CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

12.2 gewijzigd Nota wijzigingen APV 2022

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: APV 202221.712 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Artikel 4:2 (aanwijzing collectieve festiviteiten) leden 1, 2, 5, 7, 8 en 9 worden gewijzigd als volgt: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

23

1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2:17, 2:19a en 2:20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 5. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 7. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 55 dB(A), gemeten in in- en aanpandige gevoelige gebouwen. 8. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde en zevende lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 9. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- uiterlijk om 24.00 uur te worden beëindigd.

1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2:17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 db(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2,17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk om 24.00 uur beëindigd.

Artikel 4:3 (kennisgeving incidentele festiviteiten) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

Nieuwe tekst Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit

24

3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. 4. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 55 dB(A), gemeten in in- en aanpandige gevoelige gebouwen. 8. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde en zevende lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 9. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk om 24.00 uur beëindigd. 10. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 11.

Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, als bedoeld in de artikelen 2.17, 2:17a, 2:19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk om 24.00 uur beëindigd. 9. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Artikel 4:5 (onversterkte muziek) leden 1, lid 1 sub c, 3 en 4 worden gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; 3. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.

Nieuwe tekst 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de onder e opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder; 3. Indien versterkte elementen worden

25

4. Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3 van deze verordening van toepassing is.

gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikelen 4:2 en 4:3.

Artikel 4:6 (overige geluidhinder) leden 1, 2 en 4 worden gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit, op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening. 4. Op de aanvraag van de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken) niet van toepassing.

Nieuwe tekst 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Omgevingsverordening Gelderland.

Artikel 4:6a ((geluid)hinder in de openlucht) lid 1 wordt gewijzigd en lid 5 wordt toegevoegd als volgt: Bestaande tekst 1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer in de openlucht een geluidsapparaat, een (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.

Nieuwe tekst 1. Het is verboden buiten een inrichting in de openlucht een geluidsapparaat, een (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Omgevingsverordening Gelderland.

Artikel 4:6c ((geluid)hinder door bromfietsen e.d.) wordt gewijzigd als volgt:

26

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder ontstaat.

Het is verboden buiten een inrichting zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder ontstaat.

Artikel 4:6d ((geluid)hinder door vrachtauto’s) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een vrachtauto als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) op zodanige wijze te laden of te lossen dat daarvoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen.

Nieuwe tekst 1. Het is verboden buiten een inrichting een vrachtauto als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 op zodanige wijze te laden of te lossen dat daarvoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Artikel 4:9a (voorkomen van diffuse milieuverontreiniging) lid 3 wordt gewijzigd als volgt en lid 4 wordt toegevoegd als volgt: Bestaande tekst 3. Het verbod is niet van toepassing op: a. het overeenkomstig de geldende afvalstoffenverordening Avri ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen; b. het thuis compenseren van groente-, fruiten tuinafval; c. voorzover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg. d. het verbranden van kerstbomen, voor zover dit plaatsvindt tijdens en in het kader van een evenement, waarvoor door de burgemeester een vergunning is verleend.

Nieuwe tekst 3. Het verbod is niet van toepassing op: a. het overeenkomstig de geldende afvalstoffenverordening Avri ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen; b. het thuis compenseren van groenten-, fruit- en tuinafval; c. voorzover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg. 4. Het in het eerste lid van dit artikel gestelde verbod geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de regionale afvalstoffenverordening, de Wet bodemsanering of het Bouwstoffenbesluit.

27

Artikel 4:9b (achterlaten van straatafval) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatst of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen. 2. Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.

Nieuwe tekst 1. In dit artikel wordt verstaan onder straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals papier, plastic bekertjes en blikjes, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel. Tevens wordt verstaan onder straatafval: uitwerpselen van honden die conform het bepaalde bij of krachtens artikel 2:58 worden opgeruimd. 2. Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatst of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen. 3. Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen. 4. De in het tweede en derde lid van dit artikel gestelde verboden gelden niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de regionale afvalstoffenverordening.

