12.2 gewijzigd Nota wijzigingen APV 2022
Tekst van het document
NOTITIE APV 2022 Wijzigingen ten opzichte van APV 2017
December 2021 Team JZ
Inhoud notitie In deze notitie wordt aangegeven welke wijzigingen van de APV 2017 gewenst zijn voor een betere aansluiting bij het huidige beleid en de actuele modelverordening van de VNG. Om een duidelijk overzicht te geven van de wijzigingen is een ‘was/wordt-tabel’ gemaakt. APV ‘was-wordt tabel’ In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. De Algemene plaatselijke verordening (APV) wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 1:1 (begripsbepalingen) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: * bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; * bevel: een bevel in deze APV is gelijk aan een bevel of vordering in de zin van art. 184 Sr.; * bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; * bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening: daaronder wordt verstaan; * college: het college van burgemeester en wethouders; * gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; * handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; * LAeq: Equivalent A-weighted Level. In deze geluidmaat zijn over een periode variërende geluidniveaus gemiddeld tot één waarde. Zowel de hoogte als het verloop van het geluidniveau spelen hierbij een rol.
De A-weging houdt rekening met de gevoeligheid van het menselijk oor voor de toonhoogte van het geluid; * LA.max: het maximale geluidsniveau dat tijdens de meting optrad; * LAr.LT: langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Met deze term kan de mate van gemiddelde geluidsbelasting worden beoordeeld; * openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; * openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; * rechthebbende: degene die over een zaak
Nieuwe tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: * bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; * bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; * bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid van de Bouwverordening; * bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e van de Wegenverkeerswet 1994; * college: het college van burgemeester en wethouders; * gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de Woningwet; * handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; * LAeq: Equivalent A-weighted Level. In deze geluidmaat zijn over een periode variërende geluidniveaus gemiddeld tot één waarde. Zowel de hoogte als het verloop van het geluidniveau spelen hierbij een rol. De A-weging houdt rekening met de gevoeligheid van het menselijk oor voor de toonhoogte van het geluid; * LA.max: het maximale geluidsniveau dat tijdens de meting optrad; * LAr.LT: langtijdgemiddelde beoordelingsniveau.
Met deze term kan de mate van gemiddelde geluidsbelasting worden beoordeeld; * motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; * openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; * openbare plaats: hetgeen daaronder wordt
2
zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; * weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.
verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; * parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; * rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; * voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; * weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 1:2 (beslistermijn) derde lid wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, artikel 2:11 of artikel 4:11.
Nieuwe tekst 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10A, eerste lid, een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 tweede lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 4:11.
Artikel 1:7 (termijnen) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:7 Termijnen De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Artikel 1:8 (weigeringsgronden) lid 2 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden
Nieuwe tekst 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden
3
geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Titel Afdeling 1 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden
Nieuwe tekst Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Artikel 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Hij die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van de politie of de toezichthouder zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 6.
Op de aanvraag van een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken) niet van toepassing.
Nieuwe tekst Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van de politie of de toezichthouder zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
4
Artikel 2:3 (kennisgeving betogingen op openbare plaatsen), eerste lid wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
Nieuwe tekst 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
Artikel 2:6 (beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen), komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 5. Op de aanvraag van de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken) van toepassing.
Nieuwe tekst Artikel 2:6 Vervallen
Artikel 2:9 (Straatartiest e.d.), komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 2:9 Straatartiest e.d.
Nieuwe tekst Artikel 2:9 Vervallen
1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan de werking van het
5
verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag van de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken) van toepassing.
Titel Afdeling 5 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Nieuwe tekst Afdeling 5 Bruikbaarheid, uiterlijk, aangezien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Artikel 2:10A, artikel 2:10B, artikel 2:10C en artikel 2:10D worden gewijzigd als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:10A Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie van de weg.
Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats
1. Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
Artikel 2:10B Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen: 1. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor: a. Evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. Terrassen als bedoeld in artikel 2:28 lid 5;
1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. Als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; of b. In het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 4. Het college kan nadere regels vaststellen voor categorieën voorwerpen, met inachtneming van de belangen zoals bedoeld in het derde lid en artikel 1:8. 5. Het verbod is niet van toepassing op voorwerpen die voldoen aan de andere regels als bedoeld in het vierde lid.
