CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-221.1 Woonzorganalyse West Maas en Waal Geredigeerd

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken28.632 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Woonzorganalyse Gemeente West Maas en Waal

Regio Rivierenland en gemeente West Maas en Waal 24 september 2024 Definitief

DATUM

24 september 2024

TITEL

Woonzorganalyse gemeente West Maas en Waal

OPDRACHTGEVER

Regio Rivierenland en gemeente West Maas en Waal

AUTEUR(S)

PROJECTNUMMER

2281.109

STATUS

Definitief

Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32 KvK-nummer: 09035291 BTW-nummer: NL001826517B01

2

Inhoud 1

Inleiding

4

2 2.1

Managementsamenvatting De huisvestingsopgave

6 6

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

Ouderen Doelgroep en context Woonwensen en woonvormen Zorgvraag in beeld Vraaganalyse Vraag naar woonconcepten binnen geclusterd wonen Aanbodinventarisatie ouderen De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod Geschikt woningaanbod

12 12 13 15 17 21 23 25 26

4 4.1 4.2

Mensen met een lichamelijke beperking Woonwensen en woonvormen Vraaganalyse

30 30 30

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Mensen met een verstandelijke beperking Doelgroep en context Woonwensen en woonvormen Woonvraag van mensen met een verstandelijke beperking Aanbodanalyse VG De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod

31 31 31 32 33 34

6 6.1 6.2 6.3

Mensen met (ernstige) psychische problematiek Doelgroep en context Woonwensen en woonvormen Vraaganalyse

35 35 35 36

6.4 6.5

Aanbodanalyse BW De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod

38 38

7 7.1 7.2

Kwetsbare jongeren Doelgroep en context Vraaganalyse

40 40 40

8 8.1 8.2

Uitstromers uit instellingen Behoefte aan woonruimte voor uitstromers Woningaanbod voor uitstromers

43 43 44

9

Statushouders

45

10 10.1 10.2 10.3 10.4

Aandachtspunten voor de visie Passende woonvormen voor verschillende groepen Beschikbaarheid van zorg Ondersteunen van ‘omzien naar elkaar’ Een geschikte woonomgeving en sociale basis

47 47 49 51 52

Bijlage 1: Aanbodoverzicht

54

Bijlage 2: De Doorzonscan

56

Bijlage 3: Afkortingen en begrippen

57

Bijlage 4: Organisatie en bekostiging van langdurige zorg

59

Bijlage 5: Aannames voor de prognoses

61

Bijlage 6: Woonstijlen

62

Bijlage 7: Definities VVT regiotafel en provinciaal onderzoek

74

1 Inleiding We staan aan de vooravond van een flinke vergrijzing: Nederland kent steeds meer ouderen, en ook steeds meer ‘oudere ouderen’. Steeds meer ouderen blijven tot op hoge leeftijd zelfstandig wonen. Ook andere groepen met een zorg- of ondersteuningsvraag, zoals mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en mensen met psychische problemen, blijven langer zelfstandig wonen of gaan sneller weer thuis wonen na een verblijf in een instelling. Dat zorgt voor grote veranderingen in de wereld van wonen, zorg en welzijn. Als gevolg van de beweging naar ‘langer en weer thuis wonen’, neemt het aantal mensen met een zorgvraag op de reguliere woningmarkt toe. Dit leidt tot veranderingen in de vraag naar woonruimte en vergroot de noodzaak tot samenwerking tussen de gemeente, zorg- en welzijnsaanbieders en corporaties: zij moeten er immers samen voor zorgen dat de woonomgeving en de sociale en zorginfrastructuur zodanig op elkaar worden afgestemd dat mensen met een zorgvraag prettig kunnen wonen en leven. Gemeenten zijn vanaf 2026 verplicht een woonzorgvisie op te stellen waarin ze aangeven hoe ze invulling willen geven aan de vraag naar woonruimte vanuit verschillende ‘aandachtsgroepen’ en aan de zorg en ondersteuning die daarvoor nodig is. Dit onderzoek heeft als doel om de opgave voor deze groepen inzichtelijk te maken.

De resultaten dienen als onderlegger voor de lokale woonzorgvisie die de gemeente West Maas en Waal wil opstellen.

1.1 Onderzoeksvragen Dit onderzoek heeft als hoofddoel om inzicht te krijgen in de huidige en toekomstige vraag naar en het aanbod aan passende woningen en woonvormen voor mensen met een (toekomstige) zorg- of ondersteuningsvraag in de gemeente West Maas en Waal. De onderzoeksvragen zijn:

• Wat is de ontwikkeling van de doelgroepen als gevolg van demografische ontwikkelingen (op basis van gemeentelijke bevolkingsprognoses), maatschappelijke trends en beleidsontwikkelingen tot 2040, zowel op gemeente- als kernniveau?

• Wat is de behoefte aan voorzieningen op gemeente- en kernniveau en hoe is het voorzieningenaanbod over de gemeenten verdeeld?

• Welke mogelijke kwantitatieve en kwalitatieve knelpunten zijn er in de match tussen vraag en aanbod aan passende woningen, woonzorgvormen, voorzieningen, zorg- en welzijnsinfrastructuur nu en op langere termijn (2025, 2030, 2035, 2040) en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om hierin te voorzien? We gaan er in ons voorstel van uit dat het aanbod aan woonzorgvormen en voorzieningen reeds adequaat in beeld is gebracht. De geschiktheid van de bestaande, reguliere woningvoorraad nemen we wel op in dit plan van aanpak. • Met het zicht op de huisvestingsopgave ligt er een basis voor het opstellen van de woonzorgvisie en het afwegingskader voor huisvestingsinitiatieven.

1.2 Verantwoording Bij het inschatten van de toekomstige behoefte hebben wij gebruik gemaakt van de Woonzorgweter van Companen. Met dit model maken wij prognoses

4

van de toekomstige vraag naar woonvormen voor mensen met een zorgvraag op basis van gegevens over het huidig zorggebruik en demografische ontwikkelingen. Om de invloed van (lokale) trends en ontwikkelingen ook mee te kunnen nemen in de prognoses hebben wij werksessies gehouden met vertegenwoordigers van de gemeente, zorgkantoor, zorgaanbieders, corporaties, welzijnspartijen en Adviesraad Sociaal Domein. In deze bijeenkomsten zijn trends en ontwikkelingen besproken die volgens deze partijen van invloed zullen zijn op de vraag naar woonvormen. Het gaat dan om de gevolgen van nieuw beleid, maar bijvoorbeeld ook om technologische ontwikkelingen en de ontwikkeling van nieuwe woonconcepten. De opbrengst van deze bijeenkomsten is gebruikt om aannames te bepalen die zijn meegenomen in de modelmatige berekeningen. Op deze manier zijn prognoses opgesteld die zoveel mogelijk aansluiten bij de praktijk in de gemeente West Maas en Waal.

1.3 Doelgroepen In het onderzoek worden de volgende doelgroepen onderscheiden: • Ouderen (65+) • Mensen met een lichamelijke beperking (LG) • Mensen met een verstandelijke beperking (VG) • Mensen met psychiatrische problematiek (GGZ) • Uitstromers uit jeugdhulp met verblijf • Uitstromers uit de maatschappelijke opvang (MO) • Statushouders We nemen niet alle aandachtsgroepen1 mee in dit onderzoek, zoals studenten en arbeidsmigranten, omdat zij doorgaans geen ondersteuningsvraag hebben.

1

Het zijn wel groepen die in andere beleidsstukken worden meegenomen en een plek moeten krijgen in de woonzorgvisie.

1.4 Leeswijzer Dit rapport begint met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. In de daarop volgende hoofdstukken (3 tot en met 9) behandelen we steeds de huisvestingsopgave van één doelgroep. In hoofdstuk 10 geven we een aantal aandachtspunten voor de visie mee die gelden voor één of meerdere doelgroepen. In de bijlage is een overzicht van het huidige aanbod aan woon(zorg)plekken voor de verschillende doelgroepen opgenomen (bijlage 1), uitleg over de geschiktheidsanalyse (bijlage 2), een overzicht van gebruikte afkortingen en definities in dit onderzoek (bijlage 3), uitleg en overzicht over de organisatie en bekostiging van de langdurige zorg (bijlage 4), overzicht van de aannames die zijn gebruikt (bijlage 5) en een toelichting op de woonstijlen (bijlage 6). Daarnaast geven wij in bijlage 7 een uitleg over de gehanteerde verschillen in definities zoals deze zijn opgesteld door de zorgaanbieders VV en corporaties in vergelijking met het rijk en een vergelijking tussen het provinciale onderzoek door In.Fact., ABF en het regionale onderzoek door Companen.