Artikel 4:11 (Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden) lid 5 komt te vervallen als volgt: Bestaande tekst 5. Op de aanvraag van de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Nieuwe tekst

28

Artikel 4:13 (opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.) lid 1 sub d en lid 3 worden gewijzigd als volgt: Bestaande tekst d. mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of Provinciale Verordening.

Nieuwe tekst d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Omgevingsverordening Gelderland.

Artikel 4:15 (omgevingsvergunning voor handelsreclame) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 4:15 Omgevingsvergunning voor handelsreclame 1. Het is verboden zonder vergunning of ontheffing van het bevoegd gezag op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf een openbare plaats zichtbaar is. Het verbod is mede van toepassing op woonwagens, woonschepen en andere voertuigen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. 3. Het verbod is niet van toepassing ten aanzien van reclame uitingen zoals benoemd in het Reclamebeleid West Maas en Waal, uitvoeringsregels 27 oktober 2009. 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijke tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben mits: a. van het aanbrengen ervan schriftelijk kennisgeving is gedaan aan het bevoegd gezag; b. het bevoegd gezag niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken; c. deze opschriften en aankondiging niet langer dan negen weken op een

Nieuwe tekst Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving, of op een wijze die niet voldoet aan het reclamebeleid van onze gemeente. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.

29

onroerende zaak aanwezig zijn. 5. Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in vierde lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken. 6. Op de aanvraag van de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 4:18 (recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen) lid 1 wordt gewijzigd en lid 5 komt te vervallen als volgt: Bestaande tekst 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd.

Nieuwe tekst 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.

5. Op de aanvraag van de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 4:19 (aanwijzing kampeerplaatsen.) lid 1 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is gedurende maximaal twee opeenvolgende nachten niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

Nieuwe tekst 1. Artikel 4:18, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

De titel van Afdeling 1 Parkeerexcessen wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Afdeling 1 Parkeerexcessen

Nieuwe tekst Afdeling 1 Parkeerexcessen en stopverbod

30

Artikel 5:1 (begripsbepalingen) komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 5:1 Begripsbepalingen

Nieuwe tekst Artikel 5:1 Vervallen

In deze afdeling wordt verstaan onder: a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; b. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).

Artikel 5:2 (Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.) titel, lid 1 en lid 2 worden gewijzigd als volgt: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.

Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke

1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.

1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.

Artikel 5:5 (voertuigwrakken) lid 2 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Nieuwe tekst 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 5:6 (Kampeermiddelen e.a.) wordt gewijzigd als volgt:

31

Bestaande tekst Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een weg; b. op een plaats te parkeren. 2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het in het eerste lid gestelde verbod niet geldt en/ of een ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Nieuwe tekst Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat gebruikt wordt voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan drie achtereenvolgende dagen op een openbare plaats te plaatsen of te hebben; b. op een openbare plaats te parkeren, waar dit naar het oordeel van het college schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet bij plaatsing door of namens overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door een provinciale verordening. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:7 (parkeren van reclamevoertuigen) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen

Artikel 5:7 Reclamevoertuigen

1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Op de aanvraag van de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Op de aanvraag van de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:8 (parkeren van grote voertuigen) titel en leden 3 t/m 6 worden gewijzigd als volgt:

32

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen

Artikel 5:8 Grote voertuigen

3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 4. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 5. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen. 6. Op de aanvraag van de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. 6. Op de aanvraag van de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:9 (parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen) titel wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen

Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen

Artikel 5:11 (aantasting groenvoorzieningen door voertuigen) leden 2 t/m 3 worden gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 2. Dit verbod is niet van toepassing: a. op de weg; b. op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid; en c. op voertuigen, waarmee een standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. 3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 4. Op de aanvraag van de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Nieuwe tekst 2. Dit verbod is niet van toepassing op: a. de weg; b. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; c. voertuigen waarmee een standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Artikel 5:12 (overlast van fiets of bromfiets) wordt gewijzigd als volgt:

33

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets

Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen

Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

Artikel 5:13 (Inzameling van geld en goederen) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden. 2. Onder een verzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend: geschreven of gedrukte stukken; dan wel bij het aanbieden van diensten, aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Nieuwe tekst Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 1. Degene, die voornemens is om een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren melding aan het college. 2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend: geschreven of gedrukte stukken; dan wel bij het aanbieden van diensten, aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het eerste lid is niet van toepassing voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt. 4. Het college kan aan de in het eerste lid bedoelde inzameling voorwaarden verbinden, die mede de periode van inzameling kunnen betreffen.

