CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2024-129-bijlage-transitievisie-warmte-2.0.pdf

Gemeenteraad 26 november 2024, gemeente West BetuweBij agendapunt: 14: Vaststellen Transitievisie Warmte 2.027.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 2024-2029 Gemeente West Betuwe 1 oktober 2024

Leeswijzer Welkom bij de Transitievisie Warmte 2.0 van de gemeente West Betuwe. Deze Visie biedt een strategisch kader voor de overgang naar duurzame warmtevoorzieningen in onze gemeente. Het document is bedoeld voor onze inwoners en ondernemers, beleidsmakers, stakeholders in de energieen bouwsector en de gemeenteraad. Deze leeswijzer geeft meer informatie over de verschillende onderdelen van de Transitievisie Warmte 2.0. We hopen dat dit document inspireert en ondersteunt bij het realiseren van een duurzame warmtevoorziening in onze gemeente.

Doel van het document

Het doel van deze Transitievisie is om de strategie en plannen voor de overgang naar een duurzame warmtevoorziening in onze gemeente te beschrijven. Het biedt inzicht in de huidige situatie, toekomstige doelen en de stappen die nodig zijn om deze doelen te bereiken. Wat staat er in deze visie? • Een prognose: van de meest geschikte aardgasvrije alternatieven. • Een eerste inschatting per wijk: wanneer ze aardgasvrij kunnen worden. • Een aanpak per aardgasvrij alternatief: hoe we aan de slag gaan. Wat staat er niet in deze visie? • Geen definitief besluit voor het aardgasvrije alternatief • Geen precieze kostenberekening • Geen verplichtingen De Transitievisie Warmte 2.0 is een overkoepelende visie. De volgende stap is om concrete onderzoeken te starten op wijkniveau om alle randvoorwaarden en details verder in te vullen.

Documentindeling

Hfd 1, Inleiding: Onderbouwing van deze Transitievisie Warmte 2.0 en de doelstellingen Hfd 2, Ontwikkeling van de Transitievisie Warmte 2.0: Omschrijving van de totstandkoming van deze Visie en een terugblik naar de 1.0 versie. Hfd 3, De opgave in gemeente West Betuwe: Onderbouwt de doelstellingen van deze visie, de uitdagingen en haalbaarheid, de huidige warmtevraag en de inzet van duurzame alternatieven om deze doelen te bereiken. Hfd 4, Naar een duurzaam verwarmt gemeente West Betuwe: Geeft de uitgangspunten, het transitiepad en handvaten voor de uitvoering van de Visie weer. Hfd 5, Communicatie en participatie: Strategie om op een passende wijze samen aan de warmtetransitie te werken. Hfd 6, Aan de slag met duurzaam verwarmen: Uitleg over de stappen die nu al genomen kunnen worden om te besparen Hfd 7, Financiën Uitleg over de financiële scenario’s waar voor gekozen kan worden door de gemeenteraad.

Bijlage 19 geeft een woordenlijst met toelichting van moeilijke woorden.

2 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Voorwoord ENERGIENEUTRAAL IN 2050 We staan met elkaar voor een grote uitdaging. En die uitdaging kunnen we alleen samen aangaan. Met elkaar de schouders eronder! Voor u ligt de Transitievisie Warmte 2.0. Dit is een Visie waarin beschreven staat hoe we in de komende jaren stappen zetten om te komen tot een duurzaam warmtesysteem. Dat vraagt om denken in kansen en het met elkaar zoeken naar innovatieve oplossingen. Als gemeente staan wij aan de lat om te onderzoeken wat er mogelijk is. Hier in gemeente West Betuwe hebben we te maken met een uitgestrekt gebied. We leven samen in 24 dorpen en 2 stadjes. We zijn de fruitgemeente van Nederland, met een grote agrarische sector, die moet kunnen blijven groeien en bloeien. In de Transitievisie Warmte hebben we onder andere onderzocht waar onze gemeente nu staat, wat de warmtebehoefte is en wat mogelijke oplossingen kunnen zijn. Die oplossingen zoeken we niet alleen. We hebben daarvoor u als inwoner en andere belanghebbende gevraagd om mee te denken. Wat zijn uw zorgen, wat hebt u nodig en waar liggen er kansen? In deze Transitievisie Warmte kunt u voorbeelden terugvinden van mensen die er met elkaar de schouders onder zetten om vooruit te kijken en te onderzoeken wat er kan. We hebben een gebied waar de Linge en de Waal doorheen stroomt.

Kunnen we de warmte in het water inzetten? En hoe kunnen we bovenstaande warmtestromen gebruiken om met de warmte die overblijft huizen op te warmen? Hoe kunnen we onze huizen en bedrijven zo aanpassen dat we klaar zijn voor de toekomst? En hoe kunnen we u daar als gemeente bij ondersteunen. In deze visie vertalen we de uitdaging waar we voor staan, naar concrete stappen om met elkaar te zetten. Zodat bij iedere stap die we met elkaar moeten zetten de weg een stukje duidelijker wordt. Dit zorgt ervoor dat we in 2050 niet alleen energieneutraal zijn, maar ook in een fijne leefomgeving wonen en met plezier kunnen blijven ondernemen. College van burgemeester & wethouders West Betuwe

3 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Samenvatting In de gemeente West Betuwe vervangen we tussen nu en 2050 het gebruik van aardgas door duurzame warmteoplossingen. Deze Transitievisie Warmte 2.0 geeft grip op de warmtetransitie door het pad naar een duurzame warmtevoorziening in de gemeente West Betuwe te schetsen. Dit pad sluit aan bij de internationale afspraken en nationale inzet om klimaatverandering tegen te gaan. Samen met inwoners en ondernemers komen we tot de beste oplossingen. Zo verlagen we het aardgasgebruik en verbeteren we het perspectief. We streven naar begrijpelijke, haalbare en betaalbare stappen voor iedere inwoner.

Urgentie

In West Betuwe staan 21.835 woningen en 1.464 bedrijfsgebouwen. Ongeveer 91% van deze gebouwen zijn aangesloten op het aardgasnet. In 2020 gebruikten iedereen samen ongeveer 31,4 miljoen m³ aardgas. Het doel van de gemeente West Betuwe is tot 2030 het gebruik van aardgas met 20 procent te verminderen. In combinatie met de klimaatcrisis en onzekerheid over aardgaslevering is snel handelen noodzakelijk.

Transitiepad

Om de juiste stappen te zetten, onderzocht gemeente West Betuwe welke warmteoplossingen het meest voor de hand liggen bij de verschillende wijken. Hierbij hebben we zoal gekeken naar de technische mogelijkheden, kosten en de verspreiding van de bebouwing. Voor sommige wijken zijn collectieve oplossingen zoals warmtenetten het meest geschikt. Terwijl in andere wijken individuele oplossingen zoals warmtepompen beter passen. Daarnaast is het belangrijk om de meest geschikte wijken als eerste aan te pakken, zodat onnodig werk voorkomen wordt. De keuze voor deze wijken hebben we gemaakt met behulp van belanghebbende en verschillende factoren. Voorbeelden zijn ‘de technische mogelijkheden’ en ‘de noodzaak tot verduurzaming’. In Figuur 1 van de Transitievisie Warmte 2.0 geeft een overzicht van de belangrijkste plannen. In Hoofdstuk 4 legt uit hoe deze plannen zijn ontstaan.

Hoe gaan we aan de slag?