Als aanvulling op dit rapport is een interactieve kaart ontwikkeld waarop relevante voorzieningen en woonzorglocaties te zien zijn, evenals het aandeel 65-plussers (in een (niet-)geschikte woning) op kernniveau. Deze kaart is te vinden op de website van de woonzorgwijzer en is beschikbaar in Q4 van 2024.

Deze term komt uit het landelijk Programma Een thuis voor iIedereen en duidt op groepen die het extra moeilijk hebben op de woningmarkt.

5

2 Managementsamenvatting In dit onderzoek is gekeken hoe de (verwachte) vraag naar wonen met zorg zich verhoudt tot het huidige aanbod voor verschillende doelgroepen in de gemeente West Maas en Waal. In dit hoofdstuk vatten we de huisvestingsopgave kort samen en geven we een aantal aandachtspunten voor visie en beleid. In de afzonderlijke hoofdstukken gaan we hier dieper op in.

2.1 De huisvestingsopgave In dit onderzoek geven we een beeld van de verwachte ontwikkeling van de vraag naar verschillende vormen van wonen met zorg. Voor de meeste doelgroepen zijn hierbij verschillende prognosevarianten uitgewerkt: een ‘basisprognose’ die een demografische doorrekening geeft van de huidige vraag en een ‘trendprognose’ waarin rekening is gehouden met maatschappelijke trends die zorgen voor verschuivingen in de vraag. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte afkortingen en begrippen is te vinden in bijlage 3.

Ouderen en mensen met een lichamelijke beperking

• Naast de demografische doorrekening (basisprognose) is voor ouderen een trendprognose uitgewerkt. Deze prognose houdt er rekening mee dat intensieve zorg voor ouderen vaker buiten het traditionele verpleeghuis wordt geboden (via het Volledig Pakket Thuis). Gezien het personeelstekort in de zorg, zal geclusterd wonen waarschijnlijk de voorkeur hebben. • Daarnaast gaan we er in de trendprognose van uit dat meer ouderen ervoor zullen kiezen om in een vorm van geclusterd wonen te gaan wonen vóórdat ze een zorgvraag ontwikkelen. Groeiende vraag naar geclusterde woonvormen onder ouderen in de koop • De vergrijzing zorgt in beide scenario’s voor een stijgende vraag naar geclusterd wonen voor ouderen. Hiermee bedoelen we een cluster van zelfstandige woningen waar mensen ook zonder zorgindicatie mogen wonen. De verschijningsvorm is divers: van traditionele seniorencomplexen of aanleunwoningen tot hofjeswoningen of luxe appartementencomplexen. • De totale vraag naar geclusterd wonen voor ouderen is momenteel lager dan het huidige aanbod: er is een overschot van 147 woningen. Richting 2040 ontstaat een tekort in de trendprognose: volgens de basisprognose is er nog een overschot in 2040 van 37 woningen, volgens de trendprognose een tekort van 343 woningen.

• De groep ouderen in de gemeente West Maas en Waal zal in de komende jaren sterk gaan groeien: in 2023 zijn er circa 2.845 65-plushuishoudens, in 2040 zal dit aantal zijn opgelopen tot zo’n 4.100. • Lang niet alle 65-plussers hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifieke ouderenwoning. Om een inschatting te kunnen maken van het deel van de senioren dat behoefte heeft aan een bijzondere woonvorm zoals geclusterd wonen voor ouderen, is met het ‘vitaliteitstredenmodel’ een prognose gemaakt van het toekomstige zorggebruik van ouderen. De prognose van de behoefte aan verschillende woonvormen is hiervan afgeleid.

6

Vraag-aanbod geclusterd wonen 800 700 600 500 400 300 200 100 0

690 540 347

380 280

200 200

250

310

210 240

2023

2025

2030

2035

2040

Basis

Trend

Aanbod

Bron: Woonzorgweter, Companen; Aanbodinventarisatie corporaties.

• Er zit ontspanning op het aanbod geclusterd wonen voor ouderen in de sociale huur. We zien dat in zowel de basisprognose als de trendprognose richting 2040 genoeg sociale huurwoningen zijn. In kwalitatieve zin zal er wel een opgave liggen: het transformeren van traditioneel geclusterd aanbod naar meer moderne concepten. • Op basis van de inventarisatie lijkt het aanbod in de vrije huursector in balans te zijn met de vraag. In 2040 ontstaat er een tekort van zo’n 5 woningen in de basisprognose en 45 woningen in de trendprognose. • Voor geclusterd wonen in de koopsector is er momenteel al een groot tekort te zien. Het tekort loopt op tot 190 woningen in 2040 wanneer we uitgaan van de basisprognose, en tot 430 woningen wanneer we uitgaan van de trendprognose.

Groeiende vraag naar zorggeschikte plekken • De vergrijzing zorgt ook voor een groeiende vraag naar zorggeschikte plekken. Hiermee bedoelen we een woonvorm die bedoeld is voor mensen met een indicatie vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz); de zorg kan hier intramuraal of extramuraal worden geleverd. • Het huidige totale aanbod aan zorggeschikte plekken lijkt in balans met de vraag naar zorggeschikte plekken. Zorgaanbieders in West Maas en Waal bedienen ook ouderen uit de regio die soms op de wachtlijst staan voor een zorggeschikte plek binnen hun eigen gemeente. In het basisscenario loopt het tekort op tot 60 plekken in 2040; in het trendscenario loopt het tekort op tot 30 plekken.

Vraag-aanbod zorggeschikt 350 300 250 200 150 100 50 0

300

240

260 220 210

240

180 180

180 180

2023

2025

2030

2035

Basis

Trend

Aanbod

270

2040

Bron: Woonzorgweter, Companen; Aanbodinventarisatie zorgaanbieders.

7

Groot deel van de woningvoorraad nog niet geschikt voor ouderen • Van de totale woningvoorraad in West Maas en Waal is slechts 24% geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking 2; 37% is relatief eenvoudig geschikt te maken. Van de huurwoningen in de gemeente is een hoger aandeel geschikt (36% in de sociale huur en 40% in de vrije sector huur); in de sociale huur geldt echter ook dat een relatief groot aandeel (48%) niet geschikt is en ook niet eenvoudig geschikt te maken. Koopwoningen zijn juist relatief vaak geschikt te maken (46%). • De huidige vraag naar reguliere geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking bedraagt ca 475 woningen. In 2040 zal deze behoefte oplopen tot ca 815 woningen. • De huidige en toekomstige vraag is lager dan het huidige reguliere geschikte woningaanbod: circa 1.947 geschikte woningen. In de praktijk blijft een aanbod over van ca 950 woningen, doordat 44% van de geschikte woningen worden bewoond door jongere huishoudens zonder beperking. In feite zijn er dus reguliere geschikte woningen genoeg. Maar aandacht blijft nodig voor het toewijzen, labelen of matchen van geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking.

Mensen met een verstandelijke beperking

apart wordt bijgehouden welk deel van deze 155 mensen een verstandelijke beperking heeft, is de precieze omvang van de VG-Wmo groep niet bekend. 3 • Een vergelijking van het huidige aanbod met de huidige vraag naar woonplekken voor mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking in de gemeente laat een tekort zien van 67 plekken; waarvan 63 geclusterde plekken en 4 gespikkelde plekken. • Richting 2040 zal er een (lichte) ontwikkeling naar ambulantisering plaatsvinden, waardoor de relatieve vraag naar gespikkeld wonen zal toenemen ten koste van geclusterd wonen. Een ander punt wat is besproken is dat het essentieel is om rekening te houden met spreiding van doelgroepen over de regio om te voorkomen dat er een concentratie van specifieke doelgroepen in bepaalde gebieden ontstaat. In 2040 loopt in dit scenario het totale tekort op tot 92 plekken; waarvan 76 geclusterde plekken en 16 gespikkelde plekken. • Zorgaanbieders geven aan dat een deel van de doelgroep de Wlz-indicatie thuis (bijvoorbeeld bij de ouders) verzilvert door middel van een Persoonsgebonden Budget. Dit is niet in alle gevallen een wenselijke situatie; zeker als ouders op leeftijd raken, wordt de zorg voor een gehandicapt kind vaak zwaar.

