CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Tekst inspreker-ontwikkelingen in natuurgebied De Steendert.pdf

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente West BetuweBij agendapunt: 2: Raadsspreekuur20.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Koester ons natuurgebied De Steendert

Video:

Datum: 24 september 2023

Samenvatting: •

Staatsbosbeheer heeft op 29 juni 2023 een plan ingediend om natuurgebied De Steendert (gelegen tussen de dorpen Est en Ophemert) om te vormen naar een robuust bosgebied. Aanleiding is een landelijke doelstelling om meer bomen aan te planten. Wettelijk gezien moet een cirkel van 400 meter rond de molen open blijven (recht op windvang). Ongeveer de rest van het gebied wil Staatsbosbeheer nu aanplanten met bomen. Daarmee ontstaat er een aaneengesloten bomenrij van ongeveer 2 kilometer breed aan de horizon.

•

De Steendert is nu een prachtig natuurgebied met open grasland, twee plassen, een klein stukje bos en een markante molen (rijksmonument). Dit natuurgebied bevat nog veel zichtbare, doch zeer zeldzame kenmerken van het cultuurhistorische landschap van de Betuwe van voor de grote ruilverkaveling, zoals zichtbare kleine en kromme percelen en landschapselementen uit het verleden (sloten en hagen). Bij de ruilverkaveling in 1998 werd dit gebied uitgezonderd van de enorme opschaling van landbouw activiteiten en overgedragen aan Staatsbosbeheer. Met als doelen ruimte voor natuur, ruimte voor open natuurlijk grasland en behoud van het zeldzame, cultuurhistorische landschap.

•

Het landschapsontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente West Betuwe bevat als centraal doel “behoud én versterking van de kernkwaliteiten van de landschapsensembles, waarin de historie van het rivierenlandschap nog herkenbaar is”. In het LOP is de kernkwaliteit van komgebied De Steendert de openheid en de grasvlakte en het LOP stelt dat dit onderscheidend is van de rest van de omgeving. Er staat: “In De Steendert dient primair ruimte te blijven voor weidebouw, weidevogels en andere natuur. Het blijft open en onbebouwd.” De provincie Gelderland en ook het Wereld Natuur Fonds en het College van Rijksadviseurs adviseren dat open landschappen met een belangrijke cultuurhistorische waarde ongeschikt zijn als locatie voor bosuitbreiding.

•

Inwoners, ondernemers en organisaties uit het gebied hebben grote zorgen over het voorgenomen grootschalige bomenplan: het plan is te massaal en ook schadelijk voor de cultuurhistorie. Wellicht is het plaatsen van een beperkt aantal bomen best mogelijk, maar het maken van een groot robuust bos vindt een deel van de inwoners ongewenst. Dit landschap en deze unieke cultuurhistorie moeten we met elkaar juist koesteren.

Dit document bevat een uitgebreide toelichting over de plannen, achtergrondinformatie en verschillende invalshoeken. Samengevat luiden de conclusies: 1.

Koester, behoud en versterk het huidige karakter van De Steendert.

2.

Maak ruimte voor extra bomen, maar maximeer de aanplant op 10 hectare.

3.

Maak van de huidige beheerpaden officiële laarzenpaden.

Inhoudsopgave 1.

Aanleiding en plan ........................................................................................................................... 3 1.1. De eerste gebiedsbijeenkomst, 7 juli 2022 in het dorpshuis van Est .......................................... 3 1.2. De tweede gebiedsbijeenkomst op 7 december 2022 (dorpshuis van Est) ............................... 4 1.3. De derde gebiedsbijeenkomst op 19 april 2023 (dorpshuis van Ophemert) .............................. 5 1.4. Het laatste plan kort samengevat ..................................................................................................... 7 2. Bomenbeleid in Nederland .............................................................................................................. 8 2.1. Waarom willen we meer bomen in Nederland? .............................................................................. 8 2.2. Stikstofcrisis als kans voor nieuwe bossen ..................................................................................... 9 1.2. Beleid van de gemeente West Betuwe .......................................................................................... 10 2.3. Beleid van de provincie Gelderland ............................................................................................... 13 2.4.

De dynamiek tussen lokale en nationale belangen ..................................................................... 14 3. Geschiedenis van De Steendert .................................................................................................... 15 3.1. Terug in de tijd ................................................................................................................................... 15 3.2. Over de cultuur van de mensen in De Betuwe ............................................................................. 20 3.3. Impact van de ruilverkaveling.......................................................................................................... 21 3.4. Vorming van het huidige natuurgebied De Steendert ................................................................. 24 4. Financiële prikkels in dit project..................................................................................................... 25 4.1. Shell financiert bosaanplant ............................................................................................................ 25 4.2. Ook het rijk financiert bosaanleg via provinciale subsidie bosaanplant .................................... 26 5. Cultuurhistorische waarden in De Steendert ................................................................................. 27 5.1.

Lokaal erfgoed beleid ....................................................................................................................... 28 6. Biodiversiteit in De Steendert ........................................................................................................ 29 6.1. Is een bos de hoogste vorm van biodiversiteit? ........................................................................... 29 6.2. Bodemkwaliteit .................................................................................................................................. 30 6.3. Natuur in Nederland ......................................................................................................................... 31 6.4. Natuur voor natuur ............................................................................................................................ 32 7. Ruimtelijke Ordening ..................................................................................................................... 33 7.1. Huidige bestemming: met name Natuur ........................................................................................ 34 7.2. Het stukje Steendert met Agrarische bestemming ...................................................................... 36 8.

Andere impact voor De Steendert ................................................................................................. 37 8.1. Sociale veiligheid .............................................................................................................................. 37 8.2. Agrarische belangen ......................................................................................................................... 37 8.3. Aangezicht ......................................................................................................................................... 37 8.4. Recreatie ............................................................................................................................................ 38 8.5. Toegang ............................................................................................................................................. 39 8.6. Parkeren ............................................................................................................................................. 39 8.7. Handhaving ........................................................................................................................................ 40 8.8. Regionale netwerken van wandelpaden ....................................................................................... 40 8.9.

Evenementen .................................................................................................................................... 41 8.10. Onderhoud en veiligheid .............................................................................................................. 43 8.11. Maatschappelijke impact samengevat ...................................................................................... 43 9. Conclusies en aanbevelingen ........................................................................................................ 44 9.1. Waar staan we nu? ........................................................................................................................... 44 9.2. Procedures ......................................................................................................................................... 45 9.3. Wat zou je wel met elkaar moeten wensen? ................................................................................ 47 Bijlagen

Koester De Steendert!

|1

Leeswijzer Hoofdstuk 1 bevat een introductie op de plannen van Staatsbosbeheer. Het hoofdstuk schetst een beeld van de drie gebiedsbijeenkomsten die Staatsbosbeheer heeft georganiseerd over de plannen. Wat kwam daar aan de orde, welke plannen werden daar gelanceerd? Hoofdstuk 2 kijkt naar het bomenbeleid van overheden en de belangen die daarin meewegen. We zien daarin ook een complexe wisselwerking tussen nationale belangen, regionale en lokale belangen. Dit hoofdstuk gaat ook over het landschapsbeleid van de gemeente West Betuwe. Wat staat er in het huidige beleid en wie speelt welke rol in de gemeentepolitiek? Hoofdstuk 3 kijk naar de geschiedenis van natuurgebied De Steendert. Dit gebied werd al agrarisch gecultiveerd in de Romeinse tijd, zeer waarschijnlijk zelfs daar al voor. Ongeveer 30 jaar geleden heeft de ruilverkaveling een enorme impact gehad op het landschap in De Betuwe. Ook bevat dit hoofdstuk achtergrond over de mensen in dit gebied: hoe is hun cultuur opgebouwd? De inwoners vormen immers het cultuurhistorisch fundament van het gebied. Hoofdstuk 4 geeft een beeld van de financiële belangen en prikkels die op de achtergrond spelen, met een focus op de lucratieve deal die Staatsbosbeheer en Shell in 2021 sloten, en een beeld van de financiële prikkels van de Provincie Gelderland.

