2024-221.1 Woonzorganalyse West Maas en Waal Geredigeerd
Tekst van het document
Niettemin is er consensus over het nut van samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars om 'logeerbedden' te reserveren voor tijdelijke zorg, om zo hun mantelzorgers op adem te laten komen (respijtzorg). Aanbod aan ambulante begeleiding In de regio wordt gewerkt aan de ontwikkeling van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Kwetsbare inwoners kunnen zo zelfstandig wonen en
onderdeel zijn van de samenleving. Voor hen die dit nodig hebben, blijven Beschermd Wonen en opvang als vangnet bestaan. Het succes van de verandering is voor een belangrijk deel afhankelijk van de randvoorwaarde dat er voldoende woningen beschikbaar moeten zijn. Goede ambulante begeleiding is een andere belangrijke succesfactor. Het gaat dan bijvoorbeeld om het vinden van werk of dagbesteding, het leggen van contacten in de buurt en het op orde brengen van de financiën. Maar juist met het oog op aandachtsgroepen is er ook aandacht nodig voor het bevorderen van de ‘samenredzaamheid’ in buurten, het voorkomen van stigmatisering en het bevorderen van onderling begrip. Contact met medebewoners is voor deze uitstromers vanuit BW minstens zo belangrijk als voor andere inwoners, maar het leggen van die contacten gaat niet altijd vanzelf - ook daar is dus vaak hulp bij nodig.
10.3 Ondersteunen van ‘omzien naar elkaar’ Het is belangrijk om oog te hebben voor het welzijn, zingevingsvraagstukken en het voorkomen van eenzaamheid onder ouderen en andere zorgvragers. ‘Omzien naar elkaar’ wordt steeds belangrijker, aangezien niet elke ondersteuningsvraag meer door professionele zorgverleners kan worden ingevuld. Dit gaat niet overal en altijd vanzelf. Het begint ermee dat inwoners elkaar kennen, elkaar ontmoeten en weten waar ze een ander mee kunnen helpen. Belangrijk hierbij zijn mogelijkheden voor ontmoeten nabij de woning. Opbouwwerk kan bijdragen aan gemeenschapsvorming. Projecten voor ‘gemengd wonen’, waarbij mensen met en zonder zorgvraag bij elkaar wonen, bieden kansen om het omzien naar elkaar te versterken en draagt bij aan ieders welzijn en gezondheid. Door hier op in te zetten zullen ouderen langer vitaal blijven en kunnen zij hun (zware) zorgvraag uitstellen. De woningcorporatie
51
binnen West Maas en Waal geeft aan dat zij zich ook mede verantwoordelijk voelen voor het realiseren van een zorgzame buurt en het mixen van verschillende doelgroepen. Er is echter ook een uitdaging in het huisvesten van kwetsbare doelgroepen en de afweging tussen spreiding en clustering van deze groepen. Inzet op gezondheid Door preventief meer in te zetten op gezondheid, kunnen we ervoor zorgen dat er in de toekomst minder zorg nodig is en dat deze dus betaalbaar en toegankelijk blijft. Partners gaven tijdens de werksessie aan dat er kansen liggen om meer preventief aanwezig te zijn in de wijken en kernen, zodat inwoners weten waar ze terechtkunnen met een hulpvraag of weten wat er al aangeboden wordt in de gemeente (bijvoorbeeld als het gaat om dagbesteding). Daarnaast werd in de werksessie met stakeholders de Hey-acker als voorbeeld genoemd, momenteel in een onderzoeksfase, waar een woonleefconcept als zorgzame buurt onderzocht wordt en de bevindingen waardevol zijn voor de visiefase. In dit model worden randvoorwaarden georganiseerd om met elkaar de gezondheid van inwoners te verbeteren in een afgebakend geografisch gebied. Het idee is dat gezondheid een vanzelfsprekendheid moet zijn; een basisprincipe voor de inrichting van de samenleving.
Het huidige systeem is gericht op het repareren van ziekte, terwijl de structurele organisatiekracht om mensen gezonder te maken en te houden, ontbreekt. Gebiedsgerichte aanpak met oog voor verschillen De saamhorigheid en sociale cohesie als sociale basis, en daarmee ook de mate waarin inwoners voor elkaar willen en kunnen klaar staan, verschilt per kern en wijk. Als de bereidheid om elkaar te helpen er minder is of als de sociale banden minder sterk zijn, dan zal het beroep op professionele zorg groter zijn. Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de verschillen tussen kernen en hoe dit
de vraag naar professionele zorg beïnvloedt. Daarmee is ook de vraag hoe het ‘omzien naar elkaar’ het beste kan worden ondersteund vanuit de gemeente en professionele partijen, een kwestie van maatwerk. Mantelzorg mogelijk maken In de toekomst zal een steeds groter beroep worden gedaan op mantelzorgers. Tegelijkertijd zien we dat het aantal potentiële mantelzorgers daalt, terwijl het aantal mensen met een zorgvraag stijgt. Om mantelzorgers in staat te stellen deze rol vol te houden, is een goed en vindbaar aanbod aan mantelzorgondersteuning essentieel (advies, respijtzorg, logeerzorg). Zowel mantelzorgpotentieel als daadwerkelijk zorgpersoneel neemt af in West Maas en Waal. Het is daarom erg belangrijk om zorgverlening toegankelijk te maken en het draagvlak ervoor te vergroten. Dit kan door verschillende insteken, zoals samenwerking. De grootste groep bewoners blijft op dit moment in de reguliere woning wonen. Daarom wordt er ook gesproken over de mogelijkheden van mantelzorgunits. Die kunnen nu vergunningsvrij worden aangevraagd. Wanneer het geen mantelzorgwoning meer is, moeten de nutsvoorzieningen er wel uit. Het concept van pre-mantelzorgwoningen onderzoekt de gemeente binnen het college.
10.4 Een geschikte woonomgeving en sociale basis De groei van het aantal mensen met een zorgvraag dat zelfstandig woont stelt eisen aan de woonomgeving in termen van toegankelijkheid en de spreiding van voorzieningen. Een omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten draagt bij aan een samenleving waarin mensen elkaar kennen en naar elkaar omzien. Ook ‘mobiliteit’ is hierbij een belangrijk aandachtspunt: als voorzieningen niet dicht bij de woning zijn, kan een inwoner hier dan toch komen?
52
Voor nieuwbouw die is gericht op mensen met een zorgvraag verdienen locaties dicht bij voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer de voorkeur, vanuit het oogpunt van ‘meedoen’ en het versterken van zelfredzaamheid. De interactieve voorzieningenkaart die is gemaakt in het kader van dit onderzoek biedt hiervoor een praktisch handvat. Een trend is dat de focus wordt gelegd op de buurt en het sociale netwerk. In West Maas en Waal zijn veel actieve dorpsplatforms. Ook is er dorpsvervoer dat wordt onderhouden door vrijwilligers. Het is van belang om de sterke basis te gebruiken binnen de kernen. Veel kernen hebben een groot organisatievermogen. Echter, als het voorzieningenniveau afneemt en vrijwilligers verminderen (doordat zij ook ouder worden), dan ontstaan er uitdagingen. Door de inwoners van West Maas en Waal wordt een gemis gevoeld in de huiskamerprojecten, waar inwoners naar toe kunnen gaan om samen te komen. Hoewel er multifunctionele locaties zijn in elke kern, dienen deze niet altijd als ‘huiskamer’. In essentie was dit wel het idee. Een inspirerend voorbeeld dat wordt benoemd is het Huis van de Bezel in Nijmegen, waar de gemeenschap centraal staat. De uitdaging is om plekken te creëren die bruisend zijn en niet te veel afhankelijk zijn van instituten.
Belangrijk aandachtspunt bij de locatiekeuze voor een nieuwe woonvorm voor mensen met een zorgvraag is dat niet voor iedere persoon een plek op een centrumlocatie de meest geschikte plek is; sommige mensen hebben juist baat bij een rustiger omgeving. Het blijft dus een kwestie van maatwerk. Ook is het belangrijk om rekening te houden met de draagkracht van de wijk of buurt.
53
Bijlage 1: Aanbodoverzicht Ouderen Aantal plekken en wooneenheden in woonzorgcentra en geclusterd wonen voor ouderen.