Om de plannen in de praktijk te brengen en kansen te pakken, zetten we de aankomende jaren samen verdere stappen. De eerste stap is isoleren en besparen om zo de warmtevraag te verlagen. Dit brengen we gemeente breed onder de aandacht en werken samen met Het Energieloket Rivierenland. We leggen de nadruk op maatregelen die direct zorgen voor resultaat. Die verhogen het woonplezier en verlagen het energiegebruik. Het is niet mogelijk om overal tegelijk te beginnen, omdat de opgave anders te groot wordt. Door de werkzaamheden te spreiden, sluit het beter aan bij andere projecten en ontdekken we wat goed werkt. De wijken die geschikt zijn om als eerste te starten, staan weergegeven in Figuur 1 voor de periodes 2025-2027 en 2027-2029. In deze wijken stellen we samen met inwoners en andere betrokkenen een uitvoeringsplan op. Voor dit plan doen we verder onderzoek naar de haalbaarheid, betaalbaarheid en de planning. Zowel voor isolatie als voor individuele of collectieve warmteoplossingen hebben we startwijken geselecteerd. Het aantal wijken en de specifieke wijken waarmee we echt beginnen, is afhankelijk van het gekozen financiële scenario. Bij de overstap naar een duurzame warmteoplossing maken we gebruik van participatie- en communicatie passend bij het gemeentelijk beleid. Deze aanpak creëert bewustwording en betrekt inwoners, ondernemers en belanghebbende actief.

Dit is belangrijk omdat alleen gezamenlijk de overgang naar aardgasvrij succesvol kan worden.

4 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Met deze visie schetst de gemeente West Betuwe de plannen tot 2030. Zo weten inwoners en ondernemers wat hen de eerste jaren te wachten staat. Over vijf jaar beoordelen we de visie die er nu is. Deze passen we mogelijk aan vanuit de nieuwste inzichten, gemaakte voortgang en opgedane ervaringen.

5 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Figuur 1. Warmtetransitie gemeente West Betuwe

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

Inleiding ............................................................................................................................8 1.1

Waarom een warmtevisie? ........................................................................................9

1.2

De Transitievisie Warmte 2.0 ....................................................................................9

Ontwikkeling van de Transitievisie Warmte 2.0 ..............................................................11 2.1

Betrokkenen en input ...............................................................................................12

2.2

Geleerde lessen ......................................................................................................13

De opgave in gemeente West Betuwe............................................................................15 3.1

De opgave ...............................................................................................................16

3.2

Doelstellingen duurzame opwek en warmtevraag ...................................................20

3.3

Besparingsdoelstellingen ........................................................................................20

3.4

Warmtetechnieken...................................................................................................21

Naar een duurzaam verwarmd gemeente West Betuwe ................................................22 4.1

Algemene uitgangspunten .......................................................................................23

4.2

Komen tot een transitiepad ......................................................................................23

4.3

Collectieve aanpak ..................................................................................................29

4.4

Individuele aanpak...................................................................................................36

4.5

Isolatie aanpak ........................................................................................................39

4.6

Bedrijventerreinen ...................................................................................................43

4.7

Groengas .................................................................................................................45

Communicatie en participatie .........................................................................................47 5.1

Communicatie..........................................................................................................48

5.2

Participatie ...............................................................................................................48

Aan de slag met duurzaam verwarmen ..........................................................................50 6.1

Direct resultaat maatregelen ...................................................................................51

6.2

Extra maatregelen ...................................................................................................53

6.3

Ondersteuning .........................................................................................................54

6.4

Collectief aan de slag ..............................................................................................55

6.5

Bedrijven..................................................................................................................55

Financiële scenario’s ......................................................................................................57 7.1

Scenario 1 ...............................................................................................................58

7.2

Scenario 2 ...............................................................................................................61

7.3

Scenario 3 ...............................................................................................................64

7 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

1. Inleiding In Nederland gaan we stoppen met het gebruik van aardgas. Ook in West Betuwe zullen we uiterlijk in 2050 het aardgas gaan vervangen. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaan we als gemeente op zoek naar de beste oplossingen voor een duurzaam West Betuwe, waar onze én volgende generaties een prettige en leefbare toekomst hebben. In deze Transitievisie Warmte 2.0 stippelen we het pad uit naar een duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening.

1.1

Waarom een warmtevisie?

Het klimaat verandert door het gebruik van grote hoeveelheden fossiele brandstoffen zoals aardgas. Dit zorgt voor de uitstoot van broeikasgassen, waardoor aardgas niet wordt gezien als een duurzame bron van warmte. De negatieve effecten van deze uitstoot en de veranderingen in het klimaat worden steeds duidelijker. Daarom wordt er wereldwijd, en ook in Nederland, hard gewerkt om klimaatverandering tegen te gaan. Tijdens de klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Parijs eind 2015, kwamen rond de 200 landen tot een klimaatakkoord. Hierin werd afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden, met een streven naar 1,5 graad. In Nederland ondertekenden meer dan 100 partijen in 2019 het Nederlandse klimaatakkoord. Het doel is om in 2050 de CO2-uitstoot met 95% te verminderen ten opzichte van 1990. In de omgevingsvisie zijn de landelijke doelstelling opgenomen door uiterlijk in 2050 afscheid te willen nemen van fossiele brandstoffen. Dit houdt in dat we opzoek gaan naar andere warmtebronnen, bijvoorbeeld om te koken en gebouwen te verwarmen. In Nederland hebben we jarenlang aardgas gewonnen uit het Groningenveld. Sinds 19 april 2024 is de aardgaswinning hier gestopt. Binnen Europa is er op dit moment te weinig gas om te voorzien in onze huidige vraag naar warmte. Dit maakt ons afhankelijk van andere landen.

Om de leveringszekerheid te kunnen garanderen, gaan we opzoek naar andere warmtebronnen.

1.2

De Transitievisie Warmte 2.0

In het landelijke Klimaatakkoord is beschreven dat elke gemeente uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte moest opstellen waarin de overstap van aardgas op andere, duurzame warmtebronnen duidelijk moet worden. Voor de gemeente West Betuwe heeft dit geleid tot de Transitievisie Warmte 1.0 (TVW 1.0) die op 1 februari 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad. In de TVW 1.0 werd gefocust op leren, isoleren en besparen. In deze visie, de Transitievisie Warmte 2.0., schetsen we concrete stappen tot 2030 en geven we een doorkijk naar 2050. Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving vraagt aanpassingen aan gebouwen en infrastructuur. In deze Transitievisie gaan we in op de volgende drie hoofdvragen: • Welk alternatief voor aardgas is kansrijk in de verschillende gebieden in West Betuwe? • Wanneer gaan we samen met de verschillende gebieden aan de slag om te komen tot een aardgasvrije oplossing? We schetsen een globaal tijdpad tussen nu en 2050. • Welke stappen willen we de komende jaren zetten (de uitvoering)? Deze Transitievisie Warmte 2.0 heeft een wettelijke looptijd van maximaal vijf jaar en wordt daarna herijkt. De Visie zal als warmteprogramma onder de omgevingswet worden uitgevoerd. Daarnaast is in het coalitieakkoord aangegeven dat in deze coalitieperiode twee nieuwe pilots moeten starten. West Betuwe is een plattelandsgemeente met veel kansen maar ook uitdagingen.

We hebben de ruimte om te kunnen blijven ontwikkelen. Deze ruimte en diversiteit maakt anderzijds ook een uitdaging om te komen tot beleid wat bij elke situatie aansluit. Samenwerking Duurzame warmte oplossingen hebben vaak een impact op het energienet. Binnen de Regio Rivierenland werken we samen met zeven buurgemeenten, waterschappen, de provincie Gelderland, netbeheerders en andere belanghebbenden. Samen hebben we afspraken gemaakt over de uitvoering van de energietransitie in de Regionale Energie Strategie (RES). De RES heeft als doelstelling om in 2050 energieneutraal te zijn: evenveel energie 9 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

opwekken als gebruiken. Vanuit de RES wordt verwacht dat de warmtetransitie leidt tot een toename van onze elektriciteitsvraag en tot een zwaardere belasting van het elektriciteitsnet dan waar nu vanuit is gegaan. Het uitgangspunt is om deze toename zo klein mogelijk te houden en te werken aan oplossingen om deze toename op te vangen. De warmtetransitie voeren we zoveel mogelijk uit in samenwerking met inwoners, maatschappelijke partners en bedrijven. Deze Transitievisie is geen dichtgetimmerd plan. Het geeft de kaders waarbinnen de komende jaren projecten worden opgestart. Het uiteindelijke resultaat is een Transitievisie Warmte 2.0 die duidelijkheid geeft over de te nemen stappen en activiteiten waar de gemeente, inwoners en ondernemers voor staan in de komende jaren.

