CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Tekst inspreker-ontwikkelingen in natuurgebied De Steendert.pdf

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente West BetuweBij agendapunt: 2: Raadsspreekuur20.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.3.

Impact van de ruilverkaveling

Aan het eind van de 19e eeuw werd men zich er in Nederland van bewust dat het droevig gesteld was met de verkavelingstoestand. Processen zoals demografische druk, landtekort, opkomst van kunstmest, stijgende pachtprijzen en productspecialisatie hadden tot schaalverkleining geleid. Nederlandse boerenbedrijven hadden vaak veel kleine percelen, die zelden aan elkaar lagen. Dat kostte vervoerstijd en bemoeilijkte mechanisering. Ook ging veel land verloren aan wegen en landscheidingen. Alhoewel slimme kavelruil tussen private eigenaren altijd al plaatsvond, was de rol van de overheid tot dan toe uitermate beperkt. De enige rol die de overheid sinds de middeleeuwen had was het correct administreren van het bezit, zodat de belastingen juist geïnd konden worden. De Nederlandsche Heidemij en de Vrijzinnig-Democratische Bond zetten het onderwerp van ruilverkaveling eind 19e eeuw op de politieke agenda. De overheid liet het eerste instantie aan de Nederlandsche Heidemij over om, gesteund door een subsidie, een propagandacampagne te voeren om zo ruilverkavelingen op vrijwillige basis

Koester De Steendert!

| 21

van de grond te krijgen. Op deze manier lukte het om de eerste echte ruilverkaveling tussen 1913 en 1920 plaats te laten vinden in de Ballumer Mieden op Ameland. Het aantal percelen ging daar van 3.659 naar 500. Andere succesvolle projecten volgde, zoals Dalfsen (19181924) en Gieten (1918). Maar het ging niet overal even goed. In 1919 liep een ruilverkaveling in de Noordlaarder Made in het oosten van de Oostpolder te Noordlaren stuk op de aanhoudende tegenwerking van één van de eigenaren. Voedselschaarste in de Eerste Wereldoorlog zorgde er uiteindelijk voor dat de overheid zich actiever ging bemoeien met de agrarische sector. Niet alleen op het terreinen als kwaliteitscontrole via proefstations en door opzetten van agrarisch onderwijs, maar ook door het stimuleren van het verhogen van landbouwopbrengsten en verlaging van de productiekosten. Ruilverkavelingen vonden eerst geheel op vrijwillige basis plaats, er was geen wettelijke basis die er voor zorgde dat projecten ook door kon gaan als een minderheid tegen was of niet mee wilde doen. Het ontwerpen van een wet was echter niet eenvoudig omdat het inging tegen de heersende opvattingen van contractvrijheid en eigendomsrecht. Er moest immers land 'onteigend' worden. Voorstanders van ruilverkaveling wezen er echter op dat men na de onteigening ook weer land terug kreeg.

Uiteindelijk werd in 1924 Wet op de Ruilverkaveling een wettelijke basis verleend aan de ruilverkavelingen. De belangstelling van boeren was beperkt, onder andere door de hoge kosten. Het zou tot na de crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog duren voordat er krachtiger werd ingezet op ruilverkaveling. Voor die tijd waren er al wel een aantal voorbeelden van grootschalige verkaveling zoals de IJsselmeerpolders en in heideontginningsgebieden. Uiteindelijk zou tussen 1 januari 1950 en 31 december 1995 circa 1,8 miljoen hectare landbouwgrond betrokken zijn bij ruilverkavelingsprojecten. Ter vergelijking: het areaal landbouwgrond bedroeg in 1995 circa 2,3 miljoen hectare. Bijna 80% van het Nederlandse agrarische landschap ging dus op de kop. Bij de ruilverkavelingen werden sloten en landweggetjes verlegd en andere afscheidingen tussen percelen, zoals heggen, houtwallen en bomenrijen, opgeruimd. Nieuwe, verharde wegen en slimmere waterwegen kwamen ervoor in de plaats. Het aantal kavels per bedrijf en de kavelgrootte veranderde behoorlijk. Waar in 1950 de kavels gemiddeld nog 2,5 hectare besloegen, was in 1990 de gemiddelde kavelomvang toegenomen tot gemiddeld 5 hectare. In 2008 was de gemiddelde kavelgrootte Daarna nam de omvang weer iets af, naar 4,3 hectare in 2008.

Het gemiddeld aantal kavels per bedrijf nam af van 4,5 in 1950 naar 3,3 in 1979, om vervolgens te stijgen naar 6,2 in 2008. De stijging van het aantal kavels is een gevolg van de afname van het aantal bedrijven en schaalvergroting bij de overblijvende bedrijven. In 2000 waren er nog 97.400 land- en tuinbouwbouwbedrijven in Nederland. In 2021 was het aantal afgenomen tot 52.100, een daling van 46% in 21 jaar. In 2000 hadden land- en tuinbouwbedrijven gemiddeld 20 hectare cultuurgrond. In 2021 was dat gemiddelde 35 hectare geworden, een stijging van bijna 75%. De ruilverkaveling in het gebied West-Betuwe verliep in eerste instantie vrij moeizaam. In de jaren ’70 werd geconstateerd dat ongeveer 20% van het ruilverkavelingsgebied AvezaathOphemert, groot 7.000 hectare, uit boomgaarden bestond. De aanwezigheid van de vele fruitteeltbedrijven bemoeilijkte de ruilverkaveling, omdat fruittelers onderling zeer verschillende wensen hebben. Ook moest er een aanzienlijk aantal boerderijen worden verplaatst.

Koester De Steendert!

| 22

Stapsgewijs werd in de jaren ’80 in het gebied AvezaathOphemert dan eindelijk de ruilverkaveling uitgevoerd. Daarbij werd het bestaande agrarische landschap ruw omgegooid, ook met een flinke impact op de natuur. Immers, heel veel erfafscheidingen, slootjes, weggetjes en houtwallen verdwenen in dat proces. Om die reden werd in de verkavelingsplannen ook rekening gehouden met natuur en bleven er percelen en gebieden als het ware “over” voor de natuur. De Steendert was daarvan één van de belangrijkste gebieden. Bij de definitieve ruilverkaveling in de jaren ‘90 De Steendert uitgezonderd van actieve landbouw om natuur in de Betuwe nog de ruimte te geven. Daarmee kon men ook elders natuur opgeven voor grotere landbouwpercelen. Dit was dus een soort compensatie actie. Maar het ging niet alleen om een soort kwartetspel met natuurgrond, De Steendert werd ook aangewezen om het cultuurlandschap (zoals van voor de ruilverkaveling) nog zichtbaar in stand te houden. Als een plek waar de kleine verkaveling uit het verleden, de landschapselementen en het ruige agrarische werk op de komgronden nog zichtbaar was. Staatsbosbeheer werd eigenaar van dit nieuwe natuurgebied. In 1980 zag het gebied er nog zo uit:

De Steendert in 1980

Deelconclusie 13: de ruilverkaveling had een enorme zichtbare impact op het landschap in het gebied. De Steendert werd om twee redenen buiten de ruilverkaveling gehouden: ten eerste om plek te geven aan natuur (die elders verdween, dit was dus een compensatie maatregel). En ten tweede om nog een klein stuk je van het landschap te bewaren zoals het vroeger was.

Koester De Steendert!

| 23

3.4.

Vorming van het huidige natuurgebied De Steendert

Midden jaren ’90 kwam de ruilverkaveling in een stroomversnelling. Eerst was er een forse crisis in 1995 met het stijgende water in de Waal. De evacuatie van het Rivierenland is een van de grootste evacuaties uit de recente Nederlandse geschiedenis. Op 31 januari 1995 en in de dagen daarna werden 250.000 mensen en 1 miljoen dieren, variërend van vijf dagen tot twee weken, verplicht uit grote delen van het Gelderse rivierengebied geëvacueerd vanwege de gevaarlijk hoge waterstand van de rivieren. In de jaren daarna werd er versneld gewerkt aan de veiligheid van het gebied en werden de dijken fors opgehoogd. Om beter voorbereid te zijn op toekomstig hoogwater werd er al in 1995 verschillende projecten versneld gestart. Het Deltaplan Grote Rivieren was het bekendste project waarin de beleidslijn Ruimte voor de Rivier een belangrijke rol speelt. Niet alleen het verhogen en versterken van dijken was belangrijk, maar de rivieren moesten ook 'speelruimte' hebben. Zo werden ook uiterwaarden uitgediept, obstakels verwijderd en dijken verlegd. Voor de dijkophogingen was veel grond nodig. De nieuwe eigenaar van natuurgebied De Steendert (Staatsbosbeheer) had hier een mogelijkheid om nieuwe inkomsten te genereren en werk met werk te maken. Op De Steendert werden om die reden twee plassen uitgegraven. Daarbij werd vooral klei gewonnen, dit waren dus geen zandafgravingen.