(Zorg)aanbieder Het Gastenhuis De Herbergier Zorgcentrum Sint Barbara Zorggroep Maas en Waal
Locatie Gastenhuis Druten Herbergier Beneden-Leeuwen Zorgcentrum Sint Barbara St. Elisabeth
Plaats Druten Beneden Leeuwen Dreumel Beneden-Leeuwen
Zorggeschikt somatiek (SOM)
10 61
Zorggeschikt psychogeriatrie (PG) 20 16 20 113
Zorggeschikt totaal 20 16 30 174 240
Geclusterd wonen voor ouderen
54
Mensen met een verstandelijke beperking Zorgaanbieder ’s Heeren Loo Thomashuis Strang de woonvorm WiFinn
Locatie Woonboerderij BovenLeeuwen Thomashuis Beneden-Leeuwen Strang de woonvorm WiFinn Beneden-Leeuwen
Plaats Boven-Leeuwen
Groepswonen/Geclusterd wonen 9
Gespikkeld wonen 0
Beneden-Leeuwen Beneden-Leeuwen Beneden-Leeuwen
9 14 21
0 0 0
Plaats Wamel Beneden-Leeuwen Wamel Beneden-Leeuwen
Beschermd Wonen Intramuraal 8 6 18
Beschermd Thuis
Mensen met een psychische kwetsbaarheid Zorgaanbieder Woonzorgboerderij Kooilust Compleet mensenwerk B.V. RIBW Nijmegen & Rivierenland RIBW Nijmegen & Rivierenland
Locatie Woonzorgboerderij Kooilust Beneden-Leeuwen Clarissenstraat Hogenkamp
4
55
Bijlage 2: De Doorzonscan
• •
De Doorzonsscan is een beproefd meetinstrument waarmee gemeenten en woningcorporaties op een snelle manier kunnen achterhalen welk deel van de woningvoorraad al geschikt is voor mensen met een functiebeperking en welke woningen met een kleine ingreep geschikt te maken zijn. Iedere woning wordt op basis van een aantal kenmerken van de woningen (bouwjaar, oppervlakte en woningtype) ingedeeld in één van de categoriën. Hieronder staan de kenmerken waaraan woningen moeten voldoen om een specifieke kwalificatie te krijgen.
Niet-geschikte woning De overige woningen zijn als niet-geschikt aangemerkt; deze woningen zijn vermoedelijk ook niet (eenvoudig) geschikt te maken.
Geschikte woning Alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die als hulpmiddelen eventueel wandelstok of kruk(ken) gebruiken. De woningen voldoen aan tenminste één van de volgende kenmerken: • woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning; • appartementen/(galerij)flats (als deze over een lift beschikken); • (semi)bungalows, woonboerderijen.
inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; geschakelde woning.
De beoordeling van de woningvoorraad op geschiktheid op basis van wozgegevens is een inschatting. Bezoek aan een woning zelf moet uitwijzen of de inschatting ook juist is. Daarnaast geeft de analyse uitsluitend inzicht in de kenmerken van de woning. Het is denkbaar dat ouderen de woning niet meer geschikt vinden omdat bijvoorbeeld het onderhoud van de woning of de tuin teveel wordt, of dat men dichter bij voorzieningen wil wonen; een woning die volgens de analyse ‘geschikt’ is kan in de beleving van de bewoners dan minder geschikt zijn. Andersom kan het zo zijn dat in een woning die volgens de analyse ‘potentieel geschikt’ is inmiddels al aanpassingen zijn gedaan (zoals de installatie van een traplift, of de drempels verwijderd). Hier kom je echter alleen achter door de woning daadwerkelijk te bezoeken. Daar wordt in deze analyse geen rekening mee gehouden.
Potentieel geschikte woning Potentieel geschikte woningen zijn woningen die met relatief beperkte middelen geschikt te maken zijn. Hierbij is te denken aan het installeren van een traplift, of het verlagen of weghalen van drempels. Deze woningen voldoen aan de volgende criteria: • eengezinswoning, is gebouwd na 1998; • inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965;
2281.109 | Woonzorganalyse
56
Bijlage 3: Afkortingen en begrippen • •
•
• •
• •
• •
BW: Beschermd Wonen (GGZ). Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding. GGZ-W: Geestelijke Gezondheidszorg Wonen verwijst naar de zorgverlening binnen de Wet langdurige zorg (Wlz) voor cliënten met een psychische stoornis, die intensieve zorg of toezicht dichtbij nodig hebben. GGZ-B: Geestelijke Gezondheidszorg met Beschermd wonen. Het betreft mensen met psychische aandoeningen na 3 jaar intensieve behandeling vanuit de zorgverzekeringswet verlengt met intensieve begeleiding en een veilige, gestructureerde woonomgeving, waar continue zorg en ondersteuning vanuit de Wlz beschikbaar zijn om hun stabiliteit en herstel te ondersteunen. Extramuralisering: het streven om buiten de muren van een zorginstelling gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning. Levensloopgeschikt woning: een zelfstandig woning die geschikt is (of eenvoudig geschikt te maken is) voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook in het geval fysieke beperkingen of chronische ziekten van bewoners. Op de volgende pagina in het groene kader is definitie van levensloopgeschikte woning verder gespecificeerd. MPT: Modulair Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een deelverstrekking die kan worden gecombineerd met het PGB.
PGB: Persoonsgebonden budget: een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert. PG: Psychogeriatrie. Aandoeningen die gepaard gaan met beperkingen van de geestelijke vermogens (psycho) op hogere leeftijd (geriatrie). Respijtzorg: tijdelijk overdragen van mantelzorg, zodat mantelzorgers op adem kunnen komen.
2281.109 | Woonzorganalyse
• • • • • • • •
Scheiden wonen en zorg: Cliënt betaalt zelf de huur en de kosten voor levensonderhoud. SOM: Somatiek. Zorg bij lichamelijke ziektes. VG: Verstandelijk Gehandicapt. VPT: Volledig Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een totale verstrekking die thuis kan worden geleverd. Wlz: Wet langdurige zorg. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning. Zvw: Zorgverzekeringswet. SGLVG: Sterk gedragsgestoord licht verstandelijk gehandicapt. Het gaat om mensen met een lichte verstandelijke beperking gecombineerd met ernstige gedragsproblematiek.
Woonvormen Ouderen en mensen met een lichamelijke beperking • •
Zorggeschikt: Wooneenheden in een verpleeghuis of een zorggeschikte woning, bedoeld voor mensen met een Wlz-indicatie. Geclusterd wonen voor ouderen: Een levensloopgeschikte woning in een woonvorm met 5 of meer wooneenheden. Het gaat om zelfstandige woningen waar mensen zonder zorgindicatie mogen wonen. In de aanbodinventarisatie is een complex meegeteld in deze categorie als ten minste 50% van de bewoners in het complex 65 jaar of ouder is en/of het complex is gelabeld voor ouderen. Binnen geclusterd wonen onderscheiden we verschillende typen: – Seniorencomplex: traditioneel appartementencomplex voor senioren. – Serviceflat: appartementencomplex met hoog aantal (verplicht af te nemen) diensten m.b.t comfort en ondersteuning.
57
– Aanleunwoning (app): Appartementencomplex dat alleen toegankelijk is voor mensen die zorg aan huis nodig hebben (Zvw- of VPT-indicatie (wlz) is vereist). – Levensloopbestendige woningen (ggb): Traditionele kleine rijwoningen die geschikt zijn voor ouderen. – Luxe levensloopbestendige appartementen: Modern appartementencomplex op privaat terrein, met uitgebreide buitenruimte rondom het complex. – Hofjeswonen (grondgebonden/appartement): Cluster van kleine woningen/appartementen, gecentreerd rondom een gezamenlijke binnenplaats of entree. •
Kwetsbare jongeren •
Geclusterd wonen met begeleiding: Doorstroomgerichte ‘tussenvorm’, waarbij jongeren (intensieve) begeleiding ontvangen bij het zelfstandig wonen. In fases groeien zij toe naar zelfstandigheid. Voorbeelden zijn kamertrainingscentra of fasehuizen.
