CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-128-bijlage-gids-voor-ruimtelijke-kwaliteit-WB-2022.pdf

Gemeenteraad 29 november 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 11: Voorstel vaststellen ruimtelijke-kwaliteit-WB-inhoudelijke-harmonisatie Gids Ruimtelijke Kwaliteit West Betuwe, inhoudelijke harmonisatie30.080 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

VERSCHIJNINGSVORM aanlichten van bord, zuil en reclametekst is toegestaan, lichtreclame niet; geen aanlichting van reclame op scorebord of tribune; geen plaatsing reclame haaks op de gevel m.u.v. uithangbord horecavoorziening; de naar de natuur gekeerde zijde van borden rondom het veld is donker van kleur; reclame op scoreborden uitsluitend gericht naar veldzijde.

– – – –

MAATVOERING – tegen de gevel: afgestemd op de maat en schaal en gevelgeleding van het gebouw; – tegen de gevel: richtlijn maximaal 50% van de lengte van de gevel met een maximum van 6 meter en 0,75 meter hoog; – bij grote panden is een verruiming mogelijk waarbij de omvang van de totale belettering tegen de gevel is gerelateerd aan omvang pand en ligging. Beoordeling is maatwerk: richtlijn maximaal 5% van het geveloppervlak; – vrijstaande zuil: maximaal 3 meter hoog en niet hoger dan de bouwhoogte van het op het betreffende perceel gesitueerde hoofdgebouw.

/ – – – –

Deel V criteria voor kleine bouwwerken

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

MAATVOERING – tegen gevel: maximaal 3 meter breed en 0,5 meter hoog; – haaks op gevel: maximaal 0,8 meter breed en 0,8 meter hoog; – bord/zuil: maximale hoogte 1.50 meter en 1 m2; – borden rondom veld: hoogte maximaal 1,4 meter; – op scoreborden en tribunes: hoogte maximaal 0.5 meter.

–

– –

– – – –

112

–

[afb. 01] Vlaggen geplaatst bij de entree

[afb. 02] Sponseringsborden rondom het veld naar binnen gericht

– –

VERSCHIJNINGSVORM de reclame moet een eigen vormgevingskwaliteit hebben; reclame integreren in het architectuurbeeld; voorkeur voor losse belettering; verlichting of aanlichten is toegestaan behalve aan de randen van terreinen welke grenzen aan landelijk gebied; geen knipperende of bewegende elementen of onderdelen; tegen de gevel: naamgeving bedrijf en geen productreclame. AANVULLEND VOOR BEDRIJFSVERZAMELGEBOUWEN maximaal één reclame-uiting per bedrijf tegen de gevel van het gebouw; de reclame-uiting is afgestemd op reclames van andere bedrijven in hetzelfde pand en op dezelfde gevel; de plek van de gevelreclame moet een relatie hebben met de aan het bedrijf ter beschikking staande geveloppervlak; één gemeenschappelijke vrijstaande reclamezuil van maximaal 6 meter hoog. maximaal één LED-reclame per bedrijfsverzamelgebouw

[afb. 04] Reclame-uitingen zijn onderling op elkaar afgestemd

[afb. 05] Reclame heeft vormgevingskwaliteit

– – – –

AANVULLEND VOOR BEWEGENDE LICHTRECLAME (led-schermen, digitale billboards, lichtcouranten) stralen geen aanstootgevende boodschappen en verbeeldingen uit; vertonen qua vormgeving en/of kleur geen gelijkenis met verkeersrelevante informatiedragers, zoals verkeersborden/signaleringen enz.; zijn niet verblindend (conform Richtlijnen Lichthinder); geen flikkerende afbeeldingen, films, tuimelende of wervelende overgangen; maximaal 1 vervagende of verschuivende beeldwisseling 20 seconden; bij voorkeur geen lichtreclame tonen tussen 23.00 en 07.00 uur in een woonomgeving.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