• In West Maas en Waal wonen 120 mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking. Dit aantal is in de afgelopen jaren gestegen. Daarnaast zijn er mensen met een (licht) verstandelijke beperking die ondersteuning ontvangen vanuit de Wmo. Uit de Wmo-registratie blijkt dat in West Maas en Waal 155 mensen onder de 65 jaar begeleiding ontvangen vanwege een psychische of (licht) verstandelijke beperking. Omdat niet

2

Een woning geldt als ‘geschikt’ wanneer alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) gelijkvloers liggen of zonder traplopen bereikbaar zijn.

8

Vraag-aanbod woonvormen VG 150 100

129

127

125

116 53

50 4

9

12

16

2023

2030

2035

2040

0

Vraag geclusterd wonen trendscenario Vraag gespikkeld wonen trendscenario Aanbod geclusterd wonen Bron: Woonzorgweter, Companen.

uitstroom in West Maas en Waal vanuit Beschermd Wonen Wmo van circa 8 mensen per jaar zijn. Jaarlijks is er een vraag naar ongeveer zes reguliere woningen, met of zonder ambulante begeleiding. • In de regio hebben Tiel en Nijmegen relatief veel aanbod, terwijl de andere gemeenten in de regio over relatief minder aanbod beschikken. De ambitie is om het aanbod Beschermd Wonen in Tiel en Nijmegen te behouden en niet af te bouwen. Dit komt doordat het grootste deel van het aanbod bezet wordt door cliënten met een Wlz-indicatie, en deze doelgroep niet gericht is op uitstroom. Daarnaast is het gewenst om het intramurale aanbod uit te breiden in de regiogemeenten. • Naast de uitbreiding van plekken voor Beschermd Wonen is ook de uitbreiding van Beschermd Thuis van belang. De verhouding tussen Beschermd Wonen en Beschermd Thuis zal respectievelijk 53% en 47% in de regio zijn.

Mensen met (ernstige) psychische problematiek • Mensen met een psychische kwetsbaarheid wonen steeds vaker zelfstandig in de wijk. Een deel woont in woonvormen binnen Beschermd Wonen. Op 1 januari 2023 hadden zo’n 51 mensen in West Maas en Waal een indicatie voor Beschermd Wonen: 8 Wmo Thuis, 8 Wmo Verblijf en 35 vanuit de Wlz (GGZ-W). In totaal hebben 43 personen een intramurale plek nodig in West Maas en Waal. • Een vergelijking van het huidige aanbod met de huidige vraag naar beschermde woonplekken (Bw Wmo Verblijf en BW Wlz) voor mensen met psychische problematiek laat zien dat er momenteel een tekort van circa 10 plekken is. De mensen met een BW-indicatie die nu niet terechtkunnen in West Maas en Waal, verblijven in een instelling elders in de regio. • In de basisprognose blijft het tekort ongeveer 10 BW-plekken. • Beschermd Wonen Wmo is in principe bedoeld als tijdelijke voorziening. Bij een gelijkblijvende omvang van de BW-Wmo groep, zal er een gemiddelde

Vraag-aanbod woonvormen BW 60

43

43

42

42

42

2025

2030

2035

2040

32

40 20 0 2023

Vraag basisscenario

Aanbod

Bron: Woonzorgweter, Companen.

9

Kwetsbare jongeren • Jeugdzorg met verblijf kent verschillende varianten in West Maas en Waal: jeugdhulp met verblijf inclusief behandeling, pleegzorg en het gezinshuis. Begeleiding vanuit de jeugdwet stopt in principe na het 18e jaar, maar soms wordt deze verlengd; dit duurt maximaal 5 jaar, tot de jongere 23 jaar is. Na jeugdhulp met verblijf stromen jongeren uit naar zelfstandig wonen, een kamertrainingscentrum of ze stromen door naar een instelling voor Wlzzorg of Beschermd Wonen. • Uitgaande van de huidige situatie is de verwachting dat er op jaarbasis in West Maas en Waal 3 jongeren/jongvolwassenen uitstromen vanuit een vorm van jeugdzorg met verblijf. Hiervan kunnen er ongeveer 1 tot 2 direct zelfstandig wonen; ook ongeveer 1 jongere/jongvolwassene heeft behoefte aan een tussenvorm zoals een trainingshuis of geclusterd wonen met begeleiding; en 0 tot 1 persoon stroomt door naar een plek in een zorginstelling voor (jong)volwassenen (BW/Wlz).

Dak- en thuislozen • Mensen die (tijdelijk) geen vorm van onderdak hebben, kunnen terecht bij de Maatschappelijke Opvang. De Maatschappelijke Opvang kent een grote verscheidenheid aan vormen, en ook een grote diversiteit aan mensen. De opvangvoorzieningen zijn bedoeld voor mensen die te maken hebben met (een combinatie van) huiselijk geweld, psychische problemen, schulden of verslaving. Mensen die als gevolg van een relatiebreuk of werkloosheid op straat komen te staan (‘economisch daklozen’) zonder verdere problematiek kunnen in principe geen gebruik maken van de maatschappelijke opvang. • In West Maas en Waal is geen aanbod aan opvangplekken. De regionale opvangvoorzieningen zijn op dit moment gevestigd in Nijmegen en Tiel. De

Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang (CTMO) heeft aangegeven dat in 2023 3 personen vanuit West Maas en Waal zich hebben gemeld bij een maatschappelijke opvangvoorziening in de regio. Hoeveel van deze 3 personen daadwerkelijk in een opvangvoorziening hebben gezeten, is niet bekend. Dat maakt het lastig om te bepalen hoeveel mensen er bij hun stap richting zelfstandig wonen, woonruimte zullen zoeken in West Maas en Waal. Daarom werken we met een bandbreedte, en schatten we dat zo’n 1 tot 2 mensen per jaar vanuit de opvang wil uitstromen naar een zelfstandige woning (met ambulante begeleiding) in West Maas en Waal.

Uitstroom richting de reguliere woningmarkt • Een verblijf in Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en jeugdzorg is in principe tijdelijk; elk jaar stromen er dan ook mensen uit deze voorzieningen uit richting de woningmarkt. • Hoe groot de jaarlijkse vraag naar uitstroomwoningen zal zijn, is moeilijk te voorspellen. Dit is immers afhankelijk van veel factoren waaronder het effect van de inzet op preventie (wie niet instroomt in een voorziening, hoeft ook niet uit te stromen) en de ontwikkeling van de gemiddelde verblijfsduur van mensen die in een instelling verblijven. • Onderstaande tabel toont de verwachte jaarlijkse vraag naar zelfstandige woonruimte voor de uitstromers uit instellingen. Voor deze uitstromers geldt dat zij over het algemeen behoefte hebben aan een betaalbare sociale huurwoning. Tabel 2.1 Jaarlijkse vraag naar woonruimte voor uitstromers Doelgroep Behoefte aan zelfstandige woonruimte Uitstroom Beschermd Wonen 2 tot 4 Uitstroom Jeugdzorg met verblijf 1 tot 2 Uitstroom Maatschappelijke opvang 1 tot 2 Totaal 4 tot 8

10

• In 2023 kwamen er in West Maas en Waal 78 betaalbare sociale huurwoningen beschikbaar voor een nieuwe huurder. Bij een gelijkblijvend aantal mutaties betekent dat, dat 5 tot 10% van de vrijkomende corporatiewoningen nodig zouden zijn om de verschillende uitstromers aan woonruimte te helpen.

11

3 Ouderen In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag naar specifieke huisvesting voor ouderen. Lang niet alle ouderen (65-plussers) hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste ouderen wonen zelfstandig en zijn vitaal. Ook van de ouderen met een zorgvraag woont een groot deel zelfstandig, al dan niet met ondersteuning vanuit de wijkverpleging.

3.1 Doelgroep en context In dit hoofdstuk gaan wij in op de woonvraag van drie groepen ouderen: • Ouderen die vanwege hun gezondheidssituatie een beroep doen op Wlzzorg. Dat betekent dat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. De meeste van deze mensen wonen in een verpleeghuis of zorggeschikt, een deel in een geclusterde woonvorm zoals een serviceappartement en een deel in een reguliere woning. • Daarnaast gaan wij in op de woonvraag van ouderen met een lichtere zorgvraag: welk deel van hen doet een beroep op een geclusterde woonvorm en welk deel zal in de toekomst wonen in een (aangepaste) reguliere woning? • Ook hebben we aandacht voor de groep ouderen zonder zorgvraag; een deel van hen anticipeert op een mogelijke zorg- of ondersteuningsvraag in de toekomst en wenst daarom ook een specifiek soort woning.

in de analyses. In de gebruikte methodiek wordt wel een onderscheid gemaakt naar leeftijdsgroepen binnen die totale groep, op basis van de zorg- en ondersteuningsbehoefte per leeftijdsgroep en de woonbehoefte die daarmee samenhangt.