6
c. Standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; d. Vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; e. De voorwerpen of stoffen die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen daarvan. Degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten draagt er zorg voor dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg hiervan gereinigd is; f. voertuigen; g. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. 2. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement; 3. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het vorige artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet; 4. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het vorige artikel geldt niet voor bouwwerken; 5. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het vorige artikel geldt niet voor zover in het geregelde artikel wordt voorzien door de Wet Milieubeheer.
Artikel 2:10C Beslistermijn en silencio positivo
6. a. b. c.
Het verbod is niet van toepassing op: Evenementen als bedoeld in artikel 2:24; Standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; Voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; d. Situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Omgevingsverordening Gelderland. 7. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 8. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 9. In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaand het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. 10. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:10B Vervallen Artikel 2:10C Vervallen Artikel 2:10D Vervallen
Op de aanvraag van de vergunning uit artikel 2:10A is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken) niet van toepassing.
Artikel 2:10D Vrij te stellen categorieën Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het verbod in het eerste lid, artikel 2:10 A niet geldt.
7
Artikel 2:11 ((omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg), wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of b. door het college in de overige gevallen. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. 4. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken , het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. 5. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken) van toepassing.
Nieuwe tekst 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of een openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur, de Omgevingsverordening Gelderland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. 5. Op de aanvraag van de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken) van toepassing.
Artikel 2:12 (Maken, veranderen van een uitweg), wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg
Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college: a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering aan te brengen in een bestaande weg naar de weg. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 3. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van de groenvoorziening;
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. indien het veilig en doelmatig gebruik van de weg in gevaar komt; b. indien de bruikbaarheid van de weg in gevaar komt; c. indien het uiterlijk aanzien van de omgeving op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast.
8
e. het behoud van een openbare parkeerplaats. 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement. 5. Op de aanvraag van de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken) van toepassing.
3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, de Waterschapskeur of de Omgevingsverordening Gelderland.
Artikel 2:14 (winkelwagentjes) lid 1, wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen verwijderen.
Nieuwe tekst 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.
Artikel 2:18 (rookverbod in bossen en natuurterreinen) lid 2 en 3, worden gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 2. De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. 3. De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Nieuwe tekst 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Artikel 2:19 (gevaarlijk of hinderlijk voorwerp) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Het is verboden op, aan of boven voor voetgangers op (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter
Nieuwe tekst 1. Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers op (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen
9
boven dat gedeelte van de weg. 2. Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 meter uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een erfafscheiding zijn aangebracht. 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg. 2. Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 meter uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een erfafscheiding zijn aangebracht. 3. Het verbod geldt niet voor zover artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.
Na artikel 2:20 wordt het volgende artikel ingevoegd, luidende: Bestaande tekst Nieuw artikel
Nieuwe tekst Artikel 2:20A Gevaarlijke voorwerpen 1. Het is verboden op door het college aangewezen wegen en daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en terreinen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te dragen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die behoren tot categorie I, II, III, IV van de Wet wapens en munitie en voor zover door het bij zich dragen van de voorwerpen, bedoeld in het eerste lid, de openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of kan komen.
Artikel 2:22 (objecten onder hoogspanningslijn), vierde lid wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 4. Op de aanvraag van de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Nieuwe tekst (geen tekst)
Artikel 2:24 (begripsbepalingen), eerste en tweede lid worden gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;
Nieuwe tekst 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de
10
c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in 2:39 van deze verordening. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een buurtfeest op één dag.
kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in 2:39 van deze verordening. g. sportactiviteiten en daaraan gerelateerde activiteiten in of op een sportaccommodatie tussen 7:00 en 23:00 uur met uitzondering van vechtevenementen en voetbalwedstrijden als bedoeld in artikel 2:26A lid 1; h. activiteiten in een inrichting in de zin van het Activiteitenbesluit milieubeheer die passen binnen de normale bedrijfsvoering van de inrichting. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan een openbare plaats; e. een buurtfeest op één dag.
