CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2024-129-bijlage-transitievisie-warmte-2.0.pdf

Gemeenteraad 26 november 2024, gemeente West BetuweBij agendapunt: 14: Vaststellen Transitievisie Warmte 2.027.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarnaast is het ook mogelijk om de ontwikkeling van het warmtenet aan een externe partij over te laten, om er zelf actief in te participeren of iets daar tussenin. Elke rol kent voor- en nadelen, die per situatie ook nog eens kunnen verschillen. Ook zijn er verschillende tussenvarianten mogelijk. Tot slot is een belangrijke rol voor de gemeente om bij het aanleggen van warmtenetten de juiste keuzes en afwegingen te maken in samenhang met andere thema’s die spelen in de openbaren ruimte. De rol van de gemeente is om hierover beleid te ontwikkelen waarin keuzes worden gemaakt welke prioriteit geeft aan collectieve oplossingen. Bij een warmtenet ontstaat een fysieke ruimteclaim. Ook kan het aanleggen van warmtenetten tot gevolg hebben dat niet afgeschreven kabels en leidingen moeten worden omgelegd of vervangen. Ditzelfde geldt voor het wegdek. Voor een transparant proces is het belangrijk dat in de toekomst overeenstemming wordt gevonden wie de kosten hiervan zal dragen. Om te voorkomen dat er extra onnodige kosten worden gemaakt zal de gemeente met partijen samen moeten werken om koppelkansen te creëren. Wanneer bijvoorbeeld een wegdek of riolering komende jaren vervangen zal moeten orden kan dit een goed moment zijn om werkzaamheden met elkaar te combineren.

Wanneer de gemeente geen eigenaar is van het aan te leggen netwerk zullen de kosten voor het doen van aanpassingen in de ondergrond bij de ontwikkelaar in rekening worden gebracht. Er is wetgeving in ontwikkeling die gemeenten instrumenten biedt om gebieden aan te wijzen waarin de levering van gas wordt gestopt. Dit heet de aanwijsbevoegdheid van een gemeente en hiermee kan een gemeente inwoners verplichten om op aardgasvrije en duurzame warmte over te stappen. Voordat de levering van gas met deze instrumenten aan een gebied kan worden stopgezet, moet de gemeente zorgvuldig een traject doorlopen waarna aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De gemeente houdt ontwikkelingen van deze wetgeving en instrumenten in de gaten. De invloed die we willen hebben op de totstandkoming, de zeggenschap, het eigenaarschap maar ook de financiering van een warmtenet bepaalt mede de rol die je als gemeente kunt innemen. De rol die gemeente wil nemen in een warmtebedrijf wordt niet met het vaststellen van deze TVW 2.0 bepaald, maar zal per gebied moeten worden vastgesteld. Per warmtenet kan de gemeente overigens een andere rol kiezen. In ieder geval is de gemeente altijd vergunningverlener bij het realiseren van een warmtenet. Ook zullen er de komende jaren keuzes moeten worden gemaakt over het dan wel niet vervullen van de rol als garantsteller in een collectieve oplossing.

Voor de collectieve wijken in het transitiepad kiezen we als gemeente een rol die het beste past bij dit gebied. Welke rol geschikt is voor de gemeente, hangt af van verschillende factoren, zoals: • De beschikbaarheid of toegankelijkheid van de bronnen die het warmtenet voeden. • De mogelijkheden om het warmtenet uit te breiden. • Het te bedienen (leverings)gebied. • De verwachte kosten van de warmte voor eindgebruikers. 32 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

• •

Het aantal warmteleveranciers. Het risico dat de gemeente bereid en in staat is te dragen.

In de komende jaren zullen we het eens moeten worden over een goed afwegingskader om per situatie een juiste rol aan te kunnen nemen als gemeente. Verder gaan we uitzoeken welke juridische en financiële stappen er moeten worden gezet om als gemeente een warmtebedrijf op te zetten. Dit zal onderdeel uitmaken van het opstellen van de uitvoeringsplannen. Tot slot zal de gemeente hierin ook moeten kiezen hoe ze daarin met andere partijen wil samenwerken. De WCW definieert hierin vier grondvormen van samenwerking waaruit gekozen kan worden. Ontwikkeling van financiële instrumenten Om woningen op een duurzame manier te verwarmen, is financiële steun essentieel. Hoewel isolatiemaatregelen gedeeltelijk hun eigen kosten kunnen terugverdienen, vereist de overgang naar duurzame warmte vaak aanzienlijke investeringen. De gemeente West Betuwe blijft in overleg met de ministeries van Economische Zaken en Binnenlandse Zaken, samen met het P10-netwerk van plattelandsgemeenten in Nederland. We streven ernaar dat mensen hun woningen duurzaam kunnen verwarmen zonder dat hun lasten stijgen. Dit vraagt om een structurele oplossing vanuit de nationale overheid. Gemeenten, woningcorporaties, netbeheerders en andere partners zijn voor een groot deel van hun middelen afhankelijk van beslissingen die op rijksniveau worden genomen.

Verder onderzoeken we komende jaren de samenwerking met de regionale gemeenten om op deze manier efficiënter te kunnen werken en hiermee kosten te kunnen verlagen. Techniek Naast de vraag hoevéél warmte er nodig is per buurt of woning in een warmtesysteem, is ook van belang op welke temperatuur deze warmte beschikbaar moet zijn. Er zijn verschillende temperatuurniveaus om gebouwen te verwarmen. Afhankelijk van de mate van isolatie en type afgifte wordt bekeken welk temperatuurniveau er benodigd is om het huis goed te verwarmen. De verschillende temperatuurniveau ’s zijn: • HT (hoge temperatuur) >75˚C (label F en G) • MT (Midden temperatuur) 55 - 70˚C (label B,C,D en E) • LT (Lage temperatuur) 30 - 55˚C (label A en B) • ZLT (Zeer lage temperatuur) 10 -30˚C (Label A+) De energie labels hebben in een collectief watersysteem dus invloed op de tempratuur die er aan de woning zal moeten worden geleverd. Beleid voor de ondergrond/bodem Bij collectieve duurzame warmteoplossingen wordt vaak warmtewinning en opslag in de bodem toegepast. Samen met het waterschap en het drinkwaterbedrijf Vitens zullen hier afspraken over moeten worden gemaakt en worden vastgelegd in beleid. In bestaande gebieden is er vaak beperkte ruimte in de ondergrond voor de aanleg van warmtenetten.

In de komende jaren onderzoeken we hoe we de ondergrond op een slimme manier verder kunnen inrichten en willen we samen met nutbedrijven en partners zoeken naar een meer integrale aanpak. Voor het aanleggen van warmtenetten zal ook nagedacht moeten worden of er ruimte in de bodem wordt gebruikt voor een koeling. De verwachting is namelijk dat in de komende jaren de vraag naar koelte zal toenemen. Hier gaan we ons de komende jaren meer in verdiepen en waar nodig beleid op vormen. Innovatie en integrale opgaven De innovaties die plaatvinden voor collectieve warmteoplossingen volgen elkaar snel op. We willen deze innovaties stimuleren en blijven onderzoeken of en welke ontwikkelingen passen 33 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

binnen de Betuwse warmtetransitie. Binnen de gemeente West Betuwe ontstaan er ook nieuwe plannen en worden er nieuwe projecten uitgevoerd. Wanneer er bijvoorbeeld nieuwbouwplannen zijn kan het heel logisch zijn om deze nieuwbouwplannen bij de warmtetransitie te betrekken. Hier zullen we komende jaren in moeten leren wanneer we plannen aan elkaar kunnen koppelen en wanneer niet. Dit zullen we periodiek met andere domeinen moeten afstemmen. In Bijlage 9 hebben we de nieuwbouwplannen in kaart gebracht die de komende jaren worden gerealiseerd. Randvoorwaarden warmtenetten In wijken waar een collectieve oplossing het meest voor de hand ligt is het vooral van belang dat iedereen mee kan doen. Anders gezegd: een warmtenet met het hoogst maatschappelijk rendement zou de voorkeur moeten hebben. Dat hoeft niet altijd de goedkoopste oplossing te zijn. In 2020 heeft het Planbureau voor de Leefomgeving een ‘Startanalyse’ gemaakt. In deze Startanalyse is per CBS buurt de ‘goedkoopste’ oplossing besproken. De conclusie voor de CBS wijken in West Betuwe was dat individuele oplossingen de voorkeur hadden voor het grootste gedeelte van de CBS buurten. Uit de analyse die we hebben uitgevoerd voor deze Transitievisie blijkt dat voor een aantal wijken collectieve warmteoplossingen door middel van warmtenetten wel mogelijk kan zijn (46 procent van de woningen).