Reguliere woning: ‘gewone’, niet-geclusterde woning. Het gaat hierbij zowel om gezinswoningen als om appartementen of studio’s waar ook mensen zonder zorgvraag kunnen wonen.
Mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, of met een psychiatrische aandoening •
•
•
Geclusterd wonen: Woonvorm waarbij de bewoner een eigen appartement of studio heeft met voorzieningen, maar ook met een ontmoetingsruimte in of bij het pand. Betreft zowel groepswonen als het wonen in geclusterde appartementen, waarbij begeleiding 24-uur aanwezig kan zijn of 24-uur oproepbaar is. Groepswonen: een specifieke vorm van geclusterd wonen, waarbij bewoners een kamer hebben en voorzieningen als keuken en woonkamer delen met andere bewoners. Gespikkeld wonen: wonen in een reguliere, niet-geclusterde woning in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden kan worden.
2281.109 | Woonzorganalyse
58
Bijlage 4: Organisatie en bekostiging van langdurige zorg
Zorgzwaartepakketten
Wlz, Wmo en Zvw
Tot 2015 werden indicaties uitgedrukt in ‘zorgzwaartepakketten’. Met de overgang van de AWBZ naar de Wlz is deze term officieel vervangen door de term ‘zorgprofiel’; in de praktijk wordt de zorgvraag echter nog vaak uitgedrukt in de oude terminologie. Voor ouderen bestaan binnen de Wlz de volgende zorgprofielen (VV staat voor ‘verpleging en verzorging’):
Sinds de afschaffing van de AWBZ in 2015 kan langdurige zorg en ondersteuning voor volwassenen uit drie zorgwetten geleverd worden: • Zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz) • Ondersteuning uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) • Wijkverpleging uit de Zorgverzekeringswet (Zvw) De aard van de zorgbehoefte bepaalt vanuit welke wet iemand zorg krijgt.
Vroegere ZZP ZZP VV 4 ZZP VV 5 ZZP VV 6 ZZP VV 7
De Wet langdurige zorg is bedoeld voor mensen die ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Wlz-zorg is alleen mogelijk als iemand zorg nodig heeft vanwege een lichamelijke ziekte of beperking, dementie, een verstandelijke beperking of een zintuiglijke beperking, het duidelijk is dat hij of zij blijvend (= levenslang) zorg nodig heeft en iemand permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig heeft. Het Zorgkantoor is verantwoordelijk voor deze zorg; mensen hebben een indicatie nodig van het CIZ om in aanmerking te komen voor Wlz-zorg. Wie niet voldoet aan de voorwaarden voor Wlz-zorg, kan voor ondersteuning een beroep doen op de gemeente (Wmo). Wijkverpleging wordt bekostigd vanuit de Zorgverzekeringswet. In principe geeft alleen de Wlz toegang tot wonen in een zorginstelling, zoals een verpleeghuis of een instelling voor beperktenzorg 8. Verhuizen naar een instelling is overigens niet verplicht: als de omstandigheden goed zijn kan Wlz-zorg ook thuis geleverd worden. Wmo-ondersteuning en wijkverpleging zijn mogelijk als u thuis of in een kleinschalige woonvorm woont.
8
ZZP VV 8 ZZP VV 9b
Naam zorgprofiel VV Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging VV Beschermd wonen met intensieve dementiezorg VV Beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging VV Beschermd wonen met zeer intensieve zorg vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op begeleiding VV Beschermd wonen met zeer intensieve zorg vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op verzorging/verpleging VV Herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging
Voor mensen met een (lichte) verstandelijke beperking gelden de volgende zorgprofielen binnen de Wlz: Vroegere ZZP ZZP VG 3 ZZP VG 4 ZZP VG 5 ZZP VG 6 ZZP VG 7 ZZP VG 8
Naam zorgprofiel VG Wonen met begeleiding en verzorging (vanaf 18 jaar; niet voor jeugd) VG Wonen met begeleiding en intensieve verzorging VG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging VG Wonen met intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering VG (Besloten) wonen met zeer intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering VG Wonen met begeleiding en volledige verzorging en verpleging
Beschermd Wonen GGZ vormt hierop een uitzondering: dit is 24-uurszorg inclusief verblijf, maar wordt bekostigd door de gemeente (Wmo).
2281.109 | Woonzorganalyse
59
Vroegere ZZP ZZP LVG 1 ZZP LVG 2 ZZP LVG 3 ZZP LVG 4 ZZP LVG 5 ZZP SGLVG 1
Naam zorgprofiel LVG Wonen met enige behandeling en begeleiding LVG Wonen met behandeling en begeleiding LVG Wonen met intensieve behandeling en begeleiding, kleine groep LVG Wonen met zeer intensieve behandeling en begeleiding LVG Besloten wonen met zeer intensieve behandeling en begeleiding LVG Behandeling in een SGLVG behandelcentrum
Voor mensen met een lichamelijke beperking gelden de volgende zorgprofielen binnen de Wlz: Vroegere ZZP ZZP LG 1 ZZP LG 2 ZZP LG 3 ZZP LG 4 ZZP LG 5 ZZP LG 6 ZZP LG 7
Naam zorgprofiel LG Wonen met enige begeleiding en enige verzorging (alleen in 2015) LG Wonen met begeleiding en enige verzorging LG Wonen met enige begeleiding en verzorging (alleen in 2015) LG Wonen met begeleiding en verzorging LG Wonen met begeleiding en intensieve verzorging LG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging LG Wonen met zeer intensieve begeleiding en zeer intensieve verzorging
Vroegere ZZP ZZP GGZ-B 3 ZZP GGZ-B 4 ZZP GGZ-B 5 ZZP GGZ-B 6 ZZP GGZ-B 7
Beschermd Wonen Beschermd Wonen (BW) valt voor een groot deel onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Sinds 2021 is de Wlz ook opengesteld voor mensen met psychiatrische problematiek (GGZ-W). Binnen BW wordt met drie typen beschikkingen gewerkt: Beschikking BW Wmo
GGZ-W
Voor mensen met een psychiatrisch ziektebeeld die langer dan drie jaar verblijven in een GGZ-instelling voor behandeling gelden de volgende zorgprofielen binnen de Wlz:
2281.109 | Woonzorganalyse
Naam zorgprofiel GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding en verzorging GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding en gedragsregulering GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding en intensieve verpleging en verzorging GGZ-B Beveiligd voortgezet verblijf vanwege extreme gedragsproblematiek met zeer intensieve begeleiding
Beschermd Thuis Wmo
Naam zorgprofiel Wonen in of nabij een beschermde woonvorm waar(vandaan) ondersteuning en begeleiding wordt geboden bekostigd vanuit de Wmo. Wonen in of nabij een beschermde woonvorm waar(vandaan) intensieve begeleiding wordt geboden bekostigd vanuit de Wlz. Zelfstandig wonen met begeleiding aan huis. Intensieve begeleiding in de thuissituatie waarbij de ondersteuning direct oproepbaar is.