De klei ging naar de dijkverzwaring in de buurt, de nieuwe waterruimte was voor de vogels. Let wel: de hoofdreden (aanleiding) voor het aanleggen van die plassen was dus dat er grond (klei) verkocht kon worden, maar tegelijkertijd kwam het ook mooi uit om ruimte te geven aan weide- en trekvogels. Rond 1998 waren de werkzaamheden gereed en de twee plassen klaar. Wens was toen vooral om een open fourageerplek voor ganzen en trekvogels te maken, zodat omliggende landbouwgronden minder last zouden hebben van diezelfde vogels.

Zicht op de poldermolen

De poldermolen werd in 1888 gebouwd op een plek waar nu (vlakbij) een grote afvalberg ligt en een nieuw hoog viaduct van de Betuwelijn. In 2010 werd deze monumentale molen naar De Steendert verplaatst, dat leverde een win-win situatie op. De monumentale molen kon het gebied drassig houden, want dat vinden de vogels fijn. Het water in de kwelplas (4 hectare) wordt naar een hoger gelegen voorraadplas (3 hectare) gepompt. De poldermolen zorgt voor de bemaling tussen kwelplas en voorraadplas en de (hogere) voorraadplas heeft uitlaten die het water weer in het natuurgebied sturen. Deelconclusie 14: de aanleg van de plassen in natuurgebied De Steendert had eerst en vooral een economische aanleiding (verkoop van kleigrond voor aanleg dijken). Hiermee kon wel werk met werk gemaakt worden en kon Staatsbosbeheer een nieuw uniek nat natuurgebied in het komgebied creëren.

Koester De Steendert!

| 24

4.

Financiële prikkels in dit project

Overheden beperken de laatste jaren het verstrekken van automatische subsidies en ze stimuleren natuurorganisaties in Nederland dat ze financieel gezien “meer hun eigen broek moeten ophouden”. Politiek Den Haag zegt: ”Ga nou maar eens geld verdienen met die natuur! Houtkap, recreatie, probeer eens wat meer te doen dan met je verrekijker in de hoek staan toekijken!”. Staatsbosbeheer is daardoor de laatste jaren zelf een zoektocht gestart naar alternatieve inkomstenbronnen. Dat is voor een deel ook een interne overlevingsactie, want als deze operatie niet slaagt moet er flink gesneden worden in de eigen organisatie. Het aloude en interessante adagium met financiering is “Wie betaalt bepaalt”. Hoewel Staatsbosbeheer dus zelf een plan lijkt te initiëren, zijn juist de financiële prikkels op de achtergrond leidend en bepalend voor de planvorming. 4.1.

Shell financiert bosaanplant

In 2021 sloot het management van Staatsbosbeheer een lucratieve deal met Shell, het internationale oliebedrijf met een jaarlijkse winst van € 20 miljard (in 2022: meer dan € 50 miljard). Wat is de deal? Shell investeert 17,4 miljoen euro in Staatsbosbeheer. Die moet daarvoor in ruil de komende 12 jaar 5 miljoen bomen planten. Bij het lanceren van deze maatregel was de communicatie dat er bomen vooral zouden worden geplant op de lege plekken in bestaande bossen. Die zouden ontstaan door de essentaksterfte. Zijn dat dan eigenlijk nieuwe bomen? Het lijkt eerder een plan voor herbeplanting! Experts kwalificeerden deze deal tot een vorm van greenwashing (anders gezegd: een misplaatste reclameactie). In februari 2022 werd de actie 'Samen planten we bomen' van Staatsbosbeheer en Shell uitverkozen tot winnaar van de Vieze Verkiezing van Greenpeace, als meest brutale fossiele reclame van het jaar. Waarom is die deal nou zo omstreden? Ten eerste speel bos in Nederland maar een hele kleine rol in de klimaatdoelen. Bomen nemen natuurlijk CO2 op, wat meer dan grasland per vierkante meter. Het planten van nieuwe bomen kan dus een middel zijn om CO2 op te vangen en langere tijd vast te leggen. Maar doel achter dit soort deals is dat Shell langere tijd (fossiele) olie kan blijven oppompen. En dat is eerlijk gezegd niet goed voor het klimaat.

En gaat het hier trouwens wel om nieuwe bomen? Want volgens de eigen communicatie van Staatsbosbeheer is een belangrijk zoekgebied voor de deal met Shell de lege plekken in bestaande bossen door recente bomensterfte. Voegen we dan netto eigenlijk iets toe voor het klimaat? De deal is ook omstreden omdat de winst van Shell door de recente geopolitieke crisis en de daaropvolgende energiecrisis extreem is gestegen. In 2022 draaide Shell een jaarwinst van meer dan € 38 miljard (normaal is dat gemiddeld ongeveer € 15 miljard). Het geld klotst spreekwoordelijk over de plinten in de bestuurskamer van Shell. En dan is een deal met Staatsbosbeheer van een paar miljoen ineens een relatieve futiliteit, terwijl dit voor Staatsbosbeheer een belangrijke financieringsbron is. Deze asymmetrische financiële verhouding leidt tot een perverse financiële systeemprikkel, waarbij een landelijke natuurorganisatie wild om zich heen gaat plannen om snel bomen in de regio te planten. Deze dynamiek is verborgen voor velen, maar het drijft nationale organisaties wel een kant op met een potentieel significante impact op het lokale landschap.

Koester De Steendert!

| 25

Staatsbosbeheer claimt dat voor de aanleg van het bos in De Steendert geen beroep zal worden gedaan op de Shell-middelen. Maar inzicht daarin geven doen ze niet en Shell claimt simpelweg dat voor ieder geplante boom (door Staatsbosbeheer) financiering beschikbaar is. Formeel stelt Staatsbosbeheer dat de financiering van de kosten voor het plan voor De Steendert pas ingeregeld wordt als het plan echt klaar is en doorgaat. En dat ze (pas) dan subsidies en andere externe financiering zullen inregelen. Dat doet Staatsbosbeheer achter gesloten deuren, op projectniveau ontsluiten ze geen openbare informatie over financiering. Het valt dus niet uit te sluiten dat Shell straks weldegelijk dit plan gaat mede-financieren. 4.2.

Ook het rijk financiert bosaanleg via provinciale subsidie bosaanplant

Veruit de grootste financiering van dit plan zal gebaseerd zijn op een subsidie van de provincie Gelderland. De provincie ontvangt hiervoor weer een rijksbijdrage (via het nationale provinciefonds). De provincie Gelderland heeft een subsidieregeling voor de aanleg van nieuw bos buiten het Gelders Natuurnetwerk. De Steendert is vooralsnog geen onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk en komt dus mogelijk in aanmerking voor deze regeling. De subsidie voor functieverandering bedraagt 100% van de waardevermindering. De provincie bepaalt de waardedaling op basis van taxatiewaarden van de grond vóór functieverandering (landbouwgrond) en ná functieverandering en inrichting bos. De subsidie voor aanleg van nieuw bos bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximaal bedrag van € 15.000 per hectare. Voor 37 hectare zou dat maximaal uit kunnen komen op € 555.000. Een deel van De Steendert heeft nog agrarische bestemming. Ook zijn er andere subsidie maatregelen van de provincie Gelderland. Deze staan echter wel onder druk, het nieuwe provinciebestuur (2023) heeft aangekondigd de subsidie voor Natuur en Landschap te gaan herzien. Deelconclusie 15: Staatsbosbeheer wil boomaanplant doelen realiseren en gebruikt daarvoor een combinatie van publieke middelen en mogelijk een perverse prikkel uit omstreden en lucratieve deal met Shell.

Koester De Steendert!

| 26

5.