Van belang bij de keuze voor een warmtenet is dat de bron waaruit de warmte gehaald wordt duurzaam moet zijn en langjarig beschikbaar is. Verder moet de warmtelevering niet afhankelijk zijn van één bron. Kort gezegd; de bron moet duurzaam, betrouwbaar en levering zeker zijn. Wel blijft het belangrijk dat in de businesscase een betaalbaar aanbod kan worden gedaan naar inwoners. Stappenplan naar collectieve oplossing Om te komen tot de realisatie van een warmtenet zullen er verschillende stappen moeten worden doorlopen. Figuur 9 geeft een overzicht van dit proces. In Bijlage 15 wordt uitleg gegeven per stap in het proces. De volgorde van de stappen kan overigens per situatie een andere volgorde hebben afhankelijk van het proces.

34 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Figuur 9. Stappenplan voor het realiseren van een collectieve warmteoplossing

4.4

Individuele aanpak

Voor een aantal gebieden lijken individuele warmteoplossingen het meest voor de hand liggend. De mogelijkheden om hele wijken met individuele oplossingen van het aardgas af te halen zijn op dit moment beperkt. Doordat het elektriciteitsnetwerk de stroomvraag de komende jaren niet aankan adviseren netbeheerders alleen hybride warmtepompen als oplossing. Na 2029 lijkt er meer ruimte op het net te komen. Dit betekent niet dat we de komende jaren niets kunnen ondernemen. Hieronder geven we uitleg over de plannen en strategieën die we hebben om inwoners en bedrijven te helpen individueel van het aardgas af te gaan. We richten ons bij individuele oplossingen zowel op specifieke gebieden als op een gemeente brede aanpak. Er zijn een aantal gebieden in West Betuwe die al geschikt zijn om over te stappen op een warmtepomp. We hebben als gemeente nog geen ervaring hoe we deze gebieden kunnen begeleiden om over te stappen op een aardgasvrije oplossing. In tabel 3 is te lezen waarom we in moderne wijken aan de slag willen met een individuele aanpak. Tabel 3. Geselecteerde buurten individuele aanpak

Buurten

Voorkeursoplossingen

Aantal woningen

Meteren Kalenberg

Individuele warmtepomp

928

Herwijnen

Individuele warmtepomp

878

Waarom - Relatief nieuwe woningen - Goed geïsoleerd - Lerend vermogen voor het begeleiden van individuele oplossingen - Cv ketels rond dezelfde tijd aan vervang toe - Er zijn een aantal wijken die goed geïsoleerd zijn - Er zijn een aantal woningen vrij recent gebouwd - Woningen zullen op ongeveer hetzelfde moment toe zijn aan een nieuwe cv ketel

Aanpak moderne wijken Zoals in het transitiepad staat aangegeven willen we vanaf 2028 gaan starten met een planmatige aanpak voor individuele oplossingen in moderne wijken. De vraag is: hoe gaan we samen met inwoners en andere partijen aan slag? Hieronder wordt uitleg gegeven over stappen die kunnen worden gezet. Wijkanalyses We beginnen in de wijk met een wijkanalyse om de energiebehoeften en mogelijkheden in de wijken verder in kaart te brengen. Op maat gemaakte plannen Daarna ontwikkelen we samen met inwoners, ondernemers en professionele stakeholders uitvoeringsplannen die specifiek zijn afgestemd op de kenmerken van de wijk. In het uitvoeringsplan bepalen we samen onder andere de tijdlijn, concrete stappen voor implementatie en een mogelijke einddatum voor levering van aardgas aan de wijk. In deze wijken is het belangrijk dat de overstap naar een all-electric oplossing wordt overwogen. Wanneer inwoners met een goed geïsoleerde woning overstappen op een hybride oplossing zal dit betekenen dat er nog minimaal 15 jaar gebruik wordt gemaakt van aardgas. In deze wijken zal de gemeente meer focus leggen op het aanbieden van informatie over individuele warmteoplossingen. Ook worden hier de mogelijkheden onderzocht voor collectieve inkoop van warmtepompen. De wijken waar de gemeente zich op focust zijn in het transitiepad in kaart gebracht.

36 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Samen naar aardgasvrij ruim een kwart van de enquête respondenten is bereid om samen te werken met andere inwoners uit de wijk, terwijl ongeveer één op de drie dit 'misschien' overweegt. Pilotproject Omdat we nog weinig ervaring hebben met het begeleiden van wijken richting een individuele oplossing willen we in Meteren Kalenberg een pilot starten. Hierbij ligt de nadruk op het leren van het proces en dit mee te nemen naar andere individuele wijken. Communicatie Alhoewel de focus ligt op wijken met vergelijkbare kenmerken, kunnen de inwoners van deze wijken anders aankijken tegen de overstap naar aardgasvrij en ook een andere communicatiebehoefte hebben. Om tegemoet te komen aan de juiste behoefte, is het van belang in kaart te brengen welke doelgroepen zich bevinden in deze wijk en op welke groep de communicatie zich richt. Het is aannemelijk eerst aan de slag te gaan met inwoners die open staan voor de transitie, en hier ook op in te spelen met de manier van communiceren. Deze groep kan dan, bij een succesvolle overstap, gaan functioneren als ambassadeur voor aardgasvrij wonen binnen een wijk. Eerdere ervaringen in landelijke pilotwijken wijst uit dat buurtgenoten als een bron voor informatie worden gezien. Dit komt ook terug in de resultaten van de enquête.

Een kwart van de respondenten gaat naar buren/bekenden/familie als gezocht wordt naar informatie over aardgasvrij wonen. Na verloop van tijd kunnen de communicatiemiddelen en -boodschappen worden aangepast, afhankelijk van de doelgroep. Dit betekent dat we in wijken informatiecampagnes kunnen opzetten en een voorlichtingscampagne kunnen organiseren. Natuurlijk tempo Er zijn ook een aantal gebieden in West Betuwe waar inwoners en bedrijven op een natuurlijk tempo gaan overstappen op een aardgasvrije oplossing. Dit kan bijvoorbeeld op momenten van verkoop of renovatie van de woning. Het is belangrijk dat inwoners hierin een goede keuze kunnen maken. We hebben de volgende strategieën waar we aan willen werken om inwoners hierbij te kunnen helpen. Informatie en Bewustwording De komende jaren is het belangrijk dat de juiste informatie beschikbaar is voor inwoners. Dit doet de gemeente door het voeren van gemeente brede informatiecampagnes. De netbeheerders geven aan dat het niet verstandig is om all-electric warmtepompen tot 2029 te promoten. Hybride oplossingen lijken daarentegen wel mogelijk. We zullen hierdoor een flexibel communicatiebeleid moeten voeren. Verder willen we een aantal informatiebijeenkomsten en workshops organiseren over individuele warmteoplossingen. Dit willen we combineren met momenten zoals de duurzaamheidsweek.