10 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

2. Ontwikkeling van de Transitievisie Warmte 2.0 In dit hoofdstuk omschrijven we hoe de Transitievisie Warmte 2.0 (TVW 2.0) tot stand is gekomen. Daarbij kijken we naar wie erbij betrokken zijn en welke analyses zijn uitgevoerd. Verder blikken we terug op de Transitievisie warmte 1.0. Hierin beschrijven we wat we hebben geleerd van de eerste Visie en welke geleerde lessen we meenemen naar de TVW 2.0.

2.1

Betrokkenen en input

De inhoud van deze Transitievisie Warmte 2.0 is samengesteld en getoetst in samenwerking met diverse partijen en bronnen. We hebben daarbij alle betrokkenen in kaart gebracht om hen op de juiste manier te betrekken en hun wensen en mogelijkheden duidelijk te krijgen. Het Platform Warmte De gemeente heeft de samenwerkende partijen bijeengebracht in het Platform Warmte. Dit platform bestaat uit woningcorporaties Kleurrijk Wonen en De Kernen, netbeheerders Liander en Stedin, Coöperatie Duurzaam West Betuwe en Regio Rivierenland. Het platform komt maandelijks samen en heeft meegedacht over verschillende onderdelen van deze transitievisie. De uitgangspunten voor de warmtetransitie zijn samen vastgesteld en afgestemd welke ontwikkelingen invloed hebben op duurzame warmteoplossingen. Ook is gekeken naar mogelijke koppelkansen. Daarnaast sluit de Visie aan op de uitgangspunten in de Regionale Energie Strategie 1.0 (RES). Met behulp van platform is de visie ook zoveel mogelijk afgestemd op het beleid dat bij de verschillende betrokkenen wordt gehanteerd. Inwoners Gedurende het opstellen van de transitievisie warmte 2.0 zijn inwoners van de gemeente West Betuwe betrokken en geïnformeerd. De inwoners zijn door een inwonersavond en bij het invullen van een enquête gevraagd om mee te denken.

Inwonersenquête Om te achterhalen welke uitgangspunten inwoners belangrijk vinden voor de overstap naar duurzamere verwarmingssystemen, hebben we een enquête gehouden onder de inwoners (Bijlage 1). Deze enquête is ook voorgelegd aan het inwonerspanel ‘West Betuwe Spreekt’, dit is een panel met leden die graag meedenken over verschillende onderwerpen die in de gemeente spelen. Vanuit de enquête is duidelijk geworden wat de zorgen van inwoners zijn, op welke manier inwoners

betrokken willen blijven en wat de voorkeuren voor communicatiemiddelen zijn. In totaal heeft de enquête 737 respondenten opgeleverd. Inwonersavond Inwoners zijn op 21 maart 2024 geïnformeerd over de technische analyse en geformuleerde uitgangspunten voor de transitievisie. Dit is gedaan met een informatieavond waar geïnteresseerden live in de Raadszaal van het gemeentehuis en online bij aanwezig konden zijn. Tijdens de informatieavond konden inwoners reageren op stellingen en vragen stellen. De opmerkingen, vragen, zorgen en ideeën zijn meegenomen in deze transitievisie. Wetgeving en gemeentelijk beleid Wetgeving is in de maak die zorgt voor meer duidelijkheid over rollen en instrumenten voor de gemeente in warmtetransitie. De wetten die in de maak zijn heten de WCW en de WGIW. De WCW, (Wet Collectieve Warmtevoorziening) regelt de collectieve levering van warmte aan gebouwen. Deze wet stelt regels vast met betrekking tot de levering, de prijsstelling en andere aspecten van warmtevoorziening aan meerdere huishoudens. De WGIW (Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmte) is gericht op het mogelijk maken van gemeentelijk beleid met betrekking tot warmtevoorziening. Deze wet biedt gemeenten instrumenten en mogelijkheden om warmteprojecten te initiëren en te reguleren binnen hun jurisdictie.

Bij het opstellen van de visie is gerekend op de ondersteuning die deze wettelijke instrumenten kunnen bieden. Daarnaast sluit de visie aan bij het eerder vastgestelde beleid in de gemeente. Zoals de omgevingsvisie, het communicatiebeleid en participatiebeleid.

12 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Data-analyse De input van de bovengenoemde partijen is gecombineerd met de resultaten uit de noodzakelijke analyses. Deze analyses bieden meer inzicht in de omvang van de opgave en de potentie van verschillende warmtebronnen binnen de gemeente West Betuwe. De uitgevoerde analyses komen overeen met de data die andere gemeenten gebruiken om stappen te kunnen zetten.

2.2

Een aantal analyses zijn uitgevoerd door de WarmteTransitieMakers (DWTM) en hebben betrekking op energieverbruik, energie labels en warmtevraag. (Zie Bijlage 4,8 en 10). Daarnaast is een potentiestudie uitgevoerd door Duurzaam Energie Perspectief (DEP), die zich richt op beschikbare restwarmte in Geldermalsen (Bijlage 16)

Geleerde lessen

Vanuit de Transitievisie Warmte 1.0 heeft de gemeente West Betuwe zich tot doel gesteld de komende jaren te leren en te inventariseren welke aardgas reducerende maatregelen mogelijk zijn. Om dit te bereiken is gestart met het vormgeven van twee pilotprojecten. Hierin is geleerd hoe de gemeente, in nauwe samenwerking met de inwoner en de andere stakeholders, op een effectieve manier bij kan dragen aan het aardgasvrij maken van wijken. In de volgende alinea’s wordt omschreven wat de pilots inhielden wat we de afgelopen jaren hebben geleerd. Bijlage 3 bevat een evaluatie op Duurzame Warmte Enspijk die is uitgevoerd in opdracht van de regio Rivierenland met geleerde lessen van alle betrokken stakeholders. Pilot Duurzame Warmte Enspijk De eerste pilot is Duurzame Warmte Enspijk (DWE). De pilot draait om Enspijk, een dorp met enthousiaste inwoners die in 2030 energieneutraal willen zijn. In deze pilot wordt gezocht naar een betaalbare manier om woningen door middel van aquathermie, collectief te verwarmen op kleine schaal (187 woningen). Hierin zijn de afgelopen jaren stappen gezet en lessen geleerd (Bijlage 3). Het doorlopen van deze stappen heeft nieuwe inzichten opgeleverd: • • • • • • •

Voor het kunnen exploiteren van een warmtekavel dient de gemeente verschillende stappen stapsgewijs te doorlopen. Overstappen op een collectief warmtesysteem is tijdsintensief en vereist uitgebreide en zorgvuldig geplande acties. De rol van de gemeente vraagt om flexibiliteit, dit kan veranderen van faciliterend en financierend naar een meer intensieve betrokkenheid naarmate het project vordert. Het aardgasvrij maken van een klein dorp, zoals Enspijk, maar ook de warmtetransitie als geheel is een pioniersproces waarbij we veel moeten ontdekken en uitvinden. Enthousiasme en kennis onder inwoners zijn belangrijke drijfveren voor het succes van dergelijke projecten. De financiering voor het aanleggen van een klein warmtenet is een grote uitdaging. Dit kan alleen slagen door de grote betrokkenheid van inwoners. Voor procesbegeleiding en onderzoekskosten zijn externe financiers moeilijk te vinden, waardoor de gemeente tot nu toe de belangrijkste financieringsbron is.