Cultuurhistorische waarden in De Steendert

De Poldermolen is een windmolen van het type grondzeiler. Hij werd in 1888 gebouwd op de plaats van de in 1887 afgebrande molen aan de Lingedijk 131 in het dorp Wadenoijen. Al sinds de jaren '80 werd gesproken over verplaatsing van de molen die in de loop der jaren steeds meer in ingeklemd was geraakt tussen wegen (A15), vuilstort (AVRI), viaducten en de Betuwelijn. In 2010 werd de Poldermolen verplaatst naar De Steendert. De molen heeft geen naam en wordt naar de functie poldermolen genoemd: hij werd gebruikt voor het bemalen van de dorpspolder in Wadenoijen. De monumentale Poldermolen is een houten achtkante molen op een gemetselde onderbouw, die thans op een betonnen fundering staat. Hij is uitgerust met een ijzeren scheprad dat een doorsnede heeft van 5,20 m en 40 cm breed is. De wiekenvorm is Oudhollands. De roeden hebben een lengte van 25 m. De ijzeren, geklonken potroeden zijn in 1992 vervangen door gelaste, stalen roeden. Het gevlucht wordt op de wind gezet met behulp van een kruirad. De rietgedekte kap van de molen is voorzien van een zogenaamd Engels kruiwerk. De Vlaamse vang is voorzien van een vang- of wipstok. De gietijzeren bovenas uit 1867 is gegoten door de firma L.I. Enthoven & Co. De as wordt gesmeerd met reuzel. De Molenwet in Nederland beschermt het windbereik van monumentale molens. In het jargon heet dit de windbiotoop.

De poldermolen is een rijksmonument en daarmee in hoge mate beschermd. Doel is om de molen in functie te houden, dat was op de vorige locatie (bij de AVRI afval hoop en achter het viaduct voor de Betuwelijn) al een groot probleem. De Poldermolen is in eigendom van de Molenstichting Gelders Rivierengebied, die 7 monumentale molens in bezit en onderhoud heeft. Het bestuur van de molenstichting wordt gevormd uit vertegenwoordigers van de betrokken gemeenten, het Waterschap Rivierenland en belangengroeperingen vanuit de molenwereld. Deze stichting heeft rijksmiddelen ter beschikking, aangevuld met lokale en regionale subsidiemiddelen. Staatsbosbeheer heeft nu aangegeven dat ze de normen van de landelijke organisatie De Hollandsche Molen (DHM) volgen en een biotoop zullen respecteren van 400 meter. Wettelijk gezien lijkt Staatsbosbeheer zich daarmee aan de regels te houden. Echter, de functie van de molen (nat houden van het gebied) verdwijnt als de molen niet meer hoeft te voorzien in een drassig grasland in De Steendert. Een bos kan ook goed “overleven” zonder molenbemaling, de meeste bomen van 20 tot 40 meter hoog halen hun water uit 20 tot 40 meter diepte. Kort samengevat hebben bomen geen molen nodig. En in een boslandschap houden wortels en schaduw ook meer water vast, waardoor er voldoende water is in het bos.

Sterker nog, het is niet de bedoeling een boslandschap drassig te maken, dan rotten juist de wortels aan de droge bovenkant. Samengevat worden de historische en wettelijke belangen van poldermolen gerespecteerd, maar het voorliggende bomenplan brengt de existentiële waarde van de molen in gevaar. En een molen zonder functie hoeft veel minder vaak te draaien en een molen die minder draait gaat sneller stuk en wordt minder onderhouden (minder noodzaak). Het bomenplan kan daarmee nog veel grotere effecten hebben op de monumentale waarde van de poldermolen. Deelconclusie 16 : de molen kan in het plan blijven draaien (er is ruimte voor de wind), maar de functie van de molen (het permanent nathouden van het gebied) zal grotendeels verdwijnen. De Poldermolen krijgt dus vooral een show-functie, de operationele functie van de molen verdwijnt.

Koester De Steendert!

| 27

5.1.

Lokaal erfgoed beleid

In 2021 heeft de gemeente West Betuwe een nieuw erfgoedbeleid vastgesteld. Dit is belangrijk, omdat er binnenkort een nieuwe nationale grote wet wordt ingevoerd, de Omgevingswet. In deze wet komen tientallen vroegere wetten op het gebied van onze leefomgeving samen. De ruimtelijke ordening in Nederland wordt daardoor op een andere manier geregeld. En daarvoor moet de informatie waar de regels op gebaseerd zijn, actueel en compleet zijn. Het erfgoedbeleid is dus als het ware het fundament onder het lokale ruimtelijke ordeningsbeleid. In de beleidsnota Erfgoed van de gemeente West Betuwe staat het gemeenschappelijk belang van erfgoed als volgt omschreven. Erfgoed is rijkdom! Dat kun je heel letterlijk bekijken: erfgoed is geld waard, en brengt geld op. Denk maar aan iedereen die de Betuwe opzoekt voor een fraaie fietstocht of bezoek aan een spannend fort of kasteel. Dag- en verblijfsrecreatie brengen inkomsten met zich mee. Tegelijk is erfgoed ook rijkdom op een andere manier: het is een zegen en een genot om in zo’n mooie streek te mogen wonen en/of werken. Erfgoed geeft de bewoners een gevoel van ‘thuis zijn’, van geworteld zijn in het dorp of de streek en zorgt voor onderlinge verbondenheid. Het zichtbaar houden van erfgoed vormt bijvoorbeeld een verbinding tussen generaties.

Het is geen toeval dat de historische verenigingen en archeologische werkgroepen in de gemeente West Betuwe zoveel leden hebben. Dat zijn allemaal redenen waarom erfgoed het waard is om te behouden. De beleidsnota bevat uitgangspunten voor archeologisch, landschappelijk, gebouwd en stedenbouwkundig erfgoed. Voor De Steendert is met name het landschappelijk erfgoed van belang. De beleidsnota bevat een doelstelling om het waardevolle cultuurlandschap te beschermen, op basis van de ‘waarderingskaart landschap’ uit de erfgoedkaart. Daarvoor kiest de gemeente de gebieden van “zeer hoge” en “hoge: waarde. Daarnaast zijn alle relevante landschapselementen geïnventariseerd (op de ‘kenmerkenkaart landschap’), met daarvoor relevante regels in het omgevingsplan. Zoals op de vastgestelde kaart hiernaast te zien is (uit de beleidsnota), is De Steendert een gebied met een hoog gewaardeerd cultuurlandschap. Bij een aanvragen van een vergunning voor een initiatief moet de initiatiefnemer aantonen dat hij, net als bijvoorbeeld bij archeologie en milieu, voldoende rekening gehouden heeft met het aspect ‘cultuurhistorie’. Bij grote ontwikkelingen (zoals de aanleg van een 40 meter hoog bos) is een uitgebreid cultuurhistorisch onderzoek als onderbouwing voor het plan noodzakelijk. Vooralsnog heeft Staatsbosbeheer daar echter nog geen enkel onderzoek naar gedaan.

Deelconclusie 17 : Staatsbosbeheer heeft tot nu toe nog geen enkel inzicht gegeven in het behoud van cultureel erfgoed (gewaardeerd cultuurlandschap), hoewel dit een fundament is onder het lokale ruimtelijke ordeningsbeleid.

Koester De Steendert!

| 28

6.

Biodiversiteit in De Steendert

De primaire missie van Staatsbosbeheer is om te zorgen voor een groenere en natuurlijke omgeving in Nederland. In De Steendert is deze groene en natuurlijke omgeving prachtig en goed te beleven. Vanzelfsprekend wordt ook gekeken naar de biodiversiteit of biologische diversiteit in het gebied. Dit is de graad van verscheidenheid aan levensvormen binnen een gegeven ecosysteem of gebied. 6.1.

Is een bos de hoogste vorm van biodiversiteit?