Hoofdstuk 5 richt zich op de Poldermolen in het gebied en gaat ook over het cultureel erfgoedbeleid van de gemeente. Hoofdstuk 6 gaat over de biodiversiteit en hoofdstuk 7 kijkt naar de Ruimtelijke Ordening. Hoofdstuk 8 behandelt andere aspecten, zoals sociale veiligheid, agrarische belangen, aangezicht, recreatie, toegang, parkeren, handhaving, wandelpaden en evenementen. Hoofdstuk 9 tenslotte bevat conclusies en aanbevelingen. We kijken we waar we nu staan: wat is er wel en niet gewenst? Dit slothoofdstuk bevat ook drie concrete aanbevelingen. De bijlagen bevatten een overzicht van betrokken organisaties en berichten uit de pers.

Colofon Dit document is op persoonlijke titel geschreven door Melvin Könings (inwoner van Ophemert). Hij heeft als doel om de kernkwaliteit van het natuurgebied De Steendert te koesteren, te behouden en te versterken. Foto’s in dit document zijn ofwel zelf gemaakt door Melvin Könings, ofwel aangetroffen in openbare publieke documenten. Alles van deze uitgave mag worden gereproduceerd en/of vermenigvuldigd zonder schriftelijke toestemming van de auteur, opdat kennis en informatie over natuurgebied De Steendert zich breder kan verspreiden. Contactinformatie: Melvin Könings, melvin@mkunlimited.nl, 06 4262 7976

Koester De Steendert!

|2

1.

Aanleiding en plan

Staatsbosbeheer heeft in 2022 aangekondigd natuurgebied de Steendert om te willen vormen naar een robuust bos blok. Belangrijkste aanleiding en leidmotief is de landelijke doelstelling om meer bomen aan te planten in Nederland (dit is een landelijke opgave). In dat kader heeft Staatsbosbeheer vanuit landelijk perspectief in 2022 gekeken naar mogelijke ontwikkellocaties voor nieuw bos en daar is (onder meer) De Steendert uitgerold. Als aanvullende redenering voert Staatsbosbeheer nu ook aan dat met de aanplant van een aaneengesloten bos mogelijk de biodiversiteit verbeterd kan worden. En gelijktijdig met het voorgenomen bomenplan, wil Staatsbosbeheer het gebied een impuls geven met nieuwe wandelpaden, parkeerplaatsen en een uitlaatgebied voor honden. Om de bosplannen voor De Steendert toe te lichten heeft Staatsbosbeheer drie keer een openbare gebiedsbijeenkomst georganiseerd. We kijken hieronder naar dat proces. 1.1.

De eerste gebiedsbijeenkomst, 7 juli 2022 in het dorpshuis van Est

Op deze eerste bijeenkomst kwamen circa 45 belangstellenden af. De centrale boodschap van deze eerste bijeenkomst was onduidelijk. De avond begon met een presentatie van Staatsbosbeheer zelf, waarbij alleen impliciet de boodschap werd gebracht dat Staatsbosbeheer een wens heeft meer bomen aan te planten. Inhoudelijk werd dit echter niet onderbouwd, wel kwamen er argumenten naar voren als “een bos geeft misschien meer biodiversiteit dan een open komgrond, maar we weten dat ook nog niet goed”. Daarna kregen inwoners en betrokkenen aan kleinere werktafels een soort vrije hand om hun beelden voor de toekomst van De Steendert te schetsen. Strategie, aanleiding en onderbouwing ontbrak tijdens de eerste gebiedsbijeenkomst, evenals de kennis over de plaatselijke windbiotoop van de monumentale molen, over de historische achtergrond van het gebied en de uitvoerige publieke financiering van - en rolverdeling in de huidige situatie. Wel presenteerde Staatsbosbeheer een aantal fotomontages, dat met een handvol nieuwe bomen het zicht op kassen en moderne windmolens beperkt kon worden. Deze montages zagen er als volgt uit:

Koester De Steendert!

|3

Bewoners en geïnteresseerden kregen vervolgens viltstiften en landkaarten, waarmee ze zelf mochten intekenen, waar bomen of activiteiten zouden kunnen mogen komen. Ook werd aangekondigd dat er een landschapsarchitect aan het werk zou gaan met de opdracht “er wat moois” van te maken en dat er nog onderzoeken naar archeologie en biodiversiteit zouden gaan plaatsvinden. De gesprekken aan de tafels leverde een buitengewoon divers beeld op. Aan verschillende tafels was de conclusie “we tekenen geen bomen in, want daar hebben wij geen behoefte aan”. Aan andere tafels werd getekend aan nieuwe wandelpaden en bijvoorbeeld recreatiemogelijkheden voor de plassen. Qua thematiek mocht het over alles gaan, dus werd er ook gemopperd over loslopende honden en hondenpoep, berenklauw, parkeerproblemen en lekke fietsbanden. Algemeen beeld van deze eerste bijeenkomst was dat vrijwel niemand principieel iets heeft tegen wat extra bomen, maar dat bijna alle aanwezigen natuurgebied De Steendert waarderen en vooral willen behouden zoals het nu is. Deelconclusie 1: tijdens de eerste gebiedsbijeenkomst was bijna niemand van de aanwezigen uit op nieuwe, grootschalige bos-ontwikkelingen. Dit was ook niet het onderwerp van gesprek. Bijna alle aanwezigen vonden natuurgebied De Steendert vooral mooi en fijn zoals het gebied nu is.

1.2.

De tweede gebiedsbijeenkomst op 7 december 2022 (dorpshuis van Est)

In deze bijeenkomst ontvouwde Staatsbosbeheer voor het eerst nieuwe bosplannen. Eerst kwam er uitgebreid een archeoloog van het Regionaal Archief Rivierenland uitgebreid aan het woord die een wazige toelichting kwam geven over de Romeinse geschiedenis van het gebied. Op inhoudelijke vragen kon hij nauwelijks antwoord geven, want hij gaf ook toe dat hij (1) nog nooit in zijn leven in De Steendert was geweest en (2) niet betrokken was geweest bij deze opgravingen. De cultuurgeschiedenis na de Romeinse tijd kwam verder niet aan de orde. Aansluitend op de archeologische inleiding presenteerde Staatsbosbeheer een plan, inclusief een nieuwe ingetekende kaart. Het plan zag er op 7 december 2022 als volgt uit:

Koester De Steendert!

|4

Kort samengevat: ruwweg een derde van de Steendert zou open natuurlandschap blijven, dit was een cirkel van 400 meter rondom de molen, rechtsboven op de kaart. Dit moet ook, vanwege de wettelijke eisen aan de windbiotoop van de molen. De rest van De Steendert zou een robuust blok nieuw bos moeten worden. Met aan de kant van Est een stukje terrein voor vrije hondenuitloop. Ook zouden er aan de kant van Est en de kant van Ophemert enkele parkeerplaatsen komen. Optioneel zou er misschien een wandelpad door het gebied gaan lopen, maar dat was op dat moment nog niet zeker en afhankelijk van externe financiering. Staatsbosbeheer gaf dus duidelijk aan De Steendert waar mogelijk en zo vol mogelijk met bomen te willen beplanten. Alleen het molengebied (molenbiotoop) zou gespaard worden (wettelijke verplicht) en open gebied blijven. Dat kwam trouwens ook niet zo slecht uit, want de ene helft van die molenbiotoop bestaat uit plassen en de andere helft wordt langdurig gepacht voor kleinschalige biologische teelt van onder meer pompoenen (afkoop van dat contract zou vrij prijzig zijn). Ook gaf Staatsbosbeheer aan dat de plannen besproken waren met de provincie en de gemeente en dat deze overheden enthousiast op deze plannen hadden gereageerd. Achteraf bleek dit onjuist en voorbarig.