Pilot warmtenet FruitMasters De tweede pilot draait om het bedrijf FruitMasters en het mogelijke gebruik van restwarmte in een warmtenet. Vanwege een mogelijke subsidie is met deze pilot in 2021 een start gemaakt. Het verkrijgen van de subsidie bleek niet mogelijk binnen de gestelde termijn. Inmiddels hebben we de gesprekken weer herstart om een modulair warmtenet naar FruitVillage (huisvesting gebouwd voor internationale werknemers) op te bouwen, zodat 13 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

woningen in Geldermalsen mogelijk ook gebruik van de restwarmte kunnen maken. Verdere details van de voortgang van deze pilot zijn zichtbaar in Bijlage 3 en hebben de volgende inzichten opgeleverd: • • • • •

Als vergunningverlener en samenwerkingspartner speelt de gemeente een cruciale rol in warmtenetprojecten Een warmtenet kan de snelheid voor het realiseren van huisvesting in positieve zin beïnvloeden Om de koppelkans voor een warmtenet naar Geldermalsen te benutten, moet met een groter kader of perspectief worden gedacht en gehandeld. Modulair ontwerpen van het systeem verhoogt (momenteel) de kosten voor het FruitVillage-project. Het is essentieel om alle stakeholders betrokken te houden gedurende het hele proces.

Leren uit de TVW 1.0 Het werken aan de warmtetransitie heeft de afgelopen jaren meer omvat dan alleen de twee genoemde pilots. We hebben veel geleerd over de omvang van de gemeentelijke opgave, de noodzakelijke stappen en de uitvoering. In combinatie met de lessen uit de pilots hebben we enkele belangrijke constateringen gedaan die we meenemen in het opstellen en uitvoeren van de TVW 2.0. De belangrijkste bevindingen staan hieronder beschreven. Voor een uitgebreidere evaluatie, zie Bijlage 2. In aanvulling op de TVW 1.0 zijn er praktische richtlijnen nodig om effectief aan de slag te kunnen gaan. Er is in de TVW 1.0 bijvoorbeeld niet stilgestaan bij wat de concrete isolatieopgave, warmtevraag en voorkeurswarmtevoorzieningen waren. Een gevolg is dat er op dit moment geen concrete opgave is vastgelegd gemeentelijk beleid. Als gemeente West Betuwe is dit noodzakelijk om genoeg uitvoeringskracht te hebben om op het gewenste tempo van het aardgas af te gaan. Ook maken de vele onzekerheden rondom de warmtetransitie het moeilijk om een helder en uitvoerbaar plan te maken. We weten bijvoorbeeld nog niet precies wie wat gaat betalen, welke warmteoplossing het beste is voor elke wijk, en welke verschillende rollen de gemeente heeft in deze transitie. Het is nog een opgave om te achterhalen welke maatregelen inwoners nemen en hoe gemeentelijk beleid hierop invloed heeft.

Innoveren in de TVW 2.0 Met het opstellen van deze visie wordt al gewerkt aan bovenstaande constateringen en geleerde lessen. Dit is een continue proces en daarom blijft het lerend en innoverend vermogen ook belangrijk gedurende het uitvoeren van de TVW 2.0. Op dit moment kan nog niet voor elke buurt in West Betuwe een passend duurzaam alternatief worden geboden. Daarom volgen we innovaties op het gebied van duurzame warmte en beoordelen we deze op geschiktheid voor toepassing in specifieke wijken en gebouwen. Ook zoekt de gemeente West Betuwe verder naar de geschikte rollen in de ontwikkeling van warmtenetten, inclusief mogelijke samenwerkingen met partners. Verder wordt gekeken naar financiële instrumenten om de overstap naar aardgasvrije alternatieven aantrekkelijker en haalbaarder te maken. Als laatste zoeken we verder naar passende methodes om inwoners te betrekken en de voortgang te monitoren. Deze inspanningen helpen de overgang naar een aardgasvrij gemeente West Betuwe zo aantrekkelijk en eenvoudig mogelijk te maken.

14 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

3. De opgave in gemeente Betuwe

West

Dit hoofdstuk gaat over de doelstellingen die we met deze visie willen bereiken. We kijken ook naar de uitdagingen en haalbaarheid voor deze doelen. Verder brengen we in dit hoofdstuk in kaart wat de huidige warmtevraag is. Tot slot gaan we in op de duurzame alternatieven die ingezet kunnen worden om de eerder beschreven doelstellingen te behalen.

3.1

De opgave

Deze Transitievisie heeft tot doel om concrete stappen naar een aardgasvrije gemeente in 2050 uit te stippelen. Om dit doel te bereiken, is het essentieel om eerst inzicht te krijgen in het huidige energiegebruik van de gemeente West Betuwe.

35

Aardag gebruik in miloen m3

Energiegebruik In West Betuwe staan in totaal 21.835 woningen en 1.464 bedrijfspanden. De woningcorporaties Kleurrijk Wonen en De Kernen hebben een aanzienlijk deel (+/- 21%) van de woningen in de gemeente in hun bezit. In 2020 was het aardgasgebruik in gemeente West Betuwe door op het gasnet aangesloten woningen 31,4 miljoen m3 aardgas1. Voor 2030 wordt gestreefd naar een besparing van 20%. Dit betekent een gemiddelde afname van 6,3 miljoen m3 aardgas (3900 woonequivalent2) in 2030. Deze cijfers staan ook in verhouding tot de doelen die gesteld zijn in de Omgevingsvisie en het programmaplan duurzaamheid van de gemeente West Betuwe. Zo is in het programmaplan duurzaamheid vastgesteld dat de gemeente in 2030 streeft naar 55% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990 (Figuur 2).

30 25 20 15 10 5 0

2020

2030

2050

Jaartallen

Figuur 2. Aardasgebruik woningen in gemeente West Betuwe

Daling in aardgasgebruik Het verbruik van aardgas laat een lichte daling zien ten opzichte van voorgaande jaren. Dit blijkt ook uit de enquêteresultaten. Hierin gaf een groot deel van de respondenten aan hun verwarming lager te zetten (63%), korter/kouder te douchen en extra isolatie maatregelen te nemen. Ongeveer 91% van de woningen en de bedrijven is momenteel nog aangesloten op het aardgasnet. Huishoudens verbruiken meer energie uit aardgas dan uit elektriciteit (Figuur 3). Figuur 3 geeft een overzicht van het totaalverbruik aan energie in de gemeente West Betuwe. Het aardgas dat in 2020 door bedrijven en publieke dienstverlening werd gebruikt in onder andere bedrijfsprocessen was 83.2 miljoen m3 gas (2632 TJ)3.

Bron: Klimaatmonitor Een woonequivalent komt overeen met de energievraag van een CBS-standaardwoning, 1615 m3 aardgas per woning. 3 Bron: Klimaatmonitor 1 2

16 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Woningen Landbouw, Bosbouw en Visserij

Commerciële dienstverlening Industrie, Energie, Afval en Water

Publieke dienstverlening

Figuur 3. Energiegebruik van gemeente West Betuwe in 2020

Naast het gebruik van aardgas zijn er 311 woningen die momenteel worden verwarmd met propaangas vanuit bovengrondse propaangastanks. Dit zijn vooral woningen en bedrijven in het buitengebied waar geen aardgasleidingen liggen. Propaangas wordt net als aardgas niet gezien als duurzame energiebron. De Transitievisie richt zich op het duurzaam verwarmen van huizen, kantoren en andere (bedrijfs)gebouwen. Het aardgasgebruik exclusief gebruik voor proceswarmte zijn niet bekend. Het aardgasvrij maken van industriële processen valt buiten de scope van deze visie4, maar voor een compleet beeld zijn de cijfers wel in beeld gebracht. Bij het aardgasvrij maken van bedrijventerreinen kunnen hier in de toekomst wellicht koppelkansen worden gecreëerd. Concentratie van de warmtevraag De concentratie van de toekomstige warmtevraag van woningen in de gemeente West Betuwe is zichtbaar in Figuur 4. Dit wordt ook wel de warmtevraagdichtheid genoemd. De huidige en toekomstige warmtevraag van woningen en bedrijven is te vinden in Bijlage 4 Figuur 4 laat zien wat deze warmtevraagdichtheid is nadat isolatiemaatregelen zijn getroffen. Dit is een belangrijke kaart omdat op basis van deze informatie iets gezegd kan worden over de haalbaarheid van een warmtenet. Deze informatie helpt bij het bepalen van de gebieden waar we op korte termijn stappen willen zetten om te komen tot een aardgasvrije oplossing.

