CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-221.1 Woonzorganalyse West Maas en Waal Geredigeerd

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken28.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De uitsplitsing van de woningvoorraad in West Maas en Waal naar leeftijdsgroepen laat het volgende zien: naarmate de leeftijd oploopt wonen mensen vaker in een geschikte woning. Van de 85-plussers woont bijna de helft (46%) in een geschikte woning. Daarentegen woont een derde (35%) 85plussers in een niet-geschikte woning. Hier ligt de opgave om doorstroming naar een geschikte woning te bevorderen.

27

Figuur 3.12: Geschiktheid totale woningvoorraad per kern volgens ‘doorzonscan’ (2024) Figuur 3.11: Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom volgens ‘doorzonscan’ (2023)

Alphen Huur corporatie

36%

Huur particulier

16%

18%

Totaal

24% 0% Geschikt

20%

27%

Altforst

31%

34%

43% 41%

24%

40%

Appeltern

26%

39%

34%

46%

36%

Beneden-Leeuwen

22%

42%

36%

37%

39%

Boven-Leeuwen

23%

37%

40%

Dreumel

24%

31%

45%

40%

Koop

48%

20%

40%

Geschikt te maken

60%

80%

100%

Niet geschikt

Bron: WOZ-registratie gemeente West Maas en Waal, bewerkt door Companen (2023).

Maasbommel

32%

35%

22%

36%

42%

Gemeente West Maas en Waal

24%

37%

39%

0%

Uitsplitsing naar kernen Ook op kernniveau is de geschiktheid van de woningvoorraad onevenredig verdeeld. In acht van de negen kernen is meer dan een derde van de woningvoorraad niet geschikt. In Dreumel is het aandeel niet-geschikte woningen het grootst (45%). In Altforst en Beneden-Leeuwen is meer dan 40% van de woningvoorraad potentieel geschikt (respectievelijk 41% en 42%). In Altforst en Maasbommel staan relatief de meeste geschikte woningen (respectievelijk 34% en 32%).

33%

Wamel

Geschikt voor ouderen

20%

40%

Geschikt te maken

60%

80%

100%

Niet geschikt voor ouderen

Bron: WOZ-registratie gemeente West Maas en Waal, bewerkt door Companen (2023).

In een aantal kernen in West Maas en Waal woont een groot gedeelte van de ouderen in een niet-geschikte woning. In Alphen, Appeltern en Dreumel woont meer dan 40% van de ouderen in een niet-geschikte woning (41% tot 43%). In Altforst en Maasbommel wonen relatief de meeste ouderen in een geschikte woning (respectievelijk 42% en 44%).

De interactieve kaart en de factsheets laten de geschiktheid van de woningvoorraad per kern zien en het aandeel 65-plussers dat woont in een geschikte, potentieel geschikte of niet-geschikte woning.

28

Figuur 3.13: Percentage 65-plussers in een geschikte woning per kern volgens ‘doorzonscan’ (2024) Alphen

36%

Altforst

42%

Appeltern

23%

43% 37%

36%

Beneden-Leeuwen

32%

Boven-Leeuwen

31%

Dreumel

31%

Maasbommel

22%

41%

33%

34%

35%

34%

27%

44%

21%

42% 23%

33%

Wamel

32%

30%

38%

Gemeente West Maas en Waal

33%

31%

37%

0% Geschikt voor ouderen

20%

40%

Geschikt te maken

60%

80%

100%

Niet geschikt voor ouderen

Bron: WOZ-registratie gemeente West Maas en Waal, bewerkt door Companen (2023).

29

4 Mensen met een lichamelijke beperking In dit hoofdstuk brengen we de langdurige zorgvragers met een lichamelijke beperking met een Wlz-indicatie in beeld.

4.1 Woonwensen en woonvormen Mensen met een lichamelijke beperking hebben allen behoefte aan een goed toegankelijke woning. De mate waarin een woning moet zijn aangepast is afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking. Vaak is het gewenst dat de woning gelijkvloers is en voldoende ruim is voor het gebruik van hulpmiddelen bij het verrichten van zorg. Het is niet belangrijk of een woning grondgebonden is, mits een lift en elektrische toegangsdeuren aanwezig zijn.

4.2 Vraaganalyse Vraag naar woonzorgplekken voor LG-doelgroep Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlzindicatie vanwege een lichamelijke beperking is gebruik gemaakt van de CIZdatabank. In januari 2023 (peildatum 1 januari 2023) hadden in West Maas en Waal 25 mensen een LG-indicatie. Dit zijn met name mensen tussen de 18 en 65 jaar. Op basis van de demografische ontwikkeling verwachten we dat de vraag naar woonplekken voor deze groep de komende jaren gelijk blijft; een vraag van 25 woonplekken. De vraag vanuit de groep mensen met een lichamelijke beperking kan worden opgevangen door middel van woonvormen die speciaal bedoeld zijn voor deze groep. Wanneer we naar het aanbod aan plekken voor mensen met een lichamelijke beperking kijken, dan zijn er 16 plekken voor de doelgroep LG, waarvan 10 gespecialiseerd voor de doelgroep NAH binnen LG. Het zou goed kunnen dat de mensen met een Wlz-indicatie vanwege een lichamelijke beperking deze krijgen in een reguliere, aangepaste woning.

Een toegankelijke woonomgeving met voorzieningen zoals een huisarts, winkels en ontmoetingsplekken in de buurt van de woning is van belang. Daarnaast moet er ook voldoende parkeergelegenheid zijn in de directe omgeving, bij voorkeur voor de deur. Naast een beroep op woningaanpassingen, doen personen met een lichamelijke beperking met een Wlz-indicatie ook een beroep op (ambulante) zorg. De intensiteit van deze zorg is afhankelijk van de intensiteit en zwaarte van de beperking.

30

5 Mensen met een verstandelijke beperking De groep mensen met een (licht) verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. Zij kunnen onder andere behoefte hebben aan verpleging of verzorging, huishoudelijke hulp of begeleiding bij gedragsproblematiek. Een groot deel van de mensen woont in een instelling; dit kan ook kleinschalig in de wijk zijn. Een klein aandeel woont zelfstandig(er) in de wijk met ambulante begeleiding.

5.1 Doelgroep en context In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz voor mensen met een verstandelijke beperking iets beperkter geworden. Er worden geen nieuwe indicaties meer afgegeven voor langdurige zorg aan mensen met een lichte zorgvraag (VG 1 en 2). Deze mensen zijn voor ondersteuning tegenwoordig aangewezen op de Wmo. Mensen met een bestaande VG1- of VG2-indicatie en die al in een instelling wonen, mogen hier wel blijven. Ondanks de beperking van de toegang tot de Wlz, zien wij een landelijke trend waarin er steeds meer mensen een indicatie voor VG hebben. Deze groei gaat sneller dan de algehele bevolkingsgroei; het gaat dus om een stijgend aandeel. Deels wordt deze groei verklaard doordat de doelgroep met een verstandelijke beperking ouder wordt dan voorheen; daarnaast wordt vaak gewezen naar de steeds ingewikkelder samenleving.

5.2 Woonwensen en woonvormen Soort woning Een groot deel van de mensen met een (licht) verstandelijke beperking woont in een zorginstelling. Een deel woont zelfstandig. Zelfstandig wonende mensen met een verstandelijke beperking zijn over het algemeen aangewezen op een sociale huurwoning. Soms huren zij deze van een zorgorganisatie, soms bij een woningcorporatie. Hierbij is betaalbaarheid het belangrijkste criterium bij de keuze van een woning. Voor de groep die woont bij een zorgaanbieder geldt dat de meesten de voorkeur geven aan een wooneenheid met eigen sanitair; of een eigen kookgelegenheid gewenst is, hangt af van de mate van zelfstandigheid. Fysieke woonomgeving In de fysieke woonomgeving is nabijheid en bereikbaarheid van voorzieningen en openbaar vervoer gewenst. Mensen met een verstandelijke beperking zijn gevoeliger voor de leefbaarheid van een buurt en voelen zich in het algemeen eerder onveilig. Een gevoel van veiligheid op straat is daarom belangrijk. Daarom zijn drukke buurten over het algemeen minder geschikte woonlocaties voor mensen met een verstandelijke beperking. Deze omgeving zorgt voor te veel prikkels. Zorg en ondersteuning Mensen met een (licht) verstandelijke beperking hebben vaak behoefte aan begeleiding en structuur.

Voor de mensen die zelfstandig wonen is het belangrijk dat de hulp (bij het huishouden, financiën of structuur in het dagelijks leven) op afroep aanwezig is. Mede omdat contact met familie niet altijd vanzelfsprekend is bij deze groep.