Artikel 5:14 (begripsbepalingen) lid 2 sub b wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op

Nieuwe tekst het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet;

34

snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;

Artikel 5:15 (ventverbod) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Het is verboden zonder vergunning van het college in de uitoefening van de handel op of aan de weg of aan een openbaar water, aan een huis dan wel op een andere- al dan niet met enige beperkingvoor het publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats goederen te koop aan te bieden, te verkopen, te verhuren of af te geven, dan wel diensten aan te bieden. 2. Dit verbod is niet van toepassing: a. voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van goederen door- of door huisgenoten of personeel van- hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel, bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op de plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt gehouden wordt; c. voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een standplaats bedoeld in artikel 5:17; d. voor gronden en water, die eigendom en/of beheer aan Uit®waarde zijn overgedragen en gelegen zijn binnen de grenzen van het bestemmingsplan “Gouden Ham/De Schans”. 3.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. 4. Op de aanvraag van de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Nieuwe tekst 1. Degene, die voornemens is om te venten zoals bedoeld in eerste lid van artikel 5:14, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren melding aan het college. 2. Op de bevestiging van de melding is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; b. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard. 4. In afwijking van het bepaalde in het eerste en derde lid is het venten van gedrukte en geschreven stukken verboden op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen, of voor bepaalde dagen of uren.

Artikel 5:16 (vrijheid van meningsuiting) komt te vervallen: Bestaande tekst 1. Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. 2. Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod in te stellen:

Nieuwe tekst Vervallen

35

a. op door het college aangewezen openbare plaatsen, of b. voor bepaalde dagen en uren. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid. 4. Op de aanvraag van de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:18 (standplaatsvergunning en weigeringsgronden) lid 3 sub b wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

Nieuwe tekst b. indien een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.

Artikel 5:20 (afbakeningsbepalingen) lid 1 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.

Nieuwe tekst 1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Gelderland.

Afdeling 5 (snuffelmarkten) komt te vervallen: Bestaande tekst Afdeling 5 Snuffelmarkten Artikel 5:22 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats. 2. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

Nieuwe tekst Afdeling 5 Snuffelmarkten Artikel 5:22 Vervallen. Artikel 5:23 Vervallen.

36

b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 4. Op de aanvraag van de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

De titel van afdeling 6 (openbaar water) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Afdeling 6 Openbaar water

Nieuwe tekst Afdeling 6 Openbaar water en waterstaatswerken

Artikel 5:24 (voorwerpen op, in of boven het openbaar water) lid 5 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Nieuwe tekst Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de Vaarwegverordening Gelderland 2009 of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Artikel 5:25 (ligplaatsen woonschepen en overige vaartuigen) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen

Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen

1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats dan wel

1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het

37

voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.

eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Vaarwegverordening Gelderland 2009 of de Omgevingsverordening Gelderland. 4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

Artikelen 5:26 (aanwijzingen ligplaats) en 5:27 (verbod innemen ligplaats) komen te vervallen: Bestaande tekst Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats 1. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 2. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. 3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.

Nieuwe tekst Artikel 5:26 Vervallen. Artikel 5:27 Vervallen.

Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats

38

Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid bepaalde.

Artikel 5:28 (beschadigingen van waterstaatswerken) lid 2 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregeld onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.

Nieuwe tekst Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregeld onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Vaarwegverordening Gelderland 2009.

Artikel 5:30 (veiligheid op het water) lid 2 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.

Nieuwe tekst Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Vaarwegverordening Gelderland 2009.

