RV2022-128-bijlage-gids-voor-ruimtelijke-kwaliteit-WB-2022.pdf
Tekst van het document
Als compensatie voor het verlies aan landschappelijke waarden na de ruilverkavelingen in de Tielerwaard werd in de jaren ’60 een komgrondenreservaat aangelegd waarin enkele bestaande eendenkooien werden opgenomen en een groot recreatiegebied in de vorm van het Lingebos. Als locatie hiervoor werd een terrein aangewezen onder Spijk, waar men ten behoeve van Rijksweg 15 zand had gewonnen. De ontstane plas vormt het hart van het Lingebos. Het geheel is omgeven met dicht bosplantsoen. Het gehele ontwerp is bijzonder naar binnen gericht en op geen enkele manier verweven met het omliggende agrarische landschap. CULEMBORGERWAARD Dit komgebied aan de noordzijde van de Linge (Polder Culemborg) ligt vanouds laag. In dit komgebied zijn vroeger enkele boerderijen gebouwd op verhoogde plaatsen die hier woerden worden genoemd. Daar zijn er veel van verdwenen. Tijdens de ruilverkaveling, gestart in 1969, is in dit gebied rekening gehouden met de aanwezigheid van oude landschapsstructuren en -elementen zoals eendenkooien en kleine bosjes waardoor, in vergelijking met de Tielerwaard, hier meer besloten kommen zijn ontstaan.
78
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
/
De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe
KOMGEBIEDEN
TIELERWAARD-WEST Het komgebied Tielerwaard-West is een groot laag gebied dat omzoomd wordt door de oeverwallen langs de Linge en de Waal en de stroomrug van Meteren naar Haaften. Tot ver in de twintigste eeuw was het een groot en open moerassig gebied met veel grienden, eendenkooien en natuurweides en vrijwel ongebouwd. Tijdens de naoorlogse ruilverkaveling is het gebied getransformeerd tot een weids, goed ontwaterd en efficiënt verkaveld landbouwgebied. De ruilverkavelingserven liggen regelmatig verspreid als ‘eilanden van groen’ in de open ruimte, om en om langs de wegen geplaatst. De nieuwe boerderijen zijn veelal van een gestandaardiseerd type. Van oorsprong waren op de erven windsingels van essen of populieren aanwezig. Deze zijn veelal verdwenen door de schaalvergroting die al snel plaatsvond. Wegbeplanting van populieren en essen geven het gebied nu samenhang. In het Erfgoedbeleid zijn de bijzondere ruilverkavelingsensembles uit deze tijd benoemd:
Tijdens de ruilverkavelingen is het laagste en natste gebied, De Regulieren, als natuurgebied in oude staat gebleven. Dit natuurgebied in het komgebied ten noorden van Geldermalsen is een laag gelegen nat natuurgebied. Het gebied wordt gekenmerkt door natte gronden met weiden, rietlanden, grienden, eendenkooien, populieren- en elzenbossen. Er liggen waardevolle cultuurhistorische elementen zoals eendenkooien. In het gebied zijn enkele voornamelijk agrarische boerderijen op woerden langs de wegen gelegen.
79
BUITENGEBIED -
KOMGEBIEDEN De komgebieden zijn de gronden met rivierkleiafzetting welke, vanaf de rivieren gezien, achter de oeverwallen liggen. De komgebieden waren van oorsprong drassige gebieden met zware klei, grotendeels onbebouwd, slecht bereikbaar en in gebruik als extensief grasland. Tijdens de zogenoemde ruilverkavelingen zijn deze gebieden herverkaveld voor een betere landbouwstructuur. Er kwamen nieuwe wegen, een verbeterde waterhuishouding en nieuwe en voor die tijd moderne boerenerven met grote huiskavels. Deze herinrichtingen zijn bepalend geweest voor het huidige landschap van West-Betuwe. Het oorspronkelijke patroon van lange strookvormige verkavelingen is grotendeels verdwenen en veranderd in een blokverkaveling en door boerderijverplaatsing verschenen er verspreid staande agrarische bedrijven. Binnen de gemeenten worden twee komgebieden onderscheiden; de Tielerwaard-West en de Culemborgerwaard.
78 79
7
–
–
Deel III deelgebieden & niveaus
–
R BELEIDSNIVEAU
RESPECT
> De beplanting langs erven, wegen en
geïntegreerd in het ontwerp of in het
een waardevol decor voor de voornamelijk
landschap en vormen zo een vanzelfsprekend
agrarische bebouwing. Behouden, herstellen
onderdeel van bebouwing, erf en landelijke
en versterken is het uitgangspunt bij
omgeving.
> Oude woerden blijven behouden en liggen los en herkenbaar in het landschap. > Uitbreiding van erfbebouwing, schaalvergroting en teelt-ondersteunende voorzieningen zijn in balans met een versterking van het landschap, de aanwezige cultuurhistorische waarden en de natuur.
> Ontwikkelingen na beëindiging van
> Essentiële kenmerken van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouw/landschap en architectuur worden gerespecteerd. > Bouwmassa’s voegen zich binnen uitersten van de omgeving én nemen ook de beeldbepalende elementen over.
> Installaties voor energieopwekking zijn
kades uit de ruilverkavelingstijd vormen
ontwikkelingen.
/
De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe
–
KERNKWALITEITEN De landschappelijke structuur in het zuiden wordt overwegend bepaald door de planmatig uitgevoerde ruilverkaveling waardoor sprake is van een rationeel en relatief grootschalig verkavelingspatroon met rechte wegen, verspreid gelegen groen omzoomde erven in een verder open landschap en een netwerk van ontwateringsloten. In het noorden zijn de komgronden meer besloten door de aanwezigheid van populieren- en wilgenbosjes, eendenkooien en grinden. Een enkele woerd ligt los en herkenbaar in het landschap. De openbare ruimte wordt bepaald door het rechte profiel van de straat, de grasbermen en de eventueel begeleidende bomen of windsingels, de afwisseling tussen verspreid voorkomende bebouwing en de open doorzichten naar landelijk gebied. Ruilverkavelingboerderijen zijn haaks op de weg geplaatst. Typologie en architectuur van bebouwing is afhankelijk van de bouwtijd. Boerderijen uit de periode van de ruilverkavelingruil zijn veelal van een gestandaardiseerd type met kop-hals-rompopzet. De kop wordt gevormd door eenvoudige tweelaags woonhuis met kap, via een korte verbinding zijn deze woningen gekoppeld aan een grote schuur met vaak geknikt zadeldak. Gevelindeling, materiaal, detaillering en kleur is overwegend gerelateerd aan de bebouwingstypologie van de ruilverkavelingsboerderij. De indeling van de gevels is functioneel bepaald.
Gevels zijn opgetrokken in bruine baksteen. Daken zijn afgedekt met antracietkleurige dakpannen. De detaillering is functioneel en sober.
lokale biodiversiteit te versterken.
Buitengebied / komgronden
WAARDE De komgronden zijn van waarde als landbouwgebied en vanwege de openheid van het landschap. De ruimtelijke samenhang is groot. De beplanting langs wegen en kades uit de ruilverkavelingstijd vormen het waardevol decor voor de voornamelijk agrarische bebouwing. De overwegend voorkomende ruilverkavelingsboerderij geeft met name het zuidelijk deel van de komgronden een eigen herkenbare identiteit. De Regulieren heeft een grote natuurwaarde en wordt recreatief benut als wandelgebied.
ontwerp maatregelen zijn geïntegreerd om de
het agrarische bedrijf sluiten aan op de karakteristieke opbouw, erfopzet en
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
KERNKWALITEITEN
AMBITIES
80 81
Buitengebied / komgronden
WAARDE &
uitstraling van boerenerven en versterken het West-Betuwse landschap en het ruilverkavelingslandschap van komgronden in het bijzonder.
> De Zonneladder wordt gehanteerd bij het ontwikkelen van zonnevelden om zo mooie landschappen, natuur, landbouwgrond en dorpsranden zoveel mogelijk te ontzien. > Verharding wordt zoveel mogelijk beperkt tot hetgeen noodzakelijk is voor de ontsluiting van erven. > Nieuwbouw is bij voorkeur natuurinclusief
81
80
ontworpen, dat wil zeggen dat in het
– – –
– – –
Deel III deelgebieden & niveaus
–
BOUWPLAN OP ZICH HET BOUWPLAN: – past bij de kernkwaliteiten van het ensemble en/of de gebouwtypologie; – is afgestemd op de omgeving voor wat betreft positie, hoofdvorm, maat en schaal; – heeft een herkenbaar en consequent uitgewerkt ontwerpconcept met esthetische kwaliteiten en de architectuur- en bouwstijl is afgestemd op de omgeving.