–

–

SPECIFIEK: PLAATSING + AANTAL maximaal één reclame-uiting per gebouw tegen de gevel, tenzij het gebouw met meerdere gevels aan een openbare weg grenst. Dan is een evenredig aantal toegestaan; niet haaks op de gevel, op een plat dak, in de goot of uitstekend buiten het gebouwsilhouet; plaatsing is afgestemd op de gevelindeling en architectuur van het pand; de plek van de reclame moet een relatie hebben met het bedrijf op het perceel; maximaal één vrijstaande reclamezuil per gebouw bij de entree of inrit; maximaal drie vlaggenmasten per perceel bij de entree of inrit.

AANVULLEND LANGS DE A2 – reclame op een plat dak, uitstekend buiten het gebouwsilhouet, is toegestaan op bedrijven direct langs en georiënteerd op de A2 en mits uitgevoerd in een losse belettering; – bij plaatsing op het dak: maximale hoogte 2 meter boven de dakrand, richtlijn breedte: 50% van de lengte van de gevel met een maximum van 6 meter; – LED-reclame: alleen statistische LED-reclame (beeldwisselingfrequentie van 1x per 12 uur) – geen bewegende beelden op digitale billboards; – niet verblindend (conform Richtlijnen Lichthinder);

113

–

112 113

–

SPECIFIEK: PLAATSING + AANTAL maximaal één naamsvermelding tegen de gevel ter plaatse van de entree; maximaal één vrijstaande zuil of verzamelbord (voor alle clubs) bij de inrit; sponseringsborden tegen scoreborden en tribunes of rondom het veld, niet naar openbaar gebied gericht; vlaggen geconcentreerd geplaatst bij entree of inrit;

08

reclames in het buitengebied met een agrarische bestemming

Deel V criteria voor kleine bouwwerken

VERSCHIJNINGSVORM – bescheiden uitstraling, passend bij de landelijke omgeving – het materiaal is duurzaam – aanlichten van de reclametekst of lichtreclame is niet toegestaan; – vrijstaande reclame: één- of tweezijdig bedrukt.

reclames in het buitengebied met een niet agrarische bestemming ALGEMEEN: Zijn passend bij de landelijke omgeving en afgestemd op de karakteristiek van de bebouwing. Zijn niet toegestaan op een onbebouwd perceel. SPECIFIEK: PLAATSING EN AANTAL – één reclame-uiting tegen de gevel, grenzend aan een openbare weg; – vrijstaande reclame: bij de toegang tot het bedrijf.

– –

– – – –

MAATVOERING afgestemd op het gebruik; richtlijn oppervlak: maximaal 800 m2; richtlijn hoogte: maximaal 1,5 meter; buitenverlichting in, aan en/of rondom een paardenbak is niet toegestaan.

VERSCHIJNINGSVORM – eenvoudig en passend bij de ondergeschikte (agrarische) functie; – bestaande uit een zeer open omheining.

/

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

MAATVOERING – tegen de gevel: maximaal 25% van de lengte van de gevel met een maximum van 4 meter en 0,5 meter hoog; – vrijstaande reclame: maximale afmetingen 0,5 m², hoogte maximaal 1,5 meter.

– –

SPECIFIEK: POSITIONERING nabij bebouwing; parallel aan één van de zijden van het bouw- en/of bestemmingsvlak; geplaats in de richting van de kavel; bestaande zichtlijnen blijven intact.

MATERIAAL, KLEUR EN DETAILLERING – passend bij de aanwezige landschapskarakteristiek en zoveel mogelijk hierin opgaand; – bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter; – voorkeur voor hout; – toepassen van donkere kleuren als groen, bruin of zwart.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

SPECIFIEK: PLAATSING EN AANTAL – één reclame-uiting tegen de gevel; – één vrijstaand reclamebord bij de inrit/toegang tot het bedrijf alleen indien de entree van het gebouw niet zichtbaar is vanaf de openbare weg.