Natuurlijk zijn er wel bomenspecialisten van deze decentrale overheden die enthousiast reageren als er bomenplannen komen, maar dat betekent nog (lang) niet dat die overheden dan akkoord zijn met de aanleg van een robuust blok bos, omdat er nog veel meer belangen spelen, zoals cultuurhistorie, ruimtelijke ordening, landschapsontwikkeling en publieke financiering (subsidies). Aansluitend op de presentaties mochten deelnemers weer met viltstiften en landkaarten aan kleine werktafels gaan zitten en hun inbreng leveren naar elkaar. Hier werd echter (wederom) nauwelijks verslag van gedaan, commentaar en genoemde bezwaren werden niet of nauwelijks opgeschreven. Er was ook geen gezamenlijke afloop of conclusie of iets dergelijks. Deelconclusie 2: tijdens de tweede gebiedsbijeenkomst werden aanwezigen overvallen met een grootschalig bosplan. Er werd gemeld dat overheden positief meewerken aan deze plannen, dit was onjuist en voorbarig.

1.3.

De derde gebiedsbijeenkomst op 19 april 2023 (dorpshuis van Ophemert)

In de loop van december 2022 en in het eerste kwartaal van 2023 kwamen er steeds meer berichten in de pers over het plan van Staatsbosbeheer. Ook besteedde de regionale omroep SRC aandacht aan de plannen, met een documentaire met voor- en tegenstanders van de plannen. Deze documentaire is zeker het kijken waard (volg de link). In samenwerking met de Dorpstafel Ophemert organiseerde Staatsbosbeheer op 19 april 2023 een derde gebiedsbijeenkomst, nu om het meer definitieve plan te presenteren. Ongeveer 75 mensen waren hierbij aanwezig. Deze avond begon met een inleiding van Albert Vliegenthart (ecoloog en werkzaam bij de nationale Vlinderstichting) over biodiversiteit. Zijn kernboodschap was dat biodiversiteit geen wedstrijd is (ook arme grond kan wenselijke biodiversiteit hebben) en dat je ontwikkelingen altijd in een breder kader moet bekijken, met verschillende invalshoeken en belangen. Daarna nam projectleider Linde Gommers van Staatsbosbeheer het woord. Zij begon haar presentatie met een reactie op geluiden in de pers en op social media over de motivatie van Staatsbosbeheer om bomen te planten in de Steendert. Staatsbosbeheer heeft de opdracht gekregen van de overheid om heel veel extra bomen te planten in Nederland, dat is waar Staatsbosbeheer voor wil gaan. Die opdracht is voor Staatsbosbeheer leidend en plannen moeten vervolgens lokaal ingepast worden.

Koester De Steendert!

|5

Vervolgens presenteerde Linde Gommers de “nieuwste” versie van het plan. Wat betreft “boomvolume” was de enige aanpassing het open laten van een klein perceel linksboven op de kaart (tegen de kassen van Est aan). De bewoners die daar vlakbij zit behoudt daarmee vrij uitzicht, maar krijgt wel verkeer en een nieuwe parkeerplaats voor de deur:

Na een uitleg over de laatste versie van het plan bestede Linde Gommers aandacht aan vragen en suggesties die in de afgelopen maanden bij Staatsbosbeheer waren binnengekomen en de positieve of negatieve beslissingen die zij daarover hebben genomen. Voorbeelden zijn het verwijderen uit het plan van een bepaalde boomsoort (meidoorn) uit het plan vanwege een gevaar voor de omliggende fruitteelt. En ook was er toelichting over het afwijzen van de wens om de Steendert open te stellen voor ruiters.

Tijdens de pauze werden er vragen verzameld, die na de pauze werden behandeld in een plenaire sessie. Toen er uit de zaal kritiek kwam op de gemeente kwam dat de gemeente zich er tot op heden weinig mee bemoeid zou hebben, kwam er een duidelijke reactie van één van de aanwezige gemeenteraadsleden: zo werkt het proces niet. Staatsbosbeheer is de eigenaar van de grond en is vrij om een conceptplan te ontwikkelen. Zij moeten dan het conceptplan indienen bij de gemeente voor toestemming, de gemeenteraad zal er dan over beslissen. Pas als er echt een plan is ingediend, is de gemeente betrokken, en niet eerder. Er waren diverse raadsleden aanwezig die met grote interesse de gesprekken volgden.

Koester De Steendert!

|6

Op een opmerking uit de zaal dat de zichtbaarheid van de agrarische cultuurhistorie van het gebied ernstig wordt aangetast, merkte Staatsbosbeheer op dat deze zichtbaarheid door aanleg van bos inderdaad zal verdwijnen, maar dat de kavelstructuur nog op de papieren landkaart traceerbaar zou blijven. Een ander duidelijk kritiekpunt uit de zaal was dat dit plan vooral “natuur voor natuur” realiseert. Fijn dat we nieuwe natuur gaan aanleggen (wie kan daar op tegen zijn?), maar we offeren daar evenveel natuur voor op. Netto schiet de natuur daar nauwelijks iets mee op, aldus de vertegenwoordiger van de Stichting tot behoud van het Lingelandschap. Ook de raadsleden gaven aan dat dit een kromme situatie is, zeker gezien de recente ontwikkelingen met landbouwhervormingen, waarbij er waarschijnlijk aanzienlijk meer ruimte komt voor natuurontwikkeling in Nederland. Aan het eind van de avond erkende Staatsbosbeheer dat een verandering van de Steendert niet door iedereen als een verbetering wordt gezien. Ook erkende Staatsbosbeheer eerlijk dat er door het plan bepaalde aspecten verloren zullen gaan, zoals de cultuurhistorische waarde van het landschap. Maar het was ook duidelijk dat Staatsbosbeheer van mening bleef dat de voordelen voor Staatsbosbeheer veel groter zijn dan de nadelen en dat zij volledig achter hun plan (blijven) staan.

Deelconclusie 3: ondanks de lokale bezwaren zoals opgekomen tijdens en na de gebiedsbijeenkomsten, lijkt Staatsbosbeheer vast te houden aan het plan om het natuurgebied De Steendert waar mogelijk vol te zetten met bomen.

1.4.

Het laatste plan kort samengevat

Een paar belangrijke elementen uit het (waarschijnlijk definitieve) plan: •

•

•

•

•

•

Staatsbosbeheer houdt onverkort aan het plan voor grootschalige bosaanplant (circa 37 hectare, mogelijk fractie minder door openhouden klein perceel bij Est). Met dit plan ontstaat er vanuit het noorden (vanaf de A15) gezien en vanuit het zuiden gezien (vanuit Ophemert) een rij van 2 kilometer breed aan bosblok. Het zichtbare open groene landschap verdwijnt, evenals de ruimte voor weidebouw, weidevogels en natte natuur. Ook de zichtbare historische kavelindeling uit de middeleeuwen (agrarische cultureel erfgoed in het landschap) zal verdwijnen. Staatsbosbeheer erkent dat het plan in strijd is met het landschapsontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente West Betuwe. Wat Staatsbosbeheer betreft zijn de nationale belangen (meer bomen) belangrijker dan de lokale belangen (behoud van cultuurhistorie en breed lokaal draagvlak). Landschap is een kwestie van smaak, aldus Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer geeft aan dat er grootschalige lijnbeplanting van bomen zal worden toegepast, omdat deze vorm van aanleg economisch voordeliger is. Het bos wordt deels populieren en deels eik/beuken. De molen kan blijven draaien (er is ruimte voor de wind), maar de functie van de molen (het permanent nathouden van het gebied) verdwijnt. Het plan voorziet voor maar een heel klein deel nat grasland en nat bos. De molen krijgt dus vooral een show-functie, de operationele functie van de molen verdwijnt.

Staatsbosbeheer heft de huidige recreatieve wandelpaden langs de plassen op. Op dit moment zijn dit beheerpaden, wandelen wordt daar nu gedoogd. Maar in het nieuwe plan worden de wandelpaden vooral langs de rand van het gebied gelegd, de huidige paden langs de plassen worden grotendeels verboden terrein voor de wandelaar. In praktische zin wordt het wandelen (ten opzichte van de huidige situatie) dus flink beperkt.