Tot slot willen we een demo ruimte realiseren waarin mensen kunnen ervaren hoe een warmtepomp werkt. Financiële Stimulansen Het is belangrijk dat inwoners voldoende op de hoogte zijn van bijvoorbeeld de financieringsmogelijkheden voor het aardgasvrij maken van hun woning. Uit de enquête blijkt dat 31 procent van de respondenten nog nooit van de ISDE subsidie heeft gehoord die van toepassing is op de aanschaf van onder andere een warmtepomp. Daarom is het belangrijk dat de gemeente deze informatie zichtbaar maakt voor haar inwoners. Dit doen we via eigen communicatie uitingen zoals de duurzaamheidskrant maar ook via het Energieloket. 37 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

De gemeente onderneemt de volgende activiteiten om dit natuurlijke moment te benutten: • Gerichte voorlichting aan inwoners, zo’n 10-15 jaar na oplevering. • Met het Regionaal Energieloket wordt besproken of gezamenlijke inkoopacties opgezet kunnen worden, of dat inwoners op een andere manier samen op kunnen trekken. • In gesprek met installatiebranche: de gemeente organiseert een gesprek met lokale bedrijven in de installatiebranche om kennis uit te wisselen en te zorgen dat het natuurlijke moment van de vervanging van de cv-ketel niet ongemerkt voorbij gaat. • Samenwerking met netbeheerders over de capaciteit van het elektriciteitsnet. Monitoring Voor de gemeente is het krijgen van inzicht in de effecten van beleid op de Warmtetransitie erg belangrijk. Het is alleen een grote uitdaging om dit op een goede manier te monitoren. Inwoners zijn namelijk niet verplicht om door te geven of en wanneer ze van het aardgas afgaan. Waar de gemeente wel inzicht in kan krijgen zijn de hoeveelheid verstrekte subsidies die het mogelijk maken om van het aardgas af te gaan. De kans is groot dat de gemeente op basis van deze gegevens een aardig accuraat beeld krijgt hoeveel woningen aangesloten worden op een warmtepomp. Wanneer inwoners een warmtepomp aanschaffen is de kans groot dat ze hiervoor een subsidie zullen aanvragen.

Verder is het wenselijk om gebruik te maken van het inwonerspanel ‘West Betuwe Spreekt’ waar een afspiegeling van de inwoners van de gemeente in is vertegenwoordigd. Door periodiek te monitoren welke duurzame keuzes er zijn gemaakt kan dit een beeld geven wat er verder leeft binnen de gemeente. Wat hierin de meest doeltreffende en haalbare manier is moet worden onderzocht. We gaan de gegevens over de verstrekte subsidies verwerken in een monitoringstool zodat we per jaar bij kunnen houden hoeveel mensen er warmtepompen instaleren en waar. Netcongestie Al de warmtepompen die de komende jaren worden geïnstalleerd zullen een grotere vraag naar stroom veroorzaken. De boodschap van de netbeheerders is dat het verduurzamen van de gebouwde omgeving met de huidige inzichten tot 2029 maar beperkt mogelijk gaat zijn. Het is daarom erg belangrijk dat de gemeente blijft kijken naar de doelen die zijn gesteld en of deze praktisch haalbaar blijken. Dit vraagt om doorlopende afstemming met bijvoorbeeld stakeholders als een netbeheerder. Bij het kiezen van de wijken die als startwijk zijn aangewezen is rekening gehouden met de plannen van de netbeheerder om het netwerk te verzwaren. Zowel de aanpak op wijkniveau als de aanpak voor de hele gemeente zal afgestemd moeten worden op de ontwikkelingen rondom netcongestie.

Hierbij is het ook belangrijk dat er wordt gewerkt aan beleid rondom het vormgeven van een lokaal en integraal energiesysteem. Wanneer het niet mogelijk blijkt te zijn om alle doelen op individueel niveau te halen is het zinvol om als gemeente hier op een goede manier over te communiceren en te kijken naar wat wel kan.

38 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

4.5

Isolatie aanpak

Wat niet aan energie wordt gebruikt hoeft ook niet te worden opgewekt. Isolatie helpt de vraag te verlagen. Daarom is de aanpak voor het bevorderen van de isolatie essentieel voor het bereiken van de gestelde doelen en het verhogen van het wooncomfort. Bij deze aanpak wordt onderscheid gemaakt tussen een gemeente brede strategie en een wijkgerichte aanpak. Gemeente brede isolatie strategie De gemeente heeft hierin een de strategie ontwikkeld om energiebesparing en verduurzaming van woningen en bedrijven te bevorderen middels isolatie. Strategie voor woningen Dit doet de gemeente aan de hand van de Rijks strategie van het Nationale Isolatie Programma (NIP), zichtbaar in Figuur 10. Hierin worden vier pijlers benoemd waarop de gemeente en het Rijk kan sturen en stimuleren.

Figuur 10. Vier actielijnen in het Nationaal Isolatieprogramma

39 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

De eerste pijler is het zelf verduurzamen van de woning. Hiervoor zet de gemeente haar uitvoeringsorganisatie Het Energieloket Rivierenland in. Hier kunnen inwoners van de gemeente terecht wat betreft advisering ten aanzien van verduurzamingsmaatregels en isolatiemaatregelen. Ze wijzen de inwoners op welke subsidiemogelijkheden er zijn en waar ze op moeten letten met de uitvoering. De inzet op deze pijler komt overeen met de gemeente brede inzet op isolatie uit het transitiepad. De tweede pijler van het isolatieprogramma is het verduurzamen van koopwoningen met een slechte energetische kwaliteit hieronder vallen woningen met het energielabel D, E, F en G. Hiervoor is een aparte aanpak geschreven de ´Lokale Aanpak Isolatie´. Specifiek voor deze doelgroep is extra subsidie beschikbaar, dit ook met het oog op het beter wapenen van woningeigenaren tegen Energiearmoede. Het Energieloket voert voor de gemeente de Lokale Aanpak Isolatie uit, waarin zij ook namens de gemeente de extra subsidie verstrekt. De derde pijler is verduurzamen van huurwoningen. Hierin maakt de gemeente prestatieafspraken met de woningbouwverenigingen ten aanzien van

verduurzaming en isolatie. Daarnaast wordt er via de brancheorganisatie van de woningcorporaties ook landelijke eisen vastgelegd. Voor particulieren verhuurders wordt het lastiger om 'hoge' huur te vragen in een slecht geïsoleerde woning. Daarnaast biedt het Rijk subsidies aan voor deze verhuurders om verduurzaming te stimuleren. De laatste pijler van het NIP is de pijler Energiearmoede. Hierin hebben we een programma ontwikkeld waarin we kleine tot middelgrote maatregels aan deze doelgroep aanbieden via het programma Energievitaal. Zodat we zo spoedig mogelijk Energiearmoede kunnen terugdringen binnen de gemeente. Maatschappelijke organisaties zijn ook op de hoogte van deze aanpak, zodat we snel en zo effectief mogelijk hulp kunnen bieden. Naast dat er een isolatieopgave is, zien we ook vaak dat beschermde diersoorten zoals vleermuizen zich vaak in slecht geïsoleerde woningen zich bevinden. Bij isolatie van al deze woningen moet er daarom ook gekeken worden naar alternatieven verblijven voor deze beschermde diersoorten. Momenteel zijn wij hiervoor een aanpak aan het opstellen zodat woningeigenaren zo min mogelijk beperkingen hebben om te isoleren.

Isolatie strategie bedrijven Momenteel zien we dat veel bedrijven terughoudend zijn vanwege netcongestie, een grote onzekerheid voor ondernemers. Ondernemers hebben behoefte aan breder advies over energiemanagement en andere oplossingen. Vandaar dat we 2024 gestart zijn met het programma DOE, Duurzaam Ondernemers Energieteam Rivierenland. Dit programma voorziet in deze bredere behoefte, advisering aan bedrijven en instellingen in de gemeente over energievraagstukken.