In gebieden met een geconcentreerde warmtevraag, waarbij veel woningen bij elkaar of panden met een hoge warmtevraag staan, wordt de technisch-economische haalbaarheid van een collectieve warmteoplossing vaak groter. Bij een lage warmtevraag in combinatie met woningen die ver uit elkaar liggen zijn individuele oplossingen, zoals een warmtepomp of duurzaam gas, oplossingen die vaak meer voor de hand ligt. Ook wegen er nog andere criteria mee voor de keuze en kans rijkheid van een warmteoplossing. Of een warmtenet financieel haalbaar is, hangt af van veel factoren. De warmteleverancier moet voldoende warmte kunnen verkopen, voldoende woningen (in totaal én per meter leidingwerk) kunnen aansluiten, de aanleg van het warmtenet mag niet te duur zijn, er moet een geschikte warmtebron in de buurt zijn. De warmtevraagdichtheid is een goede indicator om een eerste indruk te krijgen van de financiële haalbaarheid.

4

Hiervoor zijn in het klimaatakkoord aparte afspraken gemaakt aan de klimaattafel Industrie.

17 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Figuur 4. Toekomstige warmtevraagdichtheid woningen in gemeente West Betuwe

In Figuur 4 zien we de volgende categorieën: • 1500 – 3900 GJ per hectare Bij deze warmtevraagdichtheid is de kans groot dat een warmtenet financieel haalbaar is. • 1000 – 1500 GJ per hectare De warmtevraagdichtheid is nog steeds relatief hoog, maar de financiële haalbaarheid van een warmtenet zal in grotere mate afhangen van bijvoorbeeld de kosten van de aanleg en de beschikbaarheid van een gunstige, niet te dure, warmtebron. • 500 – 1000 GJ per hectare De warmtevraagdichtheid is relatief klein. De overige condities in dit gebied moeten dan gunstig uitpakken om een warmtenet financieel haalbaar te maken. • 100 – 500 GJ per hectare De warmtevraagdichtheid is nu dermate laag, dat de kans op een rendabel project heel klein is. Energie labels Een lagere warmtevraagdichtheid wordt bereikt door het verbeteren van de isolatie van woningen. Om te inventariseren waar de meeste winst te behalen valt in het verlagen van de warmtevraag, zijn de energie labels in kaart gebracht (Figuur 5). Daarnaast geven in veel gevallen de toekomstige warmteoplossingen op een lagere temperatuur warmte af dan de huidige cv-ketel. Om woningen geschikt te maken voor een andere warmtebron en het wooncomfort te verbeteren, is goed isoleren en ventileren essentieel. Bijlage 8 geeft de spreiding van de energie labels weer.

13% 27%

8% 3% 10%

17% 22%

A B C D E F G

Figuur 5. Energie labels van woningen in gemeente West Betuwe

Om een inschatting te maken van de verwachte energiebesparing van woningen tot 2030 en 2050 is een analyse gedaan van de woningvoorraad in West Betuwe. Hierbij is gebruik gemaakt van het bouwjaar, energielabel en oppervlakte van de woningen, zie Bijlages 7,8,9 en 10. Deze analyse gaat uit van de isolatie die economisch rendabel is. Huizen van voor 1920 bijvoorbeeld, zitten vaak op een energielabel G en zijn tot een energielabel C of D te isoleren. Voor de verschillende bouwperiodes gelden verschillende besparingspotenties. Landelijk wordt uitgegaan van een gemiddelde besparing van 1,5 procent aardgas per jaar door isolatie.

Besparen aardgas Uit de enquêteresultaten blijkt dat een deel van de inwoners geen plannen heeft om hun aardgasverbruik in de komende vijf jaar te verminderen (33%). Daarnaast geeft een klein percentage (22%) aan in te zetten op extra isolatie. Echter, een even groot deel van de respondenten toont interesse in het overstappen op een (hybride) warmtepomp als alternatieve warmtebron. Het besparingspotentieel van bedrijven is lastiger in te schatten omdat bedrijven meer gevarieerd zijn opgebouwd dan huizen. Een kledingwinkel en opslagloods zijn bijvoorbeeld heel anders qua comforteisen en bouwstijl. Daardoor heeft het besparingspotentieel een grotere onzekerheid. Wel gelden voor kantoorpanden strengere isolatie-eisen en wordt verwacht dat hierin de komende tijd stappen worden gezet.

19 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

3.2

Doelstellingen duurzame opwek en warmtevraag

3.3

Besparingsdoelstellingen

In de Regionale Energiestrategie 1.0, hebben we afspraken gemaakt over de opwek van duurzame energie. Daarin wordt voorzien door de reeds bestaande 14 windturbines en de hoeveelheid hectares zon die we in het beleidskader zon hebben vastgelegd. Omgerekend komt dat neer op een energie opwek van 1354 TJ/jaar in 2030. Dit is in theorie genoeg stroom om de duurzame warmte mee op te wekken die nodig is voor de alternatieve warmteoplossingen tot 2050 (zie Bijlage 5). Deze stroom wordt alleen nog voor veel meer doeleinden gebruikt dan de opwek van warmte. Er zal dus moeten worden onderzocht hoeveel extra duurzame energie er tot 2050 moet worden opgewekt.

Met het inzichtelijk maken van de opgave, stellen we doelen om een besparing van 20% aardgas in 2030 te bereiken. Daarom streven we de komende jaren naar de volgende resultaten: • We gaan in wijken, buurten en dorpskernen aan de slag om kleinschalige en middelgrote warmtenetten te realiseren met als resultaat een afname van 10% aardgasverbruik (3,2 miljoen m3 aardgas of 2100 woonequivalent). • We gaan in wijken, buurten en dorpskernen aan de slag om individuele warmteoplossingen te stimuleren met als beoogd resultaat een afname van 5% aardgasverbruik in 2030 (gelijk aan 1,5 miljoen m3 aardgas of 1050 woonequivalent). • We stimuleren ondernemers en inwoners om versneld aan de slag te gaan met isoleren van woningen en bedrijven. Het beoogde resultaat is een afname van 5% aardgasverbruik in 2030 (gelijk aan 1,6 miljoen m3 aardgas of 1050 woonequivalent); Haalbaarheid De bovengenoemde doelen vragen een grote inzet van verschillende partijen. Daarom is het behalen van de doelen geen zekerheid. Gezien de complexiteit en omvang van de uitdagingen wordt rekening gehouden met het risico dat er minder wordt bespaard of minder gebouwen aardgasvrij worden gemaakt dan is beoogd. Het schrijven van de TVW 2.0 is een momentopname waarbij zo goed mogelijk rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen die invloed hebben op de doelstellingen.