ALGEMEEN: Zijn ondergeschikt in het landelijk gebied, passend bij de aanwezige landschapskarakteristiek en het agrarische gebruik en degelijk gebouwd.

114 115

ALGEMEEN: Zijn passend bij de landelijk omgeving en afgestemd op de karakteristiek van de bebouwing. Zijn niet toegestaan op een onbebouwd perceel, tenzij geplaatst bij inrit/toegang.

overige bouwwerken paardenbakken in het buitengebied

MAATVOERING – tegen de gevel: maximaal 25% van de lengte van de gevel met een maximum van 4 meter en 0,5 meter hoog; – vrijstaande reclame: maximaal 1,0 m², hoogte maximaal 2,5 meter.

[afb. 01] Bescheiden uitstraling

[afb. 02] Geplaatst bij de inrit

[afb. 03] Passend bij de landelijke omgeving

115

114

VERSCHIJNINGSVORM – bescheiden uitstraling, passend bij de landelijke omgeving – aanlichten van de reclametekst of lichtreclame is niet toegestaan; – vrijstaande reclame: één- of tweezijdig bedrukt.

116 117

De gids vtoor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

algemene criteria 117

116 De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

/

Deel VI

DEEL VI

fungeren wanneer de reguliere toetsingscriteria

Deel VI algemene criteria

onvoldoende houvast bieden. De criteria zijn gebaseerd op de notitie ‘Architectonische kwaliteit, een notitie over architectuurbeleid’, van Prof. ir. Tj. Dijkstra (1985, herzien en opnieuw uitgegeven in 2001).

RELATIE TUSSEN VORM, GEBRUIK EN CONSTRUCTIE Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. RELATIE TUSSEN BOUWWERK EN OMGEVING Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is.

SCHAAL EN MAATVERHOUDINGEN Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

welstandscriteria genoemd, die als achtervang

118 119

In dit hoofdstuk worden de algemene

/

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

algemene criteria

MATERIAAL, TEXTUUR, KLEUR EN LICHT Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.

BETEKENISSEN VAN VORMEN IN SOCIAALCULTURELE CONTEXT Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit.

119

118

EVENWICHT TUSSEN HELDERHEID EN COMPLEXITEIT Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat.

120 121

De gids vtoor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

excessencriteria 121

120 De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

/

Deel VII

DEEL VII

bouwwerken in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand (Woningwet art.

122

Deel VII excessencriteria

12, lid 1). Dit is het geval indien sprake is van excessen: buitensporigheden in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident zijn.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

De excessenregeling is niet bedoeld om de plaatsing van het bouwwerk tegen te gaan. Op grond van artikel 13a Woningwet kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar dan aanschrijven om de strijdige situatie ongedaan te maken. In geval van een exces moeten burgemeester en wethouders kunnen verwijzen naar specifieke criteria in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. BEOORDELINGSCRITERIA VOOR EXCESSEN – Het bouwwerk of de aanpassing vormt een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is. – Bij aanpassing worden architectonische bijzonderheden ontkend of vernietigd. – Er is sprake van ernstige verwaarlozing van het uiterlijk van een bouwwerk of de omgeving. – Er is sprake van verloedering door achterstallig onderhoud. – Een bouwwerk wordt visueel of fysiek afgesloten voor zijn omgeving. – Er is sprake van materiaalgebruik dat armoedig overkomt en/ of sterk afwijkt van wat in de omgeving gebruikelijk is. – Er is sprake van felle of contrasterende kleuren. – Er is sprake van te opdringerige, schreeuwerige reclames.