Koester De Steendert!

|7

2.

Bomenbeleid in Nederland

In dit hoofdstuk kijken we naar het bomenbeleid van overheden en de belangen die daarin meewegen. We zien daarin ook een complexe wisselwerking tussen nationale belangen en lokale belangen. 2.1.

Waarom willen we meer bomen in Nederland?

Ontbossing wordt veroorzaakt door veranderingen in landgebruik. Bomen worden bijvoorbeeld gekapt om bijvoorbeeld open natuur te creëren, zoals heidelandschappen, maar ook voor het aanleggen van woonwijken en het verbreden van wegen. De afname van de totale hoeveelheid bos in Nederland is zorgelijk. Het is goed dat overheden en organisaties samenwerken om te kijken of er nieuw bos mogelijk is. In het Klimaatakkoord werd afgesproken dat het Rijk en de provincies samen een Bossenstrategie opstellen. Deze bossenstrategie werd in 2020 vastgesteld en hierin hebben Rijk en provincies ambities en doelen benoemd voor bossen in Nederland. Ook heb ze in beeld gebracht op welke wijze deze ambities vorm kunnen krijgen. Planning en financiering van de plannen zijn nog wat ongewis, daaraan wordt nog gewerkt. Doel is te verkennen hoe Nederland in 2030 10% meer bos dan in 2020 kan realiseren. Daarmee zou de bosomvang in Nederland kunnen groeien naar ongeveer 407.000 hectare. Dat betekent een gewenste toename van ongeveer 37.000 hectare bos. Het rijk en de provincies verbonden zich in 202 echter aan een toename van ruim 18.000 hectare bos, met een verkenning naar de mogelijkheden voor een aanvulling met 19.000 hectare extra bos. De rijksoverheid heeft dus samen met landelijke partijen een bossenstrategie vastgesteld.

In de nationale bossenstrategie werd nadrukkelijk een advies van de Rijksadviseurs opgenomen dat open landschappen met een belangrijke cultuurhistorische waarde niet geschikt zijn als locatie voor bosuitbreiding. Zo staat op pagina 11 van de bossenstrategie: In bestaande open landschappen of landschappen met een belangrijke cultuurhistorische waarde is het voorstelbaar om terughoudend te zijn met bosuitbreiding (met een verwijzing naar het rapport van het College van Rijksadviseurs “Landschap Versterken met Bomen en Bos”” uit 2020).

De Steendert is zowel door de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe, als door de provincie Gelderland aangewezen als belangrijk open komgrond gebied. Volgens de nationale Bossenstrategie komen alleen locaties in aanmerking waar de huidige vegetatietypen een lage ecologische verwachting hebben, zoals graslanden met een overmaat aan voedingsstoffen. Overgangszones rond natuurgebieden en zones rondom steden en dorpen zijn geschikte plaatsen. Ook in beekdalen, langs de grote rivieren en in veengebieden zouden zich verschillende bostypen kunnen ontwikkelen. Open landschappen met een belangrijke cultuurhistorische waarde zijn echter in principe ongeschikt als locatie voor bosuitbreiding (IPO & LNV, 2020). In de publicatie van LNV & IPO (2020) “Bos voor de toekomst” staat: De Bossenstrategie wordt ingezet als maatregel voor klimaatmitigatie. Verbetering van ons leefmilieu en verhoging van de biodiversiteit zijn daarin maatgevend. Het verbeteren van de landschappelijke kwaliteit en het aansluiten bij en versterken van landschappelijke kernkarakteristieken beschouwen we daarbij als randvoorwaardelijk.

Deelconclusie 4: het plan van Staatsbosbeheer is in strijd met de landelijke bossenstrategie. Nadrukkelijk onderdeel van die landelijke bossenstrategie is om bosuitbreiding in gebieden van cultuurhistorische waarde te vermijden.

Koester De Steendert!

|8

2.2.

Stikstofcrisis als kans voor nieuwe bossen

Het kan niemand ontgaan zijn dat Nederland is verzeild geraakt in een grootschalige stikstofcrisis. Bouwen, wonen en het aanleggen van wegen staan enorm onder druk. De landbouw sector speelt hierin een belangrijke rol. De rijksoverheid heeft aangekondigd veeboeren “woest aantrekkelijk” te gaan uitkopen, onlangs heeft de Europese Commissie daarvoor toestemming gegeven. Dat is allemaal onderdeel van de strategie van landbouwtransitie, op weg naar een meer duurzame landbouw met kortere ketens, ook wel kringloop landbouw genoemd. Hoewel dit politiek gezien nog erg gevoelig ligt, is een onmiskenbaar doel van de voorgenomen landbouwtransitie om de Nederlandse veestapel te reduceren, dat staat impliciet en expliciet in alle plannen en rapporten. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat een boer zijn veehouderij verkoopt en daar ruimhartige financiële compensatie van de overheid voor krijgt, waarbij vervolgens een andere boer op precies dezelfde locatie weer een even grote veehouderij gaat starten (met dezelfde stikstofproblematiek). Die locatie en grond zal dus expliciet voor een ander doel gebruikt moeten worden. Dat zal voor een deel waarschijnlijk voor meer extensieve veehouderij zijn (meer ruimte voor dieren), of voor andere agrarische activiteiten.

Maar evengoed kan ook de vrijgevallen grond (voor een beperkt maar toch belangrijk deel) gebruikt worden voor natuurontwikkeling. Anders gezegd: de komende jaren gaat er naar verwachting veel agrarische grond vrijvallen voor natuurontwikkeling. De overheid kan dan ook werk met werk maken en dat brengt ook veel kansen voor de ontwikkeling van nieuwe bossen of kleinere bospercelen. En dan heb je geen natuur voor natuur, maar echt de ontwikkeling van nieuwe natuur. Deelconclusie 5: de komende jaren komen er veel kansen voor nieuwe natuur, bijvoorbeeld door de grootschalige landbouwhervormingen.

Los van die actuele ontwikkelingen rond de landbouw en nieuwe kansen kijkt Staatsbosbeheer zelf voortdurend naar haar eigen terreinen waar meer bos gecreëerd kan worden. De eigen doelstelling van Staatsbosbeheer is om de komende jaren 5.000 hectare nieuw bos aan te planten, een groei van 95.000 naar 100.000 hectare op de huidige gronden van Staatsbosbeheer (ruwweg 5%). Veengronden bijvoorbeeld moeten natter worden (om verdroging en klimaateffecten te voorkomen). Landbouw wordt daar dus moeilijker, Staatsbosbeheer ziet daar ideale groeiomstandigheden voor nieuwe veenbossen, een type bos dat nu schaars is in Nederland. En langs de rivieren is bijvoorbeeld ruimte voor ooibossen, een ander schaars bostype. Ook kijkt Staatsbosbeheer naar ‘boskansen’ rond steden. Stedelijke ontwikkeling in combinatie met de aanleg van (recreatie)bos levert groene metropolen op, die ecologische waarde hebben en die stadsbewoners een gezondere, groenere leefomgeving bieden. Ook organisaties als Rijkswaterstaat en de waterschappen hebben nog veel percelen waar bomen aangeplant kunnen worden. Natuurlijk kost dat ook geld (aanleg en onderhoud), maar op zich heeft Nederland veel potentie om meer bomen aan te planten. Deelconclusie 6: naast de kansen voor nieuwe natuur door de voorgenomen grootschalige landbouwhervormingen, zijn er ook volop boomaanplant kansen in veengronden en rond het stedelijk gebied.

Koester De Steendert!

|9

1.2.