Demografie In januari 2023 woonden er circa 20.045 mensen in de gemeente West Maas en Waal. Volgens de Primos bevolkingsprognose zal West Maas en Waal in 2040 uit circa 21.040 inwoners bestaan (+5%). Het aantal ouderen in de gemeente neemt in de komende jaren sterk toe - en daarmee ook het aandeel op de totale bevolking. In onderstaand figuur zien we dat het aandeel 65plussers op de totale bevolking groeit van 22% nu, naar 32% in 2040. Figuur 3.1: Bevolkingssamenstelling gemeente West Maas en Waal, 2023 - 2040

15% 13% 7% 2%

12%

5% 2040 2023

65-74 jaar

75-84 jaar

85+ jaar

Bevolking < 65 jaar

Bron: Primos prognose West Maas en Waal (2022).

De leeftijd waarop mensen zich ‘oud’ voelen verschilt van persoon tot persoon. Wij kiezen er in dit onderzoek voor om de totale groep 65-plussers te betrekken

12

Wanneer we kijken naar het aandeel 65-plushuishoudens ten opzichte van het totaal aantal huishoudens in de gemeente, zien we dat het aandeel nu 32% is en in 2040 44%. Er is met name een sterke groei te zien in de oudste groep (75plus en 85-plus); we noemen dit ‘dubbele vergrijzing’. Figuur 3.2: Huishoudenssamenstelling gemeente West Maas en Waal, 2023 - 2040

20% 18% 11% 2040

75-84 jaar

Verhuisgeneigdheid • De verhuisgeneigdheid onder ouderen is over het algemeen laag, vooral onder ouderen met een koopwoning. Met woningaanpassingen, ondersteuning uit het eigen netwerk en de scootmobiel is langer thuis wonen goed mogelijk, mits ouderen hier zelf tijdig op anticiperen. Als veel ouderen hun woning willen aanpassen en hiervoor een beroep doen op de Wmo, dan kan dit tot hoge kosten leiden voor de gemeente. • De eigen gezondheid en de gezondheid van de partner is een belangrijke reden om wel of niet te verhuizen. • Een veel genoemde reden om niet te willen verhuizen, is de angst voor hogere woonlasten na een verhuizing.

3% 17%

2023

7% 65-74 jaar

wordt. Op basis van literatuuronderzoek en gesprekken met ouderen die we elders in het land hebben gehouden, geven we hieronder een beschrijving van de belangrijkste woonwensen van (toekomstige) ouderen.

85+ jaar

Huishoudens < 65 jaar

Bron: Primos huishoudensprognose West Maas en Waal (2022).

3.2 Woonwensen en woonvormen Wensbeelden ouderen

Woning • Ouderen geven aan dat zij graag willen wonen in een levensloopgeschikte woning die voldoet aan de volgende uitgangspunten: de woning moet gelijkvloers zijn, zonder drempels, met één of twee slaapkamers en een verhoogd toilet. • Voor ouderen zonder zorgvraag of met een lichte zorgvraag zijn hofjes een aantrekkelijke woonvorm vanwege de mogelijkheid van sociaal contact. Met een ‘hofje’ bedoelen we hier overigens niet alleen grondgebonden woningen rondom een binnentuin; het belangrijkste is dat het ontwerp uitnodigt tot onderling contact en betrokkenheid. Dat kan bijvoorbeeld ook in een appartementencomplex met een gezamenlijk atrium en restaurant.

De woonvraag onder ouderen valt uiteen in de groep die een beroep doet op regulier wonen, een groep die woont in (kleinschalig) geclusterd wonen en een groep die woont in een zorggeschikte woning waar intensieve zorg geboden

13

Woonomgeving • Vanwege een afnemende mobiliteit is het voor veel ouderen prettig om dicht bij voorzieningen te wonen. De belangrijkste voorzieningen zijn daarbij de huisarts en ontmoetingsplekken. Een supermarkt of apotheek worden ook vaak genoemd, maar voor boodschappen en medicijnen is een bezorgdienst ook een alternatief. Zorg en ondersteuning • In de afgelopen jaren zijn veel technologische hulpmiddelen ontwikkeld die het langer thuis wonen van senioren makkelijker maken. Bij de inzet van technologie/domotica kan gedacht worden aan valdetectie, beeldbellen, de inzet van zorgrobots en automatische medicijndispensers. Voor de huidige generatie 75-plussers zijn technologische oplossingen in zorg en ondersteuning in sommige gevallen te ingewikkeld en te duur. Enkelen geven aan hier moeilijk mee om te kunnen gaan en mensen met dementie kunnen het veelal niet meer aanleren. Ook zijn sommige mantelzorgers onvoldoende bekend met de werking. Voorlichting over de inzet van domotica aan zorgverleners en ouderen zelf is belangrijk. Over het algemeen zullen toekomstige ouderen echter adaptief genoeg zijn om met het gros van de technologische vernieuwingen overweg te kunnen. De inzet van technologie is dan een waardevol instrument dat kan bijdragen aan zelfstandig wonen. De woonwensen van ouderen zijn divers en zijn per generatie nader beschreven in bijlage 6.

De analyse is gebaseerd op de huidige bevolkingssamenstelling en houdt rekening met verwachte ontwikkelingen in bevolking, huishoudens en woningvoorraad. Het is belangrijk te benoemen dat recente trends, zoals de toegenomen spreiding van aandachtsgroepen en de aanzienlijke groei van statushouders, nog niet volledig zijn verwerkt. Dit kan leiden tot een verandering in sociaal-economische status alsmede een

verschuiving in woonwensen en woonvormen in de toekomstige generaties ouderen.

Woonvormen voor ouderen Wij maken in dit rapport een onderscheid tussen ‘regulier wonen’, ‘geclusterd wonen’ en ‘zorggeschikt’. • Reguliere woningen zijn niet-geclusterde woningen die niet gelabeld of bestemd zijn voor een bepaalde doelgroep. Het gaat hierbij om zowel grondgebonden gezinswoningen als om appartementen of studio’s. • Geclusterd wonen is een woonvorm voor ouderen met of zonder zorg die zelfstandig willen wonen in een complex met andere ouderen, waar zij de mogelijkheid hebben voor laagdrempelig contact met buren. De woningen zijn levensloopgeschikt en er is een mogelijkheid voor ontmoeten inpandig of in de directe woonomgeving. Eventuele zorg aan bewoners wordt betaald vanuit de Zvw, Wmo of Wlz (vanuit een VPT of MPT). Intramurale voorzieningen vallen niet in deze categorie. Een Wlz-zorgindicatie is geen voorwaarde om hier te komen wonen. Onder geclusterde woonvormen valt een uiteenlopend palet aan woonvormen: van klassieke seniorencomplexen en aanleunwoningen tot hofjes. • Zorggeschikt is een woonvorm die alleen toegankelijk is voor ouderen met een Wlz-zorgvraag (eventueel plus partner). De Wlz-zorg kan intramuraal of extramuraal (vanuit een VPT of MPT) gefinancierd worden.

Er zijn verschillende verschijningsvormen: binnen deze categorie vallen zowel verpleeghuizen en grootschalige woonzorgcentra als kleinschalige woonvormen, bijvoorbeeld voor mensen met dementie. Van de ouderen met een zware zorgvraag woont een groot deel in een zorggeschikte woning of in geclusterd wonen voor ouderen. Daarnaast zijn er ook ouderen zonder zorgvraag die er - uit voorzorg, of vanwege een behoefte

14

aan comfort of sociale contacten - voor kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Wij maken in dit rapport geen onderscheid tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’. Het komt steeds meer voor dat mensen met een Wlz-indicatie gebruik maken van ‘extramurale woonvormen’ waarbij zij zelf huur betalen voor hun woning en zorg en ondersteuning ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg. Er bestaan ook hybride vormen: woonzorgcomplexen waar een deel van de bewoners zowel de zorg als het verblijf betalen vanuit een Wlz-indicatie en andere bewoners die daar wonen op basis van scheiden wonen en zorg. Het verschil tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’ is in die gevallen zuiver financieel. De verwachting van zorgaanbieders is dat er in de toekomst steeds meer van dit soort hybride concepten zullen komen. In West Maas en Waal is momenteel een afname te zien in de wachtlijst voor Wlz SOM bij een zorggeschikte woonvorm. Deze daling is Zorggroep Maas en Waal momenteel met CIZ aan het duiden en deze daling kan enerzijds worden toegeschreven aan de impact van de coronapandemie en anderzijds aan de eigen bijdrage van de bewoners, die ertoe leidt dat aanvragen naar een later tijdstip worden uitgesteld. Ondanks deze afname blijft het merendeel van de bewoners in een zorggeschikte woning bestaan uit personen met een PG-indicatie, ongeveer 65%.