–
– – –
GEVEL, MATERIAAL, DETAILLERING & KLEUR HET BOUWPLAN: heeft een samenhangende gevelindeling en kleurgebruik en een materialisering waarvan de kwaliteit ook op langere termijn behouden blijft; heeft een detaillering die ondersteunend is aan de architectuur; integreert installaties voor energieopwekking in het ontwerp; maakt bij voorkeur gebruik van duurzame materialen en materialen die beschikbaar zijn om zo afvalstromen te beperken en meer in te zetten op hergebruik.
– –
– –
/
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
–
–
– –
– – –
–
Ruilverkavelingserven in het landschap van de komgronden; groene eilanden in open en rationeel verkaveld landschap.
– – –
82
ERFBEBOUWING AGRARISCHE BEDRIJFSBEBOUWING: ligt terug ten opzicht van het hoofdgebouw op het erf en heeft een eenvoudige hoofdvorm met kap; mag doelmatig zijn gematerialiseerd (geprofileerde beplating) mits het bouwplan geen industrieel uiterlijk heeft en passend is in de landelijke omgeving; heeft bij voorkeur een gemetselde plint; heeft een sobere detaillering en donkere gedekte kleuren die afgestemd zijn op de landelijke omgeving.
– OVERIGE BEBOUWING: – op een bestaand erf waar zich al een hoofdgebouw (woning) bevindt heeft overeenkomstig een bijgebouw, een enkelvoudige hoofdvorm met een eenduidige zadelkap met lage goot en natuurlijke materialen.
–
Buitengebied / komgronden
–
–
KLEINSCHALIGE ZONNEVELDEN VOOR EIGEN GEBRUIK DE ZONNEPANELEN: staan op het zij- of achtererf op enige afstand van bebouwing, ruim achter de voorgevel en niet aan de weg; zijn alleen voor eigen gebruik; zijn maximaal 1,5 meter hoog maar bij voorkeur lager; worden landschappelijk in gepast. Maak gebruik van streekeigen elementen die bij het landschap passen, zoals een windsingel van populieren of elzen op de randen van het erf of hagen van veldesdoorn, een talud of juist verdiepte aanleg dichter bij de bebouwing om zo de zonnepanelen aan het zicht te onttrekken; maken op een logische wijze onderdeel uit van het ontwerp van de tuin of erf. De kenmerken van het landschap zijn uitgangspunt, zoals de rationele verkaveling, beplanting en sloten; houden afstand tot de slootkant, er worden geen sloten gedempt; zijn gerangschikt in een regelmatig patroon dat aansluit bij de rechtlijnige verkaveling van het landschap; tasten geen cultuurhistorische en archeologische waarden aan.
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
–
ERF IN HET LANDSCHAP HET ERF: – is een herkenbaar compact ensemble in het landschap bestaande uit een geheel van gebouwen, erfinrichting en beplanting; – is verankerd in het landschap door erfbeplanting en sloten. Bij de komgronden gaat het hierbij om windsingels van elzen of populieren om het erf, die aansluiten bij de planmatige en rationele opzet van het ruilverkavelingslandschap;
–
ERF OP ZICH HET ERF: heeft een karakteristieke ordening dat te herleiden is naar de (voormalige) agrarische functie en rationele opzet van het ruilverkavelingserf. Sluit bij nieuwe ontwikkelingen aan op deze kenmerken; onderscheid hoofd- en bijgebouwen. Het hoofdgebouw is de woning en staat voor op het erf. Bijgebouwen staan daar achter; heeft in de inrichting een herkenbaar onderscheid in ‘voor’ en ‘achter’. De voorkant is de representatieve zijde met het hoofdgebouw en de achterkant de functionele zijde met de bijgebouwen; heeft één hoofdtoegang op het erf. Ook bij meerdere woningen; heeft beperkt verharding, er wordt gekozen voor materialen die aansluiten bij het landelijke karakter. Parkeren vindt plaats op het achtererf, uit het zicht.
83
–
BOUWPLAN EN OMGEVING HET BOUWPLAN: past bij de waarde en kernkwaliteiten van het deelgebied en is afgestemd op de stedenbouwkundige en landschappelijke structuur; waarborgt en versterkt de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van monumenten in de omgeving en gebruikt deze waar mogelijk als uitgangspunt bij het ontwerp; laat het zicht (vanaf openbaar toegankelijk gebied) op monumenten en ander erfgoed vrij; ontsiert of beschadigd geen monument; is ondergeschikt in relatie tot het aanzicht van monumenten en is hier zorgvuldig op afgestemd; versterkt de kwaliteit van de omgeving en de openbare ruimte en levert een positieve bijdrage aan de leefbaarheid en sociale veiligheid van de omgeving; vormt een versterking van markante stedenbouwkundige en landschappelijke ruimten en locaties; richt zich op de openbare ruimte en de toegang vanaf het openbaar gebied is duidelijk herkenbaar; markeert het onderscheid tussen openbaar en privégebied duidelijk; heeft op zichzelf een evenwichtige opzet, die tot uitdrukking komt in samenhangende maatverhoudingen van buitenruimten, bouwvolumes, massa-opbouw, kapvorm en vlakverdelingen; is afgestemd op de historische bebouwing in de omgeving voor wat betreft positie, hoofdvorm, maat en schaal;
RICHTLIJNEN SPECIFIEK
82 83
Buitengebied Buitengebied//komgronden oeverwallen
RICHTLIJNEN
84 85
De gids vtoor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
thema’s
85
84 De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
/
Deel IV
teit van de openbare ruimte rond beschermde monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen te verbeteren.1 Nieuwe ontwikkelingen in de omgeving van monumenten kunnen dus niet meer plaatsvinden zonder kennis van en respect voor bestaande gewaardeerde kwaliteiten in relatie tot aanwezige monumentale waarden.
WAT WORDT GEZIEN ALS DE OMGEVING VAN EEN MONUMENT? Een monument staat nooit op zichzelf. De omgeving welke van invloed is op een monument (of waarop het monument zijn invloed uitoefent) reikt verder dan alleen het oppervlakte van het bijbehorende perceel. De omgeving is niet eenduidig te bepalen, maar afhankelijk van de stedenbouwkundige of landschappelijke situering en de omvang, hoogte en verschijningsvorm van het monument. De omgeving heeft betrekking op: – De beleving of de zichtbaarheid van het monument vanaf openbaar toegankelijk gebied – De (mogelijkheid tot) instandhouding van het monument – Het functioneren van het monument – De (oorspronkelijke) betekenis van het monument – De waardering die we toekennen aan het monument
1
https://iplo.nl/thema/erfgoed/erfgoed-omgevingsplan/ beschermen-cultureel-erfgoed-omgevingsplan
In de Gids Ruimtelijke Kwaliteit West Betuwe ’22 zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: – Bescherm de omgeving van monumenten tegen aantasting die het monument ontsiert of beschadigd. – Waarborg en versterk de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van de (omgeving van) monumenten en gebruik deze waar mogelijk als uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen. – Beoordeel bij activiteiten of deze een ondergeschikte rol spelen in het aanzicht van aanwezige monumenten en hier zorgvuldig op zijn afgestemd; – Laat het zicht op aanwezige monumenten of ander erfgoed vrij.
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
86 87
MONUMENT
Bij een omgevingsvergunningplichtige activiteit wordt een onderzoekplicht opgelegd bij de initiatiefnemer om na te gaan of er binnen de omgeving van het initiatief een monument aanwezig is waarmee rekening gehouden moet worden. Op het kaartmateriaal van de Gids zijn daarom de monumentale objecten aangegeven. Zie deel VIII. Voorts wordt geadviseerd om bij voorgenomen (bouw)activiteiten de Erfgoedkaarten van de gemeente te raadplegen (kaartbijlagen 7c, RAAP rapport 4150 Erfgoed in de gemeente West Betuwe 15-07-2021). In hoeverre een ruimtelijke ontwikkeling afbreuk kan doen aan de cultuurhistorische waarden in een bepaald gebied is overigens niet alleen afhankelijk van de aanwezige cultuurhistorische waarden van het monument in het gebied, maar ook van de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling.