Artikel 5:33 (begripsbepalingen) komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 5.33 Begripsbepalingen

Nieuwe tekst Artikel 5:33 Vervallen.

In deze afdeling wordt verstaan onder: - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel1, eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 5:34 (crossterreinen) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het

Nieuwe tekst 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainingsof proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig

39

kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.

Artikel 5:35 (beperking verkeer in natuurgebieden) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen: a. in het belang van het voorkomen van overlast; b. in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. in het belang van de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid Reglement Verkeersregels en verkeerstekens, door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d.

van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde

Nieuwe tekst 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing:

40

personen. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 5. Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen. 6. Op de aanvraag van de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening Gelderland aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Titel afdeling 8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Afdeling 8 Verbod vuur te stoken

Nieuwe tekst Afdeling 8 Vuurverbod

Artikel 5:36 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken) lid 5 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.

Nieuwe tekst Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1’ en 3’, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Gelderland.

Artikel 6:1 (sanctiebepaling) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 vijfde lid, 2:11 tweede lid, 2:12 eerste lid en 4:11 eerste lid. 4. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3,

Nieuwe tekst 1. Overtreding van het in deze verordening bepaalde en van de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid van de Wet veiligheidsregio’s. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige

41

derde lid van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid van de Wet veiligheidsregio’s.

activiteit, 2:12, eerste lid en 4:11, tweede lid.

De titel van artikel 6:4 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening

Nieuwe tekst Artikel 6:4 Intrekking oude verordening en inwerkingtreding nieuwe verordening

Artikel 6:4 (inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening) lid 1 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst De Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal 2016 wordt ingetrokken.

Nieuwe tekst De Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal 2017 wordt ingetrokken.

Artikelsgewijze toelichting Hieronder wordt per gewijzigd of nieuw artikel aangeven wat voor wijziging het betreft. Het kan gaan om een redactionele wijziging of een inhoudelijke wijziging. Redactionele wijzigingen De meeste wijzigingen betreffen redactionele wijzigingen. Deze wijzigingen worden hierna niet inhoudelijk besproken. De redactionele wijzigingen zijn gebaseerd op de model-APV van de VNG of de APV van Druten. Het betreffen wijzigingen in zinsbouw, wetsartikelen (zo is de Drank- en Horecawet gewijzigd in de Alcoholwet) of verplaatsingen van artikelen naar andere artikelen in de APV. Er is geprobeerd om de artikelen zo duidelijk mogelijk te formuleren; oude schrijftaal is zo veel mogelijk omgebogen naar heldere taal. Inhoudelijke wijzigingen Naast de redactionele wijzigingen zijn er ook inhoudelijke wijzigingen. Ook deze zijn meestal gebaseerd op de model APV van de VNG of op de APV van Druten. Het betreffen met name artikelen in het kader van ondermijning of openbare orde. Op de inhoudelijke wijzigingen wordt hierna wel artikelsgewijs ingegaan (zie de vetgedrukte artikelen).

Artikel 1:1 (begripsbepalingen) Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv. Artikel 1:2 (beslistermijn) Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv. Artikel 1:7 (termijnen) Betreft: inhoudelijke wijziging, gebaseerd op model-Apv.

42

Deze inhoudelijke wijziging is gebaseerd op de model-Apv van de VNG. Aan het artikel is een nieuw lid toegevoegd wat ziet op het afgeven van schaarse vergunningen. Dat zijn vergunningen waarvan er maar een beperkt aantal verstrekt worden. Om te voorkomen dat er een oneerlijke strijd ontstaat tussen aanvragers van schaarse vergunningen worden deze niet voor onbeperkte tijd verstrekt. Dit geldt uiteraard niet wanneer het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen het aantal mogelijke aanvragers niet overtreft. In dat geval kan er wel voor gekozen worden om een vergunning voor onbeperkte tijd af te geven. Artikel 1:8 (weigeringsgronden) Betreft: inhoudelijke wijziging, gebaseerd op APV van Druten. Deze inhoudelijke wijziging is gebaseerd op de APV van Druten. Voorheen kon een vergunning worden geweigerd wanneer deze minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend. Naar voorbeeld van Druten hebben wij deze termijn verlengd naar acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit. Vanuit het bestuursrecht kent het bestuursorgaan een beslistermijn van acht weken. Gebleken is dat deze acht weken meestal ook nodig zijn voor het behoorlijk afhandelen van de aanvraag. Vaak moeten er meerdere adviezen van verschillende vakafdelingen worden gevraagd wat tijd met zich brengt.