60
Bijlage 5: Aannames voor de prognoses Ouderen Vertaling woonvraag per vitaliteitstrede: situatie 2023 Woonvormen voor 65-plussers in 2023 Trede 1 Trede 2 Trede 3 Regulier wonen 95% 92% 90% Geclusterd wonen 5% 8% 10% Zorggeschikt 0% 0% 0%
Trede 4 – SOM 9% 9% 82%
Trede 4 PG 5% 5% 90%
Verdeling woonvraag per vitaliteitstrede in trendprognose: situatie 2040 Woonvormen voor Trede 4 – 65-plussers in 2040 Trede 1 Trede 2 Trede 3 SOM Regulier wonen 88% 86% 84% 9% Geclusterd wonen 12% 14% 16% 25% Zorggeschikt 0% 0% 0% 66%
Trede 4 PG 5% 11% 84%
2281.109 | Woonzorganalyse
Aandeel gespikkeld 0% 25% 10% 10% 10% 0% 0%
Uitstroom Beschermd Wonen
Mensen met een verstandelijke beperking Vertaling van zorgvraag naar woonvraag VG: situatie 2023 Zorgzwaartepakketten Aandeel geclusterd SG(LVG) 100% VG3 85% VG4 100% VG5 100% VG6 100% VG7 100% VG8 100%
Vertaling van zorgvraag naar woonvraag VG: situatie 2040 Zorgzwaartepakketten Aandeel geclusterd SG(LVG) 100% VG3 75% VG4 90% VG5 90% VG6 90% VG7 100% VG8 100%
Verdeling uitstroom vanuit BW Uitstroom naar… Reguliere woning Maatschappelijke Opvang GGZ-W Onbekend
75% 5% 10% 10%
Uitstroom jeugdhulp met verblijf Aandeel gespikkeld 0% 15% 0% 0% 0% 0% 0%
Verdeling uitstroom vanuit jeugdhulp met verblijf Uitstroom naar… Reguliere woning Geclusterd wonen met begeleiding/kamertraining Beschermd Wonen (Wmo/Wlz) Verlende jeugdzorg
40% 30% 20% 10%
61
Uitstroom Maatschappelijke opvang Verdeling uitstroom vanuit BW Uitstroom naar..* Reguliere woning Tussenvoorziening** GGZ-W Uitstroom naar thuissituatie
30-60% 6-20% 13-25% 0-10%
* Centrumgemeente Nijmegen heeft de uitstroomrichting van 49% van de uitstromers in beeld. Deze percentages zijn als ondergrens gehanteerd in de aanname. ** Mogelijke vormen van tussenvoorzieningen zijn onder andere een overgangshuisvesting, die fungeert als tijdelijke woonoplossing, en gemeenschappelijke woonvormen waarbij uitstromers samenwonen en gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het huishouden, vaak met ondersteuning van professionals. Daarnaast kan begeleid wonen ook een vorm zijn; hierbij wonen uitstromers zelfstandig in een woning of appartement, maar worden zij regelmatig bijgestaan door een begeleider die helpt bij dagelijkse activiteiten en het bevorderen van zelfredzaamheid.
2281.109 | Woonzorganalyse
62
Bijlage 6: Woonstijlen
In de volgende pagina’s geven we een profielschets van elke woonstijlgroep. De figuur hieronder toont de woonvoorkeuren van de woonstijlgroepen.
De woonwensen van ouderen zijn divers. De woonvorm ‘geclusterd wonen’ is een verzamelnaam voor diverse woningtypes en woonconcepten die beschutting, comfort en ontmoeting bieden. Verschillende groepen ouderen zoeken daarbij verschillende typen geclusterde woonvormen. Welke keuzes groepen ouderen hierin maken is onder meer afhankelijk van hun woonwensen, die wij classificeren als zogeheten ‘woonstijlen’. We onderscheiden 12 ‘woonstijlgroepen’ onder (toekomstige) ouderen, die die verschillen qua woonvoorkeuren. De indeling in woonstijlen is gebaseerd op analyses van woongedrag en woonwensen van ouderen, zoals die naar voren komen in CBS-microdata, het WoON en sociologisch onderzoek naar generaties en waardepatronen. Deze inzichten zijn gekoppeld aan achtergrondkenmerken van ouderen, zoals het inkomen, leeftijd, huishoudenssamenstelling, stedelijkheid, opleiding en vermogen. De generatie waartoe iemand behoort, is (mede) bepalend voor de waardeoriëntatie, de sociaaleconomische status voor de financiële mogelijkheden die men heeft.
Figuur 1: Voorkeuren woonstijlgroepen naar woonconcept binnen geclusterd wonen
Behoefte aan woonconcepten per woonstijl 100% 90% 80% 70%
18%
16%
2%
1%
9%
12%
15% 3% 7%
0%
12% 31%
30%
20% 10%
18%
0%
35%
8%
7%
7%
14%
15% 8% 16%
18% 29% 11% 7% 4%
8% 16%
10% 8% 1%
4% 13%
18% 9%
6%
1%
1%
40% 30%
14% 12%
60% 50%
9%
14%
17%
14%
4%
22% 10% 16%
10% 0%
10% 7% 4%
26%
Stille Generatie (tot 1940) Protestgeneratie (1940-1955) Generatie X (1955-1970) Pragmatische generatie (1970 - 1985)
Middel sociaaleconomische status Oudere comfortzoekers Vitale comfortzoekers Moderne hofjesbewoners Middel
Bron: CBS-microdata, WoON2018 en bewerking Companen.
2281.109 | Woonzorganalyse
Hoge sociaaleconomische status Welgestelde cultuurminnaars Welgestelde levensgenieters Ondernemende levensgenieters Hoog
Levensloopbestendige woningen (ggb) Luxe levensloopbestendige appartementen Hofjeswonen (ggb) Aanleunwoning (app)
28%
22%
45% 5% 16%
5%
Tabel 1: Indeling van woonstijlen naar generatie (geboortejaar) en financiële positie Lagere sociaaleconomische status Kwetsbare Ouderen Traditionele buurtbewoners Actieve buurtbewoners Laag
6%
26%
10% 18%
4%
11%
20%
13%
13% 7%
5%
Seniorencomplex Serviceflat Hofjeswonen (app) Zorgvilla
Bron: CBS-Microdata en WoON2018; bewerking Companen.
63
17% 6%
Kwetsbare ouderen Kwetsbare ouderen behoren tot de ‘stille generatie’ (1925 – 1940). Deze groep ouderen heeft een leeftijd van 80 jaar of ouder. De groep heeft een lagere inkomenspositie en een beperkt vermogen. Zij zijn doorgaans lager opgeleid. Het merendeel van de kwetsbare ouderen woont in een corporatiewoning.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Kwetsbare ouderen hebben een traditionele waardeoriëntatie, die voornamelijk gevormd is door de waarden en normen die men ‘vanuit huis’ mee kreeg. Kwetsbare ouderen komen voort uit een plichtsgetrouwe generatie, waarin een zuinig en bescheiden leven voorop staat. Voor deze groep staat de gemeenschap in het middelpunt in plaats van het individu. Kwetsbare ouderen zijn trouw aan collectieve organisaties zoals ouderenbonden, vakbonden en goede doelen. Echter ondernemen ze geen politieke of maatschappelijke actie. Moderne communicatiemiddelen worden door kwetsbare ouderen niet of nauwelijks gebruikt.
Vrije tijd & consumptie Vanwege de hoge leeftijd, beperkte financiële middelen en traditionele oriëntatie, ondernemen kwetsbare ouderen relatief weinig activiteiten. Deze groep onderneemt met name traditionele hobby’s, zoals lezen, puzzelen, breien, verzamelen en tuinieren.
Kwetsbare ouderen hebben een gemiddeld aantal verzekeringen. Kwetsbare ouderen hebben vaak geen auto en steunen bekende goede doelen, omdat dit zo ‘hoort’.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 85% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar (WoON2018). Van de overige 15%, geeft 70% aan misschien en 17% beslist te willen verhuizen, 9% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 4% heeft al een andere woning gevonden. Kwetsbare ouderen wonen relatief vaak in een gelijkvloerse woning, die al is aangepast voor een eventuele handicap. Daarnaast wonen kwetsbare ouderen vaak in seniorenwoningen, binnen een complex of als aanleunwoning. Veel kwetsbare ouderen geven aan dat gezondheid een reden vormt om te verhuizen. De gewenste woningen bij verhuizing zijn met name appartementen. De groep heeft hierbij over het algemeen ook een sterke voorkeur om samen te wonen, mede om meer sociaal contact te kunnen leggen. De nabijheid van supermarkten en OV is belangrijk voor de groep kwetsbare ouderen.
Kwetsbare ouderen lezen vooral regionale kranten en omroepbladen. Nederland 1, 2 en 3 en RTL-zenders zijn favoriet op de TV. Het aankopen van producten via het internet doet de groep nauwelijks.
2281.109 | Woonzorganalyse
64
Oudere comfortzoekers Oudere comfortzoekers behoren tot de ‘stille generatie’ (1925 – 1940). Deze groep ouderen is 80-plus en beschikt over een midden inkomenspositie en een modaal vermogen. Zij zijn doorgaans lager of midden opgeleid. Net zoals de groep kwetsbare ouderen woont het merendeel van de oudere comfortzoekers in een corporatiewoning.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Oudere comfortzoekers hebben een traditionele waardeoriëntatie, die voornamelijk gevormd is door de waarden en normen die men ‘vanuit huis’ mee kreeg. Oudere comfortzoekers komen voort uit een plichtsgetrouwe generatie, waarin een zuinig en bescheiden leven voorop staat. Voor deze groep staat de gemeenschap in het middelpunt in plaats van het individu. Oudere comfortzoekers hebben relatief veel vertrouwen in de overheid, banken en de zorg. Moderne communicatiemiddelen worden door oudere comfortzoekers niet of nauwelijks gebruikt.