87
86
Deel IV Thema’s
Wanneer de Omgevingswet van kracht wordt, krijgt de omgeving van beschermde monumenten een voornamere rol. In artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (één van de vier algemene maatregelen van bestuur onder de Omgevingswet) is een instructieregel voor gemeenten opgenomen die een belangrijke aanscherping betekent voor de bescherming van monumenten. Deze houdt in dat gemeenten rekening moeten houden met het beginsel uit het verdrag van Granada van het voorkomen van aantasting van de omgeving van (voor)beschermde monumenten voor zover die monumenten daardoor worden ontsierd of beschadigd. Dit geldt voor (voorbeschermde) rijksmonumenten en voor alle via het omgevingsplan (voor)beschermde monumenten (zowel provinciaal als gemeentelijk, als monumenten die bijvoorbeeld als beeldbepalend of karakteristiek pand zijn beschermd). Het verrichten van activiteiten of de aanwezigheid van een (bouw)werk in de omgeving van een beschermd monument kan bijvoorbeeld het aanzicht en de waardering van dat monument negatief beïnvloeden. Daarnaast kunnen (bouw)activiteiten in de omgeving ook van invloed zijn op de instandhouding of het functioneren van een beschermd monument. Zo is de bebouwing of beplanting in de omgeving van een historische windmolen van invloed op de windvang van die molen.
Een molen die niet kan functioneren omdat deze onvoldoende wind vangt, heeft een veel groter risico om te vervallen. Hetzelfde geldt voor een watermolen, die afhankelijk is van een waterloop. Naast het voorkomen van achteruitgang heeft het opwaarderen van de directe omgeving van een beschermd monument een positieve invloed op de waardering en beleving ervan. Artikel 7 van het verdrag van Granada verplicht daarom tot maatregelen om de kwali-
OMGEVING VAN EEN
/
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
A
ZORG VOOR DE
beschermde monument (ontwerp, hoofdvorm, materiaal, uitvoering en details) het uitgangspunt. Een ander belangrijk aspect is de wijze waarop onze monumenten zijn gebouwd: hoe de constructie in elkaar steekt en hoe details en afwerking zijn uitgevoerd. Deze aspecten vertellen namelijk over de tijd waarin het monument gebouwd is, de plek waar het staat, de functie die het had. Ook krijgen we bij de bestudering van constructies, materialen en afwerkingen een beeld van het technisch vakmanschap van onze voorouders. Constructie, materiaal, afwerking en detail bepalen de fysieke ouderdom van het monument en zijn essentieel voor de monumentale waarde. MONUMENTEN VERDUURZAMEN Het in standhouden van een monument is op zichzelf al een vorm van duurzaamheid. Op het gebied van energiezuinigheid, isolatie en comfort valt er soms echter het nodige te verbeteren. Het verduurzamen van monumenten is vaak nodig om het gebruik en daarmee de instandhouding van monumenten, ook bij toenemende energiekosten, in de toekomst aantrekkelijk te houden. Daarnaast willen ook monumenteneigenaren graag hun steentje bijdragen aan het behalen van klimaatdoelstellingen. Standaardoplossingen zijn echter niet altijd toepasbaar bij monumenten. Het verduurzamen van monumenten vraagt om maatwerkoplossingen met oog voor het behoud van de cultuurhistorische waarden.
Een monument is anders dan een nieuwbouwwoning en vraagt om een specifieke behandeling. Het gebouw heeft tijdenlang een eigen vocht- en temperatuurhuishouding gehad. Wanneer we opeens deze bouwfysische gesteldheid wijzigen, kan dit nare gevolgen, zoals vochtproblemen, schimmelvorming en houtrot
hebben. Isoleren betekend ook ventileren. Bouwfysisch ‘veilig’ verduurzamen betekend dat we nagaan waar het dauwpunt2 zich bevindt na het isoleren van de wanden; de condensatie van warme lucht mag niet in de houtconstructie gaan plaats vinden. COMBINEER ONDERHOUD EN VERDUURZAMING Combineer noodzakelijk onderhoud met verduurzaming en bespaar zo legeskosten in het vergunningstraject. Ook het subsidietraject hoeft dan maar één keer te worden doorlopen. TOTAALPLAN Laat een totaalplan (voor onderhoud- en energieadvies) uitvoeren door een specialist met ervaring met monumenten en kies zo het beste maatregelenpakket voor onderhoud, isoleren, ventileren, verwarmen en duurzame opwekking. Het plan gaat uit van het beperken van de (energie)vraag met behoud van monumentale waarden en sluit bouwfysische risico’s uit. BEPERK ONOMKEERBARE INGREPEN Zorg dat wat je toevoegt ten behoeve van verduurzaming, weer terug te draaien is met zo min mogelijk schade aan het monument.
HERGEBRUIK MATERIALEN EN KIES TRADITIONELE EN DUURZAME MATERIALEN Bij de toevoeging van nieuwe materialen aan monumenten wordt niet altijd gekeken naar de afvalstoffen die deze in de toekomst zullen opleveren. Dat is wel van belang, want niet alleen de algemene omlooptijd van gebouwen wordt steeds korter, ook wijzigingen aan monumenten volgen elkaar sneller op. Denk in het kader
van duurzaamheid na over de toepassing van de juiste materialen. Over isoleren met PUR-schuim wordt bijvoorbeeld negatief geadviseerd. Het is geen circulair isolatiemateriaal en het product is later niet zonder schade weer te verwijderen. Bovendien zijn PUR-dampen giftig bij verwerking. Het is daarnaast slecht voor een houtconstructie, omdat deze niet meer kan ademen.
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
88 89
VERDUURZAMEN
GEBRUIK OVERRUIMTE ALS THERMISCHE BUFFER Monumenten bieden door hun overmaat (denk aan de grote T-boerderijen) andere mogelijkheden dan panden van recentere datum. In ruimtelijke zin zijn er interessante alternatieve oplossingen te bedenken. Gebruik bijvoorbeeld de ‘overruimte’ onder de kap als thermische buffer en isoleer de zoldervloer in plaats van het gehele dak. BEGLAZING Het aanbrengen van HR+- of HR++-glas in historische ramen is meestal niet mogelijk. Een goede oplossing kan soms worden gevonden in het plaatsen van een achterzetraam, een extra raam aan de binnenzijde. Als dit ook niet mogelijk of wenselijk is, zijn er tegenwoordig ook soorten isolerende beglazing in de handel die veel dunner zijn en in sommige gevallen wél in historische ramen kunnen worden geplaatst, mits de afmeting van het bestaande raamhout c.q. de diepte van de glassponning in het raam voldoende is. Bijvoorbeeld: HR-glas, monumentenglas en vacuüm-
2
Het dauwpunt is het punt waar warme lucht zover afkoelt dat waterdamp in deze lucht condenseert.
89
88
Deel IV Thema’s
Op dit moment kent de gemeente West Betuwe een rijksmonumentenlijst met 345 objecten en een gemeentelijke monumentenlijst met 403 objecten. Het voortbestaan van een monument is het beste gewaarborgd door regelmatig onderhoud en gebruik. Soms is het nodig om het monument enigszins aan te passen of te verbouwen. Hierbij zal steeds gezocht moeten worden naar een goede balans tussen de mogelijkheden van het monument en de wensen voor eigentijds gebruik. Het behoud van het bijzondere karakter van het beschermde monument en de waardevolle elementen die het bevat vormen hierbij het uitgangspunt. Het monument bepaalt tot hoever je kunt gaan. Voordat een bouwplan voor wijzigingen aan een monument wordt gemaakt, is het daarom belangrijk dat er een goed beeld bestaat van de aspecten die juist dat monument waardevol maken. Onderzoek naar de bouwkundige, (bouw)historische, kunst- en architectuurhistorische, cultuurhistorische of technische aspecten van het monument is in veel gevallen nodig. Deze gegevens vormen een belangrijke onderlegger bij het opstellen van plannen en bij de beoordeling van die plannen. Bij de beoordeling zal worden getoetst of de monumentale aspecten van het monument voldoende worden gerespecteerd. Het bijzondere van monumenten wordt in hoge mate bepaald door de zichtbare ouderdom en de daadwerkelijke beleving van die ouderdom.