Beleid van de gemeente West Betuwe

De wensen naar- en strategieën voor bossen zijn aan de orde op een hoger overheidsniveau, bij landelijke en provinciale overheden en organisaties. Op lokaal niveau, en in dit geval in de gemeente West Betuwe, is er geen integraal bomenplan of bomenbeleid. Er is wel een gemeentelijk groenbeheerplan met als thema: bomen 2021 t/m 2025, maar dit gaat alleen over de “eigen” bomen van de gemeente en is vooral gericht op onderhoud en kosten. Dit bomenplan van de gemeente bevat geen groeiambitie. Sterker nog, de boodschap aan het publiek bij het vaststellen van dit plan was juist dat het aantal bomen van de gemeente verminderd zou gaan worden, in verband met veiligheid en het bezuinigen op de kosten van onderhoud. De gemeente West Betuwe waakt als lokale overheid wel over de landschapsontwikkeling. In 2008 hebben de toenmalige drie gemeentes Lingewaal, Geldermalsen en Neerijnen (die later opgingen in de gemeente West Betuwe) samen een Landschaps-Ontwikkelings-Plan (LOP) opgesteld en vastgesteld. In maart 2023 heeft de (nieuwe) gemeente West Betuwe een actualisatie van het LOP vastgesteld. Het LOP is als beleidsstuk een handvat om ruimtelijke ontwikkelingen landschappelijk verantwoord plaats te laten vinden. Daarnaast geeft een LOP inspiratie voor projecten om landschappelijke structuren te versterken.

Het LOP bevat ook een uitvoeringsprogramma met daarin projecten waarmee de doelen die zijn beschreven behaald kunnen worden. Ook is er aandacht voor actuele thema’s, denk aan energie, klimaat, circulair, kringlooplandbouw, woningbouw, biodiversiteit en natuur-inclusiviteit. Het LOP is een beleidsnota waarin het lokale landschapsbeleid wordt vastgelegd. Het plan stuurt aan op een aantrekkelijk landschap dat, naast mogelijkheden voor een vitale economie, rust en ruimte biedt. Het hoofddoel van het oude èn het nieuwe LOP is samen te vatten als: “Bescherm de erkend waardevolle elementen in het landschap, maar ontwikkel ook actief nieuwe kwaliteiten in dit landschap. Bestaande kwaliteiten worden ingezet bij toekomstige ontwikkelingen en dragen bij aan een cultuurhistorisch landschap waar het goed werken, wonen en recreëren is.” In het huidige LOP staat De Steendert omschreven als een komgebied dat zich onderscheidt van de rest van de omgeving door de openheid, de grasvlakte en de wegen die erin doodlopen. Uitgangspunt voor dit gebied: “laat de wegen doodlopend en de kom open. In deze gave open kom dient primair ruimte te blijven voor weidebouw, weidevogels en andere natuur. Het blijft open en onbebouwd. Het is juist een kernkwaliteit dat de wegen hier nog doodlopen in de leegte van de kom, enkel toegankelijk gemaakt via een fietspad.

Het bos in het kommetje is in eigendom en beheer van het Staatsbosbeheer. Verrommeling van de randen moet worden voorkomen. De landbouwsector zal er samen met het waterschap in moeten slagen oplossingen te vinden voor waterberging in de haarvaten van het watersysteem.” Tijdens de gebiedsbijeenkomsten was de reactie van Staatsbosbeheer op de voorgenomen wijziging van de cultuurhistorische waarde van het gebied als volgt: “we zullen de kavelgrenzen niet verwijderen, deze zullen op de papieren landkaart zichtbaar blijven”. Kort samengevat staan de opvattingen van Staatsbosbeheer haaks op de uitgangspunten van het LOP.

Koester De Steendert!

| 10

De gemeente West Betuwe heeft dus in 2023 een actualisatie van het LOP vastgesteld. Hierin staat letterlijk als doel “behoud én versterking van de “kernkwaliteiten van de landschapsensembles waarin de historie van het rivierenlandschap nog herkenbaar is”. Daarnaast is het kerndoel van het LOP om “de waarde van het Betuwse landschap voor de omliggende stedelijke gebieden te etaleren met een groots, open, groen weids stromenland.” Deze doelen (uit 2008) over De Steendert (ruimte voor weidevogels, het gebied blijft open en onbebouwd) is nadrukkelijk overgenomen in het nieuwe LOP van 2023. We zien hier dus uit landschapsoptiek twee kernzaken. Ten eerste het behoud van de cultuurhistorische waarde van het gebied, dus het visueel herkenbaar houden van de oorspronkelijke verkaveling van het gebied. Natuurgebied De Steendert werd doelbewust buiten de ruilverkaveling gehouden en geeft een uniek cultuurhistorisch beeld van de kleinschalige landbouwpercelen van vroeger. Dit landschap biedt visueel zicht op de zogeheten landschapsensembles waarin de cultuurhistorie van het rivierenlandschap nog herkenbaar is. Dat moeten we met elkaar koesteren, bewaren en bewaren met elkaar (volgens het LOP). Ten tweede vraagt het LOP om het behoud van een groots, open, groen weids stromenland. Met andere woorden: het zichtbaar open houden van het gebied, als zichtbaar en herkenbare komgrond.

Niet alleen uit cultuurhistorische waarde (dat je nog op een plek kan zien hoe het landschap vroeger was) maar ook ter bescherming van het brede open komlandschap, in samenspel met de rest van de omgeving (oeverwallen, dorpen en rivieren).

Impressie van een brede bosrand aan de horizon (en het verdwijnen van een groots open weids stromenland)

Bomen groeien in Nederland doorgaans tot 30 meter hoog, soms tot 40 meter. Dat is hoog en massaal in het landschap van De Betuwe, zeker als de bosrand (zoals voorgenomen) 2 kilometer breed is. Een aaneengesloten bos-blok, dat noordwaarts en zuidwaarts een front van 2 kilometer heeft, past niet in de cultuurhistorie van het open groene landschap. Dit soort brede en hoge landschapselementen zien we niet terug in de geschiedenis van het rivierenlandschap in de afgelopen duizenden jaren. Er waren historisch gezien altijd wel bomen, maar altijd maar in relatief kleine plukjes en percelen, nooit aaneengesloten. Ook op dit onderdeel is het voorgenomen plan van Staatsbosbeheer dus nadrukkelijk in strijd met het bestaande en nieuwe LOP van de gemeente West Betuwe. Deelconclusie 7: het voorgenomen plan voor aanplant van een robuust bos-blok is in strijd met het recent vastgestelde Landschapsontwikkelingsplan van de gemeente West Betuwe.

Koester De Steendert!

| 11

Bij de behandeling door de gemeenteraad van het LOP op dinsdag 28 maart 2023, werd politiek lang stilgestaan bij de functie en status van het LOP en de manier van besluitvorming. Er was verwarring over de status van het LOP en om dit nader te duiden heeft het college aangegeven dat dit LOP een inspiratie- en visiedocument is en nadrukkelijk geen toetsingskader is voor vergunningverlening. Het document dient meer als “voorstel” met betrekking tot de inrichting of handhaving van het landschap bij beleidsdocumenten en omgevingsplannen. Wat betekent dit nou concreet? Een bestemmingsplan geeft relatief harde kaders mee voor vergunningverlening aan het gemeentebestuur en bijvoorbeeld de Omgevingsdienst; de status en werking van het LOP is wat meer diffuus. Maar ook niet vrijblijvend, want zodra bijvoorbeeld een bestemmingsplan verwijst naar landschappelijke waarde, kan het LOP weldegelijk fungeren als nadere toelichting op die landschappelijke waarde. Een gemeenteraad stelt immers niet voor niet een LOP op. Maar je kan als gemeente dus wel relatief makkelijker afwijken van uitgangspunten uit het LOP, als je dat maar wel gemotiveerd doet. De gemeenteraad van West Betuwe besloot op dinsdag 28 maart 2023 vrijwel unaniem tot het volgende amendement op het LOP: 1. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) West Betuwe 2023 is een visie- en inspiratiedocument; 2.

Het LOP gebruiken we niet als een toetsingskader bij het verlenen van bijvoorbeeld (omgevings-) vergunningen of vergelijkbare beschikkingen aan belanghebbenden, ondanks dat dit op bladzijde 58 (en andere plaatsen) wel wordt gesuggereerd; 3. Het LOP, tezamen met de zeven bijbehorende landschapsensembleboeken, vatten we op als een aanvulling op het LOP uit 2008; 4. De nadere invulling van het gewenste landschap bij beleidsontwikkeling of/en omgevingsplannen legt het college voor aan de gemeenteraad ter advisering of ter besluitvorming; 5. Als onderdeel van deze nadere invulling vooraf een verdiepend overleg te hebben met inwoners, (agrarisch)bedrijfsleven, belangengroepen etc.