31

5.3 Woonvraag van mensen met een verstandelijke beperking Het aantal Wlz-indicaties in West Maas en Waal voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) is over de jaren 2015 tot en met 2023 gestegen van 70 naar 120. Daarnaast zijn er mensen met een (licht) verstandelijke beperking die ondersteuning ontvangen vanuit de Wmo. Uit de Wmo-registratie blijkt dat in West Maas en Waal 155 mensen onder de 65 jaar begeleiding ontvangen vanwege een psychische of (licht) verstandelijke beperking. Omdat niet apart wordt bijgehouden welk deel van deze 155 mensen een verstandelijke beperking heeft, is de precieze omvang van de VG-Wmo groep niet bekend. Mensen met een Wmo-indicatie op basis van een (licht) verstandelijke beperking zijn ook lastig in beeld te brengen, doordat zij vaak zelfstandig wonen of bij ouders in huis wonen. Een zorg die daarbij komt kijken is dat de ouders op een gegeven moment op leeftijd raken, waardoor de zorg te zwaar kan worden: waar moeten deze personen dan heen? Wanneer we ons richten op de groep met een Wlz-indicatie, hebben wij een inschatting opgesteld van de omvang van de groep mensen met een Wlzindicatie vanwege een verstandelijke beperking voor de periode tot en met 2040.

Hierbij hebben wij rekening gehouden met de groei van de bevolking en een stijging van het zorggebruik van 15% tot en met 2043, rekening houdend met het ouder worden van de doelgroep - een landelijke trend die sinds 2017 zichtbaar is.

Figuur 5.1 toont de verwachte omvang van de groep mensen met een verstandelijke beperking met een Wlz-indicatie, waarbij de woonvraag is uitgesplitst naar twee woonvormen: geclusterd wonen en gespikkeld wonen. Woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking • Geclusterd wonen is een woonvorm waarbij de bewoner een eigen appartement of studio heeft met voorzieningen, maar ook met een ontmoetingsruimte in of bij het pand. Betreft zowel groepswonen als het wonen in geclusterde appartementen, waarbij begeleid 24-uur aanwezig kan zijn of 24-uur oproepbaar is. • Gespikkeld wonen is het wonen in een reguliere, niet-geclusterde woning in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden kan worden. Figuur 5.1: Gemeente West Maas en Waal. Basisprognose VG (2023 - 2040) 150 4

4

4

4

116

124

125

127

2023

2030

2035

2040

100 50 0

Geclusterd wonen

Gespikkeld wonen

Bron: Woonzorgweter, Companen 2023

Tijdens een bijeenkomst met stakeholders zijn enkele trends voor de toekomst besproken. Hier werd onder andere benoemd dat het voor zorgprofiel VG3 het

32

meest aannemelijk is dat zij in de komende jaren meer gespikkeld zullen gaan wonen. Ook voor zorgprofielen VG4, VG5 en VG6 zal een deel gespikkeld gaan wonen (zie Bijlage 5 voor de gehanteerde aannames). Een ander punt wat is besproken is dat het essentieel is om rekening te houden met spreiding van doelgroepen over de regio om te voorkomen dat er een concentratie van specifieke doelgroepen in bepaalde gebieden ontstaat. In de regio Rivierenland heeft Tiel veel voorzieningen die de gemeente geschikt maken voor het huisvesten van VG-cliënten. Er is daar dan ook een instelling voor VG-cliënten te vinden. Het is daarom ook niet realistisch om te streven naar een compleet evenredige spreiding van deze doelgroep over de regio. Toch laten we een scenario zien waarin is uitgegaan van het toewerken naar volledig evenredige spreiding richting 2040, om een bandbreedte voor de vraag naar woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking in beeld te brengen. De precieze vraag hangt af van de mate waarin regionaal zal worden ingezet op evenredige spreiding van de doelgroep. Op basis van bovenstaande uitgangspunten ziet de prognose er als volgt uit: Figuur 5.2: Gemeente West Maas en Waal. Trendprognose VG (2023 - 2040) 9

12

16

116

125

127

129

2023

2030

2035

2040

4

De groep mensen met een Wmo-indicatie is in deze prognose niet meegenomen. Zij wonen in principe zelfstandig, maar een deel van hen kan of zal ook baat hebben bij gespikkeld of geclusterd wonen.

5.4 Aanbodanalyse VG Aan zorgaanbieders in de gemeente West Maas en Waal die zich richten op zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is gevraagd hoeveel woonzorg-plekken zij hebben voor deze doelgroep. In de onderstaande tabel wordt het geïnventariseerde aanbod per zorgaanbieder weergegeven. In bijlage 1 staat een uitgebreider overzicht. Tabel 5.1: Aanbod woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking (2023) Zorgaanbieders Geclusterd wonen Gespikkeld wonen ’s Heeren Loo 9 Thomashuis 9 De Strang 14 WiFinn 21 Totaal 53 0 Bron: Aanbodinventarisatie zorgaanbieders gemeente West Maas en Waal

100 50 0

Geclusterd wonen

Aan de zorgaanbieders met woonvormen voor deze doelgroep is gevraagd of zij een wachtlijst of plannen hebben voor nieuwbouw of herbestemming. Dit levert het volgende beeld op: ’s Heeren Loo: 3 personen met een VG-indicatie op de wachtlijst.

Gespikkeld wonen

Bron: Woonzorgweter, Companen 2023

33

5.5 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod

Tabel 5.2 Vraag-aanbodbalans woonvormen mensen met een verstandelijke beperking, basisscenario

Het aantal mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking in West Maas en Waal ligt hoger dan het huidige aanbod aan woonplekken dat zorgaanbieders bieden voor deze doelgroep. Uit de vraagaanbodbalans blijkt een tekort van circa 63 plekken in geclusterd wonen en 4 plekken in gespikkeld wonen. Verder blijkt uit gesprekken met aanbieders door het hele land dat er ook mensen zijn met een Wlz-indicatie die thuis bij hun ouders wonen, of zelfstandig wonen. Zij ontvangen vaak ambulante begeleiding, en maken vaak ook gebruik van dagbesteding. Welk deel van de Wlz-clïënten zelfstandig dan wel bij de ouders woont, is niet bekend bij de aanbieders. Mensen met een Wlz-indicatie die nu thuis bij hun ouders wonen, kunnen in de toekomst mogelijk wel behoefte hebben aan een woonplek bij een zorgaanbieder, bijvoorbeeld omdat de ouders te oud zijn om de zorg op zich te nemen. De ontwikkeling van de vraag-aanbod balans richting 2040 is uitgewerkt aan de hand van de bevolkingsontwikkeling en zorgtoename (basisscenario), en ook het scenario waarbij regionale spreiding en de toename aan gespikkeld wonen is meegenomen (trendscenario).

2023

2030

2035

2040

Geclusterd wonen

-63

-67

-65

-63

Gespikkeld wonen

-4

-8

-11

-15

Totaal

-67

-75

-76

-78

Bron: Woonzorgweter, Companen 2023

Tabel 5.3 Vraag-aanbodbalans woonvormen mensen met een verstandelijke beperking, trendscenario 2023

2030

2035

2040

Geclusterd wonen

-63

-72

-74

-76

Gespikkeld wonen

-4

-9

-12

-16

Totaal

-67

-80

-86

-92

Bron: Woonzorgweter, Companen 2023

•

•

Richting de toekomst zal het tekort van 63 geclusterde woonplekken stabiel blijven. Wanneer volledig wordt ingezet op evenredige spreiding dan loopt het tekort op tot 76 plekken in 2040. Het tekort van 4 gespikkelde woonplekken zal in beide secenario’s oplopen tot rond de 15 woonplekken in 2040.

34

6 Mensen met (ernstige) psychische problematiek

Wmo

In dit hoofdstuk brengen we de huisvestingsopgave in beeld voor mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid. Een deel van hen woont zelfstandig, een deel woont in woonvormen binnen Beschermd Wonen.

Binnen de Wmo is Beschermd Wonen bedoeld voor volwassenen die vanwege psychische problematiek tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen zonder de directe nabijheid van toezicht en ondersteuning. De begeleiding van de zorginstelling is gericht op verschillende primaire leefgebieden zoals huisvesting, financiën, geestelijke en lichamelijke gezondheid en verzorging, dagbesteding, sociaal netwerk, huiselijke relaties en maatschappelijke participatie.