Deze komen niet alleen tot uitdrukking in de bouwstijl, maar ook in de manier waarop materialen zijn verwerkt en de wijze waarop ze verouderen. Behoud van historisch bouwmateriaal is daarom een belangrijk punt; behoud gaat voor vernieuwen, hetgeen overigens ook past in een circulaire benadering. Moet er toch iets worden gewijzigd of vernieuwd, dan is het huidige
VERBOUWEN EN
/
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
B
MONUMENTEN
DAKISOLATIE Ga uit van behoud van de historische dakbedekking (exterieur) en de kapconstructie (interieur) en voorkom dat er beschadigingen ontstaan. Bij dakisolatie aan de binnenzijde onder het dakbeschot wordt aandacht gevraagd voor een goede (damp-open)
VLOERISOLATIE Voor het aanbrengen van vloerisolatie mogen geen monumentale onderdelen, zoals vloeren of plafonds, verwijderd of ontmanteld worden. Het aanbrengen van verlaagde plafonds of zwevende vloeren is mogelijk mits er geen monumentale onderdelen aan het
GEVELISOLATIE Gevelisolatie aan de buitenzijde is niet wenselijk omdat dit het aanzicht verandert en bouwsporen aan het zicht onttrekt. Spouwmuurisolatie is alleen mogelijk als de muur in goede staat verkeert en de spouw voldoende schoon en open is. De vulling moet ook weer makkelijk te verwijderen zijn. Als de buitenste muur is opgetrokken met geglazuurde baksteen of verblendsteen dan is spouwmuurvulling niet mogelijk vanwege te verwachten schade. Hetzelfde geldt voor geschilderde buitengevels. Gevelisolatie aan de binnenzijde is goed mogelijk mits met aandacht voor koudebruggen uitgevoerd en mits er geen monumentale interieuronderdelen aan het zicht worden onttrokken zoals lambriseringen, wandbespanningen, monumentale plafonds en plafondlijsten. In overleg kan bepaald worden of interieuronderdelen na isolatie kunnen worden teruggeplaatst. Aandacht wordt gevraagd voor de aansluiting van het isolatiepakket op de binnenkozijnen.
zicht onttrokken worden. Zorg voor voldoende dampopenheid bij constructieve onderdelen. VAN HET GAS AF Als een monument van het gas af gaat kan dit betekenen dat men overstapt op een warmtepomp. Een warmtepomp betekent meestal een lage-temperatuurverwarming. Daarvoor is goede thermische isolatie essentieel. Een warmtepomp is echter alleen ‘duurzaam’ wanneer deze op groene stroom draait. ZONNEPANELEN Uitgangspunt voor het plaatsen van zonnepanelen is dat deze slechts beperkt zichtbaar mogen zijn vanaf het openbaar toegankelijk gebied. Door daarnaast uit te gaan van één aaneengesloten vlak van volledig (mat) zwart uitgevoerde panelen blijft het beeld rustig, waardoor de te beschermen waarden van het monument en/of het beschermde stads- of dorpsgezicht niet onevenredig worden aangetast. Bij rode daken zullen niet zwarte, maar rode of roestbruine zonnepanelen voor een rustig beeld zorgen. Op rietgedekte daken of daken voorzien van een bijzondere dakbedekking zoals leien, worden zonnepanelen niet toegestaan. Daarnaast mogen de zonnepanelen geen blijvende fysieke schade aan het monument opleveren.
RAADPLEEG INFORMATIEBRONNEN – Stichting ERM (Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg) geeft uitvoeringsrichtlijnen voor verduurzamen van monumenten. – RCE (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) ontwikkeld praktisch toepasbare kennis op het gebied van duurzaamheid en de zorg voor cultureel erfgoed. – Het Restauratiefonds ondersteunt monumenteigenaren met de financiering van hun plannen met hun monument. Zij vergoeden een deel van de advieskosten voor een specifiek duurzaamheidsadvies van een Duurzame Monumenten (DuMo) adviseur.
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
ventilatie tussen isolatie, dakbeschot en buitenlucht. Dakisolatie aan de buitenzijde is in overleg, onder voorwaarden ook mogelijk. Bedenk dat alle aansluitingen op schoorstenen en overige dakdoorvoeren wijzigen en dat er voldoende ruimte moet overblijven bij de goot voor een goede afwatering.
91
90
90 91
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe Deel IV Thema’s
/
glas. Dun monumentenglas met gasvulling heeft een hoge isolatiewaarde. Oud glas, glas-in-loodramen of gebrandschilderd glas mogen niet worden vervangen. Plaats ook geen glas-in-loodramen in de luchtspouw van dubbelglas. Dit levert namelijk een te dikke ruit op. Glas in monumenten is van oorsprong altijd geplaatst geweest met stopverf aan de buitenzijde. Pas daarom geen glaslatten toe. Voor de verschillende soorten isolatieglas is een speciale gemodificeerde kit ontwikkeld. Hiermee kan een historisch verantwoorde uitstraling worden gewaarborgd. Let er op dat bij het toepassen van dubbele beglazing de afstandsprofielen niet aluminiumkleurig zijn, maar worden uitgevoerd in een zwarte kleur als de kozijnen buiten donkergroen zijn uitgevoerd of in een licht kleur als de kozijnen zowel binnen als buiten licht zijn. Vervanging van ramen is alleen mogelijk als de bestaande ramen geen monumentale waarden vertegenwoordigen of in zo’n slechte technische staat zijn dat ze vervangen moeten worden (uitgangspunt is voor meer dan 50% verrot). De materialisatie, maatvoering en detaillering van de nieuwe ramen passen bij het monumentale karakter van het pand. Bij het vervangen van een technisch versleten, maar monumentaal raam moet het aanzicht aan de buitenzijde hetzelfde blijven en wordt de historische profilering overgenomen evenals het raamsysteem (bijvoorbeeld schuifraam of stolpraam).
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
92 93
een dwarskap op dat gedeelte werd gebouwd. Dit boerderijtype, dat wordt aangeduid als krukhuisboerderij, is te herkennen aan een L-vormige noklijn. Als het woongedeelte aan twee kanten werd uitgebouwd, ontstond een volledige dwarskap. Naar de T-vormige noklijn die hierdoor ontstaat, wordt gesproken van een T-boerderij. Het T-huis heeft anderhalve tot twee bouwlagen en wordt afgedekt met een schilddak of een zadeldak. Kruk- en T-huisboerderijen ontstonden aanvankelijk door verbouwing van bestaande hallehuis boerderijen. Na de 18e eeuw werden deze boerderijtypen direct als zodanig gebouwd. Vrijwel alle boerderijen in de gemeente West Betuwe die voor de 20e eeuw tot stand zijn gekomen, hebben één van deze drie vormen. Een bijzondere constructie die bij boerderijen in het rivierengebied is toegepast, vormt de overkragende kap die boven de dubbele deeldeuren is aangebracht. Door de dakoversteek was het mogelijk om hooi droog van de karren naar de hooizolder over te brengen. Vanwege de streek gebonden verschijningsvorm wordt een dergelijke kapconstructie aangeduid als ‘Betuwse overstek’. De gevels van historische boerderijen zijn meestal opgetrokken uit rode baksteen en soms voorzien van een pleisterlaag in een lichte kleur. Het dak is afgedekt met riet, grijze keramische pannen of een combinatie hiervan.
Karakteristiek is de gepleisterde plint in een donkere (grijze) kleur rondom het gebouw. De ramen in de voorgevel zijn relatief smal en hoog en op de begane grond laag voorzien van luiken. De ramen hebben een roedeverdeling; 6-ruits voor de grote vensters op de begane grond. De gevelindeling van het T-huis is vaak symmetrisch. De ramen in de gevels van het bedrijfsgedeelte zijn minder talrijk en kleiner van omvang, behoudens de staldeuren die hebben juist wel een groot formaat.
