprek met de gemeente

UITVOERINGSAGENDA 2024-2029

11

5.1.

Maatregelen

11

5.2.

Agenda 2020-2029

12

KOSTENRAMING 2024-2029

14

BIJLAGEN

AFRONDING EN VERVOLG

16

7.1.

Afronding

16

7.2.

Vervolg

16

A

Statuskaarten per kern

F

Onderzoeksmaatregelen

B

Geactualiseerde overzichtskaarten

G

Overzichtskaarten uitvoeringsplan 2024-2029

C

Beschrijving maatregelen

H

Tabellen uitvoeringsplan 2024-2029

D

Regenwaterstructuurplannen met maatregelen klimaat

I

Kostenraming

E

Maatregelen kwel, droogte en ‘algemeen’

4

01 INLEIDING 1.1. Aanleiding De

effecten

basis van dit document wordt een van

klimaatverandering

worden

uitvoeringsagenda klimaatadaptatie

steeds zichtbaarder en het belang van effectieve

samengesteld voor een bepaalde

klimaatadaptatie

agendaperiode. Figuur 1 geeft dit principe weer.

wordt

steeds

duidelijker.

De

weersomstandigheden worden extremer en we zien

Figuur 1: Agenda uitvoering structuur

steeds vaker langere periodes van droogte, zoals de

In de eerste uitvoeringsagenda zijn allereerst de

zomers van 2018 en 2019. Maar ook hoge temperaturen,

‘laaghangend fruit’ klimaatadaptatiemaatregelen tot

1.2. Doel en leeswijzer

zoals in de zomers van 2019 en 2022 met temperaturen

en met 2023 geagendeerd om zo aan te sluiten bij

In het rapport dat voor u ligt, worden de

rond en boven de 40 graden Celsius. Daarnaast hebben

de ambities vanuit de ‘Regionale Klimaat Adaptatie

klimaatadaptatiemaatregelen

we in Limburg in 2021 de desastreuze gevolgen

Strategie’ (RAS).

jaren uitgezet in tijd en geld. De nut en noodzaak

van een watersnoodramp kunnen zien. Ook in onze

voor

de

komende

van deze maatregelen is kort verklaard om helder

gemeente zagen we de gevolgen hiervan. Campings

In de afgelopen jaren zijn de eerste 41 maatregelen

te houden waar we het voor doen (H2). We spraken

in de uiterwaarden moesten worden ontruimd,

uit

deze

met betrokkenen binnen de gemeente over hoe zij

recreatie bestond voornamelijk uit ramptoerisme met

maatregelagenda volgt nu een uitvoeringsagenda

de afgelopen jaren hebben ervaren (H3). Daarnaast is

*1 -1*'' ä $%& )ä 1)ä " +-& - ä 0/*ª.ä )ä 6 /. -.Ÿä voor de periode 2024-2029. Hiermee kunnen we Hierdoor waren dijkinspecties nauwelijks mogelijk en duidelijk aangeven waar we de komende jaren

gekeken hoe de uitvoering van hiervoor geagendeerde

#0'+$ )./ )ä./*) )ä$%ä'($/ $/ )ä$)ä6' .Ÿä*&ä ä actief mee aan de slag gaan met het nemen van polder werd versneld leeggepompt om de kwelgolf op klimaatadaptatiemaatregelen in de gemeente en

maatregelen zijn uitgevoerd en welke nog uitgevoerd

de

maatregelagenda

uitgevoerd.

Uit

maatregelen verlopen is, is in beeld gebracht welke moeten worden (H4).

te kunnen vangen.

kunnen we inschatten hoeveel dat kost.

Om ons zo goed mogelijk voor te bereiden op

De uitvoeringsagenda 2024-2029 volgt daarmee de

(H5) en kostenraming (H6) opgesteld. Naast de agenda

het veranderende klimaat, heeft de gemeente

,door de raad van de gemeente West Maas en Waal

zijn de implementatiestappen en het vervolg geschetst

West Maas en Waal in 2020 de Maatregelagenda

vastgestelde,

(H7).

‘Klimaatadaptieve

maatregelen’ uit 2020.

Voor de maatregelen in 2024 - 2029 is een planning

maatregelen’

vastgesteld,

ook

Maatregelagenda

‘Klimaatadaptieve

wel Lokaal uitvoeringsprogramma Klimaatbestendig

De focus van de maatregelagenda ligt op de openbare

West Maas en Waal (LUP). Hierin staan alle beoogde

ruimte in de acht dorpskernen binnen gemeente West

klimaatadaptatiemaatregelen tot 2050 vermeld. Op

Maas en Waal.

5

02 KWETSBAARHEDEN EN

UITVOERINGSAGENDA 2020

Klimaatadaptatie doen we ergens voor. We maken de

deze verwijderd is van een koele plek in de openbare

Wateroverlast bij extreme neerslag

gemeente klimaatrobuust waardoor we bijdragen aan

ruimte waar men kan verblijven. Zo wordt duidelijk

Om de gevoelige locaties voor wateroverlast in beeld te

een gezonde leefomgeving voor onze bewoners. In het

voor welke panden de afstand-tot-koelte acceptabel is,

brengen, is het stedelijk watersysteem doorgerekend

verleden zijn de kwetsbaarheden op het gebied van

en waar deze afstand te groot is en maatregelen (het

met een bui die in het toekomstige klimaat (2050) naar

wateroverlast, hitte en droogte geïnventariseerd, maar

creëren van koelteplekken) nodig is.

verwachting eens per 10 jaar valt en met een bui die

wat houdt dat ook alweer in? Alle resultaten zijn op

naar verwachting eens per 250 jaar voorkomt.

kaart en in tekst terug te vinden in de Maatregelagenda

Hittestress ‘s nachts

‘Klimaatadaptieve maatregelen’ uit 2020. Hieronder

Tijdens een warme zomerperiode koelt het ’s nachts

Hierbij is bepaald op welke locaties de riolering deze

behandelen we ieder thema nog een keer in het kort.

minder sterk af. Tijdens deze warme nachten ervaren

buien niet volledig kan afvoeren. Ook is in beeld

veel mensen slaapproblemen. Verwacht wordt dat

gebracht waar het water dat niet afgevoerd kan

2.1. Hitte

dit soort warme nachten in het toekomstige klimaat

worden, over maaiveld stroomt of op maaiveld blijft

Hittestress overdag

(2050) vaker voor gaan komen (gemiddeld 10 nachten

staan. Hiermee is inzichtelijk of dit op straat of in de

De situatie wat betreft hittestress overdag wordt

per jaar tegenover gemiddeld 2 nachten per jaar in het

groenzones blijft staan, of dat dit richting woningen of

gegeven als de gevoelstemperatuur op een hete

huidige klimaat).

andere panden stroomt.

hitte ervaren. De gevoelstemperatuur op een locatie

Hoe meer bebouwing en verharding aanwezig is, hoe

Grondwateroverlast bij hoge rivierwaterstanden

wordt vooral bepaalt door de hoeveelheid schaduw

minder de omgeving afkoelt. Dit vertaalt zich in een

$%ä #*" ä -$1$ -./) )ä $.ä  ä &2 '703ä "-*/ -Ÿä $/ä

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14959170/2