6.1 Doelgroep en context

Wlz GGZ-Wonen

In dit hoofdstuk brengen we de huisvestingsopgave in beeld voor mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid. Wij richten ons in dit hoofdstuk voornamelijk op de groep die verblijft in Beschermd Wonen (GGZ). Per definitie is Beschermd Wonen (BW) bedoeld voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek. Beschermd Wonen wordt grotendeels gefinancierd en georganiseerd vanuit de Wmo, maar sinds 2021 ook vanuit de Wlz. Beschermd Wonen Wmo wordt op dit moment nog regionaal georganiseerd, via een centrumgemeente. West Maas en Waal valt binnen de BW-regio Nijmegen. Vanaf 2025 ontvangen alle gemeenten stapsgewijs de middelen voor BW, in plaats van dat dit via de centrumgemeente loopt. Het rijk wil hiermee stimuleren dat mensen met een psychische kwetsbaarheid meer in hun eigen omgeving worden geholpen. De verandering in financiering kan gevolgen hebben voor de spreiding van het BW-aanbod in de regio. Op dit moment heeft West Maas en Waal relatief minder BW-aanbod dan het landelijk en regionaal gemiddelde.

Vanaf 1 januari 2021 maken sommige mensen met psychische problematiek aanspraak op financiering van zorg en verblijf vanuit de Wlz, omdat zij blijvend permanent toezicht nodig hebben of 24 uur zorg in de nabijheid nodig hebben. Landelijk is ongeveer 35% van de mensen in Beschermd Wonen ‘verschoven’ richting de Wlz.

6.2 Woonwensen en woonvormen Woonwensen Woning • De meeste mensen in Beschermd Wonen geven de voorkeur aan een eigen appartement met een aparte slaapkamer en eigen sanitaire voorzieningen, vanwege privacy en autonomie. Een klein gedeelte van de mensen met een BW-indicatie heeft juist behoefte aan een woonvorm waarin ze voorzieningen met anderen delen, vanwege de sociale interactie die dat met zich meebrengt. Zorg en ondersteuning • Een stabiele omgeving, dagelijkse regelmaat en een zinvolle dagbesteding zijn belangrijk. Afhankelijk van de behoefte kan er ook begeleiding zijn bij

35

•

•

het huishouden en het maken van sociale contacten; soms is ook sprake van verzorging en verpleging. De doelgroep is zeer divers. Een deel kan na een verblijf van een aantal jaar weer zelfstandig wonen. Voor een ander deel is de verwachting dat zij ook op langere termijn niet in staat zullen zijn om zelfstandig te gaan wonen. Continuïteit in de persoonlijke begeleiding (ook na uitstroom) wordt als zeer prettig en noodzakelijk ervaren. De mensen zijn gebaat bij het creëren van een vertrouwensband.

6.3 Vraaganalyse Op basis van verschillende gegevens maken we een inschatting van het aantal mensen vanuit West Maas en Waal dat een indicatie heeft voor Beschermd Wonen (Wmo + Wlz): • Voor de omvang van de groep met een Wlz GGZ-Wonen indicatie in West Maas en Waal, is gebruik gemaakt van de CIZ-databank (peildatum: 1 januari 2023). Dit gaat om 35 personen. • De precieze omvang van de groep mensen afkomstig vanuit West Maas en Waal met een Wmo indicatie Beschermd Wonen is niet bekend. Op basis van het aantal unieke aanmeldingen per gemeente in de regio, maken we een inschatting van het aantal mensen vanuit West Maas en Waal met een indicatie voor Beschermd Wonen Wmo. De volgende tabel laat het aantal aanmeldingen van nieuwe cliënten zien per gemeente in de regio in 2023. In de regio waren er in totaal 435 nieuwe aanmeldingen. In West Maas en Waal waren dit er 7; dit is 2% van het totaal aantal aanmeldingen in de regio.

In de regio waren er in 2023 in totaal 976 unieke cliënten met een BW Wmoindicatie. Wanneer we ervan uitgaan dat zo’n 2% afkomstig is vanuit West Maas en Waal, gaat dit om 16 personen. Tabel 6.1: Aanmeldingen nieuwe cliënten per gemeente in de regio (2023) Gemeente Aanmeldingen Aandeel Inschatting nieuwe cliënten indicaties tov totaal aantal 2023 regio indicaties Wmo Berg en Dal 24 6% 54 Beuningen 14 3% 31 Buren 6 1% 13 Culemborg 15 3% 34 Druten 10 2% 22 Heumen 4 1% 9 Gennep 0 0% 0 Mook en Middelaar 7 2% 16 Neder-Betuwe 10 2% 22 Nijmegen 200 46% 449 Tiel 28 6% 63 West Betuwe 13 3% 29 West Maas en Waal 7 2% 16 Wijchen 32 7% 72 Buiten de regio 65 15% 146 Totaal 435 100% 976 Bron: Marap 2023 BW en MO 28-3-2024, bewerking Companen.

Vanuit West Maas en Waal hadden in 2023 dus 51 mensen een indicatie voor Beschermd wonen: 35 een Wlz-indicatie en 16 een Wmo-indicatie. Bij de BW Wmo-indicaties wordt een onderscheid gemaakt naar BW Verblijf en BW Thuis. Centrumgemeente Nijmegen heeft aangegeven dat momenteel in de regio gemiddeld 53% van de indicaties BW Verblijf is en 47% BW Thuis. Passen we dit

36

toe op West Maas en Waal, dan komen we uit op een gewenste verdeling van 8 BW Verblijf en 8 BW Thuis indicaties. Bij het opstellen van een prognose van de behoefte aan Beschermd Wonen vanuit West Maas en Waal zijn wij uitgegaan van het aantal actieve BWindicaties (Wmo en Wlz) op dit moment. In de onderstaande tabel staat de vraagontwikkeling weergegeven als wordt uitgegaan van demografische ontwikkelingen in de gemeente. De vraag blijft in dat geval naar de toekomst toe min of meer stabiel. Tabel 6.2: Basisprognose vraag naar BW, 2023 - 2040 2023 2030 2035 2040 BW – Wmo: Verblijf 8 7 7 7 BW – Wmo: Thuis 8 8 8 8 BW – Wlz* 35 35 35 35 Totaal 51 50 50 50 Bron: Marap 2023 BW en MO 28-3-2024; CIZ databank, bewerking Companen (2024) * afgerond op 5-tallen

Huidige aantal cliënten die in de gemeente verblijven Hoewel er naar schatting zo’n 16 personen met een BW Wmo-indicatie afkomstig zijn vanuit West Maas en Waal, biedt de gemeente momenteel verblijf aan meer BW Wmo-cliënten: 9 mensen met een BW – Verblijf indicatie en 18 mensen met een BW – Thuis indicatie. Tabel 6.3: Aantal BW Wmo-cliënten met een verblijf in de gemeente, Q4 2023 Aantal cliënten BW - Verblijf 9 BW - Thuis 18 Totaal 27 Bron: Marap 2023 BW en MO 28-3-2024

Dit wijst erop dat er naast mensen vanuit West Maas en Waal, ook mensen vanuit de regio verblijven in de gemeente om hun BW Wmo-indicatie te verzilveren.

Trends en ontwikkelingen • In de regio is het aandeel indicaties Beschermd Thuis in de afgelopen jaren redelijk stabiel gebleven. Nijmegen ziet als enige gemeente een groei in de afgelopen jaren in het aandeel indicaties voor Beschermd Thuis. Gemiddeld is in de regio momenteel 53% van de Wmo-indicaties BW Verblijf en 47% BW Thuis. Het is de ambitie om in gemeenten die nu een kleiner aandeel BW Thuis indicaties hebben, toe te groeien naar die 47% (Regioplan Beschermd Wonen, 2021). Tijdens de sessie met stakeholders zijn enkele aandachtspunten bij deze trend genoemd. • De uitgestrektheid van de regio maakt dat de verschuiving naar Beschermd Thuis druk uitoefent op de leverbaarheid van de zorg. • Voor een succesvolle transitie naar Beschermd Thuis zijn adequate basisvoorzieningen noodzakelijk. Er moet voldoende infrastructuur en ondersteuning beschikbaar zijn om te voldoen aan de behoeften van de doelgroep in hun eigen woonomgeving. • Een andere ambitie van de regio is om het aanbod aan intramurale plekken voor Beschermd Wonen meer evenredig te spreiden (Regioplan Beschermd Wonen, 2021). In de regio hebben Tiel en Nijmegen relatief veel intramuraal aanbod, terwijl de andere gemeenten in de regio over relatief minder aanbod beschikken. De ambitie is om het aanbod in Tiel en Nijmegen te behouden en niet af te bouwen.

Dit komt doordat het grootste deel van het aanbod bezet wordt door cliënten met een Wlz-indicatie, en deze doelgroep is niet gericht op uitstroom. Het is gewenst om het intramurale aanbod uit te breiden in de regiogemeenten.