93
92
Deel IV Thema’s
De historische agrarische boerderijen zijn typerend voor de gemeente West Betuwe. Ze komen zowel voor in het buitengebied als in de kernen, maar vrijwel altijd op de oeverwallen en in dijklinten. Een aantal hiervan is aangewezen als monument. De historische boerderij toont de agrarische geschiedenis van West Betuwe en levert daarmee een belangrijke basis voor de identiteit van deze landelijke gemeente. Daarnaast draagt de bebouwing in samenspel met het omringende erf bij aan de aantrekkelijkheid en verscheidenheid van het buitengebied of de kern. De oorspronkelijke boerderij is meestal een hallehuis. Het hallehuis heeft een rechthoekige plattegrond zonder uitbouwen, met voorin het woongedeelte en achter het (voormalige) bedrijfsgedeelte. Deze boerderij bestaat uit één bouwlaag en wordt afgedekt met een forse kap met lage gootlijnen en veelal voorzien van een wolfseind. Hallehuis boerderijen werden soms aan één zijde uitgebouwd, waarbij
BOERDERIJEN
/
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
C
HISTORISCHE
ten Nieuwe Hollandse Waterlinie, voor beschermen én ontwikkelen’ opgesteld. Daarbij gaat het om het herkenbaar en samenhangend geheel. Vanuit de UNESCO is het belangrijk dat in de toekomst de beleefbaarheid niet wordt aangetast door latere toevoegingen, de zogenaamde ‘visuele integriteit’. De kernkwaliteiten gaan uit van drie hoofdelementen: – Het strategisch landschap met de hoofdverdedigingslijn en de veelal open inundatievelden. – De waterstaatkundige werken met een ketting van inundatievelden langs de hoofdverdedigingslijn. – En tot slot de militaire versterkingen langs de hoofdverdedigingslijn, die het achterliggende gebied en de zwakke plekken in de inundatie (de accessen) verdedigden.
94
Voor West Betuwe gaat het om de delen Inundatiekom Culemborgerwaard en Inundatiekom Tielerwaard. Belangrijke elementen daarin zijn de forten Asperen, Werk op de Spoordijk, Fort Vuren en Fort aan de Nieuwe Steeg (Geofort) en de Diefdijk als hoofdverdedigingslijn. In deze handboeken zijn van de verschillende onderdelen van de linie de kernkwaliteiten, het ontwikkelingsperspectief op hoofdlijnen en ontwerprichtlijnen opgesteld. In de ‘kernzone’- het gebied langs de hoofdverdedigingslijn en rond de forten – zijn de kernkwaliteiten van de linie het grootst.
E
Door natuurinclusief te bouwen is het mogelijk gezonde en aantrekkelijke stadjes, dorpen en wijken te creëren die voor alle bewoners en gebruikers een prettige leefomgeving zijn. Investeren in groene kwaliteit levert veel meer op dan alleen maar een mooi plaatje. Goed groen zorgt voor verkoeling in de zomer, zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan medebewoners zoals vogels en kleine vleermuizen. Juist dankzij deze bevolkingsgroepen komen woonwijken écht tot leven. Natuurinclusief bouwen kan al op kleinschalig niveau door bijvoorbeeld het inbouwen van gevelstenen die als nestkastje dienen of de nadruk te leggen op meer groen dan het grijs van stenen en paden. Het is bovendien niet duur en gemakkelijk uit te voeren. Het is vooral belangrijk om er van tevoren over na te denken bij zowel nieuwbouw als renovatie. Bij het natuurinclusief bouwen gaat het om het verbeteren van de leefomstandigheden van ‘gebouwgebonden’ soorten als huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit zijn volgens de Wet Natuurbescherming beschermde soorten die onder druk staan doordat gebouwen tegenwoordig zo gebouwd worden dat deze soorten geen verblijfmogelijkheden meer hebben. Dit wordt nog eens versterkt door landelijke en gemeentelijke doelstellingen om energie te besparen door betere isolatie van gebouwen.
Daarnaast gaat het om een veel bredere opgave om meer (natuurlijk) groen in de directe woonomgeving toe te passen. Het behoud en ontwikkelen van groen is van belang voor bescherming en ontwikkeling van soorten en voor een biodiverse gemeente, voor een prettige leefomgeving, voor mogelijkheden voor natuurbeleving,
BOUWEN
welzijn en gezondheid en voor klimaatverbetering. Dat speelt ook in een plattelandsgemeente zoals West Betuwe. Ook hier is het belangrijk om het toevoegen van groen op en aan gebouwen, op binnenterreinen en in de openbare ruimte te stimuleren. Natuurinclusief beleid werkt door op verschillende terreinen. Denk daarbij aan specifieke elementen inbouwen voor specifieke (dier) soorten zoals neststenen voor de huismus, gebouw gebonden ingrepen (groene daken en gevels), gebouw gebonden buitenruimte (tuinen) en zeker ook publieke ruimtes (minibosjes/parken en natuurspeelplaatsen).
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
94 95
WATERLINIE
NATUURINCLUSIEF
Voor meer informatie en inspiratie: www.bouwnatuurinclusief.nl bron: Toelichting bij Motie Natuurinclusief bouwen, gemeenteraad van West Betuwe 2 maart 2021
95
Deel IV Thema’s
De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een uit 1815 daterende verdedigingslinie met forten dat bestaat uit een systeem van dijken, kaden en sluizen waarmee een groot gebied onderwater gezet kon worden om de vijand tegen te houden. Sinds 26 juli 2021 is de linie samen met de stelling van Amsterdam onderdeel van het UNESCO Werelderfgoed de Hollandse Waterlinies. Om dit bijzondere landschap te beschermen en tegelijk ontwikkelingsruimte te bieden hebben de gemeenten samen bestemmingsplanregels opgesteld. Deze zijn voor elke gemeente hetzelfde. Er wordt gewerkt aan een actualisatie van deze bestemmingsplanregels waarbij ook gekeken wordt naar de omgang met de energietransitie in dit waardevolle gebied. Naast deze regels zijn de kernkwaliteiten van de linie en het onderliggende landschap beschreven. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst aan de regels en de kernkwaliteiten samen. Voor de kernkwaliteiten zijn per deelgebied handboeken ‘Kernkwalitei-
HOLLANDSE
/
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
D
NIEUWE
Voor de afweging bij kleinschalige opwekking van zonne-energie op de grond en voor eigen gebruik wordt uitgegaan van een voorkeursvolgorde conform de Zonneladder. De Zonneladder geeft vanuit zorgvuldig ruimtegebruik en beeldkwaliteit een voorkeursvolgorde aan voor het plaatsen van zonnepanelen. Zonnepanelen worden bij voorkeur op het dak geplaatst (trede 1). Pas wanneer er technische of beleidsmatige beperkingen zijn zoals bij monumenten, rietendak-
VOOR EIGEN
bedekking of onvoldoende of ongunstig gelegen dakoppervlak is een opstelling (voor eigen opwekking) op de grond mogelijk. Ook hierbij is een goede afweging, inpassing en voorkeursvolgorde van belang. Zo wordt in eerste instantie gezocht naar een locatie binnen het bouwvlak (trede 2). Alleen met een goede onderbouwing is plaatsing aansluitend aan het bouwvlak mogelijk (trede 3). In alle gevallen is het bestemmingsplan leidend. VOORKEURSVOLGORDE VOOR HET PLAATSEN VAN ZONNEPANELEN CONFORM DE ZONNELADDER
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
96 97
GEBRUIK
ZONNELADDER 1. Zon op dak a. Dak bijgebouwen b. Dak hoofdgebouw 2. Binnen het bouwvlak 3. Aansluitend aan bouwvlak
97
96
Deel IV Thema’s
Bij kleinschalige zonnevelden voor eigen gebruik gaat het om het gebruik van gronden van erven met woon- en bedrijfsbestemmingen en agrarische bouwpercelen voor opwekking van energie alleen voor het eigen bedrijf en/of de eigen woning. Voor het plaatsen van zonnepanelen op de grond is altijd een omgevingsvergunning nodig, omdat dit niet binnen de landelijke, vergunningsvrije regels valt. Ook voor zonnepanelen op of nabij monumenten is altijd een vergunning nodig.
ZONNEVELDEN
/
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
F
KLEINE
98 99
De gids vtoor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
criteria voor kleine bouwwerken 99
98 De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
/
Deel V
De toets heeft betrekking op: – Plaatsing
DEEL V
01
criteria voor kleine bouwwerken
bijbehorende bouwwerken erkers in het voorerfgebied t.b.v. woonruimte
– Maatvoering – Verschijningsvorm – Materiaal, kleur & detaillering
ALGEMEEN: Erkers zijn ondergeschikt in het gevelbeeld, afgestemd op de architectuur van het hoofdgebouw en afgestemd op bestaande bijbehorende bouwwerken bij de woning of in het bouwblok.
