4.1 Programmabegroting 2022-2025
Tekst van het document
ROERENDE ZAAKBELASTINGEN Algemeen Onder de naam 'belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten' heffen wij een belasting over roerende objecten, zoals woonwagens en woonschepen. De tarieven en de manier van heffen zijn gelijk aan die van de OZB. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de RZB-tarieven: - RZB is algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten. - Tariefdifferentiatie wordt toegepast (gebruik bedrijven, eigendom bedrijven en eigendom woningen). - Tarieven RZB zijn gelijk aan tarieven OZB - Voor deze heffing is kwijtschelding mogelijk. Tariefberekening De tarieven van de roerende zaakbelastingen zijn gelijk aan de tarieven van de OZB. In de volgende tabel wordt de ontwikkeling van de opbrengst in beeld gebracht:
Opbrengst RZB
Werkelijk
Actueel
Begroting
2020
2021
2022
WOZ-waarde per 1-1-2019
WOZ-waarde per 1-1-2020
WOZ-waarde per 1-1-2021, voorlopig
3.714.671
4.702.726
4.068.000
tarief RZB is gelijk aan OZB-tarief woningen
heffingsgrondslag eigendom woningen
33
Berekening opbrengst geraamde opbrengst (vorige jaar)
5.347
opbrengst stijging van 2,0%
107
geraamde toename opbrengst door areaaluitbreiding
0
totale opbrengst eigendom woningen
€ 4.127
€ 5.347
€ 5.454
Verwachte minderopbrengst geraamde toename opbrengst door oninbaarheid (n.v.t.)
0
geraamde toename door leegstand (n.v.t.)
0
Rekenkundige opbrengst voor tariefsbepaling
€ 5.454
rekenkundig tarief OZB eigendom woningen
0,1111%
raadsvergadering 0,1137% dec.
HONDENBELASTING Algemeen Onder de naam 'hondenbelasting' heffen wij een directe belasting voor het houden van een hond. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de hondenbelasting: - Hondenbelasting is algemeen dekkingsmiddel. - Tariefdifferentiatie wordt toegepast (1e hond, meerdere honden en kenneltarief). - Trendmatige tariefstijging met 0,5% volgens kaders uit Voorjaarsnota 2021 - Voor deze heffing is kwijtschelding mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabel wordt de tariefberekening toegelicht.
Opbrengst hondenbelasting
Werkelijk 2020
Actueel 2021
Begroting 2022
Tariefstijging van 0,5% (besluit Voorjaarsnota 2021)
totale opbrengst hondenbelasting
€ 46.752
Ontwikkeling aantal honden: 1e hond Extra hond Kennels
€ 93.528
€ 93.996
1.868
1.868
302 21
302 21
tarieven: 1e hond Extra hond
€ 18,59 € 37,19
€ 36,00 € 72,00
€ 36,18 € 72,36
Kenneltarief (6 honden)
€ 111,59
€ 216,00
€ 217,08
34
TOERISTENBELASTING Algemeen Onder de naam ‘toeristenbelasting’ en 'watertoeristenbelasting' heffen wij een directe belasting van personen die niet in de gemeente wonen maar wel in onze gemeente overnachten. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de toeristenbelasting: - Toeristenbelasting en watertoeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten. - Vast tarief van € 1,20 per overnachting. - Met geïnteresseerde ondernemers is een vaststellingsovereenkomst gesloten voor vaste standplaatsen en ligplaatsen om zonder administratieve last de jaarlijkse heffing te bepalen. - Voor deze heffing is geen kwijtschelding mogelijk. - Heffing vindt plaats na afloop van het kalenderjaar. Tariefberekening In de volgende tabel wordt de ontwikkeling van de opbrengst in beeld gebracht: Opbrengst toeristenbelasting
Werkelijk 2020
Actueel 2021
Begroting 2022
Tarief: geen index (tarief blijft gelijk)
Ontwikkeling aantal overnachtingen aantal overnachtingen landtoeristen
74.761
aantal overnachtingen landtoeristen (uit 2019) aantal overnachtingen landtoeristen (uit 2020) aantal vaste ligplaatsen * geschat verblijf(in etmalen) heffingsgrondslag toeristenbelasting totale opbrengst toeristenbelasting
112.500
115.000
24.000 16.000 0 74.761
20.000 172.500
20.000 135.000
€ 74.761
€ 199.000
€ 162.000
€ 1,00
€ 1,20
€ 1,20
tarief Vanaf 2021: € 1,20 per overnachting
NB: In 2021 wordt een extra hoge opbrengst gerealiseerd, door een inhaalslag waarbij over 40.000 overnachtingen (uit 2019 en 2020) alsnog toeristenbelasting is opgelegd.
FORENSENBELASTING Algemeen Onder de naam 'Forensenbelasting' heffen wij een directe belasting van personen die, zonder in onze gemeente hoofdverblijf te hebben, op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning in onze gemeente beschikbaar houden.
35
Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de forensenbelasting: - Forensenbelasting is algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten. - Trendmatige tariefstijging met 0,5% volgens kaders uit Voorjaarsnota 2021. - Voor deze heffing is geen kwijtschelding mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabel wordt de tariefberekening toegelicht.
Opbrengst forenzenbelasting
Werkelijk 2020
Actueel 2021
Begroting 2022
Tariefstijging van 0,5% (besluit Voorjaarsnota 2021)
Ontwikkeling aantal forenzenpanden Aantal panden opgenomen in forensenbelasting
24
17
17
totale opbrengst forenzenbelasting
€ 12.232
€ 7.248
€ 7.284
tarief:
€ 382,83
€ 426,33
€ 428,46
NB: In 2020 werd een extra hoge opbrengst gerealiseerd, door een inhaalslag waarbij over 2018 en 2019 aanvullende aanslagen zijn opgelegd.
RECLAMEBELASTING Algemeen Onder de naam 'Reclamebelasting' heffen wij een directe belasting van ondernemers die zichtbare reclame uitingen toepassen binnen de kern van Beneden-Leeuwen. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de reclamebelasting: - Reclamebelasting is een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten. - Met de ondernemersvereniging van Beneden-Leeuwen is overeengekomen dat de totale opbrengst via subsidie beschikbaar gesteld wordt aan het SOBL ondernemingsfonds. - Geen jaarlijkse tariefstijging. - Voor deze heffing is geen kwijtschelding mogelijk. Tariefberekening Tariefberekening is niet relevant omdat sprake is van een vast tarief per onroerende zaak. In onderstaande tabel is het verloop van de opbrengst in beeld gebracht:
Opbrengst reclamebelasting
Werkelijk 2020
Actueel 2021
Begroting 2022
Tarief: geen index (tarief blijft gelijk)
Ontwikkeling aantal panden Aantal panden opgenomen in de reclamebelasting
92
93
93
36
totale opbrengst reclamebelasting
€ 21.492
€ 30.000
€ 30.000
maximumtarief:
€ 575,00
€ 575,00
€ 575,00
AFVALSTOFFENHEFFING Algemeen Afvalverwijdering Rivierenland (Avri) verzorgt de verwerking van huishoudelijk afval. De inzameling en verwerking financiert Avri met de inkomsten uit de afvalstoffenheffing: een belasting voor het inzamelen en verwerken van afval. Beleidsuitgangspunten Bij de berekening van de tarieven voor de afvalstoffenheffing gelden deze beleidsuitgangspunten: - Regionaal kostendekkende heffing, waarbij alle kosten 100% worden gecompenseerd met de heffing; - Vast en variabel deel van het tarief; - Rekening houden met BTW; - Kwijtschelding is mogelijk (via Avri). Tariefberekening De tariefberekening voert Avri uit op basis van hun actuele begroting. De tarieven voor het aanbieden van restafval voor inwoners is gebaseerd op de inworp in een ondergrondse container of de grootte van de restafvalcontainer per lediging. Dit betekent dat alle huishoudens een combinatie betalen van een vast- en variabel deel. In onderstaande tabel is het verloop van de opbrengst in beeld gebracht: Werkelijk 2020
Actueel 2021
Begroting 2022
Kosten afval Opbrengsten afval Netto kosten taakveld 7.3 afval
1.915.439 160.464 1.754.975
2.056.912 71.978 1.984.934
2.065.705 22.503 2.043.202
Baten afvalstoffenheffing
1.853.317
2.153.999
2.178.468
106%
109%
107%
Opbrengst afvalstoffenheffing Tarief heeft twee delen (vast- & variabel deel). De tarieven worden door AVRI bepaald
Kostendekkendheid*
*) De overdekking geeft een vertekend beeld omdat bij de kosten van afval vooral de doorbetaling aan GR AVRI is opgenomen. Naast de bijdrage aan AVRI kunnen ook andere kosten toegerekend worden, zoals bijvoorbeeld de tijd die onze eigen mensen besteden aan het schoonhouden van de openbare ruimte. RIOOLHEFFING Algemeen Onder de naam 'rioolheffing' heffen wij een belasting van degene die aan het begin van het belastingjaar eigenaar is van een perceel dat aangesloten is op de gemeentelijke riolering.