37

6.4 Aanbodanalyse BW Companen heeft onder aanbieders een inventarisatie gedaan naar het aanbod aan Beschermd Wonen. In totaal zijn er 32 plekken in intramurale woonvormen in beeld gebracht in West Maas en Waal. Tabel 6.4: Aantal BW-plekken per zorgaanbieder in gemeente West Maas en Waal Zorgaanbieder Beschermd Wonen Intramuraal Woonzorgboerderij Kooilust 8 Compleet mensenwerk 6 RIBW Nijmegen & Rivierenland 18 Totaal 32 Bron: Aanbodinventarisatie Companen (2024).

6.5 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod De huidige behoefte aan intramuraal Beschermd Wonen van mensen uit West Maas en Waal komt uit op 42 plekken: van 8 personen met een Wmo BW – Verblijf indicatie en 35 personen met een Wlz-indicatie. Zetten we deze huidige behoefte af tegen het aanbod (32 plekken), dan zien we dat er een tekort is aan zo’n 10 intramurale plekken.

Uitstroom vanuit Beschermd Wonen Beschermd Wonen Wmo is in principe bedoeld als tijdelijke voorziening. De bedoeling is dat mensen op enig moment uitstromen naar een woonplek waar ze zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen, al dan niet met ambulante begeleiding.

Om een inschatting te kunnen maken van het aantal mensen dat vanuit Beschermd Wonen uitstroomt en een beroep doet op woonruimte in West Maas en Waal, hanteren we de volgende uitgangspunten/aannames: • Startpunt is de groep die op enig moment een BW – Wmo Verblijf of BW Wmo – Thuis indicatie heeft. BW voor de Wlz-groep is in principe niet bedoeld als tijdelijke voorziening, en daarom niet gericht op uitstroom. Het komt slechts een enkele keer voor dat iemand uitstroomt vanuit BW-Wlz richting zelfstandig wonen met ambulante begeleiding. • De gemiddelde verblijfsduur van 3,4 jaar in Beschermd Wonen Wmo is gehanteerd (Bron: Marap 2023 BW en MO 28-3-2024). Momenteel verblijven er binnen de gemeente meer personen met een BWWmo indicatie dan het aantal geregistreerde BW-Wmo indicaties specifiek voor West Maas en Waal. De uitstroom van mensen met een Beschermd Wonen (BW) - Wmo indicatie in West Maas en Waal kan op twee manieren worden benaderd, wat leidt tot twee verschillende scenario's: Scenario 1: Uitstroom gebaseerd op herkomst. In dit scenario wordt gekeken naar de 16 personen die oorspronkelijk uit de gemeente West Maas en Waal komen en een BW-Wmo indicatie hebben. Het is echter onzeker of deze mensen daadwerkelijk in de gemeente verblijven. Totale uitstroom: 16 / 3,4 = 5 uitstromers Scenario 2: Uitstroom gebaseerd op verblijf.

Dit scenario gaat uit van het daadwerkelijke aantal mensen met een BW-Wmo indicatie die in West Maas en Waal verblijven; dit zijn er 27. Dit aantal is hoger dan de 16 personen uit scenario 1, omdat de gemeente meer personen met een BW-Wmo indicatie huisvest dan er oorspronkelijk uit de gemeente zelf komen. Deze extra personen zijn afkomstig uit de regio. Totale uitstroom: 27 / 3,4 = 8 uitstromers

38

Bij een gelijkblijvende omvang van de BW-Wmo-groep leidt bovenstaande tot de verwachting van een gemiddelde uitstroom in West Maas en Waal van ongeveer 5 tot 8 – afhankelijk van of je kijkt naar de herkomstcijfers of de verblijfcijfers (tabel 6.5). Centrumgemeente Nijmegen heeft informatie aangeleverd uitstroom/doorstroomrichting in de regio: Uitstroom naar: Reguliere woning: Beschermd Wonen GGZ-W (Wlz): Maatschappelijke Opvang: Onbekend:

over de

75% 10% 5% 10%

Van alle uitstromers uit Wmo Beschermd Wonen doet niet iedereen beroep op een reguliere woning. Ongeveer 80% van de uitstromers uit BW Wmo – Thuis woont al vanaf hun instroom in een reguliere woning en behoudt deze bij uitstroom. De resterende 20% komt uit een geclusterde tussenvoorziening en heeft bij uitstroom een reguliere woning nodig. Wat betreft BW – Wmo Verblijf, stroomt circa 20% van de cliënten direct uit naar een reguliere woning. De overige cliënten maken de overstap naar Beschermd Thuis (50-60%), waar zij een reguliere woning krijgen toegewezen, of, in geval van verslechtering van hun situatie, een indicatie voor Beschermd Wonen onder de Wet langdurige zorg (Wlz) (10-15%).

Tabel 6.5: Uitstroom BW Wmo in de gemeente West Maas en Waal, 2023 Aantal Totale Waarvan personen uitstroom uitstroom naar in 2023 reguliere woning Herkomst gemeente

16

5

Beschermd Wonen

8

Beschermd Thuis

8

Verblijf in de gemeente

Waarvan uitstroom naar BW – Wlz

2 tot 4

0 tot 1

2 tot 3

2 tot 3

0 tot 1

2 tot 3

0 tot 1*

0

27

8

3 tot 4

0 tot 1

Beschermd Wonen

9

3

2 tot 3

0 tot 1

Beschermd Thuis

18

5

1*

0

Bron: Marap 2023 BW en MO 28-3-2024; CIZ databank, bewerking Companen (2024) * Het betreft hierbij de totale vraag naar een reguliere woning. 80% van de personen die uit BT stromen heeft al een zelfstandige woning toegewezen gekregen bij instroom en behoudt deze woning na uitstroom. De overige 20% stroomt uit een tussenvoorziening (geclusterd wonen) en doet bij uitstroom wel een beroep op een reguliere woning.

Bij een totale uitstroom van 5 tot 8 personen, hebben zo’n 2 tot 4 personen behoefte aan een reguliere woning (tabel 6.5). Bij een gelijkblijvende uitstroom betekent dit een jaarlijkse behoefte aan 2 tot 4 reguliere woningen in West Maas en Waal.

39

In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag naar plekken voor jeugdzorg met verblijf en woonruimte voor jongvolwassenen (18+) die na een verblijf in een jeugdzorginstelling of pleeggezin kunnen uitstromen naar vervolghuisvesting. Een deel van hen heeft behoefte aan een tussenstap voordat zij helemaal op eigen benen kunnen staan. Maar ook voor wie direct zelfstandig kan wonen is deze stap niet eenvoudig - in een krappe woningmarkt valt het voor deze groep immers niet mee om huisvesting te vinden.

aanmerking voor een Wajong-uitkering, maar komen ook niet makkelijk aan het werk. Jongeren die nog een opleiding volgen, moeten rondkomen van een stagevergoeding (BBL), een tegemoetkoming in de studiekosten (bijvoorbeeld HAVO), studiefinanciering (MBO/HBO/WO) en een eventuele bijbaan. Naast de beperkte financiële mogelijkheden is een knelpunt dat het woningaanbod voor jongeren beperkt is. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn lang en de inschrijftijd van jongeren is per definitie erg kort, aangezien zij zich pas vanaf 18 jaar kunnen inschrijven bij een corporatie. Daar bovenop komt de huidige krapte op de woningmarkt. Hierdoor kunnen jongeren vanuit jeugdzorg met verblijf moeilijk uitstromen naar een reguliere woning.

7.1 Doelgroep en context

7.2 Vraaganalyse

Jeugdzorg met verblijf kent verschillende varianten: een deel van de jongeren verblijft in een pleeggezin, een ander deel in een gezinshuis of in een ‘residentiële setting’ zoals een behandelgroep. Begeleiding vanuit de jeugdwet stopt in principe na het 18e jaar, maar soms wordt deze verlengd; dit duurt maximaal 5 jaar, tot de jongere 23 jaar is. Jongeren in pleeggezinnen kunnen tot 21 jaar in jeugdhulp verblijven. Een deel van de jongeren die uitstromen uit een verblijfssetting heeft na die tijd nog behoefte aan (ambulante) ondersteuning, anderen niet.