Door de gewijzigde wetgeving zijn veel ‘kleine
MAATVOERING – afgestemd op de maat en schaal van bestaande gevelelementen; – richtlijn breedte: maximaal 2/3 van de breedte van de voorgevel; – richtlijn diepte: maximaal 1,5m; – richtlijn hoogte: maximaal 25cm boven de eerste verdiepingsvloer of afgestemd op naastgelegen erker in hetzelfde woningblok.
bouwwerken’ vergunningvrij geworden.
Deel V criteria voor kleine bouwwerken
die niet vergunningsvrij zijn, gelden binnen de gemeente naast de gebiedscriteria, criteria voor de volgende onderwerpen:
01 BIJBEHORENDE BOUWWERKEN – erkers in het voorerfgebied t.b.v. woonruimte – aan-, uit- en bijgebouwen in het achtererfgebied – aan-, uit- en bijgebouwen in het voor- en zijerfgebied 02 DAKTOEVOEGINGEN – dakkapellen – dakopbouwen – opgetrokken geveldelen 03 KOZIJN EN GEVELWIJZINGEN – in het voorerfgebied – zonwering – rolluiken
/
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
Speciaal voor de relatief kleine bouwwerken
06 AIRCO-INSTALLATIES – bij monumtenten – voor overige bebouwing en gebieden 07 RECLAMES – bij monumenten of in beschermd dorpsgezicht – op woningen – op winkels of bedrijfsbebouwing – op recreatie- en sportterreinen 08 OVERIGE BOUWWERKEN – paardenbakken in het buitengebied
VERSCHIJNINGSVORM – passend bij de architectuur van het hoofdgebouw; – maximaal transparant (uitgezonderd plint); – kozijnindeling afgestemd op de indeling van de overige gevelkozijnen.
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
Kleine bouwwerken Welstandstoets
100 101
SPECIFIEK: PLAATSING – overeenkomstig bestaand raamkozijn in voorgevel en/of uitgelijnd met gevelkozijnen; – binnen de lijn van de zijgevel.
MATERIAAL, KLEUR EN DETAILLERING – overeenkomstig het hoofdgebouw en bijdragend aan het ondergeschikte karakter; – hoogte boeiboord maximaal 25 centimeter of gelijk aan boeiboord hoofdgebouw.
04 ERFAFSCHEIDINGEN – bij monumenten – grenzend aan openbaar gebied – terrasafscherming bij dakterrassen
[afb. 01] Geplaatst in bestaand raamkozijn
[afb. 03] Onderlinge afstemming per bouwblok
[afb. 02] Afgestemd op de architectuur van het pand
[afb. 04] Kozijnindeling afgestemd op indeling overige kozijnen
101
100
05 ZONNEPANELEN EN COLLECTOREN – bij monumenten – voor overige bebouwing en gebieden
02
aan, uit en bijgebouwen in het achtererfgebied
MATERIAAL, KLEUR EN DETAILLERING – afgestemd op de bestaande bebouwing of op het tuinkarakter en bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter; – hoogte boeiboord maximaal 25 centimeter of gelijk aan boeiboord hoofdgebouw.
aan, uit en bijgebouwen in het voorerfgebied
102
Deel V criteria voor kleine bouwwerken
AANVULLEND OP HET BOVENSTAANDE GELDT: – gevelbeelden afgestemd op het bestaande hoofdgebouw en gerelateerd aan de (ondergeschikte) functie; – georiënteerd op het openbare gebied
[afb. 01] Dakhelling is overeenkomstig de dakhelling van het hoofdgebouw
[afb. 02] Uitstraling draagt bij aan het gewenste ondergeschikte karakter
[afb. 03] Plat afgedekt, hoogte boeiboord is max. 25 cm
[afb. 04] Eenvoudig en passend
MAATVOERING – bescheiden en afgestemd op de maat en schaal van gevelelementen; – aan beide zijden van de dakkapel resteert (ruim) dakvlak; – richtlijn hoogte: maximaal 1,75 meter; – richtlijn breedte: maximaal 50% van de breedte van het dakvlak tot een maximum van 3 meter. VERSCHIJNINGSVORM – voorzijde maximaal transparant; – kozijnindeling afgestemd op de indeling van gevelkozijnen.
/
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
VERSCHIJNINGSVORM – eenvoudig, passend bij de (ondergeschikte) functie en afgestemd op de architectuur van het hoofdgebouw; – afgedekt met een plat dak of een kap die, voor wat betreft de hellingshoek, afgestemd is op die van het hoofdgebouw.
– – – –
SPECIFIEK: PLAATSING in het onderste deel van het dakvlak; rekening houden met gevelkozijnen; niet voorbij de nok beëindiging; bij boerderijen: op het voorhuis.
MATERIAAL, KLEUR EN DETAILLERING – afgestemd op bestaande bebouwing en bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter; – hoogte boeiboord maximaal 25 centimeter.
[afb. 04] Geplaatst op dezelfde horizontele lijn
[afb. 06] Kozijnindeling afgestemd op kozijnindeling overige kozijnen
[afb. 05] Plaatsen binnen de verticale projectie van de noklijn
[afb. 06] Herhaling van dezlfde mee-ontworpen exemplaren behouden
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
MAATVOERING – duidelijk ondergeschikt aan de maat en schaal van het hoofdgebouw.
103
SPECIFIEK: PLAATSING – duidelijk teruggelegen ten opzichte van de voorgevelrooilijn van de hoofdbouw.
ALGEMEEN: Dakkapellen zijn ondergeschikt in het dakvlak, afgestemd op de architectuur en kapvorm en afgestemd op bestaande dakkapellen op de woning of op het bouwblok. Herhaling van dezelfde (mee-ontworpen) exemplaren in een bouwblok blijven behouden.
102 103
ALGEMEEN: Zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw, afgestemd op het hoofdgebouw en op het tuinkarakter en/of op bestaande bijbehorende bouwwerken in de omgeving.
daktoevoegingen dakkapellen
dakopbouwen
03
ALGEMEEN: Dakopbouwen zijn gericht naar achterzijde, ondergeschikt aan het hoofdgebouw en afgestemd op het hoofdgebouw. Dakopbouwen zijn gelijkvormig aan eerder geplaatste dakopbouwen op hetzelfde bouwblok en gerangschikt op dezelfde horizontale lijn.
dak- en gevelwijzigingen incl. na-isoleren aan buitenzijde in het voorerfgebied
–
MATERIAAL, KLEUR EN DETAILLERING – afgestemd op de bestaande bebouwing en bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter; – zijwanden in een donkere kleur afgestemd op het omringende dakvlak.
–
–
BIJ EEN VRIJSTAAND PAND: – verandering van goothoogte, dakhelling, bouwmassa, gevelindeling, gevelgeleding is mogelijk, mits de bestaande stedenbouwkundige waarden niet worden aangetast en het pand voldoende passend is in de omgeving en het straatbeeld; – afwijking in materiaal, kleur en detaillering is mogelijk, mits de architectonische kwaliteit vergelijkbaar is.
/
ZONWERING BIJ MONUMENTEN – respecteert en sluit aan op de gevelkarakteristiek voor wat betreft positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering; – buiten het gevelvlak uitkragende zonweringen zijn niet toegestaan op niet of nauwelijks bezonde gevels.
Deel V criteria voor kleine bouwwerken
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
VERSCHIJNINGSVORM – is identiek aan die van het bestaande dak voor wat betreft de dakhelling; – is afgestemd op de gevelgeleding van het hoofdgebouw; – is aan de lange zijde maximaal transparant.