Per doelstelling wordt daarom kort besproken met welke haalbaarheid we rekening houden. Collectieve maatregelen Het is waarschijnlijk dat het doel om 10% van de woningen duurzaam te verwarmen met een warmtenet niet wordt behaald voor 2030. In 2030 kan de hele kern Enspijk met een warmtenet worden verwarmd en kan een start zijn gemaakt met een warmtenet in Geldermalsen Zuid. Dit is samen goed voor 2% van de woningen in West Betuwe. Wel wordt na 2030 een versnelling verwacht in het aansluiten van woningen aan een warmtenet. Dit wordt verwacht onder andere door het opdoen van ervaring in de warmtetransitie waardoor proces efficiënter gaan verlopen. Individuele maatregelen Het doel om 5% van de woningen duurzaam te verwarmen door individuele warmteoplossingen wordt naar verwachting ruim behaald voor 2030. Met het uitvoeren van individuele wijkuitvoeringsplannen wordt een besparing van 1 procent verwacht. De verwachting is dat door natuurlijk verloop nog zo’n 8% van de woningen gebruik gaat maken van een all electric of hybride warmtepomp. Dit komt neer op een aardgasreductie van 9%5. Isolatie De gemeente West Betuwe kan door isolatie 5% energie besparen. Daarvoor is het noodzakelijk om alle woningen met EFG-labels in de hele gemeente te isoleren. Het doel is om 90% van deze woningen te isoleren, wat een besparing van 5% zou opleveren. Door 5

Bron: Nationaal Warmtepomp Trendrapport 2023

20 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

extra focus te leggen op de startwijken, kan er nog eens 2,5% extra bespaard worden. In totaal kan de verwachte energiebesparing hierdoor oplopen tot 7,5%. Wanneer deze bovengenoemde cijfers worden behaald komt het resultaat op 18,5% aardgasreductie.

3.4

Warmtetechnieken

Voor een alternatief warmtesysteem zijn er verschillende warmtetechnieken die bij kunnen dragen aan het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Elke techniek heeft kansen en uitdagingen. In het onderstaande Tabel 1 beschrijven we welke technieken het meest kansrijk zijn in West Betuwe. Zie Bijlage 17 voor een uitgebreidere informatie over de warmtetechnieken. In de gemeente West Betuwe hebben een aantal warmtebronnen waar gebruik van kan worden gemaakt bij het overstappen op alternatieve warmteoplossingen. In Bijlage 17 staat een overzicht van de warmtebronnen die in West Betuwe bekend zijn. Tabel 1. Mogelijke warmtetechnieken voor gemeente West Betuwe

Individuele oplossing

Collectieve oplossing

Groengas

Techniek

Hybride of all-electric warmtepomp

Warmtenet

Aansluiting op gasnet met cv ketel

Isolatieopgave

Grotere isolatieopgave

Isolatieopgave afhankelijk van tempratuur warmtenet

Beperkte isolatieopgave

Overstap naar alternatief

Meer ruimte voor eigen tempo

Iedereen tegelijkertijd

Iedereen tegelijkertijd

Elektriciteitsnet

Warmtenet

Gasnet

Energie infrastructuur

21 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

4. Naar een duurzaam verwarmd gemeente West Betuwe In dit hoofdstuk geven we uitleg over de stappen die moeten worden gezet om de eerdergenoemde doelstellingen uit hoofdstuk 3 te halen. We beginnen met de uitleg over de uitgangspunten die we hebben gebruikt om te komen tot een transitiepad. We lichten de warmteoplossingen toe die we de komende jaren per gebied het meest kansrijk vinden. Het geeft het transitiepad weer, waar we de komende jaren aan willen werken. Dit geeft richting aan de volgordelijkheid van de warmtetransitie in West Betuwe. Tot slot gaan we in op de verschillende rollen die we voor ons zien en een uitvoeringsstrategie voor de komende jaren.

4.1

Algemene uitgangspunten

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland in 2050 in de gebouwde omgeving een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening heeft zonder fossiele brandstoffen. Dit betekent dat we keuzes moeten maken. Waar gaan we starten en waarom? Voor welke alternatieve warmteoplossing kiezen we? Om deze beslissingen weloverwogen te maken, benoemen we in deze transitievisie een aantal belangrijke uitgangspunten. Buurten, wijken en bedrijventerreinen kunnen veel van elkaar verschillen. Ze verschillen van elkaar onder andere in samenstelling van inwoners, gebouwen, omgeving, ondernemers en warmtebronnen. De benadering per wijk zal dus op maat zijn. Toch streven we in de hele gemeente hetzelfde doel na en willen we overal zorgvuldig omgaan met de belangen van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We hebben daarom een aantal uitgangspunten benoemd die gedurende het hele proces naar een aardgasvrij alternatief centraal zullen staan. De uitgangspunten zijn bepaald in nauwe samenwerking met de belanghebbenden. In de transitievisie 1.0 zijn al een aantal uitgangspunten vastgesteld. Deze uitgangspunten worden door de bovengenoemde punten bevestigd en kunnen als volgt worden geformuleerd: • Iedereen moet mee kunnen in de warmtetransitie.

• We streven naar de laagste totale maatschappelijke kosten voor de warmteoplossing6 en ook de laagste kosten voor inwoners en bedrijven. • We spelen waar mogelijk in op logische momenten in wijken die kostenverlagend werken en onnodige overlast voorkomen, zoals vervangingsmomenten van de aardgasleidingen, onderhoudsplannen aan gebouwen, of grootschalige werkzaamheden in de openbare ruimte. • Energiebesparing is belangrijk om de vraag naar (primaire) energie in 2050 te beperken en de CO2-uitstoot te minimaliseren. • We hechten veel belang aan een zorgvuldig proces dat inclusief en transparant is (met duidelijke, eerlijke en begrijpelijke informatie). We zien dit als randvoorwaarde om tot een goede samenwerking te komen met inwoners bedrijven en andere belanghebbenden. • Naast energie en klimaat is er ook aandacht voor bredere milieu-impact en de volksgezondheid (zoals een gezond binnenklimaat) en milieuvriendelijke oplossingen. • We staan open voor de komst van nieuwe technologieën.

Zorgen over aardgasvrij Inwoners maken zich zorgen over de kosten voor het aardgasvrij maken van hun woning (79%). Van de gemeente wordt ondersteuning verwacht zodat de overgang voor ieder inwoner haalbaar is (58%).

4.2

Komen tot een transitiepad

Na het vaststellen van de opgave en uitgangspunten kan worden begonnen met het ontwikkelen van een passend transitiepad. Dit transitiepad beschrijft wanneer en waar we samen met inwoners en ondernemers willen starten met het aardgasvrij maken van Om precies te zijn streven we de laagste “nationale kosten” na. Nationale kosten zijn de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn voor een warmteoplossing, ongeacht wie die kosten betaalt. Het is inclusief de kosten en baten van energiebesparing en alle kosten en investeringen voor de opwek en distributie van stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. 6

23 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

verschillende gebieden. In de komende vijf jaar willen we specifiek in bepaalde gebieden, de zogenaamde startwijken, de warmtetransitie aanpakken. De vraag is echter: waar beginnen we? Ons belangrijkste uitgangspunt is om tijd en middelen te investeren in de gebieden met de grootste meerwaarde. Om dit te bepalen, hebben we een analyse uitgevoerd naar kansrijke warmteoplossingen, waarbij verschillende factoren zijn meegenomen om tot de juiste volgorde te komen. Kansrijke warmteoplossingen gemeente West Betuwe Om te bepalen waar we de komende jaren met wijken en bedrijventerreinen stappen willen zetten in de warmtetransitie is het belangrijk om te beoordelen waar welke warmteoplossingen kansrijk zijn. Om een inschatting te kunnen maken over de kansrijke gebieden hebben we een uitgebreide analyse gedaan. Hiervoor hebben we verschillende criteria in kaart gebracht zoals nationale laagste kosten, laagste gebruikerskosten, energie labels, warmtevraagdichtheid en aanwezigheid van warmtebronnen. Een uitgebreidere uitleg over deze methode is terug te vinden in Bijlage 6 Het maken van een perfecte keuze voor een warmteoplossing in een heel gebied bestaat niet. Elke voorgestelde techniek heeft zijn voor- en nadelen. Technisch is veel mogelijk, maar het is belangrijk dat een oplossing zo betaalbaar mogelijk is.