Vrije tijd & consumptie Vanwege de hoge leeftijd en traditionele oriëntatie, ondernemen oudere comfortzoekers relatief weinig activiteiten. Deze groep gaat soms naar een restaurant en houdt zich bezig met kruiswoordpuzzels, lezen, puzzelen, bordspellen en tuinieren.
Oudere comfortzoekers hebben weinig interesse in financiële producten. Verzekeringen worden vaak afgesloten bij de grote banken. Deze groep ouderen doneert jaarlijks een bescheiden bedrag voor fondsen zoals KWF Kankerbestrijding, Nederlandse Hartstichting en Zonnebloem. Sommige oudere comfortzoekers hebben één tweedehands auto van het merk Suzuki, Peugeot of Volkswagen.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 80% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 20%, geeft 71% aan misschien en 10% beslist te willen verhuizen, 15% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 3% heeft al een andere woning gevonden. Oudere comfortzoekers wonen overwegend binnen een complex, in de vorm van woonzorgcentrum, bejaardentehuis of serviceflat. De woningen binnen deze complexen zijn vaak gelijkvloers. Gezondheid vormt ook voor deze groep de grootste reden tot eventuele verhuizing. Oudere comfortzoekers spreken vaker een wens uit om samen te wonen met andere huishoudens, bijvoorbeeld in appartementencomplexen. Bij de keuze voor een woonplek is ook voor deze groep de nabijheid van supermarkten en OV belangrijk.
Oudere comfortzoekers lezen graag regionale kranten en maken gebruik van omroepbladen zoals Troskompas en KRO Magazine. Daarnaast leest deze groep graag bladen zoals Libelle, Privé en Plus magazine. Publieke televisiezenders, RTLzenders en Veronica worden veel bekeken door oudere comfortzoekers. De radio staat vaak afgestemd op een regionale radiozender.
2281.109 | Woonzorganalyse
65
Welgestelde cultuurminnaars Welgestelde cultuurminnaars vallen onder de ‘stille generatie’ (1925 – 1940). Deze groep ouderen is op hoge leeftijd (80-plus) en beschikt over een hoge inkomenspositie en een hoog vermogen. Zij zijn doorgaans hoger opgeleid. De welgestelde cultuurminnaars wonen voornamelijk in koopwoningen.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Welgestelde cultuurminnaars hebben een traditionele waardeoriëntatie, die voornamelijk gevormd is door de waarden en normen die men ‘vanuit huis’ mee kreeg. Oudere comfortzoekers komen voort uit een plichtsgetrouwe generatie, waarin een zuinig en bescheiden leven voorop staat. Voor deze groep staat de gemeenschap in het middelpunt in plaats van het individu. Deze groep is vooral betrokken bij goede doelen of politiek. Ze steunen vaker dan gemiddeld initiatieven/projecten van anderen door middel van donaties. Welgestelde cultuurminnaars hebben vertrouwen in de overheid en andere instituties.
Vrije tijd & consumptie Welgestelde cultuurminnaars bezoeken graag opera’s, klassieke concerten en musea. Deze groep is geïnteresseerd in het verzamelen van antiek. Ze gaan nog regelmatig uit eten. Verder houdt deze groep zich bezig met bridgen, golfen, lezen, kaartspellen en schaken.
Nederland. Ze steunen goede doelen die actief zijn p het gebied van kunst, cultuur, milieu en natuur. Ze doneren meer dan gemiddeld en zo’n 2 tot 10 keer per jaar. Als er een auto voor de deur staat is deze vaak van het merk Mercedes, BMW of Volvo.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 81% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 19%, geeft 79% aan misschien en 8% beslist te willen verhuizen, 8% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 5% heeft al een andere woning gevonden. Welgestelde cultuurminnaars wonen zowel in complexen als op zichzelf. Wanneer deze groep in een complex woont, betreft het vaak een woonzorgcentrum, bejaardentehuis of serviceflat. De woningen zijn hierbij over het algemeen gelijkvloers en onderhoudsvriendelijk. Gezondheid wordt als een van de voornaamste redenen gezien om te verhuizen. De verhuiswens is hierbij hoofdzakelijk gericht op appartementen met daaropvolgend rijtjeshuizen en andere soort woningen. Binnen deze verhuiswens is er een sterke behoefte om samen te wonen. Deze groep vindt het prettig als supermarkten en OV dichtbij huis te vinden zijn.
De welgestelde cultuurminnaars lezen graag de krant. Het Financieel Dagblad, de Volkskrant en trouw worden veel gelezen. Populaire tijdschriften onder deze groep zijn Plus Magazine en Elsevier. De televisie wordt afgestemd op Nederland 1, 2 en 3 waarop ze graag informatieve programma’s kijken. Men luistert voornamelijk naar Classic FM of één van de publieke radiozenders Radio 1, Radio 2 of Radio 4. De Welgestelde cultuurminnaars zijn vaak beleggers en ze beleggen voornamelijk via een bank. Het aantal verzekeringen ligt hoog en worden het liefst bij een bank afgesloten. Deze groep bankiert voornamelijk bij de bekendste banken van 66
Traditionele buurtbewoners Traditionele buurtbewoners vallen onder de ‘protestgeneratie’ (1940 – 1955). Deze groep ouderen is op hogere leeftijd (65 tot 80 jaar) en heeft een lagere inkomenspositie en een beperkt vermogen. Zij zijn doorgaans lager opgeleid. Ondanks de lagere inkomenspositie en een beperkt vermogen woont het merendeel van deze groep ouderen in een koopwoning.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Traditionele buurtbewoners zijn gedreven, idealistisch en zelfbewust. Ze kenmerken zich door een actieve levenshouding met hoge vitaliteit. Traditionele buurtbewoners hebben een zichtbare persoonlijk stijl, varen een eigen koers en trekken zich minder aan van autoriteit. Een bekend motto van deze groep luidt: ‘Wat ik nog kan, doe ik’. Deze groep is bovengemiddeld betrokken bij vereniging en politiek. Ze ondernemen weinig politieke of maatschappelijke actie. Ze ervaren minder omzien naar elkaar en dat is een gemis. Het vertrouwen in banken en zorg is relatief groot. Men voelt zich niet goed vertegenwoordigd en gehoord door met name de landelijke politiek.
Vrije tijd & consumptie Traditionele buurtbewoners wandelen of fietsen met enige regelmaat. Deze ouderen gaan soms nog naar de kerk. Ze ondernemen hobby’s zoals kruiswoordpuzzels, lezen, tuinieren, zelf kleding maken en verzamelen. Traditionele buurtbewoners maken veel gebruik van verschillende media, zoals kranten, omroepbladen, televisie en radio. Regionale kranten en kranten zoals Nederlands Dagblad, Reformatorisch Dagblad en Trouw, zijn populair onder de
groep. De televisie en radio staan voornamelijk afgestemd op de publieke televisieen radiozenders zoals Nederland 1, 2 of 3 en Radio 1, 2, 4 of 5. Het liefst bankieren de traditionele buurtbewoners bij grote banken zoals Rabobank en ING. Ze hebben daar een betaalrekening en spaarrekening afgesloten, maar van andere financiële producten wordt eigenlijk geen gebruik van gemaakt. De meeste traditionele buurtbewoners hebben één kleine auto van merken zoals Opel, Nissan of Toyota. De groep geeft geld aan goede doelen met een humanitair karakter, zoals Kerk in Actie, Unicef en Leger des Heils.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 74% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 26%, geeft 72% aan misschien en 13% beslist te willen verhuizen, 13% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 2% heeft al een andere woning gevonden. Traditionele buurtbewoners wonen over het algemeen vaak gelijkvloers. De woning, waarin zij doorgaans wonen is in algemene zin minder geschikt voor een zorgvraag. Om deze reden zijn aanpassingen (op latere leeftijd) in het huis vaker noodzakelijk. Vanwege het hebben van sociale contacten kiezen traditionele buurtbewoners er vaak voor om in een complex te gaan wonen. De groep kiest er vaker voor om te experimenteren met verschillende vormen van samenleven. Al met al behoren gezondheid, de huidige woning en woonomgeving tot de voornaamste redenen voor traditionele buurtbewoners om te verhuizen. De gewenste woning voor deze groep is een primair appartement of een secundair rijtjeshuis. De wens om samen te wonen of om alleen te wonen is hierbij in evenwicht. De groep vindt de nabijheid van supermarkten en OV erg belangrijk.