Voor deze groep is er nog geen duidelijke afname in de wachtlijsten waarneembaar, mede doordat dementie toeneemt in de regio.

In de gemeente West Maas en Waal is de sociale basis essentieel voor het welzijn van haar inwoners, vooral met betrekking tot de ouderen en mensen met dementie. Binnen de gemeente is een aanzienlijk aantal thuiswonende ouderen met dementie (17% van ouderen 85 jaar en ouder) en hoger dan het landelijk gemiddelde (15% van ouderen 85 jaar en ouder). De prognose wijst op een stijging van deze aantallen door een toenemende vergrijzing. Dit benadrukt de noodzaak voor adequate ondersteuning en voorzieningen. De mantelzorg speelt hierbij een belangrijke rol, en de gemeente onderzoekt momenteel hoe de ondersteuning voor mantelzorgers vanaf 2024 anders ingericht kan worden. Met name het signaleren van de behoefte onder mantelzorgers, structureel onderzoek en toegang tot passend ondersteuningsaanbod hebben daarin een plek. De sociale basis in West Maas en Waal omvat ook initiatieven die bijdragen aan een dementievriendelijke gemeenschap, met als doel om mensen met dementie zo lang mogelijk actief deel te laten nemen aan de samenleving. Hoewel de invloed van de gemeente op de sociale basis beperkt is, zijn er wel faciliterende maatregelen. Zo zijn er in elk dorp actieve seniorenverenigingen en andere organisaties zoals vrouwenverenigingen, De Zonnebloem, en Samenredzaam Dreumel, die veel activiteiten organiseren.

3.3 Zorgvraag in beeld

Echter, er zijn nog steeds uitdagingen zoals een tekort aan vrijwilligers en personeel in de zorg en bij huisartsen, wat een landelijk probleem is. Daarnaast neemt het aantal mantelzorgers zowel landelijk als in de gemeente af, een trend die in onze gemeente zelfs sterker zichtbaar is dan in de rest van het land.

De groep ouderen in de gemeente West Maas en Waal zal in de komende jaren sterk gaan groeien: in 2023 zijn er circa 2.845 65-plushuishoudens, in 2040 zal dit aantal zijn opgelopen tot ruim 4.100 huishoudens.

Ondanks deze uitdagingen is de meerderheid van de 65-plussers in West Maas en Waal is vitaal en kan nog prima uit de voeten in een reguliere woning. Ook ouderen die beperkingen beginnen te krijgen, kunnen nog heel veel wél.

15

Tegelijkertijd weten we dat met het afnemen van de vitaliteit de woonwensen van ouderen veranderen.

Figuur 3.3: Vitaliteitstredenmodel

Het vitaliteitstredemodel van Companen geeft nader inzicht in de woonbehoefte van ouderen, op basis van de zorgvraag van betrokkenen. Het model bevat vier treden. In de eerste trede zitten de meest vitale ouderen, die niet of nauwelijks gebruik maken van zorg; in de vierde trede vallen ouderen met een zware zorgvraag. In het model worden ouderen (65-plus) ingedeeld op basis van de ‘zwaarste’ zorgvorm die zij het afgelopen jaar ontvingen. Als voorbeeld: ouderen die zowel huishoudelijke hulp vanuit de Wmo krijgen als wijkverpleging vanuit de Zvw, tellen we mee in vitaliteitstrede 3.

•

•

• •

Toelichting Vitaliteitstredenmodel De meest vitale ouderen zitten in vitaliteitstrede 1. Zij hebben geen zorgindicatie, maar maken hooguit gebruik van eerstelijns huisartsenzorg of zorg van de specialist (vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg). Als ouderen gebruik maken van Wmo-ondersteuning, dan vallen ze in vitaliteitstrede 2. Het gaat hier ook om relatief vitale ouderen. De ondersteuning die zij krijgen bestaat uit hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere ondersteuning waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. In vitaliteitstrede 3 vallen ouderen die wijkverpleging ontvangen vanuit de Zvw. Een deel van deze mensen ontvangt ook ondersteuning vanuit de Wmo. In vitaliteitstrede 4 vallen ouderen die een Wlz-indicatie hebben. Ouderen met een Wlz-indicatie kunnen terecht in een verpleeghuis, maar zij kiezen er tegenwoordig vaker voor om zelfstandig te blijven wonen met intensieve zorg (vanuit een Volledig Pakket Thuis). Op die manier kunnen zij zo lang mogelijk zelf regie houden over hun woon(zorg)situatie.

De indeling in treden geeft inzicht in de zorgvraag en vitaliteit van ouderen, en is daarmee een goede voorspeller van de woonvraag. Uit woonwensenonderzoeken blijkt dat ouderen naarmate ze minder vitaal worden, vaker een voorkeur hebben voor een geclusterd woonconcept voor ouderen. Dit is ook terug te zien in het feitelijk woongedrag van ouderen. Dat betekent niet dat in geclusterde woonvormen alleen ouderen met een (zware) zorgvraag wonen: er zijn ook ouderen die al voordat ze een zorgvraag ontwikkelen graag willen verhuizen naar geclusterd wonen: niet vanwege hun actuele zorgvraag, maar uit voorzorg of vanwege een behoefte aan sociaal contact of comfort. In vitaliteitstrede 4 woont een aanzienlijk deel van de ouderen in een geclusterd woonconcept waar intensieve zorg geboden wordt (zoals een verpleeghuis); ook voor deze groep geldt echter dat een deel nog in een reguliere woning woont. De volgende figuur laat zien wat de huidige verdeling is van ouderen in de gemeente West Maas en Waal naar de verschillende vitaliteitstreden. In paragraaf 3.5 gaan wij in op de huidige woonsituatie van ouderen in West Maas

16

en Waal. Figuur 3.4 laat zien hoeveel mensen in de komende jaren zullen vallen in de verschillende vitaliteitstreden, uitgaande van het huidige zorggebruik per leeftijdscategorie en de demografische prognose. De percentuele groei is met name fors in vitaliteitstrede 4. Figuur 3.4: Prognose vitaliteit ouderen in West Maas en Waal, naar vitaliteitstrede (in personen)

150 70 540 210

150 80 580 230

3.520

3.720

2023

2025

180 100 690 300

4.300

2030

Vitaliteitstrede 1

Vitaliteitstrede 2

Vitaliteitstrede 4 - SOM

Vitaliteitstrede 4 - PG

210 120 800 370

4.790

2035

240 150 910 440

5.000

2040

Vitaliteitstrede 3

Bron: Woonzorgweter Companen, Primos prognose gemeente West Maas en Waal (2022), CBS-Microdata, 2023.

3.4 Vraaganalyse Wanneer we de cijfers uit figuur 3.4 combineren met informatie over de woonwensen per vitaliteitstrede (bijlage 5), dan volgt daar een beleidsvrije vraagprognose voor woonvormen uit. Deze prognose noemen we de basisprognose. Tabel 3.1 toont het resultaat. In de tabel is te zien dat ook in de

toekomst het grootste deel van de 65-plussers zal wonen in een reguliere woning. De toename in de vraag naar regulier wonen zal zich niet in zijn geheel vertalen in een nieuwbouwopgave; veel toekomstige ouderen wonen per slot van rekening al in een woning en zullen in deze zelfde woning blijven wonen als ze ouder worden. Doordat er steeds meer ‘oudere ouderen’ in de gemeente West Maas en Waal wonen, zal onder de totale groep 65-plussers de behoefte aan geclusterd wonen en zorggeschikt in verhouding meer gaan toenemen dan de behoefte aan regulier wonen. In dit onderzoek is rekening gehouden met meerdere verhuizingen van ouderen. Zo kunnen ouderen in vitaliteitstrede 4, die aanvankelijk naar een geclusterde woning zijn verhuisd, later nogmaals moeten verhuizen naar een zorggeschikte woning vanwege een toegenomen zorgbehoefte. Tabel 3.1: Prognose vraag naar woonvormen voor ouderen gemeente West Maas en Waal, basisprognose (2023 - 2040, huishoudens, afgerond op 10-tal m.u.v.

nultrede afgerond op 5-tal) 2023 2025 2030 2035 2040 2.470 2.590 2.960 3.300 3.500 Regulier wonen Nultrede (in reguliere woning) 475 490 590 705 815 200 210 250 280 310 Geclusterd wonen 60 60 70 90 100 Zorggeschikt SOM 120 120 150 170 200 Zorggeschikt PG 2.840 2.980 3.430 3.840 4.110 Totaal Bron: Primos prognose gemeente West Maas en Waal (2022), indicatiegegevens CIZ (2023), aannames vitaliteitstrede 4 Companen met feedback zorggroep Maas en Waal (2024).