37
Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de rioolheffing: - Rioolheffing is een kostendekkende heffing, waarbij alle kosten 100% worden gecompenseerd met de heffing. - Bij de berekening wordt rekening gehouden met kosten van BSR, tractiemiddelen, overhead, rente en BTW. - Tariefstelling is afhankelijk van kostenontwikkeling op basis van actuele rioleringsplan. - Voor deze heffing is kwijtschelding mogelijk. - Bij de bepaling van het tarief wordt geen rekening gehouden met oninbaarheid, areaal uitbreiding of leegstand. - Eventuele jaarsaldi worden verrekent via een egalisatievoorziening 'riolering'. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht. Werkelijk
Actueel
Begroting
Berekening kostendekkendheid rioolheffing
2020
2021
2022
lasten taakveld 7.2 riolering inkomsten taakveld 7.2 riolering
1.904.573 -27.571
1.822.173 -8.309
1.800.533 -8.460
mutatie voorziening netto kosten taakveld 7.2 riolering
-254.600 1.622.402
20.773 1.834.637
46.606 1.838.679
aanslag oplegging BSR aandeel tractiemiddelen
20.000 21.205
20.000 20.611
20.000 23.164
overhead rente
222.573 291.658
197.250 223.727
218.847 169.947
BTW totale kosten
278.410 2.456.248
281.735 2.577.960
308.156 2.578.793
baten rioolheffing
2.456.247
2.577.960
2.577.960
Kostendekkendheid
100,0%
100,0%
100,0%
extracomptabele toerekening kosten:
Tariefsberekening rioolheffing
Werkelijk 2020
Actueel 2021
Begroting 2022
berekening: opbrengst / heffingsgrondslag = tarief huidig jaar
Ontwikkeling aantal aansluitingen woningen
8.178
8.602
8.539
bedrijven heffingsgrondslag rioolheffing
919 9.097
946 9.548
1.009 9.548
Berekening tarief tarief vorig jaar vaste tariefstijging op basis van rioolplan (2%)
€ 270,00 € 5,40
correctie op basis van maximale kostendekkendheid tarief actueel jaar
-€ 5,40 € 270,00
€ 270,00
€ 270,00
38
MARKTGELD Algemeen Onder de naam marktgeld heffen wij een recht voor het gebruik van openbare terreinen, pleinen of straten, die zijn aangewezen voor het houden van markten. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor marktgeld: - Bij marktgeld geldt een maximale kostendekking van 100%. - Trendmatige tariefstijging van 2% conform uitgangspunten Voorjaarsnota 2021. - Voor marktgeld is geen kwijtschelding mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht.
Berekening kostendekkendheid marktgeld
Werkelijk
Actueel
Begroting
2020
2021
2022
lasten grootboek markt (taakveld 3.3 bedrijvenloket) inkomsten markt (pacht & leges)
7.124 -5.521
5.827 -9.681
5.908 -9.845
kosten volgens de boekhouding
1.603
-3.854
-3.937
extracomptabele kosten: toerekenen uren (250 uur per jaar à € 50,-)
12.500
12.500
12.500
totale lasten
14.103
8.646
8.563
baten marktgeld
4.291
4.976
5.076
Kostendekkendheid
30,4%
57,6%
59,28%
Werkelijk
Actueel
Begroting
2020
2021
2022
Berekening tarieven marktgeld Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2021)
tarief a: tarief voor elke standplaats per keer per m2 tarief vorig jaar opbrengststijging 2% tarief huidig jaar
€ 1,56 € 0,03 € 1,53
€ 1,56
€ 1,59
tarief b: tarief bij kwartaalabonnement voor elke standplaats per m2 tarief vorig jaar
€ 18,47
opbrengststijging 2% tarief huidig jaar
€ 0,37 € 18,84
€ 18,11
€ 18,47
39
LIJKBEZORGINGRECHTEN Algemeen Wij heffen rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door onze gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de lijkbezorgingsrechten: - Bij lijkbezorgingsrecht geldt een maximale kostendekking van 100%. - Trendmatige tariefstijging van 2% conform uitgangspunten Voorjaarsnota 2021. - Voor lijkbezorgingsrecht is geen kwijtschelding mogelijk. - Bij de kostendekkendheid van lijkbezorgingsrechten wordt nu nog geen rekening gehouden met toerekenbare kosten zoals overhead. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht.