67
Vitale comfortzoekers Vitale comfortzoekers behoren tot de ‘protestgeneratie’ (1940 – 1955). Deze groep ouderen valt binnen de leeftijdsklasse 65 tot 80 jaar en heeft een gemiddelde inkomenspositie en een modaal vermogen. Het grootste deel van de groep vitale comfortzoekers woont in een koopwoning.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Vitale comfortzoekers zijn gedreven, idealistisch en zelfbewust. Ze kenmerken zich door een actieve levenshouding met hoge vitaliteit. Vitale comfortzoekers hebben een zichtbare persoonlijk stijl, varen een eigen koers en trekken zich minder aan van autoriteit. Een bekend motto van deze groep luidt: ‘Wat ik nog kan, doe ik’. Vitale comfortzoekers zijn bovengemiddeld betrokken in de samenleving. Zij steken hun energie in het geloof, goede doelen en politiek, maar ondernemen geen politieke of maatschappelijke actie. Een kwart levert een actieve bijdrage aan de eigen leefomgeving waar dat nog lukt. Tegelijkertijd is er een grote groep die juist weinig tot niets onderneemt.
Vrije tijd & consumptie De vitale comfortzoekers doen voornamelijk aan bridgen, fietsen en wandelen. Ook gaan ze graag op vakantie waarbij zowel rondreizen, cruises, natuur-, fiets- en wandelvakanties geliefd zijn. Musicals en restaurants worden af en toe bezocht. Voor overige hobby’s houden zij zich bezig met kruiswoordpuzzels, tuinieren, vrijwilligerswerk en verzamelen.
steunen veel goede doelen en doen dat vaak meerdere keren per jaar. De meeste vitale comfortzoekers hebben één kleine auto van merken zoals Opel, Nissan of Toyota.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 73% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 27%, geeft 79% aan misschien en 9% beslist te willen verhuizen, 9% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 4% heeft al een andere woning gevonden. De woonsituatie van vitale comfortzoekers kenmerkt zich als overwegend op zichzelf. De betreffende personen wonen hierbij vaak in een gelijkvloerse ouderenwoning. De woningen zijn op zichzelf gezien al redelijk geschikt. Wel wordt er vaker gebruik gemaakt van een traplift. Hierbij is er ook vaker een 2e toilet aanwezig en sprake van aanbouw. Binnen deze groep vormt gezondheid wederom een grote reden tot eventueel verhuizen. Anders dan bij de voorgaande groepen wordt hiervoor ook de huidige woning op zichzelf als reden gezien. De verhuiswens is met name gericht op primaire appartementen en secundaire rijtjeshuizen. De wens om samen of alleen te wonen is hierbij in evenwicht. In tegenstelling tot de eerdere twee groepen vinden vitale comfortzoekers het minder belangrijk dat supermarkten en OV in de nabijheid zijn.
Vitale comfortzoekers veel gebruik van regionale dagbladen, het AD en de Telegraaf. De televisie en radio staan voornamelijk afgestemd op de publieke televisie- en radiozenders zoals Nederland 1, 2 of 3 en Radio 1, 2, 4 of 5. Verzekerd zijn voor alle risico’s vinden de vitale comfortzoekers erg belangrijk. Verzekeringen worden het liefst afgesloten bij een bank. Vitale comfortzoekers 68
Welgestelde levensgenieters Welgestelde levensgenieters zijn onderdeel van de ‘protestgeneratie’ (1940 – 1955). Deze groep ouderen valt in de leeftijdscategorie 65 tot 80 jaar en heeft een hoge inkomenspositie en een hoog vermogen. De ondernemend levensgenieters wonen voornamelijk in (vrijstaande) koopwoningen.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Welgestelde levensgenieters zijn gedreven, idealistisch en zelfbewust. Ze kenmerken zich door een actieve levenshouding met hoge vitaliteit. Welgestelde levensgenieters hebben een zichtbare persoonlijk stijl, varen een eigen koers en trekken zich minder aan van autoriteit. Een bekend motto van deze groep luidt: ‘Wat ik nog kan, doe ik’. Welgestelde levensgenieters zijn bovengemiddeld betrokken in de samenleving. Zij steken hun energie in vereniging, goede doelen en politiek en ondernemen alleen politieke of maatschappelijke actie als het echt nodig is. Een kwart levert een actieve bijdrage aan de eigen leefomgeving waar dat nog lukt. De groep staat neutraal tegenover de eigen invloed op de regering.
Vrije tijd & consumptie Welgestelde levensgenieters maken in hun vrije tijd vraag uitstapjes in de natuur en houden ze zich bezig met tuinieren. De hobby’s van deze groep bestaan voornamelijk uit fietsen, wandelen, lezen en schilderen. Daarnaast bezoeken ze regelmatig musea en theaters. Ze geven de voorkeur aan culturele- en zon- en strandvakanties. De Volkskrant, NRC Handelsblad en regionale kranten worden veel gelezen. Daarnaast zijn woon- en tuinbladen en opiniebladen geliefd. Er wordt vooral naar
de publieke omroepen gezapt en kijkt de groep graag naar documentaires, educatieve en actualiteitenprogramma’s. De radio staat met name afgestemd op de publieke zenders of Sky radio. Verzekerd zijn voor veel risico’s vinden de Welgestelde levensgenieters erg belangrijk. Verzekeringen worden het liefst afgesloten bij een bank. Beleggen doet deze groep relatief veel. Welgestelde levensgenieters zijn gul in hun donaties aan goede doelen en doneren vaak meerdere keren per jaar. De Welgestelde levensgenieters hebben één of twee auto’s voor de deur staan, vaak van het merk BMW, Audi, Mercedes of Mazda
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 72% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 28%, geeft 76% aan misschien en 8% beslist te willen verhuizen, 7% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 9% heeft al een andere woning gevonden. Welgestelde levensgenieters wonen overwegend op zichzelf. De woningen zijn over het algemeen goed geschikt en beschikken daarbij vaker over een 2 e toilet. Over het algemeen vormt voor ook deze groep gezondheid een reden om te verhuizen. Daarnaast kan de woning zelf ook als een verhuisreden worden gezien. Indien er sprake is van een verhuiswens dan is deze met name gericht op (het zelf bouwen van woningen zoals) primaire appartementen en secundaire rijtjeshuizen. Hierbij is er een sterke wens aanwezig om alleen te blijven wonen. De nabijheid van supermarkten wordt als minder belangrijk gezien. De nabijheid van OV wordt als redelijk belangrijk gezien.
69
Actieve buurtbewoners Moderne buurtbewoners zijn onderdeel van ‘Generatie X’ (1955 – 1970). Deze groep toekomstige ouderen is nu op middelbare leeftijd (50 tot 65 jaar) en heeft een lagere inkomenspositie en een beperkt vermogen. Merendeel van de groep moderne buurtbewoners woont in een corporatiewoning. Daarnaast woont nog een behoorlijk aandeel in een koopwoning ondanks de lagere inkomenspositie en beperkt vermogen van deze groep.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Moderne buurtbewoners zijn praktisch ingesteld, zelfredzaam en soms wat onzeker. Ze weten zich snel dingen eigen te maken of zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden, zoals nieuwe technologie. Een bekend motto van deze groep luidt: ‘het is wat het is’. De maatschappelijke betrokkenheid van moderne buurtbewoners is beperkt. Moderne buurtbewoners participeren het liefst in projecten waarin meedoen voorop staat. Dit wordt gevoed door hun lage vertrouwen in zichzelf en de overheid. Deze groep mensen is van mening dat de overheid meer zou moeten doen voor de ‘gewone man’.