123

repressief in te grijpen indien vergunningvrije

122 123

De gemeente heeft de mogelijkheid om

/

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

excessencriteria

124 125

De gids vtoor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

deelgebieden bijlagen

125

124 De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

/

Deel VIII

128 129 /

130 131 /

132 133 /

134 135 /

136 137 /

138 139 /

141

140 Richtlijnen

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

B

142

Band: Horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen, kunststeen of baksteen Bebouwing: Eén of meer gebouwen en/ of andere bouwwerken. Bescheiden: Niet de boventoon voerend of ondergeschikt aan. Beschot: Houten bekleding van een muur, inwendig als een lambrisering, meestal niet tot de volle hoogte. Bedrijfsbebouwing: Gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen,

C

Carport: Afdak om de auto onder te stallen, meestal bij of grenzend aan een woning. Classicisme: Stroming in de bouwkunst, bouwstijl. Conformeren: Zich voegen naar, gelijkvormig maken, aanpassen aan, afstemmen op. Context: Omgeving, situatie, geheel van omringende ruimtelijke kenmerken. Contrasteren: Een tegenstelling vormen. CRK: Commissie Kwaliteitsgids

D

E

Ensemble: Architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel. Erf: al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, de bestemming deze inrichting niet verbied. - Voorerf: gedeelte van het erf dat aan de voorzijde van het gebouw is gelegen - Achtererf: gedeelte van het erf dat aan de achterzijde van het gebouw is gelegen - Zijerf: gedeelte van het erf dat aan de zijkant van het gebouw is gelegen Eerste verdieping: Tweede bouwlaag van de woning of het woongebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen. Erker: Kleine toevoeging van meestal één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, op de begane grond meestal uitgevoerd in metselwerk, hout en glas. Esthetische kwaliteit: blijk geven van een zekere schoonheid

142 143

Richtlijnen Deel VIII bijlage

Aanbouwen: Grondgebonden toevoeging meestal van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw. Aangekapt: Met kap bevestigd aan dakvlak. Aardtinten: Rood/bruine tinten. Achtergevellijn: Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen Achterkant: De achtergevel, het achtererf en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen Afdak: Hellend dak, hangend of op stijlen aangebracht tegen een gebouw of een muur, om als gedeeltelijke beschutting te dienen. Afstemmen: In overeenstemming brengen met. Antennedrager: Antennemast of andere constructie bedoelt voor de bevestiging van een antenne. Antenne-installatie: Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. Architectuurstijl: Architectuur of vormgeving uit een bepaalde periode of van een bepaalde stroming. Asymmetrische kap: Zadeldak met twee ongelijke dakvlakken. Authentiek: Overeenstemmend met het oorspronkelijke, origineel, eigen kenmerken dragend, oorspronkelijk.

werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter. Behouden: handhaven, bewaren, in stand houden. Belendende: Naastgelegen, (direct) grenzend aan. Bijgebouwen: Grondgebonden gebouw meestal van één bouwlaag dat los van het hoofdgebouw op het erf of kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage. Blinde wand, muur of gevel: Gevel of muur zonder raam, deur of andere opening. Boeiboord: Opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal. Boerderij: Gebouw/gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis. Borstwering: Lage dichte muur tot borsthoogte. Bouwblok: Een geheel van geschakelde bebouwing. Bouwstijl: Architectuur of vormgeving uit een bepaalde periode of van een bepaalde stroming. Bouwen: Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk. Bouwlaag: Een horizontaal deel van een gebouw dat bestaat uit één of meer ruimten waarbij de bovenkanten van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5 m in hoogte verschillen. Opm.: ieder horizontaal gedeelte van een gebouw met een hoogte groter dan 1,5 m moet gezien worden als een aparte bouwlaag. Bouwperceel: Een aaneengesloten terreinoppervlak, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.

Bouwwerk: Algemene benaming voor alle soorten gebouwde objecten. Bovenbouw: Bovenste, uit een oogpunt van gebruik meestal belangrijkste gedeelte van een gebouw, meestal in tegenstelling tot de onderbouw, het dragende gedeelte, fundament. Bungalow: Meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd.