Het landschapsontwikkelingsplan (LOP) werd op 28 maart 2023 door de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe dus opnieuw vastgesteld. De gemeenteraad van West Betuwe heeft daarbij bedongen dat afwijkingen van het LOP (in voorgenomen besluiten rond omgevingsplannen) door de gemeenteraad moeten worden besproken, beoordeeld en besloten. Het voorgenomen project van Staatsbosbeheer vraagt op onderdelen een wijziging van het bestemmingsplan (een deel van de grond het landbouw als activiteit en moet worden omgezet naar natuur). Logischerwijze zal het plan dus sowieso ook aan de gemeenteraad moeten worden voorgelegd. Deelconclusie 8: op lokaal politiek niveau is nadrukkelijk afgesproken dat plannen die in strijd zijn met het LOP ter advies of besluitvorming aan de gemeenteraad worden voorgelegd.

Daarnaast heeft de gemeente West Betuwe in 2021 een nieuw erfgoedbeleid vastgesteld (zie paragraaf 5.1.) en moet de gemeente West Betuwe vanaf 1 januari 2024 zich ook houden aan de nieuwe spelregels van de nieuwe (nationale) Omgevingswet, waarin bijvoorbeeld veel meer waarborgen zijn opgenomen over participatie. De wethouder van West Betuwe heeft in de pers overigens al aangegeven dat het bosplan alleen bekeken zal worden als er draagvlak in de omgeving is.

Koester De Steendert!

| 12

2.3.

Beleid van de provincie Gelderland

De provincie Gelderland voert (wel) actief beleid om meer bomen aan te planten. De provincie verstrekt bijvoorbeeld subsidies aan beheerders voor het beheer van bos (via het rijk gefinancierd). Echter, beleidsmatig gezien wil de provincie op graslanden waar beperkt biodiversiteit is alleen bomen aanplanten, onder de nadrukkelijke voorwaarde dat alternatieve inrichtingsmaatregelen geen soelaas bieden voor het vergroten van de biodiversiteit. De provincie wil in het kader van het Gelders Natuur Netwerk circa 1.200 hectare laten aanplanten. Terreinbeheerders mogen voorstellen indienen en ook Staats bosbeheer heeft dergelijke voorstellen opgesteld voor enkele honderden extra hectares bos in Gelderland. Wat de provincie betreft kunnen terreinbeheerders er ook voor kiezen om bos te laten ontstaan door graslanden te laten verruigen. Ook is het realiseren van half open bossen bespreekbaar, dat is eveneens goed voor de biodiversiteit (aldus de Provincie Gelderland in het Uitvoeringsprogramma Bomen en Bos uit 2020).

Opmerkelijk is dus dat de provincie Gelderland bepaalt dat (1) de aanplant van een half open bos de biodiversiteit doorgaans verbetert en (2) het vol zetten van graslanden met bomen uitsluitend toegestaan is als alternatieve inrichtingsmaatregelen (zoals het aanplanten van een half open bos of het aanleggen van poelen) geen soelaas bieden voor het vergroten van diezelfde biodiversiteit. Anders gezegd: de provincie wil dat terreinbeheerders die bomen op graslanden willen aanplanten, eerst een half open bos moeten realiseren; ze moeten dan kijken wat dat met de biodiversiteit doet, dat goed evalueren en alleen als de biodiversiteit dan onvoldoende verbeterd is, pas dan kan de aanplant van een bos worden overwogen. In juni 2023 presenteerde de provincie Gelderland een nieuw coalitieakkoord. Het nieuwe politieke bestuur wil doorgaan met het lopende beleid om de biodiversiteit te versterken buiten natuurgebieden, met bijvoorbeeld ecologisch verantwoord bermbeheer en vergroenen van bedrijventerreinen en steden. Ook wil het nieuwe provinciebestuur doorwerken aan het plan voor meer bomen en bos in Gelderland. Echter, daarbij wordt nadrukkelijk aangetekend dat nieuwe boomgebieden en bossen geen natuurstatus zullen krijgen en waar mogelijk gecombineerd moeten worden bijvoorbeeld als onderdeel van nieuwe woonwijken en productiebos.

Gelderland wil dus niet (meer) investeren in uitbreiding van natuurgebieden. Het nieuwe provinciebestuur geeft juist wel aan dat het cultureel erfgoed goed zichtbaar moet zijn. Je moet kunnen zien hoe de Gelderse streken en landschappen zich hebben ontwikkeld en ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan het coulisselandschap, dat moet behouden blijven. Tot slot vraagt het nieuwe provinciebestuur om meer participatie. De provincie wil het landschapsbeheer goed regelen en mogelijk maken met betrokken inwoners, agrarische ondernemers, vrijwilligers, zorggroepen en anderen met hulp van partijen als Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid en Stichting Landschapsbeheer Gelderland. Deelconclusie 9: het voorgenomen plan voor bosaanplant is (ook) in strijd met het provinciale beleid, dat stelt dat het vol zetten van open graslanden met bomen uitsluitend is toegestaan als alternatieve inrichtingsmaatregelen geen soelaas bieden voor het vergroten van de biodiversiteit. Het nieuwe provinciebestuur pleit voor behoud van cultuurhistorische waarde van het landschap, meer participatie bij gebiedsontwikkeling en wil niet (meer) investeren in nieuwe natuurgebieden.

Koester De Steendert!

| 13

2.4.

De dynamiek tussen lokale en nationale belangen

Kort samengevat schuiven overheden en organisaties op landelijk en provinciaal niveau heen en weer met plannen, doelstellingen, aantallen en strategieën rond de aanplant van nieuwe bomen en bossen. Top-down wordt er gestuurd op nationale targets en worden er ook budgetten beschikbaar gesteld. Budgetten enerzijds van de rijksoverheid (al dan niet via de provincie), maar ook uit private bron, zoals de bomendeal van Shell met Staatsbosbeheer (daarover later meer). Echter, bosaanplant vindt per definitie altijd lokaal plaats, met alle dynamiek, invalshoeken, randvoorwaarden en lokale belangen die daarbij aan de orde zijn. Lokaal komen de belangen van inwoners, ondernemers en recreanten naar voren. Zij kijken bottom-up naar de plannen, lokaal spelen ook de belangen van cultuurhistorie en landschap. En ondernemers hebben bijvoorbeeld agrarische belangen. Bossen kunnen namelijk ook nieuwe vogelkolonies aantrekken, waarmee lokale boeren geconfronteerd kunnen worden met kolonies roeken en kraaien. De gemeente West Betuwe vormt als eerste overheid een schakel tussen die top-down en bottom-up bewegingen. De gemeente moet namelijk een omgevingsvergunning afgeven. Of anders gezegd: de gemeente West Betuwe bepaalt of er wel of niet een bos komt in De Steendert. Schematisch ziet deze mangel er als volgt uit:

Top down Bomenaanplant-doelen

Biodiversiteit Handhaving Beheer en onderhoud

Inwoners, ondernemers en recreanten

Bottom up Het landschapsontwikkelingsplan (LOP) is recent door de gemeente opnieuw vastgesteld en dit LOP is leidend voor de besluitvorming van de gemeenteraad. De gemeenteraad van West Betuwe heeft daarbij onlangs bedongen dat afwijkingen van het LOP door de gemeenteraad zelf moeten worden besproken, beoordeeld en besloten. Daarnaast heeft de wethouder in de pers aangegeven dat het bosplan alleen in behandeling zal worden genomen als er draagvlak in de omgeving is. Deelconclusie 10: Uiteindelijk hakt de gemeenteraad van West Betuwe een knoop door over het plan, de gemeenteraad beslist over een omgevingsvergunning.