Trendvariant Met de basisprognose als vertrekpunt zijn we in gesprek gegaan met stakeholders. In deze bijeenkomst hebben we trends en ontwikkelingen besproken

17

die van invloed kunnen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg voor ouderen. Op basis van de bespreking hebben we een trendvariant van de behoefteprognose uitgewerkt waarin we rekening hebben gehouden met de volgende punten die uit het gesprek naar voren kwamen: • We voorzien geen stijging in het aanbod van het aantal intramurale plekken in woonzorgcentra; de stijging van het aantal ouderen met een Wlz-indicatie (vitaliteitstrede 4) zal opgevangen moeten worden in zowel zorggeschikt extramuraal (VPT/MPT) als in geclusterde woonvormen. • Tijdens de bijeenkomst kwam het aan bod dat ouderen met een psychogeriatrische zorgvraag relatief vaker een beroep zullen doen op een zorggeschikte woning dan ouderen met een somatische zorgvraag. • We verwachten dat richting de toekomst relatief meer mensen in vitaliteitstrede 1 t/m 3 zullen verhuizen naar een geclusterde woonvorm, uit voorzorg of vanwege een behoefte aan sociaal contact of comfort. Ook het toevoegen van aantrekkelijk aanbod, en het inzetten op doorstroming zorgt ervoor dat meer mensen verhuizen naar een geclusterde woonvorm. Bijlage 5 toont de aannames die we hebben gehanteerd voor het jaar 2040. In de trendprognose beweegt de vraag naar bepaalde woonvormen in elk van de vitaliteitstreden geleidelijk aan van de huidige verdeling naar deze verdeling.

Tabel 3.2 Prognose vraag naar woonvormen in gemeente West Maas en Waal, trendprognose (2023 - 2040, huishoudens, afgerond op 10-tal m.u.v. nultrede afgerond op 5-tal) 2023 2025 2030 2035 2040 2.470 2.560 2.840 3.060 3.150 Regulier wonen 475 490 590 705 815 Nultrede (in reguliere woning) 200 240 380 540 690 Geclusterd wonen 60 60 70 80 90 Zorggeschikt SOM 120 120 140 160 180 Zorggeschikt PG 2.840 2.980 3.430 3.840 4.110 Totaal Bron: Woonzorgweter, Primos prognose gemeente West Maas en Waal (2022), indicatiegegevens CIZ en CBS-Microdata, aannames vitaliteitstrede 4 Companen met feedback zorggroep Maas en Waal (2024).

Uitsplitsing naar marktsegment Op basis van het WoON2021 en CBS-Microdata is achterhaald waar de groep 65-plussers nu wonen en hoe zij graag willen wonen. Dat maakt het mogelijk om de prognose voor geclusterd wonen voor ouderen verder uit te splitsen naar marktsegment. Circa 35% van het geclusterd wonen voor ouderen valt binnen de sociale huur, 10% binnen de vrije sector huur en 55% binnen de koopsector. Naar de toekomst toe zien we het aandeel binnen de sociale huur afnemen en het aandeel in de koop juist toenemen. Het aandeel in de vrije sector huur blijft gelijk. Dit heeft te maken met de generatiewissel: toekomstige ouderen zullen vermogender zijn dan de huidige generatie ouderen (zie figuur 3.5). Hierdoor neemt de relatieve vraag naar geclusterde woningen in de sociale huur af.

18

Tabel 3.3: Behoefteprognose geclusterd wonen gemeente West Maas en Waal, uitgesplitst naar marktsegment, basisprognose (2023 - 2040); huishoudens afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 2035 2040 70 70 70 80 80 Sociale huur 20 20 30 30 30 Vrije sector huur 110 120 150 180 200 Koop 200 210 250 290 310 Totaal Bron: Woonzorgweter, WoON2021, Primos prognose gemeente West Maas en Waal (2022) en CBS-Microdata.

Uitsplitsing naar kernen

Tabel 3.4: Behoefteprognose geclusterd wonen gemeente West Maas en Waal, uitgesplitst naar marktsegment, trendprognose (2023 - 2040); huishoudens afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 2035 2040 70 80 110 140 180 Sociale huur 20 30 40 60 70 Vrije sector huur 110 140 230 340 440 Koop 200 250 380 540 690 Totaal Bron: Woonzorgweter, WoON2021, Primos prognose gemeente West Maas en Waal (2022) en CBS-Microdata.

De vraag naar geclusterd wonen gaat in absolute zin het sterkst stijgen in het cluster Beneden-Leeuwen: van 80 nu naar 240 in 2040. In relatieve zin stijgt de vraag naar geclusterd wonen het sterkst in Wamel. De vraag naar een plek in een zorggeschikte woning is momenteel en richting 2040 het grootst in het cluster Beneden-Leeuwen.

4

De behoefteprognose in de trendvariant is ook op een lager schaalniveau doorgerekend. Hierin is rekening gehouden met de wisselende bevolkingsopbouw binnen de kernen in West Maas en Waal. Uitgangspunt van de berekening is de veronderstelling dat de meeste ouderen het liefst in de eigen kern willen blijven wonen als zij verhuizen naar een geclusterde woonvorm of zorggeschikt. Op de volgende pagina staat de behoefteprognose per kern of per cluster van kernen4 weergegeven.

In veel kernen is het bevolkingsaantal - en daarmee het aantal ouderen - te laag om een betrouwbare behoefteprognose aan woonvormen voor ouderen op te stellen op kernniveau. Daarom zijn kernen samengevoegd in clusters.

19

Tabel 3.5: Behoefteprognose woonvormen per kern, trendprognose (2023 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal) Kern Alphen Altforst/Appeltern/Maasbommel Beneden-Leeuwen Boven-Leeuwen Dreumel Wamel

2023 180 320 1.000 250 460 270 2.480

Regulier wonen 2025 2030 200 240 360 430 1.000 1.030 260 300 460 480 290 350 2.570 2.830

2040 290 500 1.050 360 550 400 3.150

Geclusterd wonen voor ouderen 2023 2025 2030 2040 10 20 30 60 20 30 50 110 80 100 140 240 20 20 40 80 40 50 70 120 20 30 40 90 200 240 380 690

Totaal Bron: Woonzorgweter, Primos prognose gemeente West Maas en Waal (2022), indicatiegegevens CIZ en CBS-Microdata.

2023 0 10 30 0 10 0 60

Zorggeschikt (SOM) 2025 2030 2040 0 0 10 10 10 10 30 30 30 10 10 10 10 10 10 10 10 10 70 70 80

2023 10 10 50 10 20 10 110

Zorggeschikt (PG) 2025 2030 2040 10 10 10 10 20 30 50 60 60 10 10 20 20 30 30 10 10 20 110 140 170

20

3.5 Vraag naar woonconcepten binnen geclusterd wonen Verschillende groepen ouderen zoeken verschillende typen geclusterde woonvormen. Welke keuzes groepen ouderen hierin maken is onder meer afhankelijk van hun waardenprofiel en financiële mogelijkheden, die wij samenbrengen in zogeheten ‘woonstijlen’. Tabel 3.6: Indeling voor woonstijlen naar generatie (geboortejaar) en financiële positie

Stille Generatie (1940 e.o.) Protestgeneratie (1940 - 1955) Generatie X (1955 - 1970) Pragmatische generatie (1970 - 1985)

Lagere financiële positie Kwetsbare Ouderen Traditionele buurtbewoners Actieve buurtbewoners

Middel financiële positie Oudere comfortzoekers Vitale comfortzoekers Moderne hofjesbewoners

Hoge financiële positie Welgestelde cultuurminnaars Welgestelde levensgenieters Ondernemende levensgenieters

Laag

Middel

Hoog

Wij zien twaalf dominante woonstijlen onder huidige en toekomstige generaties ouderen (50+) (bijlage 6). In de woonstijlen worden 50 - 65-jarigen meegenomen, omdat deze groep in de toekomst de ‘nieuwe’ generatie ouderen zijn. Op dit moment hebben zij nog een beperkte vraag naar geschikte en geclusterde woonvormen. Naarmate de leeftijd vordert zal de vraag toenemen naar seniorenwoningen. De indeling naar woonstijlen is gebaseerd op analyses van feitelijke en subjectieve informatie (CBS-Microdata, het WoON en sociologisch onderzoek naar generaties en waardepatronen) ten aanzien van het inkomen, leeftijd, huishoudenssamenstelling, stedelijkheid, opleiding

en vermogen. In welke groep iemand is ingedeeld, is onder meer afhankelijk van het geboortejaar (generatie) en de financiële positie. Wij maken een inschatting van de keuze die mensen gaan maken op het moment dat zij verhuizen naar een geclusterde woonvorm voor ouderen. Dit leidt tot een ‘woonmix’ per woonstijl (zie bijlage 6). In de woonmix maken wij primair het onderscheid tussen de voorkeur voor appartementen (afkorting app: weinig onderhoud, overzichtelijk en gezamenlijke voorzieningen) en grondgebonden woningen (afkorting ggb: groter woonoppervlak, buitenruimte en meer zelfstandigheid). Secundair geven we aan welke woonconcepten goed passen bij de waarden en de financiële positie van de woonstijlen.