Dak: Overdekking van een gebouw of onderdeel ervan, bestaande uit één of meer hellende vlakken (schilden) of uit een horizontaal vlak. Dakafdekking: Vlak of hellend dak van een gebouw, waarop dakbedekking is aangebracht. Dakhelling: De hoek van het dakvlak. Dakkapel: Ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak, vooral bedoeld om de lichttoevoer te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Daknok: Hoogste punt van een schuin dak. Horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak Dakopbouw: Een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok of dakrand van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert. Dakraam: Raam in een dak. Daktrim: Afwerking bovenzijde dakrand ten behoeve van waterkering. Dakvlak: Een vlak van het dak/kap. Dakvoet: Laagste punt van een schuin dak. Het snijpunt van de daklijn en de onderliggende gevellijn. Damwandprofiel: Metalen beplatingmateriaal met een damwandprofilering. Detail: Ontmoeting/aansluiting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam. Detaillering: Uitwerking, weergave van de verschillende onderdelen c.q. aansluitingen. Diversiteit: Verscheidenheid, afwisseling, variatie.

/

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

A

F

Flat: Groot gebouw met meerdere verdiepingen/woonlagen. De appartementen in de flat zijn meestal gelijkvloers en worden op hun beurt flat/ flatjes genoemd.

G

Galerij: Gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen. Gatengevel: gevel opgetrokken uit één materiaal (overwegend al dan niet gepleisterd metselwerk) waarin ramen zich als gaten manifesteren. Gebouw: Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

H

Hoekaanbouw: Grondgebonden toevoeging meestal van één bouwlaag aan de hoek van een gebouw. Hoek- en kilkeper: snijlijn van twee aansluitende dakvlakken. Hoofdgebouw: Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken Hoofdmateriaal: Belangrijkste zichtbare materiaal van gevel en dak.

I

Individueel bebouwingskarakter: ieder gebouw afzonderlijk een eigen karakter Industriebebouwing: Bebouwing met een industriële bestemming. Installatie: set van beeld- en/of geluidsapparatuur, het aanbrengen van technische toestellen (montage) en/of deze toestellen zelf

K

Kap: Samenstel van houten, ijzeren of betonnen onderdelen dat de dakbedekking draagt. Kavel: Grondstuk, kadastrale eenheid. Keper: Snijlijn van twee aansluitende dakvlakken.

Kern: Veelal kleinschalig stedelijk gebied, ook wel centrum van een dorp of stad. Kernkwaliteiten: onderscheidende en positief beoordeelde aspecten van een deelgebied Klossen: Uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten. Koofbord: Gebogen vlak dat de overgang vormt van en vlakke zoldering of vlak plafond naar de muur. Kop: In het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw.

L

Lak: Afwerklaag van schilderwerk. Landschappelijke waarde: De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van (niet levende en levende) natuur. Latei: Draagbalk boven gevelopening. Lessenaarsdak: Dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak. Leefbaarheid: De gebruiks- en belevingswaarde van een wijk of buurt c.q. de mate waarin het aantrekkelijk is om er te wonen of te werken Lichtkoepel: Raamconstructie meestal in een plat dak, in de vorm van een koepel. Lijst: Een meestal versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel. Kroonlijst, gootlijst. Lineair: Rechtlijnig, langgerekt. Lint(bebouwing): Langgerekte lijn van (veelal vrijstaande) bebouwing langs een weg of waterverbinding. Luifel: afdak buiten tegen de muur van een gebouw aangebracht en verder niet ondersteund, meestal boven een deur, raampartij of gehele pui.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

BEGRIPPENLIJST

Gebouwtype: Geheel van karakteristieke kenmerken en eigenschappen die gemeenschappelijk zijn aan een groep van gebouwen, waardoor deze zich onderscheiden van anderen. Gebouwtypologie: Gebouwen ingedeeld in een groep op basis van één of meer overeenkomstige kenmerken Gepotdekseld: Horizontaal gedeeltelijk over elkaar vallende gevelbeplating (oorspronkelijk houten planken). Gevel: Verticaal scheidingsvlak van een gebouw tussen buiten en binnen. (Gevel)geleding: Onderverdeling van de gevel in kleinere vlakken. Verticale, horizontale of figuratieve indeling van de gevel door middel van gevelopeningen, metselwerk, verspringingen of andere gevelkenmerken en -detailleringen. Gevelmakelaar: Decoratieve bekroning van een geveltop. Goot: Waterafvoer, veelal tussen gevel en dakvlak. Gootklos: Zie klossen. Gootlijn: Veelal horizontale lijn die een goot of meerdere goten aan de gevel vormen.