Artikel 2:25 (Evenement), wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement (0-evenement), indien: - het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; - het evenement tussen 10.00 en 01.00 uur plaatsvindt; - geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10.00 uur en/of na 23.00 uur; - het geluidsniveau op 2 meter afstand en op 1,5 meter hoogte van de gevel van de woningen minder is dan 75 db(A) of 85 dB(c); - het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, bromfietspad, parkeerplaats, openbaar terrein of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; - slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object; - er een organisator is; en - de organisator minimaal 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan schriftelijk melding heeft gedaan bij de burgemeester. 3. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het
Nieuwe tekst 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement (0-evenement), indien: - het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; - het evenement tussen 10.00 en 01.00 uur plaatsvindt; - geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10.00 uur en/of na 23.00 uur; - het geluidsniveau op 2 meter afstand en op 1,5 meter hoogte van de gevel van de woningen minder is dan 75 db(A) of 85 dB(c); - het evenement niet plaatsvindt op de
11
organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 4. Wanneer een meldingplichtig evenement overlast veroorzaakt, kan, indien opnieuw een melding voor het evenement wordt gedaan, bijv. een jaarlijks terugkerend evenement, het evenement worden aangemerkt als een vergunningplichtig evenement. Alvorens dit besluit wordt genomen, worden eventuele betrokkenen/belanghebbenden eerst gehoord. 5. De vergunning als bedoeld in lid 1 kan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. het voorkomen of beperken van overlast; c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen; d. de zedelijkheid of gezondheid. 6. Op de aanvraag van de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
rijbaan, bromfietspad, parkeerplaats, openbaar terrein of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; - slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object; - er een organisator is; en - de organisator minimaal 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan schriftelijk melding heeft gedaan bij de burgemeester. 4. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Wanneer een meldingplichtig evenement overlast veroorzaakt, kan, indien opnieuw een melding voor het evenement wordt gedaan, bijv. een jaarlijks terugkerend evenement, het evenement worden aangemerkt als een vergunningplichtig evenement. Alvorens dit besluit wordt genomen, worden eventuele betrokkenen/belanghebbenden eerst gehoord. 6. De vergunning als bedoeld in lid 1 kan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. het voorkomen of beperken van overlast; c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen; d. de gezondheid. 7. Op de aanvraag van de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Na artikel 2:26 wordt het volgende artikel ingevoegd, luidende: Bestaande tekst Nieuw artikel
Nieuwe tekst Artikel 2:26A Voetbalwedstrijden met enig risico 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder voetbalwedstrijd: een voetbalwedstrijd die wordt georganiseerd op een speelterrein en waarbij tenminste één betaald-voetbalorganisatie is betrokken. 2. Een voetbalwedstrijd is een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van deze verordening. 3. De uitzondering op de vergunningplicht voor evenement als bedoeld in artikel 2:25 lid 3 geldt niet voor voetbalwedstrijden.
12
Artikel 2:28 (exploitatie openbare inrichting) wordt opnieuw in de APV gezet: Bestaande tekst Vervallen
Nieuwe tekst 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. uit de Verklaring Omtrent het Gedrag blijkt dat het levensgedrag van de exploitant of de leidinggevende een bezwaar voor de verstrekking van de vergunning vormt. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant. 5. Geen vergunning is vereist voor openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als zich in de afgelopen zes maanden geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting. 6.
Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene Wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:29 (sluitingstijd), tweede lid wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 1.00 uur en 5.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 2.00 uur en 5.00 uur (sluitingstijd). 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden
Nieuwe tekst 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 1.00 uur en 5.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 2.00 uur en 5.00 uur (sluitingstijd). 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zijn terrassen gedurende de maanden mei, juni, juli, augustus en september gesloten tussen 01.00 uur en 9.00 uur en gedurende de overige maanden gesloten tussen 24.00 uur en 9.00 uur. 3. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers
13
dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken) niet van toepassing.
4. 5. 6. 7.
in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken) niet van toepassing.
Artikel 2:30 (afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting) lid 1 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
Nieuwe tekst 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
Artikel 2:31 (verboden gedragingen) sub b en sub c worden gewijzigd als volgt: Bestaande tekst b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn op het terras.
Nieuwe tekst b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
Titel Afdeling 8a wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Afdeling 8a Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet
Nieuwe tekst Afdeling 8a Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Artikel 2:34f (intrekkingsgronden ontheffing) sub c wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst c. zich feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde,
Nieuwe tekst c. zich feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde,
14
veiligheid of zedelijkheid; of
veiligheid; of
Artikel 2:34h (Overgangsrecht) komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 2:34h Overgangsrecht 1. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen voor paracommerciele verordeningen: a. de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld; b. de ontheffingen die tot dat tijdstip door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn verleend; c. de tot dat tijdstip gehanteerde drank- of taptijden. 3. Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde inrichtingen, blijven van kracht; 4. Ontheffingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen, krachtens de wet, behalve de in het eerste lid, onder c bedoelde ontheffingen, blijven 12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening van kracht. Daarna komen deze ontheffing te vervallen. 5. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing of een vergunning op grond van de Drank- en Horecaverordening 2004 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. 6.
Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de Drank- en Horecaverordening 2004 wordt beslist met toepassing van deze verordening.
Nieuwe tekst Vervallen
Artikel 2:34i (Inwerkingtreding en citeertitel) komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 2:34i Inwerkingtreding en citeertitel’ 1. De ‘Drank- en Horecaverordening 2004’ vastgesteld bij raadsbesluit van 27 januari 2005 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum. 2. Afdeling 8a: Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet van de Algemene Plaatselijke
Nieuwe tekst Vervallen
15
Verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na bekendmaking. 3. Afdeling 8a wordt aangehaald als: ‘Afdeling 8a: Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet’.
Artikel 2:39 (speelgelegenheden) lid 2 en 3 worden gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; b. speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen; en c. speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel l, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten. 3. De burgemeester weigert de vergunning: a. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
Nieuwe tekst 2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 5. Op de aanvraag van de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:40 (kansspelautomaten) lid 2 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 2. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten toegestaan (Zie Speelautomatenverordening gemeente West Maas en Waal 2012).
Nieuwe tekst 2. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan.
Artikel 2:41 (betreden gesloten woning of lokaal) lid 3 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens
Nieuwe tekst 3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het
16
dringende reden noodzakelijk is.
lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Na artikel 2:41 wordt een nieuw artikel toegevoegd: Bestaande tekst Nieuw artikel
Nieuwe tekst Artikel 2:41a Sluiting van voor publiek toegankelijke ruimten 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid, het woon- en leefmilieu of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden, de sluiting van een voor het publiek toegankelijke ruimte en/of de daarbij behorende erven bevelen. Hij brengt het besluit terstond ter kennis van de houder van de ruimte die het betreft. 2. Het is de houder van een voor publiek toegankelijke ruimte verboden deze voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven gedurende de tijd dat de ruimte krachtens een op grond van het eerste lid door de burgemeester genomen besluit voor publiek gesloten dient te zijn. 3. Het is bezoekers verboden gedurende de tijd dat een voor publiek toegankelijke ruimte krachtens een op grond van het eerste lid door de burgemeester genomen besluit dient te zijn, zich daarin te bevinden. 4. Voor de toepassing van dit artikel worden onder bezoekers verstaan allen die zich in de voor het publiek toegankelijke ruimte bevinden of daarin toegelaten worden met uitzondering van: a. De houder van de ruimte alsmede diens huisgenoten die door de gemeente zijn ingeschreven als bewoners van de bij de ruimte behorende woning; b. Logeergasten; c. Hen wier vertegenwoordigheid wegens dringende omstandigheden wordt vereist.
Artikel 2:45 (betreden van plantsoenen e.d.) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2. Op de aanvraag van de ontheffing is paragraaf
Nieuwe tekst 1. Het is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken, grasperken of buiten daarin gelegen wegen of paden. 2. Het verbod is niet van toepassing voor
17
4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beslissing bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
Artikel 2:46 (rijden over bermen e.d.) lid 2 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.
Nieuwe tekst 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Gelderland.
Artikel 2:48 (Verboden drankgebruik) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Het is verboden op of aan de weg alcoholhoudende drank te gebruiken indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins overlast veroorzaken. 2. Een ieder die zich hinderlijk op een openbare plaats gedraagt zoals omschreven in lid 1 van dit artikel, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van de politie of de toezichthouder zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 45 van de Drank- en Horecawet ten aanzien van personen jonger dan achttien jaar is het voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aanwezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 4. Het bepaalde in het derde lid geldt niet voor: a. een terras dat deel uitmaakt van een inrichting, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet’; b. de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet; c. uitzonderingen in het aangewezen gebied zoals door het college bepaald.
Nieuwe tekst 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat hoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 2:50 (hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te
Nieuwe tekst Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te
18
gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder ruimte worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd.
Artikel 2:51 (Neerzetten fietsen e.d.) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.
Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien: a. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of b. daardoor die ingang versperd wordt.
1. Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijke verklaarde wil van de gebruiker of eigenaar van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt. 2. Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een fiets of bromfiets te plaatsen of te laten staan.