– –
– – –
– –
104
–
[afb. 01] Gericht naar de achterzijde
[afb. 02] Geplaatst tussen de schoorstenen
[afb. 03] Zijwanden in een donkere kleur en geplaatst op één lijn
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
– –
–
SPECIFIEK BIJ EEN PAND ONDERDEEL VAN EEN BOUWBLOK: ga uit van de bestaande (verticale of horizontale) gevelindeling en gevelgeleding; ga uit van bestaande gevelopeningen en -afmetingen; bij het na-isoleren van de kap: ga uit van dezelfde goothoogte als de bestaande goot en/of de goot van het buurpand en behoud dezelfde hellingshoek van het dak; afwijking in materiaal, kleur en detaillering is mogelijk, mits de samenhang in het totale gevelbeeld van het bouwblok voldoende behouden blijft, de stedenbouwkundige waarde niet wordt aangetast en de architectonische kwaliteit vergelijkbaar is; behoud de samenhang tussen de begane grond en de verdieping(en).
ROLLUIKEN BIJ MONUMENTEN mogen alleen worden gebruikt ter beveiliging tegen inbraak etc. en zijn op bovenverdiepingen niet toegestaan; mogen alleen aan de binnenzijde van de gevelopeningen worden aangebracht; dienen minimaal voor 80% uit (glasheldere) doorkijkopeningen te bestaan (gemeten vanaf 0,5 meter boven de aansluitende stoep of weg); zijn voor wat betreft vormgeving zo veel mogelijk afgestemd op het gevelbeeld; hebben een terughoudende, in het straatbeeld passende kleur; zijn bij nieuwe puien geïntegreerd in het pui-ontwerp.
[afb. 04] Materiaal afgestemd op reeds aanwezige materialen
[afb. 05] Handhaaft oorspronkelijke gevelgeleding
105
–
MAATVOERING de nokhoogte ligt maximaal 1 meter (3/4 dakpannen) boven de nokhoogte van de woning; de goot van de dakopbouw ligt onder de nok van de woning; breedte bij tussenwoningen: gelijk aan woningbreedte of tussen schoorstenen; bij hoekwoningen, twee-onder-één-kap-woningen en vrijstaande woningen: afstand tot dakrand(en) minimaal 0,5 meter.
ALGEMEEN: Met de wijziging blijft de samenhang in het straatbeeld voldoende behouden.
104 105
SPECIFIEK: PLAATSING – bij een individueel hoofdgebouw gecentreerd in het dakvlak of afgestemd op de gevelgeleding
04
05
06
erfafscheidingen bij monumenten en in de beschermde dorpsgezichten
zonnepanelen en –collectoren bij monumenten
warmtepompen en airco-installaties bij monumenten
grenzend aan openbaar gebied
Deel V criteria voor kleine bouwwerken
SPECIFIEK: – bestaan bij voorkeur uit haagplanten zoals liguster, buxus of haagbeuken; – of bestaan uit te begroeien gaaswerk, tussen penanten (afgestemd op woning) en eventueel boven een gemetselde plint; – mag over de gehele lengte voor maximaal 60% bestaan uit gesloten delen; – gesloten delen hebben een verticale geleding, minimaal om de 3 meter; – geen beton, kunststof, golfplaat of damwandprofielen toepassen als (hoofd)materiaal; – wordt mee-ontworpen bij nieuwbouw.
terrasafscherming bij dakterrassen
/
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
ALGEMEEN: Leveren een positieve bijdrage aan het straatbeeld en hebben een verzorgde uitstraling; Zijn niet geheel gesloten of afwerend, zijn passend bij het tuin karakter en degelijk en professioneel gebouwd.
SPECIFIEK: – niet of slechts beperkt zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied. Indien beperkt zichtbaar: zonnepanelen zijn ondergeschikt in het dakvlak en het bebouwingsbeeld; – per dakvlak: één soort panelen toepassen en allemaal in dezelfde richting plaatsen; – streef een rustig legpatroon na en cluster zonnepanelen tot één rechthoekig vlak of strook; – minimaal 1 pan van de dakrand en 1 pan onder de nokpan plaatsen; – plaatsen onder dezelfde hellingshoek als het dakvlak; – op een plat dak: plaatsen op minimaal 50 centimeter vanaf de rand. De exacte afstand hangt af van de hoogte en hellingshoek van de panelen en de hoogte van de dakrand; – bij schildkappen: plaatsen onder (de verticale projectie van) de nok; – houdt voldoende afstand (minimaal 0,5 meter) tot objecten in het dakvlak zoals schoorstenen, dakkapellen en dakramen; – zijn matzwart en hebben geen rasterpatroon, geen lichte randen of lichte accenten en zijn gematteerd uitgevoerd (weinig tot geen reflectie); – worden niet op hetzelfde dakvlak gecombineerd met zonnecollectoren tenzij de collectoren uit het zicht onder de dakbedekking zijn geplaatst; – leveren geen onevenredige fysieke schade op aan het gebouw. Uit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle materialen en detailleringen blijven behouden; – zijn niet mogelijk op daken met een bijzondere vorm of afwerking.
Dit betreft bijvoorbeeld ronde, spitse of veelhoekige daken, daken met een bijzonder decoratief patroon of daken van bijzondere materialen, zoals zeldzame dakpannen, sommige leien daken, de meeste daken van riet, koper, zink of lood.
ALGEMEEN: Respecteren de waardevolle monumentale karakteristieken. Deze verschillen per pand, daarom is er altijd sprake van maatwerk. SPECIFIEK: – niet zichtbaar vanaf het openbaar toegankelijk gebied; – leveren bij monumentale panden geen onevenredige fysieke schade aan het gebouw op.
bij overige bebouwing en gebieden ALGEMEEN: De installatie heeft een onopvallende verschijningsvorm, eventueel voorzien van een omkleding, en past bij de schaal en de architectuur van het pand en haar omgeving. SPECIFIEK: – plaatsen op een onopvallende plek, aan de achterzijde of aan de zijkant die niet grenst aan openbaar gebied (het achtererfgebied) of terugliggend op een plat dak of, bij plaatsing op de grond, door een haag aan het zicht onttrokken; – zoveel mogelijk laten vallen binnen het silhouet van het gebouw; – gedekte kleuren toepassen, afgestemd op het gebouw of neutraal, waardoor de opbouw wegvalt tegen de achterliggende gevel of tegen de lucht; – zijn bij nieuwbouw geïntegreerd in de bouwmassa, de architectuur of het stedenbouwkundige ontwerp.
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
SPECIFIEK: – vormen een versterking van het monumentale (straat)beeld; – zijn voor wat betreft materialisatie en kleur afgestemd op het karakter van de omgeving en de betreffende kavel.
106 107
ALGEMEEN: Respecteren de waardevolle (monumentale) karakteristieken. Deze verschillen per pand en situatie, daarom is er altijd sprake van maatwerk.
ALGEMEEN: Respecteren de waardevolle monumentale karakteristieken. Deze verschillen per pand en situatie, daarom is er altijd sprake van maatwerk. Zonnepanelen zijn mogelijk onder de volgende voorwaarden;
ALGEMEEN: Leveren een positieve bijdrage aan het straat-en gevelbeeld door toepassing van een open karakter en een verzorgde uitstraling.
[afb. 01] Versterkt het monumentale straatbeeld
[afb. 02] Begroeid gaaswerk
[afb. 03] Mee-ontworpen bij nieuwbouw
[afb. 04] Maximaal 60% bestaat uit gesloten delen
107
106
SPECIFIEK: – zijn transparant van karakter; – hebben een bescheiden omvang in hoogte en breedte.
07
reclames in woongebieden bij een bedrijf aan huis
– – – –
MATERIAAL, KLEUR EN DETAILLERING – afgestemd op de gevelkarakteristiek of op het karakter van de tuin of straatbeeld en bijdragend aan een bescheiden uitstraling; – duurzaam materiaal; – geen felle kleuren.
[afb. 01] Ondergeschikt in het straatbeeld
[afb. 02] Bescheiden uithangbord in een traditionele vorm
– losse (doos)letters tegen de gevel; – bescheiden uithangbord, bij voorkeur in een traditionele vorm met verfijnde detaillering; – geen verlichting, lichtbakken, knipperende of bewegende onderdelen; – geen frame. MATERIAAL, KLEUR EN DETAILLERING – afgestemd op de gevelkarakteristiek of op het karakter van de tuin of straatbeeld en bijdragend aan een bescheiden uitstraling; – duurzaam materiaal; – geen felle kleuren.