We kijken voor betaalbaarheid vooral naar de Nationale Kosten: dat zijn alle kosten die gemaakt moeten worden om een warmteoplossing te realiseren, ongeacht wie die kosten betaalt. Als bijvoorbeeld heel veel netverzwaring nodig is, dan moet de netbeheerder dat betalen. Maar indirect betalen alle Nederlanders daarvoor via de belastingen. We kijken óók naar de kosten voor de eindgebruikers, de inwoners, omdat zij uiteindelijk wel mee moeten kunnen doen. Om de kansrijke oplossingen verder te toetsen is verdiepend onderzoek nodig. Later, tijdens het opstellen van uitvoeringsplannen, bekijken we de haalbaarheid van deze techniek in meer detail. Een deel daarvan zal worden gedaan tijden het uitvoeren van wijkanalyses. Er wegen dan allerlei aspecten mee zoals kosten, duurzaamheid, betrouwbaarheid van de techniek, draagvlak onder inwoners en bedrijven, hoeveelheid overlast die het geeft om de techniek aan te leggen en wat de ruimtelijke impact is. De voorkeurstechniek vergelijken we tijdens het latere uitvoeringsplan met de alternatieve technieken zodat er een goede afweging kan worden gemaakt voor de te realiseren warmteoplossing. Figuur 6 geeft een overzicht van de warmteoplossingen die in West Betuwe volgens de analyse het meest voor de hand liggen. De onderzochte warmteoplossingen zijn te verdelen in twee groepen: individueel en collectief, zie Bijlage 12 voor verdere toelichting.

In totaal liggen 51 procent van de woningen in gebieden die mogelijk kansrijk of kansrijk zijn voor een collectieve oplossing. Binnen deze groepen zijn veel verschillende technieken mogelijk (zie Bijlage 17). Voor de wijken die in Figuur 1 tot en met 2029 zijn benoemd worden de komende jaren de plannen verder uitgewerkt. In deze startwijken wordt samen met inwoners en bedrijven verder gezocht naar wat de meest passende warmteoplossing is. De warmteoplossingen zijn gebaseerd op de huidige inzichten en het transitiepad zal elke vijf jaar worden herzien, om te leren van opgedane ervaringen. Zo kunnen ook nieuwe inzichten worden verwerkt, bijvoorbeeld de ontwikkelingen rondom aardwarmte (Bijlage 11), kleine collectieve warmteoplossingen en waterstof.

24 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Figuur 6. Voorkeursoplossingen aardgasvrij

Factoren voor het bepalen van de volgorde van de warmtetransitie Naast deze analyse zijn verschillende criteria geïdentificeerd die van invloed zijn op de haalbaarheid van het aardgasvrij maken van een wijk. Hoe meer van de volgende factoren in een wijk aanwezig zijn, des te logischer het is om deze wijk als startgebied in het transitiepad aan te wijzen: • mogelijke koppelkansen met andere werkzaamheden (natuurlijke momenten) • percentage woningcorporatiebezit* • initiatief van inwoners of vastgoedeigenaren • schaalbaarheid • energiearmoede • capaciteit elektriciteitsnetwerk/ netcongestie • lerend vermogen • nieuwbouwplannen • mate van isolatie • collectieve systemen De toelichting van deze factoren is verder uitgewerkt in Bijlage 13 Op basis van de bovengenoemde analyse en factoren blijkt dat meerdere tijdspaden mogelijk zijn. Daarom kiezen we voor een breed tijdspad waarin we tijd en middelen spreiden.

Kiezen van een startwijk Bij het selecteren van startwijken leggen inwoners de focus op het combineren van werkzaamheden. Ook wordt de voorkeur gegeven aan wijken waar snel resultaat behaald zou kunnen worden. In dit stadium van de warmtetransitie is er ook nog een hoop informatie onbekend. Er zijn nog geen verdiepende analyses per wijk gedaan en zelfs per huishouden kunnen situaties van elkaar verschillen. Ondanks de soms nog ontbrekende informatie hebben we geprobeerd om een zo’n concreet mogelijk beeld neer te zetten van de nu bekende mogelijkheden. Vanuit die positie kunnen we verschillende opties met elkaar gaan vergelijken en kunnen we de plannen in de deelgebieden steeds verder aanscherpen. We hebben in komende jaren ontzettend veel te doen om de warmtetransitie verder te brengen. We kiezen voor een brede aanpak waarbij we ons zowel op een collectieve als individuele warmteoplossingen richten. Hierbij zullen we op verschillende momenten de risico’s in de warmtetransitie in kaart brengen. Vanwege netcongestie licht het zwaartepunt in de eerste jaren op de collectieve oplossingen. Daarnaast richten we ons ook op isoleren en bedrijventerreinen. In de komende paragrafen geven we uitleg hoe we komende jaren aan de strategieën willen werken. Hoe meer corporatiewoningen, hoe groter het aandeel dat in bezit en beheer is van één partij.

Dat heeft als voordeel dat dit een positieve invloed kan hebben op het doorlopen van processen. Wanneer 70 procent van de huurders positief staat tegenover de warmteoplossing is dit al een groot gedeelte van de wijk. Dit zal wel vragen om een forse inspanning op het creëren van draagvlak onder huurders. Daarnaast hebben woningcorporaties wettelijke eisen waar zij aan moeten voldaan ten aanzien van het verduurzamen van woningen. Verder kan worden aangesloten op de onderhoudscycli van deze woningen. Wanneer een groot deel in de buurt tegelijk aangepakt kan worden, wordt het interessant om de rest van de buurt hierbij te betrekken, bijvoorbeeld met grootschalige isolatieprojecten, collectieve inkoop van warmtepompen of de aanleg van een warmtenet.

26 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Hoe kiezen we nieuwe pilotprojecten? Ook gedurende de uitvoering van de TVW 2.0 willen we blijven leren. Daarom streven we naar het opzetten van nieuwe pilotprojecten, wat aansluit bij het coalitieakkoord van de gemeente West Betuwe. Volgens dit akkoord moeten er vóór de volgende gemeenteraadsverkiezingen twee nieuwe pilots worden gestart. Het kenmerk van een pilot is het lerend vermogen: er is meer ruimte voor experimenten en evaluaties om te ontdekken wat wel en niet werkt, zodat het op grotere schaal kan worden toegepast. Voor deze nieuwe pilots reserveren we extra middelen om dit leerproces te waarborgen en optimaal te benutten. De huidige twee pilots waren gericht op het verkennen van collectieve oplossingen op specifieke locaties. Nu deze doelen zijn bereikt, zullen deze pilots in 2024 worden afgerond en opgenomen in het reguliere transitiepad van deze visie. Daarin zal worden gewerkt aan uitvoeringsplannen om uiteindelijk toe te werken naar het realiseren van een aardgasvrije oplossing. Voor de twee nieuwe pilots willen we ons richten op de volgende doelen: • Hoe we bedrijven effectief kunnen betrekken bij de warmtetransitie en wat ze nodig hebben om hieraan mee te doen. • Hoe we binnen een specifiek gebied een collectieve aanpak voor individuele warmteoplossingen kunnen realiseren en hoe we inwoners hierbij op een passende manier kunnen betrekken.

Het transitiepad Op basis van de bovenstaande analyse en factoren hebben we het volgende transitiepad opgesteld (Figuur 7). Dit transitiepad beschrijft voor de komende vijf jaar wanneer en waar we samen met inwoners en ondernemers beginnen met het aardgasvrij maken van verschillende gebieden. In Bijlage 14 is een uitwerking te vinden van de redenen waarom voor deze gebieden is gekozen.

27 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Figuur 7. Transitiepad voor de warmtetransitie in gemeente West Betuwe

4.3

Collectieve aanpak

Tot en met 2030 willen we samen met inwoners, ondernemers en stakeholders in de volgende buurten aan de slag met het verder verkennen en concretiseren van collectieve warmteoplossingen. Gezamenlijk werken we toe naar een gedragen uitvoeringsplan waarin ook samen een einddatum van levering van aardgas aan het gebied kan worden bepaald. In de onderstaande Tabel 2 is te zien waarom we deze buurten hebben geselecteerd. Tabel 2. Geselecteerde buurten collectieve aanpak

Buurten

Voorkeursoplossingen

Enspijk

Individuele warmtepomp of warmtenet mogelijk

Geldermalsen Zuid

Individuele warmtepomp of warmtenet mogelijk

Geldermalsen Centrum

Individuele warmtepomp of warmtenet mogelijk

Geldermalsen West

Individuele warmtepomp of warmtenet mogelijk

Aantal woningen

Waarom

187

- In Enspijk is er de afgelopen jaren een pilot uitgevoerd. - In Enspijk wordt geleerd of en hoe in een kleine kern een collectieve warmteoplossing gerealiseerd kan worden. - Inwoners hebben zich in dit initiatief op een sterke manier verenigd.