Berekening kostendekkendheid lijkbezorgingsrecht
Werkelijk
Actueel
Begroting
2020
2021
2022
lasten taakveld 7.5 begraafplaatsen inkomsten taakveld 7.5 (pacht, leges & afkoop onderhoud)
70.705 -50.624
64.162 -42.807
65.004 -43.381
totale kosten
20.081
21.355
21.623
baten lijkbezorgingsrecht
20.099
13.737
14.012
Kostendekkendheid
100,1%
64,3%
64,8%
Berekening tarieven lijkbezorgingsrecht
Werkelijk 2020
Actueel 2021
Begroting 2022
Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2021)
Tariefstijging bedraagt 2% de belangrijkste tarieven: - begraven (artikel 1-1) - bijzetten van een urn (artikel 2-1) - begraafrecht (artikel 6-1.a)
€ 262,00
€ 268,00
€ 273,36
€ 133,00 € 2.197,60
€ 136,00 € 2.242,00
€ 138,72 € 2.286,84
40
LEGES Algemeen Onder de naam 'leges' heffen wij verschillende rechten op het genot van door ons verstrekte diensten, genoemd in de legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de leges: - Bij leges geldt een maximale kostendekking van 100%. - Trendmatige tariefstijging van 2% conform uitgangspunten Voorjaarsnota 2021. - Voor leges is geen kwijtschelding mogelijk. Let op: Door het invoeren van de Omgevingswet per 1 juli 2022 verandert de situatie rondom de leges omgevingsvergunningen. Voor een deel van de aanvragen verdwijnt de vergunningsplicht. Dit heeft effect voor zowel de legesopbrengst als de kosten die horen bij de vergunningsverlening. Op dit moment onderzoeken we de financiële effecten van de Omgevingswet. We zijn in nauw overleg met de ODR en het Rijk over de consequenties en eventuele compensatie. Bij financiële effecten betrekken wij de raad over de te maken keuzes. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de belangrijkste legestarieven toegelicht. De belangrijkste leges zijn: leges voor Omgevingsvergunning (incl. bouwcontrole en bouw- en woningtoezicht), bestemmingsplannen & rij- en reisdocumenten. Werkelijk
Actueel
Begroting
Berekening kostendekkendheid omgevingsvergunning
2020
2021
2022
lasten taakveld 8.3 (grb. Bouwcontrole & BWT)
2.218.575
2.443.948
2.486.565
inkomsten bouwcontrole & Bouw- en woningtoezicht totale kosten
-67.317 2.151.258
0 2.443.948
0 2.486.565
611.910
983.233
1.002.898
28,4%
40,2%
40,3%
Werkelijk
Actueel
Begroting
2020
2021
2022
baten omgevingsvergunningen Kostendekkendheid
Berekening tarieven omgevingsvergunningen Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2021)
het belangrijkste tarief: - minimumtarief omgevingsvergunning (artikel 2.3.1.1.1)
€ 243,50
€ 283,70
€ 289,37
41
Berekening kostendekkendheid bestemmingsplannen
Werkelijk
Actueel
Begroting
2020
2021
2022
lasten taakveld 8.1 (grb. Bestemmingsplannen)
557.891
432.285
422.282
inkomsten bestemmingsplannen totale kosten
-3.068 554.823
0 432.285
0 422.282
baten leges bestemmingsplannen
186.328
123.690
126.164
Kostendekkendheid
33,6%
28,6%
29,9%
Berekening tarief bestemmingsplannen
Werkelijk 2020
Actueel 2021
Begroting 2022
Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2021)
het belangrijkste tarief: - minimumtarief afwijking bestemmingsplan (artikel 2.3.4.1)
Berekening kostendekkendheid rij- & reisdocumenten
€ 282,00
€ 341,25
€ 348,08
Werkelijk
Actueel
Begroting
2020
2021
2022
lasten taakveld 0.2 burgerzaken
342.125
387.554
389.357
inkomsten burgerzaken totale kosten
0 342.125
0 387.554
0 389.357
baten leges rij- & reisdocumenten
187.978
209.231
202.927
54,9%
54,0%
52,1%
Kostendekkendheid
Berekening tariefrij- & reisdocumenten*
Werkelijk
Actueel
Begroting
2020
2021
2022
Tariefstijging van 2,0% (besluit Voorjaarsnota 2021)
de belangrijkste tarieven: - tarief rijbewijs (artikel 1.3.1) - tarief ID-kaart (artikel 1.2.1.8)
€ 40,65 € 58,30
€ 41,00 € 64,00
€ 41,82 € 65,28
- tarief paspoort (artikel 1.2.1.1.a)
€ 73,20
€ 74,75
€ 76,25
*De richtlijnen voor de tarieven voor de rij- en reisdocumenten worden door het Rijk gegeven. Op het moment van op het opstellen van deze begroting waren deze richtlijnen nog niet bekend. Deze richtlijnen zullen toegepast worden op de te verwerken tarieven in de legesverordeningen 2022.
42
LOKALE LASTENDRUK Algemeen In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de lokale lastendruk weergegeven.
Lokale lastendruk
Werkelijk 2020
Actueel 2021
Begroting 2022
Onroerende zaakbelastingen Afvalstoffenheffing Brede rioolheffing
€ 301,08 € 253,00 € 270,00
€ 308,13 € 297,00 € 270,00
€ 314,29 € 311,00 € 270,00
Totale lastendruk
€ 824,08
€ 875,13
€ 895,29
Vergelijk met regio gemeenten (jaar: 2021)
gemeente Druten*
gemeente Maasdriel*
gemeente WMW
Provinciaal gemiddelde
Onroerende zaakbelastingen
€ 284,16
€ 319,33
€ 308,13
€ 362,60
Afvalstoffenheffing
€ 192,34
€ 273,30
€ 297,00
€ 229,00
Brede rioolheffing
€ 231,00
€ 237,89
€ 270,00
€ 204,00
Totale lastendruk
€ 707,50
€ 830,52
€ 875,13
€ 795,60
* Afvalstoffenheffing Druten & Maasdriel is excl. Diftar (variabel deel van het tarief)
KWIJTSCHELDINGSBELEID Algemeen Als een belastingplichtige niet of te weinig financiële middelen heeft om de belastingaanslag te voldoen, kan de belastingplichtige verzoeken om kwijtschelding. Onder bepaalde voorwaarden kan dat. Alle belastingplichtigen die een inkomen hebben dat 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager bedraagt, komen in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. BSR voert de kwijtschelding uit. Kwijtschelding voor afvalstoffenheffing loopt via Avri. Kwijtschelding is mogelijk voor de volgende belastingen & heffingen: OZB RZB Hondenbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing Onderstaande tabel toont het effect van het kwijtscheldingsbeleid. Let op: In de kolommen 2020 en 2021 staat de informatie die we op 30 juli 2021 van BSR ontvingen. Het jaar betreft het belastingjaar van de aanslag waarover kwijtschelding wordt verleend. .
43
Kwijtscheldingen
Werkelijk 2020
Actueel 2021
Begroting 2022
Aantal ontvangen verzoeken Onroerende zaakbelastingen Hondenbelasting
9 48
2 39
0 40
Rioolheffing Afvalstoffenheffing (via Avri)
7 269
2 237
0 250
totaal aantal ontvangen verzoeken
333
280
290
Aantal toegekende verzoeken Onroerende zaakbelastingen
0
0
0
Hondenbelasting Rioolheffing
13 0
28 0
30 0
Afvalstoffenheffing (via Avri) totaal aantal toegekende verzoeken
204 217
144 172
160 190
Onroerende zaakbelastingen Hondenbelasting
€ 0,00 € 515,91
€ 0,00 € 2.211,00
€ 0,00 € 2.200,00
Rioolheffing Afvalstoffenheffing (via Avri)
€ 0,00 € 54.534,18
€ 0,00 € 58.067,77
€ 0,00 € 58.000,00
totaal verleende kwijtschelding
€ 55.050,09
€ 60.278,77
€ 60.200,00
Bedrag verleende kwijtschelding
44
PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN ALGEMEEN De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste (BBV, artikel 11 lid 2): a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a netto schuldquote; 1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2 solvabiliteitsratio; 3 grondexploitatie; 4 structurele exploitatieruimte; 5 belastingcapaciteit e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om niet-reguliere kosten die onverwacht en substantieel zijn op te kunnen vangen, zonder dat de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van onze gemeente is. Voor het beoordelen van de 'weerstand' is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij alleen om risico's waarvoor geen of wellicht onvoldoende verzekeringen zijn afgesloten, voorzieningen zijn gevormd of budgetten binnen de begroting beschikbaar zijn. Gevolgen Corona crisis De gevolgen van de "intelligente lockdown" die in Nederland heeft plaatsgevonden laten hun sporen na in de economie.