Jeugdzorgplekken

7 Kwetsbare jongeren

Jongeren met een ondersteuningsbehoefte geven aan dat meer zelfstandigheid en vrijheid om hun eigen leven te leiden voor hen de belangrijkste redenen vormen om op zichzelf te willen wonen. Daarin verschillen zij niet van hun leeftijdsgenoten. Om deze stap in hun wooncarrière te kunnen zetten zijn er (extra) inspanningen nodig. Met name financiën en vaardigheden (vaak huishoudelijk van aard) zijn belangrijke ‘struikelblokken’ op weg naar zelfstandig wonen. Het inkomen van deze jongvolwassenen is te laag voor de huurprijzen die gevraagd worden voor een kamer of woning. Ze komen meestal niet in

Om een inschatting te kunnen maken van de vraag naar plekken voor jeugdzorg met verblijf is gekeken naar de beschikkingen Jeugdzorg per 1 januari 2023, uitgesplitst naar de woonvormen jeugdhulp met verblijf inclusief behandeling, jeugdhulp met verblijf exclusief behandeling en Jeugd-ggz verblijf. Op 1 januari 2022 is het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet veranderd. In de nieuwe definitie ligt de verantwoordelijkheid voor jeugdhulp met verblijf bij de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaande aan zijn verblijf zijn woonadres had (woonplaatsbeginsel). Op peildatum 1 januari 2023 maakten 19 jongeren uit West Maas en Waal gebruik van een vorm van jeugdhulp met verblijf. Het kan echter zijn dat deze jongeren gedurende hun jeugdzorgtraject mogelijk niet allemaal wonen in de gemeente.

40

Tabel 7.1: Jongeren in vormen van jeugdhulp met verblijf, naar leeftijdsklasse (peildatum 1 januari 2023) 0-4 5 - 9 10 - 14 15 - 16 17+ Woonvorm jaar jaar jaar jaar jaar Totaal Gezinshuis 0 0 2 1 2 5 Wonen zelfstandigheid 0 0 0 0 4 4 Pleegzorg 1 0 5 2 0 8 Jeugdhulp met verblijf 0 0 0 2 0 2 inclusief behandeling Totaal 1 0 7 5 6 19 Bron: Registratie Jeugdwet gemeente West Maas en Waal (2023).

Op basis van demografische ontwikkelingen verwachten we dat de totale vraag naar jeugdzorgvoorzieningen in de komende jaren stabiel zal blijven. Tabel 7.2: Trendprognose jongeren in vormen van jeugdhulp met verblijf, 2023 - 2040 Woonvorm 2023 2025 2030 2035 2040 Gezinshuis 5 5 5 5 5 Wonen zelfstandigheid 4 4 3 3 3 Pleegzorg 8 8 8 8 8 Jeugdhulp met verblijf 2 2 2 2 2 inclusief behandeling Totaal 19 18 17 18 18 Bron: Registratie Jeugdwet gemeente West Maas en Waal (2023), bewerking Companen.

Uitstroom vanuit Jeugdzorg Voor een groot deel gaat het binnen de jeugdhulp met verblijf om zorg aan relatief jonge kinderen. Voor hen is een vraag naar eigen woonruimte voorlopig niet aan de orde. Om een inschatting te kunnen maken van het aantal jongeren dat op jaarbasis uitstroomt vanuit jeugdzorg met verblijf, richten we ons op de jongeren in de uitstroomleeftijd van 15 tot 17 jaar in jeugdhulp met verblijf.

Begin 2023 gaat dit voor West Maas en Waal om 8 jongeren. Rekening houdend met verlengde jeugdzorg en uitstroom elders, schatten we in dat er jaarlijks zo’n 3 jongeren uitstromen in West Maas en Waal. Een deel van de jongeren die uitstromen uit jeugdzorg kan direct zelfstandig gaan wonen, anderen hebben eerst behoefte aan een ‘tussenvorm’ in de vorm van geclusterd wonen met begeleiding (bijvoorbeeld Kamertraining) of gespikkeld wonen (bijvoorbeeld in de vorm van een tiny house in de nabijheid van het gezinshuis waar de jongere eerst woonde). Er is ook een groep met een intensievere zorgvraag, die doorstroomt richting Beschermd Wonen GGZ (Wmo of Wlz). Tijdens een werksessie met aanbieders is gesproken over de woonbehoeften van uitstromende jongeren. Hierbij is aangegeven dat Jongeren vaak gefaseerd uit de jeugdzorg stromen, waarbij ze stap voor stap overgaan naar meer zelfstandige woonvormen. Echter, de overstap naar volledig zelfstandige woonruimte wordt bemoeilijkt door een tekort aan geschikte huisvesting. Er is met name een specifiek tekort aan 1-persoons studio's. Verder wordt in de Hervormingsagenda Jeugd gewezen op het belang van het versterken van extramurale ondersteuning voor jongeren. Dit initiatief erkent de noodzaak om de ondersteuning buiten de muren van instellingen te vergroten.

Binnen de woondeal wordt geadviseerd om afspraken te maken over ouderenhuisvesting en om andere aandachtsgroepen, waaronder uitstromende jongeren uit de jeugdzorg, hierin mee te nemen. Dit zou helpen om het aanbod van geschikte woonruimte te vergroten. Initiatieven zoals 'Kamers met Aandacht', waarbij jongeren tijdelijk bij een echtpaar of vrijwilligers wonen, en 'Kamers met Kansen', waarbij zelfstandig geclusterd wonende jongeren steun krijgen, worden aangedragen als waardevolle tussenvormen. Deze initiatieven bieden jongeren de kans om stapsgewijs te wennen aan zelfstandig wonen, terwijl ze nog steeds kunnen rekenen op een vorm van ondersteuning.

41

In overleg met de aanbieders hebben we de volgende aannames geformuleerd voor de uitstroomrichting: 40% uitstroom naar zelfstandig wonen (eventueel met ambulante begeleiding), 30% uitstroom naar geclusterd wonen, 20% uitstroom naar Beschermd Wonen en 10% naar verlengde jeugdzorg. Bij het huidige aantal jongeren in jeugdzorg met verblijf is een jaarlijkse uitstroom te verwachten van 3 jeugdigen. Verdeeld naar uitstroomrichting leidt dat tot de volgende aantallen per woonvorm: Tabel 7.3 Jaarlijkse uitstroom vanuit jeugdzorg met verblijf Uitstroom naar Zelfstandig wonen Tussenvorm (geclusterd met begeleiding) Beschermd Wonen/Wlz Verlengde jeugdzorg Totaal

1 tot 2 1 0 tot 1 0 tot 1 3

Bij een gelijkblijvende omvang van de groep jongeren in jeugdzorg met verblijf, zullen er jaarlijks zo’n 1 tot 2 jongeren/jongvolwassenen uitstromen naar zelfstandig wonen. Zij hebben behoefte aan een kleine, goedkope woning of studio. Daarnaast is er op jaarbasis gemiddeld 1 jongere die behoefte heeft aan een ‘tussenvorm’.

42

8 Uitstromers uit instellingen In dit hoofdstuk staat de vraag naar zelfstandige woonruimte voor ‘aandachtsgroepen’ centraal. Deze term komt uit het landelijk Programma Een Thuis voor iedereen en duidt op groepen die het extra moeilijk hebben op de woningmarkt, waaronder uitstromers uit instellingen. De meeste mensen in Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang of Jeugdzorg zullen na verloop van tijd weer zelfstandig gaan wonen, al dan niet met ambulante begeleiding.

8.1 Behoefte aan woonruimte voor uitstromers Uitstroom vanuit Beschermd Wonen In hoofdstuk 6 lieten we zien dat bij het huidige aantal BW-plekken een jaarlijkse uitstroom vanuit Beschermd Wonen Wmo te verwachten is van ongeveer 5 tot 8 mensen per jaar. Daarnaast komt het in een enkel geval voor dat mensen met een BW-Wlz-indicatie uitstromen richting zelfstandig wonen. Van de uitstromers hebben ongeveer 2 tot 4 personen behoefte aan een reguliere woning, meestal met ambulante begeleiding.

Uitstroom vanuit Jeugdzorg In hoofdstuk 7 lieten we zien dat bij het huidige aantal jongeren in jeugdzorg met verblijf, een jaarlijkse uitstroom te verwachten is van 3 personen, waarvan circa 1 tot 2 jongeren/jongvolwassenen uitstromen naar zelfstandig wonen.