Generatiewissel De ideale woonmix van de totale groep ouderen zal van jaar op jaar veranderen, omdat generaties elkaar opvolgen en de verhouding tussen de woonstijlen dus ook verandert. Figuur 3.5 geeft een beeld van deze generatiewissel: in deze grafiek is te zien hoe de totale groep 65-plushuishoudens op enig moment is samengesteld, uitgedrukt in woonstijlen. We zien dat de ‘stille generatie’ geleidelijk aan uit beeld verdwijnt en Generatie X zijn opwachting maakt. Vanaf 2040 zien we dat een nieuwe generatie in beeld komt: de ‘Pragmatische generatie’ (nu 39 tot en met 54 jaar).

Woningtype en woonconcept Op basis van de woonwensen per woonstijl (bijlage 6) en de prognose van woonstijlen (figuur 3.5) is het mogelijk om een prognose op te stellen van gewenste woningtypes en woonconcepten binnen het geclusterd wonen. Figuur 3.6 geeft weer hoe de behoefte aan diverse woonconcepten binnen het geclusterd wonen zich door de tijd naar verwachting zal ontwikkelen (in

21

Figuur 3.5: Verdeling 65-plushuishoudens naar woonstijl gemeente West Maas en Waal (2023 - 2040; afgerond op 10-tal) 100% 0

130 160 60

90% 80%

490

910 870

70%

1.010

600 230

60%

850

140 170 60

Figuur 3.6: Gewenste verdeling binnen geclusterd wonen, naar woonconcept

1.040

640

50%

610

aandelen). De relatieve behoefte aan traditionele vormen van geclusterd wonen, zoals seniorencomplexen en grondgebonden seniorenwoningen, zal met de komst van nieuwe generaties, geleidelijk gaan afnemen. Het hofjeswonen en luxe levensloopbestendige appartementen zullen relatief gezien aan populariteit winnen.

2023

8%

26%

7%

20%

13%

12%

14%

2025

7%

25%

7%

20%

14%

13%

13%

2030

7%

22%

8%

20%

16%

15%

12%

2035

7%

20%

8%

20%

18%

17%

11%

2040

6%

19%

8%

20%

18%

18%

11%

1.230

770 400

40% 30% 20% 10%

640 610 220 120

540

610

470

430

420

540

320

180 100 260

80 50 120

430 30 10 40

2023

2025

2030

2035

0%

Pragmatische Generatie 1970 - 1985 Generatie X 1955 - 1970 Protestgeneratie 1940 - 1955 Stille Generatie 1925 - 1940

300 300 0 10 2040

Pragmatische gen. - Hoog Pragmatische gen. - Midden Pragmatische gen. - Laag Ondernemende levensgenieters Moderne hofjesbewoners Actieve buurtbewoners Welgestelde levensgenieters Vitale comfortzoekers Traditionele buurtbewoners Welgestelde cultuurminnaars Oudere comfortzoekers Kwetsbare ouderen

0%

20% 40% 60% 80% Levensloopbestendige woningen (ggb) Seniorencomplex Luxe levensloopbestendige appartementen Serviceflat Hofjeswonen (ggb) Hofjeswonen (app) Aanleunwoning (app)

100%

Bron: Woonzorgweter, huishoudensprognose West Maas en Waal en CBS-Microdata.

Figuur 3.6 laat zien dat de behoefte aan traditionele vormen van geclusterd wonen, zoals seniorencomplexen en levensloopbestendige woningen, met de komst van nieuwe generaties geleidelijk zal gaan afnemen. Een deel van de oudere bevolking zal hier echter wel behoefte aan houden. Het hofjeswonen zal aan populariteit winnen.

……………

22

Vernieuwende woontypes

Tabel 3.7: Aanbod geclusterd woningaanbod naar aanbieder (situatie 2023)

Momenteel is Zorggroep Maas en Waal samen met de gemeente aan het onderzoeken hoe een zorgzame buurt ontwikkeld kan worden (Hey-Acker). Van belang is om de inzichten uit dit onderzoek mee te nemen in de visiefase. Zorggroep Maas en Waal

3.6 Aanbodinventarisatie ouderen Uit een inventarisatie onder zorgaanbieders en woningcorporaties blijkt dat de gemeente West Maas en Waal momenteel 312 sociale huurwoningen heeft die zijn geclusterd en specifiek bestemd zijn voor ouderen. Deze woningen zijn geselecteerd op basis van hun label voor senioren, en bevinden zich in clusters van meer dan tien gelabelde seniorenwoningen. Ze zijn bovendien gelabeld als nultrede, rollatorgeschikt of zorggeschikt door de corporatie. Belangrijk om te vermelden is dat er geen intramurale zorg wordt geleverd in deze woningen. Het gaat hier om woningen in complexen die hoofdzakelijk door ouderen worden bewoond én toegankelijk zijn zonder Wlz-indicatie. Verder zien we 240 plaatsen voor zorggeschikt. Deze plekken worden bewoond door mensen met somatische (71 plekken) of psychogeriatrische klachten (169 plekken). De praktijk leert dat een (groot) deel van deze plekken wisselend inzetbaar is: hetzij voor mensen met somatische of psychogeriatrische problematiek, hetzij soms ook voor thuiszorg (Zvw) en tijdelijke zorg.

St. Barbara Het Gastenhuis De Herbergier De Kernen Schatting op basis van microdata Totaal

Zorggeschikt 174 (61 SOM; 113 PG) 30 (10 SOM; 20 PG) 20 (20 PG) 16 (16 PG)

Geclusterd wonen Vrije Sociale sector huur huur Koop

312

240

312

10 25

10

25*

10*

Bron: Aanbodinventarisatie Companen en CBS-Microdata. * Gebaseerd op CBS microdata en opgegeven vrije sector of koopwoning woningen in de aanbodinventarisatie zijn hierin meegenomen.

De tabel toont het aanbod aan woonvormen voor ouderen zoals dat in de inventarisatie naar voren is gekomen. Het aanbod in de vrije sector huur en koopsector komt voornamelijk vanuit CBS-Microdata; mogelijk hebben we niet al het aanbod in deze sectoren compleet in beeld.

23

Kenmerken geclusterde woningen in het corporatiebezit In de aanbodinventarisatie is aan corporaties gevraagd naar de kenmerken van hun huidige aanbod in geclusterde woonvormen voor ouderen. In totaal heeft de corporatie “De Kernen” 322 woningen (sociale huur: 312; vrije sector huur: 10) in geclusterde woonvormen. Het grootste deel hiervan heeft een huurprijs tussen de kwaliteitskortingsgrens en de eerste aftoppingsgrens (82%). Corporaties hebben 3% aanbod in het goedkoopste segment (huurprijs tot de kwaliteitskortingsgrens). Corporaties hebben 4% aanbod geclusterd wonen boven de liberalisatiegrens. In onderstaand figuur is de verdeling te zien over de verschillende huurprijsklassen (prijspeil 2023).

Van de corporatie “De Kernen” hebben wij ook informatie ontvangen over de toegankelijkheid. We weten dat 79% van de 322 woningen levensloopgeschikt is; 69 van de 322 woningen zijn ook nog eens rolstoelgeschikt (21%). Figuur 3.8: Verdeling geclusterd wonen corporatiebezit naar type geschiktheid

69

86

Figuur 3.7: Verdeling geclusterd wonen corporatiebezit naar huurprijsklasse

8%

2% 3%

167

5%

Nultredenwoning

Rollatorgeschikt

Rolstoelgeschikt

Bron: Aanbodinventarisatie Companen. 82%

Tot kwaliteitskortinggrens (< € 452,20) Tussen kwaliteitskortinggrens en eerste aftoppingsgrens (€ 452,20 - € 647,19) Tussen eerste en tweede aftoppingsgrens (€ 647,19 - € 693,60) Tussen tweede aftoppingsgrens en liberalisatiegrens (€ 693,60 - € 808,06) Boven liberalisatiegrens (> € 808,06) Bron: Aanbodinventarisatie Companen.