Hoewel de (Rijks)overheid maatregelen heeft getroffen om de samenleving en economie te steunen zal de Corona crisis invloed hebben op ons weerstandsvermogen. Voorbeelden hiervan zijn o.a. hogere debiteurenrisico's, kwijtscheldingen, lagere huur- en legesopbrengsten, hogere kosten WWB als gevolg van toename werkloosheidsuitkeringen. De doorwerking op langere termijn is moeilijk voorspelbaar. WEERSTANDSCAPACITEIT Berekening weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan welke middelen wij beschikbaar hebben om eventuele tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande zaken. De weerstandscapaciteit wordt onderverdeeld in structureel en incidenteel. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de: 1. onbenutte belastingcapaciteit; 2. vrije begrotingsruimte. Ad. 1. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de mogelijkheden die wij als gemeente hebben om binnen de wettelijke grenzen onze belastingopbrengsten te verhogen. De totale onbenutte belastingcapaciteit bedraagt:
45
Toelichting: 1. Onroerende zaakbelastingen
Voor de OZB wordt de zogenaamde artikel 12 norm gehanteerd (redelijk peil OZB). Op basis van de meicirculaire 2021 is deze norm 0,1800% De onbenutte capaciteit kan als volgt berekend worden:
2. Brede rioolheffing Bij de rioolheffing is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid en is er dus geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. 3. Leges Bij de heffing van leges hanteren wij volledige kostendekkendheid als uitgangspunt. Van belang is of het totale bedrag aan legesinkomsten binnen de begroting, de aan de specifieke dienstverlening toe te kennen lasten al dan niet volledig dekken. Wij kunnen deze kosten niet volledig per product in beeld brengen, de onbenutte capaciteit ramen wij daarom vooralsnog pro memorie. Ad. 2. Vrije begrotingsruimte Onze meerjarenbegroting geeft structureel (vanaf 2021) een positief beeld. De jaren 2022 - 2025 sluiten met respectievelijk € 672.000, € 375.000, € 365.000 en € 563.000. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de: 1. algemene reserve; 2. bestemmingsreserves, waarvan de bestemming nog kan worden gewijzigd; 3. stille reserves; 4. post onvoorzien; 5. incidentele beleidsruimte; 6. incidentele bezuinigingsmogelijkheden. Ad. 1. Algemene reserve De geraamde stand van de algemene reserve per 1 januari 2022 is € 6.804.404. Deze is voor € 6.490.404 beschikbaar als weerstandscapaciteit. Dit vanwege een te verwachte belastingclaim i.v.m. ten onrechte verrekende BTW over de investering van mfa het Hanzehuijs.
46
Ad. 2. Bestemmingsreserves Wij hebben de aanwezige bestemmingsreserves beoordeeld op de noodzaak van handhaving. Hiervan is sprake als er claims op liggen of er vastgesteld beleid mee wordt gerealiseerd. Als u als raad de bestemming nog kunt wijzigen en een 'vrije' keuze heeft om de reserve anders in te zetten valt deze onder de incidentele weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij om de volgende bestemmingsreserves:
Ad. 3. Stille reserves Hierbij gaat het om de overwaarde van gemeentelijke bezittingen die direct verkoopbaar zijn, zonder dat de bedrijfsvoering of het gemeentelijke beleid hierdoor wordt beïnvloed. De overwaarde betreft het verschil tussen de verwachte verkoopopbrengst, wij hebben hiervoor de WOZ-waarde 2021 en de geraamde boekwaarde per 1 januari 2022 als uitgangspunt gehanteerd. Wij hebben onze bezittingen beoordeeld op de benoemde uitgangspunten. Een groot deel van onze bezittingen zijn nodig voor de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld ons gemeentehuis. Een ander belangrijk deel is van belang voor de uitvoering van ons gemeentelijke beleid. Dit geldt bijvoorbeeld voor de onderwijs- en welzijnsgebouwen. Naast de gebouwen hebben wij nog aandelen Vitens in ons bezit. Deze aandelen zijn echter moeilijk verhandelbaar, omdat deze altijd in handen van overheidslichamen moeten blijven.
47
Als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen heeft alleen het buitenbad in Dreumel nog een (theoretische) waarde in het kader van de stille reserves. De boekwaarde bedraagt 194k, de WOZ waarde 838k, zodat per saldo sprake is van een stille groot € 644k. Aangezien deze stille reserve niet aan de voorwaarde voldoet gesteld door de toezichthouder, wordt deze niet meegenomen in de bepaling van het weerstandsvermogen. Ad. 4. Post Onvoorzien - incidenteel De incidentele post Onvoorzien is voor 2022 geraamd op € 25.000. Ad. 5. Incidentele beleidsruimte en stelpost ‘Nieuw beleid’ Er is geen sprake van een post "incidentele beleidsruimte". Ad. 6. Incidentele bezuinigingsmogelijkheden De incidentele bezuinigingsmogelijkheden zijn verwerkt in de bezuinigingsronden van de afgelopen jaren. Voor de begroting 2022-2025 voorzien wij vooralsnog geen extra bezuinigingsmogelijkheden. Indien deze blijken uit de bezuinigingsvoorstellen worden deze via een apart voorstel voorgelegd. Totaaloverzicht weerstandscapaciteit De totale weerstandscapaciteit van de gemeente ziet er als volgt uit:
RISICOPROFIEL Bij dit onderdeel presenteren wij de risico's. Wij hebben de risico-inventarisatie geactualiseerd, de risico's geanalyseerd en beoordeeld en vervolgens zoveel als mogelijk gekwantificeerd. Deze risico’s zullen zich immers nooit allemaal in hetzelfde jaar voordoen. We verdelen onze risico’s als volgt: - Aansprakelijkheidsrisico’s; - Risico’s op eigendommen; - Risico’s van de bedrijfsvoering; - Financiële risico’s - Economische omstandigheden - Grondexploitatie - Verbonden partijen - Open-einde regelingen - Grote projecten - Overige financiële risico’s. Wij hebben hierbij ook een verdeling gemaakt naar incidentele risico’s en structurele risico’s. In de bijlage Risicoregister hebben wij een actueel overzicht opgenomen. Op hoofdlijnen zien onze risico’s er als volgt uit:
48
Toelichting: 1. Aansprakelijkheid (risico € 70.000) Binnen dit onderdeel vallen risico's op het gebied van: - Bedrijfsongevallen - Nalatigheid of onrechtmatig handelen - Fraude, diefstal - Planschade - Schadeclaims De risico's zijn in de meeste gevallen verminderd door hier beheersmaatregelen voor te nemen. Dit kan in de vorm van fysieke en administratieve maatregelen, het volgen van de procedures en het afsluiten van verzekeringen. Ook hebben wij in de begroting diverse budgetten beschikbaar, bijvoorbeeld om ons eigen risico te dekken. Op het gebied van planschade sluiten wij overeenkomsten met de ontwikkelaars. Planmatig onderhoud van gebouwen wegen riolering en groen vermindert de kans op schadeclaims. 2. Eigendommen (risico € 39.000) De risico’s van onze eigendommen hebben wij aanzienlijk beperkt door het afsluiten van brand- en stormverzekeringen. Zaken als bijvoorbeeld vandalisme en diefstal zijn echter onverzekerbaar. Wij voeren planmatig beheer en onderhoud uit, op basis van de beheerplannen en actuele inspecties. De noodzakelijke budgetten zijn opgenomen in de begroting. Desondanks bestaat het risico dat deze in enig jaar ontoereikend zijn. Vervuiling (als gevolg van milieudelicten) in de openbare ruimte is een toenemend risico. Via frequentere controle door BOA's pakken we dit risico preventief aan. 3.
Bedrijfsvoering (risico € 754.000) De risico's in de bedrijfsvoering hebben betrekking op de afwezigheid van personeel wegens ziekte of anderszins, het vertrek van personeel en noodzakelijke (tijdelijke en duurdere) vervanging, het disfunctioneren van personeel (frictiekosten), het doen van achteraf niet geheel juist blijkende belastingaangiften, de uitval van ICT en de gevolgen van de wet Algemene Verordening Gegevensbescherming. Computeruitval kan tot gevolg hebben dat onze dienstverlening niet meer uitgevoerd kan worden en onze medewerkers niet kunnen werken. Voor genoemde risico's zijn in beperkte mate budgetten opgenomen. Uiteraard voeren wij ook interne controlemaatregelen uit. Met betrekking tot personeel is een trend waarneembaar dat (kleine) gemeenten steeds meer moeite hebben gekwalificeerd personeel te behouden. 4. Financieel (risico € 1.034.000) De risico's bij dit onderdeel hebben betrekking op economische ontwikkelingen, de grondexploitaties, verbonden partijen, open-einde regelingen, grote projecten en overige financiële risico's. a. Economische ontwikkelingen (risico € 155.000) Ons beleid is gericht op 'verminderen'. Op basis van de actuele informatie stellen wij de budgetten bij. Dit geldt voor loon- en prijsontwikkeling, de sociale uitkeringen en te ontvangen bouwleges.