Uitstroom vanuit Maatschappelijke Opvang Mensen die dakloos zijn of raken, kunnen een beroep doen op de Maatschappelijke Opvang. Het gaat om mensen die om uiteenlopende redenen dakloos zijn geraakt. Vaak is er sprake van een opeenstapeling van (psychische) problemen, schulden en/of verslaving. Daarnaast is er een groeiende groep

'economische daklozen': mensen die na een scheiding of faillissement de huidige woning niet meer kunnen betalen maar ook niet terecht kunnen op de huidige woningmarkt omdat de huren te hoog zijn. Maatschappelijke Opvang is per definitie tijdelijk: het is altijd de bedoeling dat mensen die hier verblijven, op enig moment weer zelfstandig gaan wonen. Mensen voor wie dit niet haalbaar blijkt, stromen soms door naar Beschermd Wonen. Met ingang van 1 mei 2021 is de Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang (CTMO), onderdeel van de GGD, de toegangspoort tot de maatschappelijke opvang. Doel is om mensen die dakloos zijn en verschillende hulpvragen hebben zo snel mogelijk op de juiste plek te krijgen met passende zorg en ondersteuning. De inzet van de CTMO draagt bij aan het vinden van een geschikte opvangplek, een snellere doorstroom en waar mogelijk ook een snellere uitstroom uit de maatschappelijke opvang. De verantwoordelijkheid voor het bieden van Maatschappelijke Opvang is belegd bij centrumgemeenten. In de regio Rivierenland en Rijk van Nijmegen vervult de gemeente Nijmegen deze taak voor de eigen gemeente en de omliggende gemeenten, waaronder West Maas en Waal. In de regio zijn eerste opvanglocaties, deze zijn laagdrempelig en met verblijf zonder indicatie. Voor de eerste opvang kunnen mensen terecht in Nijmegen en Tiel.

Daarnaast zijn er maatwerkvoorzieningen: een opvangvoorziening waar op basis van het advies van de CTMO een beschikking wordt afgegeven. Maatwerkvoorzieningen zijn er in Nijmegen, Tiel, Culemborg en Nederasselt. Naast deze reguliere opvang wordt gedurende het winterseizoen (1 november tot 1 april) ook winteropvang geboden in Nijmegen en Tiel.

43

Cijfers van CTMO laten zien dat in 2023 3 personen vanuit West Maas en Waal zich hebben gemeld bij een locatie voor de eerste opvang. CTMO voert vervolgens een screening uit om te bepalen wat het meest kansrijke traject is voor de desbetreffende persoon. Over het algemeen komen de meeste personen terecht in de eerste opvang of een maatwerkvoorziening, maar een deel kan bijvoorbeeld ook een bijzondere woonvorm (met of zonder ambulante begeleiding) toegewezen krijgen, naar een andere regio doorverwezen worden of niet rechthebbend zijn voor eerste opvang. Hoeveel van deze 5 personen uit West Maas en Waal daadwerkelijk in een maatschappelijke opvangvoorziening in de regio hebben gezeten, is niet bekend. Dat maakt het lastig om te bepalen hoeveel mensen er bij hun stap richting zelfstandig wonen, woonruimte zullen zoeken in West Maas en Waal. Daarom werken we met een bandbreedte, en schatten we dat 1 of 2 personen per jaar vanuit de opvang wil uitstromen naar een zelfstandige woning in West Maas en Waal.

Totale jaarlijkse behoefte aan zelfstandige woonruimte voor aandachtsgroepen In dit hoofdstuk hebben we de behoefte aan zelfstandige woonruimte van uitstromers uit instellingen in beeld gebracht. In onderstaande tabel brengen we de aantallen bij elkaar om tot een totaalbeeld van de behoefte aan zelfstandige woonruimte (al dan niet met ambulante begeleiding) te komen. Tabel 8.1: Totale verwachte behoefte aan reguliere woonruimte per jaar Doelgroep Behoefte aan zelfstandige woonruimte Uitstroom Beschermd Wonen 2 tot 4 Uitstroom Jeugdzorg met verblijf 1 tot 2 Uitstroom Maatschappelijke opvang 1 tot 2 Totaal 4 tot 8 Bron: Woonzorgweter, bewerking Companen.

De totale vraag naar woonruimte voor uitstromers die zelfstandig kunnen wonen, al dan niet met ambulante begeleiding, zal in de komende jaren tussen de 4 en 8 wooneenheden per jaar liggen.

8.2 Woningaanbod voor uitstromers Mutaties in de sociale huur Uitstromers doen een beroep op vrijkomende sociale huurwoningen. Over het algemeen zijn zij aangewezen op de goedkope of betaalbare voorraad. Het is daarom relevant om te kijken hoeveel betaalbare woningen er op jaarbasis beschikbaar komen (muteren) in de gemeente. Onderstaande tabel laat zien hoeveel betaalbare woningen zijn vrijgekomen in 2023. Tabel 8.2: Corporatiebezit, jaarlijks aantal mutaties en mutatiegraad naar huurprijsklassen, 2023 Aantal woningen in Mutatiegraad Woningcorporatie bezit corporaties Mutaties 2023 2023 De Kernen 1.702 Tot € 452: 16 4.6 % € 452 tot € 647: 62 Bron: Aangeleverde gegevens corporaties.

In 2023 kwamen er bij De kernen in totaal 16 huurwoningen met een huurprijs onder de kwaliteitskortingsgrens vrij (dit noemen we ‘goedkope’ woningen) en 62 woningen met een huurprijs die we kunnen kenschetsen als ‘betaalbaar’; in totaal 78 woningen. Eerder zagen we dat er de komende jaren behoefte is aan zo’n 4 tot 8 zelfstandige wooneenheden per jaar om de uitstromers uit instellingen te huisvesten. Bij een gelijkblijvend aantal vrijkomende corporatiewoningen per jaar, betekent dit dat zo’n 5 tot 10 % van deze woningen nodig zijn om de uitstromers uit instellingen te huisvesten.

44

9 Statushouders

Figuur 9.1: Terugblik en prognose taakstelling statushouders gemeente West Maas en Waal 80

Statushouders zijn vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen, op grond waarvan ze in Nederland mogen blijven. Gemeenten in Nederland zijn verplicht om vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen passende woonruimte te bieden. Deze mensen worden door het COA gekoppeld aan gemeenten. Daarna is het de taak aan de gemeente om te zorgen voor een woning.

72

70

58

60 44

50 36

40

43

35 27

30 20 10

Taakstelling: historie en prognose De minister van Justitie en Veiligheid maakt elk half jaar bekend hoeveel statushouders er in Nederland moeten worden gehuisvest. Het totaal aantal te huisvesten statushouders wordt naar rato van het aantal inwoners in de gemeenten over de gemeenten verdeeld; dit levert een ‘taakstelling’ per gemeente op. De taakstelling voor statushouders fluctueert sterk, afhankelijk van het aantal vluchtelingen dat naar Nederland komt en een verblijfsvergunning krijgt. Dit is ook te zien in de terugblik in Figuur 9.1, waarin de taakstelling van de gemeente vanaf 2013 tot en met 2023 is weergegeven. Voor de toekomstige verwachte taakstelling hebben we twee scenario’s uitgewerkt die zijn besproken tijdens de werksessies: • Het trendmatige scenario gaat uit van een taakstelling die gelijk is aan het gemiddelde van de afgelopen 5 jaar. • Het hoge scenario gaat uit van een gemiddelde taakstelling die gelijk staat aan die in de hoogste 2 jaren sinds 2013. In deze prognoses is de voorsprong in huisvesting op 1 januari 2024 niet meegenomen en deze bedraagt 18 statushouders. De aanwezigen achtten het hoge scenario het meest realistisch voor de toekomst.

0 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Trendmatig

Hoog

Historie

Bron: Overzicht huisvesting vergunninghouders 01-03-2024, bewerking Companen

Belangrijk om te vermelden is dat de huisvestingsopgave van statushouders richting de toekomst toe lastig te schatten is, omdat het aantal vluchtelingen dat naar Nederland komt afhankelijk is van veel factoren.

Woningbehoefte De gemeente West Maas en Waal huisvest relatief grote gezinnen. Om te bepalen hoeveel woningen er nodig zijn voor het huisvesten van statushouders, hanteren we een gemiddelde huishoudgrootte van 4,5 personen, op basis van gemeentelijke cijfers. Dit wijkt af van de aanpak in de regio Rivierenland, waar een gemiddelde huishoudgrootte van 1 tot 2 personen wordt gehanteerd. Tot nu toe is de gemeente West Maas en Waal erin geslaagd om aan de taakstelling voor het huisvesten van statushouders te voldoen. De

45

tabel hieronder laat de woningbehoefte zien voor zowel het trendmatige scenario als het hoge scenario. Tabel 9.1: Woningbehoefte statushouders gemeente West Maas en Waal Woningbehoefte per jaar Huishoudgrootte 4,5 Trendmatig scenario

10

Hoog scenario

13

Bron: Companen, 2024

Wanneer we uitgaan van het meest realistische scenario – scenario hoog – is de jaarlijkse woningbehoefte van statushouders in de gemeente zo’n 13 woningen.