Koester De Steendert!

| 14

3.

Geschiedenis van De Steendert

Als je kijkt naar grootschalige ingrepen in het landschap, zoals het aanleggen van nieuwe woonwijken, wegen, spoorlijnen, maar ook bosaanleg, dan moet je eigenlijk eerst goed kijken naar de geschiedenis van het gebied. Natuurlijk is niet het streven om Nederland precies te houden hoe het is of ooit was, de mens ontwikkeld zich ook verder en soms moet er ruimte zijn voor vernieuwing of is er simpelweg echt een maatschappelijke noodzaak aan de orde. Maar veranderingen moeten wel passen bij de aard en schaal van het gebied. Staatsbosbeheer benadert de voorgenomen ingreep in het landschap van West Betuwe met name vanuit de nationale doelstellingen rond bomenaanplant en hun eigen opinie over biodiversiteit. Wat betreft cultuurhistorie maakt Staatsbosbeheer alleen een referentie aan een vindplaats van Romeinse activiteiten. Maar dit gebied heeft natuurlijk veel meer meegemaakt en is ook onderdeel van de Betuwse cultuur. In dit hoofdstuk kijken we naar de geschiedenis van het gebied zelf, de mensen die er al duizenden jaren wonen en in het bijzonder de impact van de ruilverkaveling. 3.1.

Terug in de tijd

Al meer dan 15 miljoen jaar stroomt de Rijn door dit gebied en heeft deze rivier talloze komgronden gevormd. In de komgebieden, wat verder gelegen dan de rivierloop, kwam het water tot rust en kon slib rustig bezinken. In miljoenen jaren tijd leidde dit tot een dikke, zware komkleilaag. Andere delen van Nederland hebben juist een kenmerk van zandgrond (zoals De Veluwe) of veengrond (oude moerasgebieden zonder grote rivier in de buurt). Nederland is wat dat betreft zeer afwisselend van landschap en het beleid is erop gericht dit landschap te koesteren. Het landschapskarakter van de komgrond is open met schaarse bebouwing. De zware klei gronden waren en zijn vaak in gebruik als grasland. Als grond ongeschikt was voor de landbouw dan werden er grienden aangelegd (kleine natte bossen met bijvoorbeeld wilgen), soms ook een kleinschalig populierenbosje voor geriefhout. Maar oorspronkelijk waren hier dus nooit bossen, zoals op de Veluwe of op de zandgronden van Brabant. Natuurgebied De Steendert is zo’n 90 hectare groot. Historisch gezien was dit een lastig gebied om landbouw te bedrijven, omdat laaggelegen komgronden vaak nat en moeilijk te bewerken zijn. Deze gebieden zijn daarom in de Betuwe vooral in gebruik als open weidegronden, hooiland, vaak vind je er ook eendenkooien. De grond van De Steendert is bij droogte keihard, vandaar ook de naam, die steenhard betekent.

Locatie van De Steendert, tussen Est, Wadenoijen en Ophemert

Koester De Steendert!

| 15

In het gebied van De Steendert zijn archeologische resten gevonden uit de Romeinse tijd. Er was dus al bewoning in dit gebied meer dan 2.000 jaar geleden. Zo werd er in De Steendert een Romeins-inheemse waterput aangetroffen, in de vorm van een hergebruikte wijnton. De duigen van de wijnton waren gemaakt van hout van een zilverspar, de hoepels waren van wilgentenen. Ook werden er scherven en enkele botten gevonden. Bij nader onderzoek bleek een stuk hout een deel van een schrijfplankje te zijn, van een zogeheten codex duplex of van een buitendeel van een codex triplex. Delen van de tekst op het plankje bleken leesbaar. Het schrijfplankje, ook wel de Tabula cerata van Est/ De Steendert genoemd, is een schriftelijk stuk van Lucius Iunius Norbanus. Het was een chirographum (oorkonde, waarbij de tekst tweemaal op één blad werd geplaatst en de beide teksten van elkaar werden gescheiden), waarin hij verklaart de somma van vijfduizend vijftien sestertiën schuldig te zijn voor de koop van negen koeien en nader te zijn overeengekomen (pactum) dit bedrag te betalen in het winterkamp van de Legio prima Minervia op de eerste idus van februari tijdens het consulaat van Petilius en Fabricius. Dit stuk was dus een juridisch stuk en geen brief.

De koper heeft dit stuk de verkoper ter hand gesteld als diens bewijs van recht op betaling Bij de boerderijen en de dorpen in dit gebied lagen vruchtbare gronden, die zeer geschikt waren voor akker- en weidebouw, fruitteelt en bomenkwekerij. In de 14de eeuw is al sprake van boomteelt in de Betuwe. En in de 16de eeuw kwam de boom- en fruitteelt volop voor. Aan het begin van de Late Middeleeuwen waren de gebieden dicht bij de nederzettingen en de lagere delen van de oeverwallen ontgonnen. De komgebieden waren echter vaak nog grote moerassige laagten. De kavelkaart van De Steendert hieronder komt van de website hisgis.nl en is uit 1832.

Kavelkaart van De Steendert in 1832

De eigendomssituatie en het gebruik van de percelen was eeuwenlang buitengewoon divers kleurrijk, er werd volop gehandeld en verpacht in grond en percelen. Op die manier waren gronden in handen van vermogende inwoners en bijvoorbeeld kerken, vaak ook partijen uit andere streken. Meestal konden lokale boeren de grond dan weer pachten en bewerken. De

Koester De Steendert!

| 16

overgang van stroomruggen naar de komkleigebieden (kommen) was tot halverwege de twintigste eeuw niet zo strak. De laaggelegen gebieden binnen de overgangszone tussen kom en oeverwal werden als gemeenschappelijke hooi- en weidegronden gebruikt. Dit kan worden afgeleid uit het voorkomen van toponiemen met het bestanddeel ‘koppel’, ‘made’ of ‘weide’. De laagst gelegen gebieden in de kom werden aangeduid met ‘veld’. Deze gebieden waren in de Vroege Middeleeuwen nog niet ontgonnen en werden gebruikt voor hout- en rietwinning, jacht, visserij en extensieve beweiding. Gebieden met toponiemen waarin ‘broek’ voorkomt, vormden de laagste en moeilijk te ontwateren gebieden. Rond circa 1850 stonden er op diverse kleine (losse) percelen in De Steendert bomen, dit was vooral bedoeld voor geriefhout. Geriefhoutbosjes en andere beplantingsvormen met hakhout dienden om hout te leveren voor de verkoop of voor dagelijks gebruik rondom en in de boerderij. Die bosjes werden gewoonlijk van het akkerland gescheiden door een sloot, hek of afrastering, om te voorkomen dat vee erin kon komen. Geriefhoutbosjes komen zowel op natte als op droge gronden voor. Eens in zeven tot tien jaar kapten boeren het hout. Ze gebruikten het voor heel veel doeleinden op het erf. Dun hout diende als brandhout, essenhout voor gereedschapsstelen, elzen voor bonenstaken en eiken voor palen en bouwhout.

Eikenhakhout leverde bovendien run, een grondstof voor leerlooierijen. De komst van het gasfornuis maakte het kappen en knotten voor eigen gebruik overbodig. Voor andere toepassingen werden ook andere materialen gebruikt of ging men het hout eerst bewerken in werkplaatsen en fabrieken. Dit waren dus ook geen natuurbossen, maar kleine losse boompercelen waar bomen maar relatief kort stonden.

Topografische kaart uit 1850 (van www.topotijdreis.nl)

Rond 1850 nam in het buitengebied de fruitteelt een grote vlucht in de Betuwe, vooral omdat de handel- en transportmogelijkheden toenamen. Menig akker en perceel voor geriefhout maakte toen plaats voor een hoogstamboomgaard. De bodem van de stroomruggen was geschikt voor kersen, appels en peren. Op de lagere, nattere delen (zoals ook de komgronden) stonden in de regel pruimen en stoofperen.

Koester De Steendert!

| 17

Onderstaande kaart is uit 1870 (circa 150 jaar geleden).