Kern- en wijkgerichte aanpak De eerste jaren leggen we de focus op een zestal wijken (zie tabel 4). In een uitvoeringsplan leggen we concreet vast hoe we invulling geven aan de isolatieopgave voor de betreffende 40 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

wijken. Wanneer de uitvoering loopt kan worden opgeschaald naar volgende wijken en andere kernen. Dit doen we op basis van de opgehaalde data, bronnenonderzoek en de TVW 1.0. Tabel 4. Geselecteerde buurten isolatie aanpak

Buurten

Aantal woningen

Waarom

In Enspijk is de Coöperatieve Vereniging Duurzame Warmte Enspijk U.A. (DWE) aan de slag om samen met de inwoners te komen tot een warmtenet, gevoed met warmte uit de Linge. In voorbereiding op deze mogelijke warmteoplossing worden ook Enspijk, benoemd als pilot woningen in Enspijk geïsoleerd. De oude kern aan de Linge bestaat in TVW 1.0. 187 uit moeilijk te isoleren panden naar een niveau waarop een laagtemperatuur warmteoplossing mogelijk is. Dit moet wel mogelijk zijn voor de naoorlogse woningen aan de rand van het dorp. DWE en andere betrokkenen gaan aan de slag om woningen versneld te isoleren. Hier moeten nog wel afspraken over worden gemaakt samen met inwoners. FruitMasters benoemd als pilot in TVW 1.0. Afgelopen jaar hebben we een bronnenonderzoek laten uitvoeren door een externe partij naar aanleiding van de potentie van restwarmte die vanuit Geldermalsen Zuid en FruitMasters en omgeving kan komen. De resultaten hiervan zijn 1309 Centrum, hoopvol, mogelijk kunnen we met deze warmte een warmtenet uitrollen in geheel Geldermalsen. In voorbereiding op deze mogelijke warmteoplossing worden de woningen in dit gebied eerder benadert om te gaan isoleren. In Laageinde Tuindorp zit een actieve buurtvereniging. Zij zeer betrokken bij het verduurzamen van de buurt en wil snel stappen zetten naar een aardgasvrije wijk.

Een deel van de woningen reeds Geldermalsen Laageinde goed geïsoleerd: dit betreft de nieuwbouw rondom het station. Het Tuindorp/ Station 763 merendeel van de overige panden is goed te isoleren naar een niveau waarop een middel/laagtemperatuur warmteoplossing mogelijk is. Verder is er nog een kleine kern waarvan de panden moeilijk te isoleren zijn. Uit de data-analyse blijkt dat Asperen een hoge warmtevraagdichtheid heeft, wat betekent dat de mogelijkheden Asperen Oude Kern voor een warmtenet gunstig zijn. Daarnaast in Asperen zullen de 456 komende jaren veel werkzaamheden aan de openbare ruimte plaatsvinden. Wellicht kan er hierdoor werk met werk worden gecombineerd. In Vuren zien we dat de woningen een hoge mate van uniformiteit vertonen, wat wijst op een groot potentieel voor energiebesparing ten opzichte van de huidige energiebehoefte. Daarnaast is een Vuren aanzienlijk aantal woningen eigendom van de woningcorporatie, 848 wat gezamenlijke aanpak en investeringen vergemakkelijkt. Echter, met betrekking tot het elektriciteitsnetwerk is Vuren een kritische wijk, wat extra aandacht en zorg vereist bij het plannen van energiemaatregelen. In bovenstaande wijken willen we versneld isoleren. Dit realiseren we met bijvoorbeeld gerichte communicatiecampagnes en subsidies maar ook door de buurt bij elkaar te brengen.

Ook gaan we de mogelijkheden onderzoeken voor het aanbieden van QuickScans. Hiermee kunnen woningeigenaren een duidelijk beeld krijgen waar warmte in hun woning weglekt. Met een versnelde aanpak in de wijken komen we gezamenlijk tot uitvoeringsplannen per buurt

41 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

waarbij inwoners ook een participerende rol kunnen hebben. Zo´n plan vertaalt zich tot een buurtaanpak, onderdelen hiervan kunnen zijn: • • • • • • •

Onderzoek naar de hulpbehoefte in de wijk bij de verschillende doelgroepen. Buurtbijeenkomsten op basis van doelgroepen (particuliere woningeigenaren / VvE’s / particuliere (ver)huurders / huurders van woningcorporatie). Buurtacties zoals aanbellen / keukentafel gesprekken. Aanwezigheid in de wijk voor informatievoorziening en activering. VvE’s lokaliseren en aanreiken van procesondersteuning. Monitoring en opvolgingsacties (bijvoorbeeld nabellen). Ondersteuning afstemmen met verschillende domeinen in de gemeente, zodat we de koppelkansen in kaart kunnen brengen.

In kaart brengen van progressie Woningeigenaren en huurders nemen op verschillende momenten en in verschillende vormen isolatiemaatregelen. Het is daarom lastig om een heel actueel beeld te hebben van de verbeteringen in de isolatiegraad. De isolatiewaarde van woningen is op te maken uit het energielabel wat wordt opgegeven bij een energierapport. Dit vindt doorgaans plaats wanneer een woning wordt verkocht en/of verduurzaamd. Daarmee is dus wel inzicht te krijgen in de isolatiewaarde van een woning, maar loopt deze ook achter op de realiteit: de verduurzaming vindt immers plaats volgend op het energierapport. Mogelijkheden om de voortgang te monitoren zijn: • Het voeren van een check op de energie labels in vergelijking met wat mag worden verwacht op basis van landelijk beleid: is er jaarlijks verschil met het huidig aantal (geschatte) energie labels en komt dat overeen met de nieuwe standaard voor isolatie? • Landelijk zijn er ook geschatte monitoringstools zoals vanuit de klimaatmonitor is zichtbaar wat het aardgasverbruik is geweest van het voorgaande jaar in de gemeente. • Uit de Lokale Aanpak Isolatie en het project EnergieVitaal en het DOE programma kunnen we data genereren van de besparing als gevolg van de getroffen maatregelen. Mocht de data uit de verschillende tools ontoereikend zijn is het een mogelijkheid om alsnog een onderzoek uit te zetten.

42 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

4.6

Bedrijventerreinen

In de gemeente hebben we een aantal bedrijventerreinen. In Tabel 5 zijn de bedrijventerreinen te zien waar we stappen richting aardgasvrij mee willen verkennen in de komende jaren. Tabel 5. Geselecteerde bedrijventerreinen

Buurten

Voorkeursoplossingen

Vuren

Nog te onderzoeken

Zeiving

Nog te onderzoeken

Hondsgemet Zuid

Nog te onderzoeken

Waarom De ervaringen die we opdoen in Zeiving willen we graag ook inzetten voor Oudenhof. Op het bedrijventerrein Oudenhof wordt er de komende jaren aan een revitaliseringsplan gewerkt. Hier kan een koppelkans ontstaan met het realiseren van een warmtenet in Geldermalsen. We starten met het bedrijventerrein Zeiving. Voor dit bedrijventerrein wordt de komende jaren een revitaliseringsplan opgesteld en uitgevoerd. Dit zorgt voor een mooie koppelkans om ook aan de slag te gaan met de warmtetransitie. Omdat we met de revitaliseringsopgave met een bredere blik naar het bedrijventerrein kijken is de verwachting dat we hier meer kunnen bewerkstelligen dan als er individueel wordt gekeken naar bedrijven. Komende jaren zal er veel nieuwe ontwikkeling plaatvinden in Hondsgemet Noord. Dit is een goede aanleiding om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om deze ontwikkelingen te combineren met het verduurzamen van het bestaand bedrijventerrein Hondsgemet Zuid. Dit gebied wordt ook als nieuwe pilot aangewezen. De gemeente wil hiermee leren hoe ze kan bijdragen aan de versnelling van het realiseren van aardgasvrije bestaande bedrijventerreinen.

Aanpak bedrijventerreinen Bedrijventerreinen vragen om maatwerk: een afzonderlijk traject, waarin naar de specifieke behoeften van alle bedrijven wordt gekeken. Op bedrijventerreinen kunnen de volgende oplossingen van toepassing zijn : • Op bedrijventerreinen kan het interessant zijn om een warmtenet aan te leggen, bijvoorbeeld als er grotere bedrijfspanden zijn met een hoge warmtevraag. Hierbij kan ook worden gekeken naar een combinatie van verwarming van bedrijventerreinen en aangrenzende woonwijken. Andersom kan een warmtenet vanuit een woonwijk ook worden doorgetrokken naar een bedrijventerrein. • Een lage-temperatuur warmtenet is aantrekkelijk voor locaties waar de warmtedichtheid redelijk hoog is en er op lage temperatuur warmte en koude uitgewisseld kan worden. • Een andere mogelijkheid is dat ieder bedrijf individueel een alternatieve warmtevoorziening kiest. Op bedrijventerreinen ontwikkelen we de komende jaren gezamenlijk met de daar gevestigde ondernemers een uitvoeringsplan waarin wordt uitgezocht welke toekomstige warmtevoorziening het meeste draagvlak heeft. In dit plan houden we onder andere rekening met op welke termijn het voor ondernemers uitkomst om de levering van aardgas aan het gebied te beëindigen, welke toekomstige warmteoplossing het beste aansluit bij de ondernemers en welke ondersteuning daarbij gewenst is.