Daarnaast schatten wij risico's in voor mogelijke faillissementen van partners in grondzaken, lagere OZB als gevolg van leegstand, bezwaren en kwijtscheldingen.
49
b. Grondexploitatie (risico € 125.000) Als verliezen zich voordoen nemen wij deze en vormen een voorziening. Dit is in het kader van het BBV verplicht. De voorziening ‘Verliesgevende complexen’ bedraagt per 1-1-2021 € 1,3 miljoen. Jaarlijks actualiseren wij deze voorziening. Gelet op de boekwaarde van de projecten (niet zijnde grondexploitaties) en de economische omstandigheden, lopen wij bij projecten een risico. De meeste van deze kosten verhalen wij op de initiatiefnemers. Ook leveren langere doorlooptijden en lagere grondprijzen mogelijk risico's op. c. Verbonden partijen (risico € 250.000) Hierbij gaat het om gemeenschappelijke regelingen en gesubsidieerde instellingen waarbij wij, samen met de overige deelnemende gemeenten, financieel aansprakelijk zijn voor eventuele tekorten. De betreffende verbonden partijen zijn de Belasting Samenwerking Rivierenland (BSR), de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid (GGD), de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR), de GR Regio Rivierenland, de Afvalverwerking Rivierenland (AVRI), GR Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en GR Werkzaak Rivierenland. Met betrekking tot de Uitvoeringsorganisatie Breedband Rivierenland (UBR) staan wij garant staat voor 5,4 mln. Hiervoor is een risico gecalculeerd. d.
Open-einde regelingen (risico € 330.000) Voor onze gemeente gaat het hierbij vooral over het leerlingenvervoer en de diverse regelingen in het kader van het sociaal domein (WMO, jeugdzorg, participatiewet e.d.). In de begroting hebben wij hier reële budgetten voor opgenomen, maar één extra leerling kan de vervoerskosten met € 25.000 doen stijgen. Ook kan één specialistisch hulpverleningstraject in de Jeugdzorg een fors beslag leggen op het budget. e. Grote projecten Er zijn geen grote projecten waarbij we specifieke risico’s lopen. f. Overige financiële risico's (risico € 174.000) De belangrijkste overige risico's betreffen vooral de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds, het renterisico, decentralisatie van Rijkstaken, oninbare vorderingen, mogelijke bodemsaneringen en garanties en borgstellingen. Ook worden hier de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid of overlijden van bestuurders geraamd, waarvoor wij niet verzekerd zijn.
50
Overzicht Top-risico’s (>=25% en >= € 100.000)
51
BELEID Gemeentelijke kaders Het gemeentelijke beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen 2012. In deze nota heeft u het volgende bepaald: 1. Het college stelt een nota Risicomanagement op waarin aandacht wordt besteed aan de te gebruiken methodiek van risicomanagement en de inrichting van de organisatie op het gebied van risicomanagement; 2. De informatievoorziening richting u verloopt via de paragraaf Weerstandsvermogen bij begroting en jaarverslag en waarbij tevens een bijlage met de risico-inventarisatie wordt bijgevoegd; 3. De weerstandsratio dient minimaal 1,2 te zijn en mag maximaal 2,0 zijn. Dit op basis van het aangenomen amendement in de raadsvergadering van 14 november 2019 bij de vaststelling van de Nota Reserves en Voorzieningen 2019. De nota Risicomanagement hebben wij in 2013 vastgesteld. Uitgangspunt hierin is de structurele inpassing van risicomanagement in onze bedrijfsvoering en beleid. Vooral het verhogen van het risicobewustzijn is een speerpunt, waarbij wij speciale aandacht schenken aan de 'grote projecten'. Het proces van risicomanagement verloopt volgens de volgende stappen: Identificatie - Analyse en beoordeling - Beheersing - Rapportage en monitoring. Risicomanagement Risicomanagement hebben wij sinds 2013 als volgt vorm gegeven: 1. Formele inbedding van risicomanagement in onze organisatie;
Risicomanagement is de verantwoordelijkheid van het management. Binnen het team Financiële en Juridische Zaken hebben wij een coördinator risicomanagement benoemd. Het monitoren van de risico’s is een continu proces.
2. Structurele inpassing risicomanagement in de reguliere werkzaamheden;
De paragraaf risicomanagement maakt standaard onderdeel uit van onze beleidsdocumenten.
3. Risicoregister bijhouden.
Het gaat hierbij om het continu inventariseren, beoordelen en analyseren van risico's, deze vervolgens kwantificeren en hier een kansberekening op toepassen.
WEERSTANDSVERMOGEN Op basis van het risicoprofiel en de inventarisatie van de weerstandscapaciteit bepalen wij ons weerstandsvermogen. Hierbij houden wij rekening met de incidentele en structurele onderdelen. De structurele risico’s en weerstandscapaciteit rekenen wij voor 4 jaar mee, de incidentele uiteraard voor 1 jaar. Het weerstandsvermogen drukken wij uit in een verhoudingsgetal.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Voor 2022 ziet de weerstandsratio er als volgt uit: 1,85
52
RISICO'S Risicomanagement is gericht op de structurele inpassing van risicomanagement in onze organisatie en het continu bijhouden van het risicoregister. Het ontstaan van nieuwe risico's is altijd mogelijk, ook kunnen risico's in omvang wijzigen, tenslotte kunnen ook risico's worden opgeheven. Indien er sprake is van grote risico's informeren wij u hierover tussentijds bij de P&C rapportages. FINANCIELE KENGETALLEN Bij het beoordelen van de financiële kengetallen hanteert de provincie normwaarden. In onderstaande tabel staan de normwaarden zoals de provincie ze hanteert. De waarden zijn ingedeeld in de categorieën A, B en C. Categorie A is het minst risicovol en categorie C het meest.
53
Verklaring kengetallen: De netto schuldquote is de verhouding tussen de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en is een indicator voor het risico als derden niet aan hun verplichtingen voldoen. Denk bijvoorbeeld aan een stichting MFA, Kulturhus of sportvereniging die geld hebben geleend bij de gemeente. Hoe lager hoe beter. Solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarin de gemeente in staat is aan haar totale financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de gemeente. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Structurele exploitatieruimte geeft aan of gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te kunnen vangen dan wel, of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Hoe hoger hoe beter. Grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de totale baten. Hoe lager hoe beter. Belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Hoe lager hoe beter. CONCLUSIE De risico's waar wij als gemeente mee te maken hebben worden steeds omvangrijker. Burgers worden steeds mondiger en zijn eerder genegen de overheid aansprakelijk te stellen voor schade.
De gewijzigde economische omstandigheden hebben de afgelopen jaren een behoorlijke impact op de omvang van onze risico's. Een lagere algemene uitkering met name op het Sociaal Domein door noodzakelijke bezuinigingen bij het Rijk is hier onder andere debet aan. Onze totale weerstandscapaciteit is voldoende om de risico's af te dekken. Maar hierbij is wel de kanttekening te plaatsen dat onze structurele risico's niet volledig gedekt worden door de structurele weerstandscapaciteit. Het overschot op de incidentele weerstandscapaciteit is toereikend om gedurende bijna tien jaar het structurele tekort af te dekken. Bij de begroting 2022 zijn de risico's opnieuw beoordeeld. De weerstandsratio komt uit op een score van 1,85. Dit betekent dat er sprake is van een positief weerstandsvermogen, en wij voldoende in staat zijn mogelijke financiële tegenvallers op te vangen en voldoen aan de door u gestelde kaders. Dit alles met de kennis van nu en de onzekerheden als gevolg van doorwerking van de Coronacrisis.