M

Maaiveld: Bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht, de gemiddelde hoogte van het terrein, grenzend aan de gevels, op het tijdstip van de aanvraag om bouwvergunning. Mansardekap: Een dak met aan twee zijden onder een stompe hoek geknikt of gebroken dakvlak. Markante stedenbouwkundige ruimte: ruimte die opvalt door bepaalde kenmerken

143

Drager en invulling: De drager is de constructie van een gebouw, waaraan de invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden).

Schilddak: Dak, gevormd door twee driehoekige schilden aan de smalle en twee trapeziumvormige aan de lange zijde. Slagenlandschap: Een landschap met langgerekte ontginningslinten met haaks daarop een stelsel van smalle kavels gescheiden door afwateringssloten. Situering: Plaats van het bouwwerk in zijn omgeving. Sociale veiligheid: De mate waarin men zich beschermd voelt tegen gevaar dat veroorzaakt wordt door of dreigt van de kant van menselijk handelen in de openbare ruimte. Speklaag: Lichte natuurstenen band als afwisseling in baksteenmetselwerk, doorgaans van Brabantse arduin, later ook van zandsteen. Stijl: Architectuur of vormgeving uit een bepaalde periode of van een bepaalde stroming.

Z

Zadeldak: Een dak dat aan twee zijden schuin is met een symmetrisch profiel. Zijgevellijn: Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk tot aan de perceelsgrenzen.

U

Uitbouw: Aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is.

V

Verdieping: Bouwlaag. Verschijningsvorm: De uiterlijke aspecten van een (in dit geval) bouwwerk. Volant: Strook stof als afronding en versiering van zonnescherm of markies. Voorgevellijn: Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk tot aan de perceelsgrenzen. Voorgevelrooilijn: Voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan dan wel de gemeentelijke bouwverordening. Voorkant: De voorgevel, het voorerf en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) gekeerd is naar de weg of het openbaar groen.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

S

T

Tactiel: Met de tastzin verbonden. Tent-, punt- of piramidedak: Dak gevormd door vier driehoekige dakschilden die in één punt bijeenkomen. Textuur: De waarneembare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk). Tympaan: Driehoekig of segmentvormige bekroning van een (klassiek) gebouw of van een onderdeel daarvan.

W

Weg: Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. Windveer: Plank bevestigd langs de kanten van een met riet of pannen gedekt dak ter afdekking van de voorrand. Worden soms aan de bovenzijde over elkaar gekeept. Woning: Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding. Wolfdak/wolfeinden: Meestal een zadeldak waarvan één of beide dakschilden op de kop een afgeknot dakschild heeft (wolfeind).

145

144

Richtlijnen Deel VIII bijlage

O

Omgevingskarakteristiek: de authenticiteit van de bebouwing Omgevingsvergunning: Eén geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. Basis hiervoor vormt de Wabo, art. 2.1 Ondergeschikt: Voert niet de boventoon. Onderbouw: Het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met meerdere verdiepingen. Ontsluiting: De toegang tot een gebouw, gebied of een terrein. Ontwerpconcept: plan hoe je het gebouw gaat maken Oorspronkelijk: Origineel, aanvankelijke vorm, authentiek. Oorspronkelijke gevel: Gevel van een gebouw zoals deze nieuw is gebouwd. Openbaar groen: Met het openbaar

P

Paneel: Rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting. Penant: Gemetselde steunpilaar van het fundament van een gebouw, metselwerk in een gevel langs openingen. Pilaster: Weinig uitspringende muurpijler, die dient om een boog of hoofdgestel te dragen. Plaatmateriaal: Materiaal van kunststof, staal, hout meestal ten behoeve van gevelbekleding. Plint: Een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw. Profiel: omtrek van een gebouw of bouwdeel (bijvoorbeeld kozijn) of een doorsnede daarvan Profilering: aangebrachte vorm en maatvoering van profiel Portiek: Gemeenschappelijke trappenhuis en/of een terugspringende ruimte voor de straat- of toegangsdeur.