Behalve technische en financiële argumenten speelt ook mee in hoeverre bedrijven een gezamenlijke aanpak prefereren. Gezamenlijkheid ontzorgt ondernemers deels, en heeft soms financiële voordelen (denk aan gezamenlijke inkoop), maar het beperkt de vrijheden voor ondernemers om bijvoorbeeld zelf het moment van investering te bepalen. 43 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Bedrijven die gevestigd zijn in wijken met een mix van woningen, winkels en kantoren, gaan gelijk op met de rest van de buurt. Immers, als de aardgasleidingen verwijderd worden, heeft dat consequenties voor alle gebouwen in een buurt. Voor bedrijventerreinen zijn aparte plannen nodig. Het doel is om in de transitie van bedrijventerreinen zoveel mogelijk aan te sluiten op natuurlijke (gebieds-)ontwikkelingen van de bedrijventerreinen zelf. Verder hebben kantoren en bedrijven andere regels op het gebied van verduurzamen waar ze vanuit de overheid aan moeten voldoen. Dit vraagt daarom om een andere aanpak dan in woonwijken. Industrie, maakbedrijven en kassen gebruiken aardgas niet alleen om gebouwen te verwarmen, maar ook voor het bedrijfsproces. Tegelijkertijd hoeft niet elk gebouw verwarmd te worden. Opslagloodsen hebben bijvoorbeeld vaak weinig verwarming nodig. In de warmtetransitie wordt de focus alleen gelegd op aardgas wat wordt gebruikt bij gebouwverwarming en verwarming van tapwater. De transitie voor proceswarmte zal in ander beleid moeten worden vormgegeven en valt dus buiten de Transitievisie. Toch zal hier in de planvorming van een gebiedsgerichte aanpak wel over na moeten worden gedacht. Kantoren Kantoren hebben over het algemeen een grotere vraag naar koeling dan woningen.

Bodemenergie is daarom erg geschikt: warmte die in de zomer aan de gebouwen wordt onttrokken, wordt in de winter weer gebruikt. Dit kan per gebouw, of voor een cluster gebouwen worden aangelegd. Luchtwarmtepompen en luchtkoelers behoren tot de mogelijkheden. Ook hier geldt dat er gekozen kan worden voor een aanpak waarbij elk bedrijf zelf aanpak en tempo kiest, of voor een gezamenlijke aanpak. Bij intensief gebruik van de ondergrond is het wel zaak om gezamenlijk op te trekken, en een ordening aan te brengen in de warmte- en koude-bronnen, om interferentie te voorkomen. Hier zal de gemeente de komende jaren nog beleid voor moeten ontwikkelen om te bepalen wat er wel en niet wordt toegestaan. Pilotproject Omdat we nog weinig ervaring hebben met het begeleiden van bedrijventerreinen richting aardgasvrij, willen we samen met bedrijventerrein Zeiving een pilot starten. Hierbij ligt de nadruk op het leren en experimenteren en dit mee te nemen naar andere bedrijventerreinen.

44 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

4.7

Groengas

Een aantal woningen in West Betuwe lijken de komende jaren niet geschikt voor warmtenetten of warmtepompen. Vaak zijn dit woningen die lastig te isoleren zijn bijvoorbeeld vanwege een monumentale status. In de volgende paragraaf staat beschreven welke aanpak we voor ons zien in deze gebieden. Aanpak groengas Groengas vraagt als aardgasvrije oplossing de minste aanpassingen. Dit kan namelijk door het huidige gasnet worden getransporteerd en de huidige cv ketels zijn hier voor geschikt. De grote uitdaging die wij zien bij groen gas is de schaarste die wordt voorspeld in de komende jaren. Een grote vraag vanuit de industrie naar groengas wordt verwacht. Omdat er maar een beperkte hoeveelheid groengas in Nederland wordt opgewekt is de kans groot dat dit de prijs van groengas zal doen oplopen in de komende jaren. Dit is de reden dat we de komende jaren geen actieve aanpak kiezen op de distributie van groengas naar woningen. Innovatie kan hier de komende jaren verandering in brengen. We zullen deze innovaties de komende jaren blijven volgen. Verder doen we de komende jaren onderzoek naar de mogelijkheden van opwek van groengas. Uit de data-analyse komt namelijk naar voren dat er veel potentie zit in de hoeveelheid groengas die in West Betuwe op dit moment zou kunnen worden opgewekt. Het onderzoek willen we combineren met vormgeven van beleid.

In andere gemeenten worden namelijk voorwaarden gesteld aan de opwek van groengas. Een percentage groengas moet in deze gevallen tegen betaalbare tarieven bijdragen aan de lokale warmtetransitie. We willen de komende jaren onderzoeken hoe we hier in West Betuwe afspraken over kunnen maken. Energiecoöperaties De energiecoöperaties nemen een belangrijke plek in binnen het speelveld van de warmtetransitie. In de afgelopen jaren hebben ze een significante bijdrage geleverd aan het verder brengen van de warmtetransitie. Hun leden zijn intrinsiek gemotiveerd om zich in te zetten voor de verduurzaming van de gemeente en zijn in hun aard gericht op samenwerking, kennisdeling en collectieve oplossingen. Coöperatie Duurzaam West Betuwe (DWB) heeft zitting in het warmteplatform van de gemeente en schrijft mee aan deze Transitievisie Warmte. Zij organiseert kennis sessies voor inwoners, bestuurders en initiatieven over technische, economische, juridische en sociale aspecten. Daarnaast organiseert ze kwartaalbijeenkomsten met initiatiefnemers uit de regio. Er is tweewekelijks overleg met de gemeente om activiteiten en plannen af te stemmen. De coöperatie ondersteunt bij het opzetten en uitvoeren van initiatieven met vrijwilligers. Energie Samen Rivierenland (ESR) is een koepel van coöperaties in de regio.

Zij ondersteunt de coöperaties in de regio (ook DWB en DWE) om verder te professionaliseren. Ook ondersteunen zij alle gemeenten in de regio met de uitvoering van regionale en nationale programma’s (o.a. Energieloket, EnergieVitaal, NIP, DOE) en leveren consultants en projectleiders voor initiatieven in de regio. ESR heeft landelijk aansluiting bij Coöperatie Buurtwarmte en kan de activiteiten van Buurtwarmte in de regio uitvoeren. ESR heeft de ambitie om op te kunnen treden als lokaal warmtebedrijf. Burgerwindcoöperatie West Betuwe (Betuwewind) is een van oorsprong windcoöperatie die zich heeft uitgebreid tot een brede maatschappelijke speler in de energietransitie. Zij zal meer een rol in de uitvoering spelen door specifiek afgestemde stroomleveringscontracten, uitvoeren van financiële participaties en ondersteuning bij financieringen en exploitatiebeheer van een warmtenet of warmtebedrijf. We hebben als gemeente als doel de bestaande samenwerkingen de komende jaren te onderhouden en verder te versterken. Dit doen we door de coöperaties bij ontwikkelingen te 45 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

betrekken en door van elkaar te leren. We willen de komende jaren met de coöperaties verkennen hoe rollen in de warmtetransitie belegd kunnen worden. Er zit veel kennis, ervaring en motivatie bij leden van de coöperaties wat een essentieel ingrediënt is om de warmtetransitie verder te helpen.

46 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

5. Communicatie en participatie De warmtetransitie heeft een grote impact heeft op de woningen en gebouwen van inwoners en ondernemers in onze gemeente. Als gemeente betrekken we hen bij de keuzes die worden gemaakt en informeren we hen over de mogelijkheden. Communicatie en participatie is daarbij van groot belang. Zodat gebouweigenaren, huurders en ondernemers zelf aan de slag kunnen en we met elkaar stap voor stap deze warmtetransitie realiseren. Hoe de verdere communicatie en participatie wordt ingericht is te lezen in dit hoofdstuk.