54
PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ALGEMEEN De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen (BBV, artikel 12 lid 1): a wegen; b riolering; c water; d groen; e gebouwen. Van bovengenoemde kapitaalgoederen wordt aangegeven (BBV, artikel 12 lid 2): a het beleidskader; b de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Inleiding Wij hebben geïnvesteerd in de kapitaalgoederen in onze gemeente. Ook met het beheer en onderhoud van onze wegen, de openbare verlichting, de riolering en het water, het openbaar groen en onze gemeentelijke gebouwen is inzet van onze middelen (personeel en financiën) gemoeid. De kapitaalgoederen zijn van belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van onze gemeente, onder meer op het gebied van de leefbaarheid, veiligheid, verkeer en vervoer en recreatie. Onderhoud en beheer is bovendien noodzakelijk om kapitaalvernietiging te voorkomen. Doelstelling van deze paragraaf is u te informeren over de hoofdlijn van het beleid rondom de kapitaalgoederen. Gemeentelijke kaders Beleidsstuk c.q. beheerplan
Jaar
Planperiode
Waterplan Wegenbeleid- en beheerplan West Maas en Waal 2019-2023 Groenbeleidsplan Openbare verlichting 2019 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) Bomenbeleidsplan Kwaliteitsimpuls groen Wegen categorisering Gladheidsbestrijding uitvoeringsprogramma
2005 2019 2011 2018 2018 2015 2018 2018 2018
2005-2025 2019-2023 2011-2014 2019-2023 2018-2022
jaarlijks
WEGEN Algemeen Ons gemeentelijk beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. Daarnaast willen we ons wegennet inrichten volgens de Basiskenmerken Wegontwerp conform het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP). Kwaliteitsnormen De kwaliteitsnormen en onderhoudsniveaus van wegen zijn opgenomen in het wegenbeleid- en beheerplan, zoals u in 2019 hebt vastgesteld. Voor de kwaliteitsbeoordeling van de wegen is de CROW-normering toegepast. Financiën In onze begroting hebben we binnen het programma Fysieke leefomgeving jaarlijks een budget opgenomen voor wegen, straten en pleinen. Voor 2022 hebben we de volgende budgetten geraamd:
55
Ten behoeve van het groot onderhoud is een onderhoudsvoorziening wegen ingesteld. De mutaties in deze voorziening zijn gebaseerd op een tienjarige onderhoudsplanning.
Risico’s Er zijn geen bijzondere risico’s.
OPENBARE VERLICHTING Algemeen Het beleidsplan Openbare verlichting 2019-2023 is vastgesteld in 2018. Sinds 2013 maken wij gebruik van een beheersysteem openbare verlichting. Er is een meerjarenplanning voor het beheer en onderhoud aan gekoppeld. Kwaliteitsnormen De kwaliteitsnormen met betrekking tot de openbare verlichting zijn vastgelegd in de Richtlijn voor Openbare Verlichting (ROVL 2011). Deze hebben vooral betrekking op de vereiste lichtsterkte in de openbare ruimte in verband met sociale en verkeerstechnische veiligheid. Financiën Binnen het programma fysieke leefomgeving nemen we jaarlijks budgetten op voor dagelijks beheer en onderhoud van onze openbare verlichting. Voor 2022 hebben we onderstaande budgetten geraamd:
De onderhoudsvoorziening is in 2018 opgeheven door wijzigingen in de BBV-spelregels waardoor vervanging van straatverlichting niet langer uit een voorziening betaald mag worden. Risico’s Er zijn geen bijzondere risico’s.
56
RIOLERING EN WATER Algemeen Op grond van de Waterwet en de Wet Milieubeheer heeft de gemeente 3 wettelijke zorgplichten: 1. inzameling en transport van afvalwater; 2. inzameling en verwerking van overtollig hemelwater; 3. inzameling en verwerking van overtollig grondwater. Hoe wij invulling geven aan deze zorgplichten staat beschreven in ons Verbreed Gemeentelijk Riolerings Plan (VGRP). In de raadsvergadering van 26 oktober 2017 is het VGRP vastgesteld. Dit plan is in samenwerking met de gemeenten Beuningen, Druten, Wijchen en Heumen opgesteld en de looptijd is 5 jaar (2018 t/m 2022). Kwaliteitsnormen De insteek voor het beleid in het VGRP en de bijhorende maatregelen is kwaliteitsniveau sober maar doelmatig. Financiën Binnen programma 3 - Fysieke leefomgeving nemen we jaarlijks budgetten op voor beheer en onderhoud van onze voorzieningen. Dit zijn de rioolstelsels, hemel- en grondwaterstelsels en de hemelwater retenties. De jaarlijkse kosten hiervoor staan weergegeven in de onderstaande tabel.
De voorziening riolering is ingesteld om fluctuaties in de exploitatie op te vangen. De dotaties en onttrekkingen zijn gebaseerd op het vastgestelde verbrede gemeentelijke rioleringsplan (VGRP 2018). De afrekening vindt plaats bij de jaarrekening.
Risico’s Er zijn geen bijzondere risico’s.
57
GROEN Algemeen Openbaar groen is van groot belang voor de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Groen zorgt voor verkoeling en maakt de dorpen klimaat bestendiger. Bomen zijn beeldbepalende elementen die belangrijk zijn voor de oriëntatie, leefbaarheid en karakteristiek in de dorpen. Bomen voorkomen hittestress in het stedelijk gebied. In 2015 is het Bomenbeleidsplan vastgesteld waarin beleidsthema's zijn uitgewerkt om het bomenbestand op een duurzame en veilige manier in stand te houden en te ontwikkelen. Kwaliteitsnormen Op het gebied van groen hanteren wij de volgende kwaliteitsnormen: Plantsoenen In 2017 is vastgesteld dat het openbaar groen op een gedifferentieerd kwaliteitsniveau wordt onderhouden. De toegangswegen, pleinen en dorpscentra worden op het hoge kwaliteitsniveau A onderhouden, terwijl het overige groen op kwaliteitsniveau B wordt onderhouden. Kwaliteitsniveau B komt overeen met de landelijke normen voor een basiskwaliteit en is gericht op een acceptabel beeld waarin beplanting met een natuurlijke uitstraling en beheer voorkomen Bomen In 2015 is het bomenbeheerplan opgesteld. Met het bomenbeheerplan wordt per 2016 het cyclisch bomenbeheer ingevoerd. Hierbij is het uitgangspunt het verkrijgen en behouden van een veilig bomenbestand. De komende jaren gaan we knelpunten in het bomenbestand oplossen door het kappen en vervangen van bomen.
Landschap In 2019 is met input van gebiedspartijen het programma Landschap en Biodiversiteit opgesteld. De provincie heeft voor de uitvoering van dit programma de subsidie Landschap en biodiversiteit toegekend. De subsidieregeling is gericht op projecten die de kwaliteit, de kwantiteit en de leefbaarheid van het West Maas en Waalse landschap verhogen. Ook is de subsidie bedoeld om de biodiversiteit en de bewustwording van onze inwoners (jong en oud) bij landschap en biodiversiteit te vergroten. Het Programma biodiversiteit Maas en Waal sluit aan op de doelen die in regionale klimaatadaptatiestrategieën (RAS) worden genoemd. Financiën Binnen het programma Fysieke leefomgeving nemen we jaarlijks budgetten op voor beheer en onderhoud van openbaar groen.