We hebben er bewust voor gekozen om wel in de APV te laten staan dat de vergunning of ontheffing ‘kan’ worden geweigerd. Het is dus niet per definitie zo dat als een aanvraag later wordt ingediend, deze buiten behandeling wordt gelaten. Er wordt altijd gekeken wat mogelijk is om nog te realiseren. De wijziging geeft alleen wat meer ruimte voor de vergunningverlener om een aanvraag behoorlijk af te handelen. Titel Afdeling 1 Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv. Artikel 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden) Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv. Artikel 2:3 (kennisgeving betogingen op openbare plaatsen) Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv. Artikel 2:6 (beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen) Betreft: inhoudelijke wijziging, gebaseerd op APV van Druten. In het kader van deregulering is onderzocht welke artikelen uit de APV kunnen komen te vervallen. Een van de artikelen die hiervoor in aanmerking komt is artikel 2:6. Dit naar voorbeeld van de APV van Druten. In dit artikel staat dat het college openbare plaatsen kan aanwijzen waar het verboden is gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden. De afgelopen jaren heeft het college van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt.

Daarnaast kent onze gemeente een reclamebeleid en inmiddels ook een beleidsregel voor verkiezingsreclame. Dit artikel is hierdoor overbodig geworden en kan komen te vervallen. Artikel 2:9 (Straatartiest e.d.) Betreft: inhoudelijke wijziging, gebaseerd op APV van Druten. In het kader van deregulering is onderzocht welke artikelen uit de APV kunnen komen te vervallen. Een van de artikelen die hiervoor in aanmerking komt is artikel 2:9. Dit naar voorbeeld van de APV van Druten. In dit artikel staat dat het verboden is ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen. De afgelopen jaren heeft de burgemeester van deze bevoegdheid geen gebruik

43

gemaakt. Daarnaast kent onze gemeente een evenementenbeleid waardoor een straatartiest al snel een melding moet doen wanneer hij een activiteit wil ondernemen. Straatartiesten komen echter in onze gemeente niet tot nauwelijks voor. Dit artikel is dan ook overbodig en kan komen te vervallen. Titel Afdeling 5 wordt gewijzigd als volgt: Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv. Artikel 2:10A, artikel 2:10B, artikel 2:10C en artikel 2:10D Betreft: inhoudelijke wijziging, gebaseerd op model-Apv. In het kader van deregulering is onderzocht welke artikelen uit de APV kunnen komen te vervallen. Door de artikelen 2:10A, 2:10B, 2:10C en 2:10D naar voorbeeld van de model-APV van de VNG met elkaar samen te voegen, kunnen de artikelen 2:10B t/m 2:10D komen te vervallen. Inhoudelijk veranderd er weinig aan de tekst; de bepalingen zijn allemaal opgenomen in artikel 2:10A. Wel is in artikel 2:10A lid 4 de mogelijkheid voor het college opgenomen om nadere regels vast te stellen voor categorieën voorwerpen waarop de vergunningplicht van artikel 2:10A lid 1 niet geldt (zie ook lid 5). Het college heeft dit immers al gedaan voor de verkiezingsreclame door de beleidsregel voor verkiezingsreclame vast te stellen. Hierdoor valt het plaatsen van sandwichborden voor verkiezingsreclame niet onder de vergunningplicht van artikel 2:10A van de APV.