Vrije tijd & consumptie De moderne buurtbewoners doen in hun vrije tijd aan wandelen, fietsen en lezen. Ook gaan ze graag op vakantie waarbij zowel rondreizen, cruises, natuur-, fiets- en wandelvakanties geliefd zijn. Musicals en restaurants worden af en toe bezocht. Voor overige hobby’s houden zij zich bezig met kruiswoordpuzzels en vrijwilligerswerk en verzamelen.
De televisie en radio staan voornamelijk afgestemd op SBS6, RTL 4 en Nederland 1 en 2, en radiozenders zoals Radio 2 en Sky Radio. Geldzaken doen moderne buurtbewoners met name bij de Rabobank. Lenen en beleggen gebeurt weinig. Moderne buurtbewoners sluiten veel verzekeringen af (uitvaart-, inboedel-, aansprakelijkheidsverzekering). Moderne buurtbewoners doneren geregeld een bescheiden bedrag aan bekende goede doelen. De meeste vitale samenwoners hebben één tweedehands auto van merken zoals Suzuki, Mitsubishi, Toyota en Nissan.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 67% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 33%, geeft 66% aan misschien en 17% beslist te willen verhuizen, 15% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 2% heeft al een andere woning gevonden. Personen binnen de betreffende groep wonen zowel evenveel binnen complexen als op zichzelf. Aanpassingen om woningen geschikt te maken voor deze groep zijn desalniettemin vaak noodzakelijk. Zoals hierboven aangegeven, vormt de woonomgeving een van de grootste redenen om te verhuizen. Dit, tezamen met de huidige woning zelf. De verhuiswens is hierbij met name gericht op primaire appartementen en secundaire rijtjeshuizen. De wens om samen te wonen of alleen te wonen ligt gelijk. Deze groep vindt de nabijheid van OV belangrijk.
Moderne buurtbewoners maken veel gebruik van regionale dagbladen, het AD en de Telegraaf. Ook lezen zij overwegend veel roddelbladen (Weekend, Story, Privé), vrouwenbladen (Margriet, Libelle), gezondheidsbladen en woon- en tuinbladen.
70
Moderne hofjesbewoners Moderne hofjesbewoners behoren tot de ‘Generatie X’ (1955 – 1970). Deze toekomstige groep ouderen is nu op middelbare leeftijd (50 tot 65 jaar) en heeft een gemiddelde inkomenspositie en een modaal vermogen. Moderne hofjesbewoners wonen voornamelijk in koopwoningen.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Moderne hofjesbewoners zijn praktisch ingesteld, zelfredzaam en soms wat onzeker. Ze weten zich snel dingen eigen te maken of zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden, zoals nieuwe technologie. Een bekend motto van deze groep luidt: ‘het is wat het is’. De maatschappelijke betrokkenheid van Moderne hofjesbewoners is hoog. Moderne hofjesbewoners nemen zelf initiatief en participeren het liefst bij verenigingen, scholen of sport. Moderne hofjesbewoners zijn minder betrokken bij politiek of goede doelen, en ondernemen alleen politieke actie als dat nodig is. Deze betrokkenheid wordt gevoed door een hoog vertrouwen in zichzelf en gemiddeld vertrouwen in de overheid. Deze groep mensen is niet uitgesproken negatief of positief in de mate waarin men zich gehoord voelt door de politiek.
Vrije tijd en consumptie De Moderne hofjesbewoners doen in hun vrije tijd weinig aan sport, maar gaan wel wandelen en fietsen. Voor een vakantie zoeken zij rust, zon en strand op. Musicals, sportwedstrijden, casino’s en attractieparken worden af en toe bezocht. Voor overige hobby’s houden zij zich bezig met tuinieren, computerspellen en bakken.
Moderne hofjesbewoners lezen graag regionale kranten. De televisiezenders Nederland 1 en 2, SBS6 en RTL 4 worden veel bekeken. Het liefst kijken ze naar actualiteitsprogramma’s, quizprogramma’s en documentaires. De radio wordt vaak afgestemd op Radio 2, Radio 4 of Sky Radio. Moderne hofjesbewoners doneren geregeld een bescheiden bedrag aan goede doelen voor gezondheid (KWF, Nederlandse Hartstichting en Stichting Cliniclowns). De meeste vitale samenwoners hebben één kleine auto van merken zoals Opel, Suzuki, Nissan en Mazda.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 72% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 28%, geeft 77% aan misschien en 10% beslist te willen verhuizen, 9% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 5% heeft al een andere woning gevonden. Moderne hofjesbewoners wonen overwegend op zichzelf. Het merendeel van de woningen zijn niet gelijkvloers. De woningen komen vaker voor met aanbouw en is er ook vaker sprake van de aanwezigheid van een 2 e toilet. Reden voor deze groep om toch in een ouderenwoning te gaan wonen is hoofdzakelijk de onderhoudsvriendelijkheid. Zowel de huidige woning als de woonomgeving kunnen als voornaamste redenen tot eventueel verhuizen worden gezien. De wens om in een appartement of rijtjeshuis te wonen is in evenwicht. Hierbij is er wel sprake van een sterke wens om alleen te wonen. Aanvullende hierop is er tevens enige wens om zelf te bouwen. De nabijheid van OV is voor deze groep redelijk belangrijk.
71
Ondernemende levensgenieters Ondernemende levensgenieters zijn onderdeel van de ‘Generatie X’ (1955 – 1970). Deze toekomstige groep ouderen is nu op middelbare leeftijd (50 tot 65 jaar) en heeft een hoge inkomenspositie en een hoog vermogen. De Ondernemende levensgenieter woont voornamelijk in een (vrijstaande) koopwoning.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Ondernemende levensgenieters zijn praktisch ingesteld, zelfredzaam en soms wat onzeker. Ze weten zich snel dingen eigen te maken of zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden, zoals nieuwe technologie. Een bekend motto van deze groep luidt: ‘Ik ken de wegen’. De maatschappelijke betrokkenheid van Ondernemende levensgenieters is zeer hoog. Ondernemende levensgenieters leveren een actieve bijdrage aan de leefomgeving en ondersteunen vaak initiatieven of projecten van anderen. Ondernemende levensgenieters zijn betrokken bij (landelijke) politiek en weet ‘de weg naar het gemeentehuis’ goed te vinden. Deze groep inwoners wil zowel ‘meedoen’ als ‘meedenken’ als het om participatie gaat. Deze betrokkenheid wordt gevoed door een hoog vertrouwen in zichzelf en in de overheid.
Vrije tijd en consumptie De Ondernemende levensgenieters doen in hun vrije tijd aan golf en bridgen. Ook gaan ze graag op vakantie waarbij zowel culturele als actieve vakanties geliefd zijn. Musea en concerten (klassiek en jazz) worden af en toe bezocht. Voor overige hobby’s houden zij zich bezig met wijnen en antiek. Ondernemende levensgenieters maken veel gebruik van media. Zij lezen kranten zoals Financieel Dagblad, NRC en de Volkskrant en tijdschriften als Elsevier, HP/De Tijd, Vrij Nederland, Opzij en Elegance. De televisie staat voornamelijk afgestemd op Nederland 1, 2 en 3, en actualiteitsprogramma’s, documentaires en financiële programma’s. Ondernemende levensgenieters luisteren naar publieke radiozenders en Classic FM.
Geldzaken doen Ondernemende levensgenieters met name bij grote banken, maar ook bij de ASN Bank en Triodos Bank. Deze groep doet vaak aan beleggen. Ondernemende levensgenieters zijn gulle donateurs voor kunst, cultuur, natuur en milieu. De meeste Ondernemende levensgenieters hebben één of twee auto’s voor de deur van luxere merken, zoals Volvo, Audi of BMW.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 72% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 28%, geeft 79% aan misschien en 8% beslist te willen verhuizen, 6% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 7% heeft al een andere woning gevonden. Ondernemende levensgenieters wonen overwegend op zichzelf en maar weinig gelijkvloers. Over het algemeen worden de woningen van en voor deze groep als goed geschikt ervaren. Een eventuele reden die gegeven zou kunnen worden voor het verhuizen naar een ouderenwoning is de onderhoudsvriendelijkheid van deze ouderenwoningen. Over het algemeen vormen de huidige woning (ondanks de goede geschiktheid) en de woonomgeving de voornaamste redenen om te verhuizen. Een verhuiswens is even vaak gericht op appartementen als op rijtjeshuizen. Binnen de verhuiswens is er een zeer sterke behoefte aanwezig om alleen te wonen. Hierbij is er ook sprake van een sterkere wens om zelf te bouwen. De nabijheid van boodschappen in de buurt wordt als minder belangrijk ervaren. De nabijheid van OV wordt als redelijk relevant ervaren.