Alleenstaande minderjarige vreemdelingen Naast de wettelijke taakstelling is er in West Maas en Waal een verplichting voor de opvang van 5 alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV'ers). Een deel van de jongeren in jeugdzorg met verblijf bestaat uit alleenstaande minderjarige vreemdelingen. De verwachting is dat het aandeel minderjarige vreemdelingen in jeugdzorg met verblijf de komende jaren gaat toenemen. 5 We hanteren hierbij dezelfde percentages voor de verschillende uitstroomrichtingen. Landelijk is 59% van de AMV’ers in de leeftijdscategorie 16-18 jaar.6 Om een inschatting te maken van de jaarlijkse uitstroom (18+), delen we de leeftijdscategorie 16-18 jaar door drie. Dit komt uit op gemiddeld 1 AMV’er die beroep kan doen op een zelfstandige woonruimte of een tussenvoorziening als kamertraining.

Woonwensen Woning Wat betreft de woonruimte om statushouders te huisvesten doen gemeenten vaak een beroep op de reguliere woningen in de sociale huurvoorraad. Maar het kan ook gaan om flexwoningen of gedeelde woningen. Om statushouders een geschikte reguliere woning aan te kunnen bieden, is het belangrijk dat de aangeboden woning past bij de gezinsgrootte. Ondersteuning Er is vaak behoefte aan maatschappelijke begeleiding om een succesvolle integratie te bevorderen.

5

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). (2023). Migratieradar najaar 2023. https://ind.nl/nl/documenten/11-2023/migratieradar-najaar-2023.pdf

6

Centraal Bureau voor de Statistiek. (2024). Alleenstaande minderjarige vreemdeling; nationaliteit, geslacht en leeftijd [82045NED]. Geraadpleegd van https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82045NED/table

46

10 Aandachtspunten voor de visie De gemeente West Maas en Waal wil samen met ketenpartners een visie op wonen, welzijn en zorg opstellen. Dit hoofdstuk doet een voorzet voor die visie, gebaseerd op de gesprekken die we in het kader van dit onderzoek hebben gevoerd met medewerkers van de gemeente en stakeholders, én op vergelijkbare trajecten elders in het land. Naast passende huisvesting is er meer nodig om mensen met een zorgvraag goed te kunnen laten wonen in de gemeente. Voor de komende jaren liggen er ook grote uitdagingen op het gebied van het organiseren van zorg en ondersteuning, tegen het licht van groeiende personeelstekorten. Ook de woonomgeving vraagt aandacht. Hieronder benoemen we een aantal aandachtspunten voor de visie op wonen, welzijn en zorg die de gemeente samen met haar partners wil opstellen. Een aantal betreft een specifieke doelgroep (bijvoorbeeld ouderen), andere zijn meer algemeen van aard.

10.1 Passende woonvormen voor verschillende groepen Aanbod aan geclusterd wonen en andere ‘tussenvormen’ In de gemeente West Maas en Waal wordt een toename verwacht in het aantal ouderen en mensen met een zorgvraag die in reguliere woningen wonen. Parallel hieraan groeit de vraag naar zogenaamde 'tussenvormen' van wonen. Voor ouderen betekent dit met name geclusterde woonvormen, waar zij onafhankelijk kunnen wonen maar desgewenst een beroep kunnen doen op zorg vanuit de Zorgverzekeringswet of een Volledig Pakket Thuis (Wlz).

Deze 'tussenvormen' zijn ook van belang voor degenen die uitstromen uit Beschermd Wonen of de Jeugdzorg. Denk bijvoorbeeld aan geclusterde woonvormen met begeleiding of tiny houses dichtbij zorgaanbieders, waar deze personen kunnen werken aan hun zelfstandigheid. Een adequaat aanbod van deze tussenwoonvormen kan de uitstroom uit instellingszorg bevorderen en de instroom in dergelijke zorg bij instellingen verminderen. Een belangrijk aandachtspunt bij deze woonvormen is het zorgen voor een geschikte groepssamenstelling om het “omzien naar elkaar” te versterken. Ook moet de begeleiding en het toezicht adequaat zijn om draagvlak in de wijk te behouden en te versterken. Voor mensen die uitstromen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang is het hebben van een eigen plek essentieel. Dit biedt hen de stabiliteit, autonomie en privacy die nodig zijn om stappen te kunnen zetten richting herstel van een stabiele leefsituatie. Betaalbare woningen, onder meer voor uitstromers In West Maas en Waal is er een groeiende behoefte aan betaalbare woningen, vooral voor personen die uitstromen uit zorginstellingen zoals Beschermd Wonen en Jeugdzorg. Het beschikbaar stellen van betaalbare woningen is voor deze groepen belangrijk om de overgang naar een zelfstandig en stabiel leven te faciliteren.

Deze behoefte wordt versterkt door het landelijke programma 'Een Thuis voor Iedereen', waarin de minister van Volkshuisvesting streeft naar een verhoogd aantal sociale huurwoningen. Het doel is een meer evenwichtige verdeling van sociale huurwoningen over alle gemeenten, met een streefgetal van 30% in elke gemeente. Om de specifieke behoeften van uitstromers en andere aandachtsgroepen te accommoderen.. Dit vereist een gecoördineerde aanpak, waarbij samenwerking met lokale woningcorporaties en zorginstellingen van groot belang is om de beschikbaarheid van geschikte en betaalbare woningen te garanderen.

47

Woningen aanpassen In West Maas en Waal wordt aandacht besteed aan het aanpassen van de woningvoorraad om tegemoet te komen aan de behoeften van mensen met een mobiliteitsbeperking. Dit maakt een belangrijk deel uit van de strategie om het zelfstandig wonen van ouderen en mensen met een beperking te ondersteunen en hun levenskwaliteit te verbeteren. Goede informatievoorziening over de mogelijkheden voor woningaanpassing stimuleert inwoners om hun woning tijdig aan te passen. Deze proactieve benadering helpt niet alleen individuele inwoners om langer thuis te wonen, maar ondersteunt ook de gemeenschap door de druk op zorgvoorzieningen te verlagen. Tijdens de regionale en lokale werksessies is besproken dat de kosten voor woningaanpassingen via subsidies vanuit de Wmo gefinancierd kunnen worden, hoewel dit de gemeentelijke uitgaven kan verhogen. Veel gemeenten, waaronder West Maas en Waal, overwegen daarom gesprekken aan te gaan over het verhuizen naar reeds aangepaste woningen als een meer kosteneffectieve en duurzame oplossing. Deze aanpak vraagt om samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties en zorgverleners om een woonomgeving te ontwikkelen die toegankelijk is en ondersteuning biedt aan alle inwoners, ongeacht hun fysieke beperkingen. Doorstroom stimuleren In West Maas en Waal wordt gewerkt aan het stimuleren van de doorstroom op de woningmarkt, met name onder ouderen.

Het uitstellen van de beslissing om te verhuizen naar een levensloopgeschikte woning komt vaak voor, wat soms tot moeilijke situaties leidt. Het bevorderen van bewustwording over tijdig nadenken over woonwensen bij verminderde mobiliteit en toenemende zorgbehoefte is een speerpunt van de gemeente.

De inzet van hulpmiddelen zoals een verhuiscoach of seniorenmakelaar kan ouderen helpen bij het maken van een weloverwogen beslissing over hun woonomgeving. Ook financiële instrumenten zoals een huurgewenningsbijdrage kunnen een positieve rol spelen bij het aanmoedigen van ouderen om naar een passender woning te verhuizen. Doorstroming heeft niet alleen voordelen voor ouderen zelf, maar bevordert ook de beschikbaarheid van grotere gezinswoningen voor jongere generaties. Het creëren van voldoende aanbod van levensloopgeschikte en geclusterde woningen is fundamenteel voor deze strategie. Verder is variëteit in prijsklassen, locaties en woonconcepten belangrijk om goed aan te sluiten bij de diverse woonwensen van ouderen. Door deze variëteit aan te bieden, kan de gemeente flexibel inspelen op de behoeften van haar inwoners en tegelijkertijd de doorstroming op de woningmarkt faciliteren. Diversiteit aan woonconcepten Het is van belang dat er voldoende levensloopgeschikte en geclusterde woningen beschikbaar zijn. Daarnaast is het noodzakelijk dat er variatie is in prijsklassen, locaties en woonvormen, om aan te sluiten bij de uiteenlopende wensen van ouderen. Nieuwe woonvormen zoals ‘hofjeswonen’, waarbij ouderen of een mix van leeftijdsgroepen samenwonen en elkaar ondersteunen, winnen aan populariteit.