Een bosgebied is uit oogpunt van biodiversiteit niet per definitie beter, slechter of gevarieerder dan een gebied met open komgronden. Sterker nog, in Nederland (als geheel) wensen we juist een gevarieerd aanbod van de natuur, dat betekent dat er evengoed aandacht is voor “arme” natuurgronden, of bijvoorbeeld groen in de stad. De provincie Overijssel vroeg bijvoorbeeld onlangs aan Natuurmonumenten om gebieden aan te wijzen voor nieuwe bosaanplant in Overijssel. Bart de Haan van Natuurmonumenten: ‘De provincie vroeg ons te kijken naar aanplant van bos op graslanden, omdat de natuurwaarde daarvan gering zou zijn. Maar wat blijkt? Twee-derde van ons gebied is al bos en wij zien juist een tekort aan half open natuurgebied als schraal grasland en vochtige heides.” Natuurmonumenten besloot vervolgens om in haar gebied in Overijssel juist geen nieuwe bomen meer aan te planten en zelfs 300 hectare bos te kappen. ‘De kruidenrijke graslanden zorgen voor veel biodiversiteit en dat missen we het meest in onze gebieden. Deze graslanden zijn essentieel om de Natura-2000-doelen te halen’, zegt De Haan. De Steendert is nu een klein groen pareltje in De Betuwe, een prachtig wandelgebied waar veel inwoners even komen wandelen of fietsen. Auto’s, motoren en brommers zijn verboden. Door het drassige land zijn er diverse vogelsoorten in De Steendert te vinden.

Van koekoek tot torenvalk, van groene specht tot visdiefje en zwarte stern, en van rietgors, kleine karekiet en gele kwikstaart tot zwartkop en blauwborst. Over de biodiversiteit van bijvoorbeeld de vogels bestaat op dit moment onduidelijkheid. Is De Steendert nu een waardevol gebied omdat er uiteenlopende zeldzame vogels foerageren, of heeft het oorspronkelijke plan om ganzen te lokken gefaald en zitten er nu relatief veel te weinig vogels? Over dit onderwerp is geen kwantitatief onderzoek verricht; tijdens de eerste gebiedsbijeenkomst bleek vooral dat er op gevoel en persoonlijke indrukken wordt gestuurd. Tijdens de derde gebiedsbijeenkomst gaf de expert van de Vlinderstichting aan zelf ook maar 1 jaar ervaring te hebben in het gebied en dat er geen goede meetlat is voor biodiversiteit. Uit verschillende natuurstudies, bijvoorbeeld door leden van IVN (het Instituut Voor Natuureducatie en duurzaamheid), blijkt dat de huidige variëteit van de vogels buitengewoon groot is in De Steendert. Deze biodiversiteit zou je kunnen vervangen door biodiversiteit uit bosleven, maar dat maakt die biodiversiteit niet beter, slechter of gevarieerder. Deelconclusie 18: Staatsbosbeheer voert biodiversiteit aan als een belangrijk leidmotief voor de voorgenomen bosaanleg. Maar bewijslast ontbreekt en in andere gebieden zie je zelfs tegenovergestelde bewegingen.

Koester De Steendert!

| 29

6.2.

Bodemkwaliteit

Professor Leendert Pons uit Wageningen (1921-2008) was internationaal actief op het gebied van profielbeoordeling en had de leiding over veel bodemkarteringen in Nederland. Hij noemde de kleigrond in De Betuwe één van de mooiste bodems van de wereld. Bodemkundig heet deze bodemstructuur ooivaaggrond. De naam ooivaaggrond is afgeleid van de in het rivierengebied voorkomende namen op ooi, wat staat voor een nat terrein nabij de rivier. Sterke kanten van dit profiel zijn de dikke humus-houdende laag van ca. 40 cm dik en de diepe bewortelingsmogelijkheden, doordat het bodemleven, vooral door pendelende regenwormen, de gelaagdheid opheffen. Wormen veranderen de klei in een poreuze goed doorwortelbare grond. Uit diepere lagen kan water worden aangevoerd. De diepe beworteling maakt opname van voedingsstoffen uit diepere lagen mogelijk en beperkt de uitspoeling. De aanvoer van koolstofrijk en stikstofrijk organisch materiaal leidt tot een zeer vruchtbare bodem. Er is een groot verschil tussen het natuurlijke grasland in De Steendert en het bijna industrieel geteelde grasgebied van de agrarische sector. Daarbij spelen gewasbeschermers (onkruidbestrijdingsmiddelen) zoals RoundUp een grote rol. De werkzame stof glyfosaat blokkeert in planten de vorming van bepaalde enzymen, onmisbare bouwstenen van de plant.

Het middel werkt hierdoor systemisch: alle planten die niet resistent zijn worden gedood. RoundUp is een merknaam van Monsanto, een van de grootste bedrijven ter wereld op het gebied van genetisch gemanipuleerde zaden. Het middel wordt vaak aangeboden en gebruikt in combinatie met soja-, tarwe en maïsvariëteiten die met behulp van genetische manipulatie resistent zijn gemaakt tegen glyfosaat. Monsanto presenteert het middel als 'milieuvriendelijk', omdat het snel afbreekbaar is en daardoor kort in het milieu aanwezig zou zijn. Milieuorganisaties plaatsen hier duidelijke vraagtekens bij. Amerikaanse onderzoekers brengen glyfosaat in verband met verhoogde risico’s op lymfklierkanker (non-Hodgkin), miskramen en ADHD. Uit ander onderzoek blijkt dat glyfosaat ook kan leiden tot een vermindering van de productie van geslachtshormonen. Directe blootstelling aan een bestrijdingsmiddel met glyfosaat kan lijden tot hoesten, oogirritatie, diarree, korte ademhaling, overgeven en vermoeidheid. Er is sprake van lichte acute toxiteit. Glyfosaat kan tot een meter in de bodem doordringen, waardoor er een grote kans bestaat op uitspoeling naar het oppervlaktewater. Het middel kan mogelijk ook doordringen tot dieper gelegen grondwaterlagen. Glyfosaat is het op één na meest in de natuur zich verspreidende bestrijdingsmiddel en heeft daarom ook effect op planten die niet bespoten zijn.

Planten die met een lagere dosering in

Koester De Steendert!

| 30

aanraking komen kunnen vatbaarder worden voor bepaalde plantziekten. In Nederland is Roundup het meest gebruikte middel tegen onkruid. Steeds meer agrariërs, gemeenten en particulieren gebruiken het middel, mede omdat Monsanto actief reclame voert en het middel al jaren lang als “milieuvriendelijk” positioneert. In Nederland is herhaaldelijk een verbod van het gebruik van RoundUp aangekondigd.

Grasland bewerkt met Roundup

Natuurlijk grasland

Vanzelfsprekend wordt er in natuurgebied De Steendert geen Roundup gebruikt. In de omliggende agrarische percelen wel. Daar is de biodiversiteit dan ook heel veel lager (bijna dode grond, zonder pieren en insecten). Het is dus belangrijk in regio juist ook natuurlijke graslanden te koesteren waar dit soort bestrijdingsmiddelen niet gebruikt worden. Nederland zou niet moeten veranderen in een landschap waar ofwel grootschalige landbouw plaatsvindt, ofwel bos is, ofwel steden of wegen. Er moet juist ook ruimte zijn voor meer natuurlijk grasland! Deelconclusie 19: de bodemkwaliteit in De Steendert is uniek en hoogwaardig in het komlandschap. Juist in de directe omgeving wordt deze bodemkwaliteit aangetast door veelvuldig gebruik van gewasbeschermers (bestrijdingsmiddelen). Het is dus belangrijk de biologische waarde van het grasland in De Steendert te koesteren.

6.3.