72
73
Bijlage 7: Definities VVT regiotafel en analyse provinciaal onderzoek Door zorgaanbieders VV en corporaties zijn bij het Bestuurlijk Overleg Bouwstenen Woonzorgvisie Rivierenland van 30 april 2024 definities vastgesteld voor de woonvormen van ouderen. Deze definities zijn als volgt: -
-
-
-
Nultredenwoning als het een van de volgende woningtypes betreft: een grondgebonden gelijkvloerse woning, een appartement met lift, een bijzondere woonvorm of een benedenwoning van een appartement zonder lift én niet voldoet aan de strengere criteria voor rollator- of zorggeschiktheid. Rollatorgeschikt als het een nultredenwoning betreft met daarnaast een badkamer van minimaal 4 m2 , de grootste slaapkamer minimaal 7 m2 is en een doorgang van minimaal 80 cm heeft (dus met een bouwjaar vanaf 2002). Als de woning zorggeschikt is, wordt hij niet meegeteld als rollatorgeschikt. Zorggeschikt als het een nultredenwoning betreft met daarnaast een badkamer van minimaal 5 m2 , de grootste slaapkamer minimaal 8 m2 groot is en een doorgang heeft van minimaal 90 cm (dus met een bouwjaar vanaf 2012). Overige woning: alle overige woningen.
Voor de data-analyse heeft Companen gebruikgemaakt van gegevens die zijn aangeleverd door zorgaanbieders en woningcorporaties. Eerst vond een analyse plaats van de data aangeleverd door de zorgaanbieders, gericht op het filteren van zorggeschikte woningen volgens de definitie van het Rijk. Daarna werden de woningen, nultredenwoningen en woningen die rollatorgeschikt of zorggeschikt gelabeld zijn, als ‘geclusterd’ geclassificeerd als ze gelabeld zijn voor ouderen of voor meer dan 50% door ouderen bewoond worden en zich in een cluster van ten minste 10 woningen bevinden. Woningen die niet aan deze
criteria voldoen, werden geclassificeerd als ‘nultrede’. De overige woningen zijn door Companen gelabeld als “reguliere woning”. Tegelijkertijd met het woonzorganalyse uitgevoerd door Companen, heeft In.Fact. ook een woonzorganalyse verricht voor provincie Gelderland. Er zijn verschillende mogelijke verklaringen voor de uiteenlopende prognoses van Companen, ABF en In.Fact. In de volgende paragraaf zullen we deze verschillen nader toelichten. Geen verschil in demografische prognose: Als basis voor de raming ouderenhuisvesting heeft Companen in Rivierenland gebruik gemaakt van de bevolkingsprognose van de provincie Gelderland (2022), waarin ook de nieuwbouwambities uit de Woondeal zijn verwerkt. ABF en In.Fact. maken ook gebruik van de Primos prognose uit 2022. Tijdshorizon: -
In.Fact. raamt de toename van de vraag voor de periode 2022 tot en met 2031 (een periode van 9 jaar) op basis van de door ABF geraamde opgaven. Companen hanteert in Regio Rivierenland als startjaar 2023; de berekening van de uitbreidingsopgave betreft daar dus een kortere periode (7 jaar) tot 2030. Aangezien de vraag naar ouderenhuisvesting ieder jaar groeit, leidt dit er logischerwijs toe dat Companen in de regio waarin een later startjaar is genomen dan 2022, uitkomt op een wat lagere ‘groei van de vraag’ voor de periode tot en met 2030.
Zorggeschikte woningen: ABF en Companen kijken beide voor de opgave ‘zorggeschikte woningen’ naar de verwachte toename van het aantal mensen met een Wlz-indicatie t/m 2030. In.Fact. gaat voor de berekening van de toekomstige vraag naar verpleegzorg ook uit van het aantal mensen met een Wlz-indicatie op enig moment.
74
-
-
-
-
ABF heeft de toename van het aantal mensen met een Wlz-indicatie als volgt berekend: o Er is door RIVM een inschatting gemaakt van de landelijke toename van het aantal Wlz-indicaties t/m 2030, met een brede bandbreedte. o BZK/VWS heeft in het programma Wonen en Zorg voor Ouderen (2023) gesteld dat er landelijk t/m 2030 40.000 extra ‘zorggeschikte woningen’ nodig zijn voor mensen met een Wlzindicatie. Dit getal ligt binnen de bandbreedte van de raming van het RIVM. o ABF heeft dit getal van 40.000 verdeeld over de gemeenten en regio’s. Het is voor ons niet na te gaan op basis waarvan zij tot deze verdeling zijn gekomen. Een belangrijk verschil tussen de aanpak van Companen en ABF is dat Companen er vanuit gaat dat niet alle ouderen met een Wlz-indicatie (zullen) wonen in een woonzorgcentrum of in een ‘zorggeschikte woning’. In lijn met de gesprekken die we hierover hebben gevoerd met zorgaanbieders, gaan we er in onze prognose vanuit dat ca 1/8 van de ouderen met een Wlz-indicatie nu én in de toekomst woont in een reguliere woning, en ca 1/8 in een geclusterde woonvorm die niet specifiek is bedoeld voor Wlz-cliënten. Onze inschatting van de behoefte aan zorggeschikte woningen komt daardoor lager uit dan die van ABF. Een ander verschil is dat Companen ervan uit gaat dat een deel van de mensen met een Wlz-indicatie samenwoont met een partner die ook een Wlz-indicatie heeft.
Wij rekenen dus ook binnen de categorie ‘zorggeschikte woningen’ met een gemiddelde huishoudensgrootte die groter is dan 1. Companen en In.Fact. baseren de verwachte toename van het aantal mensen met een Wlz-indicatie op het huidige zorggebruik per leeftijdsklasse, gecombineerd met de demografische prognose (steeds meer oudere ouderen) – met een correctie vanwege de verwachting dat mensen steeds langer gezond blijven.
-
In.Fact. maakt geen raming van de vraag naar zorggeschikte woningen, maar van de toename van het aantal mensen met een behoefte aan verpleegzorg. Dat dit aantal hoger uitkomt dan de door Companen geraamde uitbreidingsbehoefte voor zorggeschikte woningen is logisch, want de groep met een behoefte aan verpleegzorg kan ook in een verpleeghuis verblijven of individueel VPT ontvangen.
Geclusterd wonen voor senioren: Companen heeft een prognose voor geclusterd wonen gemaakt op basis van de huidige woonsituatie van ouderen met een bepaalde zorgvraag (‘vitaliteitstrede’) op dit moment. De ‘basisprognose’ die is uitgewerkt, is een demografische doorrekening van de huidige woonsituatie – er is dus geen rekening gehouden met mogelijke verschuivingen in de voorkeuren van ouderen. De getoonde uitbreidingsopgave is wat ons betreft een voorzichtige inschatting. Het is niet bekend welke aannames ABF heeft gebruikt om te komen tot een prognose voor de vraag naar geclusterd wonen voor ouderen. Wel weten we dat ook hier het uitgangspunt is geweest om de landelijke inschatting (80.000 toe te voegen geclusterde woningen t/m 2030) te verdelen over alle gemeenten in Nederland. In.Fact. onderscheidt de categorie ‘geclusterd wonen voor senioren’ niet. Een deel van de mensen met behoefte aan zorg op afroep zal willen wonen in een geclusterde woning voor senioren, een deel waarschijnlijk in een reguliere woning. Tegelijkertijd zijn er ook mensen zónder behoefte aan ‘zorg op afroep’, die er toch voor kiezen om te gaan wonen in een geclusterde seniorenwoning. Er zit dus overlap tussen de groep met ‘behoefte aan zorg op afroep’ en de groep die wil wonen in een geclusterde woonvorm, maar die overlap is zeker geen 100%.