Deze woonvormen spreken vaak meer aan dan traditionele seniorencomplexen en bevorderen gemeenschapszin en onderlinge hulp. Om de gewenste diversiteit te bereiken, wordt overwogen burgerinitiatieven of Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO)-projecten verder te stimuleren. Als bewoners zelf betrokken zijn bij het initiatief, is de bereidheid

48

om te verhuizen vaak groter. Door een breed scala aan woonopties te bieden, kan West Maas en Waal beter voldoen aan de behoeften van haar inwoners en zorgen voor een dynamische en flexibele woningmarkt die inspeelt op de levensfasen en voorkeuren van haar burgers. Woningtoewijzing Een groot deel van de ‘geschikte’ woningen in West Maas en Waal wordt op dit moment bewoond door relatief jonge mensen, waarvan verreweg de meesten geen mobiliteitsbeperkingen hebben. Als een groter deel van deze woningen zou worden toegewezen aan ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking, hoeven in de toekomst minder woningen te worden aangepast. Dit geldt nog sterker voor huurwoningen die zijn aangepast voor mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel: als het niet lukt om deze bij mutatie weer toe te wijzen aan een rolstoelgebruiker, dan bestaat de kans dat de woning naar een regulier woningzoekende gaat en daardoor langdurig niet meer beschikbaar is voor de doelgroep. Zorgvuldig wachtlijstbeheer en een zorgvuldige procedure voor matching en woningtoewijzing kan dit voorkomen. De gemeente streeft naar een efficiëntere toewijzing van woningen die reeds geschikt zijn of eenvoudig aangepast kunnen worden voor mensen met een mobiliteitsbeperking.

Dit benadrukt de noodzaak om aangepaste woningen prioritair toe te wijzen aan diegenen die ze het meest nodig hebben om onnodige aanpassingen in de toekomst te voorkomen en de beschikbare middelen efficiënt te gebruiken. Heldere eisen voor nieuwbouw Om te voorkomen dat er een groot beroep wordt gedaan op de Wmo voor woningaanpassingen is het verstandig om bij álle nieuwbouw in de gemeente eisen te stellen ten aanzien van de toegankelijkheid van de woning (en de directe woonomgeving). Een levensloopbestendige woning heeft een gelijk-

vloerse plattegrond van woonkamer, keuken, badkamer en slaapkamer. Bij de realisatie van deze woningen wordt al rekening gehouden met bijvoorbeeld draaicirkels van een rollator en het achterwege laten van drempels en trapjes. In West Maas en Waal is er aandacht voor het stellen van heldere eisen aan nieuwbouwprojecten om te verzekeren dat deze voldoen aan de behoeften van een brede groep inwoners, waaronder mensen met mobiliteitsbeperkingen. Nieuwe woningen dienen levensloopbestendig te zijn, met voorzieningen zoals gelijkvloerse plattegronden, waarin woonkamer, keuken, badkamer en slaapkamer toegankelijk zijn zonder drempels. Ook worden eisen gesteld aan draaicirkels voor rollators en het vermijden van drempels en trapjes om de mobiliteit binnen de woning te faciliteren. Deze bouwnormen strekken zich uit tot de directe woonomgeving, waarbij ook de toegankelijkheid van de infrastructuur en ondersteunende diensten een belangrijke rol speelt. Ouderen die verhuizen naar een vorm van geclusterd wonen, doen dat vaak omdat zij hopen daar gemakkelijker contact te kunnen maken met medebewoners. Het is dus belangrijk om in deze complexen te zorgen voor mogelijkheden om andere bewoners te ontmoeten. Dat kan inpandig zijn, maar dat hoeft niet per definitie en kan in de nabijheid zijn.

10.2 Beschikbaarheid van zorg Op dit moment werkt 1 op de 7 mensen in Nederland in de zorg. Als de inrichting van de zorg zo blijft als nu dan moet dat in 2035 - vanwege de vergrijzing - zijn toegenomen tot 1 op de 4. Dat is niet realistisch; op dit moment is er al een groot tekort aan personeel in de zorg. In het Programma Wonen en Zorg voor Ouderen (WOZO) roept minister Helder daarom op tot een andere blik op de zorg voor ouderen: ‘zelf als het kan, thuis als het kan en

49

digitaal als het kan’7. Daarmee bouwt ze voort op een ontwikkeling die al langer gaande is, waarbij ouderen steeds langer zelfstandig blijven wonen en alleen als de zorgvraag dat echt noodzakelijk maakt, naar een zorggeschikte woning of verpleeghuis gaan. ‘Omzien naar elkaar’ wordt steeds belangrijker aangezien niet elke ondersteuningsvraag meer door professionele zorgverleners kan worden ingevuld. Samenwerking met opleidingen en het aanpakken van het personeelstekort in grotere gebieden kan de concurrentie en de zorglevering verbeteren. In regio Rivierenland is een coalitie gevormd, Rivierenland samen beter, om gezamenlijk het toekomstig personeelstekort in de zorg aan te pakken.

Zorgtechnologie Technologie kan een waardevol instrument zijn waardoor ouderen gemakkelijker thuis kunnen blijven wonen en hun zelfredzaamheid toeneemt, maar technologie is geen vervanging van de menselijke zorg of ontmoeting. Eenzaamheid en verwaarlozing komen niet in beeld met alleen technologie en de ordelijkheid van iemands huis komt ook niet in beeld. Door personeelstekorten gaan we meer met technologie doen, en daarom is een sterke sociale basis van belang. Door technologie vooral te gebruiken voor ouderen met een minder complexe zorgvraag, ontstaat meer ruimte om te besteden aan ouderen met een zware zorgvraag.

Clustering Clustering van zorgvragers helpt om de zorg efficiënt te kunnen leveren. Als ouderen met een zorgvraag dichter bij elkaar wonen (bijvoorbeeld in geclusterde woonvormen), dan is zorgpersoneel minder tijd kwijt aan reizen. Geclusterd wonen helpt ook tegen eenzaamheid bij ouderen en kan het ‘omzien naar elkaar’ bevorderen - waardoor het beroep op professionele zorg wordt verminderd.

Samenwerking tussen zorgaanbieders Op dit moment zijn vaak verschillende zorgaanbieders voor thuiszorg en wijkverpleging actief in dezelfde buurt of hetzelfde complex. Dit is (vanwege de reistijd) niet efficiënt en daarmee voor de toekomst wellicht niet houdbaar. Een betere afstemming tussen zorgorganisaties kan helpen om goede én betaalbare zorg aan mensen te kunnen blijven bieden.

In de visiefase is het belangrijk om te overwegen of het buitengebied voldoende toegankelijk is voor zorgdiensten en of er behoefte is aan dergelijke voorzieningen. Indien dit het geval is, moet worden vastgesteld voor welke doelgroepen dit relevant is en welke minimale mate van clustering nodig is. Dit zijn vragen die nader onderzocht moeten worden.

Ook mensen met een verstandelijke beperking worden steeds ouder. Om goede zorg te kunnen bieden aan ouder wordende VG-inwoners is samenwerking tussen VG-zorgaanbieders en zorgaanbieders voor ouderenzorg wenselijk. Dit vraagt om een flexibele, domein-overstijgende inzet van financiële middelen. In een uitgestrekt gebied als West Maas en Waal is samenwerking tussen zorgaanbieders essentieel om efficiënte zorgroutes te realiseren. Op dit moment is er al één centraal aanmeldpunt, maar de zoektocht naar verbinding

7

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/07/04/wozo-programma-wonenondersteuning-en-zorg-voor-ouderen

50

is nog steeds gaande. Echter, concentratie van zorg kan ook leiden tot problemen en druk op huisartsen. In de gemeente zijn al diverse samenwerkingsverbanden opgezet, met VVT organisaties, om proeftuinen en ambities zoals slim samenwerken te realiseren. Een projectgroep denkt na over de toekomstige samenstelling van zorgteams in West Maas en Waal, waarbij er aandacht is voor zowel zorg als welzijn. Daarnaast kaarten deelnemers aan dat het belangrijk is om schotten weg te halen in de verschillende zorgvragen (VV, BW, VG). De ambitie die wordt genoemd is om mensen te verbinden in hun huidige omgeving, samenwerking tussen partijen te bevorderen, en te zorgen voor schaalvergroting om meer mensen te kunnen bedienen. Flexibele en tijdelijke zorg In de recent uitgevoerde enquête uit 2023 onder 168 mantelzorgers die vaak langdurig en intensief zorg verlenen, blijkt dat de behoefte aan tijdelijke verblijfplaatsen voor zorgvragers minder op respijtzorg is gericht dan voorheen gedacht. Slechts 16% van de respondenten heeft behoefte aan logeerzorg, terwijl 19% de voorkeur geeft aan aanwezigheidszorg, wat ook kostenefficiënter blijkt. Hierdoor verkent West Maas en Waal de mogelijkheid van een pilot voor een thuiszorgproduct dat aanwezigheidszorg combineert met een lichte vorm van individuele begeleiding, zoals Saar aan Huis, dat voornamelijk wordt ingezet bij Wlz ZZP niveaus 4 tot 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14597083/1