Risico’s Biodiversiteit De insectenpopulaties in ons land en daarbuiten zijn zorgelijk in aantal achteruitgegaan. Dit hangt nauw samen met de achteruitgang van de biodiversiteit. Insecten hebben een belangrijke rol in de natuurlijke voedselketens en de landbouw. Vanaf 2020 zetten we meer in op het vergroten van biodiversiteit. We zijn in 2020 gestart met een biodiversiteitsprogramma voor het behoud en herstel van biodiversiteit in het cultuurlandschap. In juli 2020 zijn we gestart met het opstellen van een biodiversiteitsplan. Het biodiversiteitsplan heeft als doel het behouden, herstellen en versterken van
58
de biodiversiteit in gemeente West Maas en Waal zowel in de dorpen als in het buitengebied/landschap. Exoten In toenemende mate krijgen we te maken met soorten die hier van nature niet thuishoren, invasieve exoten (berenklauw en Japanse duizendknoop). Een aantal van deze soorten vestigt zich hier in het wild en zorgt voor problemen en zijn een gevaar voor onze biodiversiteit. Het gaat dan met name om soorten die zich snel vermenigvuldigen en verspreiden. Eind 2020 wordt gestart met het opstellen van een groenbeleidsplan waarin de aanpak van invasieve exoten wordt opgenomen. GEBOUWEN Algemeen Wij hebben in onze gemeente accommodaties voor sport, kunst en cultuur, welzijn en de huisvesting van ons gemeentelijke apparaat. Iedere vier jaar beoordelen wij de staat van onderhoud van de gemeentelijke gebouwen en stellen wij op basis hiervan een meerjaren onderhoudsprogramma op. Het daadwerkelijke onderhoud voeren wij overigens pas uit na een actuele inspectie. Bij deze inspectie beoordelen wij of de geplande onderhoudswerkzaamheden echt noodzakelijk zijn of nog uitgesteld kunnen worden. Kwaliteitsnormen Bij het onderhoud en beheer van onze gebouwen gaan wij uit van planmatig onderhoud gericht op het op een zo efficiënt mogelijke wijze in stand houden van de accommodaties.
Uitgangspunt is de gebouwen in een dusdanige staat van onderhoud te houden dat er sprake is van veilige en visueel goed onderhouden gebouwen. Financiën De jaarlijkse kosten met betrekking tot het onderhoud van gebouwen staan weergegeven in de onderstaande tabel.
De voorziening gebouwen is ingesteld om fluctuaties in de exploitatie op te vangen. De dotaties en onttrekkingen zijn gebaseerd op het meerjarig onderhoudsprogramma.
Risico’s Planmatig onderhoud wordt pas uitgevoerd na visuele inspectie. Dit houdt in dat onderhoudskosten jaarlijks kunnen wisselen.
59
PARAGRAAF FINANCIERING ALGEMEEN De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. en de financieringsbehoefte (BBV, artikel 13). Inleiding Het doel van deze paragraaf is om u te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Dit dienen wij te doen binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente te regelen. Gemeentelijke kaders Onze kaders zijn vastgelegd in de, op grond van artikel 212 Gemeentewet, vastgestelde 'Financiële verordening gemeente West Maas en Waal' (Rb. 23 maart 2017). Het gaat om kaders voor het uitvoeren van de financieringsfunctie zoals doelstellingen, richtlijnen en limieten die voor het college gelden.
In het door het college van burgemeester en wethouders op 10 januari 2012 vastgestelde Treasurystatuut is de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het bevat met name protocollen voor de dagelijkse uitvoering. De onderwerpen die hierbij aan de orde komen zijn het kasbeheer, het risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie. Hoofddoelstelling beleid Inzicht hebben in de lange termijn ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente. Het aangaan en verstrekken van geldleningen en het verstrekken van garanties is alleen toegestaan voor de uitvoering van de publieke taak. Hierbij mogen geen overmatige risico’s worden gelopen. Het gebruik van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm is bedoeld als normstellend. Algemene ontwikkelingen / rentevisie De treasuryactiviteiten staan bloot aan zowel interne als externe ontwikkelingen. De interne ontwikkelingen bestaan uit het oppakken van nieuwe activiteiten, investeringsplannen en reorganisatieprocessen. De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn (internationale) economische indicatoren en de invloed hiervan op de geld- en kapitaalmarkt, maar ook wijzigingen in wet- en regelgeving. Het voorspellen van de renteontwikkeling is een lastige en bijna onmogelijke opgaaf, zeker op de lange termijn.
Toch kan het waardevol zijn om de drijvende factoren achter de rente in kaart te brengen, zodat een beeld ontstaat van de risico's en onzekerheden omtrent het verloop van de rente in de toekomst. Hierbij zijn echter legio scenario's denkbaar. Volgens het geschetste economische beeld van de nv Bank Nederlands Gemeenten (medio augustus) wordt voor Nederland in 2021 een gematigde groei van de economie verwacht van 3,2%.. De inflatie stijgt van 1,1% in 2020 naar 1,9% in 2021. Medio augustus 2021 was het rentepercentage van de door ons meest gebruikte leningvorm van 10 jaar lineair ongeveer 0,06%. De ECB blijft vooralsnog een ruim monetair beleid voeren. De lange rentetarieven zullen in de komende twaalf maanden wat oplopen. Risicomanagement Risicomanagement is het identificeren en kwantificeren van risico's en het vaststellen van beheersmaatregelen. Hiermee worden activiteiten bedoeld waarmee de kans van optreden of de gevolgen van risico's worden beïnvloed. De risico’s die binnen onze gemeente worden gelopen bij de uitvoering van de treasurytaak bestaan voornamelijk uit renterisico's. Om die risico's te beperken en te beheersen geldt er een kasgeldlimiet en is er een renterisiconorm ontwikkeld. Daarnaast verdient vooral het kredietrisico aandacht.
Dit is het risico dat wij lopen wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen die in voorkomende gevallen in financiële problemen zouden kunnen komen. In het treasurystatuut zijn algemene uitgangspunten opgenomen
60
om dit risico te beperken. Met betrekking tot risicobeheer hanteren wij, volgens het treasurystatuut, de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de ‘publieke taak’ uitsluitend verstrekken aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen. 2. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. 3. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. Lening portefeuille en financieringsbehoefte De lening portefeuille De ontwikkeling van de huidige lening portefeuille ziet er als volgt uit:
Financieringsbehoefte In het onderstaand overzicht wordt de verwachte financieringsbehoefte voor de komende 4 jaren weergegeven. Hierbij is uitgegaan van volledige realisatie van alle investeringen, inclusief die volgens het investeringsplan 2022 - 2025.
Renteresultaat Toerekening van de rentelasten aan de taakvelden is verplicht. Voor de toerekening aan de grondexploitaties wordt een percentage berekend door het gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille (1,02%) te vermenigvuldigen met de debt ratio (de verhouding vreemd vermogen / totaal vermogen). De uitkomst van deze berekening is 0,85%. Om tot een verdeling van de resterende rente over de programma’s te komen, wordt het zogenaamde rente-omslagpercentage gebruikt. Voor de begroting 2022 is het berekende percentage 0,00%. Het saldo van rentelasten en –baten wordt daarvoor gedeeld door het totaal van de vaste activa exclusief de uitstaande geldleningen: De uitkomst mag met een marge van 0,5% worden afgerond; én Het verschil tussen de 'door te rekenen externe rente' en de 'werkelijke aan taakvelden toegerekende rente' bedraagt maximaal 25%.
61
Het renteschema ziet er als volgt uit:
Renterisicobeheer Renterisicobeheer is het bewust beperken van de negatieve invloed van toekomstige rentewijzigingen op het resultaat van de organisatie en op de waarde van rentedragende activa en passiva. Ook het minimaliseren van de rentekosten en het optimaliseren van de rentebaten behoren tot dit onderwerp. Jaarlijkse nemen we in de paragraaf financiering onze rentevisie op. Om de renterisico’s te beperken geldt er een kasgeldlimiet en een renterisiconorm. Kasgeldlimiet Het kasgeldlimiet geeft de maximale toegestane omvang van de kortlopende schuld aan. Het kasgeldlimiet is ingevoerd om de gemeente te behoeden voor het risico dat de rentelasten opeens fors stijgen, omdat de rente voor kortlopende leningen sterk kan fluctueren. De wet fido staat een kasgeldlimiet toe van 8,5% van het begrotingstotaal. Renterisiconorm Het begrip renterisiconorm is ingevoerd om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen, en zodoende het renterisico bij herfinanciering van de vaste schuld te beheersen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 2,5 miljoen. De berekening van de huidige renterisiconorm in meerjarenperspectief is opgenomen in het volgend overzicht.