R

Raamdorpel: Horizontal stenen element onder de onderdorpel van een houten kozijn, dat ervoor zorgt dat water onder het kozijn buiten het muurvlak wordt afgevoerd. Raamhout: Hout waaruit ramen vervaardigd worden of omlijsting waarbinnen het paneel van een deur of beschot wordt ingesloten. Ook wel draaiende of schuivende delen van kozijn/ post. Referentiekader: Het geheel van waarden en normen binnen een bepaalde groep waarnaar verwezen kan worden. Renovatie: Vernieuwing. Respecteren: Met eerbied behandelen, eerbiedigen, waarderen. Rijenwoningen: Geschakelde eengezinswoningen in een rij. Ritmiek: Regelmatige herhaling. Rollaag: Een in verband gemetselde laag van op hun kant of kop gemetselde stenen. Horizontale of gebogen rij stenen of betonbalk boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand. Rooilijn: Lijn die in het bestemmingsplan of bouwverordening aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden.

144 145

N

Natuurlijke waarde: De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. Negge: Het vlak c.q. de maat tussen de buitenkant van de gevel en het kozijn.

groen wordt bedoeld hetgeen daaronder in het normale spraakgebruik wordt verstaan, zoals parken plantsoenen en speelveldjes, die het gehele jaar (of een groot deel van het jaar) voor het publiek toegankelijk zijn. Een weiland, bos of water kan in dit verband niet worden aangemerkt als openbaar groen. Openbare ruimte: In functioneel opzicht: ruimte die openbaar toegankelijk is en als zodanig door het publiek kan worden gebruikt. In formeel opzicht: ruimte die valt onder de Plaatselijke Politieverordening; dat is ruimte die niet valt onder het formele beheer van een particuliere instantie of persoon. Functioneel en formeel hoeft niet altijd samen te vallen. Een private ruimte, bijvoorbeeld de centrale corridor van overdekt winkelcentrum (eigendom en bezit meestal privé), kan toch openbaar toegankelijk zijn. Ander voorbeeld: de hal en de perrons van een NS-station; ook niet formeel openbaar, maar wel functioneel. Openbare ruimte dient altijd betreedbaar te zijn. Orthogonaal: Rechthoekig. Oriëntatie: De hoofdrichting van een gebouw. Overstek: Bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel.

/

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

Markies: Opvouwbaar zonnescherm. Massa: Zichtbaar volume van bebouwing. Materialisering: de middelen waarmee gebouw of openbare ruimte wordt vormgegeven. Metselverband: Het zichtbare patroon van metselwerk. Middenstijl: Verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn. M.I.P.: Het Monumenten Inventarisatie Project, afgekort M.I.P., is een landelijk project van de Nederlandse Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed dat tussen 1986 en 1995 werd uitgevoerd met als doel om per gemeente de waardevolle gebouwen en andere monumenten in woord en beeld te beschrijven, zodat er meer zicht kwam op monumentenzorg en cultuurgeschiedenis. Monument: Aangewezen onroerend goed als bedoeld in artikel 3 van de Monumentenwet 1988, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan. Muurdam: Op de erfgrens aan de gevel gemetselde muur.

Gelders Genootschap

Colofon

Ontwerp www.studio026.nl

GEMEENTE WEST BETUWE

© Gelders Genootschap. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Meer informatie Gelders Genootschap Zypendaalseweg 46 6814 CL Arnhem T: 026-442 17 42 E: info@geldersgenootschap.nl www.geldersgenootschap.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/462/documents/11235