Artikel 2:11 (omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg) Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv. Artikel 2:12 (Maken, veranderen van een uitweg) Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv. Artikel 2:14 (winkelwagentjes) lid 1 Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv. Artikel 2:18 (rookverbod in bossen en natuurterreinen) lid 2 en 3 Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv. Artikel 2:19 (gevaarlijk of hinderlijk voorwerp) wordt gewijzigd als volgt: Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv. Nieuw artikel: artikel 2:20A Gevaarlijke voorwerpen Betreft: inhoudelijke wijziging, gebaseerd op APV van Druten. Deze wijziging betreft een nieuw artikel, namelijk artikel 2:20A Gevaarlijke voorwerpen. Naar voorbeeld van Druten hebben wij dit artikel in de APV toegevoegd. Het artikel geeft aan dat het verboden is op door het college aangewezen wegen en daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en terreinen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te dragen. Dit artikel is met name bedoeld om een eventuele noodverordening of noodbevel kracht bij te zetten. In een noodverordening of noodbevel kan de burgemeester een gebied aanwijzen waar dergelijke voorwerpen niet gedragen mogen worden.

Op dat moment is er bepaalde dreiging en kan de politie preventief fouilleren. Door ook een regeling hiervoor in de APV op te nemen, staat de noodverordening of het noodbevel juridisch gezien sterker. Daarnaast kan naast de burgemeester ook het college dergelijke plaatsen op basis van deze regeling in de APV aanwijzen indien dat nodig blijkt te zijn.

44

Artikel 2:22 (objecten onder hoogspanningslijn) Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv. Artikel 2:24 (begripsbepalingen), eerste en tweede lid Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv. Artikel 2:25 (Evenement) Betreft: inhoudelijke wijziging, gebaseerd op model-Apv. Dit betreft een inhoudelijke wijziging in lid 1 en een nieuw lid 2, gebaseerd op de model-APV van de VNG. De wijziging in lid 1 betreft de toevoeging van de woorden ‘of in afwijking van een’. Voorheen mocht een evenement al niet georganiseerd worden indien daar geen vergunning voor was afgegeven door de burgemeester. Door de wijziging staat er nu ook dat een evenement niet in afwijking van een vergunning mag worden georganiseerd. Hiermee wordt nogmaals benadrukt dat het van belang is dat organisatoren zich houden aan de voorwaarden van de evenementenvergunning. De evenementenvergunning is er gekomen door diverse adviezen van onder andere de politie en de veiligheidsregio. Het is dan ook voor de veiligheid van belang dat de voorschriften uit de vergunning worden nageleefd. Lid 2 is toegevoegd in het kader van de nieuwe regeling, BGBOP. BGBOP betreft het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, welke vanaf 1 januari 2018 in werking is getreden.

In dit besluit staan regels over brandveilig gebruik voor publieke plaatsen, zoals bijvoorbeeld regels waaraan een tent moet voldoen. Het is van groot belang dat de aanvrager van een evenementenvergunning deze gegevens aanlevert om een evenement veilig te kunnen organiseren. Daarom is dit nogmaals expliciet benoemd in lid 2. Indien dit niet aangeleverd wordt, kan de vergunningverlener de aanvraag voor een evenementenvergunning buiten behandeling laten. Na artikel 2:26 wordt het volgende artikel ingevoegd, luidende: Betreft: inhoudelijke wijziging, gebaseerd op APV van Druten. Naar voorbeeld van Druten is er in het kader van openbare orde en veiligheid een nieuw artikel toegevoegd aan de APV, namelijk artikel 2:26A Voetbalwedstrijden met enige risico. Dit artikel geeft aan dat wanneer er een voetbalwedstrijd wordt georganiseerd op een speelterrein waarbij tenminste één betaald-voetbalorganisatie betrokken is er een evenementenvergunning dient te worden aangevraagd. Voor de veiligheidspartners (gemeente, politie en veiligheidsregio) is het van belang om te weten wanneer een dergelijke wedstrijd plaatsvindt, gezien de veiligheidsrisico’s die zo’n wedstrijd met zich brengt. Om die reden is ervoor gekozen een dergelijke wedstrijd te bestempelen als evenement en daarmee vergunningplichtig te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11048703/2