Kaart van De Steendert uit 1870 (Bonneblad)

Je ziet dus dat in relatief korte tijd de meeste percelen geriefhout in 1870 verdwenen waren en plaats hadden gemaakt voor intensievere akkerbouw, fruitteelt en veeteelt. Rond 1890 staat er nog maar op 1 perceel in De Steendert bomen.

Topografische kaart uit 1890 (van www.topotijdreis.nl)

Dit landschapsbeeld verandert nauwelijks tot en met de jaren ’30. In de Tweede Wereldoorlog verdwenen bijna alle bomen uit de Betuwe. Er was tekort aan alles, de winters waren koud. De gemeente en landeigenaren gaven de inwoners toestemming om de resterende bomen in het gebied te rooien en te gebruiken als brandstof om de huizen te verwarmen. Na de oorlog

Koester De Steendert!

| 18

werd de landbouw werd stapsgewijs intensiever op de komgronden en ook steeds meer gericht op fruitteelt. Op de meeste plekken kwamen de laatste kleine bosjes (voor geriefhout) niet terug. Onderstaande kaart toont de situatie in 1960. In die periode was de Betuwe nog een zeer arm gebied, met nauwelijks verharde wegen, weinig inwoners, groot verschil tussen arm en rijk. De bomen waren grotendeels verdwenen uit het landschap, uitgezonderd de wilgen langs de sloten.

Topografische kaart uit 1960 (van www.topotijdreis.nl)

Vanaf 1960 stelde de rijksoverheid een rooipremie voor hoogstamboomgaarden in, om een efficiëntere, economisch meer rendabele laagstamteelt te stimuleren en zo de productiviteit te verhogen. Die maatregel luidde het einde in van veel van de hoogstamboomgaarden. Maar daarvoor in de plaats kwamen nog veel meer fruitpercelen. Het landschap in De Betuwe wordt nu vooral gekenmerkt door grotere grasvlakten en fruitpercelen. Hieronder de kaart uit 1995.

Topografische kaart uit 1995 (van www.topotijdreis.nl)

Koester De Steendert!

| 19

Bij de ruilverkaveling in de jaren ’80 werd het landschap compleet opnieuw ingericht. Het groen tussen de kleine percelen verdween, dit werd als een soort kwartetspel verplaatst naar een klein aantal nieuwe natuurgebieden, zoals De Steendert. Veel meer informatie hierover staat in paragraaf 3.3. Belangrijk is te constateren dat: 1. Er al sinds mensenheugenis geen natuurbos in De Steendert is geweest. 2. Dat er in een grijzer verleden wel kleine losse bospercelen voor geriefhout waren, maar deze nooit een aaneengesloten karakter hadden en altijd maar enkele tientallen meters breed/lang waren. Deelconclusie 11: in de afgelopen 15 miljoen jaar heeft er nooit een aaneengesloten bosgebied in het open komlandschap van de Betuwe gestaan. Kenmerk van de komgronden is juist de openheid van het gebied, inclusief de flora en fauna die daar al miljoenen jaren aanwezig is. Er waren wel kleinere percelen met wat jonge bomen, deze hadden altijd het karakter van geriefhout (voor dagelijks gebruik).

3.2.

Over de cultuur van de mensen in De Betuwe

De westelijke kant van de Betuwe was altijd vrij matig ontsloten geweest, het meeste verkeer naar de rest van Nederland moest vroeger per boot of pont. Het gebied tussen Culemborg, Tiel, Waardenburg en Gorinchem vormde logistiek en cultureel gezien van oudsher eigenlijk een groot eiland. In het gebied heerste vooral armoede en de maatschappelijke opkomst (economische welvaart en sociaal welzijn) ging veel trager dan in de rest van Nederland. De Betuwe was ook relatief dun bevolkt, dorpen waren heel klein. Vanaf 1868 was er een eerste spoorverbinding, maar gewone, arme inwoners maakten daar nauwelijks gebruik van. Heel veel mensen verlieten bijna nooit in hun leven hun dorp of boerderij. Het geïsoleerde leven maakte de cultuur en mentaliteit van de inwoners buitengewoon autonoom en ook wat eigenwijs. Pas tegen 1940 werden de eerste bruggen aangelegd (wat nu de A2 is), maar dat was vooral om verkeer van noord naar zuid en andersom te brengen in Nederland, Betuwenaren zelf hadden doorgaans geen auto, zeker niet vlak na de oorlog. Tot en met de jaren ’60 was het westelijk deel van De Betuwe maatschappelijk gezien een achtergesteld gebied, met een armoedige bevolking, onverharde wegen, gebrekkig onderwijs, weinig zorgvoorzieningen en feodaal eigendom.

In dorpen en stadjes kwamen wel industrieën op, zoals steenfabrieken en meubelmakerijen, maar de sociale en economische situatie voor de meeste inwoners was vrij hard en meedogenloos. Bestuurlijk gezien was de Betuwe versnipperd over hele kleine plattelandsgemeenten. Bijna ieder dorp had daarmee zijn eigen culturele en maatschappelijke bubbel, dat zat ook sterk in de genen van mensen. Om maar een treffend beeld te schetsen: tot in de jaren ’70 liep je zo het spreekwoordelijke toneel van Swiebertje op als je in de Betuwe kwam. Veel straten waren onverhard, de meeste inwoners nauwelijks opgeleid.

Koester De Steendert!

| 20

Pas in de loop van de jaren ’70 kwam er iets meer welvaart in het gebied. Inwoners gingen verder dan hun eigen dorp werken. Er kwamen meer bruggen en verbindingen, maar het achterland bleef relatief geïsoleerd. De opgekomen industrialisatie in stadjes als Tiel, Culemborg en Geldermalsen liep echter in diezelfde periode spaak; sectoren als textiel, steenfabricage, sigaren en meubelmakerij, ze verdwenen allemaal naar lage lonen landen. Zelfs de fruitfabriek in Tiel ging in de jaren ’90 dicht. Er ontstond daardoor werkloosheid en verval in die stadjes. Eind van de 20-e eeuw was het economisch gezien vooral vergane glorie in de Betuwe. Pas na de eeuwwisseling nam de welvaart in het gebied weer toe, vooral door het grote aantal forenzen dat in het gebied kwam wonen. Die autonomie en eigenwijsheid kenmerkt nog steeds de huidige Betuwenaren. Dat zit nog steeds in de genen van het gebied. Hoewel het gebied inmiddels goed ontsloten is en je in een relatieve wip zo in grotere steden zit als Utrecht, Den Bosch, Gorinchem en Arnhem, zoeken inwoners uit de Betuwe nog steeds hun rust in hun eigen gebied. Inwoners uit de Betuwe dragen minder hun trots uit naar buiten, zoals Friezen met hun vlaggen, Limburgers met hun vlaaien of bijvoorbeeld Brabanders met hun carnaval. Maar de trots op hun eigen gebied is groot, de behoefte om dat collectief breed uit te dragen is echter minder aanwezig.

Dat maakt De Betuwe ook minder herkenbaar voor de rest van Nederland. Veel verder dan “Flipje” en bloesemtocht of fruitcorso als associatie komen de meeste mensen niet, de rest van Nederland kent de cultuur en geschiedenis van De Betuwe maar matig. Opvallend is dat ook in de lokale politiek de laatste jaren een stevige omslag te zien is. Lokale partijen die het lokaal belang voorop stellen krijgen van de kiezer veel stemmen in de gemeenteraden. De inwoners uit het gebied lijken zich meer te associëren met lokaal belang, dan met nationale belangen. Dit sluit aan bij het “eigenwijze karakter” van de Betuwenaren. Deelconclusie 12: hoewel dit niet zo op de voorgrond komt en maar relatief beperkt gedocumenteerd is, hebben de inwoners van de Betuwe een heel eigen cultuur en karakter. Typerend daarin zijn zelfredzaamheid en eigenwijsheid. Dat kwam ook terug in het oude landschap, met vele kleinschalige agrarische percelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/585/documents/13602