[afb. 03] Ondergeschikt in het straatbeeld en geplaatst bij inrit
[afb. 04] Ondergeschikt in het strtaabeeld
[afb. 05] Bescheiden en geplaatst nabij entree
109
VERSCHIJNINGSVORM – reclame heeft een eigen vormgevingskwaliteit;
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
VERSCHIJNINGSVORM – geen verlichting, lichtbakken, knipperende of bewegende onderdelen; – de reclame heeft een eigen vormgevingskwaliteit; – zorgvuldige ontworpen en met een verzorgde uitstraling; – geen frame.
ALGEMEEN: Zijn zeer ondergeschikt, komen bescheiden over in het bebouwings- en straatbeeld en Sluiten aan bij de gevelkarakteristiek en de monumentale landschappelijke en architectuurhistorische waarden. SPECIFIEK: PLAATSING + AANTAL – maximaal één reclame-uiting tegen de gevel van de begane grond nabij de entree of bij de inrit indien het gebouw niet direct aan de openbare (doorgaande) weg is gelegen.
SPECIFIEK: PLAATSING + AANTAL maximaal één reclame-uiting tegen de gevel op het niveau van de begane grond, gerelateerd aan de entree; één vrijstaande zuil bij de inrit; de reclame heeft een relatie met het bedrijf op het perceel; geen reclame haaks op de gevel.
MAATVOERING – losse (doos)letters tegen de gevel of klein bordje, maximaal 1,0 x 0,20 meter of 0,2 m2; – vrijstaande zuil of vrijstaand bordje, maximaal 1 meter hoog of 0,5 m2, eventueel tweezijdig bedruk.
reclames bij monumenten en in beschermde dorpsgebieden
MAATVOERING – tegen de gevel: bescheiden en afgestemd op entree- of puibreedte; – haaks op de gevel: bescheiden en afgestemd op de schaal van het gebouw; – richtlijn maximaal 0,70 x 0,50 meter; – vrijstaande zuil of vrijstaand bordje, maximaal 1,5 meter hoog eventueel tweezijdig bedrukt.
108
ALGEMEEN: Zijn ondergeschikt en komen bescheiden over in het bebouwingsen straatbeeld, belemmeren niet het zicht op de openbare ruimte of het open landschap en zijn afgestemd op de gevelkarakteristiek of het tuinkarakter.
108 109
Deel V criteria voor kleine bouwwerken
ALGEMENE UITGANGSPUNTEN Reclames vormen in deze Gids een afzonderlijke categorie kleine bouwwerken. Vanwege het integrale karakter van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid in West Betuwe, is ervoor gekozen om geen afzonderlijk reclamebeleid te formuleren, maar om dit rechtstreeks onderdeel te maken van deze Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit. In de Gids zijn alleen reclamerichtlijnen - in verband met plaatsing en verschijningsvorm opgenomen voor omgevingsvergunningplichtige reclames. Overige regels voor reclames zijn opgenomen in de Algemeen Plaatselijke Verordening van de gemeente West Betuwe. Reclames vormen een vanzelfsprekend deel van het straatbeeld in winkel- en bedrijfsgebieden in West Betuwe. Dit uit zich in allerlei vormen: gevelreclame, vrijstaande zuilen, uithangborden, vlaggen etc. Ze zijn onmisbaar voor een effectieve bedrijfsvoering en geven tegelijkertijd levendigheid en kleur aan een straat of gebied. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met de ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteit en uitstraling van een gebied. In maatvoering, plaatsing, materiaal en kleurstelling mogen reclames geen afbreuk doen aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Maatwerk dus per gebied of straat, maar zeker ook met begrip voor het belang van een winkelier of ondernemer.
Idealiter zijn de verschijningsvorm van reclames en de beleving van ruimtelijke kwaliteit in balans en kunnen ze elkaars effect versterken. Met een duidelijk doel: een prettig winkelklimaat creëren voor publiek, winkeliers en ondernemers. Vanuit deze principes is het reclamebeleid voor deze Gids Ruimtelijke Kwaliteit geformuleerd. Het is toegespitst op verschillende gebieden (woongebieden, winkelgebieden, monumentale gebieden, bedrijventerreinen, buitengebied en recreatie- en sportterreinen). Daarbij zijn de spelregels zo geformuleerd, dat ze de winkeliers en ondernemers voldoende ruimte bieden om effectief reclame te kunnen voeren.
/
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
reclames
reclames in woongebieden op bedrijfsbebouwing
– – –
Deel V criteria voor kleine bouwwerken
MAATVOERING – geschilderde (open) letters, losse doosletters of klein bordje, maximaal 1,0 m2; – vrijstaande zuil of vrijstaand bordje, maximaal 1 m breed en 1 m hoog eventueel tweezijdig bedrukt; – haaks op de gevel: niet groter dan 0,5 m², minimaal 2.20 m. boven het trottoir. VERSCHIJNINGSVORM – geen verlichting, lichtbakken, knipperende of bewegende onderdelen; – de reclame heeft een eigen vormgevingskwaliteit; MATERIAAL, KLEUR EN DETAILLERING – afgestemd op de gevelkarakteristiek of op het karakter van de tuin of straatbeeld en bijdragend aan een bescheiden uitstraling; – duurzaam materiaal; – felle kleuren beperkt toepassen.
ALGEMEEN: Zijn ondergeschikt en komen bescheiden over in het bebouwingsen straatbeeld, belemmeren niet het zicht op de openbare ruimte en zijn afgestemd op de gevelkarakteristiek. Betreft naamsgeving bedrijf en geen product-reclame.
–
/
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
–
reclames in winkelgebieden of op winkels en cafe’s e.d. in woongebieden
– – – –
SPECIFIEK: PLAATSING + AANTAL maximaal twee reclame-uitingen per gevel geplaatst tegen de gevel of luifel; bij plaatsing tegen een luifel; het bord past binnen de contouren van de luifelrand; nabij de winkelentree; afgestemd op de gevelindeling van het winkelpand; geen plaatsing op bouwlagen met een woonbestemming.
De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe
–
SPECIFIEK: PLAATSING + AANTAL maximaal één reclame-uiting tegen het gebouw tenzij het gebouw met meerdere gevels aan een openbare weg grenst. Dan is een evenredig aantal toegestaan; bij een grotere gevellengte dan 15 meter zijn twee reclameuitingen denkbaar; één vrijstaande reclamezuil bij de inrit; tegen de gevel op het niveau van de begane grond, gerelateerd aan de entree; de reclame heeft een relatie met het bedrijf op het perceel.
110 111
ALGEMEEN: Zijn ondergeschikt en komen bescheiden over in het bebouwingsen straatbeeld, belemmeren niet het zicht op de openbare ruimte of het open landschap en zijn afgestemd op de gevelkarakteristiek of het tuinkarakter. Betreft naamsgeving bedrijf en geen product-reclame.
MAATVOERING – tegen de gevel: niet breder dan 70% van de gevelbreedte; – richtlijn: maximaal 4 meter breed en 0,5 meter hoog; – haaks op de gevel: niet groter dan 1.00 m² of 0,4 X 0,4 meter vrije hoogte minimaal 2.20 m. boven het trottoir. VERSCHIJNINGSVORM – reclame heeft vormgevingskwaliteit; – geschilderde letters, losse of geschakelde doosletters of bord; – geen lichtbakken; – geen frame. MATERIAAL, KLEUR EN DETAILLERING – afgestemd op de (historische) gevelkarakteristiek of op het straatbeeld en bijdragend aan een bescheiden uitstraling; – duurzaam materiaal; – felle kleuren beperkt toepassen.
[afb. 05] Reclame heeft vormgevingskwaliteit
[afb. 01] Ondergeschikt in het straatbeeld
[afb. 02] Bescheiden bordje geplaatst tegen de gevel maximaal 1m2
[afb. 04] Afgestemd op de gevelindeling
[afb. 06] Maximaal 2 reclame-uitingen tegen de gevel
[afb. 07] Losse (doos)letters, afgestemd op gevelindeling
111
110
[afb. 03] Geplaatst boven winkelentree
reclames op recreatie- en sportterreinen
reclames op bedrijventerreinen
ALGEMEEN: Zijn ondergeschikt en komen bescheiden over in het bebouwingsen straatbeeld, zijn afgestemd op de gevelkarakteristiek en/of op het karakter van de omgeving.
ALGEMEEN: Zijn voldoende ondergeschikt in het bebouwings- en straatbeeld en belemmeren niet in ernstige mate het uitzicht op de openbare ruimte of het open landschap.
–
– – – – –