Natuur in Nederland

Onlangs verscheen een dik rapport van het Wereldnatuurfonds over de natuur in Nederland. Het gaat slecht omdat de druk op de natuur te groot is. Door stikstof, door verdroging, versnippering en waterkwaliteit. Dieren zoals de zomertortel, patrijs, veldleeuwerik, kwabaal, adder, het donkere pimpernelblauwtje en de rugstreeppad zijn voorbeelden van soorten waar het slecht mee gaat in Nederland. Zelfs soorten als de egel en het konijn die je vroeger veelvuldig zag, zijn in aantallen flink afgenomen. Met name in duinen, heide en het agrarisch gebied blijft de natuur achteruitgaan. Talrijke soorten zijn in aantal afgenomen. Belangrijke leefgebieden van dieren en planten dreigen te verdwijnen als we nu niet ingrijpen. Gelukkig laat het rapport ook lichtpuntjes zien. Op sommige plekken werpt herstel van waternatuur vruchten af, denk aan rivieren en laagveenmoerassen. Maar op het land lukt dat niet of nauwelijks. Grootste oorzaken van natuurverlies zijn stikstof, verdroging en

Koester De Steendert!

| 31

versnipperde leefgebieden. Bescherming alleen is niet meer voldoende, grootschalig natuurherstel is nu cruciaal om verder biodiversiteitsverlies te kunnen stoppen. “We zullen volop moeten inzetten op grootschalig natuurherstel. Het mooie is dat meer ruimte voor natuur ook helpt bij de aanpak van grote maatschappelijke uitdagingen waar Nederland voor staat. Natuur is onze belangrijkste en trouwste bondgenoot. Dit is hét moment om aan de slag te gaan, want onze natuur kan niet langer wachten," zegt Kirsten Haanraads, hoofd van het Nederland-programma van het Wereld Natuur Fonds (WWF-NL) bij de lancering. Ook interessant uit het WFF rapport is de volgende passage: “Eind negentiende eeuw waren vrijwel alle bossen hakhoutbossen en percelen werden ruwweg om de 10 tot 20 jaar gekapt. Dit onderhoud is nu onrendabel. Daarom zijn Nederlandse bossen steeds meer hoogopgaande bossen geworden. Daar leven andere soorten dan in een hakhoutbos, en we zien dan ook een verschuiving in de flora en fauna van bossen. Om ook soorten die bij goed uitgevoerd hakhoutbeheer gedijen weer een kans te geven, wordt in Zuid-Limburg plaatselijk weer een vorm van dat beheer toegepast (zie: ‘Kappen voor de keizersmantel’ en ‘Zorgen om de eikelmuis). Het voorgenomen plan van Staatsbosbeheer in De Steendert bevat nog geen enkele aanzet tot hakhoutbeheer.

Deelconclusie 20: natuurherstel is en blijft hard nodig, maar aanplant van hoogopgaande bossen levert niet automatisch een verbetering of gewenste aanpassing van de biodiversiteit op.

6.4.

Natuur voor natuur

Nederland staat aan de vooravond van een ingrijpende landelijke herinrichting. Een keuze voor natuurherstel biedt de kans om het land mooier, groener en gezonder te maken voor onszelf en voor toekomstige generaties. Dat betekent simpelweg het streven naar meer natuur, niet natuur inruilen voor natuur! Meer variatie in De Steendert is dus geen doel op zich, meer variatie (biodiversiteit) moeten we altijd in een brede regio en context bekijken. Kernvraag is eigenlijk: gaan we nu met dit bomenplan natuur voor natuur inruilen? Schiet de biodiversiteit voor de regio en voor ons land daar nu echt wat mee op? Zou het niet veel beter zijn nieuwe natuur te creëren, juist nu er de komende jaren veel agrarische grond gaat vrijvallen in verband met het verminderen van de veestapel? Deelconclusie 21: met de introductie van bomen verdwijnt er ook een belangrijk Nederlands natuurlandschap (natuurlijk grasland). Het zou veel verstandiger zijn nieuwe bomen aan te planten in Nederland op een deel van de vrijvallende agrarische gronden, dan is de winst voor de natuur vele malen groter.

Koester De Steendert!

| 32

7. Ruimtelijke Ordening Ruimte in Nederland is schaars. Er is onder meer ruimte nodig voor woningen, wegen, spoorlijnen, vliegvelden, bedrijventerreinen en natuur. De overheid stelt plannen op om de ruimte te verdelen en gebieden aan te wijzen voor bepaalde bestemmingen. In het ruimtelijk beleid richt de Rijksoverheid zich op de nationale belangen, zoals het versterken van de economie, maar ook de aanleg en het beheer van het hoofdnetwerken van wegen, spoor en vaarwegen. En ook de verbetering van de kwaliteit van water, bodem en lucht. We willen Nederland beschermen tegen wateroverlast en overstromingen. Het rijk wil unieke cultuur en natuur behouden. Bij alle ruimtelijke plannen streeft de rijksoverheid naar zorgvuldige afwegingen en heldere besluitvorming. Ook provincies en gemeenten hebben de belangrijke taken en bevoegdheden in het ruimtelijk beleid. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor woningbouw en bedrijventerreinen en bouw van nieuwe plekken voor bedrijven. Het bestemmingsplan is het belangrijkste instrument voor de ruimtelijke ordening in een gemeente. Provincies voeren het landschapsbeleid uit. Het is hun taak om bijvoorbeeld te zorgen voor voldoende groene ruimte in en rondom de steden. Op 1 januari 2024 treedt de nieuwe nationale Omgevingswet in werking. Deze nieuwe wet bundelt en moderniseert een groot aantal wetten voor de leefomgeving.

Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De nieuwe Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Met behulp van één digitaal loket wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten. Bijvoorbeeld woningbouw op oude bedrijventerreinen of de bouw van windmolenparken. De nieuwe wet zorgt ook voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Werden ruimtelijke plannen van oudsher door ‘de mensen van RO’ gemaakt, binnen de werkwijze van de nieuwe Omgevingswet zal dat niet meer voldoen. Bij het toekomstige omgevingsplan staat de totale gebruiksfunctie van een gebied voor de bewoners van/initiatiefnemers centraal. Inhoudelijk zullen ze daarom veel breder zijn en op meer onderwerpen betrekking hebben dan de strikte ruimtelijke ordening. Gemeentelijke afdelingen gaan meer en meer met elkaar samenwerken om integraal te kunnen werken. Ook vraagt de nieuwe Omgevingswet om een veel intensievere wisselwerking met partijen buiten de gemeentelijke organisatie. Alleen een inspraaktraject is niet meer afdoende. Er is veel meer interactie nodig tussen diverse belangengroepen, de gebruikers/bewoners en de ontwerpers bij het vormgeven van de openbare ruimte.

Een belangrijk aspect van de nieuwe Omgevingswet is dus participatie. Doel is om burgers en ondernemers meer te betrekken bij de ontwikkeling van de leefomgeving. De Inspiratiegids Participatie Omgevingswet (Participatiegids) bevat informatie over wat overheden en initiatiefnemers rond participatie moeten regelen in omgevingsvisie, programma, omgevingsplan, projectbesluit, omgevingsvergunning, omgevingsverordening en waterschapsverordening.

Koester De Steendert!

| 33

7.1.

Huidige bestemming: met name Natuur

Het vigerende bestemmingsplan voor De Steendert is het zogeheten Veegplan 2017 Buitengebied Neerijnen (vastgesteld op 6 december 2018). Dit is een lang en ingewikkeld document, inclusief een uitgebreide toelichting. Belangrijk in een bestemmingsplan is de bestemming per perceel, dat kan je nakijken op een topografische kaart op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Voor De Steendert ziet dat er als volgt uit:

Alles donkergroen op de kaart heeft de bestemming “Natuur”. Wat opvalt is dat er twee percelen zijn links op de kaart, die nog de bestemming “Agrarisch” dragen, daarover later meer. De huidige bestemming van een groot deel van De Steendert is dus op dit moment “Natuur”. Dan gelden er de volgende regels: 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuur (ecologie, flora en fauna) en de bijbehorende natuurlijke groeiplaats; b) behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuur- en landschapswaarden, inclusief de bijbehorende abiotische waarden; c) behoud van (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; d) behoud en herstel van geïsoleerde wateren zoals vennen en poelen; e) water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f) extensief recreatief medegebruik; g) maximum 5 parkeerplaatsen ten behoeve van recreatief nachtverblijf in campers ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - camperplaatsen'

In paragraaf 12.5.1 van het bestemmingsplan staan de voorwaarden geformuleerd wanneer je een omgevingsvergunning moet aanvragen (bij de status natuur): Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag binnen deze bestemming de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a) Het verlagen, vergraven, ophogen, egaliseren, diepploegen en/of diepwoelen van de bodem van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 0,40 m onder maaiveld. b) Het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem. c) Het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels. d) De aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om het vervangen een reeds bestaande drainage.

Koester De Steendert!

| 34

e) Het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen. f) Het verwijderen van landschapselementen die ten tijde van het van kracht worden van het plan aanwezig waren. g) Het beplanten van gronden met bos, hoger dan 2,5 m, opgaand houtgewas in verband met boomteelt of houtteelt. h) Het verwijderen van onverharde wegen/paden, alsmede het aanleggen/verharden van wegen/paden, dan wel het aanbrengen van andere niet omkeerbare oppervlakteverhardingen groter dan 100 m².