5.1

Communicatie

De communicatie over de warmtetransitie in West Betuwe richt zich op twee gebieden: gemeente breed en kern- en wijkgericht. Daarbij houden we rekening met de verschillende doelgroepen die er in de gemeente zijn, zodat de communicatie goed aansluit en we zo veel mogelijk mensen bereiken. West Betuwe breed De communicatie in heel West Betuwe richt zich op inwoners. Via diverse kanalen informeren we hen zodat ze op hun eigen tempo aan de slag kunnen. Ook maken we in verschillende stappen duidelijk wat zij in hun kern, buurt of wijk kunnen verwachten in de komende jaren. Vanuit deze visie kijken we daarvoor naar de periode tot 2030. Dit betekent dat informatie over de warmtetransitie vindbaar en begrijpelijk moet zijn voor alle doelgroepen. Het Energieloket Rivierenland informeert en adviseert over techniek en financiering. Daarbij maken zij gebruik van het transitiepad zoals die in deze Transitievisie is opgesteld. Om een eerste inzicht te krijgen over de opvattingen van inwoners over de overgang naar aardgasvrij wonen is dit jaar een enquête uitgezet. De resultaten helpen om inzichtelijk te krijgen waar de behoeftes van inwoners liggen. Een groot aantal respondenten geeft aan al bekend te zijn met aardgasvrije alternatieven of er ten minste van te hebben gehoord.

Ongeveer één op de drie respondenten hecht (veel) belang aan het aardgasvrij maken van hun woning, terwijl een vergelijkbare groep dit als (zeer) onbelangrijk beschouwt. Ruim 40 procent van de respondenten jonger dan 45 jaar geeft aan het aardgasvrij maken van hun woning als (zeer) onbelangrijk beschouwen. Bovendien geeft één op de drie aan het liefst helemaal niet aardgasvrij te wonen, terwijl 8% van de respondenten dit zo snel mogelijk willen veranderen. Deze verschillende opvattingen vragen om verschillende manieren van communiceren. Een grote groep respondenten van de enquête krijgen het liefst informatie van de gemeente via de website of een digitale nieuwsbrief. Respondenten van 75 jaar en ouder geven in verhouding vaak de voorkeur aan de krant of huis-aan-huisbladen als informatiebron. Ruim één op de drie respondenten jonger dan 45 jaar geeft aan liever een papieren brief te ontvangen met informatie over aardgasvrij wonen. Kern- en wijkgericht In een aantal wijken gaan we de komende jaren aan de slag met uitvoeringsplannen. Die worden per kern of wijk op maat gemaakt en met inwoners samen opgesteld. Ruim 1/3e van de respondenten uit de enquête geeft aan betrokken te willen worden bij de plannen voor hun wijk. Bij deze plannen kijken we naar de aanpak die nodig is om te isoleren of te verduurzamen met een individuele of collectieve warmteoplossing.

Als de aanpak duidelijk is werken we de communicatie meer in detail uit per kern of wijk. Ook zetten we waar nodig gerichte communicatiecampagnes in. Hierin volgen we de Leidraad Factor C.

5.2

Participatie

Het is belangrijk dat inwoners en ondernemers betrokken worden en mee kunnen denken met de stappen die nodig zijn in de warmtetransitie. Uitgangspunten gemeentelijk participatiebeleid We betrekken inwoners en de ondernemers volgens het participatiebeleid ‘Krachten Bundelen’ (RV2021-083-participatiebeleid en participatieverordening 28-9-2021). Dit beleid 48 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

bepaalt ook hoe we de samenleving meenemen in de warmtetransitie. Twee belangrijke uitgangspunten zijn: ‘Samen met de samenleving’ en ‘Dichtbij en op maat’.

De kern van het participatiebeleid is:

Samenleving en gemeente gaan met elkaar in gesprek: • De gemeente heeft een optimistische, open en geïnteresseerde houding; • De gemeente levert maatwerk bij participatietrajecten; • De gemeente geeft vooraf aan het gesprek duidelijkheid over doel, participatieniveau en rollen.

Met als doel:

Vergroten van de kwaliteit van lokale democratische processen; Versterken samenwerking gemeente-inwoners; Helderheid scheppen in processen en rollen, mogelijkheden en onmogelijkheden. Om dit planmatig te bereiken gebruikt de gemeente de methodiek Factor C. Deze methodiek wordt voorgesteld om strategisch aan de slag te gaan met communicatie. De stappen die hierin worden benoemd past de gemeente naast communicatie ook toe voor het participatieproces voor het opstellen van de Transitievisie en de stappen daarna in de Uitvoeringsplannen. Deze stappen zien er als volgt uit: • De opgave: welk issue, vraagstuk of probleem gaan we aanpakken? • De omgeving: analyse van de omgeving. • De strategie: keuzes maken. • Het verhaal: wat is het gezamenlijke verhaal? • De aanpak: ontwerpen en uitvoeren van een zorgvuldig communicatieproces. Participatie en de Transitievisie Met het opstellen van deze TVW hebben we invulling gegeven aan de opgave, de omgeving en de strategie uit de factor C methodiek. Tijdens het opstellen van het Warmteprogramma zal het gezamenlijke verhaal en de aanpak nog verder worden opgesteld voor heel West Betuwe. Bij het vaststellen van het warmteprogramma konden inwoners het programma inzien en hier feedback op geven. Bijlage 18 geeft een overzicht van de rollen die de verschillende belanghebbende hebben.

In de kerngerichte en wijkgerichte aanpak worden in elk Uitvoeringsplan deze vijf stappen doorlopen in samenspraak met de inwoners en andere belanghebbenden. Het gezamenlijk verhaal en de aanpak Met het opstellen van het Warmteprogramma gaan we meer verdiepend in op de inrichting en mate van inspraak van inwoners en ondernemers gedurende de Uitvoeringsplannen. Hiervoor houden we meedenksessies. De vragen ‘wat heeft u nodig van de gemeente?’ en ‘wat kunt u nu al zelf doen?’ staan hierin centraal. Zo worden de uitgangspunten opgesteld over hoe inwoners en ondernemers in de kernen en wijken kunnen worden betrokken. Op deze manier werken we aan het ‘verhaal’ waarmee we de omgeving meenemen in de warmtetransitie. Het doel hiervan is dat iedereen mee kan doen met de warmtetransitie. Hierna gaan we in de startwijken en -kernen inwoners en ondernemers betrekken bij het opstellen van de Uitvoeringsplannen. Met hen bepalen we hoe de communicatie het meest effectief kan verlopen en welke middelen nodig zijn om de verduurzaming van de buurt of wijk tot stand te brengen.

49 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

6.

Aan de slag met duurzaam verwarmen

De overstap naar een aardgasvrije gemeente West Betuwe is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Daarom gaat dit hoofdstuk dieper in op het nemen van stappen die zowel inwoners, ondernemers, huurders, vrijwilligers en coöperaties kunnen nemen. We leggen uit wat huishoudens en bedrijven zelf kunnen bijdragen aan de warmtetransitie. Daarnaast is gespecificeerd waar de gemeente nog in wil leren en innoveren.

6.1

Direct resultaat maatregelen

Een succesvolle omslag naar aardgasvrij verwarmen begint met isoleren en besparen. Dit zijn de eerste stappen die elke inwoner van West Betuwe kan nemen omdat het wooncomfort zo wordt verhoogd en het energieverbruik verlaagd. Daarnaast worden de mogelijkheden voor het aansluiten op geschikte alternatieve warmtebronnen groter als het gebouw met een lagere temperatuur verwarmd kan worden. Isolatie Goede isolatie is nodig omdat het voorkomt dat warmte uit een gebouw ontsnapt en de kou buiten houd, waardoor de behoefte aan warmte vermindert. Door bijvoorbeeld muren, vloeren, daken en ramen goed te isoleren, kan een gebouw aanzienlijk efficiënter worden verwarmd. Veel gebouwen zijn echter nog niet voldoende geïsoleerd. Dit komt vaak doordat ze zijn gebouwd in een tijd waarin energie-efficiëntie minder belangrijk was dan tegenwoordig. Tabel 6 laat passende isolatie maatregelen zien afhankelijk van het bouwjaar en wat hiervan de gevolgen zijn voor het energielabel. Houd bij het nemen van isolatie maatregelen wel rekening met voldoende ventilatie.