Kredietrisicobeheer Kredietrisico Dit is het risico dat wij lopen wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen die in voorkomende gevallen in financiële problemen zouden kunnen komen. In het treasurystatuut is vastgelegd dat de gemeente alleen overtollige middelen mag uitlenen aan betrouwbare bedrijven met minimaal een zogeheten AAA-rating (looptijd langer dan 3 maanden) c.q. AA-rating (looptijd tot 3 maanden), aan ondernemingen waarvoor een solvabiliteitsratio van 0% geldt
62
of aan de centrale overheid. Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden zekerheden of garanties geëist.
Aandelen De gemeente is in het bezit van 18.693 gewone aandelen Vitens. De nominale waarde hiervan is € 1 per aandeel. Op basis van het vermogen per 1 januari 2021 bedraagt de intrinsieke waarde € 96 per aandeel. Als aandeelhouder komen alleen publiekrechtelijke (direct of indirect) rechtspersonen in aanmerking. Door de beperkte verhandelbaarheid is het moeilijk een marktwaarde te noemen. Overigens onderschrijven wij het belang dat de drinkwatervoorziening in publieke handen blijft. Op grond van het treasurystatuut vindt aankoop en verkoop van aandelen uitsluitend plaats voor de uitoefening van de publieke taak. Schatkistbankieren Wij zijn verplicht om onze overtollige middelen in de Rijksschatkist aan te houden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag, afhankelijk van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag bedraagt 0,75% van het begrotingstotaal. Intern liquiditeitsbeheer Liquiditeitsrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat wij op korte termijn niet genoeg geld in kas hebben om aan onze verplichtingen te voldoen. Om deze reden stellen wij liquiditeitsplanningen en een liquiditeitsbegroting op. Hierbij zien wij er op toe dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat wij de verplichtingen tijdig kunnen nakomen.
De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot 1 jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 4 jaar. Bij deze laatste dient enige terughoudendheid in acht te worden genomen. Een goede planning, zeker op de langere termijn, is gelet op de onzekere factoren die een rol spelen zoals vertragingen in de investeringsplanning en de informatievoorziening niet eenvoudig. Meerjarenramingen zijn veelal onbetrouwbaar, zowel qua volume als tijdpad. Wanneer op basis daarvan op voorhand leningen dienen te worden afgesloten, gaan wij onbedoeld renterisico’s lopen. Met name bij de op termijn voorziene grote(re) investeringen vormen het politieke, procedurele en de uiteindelijke omvang van de financieringsbehoefte dermate onzekere factoren dat dit een ongewenste risicovergroting zou vormen. Voor het liquiditeitenbeheer is, met ingang van 15 november 2018, met de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten een Financieringsovereenkomst voor een (Rekening-courant) Krediet- en Depotarrangement (tijdelijk overtollige middelen beleggen) afgesloten. De Financieringsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd en kan schriftelijk geheel of gedeeltelijk worden opgezegd. De kredietlimiet bedraagt € 3.700.000.
Over het gebruikte deel van de rekening-courant moet de 1-maands Euribor + 0,15% worden betaald.
63
Gedurende het jaar 2021 was de 1-maands Euribor negatief (in augustus -0,556%). Per saldo 0,406% te ontvangen. Daarnaast moet over het ongebruikte deel van de rekening-courant 0,04% bereidstellingsprovisie worden betaald. Dit levert ons een verwachte bijdrage op van € 1.000,- voor 2022. De bedragen kunnen snel veranderen zodra de rente stijgt.
64
PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING
ALGEMEEN Deze paragraaf geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering (BBV, artikel 14). Inleiding De bedrijfsvoering betreft de middelenfuncties (personeel en organisatie, planning & control, informatievoorziening en automatisering, communicatie en facilitaire zaken) ter ondersteuning van de uitvoering van de programma’s (het primaire proces). In deze paragraaf hebben wij tevens de griffie en de rekenkamercommissie opgenomen.. De bedrijfsvoering is ondersteunend aan en mede bepalend voor de kwaliteit van het primaire proces en de realisatie van de beoogde maatschappelijke effecten. De interne organisatie staat volledig ten dienste aan het primaire proces. Dit betekent dat de kwaliteit en omvang van de gemeentelijke organisatie, maar ook faciliteiten als bijvoorbeeld de huisvesting en de automatisering indirect van grote invloed zijn op het behalen van de gewenste effecten. In deze paragraaf worden de verschillende onderdelen van de bedrijfsvoering verder uitgewerkt. Gemeentelijke kaders Beleidsstuk
Jaar
Bestuurs- en managementconcept (BMC, vastgesteld door het college)
2009
Opmerking : het Bestuurs- en Managementconcept wordt aangepast/ geactualiseerd tijdens het organisatie ontwikkeltraject.
Informatiebeveiligingsbeleid
2016
Opmerking: Informatiebeveiligingsbeleid wordt geactualiseerd (2021-2022)
Communicatiebeleidsplan I&A-plan 2020
2018 2020
Opmerking: I&A plan 2021-2022 wordt momenteel opgesteld
Teamplannen HR Beleidskaders 2021-2022
2021 2021
Ontwikkelingen Ontwikkelingen zijn er vooral op het gebied van de informatievoorziening in relatie tot digitale dienstverlening en beveiliging. Op initiatief van de centrale overheid worden hieraan steeds grotere eisen gesteld.
PERSONEEL EN ORGANISATIE Organisatieontwikkeling Per 01-01-2022 staat de nieuwe hoofdstructuur van de organisatie. Er is voor het nieuwe team Dienstverlening een teamplan voor het jaar 2022 opgesteld. Dit teamplan is de routekaart voor de ontwikkelingen die het team gedurende 2022 doormaakt. Hieronder valt ook de verdere uitvoering van de hieronder genoemde vier programmalijnen. In 2017 heeft het college de visie en de gewenste ontwikkeling van de organisatie vastgesteld. In 2018 heeft het college het programmaplan organisatieontwikkeling vastgesteld. Het plan omvat de activiteiten die we in de periode van 2018 tot 2022 ondernemen om de visie en ambities met de organisatie waar te maken.
65
Het programmaplan is verdeeld in vier programmalijnen, die zich elk richten op organisatiekenmerken: 1. Een passend model. Activiteiten gericht op: a. outsourcing van onderdelen van de bedrijfsvoering en de uitvoering bijzondere bijstand; b. kiezen van een passend organisatiemodel; c. actualiseren van de HR instrumenten; d. herijken van het bestuurs- en managementconcept en het dienstverleningsconcept. 2. De basis op orde. Activiteiten gericht op: a. het op orde brengen en houden van de informatiehuishouding; b. procesgericht werken; c. professioneel werken via uniforme richtlijnen. 3. De ambtenaar @nno nu. Activiteiten gericht op: a. versterken van de competenties en vaardigheden van leidinggevenden en medewerkers (ook voor zover die betrekking hebben op plaats- en tijd onafhankelijk werken; b. het door ontwikkelen van de regisseursfunctie. 4. Samen, verantwoordelijk en professioneel. Activiteiten gericht op: a. het bewerkstelligen van de gewenste organisatiecultuur met als kernwaarden 'Samen, Verantwoordelijk en Professioneel'. Personeelsbeleid HRM Beleidsplan In 2021 is het nieuwe HR strategisch beleidsplan vastgesteld (HR Beleidskaders 2021-2022).