We zien dus onder voorwaarde g) dat Staatsbosbeheer verplicht is een omgevingsvergunning aan te vragen en dat de gemeente (via de Omgevingsdienst Rivierenland), dit moet toetsen aan de bestemmingsomschrijving (in dit geval natuur). Bij een toets aan de bestemmingsomschrijving stelt voorwaarde b) dat een aangevraagde omgevingsvergunning aan randvoorwaarde moet voldoen tot behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuur- en landschapswaarden, inclusief de bijbehorende abiotische waarden. Abiotische factoren zijn de factoren in een ecosysteem waar nooit leven in heeft gezeten (de levenloze delen van ecosystemen), zoals temperatuur, licht en waterstand. Bij bosaanplant heb je flinke effecten op temperatuur (meer schaduw), licht (minder zonlicht op de grond) en op de waterstand. Dat moet je dus allemaal uitvoerig onderbouwen en adresseren in een aanvraag voor een omgevingsvergunning. In simpel Nederlands gezegd: Staatsbosbeheer moet volgens het bestemmingsplan de landschapswaarden behouden en koesteren. De landschapswaarden van De Steendert staan vervolgens uitgebreid toegelicht in het Landschapsontwikkelingsplan (LOP), waarin nadrukkelijk is opgenomen dat De Steendert een gave open kom is, die primair ruimte dient te geven aan weidebouw, weidevogels en andere natuur. Nadrukkelijk staat in het LOP dat de Steendert open en onbebouwd blijft.

Het grootschalig aanplanten van bomen past daar niet in en is in strijd met het LOP en daarmee het beleid van de gemeente. En ook in de beleidsnota Erfgoed van de gemeente West Betuwe wordt De Steendert gekwalificeerd als een hoog gewaardeerd cultuurlandschap. Dat betekent dat bij een aanvraag van een omgevingsvergunning de initiatiefnemer aantonen dat hij, net als bijvoorbeeld bij archeologie en milieu, voldoende rekening gehouden heeft met het aspect ‘cultuurhistorie’. Bij grote ontwikkelingen (zoals de aanleg van een 40 meter hoog bos) is een uitgebreid cultuurhistorisch onderzoek als onderbouwing voor het plan noodzakelijk. Dat gaat veel verder dan alleen wat archeologisch onderzoek naar Romeinse resten, dat gaat juist ook over de recente cultuurgeschiedenis van de afgelopen 250 jaar. Natuurlijk zit er altijd een zekere spanning tussen voorwaarden uit de bestemmingsomschrijving, want je kan nooit alle maatschappelijke doelen altijd naast elkaar borgen en nakomen. Daarom moet er ook specifiek naar een projectvoorstel worden gekeken en moet er specifiek een toets plaatsvinden. Waarbij er een gemotiveerd besluit moet worden genomen over een gemotiveerd voorstel. Deelconclusie 22: voor de aanleg van bos is een omgevingsvergunning nodig en de spelregels voor zo’n vergunning staan in het bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen (veegplan 2017).

Voorwaarde is dan behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuur- en landschapswaarden, inclusief de bijbehorende abiotische waarden. Het plan staat op gespannen voet met de natuur- en landschapswaarden en ook met de bijbehorende abiotische waarden.

Koester De Steendert!

| 35

7.2.

Het stukje Steendert met Agrarische bestemming

Voor een deel (zo’n 10% van het voorgenomen bomengebied) zit er agrarische bestemming op De Steendert (dit zit vooral in het westelijke deel). Ook dit gebied wil Staatsbosbeheer omvormen naar bos en voor een deel naar bebost hondenuitlaat-gebied. In onderstaande tekening is deze agrarische bestemming in rood gemarkeerd:

Voor dit deel is Artikel 4 uit het Bestemmingsplan van toepassing, dit betreft de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden”. In de bestemmingsomschrijving wordt (net als bij de bestemming “Natuur”) nadrukkelijk verwezen naar het behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige landschapswaarden. Toch is dit ook wat opmerkelijk, want het bestemmingsplan bevat ook specifieke regels voor “Agrarisch met waarden - Natuurwaarden en landschapswaarden” (artikel 5). Eigenlijk zou dit terrein daar beter bij passen. Maar goed, in het vigerende bestemmingsplan betreft dit dus relatief eenvoudige landbouwgrond met wat landschapswaarden. De bestemming wordt echter natuur (als je er bomen gaat aanplanten) en dat vergt in zichzelf een bestemmingsplanwijziging. Immers, als je bomen hebt aangeplant, past de bestemming niet meer bij het bestemmingsplan (je geeft de grondgebonden agrarische activiteiten op). Maar dan kom je in een heel ander echelon uit in de lokale wetgeving van Ruimtelijke Ordening, een bestemmingsplanwijziging duurt gemiddeld minimaal een jaar of 2. Het lijkt dan ook praktisch uitgesloten dat Staatsbosbeheer de bosaanplant plannen op de percelen met agrarische bestemming kan doorzetten.

Deelconclusie 23: het deel van het plan met de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden” zal een bestemmingsplan wijziging nodig hebben, dat vergt een veel uitgebreidere procedure dan een omgevingsvergunning.

Koester De Steendert!

| 36

8.

Andere impact voor De Steendert

Het introduceren van veel meer bomen heeft impact op verschillende aspecten. We kijken hieronder naar sociale veiligheid, agrarische belangen, het aangezicht van de bomen, recreatie, toegang, parkeren, handhaving, wandelpaden en evenementen. 8.1.

Sociale veiligheid

Een bosrijke omgeving kan ook impact hebben op de sociale veiligheid. Het huidige fietspad vormt een belangrijke fietsverbinding tussen woonkernen en worden bijvoorbeeld intensief gebruikt door leerlingen die uit Ophemert naar Geldermalsen moeten. Met name in het winterseizoen is het pas laat licht en vroeg donker. Een fietspad door of vlak langs een bos biedt een lager beschermingspotentieel tegen ongewenst gedrag dan een open komlandschap. Kort samengevat: er zal dus zeker rekening gehouden moeten worden met een ruime afstand tussen het bestaande fietspad en eventueel bos. 8.2.

Agrarische belangen

Agrariërs in de omgeving maken zich zorgen dat grote veranderingen in de aanplant van De Steendert impact zal hebben op hun bedrijfsvoering. Veel meer bomen kunnen leiden tot andere vogelsoorten en bijvoorbeeld de introductie van roekenkolonies, die schadelijk(er) kunnen zijn voor de gewassen (rondom De Steendert). Ook kunnen andere vruchtbomen infecties en gedoe opleveren voor de fruitteelt, die buitengewoon gevoelig is voor veranderingen. De balans wordt op dit moment (in huidige situatie) als goed ervaren, er is onzekerheid en argwaan om die balans om te gooien. Kort samengevat zal er nog een goede agrarische analyse gemaakt moeten worden over de impact op de agrarische activiteiten in de omgeving als we veel meer bomen willen planten. 8.3.

Aangezicht

Als we aan een bos denken, zien de meesten van ons een geheel van verschillende soorten bomen en planten voor zich. Willekeurig door elkaar, jong en oud, hoog en laag. Met fladderende vogels ertussen en zo nu en dan een wegschietend konijn. Nieuw bos wordt echter altijd in rijtjes geplant. De belangrijkste reden daarvoor? Dit is een stuk goedkoper en uiteindelijk wist de tijd alle strakke lijnen in het bos uit. Nieuw bos wordt in Nederland altijd machinaal geplant. Keurig in rijen geplante jonge boompjes associëren we niet direct met bos, zelfs niet met nieuw bos. Toch zien de meeste nieuwe bossen er zo uit, voor minimaal 15 jaar. “Daarna gaan die rijen niet meer zo opvallen”, zegt Lammert Kragt, teamleider Zaad en Plantsoen bij Staatsbosbeheer: “Bij bos moet je niet in enkele jaren denken. Als het goed is gaat het generaties lang mee.” Hij begrijpt uiteraard dat niet iedereen met het oog op de lange termijn naar bos kijkt. “De meeste mensen vinden een natuurlijk ogend bos mooier, dat heeft iets romantisch.”