Kantoorpanden Voor kantoorpanden gelden vanaf 1 januari 2023 strengere energie-eisen. Label C is vanaf 2023 minimaal vereist voor grotere kantoren (>100 m2). Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet. De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de EU en binnen Nederland verder aangescherpt zullen worden

51 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Tabel 6. Mogelijkheden isolatie inclusief geen spijt maatregelen Slecht geïsoleerd

<1940

Gemiddeld geïsoleerd

Goed geïsoleerd

1941-1964

1965-1982

1983-1992

>1992

E

C

B

A

Energielabel F

G

F

D

E

• Gebouwd zonder isolatie, • Gebouwd zonder goede • Gebouwd met geen spouwmuur isolatie, vaak wel met en soms gevelisolatie spouwmuur • Historisch uiterlijk • Rendabel te isoleren • Nieuwe uitstraling soms • Beperkte isolatie mogelijk wenselijk • Rendabel te isoleren

C

D

B

dak- • Gebouwd met redelijke • Gebouwd met goede isolatie isolatie • Lage temperatuur • Jaren ’80 isolatie verwarming vaak al mogelijk vaak kostbaar • Jaren’90 gebouwd met dubbel glas en redelijke isolatie

Geen spijt maatregelen • Isolatie van binnenuit (dak, • Spouwmuur isolatie • Spouwmuur isolatie • Op natuurlijke moment • Extra isolatie meestal niet gevel, vloer) of isolatie gevel aan de of isolatie gevel aan de is isolatie (dak, gevel, vloer) zinvol buitenkant buitenkant goed mogelijk • Maatwerk bij monumenten • Focus op duurzame • HR++ of triple glas, • Op natuurlijke onderhouds- • Op natuurlijke onderhouds- • Bij voldoende isolatie focus installaties momenten dakisolatie momenten dakisolatie op duurzame installaties monumenten• HR++ of triple glas • HR++ of triple glas glas of voorzetramen

Toekomstig Energielabel C

D

A

B

A

B

A

B

A

Temperatuur nodig in 2050 Hoge temperatuur >70 ͦC

Lage temperatuur na goede isolatie (<55 ͦC ) of midden temperatuur (55 ͦC tot 70 ͦC)

Lage temperatuur <55 ͦC

Passende aardgasvrije technieken • Biomassa • Warmtenetten op midden- of lage temperatuur • Groen gas • Midden temperatuur warmtepomp • Hoge temperatuur warmtenet

• Na aanpassing van de radiatoren vrijwel elke techniek geschikt

Aanvullende besparingen Naast isoleren kunnen met kleine en eenvoudige veranderingen de warmtevraag worden verlaagd. Een van de besparingen die genomen kan worden, is het verlagen van de thermostaat met één of twee graden. Dit kan een aanzienlijke besparing op het energieverbruik opleveren. Een andere effectieve maatregel is om het warm water gebruik te beperken. Zo hoeft minder water te worden verwarmt. Daarnaast is het aanbrengen van radiatorfolie een eenvoudige en goedkope manier om de warmtevraag te verlagen. Deze folie wordt achter de radiatoren geplaatst en reflecteert de warmte terug de kamer in, in plaats van dat het door de muur naar buiten verdwijnt. Dit zorgt ervoor dat de warmte efficiënter wordt gebruikt. Tochtstrips bij ramen en deuren zijn ook een effectieve manier om de warmtevraag te verlagen. Deze strips helpen om koude lucht buiten te houden en warme lucht binnen. Dit vermindert tocht en houdt de warmte langer in huis. Tot slot kunnen radiatorventilatoren onder de radiatoren worden geplaatst om de warme lucht beter door de kamer te verspreiden. Je kunt ook besparen door minder apparaten in huis te hebben die op aardgas werken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een inductiekookplaat en een elektrische oven.

Bij het installeren van een nieuwe keuken of tijdens andere verbouwingsplannen is het verstandig om na te denken over de apparaat keuze en de mogelijkheden voor isolatie/besparing. Mocht u twijfelen of advies willen over het nemen van besparing of isolatie maatregelen, neem dan contact op met het Energieloket Rivierenland voor gratis advies.

Huurders Ben je huurder van een woning of pand? Dan zal de verhuurder of woningcorporatie, indien mogelijk, zorgen voor aanpassingen zoals isolatie. Wel kunt u zelf besparen door bijvoorbeeld tochtstrippen aan te brengen of radiatorfolie achter de radiatoren te plaatsen. Informeer bij u verhuurder of woningcorporatie naar de plannen.

6.2

Extra maatregelen

Wanneer verschillende isolatie- en besparing maatregelen zijn genomen, zie Tabel 6, kunnen verdere stappen worden gezet richting aardgasvrij verwarmen. Daarbij is het wenselijk om aan te sluiten op de plannen die er al zijn voor de wijk. Gebouw bevindt zich in een startwijk Als een gebouw in een startwijk ligt, is het verstandig om terughoudend te zijn met het nemen van vervolgstappen richting aardgasvrij verwarmen, om te voorkomen dat onnodige investeringen worden gedaan. De reden hiervoor is dat de gemeente samen met de inwoners en andere stakeholders bezig gaat met het opstellen van een uitvoeringsplan. Dit plan zal gedetailleerde stappen en richtlijnen bevatten om de overgang naar aardgasvrij verwarmen soepel en efficiënt te laten verlopen. Door te wachten en mee te werken aan dit uitvoeringsplan, kunnen investeringen en inspanningen in lijn worden gebracht met de gemeentelijke strategie en ondersteuning. Bovendien

kan geprofiteerd worden van gezamenlijke initiatieven en mogelijk ook van gemeentelijke subsidies of andere vormen van steun die beschikbaar komen als onderdeel van het plan. Mocht de CV ketel binnen korte tijd toch aan vervanging toe zijn, behoord een lease constructie tot de mogelijkheid voor een (hybride) warmtepomp om een onnodige grote investering te voorkomen.

Gebouw bevindt zich niet in een startwijk: Voor gebouwen die zich niet in een startwijk bevinden, kan het zinvol zijn om te investeren in een (hybride) warmtepomp. Dit kan dienen als een 53 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

tijdelijke oplossing op weg naar aardgasvrij verwarmen. Het gebruik van een hybride warmtepomp vermindert het energieverbruik en de CO2-uitstoot. Het kan ook leiden tot besparingen op de energiekosten en draagt bij aan een lagere milieubelasting, terwijl gewacht wordt op verdere ontwikkelingen en

6.3

plannen voor de desbetreffende wijk. Welke warmteoplossing het beste past bij uw gebouw, is afhankelijk van de mogelijke toekomstige plannen. Mocht u hierover advies willen, kunt u contact opnemen met het Energieloket Rivierenland.

Ondersteuning

Welke besparings- en isolatiemaatregelen het beste zijn, verschilt per situatie. Hoe goed is het gebouw al geïsoleerd? Verbouwplannen waarbij isolatie kan worden meegenomen? Is de cv-ketel aan vervanging toe? Zijn er binnenkort collectieve alternatieven voor verwarming in jouw buurt? Om hierbij te helpen zijn verschillende instanties en subsidies beschikbaar. Instanties Onderstaande instanties bieden hulp bij bovenstaande vragen door informatie en advies te geven over isolatie, ventilatie, beschikbare subsidies, financieringsmogelijkheden en technische ondersteuning. Energieloket Rivierenland Het Energieloket Rivierenland is een centraal punt waar inwoners van Rivierenland terecht kunnen voor informatie en advies over energiebesparing en duurzame energieoplossingen. Ze bieden gratis advies over isolatie, zonnepanelen, subsidies en financieringsmogelijkheden, en helpen bij het plannen en uitvoeren van energiebesparende maatregelen. Smart Technology Experience Centre (STEC) Rivierenland Het Smart Technology Experience Centre (S-TEC) in Rivierenland is een kennis- en ervaringscentrum waar inwoners en bedrijven kunnen kennismaken met duurzame oplossingen. Het centrum biedt advies, workshops en trainingen over energiebesparing, en innovatieve technologieën.