24

3.7 De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod In onderstaande tabellen is te zien wat de balans is van vraag en aanbod in de basisprognose en de trendprognose, uitgaande van het huidige aanbod en de verschillende vraagprognoses. Negatieve getallen duiden op tekorten, positieve getallen op een overschot. Tabel 3.8: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen, basisprognose (2023 - 2040; huishoudens) 2023 2025 2030 2035 2040 Geclusterd wonen +147 +137 +97 +67 +37 Zorggeschikt SOM/PG +60 +60 +20 -20 -60 Totaal +207 +197 +117 +47 -23 Bron: Woonzorgweter, Primos prognose gemeente West aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.

Maas

en

Waal

(2022),

Tabel 3.9: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen, trendprognose (2023 - 2040; huishoudens) 2023 2025 2030 2035 2040 +147 +107 -33 -193 -343 Geclusterd wonen +60 +60 +30 0 -30 Zorggeschikt SOM/PG +207 +167 -3 -193 -373 Totaal Bron: Woonzorgweter, Primos prognose gemeente West aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.

Maas

en

Waal

(2022),

Het huidige totale aanbod aan plekken in woonzorgcentra lijkt hoger te zijn dan de vraag. Een aantal bewoners (20-30) verblijven in West Maas en Waal van buiten de gemeentegrens en een aantal personen keren terug naar hun eigen gemeente bij een beschikbare plek aldaar. Een vergelijking van de vraagprognoses met het huidige aanbod aan woonvormen voor ouderen, laat zien dat het huidige woningaanbod voor ouderen niet voldoende is om aan de toekomstige vraag te voldoen:

•

Aangezien sommige zorggeschikte plekken uitwisselbaar zijn voor somatische of psychogeriatrische zorg, kunnen we in de match van vraag en aanbod geen onderscheid maken naar deze twee vormen. In de basisprognose ontstaat er een tekort van 60 plekken in 2040, in de trendprognose is het tekort lager met zo’n 30 plekken in 2040. Dit komt omdat we er in de trendprognose van uitgaan dat een steeds groter deel van de mensen met een Wlz-indicatie buiten een zorggeschikte woning woont, zoals beschreven op pagina 13.

Kijken we naar de marktsegmentatie van de geclusterde woonvormen van ouderen, dan valt het volgende op: • Er zit ontspanning op het aanbod geclusterd wonen voor ouderen in de sociale huur. We zien dat in zowel de basisprognose als de trendprognose richting 2040 genoeg sociale huurwoningen zijn. In kwalitatieve zin zal er wel een opgave liggen: het transformeren van traditioneel geclusterd aanbod naar meer moderne concepten. • Op basis van de inventarisatie lijkt het aanbod in de vrije huursector in balans te zijn met de vraag. In 2040 ontstaat er een tekort van zo’n 5 woningen in de basisprognose en 45 woningen in de trendprognose. • Voor geclusterd wonen in de koopsector is er momenteel al een groot tekort te zien. Het tekort loopt op tot 190 woningen in 2040 wanneer we uitgaan van de basisprognose, en tot 430 woningen wanneer we uitgaan van de trendprognose.

25

Tabel 3.6: Vraag-aanbodbalans, geclusterde woonvormen voor ouderen naar marktsegment, basisprognose (2023 - 2040; huishoudens) 2023 2025 2030 2035 2040 +242 +242 +242 +232 +232 Sociale huur +5 +5 -5 -5 -5 Vrije sector huur -100 -110 -140 -170 -190 Koop +147 +137 +97 +57 +37 Totaal Bron: Woonzorgweter, WoON2021, Primos prognose gemeente West Maas en Waal (2022) aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata. Tabel 3.7: Vraag-aanbodbalans, geclusterde woonvormen voor ouderen naar marktsegment, trendprognose (2023 - 2040; huishoudens) 2023 2025 2030 2035 2040 +242 +232 +202 +172 +132 Sociale huur +5 -5 -15 -35 -45 Vrije sector huur -100 -130 -220 -330 -430 Koop +147 +97 -33 -193 -343 Totaal Bron: Woonzorgweter, WoON2021, Primos prognose gemeente West Maas en Waal (2022) aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.

Eengezinswoningen wijzen wij als ‘potentieel geschikt’ aan als zij voldoen aan één van deze kenmerken: • eengezinswoning, gebouwd na 1998; • inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; • inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; • geschakelde woning. Een verdere toelichting op de werkwijze is terug te vinden in bijlage 2. Figuur 3.9: Gemeente West Maas en Waal. Aanbod ‘geschikte’ woningen volgens ‘doorzonscan’ (2024)

24% 39%

3.8 Geschikt woningaanbod 37% In onze analyse van de geschiktheid van de woningvoorraad zijn wij uitgegaan van de volgende meetgraad voor ‘geschiktheid’: alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die eventueel een wandelstok of kruk(ken) gebruiken. Alle appartementen of (galerij)flats gelden als ‘geschikt’, zolang deze over een lift beschikken. In de analyse wordt geen rekening gehouden met de ‘buitenkant’ van de woningen. Als woningen geschikt zijn, moeten die ook extern toegankelijk zijn. Dit betekent geen opstapjes en drempels naar de voordeur en bij appartementen moeten de deuren van het complex elektrisch bediend kunnen worden.

Geschikt

Geschikt te maken

Niet geschikt

Bron: WOZ-registratie gemeente West Maas en Waal, bewerkt door Companen (2023).

We hebben de geschiktheid geanalyseerd van in totaal 8.128 woningen die opgenomen zijn als zelfstandige woningen in de WOZ-registratie van de gemeente. Volgens deze analyse is ongeveer 1 op de vier woningen (24%, 1.947 woningen) geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Meer dan een derde van de woningvoorraad (37%, 3.029 woningen) is geschikt te maken. Ongeveer vier op de tien woningen (39%, 3.152 woningen) is niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking.

26

Uitsplitsing naar leeftijdsklasse Niet iedere geschikte woning wordt bewoond door een oudere met een mobiliteitsbeperking. Van de geschikte woningvoorraad wordt 44% bewoond door huishoudens onder de 65 jaar. Deze woningen zijn dus niet beschikbaar voor ouderen. Van de 1.947 geschikte woningen blijft in praktijk een aanbod over van 950 woningen. Figuur 3.10: Geschiktheid woningvoorraad volgens ‘doorzonscan’, naar leeftijd bewoner (2023) Tot 50 jaar

15%

50-64 jaar

20%

65-75 jaar

45% 40%

26%

75-85 jaar

41%

36% 38%

85+ jaar

20% Geschikt

39% 27%

46% 0%

40%

35%

19% 40% Geschikt te maken

60%

35% 80%

100%

Niet geschikt

Bron: WOZ-registratie gemeente West Maas en Waal, bewerkt door Companen (2023).

Uitsplitsing naar eigendomssituatie De geschiktheidsopgave binnen West Maas en Waal is onevenredig verdeeld naar de eigendomssituatie: • Corporatiewoningen zijn het vaakst niet-geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking (48% van de voorraad; 802 woningen). Het aandeel geschikte woningen is echter óók het hoogste in de corporatiesector: 36% (600 woningen) is geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Slechts één op de zes corporatiewoningen (16% en circa 263 woningen) is met een kleine ingreep geschikt te maken. • Ook in de particuliere huurvoorraad is een groot gedeelte niet geschikt. Dit hangt veelal samen met de afwezigheid van een lift of een nauwe trapopgang, waardoor er geen ruimte is voor een traplift. Het aandeel nietgeschikte woningen is met 40% (336 woningen) lager dan in de corporatiesector. In de particuliere huursector is ook een groter gedeelte potentieel geschikt; 20% (163 woningen). Ruim twee op de vijf woningen (40%; 331 woningen) van de particuliere huurwoningen is geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. • De grootste kansen liggen in de koopsector; het aandeel ‘geschikte woningen’ is hier het laagst (18%, ongeveer 1.016 woningen), terwijl maar liefst 46% (2.603 woningen) met een kleine ingreep geschikt te maken is. Dit komt doordat koopwoningen vaak een rijwoning of een grote eengezinswoning zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14597083/1