Koester De Steendert!

| 37

Theoretisch is nieuw bos ook prima met de schop te planten. Dan kun je ze in een chaotischer patroon planten en oogt het nieuwe bos vanaf het begin een stuk natuurlijker. “Maar”, zegt Lammert Kragt, “daar heb je veel mensen voor nodig. Behalve het feit dat er niet genoeg mensen te vinden zijn die dat soort werk willen doen, is handmatige arbeid ook enorm duur. Machinaal kost een hectare nieuw bos aanplanten tussen de zeven- en tienduizend euro. Als je dat met de hand doet is het zeker twee keer zo duur. Dat betekent dat je met hetzelfde geld slechts de helft van het aantal bomen kunt planten.” Naast de financiële voordelen, is in rijtjes planten ook handiger voor het beheer. Lammert Kragt: “Als je wilt dat er zo snel mogelijk een volwaardig bos staat, heeft heel jong bos nog wel beheer nodig. Als er teveel boompjes tussen staan, die het niet redden, kunnen we gemakkelijker bijplanten. Ook kan het zijn dat er teveel overwoekerende struiken of kruidachtigen tussen de jonge boompjes groeien die de groei van de bomen belemmeren. Die kan je een stuk gemakkelijker weghalen als je er beter bij kunt, als ze in rijtjes staan dus.” Kort samengevat zal het aangezicht van de voorgenomen nieuwe natuur op De Steendert nog jarenlang er best belabberd bij liggen. 8.4.

Recreatie

Op dit moment is De Steendert een luw gebied uit oogpunt van recreatie. Er zijn altijd wel een handvol wandelaars die te voet genieten, maar in het weekend wordt er geen wandelpolonaise gelopen zoals in de Drunense Duinen. Auto’s, motoren en brommers zijn verboden, er loopt wel een fietspad door het gebied. Op dit moment mogen wandelaars redelijk vrij het gebied in, er wordt veel gebruik gemaakt van de zogeheten beheerpaden, die met enige regelmaat gemaaid worden. Formeel zijn dit overigens geen wandelpaden, eigenlijk bevat De Steendert op dit moment alleen een fietspad. Inwoners en Staatsbosbeheer wensen de huidige recreatie intensiteit zo te behouden. Maar als je meer parkeerplaatsen gaat aanleggen en ook honden-uitlaatstroken introduceert en picknickbanken gaat plaatsen, dan krijg je vanzelf meer verkeer, meer populariteit, meer drukte, meer noodzaak tot handhaving, meer impact op de natuur. Is dat wat we wensen met elkaar? Een intensivering? Daarin zit een complexe paradox. Over deze spanning moeten we goed met elkaar nadenken. Het kan niet zo zijn dat we maatregelen nemen om recreatie te bevorderen, om dan later weer maatregelen te moeten nemen om recreatie af te schalen, door bijvoorbeeld delen af te sluiten voor publiek. Dan schieten we in je onze eigen voet. Kort samengevat: inwoners vinden de balans die nu in De Steendert is tussen stilte en recreatie uitstekend.

Zou je deze balans willen verstoren? Staatsbosbeheer heft in het laatst gepresenteerde plan de huidige recreatieve wandelpaden langs de plassen op. Op dit moment zijn dit officieel beheerpaden, wandelen wordt daar nu gedoogd. Maar in het nieuwe plan worden de wandelpaden meer om het gebied heen gelegd, de huidige paden langs de plassen worden grotendeels verboden gebied voor de wandelaar. In praktische zin (ten opzichte van de huidige situatie) wordt de recreatie dus beperkt.

Koester De Steendert!

| 38

8.5.

Toegang

Bezoekers aan De Steendert kunnen nu relatief vrijuit wandelen over het gebied. De fietspaden zijn verhard met granulaat, daar kan je met een rolstoel ook komen. De beheerpaden hebben meer het karakter van een klompen- of laarzenpad. En er zijn vanzelf olifantenpaadjes ontstaan over en tussen de beheerpaden. Daar hoeven wat de meeste gebruikers betreft ook geen nieuwe maatregelen of verhardingen te worden aangelegd. Er leeft wel een vrees bij inwoners en gebruikers dat er door bosontwikkeling juist een beweging andersom zal ontstaan. Dat er in de toekomst, vanwege bescherming van zeldzame biodiversiteit, juist grote delen van De Steendert worden afgesloten en het wandelen eerder beperkt zal worden dan verruimd. Ronduit een angstbeeld is dat De Steendert een status krijgt van “miniOostvaardersplassen”, met een groot hek er omheen en geen toegang (meer) voor mensen. Wellicht fijn voor de dieren en planten, maar dan verliest De Steendert alle functie om natuur en buitenruimte te beleven. Samengevat wensen de meeste bezoekers aan De Steendert behoud van toegang zoals dat nu is. Dus dat je relatief overal kan komen, als je je maar gedraagt. 8.6.

Parkeren

Het parkeren voor auto’s voor bezoekers aan De Steendert is op dit moment matig geregeld. Bezoekers die met een auto aan de kant van Est aankomen, parkeren vaak op de ruime parkeerplaats van het bedrijf Berg Paprika aan de Karnheuvelsestraat (foto rechts). Doorgaans is daar voldoende ruimte, het komt zelden voor dat dit vol staat. Dit is particuliere grond, maar tot op heden biedt dit zelden knelpunten. Aan de kant van Ophemert parkeren mensen vaak op de stelplaats aan de Steendertse Uitweg (ruimte met betonplaten). Ook dit is particulier terrein, er staat niet echt een parkeerbord of zo. En het schijnt dat de agrariër die dit kleine terrein in gebruik heeft, aangegeven heeft andere plannen te hebben met die stelplaats. Daarmee gaat mogelijk alle parkeerruimte vervallen aan de kant van Ophemert voor De Steendert. Aan de noordkant van De Steendert, de Ophemertsestraat, is geen enkele parkeerruimte. Toch staan daar ook wel eens auto’s die overlast bezorgen, ze blokkeren dan de toegang tot agrarische percelen of ook de openbare weg. Samengevat is er geen parkeerprobleem aan de kant van Est. Wellicht is het wel verstandig dat Staatsbosbeheer betere afspraken maakt met Berg Paprika’s en dat de gemeente duidelijker aangeeft waar je wel en niet kan en mag parkeren.

Aan de kant van de Ophemertsestraat (noord) is er geen parkeerruimte, het zou verstandig zijn als de gemeente daar een bord plaatst dat wandelaars aan de kant van Est en Ophemert (wel) kunnen parkeren. Aan de kant van Ophemert (de Steendertse Uitweg) zullen nieuwe maatregelen getroffen moeten worden, daarvoor is ook ruimte in het veld tegenover de huidige stelplaats.

Koester De Steendert!

| 39

8.7.

Handhaving

30 jaar na de aanleg van de plassen en 12 jaar na het verplaatsen van de molen is er een lokale balans ontstaan in dit natuurgebied. Liefhebbers weten het gebied te vinden, overlast is zo goed als afwezig en de natuur kan haar gang gaan. Elke dag van het jaar is De Steendert prachtig, zowel in de stille winters als in de uitbundige zomers. De eigenaar en beheerder van het gebied, Staatsbosbeheer, heeft er tot nu toe eigenlijk nauwelijks omkijken naar. De toezichthoudende BOA (buitengewoon opsporingsambtenaar) komt zelden langs en ook de boswachter rijdt of loopt één of twee keer in de maand een kort rondje. De gemeente West Betuwe is verantwoordelijk voor het onderhoud en beheer van het fietspad, maar heeft daar eigenlijk nauwelijks omkijken naar. Wat handhaving betreft komen de BOA’s van de gemeente zelden tot nooit langs, met name omdat ze er met de auto niet kunnen komen en je met de fiets heen en weer uit Geldermalsen een uur bezig bent. Onlangs werd ook de laatste openbare prullenbak uit De Steendert verwijderd, de mensen van gemeentewerken komen nauwelijks meer in het gebied. Op dit moment houden de molenaar, omwonenden en wandelaars een oogje in het zeil. Als er wat is, dan trekken ze tijdig aan de bel en weten ze ook bij wie ze moeten zijn. Wat handhaving betreft zien we dus op dit moment een prima balans.