WoonWijzerWinkel Rivierenland De WoonWijzerWinkel Rivierenland is een fysieke en online winkel waar woningeigenaren terecht kunnen voor onafhankelijk advies over verduurzaming

van hun woning. Ze bieden informatie over energiebesparende maatregelen en duurzame bouwmaterialen. Financiën Het verduurzamen van gebouwen kan aanzienlijke investeringen vereisen. Hiervoor zijn diverse subsidies beschikbaar die woningeigenaren, bedrijven en maatschappelijke organisaties kunnen helpen bij het financieren van besparende maatregelen. Onderstaand worden een aantal van de subsidies toegelicht, op de website van gemeente West Betuwe en het Energieloket Rivierenland is het totaal overzicht terug te vinden Lokale Aanpak Isolatie Dit is een subsidie voor woningeigenaren, vooral gericht op huizen met energielabel DEFG. Het doel is om eigenaren financieel te ondersteunen bij het isoleren van hun woningen, waardoor energieverbruik en -kosten dalen. Regeling terugdringen Energiearmoede met het project Energievitaal Deze regeling helpt huishoudens die moeite hebben om hun energierekeningen te betalen. Het project Energievitaal biedt ondersteuning en advies om energieverbruik te verminderen, wat leidt tot lagere kosten en een duurzamere woning.

54 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

ISDE (Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing) De ISDE is een rijksregeling voor het verduurzamen van woningen en panden. Het biedt subsidie voor het aanschaffen van duurzame energie-oplossingen zoals warmtepompen, zonneboilers, isolatie, en aansluitingen op warmtenetten. Het Nationaal Warmtefonds Dit fonds biedt leningen aan voor de verduurzaming van huizen, Verenigingen van Eigenaars en scholen. Eigenaren kunnen hiermee bijvoorbeeld isolatiemaatregelen financieren of duurzame installaties aanschaffen. De leningen zijn tegen gunstige voorwaarden beschikbaar. De Toekomstbestendig Wonen-lening

De gemeente West Betuwe biedt woningeigenaren tegen een aantrekkelijke rente een lening om hun woning te verduurzamen, asbestvrij te maken, levensloopbestendiger of energiezuiniger te maken. Bij de lening moet altijd minimaal één energiebesparende of opwekkende maatregel worden genomen om duurzaamheid te waarborgen. Lening verduurzaming voor maatschappelijk vastgoed Deze lening is bedoeld voor sportaccommodaties, religieuze gebouwen en gemeenschapshuizen. Organisaties die maatschappelijk vastgoed bezitten of hier als rechtspersoon gebruik van maken, kunnen een lening afsluiten om hun gebouw of sportterrein te verduurzamen.

Samen met deze instanties en financieringsmogelijkheden wordt passende ondersteuning geboden zodat iedereen op zijn eigen tempo stappen kan zetten. Regelmatig zal worden geëvalueerd of het aanbod nog aansluit bij de behoefte en waar mogelijk zullen aanpassingen plaatsvinden.

6.4

Collectief aan de slag

Naast het verduurzamen van eigen woning of pand, is het ook mogelijk gezamenlijk te kijken naar de opgave om eigen buurt te verduurzamen/aardgasvrij te maken. Zo kan kennis worden gedeeld, het werk worden verdeeld en sneller stappen worden gezet. Daarom worden enthousiaste inwoners gemotiveerd om zich op een effectieve manier te verenigen en zich te melden bij de gemeente. Hierdoor is de gemeente op de hoogte van de plannen die spelen en kan verwezen worden naar verschillende regelingen. Zo kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van de Stimuleringsregeling Programma Aardgasvrije Wijken (SPOR-regeling) Deze regeling biedt financiële middelen voor het ontwikkelen en uitvoeren van plannen om wijken aardgasvrij te maken. De SPOR-regeling is bedoeld voor initiatieven die helpen om de overgang naar duurzame warmtebronnen te versnellen, en kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor kosten zoals studies, procesbegeleiding en technische onderzoeken. Daarnaast biedt de gemeente de mogelijkheid om een bewonersavond te organiseren waarbij het Energieloket kan aansluiten om passend advies te geven. Over 5 jaar wordt de TVW2.0 geëvalueerd en herzien, waarbij de plannen en inzet van de gemeente opnieuw worden bekeken. De betrokkenheid en enthousiasme van inwoners zijn essentieel voor het succes en de noodzakelijke versnelling in het aardgasvrij maken van wijken.

Daarom zal de aanwezigheid van een concreet buurtinitiatief meewegen in het selecteren van de volgende wijken waar uitvoeringsplannen voor worden opgesteld. Initiatieven kunnen zich hiervoor melden bij de gemeente of het Energieloket Rivierenland.

6.5

Bedrijven

Ook bedrijven moeten in 2050 aardgasvrij zijn, zowel het bedrijfspand als het bedrijfsproces. Hierdoor is de opgave voor sommige bedrijven groot en uitdagend. Om deze uitdaging aan 55 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

te gaan worden ook bedrijven gemotiveerd zich te verenigen om kennis te delen, gezamenlijk stappen te zetten en zich te melden bij de gemeente. Hierdoor is de gemeente op de hoogte van de plannen die spelen, kan worden meegedacht en kunnen mogelijke koppelkansen worden benut. Op de website van DOE-Rivierenland is extra informatie te vinden over het zetten van de eerste stappen en de financiële ondersteuning voor bedrijven. Het DOE-programma (Duurzaam Ondernemen en Energie) ondersteunt bedrijven in Rivierenland bij het realiseren van energiebesparing en duurzaamheid. Het programma biedt advies, kennis en technische ondersteuning voor het plannen en uitvoeren van energiebesparende maatregelen.

56 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

7. Financiële scenario’s In dit hoofdstuk worden verschillende financiële scenario's gepresenteerd die invloed hebben op deze visie. Deze scenario's zijn nauw verbonden met de inhoud en ambities. We geven per scenario aan welke stappen wel of niet genomen kunnen worden. Elk scenario biedt inzicht in de mogelijke uitkomsten en de bijbehorende financiële gevolgen. Voor elk scenario is een korte toelichting geschreven, ondersteund door tabellen. Deze tabellen geven een overzicht van de kosten en laten zien welke impact het scenario heeft op het transitiepad. Samen vormen ze een duidelijk vergelijkingskader. Elk scenario is zorgvuldig samengesteld, met oog voor de doelstellingen, beschikbare middelen en financiële mogelijkheden.

7.1

Scenario 1

Het transitiepad van scenario 1, zoals weergegeven in Figuur 11, komt overeen met het transitiepad dat eerder in deze visie is weergegeven (Figuur 7). Dit betekent dat scenario 1 goed aansluit bij de doelen die we willen bereiken. Bovendien zorgt dit scenario ervoor dat we op schema blijven om aan de afspraken van het Klimaatakkoord te voldoen. Te nemen stappen In dit scenario kunnen alle noodzakelijke stappen worden genomen binnen de verschillende pijlers van de warmtetransitie. Dit houdt in dat er gewerkt kan worden aan het opstellen en uitvoeren van wijkuitvoeringsplannen (UP’s) om woningen aardgasvrij te maken, zowel collectief als individueel. Om dit mogelijk te maken, moeten er extra analyses uitgevoerd worden in de verschillende wijken. Deze analyses helpen ons om een gedetailleerd en passend plan te maken. Daarnaast wordt er in dit scenario ook gewerkt aan het verbeteren van isolatie, zowel in bepaalde wijken als in de hele gemeente. Ook bedrijventerreinen worden meegenomen in dit scenario. Net als bij de woningen zijn hier ook extra analyses nodig om uitvoeringsplannen op te stellen en te realiseren. Ook biedt dit scenario ruimte voor pilots, innovaties en het monitoren van de voortgang. Kosten Om deze stappen uit te kunnen voeren, is het noodzakelijk het team dat verantwoordelijk is voor de warmtetransitie uit te breiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/677/documents/16842