1309

- Veel woning van een woningcorporatie - De woningen zijn vrij uniform en verschillen qua bouw niet veel van elkaar. - Uit het bronnenonderzoek (zie Bijlage 16) wat is uitgevoerd in Geldermalsen kwam uit de businesscase dat het starten met Geldermalsen Zuid het meest gunstig is.

823

- In vergelijking met andere wijken een hoge warmtevraagdichtheid. - Op basis van de bronnenstudie heeft deze wijk de voorkeur om als tweede wijk aan te sluiten op een warmtenet.

450

- Dit gebied heeft in Geldermalsen de grootste hoeveelheid woningen met een goed isolatielabel. - Verder ligt deze wijk vrij dicht bij de restwarmtebronnen die kunnen worden ingezet bij een warmtenet. - Uit het bronnenonderzoek komt naar voren dat het kosteneffectief is om deze wijk als derde wijk aan te sluiten op een warmtenet.

Geldermalsen Tuindorp/ Stationsbuurt

Individuele warmtepomp of warmtenet mogelijk

763?

- Deze wijk ligt het dichtst bij de beschikbare warmtebronnen. - In Tuindorp is een actieve buurtvereniging die graag mee wil denken met het realiseren van een warmtenet in Geldermalsen. - In deze wijk wordt gestart met de Lokale Aanpak Isolatie. Het versnelt isoleren van woningen heeft een positief effect op het aansluiten van de woningen op een warmtenet,

Geldermalsen Oost

Individuele warmtepomp of warmtenet mogelijk

827

- Op basis van het bronnenonderzoek wordt in Geldermalsen Oost als laatste wijk gestart met een het opstellen en uitvoeren van een wijkuitvoeringsplan.

Asperen Oude kern

Warmtenet kansrijk

456

- Asperen heeft een hoge warmtevraagdichtheid Uit de data analyse komt naar voren dat Asperen een hoge warmtevraagdichtheid heeft wat betekent dat de mogelijkheden voor een warmtenet goed mogelijk zouden kunnen zijn. - In Asperen wordt de komende jaren veel werkzaamheden verricht aan de openbare ruimte. Er zal hier rekening mee moeten worden gehouden.

Waarom kiezen voor collectief De komende jaren zullen steeds meer bedrijven en huishoudens gaan overstappen op een hybride of all electric warmtepomp. Alleen al in de eerste helft van 2024 werd in gemeente West Betuwe al 157 keer een subsidie aangevraagd voor een warmtepomp. Daarom is het belangrijk om, op de plekken waar collectief een mogelijke warmteoplossing is, in de nabije toekomst aan de slag te gaan. Een warmtenet is namelijk alleen te realiseren wanneer voldoende inwoners mee doen (70 procent of meer). Wanneer een te hoog percentage inwoners in een wijk al zijn overgestapt op een individuele oplossing is het vaak te duur om voor de overige groep een warmtenet aan te leggen. Er zijn daardoor vaak te weinig aansluitingen. Uit Figuur 6 blijkt dat 51 procent van de woningen in West Betuwe mogelijk geschikt zijn voor een warmtenet. Hier zullen we de komende 10 jaar dus hard mee aan de slag moeten. Verder hebben warmtenetten over het algemeen een lagere vraag naar elektriciteit ten opzichte van individuele oplossingen. Vanwege deze lagere vraag kunnen warmtenetten een positieve invloed hebben op het verhelpen van netcongestie. Aan de slag met collectief Om te komen tot een collectieve warmteoplossing moeten stappen worden gezet.

We zoeken naar antwoorden op vragen als: wie wordt de eigenaar van het warmtenet? Hoe zorgen we dat de warmte voor iedereen betaalbaar is? Welke rol willen we als gemeente in een warmtenet? Het krijgen van antwoorden vraagt om een planmatige aanpak. Daarom willen we in de wijken beginnen met het werken aan een uitvoeringsplannen. Figuur 8 geeft een beeld hoe deze uitvoeringsplannen tot stand komen en met wie. Het opstellen van een uitvoeringsplan gebeurt met veel verschillende partijen die ieder hun eigen rol hebben. In dit proces zullen er ook analyses worden gedaan om het gebied beter in kaart te brengen.

30 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

Figuur 8. Proces om te komen tot een uitvoeringsplan

De rol van de gemeente bij de ontwikkeling van warmtenetten Bij het realiseren van een collectieve warmteoplossing zijn veel (externe) partijen betrokken. Elk van deze partijen heeft daarin zijn eigen rol. Maar welke rollen zijn er voor de gemeente? De nieuwe Warmtewet (de Wet Collectieve Warmte) die op dit moment in de maak is en waarschijnlijk 1 juli 2025 in werking treedt, dicht de gemeentelijke overheid een belangrijke taak toe in de warmtetransitie. De gemeente krijgt de taak en de bevoegdheid om te bepalen door wie, waar en wanneer er een collectieve warmtevoorziening wordt aangelegd. Hierin krijgt de gemeente dus een regierol. Hoofdregel van de WCW is dat de gemeente alleen een warmtebedrijf voor een warmtekavel kan aanwijzen (bij meer dan 1500 woningen) als één of meerdere publieke partijen een meerderheidsbelang hebben in het warmtebedrijf. De aangekondigde nieuwe Warmtewet deelt een rol toe aan gemeenten bij de ontwikkeling van warmtenetten. Op hoofdlijnen zijn er drie rollen waar de gemeente voor kan kiezen in de realisatie van collectieve oplossingen.

De gemeente kan kiezen uit de volgende rollen: •

•

Vergunningverlener: De gemeente heeft dan een faciliterende en toetsende rol. Bij deze rol heeft de gemeente geen invloed op de bronnen en het aansluiten van de wijken. Een vergunningverlener mag een beperkte hoeveelheid voorwaarden aan de vergunning verbinden, anders wordt de gemeente opdrachtgever. Concessieverlener/ opdrachtgever: Hierbij wijst de gemeente een concessiegebied aan en verleent het recht aan één of meerdere ondernemers om een warmtenet te exploiteren. Of de concessiehouder ook verantwoordelijk is voor de aanleg van de infrastructuur, het transport van de warmte of de gehele warmteketen (vanaf de productie van de warmte tot aan de levering van de warmte aan de eindgebruiker) is een keuze die gemaakt wordt in de aanbestedingsprocedure. Deze rol past bij een warmtenet waarbij je als gemeente invloed wilt hebben op de keuze voor welke 31 | TRANSITIEVISIE WARMTE 2.0 WEST BETUWE

•

gebouwen de beschikbare warmtebron ingezet gaat worden, maar ook waar je als gemeente invloed kunt hebben op kwaliteitsaspecten als duurzaamheid en leveringszekerheid. Eigenaar of exploitant: In deze rol wordt de gemeente dus zelf leverancier, broneigenaar en/of netwerkeigenaar. Dit kan ook in samenwerking met anderen door middel van een publiek-private samenwerking of een joint venture. Hierbij loopt de gemeente meer risico, maar krijgt ook meer zeggenschap. In de Provincie Gelderland is sinds januari 2024 het Gelders Warmte Infrabedrijf actief (GWIB). Dit GWIB werkt samen met Gelderse gemeenten aan het op schaal ontwikkelen, realiseren en exploiteren van publieke collectieve warmtenetten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/677/documents/16842