Maar op het moment dat we het gebruik van het gebied gaan intensiveren, met meer recreatieve voorzieningen zoals parkeren, picknickbanken, honden uitlaten, etc., dan zullen we hoe dan ook meer handhaving moeten organiseren. En zal, hoe dan ook, de overlast gaan toenemen, omdat diezelfde handhaving niet permanent in het gebied aanwezig zal zijn. Ook zijn er natuurlijk meer kosten bij gemoeid en we zien in de praktijk (bijvoorbeeld bij overlast als er geschaatst wordt op de plassen van De Steendert), dat Staatsbosbeheer en de gemeente elkaar soms wat de bal lijken toe te spelen als het gaat om handhaving. Die onderlinge afspraken zijn onvoldoende uitgewerkt. Kort samengevat is handhaving vaak een soort sluitpost op de besluitvorming over de plannen en wordt er vooraf volstrekt onvoldoende gekeken naar overlast, kosten en onderlinge afspraken. 8.8.

Regionale netwerken van wandelpaden

Officieel lopen er nu geen wandelpaden in het gebied De Steendert. Er loopt wel een verhard fietspad tussen Est en Ophemert door het gebied, dit is in onderhoud bij de gemeente West Betuwe. De meeste wandelaars maken nu gebruik van de zogeheten beheerpaden. Dit zijn paden die primair zijn aangelegd om het gebied toegankelijk te maken voor onderhoudswerkzaamheden, met name rond het water. Wandelen wordt daar gedoogd. Rondom de plassen lopen nu dit soort paden en ook langs de watergangen. Deze paden worden ook wat intensiever gemaaid dan de rest van het gebied. Het is eigenlijk best opmerkelijk dat er al 30 jaar formeel geen wandelpaden zijn, terwijl er wel zo veel wandelaars zijn. Er zijn ook geen kaarten waar deze paden opstaan, er is ook geen plattegrond bij het gebied en ook niet online. De meeste wandelaars weten proefondervindelijk wat “hun rondje” is. Bij de drie ingangen van De Steendert staan wel standaard bordjes, met de informatie dat we vrij mogen wandelen op de wegen en paden. Maar onduidelijk is waar die paden nou wel en niet lopen en wat de status is van die paden. Ook zijn er zogeheten olifantenpaadjes in het gebied. Op de borden staat ook dat er geen toegang is met loslopende honden of met paarden.

Koester De Steendert!

| 40

In de kern zijn er drie soorten officiële wandelpaden voor natuurgebieden zoals De Steendert. Dat is even los van de naam van de route van een wandelpad, zoals het Pieterpad, Gelderse struinroute, etc. Je kan een verhard wandelpad hebben, waar je bijvoorbeeld ook met een rolstoel over heen kan. Zulke paden vergen een fundering en het is vaak een flinke ingreep op het terrein om dit aan te leggen. Ook vergen dit soort paden regelmatig en kostbaar onderhoud. In feite functioneert het fietspad hier nu voor, dit pad is vrij goed toegankelijk voor rolstoelen. Daarnaast zijn er klompenpaden. Dit zijn lokale gemarkeerde wandelroutes. De klompenpaden zijn een initiatief uit 2002 van Landschap Erfgoed Utrecht en Stichting Landschapsbeheer Gelderland om het gebruik van oude en nieuwe voetpaden te stimuleren door ze met elkaar te verbinden. Inmiddels vinden we door heel Nederland klompenpaden, ook veel in Gelderland. Deze paden zijn vaak wat avontuurlijker, liefst onverhard en minder toegankelijk voor rolstoelen. Een “natte variant” op de klompenpaden zijn laarzenpaden, waar je ook op onderdelen door drassige grond gaat wandelen. Waar je dus maar beter je laarzen kan aantrekken. Juist de variant van een laarzenpad lijkt geschikt voor De Steendert, aangezien delen van het gebied vrij drassig zijn en blijven, zeker als je ook door de lagere delen wenst te lopen.

Samengevat zou het fijn zijn om van de huidige beheerpaden formeel laarzenpaden te maken. En dit ook netjes op een plattegrond aan te geven, eventueel met wandeltijden erbij. Dat vergt nauwelijks een ingreep in het gebied, hooguit het plaatsen van een paar natuurlijke paaltjes en wat borden.

8.9.

Evenementen

Zo nu en dan vinden er ineens spontane evenementen op De Steendert plaats. Vaak onaangekondigd en ook zonder toestemming, dit leidt vrijwel altijd tot overlast. Tijdens de coronatijd in 2020 waren er mensen die de lockdown regels aan hun laars wilden lappen en met 10 grote pick-up trucks het terrein opreden en daar harde dance muziek gingen draaien, drinken en dansen. Ze werden uiteindelijk door de politie gesommeerd te vertrekken, er bleef veel rotzooi achter.

Koester De Steendert!

| 41

In februari 2021 vond er plotsklaps een extreme schaatsinvasie plaats. Door een combinatie van coronamaatregelen (iedereen thuis, horeca gesloten, behoefte aan buitenontmoeting), het gevoel van “eindelijk weer eens schaatsen”, mooi weer (zonnig en goed ijs) en precies mooi ijs in het weekend, kwamen er op zaterdag 13 en zondag 14 februari 2021 naar schatting meer dan 3.000 bezoekers naar De Steendert en kreeg het gebied meer dan 1.500 auto’s te verstouwen. Aan de ene kant was dat allemaal heel spontaan, leuk en gezellig, echt heel veel schaatspret. Maar het zorgde helaas ook voor veel overlast, vervuiling en onveiligheid.

De buurtbewoners hebben na dit schaatsweekend meer dan 5 kuub aan troep opgeruimd, met veel gebroken glaswerk, plastic troep, half afgekloven eten, olievaten met verbrande zooi, kapotte schaatsen, honderden Flügel flesjes, overal kroonkurken, etc. De buurt heeft met een team van 10 bewoners meer dan 2 uur staan ruimen, de hoeveelheid rotzooi was echt bizar.

Een werkgroep, bestaande uit medewerkers van de gemeente en politie heeft daarna samen met de buurtbewoners een draaiboek opgesteld, met maatregelen die genomen worden als er weer zo’n situatie (schaatsinvasie) dreigt. Afspraak is dan het autoverkeer drastisch in te perken, door straten af te sluiten en dat ook streng te handhaven. Ook worden er dan tijdelijk extra prullenbakken geplaatst en de communicatielijnen kort gehouden via een app-groep. In oktober 2022 organiseerde jachtvereniging De Veluwehunt een zogeheten slipjacht over De Steendert. Dit evenement vond plaats zonder toestemming van Staatsbosbeheer en

Koester De Steendert!

| 42

zonder toestemming van de gemeente West Betuwe. Er trok een stoet van 40 loslopende jachthonden en 25 paarden over De Steendert. Nu is dat wel een mooi gezicht om van een afstand te zien, maar op de meeste locaties in Nederland is dit verboden omdat die loslopende honden ook nog wel eens wat echt wild te pakken nemen en de paarden een hoop schade kunnen maken aan het terrein. Formeel is De Steendert ook niet toegankelijk voor paarden, de vereniging was simpelweg in overtreding. Op Facebook verschenen onderstaande foto’s:

Samengevat biedt De Steendert soms plek aan evenementen die daar eigenlijk niet bedoeld zijn. De lijntjes tussen de buurtbewoners en de gemeente en politie zijn inmiddels vrij kort. Maar meestal is het dan mosterd na de maaltijd. Het is verstandig ogen en oren open te houden en publieks- en groepsevenementen simpelweg altijd te verbieden. 8.10. Onderhoud en veiligheid Eigendom en exploitatie van een natuurgebied brengt ook een verantwoordelijkheid rond onderhoud en veiligheid met zich mee. De trackrecord van Staatsbosbeheer voor het onderhoud op De Steendert is helaas vrij negatief. Het onderhoud is aanhoudend onder de maat, in het huidige populierenbos bijvoorbeeld wordt geen enkel onderhoud gepleegd, waardoor bramen woekeren, fauna verdwijnt en er zelfs gevaarlijke situaties ontstaan. De populieren in dit bos zijn buitengewoon wankel, het is levensgevaarlijk om in dit bos te lopen. Ook langs de Steendertse Uitweg (de slingerende half-verharde weg aan de zuidkant van de Steendert) staan verouderde populieren, waar takken loshangen en zo nu en dan een boom omwaait. De boswachter adviseert ook dit pad te mijden. In de gebiedsbijeenkomsten erkende Staatsbosbeheer ook dat de afgelopen jaren het onderhoud flink tekort heeft geschoten en dat er daardoor gevaarlijke situaties dreigen. 8.11.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/585/documents/13602