Artikel 2:59 (gevaarlijke honden) lid 4 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Nieuwe tekst 4. Een hond als bedoeld in het eerste lid dient voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Na artikel 2:59 wordt het volgende artikel ingevoegd: Bestaande tekst Nieuw
Nieuwe tekst Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings-, en verdedigingswerk.
19
2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als: a. op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht; b. het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en c. het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Artikel 2:66 (Begripsbepalingen) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Nieuwe tekst In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar aangewezen bij de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Na artikel 2:74 wordt het volgende artikel toegevoegd: Bestaande tekst Nieuw
Nieuwe tekst Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Na artikel 2:77 wordt het volgende artikel toegevoegd: Bestaande tekst Nieuw
Nieuwe tekst Artikel 2:77A Gebiedsontzegging 1. De burgemeester is bevoegd om in het belang van de openbare orde of zedelijkheid aan een persoon het bevel te geven zich anders dan in een openbaar middel van vervoer niet te bevinden op of aan door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen gedurende de uren daarbij genoemd. 2. Dit bevel geldt gedurende de in de bekendmaking genoemde periode van ten
20
hoogste twaalf weken.
Artikel 2:75 (Bestuurlijke ophouding) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, artikel 2:47, artikel 2:48, artikel 2:49 of artikel 2:50 van de Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.
Nieuwe tekst De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, artikel 2:10, artikel 2:11, artikel 2:16, artikel 2:19, artikel 2:20A, artikel 2:47, artikel 2:48, artikel 2:49, artikel 2:73 artikel 2:50 of artikel 5:36 van deze verordening groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:77A (Gebiedsontzegging) lid 1 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. De burgemeester is bevoegd om in het belang van de openbare orde of zedelijkheid aan een persoon het bevel te geven zich anders dan in een openbaar middel van vervoer niet te bevinden op of aan door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen gedurende de uren daarbij genoemd.
Nieuwe tekst 1. De burgemeester is bevoegd om in het belang van de openbare orde aan een persoon het bevel te geven zich anders dan in een openbaar middel van vervoer niet te bevinden op of aan door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen gedurende de uren daarbij genoemd.
Artikel 2:78 (Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet), eerste lid wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
Nieuwe tekst 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
Artikel 3:1 (afbakening), wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst De artikelen 1:2, 1:3 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet
Nieuwe tekst De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van
21
van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.
toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.
Artikel 3:7 (weigeringsgronden), eerste lid onder i sub I en lid 2 worden gewijzigd als volgt: Bestaande tekst I. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Dranken Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal 2016; 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder h, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan €375 bedraagt.
Nieuwe tekst I. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder h en i, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan €375 bedraagt.
Artikel 3:9 (intrekkingsgronden), lid 1 sub c wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°;
Nieuwe tekst c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14, 3:15 en 3:16, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°;
Artikel 3:12 (sluitingstijden seksinrichtingen), lid 1 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst 1. Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven, tenzij bij vergunning anders is bepaald.
Nieuwe tekst 1. Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen de in de vergunning genoemde tijdstippen, tenzij bij vergunning anders is bepaald.
Artikel 3:19 (handhaving straatprostitutie), lid 2 en lid 4 worden gewijzigd als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
22
2. Een politieambtenaar of toezichthouder kan een persoon die zich op een krachtens artikel 3:18, tweede lid, aangewezen weg bevindt, in het belang van de openbare orde, de woonen leefomgeving, het voorkomen of beperken van overlast, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid van prostituees of klanten bevelen zich onmiddellijk in een door hem aangegeven richting te verwijderen. 4. De burgemeester beperkt zich het in het derde lid bedoelde bevel, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
2. Een politieambtenaar of toezichthouder kan een persoon die zich op een krachtens artikel 3:18, tweede lid, aangewezen weg bevindt, in het belang van de openbare orde, de woonen leefomgeving, het voorkomen of beperken van overlast, de veiligheid of de gezondheid van prostituees of klanten bevelen zich onmiddellijk in een door hem aangegeven richting te verwijderen. 4. De burgemeester beperkt zich het in het derde lid bedoelde bevel, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk oordeelt.
Artikel 4:1 (begripsbepalingen) wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:1 Begripsbepalingen
Artikel 4:1 Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder: a. besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer; b. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f. geluidsgevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; g. geluidsgevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
In deze afdeling wordt verstaan onder: - collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; - gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet Milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.